Tagarchief: profeten

De inhoud van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

De Alfa en de Omega

De Alfa en de Omega

Pasteltekening van john Astria

 

 

 

1 : Het Bijbelboek Genesis – het begin

 

Het eerste Bijbelboek is Genesis, en het vormt ook de basis van de hele Bijbel.

Het woord Genesis komt van het Grieks en betekent oorsprong, omdat het de oorsprong van alles beschrijft, niet alleen de schepping, maar ook bijvoorbeeld hoe zonde in de wereld kwam en hoe God een verbond (Grieks: Testament) aanging en een verbondsvolk uitkoos (Israël).

 

 

 

2 : Het Bijbelboek Exodus – Uitgang

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.600 – 1.400 v.Chr.

Samenvatting — De naam Exodus is Grieks en betekent “een uitgaan”. Het beschrijft dan ook het uitgaan van het volk Israël uit Egypte en het begin van hun reis naar het beloofde land. Men neemt aan dat Mozes de auteur is, al zegt de Bijbel hier niets over.

Het boek Exodus vertelt van de grote groei van het aantal Israëlieten tijdens hun slavernij in Egypte. Het stelt Mozes voor en beschrijft de plagen die God over Egypte heeft gebracht om de bevrijding van zijn volk uit slavernij te bewerkstelligen. Dan beschrijft het de uittocht zelf.

Daarna volgt de verkondiging van het verbond van de Wet te Sinaï. Het boek eindigt met een beschrijving van de eredienst rondom de tabernakel en de wet van Mozes. Dit is het tweede boek van de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Joodse Schriften.

 

 

3 : Het Bijbelboek Leviticus

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 v.Chr.

Samenvatting — Het derde boek van de Pentateuch is genoemd naar één van de twaalf zonen van Jakob, Levi, wiens nakomelingen door God werden aangewezen om op te treden als dienaren voor de eredienst. Het boek omvat de Joodse wetten betreffende de eredienst zowel voor de individuele Israëliet als voor het volk als geheel, inclusief de Grote Verzoendag en de offers. Het bevat wetten voor reinheid, zeden, ethiek en hygiëne die voor Israël van dagelijkse betekenis zouden zijn. Dieroffers werden ingesteld als verzoening voor zowel individuele als nationale zonden.

 

 

 

4 : Het Bijbelboek Numeri

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 –  1.400 v.Chr.

Samenvatting — Numeri is het vierde boek van de Pentateuch. Het is een historisch boek. De naam is afgeleid van het Griekse woord “Arithmoi”, dat telling betekent, omdat er twee volkstellingen in worden vermeld. De Hebreeuwse naam is “In de woestijn”, omdat het vertelt over de Israëlieten in de woestijn, na de uittocht uit Egypte.

Vanwege een opstand, konden er van de volwassen mannen die uit Egypte waren bevrijd uiteindelijk maar twee het beloofde land Kanaän binnengaan. Het boek beslaat een tijdsperiode van 38 jaar, maar handelt voornamelijk over het begin en het eind daarvan.

 

 

 

5 : Bijbelboek Deuteronomium

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.400 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek is het laatste van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes). De Griekse naam betekent “tweede wet”. Dit is afgeleid van een uitdrukking in de Griekse vertaling van dit boek:

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust (Deuteronomium 17:18). In het Grieks staat als “afschrift van de wet” letterlijk ‘deuteronomion touto’.

Het bevat een herhaling van de wet in Leviticus, maar nu toegespitst op het wonen in het beloofde land. Deze herhaling werd gegeven in de velden van Moab, vlak voordat het volk Israël onder Jozua het beloofde land Kanaän binnentrok. Dit was de laatste toespraak van Mozes – kort voor zijn dood – tot het gehele volk.

Er waren toen, buiten Mozes zelf, nog maar twee mannen over van de generatie die uitgetrokken was uit Egypte. Daarom was deze herhaling van de wet uiterst belangrijk voor het welzijn van de nieuwe generatie in een nieuwe situatie.

 

 

 

6 : Het Bijbelboek Jozua

 

Auteur — Jozua

Globale tijd — ca. 1400 – 1350 v.Chr.

Samenvatting — Jozua werd door God gekozen als Mozes’ opvolger, om het volk in het beloofde land te brengen. Het boek schetst de verovering en bezetting van het beloofde land door Israël onder Jozua’s militaire leiding. God bepaalt duidelijk dat alle inwoners van het land volkomen verdreven of vernietigd moeten worden om verzekerd te zijn van geestelijke reinheid en volledige toewijding aan God.

 

 

 

7 : Het Bijbelboek Richteren (Rechters)

 

Auteur — Mogelijk Samuel

Globale tijd — ca. 1350 – 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Rechters (Richteren), dat hier ‘leiders’ betekent, handelt over de tijd vanaf de dood van Jozua tot de oprichting van de monarchie onder Saul. In die tijd waren de zeden zeer slecht omdat de Israëlieten geneigd waren om de zedeloosheid van de inwoners van het land over te nemen. God heeft ‘richters’ aangesteld die de zaken en het volk van Israël moesten leiden en moesten rechtspreken. Het boek Rechters eindigt met ons voor te bereiden op het verlangen van het volk naar een aardse koning.

 

 

 

8 : Het Bijbelboek Ruth

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — ca. 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ruth dateert uit de tijd van de richters. Het laat zien dat God in een tijd van nationaal verval en zedeloosheid een ‘overblijfsel’ in stand hield dat als kern van een toekomstig herstel zou dienen. Dit zou tot stand worden gebracht door een nakomeling van Ruth – David – uit wiens lijn de Messias zou stammen. Er wordt geen aanduiding gegeven van de auteur. Men neemt aan dat het boek na het tijdperk van de richters is geschreven en dat het de gewoonten uit die tijd beschrijft.

 

 

 

9 en 10 : De Bijbelboeken van Samuël 1 en 2

 

Auteurs — Samuel, Natan en Gad

Globale tijd — ca. 1150 – 1000 v.Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst werden de boeken van Samuel door de Hebreeuwse schriftgeleerden als één boek beschouwd. 1 Samuel is het eerste van twee historische boeken die de overgang van Israël beschrijven van een los verband van stammen tot een sterke en verenigde natie.

Het beschrijft de zalving van Saul, de eerste koning van Israël, door een groot profeet, Samuel. Het vertelt over de neergang van Saul, en het voor zijn taak gereed maken van zijn opvolger David, een man naar Gods hart. Het tweede boek begint met Sauls dood en Davids troonsbestijging.

Het overige stelt de regering van David te boek zowel wat betreft zijn buitenlandse veroveringen als de binnenlandse politieke intriges. Het eindigt met de zegening van Salomo door David.

1 SAMUEL (In sommige oudere vertalingen 1 KONINGEN)

2 SAMUEL ( in sommige oudere vertalingen 2 KONINGEN )

 

 

 

11 en 12 : De Bijbelboeken van de Koningen

 

Auteur — Onbekend

Tijd — ca. 970 – 587 v. Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Joodse teksten, werden deze boeken als één boek beschouwd. De twee boeken bevatten de geschiedenis van de Israëlitische monarchie vanaf de dood van David (omstreeks 970 v.Chr.) tot aan de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) Zij schetsen de opsplitsing van de Israëlitische natie in twee delen.

Het zuiden wordt het koninkrijk Juda, het noorden het koninkrijk Israël. 1 en 2 Koningen geven de geschiedenis van Israël vanuit een godsdienstig standpunt, niet vanuit een politiek standpunt. Het geeft daarom de godsdienstige gang van zaken weer en is het een uiteenzetting van de verschillende stadia in de aanvankelijke morele groei, gevolgd door de achteruitgang van het koninkrijk.

1 Koningen opent met de ongedeelde natie in zijn volle heerlijkheid en 2 Koningen eindigt met de ondergang van het laatst overgebleven Juda. Het doel van het boek Koningen is om de levens en karakters van de leiders van het volk weer te geven als waarschuwing en vermaning voor alle komende geslachten die het verbond zullen voortzetten.

1 Koningen (in sommige oude vertalingen 3 Koningen )

2 Koningen ( in sommige oude vertalingen 4 Koningen)
.
.
.
.

13 en 14 : De Bijbelboeken van de Kronieken

 

Auteur — Mogelijk Ezra

Tijd — 1050 – 536 v.Chr.

Samenvatting — Net als het boek Koningen, vormden 1 en 2 Kronieken volgens de Joodse traditie oorspronkelijk één boek. De Kronieken zijn echter niet zomaar een herhaling van de geschiedenis die al in de boeken Samuel en Koningen staat opgeschreven. Het boek Kronieken werd geschreven om het volk te herinneren aan hun volledige geschiedenis, en hun positie onder de andere volken.

De nadruk ligt hier op de geschiedenis van de priesterlijke eredienst vanaf de dood van Saul tot en met het eind van de Babylonische ballingschap. Kronieken bevat meer detail over de organisatie van de eredienst, van godsdienstige plechtigheden, van Levieten en zangers, en over de relatie tussen koningen en godsdienst, dan het boek Koningen. De geschiedenis van het noordelijke rijk is uit de Kronieken weggelaten omdat die niet van belang was voor de ontwikkeling van de ware godsdienst te Jeruzalem.

 

 

 

15 : De wetsgeleerde Ezra

 

Auteur — Ezra

Tijd — 538 – 516 v.Chr.

Samenvatting —Het boek Ezra beschrijft twee fasen in de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap. Na de val van het Babylonische rijk door de Perzen kregen de Joden in 538 v.Chr. van de Pers Kores verlof om naar Juda terug te keren om daar de tempel te herbouwen. Hulp van de Samaritanen bij deze herbouw werd door hen afgewezen.

Dit leidde tot tegenwerking en vertraging. Ondanks deze vertragingen werd de Tempel 20 jaar later, onder Darius, toch voltooid en ingewijd. De tweede terugkeer, onder Ezra, vond plaats in 458 v.Chr. Bij zijn aankomst in Jeruzalem trof hij ontoelaatbare praktijken aan, waar hij onmiddellijk maatregelen tegen nam.

 

 

 

16 : Het boek van Nehemia

 

Auteurs —Nehemia

Tijd — ca. 450 – 430 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met Nehemia’s aanstelling tot landvoogd over het land Juda en over Jeruzalem. Hij reist daarheen en organiseert de herbouw van de stadsmuur, ondanks tegenwerking van de buurvolken en interne onenigheid onder het Joodse volk. Na het herstel van de muur vestigden meer teruggekeerde ballingen zich in Jeruzalem.

Zijn toewijding aan God is voor Nehemia aanleiding om een aantal godsdienstige hervormingen door te voeren zoals het in het openbaar voorlezen uit de wet. Na een periode van afwezigheid moet hij echter constateren dat veel van zijn hervormingen alweer zijn verwaarloosd.

 

 

 

17 : Ester aan het Perzisch hof

 

Auteur — Mordechai?

Tijd — ca. 450 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ester is een historisch boek dat speelt in de tijd na de ballingschap, ten tijde van de Perzische koning Xerxes (485-465 v.Chr.). Het beschrijft het plan van Haman, de eerste minister van de Perzische koning, om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Esther, de koningin van Perzië, die zelf een Jodin is. Het boek verduidelijkt de achtergrond en de betekenis van het Joodse Purimfeest.

 

 

 

18 : Het Bijbelboek Job

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Mogelijk rond 1.500 v.Chr.

Samenvatting — Job is waarschijnlijk het eerste poëtische boek van het Oude Testament. Het beschrijft het zieleleed van een rechtvaardig man als zijn drie vrienden proberen de oorzaak te verklaren van het onheil dat Job is overkomen en dat hem heeft beroofd van zijn rijkdom, familie en gezondheid.

In de dialoog tussen Job en zijn vrienden geeft ieder zijn mening over de oorzaken van zulke moeilijkheden. De les van het boek Job is dat de ‘beloning’ voor rechtvaardigheid niet altijd in dit leven komt, maar soms pas daarna. Dat is het inzicht dat Job al redenerende verwerft, maar dat zijn drie vrienden weigeren in te zien.

 

 

 

19 : Het Bijbelboek Psalmen

 

Auteurs — David en anderen

Globale tijd — ca. 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — De Psalmen zijn verdeeld in vijf boeken, elk boek volgens zijn eigen indeling. De Psalmen zijn een vorm van Hebreeuwse poëzie, waarvan vele bestemd voor muzikale begeleiding. De inhoud van de Psalmen bevat Messiaanse profetie, lof aan God en visioenen van het komende Koninkrijk en de heerlijkheid daarvan. David wordt genoemd als auteur van ongeveer de helft van de Psalmen. Enkele anderen zijn verantwoordelijk voor nog eens vijftien Psalmen; de overige zijn anoniem.

 

 

 

20 : Het Bijbelboek Spreuken

 

Auteur — Salomo en anderen

Tijd — 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — In het boek Spreuken, wordt de wijsheid beschreven als het kenmerk van wie God op de eerste plaats stelt, als de rechtvaardige gids en de heer over de mensheid. Door het gehele boek heen wordt het standpunt ingenomen dat de mensheid bestaat uit twee verschillende klassen: de wijzen en de dwazen. Wijsheid en dwaasheid worden ook regelmatig voorgesteld als twee vrouwen, die dingen om de gunst van de mens.

Beide klassen kenmerken zich door hun handel en wandel. Ze leven met of zonder God, zijn goed of kwaad. Er is een onderlinge spanning tussen de twee klassen die in alle aspecten van het leven duidelijk is. We kunnen veel leren door ons eigen gedrag te toetsen aan de normen en waarden en waarschuwingen die we vinden in de Spreuken.

 

 

 

21 : Het Bijbelboek Prediker

 

Auteur — Salomo

Tijd 960 v.Chr.

Samenvatting — Prediker is het laatste boek van de literatuur der wijsheid. De naam Prediker stamt van een woord met de betekenis „samenbrengen.” Het boek is dus een verzameling van vele wijze gezegdes en spreuken van Salomo. Meestal bevat het boek commentaar op het leven. Nadat hij een leven van geneugten heeft geleid, concludeert Salomo dat het leven ‘niets’ is, een leegte.

En wie zou beter over het leven kunnen spreken dan iemand aan wie alles werd gegeven. Zonder God heeft het leven geen betekenis. Al zijn bezit zou niets betekenen. Daarom zegt hij tot slot dat de mens God moet vrezen en zijn geboden moet onderhouden.

 

 

 

22 : Het Bijbelboek Hooglied – Het hoogste lied

 

Auteur — Salomo

Tijd — ongeveer 960 v. Chr.

Samenvatting — Het boek bevat dialogen in Hebreeuwse poëzie. Het illustreert de liefde tussen man en vrouw. De juiste uitleg is altijd een punt van controverse geweest. De Joden hebben hierin een beeld gezien van de verhouding tussen God en Israël, terwijl de christelijke kerk het heeft opgevat als een beeld van Christus’ liefde voor zijn bruid, de gemeente.

Weer anderen zien een directe uitleg in een poging van Salomo om een jonge vrouw uit Galilea tot de zijne te maken, terwijl zij trouw blijft aan haar jeugdliefde, een jonge herder uit haar omgeving. Ook dit laat zich echter opvatten als een beeld van de trouw van de gemeente aan haar Verlosser.

 

 

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

23 : De profetie van Jesaja

 

Auteur — Jesaja

Tijd — 740 – 690 v. Chr.

Samenvatting — Jesaja profeteerde tijdens de regeringen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Zijn boodschap ging over het komende oordeel over het zuidelijke rijk Juda wegens haar openlijke zonden. Juda’s problemen zijn een direct gevolg van haar afgoderij en afval van God. Maar zijn boodschap blijkt een veel bredere toepassing te hebben dan alleen de situatie in het Juda van zijn eigen tijd.

In wezen gaat het hier over de relatie tussen God en de mens in het algemeen. Het is Jesaja die het begrip ‘evangelie’ introduceert, waar Johannes de Doper zijn prediking mee aanvangt. En alleen al daarom staat Jesaja’s profetie aan de basis van Jezus’ verlossingswerk.

 

 

 

24 : De profetie van Jeremia

 

Auteurs — Jeremia en Baruch

Tijd — 630 – 575 v.Chr.

Samenvatting — Jeremia waarschuwt het volk dat Jeruzalem verwoest zal worden, en het volk zelf als slaven in ballingschap zal worden gevoerd, door de dreigende militaire macht van de Babyloniërs. Hij sluit daarbij aan bij het in die tijd teruggevonden ‘wetboek’, waar Gods oordelen in staan aangekondigd.

Hij tracht het volk van Jeruzalem ervan te doordringen dat zij zich van hun goddeloze leven moeten bekeren, maar zij luisteren niet. Hij waarschuwt verder tegen de valse profeten die het volk op de verkeerde weg leiden met hun bedrieglijke leer en leugens. Hij spoort de Israëlieten aan om zich te onderwerpen aan het Babylonische gezag omdat Babel Gods strijdwapen is.

Ze luisteren echter niet naar zijn waarschuwingen, en het volk gaat uiteindelijk in ballingschap naar Babel. Hij voorzegt tweemaal dat de ballingen na in totaal 70 jaar van Babylonische overheersing terug zullen keren om Jeruzalem en de Tempel te herbouwen.

 

 

 

25 : De klaagliederen van Jeremia

 

Auteur Jeremia

Tijd — ca. 580 v.Chr.

Samenvatting — klagen betekent “het lijden verwoorden”. In dit boek uit Jeremia zijn verdriet over de val van Jeruzalem en het wegvoeren van zijn volk. Het boek beschrijft en verklaart de bezoekingen die over de stad Jeruzalem zijn gekomen, en de spot van de omringende naties als het gevolg van Gods oordeel over de zonden van het volk. Hij onderstreept de lessen die Jeruzalem hieruit zou moeten leren, in het bijzonder de loosheid van glorie, macht en trots, teneinde die in de toekomst te kunnen overwinnen.

 

 

 

26 : De profetie van Ezechiël

 

Auteur — Ezechiël

Tijd 593 – 560 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek beschrijft de werkzaamheden van de profeet Ezechiël tijdens de Babylonische ballingschap. Hij was een tijdgenoot van Jeremia, maar predikte onder de ballingen in Babylonië, die al daarheen waren gebracht onder de eerste wegvoering. Hij bestrijdt de misvatting dat deze ballingen de afvalligen zijn en dat zij die in het land zijn achtergebleven blijkbaar beter zijn.

Hij veroordeelt in soms felle beelden en bewoordingen de geloofsafval van de achtergeblevenen, maar spaart ook de ballingen niet. Toch zal God juist uit die ballingen een getrouwe ‘rest’ terugbrengen. Uiteindelijk zal dat uitlopen op de vestiging van Gods koninkrijk en een nieuwe tempel.

 

 

 

27 : De profetie van Daniël

 

Auteur — Daniël

Tijd — 605 – 535 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Daniël voorzegt de toekomst van twee tegenovergestelde machten: de koninkrijken der mensen en het Koninkrijk Gods. De nadruk ligt op het principe “De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen”. De profetieën van Daniël hebben in het algemeen minder met Israël te maken dan met de volken die Israël overheersen.

Het boek Daniël bevat profetieën die de periode overspannen vanaf zijn tijd tot het komende Koninkrijk Gods. Deze profetieën moeten worden gezien als waarschuwing (maar zeker ook als steun) aan de getrouwe gelovigen om te blijven volharden, want uiteindelijk loopt alles volgens Gods plan. Maar tegelijk is het boek een aanmoediging dat echt geloof in God nooit beschaamd wordt.

 

 

 

28 : De profetie van Hosea

 

Auteur — Hosea

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Hosea beschrijft Gods geduld met het noordelijke rijk Israël dat opstandig en ontrouw is. Maar het maakt de Israëlieten wel duidelijk dat er uiteindelijk een oordeel zal zijn voor ieder die bewust opstandig blijft. Hosea’s eigen huwelijk met de ontrouwe Gomer wordt gebruikt als een symbolische voorstelling van Israëls ontrouw jegens God.

 

 

 

29 : De profetie van Joël

 

Auteur — Joël

Tijd — 618 – 608 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Joël begint met een beschrijving van een reeks natuurrampen (een sprinkhanenplaag, droogte en natuurbranden), die misoogsten en hongersnood veroorzaken, als beeld van een militaire aanval. Joël roept Juda op tot een dag van berouw wegens Gods komende oordeel.

Het laatste deel van het boek gaat over de gebeurtenissen in verband met “de dag des Heren”. De uitgebeelde boodschap luidt: als Juda zich bekeert, dan zal God hen rijkelijk zegenen en vergeven.

 

 

 

30 : De profetie van Amos

 

Auteur — Amos

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting —Amos profeteert tijdens een periode van voorspoed in Israël. Jerobeam II was koning over het noordelijke rijk dat zich in die periode in politieke en materiële zin kon meten met het rijk en het tijdperk van Salomo en David. Amos, zelf afkomstig uit Juda en van beroep veehouder, werd door God geroepen om een oordeel uit te spreken over dat noordelijke rijk.

Hij moest haar luxe leven, afgoderij en morele verdorvenheid aan de kaak stellen. Amos spoort het volk aan om zich te bekeren voordat Gods oordelen hen zou treffen. „Zoek God en leef” was de dringende raad van Amos aan de natie. Hij voorzegt ook de verstrooiing van de Israëlieten, maar wijst vooruit naar een dag wanneer God hen weer bijeen zal brengen in het land van hun voorvaderen.

 

 

 

31 : De profetie van Obadja

 

Auteur — Obadja

Tijd — kort na 587 v.Chr.

Samenvatting — Obadja’s naam betekent “Knecht van Jahwe”. Hij spreekt een oordeel uit over het volk Edom wegens hun vijandschap jegens Israël ten tijde van de Babylonische aanval op Israël. Zij hadden zich verheugd over het voordeel dat die aanval hen zou brengen. Op ‘de dag des Heren’ (de tijd van Gods oordeel) zal er echter juist alleen ontkoming zijn op Sion. Edom was het volk dat afstamde van Ezau, de tweelingbroer van Jakob (Israël).

 

 

 

32 : De profetie van Jona

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Het verhaal speelt waarschijnlijk kort na 800 v.Chr., maar kan later te boek zijn gesteld

Samenvatting — Het boek gaat over de opdracht aan Jona om de stad Nineve, (de hoofdstad van Assyrië) te waarschuwen dat zij zich moet bekeren en Gods geboden gehoorzamen om de verwoesting, die God anders zal brengen, te voorkomen. Israël werd door Assyrië zwaar onderdrukt en Jona heeft geen zin om met zijn prediking Assyrië te redden van de ondergang.

Hij vlucht daarom de andere kant uit. Maar in een storm wordt hij door de scheepsbemanning overboord gegooid en verzwolgen door een grote vis. Na drie dagen wordt hij door de vis weer uitgespuugd. Vervolgens predikt hij toch de boodschap aan het volk van Nineve, dat zijn boodschap gelooft en zich bekeert van zijn zonden.

 

 

 

33 : De profetie van Micha

 

Auteur — Micha

Tijd 735 – 700 v.Chr.

Samenvatting — Micha was een voorloper en tijdgenoot van Jesaja. Zijn boodschap betekende hetzelfde voor het zuidelijke koninkrijk Juda als die van Amos voor het noordelijke koninkrijk Israël. Beiden bekritiseerden fel de rijken en machtigen die de armen onderdrukten.

Micha’s boodschap gaat over de vernieuwing van het ‘overblijfsel’ van het volk dat rest na het komende oordeel, de oprichting van het Koninkrijk Gods door het geslacht van David, en de bekering van de overige volken in dat Koninkrijk. Het besluit met een zegevierende uiting van geloof, die we moeten zien tegen de achtergrond van het materialisme en de corruptie van de regering van Achaz.

 

 

 

34 : De profetie van Nahum

 

Auteur — Nahum

Tijd — 620 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Nahum is geschreven ongeveer 140 jaar na de gebeurtenissen die in het boek Jona stonden beschreven. Gedurende die periode was Ninevé weer teruggekomen op zijn berouw en bekering. Assyrië had intussen het noordelijke koninkrijk Israël in ballingschap gevoerd.

Jona had een boodschap van barmhartigheid en bekering gepredikt, maar Nahum predikte een boodschap van ondergang tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Hoewel God het had gebruikt als zijn werktuig tegen Israël en Jeruzalem, zou het nu vernietigd worden wegens zijn hoogmoed.

 

 

 

35 : De profetie van Habakuk

 

Auteur — Habakuk

Tijd — 620 – 605 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met een klacht van Habakuk over het onrecht in Juda en zijn verbijstering dat God het boze en immorele volk van Babel niet oordeelt. God vertelt hem dan dat zijn volk moet blijven vertrouwen op zijn barmhartigheid zonder te letten op de omstandigheden om hen heen.

Het lijkt wel alsof de bozen voorspoed hebben terwijl de rechtvaardigen gekastijd worden. Maar deze voorspoed is slechts tijdelijk. God verlaat niet wie zijn geboden gehoorzamen en volgen: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (vgl. Psalm 73)

 

 

 

36 : De profetie van Sefanja

 

Auteur — Sefanja

Tijd — 635 – 615 v. Chr.

Samenvatting — Sefanja profeteerde tijdens de regering van koning Josia van Judea, na de wegvoering van de bevolking van het noordelijke rijk Israël. Josia voerde een grote godsdienstige hervorming door. Dat gebeurde na de slechte regeringen van de koningen Manasse en Amon, die het volk tot allerlei vormen van afgoderij hadden gebracht.

Maar het volk volgde Josia niet in deze terugkeer tot God. Sefanja kondigt daarom een komend oordeel over Jeruzalem aan wegens hun zonden. Hij duidt dat aan als een ‘offermaaltijd’ van God, maar ook als ‘de dag des Heren’. Toch doet hij nog een dringend beroep op het volk om in berouw tot God terug te keren.  En hij besluit met een korte vooruitblik op het komende vrederijk van de Messias.

 

 

 

37 : De profetie van Haggai

 

Auteur — Haggai

Tijd — 520 – 505 v.Chr.

Samenvatting — Haggai spoort de uit ballingschap teruggekeerde Joden aan om God oprecht te dienen. Hij vermaant hen: “Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!”, en roept hen op de Tempel te voltooien waarvan de fundamenten al achttien jaar eerder waren gelegd. Hij wijst op het feit dat hun huidige problemen alles te maken hebben met hun houding die meer is geïnteresseerd in hun eigen huizen dan in Gods ‘huis’.

Het volk antwoordt positief en in 516 voor Christus komt de Tempel gereed. Ook zegt Haggai dat de heidense rijken door God vernietigd zullen worden, en als de Messias komt zal Juda verheven worden. Het is een korte profetie en de boodschap wordt verder uitgewerkt door Zacharia, een (vermoedelijk jongere) tijdgenoot.

 

 

 

38 : De profetie van Zacharia

 

Auteur — Zacharia

Tijd — 520 – 490 v.Chr.

Samenvatting — Zacharia was een jongere tijdgenoot van Haggai. Hij neemt Haggai’s oproep om de tempel te herbouwen, over. En ook hij benadrukt de noodzaak tot bekering. Een deel van zijn boodschap bestaat uit een serie visioenen over de toekomst. Het bevat aanwijzingen over de komst van de Messias. Het boek eindigt met beschrijvingen van het oordeel over de vijanden van Jeruzalem, en van de toekomstige heerlijkheid van het Koninkrijk Gods.

 

 

 

39 : De profetie van Maleachi

 

Auteur — Maleachi

Tijd ca. 430  v.Chr.

Samenvatting — De profetie van Maleachi stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Nehemia terug was naar het hof van de Perzische koning. Het volk is weer laks geworden en heeft een steeds oppervlakkiger houding aangenomen tegenover God en de eredienst. Een eeuw na de herbouw van de tempel zijn hun verwachtingen van de komst van de Messias nog steeds niet vervuld. Maleachi schrijft dat hun offers onaanvaardbaar zijn voor God; mannen plegen echtbreuk, en de priesters verwaarlozen Gods verbond.

 

 

 

40 : Het evangelie van Matteüs

 

Auteur — Matteüs, ook genaamd Levi, een tollenaar

Tijd — 4 v.Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Matteüs wil aantonen dat Jezus de beloofde Koning (Messias) uit het huis van David is, die zijn volk zou bevrijden. Er ligt veel nadruk op de vervulling van de messiaanse profetieën. Maar die bevrijding zou niet komen door militair geweld; de Messias kwam hen niet bevrijden van de Romeinen, maar van zonde en dood.

Hij zou de lijdende Knecht van Jesaja zijn. Matteüs begint met: “Geslachtsregister van Jezus Christus (= Jezus de ‘Messias’), de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matt. 1:1). Daarmee introduceert hij Hem als de beloofde zoon van David en de beloofde nakomeling van Abraham. Het geslachtsregister identificeert Hem ook als de wettige troonopvolger. Matteüs is daarom ook de evangelist die de poging beschrijft van de zittende koning om deze ’concurrent’ uit de weg te ruimen.

Dit zet het toneel voor de voortdurende strijd tussen Gods koning en de politiek van de wereld. Daarnaast bevat dit evangelie veel van Jezus’ leer. Er ligt nadruk op het contrast met de Wet, en met de overlevering van de Joodse schriftgeleerden. Dit evangelie is waarschijnlijk in de eerste plaats geschreven voor Joodse lezers.

 

 

 

41 : Het evangelie van Marcus

 

Auteur Johannes Marcus, de neef van Barnabas

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Men denkt dat Marcus als eerste van de vier Evangeliën is geschreven. Het concentreert zich vooral op de laatste week van Jezus’ leven. Zes van de zestien hoofdstukken gaan over deze periode; de voorafgaande tien zijn vooral een inleiding daarop. Dat legt de nadruk heel sterk op zijn sterven en opstanding, en de gebeurtenissen daar omheen.

Marcus’ verhaal begint met een combinatie van een tweetal OT profetieën als inleiding op het werk van Johannes de Doper. Hij presenteert zijn verslag als de beschrijving van de vervulling van alles wat in dat OT stond aangekondigd. Dit evangelie volgt eenzelfde pad als dat van Matteüs. Het bevat echter weinig leer, maar wel een aantal genezingen.

Marcus tekent Jezus daarmee vooral als de genezer, in geestelijke zin, van zijn volk. Bij oppervlakkig lezen lijkt dit het meest simpele verhaal, maar het staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament en van daarop gebaseerde symboliek.

 

 

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

42 : Het evangelie van Lucas

 

 

Auteur — Lucas, de geneesheer

Tijd— 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Lucas is de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, en schrijft in de eerste plaats voor niet-Joden. Hij gebruikt veel minder typisch Joodse termen of legt die, waar nodig, uit. Ook Lucas introduceert Jezus als de nakomeling van David, nu via zijn moeder.

Tegelijkertijd noemt hij Hem de ‘zoon van God’, als een tweede Adam, maar nu een Adam die niet faalt. In dit Evangelie ligt de nadruk op de eisen van discipelschap. Het tweede deel van zijn prediking – tot aan de intocht – wordt beschreven als één lange reis naar Jeruzalem, waar Hij zijn verlossingswerk tot stand moet brengen, door Zich te laten terechtstellen aan een kruis.

 

 

 

43 : Het evangelie van Johannes

 

 

Auteur — Johannes, de geliefde discipel, neef van Jezus

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Dit evangelie is veel later geschreven dan de andere. Het veronderstelt de feitelijke gebeurtenissen inmiddels bekend, en gaat in op de diepere betekenis daarvan “opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” (20:31). Hij geeft Jezus’ wonderen als ‘tekenen’ dat Hij de beloofde Messias is. In zijn toespraken gaat Jezus hier veel dieper.

Veel van Jezus’ toenmalig gehoor heeft die niet begrepen, omdat ze zijn woorden te letterlijk namen. Johannes begint met Jezus te beschrijven als de vervulling van al Gods beloften, en hij beschrijft dat als de schepping zelf. Dat is kenmerkend voor Johannes. Hij ziet voorbij aan de fysieke werkelijkheid, en zoekt naar de betekenis daarachter.

Niet de fysieke schepping van hemel en aarde is kenmerkend voor Gods activiteit, maar zijn plan daarmee: dat plan was als het ware God. ‘Het begin’ wordt niet gekenmerkt door het tot stand komen van hemel en aarde, maar door Gods openbaring van dat plan: “In den beginne was het Woord [nl. van Gods openbaring] en het Woord was bij God en het Woord was God” (1:1,).

Alles wat Hij daarbij had aangekondigd, is nu werkelijkheid geworden in zijn Zoon, de Verlosser: dat woord “is vlees geworden” [dwz. de Verlosser die eerst slechts als belofte bestond, is nu verschenen als reëel mens] “en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig geborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (1: 14,).

 

 

 

44 : De handelingen van de apostelen

 

Auteur — De evangelist Lucas

Tijd — 30 – 62 na Chr.

Samenvatting — Het boek Handelingen beschrijft de uitvoering van Jezus’ opdracht aan de apostelen: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” (Matteüs 28:19). Maar Lucas maakt in zijn openingszin duidelijk dat we dit moeten zien als de voortzetting van het werk dat Jezus tijdens zijn dagen op aarde was begonnen, en dat Hij nu, door zijn apostelen, voortzet. We lezen over de vestiging van gemeenten overal in het Romeinse Rijk.

Die gemeenten steunen aanvankelijk nog steeds op Jeruzalem als hun ‘centrum’. Maar met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 zal dat centrum wegvallen. Er is dus haast, want binnen 40 jaar zal die groep van afzonderlijke gemeenten gezamenlijk de christelijke kerk vormen en op eigen benen moeten kunnen staan.

In de begintijd is de christelijke gemeente nog een groep binnen het totale Joodse spectrum en blijft de prediking voornamelijk beperkt tot Joden. Maar al na enkele jaren begint er een scheiding te ontstaan tussen de gemeente en het Jodendom. En in de periode 40-45 na Chr. beginnen sommigen ook aan niet-Joden te prediken en ontstaat in het gebied van het huidige Syrië de term christenen.

Het verslag van de prediking van daaruit in de rest van het Rijk wordt ons verteld vanuit het werk van de apostel Paulus. Het boek eindigt in 62, kort voor het begin van de Joodse opstand die uiteindelijk zal leiden tot de val en verwoesting van Jeruzalem.

 

 

 

45 : De brief van Paulus aan de Romeinen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 57/58 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven kort voor Paulus’ vertrek naar Jeruzalem (Handelingen 20:3), waarschijnlijk vanuit Korinthe. Hij werd in zijn predikingswerk gehinderd door Joodse predikers die verkondigden dat de nieuwe bekeerlingen zich aan de Joodse wet moesten houden. Om die reden wil hij de gemeente te Rome bezoeken om ze daartegen te waarschuwen.

Maar omdat hij eerst de opbrengst van een collecte voor de armen van Jeruzalem moet afleveren, schrijft hij alvast een brief (Romeinen 15:22-26). Daarin zet hij de verschillen uiteen tussen het op de wet gebaseerde Oude Verbond en het Nieuwe Verbond in Christus. Het gaat om ‘leven naar de geest’ tegenover het ‘leven naar het vlees’ uit hun tijd van onwetendheid. In hoofdstuk 6 introduceert hij de term ‘medegekruisigd’ (zie bladzij 103).

Daarnaast gaat hij ook uitgebreid in op de vraag hoe zij met elkaar moeten omgaan en hoe de ‘sterken in geloof’ de ‘zwakken’ moeten ontzien. Niet wie er gelijk heeft is van belang, maar of zij de zwakken opbouwen. Tenslotte vermaant hij ze om zich niet te verzetten tegen de overheid; hun geloof is geen vrijbrief voor onwettig gedrag.

 

 

 

46 en 47 : De brieven van Paulus aan de Korintiërs

 

Deze twee brieven zijn waarschijnlijk de tweede en vierde brief die Paulus aan deze gemeente schreef. De overige twee zijn niet bewaard gebleven, blijkbaar omdat die voor ons niet nuttig zijn. De twee worden hieronder apart behandeld:

1 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Paulus’ antwoord op een reeks vragen over de praktijk van het leven in Christus, die de gemeente van Korinte hem per brief heeft voorgelegd. Tevens reageert hij op wat hij van de brengers van die brief heeft gehoord. Net als de filosofenscholen vormen zij rivaliserende groepen; hij vermaant hen het evangelie niet te vermengen met elementen uit Griekse filosofie.

Ook moeten zij het evangelie niet zien als een vrijbrief voor een bandeloos leven. Korinte was een havenstad met veel zedeloosheid; daar moeten ze nu afstand van nemen. Evenmin moeten ze de geestesgaven zien als speeltjes: het spreken in tongen mag nog zo interessant zijn, het gaat erom je medegelovigen op te bouwen.

Tenslotte spreekt hij hen in felle bewoordingen aan op hun verwerping van de opstanding. In het slotwoord vraagt hij hun medewerking aan een collecte voor Jeruzalem.

 

 

2 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Uit deze brief valt op te maken dat er problemen waren ontstaan in de gemeente. Er zijn Joodse predikers langsgekomen, die leren dat ook zij zich aan de wet moeten houden. Ze hebben kennelijk beweerd dat Paulus geen echte apostel is, en het alleen maar doet om het geld, en dat hij valse leer predikt.

Een kort bezoek van Paulus aan Korinte heeft geleid tot een ernstige confrontatie tussen hem en een aanhanger van die Joodse predikers. Terug in Efeze heeft hij hen door Titus een brief laten brengen, die hen tot inkeer heeft gebracht. Ze hebben de schuldige ter verantwoording geroepen. Van Titus heeft Paulus nu vernomen dat alles weer in orde is. Deze kwestie zal de reden zijn geweest voor zijn brief aan de Romeinen.

Toch heeft hij nog een probleem. Ze hebben de collecte voor Jeruzalem verwaarloosd. Andere gemeenten hebben wel hun best gedaan en hij wil het geld nu naar Jeruzalem brengen. Hij moet ze aansporen die zaak weer ter hand te nemen, zonder de schijn te wekken dat het hem inderdaad alleen maar om het geld is te doen.

 

 

 

48 : De brief van Paulus aan de Galaten

 

Auteur — Paulus

Tijd — 48 na Chr.

Samenvatting — Dit is feitelijk Paulus’ eerste brief die we in de Bijbel bezitten. Hij komt voort uit de gebeurtenissen van Handelingen 15:1-2. Bepaalde Joodse christenen predikten dat ook gelovigen uit de heidenen zich moesten laten besnijden en zich aan de bepalingen van de wet houden, om behouden te kunnen worden.

Met deze prediking hebben zij ook de gemeenten in Galatië, die Paulus en Barnabas op de eerste zendingsreis hadden gesticht, in verwarring gebracht en beïnvloed. De gemeente te Antiochië besluit Paulus en Barnabas naar de apostelen en oudsten te Jeruzalem te zenden voor een beslissing in deze zaak. Maar nog voordat hij daarheen vertrekt, zendt Paulus de gemeenten in Galatië alvast deze brief, waarin hij zijn zienswijze in deze zaak uiteenzet.

Zijn toon is emotioneel, omdat hij een dringend beroep op de gemeenten doet niet terug te vallen in het oude wettische denken. Hij noemt deze prediking ‘een ander evangelie’. Paulus redeneert dat zowel Jood als Griek beiden in Christus hun volledige behoudenis hebben. Paulus laat zien dat alle wettische afwijkingen van het evangelie afvalligheden zijn en zo gezien moeten worden.

 

 

 

49 : De brief van Paulus aan de Efeziërs

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is waarschijnlijk een algemeen rondschrijven geweest aan alle gemeenten waar Paulus een relatie mee had. Dit blijkt o.a. uit het feit dat hij uitsluitend principiële zaken behandelt en niet in gaat op plaatselijke problemen. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die zij in Christus hebben.

Onderdeel daarvan is dat zij niet langer afgescheiden zijn van het verbondsvolk, maar daar nu zelf deel van uitmaken. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel dat wat zij ontvangen hebben ook weer uitstralen en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Zij zijn niet langer als de heidenen om hen heen, die God niet kennen, maar als kinderen des lichts, die liefde tonen en wier handel en wandel oprecht is tot aan de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

 

50 : De brief van Paulus aan de Filippenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60- 62 na Chr.

Samenvatting —Deze brief zal zijn geschreven gedurende de gevangenschap van Paulus te Rome (Handelingen 28:30). Hij kan nu niet zelf rondtrekken, maar hij houdt contact met de door hem gestichte gemeenten door zijn medewerkers zoals Timoteüs en Titus. Hij verwacht echter zelf spoedig in vrijheid gesteld te worden, en dan wil hij hen ook zelf bezoeken (vers 24).

In bedekte termen waarschuwt hij opnieuw voor valse predikers die de besnijdenis prediken. Hij noemt dat ‘versnijdenis’ (verminking) en duidt de predikers aan als honden (verg. Matteüs 7:6 en Openbaring 22:15) en slechte arbeiders (verg. Lucas 13:27, werkers der ongerechtigheid).

 

 

 

51 : De brief van Paulus aan de Kolossenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief stamt uit dezelfde tijd als die aan Filippi. Paulus heeft via zijn ‘netwerk’ informatie ontvangen over de gemeente te Kolosse, waar hij zich zorgen over maakt. Zij dreigen te vallen voor de aandrang van Joodse predikers, die hen leren dat zij zich aan de bepalingen van de wet moeten houden. Hij duidt die aan als drogredenen (Kolossenzen 2:4) en ‘grondbeginselen van de wereld’ (2:9 en 20).

Dat stadium zouden ze nu moeten zijn gepasseerd. Maar hij spreekt ook over wijsbegeerte (2:8), alsof er ook elementen van Grieks denken beginnen in te sluipen. In plaats daarvan spoort hij hen aan te zoeken naar dat wat van boven is, juist niet dat wat aards is (3:1-2, 5-7).

 

 

 

52 en 53 : De brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 50 na Chr.

Samenvatting — Deze beide brieven zijn geschreven aan de jonge gemeente te Tessalonica, vanuit Korinte, waar Paulus 1 ½ jaar heeft gewerkt. Paulus had Tessalonica overhaast moeten verlaten nadat de Joodse gemeente daar hem had aangeklaagd bij de Romeinse autoriteiten. Hij had zijn prediking daarom niet af kunnen maken.

Na Tessalonica had hij nog enige tijd gepredikt in Berea, totdat de Joden uit Tessalonica hem ook dat onmogelijk maakten. Zie Handelingen 17:1-14. Vandaar was hij vertrokken naar Athene, totdat hij daar problemen kreeg met de Griekse autoriteiten en ook die stad moest verlaten.

Vandaar vertrok hij naar Korinte. Paulus is blij met het nieuws dat hij ontvangt, maar ziet in dat hij bepaalde dingen verder moet uitleggen, vooral met betrekking tot de wederkomst van Christus. Dat doet hij in de eerste van deze beide brieven.

 

 

De mens in geloof

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 54 en 55 : De brieven van Paulus aan Timoteüs

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting — Timoteüs en Titus waren jonge medewerkers van Paulus tijdens zijn zendingswerk. Deze twee brieven – bekend staand als de pastorale brieven – zijn geschreven in de korte periode tussen Paulus’ eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16) en zijn dood. Paulus beseft dat de Joodse opstand, die zal leiden tot de vernietiging van Jeruzalem en de tempel, niet ver meer weg is, en dat hij dus weinig tijd meer heeft.

Uit de brief aan Titus blijkt dat hij na zijn vrijlating in 62 na Chr. met grote ijver bezig is te prediken in de streken ten oosten van Italië waar hij nog niet geweest was. Hij moet nu meer overlaten aan zijn jonge medewerkers die zijn taken binnenkort zullen moeten overnemen. Ten tijde van zijn tweede brief aan Timoteüs zit hij alweer opnieuw gevangen te Rome en hij verwacht binnenkort ter dood gebracht te zullen worden. Dit is de laatste brief die we van Paulus bezitten.

 

 

 

56 : De brief van Paulus aan Titus

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting- Deze brief bevat veel dat we ook in de eerste brief aan Timoteüs vinden. Zo vinden we dezelfde opsomming van vereisten aan ambtsdragers. Ook Titus zou op korte termijn de taken van Paulus moeten overnemen. Titus zit nu op Kreta, waar hij de gemeente op orde moet brengen. Maar Paulus is van plan hem af te lossen door iemand anders (3:12), en vraagt Titus hem dan te komen helpen met de prediking in Nikopolis (een plaats aan de westkust van Griekenland).

 

 

 

57 : De brief van Paulus aan Filemon

 

Auteur — Paulus

Tijd — 62 na Chr.

Samenvatting —Een brief van Paulus aan een individuele gelovige, Filemon, te Kolosse. Deze Filemon was kennelijk een welgesteld man met huispersoneel en een huis dat groot genoeg was voor de wekelijkse bijeenkomst. Paulus prijst zijn gastvrijheid jegens zijn geloofsgenoten. Maar Onesimus, een slaaf van hem, is weggelopen en naar Rome gevlucht waar hij Paulus heeft ontmoet (die hij gekend zal hebben).

Hij is nu een broeder in het geloof en een ijverig assistent van Paulus. Maar Paulus zendt hem terug naar zijn meester. Paulus dringt er bij Filemon op aan hem niet te straffen (op weglopen stonden zware straffen) maar hem te ontvangen als een broeder. En mocht er financiële schade zijn dan verklaart Paulus zich bereid die te vergoeden. Paulus laat doorschemeren dat hij als apostel feitelijk het gezag heeft Filemon te bevelen, maar laat hem de keuze.

 

 

 

58 : De brief aan de Hebreeën

 

Auteur Een onbekende bekeerde schriftgeleerde

Tijd — rond 65 na Chr. (kort voor de Joodse opstand

Samenvatting — Deze brief heeft geen opschrift met schrijver of geadresseerden. Maar hij bevat aan het slot wel de aankondiging van een voorgenomen bezoek, dus hij moet wel degelijk zijn geschreven aan een specifieke gemeente; het is geen algemeen rondschrijven. Op grond van de inhoud en het slot is aan te nemen dat hij is geschreven aan Joodse christenen in Rome.

Uit de inhoud kan worden opgemaakt dat deze Joodse christenen dreigen af te vallen van de christelijk beginselen en terug te keren naar hun vroegere Jodendom, waarschijnlijk uit angst voor vervolging door keizer Nero. Het antwoord van de schrijver is een uitgebreide uitleg van de achterliggende boodschap van de Mozaïsche wet.

De wet ‘toont slechts een voorafschaduwing van al het goede dat nog komen moet en laat niet de gestalte zelf daarvan zien’ (10:1). De werkelijkheid waarnaar de wet verwijst duidt hij regelmatig aan met woorden als beter, groter of verhevener.

 

 

 

59 : De brief van Jakobus

 

Auteur — Jakobus

Tijd — 43 – 50 na Chr.

Samenvatting — De brief van Jakobus gaat vooral over de praktijk van het leven in Christus. Hij is gericht aan ‘de twaalf stammen in de verstrooiing’, dus aan de Joden buiten Juda en Galilea. Maar zijn voorbeeld van de boer die wacht op de ‘regens van het najaar en voorjaar’ (: de vroege en late regen) is duidelijk ontleend aan de situatie langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Sommigen denken daarom dat de geadresseerden vooral de Joden in Syrië zullen zijn geweest. Maar waar Paulus veel moest strijden tegen de neiging terug te keren naar de letterlijke bepalingen van de wet, benadrukt Jakobus het belang van de principes achter die bepalingen. Geloof alleen is niet voldoende, geloof moet blijken uit je daden.

Velen zien daarom een tegenstelling tussen Paulus en Jakobus. Maar beiden hebben het wel degelijk over hetzelfde, alleen bestrijdt de een afwijking naar de ene kant en de ander een afwijking naar de andere kant. Verder geeft Jakobus een reeks van praktijkvoorbeelden om zijn betoog te illustreren.

 

 

 

60 en 61 : De brieven van Petrus

 

Auteur — Petrus

1 Petrus

Tijd — ca. 63-64 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven aan de Christenen in Klein Azië om hen te waarschuwen dat zij zich niet moeten laten verleiden menselijke wegen te gaan. Petrus beseft dat de Joodse opstand (die zou beginnen in 66 na Chr.), die zou leiden tot de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel, niet ver weg meer is.

Petrus vreest dat zijn lezers wellicht de zijde van de opstand zullen kiezen en dat zou een fatale fout zijn. Zij moeten geduld oefenen, en de gang van zaken aan God overlaten. Zij zullen zware vervolging moeten ondergaan, maar God weet wat hen overkomt, en ze zullen volharding moeten tonen.

 

2 Petrus

Tijd ca. 64-65 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden, maar het ligt voor de hand dat dit dezelfden zijn als die van de eerste brief, waar hij ook naar verwijst (3:1). Hij verwacht spoedig om zijn geloof terecht gesteld te worden (1:14), en doet een laatste poging hen te waarschuwen voor de tijd die komen gaat. Hij dringt er opnieuw met alle kracht op aan standvastig te blijven in de tijd die er nu aankomt en niet af te vallen, net nu het er op aankomt.

Ze moeten vasthouden aan ‘de woorden van de profeten’, d.w.z. ons Oude Testament (1:19).   Hij verwijst naar zijn eigen aanwezigheid bij ‘Jezus’ verheerlijking op de berg’, die hem ten volle heeft overtuigd dat Jezus de beloofde Messias is. Hij herinnert hen aan Jezus’ waarschuwing dat ‘de dag des Heren’ (in de Bijbel: de dag van Gods oordeel) onverwacht zal komen (als een dief in de nacht), en dat ze niet moeten luisteren naar mensen die spotten dat hij niet gaat komen.

Tegenover het woord van de profeten zet hij de valse profeten die hen zullen proberen te misleiden; ook dat zijn woorden van Jezus. En hij wijst hen op de woorden van Paulus die hen heeft voorgehouden wat hun te wachten stond. Dit zou kunnen betekenen dat Paulus al terecht gesteld was.

 

 

 

62, 63 en 64 : De 3 brieven van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd — 85 – 100 na Chr.

Samenvatting — Dit zijn waarschijnlijk de laatste geschriften van het Nieuwe Testament. De situatie verschilt nu sterk van die tijdens de periode van de andere brieven. Er is geen enkele tendens meer naar het houden van de Mozaïsche wet, maar wel wordt het zuivere geloof nu bedreigd door de invloed van Griekse filosofie. Die manifesteert zich het sterkst in leer van de zgn. gnostiek. Deze leert globaal een volledige scheiding tussen geest en materie, en ‘ingewijd’ zijn is er een belangrijk element van. De aspecten die Johannes in zijn eerste brief bestrijdt zijn:

  • De leer dat Jezus en ‘de Christus’ verschillende personen zouden zijn. De goddelijke Christus zou bezit hebben genomen van de mens Jezus bij diens doop, en hem weer verlaten hebben bij zijn kruisiging. Zie bijv. 1 Johannes 2:22 en 2 Johannes 7.
  • De leer dat een mens met zijn materiële lichaam niet zou kunnen zondigen, maar alleen met zijn geest. Wat hij met zijn lichaam doet zou dus nooit zonde kunnen zijn. Zie bijv. 1 Johannes 1:10.
  • De opvatting dat de ingewijden op een hoger plan zouden staan dan de oningewijden, waarop zij dus kunnen neerzien. Johannes noemt dit: ‘je broeder haten’ (1 Johannes 2:9).

Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat Jezus zelf, in zijn rede op de Olijfberg (bijv. Matteüs 24) heeft gewaarschuwd voor valse profeten (mensen die ten onrechte beweren namens God te spreken) die de gelovigen zullen misleiden door een valse Christus te prediken.

Het begin van de eerste brief leest sterk als het begin van zijn Evangelie, en het feit dat hij van dat Evangelie zegt dat het is geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias (Christus) is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” maakt het aannemelijk dat het in dezelfde tijd is geschreven, en met hetzelfde doel.

 

 

 

65 : De brief van Judas

 

Auteur — Judas, de broer van Jakobus

Tijd — ca. 70 – 80 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden en zou een algemeen rondschrijven kunnen zijn geweest. Judas wil zijn lezers herinneren aan de waarschuwingen van Petrus in diens tweede brief. Hij geeft in het kort dezelfde boodschap en min of meer dezelfde voorbeelden. Hij zal zijn geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Ook Judas waarschuwt tegen valse leer.

Hij wijst op het thema in Petrus’ brief dat in Gods oordelen de weinige rechtvaardigen worden beschermd en gered, en voegt daar het voorbeeld van de exodus aan toe als waarschuwing dat niet allen die door God zijn geroepen ook daadwerkelijk het einddoel bereiken.

 

 

 

66 : De openbaring van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd 70 na Chr.

Samenvatting — Openbaring is een directe boodschap van Jezus aan zijn volgelingen, gegeven in een reeks visioenen aan de apostel Johannes. Johannes dateert deze reeks op ‘de dag des Heren’. Dit moet logischerwijze slaan op de ondergang van Jeruzalem in 70 na Chr., een parallel van de eerdere verwoesting van Jeruzalem onder de Babyloniërs, waarbij de profeet Ezechiël een soortgelijke boodschap kreeg (Ezechiël 24:1).

Na de val van Jeruzalem zou het verbondsvolk bestaan uit plaatselijke gemeenten te midden van een andersdenkende wereld, soms getolereerd, maar vaak ook vervolgd. Jezus’ boodschap moet de gelovigen voorbereiden op de nieuwe situatie. Kenmerkend is dat het boek vrijwel uitsluitend spreekt in symbolen. Maar elk daarvan komt van elders in de Bijbel, meestal het Oude Testament, soms het Nieuwe.

De inhoud van Jezus’ boodschap is dat het volk van het nieuwe verbond het er niet beter vanaf zou brengen dan het volk van het oude verbond. Nieuw t.o.v. de situatie in het Oude Testament zou echter zijn dat de vervolging van de overgebleven trouwe gelovigen niet zou komen van de kant van een vijandige heidense overheid maar van een systeem dat zou claimen de enige ware kerk te zijn.

Dit is een echo van Jezus’ woorden aan zijn discipelen in de bovenzaal: “Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen” (Johannes 16:2). De brieven aan de zeven gemeenten, waar de boodschap mee begint, illustreren hoe zelfs gemeenten die op korte afstand van elkaar wonen sterk in karakter kunnen verschillen. Het boek eindigt dan met Gods oordeel over dit volk van het nieuwe verbond – zoals er op dat moment aan de gang was over het volk van het oude verbond – en de definitieve vervulling van Gods plan.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Advertenties

De ontmoeting met Petrus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

pope-peter_pprubens

 

 

Een van de bekendste personen in het Nieuwe Testament is de apostel Petrus. Met hem kunnen we ons vaak zo goed vereenzelvigen, vooral in zijn menselijkheid herkennen we onszelf. We vinden hem beschreven als een emotionele en impulsieve man.

Iemand die heel direct was in zijn reacties, die eerst sprak en dan dacht. Maar ook een man die worstelde met zijn geloof, en al worstelend in zijn leven met Jezus zowel hoogtepunten als dieptepunten kende.

Zijn geboortenaam was Simon. Hij was opgegroeid in Betsaïda en ging – evenals zijn broer Andreas – wonen in Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea waar ook Jezus woonde. Ze waren vissers van beroep en volgelingen van Johannes de Doper, tot het moment dat Jezus hen riep tot zijn dienst:

“Toen Hij (Jezus) langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken, zij lieten meteen hun netten achter en volgden hem” (Matteüs 4:18-20).

 

In het parallelle verslag in Lucas 5 zien we dat Petrus Jezus aansprak met de koninklijke titel Heer, nadat hij op aanwijzing van Jezus veel vissen had gevangen. Toen Simon Petrus dat zag viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei:

‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.”.

 

Zijn vertrouwen in Jezus was zo groot dat hij tijdens een storm, toen Jezus lopend over het water op weg was naar hun boot, Jezus tegemoet wilde gaan. Petrus antwoordde:

‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.

 

Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. (Matteüs 14: 28-29). Vol vertrouwen liep hij over het water naar Jezus. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit:

‘Heer, red me!’

 

Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei:

‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld’?” (vs.30-31).

 

Deze vraag was niet alleen voor Petrus bedoeld, maar voor alle volgelingen van de Here. Jezus bestrafte hier niet de golven, maar Petrus. Pas toen zij in de boot waren, kwam de storm tot rust. Jezus wilde duidelijk maken dat in geloof alles mogelijk is, wat of de omstandigheden ook zijn.

Eens vroeg Jezus zijn discipelen:

“Wie zeggen de mensen dat ik ben?” (Matteüs 16:13).

 

De discipelen noemden op: Johannes de Doper, Elia, een van de profeten. Jezus keek hen daarna aan en stelde de vraag waar het eigenlijk om ging:

“En wie ben ik volgens jullie?”

 

Petrus antwoordde direct:

“U bent de messias, de Zoon van de levende God”.

 

Hier toonde hij groot geloof. Op deze belijdenis kreeg hij twee grote beloften. Daarin zien we waarom Jezus aan Simon de naam Petrus – wat rots betekent – gaf.

De eerste is: “en Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen” (Matteüs 16:18). 

De tweede is: “Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

 

In zijn rede in Lucas 11:52 vinden we het antwoord op wat Jezus bedoelde:

“Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden”.

 

Petrus kreeg geen macht om mensen wel of niet toe te laten tot het eeuwig leven. Die macht heeft alleen Jezus van Zijn Vader gekregen. In deel twee zullen we een vervulling van deze sleutelbelofte zien. Maar toen Jezus zijn lijden aankondigde, liet Petrus merken dat hij dit niet begreep. Ook toen nam hij direct het woord, dacht het beter te weten dan zijn Heer en was heel opgewonden:

“Petrus nam hem ter zijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!”

 

De woorden die Jezus daarop sprak waren een schok voor Petrus: Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden:

‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen’ (Matteüs 16:22-23).

 

Hij wordt hier satan, een tegenstander genoemd. Niet alleen moest Jezus zelf naar het kruis gaan, maar ieder die zijn discipel wil zijn moet hetzelfde doen.

Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Matt. 24:12 ; de liefde van velen zal verkouden- Brussel 22/03/2016

Standaard

categorie : religie

 

 

Jezus zei: Matt. 24:12   

 

En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden,

zo zal de liefde van velen verkouden.

 

 

ikben

 

 

Hier, in het 24e hoofdstuk van Mattheüs, houdt Jezus Zijn langste betoog over het einde van dit tijdperk en van de tekenen van Zijn komst. Tussen al de profetieën over aardbevingen, plagen, valse profeten en roerige politieke situaties is hier deze ene korte stelling over een VERMINDEREN van LIEFDE.

Deze vermindering van liefde  moet, noodzakelijkerwijs, een vermindering van Ware Geestelijke Inhoud betekenen, want, zoals de Bijbel zegt: Die niet liefheeft, heeft God niet gekend; want God is liefde (1 Joh. 4:8).

Ongerechtigheid heeft zich nu bijna 2000 jaar vermenigvuldigd. Geen wonder dan dat, aan het einde, de liefde van velen zo koud zal worden, dat het uiteindelijk een TEKEN van de GROTE en LAATSTE AFVAL wordt, die is voorspeld door de Apostel Paulus in 2 Thessalonisenzen 2:3.

Je herinnert je misschien dat onze Heer zei: Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander (Joh. 13:35). Het woord dat vertaald wordt met liefde is AGAPE, wat betekent “aktieve toewijding aan het welzijn en het geluk van degene die geliefd wordt”. Dit is die liefde, die geeft zonder kosten of beloning te berekenen en naar God kijkt voor erkenning.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bijbelboeken.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Afbeelding-Wegwijs---Hoe-zit-de-Bijbel-in-elkaar---IBB

 

 

 

Het tweede deel van het Oude Testament

 

Het tweede deel van het Oude Testament staat bekend als de historische boeken van de Bijbel. Nadat zij veertig jaar door de woestijn gezworven hadden en Mozes gestorven was, begon God de Israëlieten over de rivier de Jordaan te verhuizen. Onder leiding van Jozua en Kaleb trokken zij het Beloofde Land binnen. Deze boeken vertellen over hun reis naar en hun leven in het land van Kanaän. Dat leven was niet eenvoudig, want ze woonden omringd door vijandige landen met bijgelovige, godslasterlijke gebruiken en wrede gewoontes. De Israëlieten werden in een leven van geestelijk verval gezogen.

 

Er zijn twaalf historische boeken:

  • Jozua, Rechters en Ruth vertellen over de vroegste geschiedenis van de Joden.
  • 1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken beslaan ongeveer 500 jaar en beschrijven hoe Juda aan Babylon ten prooi viel.
  • Ezra, Nehemia en Ester gaan over hun leven in ballingschap, hun bevrijding en het herstel van Jeruzalem.

 

 

 

 Hun boodschappen

 

Josua

De boodschap van Jozua is zijn enorme Godsvertrouwen dat hem de moed en kracht gaf om het Hebreeuwse volk het Beloofde Land binnen te leiden. De eerste helft van zijn boek vertelt over de voortdurende strijd en moeilijkheden om het land te bereiken en te bewonen. De tweede helft van het boek verhaalt over de landsdelen die God toewees aan de verschillende stammen van Juda.

Rechters

Het boek Rechters beslaat 325 jaar en laat zien dat het oordeel van God over onrecht ten uitvoer gebracht zal worden, maar dat Zijn vergeving en de mogelijkheid tot verzoening beschikbaar zijn voor wie tot inkeer komt. Kanaän was bewoond geweest door diverse godslasterende en slechte volken die vele valse goden en afgoden vereerden. De Israëlieten deden concessies en stonden toe dat invloeden van die praktijken hun intrede deden in hun manier van leven, en hen aantastten.

Ruth

Het onderwerp van het boek Ruth bevestigt dat mensen zelfs in donkere tijden Gods liefde en bescherming zullen ervaren, als zij ernaar streven om God te dienen en niet zichzelf.

 

 

De volgende zes boeken, 1 Samuël tot en met 2 Kronieken, beslaan een 500-jarige periode.

 

  • 1 Samuël brengt de overgang van priesters en rechters als heersers naar koningen. Nadat de leiders van Israël Gods Wet verlaten hadden, gaf God toestemming voor een nieuwe vorm van leiderschap. Saul werd geïnstalleerd als de eerste door God aangewezen koning van Israël. Nadat Saul de grenzen van zijn koningschap had overschreden werd David tot koning gezalfd en een verslag van zijn koningschap is te lezen in 2 Samuël.
  • De twee boeken van Koningen vergelijken de levens van degenen die voor God leven, en degenen die zich tegen Hem verzetten. Deze boeken vertellen de verhalen van Salomo, Elia, Elisa, Achab en de slechte Izebel.
  • De boeken 1 en 2 Kronieken gaan over de geschiedenis van Israël, Salomo, bijzonderheden over de bouw van de tempel, de tweedeling van Israël en de verbanning van Juda naar slavernij in Babylon.

Deze negen boeken besluiten met de gevangenschap van Gods volk, de gestolen tempelschatten en de verwoesting van Salomo’s tempel.

 

 

Vrijlating en herstel

 

Ezra, Nehemia en Ester ronden het historische deel in het Oude Testament af. Oorspronkelijk werden Ezra en Nehemia beschouwd als één boek. Nadat zij als slaven naar Babylon zijn gevoerd ziet het er niet best voor hen uit, maar het boek van Ezra begint met een gunst die verleend wordt.

Cyrus, de koning van Perzië, verklaarde dat de Heer hem opgedragen had om sommigen van de Hebreeuwse gevangenen vrij te laten en terug te laten keren naar het land van Juda. De anderen volgden snel. Ezra en Nehemia beschrijven de terugkeer en de wederopbouw en de opleving van Gods volk.

Hoewel de Bijbel Ester na het boek van Nehemia plaatst, zouden de gebeurtenissen in Ester ongeveer dertig jaar eerder hebben plaatsvonden dan die in het boek van Nehemia. Het verhaal bevat intrige, romantiek en een vertoon van Gods machtige soevereiniteit.

De historische boeken illustreren de pieken en dalen van de zonde, herstel, wonderen, afwijzing en oordeel. Door de eeuwen heen zien we dat het Joodse volk veel lessen verschaft waar ook wij vandaag de dag wat aan hebben. God verkoos het Joodse volk om getuige te zijn en verlossing te brengen aan alle andere volken op aarde.

Voordat de Messias, Jezus Christus van Nazareth, geopenbaard werd en het christendom begon, toonden deze boeken de principes van christelijke liefde voor de vijand, vergeving en Gods genade en barmhartigheid.

Hoewel het Joodse volk in geestelijk verval raakte, was en is de mogelijkheid voor herstel bij God door inkeer altijd beschikbaar. Velen van hen hadden er moeite mee om waarachtig en trouw te blijven. Hun voortbestaan en toewijding dienen als uitstekende voorbeelden.

 

 

 

Dit zijn enkele noemenswaardige verzen uit deze boeken:

 

1 Samuël 15:22-23 zegt: “Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de Heer verworpen; daarom verwerpt Hij u als koning!”

In 2 Kronieken 7:14 staat: “…en wanneer dan Mijn volk, het volk dat Mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend Mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal Ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.”

2 Kronieken 30:9 zegt: “Want als u terugkeert tot de Heer, zullen uw verwanten en uw kinderen genadig behandeld worden door degenen die hen hebben weggevoerd, en zullen ze weer naar dit land mogen terugkeren. De Heer, uw God, is immers genadig en liefdevol; als u naar Hem terugkeert, zal Hij zich niet van u afwenden.”

 

 

SADH_poster_bijbel

 

 

 

 

Overzicht van het Oude Testament

 

Een inleiding

 

De bestudering van het Oude Testament verschaft een waardevolle en noodzakelijke ondergrond voor begrip van het Nieuwe Testament en hoe we dat op ons leven moeten toepassen. In het Oude Testament ontdekken we hoe alle geschiedenis tot stand gekomen is en lezen we over Gods relatie met de mensheid.

Het Oude Testament is oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws. Enkele kleine tekstdelen zijn in het Aramees geschreven. Het omvat 39 boeken en net als het Nieuwe Testament kan het opgedeeld worden in vijf delen:

De Pentateuch (bestaande uit de eerste vijf boeken) bevat de wetten en instructies die aan Mozes en het volk van Israël gegeven zijn. Mozes heeft de boeken Genesis tot en met Deuteronomium geschreven.

De historische boeken (Jozua tot en met Ester) worden toegeschreven aan Jozua.

De poëtische boeken zijn geschreven door verschillende auteurs (Job tot en met Hooglied). Het meest gelezen boek van deze vijf is wellicht het boek Psalmen; liederen die hoofdzakelijk door David geschreven zijn.

Er zijn vier grote profeten — Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Heel toepasselijk worden deze mannen boodschappers van God genoemd, omdat hun geschriften samengesteld zijn vanuit een profetisch oogpunt.

De kleine profeten zijn Hosea tot en met Maleachi. Zij worden “klein” genoemd vanwege het feit dat hun geschriften korter zijn dan de boeken van de grote profeten.

 

 

 

De leer

 

Een overzicht van het Oude Testament toont onze basis van het begin van het leven tot het nieuwe leven dat geboden wordt in het Nieuwe Testament. Alle Bijbelboeken zijn geschreven door mannen van God die door God geïnspireerd waren. Daarom is elk woord gegeven om te leren, onderwijzen, corrigeren en als richtlijn voor het dagelijks leven.

 

(2 Timoteüs 3:16-17). “Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust” .

 

Uiteindelijk gaat Gods Woord over Zijn doel en relatie met de mensheid:

(1 Tessalonicenzen 2:13 ) “Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u Zijn Woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het Woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft.”

 

 

 

 Het volbrachte doel

 

Een overzicht van het Oude Testament bevat vele profetieën over Jezus Christus, de Messias, Gods reddende plan en Zijn beloftes, die vervuld worden in het Nieuwe Testament. Jezus Christus  is de hoop en het onderliggende thema van alle Bijbelboeken, inclusief het Oude Testament.

In Lucas 24:27 legde Jezus Zijn apostelen de Bijbel uit: “Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de profeten.”

Het Nieuwe Testament geeft meerdere malen aan dat Jezus niet gekomen was om de Wet uit het Oude Testament af te schaffen. In Matteüs 5:17-18 zei Jezus:

“Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn”.

 

Een begrip van het Oude Testament is essentieel om een volledig beeld te krijgen van Gods karakter en Zijn reddende werk door de geschiedenis heen. Gods karakter, Zijn eigenschappen en daden, Zijn lange lijden, Zijn liefde, barmhartigheid en vergeving ontvouwen zich vanaf het begin van de schepping tot aan de beloofde wederkomst van Christus.

 

 

 

Overzicht van het Nieuwe Testament

 

Wat is een goed overzicht van het Nieuwe Testament?

 

In een overzicht van het Nieuwe Testament zul je een inleiding, geschiedenis en genealogie vinden, en daarnaast de verklaring of uitleg van teksten en hun toepassingen op het leven. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk geschreven in alledaags Grieks in de periode tussen 45 en 95 na Christus. De Griekse taal en godsdienstige overtuigingen hebben veel invloed gehad op de Joodse en heidense bewoners van de regio, en blijken duidelijk in de boeken van het Nieuwe Testament.

Over het algemeen wordt het Nieuwe Testament in vijf gedeeltes opgedeeld:

 

 

De Evangeliën zijn geschreven vanuit vier verschillende perspectieven ( Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) maar horen wel bij elkaar.

Handelingen heeft betrekking op historische gebeurtenissen; ook wel “Handelingen der Apostelen” genoemd.

De Epistels (zendbrieven) zijn geschreven door Paulus en te vinden in de boeken Romeinen tot en met Filemon.

De Algemene Epistels zijn door diverse schrijvers geschreven en zijn te lezen in Hebreeën tot en met Judas.

Het boek Openbaring (dat hoofdzakelijk uit profetieën bestaat)is geschreven door Johannes tijdens zijn gevangenschap op het eiland Patmos. Net als de rest van de Bijbel wordt van al deze Schriftteksten gesteld dat zij ingegeven zijn door God Zelf en dat de schrijvers door de Heilige Geest geleid werden.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

Door John Astria

 

 

 

Wat kunnen wij leren van het overzicht van het Nieuwe Testament?

 

Een overzicht van het Nieuwe Testament laat in de vier Evangeliën zien dat we kunnen leren over de geboorte, bediening, kruisiging en opstanding van Jezus. Evangelie betekent het Goede Nieuws van Jezus Christus. De Israëlieten wachtten op de komst van de beloofde Messias. God zond Jezus als vleesgeworden God, om die Messias te zijn.

  • Matteüs 1:1 begint met de genealogie van Jezus die bewijst dat de profetieën uit het Oude Testament over Zijn afkomst en geboorte zijn uitgekomen zoals ze voorzegd waren. Helaas moet Matteüs ons laten zien dat Jezus niet herkend werd door sommige Joden. Maar Hij bleef onderrichten en prediken tot Hij daarvoor gekruisigd werd door hun leiders.

 

  • Marcus zijn verhaal is meestal chronologisch. Veel van de gebeurtenissen die hij beschrijft draaien om de bediening van Jezus in Galilea en vertellingen over genezingen. Dit boek vermeldt ook dat Jezus Zijn leerlingen waarschuwde over Zijn kruisiging en opstanding.

 

  • Lucas 2 bevat een van de mooiste vertellingen over de geboorte van Christus Jezus, en vervolgt met het onderricht dat Jezus geeft in de Tempel wanneer Hij twaalf jaar oud is. Dan slaat Lucas een stukje over om uit te komen bij de doop van Jezus door Johannes de Doper. Dit boek besluit met het vreugdevolle en spannende relaas over de opstanding van de Heer. Lucas staat bekend als een van de mooiste en meeste accurate beschrijvingen van het leven van Jezus.

 

  • Johannes was een apostel en besteedde meer aandacht aan het feit dat Jezus inderdaad de Zoon van God was dan aan Zijn leven. Dit boekt maakt duidelijk dat Jezus niet slechts een gewone man was. Hij schonk het Goddelijke geschenk van vergeving van de zonde en beloofde eeuwig leven voor iedereen die in Hem geloofde.

 

Het boek Handelingen begint na de opstanding van Christus. Het gaat voornamelijk over de kracht die aan de apostelen en volgelingen van Christus gegeven werd door de uitstorting van de Heilige Geest. Zij kregen de opdracht om er op uit te trekken en anderen over Hem te onderrichten, en genezende en verlossende wonderen te verrichten in verre landen. Het was het begin van de stichting van de Kerk.

Paulus heeft brieven geschreven aan specifieke kerken die hij had gesticht of bezocht. De brieven werden geschreven om officiële leer en handelwijzen door te geven, alsmede veel bemoediging.

De Algemene Epistels, die aanvullende scholing en lessen bieden, kunnen op ons dagelijks leven toegepast worden.

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament. Het is een profetisch boek dat de aangewezen tijd beschrijft waarop Jezus zal terugkeren naar de aarde voor al diegenen die trouw geloofd hebben en Hem volgen. Het is vooral een boek van hoop voor allen die Jezus aanvaard hebben. Zij (Zijn Kerk) worden Zijn Bruid genoemd.

 

 

 

Wat is het doel van een overzicht van het Nieuwe Testament?

 

Een overzicht van het Nieuwe Testament laat zien hoe de beloftes, het oordeel en de beloningen van het Oude Testament vervuld zijn. God zond Jezus in menselijke gedaante om een manier tot verzoening met Hemzelf te verschaffen. Christus nam de zonden van de wereld op Zich zodat de schuld voor jouw en mijn zonden volledig door Hem betaald is.

Iedereen heeft gezondigd (God getrotseerd of verworpen) en heeft behoefte aan inkeer en vergeving. Het Nieuwe Testament geeft een bouwtekening voor het leiden van een rechtvaardig leven dat God welgevallig is, en de voorziening die Hij ons geboden heeft om dat te bereiken. Alleen door Jezus Christus krijgen wij de kans om de weg naar hereniging met God  voor eeuwig te aanvaarden.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De communicatie tussen God en zijn profeten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer men de woorden leest van de machtige profeten van God – de woorden van Jesaja, Daniël, Jeremia – dan ontkomt men niet aan de vraag: Hoe sprak God tot Zijn profeten? Deze mannen, wier woorden met helderheid en kracht weerklinken, spraken en het werd bewaarheid. Maar hoe ontvingen zij hun boodschap? 

 

 

kevin-basconi-vision

 

 

God sprak op een directe manier tot Zijn profeten door middel van visioenen en dromen. Deze waren effectief, duidelijk en helder. Na hun ontwaken konden de profeten precies vastleggen wat zij hadden gezien en gehoord. Soms kan men zelfs zijn eigen dromen herinneren. Ze zijn vaak heel levendig en krachtig, maar nadat men wakker is geworden gaan ze meestal verloren in een waas of worden ze versnipperd.

Men beseft dan dat dromen thuishoorden in de nachtelijke wereld van slaap en rusteloosheid. Maar wanneer God tot Zijn profeten sprak, vond er geen versnippering plaats. Elk visioen was gevuld met een levendige helderheid, niet met verwarring; minutieuze details werden via duidelijke beelden en heldere woorden ontvangen.

 

 

Lees wat Jesaja schreef toen hij uit een droom ontwaakte:

 

(Jesaja 6:1) “Ik zag de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’”

Na zijn ontwaken was elke herinnering scherp en helder. De woorden hadden nog steeds een krachtige weerklank. Steeds weer, profeet na profeet, vond de communicatie tussen God en Zijn profeet volgens hetzelfde patroon plaats.

 

(Daniël 7:1“In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus…”. Hij schrijft verder:

 

(Daniel 8:1-2)“In het derde regeringsjaar van koning Belsassar kreeg ik, Daniël, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen. In dat visioen – ik bevond me op dat moment in de burcht van Susa, in de provincie Elam – stond ik bij het Ulaikanaal.”

Ongeacht wie de profeet was en ongeacht wat de boodschap was, God bleef tot Zijn profeten spreken via unieke visioenen en dromen waarin zij Gods stem hoorden, de ontvouwing van Gods plan zagen en vervolgens elk detail getrouw vastlegden, zodat wij ze konden lezen, zien en kennen.

Hoe sprak God tot Zijn profeten? Hij sprak met een liefde die verlangde om gehoord, gezien en gekend te worden. Deze zelfde liefdevolle woorden zijn tegenwoordig op de geschreven bladzijden van de Bijbel aangebracht en wensen tot jouw eigen hart te spreken.

 

 

visioen van Ezechiël

visioen van Ezechiël

 

 

 

WAAROM DROMEN ?


In Handelingen 2:16-18 spreekt de bijbel over profetie, visioenen en dromen:

 

” maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Het is dus een van God gegeven gave, door de Heilige Geest, die we allemaal nodig hebben om het onderricht en de aanwijzingen van God, over ons persoonlijk leven, te kunnen ontvangen, naast het profetische woord, om in een directe relatie met Hem te kunnen leven.

 

  • Onze ratio (denken) staat er buiten, het verstand en onze gevoelens kunnen gepasseerd worden.
  • Dromen is iets wat je doet wanneer je slaapt.

(Job 33:14-18) ” Want God spreekt op een wijze, of op twee, maar men let daar niet op.

(15) In een droom, in een nachtgezicht, wanneer diepe slaap op de mensen valt, in sluimering op de legerstede;

(16) dan opent Hij het oor der mensen, en drukt het zegel op de vermaningen, tot hen gericht,

(17) om de mens van zijn doen af te brengen, om hoogmoed van de man te weren,

(18) om zijn ziel van de groeve te redden, zijn leven, dat het niet om komt door de spies.

 

God zegt:Ik, de Here, zal Mijzelf aan de profeten kenbaar maken in dromen.(Numeri 12:6)

 


Er zijn 129 referenties in de bijbel over dromen.

 

 



 VOORBEELDEN van DROMEN.

 

  • Genesis 31:11-12; Jacob ontvangt gerechtigheid in een droom waarin de Engel van God sprak.
  • Genesis 31:24; Laban werd in een droom gewaarschuwd op zijn woorden te letten t.o.v. Jacob.
  • Genesis 37:5; 9-10 en 20; Jozef had dromen over zijn toekomstige positie aan het hof van de Farao.

  • Genesis 47:13-14; Jozefs uitleg van de dromen van de Farao de Schenker en de Bakker.
  • Richteren 7:13-14; De droom van de man in het leger van de Midianieten over een gerstebrood koek.

  • 1 Koningen 3:5; God verscheen Salomo in een droom en zei: “Vraag wat Ik u zal geven.”

  • Daniel 2:1-4; 36; Nebukadnezar had een droom van een groot beeld van goud, zilver, koper etc.
  • Mattheüs 1:20; Droom van Jozef met de boodschap van een engel: neem Maria tot uw vrouw.
  • Mattheüs 1:21; Droom van Jozef met de boodschap van een engel over Jezus geboorte
  • Mattheüs 2:12; God gewaarschuwde de wijzen om niet langs Herodes terug te gaan.
  • Mattheüs 2:13-15; Jozef ontvangt van een engel de opdracht: vlucht naar Egypte
  • Mattheüs 2:19-21; Jozef ontvangt van een engel de opdracht: keer terug naar Israël
  • Mattheüs 2:22-23; Jozef kiest na de waarschuwing in de droom voor een verblijf in Nazareth

 

 

Opmerking: Geen van deze bovengenoemde mensen was een profeet.

 

 

Dromen zijn vaak symbolen


Tegen Daniel werd gesproken in dromen,dat lezen we door heel het boek Daniel. Hij zag bijvoorbeeld:

een Leeuw met adelaarsvleugels,

een beer met drie ribben in zijn muil,

een panter met vier vleugels en vier koppen,

een zeer sterk monster met tien horens,

een ram, 

een bok van een geit met meerdere koppen met meerder horens.

 

 

the-first-vision-82823-print

 

 

 

GEBIEDEN VAN DROMEN

 

 

A. Over onze gevoelens van binnen uit

 

We zijn met onze (innerlijke) persoonlijkheid betrokken bij onze droom.

(Genesis 37) De dromen van Jozef die betrekking hebben op zijn eigen (toekomstige) situatie komen mede voort uit de hoogmoedige houding (passen bij de gevoelens) die Jozef over zichzelf heeft. God gebruikt dat de droom die Hij tot twee keer toe aan Jozef geeft.

(Daniel 4) De droom van koning Nebukadnezar over zichzelf als een boom die met zijn top tot in de hemel reikt. Ook hier zijn het de eigen gedachten van de koning over zichzelf, die God gebruikt, in deze droom om Nebukadnezar duidelijk te maken hoe HIJ over zijn hoogmoed denkt.

(Mattheüs 27:19) De vrouw van Pilatus heeft in een droom veel om Jezus Christus geleden.

 

 

B. over situaties om ons heen

 

We observeren andere mensen, situaties of gebeurtenissen in onze droom.

(Richteren 7:9-15) De droom van de man van de Midianieten over een gerstebrood koek. Een droom over Gideon, maar Gideon was niet zelf bij het tot stand komen van deze droom betrokken.

soms wordt zo’n droom ook gegeven om voorbede te doen van voor mensen of situaties.

 

 

C. Gesprekken in dromen over onszelf of over iemand anders

 

(Genesis 20:3) God spreekt tot Abimelech. omdat hij de vrouw van Abraham genomen had.

(Genesis 28:12) Jacob werd door God aangesproken in de droom van een ladder naar de Hemel.

 

 

 

Visioenen, gezichten of beelden

 

 EEN VISIOEN


(Handelingen 2:17) “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen”.

  • Visioenen laten in ons vaak meer een letterlijk beeld van de boodschap van God achter dan dromen.
  • Zij graveren iets in je geest om te onthouden.
  • Soms is het moeilijk om het echte van een visioen te onderscheiden omdat je er vaak zelf deel van uitmaakt.
  • Visioenen gebeuren vaak terwijl we wakker zijn, vaak als we net wakker zijn.
  • Het komt in je gedachten, maar je ziet niets met je natuurlijke ogen.

Sommige profeten hadden helemaal geen visioenen zoals Hosea, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Zefanja en Haggaï.
Sommige profeten hadden een mix van woorden en visioenen zoals Jesaja.

 

 

A. Intern visioen

 

Je ziet in een droom toestand gezichten die voor je ogen komen door je innerlijk oog ’s nachts.

(Daniël 4:5; 7:1)

(4:5) ” Ik, Nebukadnezar, bevond mij rustig in mijn huis en in goede welstand in mijn paleis; daar zag ik een droom, die mij verschrikte; en droombeelden op mijn legerstede en gezichten die mij voor ogen kwamen, verontrustten mij! “

(7:1) ” In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, zag Daniel een droom en gezichten die hem op zijn legerstede voor ogen kwamen. Toen schreef hij de droom op .”

 

 

B. Extern visioen

 

De knecht van Elisa zag met geopende ogen het leger van de God rondom de stad.

(2 Koningen 6:17) “In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel”. 

(Danïel 10:7-8)  ” Alleen ik, Daniel, zag dat gezicht, maar de mannen die bij mij waren, zagen het niet; doch een grote schrik overviel hen, zodat zij vluchtten en zich verborgen; zo bleef ik alleen over. Toen ik dat grote gezicht zag, bleef er in mij geen kracht meer; alle kleur week van mijn gelaat, en ik had geen kracht meer over. “

 

 

C. Geestvervoering 

 

Een extase is een verandering van het bewustzijn van een persoon. Ook al is men wakker in deze toestand van vervoering, dan is de aandacht geheel afgetrokken van zijn omgeving en volledig gericht op goddelijke dingen, zodat men niets ziet dan de vormen en beelden die daar vandaan komen en meent men dat men met zijn lichamelijke ogen en oren werkelijkheden ziet die hem door God getoond worden.

(Handelingen 10:9-17) Petrus ontving een openbaring met behulp van engelen  tijdens een extase.

 

 

visoen van petrusd

 

 

In Hd. 10 lezen we dat Petrus een visioen krijgt waarin hem opgedragen wordt allerlei dieren, reine zowel als onreine te slachten en te eten.

 

(2 Corinthiërs. 12:1-7) Paulus werd opgetrokken tot in de derde hemel.

(Openbaring 4:1-2) Johannes schreef: ” Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zei: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. Terstond kwam ik in geestvervoering en zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op die troon gezeten.”
Johannes komt hier op de drempel van een geopende deur in de tegenwoordigheid van de toekomst, van de eeuwigheid.

 

In de geestvervoering zien we soms Engelen:

(Handelingen 10:3) ” Hij ( Cornelius) zag in een gezicht, omstreeks het negende uur van de dag, duidelijk een engel Gods bij zich binnenkomen en tot hem zeggen: Cornelius!

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Boodschap 379 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

Categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

WIE IN DE PROFETEN GELOOFT IS NIET GERED,

WIE IN DE MESSIAS GELOOFT IS GERED

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wie waren de grote profeten?

Standaard

categorie : religie

 

 

De grote profeten waren mannen die door God bestemd waren om Zijn woordvoerders te zijn. De boeken Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël en Daniël vormen gezamenlijk deze categorie van het Oude Testament. Vier van de vijf boeken zijn vernoemd naar de mannen wiens boodschappen beschreven staan. Zij werden de wachters, boodschappers van God, profeten of zieners genoemd. Zij stonden in gelijk aanzien met de priesters van die tijd.

 

 

20c35e1e-f714-4c43-9c29-a52a9bd1398c

Christus omgeven door de 4 evangelisten en de 4 grote profeten

Haregarius van Tours (9e eeuw).

 

 

Hun boodschappen, die inzicht verschaften in Gods wil en plan, waren voorspellend en soms als aansporing be-doeld (een oproep, uitnodiging of vertroosting). Hun geschriften waren bemoedigend en uitdagend, maar dien-den soms ook als een waarschuwing. De profetische boeken riepen mensen op om:

  • terug te keren tot God
  • zich af te wenden van de zonde
  • in te zien dat ongehoorzaamheid rampspoed bracht
  • uiteindelijke verlossing te bewerkstelligen door de Messias
  • zich te realiseren dat God heerst

 

Deze woordvoerders van God functioneerden op drie manieren:

  • Als predikers verklaarden hun woorden de Wet van Mozes en ze vervulden hun taak van vermaning, afwijzing van de zonde, waarschuwing over het oordeel en oproep tot berouw. Ze brachten troost en de belofte van genade.
  • Als zieners kondigden zij het op handen zijnde oordeel aan, de verlossing en de komst van de Messias.
  • Als wachters over Israël waarschuwden zij over verbintenissen met militaire/politieke machten en tegen afvalligheid. In die regio werd aan cultische aanbidding en offerrituelen gedaan. De verleiding om de praktijken van hun Kanaänitische tegenstanders over te nemen, was groot (zie Ezechiël 3:17).

 

 

 

Ezechiël 3: 17

 

17 “Mensenzoon, Ik wijs jou aan tot wachtpost voor het volk Israël. Jij moet hen namens Mij waarschuwen voor het gevaar waarin ze zich bevinden. Je moet hen waarschuwen met de woorden die Ik je geef.

 

 

 

Hun boodschappen

 

 

Jesaja (rond 725 v.Chr.)

 

Jesaja’s boodschap (ingegeven door de Heilige Geest) roept het volk van Juda op om terug te keren naar het die-nen van God. Hij onthulde gebeurtenissen uit de toekomst, maar dat was slechts een deel van het boek. In hoofd-stukken 1-39 veroordeelt hij Juda smalend voor het afdwalen van God en roept het volk op tot inkeer. De tweede helft van het boek biedt hoop en troost wanneer Jesaja de beloftes van de komende Messias verkondigt. Deze belofte voor De Heilige van Israël, de Here God van Israël en de Machtige van Israël, zijnde Jahweh, is het hoofd-onderwerp van Jesaja’s boek. Jesaja wordt beschouwd als de grootste profeet, maar zijn prediking werd vaak con-fronterend gevonden, dus uiteindelijk verloor hij zijn populariteit en werd hij geëxecuteerd na 60 jaar bediening.

 

 

 

Jeremia (645 tot ca. 587 v.Chr.)

 

Jeremia gebruikte vaak symboliek om zijn boodschap over te brengen, maar het leek er op dat niemand wilde luisteren. Daarom vond Jeremia dat hij gefaald had in de 40 jaar van zijn bediening. Hij was erg arm, kwam in de gevangenis terecht en leidde een armoedig leven. Deze profeet leed onder enorme eenzaamheid en afwijzing. Hij wordt ook wel de “wenende profeet” en de “onwillige profeet” genoemd. Jeremia ondervond veel tegenstand, maar bleef trouw aan God met nederige gehoorzaamheid. Zijn boek heeft een tweevoudig hoofdthema: waar-schuwingen over Gods oordeel en de hoop op herstel door inkeer.

 

 

 

Klaagliederen

 

Klaagliederen toont dat God lijdt wanneer Zijn volk lijdt. Het is het enige van de vijf boeken in dit deel dat niet genoemd is naar een profeet, maar wordt toegeschreven aan Jeremia. De “wenende profeet” weende oprecht voor zijn volk en Jeruzalem; God had hem het op handen zijnde oordeel vanwege hun afwijzing en opstand laten zien. Zij zouden de verwoesting van Jeruzalem ondergaan! Jeremia’s doel was om de Joden te leren wat hun on-gehoorzaamheid hen zou opleveren als zij niet tot inkeer zouden komen. Zijn boek Klaagliederen wordt ook wel een begrafenislied genoemd voor een volk waar God en Jeremia zeer veel van hielden.

 

 

 

Ezechiël (593-571 v.Ch.)

 

Het thema in dit boek toont dat de opstandigheid van de mens soms een grote ondergang noodzakelijk maakt voordat mensen ervoor kiezen om te reageren op Gods barmhartigheid. Wanneer we koppig ongehoorzaam zijn, kan God ons niet tot Hem terugtrekken tenzij we wakker worden en ons vernederen. Ezechiël besluit met een verkondiging over de trouw van God, hoop en een profetie voor de gezegende toekomst van Zijn volk. Ezechiël verkoos vrijwillig om God te gehoorzamen en getuigde ook uit eerste hand van de inname en val van Jeruzalem. Ezechiël ontving zijn roeping tot profeet gedurende zijn ballingschap in Babylonië. Hij toonde zich in het bezit van een groot herderlijk hart met veel zorg voor het priesterschap, de tempel, offers en de heerlijkheid van God.

 

 

 

Daniël (2e eeuw voor Ch.)

 

Daniël is een fantastisch boek. Het draait om Gods machtige gezag en Zijn geweldige en beschermende hand op Daniël. Daniël beschikte over de door God gegeven gave om dromen en visioenen uit te leggen. Terwijl hij in Ba-bylonische gevangenschap was, werd de gave van deze Jood ingezet om de ongebruikelijke gunst van koning Nebukadnessar te verkrijgen. Daniël kon hierdoor uitleg geven over de bizarre dromen en dramatische toekomst-visioenen van de heerser.

Door meerdere wonderen verwierven Daniël en zijn kameraden prominente functies bij het Babylonische bewind. Het boek Daniël is een voorbode en aanvulling op het boek Openbaring in het Nieuwe Testament. De profetie van de opvolging van regeringen of koninkrijken in de geschiedenis wordt voorgesteld met een mensachtige fi-guur die symbolisch gekleed is in een weergave van elk heersend koninkrijk. Deze profetie is 100% juist gebleken.

 

 

 

De Messias in de profetie

 

In de profetische boeken staan veel profetieën over de komende Messias. God wil noch Israël, noch enig ander land of volk laten vergaan. Maar elke mens die ooit geboren is, heeft tegen Hem gezondigd (Romeinen 3: 21 – 26). Daarom verschafte God een manier voor de verzoening van zonden. Hij beloofde een komende Messias en alleen door de aanvaarding van Jezus zullen we het Koninkrijk van God binnengaan.

 

 

 

Romeinen 3: 21 – 26

 

21 Nu heeft God een manier gegeven om de mensen vrij te spreken van hun schuld. Maar buiten de wet om. In de wet van Mozes en in de boeken van de profeten wordt daar al over gesproken. 22 Iedereen kan nu vrijge-sproken worden, door te geloven in Jezus Christus. Het maakt voor God niet uit wie of wat je bent. 23 Want alle mensen zijn ongehoorzaam aan God. Daardoor moeten alle mensen leven zonder de heerlijke aanwezigheid van God in hun leven.

24 Maar door Gods liefdevolle goedheid worden ze vrijgesproken van hun schuld. Niet omdat ze dat verdienen, maar dankzij Jezus Christus. 25 God heeft Hém gegeven als manier om de vriendschap tussen God en de men-sen te herstellen. Namelijk door Jezus’ dood. Mensen die dat geloven, kunnen vergeving krijgen voor wat ze verkeerd gedaan hebben.

Eerst heeft God de ongehoorzaamheid van de mensen ongestraft gelaten. Dat was in de tijd vóór Jezus’ dood. 26 Maar nu, in deze tijd, laat Hij zien dat Hij wel rechtvaardig is. Zo is Hij nog steeds rechtvaardig als Hij buiten de wet om mensen vrijspreekt van schuld als ze geloven in Jezus.

 

 

Met de christelijke term ‘Grote Profeten’ worden doorgaans de oudtestamentische boeken Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël aangeduid.

 

 

 

Joodse traditie

 

De Hebreeuwse Bijbel (Tenach) bestaat uit drie delen: Wet, Profeten en Geschriften. De twee groep bestaat uit de Vroege en de Late Profeten. Tot de laatste worden gerekend: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de Twaalf Profeten.

 

 

 

Christelijke indeling

 

De Septuaginta en de Vulgaat rekenen het boek Daniël tot de Profeten. In de Hebreeuwse Bijbel hoort Daniël echter bij de Geschriften (Ketoevim).

 

 

 

Vergeleken met Twaalf

 

Het was Sint Hieronymus die Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël ‘de Vier Grote Profeten’ noemde. Sint Augustinus legt in De Civitate Dei (18,29) uit waarom zij ‘groot’ worden genoemd:

“De profetie van Jesaja staat niet in het boek van de twaalf profeten, die ‘kleiner’ worden genoemd vanwege de kortheid van hun geschriften. Dit in vergelijking met hen die ‘groter’ [major] worden genoemd omdat zij langere boeken uitbrachten.”

 

 

 

Zes boeken

 

In de katholieke traditie werden later ook de boeken Klaagliederen en Baruch tot de Grote Profeten gerekend. De volgorde van de profetische boeken in de katholieke canon is als volgt:

– Jesaja
– Jeremia
– Klaagliederen
– Baruch
– Ezechiël
– Daniël
– Kleine Profeten

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Islam en Pasen

Standaard

categorie : religie 

 

 

 

De islam en het christendom hebben zeer veel met elkaar gemeen; ze verschillen ook op een aantal punten. Dat geldt ook voor Pasen. De Koran schrijft voor hoe moslims met deze gelijkenissen en verschillen moeten omgaan.

 

 

 

 

 

1. Gelijkenissen

 

Christenen en moslims geloven in dezelfde Ene God die in het Arabisch Allah genoemd wordt. Wat Jezus betreft, geloven moslims net als christenen in een maagdelijke verwekking van Jezus. Van alle profeten worden Jezus en Mohamed meest vermeld in de Koran. Moslims beschouwen Jezus als messias (‘christus’) en als een profeet van God. In de Koran wordt Jezus beschouwd als de profeet van het hart.

Volgens de koran deed hij met Gods tussenkomst mirakels; zo genas hij zieken, liet hij blinden weer zien en wekte hij mensen op uit de dood. Het is een geloofspunt van de islam dat men om moslim te zijn zonder onderscheid in alle profeten van God en in hun boodschap moet geloven. Van de vele duizenden profeten uit de geschiedenis vermeldt de koran er een 25-tal bij naam, zoals Adam, Noë, Mozes, Abraham, David, Solomon, Lot, Johannes de Doper alsook Jezus en Mohamed.

.

.

“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Isma’iel, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de Profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.” (Koran, 2:136)
.
.
.

Het is voor moslims dan ook een vereiste dat men in Jezus gelooft. Zo niet is men geen moslim. Miljoenen moslims zijn overigens genoemd naar Jezus (‘Isa’) en Maria (‘Mariam’) wat aangeeft hoe hoog beiden aangeschreven staan in de islam.

Moslims geloven dat Jezus ten hemel opgenomen werd en dat hij van daar zal wederkeren. Zij verwachten dus, net zoals de christenen, de wederkomst van Jezus. Kortom, de islam en het christendom zijn de enige religies ter wereld die in Jezus geloven (het jodendom erkent Jezus niet als profeet of messias, de joden wachten nog steeds op de komst van de messias).

 

 

 

2.Verschillen

 

Er zijn weliswaar ook een aantal verschillen. Volgens de koran is God uniek; niets is aan hem gelijkwaardig. Hij heeft niet verwerkt en is niet verwekt, stelt de koran:

.

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.’ (Koran, 112:1-4)
.
.
.
.

Jezus wordt door de islam dan ook niet gezien als (zoon van) God. Moslims geloven ook niet in de erfzonde (volgens de islam vergaf de genadevolle God de misstap van Adam en Eva nadat ze oprecht berouw toonden) zodat elk kind zonder zonden geboren wordt en op de oordeelsdag elk mens op het eigen gedrag beoordeeld zal worden.

Christenen daarentegen geloven dat God Adam en Eva hun misstap niet vergaf, en dat elk kind geboren wordt met deze oorspronkelijke zonde, de erfzonde genoemd. Zij geloven dat Jezus kwam om door diens dood de mensen (althans diegenen die hem volgen) van deze erfzonde en bijgevolg van alle daarop gebaseerde zonden te verlossen.

Moslims geloven dit niet. Zij stellen dat de dood van de ene niet de zonden van de andere kan opheffen maar dat elk mens hoofdelijk verantwoordelijk is voor wat hij doet en daarover op oordeelsdag verantwoording zal moeten afleggen. Volgens de Koran werd Jezus niet gekruisigd. God stond een zo vreselijke dood niet toe voor zijn profeet. Het leek de mensen alleen maar toe dat Jezus gekruisigd werd.

.

.

Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar het werd hun gesuggereerd. (Koran 4:157)

.
.

Voor dit vers zijn verschillende interpretaties. Volgens sommigen zorgde God ervoor dat het gezicht van die persoon op Jezus leek. Anderen menen dat God het zicht van mensen vervormde zodat zij dachten Jezus te zien terwijl iemand anders gekruisigd werd.

 

 

 

3.Hoe omgaan met deze verschillen?

 

Moslims en christenen eren Jezus allebei, elk op hun eigen manier. De koran draagt de mensen van het Boek (joden, christenen en moslims) op hun aandacht te richten op hun spirituele verwantschap, op wat hen verenigt.

.

.

“Hij verordineert voor jullie van de godsdienst wat Hij aan Noë had opgedragen en wat Wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij aan Abraham, Moses en Jezus hadden opgedragen. Hou de godsdienst in stand en splits jullie niet op in groepen…” (Koran 42:13)
.
.

De Koran stelt immers dat ze allen in dezelfde Ene God geloven:

 

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.
.

Volgens de Koran staan moslims en christenen het dichtst bij elkaar

 

“…en je zult merken dat zij de zeggen “Wij zijn christenen” in genegenheid het dichtst staan bij (de moslims)”. (Koran 5:82)
.
.
.
.

De Koran stelt dat het feit dat er verschillende godsdiensten bestaan, behoort tot de Wil van God en vermits gelovigen de Wil van God moeten eerbiedigen, moeten ze respect opbrengen voor elkaars geloofsovertuiging. Verder stelt de Koran dat aanhangers van de diverse religies zich het hoofd niet moeten breken over wat hen onderscheidt. God zal dat op de oordeelsdag wel uitleggen.

Wat in dit leven belangrijk is, zegt de Koran, is dat mensen van verschillende religies “met elkaar wedijveren in goede daden”, dwz elk vanuit hun eigen geloofsovertuiging het best mogelijke doen, om zo de samenleving als geheel naar een hoger niveau te tillen.

.

.

“En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is julie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.” (Koran 5:48)

.
.
.
.

Godsdienstvrijheid behoort tot de kernleer van de islam en wordt door God zelf in de Koran ingesteld. Moslim zijn betekent zich overgeven aan God, zich in Zijn liefde inschrijven, en dat is onmogelijk wanneer men niet vrij is om dat te doen.

Moslims moeten dus in de eerste plaats ijveren voor godsdienstvrijheid en voor respect onder mensen die verschillende religies aanhangen. Zij mogen niemand proberen dwingen tot hun geloof, maar mogen alleen de boodschap overbrengen.

.

.

.

“In de godsdienst is er geen dwang.” (Koran, 2:256)
“Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.” (Koran 88:22-23)
.
.
.
.

De Koran schrijft moslims voor alleen om de best mogelijke manier van mening te wisselen met mensen aanhangers van andere religies, dwz op een attente en respectvolle manier.

.

.

“En twist niet met de Mensen van het Boek behalve op de beste manier ” (Koran 29:46)

.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Bijbel en de eerste vertalingen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : religie

 

 

In de middeleeuwen is het contact tussen het volk en de, inmiddels Latijnse, Bijbel geheel verloren gegaan. De middeleeuwse mens moest het geheel hebben van mondelinge overlevering. Daarbij werden Bijbelse en niet-Bijbelse bronnen tot een onontwarbaar geheel gemengd. Wonderverhalen, van Bijbelse figuren zowel als van heiligen, stonden hoog genoteerd. Het bezit van een eigen Bijbel was voorbehouden aan dissidente groepen, die zich van de officiële kerk hadden afgescheiden en die daarvoor regelmatig fel werden vervolgd.

 

.

 

.

 

 

 

De Bijbel in het Grieks

 

De Bijbel van de oudste christelijke kerk was een Bijbel in het Grieks. Voor het Oude Testament gebruikte men de door de Joden vervaardigde Griekse vertaling daarvan, de zogenaamde Septuaginta. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Naar de vorm was het nog geen boek; hij bestond uit een serie boekro-llen. Maar in de tweede eeuw na Christus komen mensen op het idee de vellen perkament niet tot een lange strook achter elkaar te naaien (die dan, opgerold, een boekrol vormt) maar ze op elkaar te leggen, dubbel te vou-wen en door de vouw heen aan elkaar vast te naaien. Zo ontstaat een katern; het blijkt dan mogelijk om meerdere katernen te koppelen tot een boek met bladzijden, zoals wij dat kennen.

Zo’n boek heet een “codex”. Men zegt wel dat de christenen de eersten waren die zulke codices vervaardigden en het is gemakkelijk in te zien waarom dat zo zou kunnen zijn. Op deze manier kan men de gehele Bijbeltekst in één of twee banden verzamelen: in feite ontstaat dan pas voor het eerst een echte Bijbel. We bezitten nog enkele co-dices uit de vierde eeuw, zoals de Codex Sinaïticus (gevonden in het Catharinaklooster aan de voet van de Sinaï) en de Codex Alexandrinus, beide vermoedelijk afkomstig uit de beroemde bibliotheek in Alexandrië, alsmede de Codex Vaticanus in de bibliotheek van het Vaticaan te Rome.

Opvallend is dat omstreeks diezelfde tijd de strijd oplaait over welke Bijbelboeken nu wel en welke niet “canoniek” zijn, dat wil zeggen als geïnspireerde Schrift moeten worden beschouwd. Zolang de Bijbel uit een verzameling rollen bestaat kan men zich veroorloven andere heilige geschriften in dezelfde verzameling te bewaren. Maar als alles in één band verenigd wordt, moet het niet strikt Bijbelse daaruit gelaten worden.

 

 

codex Sinaticus

 

 

 

codex Alexandrinus

.

 

 

codex Vaticanus

 

 

 

De Vulgaat

 

Aanvankelijk was de Griekse Bijbel voor een ieder in het uitgestrekte Romeinse rijk leesbaar; Grieks was de uni-versele taal van het rijk. Maar als er in de nadagen van het rijk allerlei Germaanse volken deel van uit gaan maken verandert deze situatie. De nieuwkomers spreken geen Grieks, maar wel Latijn, wat de eigenlijke taal van de Ro-meinen is. Er ontstaan dan links en rechts Latijnse vertalingen van Bijbel gedeelten. Aanvankelijk probeert de kerk dit tegen te houden; alleen de originele Griekse Bijbel is toegelaten. Maar later gaat zij overstag. Aan het eind van de vierde eeuw krijgt de kerkvader Hiëronymus opdracht een officiële Latijnse kerkversie van de Bijbel samen te stellen. Deze wordt de Vulgata (volksbijbel) genoemd.

De bedoeling is om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin het gewone volk geen toegang meer heeft tot de Bijbeltekst, omdat deze in een ontoegankelijke taal is geschreven. De Vulgaat wordt de standaard kerkbij-bel. Maar als het Romeinse rijk inmiddels tot de historie behoort en we in de middeleeuwen zijn aangeland, spreekt elk volk zijn eigen nationale taal. Het Latijn is alleen bekend bij de kerkdienaars en de intellectuele boven-laag van het volk. De gewone man spreekt geen Latijn. Bovendien kan hij vaak niet eens lezen. Maar dat laatste maakt ook niet zoveel uit; de Bijbel bevindt zich in hoofdzaak achter kloostermuren, waar de gewone man geen toegang heeft.

Doch ook wanneer de Schrift wordt voorgelezen in de dienst, betekenen de woorden niets voor hem. De ironie wil dat de versie die een “volksbijbel” had moeten zijn, er de oorzaak van is dat “het volk” het contact met de Schrift volledig kwijtraakt. En juist in die situatie houdt de kerk uit alle macht vast aan het Latijn, dat zij eerst had willen tegenhouden. Van vertalingen in de volkstaal wil zij wederom niet weten. Er ontstaat een merkwaardige si-tuatie. De middeleeuwse mens is een buitengewoon vroom mens. Hij kent talloze Bijbelse verhalen. Maar toch heeft hij geen direct contact met de bron van zijn geloof. Hij raakt gefascineerd door allerlei wonderverhalen. Bij-belse- en on-Bijbelse bronnen worden onbekommerd gemengd, omdat hij het onderscheid niet meer kan maken. Naast een diep geloof bloeit een ongekend bijgeloof, en hun wortels zijn onontwarbaar verstrengeld. In plaats van een Bijbel koestert de meer welgestelde zijn gebeden- en getijdenboeken. En bij dat alles is het besef dat hij iets mist volledig verloren gegaan.

 

 

Vulgaat

 

 

 

De Historiebijbel

 

Omdat de middeleeuwse mens zo geobsedeerd is door verhalen, ontstaan in deze tijd twee bijzondere “Bijbel-versies”. In de eerste plaats de evangeliënharmonisatie. De vier evangeliën worden hierin gecombineerd tot één doorlopend verhaal, waarin de kenmerkende invalshoek van de evangelist wordt opgeofferd aan “het verhaal”. Men noemt zo’n harmonisatie een “leven van Jezus”. Een stap verder gaat de historiebijbel, die een combinatie is van de historische gedeelten van het Oude Testament met materiaal uit andere historische bronnen, zoals de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. De stamvader van deze historiebijbels is de zogenaamde Historia Scolastica van Petrus Comestor uit de twaalfde eeuw.

Het is geen Bijbel in onze zin van het woord maar een verzameling Bijbelse verhalen en verhalen uit Bijbelse tijden, aangevuld met commentaren van kerkvaders. Het bevredigt een behoefte aan kennis, aan weten, zonder de lezer werkelijk in contact te brengen met Gods Woord. Een vervolg op deze ontwikkeling is die van de rijmbij-bels geweest, gewoonlijk historiebijbels in berijmde vorm, zodat men de inhoud gemakkelijk uit het hoofd kon leren en onthouden. In onze streken is de dichter Jacob van Maerlant met zo’n rijmbijbel gekomen. Deze was wel gesteld in de landstaal Middelnederlands.

 

 

Historiebijbel

 

 

 

Petrus Comestor

 

 

 

Jacob Van Maerlant

.

 

 

 

De Armenbijbel

 

Een andere “Bijbel”, die dat in onze ogen nauwelijks is, was de prentbijbel. Een van de meest bekende hiervan was de zogenaamde “Biblia Pauperum” (Armenbijbel). Hoe hij aan deze naam is gekomen weet niemand meer. Armen konden zich zo’n Bijbel zeker niet veroorloven. Men neemt aan dat hij werd gebruikt voor onderwijs aan het ge-wone volk. Het is geen stripverhaal, maar iedere bladzijde bevat een scène uit het Nieuwe Testament en daar om-heen een tweetal gebeurtenissen uit het Oude Testament, die daar een symbolisch verband mee hebben, plus een viertal profeten uit het Oude Testament, met uitspraken die het centrale onderwerp betreffen. De Biblia Pauperum stamt uit de late middeleeuwen, uit een tijd toen boeken algemener begonnen te worden. Hij is gedrukt in blok-druk, dat wil zeggen dat iedere pagina in zijn geheel in hout is uitgesneden, en met behulp van deze houtsnede werd een primitieve drukkunst beoefend.

 

 

Armenbijbel

 

 

 

 

Vroege vertalingen

 

Hoewel gedurende de middeleeuwen vertalingen van de Bijbel in de landstaal in de officiële kerk bijna niet voor-kwamen, zijn er los van de kerk altijd bepaalde dissidente groepen geweest die een afwijkend geloof beleden, en dit fundeerden op eigen vertalingen van de Schrift. Zulke vertalingen werden gekoesterd als een kostbaar bezit. Pas tegen het eind van de middeleeuwen beginnen ook binnen de officiële kerk vertalingen in de landstaal te ontstaan. Een beweging als de Moderne Devotie (Geert Groote, 14e eeuw) stelde zich ten doel de Bijbel opnieuw tot het volk te brengen. Daartoe werden Bijbel gedeelten vertaald en in bijeenkomsten overal in het land voorge-lezen. De kerk heeft deze activiteiten echter steeds trachten te ontmoedigen. Een van de eerste volledige Bijbel-vertalingen in ons land is de zogenaamde Vlaamse Historiebijbel, die in 1360 voor het eerst in de zuidelijke Nederlanden verscheen.

Zoals de naam al aangeeft, was hij afgeleid van de Historia Scolastica van Petrus Comestor. Maar hij onderscheidt zich van de andere historiebijbels doordat hij duidelijk on-derscheid maakt tussen het Bijbelse en het niet-Bijbelse materiaal. Deze Bijbel heeft in de volgende eeuwen een zekere populariteit bezeten in de Nederlanden. Toch is het geen volksbijbel geworden. Men schat de prijs van een afschrift (nog steeds met de hand geschreven!) op cir-ca acht tot tienmaal het jaarloon van een geschoold am-bachtsman; alleen de heel rijken, (dat wil zeggen de adel) konden zich een eigen afschrift veroorloven. Minder rijken namen genoegen met één of enkele Bijbelboeken, vaak de psalmen. Dat was op zichzelf reeds een kostbaar bezit. De Vlaamse Historiebijbel heeft echter nog een extra betekenis gekregen omdat hij ruim een eeuw later tot de eerste gedrukte Bijbel in de Nederlanden is ge-worden.

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget