Tagarchief: honing

De sprinkhaan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De sprinkhaan

 

Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een lang-durige droogte na – een sprinkhanenplaag. De sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insec-ten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.

Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest (Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt (Exodus 9: 29-33).

Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind. Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28: 38-42).

 

 

 

Exodus 10: 1-20

 

1 De Heer zei tegen Mozes: “Ga opnieuw naar de farao. Want Ik heb hem en zijn dienaren zó koppig gemaakt, dat ze niet zullen willen luisteren. Want Ik wil mijn wonderen bij hen doen. 2 Dan zullen jullie aan je kinderen en kleinkinderen vertellen wat Ik voor wonderen in Egypte heb gedaan. Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben.”

3 Toen gingen Mozes en Aäron weer naar de farao. Ze zeiden tegen hem: “Dit zegt de Heer, de God van de He-breeën: hoelang zult u blijven weigeren om Mij te gehoorzamen? Laat mijn volk vertrekken, zodat ze Mij kunnen aanbidden. 4 Als u mijn volk niet laat gaan, zal Ik morgen sprinkhanen in uw land laten komen. 5 Ze zullen het hele land bedekken. Zelfs de grond zal niet meer te zien zijn. Ze zullen alles opeten wat er na de hagelbuien nog is overgebleven van de oogst en de bomen.

6 En alle huizen in Egypte zullen vol met sprinkhanen zitten. Nog nooit eerder is zoiets gebeurd in de geschie-denis van Egypte.” Toen draaide Mozes zich om en vertrok. 7 De dienaren van de farao zeiden tegen hem: “Hoelang zal deze man ons nog ellende bezorgen? Laat die mannen vertrekken om hun Heer God te aanbidden! Ziet u dan niet dat Egypte helemaal wordt vernietigd?”

8 Toen werden Mozes en Aäron bij de farao terug geroepen. De farao zei tegen hen: “Ga jullie Heer God maar aanbidden. Maar wie zullen er eigenlijk allemaal gaan?” 9 Mozes antwoordde: “We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, met onze schapen, geiten en koeien. Want we hebben een feest voor de Heer.” 10 Toen zei de farao tegen hen: “Ik wens jullie nog liever de zegen van de Heer toe, dan dat ik jullie en jullie kinderen laat vertrekken! Pas maar op, want ik begrijp wel wat jullie van plan zijn!

11 Nee, alleen de mannen mogen gaan om de Heer te aanbidden, want dat was wat jullie hadden gevraagd.” En hij joeg hen zijn paleis uit. 12 Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over Egypte. Dan zullen er sprinkhanen in Egypte komen. Ze zullen alle planten opeten, alles wat er na de hagel nog is overgebleven.” 13 Toen strekte Mozes zijn staf uit over Egypte. En de Heer zorgde ervoor dat er die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaide. Toen het ochtend werd, bracht de wind sprinkhanen mee.

14 Zo kwamen er sprinkhanen in heel Egypte. In het hele land streken ze in grote zwermen neer. Nog nooit eer-der was er zó’n grote sprinkhanenplaag in Egypte geweest en zo één zal er ook nooit meer komen. 15 Ze be-dekten het hele land. Het zag er zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten en vruchten op die niet door de hagel waren vernield. Zo bleef er in heel Egypte geen sprietje groen meer over.

16 Toen liet de farao snel Mozes en Aäron halen en zei: “Ik heb verkeerd gedaan tegen jullie Heer God en tegen jullie! 17 Vergeef het mij nog één keer! Bid tot jullie Heer God dat Hij ons redt! Want zo gaan we allemaal dood!” 18 Toen ging Mozes bij de farao weg en bad tot de Heer. 19 En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over. 20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.

 

 

 

Exodus 9: 29-33

 

29 Mozes zei tegen hem: “Zodra ik buiten de stad ben, zal ik tot de Heer bidden. Het onweer zal ophouden en het zal niet meer hagelen. Dan zult u toegeven dat de aarde van de Heer is. 30 Maar ik weet dat u en uw die-naren nog steeds geen ontzag hebben voor de Heer God.” 31 Het vlas en de gerst waren door de hagel platge-slagen, want de gerst had al aren en het vlas stond net in bloei.

32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die groeien later. 33 Mozes ging bij de farao weg. Hij ging de stad uit, stak zijn handen op naar de Heer en bad tot Hem. Toen hield het zware onweer op en de ha-gel en de stortregen stopten.

 

 

 

Deuteronomium 28: 38-42

 

38 Jullie zullen veel zaad in de akkers zaaien, maar weinig oogsten. Want de sprinkhanen zullen de oogst opvreten.
39 Jullie zullen wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn drinken of druiven plukken. Want de wormen zullen alles kaalvreten.
40 Jullie zullen in het hele land olijfbomen hebben, maar jullie zullen je niet met olie zalven. Want de olijven zullen afvallen.
41 Jullie zullen zonen en dochters krijgen, maar niet van hen genieten. Want ze zullen als buit meegenomen worden.
42 Alle bomen en akkers zullen door ongedierte worden kaalgevreten.

 

 

De 10 plagen van Egypte

 

 

 

“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30: 27) zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende macht (Joël 1: 1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; ze worden vertaald als knager, sprinkhaan, verslinder en kaalvreter.

 

 

 

Spreuken 30: 27

 

27 De sprinkhanen – ze hebben geen koning, maar toch trekken ze als één groot leger op.

 

 

 

Joël 1: 1-7

 

1 Dit is wat de Heer zei tegen de profeet Joël, de zoon van Petuël. 2 Luister, leiders van het volk! Luister goed, bewoners van het land! Luister naar wat Ik nu ga zeggen. Is dit ooit eerder gebeurd in de geschiedenis van dit land? 3 Vertel het aan je kinderen. En laten zij het weer aan hún kinderen vertellen, en ook zij weer aan hún kin-deren.

4 De sprinkhanen eten alles op: wat de knager overlaat, eet de sprinkhaan op. Wat de sprinkhaan overlaat, wordt opgevreten door de verslinder. En wat de verslinder overlaat, eet de kaalvreter op.

5 Dronkenlappen, word wakker! Huil en klaag, zuipers, want jullie zullen geen nieuwe wijn hebben! 6 Want een groot volk valt dit land aan. Een machtig, ontelbaar leger. Als een leeuw verslindt het alles met zijn tanden. 7 Israël, mijn wijnstruik, wordt helemaal verwoest. Mijn vijgenboom Israël ziet wit als schuim. Het leger schilt mijn vijgenboom helemaal kaal en werpt hem weg. De takken zijn kaal en wit geworden.

 

 

sprinkhanenplaag

 

 

Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2: 1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.

 

 

 

Joël 2: 1

 

1 Blaas op de ramshoorn in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg Sion! Laten de bewoners van het land beven van angst, want de dag van Gods straf komt eraan!

 

 

In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel. Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3: 4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11: 20-22).

 

 

Matteüs 3: 4

 

4 Johannes droeg een mantel die van kameelhaar was gemaakt, met een leren gordel om zijn middel. Hij leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen.

 

 

 

Leviticus 11: 20-22

 

20 Alle insecten moeten jullie walgelijk vinden. 21 Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten. 22 Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. 23 Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Het raadsel van Simson in Richteren: 14

Standaard

categorie: religie

 

 

 

bijbel_open

.

 

Rechters, ook wel Richteren genoemd, is het zevende boek van zowel de joodse Bijbel als de christelijke Bijbel. Het boek vertelt over een aantal Israëlitische rechters die in Israël optraden na de aankomst van de Israëlieten in Kanaän. Deze rechters traden op als leiders en militaire bevelvoerders.

 

In de Hebreeuwse Bijbel valt het boek onder de Profeten. In de christelijke Bijbel maakt het boek deel uit van het Oude Testament en wordt het tot de historische boeken gerekend. De naam ontleent het boek aan het onderwerp. Het behandelt de geschiedenis van het Hebreeuwse volk tijdens de periode van de mensen die de titel “rechter” droegen. Hoewel deze rechters zich ook bezighielden met rechtspraak, heeft het boek vooral aandacht voor hun optreden als militaire leiders die het volk aanvoerden in de strijd tegen onderdrukkers en vijanden.

 

De in het boek Rechters beschreven gebeurtenissen vinden plaats tussen de in Jozua beschreven verovering van Kanaän en het optreden van Samuel, dus ergens in de tweede helft van het 2e milenium voor Christus. Het is Samuel die aan het eind van zijn leven het koningschap instelt. Volgens de Joodse traditie is Samuel ook de auteur van Rechters. Vanaf de instelling van het koningschap spelen rechters geen rol van betekenis meer in de Bijbel en wordt hun rol overgenomen door koningen enerzijds en profeten anderzijds.

 

.

Het raadsel van Simson

.

 

richteren-simson-en-het-raadsel-20-bijbelplaten-voor-het-digibord-kleuteridee-nl-bijbelles-voor-kleuters

.

1Op een keer kwam Simson in Timna en ontmoette daar een Filistijns meisje.
2Hij ging naar huis en zei tegen zijn ouders dat hij met dat meisje wilde trouwen.
3Maar zijn ouders hadden bezwaar tegen dat huwelijk. ‘Waarom trouw je niet met een meisje uit ons eigen volk?’ zeiden ze. ‘Waarom kies je juist een meisje van die heidense en onbesneden Filistijnen? Is er bij het volk Israël niet één meisje met wie je zou willen trouwen?’ Maar Simson zei tegen zijn vader: ‘Ik wil niemand anders dan haar. Ga haar voor mij halen.’
4Zijn ouders wisten echter niet dat de Heredit zo had geleid, want Hij zocht een gelegenheid om iets tegen de Filistijnen te doen, die in die tijd Israël bezet hielden.
5Toen Simson met zijn ouders naar Timna reisde, werd hij bij de wijngaarden aan de rand van de stad aangevallen door een jonge leeuw die brullend op hem afsprong.
6Op dat moment kwam de Geest van deHere over hem en aangezien hij geen wapen bij zich had, greep hij de leeuw bij zijn kaken en scheurde hem in tweeën alsof het een bokje was! Maar hij vertelde het niet aan zijn ouders.
7Nadat hij in Timna was aangekomen, ging hij met het meisje praten en hij mocht haar graag, daarom werden de voorbereidingen voor een huwelijk getroffen.
8Na enige tijd ging hij terug voor de bruiloft. Onderweg keek hij nog even bij de dode leeuw. Er bleek een bijenzwerm in het kadaver te zitten en er was ook honing.
9Hij nam wat honing en liep al etend verder. Hij gaf ook wat aan zijn ouders, maar vertelde hun niet waar het vandaan kwam.
10-11Terwijl zijn vader bezig was met de laatste voorbereidingen voor het huwelijk, gaf Simson een groot feest voor dertig jongemannen uit de stad, zoals in die tijd gebruikelijk was.
12Toen Simson vroeg of zij een raadsel wilden horen, waren zij daar best voor te vinden. ‘Als jullie mijn raadsel kunnen oplossen binnen de zeven dagen van het bruiloftsfeest,’ zei hij, ‘dan zal ik jullie dertig stel bovenkleren en onderkleren geven.
13Maar als jullie de oplossing niet weten, moeten jullie al die kleren aan mij geven!’ ‘Goed,’ zeiden de anderen. ‘Vertel het raadsel maar.’
14En dit was zijn raadsel: ‘Voedsel kwam uit de eter en zoetigheid uit de sterke!’
Drie dagen later hadden ze nog steeds de oplossing niet gevonden.
15Op de vierde dag zeiden ze tegen zijn jonge vrouw: ‘Probeer het antwoord van je man los te krijgen, anders zullen we je vaders huis met jou erin platbranden! Heb je ons soms op dit feest uitgenodigd om ons arm te maken?’
16Toen barstte Simsons vrouw in tranen uit en verweet haar man: ‘Je houdt helemaal niet van me, je geeft niets om me. Want je hebt mijn volk een raadsel opgegeven en mij de oplossing niet eens verteld!’ ‘Ik heb het zelfs niet aan mijn ouders verteld, waarom dan wel aan jou?’ antwoordde hij.
17Maar steeds als zij bij hem was, huilde ze en dat hield ze de rest van het bruiloftsfeest vol. Ten slotte, op de zevende dag, vertelde hij haar het antwoord en zij verklapte het onmiddellijk aan de jongemannen. 18Toen, op de zevende dag, voor het donker werd, vertelden de jongemannen Simson het antwoord. Ze zeiden: ‘Wat is zoeter dan honing, en wie is sterker dan een leeuw?’ Maar Simson antwoordde boos: ‘Jullie hebben mijn vrouw uitgehoord, anders hadden jullie het antwoord nooit kunnen weten!’
19Toen kwam de Geest van de Here over hem. Hij ging naar de stad Askelon, doodde daar dertig mannen en nam hun kleren. Die gaf hij de jongemannen die het antwoord hadden gegeven. Woedend ging hij naar zijn ouders terug en bleef bij hen wonen.
20Zijn vrouw werd toen uitgehuwelijkt aan de man die bij het huwelijk ceremoniemeester was geweest.
.

 

 

SPIJZE GING UIT VAN DE ETER, EN ZOETIGHEID VAN DE STERKE : Richteren 14:14

.

In dit hoofdstuk willen wij nadenken over de bijzondere gevolgen van Christus’ overwinning over de macht van de boze, die nog steeds rondgaat in deze wereld als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

.

.

Sterker dan de leeuw

.

De geschiedenis van Simson’s huwelijk en raadsel leert ons iets over de zegenrijke gevolgen van Christus’ overwinning over de macht van de tegenstander, die volgens Petrus immers rondgaat ‘als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden’ (1 Petr. 5:8). De verslagen en gedode leeuw is een beeld van de duivel, die in Christus zijn Meerdere heeft ontmoet. De duivel is een ‘eter’, voortdurend op zoek naar een prooi.

Hij is ook de ‘sterke’, die zijn domein bewaakt en die alleen overwonnen kan worden door Iemand die sterker is dan hij. Deze beide kwalificaties gebruikte Simson in zijn raadsel met betrekking tot de leeuw die hij had gedood in de wijnbergen van Timna. De geestelijke betekenis van Simson’s woorden is voor ons niet moeilijk te raden. Wij weten wie de ‘eter’ heeft overwonnen.

 

.

 Simson, verliezer of winnaar?

.

Christus is de Sterkere, die de sterke eter niet slechts heeft gebonden, maar hem ook de doodssteek heeft gegeven (vgl. Matt. 12:29). Eigenlijk is deze laatste uitdrukking niet helemaal correct. Simson had totaal geen wapen bij zich om de leeuw te doden. David had dit vermoedelijk wel toen hij de kudde van zijn vader hoedde en zowel leeuw als beer versloeg, 1 Sam. 17:34-35.

Simson behaalde de overwinning met blote handen. De Geest des Heren greep hem aan, zodat hij de leeuw die hem brullend tegemoet kwam met zijn eigen handen uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt (14:5-6).

Zo is het ook met de overwinning die Christus op de satan heeft behaald. Christus trad hem tegemoet in de kracht en de waardigheid die Hij persoonlijk bezat, zonder verdere menselijke hulpmiddelen. Hij streed de strijd geheel alléén en geen mens stond Hem terzijde. Hij behaalde echter (eveneens door de kracht van Gods Geest) een plotselinge en definitieve overwinning over de boze, wiens macht nu voorgoed verbroken is.

 

.

Drie belangrijke lessen

.

Ik denk dat dit de voornaamste typologische les is van dit gedeelte, en het is nodig die eerst goed tot ons te laten doordringen. Natuurlijk rijzen er dan ook vragen, omdat Satan nog steeds de overste van deze wereld is en nog steeds rondgaat als een brullende leeuw, maar die zijn van secundair belang. Wij moeten eerst onder de indruk komen van de geweldige en definitieve overwinning die Christus heeft behaald op Zijn tegenstander.

 

.

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het lijkt erop dat de Schrift ons hier wil leren wat :

.

(1) de kern is van het conflict,

(2) wat de definitieve afloop ervan is,

(3) en ook welke zegenrijke gevolgen Christus’ overwinning tot gevolg heeft gehad voor de Zijnen.

(1) Christus was de Rechter en de Verlosser van Zijn volk, de Nazireeër die van Zijn moederschoot af volkomen aan God was toegewijd. Hij kwam oog in oog te staan met Zijn gewelddadige tegenstander die Hem naar het leven stond. Dit begon al bij de verzoeking in de woestijn, toen de duivel Hem probeerde te verleiden maar na verloop van tijd van Hem moest wijken. Christus behaalde de overwinning geheel alleen, doordat Hij streed in Gods kracht. Hij bezat geen menselijke wapens. Zijn enige wapen was het ‘zwaard’ van het Woord van God.

(2) Daarop volgden de jaren van het dienstwerk van de Heer, waarin Hij door Zijn macht telkens weer de ‘sterke’, d.i. de satan, bond en zijn huis beroofde. Dit aspect blijft hier in de geschiedenis van Simson helemaal buiten beschouwing. We vinden hier zoals gezegd alleen de definitieve afloop van de confrontatie tussen de Heer en de vijand van de zielen.

Christus behaalde de totale overwinning op Zijn tegenstander op het kruis van Golgotha. Zoals de Hebreeënbrief het zegt: Christus is Mens geworden en Hij heeft aan bloed en vlees deelgenomen, ‘opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, en allen zou verlossen die uit vrees voor de dood hun hele leven door aan slavernij onderworpen waren’ (Hebr. 2:14-15).

Hier gebruikte Hij evenmin een menselijk wapen. Hij overwon Zijn tegenstander ‘door de dood’, namelijk door binnen te dringen in het laatste bolwerk van de vijand en hem zijn macht te ontnemen. Deze overwinning is definitief en absoluut, zoals diverse plaatsen in het Nieuwe Testament ons verzekeren (Joh. 12:31; 14:30; 16:11; Kol. 2:14-15).

(3) Deze overwinning heeft in deze tijd echter alleen zegenrijke gevolgen voor degenen die geloven. Dat betekent ook een groot spanningsveld. Want enerzijds is de duivel een verslagen vijand, maar anderzijds gaat hij nog steeds rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden. Zijn nederlaag staat vast, maar de uitvoering van het vonnis wacht tot het begin van het Vrederijk.

Aan het begin daarvan zal hij gebonden en in de afgrond worden geworpen, en aan het einde van de duizend jaren zal hij in de poel van vuur en zwavel worden geworpen (Openb. 20:2,10). Daarom is de spijze die uitgaat van de eter, en de zoetigheid die voortkomt uit de sterke, nog niet voor iedereen beschikbaar.

De hele schepping deelt nog niet in de heerlijke gevolgen van de triomf die Christus heeft behaald op Golgotha; dat gebeurt pas bij Zijn wederkomst. Maar ondertussen delen zij die met Hem zijn verbonden wel in de zoete en zegenrijke resultaten van Zijn werk. Zij proeven van de honing die uitgaat van de sterke, zoals Simson zelf al etende verder ging en ook zijn vader en moeder te eten gaf van de honing uit het lichaam van de dode leeuw (14:9).

Alleen de familie van de Overwinnaar deelt op dit moment in de zege. Wij die Hem kennen en toebehoren, die het Woord van God horen en doen, zijn nu Zijn verwanten. Aanvankelijk bestond deze familie alleen uit gelovigen uit Israël, maar later zijn de gelovigen uit de volken er bijgevoegd.

Het geheim van Christus’ kruis en opstanding blijft voor de meeste mensen een groot geheim, zoals ook geïllustreerd wordt in dit verhaal. Zelfs Simson’s ouders, zijn naaste familieleden, wisten niet wat de oorsprong was van de honing die hun zoon hun te eten gaf. Zo is de blijde boodschap van het Evangelie nu nog een verborgenheid voor het Joodse volk, doordat er een bedekking over hun hart ligt (Rom. 11:8; 2 Kor. 3:15).

Voor Filistijnen, de wereldlingen, is het helemaal een raadsel. Het woord van het kruis is zelfs dwaasheid voor hen die verloren gaan (1 Kor. 1:18). Zij begrijpen er helemaal niets van

1: dat het heil alléén te vinden is in Christus, de Gekruisigde;

2: dat Hij door Zijn lijden en sterven en door Zijn glorieuze opstanding uit de dood alle vijandige machten voorgoed heeft tenietgedaan;

3: dat de Zijnen delen in de zoete vruchten van Zijn werk.

Al die dingen zijn een zaak van geloof in Gods Woord, geloof in het volbrachte werk van Christus, en ook in God die Hem uit de doden heeft opgewekt. Anders blijft het allemaal een verborgenheid, een geheim, een raadsel dat niemand kan oplossen, in drie dagen niet en ook in zeven dagen niet (14:14-15).

Alleen via een omweg kwamen de Filistijnen, de vijanden van Gods volk, hier aan de oplossing van het raadsel. Zij presten Simson’s vrouw om het hun mee te delen, maar dit betekende ook het einde van het feest. Het luidde hun eigen ondergang in. Met ons die geloven is het heel anders gesteld. Gods geheimen blijven voor ons géén verborgenheid.

 

De strijd tussen Israel en de Filistijnen in de tijd van de Richteren vond altijd plaats in de vlakte tussen de kust en het bergland van Judea

De strijd tussen Israël en de Filistijnen in de tijd van de Richteren vond altijd plaats in de vlakte tussen de kust en het bergland van Judea

 

Het is de Heilige Geest Zelf die in ons woont, die ze verklaart en die ons inwijdt in de raadselen van Gods wijsheid (1 Kor. 2:6vv.). Daardoor kunnen wij het de Overwinnaar nazeggen: ‘Wat is zoeter dan honing, wat is sterker dan een leeuw?’ Met andere woorden: niets is te vergelijken met de heerlijke gevolgen van het werk van Christus, die de sterke vijand heeft verslagen.

Christus’ liefde was sterker dan de dood. Hij heeft hem die de macht over de dood had tenietgedaan. Wij zijn nu verlost en bevrijd. Wij genieten voedsel, vrede, vrijheid, eeuwig leven. De honing was één van de zegeningen van het beloofde land (Deut. 8:7-9).

Het land Kanaän is een beeld van de hemelse gewesten met hun rijkdom van zegen voor de christen (Ef. 1:3). Christus’ overwinning op het kruis van Golgotha stelt ons in het bezit van alle hemelse zegeningen. De ‘honing’ verlicht onze ogen, ons hart, ons verstand, totdat wij met de Overwinnaar in heerlijkheid zullen worden geopenbaard en het geheim van Zijn overwinning voor aller oog zal worden onthuld.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Knoflook-citroen effectief tegen bepaalde infecties

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Gember, knoflook, citroen en honing hebben een anti-microbiële werking tegen infecties, laat een nieuwe studie weten. De combinatie knoflook-citroen is dan effectiever dan die van gember-citroen.

 

 

.

 

 

Knoflook-citroen sterk antimicrobieel

 

Extract van de 4 middelen is effectief tegen Streptokokken infecties.

 

Streptokokken kunnen verschillende ziekten veroorzaken. Een paar voorbeelden zijn roodvonk, keelontsteking en krentenbaard. De bacterie wordt ook de ‘vleesetende’ bacterie genoemd, omdat een invasieve infectie kan leiden tot het afsterven van huid en spieren. Bij de studie–gepubliceerd in Journal of Contemporary Dental Practice– waren ook commercieel verkrijgbare honing, gember, citroen en knoflook betrokken.

Toen de extracten met elkaar werden vergeleken bleek knoflook de grootste antimicrobiële activiteit te vertonen. Honing kwam op de tweede plaats. Wat betreft combinaties: tegen Streptokokken –een groep bacteriën die in-fecties veroorzaakt- was de combinatie knoflook + citroen het meest effectief vergeleken met de combinatie gember + citroen. Deze studie is van belang omdat bij infecties meestal antibiotica gebruikt worden, maar er van-wege excessief gebruik antibiotica resistentie kan optreden. De extracten hebben dus medicinale waarde bij infecties.

 

 

 

 

 

Bij een te hoge vetspiegel

 

De combinatie knoflook-citroen heeft een gunstige werking op de vetspiegel en cardiovasculaire risicofactoren bij mensen tussen de 30-60 jaar met verhoogde vetten in het bloed (hyperlipidemie). Dagelijks kreeg men 20 gram knoflook plus een eetlepel citroensap. Dit werd 8 weken lang ingenomen. Het resultaat was dat het LDL-choleste-rol en de bloeddruk waren afgenomen en dat er een “grote afname” van het BMI was geobserveerd.

 

 

 

Tegen kanker

 

De consumptie van een combinatie van knoflook en citroen extracten zou angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten uit bestaande vloedvaten) remmen, apoptose opwekken (georganiseerde celdood) en het immuun-systeem moduleren. Dit bleek bij muizen met borstkanker. Bij 80% van de zieke muizen vond genezing plaats. In de publicatie werd de combinatie veelbelovend genoemd als anti-kanker voeding en als versterkend middel voor conventionele antikanker-behandelingen.

 

 

 

 

 

Blaassilene : Silene vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

blaassilene-jpg_595

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de opgeblazen kelk met 20 fijne, onderling verbonden nerven en
– de 5, stervormig uit de kelk stekende, witte kroonbladen

 

 

 

blaassilene

 

 

 

Algemeen

 

De blaassilene is een plant uit de anjerfamilie. Het is een in België en Nederland vrij zeldzaam voorkomende, 30-60 cm hoge plant die kan worden aangetroffen op matig voedselrijke, iets droge zand-, klei- en leemgrond, in bermen en tegen hellingen, in de duinen en op grazige grond. De plant prefereert een zonnige standplaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blaassilene bloeit vanaf mei tot en met september met witte bloemen, waarvan de kelk sterk opgeblazen is. De kelk bestaat uit 5 vergroeide kelkbladen met driehoekige kelkslippen, is kaal, witachtig of roodbruin en heeft 20 fijne, onderling verbonden, paarsrode tot geelgroene nerven.

De knikkende bloemen hebben 5 witte (zelden roze), diep ingesneden kroonbladen. Ze zijn mannelijk of vrouwelijk, soms tweeslachtig. Ze zijn dag en nacht geopend, maar beginnen pas tegen de avond zoet te geuren. De bestuiving wordt dan ook door nachtvlinders verzorgd.

Die kunnen, in tegenstelling tot kleinere insecten, met hun lange roltong de honing onder in de bloem bereiken. Hommels knagen de kelk van buiten af open en kunnen zo ook bij de honing. Bestuiving blijft dan uiteraard uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werden de jonge bladeren in salades verwerkt. Ook zijn ze na vijf tot tien minuten koken geschikt voor gebruik in soep.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– wit, zelden roze
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen,
niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Winterakoniet ; Eranthis hyemalis

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Winterakoniet

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de gele bloemen met vlak daaronder een krans van diep ingesneden stengelbladeren

 

 

 

winterakoniet_0394

 

 

 

Algemeen

 

Winterakoniet is een plant, die in de eerste helft van de 19e eeuw in de Lage Landen is ingevoerd vanuit Midden- en Zuidoost-Europa. Ze verspreidt zich niet spontaan, maar kan zich, waar ze is aangeplant, goed handhaven en vermeerderen. Ze bloeit in februari en maart met gele bloemen en wordt 5 tot 15 cm hoog. In zachte winters kan ze al in januari bloeien. Winterakoniet doet het goed op licht beschaduwde, vaak grazige plaatsen. Ze wordt ook als tuinplant aangeboden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Elke vaak roodbruin aangelopen bloemsteel draagt één bloem. Aan het einde van de stengel zitten drie diep handvormig ingesneden stengelbladeren en direct daarboven zes tot acht langwerpige tot eironde gele bloemdekbladen. Die gele bloemdekbladen zijn de kelkbladen. De kroonbladen zijn vergroeid tot nectariën, de gele kokertjes vol met nectar die in het hart van de bloem zitten.

 

 

 

 

 

Blad

 

Aan het einde van de bloemsteel, net onder de bloem, zitten drie diep handvormig ingesneden, glanzend donkergroene stengelbladeren. Daarnaast zijn er ook 1 of meerdere lang gesteelde wortelbladeren.

 

 

 

 

 

vergelijkbare soort

 

Vergelijkbaar met winterakoniet is gewoon speenkruid. Ze groeien en bloeien op dezelfde plaatsen en op hetzelfde moment en hebben allebei gele bloemen. Speenkruid heeft echter ronde blaadjes, terwijl winterakoniet een kraag van diep ingesneden blaadjes direct onder bloem heeft staan.

 

 

speenkruid

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 5 tot 15 cm

Bloem
– geel
– (januari) februari en maart
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– 6 tot 8 nectariën
– meer dan 20 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– wortelstandig of onder bloem
– samengesteld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– wortelbladeren gesteeld
– stengelbladeren zittend
– glanzend donkergroen

Stengel
– rechtop
– vaak roodbruin aangelopen
– rond

zie wilde bloemen

 

 

winterakoniet1

 

 

 

 

  

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Zonen van Belial en een juk van dienen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Zonen van Belial

.

Opgroeien zonder Gods juk

 

We lezen in 1 Samuël 2:12 dat de zonen van Eli de Eeuwige niet kenden en dat zij zonen van Belial (nietswaardige lieden) waren. Het woord ‘kennen’ kan ook betekenen ‘erkennen’ of ‘rekening houden met’. Deze mannen hadden geen relatie met God en leefden alsof Hij niet bestond. Het Hebreeuwse woord Belial betekent letterlijk ‘zonder juk’ of ‘zonder iets boven je’. Het is een uitdrukking die wordt gebruikt om iets te benoemen dat volkomen slecht, nutteloos of waardeloos is. ‘Zonen van Belial’ kan ook worden vertaald met ‘de zonen van een wetteloze’. Dit slaat dan op hun vader Eli, die zijn zonen had opgevoed zonder (het ‘juk’ van) Gods wet.

 

 

 

Kenmerken van zonen van Belial

 

Een ‘zoon van Belial’ is een tegenhanger van een ‘koningskind’. Paulus zegt in 2 Corinthe 6:15 dat Christus niets gemeen heeft met Belial. De Bijbel leert ons dat we niet naar dingen van Belial moeten luisteren of kijken, maar dat we deze dingen moeten haten.

Psalmen 101:3 Ik zal geen Belialsstuk ( schandelijke dingen) voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

Iemand die bederiegelijke taal spreekt, onheil sticht of kwaad opgraaft, wordt een Belialsman genoemd.

Spreuken 6:12 Een Belialsman (nietsnut), een onheilstichter is hij, die met bedrieglijke mond rondgaat,

Spreuken 16:27 Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.

 

We moeten ons heel ver van deze mensen houden:

2 Thessalonica 3:6 “Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt.”

 

 

Zonen van Belial

 

 

 

Een juk van dienen

 

Een juk is in de Bijbel een metafoor voor dienen. Dat dienen kan in negatieve zin zijn, wanneer iemand arbeid verricht als een slaaf. In positieve zin betekent het meewerken door te helpen en te dienen. In Klaagliederen 3:27 staat dat het goed is wanneer iemand in zijn jeugd een juk draagt. Een kind hoort namelijk in zijn jeugd te leren om anderen te dienen en te helpen. Op dezelfde wijze mogen ze leren wat het betekent om God te dienen.

Wanneer ze dat jong leren, hebben ze daar later veel aan. In Spreuken 22:6 staat: Oefen de knaap in het begin van zijn levensweg, dan zal hij, ook wanneer hij oud wordt, er niet van afwijken. De zonen van Eli hadden dit blijkbaar niet geleerd. Zij dachten alleen maar aan zichzelf en stalen het vlees dat mensen kwamen offeren. Zij waren ‘zonen zonder juk’, oftewel ‘zonen van Belial’.

 

.

Een juk van de Tora

 

Joden beschouwen de Tora, het Woord van God, als een juk. Daarbij moeten we niet meteen aan iets negatiefs denken. Zoals twee ossen door middel van een juk aan elkaar werden verbonden om samen een ploeg te kunnen trekken, verbindt de Tora ons aan God, zodat wij samen met Hem in Zijn koninkrijk kunnen regeren.
In de tijd van Jezus was het heel normaal dat een rabbijn een leerling riep om Hem te volgen. De rabbijn vroeg dan: “wil je mijn juk op je nemen”? Het was een grote eer in die tijd wanneer je door een rabbijn werd gevraagd om Hem te volgen.

En het opnemen van zijn juk betekende dat je precies ging doen wat de rabbijn zelf ook deed. Op dezelfde wijze was het een grote eer voor de discipelen toen zij door Rabbi Jesjoea (Jezus) werden gevraagd om van Hem te leren en Zijn juk daarbij op te nemen. Bovendien voegde de Here Jezus daaraan toe dat zijn juk zacht was en Zijn last licht (Mattheüs 11:28-30). Veel rabbijnen legden de mensen namelijk een zwaar juk op van allerlei menselijke wetten en regeltjes. Iets soortgelijks gebeurde in de gemeente van de Galaten (Galaten 5:1).

 

 

Proeven van Gods dingen

 

De Bijbel leert ons dat kinderen met Gods Woord vertrouwd moeten raken. Dat is voor een jong iemand niet altijd eenvoudig. Maar we moeten daarbij goed begrijpen dat een juk dragen betekent dat je iets samen met een ander doet. Een last kan misschien wel eens zwaar zijn, maar je draagt een juk met iemand anders. Iemand die jou meeneemt en die jou dingen leert. Volgens de Bijbel is dat de taak van de vader. Een vader hoort zijn kinderen mee te nemen en in te wijden in de dingen van God. Hierdoor ontstaat er een diepe band.

Van nature hebben kinderen al een band met de moeder. Ze hebben niet alleen negen maanden lang aan de navelstreng vastgezeten, maar er is ook een sterke geestelijke navelstreng tussen moeder en kind. Deze band heeft een kind niet van nature met de vader. Volgens de Bijbel en het Joodse denken is het rolmodel van een vader dan ook van zeer groot belang. Hij moet zijn kinderen meenemen en hen leren onderscheiden wat goed en fout is. Hij moet hen vooral de goede dingen laten proeven.

Het Hebreeuwse woord voor onderwijs is ‘chinoech’. Chinoech komt van een werkwoord dat onder andere wijden, zalven en inwijden betekent, maar ook proeven of smaken. Wanneer Joodse kinderen een eigen Bijbel krijgen, dan wordt boven op het kaft wat honing gesmeerd. De kinderen moeten daaraan likken om zo te ontdekken dat Gods woord als honing is, zoals er in Psalm 19:7-11 staat:

7  De Tora(instructie) des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.
8 De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen (laat de ogen stralen).
9 De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig.
10 Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja dan honigzeem uit de raat.
11 Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.

In Spreuken 24:13 staat:

“Eet honig, mijn zoon! want hij is goed, en honigzeem is zoet voor uw gehemelte”. Dit is geen voedingsvoorschrift, zoals vaak wordt gedacht, maar een oproep om Gods wijsheid te leren kennen (zie vers 14).

Doordat kinderen het Woord van God leren te associëren met honing, worden zij zich bewust van het goede van Gods Woord en Zijn geboden.

 

 

 

 

 

 

Het Sjema

 

Joden belijden dagelijks het Sjema Jisraeel (= Hoor Israël). Dat is het Bijbelgedeelte Deuteronomium 6:4-9;

4 Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is een!
5 Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
6 Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,
7 gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neder ligt en wanneer gij opstaat.
8 Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn,
9 en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.

Door dit gedeelte dagelijks hardop uit te spreken worden Joden er voortdurend aan herinnerd welke opdracht God hen heeft gegeven. In dit gedeelte staat de opdracht om voortdurend met je kinderen te spreken over het dienen van God. Het moet hen worden ingeprent, door erover te spreken terwijl je onderweg bent, wanneer je gaat slapen en wanneer je opstaat.

Het Hebreeuws gebruikt hier niet het gangbare woord voor kinderen, ‘jeladiem’, maar het woord ‘baniem’ (het meervoud van ‘ben’) dat de zonen betekent. Het Hebreeuwse woord zoon (ben) en dochter (bat) komen van het Hebreeuwse werkwoord bouwen. Een zoon is iemand die uit jou wordt gebouwd. Dat hoeft niet per se een fysiek kind te zijn.

De opdracht in Deuteronomium 6 is namelijk niet alleen voor iemands fysieke kinderen, maar ook voor iemands leerlingen of volgelingen. Dat houdt in dat deze boodschap evenzeer voor alleengaanden en kinderloze paren is, als voor mensen met eigen kinderen en adoptie- of pleegouders.

 

 

 

Groepsdenken

 

Het is bovendien belangrijk om te begrijpen dat de Bijbel mensen niet alleen als een individu ziet, maar ook als een onderdeel van een groep, een familie of een stam. In veel delen van Afrika is dit nog steeds zo. Wanneer iemand daar over ‘zijn kinderen’ spreekt, dan hoeven dat niet per se zijn eigen kinderen te zijn, maar het kunnen net zo goed de kinderen van zijn broer of zuster zijn of andere kinderen binnen de stam. Het is geen uitzondering wanneer kinderen hun oom of tante vader of moeder noemen.

In de westerse beschaving zijn we deze manier van denken vrijwel geheel kwijtgeraakt. We zijn zeer individu- alistisch en beseffen vaak veel te weinig dat we ergens een onderdeel van zijn. Ook als gemeente zijn we dat denken kwijtgeraakt. Jezus leerde om ‘onze Vader’ te bidden om met dat woordje ‘onze’ tot uitdrukking te brengen dat we niet solitair leven, maar dat we een onderdeel zijn van een groter geheel.

Bijbels gezien zijn wij daarom als volwassenen verantwoordelijk voor de kinderen in onze familie en onze gemeente. Het zijn allemaal ‘onze’ kinderen. En we hebben allemaal de verantwoording om hen het goede en het zoete van Gods Woord en Zijn instellingen te laten proeven.

Wanneer we de kinderen in onze gemeenten laten proeven van het goede en hen Gods instellingen onderwijzen en hen leren om te dienen, dan zullen ze niet snel verworden tot nietswaardige Belialszonen. Als ouders en opvoeders mogen we ze naar de Here Jezus brengen. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht en Hij geeft waarlijke rust voor de ziel.

 

 

Torah

 

.

 

Wat is de Tora?

 

Tora / Torah / Thora

 

(תורה)Aanduiding voor de 5 boeken (of de wet) van Mozes. Letterlijk betekent Tora instructie. Tora is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord ‘jarah’ dat o.a. betekent: een doel raken, onderwijzen, maar ook regenen (Hosea 6:3). Het is een antoniem (tegenstelling) van het Hebreeuwse werkwoord ‘doel missen’ oftewel ‘zondigen’.

 

 

Het woord Tora heeft een aantal verschillende betekenissen:

  1. Instructie, onderwijzing (spreuken 3:1).
  2. Een aanduiding voor de 5 boeken van Mozes, de Pentateuch. (Meestal vertaald met ‘Wet’ of ‘de Wet van Mozes’, zoals in Mattheüs 11:13: “al de Profeten en de Wet (= de Pentateuch) hebben geprofeteerd tot Johannes toe”.
  3. Soms een aanduiding voor het boek Deuteronomium (het boek der wet).
  4. Een boekrol met de 5 boeken van Mozes (sefer Tora).
  5. Het hele Eerste/Oude Testament (door Joden Tenach genoemd).
  6. De wet van Christus (1 Cor. 9:21, Gal. 6:2, Joh. 13:34,35)

Naast de geschreven Tora kennen Joden de mondelinge Tora. Dat zijn de lessen en instructies die van vader op zoon zijn doorgegeven en die na de verwoesting van de tempel op schrift zijn gesteld in o.a. de Misjna.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De weg van mystieke wijsheid

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

.

 

 

.

In haar boek Scivias maakt Hildegard von Bingen duidelijk dat men niet

zomaar in de mystieke wijsheid kan  worden ingewijd,

maar dat daar een rijpingsweg aan voorafgaat die stap 

voor stap moet worden afgelegd.

Zij hoort Gods stem de volgende woorden zeggen:

 

 

HET GEESTELIJKE KOMT NIET VANZELF:

.

‘Velen willen een spel met Mij spelen. Zonder enige inspanning van hun ziel en hun verstand
willen ze tot Mij naderen. Zij staan er niet bij stil dat ze Mij eerst moeten aanroepen, zich
moeten bezinnen op wat hun lichaam vraagt. Zij willen Mij alleen maar in bezit nemen. Als
iemand die uit een diepe slaap ontwaakt, storten ze zich naar eigen goeddunken, in een
plotselinge, misleidende opwelling op de weg van de heiligheid. 

Zij willen gemak: God moet hun dienaar zijn, en al hun wensen vervullen. Aan dergelijke
aanmatiging verleen Ik geen genade. Ik wil niet zaaien in de lege akker van een mens die zo
zelfingenomen zoekt zich met Mij te verenigen, als een vreemdeling die Mij niet kent. 
Mens, waarom heb je de akker van je ziel niet geïnspecteerd, en het onkruid, de doornen
en de distels uitgerukt?

Je had Mij moeten aanroepen, en jezelf moeten onderzoeken, voordat je zonder zelfkennis,
als een beschonkene en waanzinnige tot Mij kwam, want zonder mijn hulp ben je niet in staat
een lichtend werk te volbrengen. Wanneer je Mij zo onbezonnen, als in de slaap, hebt gezocht,
zul je door verveling worden aangegrepen. 

.

 

 

WAT DE GEESTELIJKE WEG KAN GEVEN:

.

Waartoe ben je met Mij in staat? De stralendste werken, die feller stralen dan de glans van
de zon en zoeter zijn dan honing en melk voor wie ernaar verlangt. Wees volhardend in je zoeken naar Mij en ik zal je helpen. Ik zal rozen en lelies en andere welriekende kruiden der deugd in je akker zaaien. En ik zal hem voortdurend bevochtigen door de inspiratie van de Heilige Geest.

Ik wil Mij met jou verenigen en jouw pijn delen. Jouw schepper heeft je de beste schat
gegeven, een levende schat: je verstand. Vervuld van de troost van de Heilige Geest zul je in wijsheid onderscheiden wat goed is, en nog grotere werken volbrengen. Met een fel brandende liefde zul je je Vader verheerlijken, die je dit alles in zijn goedheid heeft gegeven.’

 

 

.

VOORBEELD OVER DE ‘(ON)DEUGDEN’: ONGEHOORZAAMHEID – GEHOORZAAMHEID

.

Ook in de tijd van Hildegard was er kennelijk sprake van aanvechting van het geloof en onzekerheid, zoals blijkt uit de volgende dialoog in haar boek ‘Liber Vitae Meritorum’:

.
De Ongehoorzame (‘Inobedientia’) zegt daarin:

.
“Wij zijn de rechtmatige filosofen en wij zijn wijzer dan alle anderen. Zo veel meesters hebben  ons voorschriften opgelegd naar hun eigen goeddunken; moeten wij handelen naar hun wil? Wat een onzin. Wat ik mijzelf voorschrijf, daarvan weet ik precies wat ik eraan heb en welk nut het heeft. Ik moet datgene doen wat ik kan zien en bevatten en waarvan ik het nut inzie’.

 

.
Ook het Ongeloof (‘Infidelitas’) spreekt zich op een dergelijke wijze uit:

.
‘Ik ken geen ander leven dan dit hier wat ik kan zien, voelen en begrijpen.  Hoe ik verder ook zoek en speur, en wat ik ook te zien, te horen en te weten kom, ik vind geen andere werkelijkheid. Alleen dat wat ik zie, dat weet ik’.

.
Het valt niet mee een dergelijke opvatting te weerleggen, men kan hoogstens proberen de
eenzijdigheid van deze zienswijze aan te tonen.

 

.

Zo zegt de Gehoorzaamheid (‘Obedientia’) :

‘Ik weerklink als een citer op het bevel van zijn Woord.  Ik streef niets na dan wat van God komt, daar ik van Hem uitging. Uit Hem ben ik gegroeid en ik wil geen andere God’.

Ook het Geloof ( ‘Fides’) probeert niet de ongelovige van zijn opvatting af te brengen; zij
verweert zich alleen tegen het gerationaliseer, en bekent dat zij ‘een spiegel van God’ zou
willen zijn.

 

.

 

afbeelding-6

Oproep tot geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

DE JUISTE MAAT

.

Hildegard is zeer sceptisch over de uitwassen van ascese, waarbij mensen door een verkeerd
opgevatte vroomheid hun lichaam tiranniseren:

‘De mateloosheid van deze houding leidt hem (de mens) vervolgens tot het onverdraaglijke, en voert de onthouding in hem op tot in het overdrevene, zodat hij zich dan in zijn mateloosheid ook geoorloofde dingen onthoudt en tenslotte ook een afkeer van andere deugden krijgt.

In de waan dat hij terugkeert tot de gerechtigheid en dat hij overloopt van nauwgezetheid, zet hij voor zichzelf de valstrik van de vermoeidheid, omdat hij met een dergelijke buitensporige onthouding de breekbaarheid van de moed en de achtzaamheid negeert. Tenslotte twijfelt hij eraan of hij zich noch wel staande kan houden, en loopt zo in de valkuil van de vertwijfeling’.

 

.

 

LOFZANG OP HET JUISTE EVENWICHT

.

‘O hoe heerlijk is de Godheid, die, terwijl Zij schept en werkt door haar schepselen, zelf haar werkelijkheid openbaart! Als de mens zijn vlees met mate voedt, is ook zijn gedrag vrolijk en aangenaam. Wanneer hij er echter op los leeft in schranspartijen en drankgelagen, dan legt hij de kiem voor elke schandelijke ondeugd.

Maar wie zijn lichaam door dwaze onthouding schaadt, loopt altijd met een nors gezicht
rond. Hoe zou de liefde in jou kunnen wonen wanneer jij niets wilt weten van medelijden met de
ziekten van andere mensen? Houd je tempel zorgvuldig op orde, zodat de groene levenskracht, waarmee jij God in liefde omgeeft, geen schade lijdt, want God heeft jouw ziel intens lief.’

.

.

 

GOD IS OOK IN JE DAGELIJKSE BESLOMMERINGEN

.

Aan bisschop Eberhard van Salzburg, die bij haar om raad vraagt, omdat oververmoeid
raakt doordat er van alle kanten aan hem werd getrokken schrijft zij:

 

‘De lichte kanten van datgene wat u wilt, beschouwt u als een huisgenoot, maar de
schaduwzijde van de moeite van de wereld als een vreemdeling. Gij laat niet toe dat zij
samenkomen en daardoor is uw geest vaak vermoeid.

Want ge ziet uw zoeken naar God en uw inspanningen voor het volk niet als een eenheid. En toch kunnen beide, zowel het hemelse als uw inzet voor het volk, gezien worden als één
deugd. Zo hing ook Christus het hemelse aan en was hij tegelijkertijd begaan met het volk’.

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

 

 

Palmarosa : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Palmarosa etherische olie

 

 

 

 

Palmarosa etherische olie wordt gedestilleerd uit het gedroogde gras van de Cymbopogon martinii. De Palmarosa is een tot 3 meter hoog gras met lange bladen en roodbruine bloeipluimen. Van oorsprong komt de plant uit Noord India of Pakistan en behoort tot een familie van grassen en waarvan Cymbopogon een belangrijk geslacht van ongeveer 120 verschillende soorten en variëteiten is.

 

Cymbopogon martinii, is een grassoort waarvan 2 variëteiten bekend zijn: het Gembergras, Cymbopogon martinii var. sofia en Palmarosa, Cymbopogon martinii var. motia of ook wel Cymbopogon martinii var.martinii.

De etherische olie is lichtgeel tot olijfkleurig en heeft een zoete, bloemige, licht frisse kruidig zoete geur die op rozen lijkt.  Daarom wordt de olie ook veel gebruikt als goedkope vervanger van echte Rozenolie. Palmarosaolie is een belangrijke geurstof in de cosmetische industrie

Palmarosa is ook bekend als Turkse- of Indiase Geranium omdat de olie vroeger vanuit Bombay naar de havens aan de Rode Zee werd verscheept en vandaar uit over land naar Constantinopel en Bulgarije vervoerd.  Op de Balkan en ook in Turkije wordt Palmarosa-olie veel gebruikt voor het versnijden van echte Rozenolie.

Een belangrijk commercieel centrum voor Palmarosa is het westen en noordwesten van Ellichpur in India waar zich vele destilleerderijen bevinden.

 

Zowel de olie als de gedroogde plant worden gebruikt in de Ayurveda, de traditionele Indiase geneeskunde.

Palmarosa olie wordt aanbevolen bij zenuwpijn, spit, ischias en reumatische pijn, terwijl het kruid wordt gebruikt bij de behandeling van koorts, slechte spijsvertering en dikke darmontsteking.

 

 

 

 

Eén van de voornaamste bestanddelen van de olie is geraniol en daardoor is Palmarosa niet alleen zeer waardevol in de huidverzorging, maar ook bij spijsverteringsproblemen en als schimmelwerend en antibacterieel middel.

 

 

 

Palmarosa etherische olie in de aromatherapie

 

Palmarosa etherische olie stimuleert de celregeneratie, reguleert de talgproductie.

Het is een antiseptische olie met bacterie-, virus-, en schimmelremmende eigenschappen en wordt in de aromatherapie gebruikt bij huidinfecties, littekens, eczeem, psoriasis, puistjes, wondjes, bacteriële- en schimmelinfecties, acne, couperose, rimpels, darminfecties, geestelijke uitputting, nervositeit, stijve spieren, spijsverteringproblemen, depressies en aan stress gerelateerde problemen.

In combinatie met Lavendel-, Tea Tree- en Geranium olie kan Palmarosa helpen bij ontstekingen aan de urinewegen en de geslachtsdelen, zoals blaasontsteking, urinebuisontsteking en schede ontsteking.

 

 

 

Psychisch

 

Palmarosa olie opent het hart, ontspant de zenuwen en kalmeert de geest. Hij herstelt de innerlijke balans en werkt ontspannend bij stress en gejaagdheid.

Fijn om te verdampen bij rusteloosheid, slapeloosheid en angst.

contra-indicatie: Palmarosa kan bij puur gebruik bij gevoelige mensen huidirritaties veroorzaken.

Palmarosa kan goed gecombineerd worden met:

Sandelhout, Roos, Bergamot, Ceder, Citroen, YlangYlang, Jasmijn , Rozemarijn, Wierook,  Geranium en andere bloemenoliën.

 

 

 

 

 

Gebruik van Palmarosa etherische olie

 

  • Als vervanging van rozen- of geranium etherische olie in huidverzorgingsproducten.
  • Bij couperose en als anti rimpel serum: 6 druppels Palmarosa in met 10 ml. jojoba olie mengen en met dit mengsel `s avonds het gezicht licht inwrijven. Eventueel in een 10 ml. roll on flesje doen en ‘s avonds als serum de roll on over de couperose en/of rimpels aanbrengen.
  • Zalf voor een droge huid: 5 druppels Palmarosa, 5 druppels Sandelhout, 5 druppels Mirre en 2 druppels Patchouli toevoegen aan 80 gr. Sheabutter en 20 ml. Jojoba. Deze zalf `s avonds aanbrengen op een vochtige huid.
  • Puistjes, acne, wondjes: 2 druppels Palmarosa op een vochtig watje en daarmee de aangetaste plaatsen deppen.
  • Verdampen: 5 druppels Palmarosa, 1 druppel Geranium en 2 druppels Grapefruit in de aromalamp verdampen verdrijven een depressieve stemming.
  • Badolie bij nervositeit en stress; 3 druppels Palmarosa, 1 druppel Neroli, 1 druppel Geranium en 2 druppels Lavendel toevoegen aan een eetlepel  dode zeezout, melk of honing. Dit mengsel toevoegen aan een warm bad en hierin 20 min. baden.

 

 

 

 

 

 

Manuka : etherische olie

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

.

.

Manuka etherische olie

.

Manuka etherische olie heeft veel eigenschappen met Tea Tree etherische olie gemeen maar is milder in gebuik. De olie wordt daarom ook wel de Nieuw-Zeelandse Tea Tree genoemd.

 

 

Manuka olie, Leptospermum scoparium, wordt gewonnen door stoomdestillatie van de twijgen en bladeren. De olie is kleurloos tot bleekgeel en heeft een warme, kruidige en mildzoete geur.

De Manuka struik is een kleine struik die zo’n 2 tot 5 meter hoog kan worden. De kleine, smalle blaadjes van deze struik blijven het hele jaar groen.

Als de Manuka in bloei staat, zit de hele struik vol met kleine, witte of roze  bloemetjes.

 

Manuka is als heilzame plant al vele eeuwen bij de Maori`s bekend om zijn antibacteriële en schimmeldodende eigenschappen. Manuka heeft een lange geschiedenis en wordt bij de Maori`s onder meer gebruikt bij luchtwegproblemen en reumatische klachten.

Het bijzondere van Manuka etherische olie  is de werkstof leptospermum welke tot nu toe alleen in Manuka olie werd aangetroffen. Het heeft een veel sterkere werking bij de bestrijding van bacteriën en schimmels dan andere Theeboomoliën en is bovendien veel huidvriendelijker.

Van de Manuka struik komt ook de Manuka honing die bekend is als medicinale honing door zijn antibacteriële werking.

 

 

 

 

.

Gebruik van Manuka etherische olie in de aromatherapie

 

De antiseptische eigenschappen kunnen goed benut kunnen worden bij de behandeling van o.a. jeugdpuistjes en wondjes.  En de olie kan effectief zijn bij de verzorging van een vette huid en acne.  De olie is pijnstillend, anti-allergisch, anti-viraal, slijmoplossend, schimmeldodend en heeft een brede anti-bacteriële werking.

De olie wordt in de aromatherapie daarom o.a. gebruikt bij: schimmelinfecties,  bacteriële- en virusinfecties, hooikoorts, sinusitis, verkoudheid, griep, dekubitis, zenuwpijnen, spier- en rugpijn, reumatische klachten, luchtwegproblemen, jeugdpuistjes, insectensteken, roos, eczeem, herpes en wratten.

Daarnaast heeft de olie een insectenwerende functie.

Bij het behandelen van huidproblemen kan je Manuka olie verdunnen met een plantaardige olie, bijv. Amandel-, Avocado- of Nigella (zwartzaad) olie. Ernstige verwondingen voorzichtig aanstippen met pure Manukaolie.

 

 

 

Psychische effecten van Manuka etherische olie

 

 

De olie richt de aandacht weer op het wezenlijke. Hij laat de geest weer op krachten komen en sterkt het zelfvertrouwen.

Manuka heeft  een rustgevende en kalmerende werking en  vooral bij stress veroorzaakt door angst of panische toestanden is Manuka aan te bevelen.

Je kan 5 tot 8 druppels verdampen in een aromadiffuser of  in acute gevallen en bij mentale uitputting 1-2 druppels inhaleren vanaf een tissue.

 

 

Manuka kan goed gemengd worden met Lavendel, Citrus-oliën zoals Sinaasappel, Grapefruit, Mandarijn, Citroen en andere Melaleuca-oliën.

 

 

 

.

.

Recepten met Manuka etherische olie

 

  • Spier- en gewrichtspijn; meng 8 druppels Manuka met 1 eetlepel basis olie (bijvoorbeeld amandelolie of avocado olie) en masseer hiermee dagelijks de pijnlijke plaatsen.
  • Bij rugpijn; 10 druppels Manuka en 5 druppels Marjolein toevoegen aan 50 ml. St. Janskruid-olie en hiermee de pijnlijke spieren dagelijks masseren.
  • Gewrichtsreuma (artritis): voeg 10 druppels Manuka toe aan een eetlepel macadamia of hazelnootolie en masseer hiermee 1-2 per dag de pijnlijke gewrichten.
  • Keelpijn; 5 druppels Manuka aan een glas gekookt, afgekoeld water toevoegen, goed roeren en hiermee dagelijks 1à 2 keer gorgelen.
  • Winter- voeten, handen, tenen; voeg 5 druppels Manuka toe aan een eetlepel amandelolie en smeer de voeten, handen of tenen hier 2x per dag mee in. In ernstige gevallen pure olie gebruiken.
  • Voetschimmel/kalknagels:  voeg 5 druppels Manuka etherische olie en 5 druppels TeaTree olie toe aan 50 ml. Laurierolie en smeer 2 x per dag je voeten hiermee in.

 

 

Ook een voetbad werkt goed bij voetschimmel:

doe 5 druppels Manuka olie en 5 druppels Tea Tree olie in 50 gram dode zeezout of epsom zout en los dit op in het warme water en laat hierin de voeten 20 minuten weken.

Na het voetbad goed afdrogen insmeren met het olie mengsel.

 

 

.

.

.

 

 

 

 

 

Parnassia : Parnassia palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de alleenstaande, witte bloemen met 5 geaderde kroonbladen en
– 5 beklierde, onvruchtbare meeldraden, afgewisseld met 5 vruchtbare meeldraden en
– één stengelomvattend blad aan de bloemsteel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Parnassia is een overblijvende, in polletjes groeiende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij zeldzaam in de Lage Landen. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Uitsteken en plukken is verboden! Ze groeit op tamelijk open tot grazige, natte, voedselarme, al of niet kalkrijke grond in duinvalleien, blauwgras- landen, trilvenen en in heiden op leem; zelden in droger kalkgrasland.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Parnassia bloeit vanaf juli tot en met september. De bloemen zijn wit, alleenstaand op lange rechte stelen en ze geuren zwak naar honing. Ze hebben 5 kroonbladen, die enigszins doorzichtig, donker geaderd zijn. Voor de kroonbladen staan schuin omhoog 5 geelgroene onvruchtbare meeldraden (staminodia) met een rij gesteelde klieren langs de rand.

Deze 5 onvruchtbare meeldraden worden afgewisseld met 5 vruchtbare meeldraden, die bij jonge bloemen naar het midden gevouwen zijn. Elke dag klapt er eentje naar buiten en valt de helmknop eraf. Aan het aantal teruggeslagen meeldraden is de eerste 5 dagen te zien hoeveel dagen de bloem bloeit. Nadat de meeldraden teruggeslagen zijn, rijpen de 4 stempels. In totaal bloeit een bloem 8 dagen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn eirond tot hartvormig en hebben een gave rand. De rozetbladeren zijn langgesteeld.
Elke bloemstengel heeft 1 blad in of onder het midden. Dat blad is ongesteeld en heeft een stengelomvattende voet.

 

 

 

Algemeen

 

– parnassiafamilie (Parnassiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf juli tot en met september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 3,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 4 stijlen

Blad
– rozet en stengelblad
– enkelvoudig
– eirond tot hartvormig
– top stomp of spits
– rand gaaf
– voet afgerond of stengelomvattend
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– kantig

zie wilde bloemen