Tagarchief: boek

Preview van het boek “De Openbaring”

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4

 

 

Te verkrijgen als boek of als PDF bestand.

 

 

 

     Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. De mens hoort de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele pre-ken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan .

 

 

 

 

De celestijnse belofte : 7de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

De celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

 

7e inzicht – transformatie

 

De inzichten volgen een bepaalde lijn. In het begin leren we dat we een energetisch wezen zijn welk één is met zijn omgeving, aangezien alles en iedereen is opgebouwd uit deze zelfde energie. Er is dus interactie mogelijk tussen jouw en anderen op energetisch niveau. Vaak gebeurt dat heel bewust, soms ook onbewust. Signalen op energetisch niveau ontvangen noemen we toeval, dagdromen, visioenen en gedachten.

 

 

kundalini-yoga-awakening-rising-experiences

 

 

’Namasté’ betekent: Mijn Boeddha-natuur groet de Boeddha-natuur in jou. Ofwel, ik kijk niet naar de ego, maar wie je werkelijk bent. Wie je werkelijk bent is dit energetische lichaam, je ziel, Christus-bewustzijn of Boeddha-natuur. Maar je bent hier geboren op deze plaats in deze tijd en hier zul je het moeten gaan doen. Je leert heel snel in je kinderjaren dat volledig openstaan voor energie niet genoeg is.

Er is een aardingproces en een ego nodig om je ding te kunnen doen hier en nu. Je bent geboren in een gezin met ouders die al een heel lang aardingproces achter zich hebben, een ego hebben gevormd en vanuit dat ego proberen zich staande te houden in deze maatschappij. Dit gaan we allemaal doen. Elke volwassene heeft zich geaard en een ego gevormd.

Daarbij zijn we vaak het contact met de Universele energie, ons contact met onze eigen Boeddha-natuur vergeten. Omdat de nadruk in het westen zo nadrukkelijk ligt op weten in plaats van voelen, leren in plaats van loslaten, en vertrouwen zoeken in status/macht/carrière/geld in plaats van vertrouwen zoeken in wie je werkelijk bent, zijn we die werkelijkheid deels kwijtgeraakt.

In plaats daarvan maken we een nieuwe werkelijkheid waarin gehechtheid aan jezelf (ik) en je omgeving (mijn en ons) centraal staan. Daarnaast staat ook afkeer centraal, afkeer naar datgene bedreigend is voor het ik, het Mijn en het Ons. Dit alles wordt veroorzaakt door onwetendheid, onwetendheid wie we werkelijk zijn, onwetendheid over onze Boeddha-natuur. Gehechtheid, afkeer en onwetendheid zijn binnen het Boeddhisme de drie vergiften waar negativiteit uit voortkomt.

We hebben dus een nieuwe werkelijkheid geschapen. Tegelijk zijn we nog steeds een energetisch wezen ook al beseffen we ons dat steeds minder. Dit energetische wezen heeft behoefte aan energie, alleen zijn we verleerd om deze energie vanuit het Universum te ontvangen omdat dit niet meer past in onze nieuwe werkelijkheid.

Daarom gaan we binnen onze nieuwe werkelijkheid op zoek naar manieren om toch energie te ontvangen. De eerste mensen waar we energie van ontvangen zijn onze ouders. In eerste instantie gaat dat vanzelf, een baby krijgt (bijna) altijd de aandacht en de liefde die het nodig heeft. De baby is de centrale factor binnen het gezin.

Maar als deze baby uitgroeit tot een kind is deze vanzelfsprekendheid veel minder. Je moet gaan vechten om je plaats en om aandacht. Het kind gaat bij zichzelf te raden op welke manier hij de meeste energie kan ontvangen van zijn ouders. Zoals we reeds weten zijn er vier karakterstructuren: bullebak, ondervrager, afstandelijke en arme ik.

 

 

voorbeeld

 

Stel het kind heeft 2 ouders die allebei bullebakken zijn. Het kind verlangt energie, liefst in positieve zin, lukt dat niet, dan in negatieve zin. Het kind kan uitgroeien tot  eveneens een bullebak, maar dan krijgt het voornamelijk negatieve energie (ruzie) en dat zal dus niet zijn eerste optie zijn. Veel logischer is het als het kind een arme ik wordt.

Dan krijgt het positieve aandacht omdat het kind dat gedrag vertoont waarin de bullebak zich graag in mengt. De bullebak overheerst, geeft adviezen, geeft sturing, en de arme ik ontvangt. Zo creëert elk beheersingssysteem een ander beheersingssysteem, in eerste instantie vanuit positieve energieoverdracht. Als dat niet lukt, dan vanuit negatieve energieoverdracht, zolang er maar energieoverdracht is.

Een bullebak zal in eerste instantie een arme ik creëren. Pas daarna een andere bullebak. Een bullebak zal niet snel een ondervrager creëren omdat de ondervrager de bullebak alleen maar woest en kwaad maakt met zijn vragen en de ondervrager ook geen voeding krijgt omdat hij geen antwoorden krijgt. Hij genereert woede terwijl hij juist het gesprek opzoekt.

Ook zal een bullebak niet snel een afstandelijke creëren, omdat een afstandelijke de bullebak helemaal niets geeft maar zich wel continu op de huid gezeten voelt zitten, terwijl de afstandelijke dat nu juist niet wil. De ondervrager schept voornamelijk afstandelijke kinderen. De ouder vraagt zo veel dat het afstompt bij het kind. De enige mogelijkheid van het kind om te ontkomen aan de vragenzee is een afstandelijke houding aan te nemen.

Hoe minder je je ouders vertelt, des te minder kennis hebben ze om vragen op te baseren. Daarnaast houdt het vragen stellen vanzelf op als er geen antwoord komt. In sommige gevallen creëert de ondervrager een arme ik. De afstandelijke ouders scheppen op hun beurt juist ondervragende kinderen. Als je vader en je moeder het enige referentiekader is (en dat zijn ze de eerste jaren van je leven ook) en je ouders zijn afstandelijk, dan ga je ze uithoren en ondervragen.

Zijn de ouders extreem afstandelijk, dan kan de dominantie van de ondervrager zelfs onvoldoende zijn en is er meer voor nodig, kan het kind zelfs zeer boos worden als het geen antwoorden krijgt en schiet door naar de bullebak of schiet door naar de arme ik, helemaal als het kind denkt dat het aan hem ligt dat zijn ouders niets zeggen. arme ik trekt voornamelijk een bullebak aan, in mindere mate een afstandelijke.

Natuurlijk zijn er altijd andere combinaties mogelijk. In onze kinder- en pubertijd creëren we dus een karakterstructuur. Ons ego is dus het ego van de bullebak, ondervrager, afstandelijke of arme ik. Om dit te bewerkstelligen kan een persoon zich een beheersingssysteem aanmeten die hij als middel gebruikt om zijn eigen karakterstructuur veilig te stellen.

Een afstandelijke (karakterstructuur) wilt met rust gelaten worden, houdt niet van verassingen en wendingen en kan de ondervragende rol  gebruiken om in zijn omgeving af te tasten waar iedereen mee bezig is. Op het moment dat hij dit weet en beseft dat er geen verassingen te wachten staan kruipt hij terug in zijn eigen karakterstructuur van afstandelijke.

Nu we ons eigen karakterstructuur en beheersingssystemen kennen, kunnen we er iets aan doen. Je weet nu hoe je energie ontneemt vanuit je omgeving. Vaak is het zo dat je (on)bewust je partner gekozen hebt op basis van je eigen beheersingssysteem. Waren je ouders bullebakken en ben jij een arme ik, dan kan het heel goed zijn dat je partner ook een bullebak is. Sterker nog, het kan heel goed zijn dat veel van je vrienden ondervragers of bullebakken zijn.

Je voelt je prettig bij dominante mensen en niet bij passieve mensen. Hierdoor ontneem je jezelf spirituele groei omdat je een groot deel van de mensheid buiten je sluit. Het niet omgaan met andere arme ikken en afstandelijke ontneemt je de mogelijkheid te leren van deze arme ikken en afstandelijken. Inzicht krijgen in wie je bent, hoe je je ego hebt gevormd is heel belangrijk wil je je karakterstructuur en beheersingssysteem transformeren in:

 

bullebak leider
ondervrager advocaat/ leraar/ adviseur
afstandelijk  onafhankelijk denker, neutraal iemand
arme ik  hervormer

 

Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn meerdere technieken mogelijk. Al deze technieken hebben echter tot resultaat dat je intuïtiever gaat worden. Deze intuïtie doet zich voor in dromen, gedachten en visioenen. Het ontvangen van een intuïtie is één, de les eruit halen door de intuïtie te voelen is het vervolg.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

   

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De hoofdgedachten van Hidegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

.

.

hildegard

.

.

De hoofdgedachten zijn:

.

Kosmos, geboorte, levensloop en sterven van de mens;

zondeval en verlossing door Christus (niet door de engelen);

de H. Drievuldigheid;

Doopsel en de Kerk als lichaam van Christus;

de Kerk als Stad Gods in de loop der geschiedenis, waarin de mysteries van Christus en der gelovigen centraal staan;

de Wederkomst en het Oordeel;

.

.

Eigenlijk als in de Bijbel

.

a) Oude Testament,

b) Nieuwe Testament

c) Apocalyps.

.

Dit kader waarbinnen het geheel van Scivias is opgebouwd kunnen we ook leren kennen door uit de tekst van de visioenen die passages te lichten waar sprake is van de Stem uit de Hoge. Als we dan uit de toespraak bij ieder visioen de kernboodschap nemen, en we schrijven al deze boodschappen achter elkaar op, dan hebben we de mooiste samenvatting van de boodschap en de getuigenis van Hildegard, die dan ongeveer als volgt luidt:

.

.

Eerste Boek:

.

scivias-ken-de-wegen-set-deel-1-en-2

.

.

De boodschap is: God die alles geschapen heeft en regeert, zal degenen die Hem in ootmoed dienen, met hemels licht doorstralen om hen die er mee instemmen tot ware aanschouwing te voeren

.

“Hildegardis, roep, ja schreeuw het uit, wat je existentieel in één lichtflits, in één mystieke ervaring hebt mogen beleven. Ik, God, dwing je daartoe. Immers, zij die eigenlijk de blijde boodschap, het evangelie moesten verkondigen, laten door zelfzucht verstek gaan.”

“Dit zijn de wegen des Heren. Wie instemt met God zal nooit uit het hemels evenwicht losgerukt worden wees dus niet bang. Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen.”

De grootste openbaring is, dat de tweede Persoon van de H. Drieëenheid voor ons zichtbaar is geworden door de Menswording uit de Maagd Maria. Omdat eens Adam en na hem ieder mens in schuld verstrikt is geraakt, wil Gods Woord zelf, door ook mens te worden, ons hulp bieden en ons terug voeren op de wegen des Heren.

Vóór de Menswording van Christus hield God het uitverkoren volk wel de wet voor. Het bleek dat deze te zwaar was voor hen. Christus heeft die gestrengheid in de mildheid der genade veranderd en zalfde zó de mens die door de wet gewond was geraakt.

Vóór Christus, in Christus’ dagen en na Christus’ helpen de engelen ieder van ons, door Gods boodschappen over de juiste wegen door te geven.

.

Tweede Boek:

.

scivias-deel-2-198x300

.

.

Verlossingswerk gezien van God uit

.

“Ondanks de tegenwerking van de geestelijkheid die je, om je vrouw-zijn, het spreken wil beletten: Roep toch, zoals Ik het je geopenbaard heb”.

De levende God schiep alles door Zijn Woord en door ditzelfde Woord verlost Hij de mens en brengt hij hem in het hemelse Jeruzalem. Deze verlossingswil ligt in het hart van de H. Drievuldigheid. Daar ligt de bron van alle natuurlijk en geestelijk leven. De hemelse stad Jeruzalem, welke hier op aarde reeds in de Kerk een aanvang neemt, wordt gevormd door levende stenen.

Dat zijn zowel de grote als de kleine gelovigen, gelijk ook een net grote en kleine vissen ophaalt. Iedere gelovige, groot en klein, wordt herboren in het doopsel en ontvangt zijn volwassenheid door de zalving van de H. Geest. Maar de uitgroei naar volwassenheid wordt hevig tegengewerkt door de gevallen engel en zijn trawanten. Christus echter overwint hen.

.

.

Derde Boek:

.

deel 3

.

.

Verlossingswerk gezien vanuit de mens

.

Nu volgt onder het dynamisch beeld van de opbouw van een stad, weer de verkondiging van dezelfde mystieke verlichting. Justitia, de Gerechtigheid Gods, eist dat de Schepper, die ook de Verlosser is, alle eer toekomt en in trouw geloof aanbeden wordt.

Op het fundament van dit geloof wordt het gebouw van de Gerechtigheid opgetrokken. Vóór het Oude Verbond was alleen de aanleg te zien, denken we slechts aan de aartsvaders. Maar onder de joodse wet en met Christus’ komst ging het gebouw de hoogte in. Omwille van Gods Zoon toont God zich in het Nieuwe Verbond wel mild, maar Hij straft in een scherp oordeel elk verhard gemoed dat de Geest versmaadt.

Het Oude Verbond liet duidelijk zien, wat de eerste voorwaarde is voor de geestelijke opbouw, n.l. in deemoed gehoorzaamheid betuigen aan wie door de Geest in gezag gesteld zijn. Door Christus is het mysterie van de Drieëenheid openbaar geworden, maar net als met het mysterie van de Menswording van de tweede Persoon kan men deze geheimen alleen doorgronden in zover de H. Geest ze wil openbaren.

De Zoon Gods roept alle deugdzamen op om samen de verdedigingsmuur te vormen tegen de vijand, opdat geen gelovige door duivelse list geroofd kan worden. Ieder die zichzelf weet te verloochenen, ontdekt dat de Zoon Gods, die zetelt op hoeksteen in het Oosten, degene is uit wie alles voortkomt en tot wie alles terugkeert.

Wel gaat al het geschapene te gronde, maar de bruid van de Zoon Gods zal in groter heerlijkheid opstaan en in de armen van haar geliefde vallen. Al het geschapene zal overgaan in een nooit eindigend lichtvisioen waar een nieuw lied weerklinkt:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe, door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd. Amen”.

Als we nu deze samenvatting overlezen, komen twee blijde boodschappen op ons af. In de eerste gaat het over God en het mensgeworden Woord, Christus, en daarna over de Kerk als stad, als een bolwerk met verdedigingsmuren, waarvan alles steunt op één hoeksteen. Die hoeksteen is weer de Christus en zo wordt er een nauw verband gelegd tussen God, Christus en de stad Jeruzalem ofwel de Kerk.

En deze verhouding tussen Christus en de Kerk wordt op het einde bij de wederkomst des Heren geformuleerd in termen van de bruid die in de armen van haar Geliefde zal vallen. Dit is de eerste boodschap door onze profetes verkondigd.

Maar de tweede is wellicht nog belangrijker. Aan de absolute eis van de Justitia, dat aan de Schepper, die tevens de Verlosser is, alle eer moet toekomen, is uiteindelijk volledig voldaan. De wegen des Heren leiden hoe dan ook alle naar God zelf. Daarom hoort Hildegard aan het slot een nieuw lied:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen, als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd”.

Wat is het nieuwe in dit lied? Dat dank zij het verlossende lijden van Christus ook de zwakke broeders in het geloof het einddoel zullen bereiken. De blijde boodschap, het ware Evangelie, is dat Christus in het hart van de Drieëenheid zich ontfermt over de arme massa.

God kan aanvullen wat er bij ons kleingelovigen ontbreekt en Hij heeft dit ook gedaan. De grootheid van God is dat Hij, toen de hoogste geesten weigerden Hem te aanbidden en in de afgrond vielen, de minste der geesten, de mens, in hun plaats koos. En God heeft kans gezien om de onvolmaakte mens binnen te dragen in Zijn Rijk om de opengevallen plaatsen in te nemen.

Terecht zou iemand kunnen opmerken: Wat Hildegard ons als profetes meent te moeten meedelen, is toch eigenlijk geen nieuws! Wat de leer betreft inderdaad niet, maar wat de beleving en verkondiging ervan betreft wel.

Hier treedt een vrouw naar voren, die ons verzekert geroepen te zijn, om de door God aangewezen bisschoppen en priesters terecht te wijzen. De hele Scivias is gericht tot de geestelijkheid, die volgens de hemelse stem haar plicht verwaarloost.

Maar Hildegard aarzelde lang om deze opdracht te vervullen, wat helemaal niet moeilijk te begrijpen is. Zij was immers een vrouw en vrouwen hadden zeker in háár tijd geen enkele stem in de kerkelijke hiërarchie. Toen zij desondanks begon te spreken, voelde zij het als een bijna onoverkomelijk bezwaar, dat zij geen onderricht had gehad in welsprekendheid.

Het nauwelijks Latijn dat zij kende had ze zich eigen gemaakt door het veelvuldig lezen en zingen van de H. Schrift. En toch moest zij spreken, maar hoe? Terwijl zij over de korte maar hevige ervaring van de Godsontmoeting en verlichting begon na te denken, waaierde het licht uit als een regenboog, of beter als een reeks kerkramen van gebrandschilderd glas in een kathedraal.

Het licht werd haar duidelijk in beelden maar altijd in beelden die in haar geheugen reeds aanwezig waren. Als zij deze dan ook beschrijft, herkennen we veel motieven uit de kerkelijke iconografie van de eerste eeuwen van het christendom.

Evenwel, de bekende beelden waren voor haar niet toereikend om haar strikt persoonlijke ervaring tot uitdrukking te brengen. Voor die momenten ontwerpt Hildegard nieuwe composities van vorm en kleur. Daarom dienen we attent te zijn zodra we, bij het bestuderen van de vijfendertig miniaturen, nieuwe iconografische gegevens tegenkomen.

Bij die nieuwe voorstellingen en kleurencombinaties kunnen we er op rekenen, dat in de tekst hele persoonlijke ontboezemingen onder woorden zijn gebracht en wel zo persoonlijk, dat we van unieke ervaringen van zuiver mystiek gehalte kunnen spreken.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA