Tagarchief: duivel

Efeziërs 6 : 10 – 20

Standaard

categorie : religie

.

.

WVG_1_intro

.

.

Wapenuitrusting, Efeze 6

.

10 Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. 

11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.

12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

14 Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

15 en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.

16 Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.

17 En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

18 terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.

19 Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,

20 waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.

.

battleofgoodandevil

.

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen Satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente, een strijd tussen licht en duisternis. Het is een strijd om de glorie van God, om de vervulling van het heilsplan van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken.

God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen. God wil ons gebruiken om de boodschap van redding aan de wereld te verkondigen. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God (2 Tim. 2:3-4).

Beseffen we wel de enorme opdracht die we hebben? De strijd in de hemelse gewesten is niet zomaar een strijd ver van ons af. Neen, God wil ons gebruiken als soldaten in de strijd. Hij heeft ons uitgekozen om te strijden voor Zijn koninkrijk en Zijn boodschap van redding te verkondigen.

Wat een enorme waarheid komen we hier tegen in Efeze 6 vers 12:

“Wij hebben niet te worstelen tegen vlees en bloed”.

.

twee

 

.

We hebben niet te strijden tegen mensen, we hebben te strijden tegen de boze. Wanneer mensen ons pijn doen, wanneer ruzie, twist, verdeeldheid in de gemeente komt. Wanneer ruzie en twist in ons huwelijk komt, wanneer ons geloof begint te wankelen en we aan God gaan twijfelen, vecht dan niet tegen mensen.

De Satan probeert er alles aan te doen om ons van God af te trekken, hij probeert er alles aan te doen om verdeeldheid en ruzie te zaaien. Hij probeert er alles aan te doen om ons in leugens te doen geloven. We leven in een wereld die beheerst wordt door de boze. De Satan is nog steeds de overste der wereld. Wanneer we tot bekering komen worden we overgeplaatst van het koninkrijk van de duisternis, naar het koninkrijk van het licht.

God wil als een Vader voor ons zorgen, onze zonden worden vergeven, we hebben eeuwig leven. Maar de duisternis zal er alles aan doen om ons terug te trekken naar de duisternis.
De grootste leugen die de duisternis ons wil aanpraten is dat hij niet bestaat, en als hij al bestaat, dat hij geen macht heeft, maar de bijbel leert ons in 1 Petrus 5:8 het volgende:

“Uw tegenstander de duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.”

De Satan is geen poesje dat even grauw, grauw zegt, de Satan is een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.

.

Efeze 6:12-13, Neem daarom de wapenrusting Gods aan

.

Wat een geweldig en liefdevol God hebben we toch. God laat ons niet aan ons lot over, God wil ons helpen in de strijd tegen de boze. Toen Jezus aan het kruis stierf en na de derde dag weer uit de doden op stond, heeft Hij de macht van de duisternis gebroken. Hij heeft de macht van de dood en de macht van de zonde overwonnen. Jezus is overwinnaar. Hij heeft de duisternis overwonnen. En met diezelfde kracht waarmee Hij de duisternis heeft overwonnen en is opgestaan uit de dood, met die kracht wil Hij naast ons staan, wil Hij met ons strijden.

Paulus zegt het als volgt: “Gelovigen, neem de wapenuitrusting van God ter hand. God heeft u alles gegeven om in Jezus de overwinning op de duisternis te halen”.

Wanneer je dus aangevallen wordt, neem Gods wapens ter hand. Laat u niet doen, maar strijdt in Gods kracht tegen de duisternis.  De Bijbel geeft een hele mooie belofte ( Jac. 4:7 ) :

“Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.”

Wat moeten we doen wanneer de duisternis ons probeert aan te vallen? We moeten een actieve houding aannemen. We moeten niet vechten tegen mensen, situaties of tegen onszelf, we moeten weerstand bieden aan de duivel. Paulus zegt ons: “Doet de wapenen van God aan en gij zult door Jezus overwinnen”.

.

wapenrusting Efeze2

.

De onzichtbare strijd van Satan

.

Sta je op scherp? Elke gelovige bevindt zich namelijk midden in een oorlog. Paulus zegt namelijk aan het einde van zijn brief aan de gemeente van Efeze dat we in de strijd zijn. En het is noodzakelijk om eens even heel bewust hierbij stil te staan. Juist omdat dit de realiteit is van het geloofsleven en dat het je wellicht helpt om alles in het juist licht te zien.

Wij kunnen soms heel erg bang zijn voor alles dat ons overkomt of als we zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Maar ook kunnen we zomaar een gevoel tegen mensen hebben die ons iets aandoen, waardoor het voor ons soms heel erg moeilijk kan zijn om met die mensen om te gaan. Maar Paulus wil ons in Efeze 6 iets anders leren. Iets dat wij heel vaak vergeten. Paulus zegt ons namelijk dat wij niet de strijd tegen vlees en bloed hebben. Dat gevoel hebben we vaak wel, want het zijn meestal mensen die iets doen, waardoor wij het gevoel hebben dat er een soort onderlinge strijd is.

Paulus zegt echter dat we niet de strijd hebben tegen vlees en bloed. Het zijn niet de mensen, die ten diepste hier op aarde de strijd voeren. Paulus wil ons iets anders leren, hij wil ons dieper laten kijken dan dat wat wij voor ogen zien. Hij zegt dat we de strijd hebben tegen de overheden, machten en wereldbeheersers van de duisternis. En nog duidelijker: we hebben de strijd tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten.

De Bijbel gaat uit van meerdere hemelen. Waar Paulus het hier over heeft is de atmosfeer waar de duivel met zijn demonen de strijd aangaat met de engelen van God. Het is de plaats waar de strijd plaatsvindt tegen het Koninkrijk van God. En dat is niet een plaats die ver van ons afstaat, maar wij zijn er eigenlijk in betrokken. We zien die geestelijke wereld niet, maar we zien wel de uitwerking er van en soms kun je die strijd ook voelen. Dan merk je dat er een geestelijke strijd is, die er alles aan doet om Gods Koninkrijk te verstoren. Dat kan te maken hebben met je persoonlijke geloof, maar deze strijd is ook veel breder. Het raakt ten diepste het hele wereldgebeuren.

Op het moment dat we dit gaan inzien, merken we dat er achter alles dat we zien, er veel meer aan de hand is. Het is oorlog om ons heen. Dan is de strijd in het Midden Oosten, geen strijd van mensen, maar ten diepste de strijd waar de wereldbeheersers van het rijk van de duisternis leiding aan geven. Maar dat komt ook veel dichterbij. Het gebeurt ook als Gods werk in onze omgeving wordt tegengewerkt.

En satan wil heel graag dat zijn strijd liever niet op die manier gezien wordt. Veel liever ziet hij dat wij denken dat het de mensen zijn tegen wie wij moeten strijden. Want dan loopt de strijd stuk op mensen onderling. En degene die echt de oorzaak achter al deze strijd is, kan gewoon doorgaan.

.

stand-houden-de-wapenrusting-2-11-728

.

Maar Gods Woord zegt ons vandaag dat we een laag dieper moeten kijken. We moeten zien wat er werkelijk gebeurt. En tegen die strijd moeten we ons wapenen zodat we beschermd zijn. Anders worden we persoonlijk geraakt en raken we verwond. Elke aanval van satan is af te keren met de verdedigingswapens die Paulus noemt. Elke aanval is te keren als we de vijand die verdedigingswapens voorhouden: de Waarheid  tegen over de leugens die satan wil dat jij gelooft.

De gerechtigheid die je in het geloof hebt gekregen tegenover de ongerechtigheid waar satan je mee beschuldigt. De bereidheid van vrede  tegenover onvergevingsgezindheid en haat. Het schild van het geloof tegenover elke aanval waarmee satan je laat geloven dat je geen heil hebt. Een schild werd vroeger bekleed met een lap die nat werd gemaakt met water, zodat brandende pijlen werden geblust. Het geloof is het schild dat is gedompeld in het bloed van Jezus.

Dat blust elke vurige pijl van satan. En tenslotte de helm van de hoop op de zaligheid. Het is je uitzien dat terwijl je nog midden in de strijd bent, dat de overwinning je al is gegeven. Je bent in Christus, meer dan overwinnaar! En naast al deze verdedigingswapens is er ook een heel belangrijk aanvalswapen. Het is niet de bedoeling van Paulus om te zeggen dat omdat er zoveel verdedigingswapens zijn, dat je de strijd maar over je heen moet laten komen. Paulus zegt dat we in deze strijd rechtop moeten staan! Strijdend dus. En voor die strijd heeft elke gelovige het zwaard van het Woord gekregen.

Daarmee zal satan altijd het onderspit gaan delven. Waar hij je aanvalt mag jij je verdedigen met de Waarheid en met geloof. Maar je wordt opgeroepen om de strijd aan te gaan zodat Gods Koninkrijk meer en meer de overwinning zal krijgen. En het zwaard van het Woord is dodelijk voor satan. Jezus sloeg Zelf, tijdens de verzoeking in de woestijn ook op die manier terug.

En het woord dat Paulus hier gebruikt is niet het woord waarmee hij het geschreven of gelezen Woord bedoeld. Hier gebruikt hij een ander woord. Het gaat hier om het gesproken, of nog beter, het geproclameerde Woord van God. Je moet het Woord van God, hardop uitspreken in de aanval tegen de machten van de duisternis.

De strijd is gewonnen door Jezus. Wij mogen nu, in het geloof, de overwinning opeisen en tegen alle machten van de duisternis weerstand bieden in de Naam van Jezus. Dan is de overwinning zeker. Heb goede moed, zegt Jezus, want Ik heb de wereld overwonnen.

.

De wapenuitrusting!

.

armadura_022-1-300x326

.

Wapens die we al aanhebben:

.

De eerste drie delen van onze wapenuitrusting hebben we al van God gekregen toen we tot bekering kwamen. Wanneer we God aannemen als onze redder en verlosser worden we kinderen van Hem. Maar we worden ook strijders, soldaten in Gods koninkrijk. Het eerste wat God doet is ons als soldaten kleden. We krijgen een gordel, een pantser en schoenen. De werkwoorden die genoemd worden staan in de verleden tijd: we zijn al omgord, bekleed en geschoeid.  Maar wat hebben we eigenlijk van God gekregen?

.

1) Uw lendenen omgord met de waarheid

.

Een gordel is een ontzettend nuttig kledingstuk. Een gordel dient om onze klederen bij elkaar te houden, zodat we ons vrij kunnen bewegen. Zo is ook de gordel van onze wapenuitrusting heel belangrijk. De gordel van de waarheid is Jezus Zelf en Zijn woord. Toch is het niet altijd gemakkelijk om in de waarheid te wandelen, onze tegenstander is namelijk de vader van de leugen. Hij zal er alles aan proberen te doen om ons in de leugen te doen geloven.

Om vast in de waarheid te staan moeten we alles wat we doen en denken aan de waarheid toetsen. Jezus bidt voor ons in Joh. 17:17:  “Heilig hen in Uw waarheid, Uw woord is de waarheid.”. Alleen in het licht van de Gods waarheid, de Bijbel kunnen we de satan verjagen.
> Steek uw Bijbel in de lucht om te getuigen dat u Gods waarheid wilt volgen.

.

2) Pantser der gerechtigheid

.

De Bijbel leert ons dat God ons gerechtvaardigd heeft. Doordat Jezus voor onze zonden gestorven is zijn wij heil en rein. Het pantser der gerechtigheid is de vergeving van onze zonden. God wil al onze zonden vergeven, hoe groot die ook zijn, hoe vaak we die ook gedaan hebben. Wanneer we onze zonden belijden, zal God onze zonden vergeven! Onze zonden belijden is ze eerlijk en oprecht uitspreken naar God toe.
> 1 Joh. 1:9 luidop lezen.

.

3) Voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes

.

Dit wil zeggen dat we de kracht gekregen hebben om Gods boodschap van vrede uit te dragen in het leven van elke dag. Wat is deze boodschap? “Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.” We staan in de liefde. God heeft Zijn liefde in onze harten uitgestort. Laten we als de duisternis ons of onze gemeente aanvalt staan in de liefde. Laten we niet ophouden om elkaar lief te hebben, te dienen, de ander hoger te achten dan onszelf.
> Laten we naar elkaar kijken in liefde.

.

Verdedigingswapens die we moeten aantrekken:

.

4) Het schild des geloofs

.

In het nieuwe testament komt het woord schild maar eenmaal voor en dat is in Efeze 6:16. In het oude testament komt het woord schild verschillende keren voor: de eerste keer komen we het tegen in Gen 15, waar God tot Abraham zegt: “Vrees niet Abraham, Ik ben uw schild”. Wat een heerlijke belofte is het niet, God is onze schild, Hij wil ons beschermen tegen de brandende pijlen van de vijand. “onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild” Ps.33:20.

Het schild van het geloof is ons vertrouwen in God. Hoe meer we God leren kennen, hoe zekerder, vaster ons vertrouwen en geloof in Hem worden. Persoonlijke studie in de bijbel, preek, Bijbelstudie, enz. vergroot onze kennis over God en dus ook ons vertrouwen op God. Wanneer de duisternis ons aanvalt, laten we opzien naar Christus. Hij is altijd bij ons. Hij geeft ons wat we nodig hebben!
> Samen zeggen “Ik wil Christus vertrouwen.”

.

5) De helm des heils

.

De helm des heils is onze positie in Christus. Toen we kinderen van God werden hebben we verschillende beloften van God gekregen: we zijn Gods kinderen, we zijn heilig en rein door de vergeving, we zijn het zout der aarde.
Het is belangrijk dat we beseffen welke positie we hebben in Christus. Om in de positie van Christus te wandelen moeten we ons laten leiden door Gods Geest. De helm beschermt ons meest kwetsbare deel van ons lichaam, ons hoofd, onze gedachten.  Laten we er ons steeds van bewust zijn wie we zijn in Christus, laten we ons laten leiden door Gods Geest!
> Samen Rom 8:38 lezen.

.

Aanvalswapens die we moeten aantrekken:

.

6) Het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God

.

Het zwaard is het middel waar we de duisternis met aanvallen. Wat is het zwaard des Geestes? Het Woord van God! Het gebruikelijke woord dat in het Grieks gebruikt wordt voor “woord” is Logos. Maar in deze context staat het woord “RHEMA”  Dit woord kan het best vertaald worden door: ‘luidop proclameren’. Het woord van God is het luidop proclameren van Gods waarheid. Om de duisternis te verslaan moeten we weerstand bieden, dit kunnen we door hem openlijk te verwerpen en luidop weg te sturen in Jezus’ naam. Waarom? De duisternis kan onze gedachten niet lezen.
> Ik bied weerstand in Jezus’ naam.

.

7) Ten alle tijden bidden

.

Het belangrijkste wapen dat wij hebben is het gebed. Door het gebed is de christensoldaat in voortdurend contact met zijn aanvoerder, de Here Jezus Christus. Daar de vijand zijn tegenstand nooit opgeeft, mogen ook wij niet verslappen in het gebed. God roept ons op om ten alle tijden te bidden.Tevens moeten we bidden in overeenstemming met de Heilige Geest die ons in ons gebed zal leiden wanneer we ons voor Hem open zetten.

Jezus zegt tegen Zijn discipelen in de tuin van Getsemane: “Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt.” Mat.25:41. We zijn als leden van een lichaam, de gemeente, met elkaar verbondenen vormen we een doelwit voor de aanvallen van de vijand, daarom moeten we elkaar voor de troon der genade opdragen. Zo moeten we in ons gebed niet alleen gericht zijn op onze eigen noden, maar ook op de noden van de gemeente en op de noden van alle heiligen en ongelovigen. Laten we daarom nooit ophouden voor elkaar en de mensen rondom ons te bidden.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Zesentwintigste Miniatuur : vijfde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zesentwintigste Miniatuur: Vijfde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2026_Boek%20III,5

 

 

Deze miniatuur van de Zelus Dei, de ijver Gods, blijft een van de merkwaardigste voorstellingen van heel de co-dex. Ook de uitleg van het visioen kunnen wij niet gemakkelijk plaatsen in het beeld van het verlossingswerk dat we thans hebben en dat sterk bepaald is door het Tweede Vaticaans Concilie.De goddelijke actie tegen de duivel ziet Hildegard als een vurig hoofd met een wel zeer bijzondere vorm. Met een kleur als vuur richt dit hoofd, dat geen haren heeft of sluier draagt, vreselijke blikken naar het Noorden.

Hildegard zegt in haar uitleg dat het hoofd zonder haren is als een mannenhoofd en zonder sluier zoals vrouwen die gewoon zijn te dragen. De ijver Gods is meer mannelijk dan vrouwelijk, want de Kracht Gods toont zich meer in de mannelijke agressie dan in de zachtmoedigheid van de vrouw. Hier conformeert Hildegard zich aan de gangbare mening over man en vrouw, ofschoon zij zelf meer dan eens tegenover de groten der aarde blijk heeft gegeven van mannelijke moed.

Drie schrikwekkende vleugels proberen de duivelse heerscharen op de vlucht te jagen. Het zijn drie vleugels om-dat Hildegard hier spreekt van de macht van de drie goddelijke Personen. In de uitleg van het visioen gaat Hilde-gard uitvoerig in op de betekenis van de drie vleugels en hoe God in zijn drievoudige macht het kwaad en het ongeloof bestrijdt. Artistiek gezien is deze miniatuur zeer suggestief, zij heeft iets angstwekkend. De mens voelt zijn kleinheid als God zijn macht ten toon spreidt. Dit is een voorspel op hetgeen Hildegard ons wil leren over de openbaring van de Joodse Wet, de wet van de Vreze des Heren.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zesentwintigste Miniatuur : vijfde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zesentwintigste Miniatuur: Vijfde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2026_Boek%20III,5

 

 

Deze miniatuur van de Zelus Dei, de ijver Gods, blijft een van de merkwaardigste voorstellingen van heel de co-dex. Ook de uitleg van het visioen kunnen wij niet gemakkelijk plaatsen in het beeld van het verlossingswerk dat we thans hebben en dat sterk bepaald is door het Tweede Vaticaans Concilie.De goddelijke actie tegen de duivel ziet Hildegard als een vurig hoofd met een wel zeer bijzondere vorm. Met een kleur als vuur richt dit hoofd, dat geen haren heeft of sluier draagt, vreselijke blikken naar het Noorden.

Hildegard zegt in haar uitleg dat het hoofd zonder haren is als een mannenhoofd en zonder sluier zoals vrouwen die gewoon zijn te dragen. De ijver Gods is meer mannelijk dan vrouwelijk, want de Kracht Gods toont zich meer in de mannelijke agressie dan in de zachtmoedigheid van de vrouw. Hier conformeert Hildegard zich aan de gangbare mening over man en vrouw, ofschoon zij zelf meer dan eens tegenover de groten der aarde blijk heeft gegeven van mannelijke moed.

Drie schrikwekkende vleugels proberen de duivelse heerscharen op de vlucht te jagen. Het zijn drie vleugels om-dat Hildegard hier spreekt van de macht van de drie goddelijke Personen. In de uitleg van het visioen gaat Hilde-gard uitvoerig in op de betekenis van de drie vleugels en hoe God in zijn drievoudige macht het kwaad en het ongeloof bestrijdt. Artistiek gezien is deze miniatuur zeer suggestief, zij heeft iets angstwekkend. De mens voelt zijn kleinheid als God zijn macht ten toon spreidt. Dit is een voorspel op hetgeen Hildegard ons wil leren over de openbaring van de Joodse Wet, de wet van de Vreze des Heren.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vijfentwintigste Miniatuur : vierde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Vijfentwintigste Miniatuur: Vierde Visioen van het Derde Boek

.

Scivias%20T%2025_Boek%20III,4

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen. Rechts van haar naderen zes welwil-lende gelovigen terwijl zich links van haar drie personen vijandig gedragen. Deze mensen over wie we reeds spra-ken, komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich be-vindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel be-langrijks in de geschiedenis van de Verlossing. Hildegard geeft deze Godskracht of deugd de naam Scientia Dei wat betekent het ‘Weten of kennen van God’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt.

In de eerste zin heeft men het over de mens die aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. In de tweede zin heeft men het over diegene die kennis wil vergaren over God. Hier komt de schei-ding der geesten.  Zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed. Zij die zonder kleed wil-len binnen dringen worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat door zijn dienaars liet ophalen opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter geëist dat hij zich presenteert in een feest-kleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren. Velen zijn geroe-pen maar weinigen uitverkoren, om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uit-verkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God, in zijn godde-lijke ijver om de vijand te verslaan, gaat beginnen samen met de gelovigen de drie gemetselde muren op te trek-ken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het in strenge discipline.

Met de gegevens van de vorige miniaturen is de kleurencombinatie hier gemakkelijk te ontleden. Dat zilveren driehoekje is een gedeelte van de lichtgevende muur, welke we opgetrokken weten van het oosten naar het noorden. De overeenkomst tussen de vergulde vrouwenfiguur en een Maria-voorstelling is zeker niet toevallig.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

De Benedictusmedaille 

Standaard

     categorie : religie

.

.

.

Sint Benedictus was de vader van het Westelijke kloosterwezen. Hij was geboren in Nursia, Italië, in 480. Vanaf 520 richtte hij twaalf kloosters op in de streek van Subiaco. Het klooster in Monte Cassino (529) werd de wieg van zijn Orde. Benedictus stierf op 21 maart 542. St. Benedictus had diepgaande bewondering voor het Heilige Kruis en voor Jezus Christus. Men gelooft dat hij een aantal mirakels zou hebben teweeggebracht, vooral in de strijd tegen de duivel. In het teken van deze verregaande verering werd een medaillon vervaardigd die bijzondere krachten had bij het afweren van het kwade. De macht van de medaille worden gevormd door Christus, door de doeltreffende gebeden van St.Benedictus, door de zegen van de Kerk en in het bijzonder door het geloof en devotie van de persoon die het medaillon gebruikt.

.

De Benedictusmedaille

.

De medaille van Benedictus is een aandenken waarop de geestelijke boodschap van Sint-Benedictus staat samengevat. Zowel zijn leven als de Regel getuigen van zijn aanhoudend gevecht met de machten van het kwaad. Daarbij stelt hij steeds zijn vertrouwen op het kruis van Christus, het teken van de definitieve overwinning op die machten. Zij die met geloof deze medaille dragen, mogen vertrouwen op een krachtige, geestelijke bescherming.

.

Afbeelding medaille kant Benedictus

.

Aan deze kant zien we Sint-Benedictus. Hij houdt het kruis, waarop hij zijn vertrouwen stelt in zijn rechterhand omhoog geheven. In zijn linkerhand toont hij de Regel, die allen die hem volgen door het kruis naar het licht zal voeren. Aan de ene zijde van Benedictus ziet u een gebroken beker, aan de andere zijde een raaf die vergiftigd brood wegneemt.

Deze afbeeldingen herinneren aan gebeurtenissen uit het leven van Benedictus. Toen hij abt was in het klooster van Vicovaro heeft men geprobeerd hem te vergiftigen, door hem een beker met vergiftigde wijn aan te reiken. Als hij een kruisteken maakt over deze beker, breekt hij.

Het vergiftigd stuk brood wordt door een vijandig priester aan Benedictus aangeboden. Deze laat het door een raaf wegbrengen naar een plaats waar niemand zal komen, opdat het geen schade kan doen.

Rondom de beeltenis van Benedictus staat de tekst:

“EJUS IN OBITU NOSTRO PRE­SEN­TIA MUNIAMUR”  :  dat wij bij onze dood door zijn aanwezigheid gesterkt mogen worden.

.

.

.

.

.

Afbeelding medaille kant Benedictuskruis

.

Op deze zijde zien we het zogenaamde Benedictuskruis. Hierop staan verschillende afkortingen:

.

.

In de vier hoeken van het kruis:
C.S.P.B.: Crux Sancti Patris Benedicti:
Kruis van de heilige vader Benedictus

Boven het kruis:
PAX: Vrede

Op het kruis, verticaal:
C.S.S.M.L.: Crux Sacra Sit Mihi Lux:
Dat het heilig kruis mijn licht zij

Op het kruis, horizontaal:
N.D.S.M.D.: Non Draco Sit Mihi Dux:
Dat de draak mij niet tot gids zij

.

De overige letters langs de rand betekenen:

V.R.S.: Vade Retro Satana: Ga weg, Satan
N.S.M.V.: Numquam Suade Mihi Vana: Verleid mij nooit tot ijdel gedrag
S.M.Q.L.: Sunt Mala Quae Libas: Wat je wil is vergif
I.V.B.: Ipse Venena Bibas: Drink zelf je gif

Deze afkortingen zijn zinnen die Sint-Benedictus gezegd heeft in ogenblikken van aanvechting en bekoring. De laatste twee zijn een herinnering aan de gebeurtenis met de gifbeker, die op de andere zijde staat afgebeeld.

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Vierde hoofdstuk van Scivias

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard

 

 

 

OVER HET DERDE DEEL VAN HET BOEK SCIVIAS

 

In het derde deel van Scivias worden twee onderwerpen behandeld. In de eerste tien visioenen wordt de bouw beschreven van de Stad Gods in de loop van heel de heilsgeschiedenis, vanaf de zondeval tot en met de wederkomst van de Heer. In de laatste drie visioenen wordt de gruwel van de antichrist verhaald, het laatste oordeel en tenslotte de gelukzaligheid in de hemel.

 

Deze dertien visioenen worden geïllustreerd met 16 miniaturen. Daarvan zijn er vier bestemd voor de laatste drie visioenen. Zo resten ons dus 12 miniaturen te bespreken die bedoeld zijn als illustratie van de bouw van de Stad Gods. Die Stad Gods heeft een enorme betekenis in de beeldspraak van onze visionaire.

Terwijl Hildegard in het tweede boek van Scivias uitvoerig gesproken heeft over het aandeel van God in onze verlossing, wil zij nu het aandeel van de mens in dit werk laten zien. Zij doet dit onder het beeld van een stadsbouw, een middeleeuwse stad. Het is een stad die vanaf een hooggelegen punt geheel te overzien is, en die volgens een eeuwenoud eenvoudig schema is uitgevoerd.

In Italië treft men nog dergelijke stadjes aan zoals bijvoorbeeld San Gimignano in de buurt van Siëna. Als men daar op de hoge stadhuistoren staat, kan men bijna de hele plattegrond in één blik vangen. Om de betekenis van een stadsbouw te begrijpen zou men zelf in het bouwvak gewerkt moeten hebben in een tijd waarin alles nog handwerk was zonder de moderne hulpmiddelen.

Toen waren samenwerking van velen en een groot geduld de voornaamste vereisten om tot resultaten te komen. Of Hildegard zelf gemetseld heeft is niet bekend maar gezien haar zwakke gestel waarschijnlijk niet. Het is zeker dat zij er wel veel bij betrokken is geweest.

De eerste betrokkenheid van Hildegards bouwwerken was op de Disiboodsberg. Daar heeft zij ongeveer dertig jaar gewoond naast een abdij van benediktijnermonniken die juist in die jaren een grote abdijkerk bouwden. Dan heeft zij de leiding gehad bij de bouw van haar nieuwe klooster op de Rupertusberg bij Bingen, en op het einde van haar leven bij de verbouwing van haar tweede klooster in Eibingen.

De sterkste ervaring welke men opdoet bij de uitvoering van een groot bouwwerk is het scheppen van ruimten door muren langzaamaan hoger op te trekken. Men neemt bezit van ruimten die aangepast zijn aan menselijke maat en die uiteindelijk te verdedigen zijn tegen vijanden en waar men zich meester voelt. Alle leven is strijd, ook het leven van de Kerk. Zelfs God vecht tegen Zijn vijand, de duivel, het kwaad.

Het derde boek van Scivias laat ons de strategie zien van deze strijd, maar dan in middeleeuwse symbolentaal. God houdt Zijn verblijf in het Oosten, de duivel legert steeds in het Noorden. Deze plaatsbepaling in windstreken is een oeroud gegeven dat we uitvoerig terugvinden in de symboliek van de Bijbel.

Dit houdt verband met de geografische ligging van het H. Land. Oostelijk lagen de woestijnen, oneindig groots. Daar ligt de Sinaï waar God woont. Noordelijk lag de weg naar Babylon en vandaar kwamen steeds de vijandige legers. In het zuiden ligt Jeruzalem, de stad van vrede. In het westelijk ligt de zee, de blauwe bron van verkoeling en vruchtbaarheid. Uit deze symbolenwereld put Hildegard haar beelden om de situatie en het grondplan van de te bouwen Stad Gods te beschrijven.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gods wapenuitrusting

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Strijd met de wapenuitrusting van God
Strijd met de wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De volledige wapenrusting van God

 

Efeziërs 6 : 10 18

 

Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.

Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.

Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria