Tagarchief: woestijn

De sprinkhaan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De sprinkhaan

 

Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een lang-durige droogte na – een sprinkhanenplaag. De sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insec-ten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.

Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest (Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt (Exodus 9: 29-33).

Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind. Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28: 38-42).

 

 

 

Exodus 10: 1-20

 

1 De Heer zei tegen Mozes: “Ga opnieuw naar de farao. Want Ik heb hem en zijn dienaren zó koppig gemaakt, dat ze niet zullen willen luisteren. Want Ik wil mijn wonderen bij hen doen. 2 Dan zullen jullie aan je kinderen en kleinkinderen vertellen wat Ik voor wonderen in Egypte heb gedaan. Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben.”

3 Toen gingen Mozes en Aäron weer naar de farao. Ze zeiden tegen hem: “Dit zegt de Heer, de God van de He-breeën: hoelang zult u blijven weigeren om Mij te gehoorzamen? Laat mijn volk vertrekken, zodat ze Mij kunnen aanbidden. 4 Als u mijn volk niet laat gaan, zal Ik morgen sprinkhanen in uw land laten komen. 5 Ze zullen het hele land bedekken. Zelfs de grond zal niet meer te zien zijn. Ze zullen alles opeten wat er na de hagelbuien nog is overgebleven van de oogst en de bomen.

6 En alle huizen in Egypte zullen vol met sprinkhanen zitten. Nog nooit eerder is zoiets gebeurd in de geschie-denis van Egypte.” Toen draaide Mozes zich om en vertrok. 7 De dienaren van de farao zeiden tegen hem: “Hoelang zal deze man ons nog ellende bezorgen? Laat die mannen vertrekken om hun Heer God te aanbidden! Ziet u dan niet dat Egypte helemaal wordt vernietigd?”

8 Toen werden Mozes en Aäron bij de farao terug geroepen. De farao zei tegen hen: “Ga jullie Heer God maar aanbidden. Maar wie zullen er eigenlijk allemaal gaan?” 9 Mozes antwoordde: “We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, met onze schapen, geiten en koeien. Want we hebben een feest voor de Heer.” 10 Toen zei de farao tegen hen: “Ik wens jullie nog liever de zegen van de Heer toe, dan dat ik jullie en jullie kinderen laat vertrekken! Pas maar op, want ik begrijp wel wat jullie van plan zijn!

11 Nee, alleen de mannen mogen gaan om de Heer te aanbidden, want dat was wat jullie hadden gevraagd.” En hij joeg hen zijn paleis uit. 12 Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over Egypte. Dan zullen er sprinkhanen in Egypte komen. Ze zullen alle planten opeten, alles wat er na de hagel nog is overgebleven.” 13 Toen strekte Mozes zijn staf uit over Egypte. En de Heer zorgde ervoor dat er die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaide. Toen het ochtend werd, bracht de wind sprinkhanen mee.

14 Zo kwamen er sprinkhanen in heel Egypte. In het hele land streken ze in grote zwermen neer. Nog nooit eer-der was er zó’n grote sprinkhanenplaag in Egypte geweest en zo één zal er ook nooit meer komen. 15 Ze be-dekten het hele land. Het zag er zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten en vruchten op die niet door de hagel waren vernield. Zo bleef er in heel Egypte geen sprietje groen meer over.

16 Toen liet de farao snel Mozes en Aäron halen en zei: “Ik heb verkeerd gedaan tegen jullie Heer God en tegen jullie! 17 Vergeef het mij nog één keer! Bid tot jullie Heer God dat Hij ons redt! Want zo gaan we allemaal dood!” 18 Toen ging Mozes bij de farao weg en bad tot de Heer. 19 En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over. 20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.

 

 

 

Exodus 9: 29-33

 

29 Mozes zei tegen hem: “Zodra ik buiten de stad ben, zal ik tot de Heer bidden. Het onweer zal ophouden en het zal niet meer hagelen. Dan zult u toegeven dat de aarde van de Heer is. 30 Maar ik weet dat u en uw die-naren nog steeds geen ontzag hebben voor de Heer God.” 31 Het vlas en de gerst waren door de hagel platge-slagen, want de gerst had al aren en het vlas stond net in bloei.

32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die groeien later. 33 Mozes ging bij de farao weg. Hij ging de stad uit, stak zijn handen op naar de Heer en bad tot Hem. Toen hield het zware onweer op en de ha-gel en de stortregen stopten.

 

 

 

Deuteronomium 28: 38-42

 

38 Jullie zullen veel zaad in de akkers zaaien, maar weinig oogsten. Want de sprinkhanen zullen de oogst opvreten.
39 Jullie zullen wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn drinken of druiven plukken. Want de wormen zullen alles kaalvreten.
40 Jullie zullen in het hele land olijfbomen hebben, maar jullie zullen je niet met olie zalven. Want de olijven zullen afvallen.
41 Jullie zullen zonen en dochters krijgen, maar niet van hen genieten. Want ze zullen als buit meegenomen worden.
42 Alle bomen en akkers zullen door ongedierte worden kaalgevreten.

 

 

De 10 plagen van Egypte

 

 

 

“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30: 27) zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende macht (Joël 1: 1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; ze worden vertaald als knager, sprinkhaan, verslinder en kaalvreter.

 

 

 

Spreuken 30: 27

 

27 De sprinkhanen – ze hebben geen koning, maar toch trekken ze als één groot leger op.

 

 

 

Joël 1: 1-7

 

1 Dit is wat de Heer zei tegen de profeet Joël, de zoon van Petuël. 2 Luister, leiders van het volk! Luister goed, bewoners van het land! Luister naar wat Ik nu ga zeggen. Is dit ooit eerder gebeurd in de geschiedenis van dit land? 3 Vertel het aan je kinderen. En laten zij het weer aan hún kinderen vertellen, en ook zij weer aan hún kin-deren.

4 De sprinkhanen eten alles op: wat de knager overlaat, eet de sprinkhaan op. Wat de sprinkhaan overlaat, wordt opgevreten door de verslinder. En wat de verslinder overlaat, eet de kaalvreter op.

5 Dronkenlappen, word wakker! Huil en klaag, zuipers, want jullie zullen geen nieuwe wijn hebben! 6 Want een groot volk valt dit land aan. Een machtig, ontelbaar leger. Als een leeuw verslindt het alles met zijn tanden. 7 Israël, mijn wijnstruik, wordt helemaal verwoest. Mijn vijgenboom Israël ziet wit als schuim. Het leger schilt mijn vijgenboom helemaal kaal en werpt hem weg. De takken zijn kaal en wit geworden.

 

 

sprinkhanenplaag

 

 

Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2: 1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.

 

 

 

Joël 2: 1

 

1 Blaas op de ramshoorn in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg Sion! Laten de bewoners van het land beven van angst, want de dag van Gods straf komt eraan!

 

 

In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel. Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3: 4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11: 20-22).

 

 

Matteüs 3: 4

 

4 Johannes droeg een mantel die van kameelhaar was gemaakt, met een leren gordel om zijn middel. Hij leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen.

 

 

 

Leviticus 11: 20-22

 

20 Alle insecten moeten jullie walgelijk vinden. 21 Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten. 22 Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. 23 Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.

 

 

 

 

 

 

De zegen van het vasten

Standaard

Categorie : Religie

 

 

 

 

 

De zegen van het vasten

 

In Handelingen 13:2 en 3 en 14:23 wordt over het vasten geschreven. Wordt van ons ook verwacht dat we als christenen regelmatig vasten? Wat leert de Bijbel ons hierover? 

 

Antwoord:

 

Matteüs 6:16-18

 

16 En als jullie een dag niets eten om je op God te richten, laat dat dan niet aan de mensen merken. De schijnheilige mensen laten dat wél aan iedereen zien. Ze zetten een heel somber gezicht op, kammen hun haar niet en wassen hun gezicht niet, zodat iedereen het weet. Luister goed! Ik zeg jullie dat ze hun hele beloning al hebben gekregen. 17 Maar jullie zeg Ik: als jullie niets eten om je op God te richten, kam dan gewoon je haar en was gewoon je gezicht. 18 Dan weten de mensen het niet, maar alleen jullie Vader weet het, want Hij ziet de verborgen dingen. En Hij zal jullie er openlijk voor belonen.”

 

 

Matteüs 9:14-17

 

14 Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe. Ze vroegen: “Wij en de Farizeeërs slaan op sommige dagen het eten over. Waarom doen úw leerlingen dat niet?” 15 Jezus zei tegen hen: “Hoe kunnen de gasten op een bruiloftsfeest verdrietig zijn? Ze zijn gekomen om met de bruidegom feest te vieren! Maar er zal een tijd komen dat de Bruidegom niet meer bij hen is. Dán zullen ze niets eten.”16 Hij vertelde hun een voorbeeld om het uit te leggen: “Niemand gebruikt een nieuwe lap om een oud kledingstuk te repareren. Want de opgenaaide lap zal krimpen en een scheur trekken in het kledingstuk. Dan is het gat nog groter geworden. 17 Ook doe je nieuwe wijn niet in oude wijnzakken. Want de wijnzakken zullen barsten door het gisten van de wijn. Dan loopt de wijn weg en de zakken zijn kapot. Maar nieuwe wijn doe je in nieuwe wijnzakken. Dan blijft de wijn bewaard en de zakken blijven heel.”

 

 

Jesaja 58:1-9

 

1 De Heer zei tegen mij: “Roep zo hard als je kan. Houd je niet in. Roep met een stem zo luid als een trompet naar mijn volk Israël wat ze allemaal voor slechte dingen doen. Vertel hun hoe slecht ze zijn. 2 Elke dag komen ze bij Mij. Ze lijken ernaar te verlangen Mij te kennen. Ze vragen Mij om goed voor hen te zijn omdat ze vinden dat ze daar recht op hebben. Ze lijken graag bij Mij te willen zijn. 3 En ze zeggen verbaasd: ‘We slaan op vaste dagen het eten over, maar U ziet het niet eens. We doen moeite voor U, maar U let er niet op!’

Maar Ik zeg tegen mijn volk: Op de dagen dat jullie het eten overslaan, doen jullie gewoon waar jullie zin in hebben in plaats van dat jullie spijt hebben van jullie slechtheid. Ook zetten jullie je arbeiders gewoon aan het werk in plaats van dat jullie hun vrij geven zoals de wet zegt. 4 In de tijd dat jullie niet eten, maken jullie ruzie met elkaar en vechten jullie. Zo heb Ik het niet bedoeld. Daarom luister Ik niet naar jullie gebeden. 5 Heb Ík soms tegen jullie gezegd dat jullie de hele dag je hoofd moeten laten hangen? Dat jullie rouwkleren moeten dragen en op as moeten slapen? Moet Ik dáár blij mee zijn?

6 Als jullie Mij werkelijk willen dienen, zorg dan voor rechtvaardigheid in het land. Haal het juk waaronder de mensen gebukt gaan, van hun schouders af. Laat de verdrukte mensen vrij. Verbreek elk juk. 7 Geef eten aan de mensen die honger hebben. Geef onderdak aan vluchtelingen. Geef kleren aan de mensen die geen kleren hebben. Wees goed voor je volksgenoten. 8 Dán zal het goed met jullie gaan. Dan zal de zon weer in jullie leven opgaan. Dan zal alle ellende snel voorbij zijn. Mijn goedheid zal voor jullie uit gaan. Mijn macht en majesteit zal jullie beschermen. 9 Als jullie Mij dán roepen, zal Ik jullie antwoorden. Als jullie om hulp schreeuwen, zal Ik zeggen: ‘Kijk, IK BEN!’ Stop met elkaar te verdrukken, te beschuldigen en leugens over elkaar te vertellen.

 

 

 

 

In Matteüs 6:16-18, 9:14-17 en Jesaja 58:1-9 vinden we enkele gedeelten die ook over het vasten gaan. Deze gedeelten laten ons zien, dat het vasten niet uit een plichtsgevoel moet voortkomen, maar veel meer vanuit het hart. Het vasten komt trouwens niet alleen bij het Joodse volk en onder christenen voor. Ook heidense volkeren kennen het vasten (bijvoorbeeld Ninevé, Jona 3:5-10). Het ‘vasten’ wordt in het Oude Testament ook wel ‘verootmoedigen’ genoemd. Er zijn voor Israël twee momenten van vasten ingesteld, namelijk:
– het vasten op de Grote Verzoendag (Leviticus 16:29-31 en 23:27);
– het vasten v.a. 28 juli/augustus ter gelegenheid van de verwoesting van de tempel.

Alle andere momenten van vasten zijn op vrijwilligheid gebaseerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

 

 

In het Oude Testament:

 

-Rouwbedrijven (1 Samuël 31:11-13)

 

11 De bewoners van Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan. 12 Toen gingen alle mannen die met wapens konden omgaan naar Bet-San. Ze liepen de hele nacht door en haalden de lichamen van Saul en zijn zonen van de muur af. Daarna gingen ze naar Jabes terug en verbrandden de lichamen daar. 13 Daarna begroeven ze de botten onder de boom van Jabes. Zeven dagen lang aten ze niets omdat ze over hen treurden.

 

– God ernstig zoeken (2 Samuël 12:16-23)

 

16 David bad alle dagen tot God voor het jongetje. Hij at niets en sliep op de grond. 17 Zijn dienaren probeerden hem over te halen om van de grond op te staan. Maar hij wilde niet en wilde ook niet met hen eten. 18 Na zeven dagen stierf het kind. De dienaren durfden het niet aan David te vertellen. Ze zeiden: “Toen het kind nog leefde, wilde David niet naar ons luisteren. Hoe kunnen wij hem dan nu zeggen dat het kind dood is? Hij zou zich iets kunnen aandoen.” 19 David zag dat zijn dienaren met elkaar liepen te fluisteren. Daardoor begreep hij dat het kind was gestorven. Hij vroeg aan zijn dienaren: “Is het kind gestorven?” Ze zeiden: “Ja, heer.” 20 Toen stond David op van de grond, waste zich, verzorgde zich en deed andere kleren aan. Daarna ging hij het heiligdom van de Heer binnen en boog zich neer. Toen ging hij naar huis terug. Hij vroeg om een maaltijd en ging eten.21 Zijn dienaren vroegen hem: “Waarom doet u dit zo? Toen het kind nog leefde, heeft u gehuild en wilde u niet eten. Maar nu het kind is gestorven, staat u op en eet u weer!” 22 Hij antwoordde: “Toen het kind nog leefde, heb ik gehuild en niet gegeten omdat ik hoopte dat de Heer medelijden zou hebben. Ik hoopte dat Hij het kind zou laten leven. 23 Maar nu is het gestorven. Waarom zou ik hier dan nog mee doorgaan? Ik kan het kind er toch niet mee uit de dood terug krijgen. Ik zal wel naar hem toe gaan, maar het kind komt niet meer naar mij.”

 

 

– Gods redding, hulp zoeken (2 Kronieken 20:1-4)

 

1 Op een keer werd het land aangevallen door de Moabieten, Ammonieten en nog anderen. 2 Josafat kreeg het bericht: “We worden aangevallen door een heel groot leger van de overkant van de zee, uit Aram. Ze zijn al in Hazezon Tamar (dat is Engedi).” 3 Josafat werd bang en besloot de Heer om raad te vragen. Hij zei dat de hele bevolking niet mocht eten, totdat de Heer geantwoord had. 4 Uit alle steden in heel Juda kwamen mensen naar de tempel om de Heer om hulp te vragen. 5 Ze verzamelden zich op het nieuwe buitenplein van de tempel van de Heer.

 

– Gods bescherming zoeken (Esther 4:15-17)

 

15 Ester liet Hatach het volgende antwoord aan Mordechai overbrengen: 16 “Verzamel alle Judeeërs die in de stad Susan wonen. Eet en drink drie dagen en nachten niet. Ook ik en mijn dienaressen zullen drie dagen en nachten niet eten en drinken. Daarna zal ik naar de koning gaan, ook al heeft hij dat verboden. Sterf ik, dan is het niet anders.”17 Mordechai vertrok en deed wat Ester hem had gevraagd.

 

 

– Gods vergeving zoeken (Daniël 9:1-4)

 

1 Darius, de zoon van koning Ahasveros uit Medië, werd koning van de Babyloniërs gemaakt. 2 Toen hij nog maar pas koning was, begreep ik op een dag uit de Boeken dat de Heer tegen de profeet Jeremia gezegd had, dat Jeruzalem 70 jaar lang in puin zou liggen. En ik zag dat die 70 jaren nu bijna voorbij waren. 3 Ik begon daarover tot de Heer te bidden en te smeken. Ik at niet en droeg rouwkleren. 4 Ik bad tot mijn Heer God en ik vertelde Hem over de schuld van mijn volk. Ik zei: “Heer, grote en machtige God, U bent trouw aan uw verbond. U bent goed voor de mensen die van U houden en die leven zoals U het wil.

 

 

 

 

In het Nieuwe Testament:

 

– Als voorbereiding op de bediening (Matteüs 4:1-2)

 

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

 

 

– Goddelijke kracht zoeken (Matteüs 17:19-21)

 

19 Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: “Waarom konden wij die duivelse geest niet uit hem wegjagen?” 20 Hij zei tegen hen: “Doordat jullie geen geloof hadden. Want luister goed! Ik zeg jullie: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze berg zou zeggen: ‘Ga van hier naar daar,’ dan zal hij daarheen gaan. En niets zal onmogelijk voor je zijn. 21 Maar deze soort wordt alleen verjaagd door mensen die bidden en niets eten om zich op God te richten.”

 

 

– Gods wil zoeken (Handelingen 13:1-3)

 

 

1 In de gemeente in Antiochië waren een paar profeten en leraren. Dat waren Barnabas, Simeon Niger, Lucius van Cyrene, Manaän (Manaän was samen met koning Herodes opgegroeid) en Saulus. 2 Op een dag, toen zij zonder te eten de hele dag aan het bidden waren, zei de Heilige Geest tegen hen: “Ik heb een speciale taak voor Barnabas en Saulus.” 3 Ze baden de hele dag en legden hun daarna de handen op om hen te zegenen voor het werk dat ze gingen doen. Daarna lieten ze hen gaan.

 

 

– Gods zegen zoeken (Handelingen 14:21-23)

 

21 Ook in Derbe vertelden ze het goede nieuws. Ze maakten er een groot aantal leerlingen. Daarna gingen ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië in Pisidië. 22 Want ze wilden de leerlingen daar aanmoedigen om het geloof vast te houden. En ze vertelden hun dat we allemaal veel moeilijkheden zullen meemaken als we het Koninkrijk van God willen binnengaan. 23 Daarna wezen ze in elke gemeente leiders aan. Ze baden de hele dag, zonder te eten, en vertrouwden hen daarna toe aan de Heer in wie ze geloofden.

 

 

Bij het vasten gaat het niet zozeer om uiterlijke verschijningsvormen, maar veel meer om een innerlijke houding, die in overeenstemming is met onze levenswandel. Er werd in Israël twee keer per week gevast en wel op maandag en donderdag. Er werden op deze dagen openbare Godsdienstoefeningen op straat gehouden. De Farizeeër in Lucas 18:12 was er trots op dat hij tweemaal per week vastte! Het kwam voor dat bij het vasten geen schoenen gedragen werden, de kleren gescheurd werden en dat men as over het hoofd strooide. Een Griekse woordspeling luidde: ‘Onverschijnbaar verschijnt men om te kunnen schijnen’.

Er werd van zonsopgang tot zonsondergang gevast. Bij één dag vasten werd geheel gevast en bij meerdere dagen at men alleen het hoogstnodige. Het vasten en bidden wordt in de Bijbel vaak aan elkaar gekoppeld. Zo lezen we bijvoorbeeld van Hanna dat ze voortdurend in de tempel God diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). In het vasten onthoudt men zich onder andere van eten, drinken, alcohol, vermaak en seksuele gemeenschap (1 Korintiërs 7:4-5), kortom, alles wat ons van God af zou kunnen leiden. Gods Woord verplicht christenen dus niet om te vasten, maar wijst ons wel op de zegen om op bepaalde momenten, op vrijwillige basis en wanneer het hart ons dringt, te vasten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De psalmen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

Psalmen

 

 

Het boek der Psalmen is in de loop der tijd een inspiratiebron geweest voor gelovigen. Het zijn niet alleen maar lofzangen voor de Heer, maar ook leerdichten waarin een rijke boodschap is neergelegd.

 

 

De naam

 

De naam die door de Joden aan het boek van de Psalmen is gegeven is Tehillim. Onze Nederlandse naam ‘Psal-men’ is de vertaling van de Griekse titel uit de Septuaginta (Griekse vertaling van het Oude Testament) Psalmoi, dat eenvoudig ‘liederen’ betekent. Het woord ‘Psalm’ is van het Griekse Woord ‘Psalterion’ dat kan worden ver-taald met ‘harp’ of een ander snaarinstrument. Vanuit het Grieks betekent ‘Psalmen’ dus liederen bij snarenspel. Tehillim wordt meestal vertaald met ‘lofzangen’. Het boek Psalmen bevat 150 liederen/lofzangen die begeleid kunnen worden met snarenspel.

 

 

 

De structuur

Het boek is onderverdeeld in vijf hoofddelen

1.      Psalm 1-41
2.      Psalm 42-72
3.      Psalm 73-89
4.      Psalm 90-106
5.      Psalm 107-150

Hoewel niemand precies weet hoe deze indeling is ontstaan, is het wel opvallend, dat de vijf hoofddelen van de boeken der Psalmen nauwe verwantschap hebben met de vijf boeken van Mozes.

 

 

 

 

 

 

De structuur van het boek der Psalmen

 

 

1. Psalm 1-41: Het boek GENESIS, aangaande de mens

 

De raad van God aangaande de mens. Alle zegeningen komen voort uit gehoorzaamheid (vg.Psalm 1: 1 met Gen. 1: 28). Gehoorzaamheid is ‘de boom des levens’ voor de mens (vg. Psalm 1: 3 met Gen.2: 16). Ongehoorzaamheid leidt tot de val van de mens (vg. Psalm 2 met Gen.3). Het herstel kan alleen plaatsvinden door de Zoon van Adam (Zoon des mensen) in Zijn verzoenend werk als het ‘zaad van de vrouw (vgl. Psalm 8 met Gen.3: 15). Dit Psalmen-boek eindigt met een doxologie (een soort lofprijzing) en een dubbel Amen.

 

 

 

2. Psalm 42-72: Het boek EXODUS, aangaande Israël als een volk

 

De raad van God aangaande de val van Israël, Israëls Verlosser en Israëls verlossing (Ex.15: 13). Vergelijk Psalm 68: 5 met Exodus 15: 3 waar beide keren staat dat JAHWEH Zijn naam is. Dit boek begint met Israëls roepen om be-vrijding en eindigt met de Koning van Israël die regeert over het verloste volk. Het boek eindigt met een doxo-logie en een dubbel Amen.

 

 

 

3. Psalm 73-89: Het boek LEVITICUS, aangaande het heiligdom

 

De raad van God aangaande het heiligdom in relatie tot de mens en het heiligdom in relatie tot God. Het heilig-dom, de gemeente (Israël) en Sion zijn woorden die in bijna elke Psalm voorkomen in dit boek. Het boek eindigt met een doxologie en een dubbel Amen.

 

 

 

4. Psalm 90-106: Het boek NUMERI, aangaande Israël en de volkeren van de aarde

 

De raad van God aangaande de aarde. Het laat zien dat er is geen hoop en rust is voor de aarde, los van JAHWEH. De wereld wordt voorgesteld als een woestijn. Het begint met het gebed van Mozes (Psalm 90) en het eindigt met een herhaling van Israëls rebellie in de woestijn (Psalm 106). Let op het nieuwe lied voor de ganse aarde in Psalm 96: 1. Het boek eindigt met een doxologie en een Amen.

 

 

 

5. Psalm 107-150: Het boek DEUTERONOMIUM, aangaande God en Zijn Woord

 

De raad van God aangaande Zijn Woord, laat zien dat alle zegeningen voor de mens (boek 1), alle zegeningen voor Israël (boek 2), alle zegeningen voor de aarde en de volkeren (boek 5) verbonden zijn aan het kennen van het Woord van God.

Deut.8: 3 > De mens leeft van al wat uit de mond van de Heer uitgaat. Het niet luisteren naar het Woord van de Heer is de oorzaak voor de moeiten van de mens, de verwerping van Israël, de val van het heiligdom en de ellen-de van de aarde. De zegeningen komen van de Heer wanneer Zijn Woord in het hart wordt geschreven (Jeremia 31: 33 – 34  ;   Hebr.8: 10 -12 en 10: 16 – 17).

We vinden in Psalm 119 de Psalm van het Woord net zoals in Johannes 1:1. Het boek begint met Psalm 107. In vers 20 lezen we dat Hij Zijn woord zond en hen genas. Het eindigt met vijf Psalmen (naar de vijf Psalmenboeken). Iedere Psalm begint en eindigt met ‘Halleluja’.

 

 

 

De auteurs van de Psalmen

 

De meeste Psalmen (73) zijn geschreven door David:

     37 in boek 1 (3,4,5,6,7,8,9,11-32,34-41); 
18 in boek 2 (51-65, 68-70); 
1 in boek 3 (86); 
2 in boek 4 (101,103) en 
15 in boek 5 (108-110, 122,124,131, 133,138-145).

Verder zijn er Psalmen van Asaf , de Zonen van Korach, Salomo, Heman de Ezrachiet, Etan de Ezrachiet en Mozes.

 

 

 

 

 

 

Het onderwijs in de Psalmen

 

De Psalmen blijven een bron van geestelijke steun voor alle gelovigen. Hun woorden raken ons in het hart, net zoals ze het hart hebben geraakt van mensen sinds de tijd dat ze werden geschreven. Hoe we ons ook voelen en hoe onze omstandigheden ook zijn, de stemmen uit dat verre verleden nodigen ons uit naar hen te luisteren. Ook zij hebben de vreugde, het verdriet, de rouw, de zonde, de woede, de belijdenis van schuld en al die andere ding-en ervaren die ons zo diepe raken. Ze roepen ons op van hen te leren wanneer de Heilige Geest hun woorden ge-bruikt om ons dichter bij de Heer te brengen.

Toch zijn de Psalmen niet in de eerste plaats om ons geschreven en ze gaan ook niet over ons, de leden van het Lichaam van Christus. Het onderwijs in de Psalmen gaat verder dan het verlenen van geestelijke steun. De Psal-men laten ons zien wie Christus is en wat Gods weg is met Israël en de volkeren. In dit alles moeten we weten dat de heilige Geest de auteur is, die de schrijvers inspireerde (Zie Hand. 1: 16; 2: 25 en 30; Hebr.3: 7).

We moeten in gedachten houden wat Petrus schreef in 2 Petrus 1: 21: “Dit moet gij vooral weten, dat geen profe-tie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” Hierin ligt een aanwij-zing hoe wij de Psalmen moeten leren lezen.

 

 

Lees de Psalmen Christocentrisch

 

De Here Jezus zei tegen de Emmaüsgangers: “En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had” (Luk. 24: 27). Daarom is het goed de Psalmen Christocentrisch te lezen. Dit is onderzoeken wat in de Psalmen betrekking heeft op Christus. Het boek Psalmen geeft een duidelijk beeld van Jezus als Zoon van God, offer voor onze zonden, de grote Hogepriester, verrezen uit de dood. Koning der koningen en Here der Heren”.

We lezen in de Evangeliën dat de Here Jezus vaak bad. De Psalmen laten ons de inhoud van Zijn gebeden zien. Wanneer we de Psalmen lezen, moeten we dus beseffen dat het geschreven is met het oog op Christus (de Mes-sias), Israël, als Zijn volk en de volkeren als Zijn bezit. De toepassing is voor iedereen die besef dat hij/zij een Red-der nodig heeft om bevrijd te kunnen worden van de macht van de zonde.

In het boek Psalmen wordt ook de grote tegenstelling beschreven tussen de ware en de valse Messias. De valse Messias wordt de ‘man van de aarde’ genoemd (Psalm 10:18)en de ware Messias de wel-gelukzalige Man (Ps. 1: 1). De Psalmen vertellen de ondergang van de valse Messias en zijn volgelingen en de glorie van de ware Messias en Zijn volgelingen. De Psalmen getuigen dat de wraak God toebehoort en de uitoefening van de wraak ligt in handen van de ware Messias, daarin bijgestaan door Zijn volk en Zijn engelen.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen profetisch en met onderscheid

 

De confrontatie tussen de ware Messias en de valse Messias vindt plaats gedurende de wederkomst van Christus. De Psalmen moeten daarom ook gelezen worden met het oog op deze wederkomst. Deze wederkomst is voor de gelovigen van nu ook nog toekomstig. De Psalmen beschrijven echter niet de toekomst van de Gemeente, als het Lichaam van Christus. De Gemeente was ten tijde van de Psalmen nog een verborgenheid. Een belangrijk, zo niet het voornaamste, onderscheid wat in de Bijbel naar voren komt is dat tussen profetie en verborgenheid. Wij leven nu in een periode, die de Bijbel omschrijft als ‘de bedeling van het geheimenis. Met ‘geheimenis’ bedoelen we ei-genlijk dat verborgen aspect van de wil van God.

Tegenover verborgenheid of geheimenis staat profetie, het aspect van Gods wil dat openbaringen bekend maakt aan de mensheid omtrent de toekomst van gelovigen en ongelovigen. De Psalmen zijn voor een groot deel pro-fetisch. In de Psalmen gaat het over een zichtbaar volk (Israël), dat op de eerste plaats staat in Gods handelen met de wereld. In de Psalmen gaat het over zichtbaar heiligdom (de tempel). We vinden Psalmen over een zichtbare Koning van een koninkrijk dat zichtbaar wordt op aarde. Er ligt een verwachting in van een toekomstige oordeel periode in de zogenaamde ‘Dag des Heren’ (verg. Psalm 2).

De zegeningen die in de Psalmen worden beschreven zijn aards en hebben betrekking op een welzijn op aarde. Israël wordt in de Psalmen gezien als de Bruid van de Koning (verg. Psalm 45). De hoop van Israël richt zich op de aarde waar zij haar aardse roeping en opdracht zal vervullen. In de huidige fase van Gods plan, door Paulus ge-noemd als de ‘huishouding van het geheimenis’ gaat het over een onzichtbaar volk (het Lichaam van Christus). Er is nu geen onderscheid tussen Israël en de volkeren. Er is sprake van een onzichtbaar heiligdom (God woont door Zijn Geest in ons hart). Het Koninkrijk is verborgen.

Onze verwachting richt zich op de verschijning van Christus, met wie wij zullen verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3: 4, Titus 2: 13). De Gemeente wordt door Paulus gezien als ‘het Lichaam van Christus’. De hoop van de Gemeente richt zich op de hemel, waarin zij nu al door geloof mag genieten van de hemelse zegeningen. Wanneer we bo-venstaand onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet meenemen in het lezen van de Psalmen, kunnen tek-sten in de Psalmen ons in verwarring brengen. Wanneer we als voorbeeld de wraakpsalmen nemen met teksten als ‘Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen en aan de steenrots verpletteren zal’ (Uit Psalm 137) dan kunnen we dit maar moeilijk rijmen met de genade en de liefde van God zoals het wordt beschreven in het Nieu-we Testament.

In de huidige fase van Gods plan regeert God in het verborgene in genade, terwijl de volgende fase er één zal zijn waarin Hij zal regeren en optreden als Rechter. We kunnen daarom de wraakpsalmen niet lezen vanuit het stand-punt van genade. We zullen het moeten lezen vanuit het standpunt van de Wet en het toekomstig oordeel. Wan-neer we in de Psalmen lezen over zegeningen onder het Koningschap van de Messias, moeten we beseffen dat deze zegeningen aardse zegeningen zijn voor Israël en de volkeren op aarde. Deze zegeningen kunnen we dus niet zomaar meenemen naar de huidige tijd. Lees de Psalmen daarom ook heilshistorisch met het oog op de ont-wikkeling van de openbaring van het heil voor Israël en de Gemeente.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen persoonlijk

 

Wanneer we Psalm 139 echter in de eerste plaats Christocentrisch lezen, met het oog dus op de Messias, verstaan we dat het Zijn woorden zijn. Psalm 139 spreekt over de Messias, Zijn geboorte, Zijn leven, Zijn bestaan. Nooit zou Hij aan de aandacht kunnen ontsnappen van Zijn Vader. Hij was zowel in de hemel als in het dodenrijk. Alleen Hij die zonder zonde is, kan oordelen over goddelozen. En alleen Hij die volmaakt is in heiligheid en reinheid kan alles wat niet volmaakt is haten. Dit zal ook gebeuren in de toekomstige oordeelsperiode, de Dag des Heren. Zo is Psalm 139 ook profetisch.

Voor ons betekent Psalm 139 dat wij onze identiteit mogen verbinden aan de Here Jezus. Wij als gelovigen zijn immers ‘in Hem’, zoals Paulus dat dikwijls verwoord. Nooit zullen wij, vanuit deze positie, aan de aandacht van de hemelse Vader ontsnappen. Waar wij zijn is Christus! Hij omsluit ons, van achter en van voren. Zijn hand rust op ons in Zijn zegeningen die ons bezit mogen zijn. Daar waar van de Here Jezus wordt gezegd dat Zijn groei in de buik van Maria een wonderbaarlijk gebeuren is en Hij kunstig werd geweven in Maria’s schoot, mogen wij nu ook zeggen dat God ons in Christus als een volmaakte nieuwe schepping ziet. Dit ondanks dat er naar de mens ge-sproken weeffouten kunnen zijn in ons menselijk lichaam.

Als wij dus moeite hebben om te danken en te loven voor het ontzaglijke wonder van ons bestaan, omdat we al lang worstelen met ziekte en onvolmaaktheid, kan deze Psalm ons toch troosten vanwege onze door God geziene verbondenheid met Christus. Zo krijgt Psalm 139 een diepgang doordat we het in de eerste plaats Christocentrisch lezen en vervolgens profetisch en daarna persoonlijk.

 

 

Soorten Psalmen

 

Niet iedere Psalm is volgens eenzelfde patroon geschreven. Er zijn verschillende typen Psalmen.

 

 

Hymnen

 

Gezangen van lof en dank aan God voor Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan (o.a. Ps.8).

 

 

 

Boetepsalmen

 

Betuigen berouw over zonde, vragen om genade en vergeving (o.a. Ps.38).

 

 

 

Wijsheidspsalmen

 

Algemene observaties over het leven, vooral over God en de relatie tussen de mens en God (o.a. Ps. 1).

 

 

 

Koningspsalmen

 

Refereren aan David (of Salomo), maar in het bijzonder aan de Zoon van David, de Messias, als Gods instrument om Zijn volk te regeren (o.a. Ps.45).

 

 

 

Messiaanse Psalmen

 

Beschrijven aspecten van de persoon of de bediening van de Messias (o.a. Ps.22)

 

 

 

Wraakpsalmen

 

Roepen om Gods oordeel over Gods vijanden en/of de vijanden van Zijn volk (o.a. Ps.69)

 

 

 

Klaagpsalmen

 

De dichter beklaagt zich over zijn situatie; de Psalm bevat meestal een klacht, een uiting van geloofsvertrouwen en een lofprijzing aan God (o.a. Psalm 3)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Meditatie in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bijbel roept op om te mediteren. In Jozua 1:8, geeft God zijn volk opdracht om dag en nacht over zijn woord te mediteren om gehoorzaam te zijn. De psalmdichter prijst gelukkig wie ” vreugde vindt in de wet van de Heer en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.” (Psalm 1:2).

 

 

candele_20120703_1564393456 meditatie in de bijbel

 

.

Mediteren komt zo’n twintig keer in de Bijbel voor. Het stamt van het Latijnse meditari, dat in de antieke cultuur het woord was voor militaire oefening en training. In de Latijnse Bijbelvertaling is het een vertaling van het He-breeuwse HGH, dat een herhaaldelijk half luid lezen van Gods Woord aanduidt, zoals in Jozua 1:8 en Psalm 1:2. Het was toen gebruikelijk de heilige teksten halfluid te mompelen en door continue herhaling uit het hoofd te leren. In het Grieks werd het vertaald met meletao (zorg dragen voor, aandacht wijden aan, koesteren, beharti-gen). In het Nederlands is de vertaling vaak zoiets als overpeinzen. Meer dan het verstand was bij meditari be-trokken zoals bijv. de adem, de mond, de tong, het verstand, het geheugen en het hart.

De joodse mondelinge traditie is model geworden voor de christelijke persoonlijke overweging van de Bijbeltekst. Deze geestelijke lezing maakte ruim gebruik van de allegorische uitleg, zoals die met name in Alexandrië geleerd werd door Clemens van Alexandrië en Origenes. De christelijke meditatie putte vooral uit de bijbel en was vaak het biddend overwegen van Bijbelteksten. Jezus leerde zijn discipelen het Onzevader bidden. Dit staat centraal in de christelijke gebedspraktijk. Daarnaast hadden en hebben de Psalmen een fundamentele betekenis voor het christelijke gebed. Hoewel Jezus zei dat men tot God de Vader moest bidden, in zijn naam, werd het gebruikelijk om tot Jezus zelf te bidden.

Daarbij speelde het gebed van de blinde Bartimeüs (zie Marcus 10: 48) een grote rol: `Heer Jezus, Zoon van God, ontferm u over mij zondaar’. Dit ‘Jezus-gebed’, is een mantra-gebed, de eindeloze herhaling van een gebedstekst. Het doel is om het rationele denken tot zwijgen te brengen en het hart te openen voor de aanwezigheid van Christus. Het gezamenlijk, liturgisch gebed speelde ook een belangrijke rol. Net als in de joodse traditie van drie-maal daags bidden, werd het in de christelijke kerken een gewoonte om geregeld getijdengebeden te bidden. Daarbij werden psalmen gereciteerd en christelijke hymnen gezongen. De kloosters speelden hierbij een grote rol.

 

 

Clemens van alexandrië

 

 

 

Origenes

 

Een belangrijke geestelijk leider van de kluizenaars was Origenes, die van 185-254 leefde en de catechetenschool in Alexandrië leidde. Later deed hij dat in Caesarea waar hij bij een vervolging gemarteld werd. Hij schreef over het gebed en pleitte voor staande bidden, met opgeheven handen, of, desnoods, zittend, liggend of geknield. Hij gaf als aanwijzing dat men daarbij het hoofd leeg moest maken van alle andere gedachten. Hij bepleitte een ge-wijde plek thuis om te bidden, gericht op het oosten. Daarbij moest men vasten, aalmoezen geven en het doen van gerechtigheid. Op die manier kon het leven `een groot, ononderbroken gebed’ zijn.

Het Bijbellezen en bidden moest minstens driemaal daags gedaan te worden. `De voorkeur moet gegeven wor-den aan ervaringen die optreden door het verheffen van de ziel tot God, gepaard met zelfonderzoek, boven de zichtbare weldaden die de bidders hier en nu te beurt vallen’ . Hij moedigt aan het gebed te beginnen door eerst God te loven, dan te danken voor zijn weldaden, en vervolgens om vergeving voor zonden te vragen. Men mag om grote en hemelse dingen  bidden om vervolgens het gebed af te sluiten met het verheerlijken van God.

Bij de kluizenaars in de woestijn was meditatie en gebed één, zij reciteerden de Psalmen, het Onze vader en het Jezus-gebed terwijl zij handwerk verrichtten. Zij probeerden Paulus’ gebod om onophoudelijk te bidden (1Thess. 5, 17) uit te voeren. Zij kenden naast dit gebed ook het morgen- en avondgebed en de nachtwake. De lezing van de Heilige Schrift deden zij biddend en leerden grote stukken uit het hoofd. De hele dag door prevelden zij gebe-den en noemden dat meditari (Latijn) of (Grieks) meletao.

 

 

OrigenesAdamantius

 

 

Cassianus

 

Cassianus, (365-435) beschrijft hoe de woestijnmonniken leven en denken. Hij gebruikt het woord meditari voor het persoonlijke, ononderbroken gebed. Tijdens het werk reciteert men uit het hoofd een psalm of een schrift-tekst waardoor intriges en boze raadgevingen geen enkele kans krijgen om het hart binnen te dringen. De stille overweging betreft het louter inwendig, woordeloos met God bezig zijn.  In dat ene ogenblik vangt de ziel zoveel op dat dit alle menselijk voelen te boven gaat. De geest drukt zich niet uit in enge, menselijke bewoording, maar wordt door een hemels licht overstraald.

Dikwijls brengt de geest de weldadige vruchten van een vurig gebed voort in onuitsprekelijke vreugde en blijd-schap, zozeer dat ze zelfs kreten doet slaken van onverdraaglijke, onmetelijke blijdschap. Soms echter wordt de ziel gehuld in het geheim van een grote stilte en een diep zwijgen. De plotselinge verlichting doet de stem dan totaal verstommen. De geest geraakt in verrukking en stort zijn verlangens uit bij God. Soms wordt de geest zo hevig getroffen door smart dat er hevige tranen kan vloeien.

Dit vurige gebed kan men bereiken door een kort gebed te bidden, namelijk `God kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen’ (Ps 69). Door het voortdurend herhalen van deze woorden worden alle andere gedachten tot zwijgen gebracht en bereikt men de door Christus zalig gesproken armoede van geest.

 

 

cassianus07

 

 

 

Evagrius van Pontus

 

Ook Evagrius van Pontus (ca. 345-399) heeft grote invloed gehad op de leer van het gebed. Hij leefde zelf de laat-ste veertien jaar van zijn leven in de woestijn en werd sterk beïnvloed door Origenes. Zijn visie schreef hij in een religieuze verhandeling en  is een vormende factor geweest voor de plaats van het gebed en de meditatie in de kloosters. Het geschrift bestaat uit 153 spreuken, woorden die woestijnvaders spraken tot leerlingen. Het funda-ment om dicht bij God te komen is de beoefening van de deugden die leiden tot vrij zijn van hartstochten en tot liefde. Dit gaat een belangrijke rol spelen in het contemplatieve gebed. Zelfzuchtige begeerten komen tot rust en de zuiverheid van hart wordt gevonden. Dit is volgens Evagrius de voorwaarde om God te zien, (verg. Jezus in de zaligsprekingen).

Het is het fundament waarbij men in de schepping de Schepper zelf ziet. Men komt in de staat van gebed, wat een voortdurende geestesgesteldheid met God is zowel bij het bidden, mediteren als  andere bezigheden. Ook kan men, als God het geeft, God zelf aanschouwen. De kerk noemt dit de contemplatie. Evagrius waarschuwt voor schijngestalten van de contemplatie omdat demonen dit kunnen bewerkstelligen. Hij wijst met nadruk op de noodzaak van geestelijke onderscheiding. De beste voorbereiding voor de contemplatie is het psalmengebed, want dat brengt de geest tot rust. Als de psalmen rustig gereciteerd worden, leiden ze tot het stilzwijgende ge-bed.

 

 

 

 

Augustinus

 

Augustinus (354-430) heeft veel geschreven over het gebed. In zijn boek De grootte van de ziel beschrijft Augustinus zeven niveaus van het zielenleven.

1-3: de biologische, zintuiglijke en vakbekwame capaciteiten van de mens

4: de morele orde met corresponderende deugden of ondeugden

5: de ziel komt tot rust door inkeer in zichzelf

6: het oog van de ziel wordt gereinigd van alle begeerlijkheid

7: de contemplatie, het schouwen van de goddelijke waarheid

 

Augustinus beschrijft het gebed als een opgang tot God, net als Origenes en Evagrius. Bidden volgens Augustinus is het lezen en be-mediteren van Gods Woord in vier fasen:

  • aandachtig luisteren
  • in het geheugen opslaan
  • door nadenken herkauwen
  • door daden uitvoeren.

 

Maar wij moeten boven de meditatie in ons eigen hart uitstijgen naar de contemplatie, een opvlucht naar God zelf toe, die tijdens dit aardse leven gebrekkig blijft, maar toch al een voorsmaak van de eeuwigheid bevat.

 

 

35019431 augustinus

 

 

 

 

 

Benedictus

 

De middeleeuwse kloosters die zich hielden aan de regel van Benedictus (circa 480-550) praktiseerden meditatie in het getijdengebed en in de gezamenlijke of persoonlijke lectio divina. Het getijdengebed hield in dat men zevenmaal per dag en een keer ’s nachts samen kwam in de kapel om hymnen te zingen, Psalmen te reciteren en naar de Schrift te luisteren. Benedictus heeft meerder hoofdstukken in de regel aan het getijdengebed, ofwel het officie, gewijd. Daarin was ook ruimte voor persoonlijk stil gebed. Ook hadden de monniken en nonnen elke dag gelegenheid tot geestelijke lezing, lectio divina.

Men las bij de lectio divina in de bijbel of in boeken van kerkvaders, niet vanwege te verwerven kennis, maar om het persoonlijke geestelijk leven te voeden. Men las met het hart, minder met het hoofd en mediteerde daar per-soonlijk over. Soms mondde de schrift meditatie spontaan uit in gebed en hun gebed mondde soms uit in een eenvoudige concentratie op God. Deze woordeloze liefde voor God noemden ze Contemplatie. Mediteren ge-beurt vanuit de menselijke inspanning, contempleren is een gave van God, die plaats vindt in rust in een sfeer van verwondering en vreugde. De hoogste vormen van contemplatie zijn een vorm van extase.

 

 

Benedictus-fresco

 

 

 

Opkomst van het beeld in de meditatie

 

Vanaf Bernardus van Clairvaux (1090-1153) neemt de betekenis van beelden bij de meditatie toe. Bernardus gaf meer aandacht voor Jezus als mens en gaf er aanleiding toe dat de meditatie zich verdiepte in allerlei details van Jezus’ leven en lijden. Na zijn tijd werd dit versterkt door het gebruik van beeldende kunst, zowel in de getijden-boeken als in het koor van abdijkerken, maar ook in de eigen cel van de monniken en vooral ook de nonnen. Zo ontstond ook het eigen devotiebeeld, vooral om vrome gevoelens op wekken. Deze affectieve vroomheid, ge-voed door zulke meditatievormen, werd soms beschouwd als iets voor beginnelingen, de gevorderden wijdden zich bovendien aan de contemplatie. Er waren ook stromingen die direct door wilden stoten naar het mystieke, beeldloze schouwen.

.

 

 

 

 

The Cloud of Unknowing (De Wolk van niet-weten, 14e eeuw)

 

The cloud of unknowing, een anoniem geschrift dat in Engeland geschreven werd in de 14e eeuw, is een beknopt en praktisch boekje over het contemplatieve gebed. De auteur gaat ervan uit dat om God te ervaren men moet streven naar een “duisternis om je geest, of als het ware, een wolk van niet-weten.” Om dit te doen moet je je hart op God fixeren en al het andere vergeten. De samenhang van meditatie en contemplatie in het voortdurende gebed, zoals deze beleefd was vanaf de tijd van de woestijnkluizenaars, wordt hier doorbroken.

 

 

 

 

Over het algemeen wordt in de hoge middeleeuwen geen scherpe onderscheiding maakte tussen lezing, over-weging, gebed en contemplatie. Het zijn verschillende elementen in een proces, waarbij de hoogste vormen van contemplatie vooral gekenmerkt werden door het genade-karakter ervan. Alleen God geeft wanneer Hij het wil. De mens moet zich daarbij van zijn kant inzetten, ook met zijn inlevingsvermogen (fantasie). Dit laatste werd door Geert Grote benadrukt en speelde een rol in de moderne devotie, vooral in de vorm van een inlevende overwe-ging van het lijden van Jezus.

Deze leidden tot de navolging van Christus. Geert Grote, Floris Radewijns en Gerard Zerbolt van Zutphen droegen veel bij aan de methodische meditatie van de moderne devoten, die veel invloed had en leidde tot meditatie en gebed door leken. Geert Grote gaf een Nederlands getijdenboek uit dat veel gebruikt werd. Het getijdenboek is een verkorte versie van de getijden in de kloosters. Het gaf de leek die lezen kon de mogelijkheid om persoonlijk te bidden en te mediteren.

 

 

Geert Groote

 

 

 

Bewaarde schedels van Geert Grote en Floris Radewijns tentoon gesteld in de Waag.

 

 

 

Geschriften van Gerard Zerbolt

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De dadelpalm in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De dadelpalm

 

De dadelpalm is een van de kenmerkende bomen van het Midden-Oosten, en werd in Bijbelse tijd veel gekweekt in Israël. In de Jordaan vallei groeiden dichte palmbossen, en Jericho werd bekend als “de palmstad” (Deuteronomium 34: 1-5 ; 2 Kronieken 28:15).

.

 

 

Deuteronium 34 : 1-5

 

1 Daar, in de vlakte van Moab, klom Mozes toen de berg Nebo op. Dat is één van de bergen van de Pisga die tegenover Jericho liggen. Vanaf die berg liet de Heer hem het hele land zien, vanaf het gebied van Gilead tot aan het gebied van Dan, 2 het hele gebied van Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, het hele gebied van Juda tot aan de Grote Zee, 3 het Zuiderland en de vlakte in het dal van Jericho de Palmstad tot aan Zoar. 4 De Heer zei tegen hem: “Dit is het land dat Ik aan Abraham, Izaäk en Jakob heb beloofd toen Ik hen zwoer: ‘Ik zal dit land aan je familie ná jou geven.’ Ik heb het je nu laten zien. Maar je zal niet oversteken om er binnen te gaan.”

 

 

 

2 Kronieken 28:15

 

15En de mannen die hierboven genoemd zijn, begonnen de gevangenen te helpen. Ze gaven de mensen die niets meer aan hadden, kleren en schoenen uit de buit. Ze gaven iedereen eten en drinken en ze verzorgden hun wonden met olijf-olie. De mensen die te zwak waren om nog te lopen, zetten ze op ezels. Zo brachten ze hen naar Jericho in Juda, de Palmstad. Daarna gingen ze terug naar Samaria.

.

.

 

 

 

In de Bijbel lezen wij over een oase in de woestijn Sinaï, met zeventig palmbomen die, met de daarbij behorende bronnen, zorgden voor lafenis en verfrissing voor de Israëlieten. De Romeinse natuurkenner Plinius de Oudere, die in de eerste eeuw na Christus leefde, roemde de dadels uit Judea om hun sappigheid en zoetheid.Feitelijk was de dadelpalm zo nauw met Judea verbonden, dat de Romeinse keizer Vespasianus, die het land in 70 na Chr. veroverde, dit vierde door een bronzen muntstuk uit te brengen waarop de staat Judea stond afgebeeld als een wenende vrouw onder een dadelpalm.Na de wegvoering van de Joden uit hun land, stierven ook de Judeese dadelpalmen uit. De palmen in het huidige Israël zijn geïmporteerd uit Californië, maar hebben hun oorsprong in Irak. Merkwaardig genoeg wisten onder-zoekers in Israël onlangs een oud Judees palmzaadje te laten ontkiemen.De zaden waren afkomstig uit een kruik, die in de jaren zeventig was opgegraven door de archeoloog Ehud Netzer. Door middel van de ‘radiokoolstof’ dateer methode schat men dat de zaden zo’n 2.000 jaar oud zijn, en daarom is dit boomzaad het oudste dat tot nu toe met succes ontkiemd is.Palmbomen vallen op door hun heel lange ‘takken’ die eigenlijk de bladeren zijn. Vandaar hun gebruik als ‘bouwmateriaal’ voor de hutten, die de Israëlieten plachten te maken voor het Loofhuttenfeest (Leviticus 23: 39-41). De palmboom wordt ook als beeld gebruikt voor sierlijkheid en bevalligheid, zodat Israëlische meisjes zo werden genoemd: ‘Tamar’ (Hooglied 7: 6-8). 

 

 

Leviticus 23: 39-41

 

39 Dus vanaf de 15e dag van de zevende maand, als jullie de oogst van jullie land binnenhalen, moeten jullie zeven dagen lang voor Mij feestvieren. Op de eerste dag mogen jullie niet werken en op de achtste dag mogen jullie niet werken. 40 Op de eerste dag moeten jullie takken van de fruitbomen, palmbomen en wilgen afsnij-den. Van die takken bouwen jullie hutten. Jullie moeten zeven dagen lang voor Mij feest vieren. 41 Dus zeven dagen in het jaar vieren jullie dit feest voor Mij. Het is een eeuwige wet. Jullie moeten dit feest in de zevende maand vieren.

 

 

 

Hooglied 7: 6-8

 

6 Wat is de liefde toch heerlijk. Het is het mooiste wat je verlangen kan. 7 Je bent zo slank en sierlijk als een dadelpalm. Je borsten zijn de dadeltrossen. 8 Ik dacht: ‘Ik wil in die dadelpalm klimmen en van de dadels eten.’ Je borsten zijn zo heerlijk als druiventrossen en je adem ruikt naar appeltjes.

 

 

 

.

 

 

Dat beeld werd door de psalmist ook op de rechtvaardigen toegepast (Psalm 92:13-15). Bij zijn komst in Jeru-zalem werd de Here Jezus door de scharen verwelkomd met palmtakken, en als Hij terugkomt, zullen de heiligen, de gelovigen uit alle plaatsen en tijden, Hem ook zo huldigen (Johannes 12:12-14 ; Openbaring 7: 9-10).

 

 

 

Psalm 92: 13-15

 

13 Als je leeft zoals God het wil, zal het goed met je gaan. Je zal groeien als een palmboom, hoog worden als een cederboom op de Libanon. 14 Je bent dan geplant op het voorplein van het heiligdom van onze God. 15 Zelfs als je oud bent geworden, zullen er nog vruchten aan je groeien. Je zal nog steeds fris en groen zijn.

.

 

 

Johannes 12:12-14

 

12 De volgende dag hoorden de mensen die voor het Paasfeest waren gekomen, dat Jezus naar Jeruzalem kwam. 13 Ze trokken takken van de palmbomen, gingen Hem tegemoet en riepen: “Hosanna! (= ‘Red toch!’) Gods zegen op de Man die door de Heer is gestuurd!” En: “Leve de Koning van Israël!”  14 Jezus liet een jonge ezel halen en ging er op zitten.

 

 

 

Openbaring 7: 9-10

 

9 Daarna zag ik een groep mensen die zó groot was dat niemand hen kon tellen. Het waren mensen van alle volken en stammen en landen en talen. Ze stonden voor de troon en voor het Lam. Ze hadden lange witte kleren aan en hielden palmtakken in hun handen. 10 En ze riepen luid: “Wij zijn gered dankzij onze God die op de troon zit, en dankzij het Lam!”

 

 

 

 

.

.

 

 

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

De uittocht uit Egypte

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Na onderzoek van de weg die de Israëlieten zouden kunnen hebben gevolgd bij hun uittocht uit Egypte vond Ron Wyatt dat de Bijbelse beschrijving goed past bij een diepe kloof genaamd Wadi Watir. Het boek Exodus legt uit hoe de kinderen van Israël door God geleid werden “niet langs de weg naar het land van de Filistijnen maar door de Wildernis van de Rode zee.” Exodus 13:17,18.

 

 

Exodus van de Israëlieten uit Egypte

Exodus van de Israëlieten
uit Egypte

 

.

 

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

 

.

 

 De exodus

.

Toen de farao het volk had laten vertrekken, leidde God hen niet langs de weg die door het gebied van de Filistijnen loopt (langs de Middellandse Zee), ook al was dat de kortste route. God dacht namelijk: Als ze strijd zouden moeten leveren, konden ze wel eens spijt krijgen en terug willen gaan naar Egypte. Daarom liet hij het volk een omweg maken en door de woestijn naar de Rietzee trekken.

 

.

Route via de Rietzee

Route via de Rietzee

.

 

 

Hier is een grote open woestijn (Wildernis van de Rode Zee). Dan zegt God in Exodus 14:1,2:

 ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze omkeren en hun kamp opslaan voor Pi-Hachirot, tussen Migdol en de zee; jullie moeten je kamp recht tegenover Baäl-Sefon opslaan, vlak bij de zee.

 

.

turnback

 

.

 

Ron vond deze weg die naar een kloof leidde die nu Wadi Watir heet. De Bijbel vertelt de reactie van de farao toen hij hoorde van de afslag die de Israëlieten hadden genomen, in Exodus 14:3

.

 

nuweiba_labelled

 

.

 

 

De farao zal denken dat jullie de weg kwijt zijn geraakt en de woestijn niet meer uit kunnen komen. Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat ik de Heer ben.’ De Israëlieten gehoorzaamden.

.

Wadi Watir is een lange diep kloof die goed overeenkomt met de beschrijving van Exodus.

Volgens traditie vond de Doortocht plaats door de Golf van Suez. Maar daar zijn geen bergen. Het gebied is volkomen vlak, niet zoals in de Bijbelse beschrijving. Een andere reden waarom de Golf van Suez populair was in de gedachtegang, was, omdat men volgens de traditie dacht dat de berg Sinaï op het Sinaï schiereiland ligt.

De Bijbel verteld ons echter dat de berg Sinaï in Arabië ligt. (Galaten 4:25 Hagar staat voor het verbond van de berg Sinaï in Arabië, dat slaven baart.) Na enkele kilometers opent Wadi Watir in een breed strand, aan de westkust van de Golf van Akaba, het enige strand dat groot genoeg was om de ongeveer 2 miljoen mensen en hun vee te herbergen.

De Israëlieten konden niet naar het noorden omdat daar de weg verspert was door een Egyptisch fort. Nog steeds vinden we aan de noordkant van het strand een versterking. Kon dit het Bijbelse Migdol zijn? (Exodus 14:2) Aan de zuidkant is geen strand, maar lopen de bergen tot aan zee, zodat daar niemand langs kan. Zij konden ook niet terug, omdat het Egyptische leger hen achtervolgden. God had ze bij een punt gebracht waar alleen Hij ze kon brengen. Exodus 14: 13, 21, 22:

.

Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de Heer vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien.

 

En:

Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de Heer liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in. Maar in de morgenwake keek de Heer vanuit de vuurzuil en de wolk kolom neer op het Egyptische leger en zaaide paniek onder hen. Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. ‘Laten we vluchten!’ riepen ze. ‘De Heer steunt de Israëlieten, hij strijdt tegen ons!

Ron vond een stenen pilaar op het strand. Aan de Saudische zijde vond hij precies zo één met een oud hebreeuwse inscriptie: “MIZRAIM (Egypte), SOLOMON, EDOM, DEATH, PHARAOH, MOSES, YAHWEH.” Hij leidde hieruit af, dat zij door Salomo waren opgericht om de doortocht te herdenken.

 

 

Pilaar die de oversteekplek markeerde

Pilaar die de oversteekplek markeerde

.

 

De inscripties op de kolom die op het strand lag waren weg geërodeerd. De kolom werd door de autoriteiten in beton vastgezet. In 1978 doken Ron en twee van zijn zonen naar de bodem van de Rode Zee en vonden daar – en fotografeerden – talloze met koraal bedekt delen van strijdwagens. Hoe vaker zij doken, hoe meer bewijsmateriaal zij vonden. Een van zijn vondsten was een strijdwagen wiel met acht spaken, dat hij bij de directeur van de Egyptische Oudheidkunde bracht, Dr Nassif Mohammed Hassan.

Na onderzoek verklaarde hij het afkomstig uit de 18de dynastie en dateerde de exodus in 1446 v.Chr. Toen hem werd gevraagd hoe hij dit wist, verklaarde hij dat het wiel met 8 spaken alleen in de 18de dynastie werd gebruikt, de tijd van Ramses II en Tutmoses (Moses). Strijdwagen kisten, menselijke skelet restanten, 4, 6 en 8 spaken-wielen liggen er als stille getuigen van het wonder van het splitsen van de Rode Zee.

 

.

doortocht-rode-zee-20-638

 

.

 

exo14-25

 

.

Het meest verbazingwekkende is de aanwezigheid van een onderzees pad. Langs de lengte van de Golf van Akaba zijn de diepten ongeveer 1,6 km en de Egyptische kust valt weg onder een hoek van 450. Als de Israëlieten elders hadden moeten oversteken, dat hadden zij een steile helling van 450 moeten afdalen tot 1600 m diepte en aan de andere kant weer opklimmen. Met al hun wagens, dieren en kinderen zou dat absoluut onmogelijk zijn. Alleen hier aan het strand van Nuweiba, daalt de bodem met een helling van 1:14 tot een diepte van slechts 850 m om aan de Saudische kant te stijgen met een helling van 1:10. De Bijbel beschrijft het als volgt:

Dit zegt de Heer, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars – daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd”

.

De afstand van Nuweiba tot Saudi Arabië is ongeveer 15,6 km. De breedte van de onderwater brug is geschat op 900 m.

.

 

 

Slide1165

 

.

 

 

 De berg Sinaï “

.

En de berg brandde met vuur tot het midden van de hemel, met duisternis, wolken, en dikke duisternis .”…… Deuteronomium 4:11

“En de Here sprak tot u vanuit het midden van het vuur: gij hoorde de stem van de woorden, maar zag geen gelijkenis, alleen hoorde gij een stem. En hij verkondigde aan u zijn verbond, dat hij u gebood om uit te voeren, als tien geboden, en hij schreef ze op twee stenen tafelen .”…… Deuteronomium 4:12-13

 

 

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

 

 

 

f11ca08827eef273e11036adcce6bbc1

 

.

In 1978 vond Ron Wyatt strijdwagendelen in de Golf van Akaba vlak bij de Egyptische kust. Op dat moment, wist hij dat de berg Sinaï op de andere oever moest zijn.  Aangezien het Bijbelse verslag vertelt hoe het volk bij de berg Sinaï aankwam nadat ze de Rode Zee overgestoken waren, en aangezien de Golf van Akaba het schiereiland Sinaï (Egypte) van en Saoedi-Arabië scheidde, was er geen twijfel over m.b.t. de locatie van de berg Sinaï in Arabië.

Maar waar in Arabië? Ron bestudeerde het Bijbelse verslag en zag op de vluchtkaarten van het gebied dat er een bergketen was in het noordwestelijke deel van Saudi dat naar zijn aanvoelen het potentieel had om de berg Sinaï te zijn.

 

“De Here, onze God, sprak tot ons in Horeb, zeggende: Gij hebt lang genoeg gewoond bij deze “berg ….. Deuteronomium 1:6

 

Deze beschrijving betekende voor Ron dat de mensen “in” een bergketen waren . Op de kaart was Jebel el Lawz de hoogste piek in de hele NW Saoedi-Arabische regio, en het lag in een gebergte met daarbinnen talrijke brede wadi’s, of canyons, die voldoende ruimte zouden hebben geboden voor een enorm aantal mensen, samen met hun kudden, om “in” het gebied te kamperen en de bescherming van de bergen rondom hen te hebben.

 

.

 

De locatie van de berg Sinaï in Midian

.

 

midian-arabia

 

.

Als we naar de Bijbel gaan is de locatie van de berg Sinaï niet zo moeilijk te achterhalen. Toen God voor het eerste tot Mozes sprak met betrekking tot het grote werk van het volk uit hun Egyptische slavernij te leiden, zei Hij tot Mozes:

 

“Zeker zal Ik met u zijn, en dit zal een teken voor u zijn, dat Ik u gezonden heb: Wanneer gij het volk uit Egypte hebt gebracht, zult gij God op deze berg dienen. “……. Exodus 3:12 2

 “Nu hoede Mozes de kudde van Jethro zijn schoonvader, de priester van Midian, en hij leidde de kudde naar de achterkant van de woestijn, en kwam bij de berg van God, (zelfs) bij Horeb. En de engel van de HEER verscheen hem in een vlam van vuur vanuit het midden van een struik, en hij zag, en zie, de struik brande met vuur, en de struik werd niet verbrand. “…. Exodus 3:1-2

 

Mozes werd zelfs gezegd zijn schoenen te verwijderen, omdat hij op “heilige grond” stond. Dus weten we nu dat Mozes in Midian was, in de “achterzijde van de woestijn”, dat ons het gebied lijkt te impliceren tegenover het grootste deel van de woestijn of de andere kant van de berg die de grens van de woestijn afbakende.  Er was maar één kandidaat naar zijn mening, en dit was Jebel el Lawz.

 

.

Marmeren Zuilen in de buurt van het Altaar te Jebel el Lawz

.

“Twaalf Zuilen Volgens de twaalf stammen van Israël”  En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onderaan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël …… Exodus 24:4

De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één.

 

.

restanten van de zuilen

restanten van de zuilen

.

Ron geloofde dat deze stukken van een ‘heiligdom’ waren die nabij het altaar gezeten hadden. Er waren ten minste 10 stukken gebroken, ronde kolommen, bijna 59 centimeter in diameter. Ze varieerden in hoogte van 20 tot 66 cm. Daarnaast waren er een groot aantal rechthoekige marmeren stenen 21 bij 42 cm, 25-66 cm lang. Deze stukken zijn gevonden rond het altaar, terwijl anderen op grotere afstand verspreid lagen en in onze telling niet zijn opgenomen.

Hij geloofde dat dit de site van de berg Sinaï moest zijn en hij zag de hele top van de berg geblakerd als verkoold. Hij merkte verschillende kenmerken van de site op die het gebied identificeerden. Als Ron de streek rond de berg overzag, zag hij dat hier een ruimte was die perfect bij de beschrijving van de berg Sinaï (Horeb) paste.

 

.

 

Bewijzen te Jebel el Lawz

.

Vanaf de berg zag Ron de resten van een wit marmeren structuur die was opgericht in de buurt van de altaar aan de voet van de berg. Dit waren de witte zuilen die Ron op zijn eerste reis in 1984 gezien had. De structuur was vernietigd, maar restanten van de kolommen lagen er nog verspreid in het gebied. Aan Ron werd door Bedoeïenen in het gebied verteld dat het stenen “heiligdom” ontmanteld is en gebruikt werd in een moskee te Hagl.

.

 

Zicht op het “Heilige gebied” aan de voet van de berg Sinai

 

Image136 bewijs

.

.

 

A= Saoedi-bewakershuis

B = Altaar met rotstekeningen

C = Overblijfsels van 12 pilaren

D = Groot altaar aan de voet van de berg Sinaï

e = Rode Lijnen merken bronnen

e = Aqua Lijnen merken stenen omheiningen

 

.

Altaar van Mozes

.

-Een altaar van aarde, zult gij t.b.v. mij maken, en zult daarop uw brandoffer, en uw vrede offer offeren, uw schapen, en uw ossen: op alle plaatsen waar Ik mijn naam aan verbind zal Ik tot u komen, en Ik zal u zegenen. 25 En indien gij mij een altaar van steen maakt, zult gij het niet bouwen van gehouwen steen: want als gij uw gereedschap er op heft, hebt gij het verontreinigd. 26 Noch zult gij met trappen tot mijn altaar omhoog gaan, opdat uw naaktheid daarop niet ontdekt worde…. Exodus 20:24

En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onder aan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël … Exodus 24:4

 

.

altaar van Mozes

altaar van Mozes

 

 

 

wpe72 altaar van, mozes

 

.

 

Het Gouden Kalf Altaar

.

De archeologische ontdekking van het altaar was erg belangrijk. Men vond rotstekeningen op het altaar. Het altaar ligt, naar beneden kijkend naar het heilige gebied,  bijna meteen rechtdoor. Maar het is zowat 1,5 km of meer van de voet van de berg.

 

.

altaar van het gouden kalf

altaar van het gouden kalf

 

 

 

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

.

 

Exodus 32:5 vertelt het verhaal van Aaron hoe hij het altaar voor het gouden kalf bouwt, en Ron vond een altaar met 12 kalf tekeningen naar Egyptische stijl:

Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de Heer zou zijn.

Een archeoloog van de Universiteit van Riadh raakte opgewonden toen hij de kalveren zag, hij vertelde dat de tekeningen van Egyptische stijl waren, men trof ze nergens anders in Saoedi Arabië aan.

 

 

.

Mozes ontvangt op de Sinaï de 10 geboden van God

.

Mozes trekt alleen  de berg op. Hij blijft een lange tijd weg. Het volk denkt daarom dat hij gestorven is en vraagt aan Aäron of hij van hun sieraden een gouden stierkalf kan maken. Dan hebben ze een nieuwe God om te aanbidden. Aäron geeft toe aan de druk en doet dit. Net op het moment dat er een feest gaande is voor het gouden stierkalf keert Mozes terug met de stenen tafelen. Hij gooit de stenen tafelen kapot en vernietigt ook het beeld.

Daarna keert Mozes terug de berg op. Hij vraagt aan God of hij hem mag zien. God geeft hier gehoor aan, maar laat alleen zijn achterkant zien. Als Mozes God van aangezicht tot aangezicht zou zien zou hij sterven. Ook maakt God nieuwe stenen tafelen voor hem met de tien geboden erop.

Ook ontvangt Mozes de opdracht om een heiligdom, de tabernakel, te bouwen. Hij ontvangt aanwijzingen voor de inrichting van deze tabernakel. Zo moet hij onder andere een gouden ark en een brandoffer altaar maken.

 

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

.

 

De Rots te Horeb

.

Na hun tocht door de Sinaï woestijn  komen de Israëlieten zonder water te zitten  water en begonnen tegen Mozes  te morren, hij was zelfs bang dat ze hem zouden stenigen (Exodus 17:4). God gaf dan aan Mozes de opdracht om met zijn staf op een rots te slaan om een bron te laten ontspringen. Mozes deed dit en er vloeide het water uit de rots.

In Numeri 20:2-13 wordt het verhaal enigszins anders verteld. Daar moet Mozes tot de rots spreken nadat hij eerst het volk heeft bijeengeroepen. Maar in plaats van tot de rots te spreken sloeg Mozes er twee keer op met zijn staf, wat de bron deed ontspringen. En omdat Mozes niet gehoorzaamd had aan God kreeg hij de boodschap dat hij het Beloofde Land niet zou bereiken.

.

Zie, Ik zal daar voor u op de rots in Horeb staan, en gij zult de rots slaan, en er zal daar water uitkomen, opdat het volk kan drinken. En Mozes deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. …. Exodus 17:6

.

Net over de westzijde van de bergketen, tegenover het Heilige Gebied, is een gebied dat over een ongelooflijke, vijf tot zes verdiepingen hoge rots beschikt hoog op een heuvel die ongeveer 60 meter hoog is. Deze rots is doormidden gesplitst en vertoont het patroon van water-erosie en het bewijs dat vele beken van daaruit vertrokken, in verschillende richtingen.

 

 

horeb

De splitsing in de rots waar water uitkwam

.

 

.

Elim Twaalf waterbronnen, en zeventig palmbomen; en zij legerden daar.

.

Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op. Exodus 15: 27

.

Tijdens het verkennen van de site in 1985 met Samran en zijn werkvolk, vonden ze zeer grote putten, die maar een paar centimeter boven de grond uitkwamen. Ze vormden een lijn die zich langs het meer uitstrekte, het “heilige gebied” begrenzend.

 

 

12 waterbronnen van Elim

12 waterbronnen van Elim

.

Mozes terug keert roept hij het volk bijeen en legt hij hun de regels uit die hij van God ontvangen heeft. Deze gaan onder andere over de sabbatsrust. Ook bevatten deze hoofdstukken een uitleg van de bouw en inkleding van de tabernakel en de manier waarop de priesters zich moesten kleden.

Toen de tabernakel af was werd deze gevuld door de majesteit van God. Dit was zichtbaar door een wolk. Als de wolk stilstond, dan sloegen de Israëlieten daar hun kamp op. Als de wolk verder trok, dan ging het volk daar achteraan. Alzo ging de Exodus verder noordwaarts naar het Beloofde Land Kanaän te Israël.

 

 

.

Manna

.

Manna, ook genoemd man, is het voedsel waarmee God zijn volk spijsde tijdens de veertigjarige reis door de woestijn, op weg van Egypte naar het Beloofde Land. Het woord manna betekent letterlijk “Wat is dat?”, omdat de Israëlieten dat vroegen toen ze de spijs voor het eerst zagen.

.

Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.

Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

De acacia in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acacia een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanne’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als karakteristiek element in het landschap?

 

 

 

.

Wanneer wij dan in het boek Exodus lezen dat de tabernakel grotendeels uit acaciahout gemaakt moest worden, is dat te begrijpen. De Israëlieten legerden zich toen aan de voet van de berg Sinaï, en God riep hen op acaciahout te brengen, wat zij deden (Exodus 25:5; 35:24). De door God aangestelde vaklieden, Besaleël en Oholiab, hebben daarmee de ark van het Verbond, de tafel voor de toonbroden, het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, alle met hun draagstokken, gemaakt (Exodus 25-27:30).

Het hout moest duurzaam maar niet te zwaar zijn. Daarom denkt men dat de wanden van de tabernakel niet van massieve planken werden gemaakt, zoals in de NBV staat, maar van een soort raamwerk, waar slanke staanders door dwarslatten met elkaar verbonden werden. Het Hebreeuwse woord in Exodus 26:15 qeresh is anders dan b.v. in Exodus 27:8, waar het woord luach iets massiefs beschrijft.

.

 

De Arc van het Verbond met de 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk. Van tussen de cherubs op het verzoendeksel van de ark sprak Hij met Mozes (Exodus 25:21-22). Het woord tabernakel betekent tent of woonplaats en in de tabernakel zou God onder Zijn volk wonen. In de proloog van zijn evangelie schreef Johannes: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (lett. getabernakeld)” – Johannes 1:14. God heeft met ons gesproken door Zijn Zoon, zodat wij met Hem verzoend mogen worden.

Een tweede beeld van de Here Jezus zien wij in de acaciaboom zelf, want Jesaja schreef over Hem: “Als een loot schoot Hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jesaja 53:2). Jezus groeide op als een levende, en levengevende, boom in een geestelijke woestenij. Doordat Hij diep geworteld was in Gods Woord, kon Hij de hitte van vijandschap en nijd weerstaan. De schaduwrijke acacia is dus een passend symbool van onze Verlosser.

.

 

 

.

.

.

 

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

De geschiedenis van Satan

Standaard

Categorie : religie

.

 

 

Satan, de slang

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De geschiedenis van Satan

 

 

 Waar kwam hij vandaan?

 

De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven iJesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.

Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.

 

Jesaja 14: 12-15

12 Morgenster, zoon van het ochtendlicht, wat ben je diep gevallen!
Jij die over de volken heerste, bent neergeslagen.
13 En je dacht nog wel: ‘Ik zal opstijgen naar de hemel,
en hoog boven de sterren van God mijn troon neerzetten.
Ik zal op mijn troon zitten op de berg
waar de engelen voor de troon van God samenkomen,
ver in het noorden.
14 Ik zal hoog boven de wolken op mijn troon zitten.
Ik zal net zo machtig zijn als de Allerhoogste God.’
15 Maar wat is er van je geworden?
Je bent in het dodenrijk neergestort,
in het diepst van de aarde!

 

 

Ezechiël 28: 12-19

11 De Heer zei tegen mij: 12 “Mensenzoon, zing dit treurlied over de koning van Tyrus:
.
U was volmaakt.
U was vol van wijsheid en volmaakt mooi.
13 U woonde in Eden, de tuin van God.
U was helemaal bedekt met allerlei edelstenen:
sardis, topaas, diamant,
turkoois, sardonyx, jaspis,
saffier, robijn, smaragd.
Al die stenen waren met gouden zettingen op u vastgezet.
Op de dag dat u gemaakt werd, werden ze voor u gemaakt.
14 Ik had u een taak gegeven: u was een beschermende engel.
Ik had u een plaats gegeven op mijn heilige berg.
U mocht tussen de vurige stenen komen.
15 Vanaf de dag dat Ik u maakte, leefde u zoals Ik het wil.
U was volmaakt.
Totdat u op een dag slecht werd.
16 Want doordat u zo rijk werd, kreeg het kwaad u in zijn macht.
U leefde niet langer zoals Ik het wil.
Daarom stuurde Ik u weg van mijn heilige berg.
U, beschermende engel, mocht niet langer tussen de vurige stenen komen.
17 U was er trots op geworden hoe prachtig u er uitzag.
Daardoor verloor u uw wijsheid.
Ik wierp u neer op de aarde.
Koningen van andere landen liet Ik zien hoe het slecht met u afliep.
18 Door uw slechte en oneerlijke manier van leven
heeft u uw heiligdommen bedorven.
Daarom heb Ik uw stad tot aan de grond afgebrand.
Er is alleen nog as van over.
19 Alle volken die u hebben gekend,
zijn geschokt over wat er met u gebeurd is.
Het is vreselijk met u afgelopen.
U bent voor altijd van de aardbodem verdwenen.”

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wie is hij?

 

De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16Jesaja 14:12-15Ezechiël 28:12-19Matteüs 4:1-11).

 

Genesis 3: 1-16

1 De slang was sluwer dan alle andere wilde dieren die de Heer God had gemaakt. Hij zei tegen de vrouw: “God heeft toch gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?” 2 De vrouw antwoordde: “We mogen van alle vruchten van alle bomen in de tuin eten. 3 Alleen niet van de vruchten van de boom die in het midden van de tuin staat. Daarvan heeft God gezegd: ‘Van die boom mogen jullie niet eten. Jullie mogen hem zelfs niet aanraken. Want anders zullen jullie sterven.’ ” 4 Maar de slang zei tegen de vrouw: “Jullie zullen helemaal niet sterven. 5 God weet dat als jullie daarvan eten, jullie de waarheid zullen zien. Jullie zullen net als God weten wat goed en wat kwaad is.” 6 Toen wilde de vrouw erg graag van de vruchten in de boom eten. Ze zagen er zó aantrekkelijk uit! Ze wilde er zo graag van eten omdat ze dan wijs zou worden. Ze plukte een vrucht van de boom en at hem op. Ze gaf er ook één aan haar man, die bij haar stond. Hij at de vrucht op. 7 Toen zagen ze de waarheid: ze zagen dat ze naakt waren. Daarom maakten ze twee schorten van de bladeren van een vijgenboom. Zo hadden ze iets om aan te trekken.

8 Toen hoorden ze de stem van de Heer God, die door de tuin wandelde in de avondwind. Haastig verstopten de man en zijn vrouw zich voor de Heer. Ze verborgen zich tussen de bomen van de tuin. 9 Maar de Heer God riep Adam en zei: 10 “Waar zit je?” Adam antwoordde: “Toen ik uw stem in de tuin hoorde, werd ik bang. Want ik ben naakt. Daarom heb ik me verstopt.” 11 De Heer zei: “Wie heeft jou verteld dat je naakt bent? Heb je van de boom gegeten waarvan Ik had gezegd dat jullie daar niet van mochten eten?” 12 Adam zei: “De vrouw die U aan mij heeft gegeven, gaf mij een vrucht van de boom. Die heb ik opgegeten.” 13 Toen zei de Heer tegen de vrouw: “Waarom heb je dat gedaan?” De vrouw zei: “De slang heeft mij bedrogen. Hij zei dat ik ervan moest eten en toen heb ik dat gedaan.”

14 Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren.

16 Tegen de vrouw zei Hij: “Voortaan zul je veel meer problemen hebben als je in verwachting bent. En als je kinderen worden geboren, zal dat veel pijn doen. Altijd zul je naar je man verlangen en hij zal over je heersen.”

 

 

Mattheüs 4: 1-11

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

3 Toen kwam de duivel. Hij zei tegen Hem: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze in broden moeten veranderen.” 4 Maar Jezus antwoordde: “In de Boeken staat: ‘Je kan niet alleen van brood leven. Alles wat God zegt, heb je óók nodig om te leven.’ ”

5 Toen nam de duivel Hem mee naar Jeruzalem. Daar zette hij Hem op de rand van het dak van de tempel. 6 En hij zei tegen Jezus: “Als U Gods Zoon bent, spring dan naar beneden. Er staat toch in de Boeken: ‘God zal zijn engelen de opdracht geven dat ze U op hun handen moeten dragen. Dan zult U uw voeten niet aan een steen stoten.’ ” 7 Jezus antwoordde: “Maar er staat ook in de Boeken: ‘Je mag je Heer God niet uitdagen.’ ”

8 Daarna nam de duivel Jezus mee naar een hoge berg. Vanaf die berg liet hij Jezus alle koninkrijken van de wereld zien, met al hun macht en rijkdom. 9 En hij zei tegen Jezus: “Dat geef ik allemaal aan U, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt!” 10 Toen zei Jezus: “Ga weg, duivel! Er staat toch ook in de Boeken: ‘Aanbid je Heer God en dien alleen Hém.’ ”

11 Toen liet de duivel Hem met rust. En er kwamen engelen om Hem te dienen.

 

Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog.

Jezus getuigde Zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15Lucas 10:17-20).

 

Lucas 8: 27-33

Daar gingen ze aan land. Er kwam uit de stad een man naar Hem toe, die al jaren in de macht van duivelse geesten was. Hij droeg geen kleren meer en woonde niet in een huis, maar in de graven. 28 Toen hij Jezus zag, begon hij te schreeuwen en liet zich voor Jezus op de grond vallen. Hij riep luid: “Wat moet U van Mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? Ik smeek U mij geen kwaad te doen!” 29 Want Jezus had de duivelse geest het bevel gegeven uit de man weg te gaan. Want de geest had de man al heel vaak met geweld meegesleurd. Om hem te bewaken werd hij wel eens met ijzeren ketenen en voetboeien vastgezet. Maar dan brak hij de boeien weer stuk en werd hij door de geest naar eenzame plaatsen gejaagd.

30 Jezus vroeg hem: “Hoe heet je?” Hij zei: “Ik heet ’t Leger.” Hij zei dat, omdat er heel veel geesten in hem zaten. 31 De geesten smeekten Hem dat Hij hen niet naar de bodemloze put zou sturen. 32 Nu werd er op de berg een kudde varkens gehoed. En de geesten smeekten Hem of ze in de varkens mochten gaan. Dat vond Hij goed. 33 De geesten vertrokken uit de man en gingen in de varkens. En de hele kudde sloeg op hol. De varkens stortten van de steile berghelling af, het meer in. Alle dieren verdronken.

 

Lucas 10: 17-20

17 Na een poos kwamen de 70 leerlingen heel blij weer bij Jezus terug. En ze zeiden: “Heer, ook de duivelse geesten gehoorzamen ons in uw naam!” 18 Jezus zei: “Ik zag de duivel als een bliksem uit de hemel vallen. 19 Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen. Ik heb jullie macht gegeven over het hele leger van de vijand. Niets zal jullie kwaad kunnen doen. 20 Maar wees er niet blij over dat de duivelse geesten jullie gehoorzamen. Wees er liever blij over dat jullie naam staat opgeschreven in de hemel.”

 

Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:

“We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” (2 Korintiërs 10:3-5)

 

Hebreeën 2: 14-15

14 Die kinderen zijn van vlees en bloed. Daarom is ook Jezus een mens van vlees en bloed geworden. Zo kon Jezus door zijn dood de duivel zijn macht afnemen. De duivel heeft niet langer de macht over de dood. 15 En zo kon Hij alle mensen bevrijden die hun leven lang slaven van het kwaad waren door hun angst voor de dood.

 

2 Korintiërs 10: 3-5

3 Want we zijn wel gewone mensen die in deze wereld leven, maar we gebruiken geen menselijke wapens. 4 De wapens van onze strijd zijn geen menselijke wapens, maar geestelijke wapens. Het zijn sterke wapens van God, die elke geestelijke muur kunnen afbreken. 5 Als mensen God niet willen gehoorzamen, kunnen we met die wapens elke redenering van hen uit de weg ruimen. Alles wat in de weg staat om God werkelijk te leren kennen, kunnen we als het ware gevangen nemen: alle verkeerde gedachten, redeneringen en ideeën. En daarna kunnen we die gehoorzaam maken aan Christus.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is zijn tegenwoordige plaats?

 

Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:

  • Eén fout bestaat uit het ontkennen van het bestaan van Satan.
  • Een andere fout is om je angstig op Satan te concentreren in plaats van op Jezus Christus; Hij die Satan heeft overwonnen.
  • Anderen doen openlijk aan duivelsaanbidding en geven de voorkeur aan de duisternis van het kwaad in plaats van het licht dat de zonde blootlegt (Johannes 3:192 Korintiërs 11:14-15).

Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).

 

Johannes 3: 18-19

18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God. 19 Die mensen zullen worden veroordeeld omdat het Licht in de wereld is gekomen, en ze liever het donker hadden dan het Licht. Dat is omdat ze slechte dingen doen.

 

2 Korintiërs 11: 14-15

14 Maar dat is niets vreemds. Want de duivel zélf doet alsof hij een engel van het licht is. 15 Dan is het niet vreemd dat zijn dienaren ook doen alsof ze dienaren van de waarheid van God zijn. Maar aan het eind zullen ze hun verdiende loon krijgen voor wat ze doen.

 

Efeziërs 6: 10-13

10 Tenslotte, broeders en zusters: wees sterk in de kracht van de Heer. 11 Doe de hele wapenrusting van God aan. Dan kan de duivel jullie met zijn sluwe streken geen kwaad doen. 12 Want we strijden niet tegen mensen, maar tegen de onzichtbare leiders, machten en heersers van deze donkere wereld. Dus tegen de duivelse geesten in de geestelijke wereld. 13 Doe daarom de hele wapenrusting van God aan. Dan kun je je verdedigen als het kwaad je aanvalt. En dan kun je ook blijven staan als je alles hebt gedaan wat je moest doen.

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Satans verleidingen tegenover de werkelijkheid

 

In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.

Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.

Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15). Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:161 Petrus 5:8-10).

Met wie zul jij de eeuwigheid doorbrengen? Heb jij het feit aanvaard dat je een zondaar bent en dat Jezus aan het kruis stierf en uit de dood is opgestaan?

 

Jacobus 2: 19-20

Jullie geloven dat God Eén is? Dat is goed, maar dat geloven de duivelse geesten ook, en ze beven van angst voor Hem. 20 Wat zijn jullie toch dwaas! Waarom begrijpen jullie niet dat het geen zin heeft om te geloven, als jullie verder niet doen wat God van jullie vraagt?

 

Judas 1: 9-10

9 De engel Michaël had ooit ruzie met de duivel over het lichaam van Mozes toen Mozes gestorven was. Michaël is één van de belangrijkste engelen. Toch wilde hij de duivel niet zelf veroordelen. Hij zei alleen: “De Heer zal je straffen!” 10 Maar die mensen over wie ik het heb, maken alles belachelijk wat ze niet kennen of begrijpen. Ze gedragen zich als domme dieren die niet kunnen nadenken. Ze begrijpen alleen dat wat ze kunnen zien. Het loopt dan ook slecht met hen af

 

Kolossenzen 2: 15

15 We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet.

 

Johannes 3: 16-18

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

1Petrus 5: 8-10

8 Wees verstandig en let goed op. Jullie vijand, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw die een prooi zoekt. Hij zoekt wie hij kan verslinden. 9 Verzet je tegen hem, sterk in je geloof. Vergeet niet dat je broeders en zusters over de hele wereld dezelfde problemen meemaken als jij.
10 Maar de God die één en al liefde en goedheid is, heeft jullie in Christus geroepen om voor eeuwig bij Hem te zijn. Hij zal jullie, na een korte tijd van lijden, volmaakt en sterk maken. 11 Van Hem is alle eer en macht, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Helend bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

2 Gods beloften om te voorzien in noden, behoeften en zorgen 

 

 

Gen.22:14 En Abraham noemde die plaats: De Here zal erin voorzien (Jehovah-Jireh); waarom nog heden gezegd wordt: Op de berg des Heren zal erin voorzien worden.

 

 

Deut.2:7 Want de Here, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer handen; Hij heeft uw tocht door deze grote woestijn gekend; deze veertig jaar was de Here, uw God, met u, gij hebt aan niets gebrek gehad.

 

 

Neh.9:20 En Gij hebt hun uw goede Geest gegeven, om hen te onderrichten, en uw manna hebt Gij aan hun mond niet onthouden, en Gij hebt hun water gegeven voor hun dorst. 21 Ja, veertig jaar hebt Gij hen in de woestijn onderhouden, zij hebben geen gebrek gehad, hun klederen zijn niet versleten en hun voeten niet gezwollen.

 

 

Ps.23:1 De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;

 

 

Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen. 9 Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt. 10 Vreest de Here, gij, zijn heiligen, want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek. 11 Jonge leeuwen lijden ontbering en honger, maar wie de Here zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

 

 

Ps.37:25 Jong ben ik geweest, ook ben ik oud geworden, maar – een rechtvaardige heb ik niet verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood;

 

 

Ps.55:23 Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen; Hij zal nimmermeer toelaten, dat de rechtvaardige wankelt.

 

 

Ps.81:11 …doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

 

Ps.84:11 het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen.

 

 

Ps.127:2 Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet. Hij geeft het immers zijn beminden in de slaap.

 

 

Matt 6:32 Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. 33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

 

 

Matt.7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

 

 

Luc.6:38 Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u weder gemeten worden.

 

 

Fil.4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

 

 

2 Kor.9:6 Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. 7 En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. 8 En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn.

 

 

Hebr.4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

 

 

1 Petr.5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Vruchten en Gaven van de Heilige Geest

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Een gave van de Geest (charisma) is een bijzondere gave van de Heilige Geest, die niet kan worden verkregen door de bemiddeling van de Kerk.

 

 

 

 

 

Genadegave

 

Charisma is een Grieks woord. Het is verwant met charis, dat letterlijk betekent: ‘iets wat iemands vreugde opwekt’. ‘Charis’ wordt in christelijk perspectief ook wel vertaald met ‘genade’. Inderdaad is een charisma een genadevolle gave: een gave die een mens onverdiend ten deel valt. Iemand die een genadevolle gave heeft ontvangen, heet een Charismaticus.

 

1. Het woord van wijsheid

Woorden, waaruit een bovennatuurlijke wijsheid blijkt. Lees Handelingen 6:3.

 

 

2. Het woord van kennis

Uitingen die blijk geven van een bovennatuurlijk inzicht, zoals bijv. het blootleggen van zaken die anders geheim zouden zijn gebleven. Lees Handelingen 5:3,4.

 

 

3. De onderscheiding van geesten

Een kennen van de ware geestelijke bron van het handelen van iemand. Het doorzien van de geest, die in en door iemand aan het werk is.

 

 

4. De gave van geloof

Een groot vertrouwen in God – het evenaart een ‘zeker weten’ – dat iets gerealiseerd zal worden tot de eer van God.

 

 

5. De gaven van genezingen

Er is verschil van mening over wat hier precies werd bedoeld: de gave om zieken te genezen of de genezing zelf. In het laatste geval is de genezing (op gebed of / en geloof) de gave van de Geest.

 

 

6. De werking van krachten/wonderwerken

Hieronder vallen ongetwijfeld ook de zeer bijzondere, ongewoon snelle genezingen waarin de scheppende kracht van God wordt gemanifesteerd, zoals bijv. het doen aangroeien van een verminkt of ontbrekend lichaamsdeel.

 

 

7. De gave van profetie

Het spreken door directe inspiratie van de Geest namens de Heer.

 

 

8. Het spreken in allerlei tongen

Het spreken in een taal die niet is geleerd en die meestal voor de spreker zelf ook onverstaanbaar is.

 

 

9. De vertolking van tongen

De vertolking van de uiting die voor de spreker zelf en de leden van de gemeente onverstaanbaar was.

 

 

 

 

 

Men spreekt ook wel over negen charismata

 

De charismata (meervoud van charisma) zijn gaven die de Heilige Geest uitdeelt aan personen met het oog op het Heil van anderen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs onderscheidt de Apostel Paulus negen charismata:

 

aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven;

aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest;

aan een derde door dezelfde Geest het geloof;

en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen,

de kracht om wonderen te doen,

de gave van de profetie,

de onderscheiding van geesten,

het vermogen om in talen te spreken

of de betekenis ervan uit te leggen.

 

Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. (1 Kor. 12, 8-11). De middeleeuwse kerkleraar Thomas van Aquino heeft deze negen charismata in zijn Summa Theologiae geïnterpreteerd. (Summa Theologiae II, IIae, qu 171 e.v.)

 

 

1 : het woord van wijsheid

Als een christen over het ‘woord van wijsheid’ beschikt, dan is hij in staa zijn mede gelovigen te helpen om uit de geloofswaarheden conclusies te trekken die de geloofsleer verrijken.

 

 

2 : het woord van kennis

Het is niet helemaal duidelijk wat het ‘woord van kennis’ precies inhoudt. Sommige theologen denken dat het woord van kennis het vermogen is om menselijke kennis in dienst te stellen van de verklaring van de Heilige Schrift.

 

 

3 : de gave van het geloof

Met het charisma van het geloof wordt niet bedoeld het vermogen om te geloven in datgene wat er is geopenbaard. Het gaat bij dit charisma volgens Thomas om een bijzondere zekerheid met betrekking tot wonderen die staan te gebeuren.

 

 

4 : de gave van de genezing

Het genezingscharisma moet worden onderscheiden van de vaardigheden van een arts. Het gaat er hier om mensen lichamelijk en geestelijk te reinigen van het Kwaad. Genezing is op deze wijze een teken van Gods verlossende kracht.

 

 

5 : het doen van wonderen

Als een gelovige een wonder verricht dan doet hij of zij dit niet uit eigen kracht, maar dankzij de Heilige Geest. Het doel van dit charisma is niet het doen van onverklaarbare dingen, maar de bekrachtiging van de Blijde Boodschap. Charismatici die wonderen verrichten zoeken beslist niet de faam van de tovenaar, maar proberen met hun bijzondere handelwijze de verkondiging geloofwaardig te maken.

 

 

6 : profetie

Vaak denkt men bij profetie aan het doen van een toekomstvoorspelling. Maar iemand die de profetische gave heeft ontvangen is bovenal een doorgever van goddelijke boodschappen. De RK-Kerk leert dat een profetie van een charismaticus nooit iets wezenlijks kan toevoegen aan datgene wat al geopenbaard is. Het charisma van de profetie is vooral bedoeld om de geloofsgemeenschap te sterken in het geloof.

 

 

7 : onderscheiding der geesten

De onderscheiding der geesten is het heldere inzicht waardoor een goede intentie van een kwade kan worden onderscheiden. Omdat het kwade vaak de gedaante van het goede aanneemt, beschermt dit charisma de geloofsgemeenschap tegen valse profeten, oplichters en de Antichrist, de aartsvijand van Christus’ Kerk.

 

 

8 en 9 : spreken en vertolken van talen

Het charisma van de gave der talen kan tot uiting komen in glossolalie of xenoglossie. Glossolalie komt voor bij mensen die vervuld zijn van de Geest. In deze extatische toestand spreken zij een onbegrijpelijke taal. Xenoglossie is het charisma om talen te spreken die de spreker eigenlijk onbekend zijn. De apostel Paulus spreekt wat de talengave betreft ook nog van het charisma van de vertolking. Dit charisma betreft het vermogen om de onbegrijpelijke taal van glossolalie te verklaren en om vreemde talen te verstaan, zonder ze geleerd te hebben.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

HOE SPREEKT DE BIJBEL OVER DE HEILIGE GEEST ?

 

1. De Heilige Geest in het Oude Testament.

 

-Het Oude Testament noemt de (Heilige) Geest 88 keer.
-23 van de 39 boeken hebben iets over de Heilige Geest te vertellen.
-De benaming Heilige(n) Geest word maar 3x gebruikt.
Psalm 51:11, Jesaja 63:10,11
-Andere benamingen worden ook gebruikt zoals “de Geest van God”. (Genesis 1)

En verder:

a. De Heilige Geest werd voorspeld: Numeri 11:17,25,29; 2; 1 Samuël 10:9-14.

b. Voorspelling van een algemene uitstorting: Joël 2:28,29; Jesaja 28:11,12; 32:1,15; 44:3;
Ezechiël 36:27.

c. De Messias zal met de Geest vervuld zijn; Jesaja 61:1-3.

 

 

 

2. De Heilige Geest in het Nieuwe Testament:

 

-In het Nieuwe Testament word de Heilige Geest 264 keer genoemd
-Ongeveer 60 keer in de vier Evangeliën.
-Het boek van Handelingen heeft 57 referenties.
-De brieven bevatten 132 referenties
-Drie brieven maken geen referentie naar de Heilige Geest en dat zijn Filemon, 2 Johannes en 3 Johannes.

De Heilige Geest heeft altijd een hele belangrijke rol gespeeld in het plan van God.

 

 

 

 

 

De rol van de Heilige Geest in het leven van Jezus

 

1. Jezus werd geboren door verwekking van de Heilige Geest. (Matteus 1: 20, Lukas 1:30-35)

 

2. Verschillende mensen werden geïnspireerd door de Heilige Geest om hen kennis te laten hebben van de geboorte van Jezus.

-Elizabeth. Lukas 1: 41, 42.
-Zacharias. Lukas 1: 67-79
-Simeon. Die het kleine kind zag toen het in de Tempel voorgedragen werd. Luk. 2: 25-35

 

3. Zijn aanwezigheid bij de doop van Jezus.

-Hij kwam in de vorm van een duif. Matteus 3:13-17, Lukas 3: 21-22

 

4. Zijn aanwezigheid gedurende de verleidingen in de woestijn.

-Jezus was vervuld van de Geest. Lukas 4: 1
-Werd de woestijn ingeleid om verzocht te worden. Lukas 4:1

 

5. Zijn aanwezigheid gedurende de bediening van Jezus.

-Jezus kwam in de “kracht van de Geest” om te leren in de Synagoge. Lukas 4: 14-15
-Hij refereerde naar de Profeet Jesaja toen die had gezegd: “de Geest van God is op mij”. Lukas 4: 16-19
-Bij één gebeurtenis werd er gezegd dat Jezus zich verheugde in de Geest. Lukas 10:21
-Jezus zei dat Hij de duivelen uitwierp door de Geest. Matteus 12: 28

 

 

 

Nog andere werken van de Heilige Geest

 

A. Bij de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus

 

Er zijn acht verwijzingen naar de werkzaamheid van de Heilige Geest in de eerste twee hoofdstukken van Lucas. De verwijzingen spreken van een ‘luid roepen’ en ‘profeteren’ onder de kracht van de Heilige Geest.

a. Gabriël informeert Zacharias dat zijn zoon met de Heilige Geest vervuld zal zijn; Lucas 1:15.
b. Gabriël informeert Maria dat de Heilige Geest over haar zou komen; Lucas 1:35.
c. Elisabeth vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:41,42.
d. Zacharias vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:67.
e. Maria vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:46-55.
f. Johannes de Doper gesterkt door de Heilige. Geest; Lucas 1:80.
g. Simeon was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:25-27.
h. Anna was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:36.

 

 

B. In het leven van Jezus

 

a. De Heilige Geest daalde op Jezus; Matteüs 3:16.
b. Jezus werd door de Geest gedreven naar de woestijn; Marcus 1:12.
c. Kwam terug in de kracht van de Heilige Geest; Lucas 4:14.
d. Offerde zichzelf zonder vlek aan God op; Matteüs 12:28.
e. Gaf bevelen aan de apostelen; Handelingen 1:2.

 

 

C. Aankondigingen van de Heilige Geest

 

a. Johannes de Doper; Lucas 3:16.
b. Als een rivier van water; Johannes 7:37.38.
c. De Vader geeft de Heilige Geest; Lucas 11:13.
d. Een andere Trooster komt; Johannes 14:16.
e. Christus blies op de discipelen; Johannes 20:22.

 

 

 

 

 

 

De Heilige Geest in het leven van een christen

 

 

1. Zijn rol in het vormen van christenen

 

-We worden overtuigd van zonde door de Heilige Geest. Johannes 16:7,8
-We worden opnieuw geboren door de Geest. Johannes 3:5-8
-We worden vernieuwd door de Heilige Geest. Titus 3:4-6

 

 

2. Zijn rol in het leven van christenen

 

-We leven in en door de Geest. Galaten 5:25
-We moeten in de Geest wandelen. Galaten 5:25
-We moeten dienen in de nieuwe staat des Geestes. Romeinen 7:5-6, 8:5-6
-Het is bij de Geest dat we het vlees doden. Romeinen 8:12-14
-Alleen als we door de Geest van God geleid worden zijn we zonen van God. Romeinen 8: 14
-De Heilige Geest pleit voor ons. Romeinen 8:26
-God geeft ons kracht door de Geest. Efeziërs 3: 16
-Wij hebben de gemeenschap des Heiligen Geestes. 2 Korintiërs 13:13, Filippenzen. 2:1 -De Geest Gods woont in ons. 1 Korintiërs 3:16, 6:19

 

 

3. De rol van de Heilige Geest in de openbaring van Gods woord

 

1. De geschriften kwamen door de inspiratie van de Heilige Geest. 2 Petrus 1: 20-21, 1 Petrus 1:10-11
2. Jezus vertelde Zijn dicipelen dat zij geleid zouden worden in “alle waarheid” door de Heilige Geest. Johannes 14:25-26, 16:12-13
3. Er is geen andere manier om de waarheid van God te kennen zonder de woorden van de Heilige Geest die geopenbaard werd aan de Apostelen. 1 Korintiërs 2: 10-13

 

 

 

Geschonken bekwaamheden

 

Geestelijke gaven worden door God geschonken via de Heilige Geest. De Heilige Geest is God-in-actie, God die aan het werk is in ons leven. Hij schenkt ons die gaven uit pure gulheid. Als je bepaalde gaven ontvangen hebt, hoeft dat dus nog helemaal niet te betekenen dat je een bijzonder geestelijk of toegewijd christen bent. Je kunt de geestelijke gaven op geen enkele manier verdienen, ze zijn absoluut gratis. En God deelt ze uit overeenkomstig zijn genade en zijn bedoeling met ieders leven.

God deelt gaven uit aan wie Hij wil (1 Corinthiërs 12:11). Er zijn geen christenen zonder een geestelijke gave. Ieder lid van het lichaam van Christus heeft er minstens één ontvangen. Als iemand zijn eigen gaven nog niet kent, betekent dat niet dat hij geen gaven heeft maar dat hij ze nog niet heeft ontdekt. Daarbij worden geestelijke gaven niet geschonken om persoonlijk van te genieten, maar om er anderen mee te zegenen.

Ze worden gegeven ‘tot welzijn van allen’ want ze zijn bestemd voor het lichaam van Christus. Als je je dus afzijdig houdt van de gemeenschap van de gelovigen, kunnen anderen niet door jouw gaven gezegend worden.Dan kun je je gaven niet gebruiken zoals God ze bedoeld heeft, want ze zijn bestemd voor de opbouw van de gemeente (Efeziërs 4:12). Ik kan het ook anders zeggen: geestelijke gaven zijn ervoor bedoeld om een bijdrage te leveren aan datgene waartoe de gemeente in zijn geheel geroepen is.

Daarbij denk ik aan woorden als: aanbidden, vieren, liefhebben, omzien naar elkaar, onderwijzen, verkondigen, evangeliseren, dienen. Natuurlijk kun je niet op elk terrein van de gemeenteopbouw actief zijn. Je geestelijke gave bepaalt wat jouw belangrijkste bijdrage aan het geheel mag zijn.

 

 

 

 

 

Geestelijke gaven

 

De Bijbel kent geen complete lijst waarin alle geestelijke gaven die er maar zijn vermeld staan.
Zo’n lijst zou ook niet mogelijk zijn, want er bestaat geen afgebakend getal van geestelijke gaven.
De Heilige Geest is vrij om in een bepaalde tijd weer nieuwe gaven met het oog op de nood van die tijd te schenken.

Hoewel het niet mogelijk is een complete lijst met alle geestelijke gaven weer te geven, vinden we er in de Bijbel een heleboel genoemd die nog steeds voorkomen en van belang zijn. In Romeinen 12:1-8 worden genoemd: profetie, dienen, leren (onderwijs geven), bemoedigen (zielszorg), geven, leiding geven en barmhartigheid.

In 1 Corinthiërs 12 vinden we: wijsheid, kennis, geloof, genezing, wonderen, profetie, onderscheiding van geesten, tongen, vertolking van tongen, apostelschap, leren (onderwijs geven), helpen, besturen (organiseren). Efeziërs 4 noemt: apostelschap, profetie, evangelisatie, herderschap en leren (onderwijs geven).

Daarnaast vinden we in de Bijbel gaven als: ongehuwd zijn (1 Corinthiërs 7:7), vrijwillige armoede en martelaarschap (1 Corinthiërs 13:1-3), gastvrijheid (1 Petrus 4:9), zendeling (Galaten 1:15 en 16), artistieke creativiteit (Exodus 31:3) en muziek (1 Kronieken 16:41).

 

 

 

Gaven en talenten

 

Dikwijls wordt gevraagd wat nu het verschil is tussen geestelijke gaven en de natuurlijke talenten die alle mensen hebben.

 

Natuurlijke talenten zijn bekwaamheden die de goede Schepper in zijn algemene genade aan alle mensen schenkt bij hun geboorte met het oog op het leven in de samenleving. Geestelijke gaven zijn bekwaamheden die God de Heilige Geest, als de Vernieuwer van ons leven, aan alle christenen schenkt bij hun wedergeboorte met het oog op de opbouw van de gemeente.

Genadegaven vallen niet samen met natuurlijke talenten, maar hangen er vaak wel mee samen.
De Heilige Geest kan onze natuurlijke talenten in dienst nemen, heiligen en boven zichzelf uit laten reiken. Zo kan Hij onze natuurlijke vermogens transformeren tot geestelijke gaven.

 

 

 

Hoe leer je je gaven kennen?

 

Vaak merken anderen in de gemeente je gaven eerder op dan jezelf. Dan gaan ze je vragen om juist die dingen die bij je gaven horen, vaker te doen. Soms zullen ze het zelfs tegen je zeggen: “Ik ervaar dat God jou die of die gave heeft gegeven.”Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zulke dingen tegen elkaar zeggen. Het is een bevestiging en kan je helpen om meer helderheid over je gaven te krijgen.

Soms zul je het zelf ontdekken doordat het je opvalt dat bepaalde dingen je goed afgaan, dat je er vreugde in vindt en dat God je zo gebruikt. Soms ontdek je het door te experimenteren. Door allerlei dingen aan te pakken en te zien hoe het gaat. Dan zal ook wel eens blijken dat je bepaalde gaven absoluut niet hebt. Wees er blij om, want op dat terrein zal je voornaamste roeping dan ongetwijfeld niet liggen.

 

 

De Heilige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Juiste houding

 

Er zijn dus vele manieren waarop je je geestelijke gaven kunt ontdekken en ontwikkelen. Het is daarbij wel heel erg belangrijk dat je dat doet in de juiste houding. Het heeft natuurlijk alleen maar zin om je met de geestelijke gaven bezig te houden als je leeft met God en dagelijks bidt om vervuld te mogen zijn met de Heilige Geest. Bovendien is het van wezenlijk belang dat je de gaven waar je om bidt, of die je hoopt te ontdekken of te ontwikkelen, echt wilt gebruiken om te dienen. Zonder de liefde ben je niets.

De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en om anderen op een manier te sturen die in overeenstemming met God’s wil is.

De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijke kwestie of situatie.

De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en om anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.

De gave van het genezen is het miraculeuze vermogen om God’s genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.

De gave van het het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en mirakels uit te voeren die authenticiteit aan God’s Woord en het Evangelie verlenen.

De gave van het profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.

De gave om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.

De gave van het in klanktaal spreken is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je feitelijk niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.

De gave van het uitleggen of interpreteren van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en om deze aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.

De gave van beheren en besturen is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met God’s principes te laten verlopen.

De gave van bijstand verlenen is het hebben van een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en om te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

BEDIENINGEN

 

De gaven van de Geest zijn in principe allemaal voor iedere christen beschikbaar. Alleen bepaalt God wanneer Hij welke gaven  door jou heen openbaart. De kans is klein dat je ooit zult meemaken dat al Gods gaven op één bepaald moment tegelijkertijd door jou heen functioneren. Wel is het heel waarschijnlijk dat je tijdens je leven alle gaven gaat meemaken.

 

Het functioneren van Gods gaven hangt nauw samen met je taak en je rol OP DAT MOMENT in Zijn Koninkrijk en in het bijzonder van zijn gemeente. Zo ontvang je op elk  moment wat je nodig hebt ter bemoediging van de ander en tot opbouw van de gemeente.

Maar het is ook mogelijk dat je God je een bepaalde gave met bijzondere kracht toebedeelt; je ontvangt dan een bediening. Je krijgt dan bijzonder gezag van God om met behulp van die gave Zijn kracht te laten zien. De bekendste voorbeelden: genezers en profeten. Vaak kun je vanuit je bediening ook andere christenen helpen om op een zuivere manier met die gave om te gaan.

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Charisma versus kerkelijk ambt

 

 In tegenstelling tot het kerkelijk Ambt wordt een charisma niet door bemiddeling van de Kerk door de Geest bekrachtigd, maar rechtstreeks ingestort. De Geest kiest wie Hij wil. Soms leidt dat tot een conflict tussen kerkelijke ambtsdragers en charismatici. Het kerkelijk leergezag vindt dat charismatici niet hoger staan dan ambtsdragers.

 

 

 

Parapsychologie

 

Omdat charismata vaak gepaard gaan met onverklaarbare verschijnselen, zijn ze geliefde objecten van de psychologie en de parapsychologie. In de parapsychologie worden sommige paranormale verschijnselen die bij christelijke heiligen zijn waargenomen als charismata aangeduid, ofschoon de Kerk dit woord bij deze verschijnselen vermijdt. In de Kerk is namelijk echt alleen sprake van een charisma als de Heilige Geest de oorsprong van het verschijnsel is.

Paranormale verschijnselen die bij vergissing als charismata worden aangeduid zijn bijvoorbeeld stigmatisatie (het ontvangen van Christus’ wonden), levitatie (als een persoon opstijgt), bilocatie (als een persoon op twee plaatsen tegelijk verschijnt), helderziendheid en salamandrie (als iemand niet door vuur verbrand raakt).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget