Tagarchief: bijbel

2 Samuel 16:15-23+17+18-Pride breeds destruction / Trots leidt tot vernietiging

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

 

2 Samuel 14

1 – 33

Absalom in Jeruzalem teruggekeerd

2 Samuel 15

1 – 13

Opstand van Absalom

14 – 37

David vlucht voor Absalom

2 Samuel 16

1 – 4

Mefibóseth door Ziba belasterd

5 – 14

Simeï vloekt David

15 – 23

Absalom, Husai en Achitófel

 

.

2 Samuel 16:15 – Chapter 18 –

Pride breeds destruction / Trots leidt tot vernietiging

 

Paul Leboutillier

 

 

 

 

 

 

2 Samuel 14+15+16: 1-14 – Absalom’s treachery / Absoloms bedrog

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

.

2 Samuel 14

1 – 33

Absalom in Jeruzalem teruggekeerd

2 Samuel 15

1 – 13

Opstand van Absalom

14 – 37

David vlucht voor Absalom

2 Samuel 16

1 – 4

Mefibóseth door Ziba belasterd

5 – 14

Simeï vloekt David

 

.

2 Samuel 14 – 16:14 – Absalom’s treachery / Absoloms bedrog

 

Paul LeBoutillier

 

 

 

 

 

 

 

De opkomst van de antichrist en de valse profeet : Openbaring 13

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 13

 

 

De opkomst van de antichrist en de valse profeet

 

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van john Astria

 

 

 

 Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis  over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Zonen van Belial en een juk van dienen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Zonen van Belial

.

Opgroeien zonder Gods juk

 

We lezen in 1 Samuël 2:12 dat de zonen van Eli de Eeuwige niet kenden en dat zij zonen van Belial (nietswaardige lieden) waren. Het woord ‘kennen’ kan ook betekenen ‘erkennen’ of ‘rekening houden met’. Deze mannen hadden geen relatie met God en leefden alsof Hij niet bestond. Het Hebreeuwse woord Belial betekent letterlijk ‘zonder juk’ of ‘zonder iets boven je’. Het is een uitdrukking die wordt gebruikt om iets te benoemen dat volkomen slecht, nutteloos of waardeloos is. ‘Zonen van Belial’ kan ook worden vertaald met ‘de zonen van een wetteloze’. Dit slaat dan op hun vader Eli, die zijn zonen had opgevoed zonder (het ‘juk’ van) Gods wet.

 

 

 

Kenmerken van zonen van Belial

 

Een ‘zoon van Belial’ is een tegenhanger van een ‘koningskind’. Paulus zegt in 2 Corinthe 6:15 dat Christus niets gemeen heeft met Belial. De Bijbel leert ons dat we niet naar dingen van Belial moeten luisteren of kijken, maar dat we deze dingen moeten haten.

Psalmen 101:3 Ik zal geen Belialsstuk ( schandelijke dingen) voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

Iemand die bederiegelijke taal spreekt, onheil sticht of kwaad opgraaft, wordt een Belialsman genoemd.

Spreuken 6:12 Een Belialsman (nietsnut), een onheilstichter is hij, die met bedrieglijke mond rondgaat,

Spreuken 16:27 Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.

 

We moeten ons heel ver van deze mensen houden:

2 Thessalonica 3:6 “Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt.”

 

 

Zonen van Belial

 

 

 

Een juk van dienen

 

Een juk is in de Bijbel een metafoor voor dienen. Dat dienen kan in negatieve zin zijn, wanneer iemand arbeid verricht als een slaaf. In positieve zin betekent het meewerken door te helpen en te dienen. In Klaagliederen 3:27 staat dat het goed is wanneer iemand in zijn jeugd een juk draagt. Een kind hoort namelijk in zijn jeugd te leren om anderen te dienen en te helpen. Op dezelfde wijze mogen ze leren wat het betekent om God te dienen.

Wanneer ze dat jong leren, hebben ze daar later veel aan. In Spreuken 22:6 staat: Oefen de knaap in het begin van zijn levensweg, dan zal hij, ook wanneer hij oud wordt, er niet van afwijken. De zonen van Eli hadden dit blijkbaar niet geleerd. Zij dachten alleen maar aan zichzelf en stalen het vlees dat mensen kwamen offeren. Zij waren ‘zonen zonder juk’, oftewel ‘zonen van Belial’.

 

.

Een juk van de Tora

 

Joden beschouwen de Tora, het Woord van God, als een juk. Daarbij moeten we niet meteen aan iets negatiefs denken. Zoals twee ossen door middel van een juk aan elkaar werden verbonden om samen een ploeg te kunnen trekken, verbindt de Tora ons aan God, zodat wij samen met Hem in Zijn koninkrijk kunnen regeren.
In de tijd van Jezus was het heel normaal dat een rabbijn een leerling riep om Hem te volgen. De rabbijn vroeg dan: “wil je mijn juk op je nemen”? Het was een grote eer in die tijd wanneer je door een rabbijn werd gevraagd om Hem te volgen.

En het opnemen van zijn juk betekende dat je precies ging doen wat de rabbijn zelf ook deed. Op dezelfde wijze was het een grote eer voor de discipelen toen zij door Rabbi Jesjoea (Jezus) werden gevraagd om van Hem te leren en Zijn juk daarbij op te nemen. Bovendien voegde de Here Jezus daaraan toe dat zijn juk zacht was en Zijn last licht (Mattheüs 11:28-30). Veel rabbijnen legden de mensen namelijk een zwaar juk op van allerlei menselijke wetten en regeltjes. Iets soortgelijks gebeurde in de gemeente van de Galaten (Galaten 5:1).

 

 

Proeven van Gods dingen

 

De Bijbel leert ons dat kinderen met Gods Woord vertrouwd moeten raken. Dat is voor een jong iemand niet altijd eenvoudig. Maar we moeten daarbij goed begrijpen dat een juk dragen betekent dat je iets samen met een ander doet. Een last kan misschien wel eens zwaar zijn, maar je draagt een juk met iemand anders. Iemand die jou meeneemt en die jou dingen leert. Volgens de Bijbel is dat de taak van de vader. Een vader hoort zijn kinderen mee te nemen en in te wijden in de dingen van God. Hierdoor ontstaat er een diepe band.

Van nature hebben kinderen al een band met de moeder. Ze hebben niet alleen negen maanden lang aan de navelstreng vastgezeten, maar er is ook een sterke geestelijke navelstreng tussen moeder en kind. Deze band heeft een kind niet van nature met de vader. Volgens de Bijbel en het Joodse denken is het rolmodel van een vader dan ook van zeer groot belang. Hij moet zijn kinderen meenemen en hen leren onderscheiden wat goed en fout is. Hij moet hen vooral de goede dingen laten proeven.

Het Hebreeuwse woord voor onderwijs is ‘chinoech’. Chinoech komt van een werkwoord dat onder andere wijden, zalven en inwijden betekent, maar ook proeven of smaken. Wanneer Joodse kinderen een eigen Bijbel krijgen, dan wordt boven op het kaft wat honing gesmeerd. De kinderen moeten daaraan likken om zo te ontdekken dat Gods woord als honing is, zoals er in Psalm 19:7-11 staat:

7  De Tora(instructie) des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.
8 De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen (laat de ogen stralen).
9 De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig.
10 Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja dan honigzeem uit de raat.
11 Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.

In Spreuken 24:13 staat:

“Eet honig, mijn zoon! want hij is goed, en honigzeem is zoet voor uw gehemelte”. Dit is geen voedingsvoorschrift, zoals vaak wordt gedacht, maar een oproep om Gods wijsheid te leren kennen (zie vers 14).

Doordat kinderen het Woord van God leren te associëren met honing, worden zij zich bewust van het goede van Gods Woord en Zijn geboden.

 

 

 

 

 

 

Het Sjema

 

Joden belijden dagelijks het Sjema Jisraeel (= Hoor Israël). Dat is het Bijbelgedeelte Deuteronomium 6:4-9;

4 Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is een!
5 Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
6 Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,
7 gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neder ligt en wanneer gij opstaat.
8 Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn,
9 en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.

Door dit gedeelte dagelijks hardop uit te spreken worden Joden er voortdurend aan herinnerd welke opdracht God hen heeft gegeven. In dit gedeelte staat de opdracht om voortdurend met je kinderen te spreken over het dienen van God. Het moet hen worden ingeprent, door erover te spreken terwijl je onderweg bent, wanneer je gaat slapen en wanneer je opstaat.

Het Hebreeuws gebruikt hier niet het gangbare woord voor kinderen, ‘jeladiem’, maar het woord ‘baniem’ (het meervoud van ‘ben’) dat de zonen betekent. Het Hebreeuwse woord zoon (ben) en dochter (bat) komen van het Hebreeuwse werkwoord bouwen. Een zoon is iemand die uit jou wordt gebouwd. Dat hoeft niet per se een fysiek kind te zijn.

De opdracht in Deuteronomium 6 is namelijk niet alleen voor iemands fysieke kinderen, maar ook voor iemands leerlingen of volgelingen. Dat houdt in dat deze boodschap evenzeer voor alleengaanden en kinderloze paren is, als voor mensen met eigen kinderen en adoptie- of pleegouders.

 

 

 

Groepsdenken

 

Het is bovendien belangrijk om te begrijpen dat de Bijbel mensen niet alleen als een individu ziet, maar ook als een onderdeel van een groep, een familie of een stam. In veel delen van Afrika is dit nog steeds zo. Wanneer iemand daar over ‘zijn kinderen’ spreekt, dan hoeven dat niet per se zijn eigen kinderen te zijn, maar het kunnen net zo goed de kinderen van zijn broer of zuster zijn of andere kinderen binnen de stam. Het is geen uitzondering wanneer kinderen hun oom of tante vader of moeder noemen.

In de westerse beschaving zijn we deze manier van denken vrijwel geheel kwijtgeraakt. We zijn zeer individu- alistisch en beseffen vaak veel te weinig dat we ergens een onderdeel van zijn. Ook als gemeente zijn we dat denken kwijtgeraakt. Jezus leerde om ‘onze Vader’ te bidden om met dat woordje ‘onze’ tot uitdrukking te brengen dat we niet solitair leven, maar dat we een onderdeel zijn van een groter geheel.

Bijbels gezien zijn wij daarom als volwassenen verantwoordelijk voor de kinderen in onze familie en onze gemeente. Het zijn allemaal ‘onze’ kinderen. En we hebben allemaal de verantwoording om hen het goede en het zoete van Gods Woord en Zijn instellingen te laten proeven.

Wanneer we de kinderen in onze gemeenten laten proeven van het goede en hen Gods instellingen onderwijzen en hen leren om te dienen, dan zullen ze niet snel verworden tot nietswaardige Belialszonen. Als ouders en opvoeders mogen we ze naar de Here Jezus brengen. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht en Hij geeft waarlijke rust voor de ziel.

 

 

Torah

 

.

 

Wat is de Tora?

 

Tora / Torah / Thora

 

(תורה)Aanduiding voor de 5 boeken (of de wet) van Mozes. Letterlijk betekent Tora instructie. Tora is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord ‘jarah’ dat o.a. betekent: een doel raken, onderwijzen, maar ook regenen (Hosea 6:3). Het is een antoniem (tegenstelling) van het Hebreeuwse werkwoord ‘doel missen’ oftewel ‘zondigen’.

 

 

Het woord Tora heeft een aantal verschillende betekenissen:

  1. Instructie, onderwijzing (spreuken 3:1).
  2. Een aanduiding voor de 5 boeken van Mozes, de Pentateuch. (Meestal vertaald met ‘Wet’ of ‘de Wet van Mozes’, zoals in Mattheüs 11:13: “al de Profeten en de Wet (= de Pentateuch) hebben geprofeteerd tot Johannes toe”.
  3. Soms een aanduiding voor het boek Deuteronomium (het boek der wet).
  4. Een boekrol met de 5 boeken van Mozes (sefer Tora).
  5. Het hele Eerste/Oude Testament (door Joden Tenach genoemd).
  6. De wet van Christus (1 Cor. 9:21, Gal. 6:2, Joh. 13:34,35)

Naast de geschreven Tora kennen Joden de mondelinge Tora. Dat zijn de lessen en instructies die van vader op zoon zijn doorgegeven en die na de verwoesting van de tempel op schrift zijn gesteld in o.a. de Misjna.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Contradicties in de bijbel : deel 6

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

913e87eb51e3bfc0da03139a07d8ae4e

 

 

 

Psalmen 44:24 vs. Psalmen 121:3

 

Psalmen 44:24
24 Waak op! Waarom slaapt Gij, Here?
Ontwaak! Verstoot niet voor eeuwig!

Psalmen 121:3
3 Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt,
uw Bewaarder zal niet sluimeren.

Psalm 44:24 geeft alleen maar correct weer wat de gevoelens van de psalmist zijn richting God. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat God slaapt. Bovendien is het beeldend bedoeld: het lijkt alsof Hij slaapt, omdat Hij schijnbaar niets doet aan de ellende van de schrijver. Maar natuurlijk weet God wat wij doormaken en uiteindelijk zal Hij gerechtigheid doen geschieden.

Parallel hieraan wordt de eerste helft van Psalm 13:2 wel eens aangehaald om de Bijbel te laten zeggen dat God dingen vergeet:

Psalm 13:2
2 Hoelang, Here? Zult Gij mij voortdurend vergeten?
Hoelang zult Gij uw aangezicht voor mij verbergen?

Dit is opnieuw slechts een uitdrukkingswijze om kenbaar te maken hoe de psalmist zich voelt: het lijkt wel alsof God hem vergeten is. Iedereen met ‘common sense’ begrijpt dit en dit is ook de manier waarop de psalmist het bedoeld heeft.

 

 

Spreuken 1:28 vs. Spreuken 8:17

 

Spreuken 1:28
28 dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden,
zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden.

Spreuken 8:17
17 Ik heb lief wie mij liefhebben,
wie mij ijverig zoeken, zullen mij vinden.

Noot: Absolute uitspraken in wijsheidsliteratuur moeten niet absoluut opgevat worden, ze zijn vaak retorisch van karakter.

Het gaat om twee verschillende groepen mensen. De groep van Spreuken 1:28 valt niet onder ‘wie Mij ijverig zoeken,’ want ze zoeken God op een hypocriete manier, namelijk pas als ze hulp nodig hebben.

 

 

Spreuken 23:6 vs. Spreuken 28:22

 

Spreuken 23:6
6 Eet niet het brood van wie boos van oog is,
begeer zijn lekkernijen niet;

Spreuken 28:22
22 Een man, boos van oog, hunkert naar rijkdom,
en hij weet niet, dat gebrek hem zal overkomen.

Wie ‘boos van oog’ is, staat armoede te wachten. Maar dat wil niet zeggen dat deze armoede hem nog tijdens zijn aardse leven zal overvallen. Lees bijvoorbeeld de gelijkenis van Lazarus.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Spreuken 26:4 vs. 5

 

Spreuken 26:4,5
4 Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.
5 Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Dit zei Salomo, de wijste man aller tijden. En we kunnen er een belangrijke les uit leren. Het is geen tegenstrijdigheid, maar een dilemma. Want hoe moet je een dwaas antwoorden?

Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.

Discussies over schepping en evolutie geven een mooie gelegenheid dit uit te leggen. Eén van de belangrijkste zaken om in te zien is dat een evolutionist en een christen radicaal verschillende uitgangpunten hebben, verschillende vooringenomen standpunten. Het belangrijkste verschil is het volgende: de christen gaat ervan uit dat er een God is, een Schepper, terwijl het een evolutionistische wetenschapper per definitie niet geoorloofd is een bovennatuurlijke entiteit te betrekken bij zijn ‘wetenschappelijke’ theorieën. Naturalistische wetenschap betreft namelijk per definitie alleen het natuurlijke, het waarneembare. Ook zal een atheïstische evolutionist Gods Woord niet zien als ‘goddelijk geïnspireerd’. Hiermee valt de evolutionist onder de Bijbelse definitie van een dwaas:

Psalm 53:2
2 De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.

Als je een discussie ziet tussen een evolutionist en een creationist, rara welk argument hoor je de evolutionist het vaakst herhalen? ‘Schepping is onwetenschappelijk.’ ‘De Bijbel is onwetenschappelijk!’ ‘God is onwetenschappelijk!!!’ (En dat klopt ook naar hun goddeloze, door atheïsten zelfbedachte definitie van wetenschap.) En de evolutionist zal eisen dat de christen zich aan de naturalistische ‘regels van de wetenschap’ houdt. Bijvoorbeeld de volgende uitspraak:

In de eerste plaats zijn binnen de wetenschap alleen in fysieke termen formuleerbare, tot het materiële terug te voeren oorzaken legitiem; het bovennatuurlijke valt buiten het wetenschappelijke domein, en verklaringen die naar het bovennatuurlijke – bijvoorbeeld naar een schepper – verwijzen zijn niet toegestaan.

Hierin ligt hun dwaasheid. Christenen moeten oppassen dat ze hier niet in mee gaan! Christenen moeten niet toegeven aan de atheïstische eis om de atheïstische (dwaze) uitgangspunten te accepteren. Ook moet de christen iets als ‘houd de Bijbel er buiten’ niet accepteren.

 

.

god_is_trouw

.

 

Als je toegeeft aan de onjuiste uitgangspunten (de dwaasheden) van de tegenstander, ben je net zo dwaas als hem en zul je nooit tot de juiste conclusies komen en nooit de discussie kunnen winnen. Dus antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid.

Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Maar als je de dwaas niet antwoordt naar zijn eigen uitgangspunten, zal hij wijs zijn in zijn eigen ogen. Je kunt de Bijbel beargumenteren wat je wilt, als je hem niet aantoont waarom zijn uitgangspunten onjuist zijn, zal hij trots blijven denken dat hij de wijsheid in pacht heeft. Je moet dus aantonen dat zijn uitgangspunten leiden tot interne contradicties binnen zijn wereldbeeld.

Het atheïstische uitgangspunt dat alleen natuurlijke verklaringen ‘toegestaan’ zijn loopt spaak. Want je kunt per definitie geen natuurlijke verklaring vinden voor het ultieme begin van het universum. Binnen de natuurwetten heeft alles een oorzaak. En aan iedere oorzaak is weer een andere oorzaak vooraf gegaan. Het universum kan niet oneindig oud zijn, vanwege de tweede hoofdwet der thermodynamica (het universum bevindt zich namelijk niet in een staat van complete entropie). Er moet dus een eerste oorzaak geweest zijn, die zelf niet door iets eerder veroorzaakt is. Deze eerste oorzaak valt buiten de natuurwetten, en voldoet dus niet aan de eis van het naturalisme.

Een andere manier is aantonen dat het uniformiteitprincipe (de aanname dat processen, zoals radioactief verval, altijd met dezelfde snelheid verlopen), dat veel mensen gebruiken om aan te tonen dat de aarde al miljarden jaren oud is, ook bruikbaar is om een jonge leeftijd van de aarde te beargumenteren. Er zijn heel veel processen, zoals de slijtage van de continenten, de hoeveelheid zout die jaarlijks naar de zee gebracht wordt, de afname van de energie van het magnetische veld, enzovoort, die nog helemaal niet zo lang bezig kunnen zijn als atheïsten geloven (gezien de huidige snelheden waarmee die processen zich voltrekken). Het uniformiteitprincipe is ook één van de aannames die evolutionisten doen, maar er kan dus aangetoond worden dat deze aanname leidt tot tegenstrijdige conclusies, en dus niet kan kloppen.

Zo kun je een zot antwoorden naar zijn dwaasheid (zijn uitgangspunten), met het doel hem in te doen zien dat zijn wereldbeeld niet consistent is, zodat hij niet wijs is in zijn eigen ogen.

 

 

Jesaja 26:10 vs. Jesaja 40:5

 

Jesaja 26:10
10 Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des Heren ziet hij niet.

Jesaja 40:5
5 En de heerlijkheid des Heren zal zich openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken.

Van alle genres in de Bijbel is profetie het moeilijkst te interpreteren, je kunt het dus niet oppervlakkig lezen en gelijk roepen: ‘Contradictie!’ Maar als je wanhopig op zoek bent naar fouten in de Bijbel en reikhalzend uitziet naar alles wat lijkt op een tegenstrijdigheid, ligt de zaak kennelijk anders.

In dit geval kunnen we simpelweg antwoorden dat Jesaja 26:10 een ander moment beschrijft dan Jesaja 40:5. Op het moment van Jesaja 26:10 verkeert de goddeloze nog in het ongewisse. Daar komt echter al in het volgende vers verandering in:

Jesaja 26:10,11
10 Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des HEREN ziet hij niet. 11 HERE, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet; zij zullen het echter beseffen en beschaamd staan over uw ijver voor het volk. Ja, het vuur over uw tegenstanders zal hen verteren.

En uiteindelijk volgt het ‘iedere knie zal zich buigen’-moment (Jesaja 45:23). Maar tot die tijd heeft de goddeloze, in weerwil van alle tekenen, nog geen flauw idee wat hem te wachten staat.

 

 

Matteüs 1:16 vs. Lukas 3:23

 

Matteüs 1:16
16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.

Lukas 3:23
23 En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef, de zoon van Eli,

Het geslachtsregister in Matteüs volgt de koninklijke lijn van Davids zoon Salomo naar Jozef, de officiële vader van Jezus. Het geslachtsregister in Lucas volgt de fysieke lijn van Davids zoon Natan, via Maria naar Jezus.

Eli was dus niet Jozefs fysieke vader, maar de vader van Maria. Waarom staat er dan dat Eli Jozefs vader was? In het geval van een huwelijk waaruit geen zonen voortkwamen, was het mogelijk dat de schoonzoon een zoon werd van zijn schoonvader, om de familienaam in stand te houden. Het is goed mogelijk dat dit met Jozef en Eli ook zo gegaan is, aangezien er nergens in de Bijbel melding wordt gemaakt van een broer van Maria (wel van haar zus, o.a. in Johannes 19:25).

 

 

 

 

 

Matteüs 5:16 vs. Matthëus 23:5

 

Matteüs 5:16
16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Matteüs 23:5
5 Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,

Merk het verschil in motief op. De Farizeeën leefden heel vroom om zelf een goede naam te krijgen.

Jezus gebiedt zijn discipelen goed te leven en goede werken te doen. De positieve resultaten zijn in te delen in drie categorieën:

  • Medemensen zijn er mee geholpen.
  • God zal je belonen (niet je medemens).
  • Mensen zullen het niet als toeval zien dat juist alle christenen goede werken doen (dit is het scenario dat Jezus wil, maar dat geen realiteit is). Hierdoor zullen mensen sympathieker staan tegenover het geloof in Jezus Christus.

Het gaat er dus om dat het niet om zelfverheerlijking te doen is, maar tot eer van God.

 

 

 

Matteüs 5:44 vs. 2 Johannes 1:10

 

Matteüs 5:44
44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen,

2 Johannes 1:10
10 Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom.

Je kunt dwaalleraren weigeren binnen te laten, maar nog steeds van ze houden en voor ze bidden. Geen contradictie.

 

 

Matteüs 7:1 vs. Johannes 7:24

 

Matteüs 7:1
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt;

Johannes 7:24
24 Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt met een rechtvaardig oordeel.

Mogen we oordelen, of niet? Uiteraard vinden we de oplossing in de context.

Matteüs 7:1-5
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? 4 Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? 5 Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen.

Dit gedeelte is niet direct tegen oordelen (ter verbetering), maar tegen hypocriet oordelen. Jezus zegt hier immers dat je de ander mag helpen de splinter uit zijn oog te halen, mits je er zelf geen balk in hebt zitten. Want alleen dan zul je scherp kunnen zien en rechtvaardig kunnen oordelen, zoals in Johannes 7:24.

 

 

 

 

 

Matteüs 27:5 vs. Handelingen 1:18

 

Matteüs 27:5
5 En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop ging hij heen en verhing zich.

Handelingen 1:18
18 Deze nu heeft een stuk grond verkregen voor het loon zijner ongerechtigheid en voorovergestort, is hij midden opengereten en al zijn ingewanden zijn naar buiten gekomen;

Hoe is Judas omgekomen? Heeft hij zichzelf opgehangen, of viel hij te pletter? Er zijn verschillende mogelijke oplossingen. Voorlopig blijf ik bij die van Josh McDowell, die in zijn boek The New Evidence that Demands a Verdict schrijft:

For example, one of my associates had always wondered why the books of Matthew and Acts gave conflicting versions of the death of Judas Iscariot. Matthew relates that Judas died by hanging himself. But Acts says that Judas fell headlong in a field, ‘his body burst open and all his intestines spilled out.’ My friend was perplexed as to how both accounts could be true. He theorized that Judas must have hanged himself off the side of a cliff, the rope gave way and he fell headlong into the field below. It would be the only way a fall into a field could burst open a body. Sure enough, several years later on a trip to the Holy Land, my friend was shown the traditional site of Judas’s death: a field at the bottom of a cliff outside Jerusalem.
Josh McDowell, The New Evidence that Demands a Verdict, 1999, p. 46

Daarna kochten de hogepriesters dat stuk land op Judas’ naam.

 

 

Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19

 

Matteüs 27:37
37 En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem aan: Dit is Jezus, de Koning der Joden.

Markus 15:26
26 En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden.

Lukas 23:38
38 Er was ook een opschrift boven Hem: Dit is de Koning der Joden.

Johannes 19:19
19 En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden.

(Wetenswaardigheidje: het stond er in drie talen, Hebreeuws, Latijn en Grieks. We kunnen niet met zekerheid zeggen dat er in alle drie de talen exact hetzelfde stond.)

Het is niet tegenstrijdig maar aanvullend. Stel je voor, André, Peter en Wouter rijden via dezelfde weg, maar moeten omrijden omdat de weg is afgezet. Achteraf zegt André over het bord bij de wegafzetting: “Op het bord stond: ‘Deze weg is afgezet, u wordt omgeleid’.” Peter zegt: “Er was een bord waarop stond: ‘Deze weg is afgezet wegens wegwerkzaamheden’.” En tot slot zegt Wouter: “Het bord las: ‘U wordt omgeleid, excuses voor het ongemak’.” Spreken ze elkaar tegen? Natuurlijk niet, alleen ze citeren slechts delen van wat op het bord stond.

Matteüs: ‘Dit is Jezus, de Koning der Joden.’
Markus: ‘De Koning der Joden.’
Lucas: ‘Dit is de Koning der Joden.’
Johannes: ‘Jezus, de Nazareeër, de Koning der Joden.’

Er zou dus gestaan kunnen hebben: ‘Dit is Jezus, de Nazareeër, de Koning der Joden.’

 

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA