Tagarchief: tuinplant

Wilde akelei : Aquilegia vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

2541480761_61680fe101-wilde

 

 

Goed te herkennen aan
de grote (3 – 5 cm), knikkende, paarsblauwe bloemen, met 5 uitstaande bloemdekbladen en 5 gespoorde nectariën in dezelfde kleur

 

 

60

 

 

 

Algemeen

 

Wilde akelei is een overblijvende plant van 45 tot 60 cm hoog. Ze groeit op vochtige, kalkrijke grond op lichte plekken in loofbossen, in beschaduwd grasland en in de duinen. Ze is vrij zeldzaam en wordt ook aangeboden als tuinplant. Als de kleur paarsblauw is, is het niet meer mogelijk om te bepalen of het gaat om wilde of door verwildering ontstane exemplaren. Andere kleuren, zoals wit, roze, rozerood of roodpaars, planten met gevulde bloemen of met bloemen met gereduceerd spoor zijn altijd exemplaren, die verwilderd zijn.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde akelei bloeit vanaf mei tot en met juli met grote, paarsblauwe, knikkende bloemen, die in losse, armbloemige trossen aan het einde van de gebogen stengel en zijstengels staan. Na de bloei strekken de stengels zich en staan de vruchten rechtop. De bloemen hebben 5 uitstaande bloemdekbladen. De nectariën staan rechtop tussen de bloemdekbladen in, hebben dezelfde kleuren en aan de bovenkant een naar binnen gekromde spoor.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn gesteeld, bovenkant groen en kaal, onderkant blauwgroen en behaard. De wortelbladen zijn het langst gesteeld, dubbel 3-tallig met gelobde blaadjes, de bovenste zijn 3-tallig tot 3-spletig, de hoogste bijna zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot zeldzaam
– ook als tuinplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsblauw
– vanaf mei t/m juli
– armbloemige losse tros
– gespoord
– 3 tot 5 cm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– (dubbel) 3-tallig tot 3-spletig
– top stomp
– rand gelobd of gaaf
– veernervig
– onderkant blauwgroen en behaard
– bovenkant groen en kaal

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

 

Schijnpapaver : Meconopsis cambrica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

meconopsis_cambrica

 

 

Goed te herkennen aan
de gele en oranje klaproosachtige bloemen

 

 

p1060432

 

 

 

Algemeen

 

Schijnpapaver is een overblijvende stadsplant van beschaduwde, vochtige, vaak stenige plaatsen. Het is oorspronkelijk een tuinplant uit West-Europa, die zich makkelijk uitzaait en daardoor snel verwilderd langs heggen en muurtjes.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli met gele of oranje klaproosachtige bloemen, die 4 kroonbladen hebben en 2 snel afvallende, behaarde kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn dubbel veerdelig en de stengel afstaand verspreid behaard.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Schijnpapaver is een wachtkamersoort; een soort die eventueel opgenomen gaat worden op de Standaardlijst van de Nederlandse flora.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– overblijvend
– ingeburgerd
– 15 tot 60 cm

Bloem
– geel en oranje
– vanaf mei t/m juli
– lang gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 8 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 2 kelkbladen, snel afvallend
– meer dan 20 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– dubbel veerdelig
– top spits
– rand getand tot gaafrandig
– voet aflopend
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– verspreid afstaand behaard

zie wilde bloemen

 

 

voorjaar2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Moeraswolfsmelk : Euphorbia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de geelgroene, eindelingse, schermvormige bloeiwijzen en
– de vochtige standplaats en
– het formaat van de plant

 

 

 

770099-1

 

 

 

Algemeen

 

Moeraswolfsmelk is een overblijvende plant van 0,6 tot 1,5 meter hoog en groeit bij voorkeur in rietlanden en langs waterkanten. De plant komt van nature voor in Eurazië. Ze staat op de rode lijst als matig afgenomen. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moeraswolfsmelk bloeit in mei en juni met geelgroene schermvormige bloeiwijzen. De kleur krijgen de bloeiwijzen niet van de bloemen, maar van de bovenste verkleurde stengelbladeren. Boven die verkleurde stengelbladeren zitten per straal 4 schijnbloemen (cyathia), die weer bestaan 1 vrouwelijke bloem, een aantal tot 1 meeldraad gereduceerde mannelijke bloemen en een aantal nectarklieren.

Deze klieren zijn eerst geel en worden later oranjeachtig. Ze zijn bij de meeste wolfsmelksoorten sikkelvormig; bij moeraswolfsmelk zijn ze eirond tot langwerpig. De vrouwelijke bloem is een bolletje op een gebogen steel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels en bladeren van moeraswolfsmelk verkleuren in de herfst naar diep donkerrood. De bladeren vallen op een gegeven moment af, maar tot ver in de winter blijven de stengels prachtig van kleur.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Het melksap uit de stengels irriteert huid en ogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 0,6 tot 1,5 meter

Bloem
– geelgroen
– mei en juni
– schermvormige tros
– 1,5 tot 2 cm
– 4 of 5 bloemdekbladen, vergroeid
– 1 tot 8 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

moeraswolfsmelk1

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

 Lelietje-van-dalen : Convallaria majalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

lelietjevandalenplantdetail

 

 

Goed te herkennen aan
de witte, aangenaam zoet geurende, klokvormige bloemetjes in een éénzijdige tros

 

 

lelietjee-van-dalen-in-het-bos

 

 

 

Algemeen

 

Lelietje-van-dalen of meiklokje is een giftige, overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend en groeit bij voorkeur in lichte loofbossen op matige vochtige, leemachtige grond. Op beschaduwde plaatsen vormt ze wel blad, maar komt niet tot bloei. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant, waardoor je haar veel ziet in tuinen en parken. Door de ondergrondse, kruipende wortelstok kan ze zich behoorlijk uitbreiden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Lelietje-van-dalen bloeit vanaf mei tot en met begin juni met witte, hangende, klokvormige, aangenaam zoet geurende bloemetjes, die in een tros staan, allen naar 1 kant gericht.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per plant ontwikkelen zich twee tot drie grote, lancetvormige of langwerpige bladeren, tot 10 cm breed.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bloemen worden vanwege hun geur gebruikt in de parfum- en cosmetica-industrie. Daarnaast wordt de plant ook gebruikt in de farmaceutische industrie, omdat ze saponine en verschillende glycosiden bevat, die de hartwerking beïnvloeden. Die stoffen worden verwerkt in medicijnen, die voorgeschreven worden bij hartzwakte en vochtophopingen, die het gevolg zijn van een slechte bloedsomloop.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– ook als tuinplant
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf mei tot en met begin juni
– éénzijdige tros
– klokvormig
– 8 tot 10 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

convallaria_majalis_-_kohler-s_medizinal-pflanzen-045

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Kruipend zenegroen : Ajuga reptans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kruipend-zenegroen

 

 

Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse, donker geaderde lipbloemen in de bladoksels aan het einde van de stengels en
– de spatelvormige bladeren met golvende of gave rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruipend zenegroen is een overblijvende plant van 5 tot 40 cm hoog. Ze groeit op natte tot matig vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen, beekdalgraslanden, op lemige heide en in laag duingrasland. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant.

Ze heeft bebladerde, bovengrondse uitlopers, die wortelen op de knopen en ze vormt daar nieuwe planten; ze groeit in groepen en kan op grazige plaatsen uitgestrekte bestanden vormen. Ze is algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de duingebieden, elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruipend zenegroen bloeit vanaf april tot en met juni. De bloeiwijze is een schijnaar en bestaat uit 3 tot 10 schijnkransen, die op hun beurt weer uit 6 tot 10 bloemen bestaan. De bloemen zijn blauwpaars (zelden roze of wit) en hebben donkere aders. De bovenlip is gereduceerd tot twee puntige slipjes. De onderlip bestaat uit 2 kleine zijlobben en een grotere, uitgerande middenlob.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn bovenin afwisselend aan twee zijden zacht behaard, soms rondom. Het onderste gedeelte van de stengel is (vrijwel) kaal. De onderste bladeren zijn spatelvormig en gesteeld. Ze vormen een rozet. De stengelbladeren zijn ovaal tot omgekeerd eirond en worden naar boven toe steeds kleiner; de bovenste zijn kleiner dan de bloem en ze zijn vaak donker paarsrood verkleurd.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd kruipend zenegroen gebruikt in de homeopathie als middel tegen reuma en ontstekingen in de mond.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 5 tot 40 cm

Bloem
– blauwpaars, zelden roze of wit
– vanaf april t/m juni
– schijnkrans
– lipbloem
– 10 tot 17 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– top stomp
– rand gaaf of zwak golvend
– veernervig
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– voet wigvormig
– bovenste :
– kruisgewijs tegenoverstaand
– ovaal of omgekeerd eirond
– voet wigvormig

Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone vogelmelk : Ornithogalum umbellatum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

gewone-vogelmelk-bloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de schermvormige tros grote, witte bloemen en
– de zeer smalle bladeren met witte middenstreep

 

 

vogelmelk_01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone vogelmelk is een overblijvende plant van 10 tot 30 cm hoog en groeit op vrij open, vochtige, matig voedselrijke grond in graslanden, bermen en loofbossen. Ze is wettelijk beschermd en wordt ook als tuinplant aangeboden.

De meeste soorten komen van nature voor in Zuid-Europa en Klein-Azië, al zijn er ook een aantal soorten die van nature voorkomen in Zuid-Afrika. In de Lage landen komen vier soorten voor:

  • Bosvogelmelk : (Ornithogalum pyrenaicum), ook wel Pruisische asperge of Pyrenese vogelmelk genoemd. De bloemstengel wordt 1 m hoog, de bloemtrossen worden 30-50 cm groot. Na de bloei blijven de bloemen geopend.
  • Gewone vogelmelk : (Ornithogalum umbellatum)
  • Knikkende vogelmelk : (Ornithogalum nutans)
  • Piramidevogelmelk : (Ornithogalum piramidale) (in Noordwest-Europa voorkomend) is 40-80 cm hoog en afkomstig uit Zuid-Europa en Klein-Azië. De witte bloemen verschijnen in juni-juli in rijke trossen, die in het begin van de bloei piramidevormig zijn. De bloemblaadjes draaien na de bloei ineen.

 

 

bosvogelmelk

bosvogelmelk

 

 

 

knikkende vogelmelk

knikkende vogelmelk

 

 

 

piramidevogelmelk

piramidevogelmelk

 

 

 

Bloem

 

Gewone vogelmelk bloeit in mei en juni met opvallend grote (3 tot 5 cm) witte bloemen, die bij bewolkt weer sluiten. Ook bij mooi weer gaan ze meestal ’s middags dicht. De bloeiwijze is een schermvormige tros van 3 tot 20 bloemen. De onderste bloemstelen in een tros zijn sterk verlengd. De bloemdekbladen zijn aan de binnenkant wit, aan de buitenkant groen met een witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn erg smal (2 – 8 mm) en hebben in het midden een witte streep.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Alle delen van gewone vogelmelk zijn giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 30 cm
– wettelijk beschermd

Bloem
– wit
– mei en juni
– schermvormige tros
– 3 tot 5 cm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– parallelnervig
– witte middenstreep

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

gewone-vogelmelk1

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

Donkere ooievaarsbek

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

donkereooievaarsbekdonker

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote donker paarsrode 5-tallige bloemen

 

 

geranium_phaeum-2

 

 

 

Algemeen

 

Donkere ooievaarsbek is een zeldzaam voorkomende, overblijvende, in pollen groeiende plant van 45 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa. Ze is door de mens verspreid.

Bij ons is donkere ooievaarsbek een stinsenplant en je vindt haar op half beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in lichte loofbossen en op beschaduwde grasgrond op of nabij buitenplaatsen en parken. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van donkere ooievaarsbek is vanaf mei tot en met september. Haar bloemen zijn in de schaduw donkerrood, in het licht zijn ze meer paars. De bloemen staan met 2 bij elkaar. Tijdens de bloei buigt de bloemsteel zich aan de top, waardoor de bloemen voorover hangen.

De 5 kroonbladen zijn rechtafstaand tot iets teruggeslagen. Ze zijn rimpelig en hebben vaak een spits puntje. Aan de basis zijn ze wit. De 5 kelkbladen zijn grijsgroen door lange afstaande beharing. De bloemen hebben 10 meeldraden met forse helmknoppen en 1 groengele stijl.

 

 

 

 

 

 

Stengel

 

Ook de rechtopstaande, ronde stengels zijn, net als de kelkbladen, bezet met lange, zachte, afstaande, witte haren. De bladeren hebben vaak aan de voet van de insnijding een donkere vlek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– stinsenplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsrood
– vanaf mei t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelbladeren :
– rozet
– lang gesteeld
– 7-slippig
– stengelbladeren :
– verspreid
– kort gesteeld, bovenaan zittend
– onderste 7-slippig
– hogere 5- tot 3-slippig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand getand
– voet hartvormig
– handnervig
– bovenkant behaard
– onderkant kaal

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

John Astria

Winterakoniet ; Eranthis hyemalis

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Winterakoniet

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de gele bloemen met vlak daaronder een krans van diep ingesneden stengelbladeren

 

 

 

winterakoniet_0394

 

 

 

Algemeen

 

Winterakoniet is een plant, die in de eerste helft van de 19e eeuw in de Lage Landen is ingevoerd vanuit Midden- en Zuidoost-Europa. Ze verspreidt zich niet spontaan, maar kan zich, waar ze is aangeplant, goed handhaven en vermeerderen. Ze bloeit in februari en maart met gele bloemen en wordt 5 tot 15 cm hoog. In zachte winters kan ze al in januari bloeien. Winterakoniet doet het goed op licht beschaduwde, vaak grazige plaatsen. Ze wordt ook als tuinplant aangeboden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Elke vaak roodbruin aangelopen bloemsteel draagt één bloem. Aan het einde van de stengel zitten drie diep handvormig ingesneden stengelbladeren en direct daarboven zes tot acht langwerpige tot eironde gele bloemdekbladen. Die gele bloemdekbladen zijn de kelkbladen. De kroonbladen zijn vergroeid tot nectariën, de gele kokertjes vol met nectar die in het hart van de bloem zitten.

 

 

 

 

 

Blad

 

Aan het einde van de bloemsteel, net onder de bloem, zitten drie diep handvormig ingesneden, glanzend donkergroene stengelbladeren. Daarnaast zijn er ook 1 of meerdere lang gesteelde wortelbladeren.

 

 

 

 

 

vergelijkbare soort

 

Vergelijkbaar met winterakoniet is gewoon speenkruid. Ze groeien en bloeien op dezelfde plaatsen en op hetzelfde moment en hebben allebei gele bloemen. Speenkruid heeft echter ronde blaadjes, terwijl winterakoniet een kraag van diep ingesneden blaadjes direct onder bloem heeft staan.

 

 

speenkruid

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 5 tot 15 cm

Bloem
– geel
– (januari) februari en maart
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– 6 tot 8 nectariën
– meer dan 20 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– wortelstandig of onder bloem
– samengesteld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– wortelbladeren gesteeld
– stengelbladeren zittend
– glanzend donkergroen

Stengel
– rechtop
– vaak roodbruin aangelopen
– rond

zie wilde bloemen

 

 

winterakoniet1

 

 

 

 

  

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Oosterse sterhyacint : Scilla siberica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.

 

 

 

 

 

Blad

 

Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart

 

 

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm

Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruishyacint : Hyacinthoides x massartiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de tros met meestal meer dan 12 blauw-paarse, witte of roze, breed klokvormige, hangende, redelijk grote bloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aangenomen mag worden dat wilde hyacint in haar zuivere vorm niet meer in de Lage Landen voor- komt. De op wilde hyacint lijkende exemplaren zijn ontstaan door kruising van wilde hyacint (Hyancinthoides non-scripta) en Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) en worden kruishyacint genoemd (Hyacinthoides x massartiana). Zowel Spaanse als kruishyacint zijn te koop als tuinplant.

Kruishyacint groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen. Ze komt vrij algemeen voor langs de binnen-duinrand. Elders is ze zeldzaam. Ze bloeit vanaf half april tot begin mei en wordt 15 tot 50 cm hoog. Kruishyacint behoort tot de stinsenplanten.

 

 

Spaanse hyacint

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  wilde hyacint
– 6 tot 12 bloemen in eenzijdige trossen, aangenaam geurend
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig
– voornamelijk blauw-paars
– top van de tros gebogen
– bladeren tot 10 mm breed
– smal klokvormig, einde van de bloemdekbladen   teruggeslagen
  kruishyacint
– meer dan 12 bloemen aan alle kanten van de tros, reukloos
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig of in de bloemkleur
– blauw-paars, wit of roze
– top van de tros recht
– bladeren tot 15 mm breed, soms nog breder
– wijd klokvormig, einde van de bloemdekbladen uitstaand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde hyacint

 

 

wilde hyacint

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend, bolgewas
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– blauw-paars, roze of wit
– april en mei
– tros
– breed klokvormig
– 12 tot 20 mm lang
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen