Tagarchief: slang

De heilige Charbel Makhlouf 

Standaard

categorie : religie

.

.

† 1898  Charbel Makhlouf

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt JoessefMakhloef, Annaya, Libanon;

.

monnik; † 1898. Feest 24 juli & 24 & 25december

.

.

.

.

Geografie

.

Ten noorden van Beyrouth, op 1600 m hoogte, bevindt zich Beqaa Kafra, het hoogstgelegen dorp van Libanon. Daar is het centrum van de Maronieten. Het zijn fiere, moedige en gastvrije mensen die sterk gehecht zijn aan hun christelijke overtuiging.

Sedert vele eeuwen vereren zij de H.Maagd Maria; ze bidden de Rozenkrans waar ze ook zijn: thuis, op het werk, op het veld. Ze hebben grote eerbied voor hun priesters. Als een Maroniet een priester ontmoet, kust hij zijn hand als uitdrukking van eerbied voor hem.

.

Youssef Anton Makhlouf

.

Youssef Anton Makhlouf is op 8 mei 1828 geboren, als vijfde kind van een arm gezin. Zijn ouders waren zeer vroom en godvrezend, inzonderheid zijn moeder, Brigitta. Zij vastte dikwijls. Vol genegenheid leerde zij haar kinderen de geloofswaarheden kennen en bracht ze elke avond samen voor het gezinsgebed. Ze ontbrak nooit in de dagelijkse H.Mis. Voor haar was dit het steunpunt van de dag. Ze ging ernaar toe met haar jongstgeborene in de armen.

Toen hij amper drie jaar was verloor Youssef zijn vader. Tanios, een oom aan moeders kant, deed zijn best om zijn zuster en de weeskinderen te helpen. Enkele jaren later besloot Brigitta opnieuw te huwen. Lahoud, de tweede man van Brigitta was zeer vroom. Hij nam het welzijn van het gezin ter harte. Hij droomde ervan priester te worden. Hij sprak erover met zijn vrouw. Zij stemde in. Na zijn studies werd hij priester gewijd. De orthodoxe godsdienst laat immers toe dat gehuwde mannen priester worden.

De jonge Youssef koesterde onmiddellijk genegenheid voor zijn stiefvader Lahoud. Toen deze priester werd kreeg hij de naam pater Dominicus. Hij nam het kind met zich mee overal waar hij ging om de mensen te helpen.

Als hij oud genoeg was werd hij zijn koorknaap en diende hem als hij de H.Mis opdroeg. Naast de dorpskerk werd er een school opgericht waar de jongens leerden lezen en schrijven, de H.Mis dienen en ze leerden er ook de H.Mis helemaal te zingen.

Naast zijn studies, moest de jonge Youssef de dieren hoeden en hij werkte op het veld. Zijn moeder leerde hem te bidden met het hart, maar ook bidden in de eenzaamheid. Hij nam de gewoonte zich terug te trekken in een grot, waar hij alleen was en waar hij bad voor een beeldje van O.L.Vrouw dat hij daar verborgen had. Aan de H.Maagd sprak hij zijn verlangen uit om in het voetspoor te treden van zijn twee ooms van moeders zijde, Augustin en Daniël die monniken en asceten waren. Vaak bracht hij hun een bezoek in het klooster en bad er met hen. Hij bewonderde hun leven van onthechting en volkomen overgave aan God.

Mariam, een jong meisje uit de buurt en zelfs een verre verwante van Youssef, werd verliefd op hem. Soms volgde ze hem ongemerkt tot aan de grot en sloeg hem gade terwijl hij in gebed verzonken was. In stilte leed ze eronder dat hij zo onthecht was aan het wereldse. Ze begreep dat hij zijn liefde enkel aan God zou geven. Het jonge meisje had de echte betrachting van Youssef begrepen.

Op de leeftijd van 23 jaar verliet Youssef zijn huis,’s nachts in het geheim, zich bewust dat zijn omgeving niet opgetogen zou zijn met zijn keuze. Zijn stiefvader en zijn oom rekenden op hem voor het werk op het veld en zijn moeder had twijfels in verband met zijn roeping. Mariam hield van hem en zijn broers en zussen verkozen dat hij bij hen bleef.

Om die reden nam Youssef afscheid van hen in de stilte van zijn gemoed. Zonder dat iemand het wist, ondernam hij een verre tocht naar het heiligdom van O.L.Vrouw van Mayfoug. Hij had besloten daar zijn eerste jaren noviciaat te doen.

Na enige ontreddering wegens het plotse vertrek van Youssef, gingen zijn oom Tanios en zijn moeder naar het klooster van Mayfoug om hem te overreden naar huis terug te keren. Maar dit bleek vergeefse moeite. Hij wilde monnik worden. Tenslotte zei zijn moeder:” Als je een slechte monnik wil worden, kom dan direct naar huis! Maar als je roeping van God komt, word dan een heilige.”

De jonge man was echter meer dan ooit overtuigd van zijn levenskeuze. Hij bleef in het klooster en kreeg de naam Charbel. Die naam verwijst naar een martelaar uit de tweede eeuw. Om God nog beter te dienen en Zijn Wil te doen, wijdde hij zich nog meer aan gebed en vasten, aan gehoorzaamheid en versterving.

Na dit eerste jaar noviciaat begaf de jonge Charbel zich naar het klooster van de heilige Maron (behoeder van de katholieke orthodoxie). Hij deed er zijn eeuwige geloften. Hij begon toen uitsluitend binnen de kloostermuren te leven. Het was aan vrouwen niet toegelaten er binnen te komen, zelfs niet aan familieleden. Zo kwam Brigitta, zijn moeder op zekere dag naar het klooster op bezoek bij haar zoon.

Maar ze kreeg hem niet te zien. Ze kon enkel zijn stem van achter de tralies horen en zei hem:

”Mijn jongen, wat doe je? Steek je je weg voor mij?”

“ Moeder, antwoordde Charbel, als God het wil, zullen we mekaar ontmoeten in de eeuwigheid en we zullen voor altijd verenigd zijn.”

.

.

.

.

Zijn leven als kluizenaar

.

Na zijn theologiestudies in het klooster van St Kobrianous en St Justin te Kfifan( Batroun), werd Charbel op 23 juli 1859 te Bkerkg priester gewijd.

Toen hij naar de stad Annaga werd gestuurd, kwamen alle familieleden en veel mensen uit zijn dorp daarheen.

Zij ontvingen er zijn zegen. Zo kwamen ook zijn oom Tanios en zijn oude moeder daar naartoe. Ook Mariam die intussen gehuwd was en vele anderen. Ze kusten zijn hand vol eerbied en vroegen hem naar het dorp te komen en er de H.Mis op te dragen. Maar hij weigerde. Hij was er zich van bewust dat de monnik die zijn klooster verlaat, het risico loopt de onthechting aan de voormalige levenswijze te schaden.

Onder leiding van zijn geestelijke leidsman, pater Hardini, wijdde hij zich aan de studie van de Heilige Schrift om zo te groeien in heiligheid. Hoe meer hij afstand nam van het leven, hoe meer zijn innerlijk leven groeide in eenheid met God.

Dit alles ging niet vanzelf. De duivel, de eeuwige vijand van de mens, kwelde hem voortdurend. Maar hij doorstond de pijnen, zuchtend en op de tanden bijtend. Wanneer de aanval van Satan voorbij was, herwon hij ogenblikkelijk zijn serene, onthechte ingesteldheid.

Charbel leidde een steeds ascetischer leven. Hij werd een voorbeeld van armoede, droeg de meest versleten kledij, altijd dezelfde en at geen vlees.

Op het veld deed hij het lastigste werk. Wanneer hij geld ontving om H.Missen op te dragen, gaf hij het onmiddellijk af aan zijn oversten, zonder zelfs te weten wat hij gekregen had. Hoewel hij voortdurend in de stilte leefde, in onthechting aan de wereld, kende men hem als een iemand die vol respect en liefde voor de medemens was.

Wanneer hij biecht hoorde, bleek dat hij de gave had om in de harten van de mensen te zien. Hij gaf strenge penitenties voor het herstel van de zonden, terwijl hij de biechteling met respect en liefde hielp om zijn levensstijl tegenover God en de naaste te verbeteren.

Op een zekere dag werd Charbel opgeroepen bij een zieke knaap. Hij begreep onmiddellijk dat het levenseinde van de jongen nabij was. Hij nam zijn biecht af en bereidde hem voor om sereen in Gods barmhartige Liefde te sterven. Naar verluidt heeft Charbel een andere jongeman genezen van typhus.

Bij een brutale aanval van de Turken werden 14.000 christenen samen met hun priesters gemarteld en gedood. Urenlang bleef hij geknield voor het tabernakel, bewegingloos, om God te bidden om hulp voor zijn volk. Hij smeekte de H.Maagd Maria om voorspraak bij haar Zoon om Libanon te redden.

.

Zijn toewijding aan de Moeder Gods was bekend.

Vaak zei hij : “ Als je wil dat je ziel gered wordt, bid dan tot de H.Maagd Maria opdat Zij voor jou ten beste spreekt. Zij zal je heil waarborgen.”

.

Na zestien jaar kloosterleven met de andere monniken, vroeg Pater Charbel de toelating om afgezonderd als kluizenaar te leven. Gedurende 23 jaar leefde hij in onthechting, strijdend tegen de zonde en tegen elke gedachte die niet op God was gericht. Hij at slechts éénmaal per dag en at slechts één soort voedsel tegelijk. Hij gebruikte geen vlees noch fruit.

Hij sliep ongeveer drie à vier uren per nacht op een schamele strozak op de grond; een houtblok diende als hoofdkussen. Hij kreeg toelating om in zijn cel slechts over een kan met water te beschikken. Tijdens zijn kluizenaarschap ging hij door met  eenvoudige en lastige handenarbeid. Hij bad veel. Om 11u , elke dag, droeg hij de Heilige Mis op. Die duurde drie uren. Daarna gebruikte hij zijn armoedige maaltijd. Als hij iets moest zeggen aan zijn confraters, sprak hij op gedempte toon en met weinig woorden. Hij stapte in stilte, met neergeslagen blik, terwijl hij de Rozenkrans of andere gebeden bad.

.

.

.

.

Anekdotes van zijn levensstijl

.

Op zekere dag kwam zijn broer op bezoek. Pater Charbel liet zijn broer binnenkomen, na toestemming van de overste, en stelde hem twee korte vragen: “ Hoe gaat het met de ganse familie? En beleven jullie de geboden van God?” Hiermede was het onderhoud afgelopen.

De kluizenaar gebruikte ook niet veel woorden als andere monniken hem kwamen bezoeken. Hij ontving hen met een glimlach die hun welkom betekende en zonder verder omhaal stak hij hun de biografie van een heilige in handen. Daarna wees hij hun een passage aan die ze moesten lezen als spirituele aansporing.

Verscheidene mensen kunnen getuigen dat Pater Charbel nooit een dier heeft gedood, zelfs niet als het om gevaarlijke dieren ging. In de wijngaard van het klooster vonden de monniken eens een grote giftige slang. Vol schrik riepen zij de kluizenaar te hulp. Hij kwam, stond recht tegenover de slang en terwijl hij zijn wijsvinger vooruit richtte, zei hij op kalme toon: “ Verdwijn van hier!” de slang kronkelde even en kroop weg in de richting die hij had aangewezen! Dit gebeurde volgens de manier van denken van de heilige. “Het behoort mij niet toe, maar alleen God, de Schepper, om al dan niet een slang van het leven te beroven.”

De overste van de kluizenarij, die vaststelde dat de lucht verduisterde door miljoenen dreigende sprinkhanen, vroeg aan Pater Charbel onmiddellijk water te wijden. Hij wijdde het en overal waar dit wijwater werd gebruikt waren de velden gered. Later hebben de bewoners van de nabij gelegen dorpen de gewoonte aangenomen wijwater van de Kluizenarij te gebruiken om ongedierte ( ratten, vossen) en ook muggen en andere schadelijke insecten te verdrijven.

Bij de christenen en de moslims was het vertrouwen in de macht van de wonderdoener, pater Charbel, zeer groot.

De genezing van een gevaarlijke mentaal zieke toont dit aan. Met veel moeite en met de hulp van verscheidene sterke mannen werd de zieke man tot aan de ingang van het klooster gebracht. Toen ze daar aankwamen was hij woest, hij beet, hij sloeg en schreeuwde en wou niet naar binnen. Maar toen de rijzige gestalte van de Kluizenaar aan de deur verscheen, knarsetandde de gekke man en hij snakte naar adem. Daarna werd hij rustig en liet zich naar de kapel leiden waar pater Charbel het Evangelieboek op zijn hoofd legde. Hij las er een bladzijde uit voor en de man was volkomen genezen.

.

De dood van de Kluizenaar

.

De laatste week van zijn leven lag hij vol pijn op een strozak op de grond. Ondanks het lijden en met de dood voor ogen, bad hij zonder ophouden. Hij weigerde versterkend voedsel en wilde trouw blijven aan zijn vroegere gelofte. In de heilige nacht even voor Kerstmis, na het sacrament van de zieken te hebben ontvangen, is hij gestorven om voor eeuwig in Gods Liefde opgenomen te worden.

Wenend droegen zijn medebroeders zijn lichaam op hun schouders. Stappend doorheen de tuin die met een laagje verse sneeuw was bedekt, brachten  ze hem binnen in de ijskoude kapel. Ze legden hem vóór het altaar en staken vier kaarsen aan. Bevend van de koude en helemaal verkleumd, hielden ze de hele nacht de wake bij de afgestorvene.

’s Anderendaags wikkelden zij het lichaam in een laken en begroeven het, zonder kist, in de grond van het kerkhof van Annaga, dat aan de kluizenarij paalt. Vijf maanden later werd een schitterende lichtstraal gezien tussen de begraafplaats van Pater Charbel en de kapel. De overste was hierover niet verbaasd. Hij wist dat pater Charbel reeds tijdens zijn leven een heilige was. Hij gaf opdracht het lichaam te ontgraven. Tot ieders verbazing bleek het lichaam ongeschonden.

Het laken was doordrenkt met een rooskleurig vocht dat op bloed geleek. Het leek alsof pater Charbel niet dood was, maar ingeslapen. Het lichaam was niet stijf maar soepel en beweeglijk alsof hij levend was. Ze trokken hem verse kleren aan. Kort daarna waren die kleren ook doordrenkt met hetzelfde eigenaardige vocht. Deze feiten konden niet onopgemerkt of onbesproken blijven. Weldra kwamen de mensen van overal toegelopen.

Er volgden toen tal van genezingen en duizenden bekeringen, en dit niet alleen bij de christenen.

Teneinde het lichaam te onttrekken aan de soms opdringerige mensen, legde men het in een stenen graf. Kort daarop begonnen de wanden van het graf bloederig zweet af te scheiden.

In 1927 werd een nieuwe opgraving bevolen. Opnieuw vond men een ongeschonden lichaam, soepel, dat hetzelfde mysterieus vocht afscheidde. Vanuit het klooster zond men een brief aan Paus Pius XI met verzoek tot zaligverklaring van Pater Charbel. Toen werd hij een derde maal begraven in een nieuwe graftombe.

.

.

.

.

Talrijke genezingen

.

Er werden talrijke genezingen door toedoen van de heilige uit Libanon vastgesteld. We staan even stil bij twee gevallen die met het oog op de zaligverklaring door de geneesheren nauwgezet onderzocht werden.

Het eerste geval betreft de plotse genezing van zuster Marie Abel Kamani. Door een landurige ziekte kon ze zich enkel in een rolstoel verplaatsen. Nadat ze het “ vocht” dat door de stenen wand van het graf naar buiten drong, had aangeraakt, was zij in staat uit haar rolstoel op te staan. Al 14 jaar leed zij aan de maag. Haar pancreas, blaas en nier waren aaneengekleefd en werkten bijna niet.

Ze moest dikwijls overgeven en ze was graatmager. Haar rechter arm was verlamd. Ondanks twee operaties voelde ze dat ze weldra zou sterven. Maar nadat ze het “ vocht” op de wand van het graf van Pater Charbel had aangeraakt, was ze ineens helemaal genezen. Toen de klokken luidden om dit heugelijk feit te verkondigen, was er ook een moslim naar de kerk gekomen; hij verklaarde meteen dat hij christen wilde worden. Hij zei tegen de genezen zuster:”uw genezing heeft me teruggebracht tot het christendom. Eigenlijk was ik naar hier gekomen om te genezen van mijn doofheid, maar God heeft mij geestelijk licht gegeven.”

De andere genezing betreft de heer Iskander Obeide die opnieuw kon zien nadat hij het graf van de heilige had bezocht. Nadat hij uit één oog blind was geworden, had hij vaak tot de heilige Charbel gebeden. Deze verscheen hem ‘s nachts in een droom en zegde hem zich naar zijn graf te begeven. Hij zou pijn voelen maar ook genezen. Toen hij daar aankwam, voelde die man een brandende pijn in zijn oog en toen hij zijn oog opende kon hij opnieuw zien.

Het nieuws over de buitengewone genezingen en bekeringen van vele mensen die het graf van Pater Charbel bezochten, ging tot ver over de grenzen van Libanon. Steeds meer mensen gingen er op bedevaart om meer van zijn leven te weten te komen en om zijn voorspraak te bekomen. Een jong meisje, Hosn Mohair had van toen ze nog klein was een been dat 5 à 6 centimeter korter was dan het andere. Hierdoor liep ze erg mank. Ze begaf zich naar Annaga en bracht wijwater en wat aarde, die ze nabij het graf van de heilige had genomen, mee naar huis. Met dit water en die aarde begon ze haar gebrekkig been te masseren. Haar verwanten probeerden haar daar vanaf te brengen omdat ze na verloop van enkele dagen geen enkel resultaat bespeurden. Maar het meisje was zo gedreven door een vast vertrouwen dat ze doorzette…. en stilaan werd het gebrekkige been langer tot het even lang was als het andere. De overheidspersonen van het dorp die tot de Druzen behoorden, kende haar persoonlijk. In 1950 verstrekten zij beëdigde verklaringen om dit wonderbare feit te bevestigen.

In de jaren 1950 werd het graf meerdere malen geopend. Eminente specialisten onderzochten het lichaam. Na meer dan een halve eeuw bleek het nog onaangetast. Er was geen enkel spoor van ontbinding en het was bedekt met een rooskleurig vocht, wat medisch onverklaarbaar was. Veel mensen die naar het graf kwamen werden genezen, niet alleen fysisch maar ook spiritueel.

Het nieuws over de talrijke mirakelen verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er bestaat ook een miraculeuze foto. Deze kwam er tijdens één van de verschijningen van de heilige Charbel. Op die wijze kregen de komende generaties een duurzaam portret van de heilige.

.

Scapulier

.

.

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven)

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

De afgrond in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

1536295

.

.

De afgrond  is een plaats van bewaring waar

.

boze geesten zijn opgesloten

.

Onreine geesten smeekten de Heer Jezus dat Hij hen niet naar de afgrond zou zenden.

Lu 8:31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou gebieden in de afgrond te gaan.

De engel van de afgrond heet Abaddon of Apollyon.

Opb 9:11 Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon; en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.

.

De satan zal voor duizend jaar in de afgrond worden opgesloten

.

Opb 20:1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had.
Opb 20:2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem duizend jaren;
Opb 20:3 en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

.

.

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

.

Pasteltekening van John Astria

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Het symbool van de regenboog

Standaard

categorie : religie

In vele culturen werd de regenboog beschouwd als een vriendelijk gebaar

van God of de goden aan de mensen

In het christendomvan de middeleeuwen werden de drie hoofdkleuren van de regenboog symbolisch uitgelegd: blauw als de kleur van de zondvloed, rood als de kleur van de wereldbrand en groen als de kleur van de nieuwe aarde. Anderen hebben meer aandacht voor de zeven kleuren en leggen ze uit als de zeven gaven van de Heilige Geest. Soms wordt de regenboog gezien als symbool voor Maria, die de voorspraak is voor de mensen op aarde bij God in de hemel. Zo ontstond de devotie voor Onze Lieve Vrouwe van de Hemelboog (= Iris). Volgens een Spaans voornaamwoordenboek is de vrouwennaam Iris daarvan afkomstig.

In de Bijbel verschijnt er na de zondvloed een regenboog, als teken dat God nooit meer een zondvloed over de aarde zal laten gaan; de regenboog is als het ware zijn handtekening van dit verbond tussen Hem in de hemel en zijn mensen op aarde. In de christelijke kunst wordt Christus vaak afgebeeld als wereldheerser, zittend op de regenboog. De regenboog geldt daar ook als symbool van verzoening tussen God en de mensen.

De Openbaring hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

Pasteltekening van John Astria

In de Islam heeft de regenboog vier basiskleuren: rood, geel, groen en blauw, zinnebeelden van de vier elementen: vuur, aarde, lucht en water.

In het oude China beschouwde men de regenboog als de vereniging van yin en yang. Soms werd de regenboog daar voorgesteld als een slang met een kop aan allebei de uiteinden: de ene zoog het water op uit de noordelijke zee om het via de andere kop in de zuidelijke zee weer uit te spuwen.

In de culturen van Afrika, India en de indianenkomt dit gegeven ook voor: dan stelt men zich de regenboog voor als een draak, symbool van vruchtbaarheid, die zijn dorst lest in de zee. Bij sommige stammen in Afrika ziet men de regenboog ook als brenger of bewaker van schatten. Of als een beschermende arm om de hele aarde!De Inca-indianen hadden een bijzondere verering voor de regenboog. Zij had te maken met de zonnegod. De Inca-vorsten die zich beschouwden als afstammelingen van de zon, beeldden hem af op hun wapens en schilden.

Andere indianen-culturen zien in de regenboog een ladder waarlangs je naar de hemel kunt klimmen.

Hindoes en Boeddhisten geloven dat wie in het stadium van de regenboog aanbelandt, op de drempel staat om het ideaal te bereiken, en op te gaan in de gelukzalige stilte.

In het volksgeloof wordt vaak verteld dat de regenboog rijkdom en voorspoed zal brengen. Waar haar uiteinden de aarde raken zou een pot met goud te vinden zijn.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2012_Boek%20II,3

 

 

De volgende vijf miniaturen handelen over de sacramenten van de Kerk :  Doopsel, Vormsel, Priesterschap, en Eucharistie. Hildegard besteedt een bijzondere aandacht aan het H. Doopsel en het H. Priesterschap, en dit laatste speciaal in verband met de maagdelijkheid in de Kerk.

De twaalfde miniatuur toont ons het visioen van het H. Doopsel als openbaring in de schoot der Kerk; het Doopsel is immers het sacrament van de wedergeboorte tot het goddelijk leven. De volgorde waarin men de vier voorstellingen moet lezen is van rechtsboven naar linksboven en van rechtsonder naar linksonder.

 

 

1

 

1. Rechts boven zien we de Kerk als koningin met gouden kroon en gulden gewaad, zelfs haar gezicht en handen zijn van goud. Uit de tekst leren we, dat deze gulden schittering wijst op het goddelijk licht dat haar als een gewaad omkleedt. Met haar handen omvat zij het altaar waarboven de Christus met een boek in de hand als Majesteit troont.

Men ziet aan de voorkant van het altaar de rechterhand en opzij van het altaar nog net de toppen van de vingers van de linkerhand: zij omhelst werkelijk het altaar als een geliefde zijn bruidegom. Het is een huwelijksgebaar waardoor de vereniging van de Godmens met de Kerk tot stand komt.

 

 

2

 

2. Het gevolg van deze eenwording toont de volgende voorstelling die een zwangere Kerk laat zien. In heilig enthousiasme heft zij haar rechterarm omhoog. Op de banderol die zij in de hand houdt staat: Me oportet concipere et parere (ik moet ontvangen en baren). De oervrouwelijke vreugde over deze zwangerschap brengt Hildegard in beeld door engelen te laten toesnellen met muziekinstrumenten, die symfonieën van vreugde doen klinken.

Tegelijk dragen de engelen trappen en stoelen aan, bestemd voor de gelovigen die gebaard zullen worden. Want, zegt de tekst, engelen staan gereed om het nieuwe geslacht te helpen bij het bestijgen van de treden van het geloof en het de rustpunten te verschaffen voor de beschouwing.

 

 

3

 

3. De derde voorstelling geeft op een heel oorspronkelijke wijze het proces weer van de geboorte tot het geestelijk leven. De geloofsleerlingen haasten zich als donkere hardlopers om door de brede mazen van het net, dat de schoot van de Kerk bedekt, naar binnen te dringen. Men ziet alleen nog de hoofden zoals bij vissen die in een net gevangen zijn.

Het opmerkelijke is dat de Kerk kinderen baart uit haar mond, omdat de door de mond hardop uitgesproken doopformule, de mensenkinderen geboren doet worden tot het bovennatuurlijke leven. Daarom strekken de pasgeborenen, nu stralend van goudkleur, hun handen uit naar het symbool van de H. Drievuldigheid uitgebeeld door drie elkaar omgevende cirkels.

De buitenste is van zilver, dan hebben we één van goud en de middelste is van een blauwe kleur met een wit centrum. Vóórdat de geloofsleerlingen geboren werden hadden ze een donkerbruine kleur, die we in de andere miniaturen alleen voor de helbewoners gebruikt zien. Bij de wedergeboorte hebben de neofieten die donkere huid afgeworpen zoals een slang die vervelt. Nu schitteren zij van het hemels goud van de H. Geest.

 

 

4

 

4. In het vierde en laatste tafereel richt Christus een vermaning tot de nieuw gedoopten. Men heeft de keuze tussen twee wegen. De ene leidt naar het oosten, waar de laatste openbaring zal plaats vinden en de andere voert naar het noorden, waar de vorst van het kwade, hier voorgesteld door rode vlammen, zetelt. Deze leer van de twee wegen in verband met het doopsel gaat terug tot de eerste tijden van het christendom.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Prediker 10 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

.

.

Wat is dit voor boek?

.

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

.

.

.

.

Spreuken over wijsheid

.

1 Van één dode vlieg bederft de zalf. Van een klein beetje dwaasheid bederft een wijs mens.

2 Het hart van een wijs mens weet de goede keuzes te maken. Het hart van een dwaas mens kiest voor het kwaad.

3 Wat een dwaas ook doet, hij doet het zonder verstand. Hij laat iedereen zien dat hij een dwaas is.

4 Als de koning boos op je wordt, loop dan niet kwaad bij hem weg. Door rustig te blijven voorkom je veel ellende.

5 Ik zag nog iets slechts onder de zon, iets wat gebeurt bij de machtige mensen.

6 Dwaze mensen kregen belangrijke plaatsen in de regering. Maar de wijze mensen kregen onbelangrijke baantjes.

7 Ik zag slaven op paarden zitten. Maar koningen moesten te voet gaan als slaven.

8 Iemand die een valkuil graaft voor iemand anders, zal er zelf in vallen. En iemand die een muur doorbreekt, zal door een slang gebeten worden.

9 Iemand die stenen draagt, kan gewond raken. Als je hout hakt, loop je gevaar.

10 Als je bijl bot is geworden, moet je hem slijpen. Doe je dat niet, dan moet je steeds meer kracht gebruiken.
Als je iets goed wil doen, kun je het beste met wijsheid te werk gaan.

11 Als de slang je al heeft gebeten vóór de bezwering, heeft het geen zin meer om de slangenbezweerder nog te laten komen.

12 Iedereen luistert graag naar de woorden van een wijs mens. Maar de woorden van een dwaas storten hem in het ongeluk.

13 Eerst zijn zijn woorden alleen maar onverstandig. Maar later wordt het zelfs gevaarlijk wat hij zegt.

14 Dwaze mensen praten en praten maar, terwijl niemand weet wat er in de toekomst zal gebeuren. Niemand kan zeggen wat er na zijn dood zal gebeuren.

15 Een dwaas zwoegt en zwoegt tot hij doodmoe is. Maar hij bereikt er nooit iets mee. Voor hem geldt het spreekwoord: “Hij is nog te dom om de weg naar de stad te vinden.”

16 Het zal slecht aflopen met het land waarvan de koning nog maar een kind is, of waarvan de leiders tot de volgende morgen vroeg zitten te feesten en te drinken.

17 Maar het zal goed gaan met het land waarvan de koning hard werkt en op de juiste tijd eet om zich te versterken, niet om dronken te worden.

18 Door luiheid gaan de dakbalken rotten. Door nooit wat te doen, raakt het huis lek.

19 Als je geld hebt, kun je plezier maken en vrolijk worden van de wijn. Als je geld hebt, kun je doen wat je wil. Niemand zal er wat van zeggen.

20 Vervloek nooit je koning, zelfs niet in gedachten. Vervloek nooit een rijk man, zelfs niet in je slaapkamer waar je denkt dat niemand je hoort. Want de vogels zouden het kunnen horen. Ze zouden kunnen doorvertellen wat je hebt gezegd.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Bestaat Satan echt?

Standaard

categorie : religie

.

.

Problemen waar we mee te maken hebben
.
.
.

Wie is Satan? Bestaat hij echt?

.

Sommige moderne wetenschappers zeggen dat Satan niet echt bestaat. Ze beweren dat hij gewoon aan de fantasie van mensen is ontsproten. Deze controverse is niet nieuw. „De sluwste streek van de Duivel”, schreef de negentiende-eeuwse dichter Charles Baudelaire, „is dat hij ons ervan probeert te overtuigen dat hij niet bestaat.”

Bestaat Satan echt? En zo ja, wat is dan zijn oorsprong? Is hij de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren? Hoe kunnen we zijn slechte invloed vermijden? Is Satan de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren?

.

Wat de Bijbel zegt

.

De Bijbel beschrijft Satan als een bestaand persoon die zich in het onzichtbare geestenrijk bevindt ( Job 1: 6 ). Er wordt in verteld over zijn kwaadaardige en meedogenloze eigenschappen en zijn slechte daden ( Job 1: 13-19 ;  Job 2: 7 en 8 ; 2 Timotheüs 2 : 26 ). Er staan zelfs gesprekken in die Satan met God en met Jezus heeft gevoerd. (  Job 1 : 7 – 12 ; Mattheüs 4: 1 – 11 ).

Wat is de oorsprong van dit slechte wezen? Lang voordat de mens bestond, schiep God zijn ’eerstgeboren’ Zoon, die ten slotte bekend kwam te staan als Jezus ( Kolossenzen 1: 15 ). Na verloop van tijd volgde de schepping van andere „zonen Gods”, engelen genoemd ( Job 38: 4 – 7 ). Die waren allemaal volmaakt en integer. Maar een van die engelen werd later Satan.

De naam Satan kreeg hij niet toen hij werd geschapen. Het is een beschrijvende naam die  „Tegenstander, Vijand of Beschuldiger” betekent. Hij werd pas later Satan genoemd omdat hij een levenswijze koos waarmee hij tegen God in opstand kwam.

In het hart van dit geestelijke schepsel ontwikkelden zich gevoelens van trots en wedijver tegenover God. Hij wilde dat anderen hem gingen aanbidden. Toen Gods eerstgeboren Zoon, Jezus, op aarde was, probeerde Satan hem zelfs zover te krijgen dat hij „een daad van aanbidding” voor hem verrichtte ( Mattheüs 4: 9 ).

Satan „stond niet vast in de waarheid” ( Johannes 8: 44 ). Hij suggereerde dat God een leugenaar was, terwijl hij in feite zelf de leugenaar was. Hij zei tegen Eva dat ze als God kon zijn, terwijl hij zelf als God wilde zijn. En door zijn leugenachtige gedrag verwezenlijkte hij zijn zelfzuchtige verlangen. Voor Eva werd hij iemand die hoger was dan God. Door Satan te gehoorzamen, aanvaardde Eva Satan als haar god ( Genesis 3: 1 – 7 ).

Door tot opstand aan te zetten maakte deze engel, in wie ooit vertrouwen werd gesteld, zichzelf tot een tegenstander en vijand van God en de mens. Ook de naam „Duivel”, die „Lasteraar” betekent, werd aan de beschrijving van dit goddeloze wezen toegevoegd.

Deze aanstichter van de zonde beïnvloedde ten slotte andere engelen op zo’n manier dat ze God ongehoorzaam werden en zich bij hem aansloten in zijn opstand ( Genesis 6: 1 en 2 ; 1 Petrus 3: 19 en 20 ). Die engelen maakten de situatie van de mensheid er niet beter op. Omdat ze Satans zelfzuchtige gedrag navolgden, werd de aarde „met geweldpleging vervuld” ( Genesis 6: 11 ; Mattheüs 12 : 24 ).

.

.

Satan in de sport

Pasteltekening van John Astria

.

Hoe krachtig is Satans invloed?

.

Een misdadiger zal op de plaats van een misdrijf misschien zijn vingerafdrukken verwijderen in een poging geen sporen van zijn identiteit achter te laten. Maar als de politie arriveert, weten ze dat als er een misdaad is gepleegd, er ook een misdadiger moet zijn. Satan, de oorspronkelijke „doodslager”, probeert te voorkomen dat hij sporen van zijn identiteit achterlaat ( Johannes 8: 44 ; Hebreeën 2: 14 ).

Toen hij met Eva sprak, verborg hij zijn identiteit achter een slang. In deze tijd probeert hij zich nog steeds te verbergen. Hij heeft ’de geest van de ongelovigen verblind’, zodat de reikwijdte van zijn krachtige invloed wordt verhuld ( 2 Korintiërs 4: 4 ).

Maar Jezus zei dat Satan het criminele meesterbrein is achter de corrupte wereld waarin we leven. Hij noemde hem „de heerser van deze wereld” ( Johannes 12: 31 en 16: 11 ). „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze”, schreef de apostel Johannes ( 1 Johannes 5: 19 ).

Satan ’misleidt de gehele bewoonde aarde’ en maakt daarbij een doeltreffend gebruik van „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft” ( 1 Johannes 2: 16 ; Openbaring 12: 9 ). Hij is degene die door de mensheid in het algemeen wordt gehoorzaamd.

Net als Eva maken degenen die Satan gehoorzamen, hem eigenlijk tot hun god. Daarom is Satan „de god van dit samenstel van dingen” ( 2 Korintiërs 4: 4 ). De gevolgen van zijn overheersing omvatten huichelarij en leugens; oorlog, marteling en vernieling; misdaad, hebzucht en corruptie.

.

.

Satan, de tegenstrever

Pasteltekening van John Astria

.

Hoe we zijn invloed kunnen vermijden

.

De Bijbel waarschuwt: „Houdt uw zinnen bij elkaar, weest waakzaam, omdat ’uw tegenstander, de Duivel, rondgaat als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden ” ( 1 Petrus 5: 8 ). Hoewel dit een ernstig stemmende Schriftplaats is, is het geruststellend te weten dat alleen degenen die niet hun zinnen bij elkaar houden — zij die niet waakzaam blijven — „door Satan zullen worden overmeesterd” ( 2 Korintiërs 2 : 11 ).

Het is van levensbelang dat we erkennen dat Satan echt bestaat en dat we ons door God ’standvastig en sterk laten maken’. Op die manier kunnen we ons standpunt tegen Satan innemen en ons aan Gods kant opstellen ( 1 Petrus 5: 9 en 10 ).

.

.

.

.

Waarom laat God de duivel mensen kwellen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Als u het lijden van een ander kon verlichten, dan zou u dat vast doen. Reddingswerkers haasten zich vaak naar de plaats van een natuurramp om lijden te verlichten en het leven van volslagen onbekenden te redden. Iemand zou zich daarom kunnen afvragen: waarom bevrijdt God ons eigenlijk niet van de Duivel, die verantwoordelijk is voor onnoemelijk veel menselijk leed?

Die vraag zou beantwoord kunnen worden aan de hand van een illustratie over een belangrijke rechtszaak. De moordenaar, die wanhopig probeert het proces stil te leggen, beweert dat de rechter zijn gezag in de rechtbank op een oneerlijke manier uitoefent. Hij zegt zelfs dat de rechter getuigen heeft omgekocht. Daarom worden er talloze extra getuigen aan het woord gelaten.

De rechter weet dat de uitgebreide procedures veel moeite gaan kosten en hij wil graag dat de zaak zonder onnodig uitstel afgehandeld wordt. Tegelijkertijd beseft hij dat als hij tot een oordeel wil komen dat een precedent schept voor mogelijke toekomstige zaken, beide partijen voldoende tijd moeten krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Om tot een oordeel te komen dat een moreel precedent schept, moeten beide partijen voldoende tijd krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Wat heeft deze illustratie te maken met een beschuldiging die de Duivel, ook „draak”, „slang” en „Satan” genoemd, inbracht tegen God, ’de Allerhoogste over heel de aarde’? (Openbaring 12:9 ; Psalm 83:18) Wie is de Duivel eigenlijk? Waarvan heeft hij God beschuldigd? En wanneer zal God zich van hem ontdoen?

 

 

De Alfa en de Omega : strijd met de duivel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er wordt een moreel precedent geschapen

 

Oorspronkelijk was degene die de Duivel werd een volmaakt geestelijk schepsel, een van Gods engelen (Job 1:6, 7). Hij maakte zichzelf tot de Duivel toen hij geobsedeerd raakte door een egoïstisch verlangen naar aanbidding door mensen. Daarom trok hij Gods recht om te regeren in twijfel en insinueerde hij zelfs dat God het niet verdient gehoorzaamd te worden. Hij beweerde dat mensen God alleen dienen wanneer ze met zegeningen omgekocht worden. Volgens Satan zouden alle mensen hun Schepper „vervloeken” als ze te maken kregen met moeilijkheden (Job 1:8-11; 2:4, 5).

Om die beschuldigingen van Satan te weerleggen, was een simpel machtsvertoon niet voldoende. Als Satan meteen was terechtgesteld, zou dat voor sommigen misschien zelfs een aanwijzing zijn geweest dat hij gelijk had. Daarom ondernam God, die absolute autoriteit bezit, gerechtelijke stappen om die kwesties in de geest van alle toeschouwers op te lossen.

God gaf aan dat er, in overeenstemming met zijn beginselen en met volmaakte gerechtigheid, door beide partijen getuigen zouden worden opgeroepen om een ondersteunende verklaring af te leggen van hun kant van de controverse. In de toegestane tijd hebben Adams nakomelingen de gelegenheid gekregen te leven en bij te dragen aan dit getuigenis ten gunste van God door hem uit liefde trouw te blijven ondanks moeilijkheden.

 

 

 

Hoe lang duurt het nog?

 

God is zich er sterk van bewust dat het lijden van mensen voortduurt terwijl deze gerechtelijke stappen plaatsvinden. Maar hij is vastbesloten de zaak zo snel mogelijk af te handelen. De Bijbel beschrijft hem als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3).

Het is duidelijk dat „de God van alle vertroosting” de Duivel niet langer zal laten leven dan nodig is, en ook niet zal toelaten dat de gevolgen van zijn invloed blijven bestaan. Aan de andere kant zal Hij de Duivel niet vroegtijdig vernietigen, dus niet voordat de universele rechtszaak volledig ten einde is.

Wanneer de kwesties ten slotte opgelost zijn, zal Gods recht om te regeren volledig gerechtvaardigd zijn. Het rechtsgeding tegen Satan zal tot in alle eeuwigheid als toetssteen dienen. Als iemand dat recht om te regeren ooit weer zou aanvechten, kan er naar Satans voorbeeld verwezen worden als een precedent dat niet herhaald hoeft te worden.

Te zijner tijd zal God zijn Zoon Jezus opdracht geven de Duivel te verwijderen en alles wat hij veroorzaakt heeft ongedaan te maken. De Bijbel heeft het over een tijd waarin Jezus „het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:24-26).

Gelukkig belooft de Bijbel dat er wereldwijd paradijselijke omstandigheden zullen zijn. In overeenstemming met Gods oorspronkelijke bedoeling zullen mensen in een vredig paradijs leven! Psalm 37:11 zegt: „De zachtmoedigen  zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” En in vers 29 staat: „De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.”

Sta eens stil bij het prachtige vooruitzicht dat de Bijbel schetst voor Gods aanbidders: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:3, 4).

 

 

 

 

 

 

Serpentijn of infinete stone

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Serpentijn of clinochrysotiel is een mineraal met de chemische formule (Mg,Fe)3Si2O5(OH)4. Het behoort tot de fylosilicaten.. De steen is doorschijnend tot opaak. Atlantisiet is een combinatie van serpentijn met stichtiet. Ser-pentijn wordt soms verkocht onder de naam New Jade, een imitatie van jade.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Serpentijn kan rood, geel, wit en groen zijn. De groene kleur is typisch voor het mineraal en serpentijn heeft een gemiddelde dichtheid van 2,59. Één van deze soorten valt onder asbest. De inademing van deze soort is schade-lijk voor de gezondheid.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

Het mineraal serpentijn is, net als het gesteente serpentiniet, genoemd naar het Latijnse woord serpens, dat ‘slang’ betekent. De vorm waarin de mineralen gegroeid zijn in het gesteente doet denken aan de vorm van een slang. Ook werd het vroeger wel gebruikt als geneesmiddel tegen slangenbeten. De andere naam voor serpen-tiniet, clinochrysotiel, is afgeleid van het Grieks.

 

 

 

 

 

voorkomen

 

Serpentijn is een mineraal dat gevonden wordt in die gebieden waar mantelgesteente aan de oppervlakte is ge-komen, gewoonlijk in orogenen. In Griekenland en in de Alpen is serpentijn op grote schaal aanwezig.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Serpentijn
SerpentineUSGOV.jpg
Mineraal
Chemische formule (Mg, Fe)3Si2O5(OH)4
Kleur Rood, geel, wit of groen
Streepkleur Groen
Hardheid 2,5 – 4
Gemiddelde dichtheid 2,59 kg/dm3
Kristaloptiek
Kristalstelsel Amorf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Nephilim, reuzen in de Bijbel

Standaard

 categorie : religie

.

.

In de Thora en in sommige vroege christelijke  geschriften zoals het Eerste boek van Henoch zijn nephilim (Hebreeuws:  ‘de gevallenen’) een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de beney ha’elohim (Hebreeuws: ‘de zonen van Goden’) met menselijke vrouwen.

.

maxresdefault

opgravingen van Nephilim

.

Nephilim voor de zondvloed

.

Genesis 6 : 4

“De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam”.

De ‘zonen Gods’ wordt uitgelegd als  gevallen engelen, omdat elders in de Bijbel over hen gezegd wordt dat ze hun oorsprong ontrouw geworden zijn.

Het woord nephilim wordt in sommige Bijbelvertalingen onvertaald gelaten maar meestal weergegeven als reuzen, giganten of titanen.

Een van de belangrijkste redenen voor de zondvloed was dat de ‘aarde vol geweldenarij en godslastering’ was door toedoen van onder andere de Nephilim. Met de zondvloed worden ze dan ook vernietigd.

.

.

giant-nephilim-skelleton-found

.

.

Nephilim na de zondvloed

.

Na de zondvloed wordt bericht dat er nadien toch nog ‘Nephilim’ waren. Volgens sommige Bijbelverklaringen komt dat omdat God niet verhinderde dat de zonen van God (die immers geestelijke wezens zijn en dus niet gehinderd werden door de zondvloed die wel hun aardse nakomelingen vernietigde) na de zondvloed hun ‘oneerbare’ praktijken opnieuw oppakten en weer (reusachtige) nakomelingen bij menselijke vrouwen verwekten. Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden, kwamen ze tot hun schrik deze ‘reuzen’ tegen:

.

Numerie 13 : 33

We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.

De Kanaänieten waren grotendeels afstammelingen van Nephilim en moesten daarom uitgeroeid worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken. Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor uitdrukkelijk opdracht van God:

.

Deuterononium 20 : 16-17

Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de Heer, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. AlleHetieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de Heer, uw God, u heeft opgedragen…”.

Het nageslacht van deze Nephilim was bekend onder diverse namen. Wij lezen van

  • Anakim (Enakieten), die van Anak afstammen ;

.

Numeri 13 : 28

Behalve dat het een sterk volk is, hetwelk in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.

  • Refaim, die van Rafa (Refaïeten) afstammen;
  • Zamzummims, Emims (Emieten), Avims enz.

Iedereen deelde de kenmerken van reusachtig, lang en sterk te zijn.

.

Deuterononium 3 : 11

Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el. 

Als we voor deze el ongeveer 52 cm nemen dan zou dit bed 4,68 meter lang en 2,08 meter breed moeten zijn geweest.

Maar de Israëlieten volbrachten de opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van deze volkeren. In latere tijden na de intocht wordt daarom soms nog over Nephilim of reuzen verhaald. Sommige van deze reuzen droegen speren die tussen de vijf en vijftien kilo wogen.

De reus Goliath uit de tijd van David, waarschijnlijk ook nog een van de Nephilim, droeg een pantser dat bijna honderd kilo woog en het werd gezegd dat hij ongeveer negen voet (± 2,70 meter) lang moest zijn geweest.

Sommige van die reuzen hadden volgens de Bijbel zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet. Dit komt tegenwoordig ook nog voor, enkele per duizend, bij mensen met een bepaalde genetische afwijking. Overigens zijn deze mensen meestal van gewone lengte.

.

.

1

nephilim skeletten

.

Zaad van de slang en zaad van de vrouw

.

Bij de bestudering van al deze Bijbelteksten over de reuzen komen we tot de conclusie dat zij echt wel hebben bestaan! De eerste reuzen kwamen we reeds in Genesis 6:4 tegen, dus vóór de zondvloed. Wij lazen in talrijke Schriftgedeelten, dat er ook na de zondvloed weer reuzen hebben bestaan tot aan de tijd van de koningen toe. De laatste reuzen werden door koning David en zijn leger uitgeroeid.

God kon deze bastaards en hun moeders beslist niet in leven  laten omdat voor Hem de vermenging tussen de afvallige zonen Gods en de dochters der mensen een gruwel was. Maar waarom eigenlijk? Wat zat daar meer achter? Het kon toch niet zo zijn dat het hierbij puur om seksueel genot ging, ook al stond erbij vermeld dat de dochters der mensen mooi waren? Dat klopt! Er schuilt inderdaad meer achter!

Het was ook absoluut geen spontane actie van deze hemelwezens, maar van tevoren heel zorgvuldig door een kwaad brein bedacht en gepland! Achter dit hele scenario zat niemand anders dan de satan zelf! Maar wat was precies zijn doel? Voor het antwoord op deze vraag moeten we  terug naar de zondeval van Adam en Eva.

De reactie van God op de zondeval lezen wij in de verzen :

“Daarop zeide God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen!”

Vanaf dat moment wist de satan dat uit het zaad van de vrouw zijn Tegenstander zou opstaan, die volgens deze profetie uiteindelijk satans kop zal vermorzelen, ook al zal hij zich fel daartegen verzetten. Om dit te voorkomen wilde de satan ervoor zorgen, dat het zaad van de vrouw vermengd zou worden met zijn zaad, zodat er geen sprake meer kon zijn van het zaad van de vrouw. Dientengevolge kon ook nooit sprake zijn van het vermorzelen van zijn hoofd!

Daarom hebben afvallige zonen Gods, die de kant van de satan hadden gekozen, zich op diens bevel bewust vermengd met de dochters der mensen, en zo ontstonden de reuzen. Als God derhalve een basis wilde verschaffen om de mensheid te laten voortbestaan, dan kon Hij geen besmet menselijk nageslacht toestaan dat niet van Adam afkomstig was, en was het voor Hem nodig om de zondvloed over de aarde te brengen.

Het is verbijsterend om te zien hoe de satan al vanaf het begin getracht heeft om Gods heilsplannen te dwarsbomen, want wat zou anders het dieper liggende motief van deze ontrouwe zonen Gods geweest zijn, dan een poging om het menselijk ras dermate genetisch te manipuleren dat de komst van de Messias Yeshua (Jezus) in het vlees hierdoor onmogelijk zou worden.

Yeshua zou nooit geboren kunnen worden uit een demonisch gedrocht, maar het is ronduit geweldig om te zien hoe God in Zijn wijsheid steeds weer alles in de goede banen weet te leiden. Tegen alle menselijke verwachtingen in konden de sterke machten die tegen Israël streden, het niet verslaan en vernietigen. In de Bijbel staat dat de reuzen zo hoog als de ceders waren en zo sterk als de eiken. En toch waren de Israëlieten in staat om deze reuzen te verslaan, want de Eeuwige was met hen en had hen de overwinning belooft.

Daarom zegt Hij tegen de kinderen van Israël: “Al waren die groot als ceders en sterk als eiken, Ik heb hen met wortel en tak uitgeroeid!”. De God van Israël is een God die wonderen doet, ook in uw en in mijn leven. Als wij volledig op Hem vertrouwen en ons geheel aan Hem overgeven, dan kunnen ook wij al die ‘reuzen’ verslaan, die wij in ons leven tegenkomen.

.

1 Johannes 4:4

“want Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst!”

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA