Tagarchief: heilige geest

God zocht een vader voor Zijn zoon

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Heilige Jozef en Jezus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

 

De kerstgeschiedenis is een opmerkelijk en bijzonder verhaal. Het heeft zoveel kanten die aandacht vragen. God koos niet alleen heel zorgvuldig Maria uit, maar ook Jozef. Hij wilde dat Zijn Zoon niet alleen een moeder, maar ook een aardse vader zou hebben. En daarom zocht Hij niet een gewoon meisje uit, maar een ondertrouwd meisje als moeder voor Zijn Zoon. Wat maakt dat nu voor een verschil?

 

Als Jezus uit een ongetrouwde maagd geboren zou zijn, zou de Zoon van God een ongehuwde, alleenstaande moeder hebben gehad. Hij zou zonder een aardse vader zijn op gegroeid. Maar Maria was ondertrouwd. Dat was zoiets als verloofd, alleen had het een veel vaster karakter. Het was een schriftelijk vast gelegde overeenkomst. De ondertrouwden hadden echter nog geen seksuele omgang. Het moment daarvoor was pas na de plechtige huwelijkssluiting. Jozef hoorde bij Maria. Hierdoor plaatste God Zijn Zoon in het gezin van Jozef. Hij wist hoe belangrijk het was voor de ontwikkeling van Zijn Zoon op aarde om niet alleen een moeder, maar ook een vader te hebben.

Het geslachtsregister in Mattheus eindigt met: `Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is. Dus niet: Jozef verwekte Jezus zoals bij de voorgaande vaders. Jozef was wel de man van Maria, maar niet de biologische vader van Jezus. De goddelijke Zoon is uit de maagd Maria geboren. Toch wordt de afstamming niet gerekend via Maria, maar via de lijn van Jozef. Wettelijk was Jezus een zoon van Jozef: de eerste, dus erfgenaam. Jozef was uit het geslacht van David. En zo werd Jezus via Jozef een zoon van David. Rom. 1:4 zegt: `Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest… Gods Zoon…’

 

 

Een betrokken man en vader

 

En omdat Jozef uit het geslacht van David was, moest hij naar Bethlehem — de stad van David – om zich te laten inschrijven. Het register van zijn afstamming was dus goed bijgehouden. En tot onze verbazing nam hij zijn hoogzwangere bruid mee. Waarom doet hij dit? Had hij Maria in haar toestand niet beter thuis kunnen laten? Het is een zware tocht van 140 km dwars door het gebied van de Samaritanen heen. Maar Jozef neemt haar mee. Hij wil haar in haar omstandigheden niet alleen achterlaten. Hij wil haar beschermen tegen hoon en spot. En niet de schijn wekken dat hij Maria in de steek laat. Ze gaan samen.

En zo wordt het Schriftwoord vervuld dat Jezus in Bethlehem geboren zou worden. Het zal kenmerkend worden in hun relatie: waar Jozef is, daar is Maria en omgekeerd. Ze trekken door dik en door dun met elkaar op. Niet slechts even, maar een heel leven lang. Ze hebben dan ook een heel bijzonder geheim samen. Laten we dit in vogelvlucht bezien:

`En de herders kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef en het Kindeke, liggende in de kribbe.’ Jozef was bij de bevalling en stond haar daarin bij (Luc. 2:16). We zien ze weer samen in de tempel om hun Kind aan de Here op te dragen: vers 22 en 27. Vers 33: `En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd’. Ze beleefden de dingen samen. Vers 39: `Ze keerden samen weer terug naar Nazareth’. En dan lezen we in vers 41 dat ze samen elk jaar naar Jeruzalem reisden. Het jaarlijks opgaan naar de tempel was verplicht voor elke mannelijke Israëliet. Maar Maria ging ook mee.

Op een keer toen ze op reis waren naar Jeruzalem, raakten ze hun 12 jarige Zoon Jezus kwijt. De verontruste ouders gaan samen op zoek en zeggen tegen Hem, als ze Hem gevonden hebben: `Zie, uw vader en ik hebben u met angst gezocht’. Jozef was een betrokken vader! God bestuurde het zo dat Jezus in een eenvoudig gezin kwam, maar een goed gezin waar vader en moeder gezamenlijk optrokken, één weg gingen, samen met God!

 

 

Seksueel betrouwbaar

 

Toen Jozef bemerkte dat Maria zwanger was, wist hij het zeker: `Dat komt niet door mij.’ Hoewel hij en Maria ondertrouwd waren, hadden ze geen seksuele gemeenschap gehad. Ze hadden zelfs geen geslachtelijke omgang met elkaar tot de geboorte van de Here Jezus. Jozef werd niet beheerst door zijn seksuele driften, die werden beheerst door hem! Jozef was een man uit één stuk. Het is zo belangrijk voor een meisje om te merken tijdens de verkeringstijd dat haar `jongen’ de baas is over zijn seksuele driften. Het geeft een veilig gevoel. Want als hij zich vóór het huwelijk niet weet te beheersen, kan hij het dan wel in het huwelijk?

Want ook dan is er zelfbeheersing nodig, bijvoorbeeld bij ziekte of als de echtgenoten voor een bepaalde tijd afscheid moeten nemen. Als een man zich seksueel beheerst, krijgt hij de mogelijkheid om het innerlijk van het meisje te kennen en haar met het hart lief te krijgen. Dat deed Jozef. Uit de kerstgeschiedenis blijkt hoe zeer hij Maria lief had!

 

 

Gevoelig en toch sterk

 

Maria wist hoe het met de zaak gelegen was. Maar Jozef wist het niet. Zij wist dat ze geen omgang met een man had gehad, dat ze maagd was. Hoe kon ze dat aan Jozef bewijzen? Wat zat deze jonge vrouw in een moeilijk parket! Ze liep het gevaar van hoererij beschuldigd te worden en daar stond in Israël een hele zware straf op (peut. 22:23, 24). Maar Maria was niet bang. Ze wist dat ze onschuldig was en gaf het over aan God.
Jozef echter wist het niet. Het was voor de hand liggend dat hij dacht dat hij zich in zijn lieve Maria vergist had. Het kon niet anders dan dat ze vreemd was gegaan.

Natuurlijk zal Jozef heel verdrietig zijn geweest en teleurgesteld. Maar het valt op dat hij in deze netelige situatie waarin hij Maria heel gemakkelijk verwijten had kunnen maken, heel teergevoelig handelt. Hij houdt van Maria en is bezorgd om haar. Ook nu! Hij wil haar niet in opspraak brengen. Hij wil niet dat ze over de tong zal gaan. En daarom besluit hij om in stilte van haar weg te gaan. Jozef wilde zich aan de wet houden, die hem verbood om in deze omstandigheden Maria te trouwen. Maar hij ontziet haar zoveel als in zijn vermogen ligt. Hij loopt daarbij wel het risico zelf verkeerd beoordeeld te worden.

Men zou immers denken dat het kind van hem was en nu zijn zwangere ondertrouwde vrouw verliet… Hij verkoos barmhartigheid boven recht. Een grandioze man die Jozef! God had echt een hele goede vader voor Zijn Zoon gekozen! De Bijbel zegt dat hij zo handelde omdat hij rechtschapen was (Matt. 1:19). Het is een ouderwets woord dat staat voor integer, eerlijk, deugdzaam, oprecht. Nu moet u niet denken dat Jozef een zacht gekookt eitje was. Hij is een man zoals hij hoort te zijn: gevoelig en toch sterk.

 

 

Daadkrachtig

 

God grijpt in! Jozef krijgt een droom waarin een engel aan hem verschijnt. Die helpt hem uit de droom! Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest’ (Matt. 1:20). Maria is dus toch niet ontrouw aan hem geweest! Wat zal dat een opluchting voor hem zijn geweest. Hij nam Maria tot zich en had geen gemeenschap met haar tot Jezus geboren was (Matt. 1:25). Nog twee keer komt de engel des Heren tot Jozef en weer zien we zijn directe gehoorzaamheid en flinke wakkere handelwijze.

In Matt. 2:13 lezen we dat de engel tegen Jozef zegt dat hij moet vluchten naar Egypte, omdat Herodes zoekt het kind Jezus te doden. Reactie van Jozef: `Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte.’ Het is belangrijk dat een man leert om duidelijke beslissingen te maken. Niet als een dictator, die alleen rekening houdt met zijn eigen wensen en voorkeuren, maar als een leider die beslissingen maakt in overleg en op basis van wat het beste is voor zijn vrouw en kinderen.

 

 

Gehoorzaam aan God en mensen

 

Het is opvallend dat Jozef telkens stil is en niets terug zegt tegen de engel. Hij handelt ernaar en geeft geen tegenwerpingen. Hij had bijvoorbeeld kunnen zeggen: `Kan de Here God Zijn eigen Zoon niet beschermen? Hij kan toch een legioen engelen sturen? Hij kan Herodes toch onschadelijk maken?’ Niets van dit alles. Ze breken op en vluchten. Ze weten niet voor hoelang. De engel zei: `Totdat de Here het u zal zeggen.’ Egypte is een land vol afgoden. Geen ideale plek voor een gelovig gezin om te wonen. Maar geen gezeur, geen gemopper, geen bezwaren. Jozef gaat onmiddellijk en Maria gaat met hem mee.

 

 

Hoofd van het gezin

 

Het valt op in het verhaal dat de engel des Heren zich steeds richt tot Jozef en niet tot Maria. Jozef doet niet voor spek en bonen mee. Hij leeft niet in de schaduw van de meest begenadigde vrouw die er ooit geleefd heeft, omdat zij de Zoon van God gebaard heeft. De Here geeft hem de leiding over het gezin, zoals aan elke vader. God verkoos deze man als vader voor Zijn Zoon. Hij was een man naar Gods hart.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Het gezag van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Universeel geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  • Het gezag van de Bijbel is het goddelijke zeggenschap ervan. Gods woord heeft het voor het zeggen, meer dan het woord van mensen of geesten. Zelf dient de Heilige Schrift zich bij ons aan als de enige regel van geloof en leven, en eist van alle mensen, dat zij geloofd en gehoorzaamd wordt. Alle ander gezag moet voor het hare wijken, Hand. 17 :11, Hebr. 4 :12, Openb. 22 :18 en 19.

 

Handelingen 17 : 11  > En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.

Hebreeën 4 : 12  > Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Openbaring : 18-19Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
  • Het absoluut goddelijk gezag van de Heilige Schrift vloeit voort uit haar goddelijke ingeving.

 

  • De gehele Heilige Schrift heeft dit gezag. Schrift en Woord van God zijn voor ons benamingen, die hetzelfde betekenen. Heel de Bijbel is het eigen Woord van God.

 

  • De erkenning van het gezag van de Schrift hangt samen met de opvatting van de ingeving der Schrift. Ofschoon alle Schrift door God is ingegeven en derhalve gezaghebbend is, zijn er theologen die menen dat slechts een deel van de Schrift is ingegeven of dat alleen de uitgedrukte gedachte, niet de bewoording, is ingegeven. De oude theologische richting der Ethischen leerde niet: De Bijbel is Gods Woord, maar: Gods Woord is in de Bijbel. Het verschil is duidelijk. Is Gods Woord in de Bijbel, dan bevat deze niet alleen veel dat niet Gods Woord is, maar dan moet ook de mens uitmaken, wat wel en wat niet als Gods Woord moet worden erkend. En dan komt de mens, in plaats van onder het gezag van het Woord, boven het Woord te staan.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

  • In de theologische kring der Modernen (vrijzinnigen) wordt het gezag van de Schrift geheel terzijde gesteld. Wel acht men haar van grote religieuze betekenis, maar dan vooral het Nieuwe Testament. Van bijzondere waarde wordt beschouwd wat Jezus Zelf heeft gezegd, vooral in de Bergrede (Matth. 5-7). Maar we weten van Jezus niets dan uit de geschriften van evangelisten en apostelen. Zijn die nu onbetrouwbaar, wat waarborg is er dan, dat men met voldoende zekerheid kan weten wat Jezus gesproken heeft?

Mattheüs 5 : 7  > Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

 

  • De Schrift ontleend haar gezag aan haar goddelijke ingeving: aan de goddelijkheid van haar oorsprong en inhoud, en niet aan de Kerk. Indien de Schrift haar gezag ontleende aan de Kerk, zou de Kerk boven het Woord Gods staan. Maar het is juist omgekeerd. De Schrift staat boven de Kerk, die steunt op het fundament van apostelen en profeten. De Heilige Schrift heeft door zichzelf gezag, en moet om zichzelf aangenomen en geloofd worden.

 

  • Ten opzichte van het goddelijk gezag van de Schrift moet onderscheid worden gemaakt tussen norma-tief gezagen historisch gezag. Niet alle woorden en feiten in de Schrift hebben normatief gezag, d.w.z. gelden als regel voor geloof en leven. Er komen in de Schrift woorden voor van goddeloze mensen, zelfs van de duivel. Ook worden er van Gods kinderen zondige daden meegedeeld. Dat God deze woorden en daden in de Schrift heeft doen opnemen, is niet opdat wij die zouden navolgen, maar om ons te waar- schuwen. Zij hebben echter historisch gezag, want onder leiding van de Heilige Geest is de mededeling van deze woorden en daden geschiedkundig juist en betrouwbaar; in verband met de woorden en daden van God, zijn ze ook tot lering beschreven.

 

  • Hoe komen wij nu tot de erkenning van het goddelijk gezag van de Schrift? Niet door wetenschappelijk onderzoek. Dit kan ons nooit de echtheid en de geloofwaardigheid van de Schrift bewijzen, want wat heden wordt voorgedragen aan wetenschappelijk bewijs, wordt straks door andere onderzoekers als onhoudbaar verworpen. Bovendien, indien het gezag van de Schrift op wetenschappelijk onderzoek rusten moest, dan zag het er treurig uit voor de ongeleerde mensen, die de resultaten van de wetenschap niet beoordelen kunnen. Dezen zouden zich dan geheel naar het oordeel van de geleerden hebben te schikken.

 

 

De mens in geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • God de Heere heeft in Zijn ontferming echter gezorgd, dat er een weg is, waardoor eenvoudigen en geleerden, tot de erkenning komen van het gezag van de Schrift. Maar die weg is een geheel enige. Wij leren nl. het gezag van de Schrift aanvaarden, alleen en uitsluitend door het getuigenis van de Heilige Geest en wel: 

 

a) in de Schrift zelf,

b) in de Kerk der eeuwen,

c) in ons hart.

 

 

1. Allereerst is er het getuigenis van de Heilige Geest in de Schrift zelf. De Heilige Geest getuigt in de Schrift, dat Hij de auteur van de Schrift is.

 

2. Ten tweede is er een getuigenis van de Heilige Geest in de Kerk van alle eeuwen. De christelijke Kerk is onder het gezag van de Heilige Schrift geboren en opgegroeid. Over welke dogma er ook verschil mocht zijn, over het gronddogma, het gezag van de Schrift, is nimmer gestreden. Dit gezag stond tot de achttiende eeuw toe in alle kerken en onder alle christenen vast.

 

3. Tenslotte is er een getuigenis van de Heilige Geest in ons hart. Dit is het voornaamste, want het wordt door de wedergeboorte ons geschonken. De Heilige Geest werkt zo in ons hart, dat we amen leren zeggen op Zijn werk in Zijn Woord. Door onszelf te ontdekken als zondaren, en in de Heere Jezus de Zaligmaker te doen zien, Joh. 17:3, brengt Hij ons tot de erkentenis dat de Heilige Schrift Gods Woord is.

Johannes 17 :3  > En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enigen waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.

 

 

  • De verwerping van het gezag van de Schrift is niet, zoals het ongeloof voorgeeft, een kwestie van onbevooroordeeld wetenschappelijk onderzoek. Uit het hart, niet uit het hoofd, komt alle verwerping voort van het Woord Gods. Omdat de mens van nature een vijand is van God, is hij het ook van Gods Woord.

 

 

Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Heilige Geest tot op Golgotha

Standaard

categorie : religie

 

Johannes 11: 24-26

 

24 Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. 25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; 26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?

 

Genade en kennis door de Heilige Geest

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vergeving door geloof

 

Dit is de belangrijkste zin uit het Nieuwe Testament. Christus zegt in dit citaat dat geloven in Hem voldoende is om eeuwig leven te bekomen. Wie erkent dat Christus op de wereld kwam als zoenoffer voor onze zonden is gered. Jezus werd gezonden als de enige zoon van God en bleef hem trouw ondanks al de vernederingen en pijnigingen tot in de dood, Zo werd hij de eerste zondeloze mens.

Satan,de duivel,werd zo definitief verslagen. Het kwade weet dat zijn dagen spoedig geteld zullen zijn. Zijn beloning is de eeuwige vuurpoel samen met de gevallen engelen en ongelovigen. Wie dus Jezus Christus vraagt om in zijn hart te komen wonen en vergiffenis vraagt om zijn zonden krijgt die vergeving altijd. Maar kan elke zonde vergeven worden? Het antwoord is neen.

 

 

Zondigen tegen de Heilige Geest

 

Een onvergeeflijke zonde wordt beschreven in Marcus 3 en Matteüs 12. Deze passages gaan over het werk van Jezus. Alom was bekend, dat Hij herhaaldelijk in het openbaar satan en zijn demonen versloeg. Velen hebben zich afgevraagd, wat dit nou eigenlijk voor zonde was. Als u deze verzen leest (ze staan hieronder vermeld), houd dan in gedachte, dat de bedoeling van Jezus Christus’ bediening was om de duisternis rechtstreeks met het licht te confronteren in een openlijke strijd tussen goed en kwaad. De enige in het hele universum, die machtiger is dan de Boze, is God. Hij is de enige met genoeg macht om Satan zelf te binden en hem te dwingen te verdwijnen.

 

 

 

 

 

Marc. 3:22-30 

 

“En de schriftgeleerden die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij heeft Beëlzebul,’ en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit.’ …’Voorwaar, Ik [Jezus] zeg u, dat alle zonden aan de kinderen der mensen zullen worden vergeven, ook de godslasteringen, welke zij gesproken mogen hebben; maar wie gelasterd heeft tegen de Heilige Geest, heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar staat schuldig aan eeuwige zonde. Immers zij zeiden: ‘Hij ( Christus ) heeft een onreine geest.”

 

 

In Matt. 12:31-32 zei Jezus tot de Farizeëen:

 

“Daarom zeg Ik u: alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw noch in de toekomende”.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat is de context van deze uitspraak en wat is nu precies

de zonde die beschreven wordt?

 

“De onvergeeflijke zonde om tegen de Heilige Geest in te gaan is onherroepelijk de voortdurende verwerping van Christus  ( Joh. 3:18; 3:36 ). Dus, het vernederen van de Heilige Geest is hetzelfde als Christus verwerpen met zo’n beslistheid, dat geen toekomstig berouw mogelijk is. ‘Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven,’ zei God in Genesis 6:3.

In de context van deze speciale passage ( Matt. 12:22-32 ) zien we dat Jezus een groot scheppingswonder had gedaan, waar zowel genezing als het uitwerpen van demonen aan te pas kwam. De Farizeëen verwierpen echter dit duidelijk teken van de Heilige Geest. Zij betichtten Hem er zelfs van zijn krachten van de duivel te krijgen. Daarmee toonden ze een houding van permanente weerstand tegen de Geest en tegen de goddelijke natuur van Jezus Christus en zijn evangelie van redding.

“Jezus beschouwt dus lastering tegen de Geest dat men zijn identiteit permanent ontkent (Matt. 12:18) en Hij beschouwt dat als één van de ergste van alle zonden”.

 

 

 

Kan een christen een “onvergeeflijke zonde” begaan?

 

Het antwoord is neen, maar waarom. In Christus zijn al onze zonden vergeven. Daarom kan geen enkele christen de onvergeeflijke zonde bedrijven. Alleen een niet-wederomgeboren persoon die weigert om tot Christus te komen zal in zijn zonden sterven. Als u eenmaal Jezus hebt aanvaard, dan is dat deel van het werk van de Heilige Geest klaar. U kunt dus niet zijn werk lasteren. Natuurlijk blijft Hij constant aan u werken.

Zelfs als u eigenwijs bent en Hem weerstaat als christen, als u een onproductief leven lijdt dat vleselijk is en ongeestelijk, dan nog zijn die zonden te vergeven omdat u de Heilige Geest niet lastert. Denk eens aan wat Paulus zei:  “Er is dus geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn” ( Rom. 8:1 ).

Een ware christen kan niet een zonde bedrijven waarvoor geen vergeving is. We worden beschermd door de kracht van God. (1 Petr. 1:5). Hoewel we wel de Heilige Geest kunnen bedroeven, verzegelt Hij ons toch tegen de dag des oordeels ( Ef: 4:30 ).

 

Bevrijding van de zonden

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De goede en de slechte moordenaar op Golgotha.

 

De vier evangelisten vertellen allen hoe Jezus werd gekruisigd tussen twee misdadigers. Maar Lukas is de enige die het volgende toevoegt ( 23:39-43 ):

Ook één van de misdadigers die daar hingen hoonden Hem: ‘Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.’ Maar de andere strafte hem af en zei: ‘Heb jij zelfs geen vrees voor God nu je hetzelfde lot ondergaat? En wij terecht, want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’ Daarop zei hij tot Jezus: ‘Denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk gekomen bent.’ En Jezus sprak tot hem: ‘Voorwaar Ik zeg u, vandaag nog zult u met mij zijn in het paradijs.’

Hieruit blijkt dat er niets in de lijst van menselijke overtredingen is, dat buiten bereik ligt van de Goddelijke vergeving. ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als sneeuw.’ is de oude belofte die God aan ons mensen geeft. ‘Al waren ze rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol’ ( Jesaja 1:18 ).

Dit moet echter niet als een aanmoediging uitgelegd worden om te zondigen, maar veeleer als een terechtwijzing om zich toch te bekeren. Als de zondaar werkelijk spijt heeft en vergiffenis vraagt aan Jezus Christus, dan zal hij niet alleen vergeving ontvangen maar ook behoed worden voor terugval in de zonde. Dit leert ons het evangelie en onnoemelijk veel mensen kunnen ervan getuigen.

Er zijn in de hele wereld overal gevallen van grote zondaren, die hun boze wegen verlieten en vandaag de dag een nieuw leven hebben door de kracht van God. We hebben de verzekering van onze Redder. ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ ( Joh. 6:37 ). Er is geen veroordeling voor vergeven zonde. Jezus betaalde alles.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Hemelvaartsdag van Jezus

Standaard

categorie : religie

.

.

hemelvaart

.

.

Wat lezen we in de Bijbel over Jezus’ hemelvaart?

.

Lees mee wat Jezus zegt in Johannes 14:2 en 20:17:

In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; Ik ga heen om voor u plaats te bereiden… Ik vaar op tot Mijn Vader en tot uw Vader.

en in Mattheus 28:20

En zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld.

Jezus Christus is na zijn opstanding naar de hemel gegaan. Zijn leerlingen hebben er bij gestaan, en het ons verteld in de Bijbel. Maar dat Jezus naar de hemel ging, betekent niet dat wij Hem kwijt zijn. In de hemel blijft Hij aan de aarde denken en van daaruit bestuurt Hij ook de aarde, zelfs als u daar misschien niets van ziet. Alle macht in de hemel en op de aarde is nu aan Hem gegeven. En speciaal blijft Hij nu zorgen voor al Gods kinderen.

Jezus bidt voor mij in de hemel. Als ik struikel in mijn geloof, houdt Hij mij vast. Hij is altijd bij mij. Door zijn Woord, de Bijbel, en door Zijn Geest leidt Hij mij. Tegelijk maakt Hij voor mij een eeuwige plaats in de hemel, waar ik straks mag wonen.

Hij zorgt voor de kerk. Zelfs als zijn volgelingen bespot en vervolgd worden. Ze blijven van Hem getuigen. Hij wil dat er steeds meer mensen komen die in Hem geloven. Dat zijn zondaren net als de anderen. Maar Christus laat ze hun zonden zien en Hij biedt zichzelf aan als Verlosser. Hij nodigt ze tot zich. Hij vergeeft ze hun zonden en helpt ze te strijden tegen het kwade. Dat doet Hij in zijn liefde. Zijn bidden voor ons wordt verhoord door de Vader.

.

Jezus gaat naar de hemel 

.

Veertig dagen waren voorbij gegaan nadat Jezus was opgestaan uit de dood. Zijn vrienden, de discipelen en de vrouwen hadden hem allemaal gezien daarna. En vandaag, 40 dagen na Zijn opstanding, was Jezus weer in Jeruzalem bij de discipelen. Maar ze bleven niet in de stad, ze gingen buiten Jeruzalem, naar de Olijfberg. De discipelen luisterden goed naar Jezus want Hij vertelde hen onderweg weer zoveel mooie dingen. Ze begrepen dat Jezus niet op deze aarde zou blijven, maar weer terug zou gaan naar de hemel.

“Maar”, zei de Here Jezus, “Ik laat jullie niet alleen achter hoor, want ik zal jullie iemand zenden, die altijd bij jullie zal blijven. Hij zal jullie alles duidelijk maken, wat ik je heb verteld. Hij zal altijd bij jullie zijn en jullie leiden en alles leren over God de Vader en Mij. Dat zal De Heilige Geest, de Trooster doen. Jullie zullen nooit alleen zijn, want de Heilige Geest is een deel van God. Zijn Heilige Geest zal in jullie komen wonen”.

Jezus zei dat de apostelen terug moesten gaan naar Jeruzalem en daar moesten wachten op de Heilige Geest, die Jezus hen had beloofd.

“En als de Heilige Geest is gekomen moeten jullie aan iedereen in de hele wereld gaan vertellen dat Ik, Jezus, de Zoon van God ben. Dat ik ben gestorven aan het kruis voor de zonden van alle mensen en dat Ik ben opgestaan en leef! Als de mensen in Mij geloven mag je hen dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.


Dat was een opdracht, die Jezus hen gaf

.

Zo kwamen ze op de Olijfberg. De discipelen wisten dat Jezus van hen heen zou gaan, ze wisten dat Hij weer terug zou gaan naar Zijn Vader in de Hemel. Maar ze waren niet verdrietig, want Jezus ging daar in de Hemel een plaats klaar maken voor alle mensen, die in Hem geloven, zodat ook zij later bij Hem mochten komen wonen in de Hemel.

Jezus keek Zijn discipelen nog eenmaal vol liefde aan. Hij strekte Zijn Handen uit en zegende hen. Toen raakten Zijn voeten los van de grond. De discipelen keken vol ontzag toe en zagen hoe een wolk Jezus aan het gezicht onttrok. Zij konden Hem niet meer zien. De wolk droeg Jezus omhoog, steeds hoger tot in de Hemel, waar Hij nu nog steeds woont bij Zijn Vader.

.

.

.

.

Was hij nu voor altijd weg?

.

Plotseling stonden daar twee engelen in blinkend witte kleren bij de discipelen. “Wat staan jullie daar?” spraken de engelen. “Jezus, die jullie zojuist op hebben zien varen naar de Hemel, zal ook weer terug komen. Eens zal Hij terug komen op de wolken en dan zal iedereen Hem mogen zien”.

.

Dat was een blijde boodschap, Jezus zou terugkomen, dat had Hij beloofd.

.

En nog steeds wachten wij op de terugkomst van Jezus. Die dag komt, dat is zeker en dan zal het pas echt feest zijn. Dan komt Jezus ook ons halen en dan mogen we altijd bij Hem zijn. Er zal geen verdriet of pijn meer zijn, niemand zal nog honger hebben en er zal geen oorlog meer worden gevoerd.

.

De hemelvaart van Jezus

.

Na Zijn opstanding uit de dood ontmoet Jezus Zijn discipelen verschillende keren.Na enige tijd (40 dagen) verliet Hij hen. Hij ging niet naar een andere plaats op de aarde maar naar Zijn Vader in de hemel. We lezen in de Bijbel dat Hij van een berg opsteeg naar de hemel. Zijn discipelen waren hier getuige van. Ze bleven net zolang kijken tot Jezus door de wolken voor hun zicht verdwenen was. Waarom ging Jezus eigenlijk weg? Had Hij niet beter kunnen blijven? Als Hij nog op aarde was dan zou Hij zich aan iedereen kunnen laten zien. Toch deed Jezus het op deze manier en dat had alles te maken met de komst van de Heilige Geest.

.

.

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

pasteltekening van John Astria

.

Jezus definitief naar zijn Vader

.

En dan komt het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel gaat. Niet langer verschijnt Hij aan zijn leerlingen. “Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk”, staat in het Evangelie.

De hemel, het bij God zijn, is het uiteindelijke doel ook van ons leven. Niet in deze ‘aardse’ tijd, maar na onze dood. Jezus, door de dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij zijn uitgenodigd om daar te komen.

Nu Hij naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven en Jezus willen volgen.

.

De betekenis van hemelvaartsdag 

.

De eerste betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat zij, voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning is

.

De eerste betekenis: De hemelvaart van Christus, is voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning. Met hemelvaart wordt Christus verhoogd! Christus wordt verhoogd omdat Hij het in zijn leven hier op aarde nooit erg gevonden heeft om klein te worden en zijn eigen leven helemaal op te geven voor God. Hij heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis.

Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken. Christus heeft zijn leven helemaal in de dienst van God gestel en een leven geleid, dat precies tegenovergesteld was dan het leven van die mensen, die toentertijd de toren van Babel gingen bouwen. Zo staan wij vaak in het leven, als bouwers van de toren van Babel, om onszelf te verhogen en onszelf aan God gelijk te maken.

Christus bouwde geen eigen toren van aanzien en eer. Het leven van Christus bestond uit het verwijzen naar God de Vader. Zijn leven stelde hij beschikbaar aan God. 

De Schrift zegt op Hemelvaartsdag tegen al deze mensen: “Jullie loon zal groot zijn in het koninkrijk der hemelen!” Jullie hebben niet voor niets geleefd! Er komt een tijd dat ook jullie ooit eens zullen worden verhoogd en geëerd evenals en met Christus. 

.

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat er iemand bij is die, bij God voor ons pleit

.

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is dat er iemand is die bij God voor ons pleit.  Je mag Hem dan wel wat vergelijken met een advocaat, die voor ons de verdediging op zich neemt. Paulus zegt dat onder ons mensen niet één rechtvaardig is. Iedereen van ons breekt, met z’n voornemens.

De hemelvaart van Christus wil zeggen dat er iemand bij God is die voor ons pleit. Iemand, die tegen God zegt:  Reken hem niet af, of zijn daden. Accepteert u Hem ook zonder werken der wet. Veroordeelt u Hem niet langer. Maar spreekt u Hem vrij van de situatie waarin hij beland is! Neemt u hem de last van zijn leven af! En geeft u hem weer een nieuwe kans.

Christus staat, als wij dat willen, aan onze kant en neemt het voor ons op. Uiteindelijk zullen we ooit merken dat Christus voor ons instaat.

.

De derde betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat de wereld waarin we vandaag leven goed bestuurd wordt

.

De derde en laatste betekenis van hemelvaart ligt in de woorden van Paulus besloten, wanneer hij ergens zegt: “God heeft Christus Jezus uitermate verhoogd, opdat in zijn naam zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer!” Het mooiste is nog dat Christus naast God mag plaatsnemen om samen met Hem te regeren over onze aarde.

Dat er geregeerd wordt wil niet zeggen dat wij niets meer zouden hoeven te doen. Wij mensen zijn geroepen om van het Koninkrijk van Christus bewust deel uit te maken. Christus roept een ieder van ons op om zijn bedoelingen en bevelen op te volgen.Christus regeert door zijn Geest die onze harten aanraakt.

Zo zijn wij geroepen deel te nemen aan Christus regering over deze wereld om beelddrager van Hem te zijn en Hem na te volgen. Het leven is meer dan alleen maar chaos, het leven is geborgen in Christus.
.

Met welke titel wordt Jezus aangeduid in de volgende verzen?

.

Mt 2:2 De koning is geboren
Mt 5 :35 Jeruzalem is de stad van de grote Koning
Mt 21:5 Zie uw Koning komt op een ezelsveulen
Mt 27:11 Bent u de Koning der Joden?
Mt 27:37 Deze is Jezus de koning der Joden.
Luc 1:33 Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid.
Joh 18:37 Jezus zei: .. Ik ben een koning.

.

Wanneer is het koninkrijk der hemelen gekomen?

.

Mt 3:2 het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen
Mt 4:17 Van toen af begon Jezus te prediken: Het koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen

.

Waaruit bestond de prediking van Jezus en waarmee ging dat gepaard?

.

Mt 4:23 …. predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal
onder het volk.
1 Kor 4:20 Want het koninkrijk van God bestaat niet in woord, maar in kracht.

.

Welke opdrachten gaf Jerzus zijn discipelen? Wat is het verband tussen die opdrachten?

.

Mt 10:7 Als u nu heengaat, predikt aldus: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. 8 Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft demonen uit; u hebt het voor niets ontvangen, geeft het voor niets.
Lukas 9:1 Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen. 2 En Hij zond hen uit om het koninkrijk van God te prediken en de zieken gezond te maken.

.

.

De Heilige Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

Het koninkrijk der hemelen was nabij gekomen. Maar is dat voor iedereen zichtbaar?

.

Mt 13:10 En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen? 11 Hij nu antwoordde en zei tot hen: Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.


Markus 9 : 1 En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij hebben gezien dat het koninkrijk van God is gekomen met kracht.

Lucas 17:20 Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeen: Wanneer komt het
koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; 21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u.

Lucas 19:11 Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.

.

Voor wie is het koninkrijk wel zichtbaar en toegankelijk?

.

Joh 3 : 3 Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien.

Joh 3 : 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.

.

Wat kunnen de gelovigen nu al?

.

Heb 6:4  Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, 5 wie het weldadige woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft.

.

Wat zien we nu echter nog niet?

.

Heb 3:8 Doordat hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet.

.

Wat is er nodig om ook lichamelijk het koninkrijk te kunnen beërven?

.

1 Kor 15:50  Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.


Rom 14:17  Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Matthew, Mattheüs 12 (Part 3) : 22-32 Blasphemy against the Holy Spirit / Blasfemie tegen de Heilige Geest

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 12 (Part 3) : 22-32 – Blasphemy against the Holy Spirit

.

Mattheüs 12 (deel3) : 22-32 – Blasfemie tegen de Heilige Geest

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

Vruchten en Gaven van de Heilige Geest

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Een gave van de Geest (charisma) is een bijzondere gave van de Heilige Geest, die niet kan worden verkregen door de bemiddeling van de Kerk.

 

 

 

 

 

Genadegave

 

Charisma is een Grieks woord. Het is verwant met charis, dat letterlijk betekent: ‘iets wat iemands vreugde opwekt’. ‘Charis’ wordt in christelijk perspectief ook wel vertaald met ‘genade’. Inderdaad is een charisma een genadevolle gave: een gave die een mens onverdiend ten deel valt. Iemand die een genadevolle gave heeft ontvangen, heet een Charismaticus.

 

1. Het woord van wijsheid

Woorden, waaruit een bovennatuurlijke wijsheid blijkt. Lees Handelingen 6:3.

 

 

2. Het woord van kennis

Uitingen die blijk geven van een bovennatuurlijk inzicht, zoals bijv. het blootleggen van zaken die anders geheim zouden zijn gebleven. Lees Handelingen 5:3,4.

 

 

3. De onderscheiding van geesten

Een kennen van de ware geestelijke bron van het handelen van iemand. Het doorzien van de geest, die in en door iemand aan het werk is.

 

 

4. De gave van geloof

Een groot vertrouwen in God – het evenaart een ‘zeker weten’ – dat iets gerealiseerd zal worden tot de eer van God.

 

 

5. De gaven van genezingen

Er is verschil van mening over wat hier precies werd bedoeld: de gave om zieken te genezen of de genezing zelf. In het laatste geval is de genezing (op gebed of / en geloof) de gave van de Geest.

 

 

6. De werking van krachten/wonderwerken

Hieronder vallen ongetwijfeld ook de zeer bijzondere, ongewoon snelle genezingen waarin de scheppende kracht van God wordt gemanifesteerd, zoals bijv. het doen aangroeien van een verminkt of ontbrekend lichaamsdeel.

 

 

7. De gave van profetie

Het spreken door directe inspiratie van de Geest namens de Heer.

 

 

8. Het spreken in allerlei tongen

Het spreken in een taal die niet is geleerd en die meestal voor de spreker zelf ook onverstaanbaar is.

 

 

9. De vertolking van tongen

De vertolking van de uiting die voor de spreker zelf en de leden van de gemeente onverstaanbaar was.

 

 

 

 

 

Men spreekt ook wel over negen charismata

 

De charismata (meervoud van charisma) zijn gaven die de Heilige Geest uitdeelt aan personen met het oog op het Heil van anderen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs onderscheidt de Apostel Paulus negen charismata:

 

aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven;

aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest;

aan een derde door dezelfde Geest het geloof;

en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen,

de kracht om wonderen te doen,

de gave van de profetie,

de onderscheiding van geesten,

het vermogen om in talen te spreken

of de betekenis ervan uit te leggen.

 

Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. (1 Kor. 12, 8-11). De middeleeuwse kerkleraar Thomas van Aquino heeft deze negen charismata in zijn Summa Theologiae geïnterpreteerd. (Summa Theologiae II, IIae, qu 171 e.v.)

 

 

1 : het woord van wijsheid

Als een christen over het ‘woord van wijsheid’ beschikt, dan is hij in staa zijn mede gelovigen te helpen om uit de geloofswaarheden conclusies te trekken die de geloofsleer verrijken.

 

 

2 : het woord van kennis

Het is niet helemaal duidelijk wat het ‘woord van kennis’ precies inhoudt. Sommige theologen denken dat het woord van kennis het vermogen is om menselijke kennis in dienst te stellen van de verklaring van de Heilige Schrift.

 

 

3 : de gave van het geloof

Met het charisma van het geloof wordt niet bedoeld het vermogen om te geloven in datgene wat er is geopenbaard. Het gaat bij dit charisma volgens Thomas om een bijzondere zekerheid met betrekking tot wonderen die staan te gebeuren.

 

 

4 : de gave van de genezing

Het genezingscharisma moet worden onderscheiden van de vaardigheden van een arts. Het gaat er hier om mensen lichamelijk en geestelijk te reinigen van het Kwaad. Genezing is op deze wijze een teken van Gods verlossende kracht.

 

 

5 : het doen van wonderen

Als een gelovige een wonder verricht dan doet hij of zij dit niet uit eigen kracht, maar dankzij de Heilige Geest. Het doel van dit charisma is niet het doen van onverklaarbare dingen, maar de bekrachtiging van de Blijde Boodschap. Charismatici die wonderen verrichten zoeken beslist niet de faam van de tovenaar, maar proberen met hun bijzondere handelwijze de verkondiging geloofwaardig te maken.

 

 

6 : profetie

Vaak denkt men bij profetie aan het doen van een toekomstvoorspelling. Maar iemand die de profetische gave heeft ontvangen is bovenal een doorgever van goddelijke boodschappen. De RK-Kerk leert dat een profetie van een charismaticus nooit iets wezenlijks kan toevoegen aan datgene wat al geopenbaard is. Het charisma van de profetie is vooral bedoeld om de geloofsgemeenschap te sterken in het geloof.

 

 

7 : onderscheiding der geesten

De onderscheiding der geesten is het heldere inzicht waardoor een goede intentie van een kwade kan worden onderscheiden. Omdat het kwade vaak de gedaante van het goede aanneemt, beschermt dit charisma de geloofsgemeenschap tegen valse profeten, oplichters en de Antichrist, de aartsvijand van Christus’ Kerk.

 

 

8 en 9 : spreken en vertolken van talen

Het charisma van de gave der talen kan tot uiting komen in glossolalie of xenoglossie. Glossolalie komt voor bij mensen die vervuld zijn van de Geest. In deze extatische toestand spreken zij een onbegrijpelijke taal. Xenoglossie is het charisma om talen te spreken die de spreker eigenlijk onbekend zijn. De apostel Paulus spreekt wat de talengave betreft ook nog van het charisma van de vertolking. Dit charisma betreft het vermogen om de onbegrijpelijke taal van glossolalie te verklaren en om vreemde talen te verstaan, zonder ze geleerd te hebben.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

HOE SPREEKT DE BIJBEL OVER DE HEILIGE GEEST ?

 

1. De Heilige Geest in het Oude Testament.

 

-Het Oude Testament noemt de (Heilige) Geest 88 keer.
-23 van de 39 boeken hebben iets over de Heilige Geest te vertellen.
-De benaming Heilige(n) Geest word maar 3x gebruikt.
Psalm 51:11, Jesaja 63:10,11
-Andere benamingen worden ook gebruikt zoals “de Geest van God”. (Genesis 1)

En verder:

a. De Heilige Geest werd voorspeld: Numeri 11:17,25,29; 2; 1 Samuël 10:9-14.

b. Voorspelling van een algemene uitstorting: Joël 2:28,29; Jesaja 28:11,12; 32:1,15; 44:3;
Ezechiël 36:27.

c. De Messias zal met de Geest vervuld zijn; Jesaja 61:1-3.

 

 

 

2. De Heilige Geest in het Nieuwe Testament:

 

-In het Nieuwe Testament word de Heilige Geest 264 keer genoemd
-Ongeveer 60 keer in de vier Evangeliën.
-Het boek van Handelingen heeft 57 referenties.
-De brieven bevatten 132 referenties
-Drie brieven maken geen referentie naar de Heilige Geest en dat zijn Filemon, 2 Johannes en 3 Johannes.

De Heilige Geest heeft altijd een hele belangrijke rol gespeeld in het plan van God.

 

 

 

 

 

De rol van de Heilige Geest in het leven van Jezus

 

1. Jezus werd geboren door verwekking van de Heilige Geest. (Matteus 1: 20, Lukas 1:30-35)

 

2. Verschillende mensen werden geïnspireerd door de Heilige Geest om hen kennis te laten hebben van de geboorte van Jezus.

-Elizabeth. Lukas 1: 41, 42.
-Zacharias. Lukas 1: 67-79
-Simeon. Die het kleine kind zag toen het in de Tempel voorgedragen werd. Luk. 2: 25-35

 

3. Zijn aanwezigheid bij de doop van Jezus.

-Hij kwam in de vorm van een duif. Matteus 3:13-17, Lukas 3: 21-22

 

4. Zijn aanwezigheid gedurende de verleidingen in de woestijn.

-Jezus was vervuld van de Geest. Lukas 4: 1
-Werd de woestijn ingeleid om verzocht te worden. Lukas 4:1

 

5. Zijn aanwezigheid gedurende de bediening van Jezus.

-Jezus kwam in de “kracht van de Geest” om te leren in de Synagoge. Lukas 4: 14-15
-Hij refereerde naar de Profeet Jesaja toen die had gezegd: “de Geest van God is op mij”. Lukas 4: 16-19
-Bij één gebeurtenis werd er gezegd dat Jezus zich verheugde in de Geest. Lukas 10:21
-Jezus zei dat Hij de duivelen uitwierp door de Geest. Matteus 12: 28

 

 

 

Nog andere werken van de Heilige Geest

 

A. Bij de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus

 

Er zijn acht verwijzingen naar de werkzaamheid van de Heilige Geest in de eerste twee hoofdstukken van Lucas. De verwijzingen spreken van een ‘luid roepen’ en ‘profeteren’ onder de kracht van de Heilige Geest.

a. Gabriël informeert Zacharias dat zijn zoon met de Heilige Geest vervuld zal zijn; Lucas 1:15.
b. Gabriël informeert Maria dat de Heilige Geest over haar zou komen; Lucas 1:35.
c. Elisabeth vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:41,42.
d. Zacharias vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:67.
e. Maria vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:46-55.
f. Johannes de Doper gesterkt door de Heilige. Geest; Lucas 1:80.
g. Simeon was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:25-27.
h. Anna was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:36.

 

 

B. In het leven van Jezus

 

a. De Heilige Geest daalde op Jezus; Matteüs 3:16.
b. Jezus werd door de Geest gedreven naar de woestijn; Marcus 1:12.
c. Kwam terug in de kracht van de Heilige Geest; Lucas 4:14.
d. Offerde zichzelf zonder vlek aan God op; Matteüs 12:28.
e. Gaf bevelen aan de apostelen; Handelingen 1:2.

 

 

C. Aankondigingen van de Heilige Geest

 

a. Johannes de Doper; Lucas 3:16.
b. Als een rivier van water; Johannes 7:37.38.
c. De Vader geeft de Heilige Geest; Lucas 11:13.
d. Een andere Trooster komt; Johannes 14:16.
e. Christus blies op de discipelen; Johannes 20:22.

 

 

 

 

 

 

De Heilige Geest in het leven van een christen

 

 

1. Zijn rol in het vormen van christenen

 

-We worden overtuigd van zonde door de Heilige Geest. Johannes 16:7,8
-We worden opnieuw geboren door de Geest. Johannes 3:5-8
-We worden vernieuwd door de Heilige Geest. Titus 3:4-6

 

 

2. Zijn rol in het leven van christenen

 

-We leven in en door de Geest. Galaten 5:25
-We moeten in de Geest wandelen. Galaten 5:25
-We moeten dienen in de nieuwe staat des Geestes. Romeinen 7:5-6, 8:5-6
-Het is bij de Geest dat we het vlees doden. Romeinen 8:12-14
-Alleen als we door de Geest van God geleid worden zijn we zonen van God. Romeinen 8: 14
-De Heilige Geest pleit voor ons. Romeinen 8:26
-God geeft ons kracht door de Geest. Efeziërs 3: 16
-Wij hebben de gemeenschap des Heiligen Geestes. 2 Korintiërs 13:13, Filippenzen. 2:1 -De Geest Gods woont in ons. 1 Korintiërs 3:16, 6:19

 

 

3. De rol van de Heilige Geest in de openbaring van Gods woord

 

1. De geschriften kwamen door de inspiratie van de Heilige Geest. 2 Petrus 1: 20-21, 1 Petrus 1:10-11
2. Jezus vertelde Zijn dicipelen dat zij geleid zouden worden in “alle waarheid” door de Heilige Geest. Johannes 14:25-26, 16:12-13
3. Er is geen andere manier om de waarheid van God te kennen zonder de woorden van de Heilige Geest die geopenbaard werd aan de Apostelen. 1 Korintiërs 2: 10-13

 

 

 

Geschonken bekwaamheden

 

Geestelijke gaven worden door God geschonken via de Heilige Geest. De Heilige Geest is God-in-actie, God die aan het werk is in ons leven. Hij schenkt ons die gaven uit pure gulheid. Als je bepaalde gaven ontvangen hebt, hoeft dat dus nog helemaal niet te betekenen dat je een bijzonder geestelijk of toegewijd christen bent. Je kunt de geestelijke gaven op geen enkele manier verdienen, ze zijn absoluut gratis. En God deelt ze uit overeenkomstig zijn genade en zijn bedoeling met ieders leven.

God deelt gaven uit aan wie Hij wil (1 Corinthiërs 12:11). Er zijn geen christenen zonder een geestelijke gave. Ieder lid van het lichaam van Christus heeft er minstens één ontvangen. Als iemand zijn eigen gaven nog niet kent, betekent dat niet dat hij geen gaven heeft maar dat hij ze nog niet heeft ontdekt. Daarbij worden geestelijke gaven niet geschonken om persoonlijk van te genieten, maar om er anderen mee te zegenen.

Ze worden gegeven ‘tot welzijn van allen’ want ze zijn bestemd voor het lichaam van Christus. Als je je dus afzijdig houdt van de gemeenschap van de gelovigen, kunnen anderen niet door jouw gaven gezegend worden.Dan kun je je gaven niet gebruiken zoals God ze bedoeld heeft, want ze zijn bestemd voor de opbouw van de gemeente (Efeziërs 4:12). Ik kan het ook anders zeggen: geestelijke gaven zijn ervoor bedoeld om een bijdrage te leveren aan datgene waartoe de gemeente in zijn geheel geroepen is.

Daarbij denk ik aan woorden als: aanbidden, vieren, liefhebben, omzien naar elkaar, onderwijzen, verkondigen, evangeliseren, dienen. Natuurlijk kun je niet op elk terrein van de gemeenteopbouw actief zijn. Je geestelijke gave bepaalt wat jouw belangrijkste bijdrage aan het geheel mag zijn.

 

 

 

 

 

Geestelijke gaven

 

De Bijbel kent geen complete lijst waarin alle geestelijke gaven die er maar zijn vermeld staan.
Zo’n lijst zou ook niet mogelijk zijn, want er bestaat geen afgebakend getal van geestelijke gaven.
De Heilige Geest is vrij om in een bepaalde tijd weer nieuwe gaven met het oog op de nood van die tijd te schenken.

Hoewel het niet mogelijk is een complete lijst met alle geestelijke gaven weer te geven, vinden we er in de Bijbel een heleboel genoemd die nog steeds voorkomen en van belang zijn. In Romeinen 12:1-8 worden genoemd: profetie, dienen, leren (onderwijs geven), bemoedigen (zielszorg), geven, leiding geven en barmhartigheid.

In 1 Corinthiërs 12 vinden we: wijsheid, kennis, geloof, genezing, wonderen, profetie, onderscheiding van geesten, tongen, vertolking van tongen, apostelschap, leren (onderwijs geven), helpen, besturen (organiseren). Efeziërs 4 noemt: apostelschap, profetie, evangelisatie, herderschap en leren (onderwijs geven).

Daarnaast vinden we in de Bijbel gaven als: ongehuwd zijn (1 Corinthiërs 7:7), vrijwillige armoede en martelaarschap (1 Corinthiërs 13:1-3), gastvrijheid (1 Petrus 4:9), zendeling (Galaten 1:15 en 16), artistieke creativiteit (Exodus 31:3) en muziek (1 Kronieken 16:41).

 

 

 

Gaven en talenten

 

Dikwijls wordt gevraagd wat nu het verschil is tussen geestelijke gaven en de natuurlijke talenten die alle mensen hebben.

 

Natuurlijke talenten zijn bekwaamheden die de goede Schepper in zijn algemene genade aan alle mensen schenkt bij hun geboorte met het oog op het leven in de samenleving. Geestelijke gaven zijn bekwaamheden die God de Heilige Geest, als de Vernieuwer van ons leven, aan alle christenen schenkt bij hun wedergeboorte met het oog op de opbouw van de gemeente.

Genadegaven vallen niet samen met natuurlijke talenten, maar hangen er vaak wel mee samen.
De Heilige Geest kan onze natuurlijke talenten in dienst nemen, heiligen en boven zichzelf uit laten reiken. Zo kan Hij onze natuurlijke vermogens transformeren tot geestelijke gaven.

 

 

 

Hoe leer je je gaven kennen?

 

Vaak merken anderen in de gemeente je gaven eerder op dan jezelf. Dan gaan ze je vragen om juist die dingen die bij je gaven horen, vaker te doen. Soms zullen ze het zelfs tegen je zeggen: “Ik ervaar dat God jou die of die gave heeft gegeven.”Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zulke dingen tegen elkaar zeggen. Het is een bevestiging en kan je helpen om meer helderheid over je gaven te krijgen.

Soms zul je het zelf ontdekken doordat het je opvalt dat bepaalde dingen je goed afgaan, dat je er vreugde in vindt en dat God je zo gebruikt. Soms ontdek je het door te experimenteren. Door allerlei dingen aan te pakken en te zien hoe het gaat. Dan zal ook wel eens blijken dat je bepaalde gaven absoluut niet hebt. Wees er blij om, want op dat terrein zal je voornaamste roeping dan ongetwijfeld niet liggen.

 

 

De Heilige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Juiste houding

 

Er zijn dus vele manieren waarop je je geestelijke gaven kunt ontdekken en ontwikkelen. Het is daarbij wel heel erg belangrijk dat je dat doet in de juiste houding. Het heeft natuurlijk alleen maar zin om je met de geestelijke gaven bezig te houden als je leeft met God en dagelijks bidt om vervuld te mogen zijn met de Heilige Geest. Bovendien is het van wezenlijk belang dat je de gaven waar je om bidt, of die je hoopt te ontdekken of te ontwikkelen, echt wilt gebruiken om te dienen. Zonder de liefde ben je niets.

De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en om anderen op een manier te sturen die in overeenstemming met God’s wil is.

De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijke kwestie of situatie.

De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en om anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.

De gave van het genezen is het miraculeuze vermogen om God’s genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.

De gave van het het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en mirakels uit te voeren die authenticiteit aan God’s Woord en het Evangelie verlenen.

De gave van het profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.

De gave om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.

De gave van het in klanktaal spreken is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je feitelijk niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.

De gave van het uitleggen of interpreteren van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en om deze aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.

De gave van beheren en besturen is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met God’s principes te laten verlopen.

De gave van bijstand verlenen is het hebben van een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en om te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

BEDIENINGEN

 

De gaven van de Geest zijn in principe allemaal voor iedere christen beschikbaar. Alleen bepaalt God wanneer Hij welke gaven  door jou heen openbaart. De kans is klein dat je ooit zult meemaken dat al Gods gaven op één bepaald moment tegelijkertijd door jou heen functioneren. Wel is het heel waarschijnlijk dat je tijdens je leven alle gaven gaat meemaken.

 

Het functioneren van Gods gaven hangt nauw samen met je taak en je rol OP DAT MOMENT in Zijn Koninkrijk en in het bijzonder van zijn gemeente. Zo ontvang je op elk  moment wat je nodig hebt ter bemoediging van de ander en tot opbouw van de gemeente.

Maar het is ook mogelijk dat je God je een bepaalde gave met bijzondere kracht toebedeelt; je ontvangt dan een bediening. Je krijgt dan bijzonder gezag van God om met behulp van die gave Zijn kracht te laten zien. De bekendste voorbeelden: genezers en profeten. Vaak kun je vanuit je bediening ook andere christenen helpen om op een zuivere manier met die gave om te gaan.

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Charisma versus kerkelijk ambt

 

 In tegenstelling tot het kerkelijk Ambt wordt een charisma niet door bemiddeling van de Kerk door de Geest bekrachtigd, maar rechtstreeks ingestort. De Geest kiest wie Hij wil. Soms leidt dat tot een conflict tussen kerkelijke ambtsdragers en charismatici. Het kerkelijk leergezag vindt dat charismatici niet hoger staan dan ambtsdragers.

 

 

 

Parapsychologie

 

Omdat charismata vaak gepaard gaan met onverklaarbare verschijnselen, zijn ze geliefde objecten van de psychologie en de parapsychologie. In de parapsychologie worden sommige paranormale verschijnselen die bij christelijke heiligen zijn waargenomen als charismata aangeduid, ofschoon de Kerk dit woord bij deze verschijnselen vermijdt. In de Kerk is namelijk echt alleen sprake van een charisma als de Heilige Geest de oorsprong van het verschijnsel is.

Paranormale verschijnselen die bij vergissing als charismata worden aangeduid zijn bijvoorbeeld stigmatisatie (het ontvangen van Christus’ wonden), levitatie (als een persoon opstijgt), bilocatie (als een persoon op twee plaatsen tegelijk verschijnt), helderziendheid en salamandrie (als iemand niet door vuur verbrand raakt).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Het bestaan van valse profeten

Standaard

categorie : religie

.

.

Heel wat toegewijde dienstknechten van Jezus Christus, die in de kracht van de Heilige Geest functioneren, worden neergezet als valse profeten

.

Het is niet erg als mensen weinig ervaring hebben met de gaven van de Geest en de kracht van Jezus Christus die genezing en bevrijding brengt. Iedereen is nog onderweg en we mogen groeien in onze wandel met God. Het is wel erg als je Gods oprechte dienaars openbaar belastert en roept dat zij valse profeten zijn, alleen maar omdat de kracht van God in hun bediening werkt. Dan maak je je schuldig aan lasterpraat.. Boven strijd je dan tegen Jezus Christus, die zijn dienaars heeft gestuurd om zijn verlossing te brengen.

“Wie naar jullie luistert, luistert naar mij, en wie jullie afwijst, wijst mij af.” (Lucas 10:16)

.

Vele profeten worden vals beschuldigd

.

Het is niets nieuws, want ook de schriftgeleerden in de tijd van Jezus Christus riepen dat Jezus een valse profeet en een dwaalleraar was. De apostelen, die vol vuur Jezus Christus dienden, werden te vuur en te zwaard vervolgd door de godsdienstige leiders van hun tijd. Het is kenmerkend voor iedereen die toegewijd Jezus Christus dient, dat ze vals beschuldigd zullen worden door de godsdienstige orde van hun tijd.

De schriftgeleerde Saulus deed alles wat hij kon om de volgelingen van Jezus Christus te doden en meende dat hij daarmee God diende.

Saulus was ervan overtuigd dat de eerste christenen een valse profeet volgden en dat het christelijk geloof een dwaalleer was. Maar hij was zelf ernstig misleid. Mensen die een geestelijke verblinding hebben, zullen altijd diegenen die in de waarheid wandelen ervan beschuldigen dat zij misleid zijn. En elke valse profeet zal ware profeten ervan beschuldigen dat zij vals zijn. Dat iemand over een ander zegt dat hij een valse profeet is, wil dus niets zeggen. Het is dan ook uiterst onverstandig om klakkeloos te geloven wat de velen beweren aangaande de waarheid over het geloof. Het kan in veel gevallen veel schade berokkenen.

.

.

God geeft Zijn Geest en doet wonderen

.

De Bijbel zegt duidelijk dat God Zijn Geest geeft aan christenen om wonderen onder ons te verrichten:

“God geeft u de Geest en brengt wonderen onder u tot stand.” (Galaten 3:5)

“God bevestigde hun woorden nog door tekenen, wonderen en allerlei machtige daden, en deelde de heilige Geest uit zoals hij dat wilde.” (Hebr. 2:4)

“Ik durf trouwens alleen maar te spreken over wat Christus door mij gedaan heeft … door machtige tekenen en wonderen en door de kracht van Gods Geest.” (Romeinen 15:18)

“Wat kenmerkend is voor een apostel, was aanwezig: de volharding waarmee ik alles verduurde, de wonderen en machtige daden die onder u werden verricht.” (2 Kor. 2:12)

“De boodschap die ik u verkondigde, overtuigde niet door mijn geleerdheid, maar bewees haar kracht door de Geest.” (1 Kor. 2:4)

“Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zul je kracht krijgen.” (Handelingen 1:8)

“Want het koninkrijk van God is geen zaak van woorden maar van kracht.” (1 Kor. 4:20) Naast de werking van wonderen en krachten zijn er ook de bovennatuurlijke gaven van de Geest, die aan christenen worden gegeven: genezingen, tongentaal, profetie, onderscheiden van demonen, enz. zie 1 Kor. 12 en 14).

.

De Bijbel benadrukt dat een kenmerk van Gods aanwezigheid de werking van wonderen is

.

Als er een dwaalleer in de kerk is, die hoognodig vernietigd moet worden, is het wel de leugen dat God vandaag geen wonderen meer doet en dat de gaven van de Geest niet meer voor deze tijd zijn. Dat is een leugen die regelrecht tegen de Bijbel indruist en die christenen krachteloos maakt. Mensen die de realiteit van Gods kracht niet (mogen) kennen zijn overgeleverd aan een verstandelijk, theoretisch en menselijke gecontroleerd christendom, waarin enkel over God gepraat wordt, maar waar God zelf nauwelijks aanwezig kan zijn. God wil mensen verlossen uit de greep van satan, die hen bindt met ziekte, zonde en demonen. Jezus Christus is gekomen om bevrijding en genezing te brengen. Daar hebben we de kracht van God voor nodig.

.

 Iemand die zich met hand en tand verzet tegen de Geest van God is een valse profeet

.

God is een realiteit, een krachtige held die ook vandaag Zijn Geest geweldig sterk laat werken om mensen te bevrijden van de machten van duisternis. God is pure liefde, die zijn geliefde kinderen wil genezen en opbouwen. Als iemand dat bestrijdt, wordt je niet geleid door de Geest van God. Dan wordt je geleid door de duisternis, die niets liever wil dan dat Gods kracht verhinderd wordt, zodat mensen niet genezen en bevrijd worden.

.

Hoe herken je een valse profeet?

.

Hoe herken je dan wel een valse profeet? Jezus Christus vertelde heel eenvoudig dat we ze herkennen aan hun vruchten. Iemand die zijn leven inzet om de verlossing van de hemelse Vader bij mensen te brengen, die draagt goede vruchten.

.

De reddende liefde van God in actie, is de beste vrucht die er bestaat.

.

Verlorenen die tot inkeer komen, van dood naar leven, van zonde naar heiligheid, van duisternis naar licht, van ziekte naar gezondheid, van gebondenheid naar vrijheid. Dat zijn de vruchten die Jezus Christus droeg. Hij genas alle zieken die bij Hem kwamen, Hij dreef demonen uit en gaf mensen een nieuw leven met God. Natuurlijk zijn er ook valse profeten die eveneens wonderen doen en demonen uitdrijven (althans, zo lijkt het). Over hen zei Jezus Christus:

“Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.” (Matteus 7:21)

Wat is de wil van de Vader? De apostel Jakobus vat het heel eenvoudig voor ons samen:

“Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.” (Jakobus 1:27)

Een prediker die wel wonderen doet, maar niet gedreven wordt door diepe bewogenheid voor mensen in nood, kan misleid zijn. Liefde is immers het belangrijkste kenmerk van God.

.

.

Pasteltekening van John Astria

.

Leven in liefde

.

Omdat God liefde is, is het watermerk van iemand die waarachtig met God leeft, liefde voor je naaste:

“Wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen; God is immers liefde.” (1 Johannes 4:8)

Al denkt iemand God te dienen, als ze niet in liefde functioneren voor hun broeders, dan kennen ze God niet. Er zijn veel mensen, in allerlei sektes en religies die van harte geloven dat ze God dienen, maar die in diepe duisternis gebonden zitten en ver van God staan.

.

Dat iemand de Bijbel kan citeren betekent niet dat die persoon God kent

.

Leef je in liefde voor je broeders? Geef je om je naaste? Heb je een hart van bewogenheid en ontferming? Heb je respect voor anderen en ben je nederig? Dat zijn kenmerken van iemand die God kent. Als je geen liefde voor een broeder hebt, ken je God niet.

“Als iemand zegt: Ik heb God lief, maar hij haat zijn broeder, dan is hij een leugenaar. Want hij kan God, die hij nooit gezien heeft, onmogelijk liefhebben, als hij zijn broeder niet liefheeft die hij wel ziet.” (1 Johannes 4:20)

Als je altijd kwaad spreekt over je broeders, heb je geen liefde. Dan ben je wel heel erg religieus, je bid wel en leest de Bijbel wel, maar God is niet in je leven. Religieuze activiteit is iets totaal anders dan een hart hebben dat nederig en liefdevol is.

.

Leven in waarheid

.

Naast liefde is er een tweede kenmerk dat wezenlijk is aan God, en dat dus ook kenmerkend is voor een ware profeet: de  waarheid spreken. God zal nooit liegen.

Er wordt geschreven dat de genezingen in diensten eigenlijk alleen maar psychogeen zijn en dat er geen echte lichamelijke wonderen gebeuren. De waarheid is dat talloze zieken genezen van kanker, blindheid, doofheid, verlamming, allergie, onvruchtbaarheid, hartkwalen, darmziekten, en noem maar op. Als een christen beweert mensen te behoeden voor dwaalleer maar zelf leugens schrijft, dan weet je dat de persoon niet door de Geest van God gedreven wordt. De Bijbel zegt  dat liegen het kenmerk is van Satan, de duivel.

“Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.” (Johannes 8:44)

Een valse profeet is iemand die liegt, maar doet alsof hij waarheid spreekt. Waarheid wordt verdraaid, licht wordt bestempeld als duisternis en duisternis wordt licht genoemd.

.

Toets je echt aan de Bijbel?

.

Christenen zeggen altijd dat we dwaalleer herkennen door een leer te toetsen aan de Bijbel. Maar dat is niet zo eenvoudig als het lijkt. Want velen die luid roepen dat ze alles aan de Bijbel toetsen, toetsen helemaal niet aan de Bijbel. Wat ze doen, is toetsen aan hun interpretatie van de Bijbel. Ze toetsen aan menselijke meningen en leringen over de Bijbel.  Als iemand een openbaring heeft over iets wat in de Bijbel staat en jij hebt dat inzicht nog niet, dan kun jij die ander niet toetsen aan de Bijbel.

.

De meesten die beweren dat ze toetsen aan de Bijbel, toetsen in werkelijkheid aan hun beperkte inzichten over bepaalde Bijbelteksten

.

Elke christelijke stroming heeft een bepaalde openbaring over de Bijbel, maar heeft ook nog veel blinde vlekken en ziet nog niet alles zoals God het bedoeld heeft. Als we beweren aan de Bijbel te toetsen, moeten we proberen leeg te worden van onze leringen en tradities en proberen om open als een kind te lezen wat de Bijbel waarachtig zegt over een bepaald onderwerp.

Dan kan blijken dat de ware Bijbelse boodschap haaks staat op wat wij al zo lang geloven en horen in onze kerkstroming. Het is trouwens onmogelijk om in eigen kracht de Bijbel goed te begrijpen. Daarom zei Jezus Christus niet: ‘Ga veel in de Schriften lezen, want zo zul je in de volle waarheid komen.’ Neen. Jezus Christus zei:

“De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.” (Johannes 16:13)

De enige manier om in de volle waarheid te komen is jezelf overgeven aan de heilige Geest, de Geest van de waarheid. Dat betekent dat je afhankelijk bent van wat Hij je wel en niet laat zien. Dat betekent ook dat je in diepe overgave moet zijn, weten dat alle wijsheid van Hem komt en niet van jezelf. Als de Geest van waarheid, die door Paulus ook de Geest van wijsheid en openbaring genoemd wordt, je niet onderwijst, blijf je blind. Daarom zei Jezus Christus tegen de schriftgeleerden, die dag en nacht in de schrift lazen:

“U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij, maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen.” (Johannes 5:39)

In eigen kracht vinden we geen waarheid. Het is door diep afhankelijk te worden van de heilige Geest, in ware vrees voor God, in diep ontzag voor God. Een nederig hart, dat gevormd wil worden, het hart van een leerling die beseft dat hij niets weet, een hart van een kind dat open is om te ontvangen, iemand die arm van geest is. Als we trots en eigenzinnigheid hebben, zullen we geestelijk verblind blijven.

.

Alles draait om Jezus Christus

.

Een laatste kenmerk van een ware profeet, is dat hij je altijd in diepe afhankelijkheid van Jezus Christus zal brengen. Mensen die je afhankelijk maken van henzelf, zijn verkeerd bezig. Een ware dienstknecht van Jezus Christus zal je altijd helpen om in volwassenheid te komen, leunend op Jezus Christus. De nadruk ligt altijd op Hem. Mensen die wel over Jezus Christus spreken, maar jou in verkeerde afhankelijkheid van henzelf brengen, zijn niet goed bezig. Een ware dienstknecht van de Heer zal een gezonde afstand van je bewaren, zodat jij zelf je leven kunt bouwen op Jezus Christus als de rots en niet op een mens.

.

.

De ware- en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

De vijf Bijbelse richtlijnen om te toetsen

.

Kijk naar de vruchten

.

“Pas op voor de valse profeten… U kunt hen herkennen aan hun vruchten… Een goede boom draagt goede vruchten, een slechte boom draagt slechte vruchten.” (Matteus 7:15,18)

.

Een leven in liefde

.

“Wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen; God is immers liefde.” (1 Johannes 4:8)

.

Een leven in waarheid

.

“Wanneer de duivel leugentaal spreekt, spreekt hij zoals hij is, want hij is een aartsleugenaar, hij is de vader van de leugen.” (Johannes 8:44)

.

Onderwerp je aan het Woord

.

“daar zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren.” (Handelingen 17:11)

.

Focus op Jezus Christus

.

“Het getuigenis van Jezus is de geest der profetie.” (Openbaring 19:10)

.

Toets eerst jezelf

.

Het is van fundamenteel belang dat je niet alleen maar anderen toetst, maar dat je eerst en vooral jezelf onderzoekt. De meeste mensen hebben er een handje van om altijd anderen te ‘toetsen’, maar zitten zelf vol bitterheid, trots, eigenzinnigheid, liefdeloosheid en andere vormen van duisternis. Het bekende beeld van de balk en de splinter is hier volkomen van toepassing. Velen die constant de wereld waarschuwen voor vermeende splinters bij anderen, gaan zelf gebukt onder een heel bos bomen die uit hun ogen groeien.

.

Kijk naar je eigen hart, onderzoek jezelf meer dan wat ook

.

Het is erg belangrijk dat je zelf je eigen vruchten, je eigen leven, je eigen bediening, je eigen relatie met Jezus Christus in het volle licht kunt plaatsen. Dat je zelf nederig bent, zelf open bent voor correctie, zelf afrekent met jaloezie en trots.

.

Je gelooft misschien zelf een dwaalleer

.

De Bijbel zegt bijvoorbeeld dat God ons wil zegenen, gelukkig en gezond wil maken. Een prediker die dat wezenlijke kenmerk van God in de Bijbel ontdekt en predikt, wordt door sommige christenen beschuldigd van ‘welvaarts-evangelie’ wat dan zogezegd een dwaalleer is. Terwijl Jezus duidelijk zegt dat Hij ons overvloedig leven wil geven.

Christenen die echter misleid zijn door een armoede-evangelie en die de leugen geloven dat de enige goede christen een arme en ellendige christen is, zullen de Bijbelse waarheid over voorspoedig leven zien als een dwaalleer. Dat is maar een van de vele voorbeelden.

Iets wat in onze oren als dwaalleer klinkt, kan soms juist een heel belangrijke Bijbelse openbaring zijn, uit het hart van God, om Gods kinderen in vrijheid en vruchtbaarheid te brengen.Toetsen is natuurlijk erg belangrijk, want er zijn inderdaad valse profeten en er is zeker dwaalleer. Alleen is de wijze waarop getoetst wordt en de reden waarom men toetst, niet altijd zo zuiver als men beweert.

Dikwijls is degene die roept over anderen dat ze valse profeten zijn, zelf degene die misleid is door een verkeerde theologie. Niet iedereen die de fout begaat om anderen verkeerd te beoordelen, bedoelt het verkeerd. Er zijn oprechte christenen die goedbedoeld veel schade aanrichten. De vraag is echter of iemand bereid is tot bezinning te komen.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

De kerk en haar valse leraren

Standaard

Religie

.

.

7 dodelijke valse leraren in de kerk vandaag 

.

.                       

7 valse leraren in de kerk vandaag

.

.

De Apostel Paulus waarschuwde er al herhaaldelijk voor: pas op voor valse profeten, leraren en leiders (bijv. Ef. 4:14, 2 Tim. 4:1-5, 2 Tes. 2:3-12 etc.). Zij willen u misleiden en van de waarheid weglokken. De geschiedenis van de kerk van Jezus is niet te scheiden van het werk van Satan om haar te vernietigen. En hoewel de kerk grote uitdagingen van buiten heeft moeten doorstaan zijn de meest desastreuze altijd van binnenuit gekomen.

Want van binnenuit ontstaan ​​de valse leraren, diegenen die dwalingen naar binnen brengen terwijl ze zich voordoen als leraren van de waarheid. Ze nemen vele vormen aan, iedere keer op maat gemaakt voor de tijd, cultuur en context. Hieronder vind je er zeven die je vandaag de dag in de kerk tegenkomt bij het uitvoeren van hun bedrieglijke, destructieve werk. Alles is in mannelijke vorm beschreven maar het kunnen natuurlijk net zo goed vrouwen zijn.

.

.

Vernietiging van de valse profeet door Christus ( de leeuw )

Pasteltekening van John astria

.

.

De Ketter

.

De Ketter is de meest prominente en misschien wel de gevaarlijkste van de valse leraren. Petrus waarschuwde in zijn tweede brief tegen hem.

“Er zijn destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen stiekem met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.” (2 Petrus 2:1).

De Ketter is de persoon die onderwijst wat duidelijk in tegenspraak is met een essentiële leer van het christelijk geloof. Hij is een gezellig figuur, een natuurlijk leider die net genoeg waarheid onderwijst om zijn dodelijke dwaalleer te maskeren. Maar door het geloof te ontkennen en te vieren wat onwaar is, leidt hij zijn volgelingen van de veiligheid van het orthodoxe christelijk geloof naar het gevaar van ketterij.

Vanaf de vroegste dagen van de kerk is ze door de Ketter in zijn verschillende vormen geteisterd. Hij zet zijn slechte werk vandaag voort, soms door de waarheid tegen te spreken en soms door eraan toe te voegen. Hij kan de geloofsbelijdenissen van de Drie-eenheid opnieuw in een kader plaatsen, zoals Arius deed in de derde eeuw en zoals oneness-pentecostals dat vandaag doen.

Hij kan, net als Marcus Borg en andere prominente geleerden, de maagdelijke geboorte of de opstanding van Jezus Christus ontkennen. Net als Jehovah’s Getuigen, kan hij Gods afgewerkte woord veranderen, of zoals Mormonen, daaraan toevoegen. Hij knutselt, telkens weer, stoutmoedig met “het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd” (Judas 1:3b).

.

.

oneness pentecostals

.

.

Marcus Borg

.

.

De Kwakzalver

.

De Kwakzalver is de persoon die het christendom gebruikt als een middel tot persoonlijke verrijking. Paulus waarschuwde Timotheüs om op zijn hoede te zijn:

“Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ​ziek​ door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.” ( 1 Timotheüs 6: 3-5).

De Kwakzalver is alleen geïnteresseerd in het christelijk geloof in de mate dat het zijn portemonnee kan vullen. Hij gebruikt zijn leidende positie om te profiteren van de rijkdom van anderen. Simon, bijvoorbeeld, was gemotiveerd door de liefde voor geld toen hij probeerde de kracht van de Heilige Geest te kopen (Handelingen 8:9-24). En na hem is de Kwakzalver in vele vormen verschenen, altijd op zoek naar bekendheid in de kerk, zodat hij in extravagantie kan leven.

Toen paus Leo X de beroemde Tetzel opdracht gaf om aflaten te verkopen, financierde de winst niet alleen de reconstructie van de Sint-Pietersbasiliek, maar ook zijn luxueuze levensstijl. In de jaren negentig bracht televangelist Robert Tilton elk jaar tientallen miljoenen dollars binnen door de kwetsbaren en goedgelovigen te exploiteren. Tegenwoordig zetten Benny Hinn, Creflo Dollar en een heel aantal anderen het welvaartsevangelie in om zichzelf te verrijken met de geschenken van hun volgelingen.

.

.

paus Leo x

.

.

Robert Tilton

.

.

Creflo Dollar

.

.

De valse Profeet

.

De Valse Profeet beweert begiftigd te zijn door God om nieuwe openbaringen buiten de Schrift te spreken – nieuwe, gezaghebbende voorspellingswoorden, onderwijzingen, berispingen of aanmoedigingen. In werkelijkheid wordt hij echter door Satan opgedragen en gemachtigd met het doel de kerk van Christus te misleiden en te verstoren. Johannes kondigde een dringende waarschuwing over hem aan.

” Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een ​geest van God​ komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.” (1 Johannes 4:1).

Christenen moeten “de geesten testen” om te bepalen of ze voortkomen uit de Heilige Geest of uit een demonische geest. Later verklaarde Johannes dat Gods Woord volledig en af is. Daarbij waarschuwde hij voor mensen die zichzelf gelijk stellen aan Gods Woord door er aan toe te voegen of ervan af te halen.

“Ik verklaar tegenover eenieder die de ​profetie​ van dit ​boek​ hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit ​boek​ beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het ​boek​ van deze ​profetie​ staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de ​heilige​ stad, zoals die in dit ​boek​ beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19).

De Profeet verschijnt in de loop van de geschiedenis van de kerk. Al in de tweede eeuw beweerden Montanus en zijn discipelen te spreken in naam van de Heilige Geest. In de negentiende eeuw beweerde Joseph Smith het boek van Mormon van de engel Moroni ontvangen te hebben. Tegenwoordig zit de lucht vol van mensen die beweren in naam van God te spreken door de kracht van de Geest. Persoonlijke profetieën zijn slechts een telefoontje verwijderd. Sarah Young, auteur van de beste christelijke bestseller van het decennium, beweert dapper dat haar boek de woorden van Jezus bevat. De Profeet blijft spreken en misleiden.

.

.

Joseph Smith

.

.

Sara young

.

.

 

De Misbruiker

.

De Misbruiker gebruikt zijn leiderschapspositie om te profiteren van andere mensen. Meestal maakt hij er gebruik van om zijn seksuele lust te voeden, hoewel hij ook naar macht verlangt. Zowel Petrus als Judas waren zich bewust van de lust van de Misbruiker:

“Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen” (2 Petrus 2:2).

De Misbruiker beweert dat hij zielen verzorgt, maar zijn echte interesse ligt in hoe hij zijn seksuele behoeften kan bevredigen. Hij werkt zich een weg in het leven van vrouwen, hun vertrouwenskring, huizen en bedden. Wanneer hij geen illegaal seksueel genot nastreeft, is hij vaak een dominant persoon die uit is op macht en hen misbruikt op zijn weg naar bekendheid.

Hij doet dit in de naam van zijn bediening, met de claim van Gods zalving. Hij gebruikt en misbruikt anderen op ongepaste wijze om zijn lusten te voeden. Het is tragisch dat de geschiedenis van het christelijk geloof talloze misbruikers kent. Zelfs in de vroegste dagen van de kerk waren er seks secten en andere verdorven perversies van het geloof. Eeuwenlang was het pausschap weinig meer dan een corrupte machtsstrijd.

Vandaag lijkt het erop dat we iedere week opnieuw horen van een leider die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele zonden met mannen, vrouwen of zelfs kinderen. Ondertussen horen we de droevige verhalen van overlevenden die misbruikt en terzijde geschoven zijn door een leider die hunkert naar macht. De Misbruiker zet, ook vandaag de dag, zijn werk voort.

.

De Stoker

.

De Stoker gebruikt valse leerstellingen om de ​​kerk te verstoren en waar mogelijk zelfs ten gronde te richten. Hij zaait vrolijk verdeeldheid tussen broers en zussen. Judas waarschuwde voor hem:

‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. (Judas 18-19). De stoker zaait verdeeldheid en is verstoken van de Heilige Geest wiens eerste vrucht liefde is en wiens speciale werk gelovigen bij elkaar houdt in de band van vrede (Galaten 5:22, Efeziërs 4:3).

Deze valse leraar brengt strijd, geen liefde. Hij genereert facties, geen eenheid. Hij verlangt onenigheid, geen harmonie. Gemeenten en denominaties zijn vaak versplinterd door de Stoker terwijl hij zijn leugens promoot. Hij maakt soms secundaire zaken primair en laat ze functioneren als ‘het’ kenmerk van christelijke volwassenheid, waardoor er facties in het lichaam ontstaan. Soms introduceert hij dus sluwe on-Bijbelse leerstellingen, of hij ondermijnd het bestaande leiderschap. Maar hij doet het allemaal voor een perverse voldoening die gepaard gaat met vernietiging.

.

De People Pleaser

.

De People Pleaser is de foute leraar die niet gericht is op wat God belangrijk vindt maar op wat de mensen graag willen. Hij is eerder iemand die de mensen naar de mond praat dan dat hij de God-pleaser is. Paulus benoemde hem al:

“Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” (2 Timotheüs 4:3-4).

De People Pleaser hunkert naar populariteit en lof van de wereld. En om het respect van zijn volgers te behouden, predikt hij alleen de delen van de Bijbel die zij acceptabel vinden. Daarom spreekt hij veel over geluk, maar weinig over zonde, veel over de hemel maar niets over de hel. Hij geeft ze alleen wat ze willen horen. Hij predikt een gedeeltelijk evangelie wat helemaal geen evangelie is.

De People Pleaser is al zo oud als de kerk zelf. In de negentiende eeuw was hij Henry Ward Beecher, en in de twintigste was hij Norman Vincent Peale en Robert Schuller. Tegenwoordig is hij Joel Osteen, predikant van de grootste kerk in Amerika, die even bekend staat om zijn brede glimlach als om zijn lege inhoud. Hij predikt een leeg evangelie aan een volle kerk. Net als de valse profeten van Jeremia, zegt hij en de duizenden zoals hij: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede is ” (Jeremia 6:14).

.

.

Henrry Ward Beecher

.

.

Norman Vincent Peale

.

.

Robert Schuller

.

.

Joel Osteen

.

.

De Speculant

.

Ten slotte is de Speculant degene die geobsedeerd is door nieuwheid, originaliteit of speculatie. De schrijver van de Hebreeën brief waarschuwde zijn kerk voor deze ‘vreemde leringen’, terwijl Paulus aan Timoteüs opdroeg de kerk te beschermen tegen elke ‘afwijkende leer’ (Hebreeën 13:9, 1 Timotheüs 1:3). Onderwijs, gericht op speculatie, verdringt de zekere en constante leer van de Schrift.

De Speculant gooit het grootste deel van de Bijbelinhoud en het gewicht van de Bijbel opzij om geobsedeerd te raken door zaken die triviaal, fris, nieuw of modern zijn. Hij wordt moe van de oude waarheden en streeft naar respect door originaliteit. Tegenwoordig, zoals in elk tijdperk, is de Speculant geobsedeerd door de eindtijd. Maar op de een of andere manier weerhouden zijn mislukte voorspellingen hem en zijn volgelingen er niet van om er vrolijk mee door te gaan.

Onlangs hebben we hem de duidelijke boodschap van de Schrift zien verduisteren door naar verborgen codes in de Schrift te zoeken. Soms beweegt hij zichzelf in de academische wereld, waar een van zijn recente meester- werken een opnieuw uitgevonden God is, die niet in staat is om de toekomst te zien en te kennen. Terecht beschreef Paulus de Speculant als een tegenstrijdige, oneerbiedige babbelaar (1 Timotheüs 6:20-21).

.

Conclusie

.

Satans grootste ambassadeurs zijn geen pooiers, politici of succesvolle zakenmensen, maar voorgangers en leiders in de kerk. Zijn priesters prediken niet een andere religie, maar een dodelijke variant van de ware. Zijn troepen gaan niet voor een frontale aanval, maar werken under cover en sluipen langzaam het andere leger binnen. Satans tactieken zijn slim, voorspelbaar en effectief. Daarom moeten we altijd waakzaam blijven.

“Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen” (Mattheüs 7:15-16a).

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.