Tagarchief: Jesaja

De schepping roept vragen op

Standaard

categorie : religie

 

 

 

zeven-scheppingsdagen-franc%cc%a7ois-foucras

 

.

 

Is de aarde geschapen in 6×24 uur?

 

De Schepper is de enige die er bij was toen de kosmos ontstond. God heeft persoonlijk gezegd dat Hij de wereld in zes dagen heeft geschapen:

.

“Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft…”(Exodus 20:11)

.

Veel christenen gaan er van uit dat God de wereld in 6×24 uur heeft geschapen. Daar is niets verkeerd mee. Tegelijk weten we dat het Bijbelse begrip ‘dag’ evengoed als een tijdperk van onbepaalde lengte kan worden gelezen. Vanwege onze onbekendheid met het wezen van de tijdloze geestelijke wereld van waaruit de aarde is geschapen, is de discussie over al dan niet dagen van 24 uur niet erg zinvol.

Pas op de vierde scheppingsdag heeft God de aardse tijdrekening mogelijk gemaakt, toen Hij de hemellichamen schiep. Bij de eerste drie scheppingsdagen bestond die mogelijkheid nog niet. Laten meningen over de lengte van de scheppingsdagen geen toetssteen worden voor Bijbelgetrouwheid. Velen gebruiken een langere tijdsduur om daarmee de evolutie aannemelijk te willen maken.

God is in staat om de aarde te scheppen in zes miljard jaar, in zes perioden, in 6×24 uur of in zes seconden. Eenmaal zal God een nieuwe aarde scheppen. God zal daarvoor geen evolutieproces van miljarden jaren nodig zal hebben. Dan niet en in het verleden ook niet.

.

 

Spreken Genesis 1 en 2 elkaar tegen?

.

genesis

 

 

In Genesis 2:4 verandert de stijl van schrijven ten opzichte van de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1-2:3. Het lijkt op een alternatief scheppingsverhaal waarbij sommige gebeurtenissen in een verschillende volgorde worden geplaatst.

De laatste eeuwen zijn de verschillen tussen Genesis 1 en 2 door ongelovigen en critici aangegrepen om de Bijbelse boodschap over de schepping uit te hollen. Degene die als eerste invloedrijke denker zijn pijlen op Genesis 2 richtte was de Franse vrijmetselaar en filosoof Voltaire uit de achttiende eeuw, die nadrukkelijk het menselijk denken de voorrang gaf boven de Bijbel.

Hij bestreed het christelijke geloof onder meer door de verschillen tussen Genesis 1 en 2 uit te vergroten en te suggereren dat er twee tegengestelde scheppingsverhalen in de Bijbel staan. Daardoor zou minstens een van de beide verhalen als symbolisch moet worden opgevat en zou men het totale scheppingsverhaal niet als feitelijke waarheid kunnen aannemen.

Sommige Bijbeluitleggers concluderen uit de verandering van stijl vanaf Genesis 2:4 dat het daarom door een andere auteur moet zijn geschreven, maar dat hoeft natuurlijk niet. Dezelfde schrijver kan voor verschillende soorten proza een verschillende stijl kiezen. En al zou het zo zijn, in dat geval moet het door Mozes zijn beschouwd als waarheidsgetrouw en als zodanig samengevoegd met de andere tekst.

Opmerkelijk is in dit Bijbelgedeelte vooral dat er vanaf Genesis 2:4 een andere benaming voor God wordt gebruikt. In onze Bijbelvertalingen lezen we de toevoeging Heere, Here of Heer als het over God gaat. Dat is niet zo vreemd, want deze benaming wordt vooral gebruikt waar het gaat om het aspect ‘verbondenheid tussen God en mens’.

En dat is in dit gedeelte ook aan de orde. Genesis 1 is een feitelijk verslag van de schepping in grote lijnen, terwijl in Genesis 2 de geschiedenis van de mensheid begint en hoe de betrokkenheid van God met de mens is begonnen. Een andere focus dus, waarbij geen reden is om daar allerlei andere conclusies aan te verbinden.

De Bijbel richt in Genesis 2 de schijnwerper op de mens, die op de zesde scheppingsdag werd geschapen. In Genesis 1:26-28 wordt de schepping van man en vrouw genoemd, terwijl uit Genesis 2 blijkt dat eerst de man en daarna de vrouw is geschapen. Genesis 1 geeft ons dus een globaal overzicht, terwijl er in Genesis 2 enkele details uit worden gelicht.

Bij het lezen vanaf Genesis 2:4 kun je als lezer de indruk krijgen dat God:

  • eerst de mens schiep (vers 7)
  • vervolgens planten (vers 8-9)
  • daarna dieren (vers 19)

Toch kan aan de gebruikte werkwoordvormen geen volgtijdelijkheid worden afgeleid. Verschillende vertalingen gebruiken daarom terecht tijdvormen waaruit helemaal geen volgorde is af te leiden. Voorbeeld:

.

“Ook had de Heere God een hof geplant in Eden…” (Genesis 2:8)

.

Er blijven geen redenen over om te zeggen dat de beide scheppingsverhalen elkaar tegenspreken of elkaars betrouwbaarheid ondermijnen.

 

.

 

Hoe zijn de soorten ontstaan?

.

Wetenschappers hebben aangetoond dat in de loop van de afgelopen eeuwen kleine veranderingen binnen de soorten planten en dieren hebben plaatsgevonden. Dat wordt ook wel eens micro-evolutie genoemd waarbij de soort niet is veranderd, maar hooguit varianten van dezelfde soort zijn ontstaan. Maar de Bijbel zegt nadrukkelijk dat God de soorten planten en dieren afzonderlijk heeft geschapen:

“En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.” (Genesis 1:11-12)

“En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort… En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort…” (Genesis 1:21,25)

 

 

 

Klopt de volgorde van de scheppingsdagen?

.

Veel mensen hebben moeite met de volgorde van wat God in de zes achtereenvolgende dagen heeft geschapen. Die moeite ontstaat doordat ze hun eigen logica als maatstaf nemen voor de aannemelijkheid van de geschiedenis. Bijbelvers:

.

“Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.” (Genesis 2:4)

.

Een andere manier om Genesis 1 te ontkrachten is te beweren dat het is geschreven naar het wereldbeeld van die tijd en dat we het dus het niet letterlijk kunnen nemen. Verwacht je echt dat je later in de hemel te horen zult krijgen dat God zo’n belangrijk verslag als dat van de schepping in de vorm van een simpel verhaaltje voor simpele zielen in de Bijbel heeft laten schrijven, terwijl de werkelijkheid heel anders was?

Ook kunnen Bijbellezers moeite hebben met het feit dat God op de eerste dag het licht schiep en op de vierde dag de zon. De meeste Bijbellezers staan er niet bij stil dat het licht van de eerste scheppingsdag van een heel andere aard moet zijn geweest dan dat van de zon.

Bovendien vertelt Genesis 1 ons niet dat het licht van de eerste dag werd vervangen door het licht van de vierde scheppingsdag. Het licht van de eerste dag was namelijk de schepping van de engelen en de onzichtbare wereld.

 

 

Welke plaats van de aarde binnen de kosmos?

.

Veel Bijbellezers vragen zich af of Genesis 1 wel klopt omdat daar de aarde als het centrum van de kosmos wordt voorgesteld. Wat is er voor bijzonders aan dit onbeduidende planeetje dat om een niet al te grote ster draait, die deel uitmaakt van een van de vele melkwegstelsels? Onze Schepper kan er immers een heel andere logica op na houden dan wij.

Het zou ons niet hoeven te verbazen dat de aarde binnen het heelal een unieke plaats inneemt en de enige planeet is waar menselijk leven voorkomt. Het tegendeel is nog nooit bewezen, hoe hard wetenschappers ook hun best doen. Het ontdekken van leven buiten de aarde lijkt een van de belangrijkste doelstellingen van ruimtevaartmissies lijkt te zijn. Kosten noch moeiten worden gespaard om te kunnen aantonen dat leven overal vanzelf kan ontstaan zonder Schepper.

Denk aan de ruimtevaart missies die gericht zijn op de planeet Mars en de recente pogingen van astronomen om ergens in ons melkwegstelsel planeten te ontdekken met condities die lijken op die van de aarde. Het gaat steeds weer over die ene vraag: wat is de oorsprong van de mensheid? Kennelijk heeft de mensheid astronomische bedragen over voor zelfs het kleinste glimpje hoop op de ontdekking van leven dat spontaan ontstaan is.

 

.

ons-melkwegstelsel-02

 

.

 

Is de catastrofetheorie een goed alternatief?

.

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.(Genesis 1:2)

.

Na het prachtige eerste Bijbelvers van Genesis 1 over de schepping van hemel en aarde zien we het beeld van een ruige aarde, bedekt met een soort oervloed. Is het aannemelijk dat God in het begin een aarde heeft geschapen die er zo afstotelijk uitzag, als een soort tussenproduct dat nog afgemaakt moest worden? Is dat wel verenigbaar met Gods manier van doen.

In de 19e eeuw zijn C.I. Scofield en later ook Dr. Chambers tot de mening gekomen dat er in de grondtekst van Genesis 1:2 niet staat “de aarde WAS woest” maar “de aarde WERD woest”. Daarvan uitgaande kwamen zij tot de visie dat er tussen verzen 1 en 2 van Genesis 1 een of andere catastrofe moet hebben plaatsgevonden. Jesaja 45:18 wijst ook in die richting:

.

“Want zo zegt de HERE, die de hemelen heeft geschapen; Hij is God, die de aarde heeft gevormd en toebereid – Hij heeft haar niet als een woestenij geschapen …” (Jesaja 45:18)

.

Een eventuele catastrofe is te associëren met de val van de satan en het feit dat hij op de aarde is geworpen (Openbaring 12:9) en de oorspronkelijke schepping tot een puinhoop heeft gemaakt. Deze Bijbeluitleg wordt overigens ook wel de ‘gap-theorie’ genoemd. Het resultaat van die catastrofe, een woeste, lege, duistere aarde, past uitstekend bij het standaard resultaat van satanische activiteiten.

Als we verder borduren op de catastrofetheorie, zou het overige van Genesis 1 vertellen hoe God de verwoeste aarde van vers 2 herschiep tot een volmaakte woonplaats voor mens en dier. Mogelijk waren er dan bij de oorspronkelijke schepping al planten en dieren geschapen, waarvan fossielen gevonden zijn. Deze theorie geeft dus de mogelijkheid om bepaalde vormen van leven te veronderstellen, die bij de catastrofe zijn uitgeroeid.

Uitgaande van deze uitleg zouden we in zekere zin kunnen spreken van de schepping (Genesis 1:1) en de herschepping van de aarde (Genesis 1:3-31). God heeft in zes dagen de lelijke, woeste, lege aarde dan herschapen tot een prachtige planeet vol levende wezens.

Deze catastrofetheorie is niet erg populair onder christenen omdat het niet zo overtuigend kan worden onderbouwd vanuit de Bijbel.

.

.

Verwondering over de schepping

.

Door al die discussies over het ontstaan van de aarde zouden we bijna vergeten om ons te verwonderen over de grootsheid van het feit dat God hemel en aarde heeft geschapen. Daarbij kunnen we onder meer aan het volgende denken:

.

  1. God heeft de aarde op zijn eigen manier gemaakt, zonder dat er een mens bij is geweest. Hoe God alles gemaakt heeft zal waarschijnlijk altijd een raadsel blijven.
  2. God heeft de aarde goed gemaakt, zonder ontwerpfouten en zonder gebreken.
  3. Direct na de schepping bruiste de aarde van leven en levenslust. Dood en verderf waren nog onbekend.
  4. God heeft de mens als hoogst ontwikkelde schepsel de zorg en het beheer van de aarde toevertrouwd.
  5. In de schepping straalt veel van Gods heerlijkheid af:
    – in de overvloedigheid van vormen, kleuren, geuren en geluiden
    – in de eindeloze creativiteit en veelheid van soorten planten en dieren
    – in de onmetelijkheid van de kosmos met talloze sterrenstelsels, waarvan wellicht het grootste deel nooit door mensen zal worden waargenomen
    – in de onnaspeurlijkheid van de microkosmos en de elementaire structuur van de materie
  6. God heeft het leven geschapen als een geheim dat in Hem zelf verborgen ligt, terwijl wetenschappers sinds eind vorige eeuw het hebben opgegeven om te zoeken naar een materiële beschrijving van wat ‘het leven’ in levende cellen precies inhoudt
  7. De Schepper die in staat is geweest om zo’n complexe en bijna oneindige schepping te creëren verdient het respect en de liefdevolle toewijding van alles wat leeft.
  8. De God die de schepping gemaakt heeft is ook de enige die precies weet hoe deze schepping hoort te functioneren.
  9. Deze God is de enige die recht heeft om de mensen voor te schrijven hoe zij zich behoren te gedragen en die hen kan beoordelen en aanspreken op hun daden.
  10. De God die de aarde gemaakt heeft weet hoe Hij zijn schepselen gelukkig kan maken. Gelukkig wil Hij dat ook.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Advertenties

Contradicties in de bijbel : deel 6

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

913e87eb51e3bfc0da03139a07d8ae4e

 

 

 

Psalmen 44:24 vs. Psalmen 121:3

 

Psalmen 44:24
24 Waak op! Waarom slaapt Gij, Here?
Ontwaak! Verstoot niet voor eeuwig!

Psalmen 121:3
3 Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt,
uw Bewaarder zal niet sluimeren.

Psalm 44:24 geeft alleen maar correct weer wat de gevoelens van de psalmist zijn richting God. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat God slaapt. Bovendien is het beeldend bedoeld: het lijkt alsof Hij slaapt, omdat Hij schijnbaar niets doet aan de ellende van de schrijver. Maar natuurlijk weet God wat wij doormaken en uiteindelijk zal Hij gerechtigheid doen geschieden.

Parallel hieraan wordt de eerste helft van Psalm 13:2 wel eens aangehaald om de Bijbel te laten zeggen dat God dingen vergeet:

Psalm 13:2
2 Hoelang, Here? Zult Gij mij voortdurend vergeten?
Hoelang zult Gij uw aangezicht voor mij verbergen?

Dit is opnieuw slechts een uitdrukkingswijze om kenbaar te maken hoe de psalmist zich voelt: het lijkt wel alsof God hem vergeten is. Iedereen met ‘common sense’ begrijpt dit en dit is ook de manier waarop de psalmist het bedoeld heeft.

 

 

Spreuken 1:28 vs. Spreuken 8:17

 

Spreuken 1:28
28 dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden,
zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden.

Spreuken 8:17
17 Ik heb lief wie mij liefhebben,
wie mij ijverig zoeken, zullen mij vinden.

Noot: Absolute uitspraken in wijsheidsliteratuur moeten niet absoluut opgevat worden, ze zijn vaak retorisch van karakter.

Het gaat om twee verschillende groepen mensen. De groep van Spreuken 1:28 valt niet onder ‘wie Mij ijverig zoeken,’ want ze zoeken God op een hypocriete manier, namelijk pas als ze hulp nodig hebben.

 

 

Spreuken 23:6 vs. Spreuken 28:22

 

Spreuken 23:6
6 Eet niet het brood van wie boos van oog is,
begeer zijn lekkernijen niet;

Spreuken 28:22
22 Een man, boos van oog, hunkert naar rijkdom,
en hij weet niet, dat gebrek hem zal overkomen.

Wie ‘boos van oog’ is, staat armoede te wachten. Maar dat wil niet zeggen dat deze armoede hem nog tijdens zijn aardse leven zal overvallen. Lees bijvoorbeeld de gelijkenis van Lazarus.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Spreuken 26:4 vs. 5

 

Spreuken 26:4,5
4 Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.
5 Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Dit zei Salomo, de wijste man aller tijden. En we kunnen er een belangrijke les uit leren. Het is geen tegenstrijdigheid, maar een dilemma. Want hoe moet je een dwaas antwoorden?

Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid,
opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.

Discussies over schepping en evolutie geven een mooie gelegenheid dit uit te leggen. Eén van de belangrijkste zaken om in te zien is dat een evolutionist en een christen radicaal verschillende uitgangpunten hebben, verschillende vooringenomen standpunten. Het belangrijkste verschil is het volgende: de christen gaat ervan uit dat er een God is, een Schepper, terwijl het een evolutionistische wetenschapper per definitie niet geoorloofd is een bovennatuurlijke entiteit te betrekken bij zijn ‘wetenschappelijke’ theorieën. Naturalistische wetenschap betreft namelijk per definitie alleen het natuurlijke, het waarneembare. Ook zal een atheïstische evolutionist Gods Woord niet zien als ‘goddelijk geïnspireerd’. Hiermee valt de evolutionist onder de Bijbelse definitie van een dwaas:

Psalm 53:2
2 De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.

Als je een discussie ziet tussen een evolutionist en een creationist, rara welk argument hoor je de evolutionist het vaakst herhalen? ‘Schepping is onwetenschappelijk.’ ‘De Bijbel is onwetenschappelijk!’ ‘God is onwetenschappelijk!!!’ (En dat klopt ook naar hun goddeloze, door atheïsten zelfbedachte definitie van wetenschap.) En de evolutionist zal eisen dat de christen zich aan de naturalistische ‘regels van de wetenschap’ houdt. Bijvoorbeeld de volgende uitspraak:

In de eerste plaats zijn binnen de wetenschap alleen in fysieke termen formuleerbare, tot het materiële terug te voeren oorzaken legitiem; het bovennatuurlijke valt buiten het wetenschappelijke domein, en verklaringen die naar het bovennatuurlijke – bijvoorbeeld naar een schepper – verwijzen zijn niet toegestaan.

Hierin ligt hun dwaasheid. Christenen moeten oppassen dat ze hier niet in mee gaan! Christenen moeten niet toegeven aan de atheïstische eis om de atheïstische (dwaze) uitgangspunten te accepteren. Ook moet de christen iets als ‘houd de Bijbel er buiten’ niet accepteren.

 

.

god_is_trouw

.

 

Als je toegeeft aan de onjuiste uitgangspunten (de dwaasheden) van de tegenstander, ben je net zo dwaas als hem en zul je nooit tot de juiste conclusies komen en nooit de discussie kunnen winnen. Dus antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid.

Antwoord een zot naar zijn dwaasheid,
opdat hij niet wijs zij in eigen oog.

Maar als je de dwaas niet antwoordt naar zijn eigen uitgangspunten, zal hij wijs zijn in zijn eigen ogen. Je kunt de Bijbel beargumenteren wat je wilt, als je hem niet aantoont waarom zijn uitgangspunten onjuist zijn, zal hij trots blijven denken dat hij de wijsheid in pacht heeft. Je moet dus aantonen dat zijn uitgangspunten leiden tot interne contradicties binnen zijn wereldbeeld.

Het atheïstische uitgangspunt dat alleen natuurlijke verklaringen ‘toegestaan’ zijn loopt spaak. Want je kunt per definitie geen natuurlijke verklaring vinden voor het ultieme begin van het universum. Binnen de natuurwetten heeft alles een oorzaak. En aan iedere oorzaak is weer een andere oorzaak vooraf gegaan. Het universum kan niet oneindig oud zijn, vanwege de tweede hoofdwet der thermodynamica (het universum bevindt zich namelijk niet in een staat van complete entropie). Er moet dus een eerste oorzaak geweest zijn, die zelf niet door iets eerder veroorzaakt is. Deze eerste oorzaak valt buiten de natuurwetten, en voldoet dus niet aan de eis van het naturalisme.

Een andere manier is aantonen dat het uniformiteitprincipe (de aanname dat processen, zoals radioactief verval, altijd met dezelfde snelheid verlopen), dat veel mensen gebruiken om aan te tonen dat de aarde al miljarden jaren oud is, ook bruikbaar is om een jonge leeftijd van de aarde te beargumenteren. Er zijn heel veel processen, zoals de slijtage van de continenten, de hoeveelheid zout die jaarlijks naar de zee gebracht wordt, de afname van de energie van het magnetische veld, enzovoort, die nog helemaal niet zo lang bezig kunnen zijn als atheïsten geloven (gezien de huidige snelheden waarmee die processen zich voltrekken). Het uniformiteitprincipe is ook één van de aannames die evolutionisten doen, maar er kan dus aangetoond worden dat deze aanname leidt tot tegenstrijdige conclusies, en dus niet kan kloppen.

Zo kun je een zot antwoorden naar zijn dwaasheid (zijn uitgangspunten), met het doel hem in te doen zien dat zijn wereldbeeld niet consistent is, zodat hij niet wijs is in zijn eigen ogen.

 

 

Jesaja 26:10 vs. Jesaja 40:5

 

Jesaja 26:10
10 Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des Heren ziet hij niet.

Jesaja 40:5
5 En de heerlijkheid des Heren zal zich openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken.

Van alle genres in de Bijbel is profetie het moeilijkst te interpreteren, je kunt het dus niet oppervlakkig lezen en gelijk roepen: ‘Contradictie!’ Maar als je wanhopig op zoek bent naar fouten in de Bijbel en reikhalzend uitziet naar alles wat lijkt op een tegenstrijdigheid, ligt de zaak kennelijk anders.

In dit geval kunnen we simpelweg antwoorden dat Jesaja 26:10 een ander moment beschrijft dan Jesaja 40:5. Op het moment van Jesaja 26:10 verkeert de goddeloze nog in het ongewisse. Daar komt echter al in het volgende vers verandering in:

Jesaja 26:10,11
10 Al wordt de goddeloze genade bewezen, hij leert geen gerechtigheid; hij handelt slecht in een land van recht en de majesteit des HEREN ziet hij niet. 11 HERE, uw hand is verheven, maar zij beseffen het niet; zij zullen het echter beseffen en beschaamd staan over uw ijver voor het volk. Ja, het vuur over uw tegenstanders zal hen verteren.

En uiteindelijk volgt het ‘iedere knie zal zich buigen’-moment (Jesaja 45:23). Maar tot die tijd heeft de goddeloze, in weerwil van alle tekenen, nog geen flauw idee wat hem te wachten staat.

 

 

Matteüs 1:16 vs. Lukas 3:23

 

Matteüs 1:16
16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.

Lukas 3:23
23 En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef, de zoon van Eli,

Het geslachtsregister in Matteüs volgt de koninklijke lijn van Davids zoon Salomo naar Jozef, de officiële vader van Jezus. Het geslachtsregister in Lucas volgt de fysieke lijn van Davids zoon Natan, via Maria naar Jezus.

Eli was dus niet Jozefs fysieke vader, maar de vader van Maria. Waarom staat er dan dat Eli Jozefs vader was? In het geval van een huwelijk waaruit geen zonen voortkwamen, was het mogelijk dat de schoonzoon een zoon werd van zijn schoonvader, om de familienaam in stand te houden. Het is goed mogelijk dat dit met Jozef en Eli ook zo gegaan is, aangezien er nergens in de Bijbel melding wordt gemaakt van een broer van Maria (wel van haar zus, o.a. in Johannes 19:25).

 

 

 

 

 

Matteüs 5:16 vs. Matthëus 23:5

 

Matteüs 5:16
16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Matteüs 23:5
5 Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,

Merk het verschil in motief op. De Farizeeën leefden heel vroom om zelf een goede naam te krijgen.

Jezus gebiedt zijn discipelen goed te leven en goede werken te doen. De positieve resultaten zijn in te delen in drie categorieën:

  • Medemensen zijn er mee geholpen.
  • God zal je belonen (niet je medemens).
  • Mensen zullen het niet als toeval zien dat juist alle christenen goede werken doen (dit is het scenario dat Jezus wil, maar dat geen realiteit is). Hierdoor zullen mensen sympathieker staan tegenover het geloof in Jezus Christus.

Het gaat er dus om dat het niet om zelfverheerlijking te doen is, maar tot eer van God.

 

 

 

Matteüs 5:44 vs. 2 Johannes 1:10

 

Matteüs 5:44
44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen,

2 Johannes 1:10
10 Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom.

Je kunt dwaalleraren weigeren binnen te laten, maar nog steeds van ze houden en voor ze bidden. Geen contradictie.

 

 

Matteüs 7:1 vs. Johannes 7:24

 

Matteüs 7:1
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt;

Johannes 7:24
24 Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt met een rechtvaardig oordeel.

Mogen we oordelen, of niet? Uiteraard vinden we de oplossing in de context.

Matteüs 7:1-5
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? 4 Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? 5 Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen.

Dit gedeelte is niet direct tegen oordelen (ter verbetering), maar tegen hypocriet oordelen. Jezus zegt hier immers dat je de ander mag helpen de splinter uit zijn oog te halen, mits je er zelf geen balk in hebt zitten. Want alleen dan zul je scherp kunnen zien en rechtvaardig kunnen oordelen, zoals in Johannes 7:24.

 

 

 

 

 

Matteüs 27:5 vs. Handelingen 1:18

 

Matteüs 27:5
5 En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop ging hij heen en verhing zich.

Handelingen 1:18
18 Deze nu heeft een stuk grond verkregen voor het loon zijner ongerechtigheid en voorovergestort, is hij midden opengereten en al zijn ingewanden zijn naar buiten gekomen;

Hoe is Judas omgekomen? Heeft hij zichzelf opgehangen, of viel hij te pletter? Er zijn verschillende mogelijke oplossingen. Voorlopig blijf ik bij die van Josh McDowell, die in zijn boek The New Evidence that Demands a Verdict schrijft:

For example, one of my associates had always wondered why the books of Matthew and Acts gave conflicting versions of the death of Judas Iscariot. Matthew relates that Judas died by hanging himself. But Acts says that Judas fell headlong in a field, ‘his body burst open and all his intestines spilled out.’ My friend was perplexed as to how both accounts could be true. He theorized that Judas must have hanged himself off the side of a cliff, the rope gave way and he fell headlong into the field below. It would be the only way a fall into a field could burst open a body. Sure enough, several years later on a trip to the Holy Land, my friend was shown the traditional site of Judas’s death: a field at the bottom of a cliff outside Jerusalem.
Josh McDowell, The New Evidence that Demands a Verdict, 1999, p. 46

Daarna kochten de hogepriesters dat stuk land op Judas’ naam.

 

 

Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19

 

Matteüs 27:37
37 En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem aan: Dit is Jezus, de Koning der Joden.

Markus 15:26
26 En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden.

Lukas 23:38
38 Er was ook een opschrift boven Hem: Dit is de Koning der Joden.

Johannes 19:19
19 En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden.

(Wetenswaardigheidje: het stond er in drie talen, Hebreeuws, Latijn en Grieks. We kunnen niet met zekerheid zeggen dat er in alle drie de talen exact hetzelfde stond.)

Het is niet tegenstrijdig maar aanvullend. Stel je voor, André, Peter en Wouter rijden via dezelfde weg, maar moeten omrijden omdat de weg is afgezet. Achteraf zegt André over het bord bij de wegafzetting: “Op het bord stond: ‘Deze weg is afgezet, u wordt omgeleid’.” Peter zegt: “Er was een bord waarop stond: ‘Deze weg is afgezet wegens wegwerkzaamheden’.” En tot slot zegt Wouter: “Het bord las: ‘U wordt omgeleid, excuses voor het ongemak’.” Spreken ze elkaar tegen? Natuurlijk niet, alleen ze citeren slechts delen van wat op het bord stond.

Matteüs: ‘Dit is Jezus, de Koning der Joden.’
Markus: ‘De Koning der Joden.’
Lucas: ‘Dit is de Koning der Joden.’
Johannes: ‘Jezus, de Nazareeër, de Koning der Joden.’

Er zou dus gestaan kunnen hebben: ‘Dit is Jezus, de Nazareeër, de Koning der Joden.’

 

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De gevolgen van ongeloof

Standaard

categorie : religie

 

 

.

.

Ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen gedaan had,

geloofden de mensen niet in Christus.

Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei:

 

 

‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd?
Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’

Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd:

 

‘Hij heeft hun ogen verblind
en hun hart gesloten,
anders zouden zij met hun ogen zien
en met hun hart begrijpen,
zij zouden zich omkeren
en ik zou hen genezen.’

Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag. Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.

 

 

jesaja-40-31

 

 

 

Jezus had luid en duidelijk gezegd

 

‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in hem die mij gezonden heeft, en wie mij ziet, ziet hem die mij gezonden heeft. Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij gelooft niet meer in de duisternis is. Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.

Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

 

 

12598026-Chapter-1-of-the-Book-of-Genesis-in-the-Old-Testament-of-the-Holy-Bible-Stock-Photo

.

.

Exodus 3:22 vs. Exodus 20:15

.

Exodus 3:22
zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Exodus 20:15
15 Gij zult niet stelen.

 

Ten eerste, God kan natuurlijk zijn eigen geboden overrulen, zoals Hij ook deed in het Nieuwe Testament (zoals hier en hier).

Ten tweede, het Bijbelgedeelte van Exodus 3:22 is compleet uit de context gerukt. Laat ik eerst de directe context van dat vers citeren:

Exodus 3:21, 22
21 En Ik zal bewerken, dat de Egyptenaren dit volk gunstig gezind zijn, zodat gij, wanneer gij wegtrekt, niet ledig wegtrekt: 22 iedere vrouw moet dan van haar buurvrouw en van haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen en klederen, die gij uw zoons en dochters te dragen geeft; zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Maar nog is de context niet compleet. Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd van Abram. Dit is wat God in een droom tegen Abram zei:

Genesis 15:12-14
12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.

De bezittingen die de Hebreeën meenamen uit Egypte, vormden in feite hun salaris, omdat ze meerdere generaties als slaven voor de Egyptenaren gewerkt hadden. En dit was allemaal al voorspeld.

 

 

 

Exodus 15:3 vs. Romeinen  15:33

.

Exodus 15:3
3 De HERE is een krijgsheld;
HERE is zijn naam.

Romeinen 15:33
33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.

 

Dit is geen contradictie. God is compleet. God is een ‘God des vredes’ omdat vrede is wat Hij uiteindelijk wil. Maar Hij is ook een Krijgsman in de zin van Nehemia 4:20:

Nehemia 4:20
20 Onze God zal voor ons strijden.

 

 

 

 

 

Exodus 20:5 vs. Ezechiël 18:20

.

Exodus 20:5
5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,

 

Ezechiël 18:20
20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.

 

De context van Ezechiël 18 gaat duidelijk over een zoon die zijn vader niet navolgt in het kwade, maar het goede doet. In Exodus 20:5 staat niet dat degenen die hun leven beteren (t.o.v. hun ouders) gestraft zullen worden.

 

 

 

Exodus 20:13 vs. 1 Samuel 15:3

.

Exodus 20:13
13 Gij zult niet doodslaan.

1 Samuël 15:3
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.

 

Dat God zijn eigen geboden kan overrulen is in dit geval zelfs irrelevant, omdat er een andere reden is waarom dit beslist geen contradictie is.

Het is belangrijk het verschil in te zien tussen enerzijds het individu en anderzijds de staat of de overheid. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wil zeggen dat een individu niet op eigen gezag een ander individu mag vermoorden, maar het wil niet zeggen dat de staat niet het recht heeft iemand het leven te benemen, hetzij in een oorlog, hetzij als veroordeling van een wetsovertreder.

 

 

 

Exodus 31:17 vs. Jesaja 40:28

.

Exodus 31:17
17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

 

Jesaja 40:28
28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.

 

Er is niet de geringste sprake van een tegenstrijdigheid. Omdat God geen fysieke beperkingen heeft, kent Hij in die zin geen vermoeidheid. Dus kan Gods rust in Exodus 31:17 (en Genesis 2:2, Exodus 20:11, Psalmen 95:11 en Hebreeën 4:3) niets te maken hebben met vermoeidheid.

En dat heeft het ook niet. Het Hebreeuwse woord voor ‘gerust’ is ‘shabath’ (daar komt ook het woord ‘sabbat’ vandaan). Wanneer dit woord gebruikt wordt, hoeft het niet te betekenen dat iemand moe is, maar simpelweg dat iemand ophoudt met hetgeen hij mee bezig was.

In deze vorm (voltooide tijd) komt het woord ‘shabath’ 71 keer voor, in de Statenvertaling wordt het als volgt vertaald:

Ophouden 47, rusten 16, afschaffen 2, wegdoen 2, afblijven 1, nalaten 1, staken 1, vernielen 1.

‘Shabath’ betekent in de context van Exodus 31:17 dus ‘ophouden’ of ‘stoppen’ (waar God mee bezig was).

 

 

bible_480

 

 

 

Leviticus 6:7 vs. Hebreeën 10:4

.

Leviticus 6:7
7 En de priester zal over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEREN, en hem zal vergeving geschonken worden, ten aanzien van elke zaak waardoor hij schuld op zich laadt.

 

Hebreeën 10:4
4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.

 

Remko Jorritsma commentarieert:
“De Levitische offers waren een schaduwbeeld van Christus’ offer aan het kruis. In feite neemt de oudtestamentische mens een krediet (voorschot) op de werkelijke vergeving in Christus. M.a.w. de vergeving van zonden wat in het schaduwbeeld door het offerdier in feite niet geschonken kon worden, werd met terugwerkende kracht geratificeerd op het moment dat Christus stierf.”

 

 

 

Numeri 1:23 vs. Numeri  26:14

.

Numeri 1:23
23 de getelden van de stam Simeon waren negenenvijftigduizend driehonderd.

 

Numeri 26:14
14 Dit waren de geslachten der Simeonieten, tweeëntwintigduizend tweehonderd.

 

Dit zijn twee verschillende hoeveelheden op twee verschillende tijdstippen. Tussen de eerste en de tweede telling van Israël hebben er nogal wat uitdunningen plaatsgevonden. Kennelijk waren de Simeonieten zwaar getroffen. Bijvoorbeeld de volgende gebeurtenissen hebben tussen beide tellingen plaatsgehad:

  • Brand in de legerplaats. (Numeri 11:1-3)
  • Verloren veldslag (Numeri 14:39-45)
  • Een door God neergeslagen opstand (Numeri 16:41-50)
  • Aanvankelijke nederlaag (met weggevoerde krijgsgevangenen), maar uiteindelijke overwinning. (Numeri 21:1-3)
  • Slangenplaag. (Numeri 21:4-9)
  • Nog meer militaire overwinningen. (Numeri 21:21-22:1)
  • Gods toorn wegens Israëls afgoderij van Baäl-Peor. (Numeri 25)

Kortom, er is geen enkele reden waarom Numeri 26:14 in tegenspraak zou zijn met Numeri 1:23.

 

 

 

 

 

Numeri 23:19 vs. Jona 3:10

.

Numeri 23:19
19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

 

Jona 3:10
10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouwde’ in Jona (en ook in bijvoorbeeld Genesis 6:6, 7) is uiteraard anders bedoeld dan berouw van zonden (specifiek: berouw om een leugen), zoals in Numeri 23:19. Dat blijkt ook uit het bevel van de koning:

Jona 3:7-10

7 En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouw’ in het onderstreepte gedeelte is in de grondtekst hetzelfde woord. Natuurlijk zagen de inwoners van Nineve in dat zíj degenen waren die berouw van zonden moesten hebben, niet God. Ze wilden, door zich nederig te bekeren, God ertoe brengen de straf, die zij anders zouden krijgen, niet te geven. Zij hadden op dat moment echt niet de arrogantie van God te eisen dat Hij berouw van zonden zou hebben. Dus moet ‘berouw’ in Jona 3:9 en 3:10 een andere betekenis hebben dan het gebruikelijke ‘berouw van zonde.’

‘Berouwde’ impliceert dus een koerswijziging ten opzichte van het scenario dat de inwoners van Nineve zich niet bekeerd zouden hebben.

 

 

 

Numeri 25:9 vs. 1 Korintiërs 10:8

.

Numeri 25:9
9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend.

 

1 Korintiërs 10:8
8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.

 

In Numeri ontbreekt de limitering ‘op één dag.’ De anderen kunnen daarna omgekomen zijn.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De Dode Zeerollen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

 

 

dode-zeerollen

 

 

 

 Wat zijn de Dode Zeerollen?

 

De Dode Zeerollen worden ook wel de belangrijkste ontdekking van manuscripten in moderne tijden genoemd. Zij werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten langs de noordwestelijke kust van de Dode Zee gevonden dicht bij de ruïnes van Qumram. Dit is een droge regio ongeveer 20 kilometer ten oosten van Jeruzalem en 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zeerollen zijn de restanten van ongeveer 825 tot 870 rollen, die uit tienduizenden afzonderlijke fragmenten bestaan. De teksten zijn hoofdzakelijk vervaardigd uit dierenhuiden, maar ook uit papyrus en koper. Ze zijn geschreven met een op koolstofbasis vervaardigde inkt, van rechts naar links zonder leestekens met uitzondering van hier en daar een inspringing voor een nieuwe paragraaf.

 

 

De grotten nabij Qumram

De grotten nabij Qumram

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De Dode Zeerollen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: Bijbelse en niet-Bijbelse. De rollen bevatten fragmenten van elk boek van het Oude Testament (de Hebreeuwse canon), met uitzondering van het boek Ester. Onder de rollen bevinden zich 19 fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de Psalmen. De bijna volledig intacte “grote Jesaja-rol”, die enkele van de opvallendste Messiaanse profetieën bevat, is 1000 jaar ouder dan enige andere kopie van het boek Jesaja.

Naast de Bijbelse manuscripten bevatten de Dode Zeerollen commentaren op :

  • de Hebreeuwse canon,
  • parafraseringen en aanvullingen op de Tora,
  • standaarden en regels voor de gemeenschap,
  • regels voor oorlogsvoering,
  • canonieke psalmen,
  • hymnes en preken.

 

De meeste teksten zijn in het Hebreeuws en Aramees geschreven, maar enkele zijn in het Grieks geschreven. De Dode Zeerollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn geweest. De meeste mensen vermoeden dat dit de Essenen waren. Dichtbij de grotten bevinden zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in het begin van de jaren ’50 werd uitgegraven en een verband lijkt te leggen tussen de Essenen en de rollen.

De Essenen waren Joodse kopieerders die volgens strikte regels leefden. Zij hadden waarschijnlijk een Messiaanse en apocalyptische levensbeschouwing. Waarschijnlijk werd de bibliotheek in de grotten verstopt rond de tijd van de Eerste Joodse Opstand (66-70 na Christus), toen het Romeinse leger tegen de Joden oprukte.

Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder C14-datering, paleografie en analyses van de gebruikte schrijfmethoden, wordt geconcludeerd dat de Dode Zeerollen in de periode van ongeveer 200 voor Christus tot 68 na Christus werden geschreven. Veel cruciale Bijbelse manuscripten (zoals Psalm 22, Jesaja 53 en Jesaja 61) dateren op zijn laatst uit 100 voor Christus.

Daarom hebben de Dode Zeerollen een revolutie teweeg gebracht in de tekstkritiek van het Oude Testament. Het is fenomenaal te noemen dat de gevonden Bijbelse teksten bijna volledig overeenkomen met de Masoretische tekst en diverse andere hedendaagse vertalingen van het Oude Testament.

 

 

dodezeerolIAA

 

 

 

Dramatisch bewijs voor de betrouwbaarheid van de Messiaanse profetieën

 

De Dode Zeerollen zijn de oudste verzameling Oudtestamentische manuscripten die ooit zijn gevonden. Ze dateren uit 100-200 voor Christus. Dit is belangrijk omdat we nu absoluut bewijs hebben dat de Messiaanse profetieën in het Oude Testament ongetwijfeld al bestonden – en in de huidige vorm bestonden – vóórdat Jezus deze aarde bewandelde.

Het mag duidelijk zijn dat de betrouwbaarheid van de Schrift en de tekstkritiek hiermee een gigantische stap voorwaarts hebben gezet. Onderzoek het maar eens voor jezelf. Er bestaat geen twijfel dat Jezus Christus de Messias was waarop de Joden al zo lang gewacht hadden.

 

 

Gevonden boekrolkruiken

Gevonden boekrolkruiken

 

 

 

Het boek Jesaja

 

Meer dan 200 fragmenten van de Dode Zeerollen worden bewaard in de Schrijn van het Boek, een museum in Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat de grote Jesaja-rol de enige volledig intacte rol is die in deze schrijn wordt tentoongesteld. Deze rol bevat het volledige boek van Jesaja zoals we dat vandaag de dag in onze Bijbels hebben; alle 66 hoofdstukken.

Een aantal wetenschappers, met verschillende godsdienstige achtergronden en uit verschillende professionele disciplines, heeft deze belangrijke vondst geanalyseerd. De grote Jesaja-rol werd in 1947 in grot-1 ontdekt. De rol werd in 1948 geïdentificeerd als het Bijbelse boek Jesaja en werd indertijd door de Syrische Orthodoxe Kerk aangekocht.

Israël kocht de grote Jesaja-rol in 1954 terug om hem te bestuderen en als nationale schat te behouden. De rol wordt sinds 1965 als kroonstuk van de verzameling in het Schrijn van het Boek museum tentoongesteld. Een tweede gedeeltelijke Jesaja-rol  werd ook in 1947 in Grot 1 ontdekt. Sindsdien zijn er in andere grotten rondom Qumran ongeveer 17 andere fragmenten van Jesaja’s schriftteksten ontdekt.

Delen van de grote Jesaja-rol  zijn al minstens vier keer onderzocht met behulp van C14-datering, waaronder een studie aan de Universiteit van Arizona in 1995 en een studie aan ETH-Zürich in 1990-91. De vier studies hebben gekalibreerde databereiken opgeleverd tussen 335-324 voor Christus en 202-107 voor Christus.

Er zijn ook talrijke studies uitgevoerd naar de paleografie en de gebruikte schrijfmethoden van de documenten. Deze analyses plaatsen de rollen ergens tussen 150-100 voor Christus. Zie :

  • Price, Secrets of the Dead Sea Scrolls, oftewel Geheimen van de Dode Zee-rollen, 1996;
  • Eisenman & Wise, The Dead Sea Scrolls Uncovered, oftewel De Dode Zee-rollen geopenbaard, 1994;
  • Golb, Who Wrote the Dead Sea Scrolls?, oftewel Wie schreef de Dode Zee-rollen?, 1995;
  • Wise, Abegg & Cook, The Dead Sea Scrolls, A New Translation, oftewel De Dode Zee-rollen, Een nieuwe vertaling, 1999

 

 

 

Jesaja 53

 

De Dode Zeerollen hebben fenomenaal bewijs geleverd voor de geloofwaardigheid van de schriftteksten. De bijna volledig intacte grote Jesaja-rol is bijna identiek aan de meest recente versies van de Masoretische tekst uit de 10e eeuw. Schriftgeleerden hebben een handvol spel- en kopieerfouten ontdekt, maar geen belangrijke verschillen.

In het licht van Jesaja’s rijke Messiaanse profetieën vonden wij het de moeite waard om hier een gedeelte van de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de grote Jesaja-rol te tonen. De volgende tekst komt overeen met Jesaja 53 in het tegenwoordige Oude Testament. Onthoudt dat de leeftijd van deze tekst is vastgesteld op 100 tot 335 jaar vóór de geboorte van Jezus Christus!

 

 

Vertaling van de feitelijke grote Jesaja-rol (Jesaja 53), beginnend met regel 5 van kolom 44

 

5. Wie heeft onze prediking gehoord en de arm van YHWH, aan wie is deze geopenbaard?  En hij zal als een rijsje voor zijn aangezicht opschieten en als een wortel uit dorre aarde is er geen gedaante noch heerlijkheid [+aan hem+] en wanneer hij aangezien wordt en er is geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben.

Hij is veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten en bekend met krankheid
en als het ware verborgen we ons aangezicht voor hem hij was veracht en wij achtten hem niet. Waarlijk heeft hij onze krankheden op zich genomen en hij heeft onze smarten gedragen en we achten hem geslagen en geplaagd door God en verdrukt, en hij is om onze overtredingen verwond, en verbrijzeld om onze ongerechtigheden, de correctie van onze vrede was op hem en door zijn wonden heeft hij ons genezen.

Wij allen dwaalden als schapen, ieder van ons is naar zijn eigen weg gekeerd en YHWH heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem doen leggen. Als dezelfde geëist werd, toen werd hij verdrukt maar hij deed zijn mond niet open, hij werd als een lam ter slachting geleid en zoals een ooi stom is gemaakt voor het aangezicht van haar scheerders deed hij zijn mond niet open.

Uit den angst en uit het gericht werd hij weggenomen en zijn leeftijd, wie zal deze uitspreken, want hij is afgesneden uit het land der levenden. Want om de overtreding van zijn volk werd hij verwond.
En zij gaven goddelozen om zijn graf te zijn en  rijken in zijn dood, hoewel hij geen geweld had aangedaan noch bedrog in zijn mond. En YHWH was behaagd om hem te verbrijzelen en Hij heeft hem gekrenkt.

Als u zijn ziel als een schuldoffer zal aanwijzen zal hij zijn zaad zien en zal hij zijn dagen vermeerderen en het welbehagen van YHWH zal voortgaan in zijn hand. Hij zal door het werk van zijn ziel  zien en hij zal verzadigd worden en door zijn kennis zal hij rechtvaardigen, zelf mijn rechtvaardige knecht voor velen en hun onrechtmatigheden zal hij dragen.

Daarom zal ik hem een aandeel geven van de groten, en met de sterken zal hij de roof delen omdat hij tot de dood zijn ziel heeft blootgelegd en met de overtreders is geteld geweest en hij, de zonden van velen, hij droeg, en voor hun overtredingen heeft gesmeekt.

 

 

De profeet Jesaja

De profeet Jesaja

 

 

 

De vergelijking met onze huidige Bijbelse tekst

 

De Dode Zeerollen zijn een krachtig hulpmiddel om critici van de Bijbelse teksten te kunnen beantwoorden. Hoewel de eerste rollen al in 1947 werden ontdekt, werd een groot gedeelte van het onderzoek van de vertalingen pas recentelijk aan het grote publiek bekend gemaakt.

Hierbeneden vind je Jesaja 53 uit de Statenvertaling van de Bijbel, vertaald uit de Masoretische tekst van de Hebreeuwse Schrift. Vergelijk dit eens met het gedeelte van de grote Jesaja-rol zoals hierboven vermeld. Het is werkelijk indrukwekkend.

 

 

Jesaja 53 in de Statenvertaling van de Heilige Bijbel

 

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des Heren geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Here heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.

En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den Here Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

 

 

13.07.08.Artikel.Dode-_Zeerollen-MAIN-rollen

 

 

 

 Een opmerkelijke tijd in de geschiedenis

 

De Dode Zeerollen lagen ongeveer 2000 jaar verborgen in een perfecte, droge omgeving. In 1947 vond een Bedoeïense herder door stom toeval de belangrijkste archeologische vondst in de geschiedenis. Een jaar later keerde het Joodse volk voor het eerst sinds 70 na Christus als een formele natie terug naar zijn thuisland.

Terwijl de ontvouwing van profetische gebeurtenissen in het Midden-Oosten zich lijkt te versnellen, kunnen we de oude Messiaanse profetieën lezen met een absolute zekerheid die nu ook verifieerbaar is. We hebben nu het grootste vertrouwen dat het Oude Testament (de Joodse Tanak) dat we vandaag de dag lezen hetzelfde is als de versie die zo’n 100 tot 200 jaar voor Christus bestond.

Dit betekent dat de meer dan 300 Oudtestamentische profetieën over de komende Messias al bestonden voordat Jezus Christus werd geboren. Het is aan ieder van ons individueel om te beslissen wat we met deze werkelijkheid gaan doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Wie waren de grote profeten?

Standaard

categorie : religie

 

 

De grote profeten waren mannen die door God bestemd waren om Zijn woordvoerders te zijn. De boeken Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël en Daniël vormen gezamenlijk deze categorie van het Oude Testament. Vier van de vijf boeken zijn vernoemd naar de mannen wiens boodschappen beschreven staan. Zij werden de wachters, boodschappers van God, profeten of zieners genoemd. Zij stonden in gelijk aanzien met de priesters van die tijd.

 

 

20c35e1e-f714-4c43-9c29-a52a9bd1398c

Christus omgeven door de 4 evangelisten en de 4 grote profeten

Haregarius van Tours (9e eeuw).

 

 

Hun boodschappen, die inzicht verschaften in Gods wil en plan, waren voorspellend en soms als aansporing be-doeld (een oproep, uitnodiging of vertroosting). Hun geschriften waren bemoedigend en uitdagend, maar dien-den soms ook als een waarschuwing. De profetische boeken riepen mensen op om:

  • terug te keren tot God
  • zich af te wenden van de zonde
  • in te zien dat ongehoorzaamheid rampspoed bracht
  • uiteindelijke verlossing te bewerkstelligen door de Messias
  • zich te realiseren dat God heerst

 

Deze woordvoerders van God functioneerden op drie manieren:

  • Als predikers verklaarden hun woorden de Wet van Mozes en ze vervulden hun taak van vermaning, afwijzing van de zonde, waarschuwing over het oordeel en oproep tot berouw. Ze brachten troost en de belofte van genade.
  • Als zieners kondigden zij het op handen zijnde oordeel aan, de verlossing en de komst van de Messias.
  • Als wachters over Israël waarschuwden zij over verbintenissen met militaire/politieke machten en tegen afvalligheid. In die regio werd aan cultische aanbidding en offerrituelen gedaan. De verleiding om de praktijken van hun Kanaänitische tegenstanders over te nemen, was groot (zie Ezechiël 3:17).

 

 

 

Ezechiël 3: 17

 

17 “Mensenzoon, Ik wijs jou aan tot wachtpost voor het volk Israël. Jij moet hen namens Mij waarschuwen voor het gevaar waarin ze zich bevinden. Je moet hen waarschuwen met de woorden die Ik je geef.

 

 

 

Hun boodschappen

 

 

Jesaja (rond 725 v.Chr.)

 

Jesaja’s boodschap (ingegeven door de Heilige Geest) roept het volk van Juda op om terug te keren naar het die-nen van God. Hij onthulde gebeurtenissen uit de toekomst, maar dat was slechts een deel van het boek. In hoofd-stukken 1-39 veroordeelt hij Juda smalend voor het afdwalen van God en roept het volk op tot inkeer. De tweede helft van het boek biedt hoop en troost wanneer Jesaja de beloftes van de komende Messias verkondigt. Deze belofte voor De Heilige van Israël, de Here God van Israël en de Machtige van Israël, zijnde Jahweh, is het hoofd-onderwerp van Jesaja’s boek. Jesaja wordt beschouwd als de grootste profeet, maar zijn prediking werd vaak con-fronterend gevonden, dus uiteindelijk verloor hij zijn populariteit en werd hij geëxecuteerd na 60 jaar bediening.

 

 

 

Jeremia (645 tot ca. 587 v.Chr.)

 

Jeremia gebruikte vaak symboliek om zijn boodschap over te brengen, maar het leek er op dat niemand wilde luisteren. Daarom vond Jeremia dat hij gefaald had in de 40 jaar van zijn bediening. Hij was erg arm, kwam in de gevangenis terecht en leidde een armoedig leven. Deze profeet leed onder enorme eenzaamheid en afwijzing. Hij wordt ook wel de “wenende profeet” en de “onwillige profeet” genoemd. Jeremia ondervond veel tegenstand, maar bleef trouw aan God met nederige gehoorzaamheid. Zijn boek heeft een tweevoudig hoofdthema: waar-schuwingen over Gods oordeel en de hoop op herstel door inkeer.

 

 

 

Klaagliederen

 

Klaagliederen toont dat God lijdt wanneer Zijn volk lijdt. Het is het enige van de vijf boeken in dit deel dat niet genoemd is naar een profeet, maar wordt toegeschreven aan Jeremia. De “wenende profeet” weende oprecht voor zijn volk en Jeruzalem; God had hem het op handen zijnde oordeel vanwege hun afwijzing en opstand laten zien. Zij zouden de verwoesting van Jeruzalem ondergaan! Jeremia’s doel was om de Joden te leren wat hun on-gehoorzaamheid hen zou opleveren als zij niet tot inkeer zouden komen. Zijn boek Klaagliederen wordt ook wel een begrafenislied genoemd voor een volk waar God en Jeremia zeer veel van hielden.

 

 

 

Ezechiël (593-571 v.Ch.)

 

Het thema in dit boek toont dat de opstandigheid van de mens soms een grote ondergang noodzakelijk maakt voordat mensen ervoor kiezen om te reageren op Gods barmhartigheid. Wanneer we koppig ongehoorzaam zijn, kan God ons niet tot Hem terugtrekken tenzij we wakker worden en ons vernederen. Ezechiël besluit met een verkondiging over de trouw van God, hoop en een profetie voor de gezegende toekomst van Zijn volk. Ezechiël verkoos vrijwillig om God te gehoorzamen en getuigde ook uit eerste hand van de inname en val van Jeruzalem. Ezechiël ontving zijn roeping tot profeet gedurende zijn ballingschap in Babylonië. Hij toonde zich in het bezit van een groot herderlijk hart met veel zorg voor het priesterschap, de tempel, offers en de heerlijkheid van God.

 

 

 

Daniël (2e eeuw voor Ch.)

 

Daniël is een fantastisch boek. Het draait om Gods machtige gezag en Zijn geweldige en beschermende hand op Daniël. Daniël beschikte over de door God gegeven gave om dromen en visioenen uit te leggen. Terwijl hij in Ba-bylonische gevangenschap was, werd de gave van deze Jood ingezet om de ongebruikelijke gunst van koning Nebukadnessar te verkrijgen. Daniël kon hierdoor uitleg geven over de bizarre dromen en dramatische toekomst-visioenen van de heerser.

Door meerdere wonderen verwierven Daniël en zijn kameraden prominente functies bij het Babylonische bewind. Het boek Daniël is een voorbode en aanvulling op het boek Openbaring in het Nieuwe Testament. De profetie van de opvolging van regeringen of koninkrijken in de geschiedenis wordt voorgesteld met een mensachtige fi-guur die symbolisch gekleed is in een weergave van elk heersend koninkrijk. Deze profetie is 100% juist gebleken.

 

 

 

De Messias in de profetie

 

In de profetische boeken staan veel profetieën over de komende Messias. God wil noch Israël, noch enig ander land of volk laten vergaan. Maar elke mens die ooit geboren is, heeft tegen Hem gezondigd (Romeinen 3: 21 – 26). Daarom verschafte God een manier voor de verzoening van zonden. Hij beloofde een komende Messias en alleen door de aanvaarding van Jezus zullen we het Koninkrijk van God binnengaan.

 

 

 

Romeinen 3: 21 – 26

 

21 Nu heeft God een manier gegeven om de mensen vrij te spreken van hun schuld. Maar buiten de wet om. In de wet van Mozes en in de boeken van de profeten wordt daar al over gesproken. 22 Iedereen kan nu vrijge-sproken worden, door te geloven in Jezus Christus. Het maakt voor God niet uit wie of wat je bent. 23 Want alle mensen zijn ongehoorzaam aan God. Daardoor moeten alle mensen leven zonder de heerlijke aanwezigheid van God in hun leven.

24 Maar door Gods liefdevolle goedheid worden ze vrijgesproken van hun schuld. Niet omdat ze dat verdienen, maar dankzij Jezus Christus. 25 God heeft Hém gegeven als manier om de vriendschap tussen God en de men-sen te herstellen. Namelijk door Jezus’ dood. Mensen die dat geloven, kunnen vergeving krijgen voor wat ze verkeerd gedaan hebben.

Eerst heeft God de ongehoorzaamheid van de mensen ongestraft gelaten. Dat was in de tijd vóór Jezus’ dood. 26 Maar nu, in deze tijd, laat Hij zien dat Hij wel rechtvaardig is. Zo is Hij nog steeds rechtvaardig als Hij buiten de wet om mensen vrijspreekt van schuld als ze geloven in Jezus.

 

 

Met de christelijke term ‘Grote Profeten’ worden doorgaans de oudtestamentische boeken Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël aangeduid.

 

 

 

Joodse traditie

 

De Hebreeuwse Bijbel (Tenach) bestaat uit drie delen: Wet, Profeten en Geschriften. De twee groep bestaat uit de Vroege en de Late Profeten. Tot de laatste worden gerekend: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de Twaalf Profeten.

 

 

 

Christelijke indeling

 

De Septuaginta en de Vulgaat rekenen het boek Daniël tot de Profeten. In de Hebreeuwse Bijbel hoort Daniël echter bij de Geschriften (Ketoevim).

 

 

 

Vergeleken met Twaalf

 

Het was Sint Hieronymus die Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël ‘de Vier Grote Profeten’ noemde. Sint Augustinus legt in De Civitate Dei (18,29) uit waarom zij ‘groot’ worden genoemd:

“De profetie van Jesaja staat niet in het boek van de twaalf profeten, die ‘kleiner’ worden genoemd vanwege de kortheid van hun geschriften. Dit in vergelijking met hen die ‘groter’ [major] worden genoemd omdat zij langere boeken uitbrachten.”

 

 

 

Zes boeken

 

In de katholieke traditie werden later ook de boeken Klaagliederen en Baruch tot de Grote Profeten gerekend. De volgorde van de profetische boeken in de katholieke canon is als volgt:

– Jesaja
– Jeremia
– Klaagliederen
– Baruch
– Ezechiël
– Daniël
– Kleine Profeten

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria