Tagarchief: akker

De Maya’s en hun doden.

Standaard

categorie : religie

 

 

.

eenaltaarwatgemaaktwerdomdeoprichtervandedierentuinteherdenkenopdedagvandedoden

.

 

Het ritueel voor de gestorvene heeft veel gemeen met het ritueel voor het zaaigoed, dat daarna aan Moeder Aarde wordt toevertrouwd.


Rigoberta Menchú

 

Voor ons, Maya’s, is met de dood het leven niet afgelopen. Wie sterft, gaat als het ware door een poort en bereikt een hogere vorm van bestaan. Sterven is voor ons geen verlies maar winst. De persoon die sterft, maakt promotie en heeft ook meer macht dan toen hij nog leefde.

De gestorvenen blijven verbonden met hun familie, maar niet op voet van gelijkheid. De doden hebben meer macht dan wij die nog in leven zijn. Zij zijn ook in staat invloed uit te oefenen op ons bestaan. Daarom is het belangrijk in vrede te leven met de gestorvenen, door steeds aan hen te denken, hun wil te eerbiedigen en hen te betrekken bij alle belangrijke gebeurtenissen in ons leven. Ook moeten wij de doden vergiffenis vragen wanneer zij boos op ons zijn, want anders sturen zij ons ziektes of angstige dromen.

De gestorvenen verschijnen in onze dromen. Daaruit blijkt ook dat zij voortleven en naar ons terug kunnen keren. Zij zoeken contact met ons, om ons leven richting te geven. Ze zijn voor ons een hulp, om onderscheid te maken tussen goed en kwaad en om orde te bewaren. Wanneer de doden zien dat de zaken niet goed gaan in de familie, wanneer kinderen niet aan hun ouders gehoorzamen, kunnen zij ingrijpen door raad te geven en soms door te straffen.

Wanneer wij in onze gebeden en bij belangrijke gebeurtenissen de gestorvenen vergeten, dan kunnen zij boos op ons worden. Alleen via rituelen, waar kaarsen, missen, wierook, muziek en een gemeenschappelijke maaltijd onderdeel van zijn, kunnen wij de doden weer tot rust brengen.

 

 

.

Allerheiligen

.

Talrijke symbolen en gebruiken onderstrepen bij ons de band tussen levenden en doden, maar het hoogtepunt vormt ongetwijfeld de viering van Allerheiligen op 1 en 2 november. Dat feest is niet alleen belangrijk voor de afzonderlijke families, maar ook voor de gemeenschap als geheel. Allerheiligen heeft voor ons meer betekenis dan Kerstmis of het feest van de patroonheilige.

Op Allerheiligen verzamelt heel de familie zich rond het huisaltaar. Daar vindt de ontmoeting plaats tussen ons, die aan deze kant van de dood leven, en de gestorvenen, die aan de overzijde zijn. Die krijgen bij deze gelegenheid verlof om terug te keren naar hun huis om deel te nemen aan het feest. Ook personen die buiten de gemeenschap wonen, keren met Allerheiligen terug naar hun geboortedorp.

De viering van Allerheiligen bereiden wij met veel zorg voor. We versieren de huizen met bloemen en dennennaalden, en bij de ingang van het dorp worden bogen opgericht. In huis plaatsen we manden met geurig fruit. Overal staan kaarsen en er wordt wierook gebrand. Op het huisaltaar staat een glas water, zodat de overledene zijn dorst kan lessen na een lange reis.

Op het altaar ontbreken ook nooit een glas sterke drank, andere dranken zoals koffie, chocola en bier, brood, koekjes en sigaretten. Voor overleden kinderen worden frisdranken klaargezet. Alle families bereiden een maaltijd met de lievelingsgerechten van de overledene. Ook al kunnen zij die gerechten niet opeten, zij snuiven wel de heerlijke geur op. Juist omdat we de overledenen niet kunnen zien, spelen geuren zo’n belangrijke rol in het contact tussen levenden en doden.

Op Allerheiligen zelf is de familie bijeen om de overledenen te ontvangen. Samen noemen we de namen van allen die gestorven zijn en we heten hen welkom. We brengen in herinnering hoe de overledenen geleefd hebben, wat ze voor ons hebben betekend, het voorbeeld dat ze ons hebben nagelaten. We vragen hun vergiffenis, bijstand en bescherming. We geven uiting aan onze vreugde omdat de gestorvenen ons bezoeken, maar we tonen ook ons verdriet omdat zij er niet meer zijn.

We vertellen de doden hoe het met ons gaat, welke zorgen en problemen we hebben, hoe goed het was toen zij nog leefden. Alles gebeurt spontaan. In geïmproviseerde gebeden worden herinneringen opgehaald, worden zorgen gedeeld, wordt dank uitgesproken en hulp gevraagd. Soms wordt er ook gedanst. Eerst wordt er muziek gespeeld waar de doden op dansen, en daarna is het de beurt aan alle genodigden.

Na de gebeden, die eigenlijk meer een gesprek zijn met de gestorvenen, eet heel de familie samen. Ook de gasten eten mee. Het is een heilige maaltijd die levenden en doden met elkaar verbindt. Toch vindt de viering van Allerheiligen niet alleen binnenshuis plaats. Ook op de graven van de doden worden voedsel, kaarsen, wierook en sterke drank geplaatst, en ook daar wordt samen gegeten.

Sterke drank vormt een vast onderdeel van elke viering van de Maya’s, en ook bij de herdenking van de gestorvenen neemt sterke drank een centrale plaats in. Een deel wordt daarbij opgedronken en een gedeelte wordt op de aarde gesprenkeld. Daarmee drukken wij uit dat levenden en doden bij elkaar horen. Op Allerheiligen toosten we met de gestorvenen op het leven en op alle waardevolle dingen die onze voorouders ons hebben nagelaten.

.

 

Alfeniques_5

.

 

 

Bijzondere gasten

.

De gestorvenen zijn iedere dag bij ons. Ze zijn aanwezig bij alle belangrijke familiegebeurtenissen, bij geboorten, huwelijken en verjaardagen, bij het zaaien, bij de oogst en bij ziektes. De doden zijn bijzondere gasten die we in ere houden en voor wie we ook bevreesd zijn. Zij zijn onze wortels. Zij verbinden ons met onze voorouders. Zij smeden een band tussen de verschillende families en geven ons als Maya’s een eigen gezicht.

De doden behouden ook een sterke band met de aarde. Zij willen niet dat de grond die ze altijd hebben bewerkt in vreemde handen komt. Zij blijven eigenaar van de grond die bestemd is voor hun nakomelingen. Die ontvangen in hun dromen aanwijzingen voor het bewerken van de grond, hoe zij moeten omgaan met het vee. Kortom, door de grond blijft de overledene verbonden met deze wereld en met zijn familie.

Wanneer wij de grond gaan bewerken, spreken wij gebeden uit op de vier hoeken van de akker. Daarbij gedenken wij onze voorouders van wie we de grond ontvangen hebben met de woorden: “Aan u hebben we dit alles te danken.” Wanneer er ruzie uitbreekt tussen kinderen over het verdelen van de grond, dan komt – in dromen en verschijningen – de overledene tussenbeide om het probleem op te lossen.

De doden zijn vertrokken, maar zij vergeten hun familie niet. Personen die sterven, zeggen tegen hun kinderen: “Vanaf de overkant blijven wij naar jullie kijken, zien wij naar jullie om.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Advertenties

De weg van mystieke wijsheid

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

.

 

 

.

In haar boek Scivias maakt Hildegard von Bingen duidelijk dat men niet

zomaar in de mystieke wijsheid kan  worden ingewijd,

maar dat daar een rijpingsweg aan voorafgaat die stap 

voor stap moet worden afgelegd.

Zij hoort Gods stem de volgende woorden zeggen:

 

 

HET GEESTELIJKE KOMT NIET VANZELF:

.

‘Velen willen een spel met Mij spelen. Zonder enige inspanning van hun ziel en hun verstand
willen ze tot Mij naderen. Zij staan er niet bij stil dat ze Mij eerst moeten aanroepen, zich
moeten bezinnen op wat hun lichaam vraagt. Zij willen Mij alleen maar in bezit nemen. Als
iemand die uit een diepe slaap ontwaakt, storten ze zich naar eigen goeddunken, in een
plotselinge, misleidende opwelling op de weg van de heiligheid. 

Zij willen gemak: God moet hun dienaar zijn, en al hun wensen vervullen. Aan dergelijke
aanmatiging verleen Ik geen genade. Ik wil niet zaaien in de lege akker van een mens die zo
zelfingenomen zoekt zich met Mij te verenigen, als een vreemdeling die Mij niet kent. 
Mens, waarom heb je de akker van je ziel niet geïnspecteerd, en het onkruid, de doornen
en de distels uitgerukt?

Je had Mij moeten aanroepen, en jezelf moeten onderzoeken, voordat je zonder zelfkennis,
als een beschonkene en waanzinnige tot Mij kwam, want zonder mijn hulp ben je niet in staat
een lichtend werk te volbrengen. Wanneer je Mij zo onbezonnen, als in de slaap, hebt gezocht,
zul je door verveling worden aangegrepen. 

.

 

 

WAT DE GEESTELIJKE WEG KAN GEVEN:

.

Waartoe ben je met Mij in staat? De stralendste werken, die feller stralen dan de glans van
de zon en zoeter zijn dan honing en melk voor wie ernaar verlangt. Wees volhardend in je zoeken naar Mij en ik zal je helpen. Ik zal rozen en lelies en andere welriekende kruiden der deugd in je akker zaaien. En ik zal hem voortdurend bevochtigen door de inspiratie van de Heilige Geest.

Ik wil Mij met jou verenigen en jouw pijn delen. Jouw schepper heeft je de beste schat
gegeven, een levende schat: je verstand. Vervuld van de troost van de Heilige Geest zul je in wijsheid onderscheiden wat goed is, en nog grotere werken volbrengen. Met een fel brandende liefde zul je je Vader verheerlijken, die je dit alles in zijn goedheid heeft gegeven.’

 

 

.

VOORBEELD OVER DE ‘(ON)DEUGDEN’: ONGEHOORZAAMHEID – GEHOORZAAMHEID

.

Ook in de tijd van Hildegard was er kennelijk sprake van aanvechting van het geloof en onzekerheid, zoals blijkt uit de volgende dialoog in haar boek ‘Liber Vitae Meritorum’:

.
De Ongehoorzame (‘Inobedientia’) zegt daarin:

.
“Wij zijn de rechtmatige filosofen en wij zijn wijzer dan alle anderen. Zo veel meesters hebben  ons voorschriften opgelegd naar hun eigen goeddunken; moeten wij handelen naar hun wil? Wat een onzin. Wat ik mijzelf voorschrijf, daarvan weet ik precies wat ik eraan heb en welk nut het heeft. Ik moet datgene doen wat ik kan zien en bevatten en waarvan ik het nut inzie’.

 

.
Ook het Ongeloof (‘Infidelitas’) spreekt zich op een dergelijke wijze uit:

.
‘Ik ken geen ander leven dan dit hier wat ik kan zien, voelen en begrijpen.  Hoe ik verder ook zoek en speur, en wat ik ook te zien, te horen en te weten kom, ik vind geen andere werkelijkheid. Alleen dat wat ik zie, dat weet ik’.

.
Het valt niet mee een dergelijke opvatting te weerleggen, men kan hoogstens proberen de
eenzijdigheid van deze zienswijze aan te tonen.

 

.

Zo zegt de Gehoorzaamheid (‘Obedientia’) :

‘Ik weerklink als een citer op het bevel van zijn Woord.  Ik streef niets na dan wat van God komt, daar ik van Hem uitging. Uit Hem ben ik gegroeid en ik wil geen andere God’.

Ook het Geloof ( ‘Fides’) probeert niet de ongelovige van zijn opvatting af te brengen; zij
verweert zich alleen tegen het gerationaliseer, en bekent dat zij ‘een spiegel van God’ zou
willen zijn.

 

.

 

afbeelding-6

Oproep tot geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

DE JUISTE MAAT

.

Hildegard is zeer sceptisch over de uitwassen van ascese, waarbij mensen door een verkeerd
opgevatte vroomheid hun lichaam tiranniseren:

‘De mateloosheid van deze houding leidt hem (de mens) vervolgens tot het onverdraaglijke, en voert de onthouding in hem op tot in het overdrevene, zodat hij zich dan in zijn mateloosheid ook geoorloofde dingen onthoudt en tenslotte ook een afkeer van andere deugden krijgt.

In de waan dat hij terugkeert tot de gerechtigheid en dat hij overloopt van nauwgezetheid, zet hij voor zichzelf de valstrik van de vermoeidheid, omdat hij met een dergelijke buitensporige onthouding de breekbaarheid van de moed en de achtzaamheid negeert. Tenslotte twijfelt hij eraan of hij zich noch wel staande kan houden, en loopt zo in de valkuil van de vertwijfeling’.

 

.

 

LOFZANG OP HET JUISTE EVENWICHT

.

‘O hoe heerlijk is de Godheid, die, terwijl Zij schept en werkt door haar schepselen, zelf haar werkelijkheid openbaart! Als de mens zijn vlees met mate voedt, is ook zijn gedrag vrolijk en aangenaam. Wanneer hij er echter op los leeft in schranspartijen en drankgelagen, dan legt hij de kiem voor elke schandelijke ondeugd.

Maar wie zijn lichaam door dwaze onthouding schaadt, loopt altijd met een nors gezicht
rond. Hoe zou de liefde in jou kunnen wonen wanneer jij niets wilt weten van medelijden met de
ziekten van andere mensen? Houd je tempel zorgvuldig op orde, zodat de groene levenskracht, waarmee jij God in liefde omgeeft, geen schade lijdt, want God heeft jouw ziel intens lief.’

.

.

 

GOD IS OOK IN JE DAGELIJKSE BESLOMMERINGEN

.

Aan bisschop Eberhard van Salzburg, die bij haar om raad vraagt, omdat oververmoeid
raakt doordat er van alle kanten aan hem werd getrokken schrijft zij:

 

‘De lichte kanten van datgene wat u wilt, beschouwt u als een huisgenoot, maar de
schaduwzijde van de moeite van de wereld als een vreemdeling. Gij laat niet toe dat zij
samenkomen en daardoor is uw geest vaak vermoeid.

Want ge ziet uw zoeken naar God en uw inspanningen voor het volk niet als een eenheid. En toch kunnen beide, zowel het hemelse als uw inzet voor het volk, gezien worden als één
deugd. Zo hing ook Christus het hemelse aan en was hij tegelijkertijd begaan met het volk’.

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA