Tagarchief: grieks

Wie is Satan volgens het woordgebruik in het Hebreeuws en het Grieks

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Hebreeuws

 

Het karakter van de satan komt in het woordgebruik in het O.T. tot uiting op twee manieren:

  • in zijn naam: satan
  • in de manier waarop hij tot zonde kwam

Het Hebreeuws voor de satan is:  satan.
In het Nederlands taalgebruik is dit woord als eigennaam overgenomen.

 

Volgens de OLB, de On Line Bijbel vertaling  is satan:

  • een zelfstandig naamwoord
  • te vertalen als: tegenstander, tegenpartij, satan (als eigennaam)
  • afgeleid van het werkwoord: satan

Het werkwoord satan wordt volgens de OLB vertaald als: tegenstander zijn, als tegenstander handelen, weerstaan, zoals o.a. in de tekst, waar David zegt:

Mijn vijanden echter leven, zij zijn machtig, talrijk zijn zij, die mij trouweloos haten, zij, die mij kwaad voor goed vergelden en mij weerstaan (satan), omdat ik het goede najaag. (Psalmen 38:19-20)

 

Satan als zelfstandig naamwoord wordt in 23 verzen gebruikt, waarbij 8 maal vertaald wordt als tegenstander, zoals bijvoorbeeld in:

Maar de toorn Gods ontbrandde, toen hij (Bileam was op weg om het volk Israël te vervloeken) ging, en de Engel van de Here stelde zich op de weg als zijn tegenstander (satan); Bileam reed op zijn ezelin en had twee van zijn dienaren bij zich.   (Numeri 22:22)

 

.

Satan in ons taalgebruik.

 

In ons taalgebruik komt het woord satan vaak als een eigennaam voor. Het is de vraag of satan ook in Bijbelse tijden als eigennaam gebruikt werd.

Het is best mogelijk dat men in de tijd van het Oude Testament, bij het gebruik van het woord satan, niet zozeer dacht aan de naam van een gevallen engel, maar eerder aan de tegenstander van God.

Bij het lezen van de Bijbel zou bij satan misschien beter telkens ‘de tegenstander’ ingevuld kunnen worden, wat duidelijker uitdrukt wie hij werkelijk is.

 

 

 

 

 

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Grieks

 

In het Nieuwe Testament worden twee namen voor de tegenstander van God gebruikt, namelijk:

  • satan – in het Grieks: satanas.
  • duivel – in het Grieks: diabolos.

De satan is de vertaling van het Grieks satanas

 

Volgens de OLB is satanas:

  • een zelfstandig naamwoord
  • van Aramese oorsprong, overeenkomend met het Hebreeuwse ‘satan’ (met het bepalend lidwoord)
  • te vertalen als: tegenstander (iemand die zich in voornemen en daad tegen de ander verzet)
  • de naam gegeven aan de vorst van de boze geesten.

Satanas komt voor in 28 Bijbelverzen en wordt steeds door satan vertaald. Volgens de OLB is satanas een zelfstandig naamwoord.

In de meeste Bijbelverzen wordt satanas voorafgegaan door een lidwoord, dus ‘de satan’. Ook hier kan afgevraagd worden, zoals bij satan in het Hebreeuws, of in de tijd van het Nieuwe Testament satanas wel gebruikt werd als eigennaam, zoals het in het Nederlands vaak gebeurd.

Misschien zou het ook hier beter zijn om satan, of de satan’ te vervangen door tegenstander, of de tegenstander’ wat weergeeft wie hij werkelijk is.

En Jezus werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan (de tegenstander) en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.   (Markus 1:13)

Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan (tegenstander)! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.   (Mattheüs 4:10)

 

De satan stelt zich op als een tegenstander, omdat hij er steeds op uit is mensen van hun goede voornemens af te brengen.

 

.

 

Soms probeert hij mensen op verkeerde gedachten te brengen


Dat is duidelijk als hij Jezus verzoekt in de woestijn en probeert om Hem ongehoorzaam te doen zijn aan zijn Vader.  (Mattheüs 4:1-11)

 

.

Soms gebruikt hij daarvoor uitspraken van andere personen

 

zoals in wat Petrus zei:

21 Vanaf dat moment begon Jezus aan zijn leerlingen uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. Dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Dat Hij daar mishandeld moest worden door de leiders van het volk, de leiders van de priesters, en de wetgeleerden. Dat Hij zelfs moest worden gedood. Maar ook dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan.
22 Toen nam Petrus Hem apart. Hij begon Hem streng tegen te spreken. Hij zei: “Heer, God zal ervoor zorgen dat dat niet zal gebeuren!” 23 Maar Jezus draaide Zich om en zei tegen Petrus:

“Ga weg, duivel! Je probeert Mij ongehoorzaam aan God te maken. Want jij wil niet wat God wil, maar wat mensen willen!”

 

 

 

 

 

De duivel in het taalgebruik

 

De duivel is de vertaling van diabolos.
Volgens de OLB is ‘diabolos’:

  • een bijvoeglijk naamwoord
  • te vertalen als: geneigd tot laster, lasterlijk, vals beschuldigend
  • afgeleid van het werkwoord ‘diaballo’ (werpen over, belasteren, kwaad spreken van, verdacht maken, bedriegen)
  • Als metafoor ook toegepast op iemand, waarvan gezegd kan worden dat die de rol van de duivel vervult

Het is duidelijk dat het woord diabolos het begrip laster, kwaad spreken in zich heeft.

Diabolos komt in 36 verzen voor en wordt in 33 verzen vertaald met ‘de duivel’.
Er zijn echter drie uitzonderingen (de duivel toegepast als metafoor):

(over diakenen) Evenzo moeten hun vrouwen zijn: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles.   (1 Timotheüs 3:11)

… want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers (Grieks: blasphemos – kwaadsprekend, lasterend), aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede …   (2 Timotheüs 3:2-3)

Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende.   (Titus 2:3)

 

 

Omdat diabolos steeds gebruikt wordt met een lidwoord en vertaald wordt met ‘ duivel’, kan ook hier afgevraagd worden of men in de tijd van Jezus eerder dacht aan ‘de lasteraar’ of ‘de kwaadspreker’.

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel (de lasteraar), en hij zal van u vlieden.   (Jakobus 4:7)

 

 

 

Duidelijk is, dat er in het Grieks sprake is van

‘de lasteraar’, ‘de aanklager’.

De duivel is hier nog steeds dag en nacht mee bezig bij God.

 

En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.   (Openbaring 12:9)

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager (kategoros)van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde (kategoreo: beschuldigde) voor onze God, is neergeworpen.   (Openbaring 12:10)

 

 

Omwille van Jezus geeft God geen gehoor aan alles wat de satan, de duivel, de tegenstander, de kwaadspreker, bij zijn troon komt roddelen, zoals Johannes schrijft in zijn eerste brief:

Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak (parakletos:  voorbidder, advocaat) bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden ( voor wie dat wenst!!) en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:1-2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De opkomst van de antichrist en de valse profeet : Openbaring 13

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 13

 

 

De opkomst van de antichrist en de valse profeet

 

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van john Astria

 

 

 

 Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis  over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Hoe is de Bijbel ontstaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

In tegenstelling tot enig ander boek dat ooit is geschreven, is de Heilige Bijbel samengesteld uit afzonderlijke teksten die een periode van meer dan 1400 jaar beslaan en heeft de Bijbel zo’n 40 verschillende schrijvers. De Bijbel bestaat uit 66 boeken, maar toch wordt hij beschouwd als Het Boek, de Heilige Schrift, het Woord van God.

 

 

bijbel-mooi

 

De tijdspanne die in de Bijbel wordt beschreven beslaat bijna 4000 jaar uit de menselijke geschiedenis en Gods openbaring van Zichzelf aan en door de mens. De geschiedenis van de Heilige Bijbel is de geschiedenis van Gods betrokkenheid bij de mensheid. Deze periode van 1400 jaar begint met het werk van Mozes, dat bestaat uit de eerste vijf boeken van de Heilige Bijbel. Deze boeken bevatten de tijdsperiode vóór het leven van Mozes. Zij be-ginnen met de feitelijke schepping van de kosmos. We leren in deze boeken over het prille begin van de mensheid.

De laatste schrijver was waarschijnlijk Johannes, die op het eiland Patmos het boek over de Openbaring van Jezus Christus schreef. Tussen de dagen van Mozes en Johannes bevindt zich een tijdspanne van ongeveer 14 eeuwen, maar de Heilige Bijbel beschrijft meer dan 4000 jaar van de geschiedenis. De laatste schrijvers leefden bijna 2,000 jaar geleden.

 

voorpagina openbaring a4

 

Hoe kon Mozes over zaken hebben geschreven die plaatsvonden vóór Adam? Op dezelfde manier waarop de profeten later konden schrijven over zaken die pas honderden en duizenden jaren later zouden plaatsvinden. De auteurs schreven Gods Woord, onder de leiding van de Heilige Geest. God openbaarde dingen aan hen die anders onkenbaar zouden zijn geweest.

De Heilige Bijbel is verdeeld in twee delen. Aan alles wat vóór de geboorte van Jezus Christus werd geschreven, wordt het Oude Testament genoemd. Een testament is een geschreven rapport, bewijs, getuigenis of verslag van gebeurtenissen die reeds hebben plaatsgevonden.

Het Oude Testament bevat 39 boeken (in de Protestantse Bijbel). Er zaten ongeveer vierhonderd jaar tussen het schrijven van het laatste boek van het Oude Testament en de geboorte van Christus. Deze worden ook wel de “stille jaren” genoemd; vierhonderd jaar waarin God niet via Zijn profeten sprak.

Enkele van de historische gebeurtenissen die in deze periode plaatsvonden, zijn vastgelegd in de  Apocriefen. De apocriefen vullen enkele leemten in de periode van 400 jaar tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het was de tijd van de Makkabeeën. Deze stilte werd verbroken door de plotse verschijning van een “groot hemels leger”, dat de geboorte aankondigde van de beloofde Redder.

 

 

apocriefen

apocriefen

 

Het Nieuwe Testament begint met de komst van Christus op aarde als de voorspelde Immanuël (wat “God met ons” betekent), in de gedaante van Maria’s baby, Jezus. God had de gedaante van een menselijk lichaam aangenomen.

Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken en leidt het tijdperk van de kerk in. In de tijd van de boeken van Mozes tot de profeten en andere boeken van het Oude Testament werkte God uitsluitend via de kinderen van Israël. Vandaag worden zij het Joodse volk genoemd. Maar via de kerk is Gods genade beschikbaar voor alle mensen. Dit geldt ook voor niet-Joden. Het geldt voor mensen uit alle volken en rassen.

Het Oude Testament keek uit naar de komst van de beloofde Messias. Het Oude Testament is doorspekt met profetieën over Hem. Het tiende hoofdstuk van Hebreeën geeft een goede verklaring voor de verweving van het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Beide gaan over Christus. Het ene testament kijkt uit naar Zijn komst; het andere beschrijft Zijn komst naar deze wereld, waardoor elke profetie uit het Oude Testament over Zijn aardse bediening is vervuld.

Het Oude Testament bleef een Hebreeuws boek tot ongeveer 280-150 voor Christus. Toen werd het in Alexandrië, in Egypte, vertaald naar het Grieks. Deze vertaling staat bekend als de Septuagint. De volgende taalkundige verandering vond plaats toen Hiëronymus (ongeveer 383-405 na Christus) de Heilige Bijbel vertaalde naar het Latijns (de zogenaamde “Vulgaat”). Deze vertaling werd bijna 1000 jaar lang door de geestelijkheid gebruikt.

De Bijbel was pas in 1526 voor het eerst in het Nederlands beschikbaar. De vertaling van het Nieuwe Testament was gebaseerd op de Lutherse vertaling; het Oude Testament was gebaseerd op het Vulgaat. In 1637 werd de beroemde Statenvertaling voltooid.

God heeft de Bijbel, van het eerste boek Genesis tot het laatste boek Openbaring, voor ons behouden. Er zijn veel vertalingen, maar God heeft door de generaties heen Zijn woord trouw voor ons bewaard. Jezus maakte dit duidelijk, zoals in Matteüs 5:18 is vastgelegd:

 

“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.”.

 

Toen Hij deze woorden sprak, was het Nieuwe Testament nog niet geschreven. De enige beschikbare Bijbelteksten waren dus de boeken van het Oude Testament. Hij stelde dat nog geen pennenstreek veranderd zou worden totdat alles vervuld zou zijn. Hiermee doelde Hij op de profetieën die in het Oude Testament waren vastgelegd.

De Bijbel is het enige complete geschiedenisboek. Alle andere geschiedenisboeken beslaan slechts het verleden. Maar de Heilige Bijbel legt de hele geschiedenis van de mensheid vast, van het allereerste begin tot aan de dag waarop de aarde zal verdwijnen en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen verschijnen.

De Bijbel beslaat de geschiedenis van de mensheid van begin tot eind. Geen enkel ander geschiedenisboek heeft ooit toekomstige gebeurtenissen vastgelegd. Alleen God bezit dergelijke kennis. Hij is de Alfa en de Omega tot in de eeuwigheid. De Bijbel is “in de tijd” geschreven vanuit een eeuwig perspectief. Alleen God kan zo’n meesterwerk hebben geschapen.

 

 Een algemeen overzicht

 

De Bijbel is een fenomenaal verslag van de geschiedenis. De Bijbel bestaat uit 66 boeken, die over een periode van ongeveer 1500 jaar door op zijn minst 40 verschillende auteurs werden geschreven. Het Oude Testament (het Oude Verbond) bevat 39 boeken, die ongeveer tussen 1500 en 400 voor Christus werden geschreven. Het Nieuwe Testament (het Nieuwe Verbond) bevat 27 boeken, die ongeveer tussen 40 en 90 na Christus werden geschreven.

De Joodse Bijbel (de Tenach) is hetzelfde als het Oude Testament van de christenen, met uitzondering van de rangschikking van de boeken. Het oorspronkelijke Oude Testament werd voornamelijk in het Hebreeuws geschreven (sommige gedeelten in het Aramees), terwijl het oorspronkelijke Nieuwe Testament in het Grieks werd geschreven.

 

Het Oude Testament

 

De Heilige Bijbel begint met de Joodse schrift teksten. Het historische verslag van de Joden werd door de eeuwen heen op leren rollen en op tafelen geschreven. De schrijvers waren koningen, schaapherders, profeten en andere door God geïnspireerde leiders. In Exodus sommeert God Mozes om de Wet in een boek (de Thora) op te schrij-ven. Rond 450 voor Christus werden alle Joodse geschriften verzameld en gerangschikt door rabbijnse raden, die vervolgens de complete verzameling erkenden als het geïnspireerde en heilige gezag van God.

Al in 250 voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Tenach) door Joodse schriftgeleerden in Alexandrië (Egypte) naar het Grieks vertaald. Deze vertaling kennen we nu onder de naam Septuagint, wat “70” betekent, een verwijzing naar de 70 vertalers. De opmerkelijke betrouwbaarheid van de teksten van het Oude Testament is bevestigd door de recente ontdekking van de Dode Zee-rollen.

 

 

boekrol van het Oude Testament

boekrol van het Oude Testament

 

 

 Het Nieuwe Testament

 

Na een profetische stilte van ongeveer 400 jaar, kwam Jezus in ongeveer 4 voor Christus in beeld. Jezus citeert in Zijn leer vaak uit het Oude Testament, Hij verklaarde dat Hij niet was gekomen om de Joodse Schrift teksten te vernietigen, maar om ze te vervullen.

 

In Lucas 24:44 zegt Jezus tegen zijn discipelen dat “alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”

 

Van ongeveer 40 tot 90 na Christus schreven de ooggetuigen van het leven van Jezus Christus. Het waren Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Paulus, Jakobus, Petrus en Judas die de Evangeliën, de brieven en andere boeken van het Nieuwe Testament schreven. Deze schrijvers citeren uit 31 boeken van het Oude Testament. Hun materiaal verspreidde zich zo snel, dat de vroege christenen deze verzameling schriftteksten rond 150 na Christus al het Nieuwe Verbond noemden.

In de 3e eeuw na Christus werden deze teksten vertaald naar het Latijn, Koptisch (Egypte) en Syrisch en alom verspreid. Op dit moment werden ten minst 21 van deze werken gezien als door God ingegeven teksten. Later, in 397 na Christus, werden de huidige 27 boeken van het Nieuwe Testament door het Concilie van Carthago formeel bevestigd en gecanoniseerd.

Net zoals het geval is voor het Oude Testament, hebben we overtuigend bewijs dat het hedendaagse Nieuwe Testament bijzonder nauwkeurig is. Dit wordt duidelijk wanneer we het vergelijken met de oorspronkelijke manuscripten. We hebben de beschikking over ongeveer 24.000 Bijbelse manuscripten die vóór de uitvinding van de drukpers met de hand werden geschreven. Hieronder bevinden zich meer dan 5.300 Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament. De Bijbel is veel beter behouden dan de alom aanvaarde werken van Homerus, Plato en Aristoteles.

Uiteraard werd de Bijbel, toen deze van land tot land werd verspreid, vertaald naar talen die de betekenis van de oorspronkelijke talen (Grieks en Hebreeuws) niet noodzakelijkerwijs vlekkeloos weergeven. Maar naast grammaticale en culturele verschillen is Gods Woord door de eeuwen heen opmerkelijk goed vertaald en behouden. De Bijbel biedt nu inspiratie aan honderden miljoenen mensen over de hele wereld. En dat is mogelijk omdat de Bijbel daadwerkelijk het geïnspireerde Woord van God is (2 Timoteüs 3:16-17 en 2 Petrus 1:20-21).

 

 

nieuwe_testament

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

De psalmen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

Psalmen

 

 

Het boek der Psalmen is in de loop der tijd een inspiratiebron geweest voor gelovigen. Het zijn niet alleen maar lofzangen voor de Heer, maar ook leerdichten waarin een rijke boodschap is neergelegd.

 

 

De naam

 

De naam die door de Joden aan het boek van de Psalmen is gegeven is Tehillim. Onze Nederlandse naam ‘Psal-men’ is de vertaling van de Griekse titel uit de Septuaginta (Griekse vertaling van het Oude Testament) Psalmoi, dat eenvoudig ‘liederen’ betekent. Het woord ‘Psalm’ is van het Griekse Woord ‘Psalterion’ dat kan worden ver-taald met ‘harp’ of een ander snaarinstrument. Vanuit het Grieks betekent ‘Psalmen’ dus liederen bij snarenspel. Tehillim wordt meestal vertaald met ‘lofzangen’. Het boek Psalmen bevat 150 liederen/lofzangen die begeleid kunnen worden met snarenspel.

 

 

 

De structuur

Het boek is onderverdeeld in vijf hoofddelen

1.      Psalm 1-41
2.      Psalm 42-72
3.      Psalm 73-89
4.      Psalm 90-106
5.      Psalm 107-150

Hoewel niemand precies weet hoe deze indeling is ontstaan, is het wel opvallend, dat de vijf hoofddelen van de boeken der Psalmen nauwe verwantschap hebben met de vijf boeken van Mozes.

 

 

 

 

 

 

De structuur van het boek der Psalmen

 

 

1. Psalm 1-41: Het boek GENESIS, aangaande de mens

 

De raad van God aangaande de mens. Alle zegeningen komen voort uit gehoorzaamheid (vg.Psalm 1: 1 met Gen. 1: 28). Gehoorzaamheid is ‘de boom des levens’ voor de mens (vg. Psalm 1: 3 met Gen.2: 16). Ongehoorzaamheid leidt tot de val van de mens (vg. Psalm 2 met Gen.3). Het herstel kan alleen plaatsvinden door de Zoon van Adam (Zoon des mensen) in Zijn verzoenend werk als het ‘zaad van de vrouw (vgl. Psalm 8 met Gen.3: 15). Dit Psalmen-boek eindigt met een doxologie (een soort lofprijzing) en een dubbel Amen.

 

 

 

2. Psalm 42-72: Het boek EXODUS, aangaande Israël als een volk

 

De raad van God aangaande de val van Israël, Israëls Verlosser en Israëls verlossing (Ex.15: 13). Vergelijk Psalm 68: 5 met Exodus 15: 3 waar beide keren staat dat JAHWEH Zijn naam is. Dit boek begint met Israëls roepen om be-vrijding en eindigt met de Koning van Israël die regeert over het verloste volk. Het boek eindigt met een doxo-logie en een dubbel Amen.

 

 

 

3. Psalm 73-89: Het boek LEVITICUS, aangaande het heiligdom

 

De raad van God aangaande het heiligdom in relatie tot de mens en het heiligdom in relatie tot God. Het heilig-dom, de gemeente (Israël) en Sion zijn woorden die in bijna elke Psalm voorkomen in dit boek. Het boek eindigt met een doxologie en een dubbel Amen.

 

 

 

4. Psalm 90-106: Het boek NUMERI, aangaande Israël en de volkeren van de aarde

 

De raad van God aangaande de aarde. Het laat zien dat er is geen hoop en rust is voor de aarde, los van JAHWEH. De wereld wordt voorgesteld als een woestijn. Het begint met het gebed van Mozes (Psalm 90) en het eindigt met een herhaling van Israëls rebellie in de woestijn (Psalm 106). Let op het nieuwe lied voor de ganse aarde in Psalm 96: 1. Het boek eindigt met een doxologie en een Amen.

 

 

 

5. Psalm 107-150: Het boek DEUTERONOMIUM, aangaande God en Zijn Woord

 

De raad van God aangaande Zijn Woord, laat zien dat alle zegeningen voor de mens (boek 1), alle zegeningen voor Israël (boek 2), alle zegeningen voor de aarde en de volkeren (boek 5) verbonden zijn aan het kennen van het Woord van God.

Deut.8: 3 > De mens leeft van al wat uit de mond van de Heer uitgaat. Het niet luisteren naar het Woord van de Heer is de oorzaak voor de moeiten van de mens, de verwerping van Israël, de val van het heiligdom en de ellen-de van de aarde. De zegeningen komen van de Heer wanneer Zijn Woord in het hart wordt geschreven (Jeremia 31: 33 – 34  ;   Hebr.8: 10 -12 en 10: 16 – 17).

We vinden in Psalm 119 de Psalm van het Woord net zoals in Johannes 1:1. Het boek begint met Psalm 107. In vers 20 lezen we dat Hij Zijn woord zond en hen genas. Het eindigt met vijf Psalmen (naar de vijf Psalmenboeken). Iedere Psalm begint en eindigt met ‘Halleluja’.

 

 

 

De auteurs van de Psalmen

 

De meeste Psalmen (73) zijn geschreven door David:

     37 in boek 1 (3,4,5,6,7,8,9,11-32,34-41); 
18 in boek 2 (51-65, 68-70); 
1 in boek 3 (86); 
2 in boek 4 (101,103) en 
15 in boek 5 (108-110, 122,124,131, 133,138-145).

Verder zijn er Psalmen van Asaf , de Zonen van Korach, Salomo, Heman de Ezrachiet, Etan de Ezrachiet en Mozes.

 

 

 

 

 

 

Het onderwijs in de Psalmen

 

De Psalmen blijven een bron van geestelijke steun voor alle gelovigen. Hun woorden raken ons in het hart, net zoals ze het hart hebben geraakt van mensen sinds de tijd dat ze werden geschreven. Hoe we ons ook voelen en hoe onze omstandigheden ook zijn, de stemmen uit dat verre verleden nodigen ons uit naar hen te luisteren. Ook zij hebben de vreugde, het verdriet, de rouw, de zonde, de woede, de belijdenis van schuld en al die andere ding-en ervaren die ons zo diepe raken. Ze roepen ons op van hen te leren wanneer de Heilige Geest hun woorden ge-bruikt om ons dichter bij de Heer te brengen.

Toch zijn de Psalmen niet in de eerste plaats om ons geschreven en ze gaan ook niet over ons, de leden van het Lichaam van Christus. Het onderwijs in de Psalmen gaat verder dan het verlenen van geestelijke steun. De Psal-men laten ons zien wie Christus is en wat Gods weg is met Israël en de volkeren. In dit alles moeten we weten dat de heilige Geest de auteur is, die de schrijvers inspireerde (Zie Hand. 1: 16; 2: 25 en 30; Hebr.3: 7).

We moeten in gedachten houden wat Petrus schreef in 2 Petrus 1: 21: “Dit moet gij vooral weten, dat geen profe-tie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” Hierin ligt een aanwij-zing hoe wij de Psalmen moeten leren lezen.

 

 

Lees de Psalmen Christocentrisch

 

De Here Jezus zei tegen de Emmaüsgangers: “En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had” (Luk. 24: 27). Daarom is het goed de Psalmen Christocentrisch te lezen. Dit is onderzoeken wat in de Psalmen betrekking heeft op Christus. Het boek Psalmen geeft een duidelijk beeld van Jezus als Zoon van God, offer voor onze zonden, de grote Hogepriester, verrezen uit de dood. Koning der koningen en Here der Heren”.

We lezen in de Evangeliën dat de Here Jezus vaak bad. De Psalmen laten ons de inhoud van Zijn gebeden zien. Wanneer we de Psalmen lezen, moeten we dus beseffen dat het geschreven is met het oog op Christus (de Mes-sias), Israël, als Zijn volk en de volkeren als Zijn bezit. De toepassing is voor iedereen die besef dat hij/zij een Red-der nodig heeft om bevrijd te kunnen worden van de macht van de zonde.

In het boek Psalmen wordt ook de grote tegenstelling beschreven tussen de ware en de valse Messias. De valse Messias wordt de ‘man van de aarde’ genoemd (Psalm 10:18)en de ware Messias de wel-gelukzalige Man (Ps. 1: 1). De Psalmen vertellen de ondergang van de valse Messias en zijn volgelingen en de glorie van de ware Messias en Zijn volgelingen. De Psalmen getuigen dat de wraak God toebehoort en de uitoefening van de wraak ligt in handen van de ware Messias, daarin bijgestaan door Zijn volk en Zijn engelen.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen profetisch en met onderscheid

 

De confrontatie tussen de ware Messias en de valse Messias vindt plaats gedurende de wederkomst van Christus. De Psalmen moeten daarom ook gelezen worden met het oog op deze wederkomst. Deze wederkomst is voor de gelovigen van nu ook nog toekomstig. De Psalmen beschrijven echter niet de toekomst van de Gemeente, als het Lichaam van Christus. De Gemeente was ten tijde van de Psalmen nog een verborgenheid. Een belangrijk, zo niet het voornaamste, onderscheid wat in de Bijbel naar voren komt is dat tussen profetie en verborgenheid. Wij leven nu in een periode, die de Bijbel omschrijft als ‘de bedeling van het geheimenis. Met ‘geheimenis’ bedoelen we ei-genlijk dat verborgen aspect van de wil van God.

Tegenover verborgenheid of geheimenis staat profetie, het aspect van Gods wil dat openbaringen bekend maakt aan de mensheid omtrent de toekomst van gelovigen en ongelovigen. De Psalmen zijn voor een groot deel pro-fetisch. In de Psalmen gaat het over een zichtbaar volk (Israël), dat op de eerste plaats staat in Gods handelen met de wereld. In de Psalmen gaat het over zichtbaar heiligdom (de tempel). We vinden Psalmen over een zichtbare Koning van een koninkrijk dat zichtbaar wordt op aarde. Er ligt een verwachting in van een toekomstige oordeel periode in de zogenaamde ‘Dag des Heren’ (verg. Psalm 2).

De zegeningen die in de Psalmen worden beschreven zijn aards en hebben betrekking op een welzijn op aarde. Israël wordt in de Psalmen gezien als de Bruid van de Koning (verg. Psalm 45). De hoop van Israël richt zich op de aarde waar zij haar aardse roeping en opdracht zal vervullen. In de huidige fase van Gods plan, door Paulus ge-noemd als de ‘huishouding van het geheimenis’ gaat het over een onzichtbaar volk (het Lichaam van Christus). Er is nu geen onderscheid tussen Israël en de volkeren. Er is sprake van een onzichtbaar heiligdom (God woont door Zijn Geest in ons hart). Het Koninkrijk is verborgen.

Onze verwachting richt zich op de verschijning van Christus, met wie wij zullen verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3: 4, Titus 2: 13). De Gemeente wordt door Paulus gezien als ‘het Lichaam van Christus’. De hoop van de Gemeente richt zich op de hemel, waarin zij nu al door geloof mag genieten van de hemelse zegeningen. Wanneer we bo-venstaand onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet meenemen in het lezen van de Psalmen, kunnen tek-sten in de Psalmen ons in verwarring brengen. Wanneer we als voorbeeld de wraakpsalmen nemen met teksten als ‘Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen en aan de steenrots verpletteren zal’ (Uit Psalm 137) dan kunnen we dit maar moeilijk rijmen met de genade en de liefde van God zoals het wordt beschreven in het Nieu-we Testament.

In de huidige fase van Gods plan regeert God in het verborgene in genade, terwijl de volgende fase er één zal zijn waarin Hij zal regeren en optreden als Rechter. We kunnen daarom de wraakpsalmen niet lezen vanuit het stand-punt van genade. We zullen het moeten lezen vanuit het standpunt van de Wet en het toekomstig oordeel. Wan-neer we in de Psalmen lezen over zegeningen onder het Koningschap van de Messias, moeten we beseffen dat deze zegeningen aardse zegeningen zijn voor Israël en de volkeren op aarde. Deze zegeningen kunnen we dus niet zomaar meenemen naar de huidige tijd. Lees de Psalmen daarom ook heilshistorisch met het oog op de ont-wikkeling van de openbaring van het heil voor Israël en de Gemeente.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen persoonlijk

 

Wanneer we Psalm 139 echter in de eerste plaats Christocentrisch lezen, met het oog dus op de Messias, verstaan we dat het Zijn woorden zijn. Psalm 139 spreekt over de Messias, Zijn geboorte, Zijn leven, Zijn bestaan. Nooit zou Hij aan de aandacht kunnen ontsnappen van Zijn Vader. Hij was zowel in de hemel als in het dodenrijk. Alleen Hij die zonder zonde is, kan oordelen over goddelozen. En alleen Hij die volmaakt is in heiligheid en reinheid kan alles wat niet volmaakt is haten. Dit zal ook gebeuren in de toekomstige oordeelsperiode, de Dag des Heren. Zo is Psalm 139 ook profetisch.

Voor ons betekent Psalm 139 dat wij onze identiteit mogen verbinden aan de Here Jezus. Wij als gelovigen zijn immers ‘in Hem’, zoals Paulus dat dikwijls verwoord. Nooit zullen wij, vanuit deze positie, aan de aandacht van de hemelse Vader ontsnappen. Waar wij zijn is Christus! Hij omsluit ons, van achter en van voren. Zijn hand rust op ons in Zijn zegeningen die ons bezit mogen zijn. Daar waar van de Here Jezus wordt gezegd dat Zijn groei in de buik van Maria een wonderbaarlijk gebeuren is en Hij kunstig werd geweven in Maria’s schoot, mogen wij nu ook zeggen dat God ons in Christus als een volmaakte nieuwe schepping ziet. Dit ondanks dat er naar de mens ge-sproken weeffouten kunnen zijn in ons menselijk lichaam.

Als wij dus moeite hebben om te danken en te loven voor het ontzaglijke wonder van ons bestaan, omdat we al lang worstelen met ziekte en onvolmaaktheid, kan deze Psalm ons toch troosten vanwege onze door God geziene verbondenheid met Christus. Zo krijgt Psalm 139 een diepgang doordat we het in de eerste plaats Christocentrisch lezen en vervolgens profetisch en daarna persoonlijk.

 

 

Soorten Psalmen

 

Niet iedere Psalm is volgens eenzelfde patroon geschreven. Er zijn verschillende typen Psalmen.

 

 

Hymnen

 

Gezangen van lof en dank aan God voor Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan (o.a. Ps.8).

 

 

 

Boetepsalmen

 

Betuigen berouw over zonde, vragen om genade en vergeving (o.a. Ps.38).

 

 

 

Wijsheidspsalmen

 

Algemene observaties over het leven, vooral over God en de relatie tussen de mens en God (o.a. Ps. 1).

 

 

 

Koningspsalmen

 

Refereren aan David (of Salomo), maar in het bijzonder aan de Zoon van David, de Messias, als Gods instrument om Zijn volk te regeren (o.a. Ps.45).

 

 

 

Messiaanse Psalmen

 

Beschrijven aspecten van de persoon of de bediening van de Messias (o.a. Ps.22)

 

 

 

Wraakpsalmen

 

Roepen om Gods oordeel over Gods vijanden en/of de vijanden van Zijn volk (o.a. Ps.69)

 

 

 

Klaagpsalmen

 

De dichter beklaagt zich over zijn situatie; de Psalm bevat meestal een klacht, een uiting van geloofsvertrouwen en een lofprijzing aan God (o.a. Psalm 3)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Meditatie in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bijbel roept op om te mediteren. In Jozua 1:8, geeft God zijn volk opdracht om dag en nacht over zijn woord te mediteren om gehoorzaam te zijn. De psalmdichter prijst gelukkig wie ” vreugde vindt in de wet van de Heer en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.” (Psalm 1:2).

 

 

candele_20120703_1564393456 meditatie in de bijbel

 

.

Mediteren komt zo’n twintig keer in de Bijbel voor. Het stamt van het Latijnse meditari, dat in de antieke cultuur het woord was voor militaire oefening en training. In de Latijnse Bijbelvertaling is het een vertaling van het He-breeuwse HGH, dat een herhaaldelijk half luid lezen van Gods Woord aanduidt, zoals in Jozua 1:8 en Psalm 1:2. Het was toen gebruikelijk de heilige teksten halfluid te mompelen en door continue herhaling uit het hoofd te leren. In het Grieks werd het vertaald met meletao (zorg dragen voor, aandacht wijden aan, koesteren, beharti-gen). In het Nederlands is de vertaling vaak zoiets als overpeinzen. Meer dan het verstand was bij meditari be-trokken zoals bijv. de adem, de mond, de tong, het verstand, het geheugen en het hart.

De joodse mondelinge traditie is model geworden voor de christelijke persoonlijke overweging van de Bijbeltekst. Deze geestelijke lezing maakte ruim gebruik van de allegorische uitleg, zoals die met name in Alexandrië geleerd werd door Clemens van Alexandrië en Origenes. De christelijke meditatie putte vooral uit de bijbel en was vaak het biddend overwegen van Bijbelteksten. Jezus leerde zijn discipelen het Onzevader bidden. Dit staat centraal in de christelijke gebedspraktijk. Daarnaast hadden en hebben de Psalmen een fundamentele betekenis voor het christelijke gebed. Hoewel Jezus zei dat men tot God de Vader moest bidden, in zijn naam, werd het gebruikelijk om tot Jezus zelf te bidden.

Daarbij speelde het gebed van de blinde Bartimeüs (zie Marcus 10: 48) een grote rol: `Heer Jezus, Zoon van God, ontferm u over mij zondaar’. Dit ‘Jezus-gebed’, is een mantra-gebed, de eindeloze herhaling van een gebedstekst. Het doel is om het rationele denken tot zwijgen te brengen en het hart te openen voor de aanwezigheid van Christus. Het gezamenlijk, liturgisch gebed speelde ook een belangrijke rol. Net als in de joodse traditie van drie-maal daags bidden, werd het in de christelijke kerken een gewoonte om geregeld getijdengebeden te bidden. Daarbij werden psalmen gereciteerd en christelijke hymnen gezongen. De kloosters speelden hierbij een grote rol.

 

 

Clemens van alexandrië

 

 

 

Origenes

 

Een belangrijke geestelijk leider van de kluizenaars was Origenes, die van 185-254 leefde en de catechetenschool in Alexandrië leidde. Later deed hij dat in Caesarea waar hij bij een vervolging gemarteld werd. Hij schreef over het gebed en pleitte voor staande bidden, met opgeheven handen, of, desnoods, zittend, liggend of geknield. Hij gaf als aanwijzing dat men daarbij het hoofd leeg moest maken van alle andere gedachten. Hij bepleitte een ge-wijde plek thuis om te bidden, gericht op het oosten. Daarbij moest men vasten, aalmoezen geven en het doen van gerechtigheid. Op die manier kon het leven `een groot, ononderbroken gebed’ zijn.

Het Bijbellezen en bidden moest minstens driemaal daags gedaan te worden. `De voorkeur moet gegeven wor-den aan ervaringen die optreden door het verheffen van de ziel tot God, gepaard met zelfonderzoek, boven de zichtbare weldaden die de bidders hier en nu te beurt vallen’ . Hij moedigt aan het gebed te beginnen door eerst God te loven, dan te danken voor zijn weldaden, en vervolgens om vergeving voor zonden te vragen. Men mag om grote en hemelse dingen  bidden om vervolgens het gebed af te sluiten met het verheerlijken van God.

Bij de kluizenaars in de woestijn was meditatie en gebed één, zij reciteerden de Psalmen, het Onze vader en het Jezus-gebed terwijl zij handwerk verrichtten. Zij probeerden Paulus’ gebod om onophoudelijk te bidden (1Thess. 5, 17) uit te voeren. Zij kenden naast dit gebed ook het morgen- en avondgebed en de nachtwake. De lezing van de Heilige Schrift deden zij biddend en leerden grote stukken uit het hoofd. De hele dag door prevelden zij gebe-den en noemden dat meditari (Latijn) of (Grieks) meletao.

 

 

OrigenesAdamantius

 

 

Cassianus

 

Cassianus, (365-435) beschrijft hoe de woestijnmonniken leven en denken. Hij gebruikt het woord meditari voor het persoonlijke, ononderbroken gebed. Tijdens het werk reciteert men uit het hoofd een psalm of een schrift-tekst waardoor intriges en boze raadgevingen geen enkele kans krijgen om het hart binnen te dringen. De stille overweging betreft het louter inwendig, woordeloos met God bezig zijn.  In dat ene ogenblik vangt de ziel zoveel op dat dit alle menselijk voelen te boven gaat. De geest drukt zich niet uit in enge, menselijke bewoording, maar wordt door een hemels licht overstraald.

Dikwijls brengt de geest de weldadige vruchten van een vurig gebed voort in onuitsprekelijke vreugde en blijd-schap, zozeer dat ze zelfs kreten doet slaken van onverdraaglijke, onmetelijke blijdschap. Soms echter wordt de ziel gehuld in het geheim van een grote stilte en een diep zwijgen. De plotselinge verlichting doet de stem dan totaal verstommen. De geest geraakt in verrukking en stort zijn verlangens uit bij God. Soms wordt de geest zo hevig getroffen door smart dat er hevige tranen kan vloeien.

Dit vurige gebed kan men bereiken door een kort gebed te bidden, namelijk `God kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen’ (Ps 69). Door het voortdurend herhalen van deze woorden worden alle andere gedachten tot zwijgen gebracht en bereikt men de door Christus zalig gesproken armoede van geest.

 

 

cassianus07

 

 

 

Evagrius van Pontus

 

Ook Evagrius van Pontus (ca. 345-399) heeft grote invloed gehad op de leer van het gebed. Hij leefde zelf de laat-ste veertien jaar van zijn leven in de woestijn en werd sterk beïnvloed door Origenes. Zijn visie schreef hij in een religieuze verhandeling en  is een vormende factor geweest voor de plaats van het gebed en de meditatie in de kloosters. Het geschrift bestaat uit 153 spreuken, woorden die woestijnvaders spraken tot leerlingen. Het funda-ment om dicht bij God te komen is de beoefening van de deugden die leiden tot vrij zijn van hartstochten en tot liefde. Dit gaat een belangrijke rol spelen in het contemplatieve gebed. Zelfzuchtige begeerten komen tot rust en de zuiverheid van hart wordt gevonden. Dit is volgens Evagrius de voorwaarde om God te zien, (verg. Jezus in de zaligsprekingen).

Het is het fundament waarbij men in de schepping de Schepper zelf ziet. Men komt in de staat van gebed, wat een voortdurende geestesgesteldheid met God is zowel bij het bidden, mediteren als  andere bezigheden. Ook kan men, als God het geeft, God zelf aanschouwen. De kerk noemt dit de contemplatie. Evagrius waarschuwt voor schijngestalten van de contemplatie omdat demonen dit kunnen bewerkstelligen. Hij wijst met nadruk op de noodzaak van geestelijke onderscheiding. De beste voorbereiding voor de contemplatie is het psalmengebed, want dat brengt de geest tot rust. Als de psalmen rustig gereciteerd worden, leiden ze tot het stilzwijgende ge-bed.

 

 

 

 

Augustinus

 

Augustinus (354-430) heeft veel geschreven over het gebed. In zijn boek De grootte van de ziel beschrijft Augustinus zeven niveaus van het zielenleven.

1-3: de biologische, zintuiglijke en vakbekwame capaciteiten van de mens

4: de morele orde met corresponderende deugden of ondeugden

5: de ziel komt tot rust door inkeer in zichzelf

6: het oog van de ziel wordt gereinigd van alle begeerlijkheid

7: de contemplatie, het schouwen van de goddelijke waarheid

 

Augustinus beschrijft het gebed als een opgang tot God, net als Origenes en Evagrius. Bidden volgens Augustinus is het lezen en be-mediteren van Gods Woord in vier fasen:

  • aandachtig luisteren
  • in het geheugen opslaan
  • door nadenken herkauwen
  • door daden uitvoeren.

 

Maar wij moeten boven de meditatie in ons eigen hart uitstijgen naar de contemplatie, een opvlucht naar God zelf toe, die tijdens dit aardse leven gebrekkig blijft, maar toch al een voorsmaak van de eeuwigheid bevat.

 

 

35019431 augustinus

 

 

 

 

 

Benedictus

 

De middeleeuwse kloosters die zich hielden aan de regel van Benedictus (circa 480-550) praktiseerden meditatie in het getijdengebed en in de gezamenlijke of persoonlijke lectio divina. Het getijdengebed hield in dat men zevenmaal per dag en een keer ’s nachts samen kwam in de kapel om hymnen te zingen, Psalmen te reciteren en naar de Schrift te luisteren. Benedictus heeft meerder hoofdstukken in de regel aan het getijdengebed, ofwel het officie, gewijd. Daarin was ook ruimte voor persoonlijk stil gebed. Ook hadden de monniken en nonnen elke dag gelegenheid tot geestelijke lezing, lectio divina.

Men las bij de lectio divina in de bijbel of in boeken van kerkvaders, niet vanwege te verwerven kennis, maar om het persoonlijke geestelijk leven te voeden. Men las met het hart, minder met het hoofd en mediteerde daar per-soonlijk over. Soms mondde de schrift meditatie spontaan uit in gebed en hun gebed mondde soms uit in een eenvoudige concentratie op God. Deze woordeloze liefde voor God noemden ze Contemplatie. Mediteren ge-beurt vanuit de menselijke inspanning, contempleren is een gave van God, die plaats vindt in rust in een sfeer van verwondering en vreugde. De hoogste vormen van contemplatie zijn een vorm van extase.

 

 

Benedictus-fresco

 

 

 

Opkomst van het beeld in de meditatie

 

Vanaf Bernardus van Clairvaux (1090-1153) neemt de betekenis van beelden bij de meditatie toe. Bernardus gaf meer aandacht voor Jezus als mens en gaf er aanleiding toe dat de meditatie zich verdiepte in allerlei details van Jezus’ leven en lijden. Na zijn tijd werd dit versterkt door het gebruik van beeldende kunst, zowel in de getijden-boeken als in het koor van abdijkerken, maar ook in de eigen cel van de monniken en vooral ook de nonnen. Zo ontstond ook het eigen devotiebeeld, vooral om vrome gevoelens op wekken. Deze affectieve vroomheid, ge-voed door zulke meditatievormen, werd soms beschouwd als iets voor beginnelingen, de gevorderden wijdden zich bovendien aan de contemplatie. Er waren ook stromingen die direct door wilden stoten naar het mystieke, beeldloze schouwen.

.

 

 

 

 

The Cloud of Unknowing (De Wolk van niet-weten, 14e eeuw)

 

The cloud of unknowing, een anoniem geschrift dat in Engeland geschreven werd in de 14e eeuw, is een beknopt en praktisch boekje over het contemplatieve gebed. De auteur gaat ervan uit dat om God te ervaren men moet streven naar een “duisternis om je geest, of als het ware, een wolk van niet-weten.” Om dit te doen moet je je hart op God fixeren en al het andere vergeten. De samenhang van meditatie en contemplatie in het voortdurende gebed, zoals deze beleefd was vanaf de tijd van de woestijnkluizenaars, wordt hier doorbroken.

 

 

 

 

Over het algemeen wordt in de hoge middeleeuwen geen scherpe onderscheiding maakte tussen lezing, over-weging, gebed en contemplatie. Het zijn verschillende elementen in een proces, waarbij de hoogste vormen van contemplatie vooral gekenmerkt werden door het genade-karakter ervan. Alleen God geeft wanneer Hij het wil. De mens moet zich daarbij van zijn kant inzetten, ook met zijn inlevingsvermogen (fantasie). Dit laatste werd door Geert Grote benadrukt en speelde een rol in de moderne devotie, vooral in de vorm van een inlevende overwe-ging van het lijden van Jezus.

Deze leidden tot de navolging van Christus. Geert Grote, Floris Radewijns en Gerard Zerbolt van Zutphen droegen veel bij aan de methodische meditatie van de moderne devoten, die veel invloed had en leidde tot meditatie en gebed door leken. Geert Grote gaf een Nederlands getijdenboek uit dat veel gebruikt werd. Het getijdenboek is een verkorte versie van de getijden in de kloosters. Het gaf de leek die lezen kon de mogelijkheid om persoonlijk te bidden en te mediteren.

 

 

Geert Groote

 

 

 

Bewaarde schedels van Geert Grote en Floris Radewijns tentoon gesteld in de Waag.

 

 

 

Geschriften van Gerard Zerbolt

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Bijbel en de eerste vertalingen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : religie

 

 

In de middeleeuwen is het contact tussen het volk en de, inmiddels Latijnse, Bijbel geheel verloren gegaan. De middeleeuwse mens moest het geheel hebben van mondelinge overlevering. Daarbij werden Bijbelse en niet-Bijbelse bronnen tot een onontwarbaar geheel gemengd. Wonderverhalen, van Bijbelse figuren zowel als van heiligen, stonden hoog genoteerd. Het bezit van een eigen Bijbel was voorbehouden aan dissidente groepen, die zich van de officiële kerk hadden afgescheiden en die daarvoor regelmatig fel werden vervolgd.

 

.

 

.

 

 

De Bijbel in het Grieks

 

De Bijbel van de oudste christelijke kerk was een Bijbel in het Grieks. Voor het Oude Testament gebruikte men de door de Joden vervaardigde Griekse vertaling daarvan, de zogenaamde Septuaginta. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Naar de vorm was het nog geen boek; hij bestond uit een serie boekro-llen. Maar in de tweede eeuw na Christus komen mensen op het idee de vellen perkament niet tot een lange strook achter elkaar te naaien (die dan, opgerold, een boekrol vormt) maar ze op elkaar te leggen, dubbel te vou-wen en door de vouw heen aan elkaar vast te naaien. Zo ontstaat een katern; het blijkt dan mogelijk om meerdere katernen te koppelen tot een boek met bladzijden, zoals wij dat kennen.

Zo’n boek heet een “codex”. Men zegt wel dat de christenen de eersten waren die zulke codices vervaardigden en het is gemakkelijk in te zien waarom dat zo zou kunnen zijn. Op deze manier kan men de gehele Bijbeltekst in één of twee banden verzamelen: in feite ontstaat dan pas voor het eerst een echte Bijbel. We bezitten nog enkele co-dices uit de vierde eeuw, zoals de Codex Sinaïticus (gevonden in het Catharinaklooster aan de voet van de Sinaï) en de Codex Alexandrinus, beide vermoedelijk afkomstig uit de beroemde bibliotheek in Alexandrië, alsmede de Codex Vaticanus in de bibliotheek van het Vaticaan te Rome.

Opvallend is dat omstreeks diezelfde tijd de strijd oplaait over welke Bijbelboeken nu wel en welke niet “canoniek” zijn, dat wil zeggen als geïnspireerde Schrift moeten worden beschouwd. Zolang de Bijbel uit een verzameling rollen bestaat kan men zich veroorloven andere heilige geschriften in dezelfde verzameling te bewaren. Maar als alles in één band verenigd wordt, moet het niet strikt Bijbelse daaruit gelaten worden.

 

 

codex Sinaticus

 

 

 

codex Alexandrinus

.

 

 

codex Vaticanus

 

 

 

De Vulgaat

 

Aanvankelijk was de Griekse Bijbel voor een ieder in het uitgestrekte Romeinse rijk leesbaar; Grieks was de uni-versele taal van het rijk. Maar als er in de nadagen van het rijk allerlei Germaanse volken deel van uit gaan maken verandert deze situatie. De nieuwkomers spreken geen Grieks, maar wel Latijn, wat de eigenlijke taal van de Ro-meinen is. Er ontstaan dan links en rechts Latijnse vertalingen van Bijbel gedeelten. Aanvankelijk probeert de kerk dit tegen te houden; alleen de originele Griekse Bijbel is toegelaten. Maar later gaat zij overstag. Aan het eind van de vierde eeuw krijgt de kerkvader Hiëronymus opdracht een officiële Latijnse kerkversie van de Bijbel samen te stellen. Deze wordt de Vulgata (volksbijbel) genoemd.

De bedoeling is om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin het gewone volk geen toegang meer heeft tot de Bijbeltekst, omdat deze in een ontoegankelijke taal is geschreven. De Vulgaat wordt de standaard kerkbij-bel. Maar als het Romeinse rijk inmiddels tot de historie behoort en we in de middeleeuwen zijn aangeland, spreekt elk volk zijn eigen nationale taal. Het Latijn is alleen bekend bij de kerkdienaars en de intellectuele boven-laag van het volk. De gewone man spreekt geen Latijn. Bovendien kan hij vaak niet eens lezen. Maar dat laatste maakt ook niet zoveel uit; de Bijbel bevindt zich in hoofdzaak achter kloostermuren, waar de gewone man geen toegang heeft.

Doch ook wanneer de Schrift wordt voorgelezen in de dienst, betekenen de woorden niets voor hem. De ironie wil dat de versie die een “volksbijbel” had moeten zijn, er de oorzaak van is dat “het volk” het contact met de Schrift volledig kwijtraakt. En juist in die situatie houdt de kerk uit alle macht vast aan het Latijn, dat zij eerst had willen tegenhouden. Van vertalingen in de volkstaal wil zij wederom niet weten. Er ontstaat een merkwaardige si-tuatie. De middeleeuwse mens is een buitengewoon vroom mens. Hij kent talloze Bijbelse verhalen. Maar toch heeft hij geen direct contact met de bron van zijn geloof. Hij raakt gefascineerd door allerlei wonderverhalen. Bij-belse- en on-Bijbelse bronnen worden onbekommerd gemengd, omdat hij het onderscheid niet meer kan maken. Naast een diep geloof bloeit een ongekend bijgeloof, en hun wortels zijn onontwarbaar verstrengeld. In plaats van een Bijbel koestert de meer welgestelde zijn gebeden- en getijdenboeken. En bij dat alles is het besef dat hij iets mist volledig verloren gegaan.

 

 

Vulgaat

 

 

 

De Historiebijbel

 

Omdat de middeleeuwse mens zo geobsedeerd is door verhalen, ontstaan in deze tijd twee bijzondere “Bijbel-versies”. In de eerste plaats de evangeliënharmonisatie. De vier evangeliën worden hierin gecombineerd tot één doorlopend verhaal, waarin de kenmerkende invalshoek van de evangelist wordt opgeofferd aan “het verhaal”. Men noemt zo’n harmonisatie een “leven van Jezus”. Een stap verder gaat de historiebijbel, die een combinatie is van de historische gedeelten van het Oude Testament met materiaal uit andere historische bronnen, zoals de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. De stamvader van deze historiebijbels is de zogenaamde Historia Scolastica van Petrus Comestor uit de twaalfde eeuw.

Het is geen Bijbel in onze zin van het woord maar een verzameling Bijbelse verhalen en verhalen uit Bijbelse tijden, aangevuld met commentaren van kerkvaders. Het bevredigt een behoefte aan kennis, aan weten, zonder de lezer werkelijk in contact te brengen met Gods Woord. Een vervolg op deze ontwikkeling is die van de rijmbij-bels geweest, gewoonlijk historiebijbels in berijmde vorm, zodat men de inhoud gemakkelijk uit het hoofd kon leren en onthouden. In onze streken is de dichter Jacob van Maerlant met zo’n rijmbijbel gekomen. Deze was wel gesteld in de landstaal Middelnederlands.

 

 

Historiebijbel

 

 

 

Petrus Comestor

 

 

 

Jacob Van Maerlant

.

 

 

De Armenbijbel

 

Een andere “Bijbel”, die dat in onze ogen nauwelijks is, was de prentbijbel. Een van de meest bekende hiervan was de zogenaamde “Biblia Pauperum” (Armenbijbel). Hoe hij aan deze naam is gekomen weet niemand meer. Armen konden zich zo’n Bijbel zeker niet veroorloven. Men neemt aan dat hij werd gebruikt voor onderwijs aan het ge-wone volk. Het is geen stripverhaal, maar iedere bladzijde bevat een scène uit het Nieuwe Testament en daar om-heen een tweetal gebeurtenissen uit het Oude Testament, die daar een symbolisch verband mee hebben, plus een viertal profeten uit het Oude Testament, met uitspraken die het centrale onderwerp betreffen. De Biblia Pauperum stamt uit de late middeleeuwen, uit een tijd toen boeken algemener begonnen te worden. Hij is gedrukt in blok-druk, dat wil zeggen dat iedere pagina in zijn geheel in hout is uitgesneden, en met behulp van deze houtsnede werd een primitieve drukkunst beoefend.

 

 

Armenbijbel

 

 

 

Vroege vertalingen

 

Hoewel gedurende de middeleeuwen vertalingen van de Bijbel in de landstaal in de officiële kerk bijna niet voor-kwamen, zijn er los van de kerk altijd bepaalde dissidente groepen geweest die een afwijkend geloof beleden, en dit fundeerden op eigen vertalingen van de Schrift. Zulke vertalingen werden gekoesterd als een kostbaar bezit. Pas tegen het eind van de middeleeuwen beginnen ook binnen de officiële kerk vertalingen in de landstaal te ontstaan. Een beweging als de Moderne Devotie (Geert Groote, 14e eeuw) stelde zich ten doel de Bijbel opnieuw tot het volk te brengen. Daartoe werden Bijbel gedeelten vertaald en in bijeenkomsten overal in het land voorge-lezen. De kerk heeft deze activiteiten echter steeds trachten te ontmoedigen. Een van de eerste volledige Bijbel-vertalingen in ons land is de zogenaamde Vlaamse Historiebijbel, die in 1360 voor het eerst in de zuidelijke Nederlanden verscheen.

Zoals de naam al aangeeft, was hij afgeleid van de Historia Scolastica van Petrus Comestor. Maar hij onderscheidt zich van de andere historiebijbels doordat hij duidelijk on-derscheid maakt tussen het Bijbelse en het niet-Bijbelse materiaal. Deze Bijbel heeft in de volgende eeuwen een zekere populariteit bezeten in de Nederlanden. Toch is het geen volksbijbel geworden. Men schat de prijs van een afschrift (nog steeds met de hand geschreven!) op cir-ca acht tot tienmaal het jaarloon van een geschoold am-bachtsman; alleen de heel rijken, (dat wil zeggen de adel) konden zich een eigen afschrift veroorloven. Minder rijken namen genoegen met één of enkele Bijbelboeken, vaak de psalmen. Dat was op zichzelf reeds een kostbaar bezit. De Vlaamse Historiebijbel heeft echter nog een extra betekenis gekregen omdat hij ruim een eeuw later tot de eerste gedrukte Bijbel in de Nederlanden is ge-worden.

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Het boek ” De Openbaring ” uit het Nieuwe Testament.

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

Wat is de Openbaring ?

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

 “De Openbaring”

.

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden.

 

 

2f3a46fbf6389568c939dd9a5d9b51ce_1402140

.

.

God geeft kennis over

 

zijn doel met deze wereld.

de toekomst van Israël en de wereld.

het mysterie van het goede en het kwade.

de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade.

de toekomstige natuurrampen en oorlogen.

de wederkomst van de Messias.

de dag des oordeel

het uitzicht in de hemel en zijn troon.

de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

    Waarom de Openbaring lezen?

 

  1. Johannes17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.”
  2. Openbaring1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  3. Openbaring22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots ver-staanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Daardoor krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 Pasteltekeningen per hoofdstuk van de Openbaring door John Astria 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview,  aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

    JOHN ASTRIA

Vertalingen van de Bijbel in het Nederlands

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vertalingen verschillen van elkaar omdat ze in verschillende tijden zijn gemaakt, omdat de vertalers soms zijn uitgegaan van verschillende versies van de grondtekst (soms zelfs in verschillende talen) en omdat vertalers hun eigen vertaalopvattingen hebben. 

 

 

 

De bekendste Nederlandse vertalingen zijn de volgende.

 

 

Delftse Bijbel

 

Dit is de eerste gedrukte Bijbel van ons land. Het is de gedrukte versie van een middeleeuwse vertaling, die dus is gemaakt vanuit het Latijn. Deze vertaling is ontstaan in de omgeving van Brussel, en de taal is daarom Zuid-Nederlands. Hij bevat alleen het OT zonder de Psalmen. De vertaling dateert van ca. 1360 en de druk van 1477.

 

 

.

 

 

.

Keulse Bijbel

 

Dit is de eerste complete Bijbel die in ons land verscheen. Hij dateert van kort na de Delftse Bijbel (ca. 1480), maar er is een nieuwe vertaling voor gemaakt die dus ruim 100 jaar jonger is dan die van de Delftse Bijbel. De uitgang-staal was ook nu Latijn. Deze Bijbel werd gedrukt te Keulen in het Hoogduits en het Westnederduits. Dat laatste werd gesproken in het oosten van ons land.

 

.

.

.

.

.

Liesveldtbijbel

 

Luther was de eerste die de Bijbel begon te vertalen uit het Grieks en het Hebreeuws. De Liesveldtbijbel is een vernederlandsing van de Lutherbijbel. Het is daarmee de eerste Nederlandse Bijbel die niet teruggaat op de La-tijnse tekst. Van Liesveldt werkte in Antwerpen; de taal van de vertaling is Brabants. Luther vertaalde nogal vrij, en dit kenmerkt dus ook de Liesveldtbijbel. Deze Bijbel is lange tijd zeer populair geweest in ons land; het was de voornaamste Bijbel van de reformatie.

 

 

.

 

.

 

Deux Aes Bijbel

 

De Deux Aes Bijbel is ontstaan in de tweede helft van de zestiende eeuw (eerste druk 1561-62). De vertaling, een bewerking van de Liesveldtbijbel, is een reactie op die volgens Luther die men toch te vrij was gaan vinden. Dit is de voornaamste Nederlandse Bijbel geweest tijdens de tachtigjarige oorlog.

 

.

 

.

 

Biestkensbijbel

 

De Biestkensbijbel is een vertegenwoordiger van de Bijbelvertalingen in gebruik bij religieuze minderheden, in dit geval de doopsgezinden (en lange tijd ook de Luthersen). De eerste druk van ca. 1560 was de eerste Bijbel in ons land waarin de hoofdstukken in verzen waren ingedeeld.

 

 

.

 

 

 

Statenvertaling (oorspronkelijk)

 

De Statenvertaling was een bewuste poging om te komen tot een (reformatorische) standaardbijbel. Bij de verta-ling werd niet uitgegaan van één min of meer toevallig handschrift met de oorspronkelijke tekst, maar van een zo goed mogelijk gereconstrueerde grondtekst (Textus Receptus). Ook werd niet vertaald door één man maar door een groep predikanten. Omdat deze uit het hele land bijeengeroepen werden was de taal van deze vertaling voor het hele land aanvaardbaar. Men heeft zelfs wel gezegd dat de gemeenschappelijke taal er juist door de Staten-vertaling is gekomen. Het vertalen duurde van 1626 tot 1636; de eerste druk dateert van 1637.

 

.

.

 

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

Sinds de negentiende eeuw is de Statenvertaling aanmerkelijk herzien. Spelling en taal werden aanzienlijk gemo-derniseerd, zonder evenwel het wezen van de vertaling zelf aan te tasten.

 

 

.

 

 

 

Moerentorfbijbel

 

De Leuvense Bijbel was het katholieke antwoord op de steeds grotere verspreiding van protestantse Bijbels. De Moerentorf-versie stamt van 1599 en is dus ouder dan de Statenvertaling. Het was, getrouw aan het standpunt van de kerk, een vertaling uit het Latijn. Moerentorf was geheel alleen verantwoordelijk voor de vertaling. Het was uiteraard een Zuid-Nederlandse vertaling.

 

 

.

 

.

 

Petrus Canisius Vertaling

 

De vertaling door de vereniging Petrus Canisius is de eerste Nederlandse katholieke vertaling die niet meer is uitgegaan van het Latijn, maar van de oorspronkelijke talen. Het Nieuwe Testament werd uitgebracht in 1929 en het Oude in 1937. De complete Bijbel kwam na de oorlog in 1948 beschikbaar.

 

 

.

 

 

 

Willibrord Vertaling

 

De Willibrord Vertaling is de thans gangbare katholieke vertaling. Hij wordt gekenmerkt door een moderner taal-gebruik, dat echter gepaard gaat met een vrijere opvatting van vertalen (dynamisch-equivalent methode).

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Vertaling van het NBG (NBG 1951)

 

De Nieuwe Vertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap is kort na de oorlog uitgebracht als een opvolger van de Statenvertaling. Er is aan gewerkt door theologen van verschillende richtingen, om hem acceptabel te ma-ken voor mensen met uiteenlopende kerkelijke achtergrond. Om vooral het conservatieve deel van het publiek niet af te schrikken is het taalgebruik nadrukkelijk conservatief gehouden, zodat het verschil met de oude Staten-vertaling niet te groot zou worden.

 

 

 

.

 

.

 

Groot Nieuws Bijbel

 

De Groot Nieuws Bijbel is een moderne vertaling in de “omgangstaal”, die door het NBG en de KBS (katholieke Bijbelstichting) gemeenschappelijk is gemaakt en uitgebracht. Het taalgebruik is zeer hedendaags, maar de verta-ling is daardoor wel veel vrijer geworden. In 1996 is er een herziene versie uitgebracht die meer een parafrase is.

 

 

.

 

 

 

Het Boek

 

‘Het Boek’ is een voorbeeld van een zogenaamde parafrase waarbij het verhaal meer naverteld dan vertaald wordt.

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

De Nieuwe Bijbel Vertaling is een tiental jaar geleden verschenen (oktober 2004). Deze wordt beschreven als een interconfessionele vertaling. Aan deze vertaling hebben naast protestantse en katholieke kerken ook de joodse gemeenschap meegewerkt (het Oude Testament). De bedoeling was om in modern Nederlands (doeltaalgericht) zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Ook wordt meer aandacht geschonken aan de taalstijl van het origi-neel. Er is momenteel nog enige discussie over deze vertaling.

 

 

.

 

 

 

Herziene Staten Vertaling (HSV)

 

De Herziene Staten Vertaling is een poging om het oude woordgebruik van de Statenvertaling te moderniseren zonder de vertaalprincipes van de Statenvertaling los te laten. De HSV is dan ook wel geschikt als studiebijbel. Wel is het jammer dat voor het Nieuwe Testament de eis vanuit conservatieve kring is ingewilligd om uitsluitend ge-bruik te maken van de Textus Receptus, en dus geen gebruik te maken van alle andere handschriften die sinds-dien ontdekt zijn en de veel betere kennis die er tegenwoordig is. Het Oude Testament is vrij van deze tradities omdat daarvoor een dergelijke standaardtekst niet bestaat.

.

 

 

 

 

 

 

Bijbel in gewone taal (BGT)

 

Het doel van de de NBG met de Bijbel in Gewone Taal is een volledig doeltaal gerichte vertaling te zijn. Het leest daardoor wel gemakkelijk. Daarmee lijkt het enigszins op een parafrase. Het is daardoor niet geschikt als studie-bijbel, maar voor dat doel zal het ook niet aangeschaft worden. De vertalers zijn zich sterk bewust dat hun eigen visie op de betekenis van de tekst meer zichtbaar is dan bij andere vertalingen. Hun opvattingen over de beteke-nis worden dus leidend voor de vertaling. Dat heeft er, bijna vanzelfsprekend, wel toe geleid dat bepaalde kerkelijk dogma’s veel beter worden ondersteund dan in een wat meer brontaal gerichte vertaling.

Normaal zou je zeggen, als iemand onbekend is met de Bijbel: lees eerst iets eenvoudigs, en ga daarna met een studiebijbel verder. Het probleem met deze Bijbel is echter dan wel dat je blik al gekleurd is hoe je een tekst op moet vatten. En dan is het de vraag of de schrijver inderdaad bedoelde wat de vertalers er van gemaakt hebben. In sommige gevallen zal dat zeker wel zo zijn, in andere gevallen is dat veel minder waarschijnlijk. Zeker is dat je met deze vertaling minder naar weerklanken kunt luisteren.

 

 

 

.

.

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

 

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

 

Om een vertaling te kunnen maken uit een oude taal, zoals het Hebreeuws of Grieks, naar het Nederlands zijn een aantal keuzes nodig. Het is helaas niet mogelijk om simpel woord voor woord te vertalen.

.

 

 

Bron- en doeltaalgericht

 

Het eerste probleem is dat de struktuur van de taal anders is.

  • Waar bijvoorbeeld in het Grieks de naamval bepalend is, is in het Nederlands veel meer de zinsvolgorde bepalend. Met de zinsvolgorde kan in het Grieks juist de nadruk worden weergegeven, wat in het Nederlands niet zondermeer mogelijk is.
  • Waar bijvoorbeeld in het Hebreeuws “heilige der heiligen” staat is het in het Nederlands gebruikelijk om de overtreffende trap te gebruiken (heiligste of allerheiligste). Dit gebruik komt veel voor in uitdrukkingen zoals God der Goden (Nederlands: de Allerhoogste), hemel der hemelen (hoogste hemelen) of het lied der liederen (Hooglied).

 

In de termen van vertalers spreekt men daarom over “brontaalgericht” en “doeltaalgericht”. Om het wat simplis-tisch uit te drukken: met brontaalgericht wordt getracht zo zuiver mogelijk (letterlijk) te vertalen, met doeltaal-gericht wordt getracht het zo op te schrijven als een Nederlander het zou zeggen. Hier komt nog bij dat de Bijbel is opgebouwd uit woorden en beelden, veelal ontleend aan het dagelijks leven. Kenmerken van dit beeld komen dan regelmatig terug. De moeilijkheid daarbij is dat niet alle begrippen in de doeltaal bekend zijn. De keuze daarbij is:

  • Vertaal zo letterlijk mogelijk en dwing daarbij de lezer om uit te zoeken wat het eigenlijk betekent.
  • Vervang het woord door iets uit onze taal of belevingswereld dat ongeveer hetzelfde weergeeft (dit laatste heet de “dynamisch equivalente” methode).

 

Als Jesaja zegt: “Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw”, en je wilt dat vertalen in de taal van een tropisch land, waar sneeuw onbekend is, dan zoek je een equivalent voor sneeuw. De vertaler wil ideeën zo goed mogelijk overbrengen en kiest daarvoor zo nodig zijn eigen beelden (als ze maar `equivalent’ zijn). Hierin ligt volgens de voorstanders van deze methode de kracht ervan. Maar hierin schuilt ook een risico.

Het zal duidelijk zijn dat de letterlijke betekenis soms verloren gaat wanneer men het ene beeld vervangt door een ander. Een bekend voorbeeld in de Nederlandse vertalingen is (traditioneel) zuurdeeg of (dynamisch equi-valent) gist. Traditionele vertalers streefden naar een zo letterlijk mogelijke weergave. Moderne vertalers willen de tekst interpreteren en vertalen daarom vrijer. Vaak wordt daarbij doeltaal gericht en dynamisch equivalent ge-combineerd.

De term “beter” of “slechter” is hier niet op zijn plaats. Wel zal het duidelijk zijn dat het verdere gebruik van het beeld in de Schrift vaak niet volledig tot zijn recht komt omdat er een ander beeld, met andere kenmerken, wordt gebruikt. De kenmerken van gist zijn nu eenmaal anders dan die van zuurdeeg hoewel ze beide brood laten rij-zen.

 

 

 

.

 

Concordant vertalen

 

Vertalen gebeurt niet zomaar lukraak. Er worden zoals gezegd bepaalde vertaalprincipes gehanteerd. En die veranderen soms met de tijd. Vroeger was het gebruikelijk om zoveel mogelijk letterlijk maar ook zogenaamd `concordant’ te vertalen. Dat houdt in dat men zoveel mogelijk eenzelfde woord in het origineel vertaalt met eenzelfde woord in de ontvangtaal. Concordant kan men vervangen door gelijk ; hetzelfde ; net zo ; identiek ; eender ; eenvormig ; exact hetzelfde ; geheel gelijk.

Dat is aan de ene kant consequent en het kan een enorme hulp zijn bij Bijbelstudie. Aan de andere kant kan het ook problemen geven wanneer een woord in de originele tekst twee of meer duidelijk onderscheiden beteke-nissen heeft, waar wij in onze taal nu eenmaal verschillende woorden voor hebben. Concordant vertalen wordt dan ook maar zelden volledig consequent toegepast. Toch werd er in het verleden wel naar gestreefd.

Aan dit concordant vertalen danken wij bijvoorbeeld nog het woord testament (als in Oude en Nieuwe Testament). De vertalers van de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) hebben voor hun vertaling van het typisch Bijbelse woord ‘verbond’ een Grieks woord gekozen dat in de Griekse cultuur testament betekent in de zin van laatste wilsbeschikking.

Dat was voor hen geen bezwaar, want een echt testament kwam in de Joodse cultuur niet voor. De schrijvers van het (Griekse) Nieuwe Testament hebben dat woord overgenomen. De Statenvertaling vertaalt dat overal conse-quent met `testament’ en laat het aan de lezers over om uit te vinden wat dat in het verband betekent. De Nieuwe Vertaling (NBG 1951) richt zich hier op de Oudtestamentische achtergrond en vertaalt `verbond’, behalve in een tweetal passages waar de vertalers gemeend hebben dat inderdaad een testament is bedoeld.

Overigens is met behulp van hulpmiddelen, zoals concordanties (een soort trefwoordenregister van de Bijbel), vaak te zien hoe een origineel woord op verschillende manieren vertaald wordt. Ooit is door een Dr. Strong in zijn concordantie ieder Hebreeuws en Grieks woord van een nummer voorzien. Onder meer in de “Online Bible” kan daarop gezocht worden.

 

.

 

 

 

 

Parafrasen

 

Tegenwoordig gebeurt het ook steeds vaker dat de vertaler niet meer pretendeert een vertaling te geven, maar zich toelegt op een zogenaamde parafrase. De parafrase is de logische consequentie, en het eindstation, van de vrije vertaalopvatting. De ‘vertaler’ neemt dan de rol op zich van verteller die het verhaal navertelt in eigen woor-den, ongeveer zoals bij een kinderbijbel (maar dan misschien iets minder extreem). Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

 

In Marcus 2:22 leest de N.V. van het NBG

“Niemand doet jonge wijn in oude zakken; anders zal de wijn de zakken doen barsten en de wijn gaat verloren met de zakken. Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken.”

 

 

Een in ons land bekende parafrase (Het Boek) geeft hier:

“Wie doet er nu jonge wijn in oude leren zakken? Het leer van oude wijnzakken is hard en stug. Door het gisten van de jonge wijn komen er barsten in. De wijn gaat verloren en de zakken zijn waardeloos. Nee, jonge wijn doet u in nieuwe, soepele wijnzakken.”

 

 

In Lucas 5:1-3 leest de NBG vertaling van 1951:

“En het geschiedde, toen de schare op hem aandrong en naar het woord Gods hoorde, dat Hij zelf aan de oever van het meer Gennesaret stond, en Hij zag twee schepen aan de oever liggen. De vissers waren eruit gegaan en spoelden de netten. Hij ging in één van de schepen, dat van Simon, en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich neder en leerde de scharen van het schip uit.”

 

 

De parafrase voegt allerlei details toe:

“Op een dag was Hij bij het meer van Galilea. De mensen drongen van alle kanten tegen Hem op, want zij wilden horen wat Hij over God zou vertellen. Hij zag twee boten liggen die half uit het water waren getrokken. De vissers stonden iets verderop hun netten schoon te spoelen. Jezus stapte in de boot van Simon en vroeg of hij Hem een stukje van de oever wilde afduwen. Daarna ging Hij zitten om de mensen meer over God te vertellen.”

 

.

 

.

 

Samenvatting

 

De Bijbel is ons door de eeuwen heen ongeschonden overgeleverd. Maar met de vraag of hij ons ook onge-schonden bereikt in onze eigen taal, is een andere. Onze voorouders hebben hun best gedaan dat zo goed mogelijk te doen. Moderne vertalers hangen echter andere opvattingen aan. Daarom zijn de modernste verta-lingen niet altijd de beste voor eigen bijbelstudie, al leest een moderne vertaling vaak veel prettiger.

Bij het beoordelen van vertalingen in zogenaamde ‘omgangstaal’ of ‘hedendaags Nederlands’ gaat het niet uitsluitend om de vraag of zulk taalgebruik op zichzelf geoorloofd is. Belangrijker is dat er bij supermoderne vertalingen vaak veel vrijer vertaald is, waarbij de opvatting van de vertaler een grote rol speelt.

Dat zie je bijvoorbeeld in de Bijbel in Gewone Taal (BGT) waar je leest wat de vertaler denkt dat de schrijver bedoelde. Wie dus de Bijbel zelf wil bestuderen doet er goed aan uiteindelijk terug te grijpen op een meer tradi-tionele vertaling. Daarin kun je veel beter weerklanken herkennen, die essentieel zijn om de Schrift te leren be-grijpen. Voorbeelden van zulke studiebijbels zijn de NBG vertaling van 1951, de Herziene Statenvertaling, en in iets mindere mate de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die in oktober 2004 uitkwam.

 

.

 

 

.

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.