Tagarchief: ascese

Het Boeddhisme.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool boeddhisme

symbool boeddhisme

.

 

 

Ontstaan

 

Ontstaan als reactie op en hervorming van het hindoeïsme. Het boeddhisme wijst het hele hindoeïstische goden-pantheon af en is daarmee geen godsdienst in de strikte zin van het woord. Het kastensysteem en priesterbemiddeling worden afgewezen. Heilige boeken worden niet erkend en dus is er ook geen taak meer voor het Sanskriet. De kringloop der wedergeboorten kan op eigen kracht worden doorbroken waarmee het Nirwana binnen het bereik komt.

 

 

toestand van Nirwana

toestand van Nirwana

 

.

 

De stichter

 

Anders dan het hindoeïsme gaat het boeddhisme terug op een historische stichter, Sidharta Goutama. Hij werd geboren 560 v.C., als zoon van een rijk stamhoofd, huwde een weduwe en had bij haar een zoon. Op 29-jarige leeftijd kwam hij in een ernstige religieuze crisis, verliet huis en haard en probeerde eerst door een strenge ascese en zelfkastijding een oplossing te bereiken.

Na zes jaar aldus geleefd te hebben en na een periode van 49 dagen van eenzame meditatie kwam de verlossing in de vorm van de verlichting. Gautama werd tot Boeddha (= dé Verlichte) en daarmee tot het centrum van de mensheid en zijn geschiedenis. Boeddha verzamelde een groep monniken om zich heen aan wie hij zijn (mondeling) leer doorgaf.

.

 

Gautama Buddha

Gautama Buddha

 

 

 

De leer

 

Boeddha leerde aan zijn volgelingen de volgende vier waarheden:

(1) Leven is lijden

(2) De oorzaak van het lijden is het verlangen of de begeerte.

(3) Het verlangen moet worden overwonnen.

(4) Het geëigende middel daartoe is het achtvoudige pad.

Het achtvoudige pad geeft, in een opklimmende reeks, een leidraad voor het leven:

(1) het juiste pad,

(2) de juiste doelstelling,

(3) het juiste woord,

(4.) het juiste gedrag (niet stelen, niet doden),

(5) het juiste middel voor het levensonderhoud,

(6) de juiste inspanning (wilskracht, training),

(7) het juiste bewustzijn (kennen van de drijfveren) en tenslotte

(8) de juiste meditatie.

 

.
Wie de uiteindelijke verlichting bereikt, geniet het Nirwana, enerzijds beschreven als een staat van grootste volheid maar anderzijds ook als een staat van volledige leegte. De centrale levensfilosofie is dat het bestaan eigenlijk een illusie is (wanneer de materiële vorm zich voegt bij het gevoel ontstaat er een idee dat zich verdiept tot het bewust zijn van iets en dat laatste brengt voor een ogenblik de illusie van het bestaan voort).

In zijn zuiverste vorm laat het geen ruimte voor aanbidding aangezien er geen wezen is tot wie de aanbidding kan worden gericht. In latere ontwikkelingen is hierop toch ten dele teruggekomen.
Anders dan het hindoeïsme is het boeddhisme overtuigd het ‘goede nieuws’ voor de gehele mensheid te zijn. Het is dan ook zeker in de beginperiode sterk missionair geweest.

 

 

Ontwikkeling

 

Nadat Boeddha zijn monniken zijn lering had bijgebracht, volgde een voorspoedige start van het boeddhisme. Na enige tijd ontstond de behoefte toch de leer in geschriften te formuleren. Er werden concilies gehouden. In 300 jaar bereikte het boeddhisme heel India (de onderlaag blijf het hindoeïsme trouw).

Honderd jaar later breidde het zich uit over Sri Lanka, later over China waar het de cultuur diepgaand beïnvloed heeft. Rond het begin van onze jaartelling bereikte het boeddhisme Japan en Korea waar het zich mengde met de plaatselijke shinto. In Tibet kreeg het boeddhisme een geheel eigen vorm (het tantrisme).

Rond 900 na Chr. volgde een teruggang en won het hindoeïsme althans in India weer vrijwel alle terrein terug (pas in deze eeuw is er weer sprake van een kleine opleving van het boeddhisme in India).
Recent is vooral het zen-boeddhisme in het westen bekend geworden. Van de meditatievormen is met name de Yoga buiten het boeddhisme populair (en in sommige katholieke kloosters gepraktiseerd).

 

 

Heilige boeken

 

Het boeddhisme is een ‘godsdienst’ zonder heilige geopenbaarde boeken. Wel zijn de leringen van de Boeddha in later tijd vastgelegd. In de loop van de tijd is aan de overlevering over het leven en de leer van Boeddha veel toegevoegd. De teksten werden alleen in de kloosters bewaard en zijn in de meeste gevallen met de invallen van de islam verloren gegaan. Een reconstructie van de leer in zijn meest oorspronkelijke vorm is daarom echter niet goed mogelijk.

 

 

De leefregels

 

De leefregels volgen uit de opgaven van het achtvoudige pad. In de oorspronkelijke vorm van het boeddhisme is de mens sterk op zichzelf betrokken. Maar men mag de naaste geen schade berokkenen. De boeddhist zal overdaad mijden. Het is aan te bevelen een kortere of langere tijd als monnik te leven.

 

 

monniken

monniken

 

 

Richtingen

 

Rond 100 na Chr. splitste het boeddhisme zich in twee scholen: Hinayana (‘kleine voertuig’), de meest oor-spronkelijke en zuivere richting, tegenwoordig beter bekend onder de naam Theravada, en Mahayana (‘grote voertuig’).

Het Hinayana leert dat de verlossing maar voor weinigen is weggelegd (= kleine voertuig). Het is een verdraagzame groep die met name Sri Lanka, Thailand, Birma, Cambodja en Laos te vinden is.
Het Mahayana leert daarentegen dat de verlossing voor velen is weggelegd. God keert terug in de vorm van de Oer-Boeddha.

Er komen helpers voor de mens, de Bodhisatva’s (heiligen). Hemel en hel worden aanvaard. Er wordt een plaats ingeruimd voor toekomstige Boeddha’s. De eredienst krijgt de trekken van een kerk. Plaatselijk vermengt deze vorm van boeddhisme zich gemakkelijk andere religies zoals dat in Japan (Shinto) en in Tibet het geval is geweest.

Het zen-boeddhisme ( vajrayana of tantrisch boeddhisme)  is rond 500 v.C. in China tot ontwikkeling gekomen vorm van het boeddhisme welke nadien ook in Japan vaste voet aan de grond heeft gekregen. Het zen-boeddhisme is nogal afkerig van theorie, is meer betrokken op de dienst aan de naaste en legt sterk de nadruk op geestelijke en lichamelijke discipline en op training.

Na de Tweede Wereldoorlog is deze vorm van het boeddhisme ook in het Westen bekend en populair geworden. Yoga is een ander in het Westen bekend geworden boeddhistisch fenomeen dat dateert uit de vijfde eeuw n.Chr. Het is een methode om door ascese en geestelijke concentratie een hogere bewustzijnstoestand te bereiken.

.

slide_10

.

 

 

.

mapbuddh (1)

.

 

 

Feesten en kalender

 

De Boeddhistische kalender is (met uitzondering van Japan) een maankalender. Het jaar is 11 dagen korter en de feestdagen verschuiven derhalve ten opzichte van onze op de zon gebaseerde kalender. Veel feesten zijn sterk regionaal bepaald. Om er enkele te noemen:

Geboortefeest van Boeddha (d.w.z. zijn verlichting en eerste preek)

– Feest van de Boeddha’s (Japan)

– Dodenfeest (soort Allerzielen, alleen Japan)

– Boeddha’s Hemelvaart (alleen Tibet).

 

 

 

Enkele teksten uit de boeken

 

  • Er zijn twee doelen die een rondtrekkende niet dient na te streven… Het vervullen van begeerten en de vreugden die uit deze begeerten voortkomen. Dit is laag bij de gronds, ordinair en leidt tot wedergeboorte, hetgeen schandelijk en bovendien onvoordelig is . . .”
  • En dit is de edele waarheid van het leed: geboorte is leed, ouderdom is leed, ziekte is leed, niet vervuld zien van wensen is leed …”
  • En dit is de edele waarheid van het opheffen van het leed: het is het opheffen van de begeerte, zodat er geen hartstocht meer is. En dit is de edele waarheid van de weg die leidt naar het opheffen van het leed. Het is het edele achtvoudige pad.” (uit de Theravada, Boeddha’s preek te Benares).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 John Astria

John Astria

 

De weg van mystieke wijsheid

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

.

 

 

.

In haar boek Scivias maakt Hildegard von Bingen duidelijk dat men niet

zomaar in de mystieke wijsheid kan  worden ingewijd,

maar dat daar een rijpingsweg aan voorafgaat die stap 

voor stap moet worden afgelegd.

Zij hoort Gods stem de volgende woorden zeggen:

 

 

HET GEESTELIJKE KOMT NIET VANZELF:

.

‘Velen willen een spel met Mij spelen. Zonder enige inspanning van hun ziel en hun verstand
willen ze tot Mij naderen. Zij staan er niet bij stil dat ze Mij eerst moeten aanroepen, zich
moeten bezinnen op wat hun lichaam vraagt. Zij willen Mij alleen maar in bezit nemen. Als
iemand die uit een diepe slaap ontwaakt, storten ze zich naar eigen goeddunken, in een
plotselinge, misleidende opwelling op de weg van de heiligheid. 

Zij willen gemak: God moet hun dienaar zijn, en al hun wensen vervullen. Aan dergelijke
aanmatiging verleen Ik geen genade. Ik wil niet zaaien in de lege akker van een mens die zo
zelfingenomen zoekt zich met Mij te verenigen, als een vreemdeling die Mij niet kent. 
Mens, waarom heb je de akker van je ziel niet geïnspecteerd, en het onkruid, de doornen
en de distels uitgerukt?

Je had Mij moeten aanroepen, en jezelf moeten onderzoeken, voordat je zonder zelfkennis,
als een beschonkene en waanzinnige tot Mij kwam, want zonder mijn hulp ben je niet in staat
een lichtend werk te volbrengen. Wanneer je Mij zo onbezonnen, als in de slaap, hebt gezocht,
zul je door verveling worden aangegrepen. 

.

 

 

WAT DE GEESTELIJKE WEG KAN GEVEN:

.

Waartoe ben je met Mij in staat? De stralendste werken, die feller stralen dan de glans van
de zon en zoeter zijn dan honing en melk voor wie ernaar verlangt. Wees volhardend in je zoeken naar Mij en ik zal je helpen. Ik zal rozen en lelies en andere welriekende kruiden der deugd in je akker zaaien. En ik zal hem voortdurend bevochtigen door de inspiratie van de Heilige Geest.

Ik wil Mij met jou verenigen en jouw pijn delen. Jouw schepper heeft je de beste schat
gegeven, een levende schat: je verstand. Vervuld van de troost van de Heilige Geest zul je in wijsheid onderscheiden wat goed is, en nog grotere werken volbrengen. Met een fel brandende liefde zul je je Vader verheerlijken, die je dit alles in zijn goedheid heeft gegeven.’

 

 

.

VOORBEELD OVER DE ‘(ON)DEUGDEN’: ONGEHOORZAAMHEID – GEHOORZAAMHEID

.

Ook in de tijd van Hildegard was er kennelijk sprake van aanvechting van het geloof en onzekerheid, zoals blijkt uit de volgende dialoog in haar boek ‘Liber Vitae Meritorum’:

.
De Ongehoorzame (‘Inobedientia’) zegt daarin:

.
“Wij zijn de rechtmatige filosofen en wij zijn wijzer dan alle anderen. Zo veel meesters hebben  ons voorschriften opgelegd naar hun eigen goeddunken; moeten wij handelen naar hun wil? Wat een onzin. Wat ik mijzelf voorschrijf, daarvan weet ik precies wat ik eraan heb en welk nut het heeft. Ik moet datgene doen wat ik kan zien en bevatten en waarvan ik het nut inzie’.

 

.
Ook het Ongeloof (‘Infidelitas’) spreekt zich op een dergelijke wijze uit:

.
‘Ik ken geen ander leven dan dit hier wat ik kan zien, voelen en begrijpen.  Hoe ik verder ook zoek en speur, en wat ik ook te zien, te horen en te weten kom, ik vind geen andere werkelijkheid. Alleen dat wat ik zie, dat weet ik’.

.
Het valt niet mee een dergelijke opvatting te weerleggen, men kan hoogstens proberen de
eenzijdigheid van deze zienswijze aan te tonen.

 

.

Zo zegt de Gehoorzaamheid (‘Obedientia’) :

‘Ik weerklink als een citer op het bevel van zijn Woord.  Ik streef niets na dan wat van God komt, daar ik van Hem uitging. Uit Hem ben ik gegroeid en ik wil geen andere God’.

Ook het Geloof ( ‘Fides’) probeert niet de ongelovige van zijn opvatting af te brengen; zij
verweert zich alleen tegen het gerationaliseer, en bekent dat zij ‘een spiegel van God’ zou
willen zijn.

 

.

 

afbeelding-6

Oproep tot geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

DE JUISTE MAAT

.

Hildegard is zeer sceptisch over de uitwassen van ascese, waarbij mensen door een verkeerd
opgevatte vroomheid hun lichaam tiranniseren:

‘De mateloosheid van deze houding leidt hem (de mens) vervolgens tot het onverdraaglijke, en voert de onthouding in hem op tot in het overdrevene, zodat hij zich dan in zijn mateloosheid ook geoorloofde dingen onthoudt en tenslotte ook een afkeer van andere deugden krijgt.

In de waan dat hij terugkeert tot de gerechtigheid en dat hij overloopt van nauwgezetheid, zet hij voor zichzelf de valstrik van de vermoeidheid, omdat hij met een dergelijke buitensporige onthouding de breekbaarheid van de moed en de achtzaamheid negeert. Tenslotte twijfelt hij eraan of hij zich noch wel staande kan houden, en loopt zo in de valkuil van de vertwijfeling’.

 

.

 

LOFZANG OP HET JUISTE EVENWICHT

.

‘O hoe heerlijk is de Godheid, die, terwijl Zij schept en werkt door haar schepselen, zelf haar werkelijkheid openbaart! Als de mens zijn vlees met mate voedt, is ook zijn gedrag vrolijk en aangenaam. Wanneer hij er echter op los leeft in schranspartijen en drankgelagen, dan legt hij de kiem voor elke schandelijke ondeugd.

Maar wie zijn lichaam door dwaze onthouding schaadt, loopt altijd met een nors gezicht
rond. Hoe zou de liefde in jou kunnen wonen wanneer jij niets wilt weten van medelijden met de
ziekten van andere mensen? Houd je tempel zorgvuldig op orde, zodat de groene levenskracht, waarmee jij God in liefde omgeeft, geen schade lijdt, want God heeft jouw ziel intens lief.’

.

.

 

GOD IS OOK IN JE DAGELIJKSE BESLOMMERINGEN

.

Aan bisschop Eberhard van Salzburg, die bij haar om raad vraagt, omdat oververmoeid
raakt doordat er van alle kanten aan hem werd getrokken schrijft zij:

 

‘De lichte kanten van datgene wat u wilt, beschouwt u als een huisgenoot, maar de
schaduwzijde van de moeite van de wereld als een vreemdeling. Gij laat niet toe dat zij
samenkomen en daardoor is uw geest vaak vermoeid.

Want ge ziet uw zoeken naar God en uw inspanningen voor het volk niet als een eenheid. En toch kunnen beide, zowel het hemelse als uw inzet voor het volk, gezien worden als één
deugd. Zo hing ook Christus het hemelse aan en was hij tegelijkertijd begaan met het volk’.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA