Advertenties

Tagarchief: priester

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Advertenties

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

.

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

.

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

.

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Erasmus

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Desiderus Erasmus

 

 

 

 

Erasmus werd waarschijnlijk in Rotterdam geboren op 28 oktober als Geert Geerts, het kan echter ook Gouda zijn geweest. Onzeker is ook in welk jaar dit precies was, waarschijnlijk in het jaar 1466, 1467 of 1469. Zijn doopnaam was Erasmus, die hij te danken had aan Erasmus van Formiae, een populaire heilige uit de vijftiende eeuw. Zijn vader was priester in Gouda en zijn moeder diens huishoudster. Erasmus was een onwettig kind.

 

 

 

Humanisten

 

Vanaf 1473 zat Erasmus op school in Gouda, Utrecht, Deventer en ’s Hertogenbosch. Hier kreeg hij onder andere de vakken Latijn en Grieks. In 1487 deed Erasmus zijn intrede in het Klooster te Stein in Gouda. Hier las hij veel werken van auteurs uit de Klassieke Oudheid en van Italiaanse humanisten die de Oudheid deden herleven.

Ook schreef Erasmus hier zijn eerste werken. In 1492 werd hij ingewijd als priester. Dit opende voor hem een aantal mogelijkheden tot studie. Het kloosterleven benauwde Erasmus echter door de strenge regels en verplichtingen en even later verliet hij het klooster.

 

 

 

Eerste boek van Erasmus

 

In 1495 begon Erasmus een studie theologie in Parijs, waar hij veel mede humanisten leerde kennen. Vanaf dat moment reisde Erasmus als zelfstandig wetenschapper heel Europa door, waardoor hij veel nieuwe mensen ontmoette. Hij leefde van de opbrengsten van zijn geschriften. Daarnaast ontstond er een groeiende schare bewonderaars die hem steunde.

In 1500 schreef Erasmus in Parijs zijn eerste boek, de Adagia. Dit was een verzameling klassieke spreekwoorden en werd één van de eerste bestsellers na de uitvinding van de drukpers. Daarnaast schreef hij nog vele werken die de burgers moesten opvoeden tot verantwoordelijke christenen.

 

 

 

 

 

Lof der zotheid

 

Het meest bekende werk van Erasmus is de Lof der zotheid. Hij schreef het werk in 1509 en droeg het op aan zijn goede vriend en Engelse humanist Thomas More, die later het toonaangevende Utopia zou schrijven. Erasmus stelt in het werk aan de hand van de vrouw Zotheid allerlei misstanden aan de kaak.

Erasmus stak in het boek de draak met de wijze waarop iedereen zijn eigenbelang vooropstelt. Daarnaast werden kerkelijke misstanden en het gedrag van de geestelijken aan de orde gesteld. Hierdoor wordt het boek ook gezien als een werk dat de weg vrijmaakte voor de Reformatie.

 

 

 

 

 

Kritische blik van Erasmus

 

Door zijn kennis van de oude Griekse taal raakte Erasmus ervan overtuigd dat de Bijbel niet goed vertaald was. Hij vertaalde hierop het Nieuwe Testament opnieuw van het Grieks naar het Latijn. Hiermee wilde hij de verschillen met de op dat moment gebruikelijke Vulgaat aantonen. De Katholieke Kerk verweet hem dat hij hiermee aanzet had gegeven tot de Reformatie van kerkhervormer Maarten Luther.

In de polarisatie die vanaf 1517 volgde op het optreden van deze Luther koos Erasmus echter geen kant. Hij was niet bereid met de Katholieke Kerk te breken en hoopte dat de ontstane verschillen met gezond verstand te overbruggen waren. In de zomer van 1536 overleed hij, in het woonhuis van zijn drukker in Bazel.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Gebed van Maya-priester don Ambrosio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

GEEF ONS EEN NIEUWE DAG

 

.

Gebed van Maya-priester don Ambrosio

 

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

 

.

In de naam van Hart van de Hemel
en Hart van de Aarde.

U allen heet ik welkom.
Kort wil ik tot u spreken over het woord van onze God,
met u wil ik tot God bidden.

U, Schepper en Vormgever,
kijk naar ons, luister naar ons.
Verlaat ons niet, laat ons niet in de steek.
Laat het licht worden, laat de dageraad aanbreken.

Stralende dag,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.
U die alle rijkdom geeft:
schenk mijn kinderen leven.
Dat zij groeien en zich voortplanten.
U zullen zij onderhouden en aanroepen,
op velden en wegen,
bij rivieren, in ravijnen en bossen.

Schenk onze kinderen zonen en dochters.
Dat hen geen ongeluk treft.
Dat zij geen slachtoffer worden van bedrog.
Dat zij niet vallen of gewond raken.
Dat zij geen overspel plegen,
of veroordeeld worden vanwege misdaden.

Dat zij niet struikelen
op stijgende wegen, op dalende wegen.
Laat hun weg vrij zijn van hindernissen,
geef hun goede, vlakke wegen.
Bespaar hen ongeluk en tegenslag.

Hart van de Aarde, schitterend hemelgewelf
en heel het aardoppervlak:
laat enkel vrede en rust heersen in uw aanwezigheid.
God van de Hemel, God van de Aarde.


Met deze woorden hebben onze voorouders gebeden,
vroeg in de morgen, wanneer de zon opkomt.
Zij hebben zich gericht tot God,
die Morgenster wordt genoemd.
Steeds hebben zij gesmeekt:
“God, geef ons een nieuwe dag.”

Zo moeten ook wij blijven bidden,
onze Vormgever smeken om kracht.
Hij die de bergen en dalen heeft gemaakt
en heel de wereld.
Zo is onze godsdienst, zo is het.

Met Gods hulp is er geen armoede of honger.
De God van de Hemel, God van de Aarde
is steeds bij ons,
soms voor ons, soms achter ons.
Hij is de God van verre en van korte reizen.
Hij luistert naar ons, hij kent alle Maya-talen.

Luister naar God, geloof in hem,
stel onze God niet op de proef.
God toont zich aan mij, hij toont zich aan u.
Denk niet: alleen priesters en ouderlingen hebben macht,
want ieder van ons is macht gegeven.

Laten wij het kwaad mijden
dat zich tussen ons wil nestelen.
Laten wij onze echtgenoten liefhebben,
want God zelf heeft hen gemaakt.
God zei: het is niet goed dat er enkel mannen zijn.

U weet dat God de eerste mensen heeft gestraft
omdat zij God niet kenden, zijn naam niet uitspraken.
Zij vergaten de goede God,
die onze handen en voeten heeft gemaakt.

Wanneer u op reis gaat,
sta dan vroeg op en haast u niet.
Wie laat opstaat, denkt niet aan God.

Mogen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
ons leiden op alle onze wegen.

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

De mens en kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

 

 

 

Kledij is belangrijk

 

De mens wordt naakt geboren, maar krijgt meteen een dekentje rond gewikkeld en tegenwoordig krijgt een pasgeboren baby dadelijk de eerste kleedjes aangetrokken die door de ouders werden meegebracht. Kledij heeft hier een dubbele functie: het biedt het pasgeboren kindje bescherming tegen de koude en het kan gezien worden als een verwelkomingsritueel.

Kledij beschermt de mens niet alleen tegen de kou of tegen schaamtegevoelens, maar onderscheidt mensen ook van elkaar. Kleding biedt groepsonderscheid wat men ziet bij sportteams, schooluniformen en jeugdverenigingen. Er is ook aparte kleding voor rechters, advocaten, soldaten, verpleegkundigen, bouwvakkers, etc.

Bovendien bestaat er ook gelegenheidskleding voor bruiloften, begrafenissen en vakantie. In de kerk is er ook liturgische kleding en hebben verschillende kleuren een eigen betekenis. Kleren maken de man. Kleding is heel belangrijk als je alleen al nagaat hoeveel spreekwoorden en gezegden er bestaan in verband met een hoed, pet, das, hemd, jas, broek, sokken of schoenen.

Kledij heeft doorheen de geschiedenis een functionele evolutie doorgemaakt waarbij het niet langer de beschermende factor tegen koude en andere weersomstandigheden is die primeert. Kledij is in de huidige westerse samenleving een uithangbord van de persoon geworden. In de straten en op school worden we geconfronteerd met de meest uiteenlopende klederdrachten.

We bemerken onmiddellijk een diversiteit aan stijlen. Mensen experimenteren met kledij, schoenen, juwelen en de gekste gadgets die ze vinden in modebladen, affiches langs de weg, etalages van de meest hippe of exclusieve winkels. Achter elke stijl kan een bepaalde levenswijze schuilgaan waarmee de persoon zich vereenzelvigt, al hoeft dat niet altijd zo te zijn.

 

 

 

 

 

 

Jongeren en kledij

 

Met kleding die bij je past, kun je jezelf zijn. Dat besef begint al op jonge leeftijd. Nadenken over het uiterlijk doet iedereen.  Op school wordt men dikwijls op zijn uiterlijk beoordeeld. Het zijn meestal de kinderen die mooie kleren aan hebben die de groep leiden. Zij zijn ‘stoer’ en ‘cool’.

Jongens proberen heel erg op te vallen. Dat doen ze voor de meiden. De meiden proberen ook heel erg op te vallen. Jongeren zijn vaak sterk met hun kledij begaan. Opmerkelijk is dat binnen de vriendenkring dezelfde kledingstijl voorkomt. Om als adolescent geaccepteerd te worden binnen een bepaalde subcultuur moet er aangesloten worden bij het achterliggende van die groep.

De identiteit van de jongeren wordt grotendeels bepaald door de groep waarbinnen ze zich profileren. Er wordt van hen verwacht dat ze zich vereenzelvigen met de gangbare opinies van de groep. Jongeren bevinden zich constant in de spanning van het uniek zijn., Zich bewegen in een groep is vaak een ‘heen en weer’ tussen het eigen denken en dat van de groep. Dergelijk proces van meegaan en verzet is spanningsvol en belangrijk om zichzelf te leren kennen.

Een identiteit vormen zonder daarbij rekening te houden met de ander en het beeld dat de ander over ons heeft, is onmogelijk. Het uiterlijk van de ander zet (on)bewust aan tot het vormen van vooroordelen tegenover die persoon. Zo zie je bij jongeren dat de ene subcultuur de leden van een andere subcultuur vaak beschouwt als helemaal anders en zelfs als onverstaanbaar, tegenstrijdig en minderwaardig. Identiteitsbepaling door middel van kledij bevat een dubbel proces: een positieve identificatie met de ene subcultuur en een negatieve identificatie met de andere subcultuur, waarvan men zich absoluut wil onderscheiden.

 

 

 

 

 

 

 

Religie en kledij

 

Ook tussen religie en kledij is er een nauwe band. Denken we maar aan de burka’s of de hoofddoek, het traditionele kleed dat moslimmannen ook hier in Vlaanderen vaak dragen, aan het zwarte pak met boordje waaraan het meisje in de Coca-Cola-reclame in de aantrekkelijke surfer meteen een priester herkende. Door middel van kledij gaat men zich hier identificeren met de religieuze gemeenschap waartoe men behoort en zich onderscheiden van de anderen.

Dit zorgt al eens voor problemen. Denken we maar aan de hoofddoekenkwestie die in verschillende westerse landen op dit moment met pieken en dalen aan de orde van de dag is. Maar ook binnen religieuze gemeenschappen kan kledij gebruikt worden om zich te onderscheiden. Bijvoorbeeld de verschillende klederdracht van broeder- en zustergemeenschappen, de kledij waardoor de priester zich tijdens de liturgische dienst onderscheidt van het volk, etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mode-industrie en kledij

 

Een aantal modefabrikanten doen meer dan kleding maken. Achter sommige kledingmerken zit een bepaalde filosofie. Het bekendste merk met een duidelijke boodschap is ongetwijfeld Benetton, dat op tijd en stond de wereld opschrikt met choquerende reclamecampagnes, zoals de copulerende paarden, de kussende priester en non en het met bloed doordrenkte pak van een Servische soldaat.

Maar ook de Nederlandse ontwerpster Cora Kemperman wil meer doen dan enkel en alleen kleding ontwerpen. Zij heeft de stichting Amma opgericht, een goede doelen stichting waarmee financiële hulp gegeven wordt aan de ontwikkelingslanden waar hun kledij ook voor een stuk geproduceerd wordt.

 

 

 

 

 

ECO meisjes – Amma stichting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De heilige Charbel Makhlouf 

Standaard

categorie : religie

.

.

.

 

† 1898  Charbel Makhlouf

 

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt JoessefMakhloef, Annaya, Libanon;

monnik; † 1898. Feest 24 juli & 24 & 25december.

 

 

.

 

 

.

.

.

Geografie

 

Ten noorden van Beyrouth, op 1600 m hoogte, bevindt zich Beqaa Kafra, het hoogstgelegen dorp van Libanon. Daar is het centrum van de Maronieten. Het zijn fiere, moedige en gastvrije mensen die sterk gehecht zijn aan hun christelijke overtuiging.

Sedert vele eeuwen vereren zij de H.Maagd Maria; ze bidden de Rozenkrans waar ze ook zijn: thuis, op het werk, op het veld. Ze hebben grote eerbied voor hun priesters. Als een Maroniet een priester ontmoet, kust hij zijn hand als uitdrukking van eerbied voor hem.

 

 

.

.

Youssef Anton Makhlouf

 

Youssef Anton Makhlouf is op 8 mei 1828 geboren, als vijfde kind van een arm gezin. Zijn ouders waren zeer vroom en godvrezend, inzonderheid zijn moeder, Brigitta. Zij vastte dikwijls. Vol genegenheid leerde zij haar kinderen de geloofswaarheden kennen en bracht ze elke avond samen voor het gezinsgebed. Ze ontbrak nooit in de dagelijkse H.Mis. Voor haar was dit het steunpunt van de dag. Ze ging ernaar toe met haar jongstgeborene in de armen.

Toen hij amper drie jaar was verloor Youssef zijn vader. Tanios, een oom aan moeders kant, deed zijn best om zijn zuster en de weeskinderen te helpen. Enkele jaren later besloot Brigitta opnieuw te huwen. Lahoud, de tweede man van Brigitta was zeer vroom. Hij nam het welzijn van het gezin ter harte. Hij droomde ervan priester te worden. Hij sprak erover met zijn vrouw. Zij stemde in. Na zijn studies werd hij priester gewijd. De orthodoxe godsdienst laat immers toe dat gehuwde mannen priester worden.

De jonge Youssef koesterde onmiddellijk genegenheid voor zijn stiefvader Lahoud. Toen deze priester werd kreeg hij de naam pater Dominicus. Hij nam het kind met zich mee overal waar hij ging om de mensen te helpen.

Als hij oud genoeg was werd hij zijn koorknaap en diende hem als hij de H.Mis opdroeg. Naast de dorpskerk werd er een school opgericht waar de jongens leerden lezen en schrijven, de H.Mis dienen en ze leerden er ook de H.Mis helemaal te zingen.

Naast zijn studies, moest de jonge Youssef de dieren hoeden en hij werkte op het veld. Zijn moeder leerde hem te bidden met het hart, maar ook bidden in de eenzaamheid. Hij nam de gewoonte zich terug te trekken in een grot, waar hij alleen was en waar hij bad voor een beeldje van O.L.Vrouw dat hij daar verborgen had. Aan de H.Maagd sprak hij zijn verlangen uit om in het voetspoor te treden van zijn twee ooms van moeders zijde, Augustin en Daniël die monniken en asceten waren. Vaak bracht hij hun een bezoek in het klooster en bad er met hen. Hij bewonderde hun leven van onthechting en volkomen overgave aan God.

Mariam, een jong meisje uit de buurt en zelfs een verre verwante van Youssef, werd verliefd op hem. Soms volgde ze hem ongemerkt tot aan de grot en sloeg hem gade terwijl hij in gebed verzonken was. In stilte leed ze eronder dat hij zo onthecht was aan het wereldse. Ze begreep dat hij zijn liefde enkel aan God zou geven. Het jonge meisje had de echte betrachting van Youssef begrepen.

Op de leeftijd van 23 jaar verliet Youssef zijn huis,’s nachts in het geheim, zich bewust dat zijn omgeving niet opgetogen zou zijn met zijn keuze. Zijn stiefvader en zijn oom rekenden op hem voor het werk op het veld en zijn moeder had twijfels in verband met zijn roeping. Mariam hield van hem en zijn broers en zussen verkozen dat hij bij hen bleef.

Om die reden nam Youssef afscheid van hen in de stilte van zijn gemoed. Zonder dat iemand het wist, ondernam hij een verre tocht naar het heiligdom van O.L.Vrouw van Mayfoug. Hij had besloten daar zijn eerste jaren noviciaat te doen.

Na enige ontreddering wegens het plotse vertrek van Youssef, gingen zijn oom Tanios en zijn moeder naar het klooster van Mayfoug om hem te overreden naar huis terug te keren. Maar dit bleek vergeefse moeite. Hij wilde monnik worden. Tenslotte zei zijn moeder:” Als je een slechte monnik wil worden, kom dan direct naar huis! Maar als je roeping van God komt, word dan een heilige.”

De jonge man was echter meer dan ooit overtuigd van zijn levenskeuze. Hij bleef in het klooster en kreeg de naam Charbel. Die naam verwijst naar een martelaar uit de tweede eeuw. Om God nog beter te dienen en Zijn Wil te doen, wijdde hij zich nog meer aan gebed en vasten, aan gehoorzaamheid en versterving.

Na dit eerste jaar noviciaat begaf de jonge Charbel zich naar het klooster van de heilige Maron (behoeder van de katholieke orthodoxie). Hij deed er zijn eeuwige geloften. Hij begon toen uitsluitend binnen de kloostermuren te leven. Het was aan vrouwen niet toegelaten er binnen te komen, zelfs niet aan familieleden. Zo kwam Brigitta, zijn moeder op zekere dag naar het klooster op bezoek bij haar zoon.

Maar ze kreeg hem niet te zien. Ze kon enkel zijn stem van achter de tralies horen en zei hem:

”Mijn jongen, wat doe je? Steek je je weg voor mij?”

“ Moeder, antwoordde Charbel, als God het wil, zullen we mekaar ontmoeten in de eeuwigheid en we zullen voor altijd verenigd zijn.”

 

 

 

 

.

.

 

Zijn leven als kluizenaar

 

Na zijn theologiestudies in het klooster van St Kobrianous en St Justin te Kfifan( Batroun), werd Charbel op 23 juli 1859 te Bkerkg priester gewijd.

Toen hij naar de stad Annaga werd gestuurd, kwamen alle familieleden en veel mensen uit zijn dorp daarheen.

Zij ontvingen er zijn zegen. Zo kwamen ook zijn oom Tanios en zijn oude moeder daar naartoe. Ook Mariam die intussen gehuwd was en vele anderen. Ze kusten zijn hand vol eerbied en vroegen hem naar het dorp te komen en er de H.Mis op te dragen. Maar hij weigerde. Hij was er zich van bewust dat de monnik die zijn klooster verlaat, het risico loopt de onthechting aan de voormalige levenswijze te schaden.

Onder leiding van zijn geestelijke leidsman, pater Hardini, wijdde hij zich aan de studie van de Heilige Schrift om zo te groeien in heiligheid. Hoe meer hij afstand nam van het leven, hoe meer zijn innerlijk leven groeide in eenheid met God.

Dit alles ging niet vanzelf. De duivel, de eeuwige vijand van de mens, kwelde hem voortdurend. Maar hij doorstond de pijnen, zuchtend en op de tanden bijtend. Wanneer de aanval van Satan voorbij was, herwon hij ogenblikkelijk zijn serene, onthechte ingesteldheid.

Charbel leidde een steeds ascetischer leven. Hij werd een voorbeeld van armoede, droeg de meest versleten kledij, altijd dezelfde en at geen vlees.

Op het veld deed hij het lastigste werk. Wanneer hij geld ontving om H.Missen op te dragen, gaf hij het onmiddellijk af aan zijn oversten, zonder zelfs te weten wat hij gekregen had. Hoewel hij voortdurend in de stilte leefde, in onthechting aan de wereld, kende men hem als een iemand die vol respect en liefde voor de medemens was.

Wanneer hij biecht hoorde, bleek dat hij de gave had om in de harten van de mensen te zien. Hij gaf strenge penitenties voor het herstel van de zonden, terwijl hij de biechteling met respect en liefde hielp om zijn levensstijl tegenover God en de naaste te verbeteren.

Op een zekere dag werd Charbel opgeroepen bij een zieke knaap. Hij begreep onmiddellijk dat het levenseinde van de jongen nabij was. Hij nam zijn biecht af en bereidde hem voor om sereen in Gods barmhartige Liefde te sterven. Naar verluidt heeft Charbel een andere jongeman genezen van typhus.

Bij een brutale aanval van de Turken werden 14.000 christenen samen met hun priesters gemarteld en gedood. Urenlang bleef hij geknield voor het tabernakel, bewegingloos, om God te bidden om hulp voor zijn volk. Hij smeekte de H.Maagd Maria om voorspraak bij haar Zoon om Libanon te redden.

 

.

Zijn toewijding aan de Moeder Gods was bekend.

Vaak zei hij : “ Als je wil dat je ziel gered wordt, bid dan tot de H.Maagd Maria opdat Zij voor jou ten beste spreekt. Zij zal je heil waarborgen.”

 

Na zestien jaar kloosterleven met de andere monniken, vroeg Pater Charbel de toelating om afgezonderd als kluizenaar te leven. Gedurende 23 jaar leefde hij in onthechting, strijdend tegen de zonde en tegen elke gedachte die niet op God was gericht. Hij at slechts éénmaal per dag en at slechts één soort voedsel tegelijk. Hij gebruikte geen vlees noch fruit.

Hij sliep ongeveer drie à vier uren per nacht op een schamele strozak op de grond; een houtblok diende als hoofdkussen. Hij kreeg toelating om in zijn cel slechts over een kan met water te beschikken. Tijdens zijn kluizenaarschap ging hij door met  eenvoudige en lastige handenarbeid. Hij bad veel. Om 11u , elke dag, droeg hij de Heilige Mis op. Die duurde drie uren. Daarna gebruikte hij zijn armoedige maaltijd. Als hij iets moest zeggen aan zijn confraters, sprak hij op gedempte toon en met weinig woorden. Hij stapte in stilte, met neergeslagen blik, terwijl hij de Rozenkrans of andere gebeden bad.

 

 

 

 

 

.

Anekdotes van zijn levensstijl

 

Op zekere dag kwam zijn broer op bezoek. Pater Charbel liet zijn broer binnenkomen, na toestemming van de overste, en stelde hem twee korte vragen: “ Hoe gaat het met de ganse familie? En beleven jullie de geboden van God?” Hiermede was het onderhoud afgelopen.

De kluizenaar gebruikte ook niet veel woorden als andere monniken hem kwamen bezoeken. Hij ontving hen met een glimlach die hun welkom betekende en zonder verder omhaal stak hij hun de biografie van een heilige in handen. Daarna wees hij hun een passage aan die ze moesten lezen als spirituele aansporing.

Verscheidene mensen kunnen getuigen dat Pater Charbel nooit een dier heeft gedood, zelfs niet als het om gevaarlijke dieren ging. In de wijngaard van het klooster vonden de monniken eens een grote giftige slang. Vol schrik riepen zij de kluizenaar te hulp. Hij kwam, stond recht tegenover de slang en terwijl hij zijn wijsvinger vooruit richtte, zei hij op kalme toon: “ Verdwijn van hier!” de slang kronkelde even en kroop weg in de richting die hij had aangewezen! Dit gebeurde volgens de manier van denken van de heilige. “Het behoort mij niet toe, maar alleen God, de Schepper, om al dan niet een slang van het leven te beroven.”

De overste van de kluizenarij, die vaststelde dat de lucht verduisterde door miljoenen dreigende sprinkhanen, vroeg aan Pater Charbel onmiddellijk water te wijden. Hij wijdde het en overal waar dit wijwater werd gebruikt waren de velden gered. Later hebben de bewoners van de nabij gelegen dorpen de gewoonte aangenomen wijwater van de Kluizenarij te gebruiken om ongedierte ( ratten, vossen) en ook muggen en andere schadelijke insecten te verdrijven.

 

Bij de christenen en de moslims was het vertrouwen in de macht van de wonderdoener, pater Charbel, zeer groot.

De genezing van een gevaarlijke mentaal zieke toont dit aan. Met veel moeite en met de hulp van verscheidene sterke mannen werd de zieke man tot aan de ingang van het klooster gebracht. Toen ze daar aankwamen was hij woest, hij beet, hij sloeg en schreeuwde en wou niet naar binnen. Maar toen de rijzige gestalte van de Kluizenaar aan de deur verscheen, knarsetandde de gekke man en hij snakte naar adem. Daarna werd hij rustig en liet zich naar de kapel leiden waar pater Charbel het Evangelieboek op zijn hoofd legde. Hij las er een bladzijde uit voor en de man was volkomen genezen.

 

 

.

De dood van de Kluizenaar

 

De laatste week van zijn leven lag hij vol pijn op een strozak op de grond. Ondanks het lijden en met de dood voor ogen, bad hij zonder ophouden. Hij weigerde versterkend voedsel en wilde trouw blijven aan zijn vroegere gelofte. In de heilige nacht even voor Kerstmis, na het sacrament van de zieken te hebben ontvangen, is hij gestorven om voor eeuwig in Gods Liefde opgenomen te worden.

Wenend droegen zijn medebroeders zijn lichaam op hun schouders. Stappend doorheen de tuin die met een laagje verse sneeuw was bedekt, brachten  ze hem binnen in de ijskoude kapel. Ze legden hem vóór het altaar en staken vier kaarsen aan. Bevend van de koude en helemaal verkleumd, hielden ze de hele nacht de wake bij de afgestorvene.

’s Anderendaags wikkelden zij het lichaam in een laken en begroeven het, zonder kist, in de grond van het kerkhof van Annaga, dat aan de kluizenarij paalt. Vijf maanden later werd een schitterende lichtstraal gezien tussen de begraafplaats van Pater Charbel en de kapel. De overste was hierover niet verbaasd. Hij wist dat pater Charbel reeds tijdens zijn leven een heilige was. Hij gaf opdracht het lichaam te ontgraven. Tot ieders verbazing bleek het lichaam ongeschonden.

Het laken was doordrenkt met een rooskleurig vocht dat op bloed geleek. Het leek alsof pater Charbel niet dood was, maar ingeslapen. Het lichaam was niet stijf maar soepel en beweeglijk alsof hij levend was. Ze trokken hem verse kleren aan. Kort daarna waren die kleren ook doordrenkt met hetzelfde eigenaardige vocht. Deze feiten konden niet onopgemerkt of onbesproken blijven. Weldra kwamen de mensen van overal toegelopen.

Er volgden toen tal van genezingen en duizenden bekeringen, en dit niet alleen bij de christenen.

Teneinde het lichaam te onttrekken aan de soms opdringerige mensen, legde men het in een stenen graf. Kort daarop begonnen de wanden van het graf bloederig zweet af te scheiden.

In 1927 werd een nieuwe opgraving bevolen. Opnieuw vond men een ongeschonden lichaam, soepel, dat hetzelfde mysterieus vocht afscheidde. Vanuit het klooster zond men een brief aan Paus Pius XI met verzoek tot zaligverklaring van Pater Charbel. Toen werd hij een derde maal begraven in een nieuwe graftombe.

 

 

 

.

.

Talrijke genezingen

 

Er werden talrijke genezingen door toedoen van de heilige uit Libanon vastgesteld. We staan even stil bij twee gevallen die met het oog op de zaligverklaring door de geneesheren nauwgezet onderzocht werden.

Het eerste geval betreft de plotse genezing van zuster Marie Abel Kamani. Door een landurige ziekte kon ze zich enkel in een rolstoel verplaatsen. Nadat ze het “ vocht” dat door de stenen wand van het graf naar buiten drong, had aangeraakt, was zij in staat uit haar rolstoel op te staan. Al 14 jaar leed zij aan de maag. Haar pancreas, blaas en nier waren aaneengekleefd en werkten bijna niet.

Ze moest dikwijls overgeven en ze was graatmager. Haar rechter arm was verlamd. Ondanks twee operaties voelde ze dat ze weldra zou sterven. Maar nadat ze het “ vocht” op de wand van het graf van Pater Charbel had aangeraakt, was ze ineens helemaal genezen. Toen de klokken luidden om dit heugelijk feit te verkondigen, was er ook een moslim naar de kerk gekomen; hij verklaarde meteen dat hij christen wilde worden. Hij zei tegen de genezen zuster:”uw genezing heeft me teruggebracht tot het christendom. Eigenlijk was ik naar hier gekomen om te genezen van mijn doofheid, maar God heeft mij geestelijk licht gegeven.”

De andere genezing betreft de heer Iskander Obeide die opnieuw kon zien nadat hij het graf van de heilige had bezocht. Nadat hij uit één oog blind was geworden, had hij vaak tot de heilige Charbel gebeden. Deze verscheen hem ‘s nachts in een droom en zegde hem zich naar zijn graf te begeven. Hij zou pijn voelen maar ook genezen. Toen hij daar aankwam, voelde die man een brandende pijn in zijn oog en toen hij zijn oog opende kon hij opnieuw zien.

Het nieuws over de buitengewone genezingen en bekeringen van vele mensen die het graf van Pater Charbel bezochten, ging tot ver over de grenzen van Libanon. Steeds meer mensen gingen er op bedevaart om meer van zijn leven te weten te komen en om zijn voorspraak te bekomen. Een jong meisje, Hosn Mohair had van toen ze nog klein was een been dat 5 à 6 centimeter korter was dan het andere. Hierdoor liep ze erg mank. Ze begaf zich naar Annaga en bracht wijwater en wat aarde, die ze nabij het graf van de heilige had genomen, mee naar huis. Met dit water en die aarde begon ze haar gebrekkig been te masseren. Haar verwanten probeerden haar daar vanaf te brengen omdat ze na verloop van enkele dagen geen enkel resultaat bespeurden. Maar het meisje was zo gedreven door een vast vertrouwen dat ze doorzette…. en stilaan werd het gebrekkige been langer tot het even lang was als het andere. De overheidspersonen van het dorp die tot de Druzen behoorden, kende haar persoonlijk. In 1950 verstrekten zij beëdigde verklaringen om dit wonderbare feit te bevestigen.

In de jaren 1950 werd het graf meerdere malen geopend. Eminente specialisten onderzochten het lichaam. Na meer dan een halve eeuw bleek het nog onaangetast. Er was geen enkel spoor van ontbinding en het was bedekt met een rooskleurig vocht, wat medisch onverklaarbaar was. Veel mensen die naar het graf kwamen werden genezen, niet alleen fysisch maar ook spiritueel.

Het nieuws over de talrijke mirakelen verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er bestaat ook een miraculeuze foto. Deze kwam er tijdens één van de verschijningen van de heilige Charbel. Op die wijze kregen de komende generaties een duurzaam portret van de heilige.

 

 

 

Scapulier

 

 

 

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Antonius van Padua

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Antonius van Padua

.

 

Kerkleraar
Antoniuspadua.jpg
Geboren ca. 1195 te Lissabon
Gestorven 13 juni 1231 te Padua
Heiligverklaring 30 mei1232 te Spoleto(Italië) door Paus Gregorius IX
Schrijn St-Anthoniusbasiliek in Padua, Italië
Naamdag 13 juni
Attributen Evangelieboek, brood, baby, Jezuslelie, knielende ezel (in combinatie met monstrans)
Beschermheilige voor Franciscanen, verloren voorwerpen, (alleenstaande) vrouwen en kinderen, armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, reizigers, pelgrims en verliefden
Patroon tegen schipbreuk, de pest en koorts

 

Antonius van Padua, geboren als Fernando Martins de Bulhões in een rijke, adellijke familie, was een minder- broeder die theoloog en kerkleraar was. Hij wordt als een belangrijke heilige beschouwd.

 

 

 

 

Religieuze leven

 

Hij sloot zich in 1210 aan bij de augustijnen in Lissabon. In 1212 verhuisde hij naar Coimbra om niet langer door familieaangelegenheden gestoord te worden in zijn geestelijke ontwikkeling. Onder de indruk gekomen van de eerste martelaren van de minderbroeders sloot hij zich in 1220 bij hen aan.

Hij trok naar Noord-Afrika om aldaar het christelijke  geloof te verspreiden onder de moslims. Later was zijn werkterrein Frankrijk en Italië. Waarschijnlijk werd hij in 1222 te Forlì tot priester gewijd. Veel mensen vonden door zijn toedoen de weg naar het katholieke geloof. Op last van Franciscus van Assisi doceerde hij theologie aan zijn medebroeders.

In 1227 werd Antonius tot provinciale overste van de Romagna in Italië benoemd, waar hij van 1222 tot 1224 reeds predikend had rondgetrokken. In 1230 vroeg en kreeg hij zijn ontslag als provinciale overste omdat zijn gezondheidstoestand verslechterde.

Hij stierf in 1231 en werd nog geen jaar later door heilig verklaard. In 1946 werd hij als ‘leraar van het evangelie’ tot kerkleraar uitgeroepen.

Hij is de patroonheilige van de franciscanen, verloren voorwerpen, vrouwen en kinderen, armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, reizigers en verliefden en patroon tegen schipbreuk, de pest en koorts.

Rond zijn graf in Padua is de basiliek Basilica di Sant’Antonio gebouwd.

In Lissabon zou het kerkje Santo António à Sé gebouwd zijn op de plaats waar Antonius werd geboren. Hij is een zeer geliefde heilige in de Portugese hoofdstad. Sinds 1934 is Antonius een beschermheilige van Portugal en 13 juni is er een officiële feestdag.

 

 

 

 

 

 

 

Wetenswaardigheden

 

  • In katholieke kringen wordt Antonius aangeroepen om zoekgeraakte zaken terug te vinden met de volgende woorden: “Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik m’n … vind”. Als het voorwerp is teruggevonden moet men de Heilige Antonius bedanken.
  • De teunisbloem is naar hem vernoemd omdat die rond zijn feestdag (13 juni) bloeit.
  • In Achel (België) wordt Sint Antonius van Padua vereerd sedert 1493. Tijdens de Franse Revolutie werd de plaats van verering, het klooster van de Franciscanessen in het Catharinadal, vernield. Het beeld van de heilige werd gered en overgebracht naar de parochiekerk. Elk jaar op de zondag na de dertiende juni (naamfeest) wordt het beeld even teruggebracht naar het Catharinadal.
  • De gemeente Sint Anthonis in Noord-Brabant is genoemd naar een naamgenoot: Antonius van Egypte, of Antonius met het varken.
  • Een van Gustav Mahlers liederen uit Des Knaben WunderhornDes Antonius von Padua Fischpredigt, is een komische verhandeling over Antonius die tot de vissen preekt als de kerk leeg is. De dieren luisteren aandachtig, maar na afloop doen ze nog steeds wat ze altijd deden.

 

 

 

medaille

 

 

voorzijde

 

 

 

 

achterzijde

 

.

Religieuze draagmedaille in de vorm van een Maltees kruis

.

op voorzijde:

centraal een afbeelding van Sint Antonius van Padua met lelie en Christuskind en het randschrift ‘S.ANTONI . ORA PRO NOBIS’. ( St Antonius, bid voor ons ).

 

op keerzijde :

centraal een kruis met omlopende tekst ‘VICIT LEO DE TRIBU JUDA’ ( De leeuw van Juda ),

op de vier kruisarmen met wijzers van de klok mee:  ‘ECCE CRUCEM DOMINI’ ( zoek de Heer ),

‘RADIX DAVID ALLELUIA, ‘ALLELUIA’  (uit de stam van David, alleluja ),

100 DIES INDULG. LEO XIII 21 MAI 1892’ ,

‘FUGITE PARTES ADVERSAE’ ( vlucht van de tegenstrever ).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Hemelse raad.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

WIJWATER, WIJDINGEN EN GEWIJDE VOORWERPEN

 

Medailles, scapulieren en de Rozenkrans

 

De Spreekbuis van Mexico, 8 juni 1971 :

1. Schaf u een Rozenkrans, medailles, scapuliermedailles en scapulieren aan. Deze laatste komen in talrijke soorten voor. Ze zijn gewoonlijk verkrijgbaar in bedevaartsoorden, bij kloosters, bij instellingen en stichtingen.

Onmisbaar: De medaille van Sint Benedictus en de Rozenkrans. Zeer aanbevolen: Het Bruine Scapulier van de berg Karmel, of de overeenkomstige scapuliermedaille, de Wonderdadige Medaille, en de Ave Crux medaille.

2. Ga na bij aanschaf of de medailles en scapulieren zijn gewijd. Zo niet, laat alle medailles, scapulieren en scapuliermedailles dan wijden door een priester. Let er op, dat deze voor de wijding het goede gebedsformulier gebruikt. Dat staat in het oude Latijnse Rituále.

3. Draag twee of drie medailles bij voorkeur aan een ketting om de hals. In een portefeuille of geldbeursje, aan een sleutelring, of gespeld op (onder)kleding gaat ook. Draag ook scapulieren of scapuliermedailles. Zorg er vooral voor, dat kinderen medailles en scapulieren dragen.

Bij voorkeur dragen: het Bruine Scapulier, de Wonderdadige Medaille, de medaille van Sint Benedictus en de Ave Crux medaille.

4. Schaf u een Rozenkrans aan. Ga na of deze is gewijd. Laat ze anders wijden door een priester. Draag deze altijd bij u, indien gewenst om de hals, anders in broek-, jas- of mantelzak, of in een handtas , of in een speciaal halstasje. Zorg dat ook uw huisgenoten over een Rozenkrans kunnen beschikken. Leer vooral de kinderen er een bij zich te dragen, en leer hen er aan te bidden.

Bidt hem dagelijks in de familiekring of met buren en vrienden. Met de hand in de zak met Rozenkrans kan men hem zelfs in vreemd gezelschap, in bus of trein, of in een wachtkamer, stil voor zich bidden. De Rozenkrans is onmisbaar voor het geestelijk en lichamelijk welzijn, en als bescherming in zware tijden.

5. Onze Heer: Door de duivels in bezit genomen zielen komen heden veelvuldig voor op de aarde, en zij geven zich er geen rekenschap van. Andere wapens zijn de gewijde religieuze voorwerpen, die worden gedragen, in het bijzonder die, welke Mijn Zeer Heilige Moeder zo dikwijls heeft aangeduid, en die zij zelfs aan allen als geschenk heeft aangeboden: Rozenkrans en Scapulieren, welke het habijt van de heiligheid kunnen worden genoemd.

 

 

 

rozenkrans

 

 

 

Little Pebble van Nowra in Australië :

6. Onze Lieve Vrouw: De wapens, die Wij u gegeven hebben, lieve kinderen, zijn de Heilige Rozenkrans, het Bruine Scapulier, de medaille van Sint Benedictus, het Scapulier van Sint Charbel, en de vele andere sacramentaliën, die Wij Onze kinderen hebben aangeboden voor hun bescherming.

 

Een Amerikaanse huisvrouw, 20 november 1976 :

7. Onze Lieve Vrouw: Houdt een ononderbroken gebedswake, lieve kinderen. Veronachtzaamt de sacramentaliën niet. Luistert niet naar hen, die de spot ermede drijven en evenmin naar hen, die u uw bescherming willen afnemen. Zij [de sacramentaliën] werden u niet zonder reden gegeven. Talrijke sacramentaliën zijn aan u voor deze bijzondere tijden gegeven geworden.

Gij moet de medaille van de Heilige Benedictus dragen. Gij moet het Bruine Scapulier, of de overeenkomende scapuliermedaille, dragen. Houdt uw Rozenkrans steeds binnen handbereik. Hoe groot zal de ellende van velen zijn, wanneer zij moeten vluchten met slechts datgene, wat zij aan hun lichaam dragen. Zonder de troost van de sacramentaliën zullen zij de komende dagen niet kunnen doorstaan.

 

Little Pebble van Nowra in Australië, 4 september 1984 :

8. Onze Lieve Vrouw: Draagt Mijn bruine scapulier, lieve kinderen, draagt Mijn Wonderdadige Medaille, draagt de krachtige Medaille van Sint Benedictus. Deze waardevolle sacramentaliën zullen Lucifer in de diepten der hel drijven. Vreest hem niet, kinderkens, hij is bang voor Onze kinderen, die deze wapenuitrusting dragen, vooral is hij bang voor de Heilige Rozenkrans. Bidt de Rozenkrans, lieve kinderen, om uw gezinnen en uw familie te redden, en uw land en volk ”

 

Little Pebble van Nowra in  Australië, 7 januari 1989 :

9. Sint Benedictus: De gezegende Koningin van Hemel en Aarde heeft mij gevraagd de kinderen van het licht te bemoedigen om vaak en veel te bidden, en om de medaille, die in mijn naam is geslagen, te gebruiken. Draagt mijn medaille, beminde kinderen, want deze medaille heeft grote kracht. Deze sacramentalie, die aan de Kerk is gegeven om u te verdedigen, is tegen de duivels die uw zielen aanvallen.

 

Little Pebble van Nowra in Australië, 7 januari 1989 :

10. Mij werd door de Koningin gevraagd u nogmaals te bemoedigen opdat gij allen de sacramentaliën zoudt dragen, vooral het Bruine Scapulier van Onze Heilige Moeder, en ook de medaille van Sint Benedictus. Deze sacramentaliën zullen u, beminde kinderen, verdedigen tegen alle vijanden, die heden in de wereld aanwezig zijn. Zij zullen u ook beschermen tegen vergif in voedsel en water en in de lucht. Jazeker, beminde kinderen, deze sacramentaliën zijn een grote hulp voor alle mensen van de ganse wereld.

 

 

medaille van St Benedictus

 

 

Een begenadigd priester, (Nowra 301 Australië), 26 juli 1990 :

11. Onze Lieve Vrouw: Verwijdert vanaf vandaag de medailles niet meer van uw lichaam. Hoe u ze ook draagt, groot of klein, mooi en kostbaar, eenvoudig en onogelijk, indien zij goed zijn gezegend, is er geen enkel verschil. Ik zal ze hier nog eens opnoemen:

de Wonderdadige (Wonderbare) Medaille van Mijn Onbevlekte Ontvangenis,

de Scapuliermedaille van het Bruine Scapulier [van de berg Carmel],

de medaille van Sint Benedictus,

de medaille van de Rosa Mystica,

de medaille van Sint Jozef,

de medaille van Sint Michaël,

de medaille van het Kind Jezus, zoals het Kindje Jezus van Praag,

de medaille van uw patroonheilige,

het Scapulier van de Ark van Onze Lieve Vrouw te Nowra, Australië,

het Scapulier van de orde van Sint Charbel,

een kruisbeeld met corpus, bijvoorbeeld dat van uw Rozen-krans,

de Ave Crux medaille.

Draagt ook de Heilige Rozenkrans om uw hals als wapen. Bedenkt, dat de medailles en de Rozenkrans uw wapenen zijn, en een soldaat, die vrijwillig zijn wapens laat vallen, of ergens opbergt in een buidel of kast, zal de strijd verliezen.

 

Heggeroosje, Duitsland, 26 juli 1990 en Nowra 301 – 8 september 1990 :

12. Gerekend vanaf vandaag, neem alstublieft uw medailles niet van uw lichaam weg. Gedurende zwaar werk, of als men een bad neemt, of een douche, kunnen de stoffen scapulieren worden afgelegd, en nabij u worden neergelegd, maar houdt de medailles aan, vooral die van Sint Benedictus.

Na de 1ste juli (jaar 2002 ) dient men een Ave Crux medaille onder het bord met voedsel te leggen, of deze in te dopen in de dranken. Andere medailles kunnen ook dienen. Denk er aan te danken voor de maaltijden, daar dit het voedsel zegent. Hoe u een medaille draagt, of deze groot of klein is, mooi en waardevol, of eenvoudig en gewoontjes, als ze goed gezegend zijn, is er geen verschil, want deze medailles kunnen uw leven voor de eeuwigheid redden, en als het God blieft, ook het tijdelijke leven van het lichaam redden.

 

13. Bedenk wel, de medailles en de Rozenkrans zijn uw wapens, en een soldaat, die vrijwillig zijn wapens laat vallen, en ze opbergt in tassen en kasten, zal alle veldslagen verliezen. Degene, die pas naar de wapens grijpt als de vijand binnenvalt, zou deze wel eens niet meer kunnen vastnemen. En degene, die pas dan besluit om zichzelf met God te verzoenen, zou daartoe wel eens niet meer in staat kunnen zijn. Zorg er dus altijd voor om een reine ziel te hebben, een liefdevol hart, en wees bereid om welk offer dan ook te brengen, en God’s wil te doen. Als de toestand dan ernstig wordt, zullen de genaden, die gij hebt verdiend, u staande houden, en u voor veel onheil en schade bewaren. Niemand zal zonder enig letsel of schade blijven, gij moet allen door deze tijd heen. Bereidt u nu voor, want er is niet veel tijd meer over. Hoe meer geestelijke wapens gij bezit, des te minder letsel en schade gij zult lijden.

 

Little Pebble van Nowra in Australië, 11 februari 1992 :

14. Een brief van Little Pebble over het dragen van medailles:

Beste mede-gelovigen. Reeds enige tijd was ik van plan enige uitleg neer te schrijven van een gedeelte van de boodschap 301, die op 26 juli 1990 werd gegeven aan Heggeroosje in Duitsland, waarin Onze Lieve Vrouw zich richtte tot een priester met betrekking tot het dragen van sacramentaliën, bedoeld zijnde medailles.

15. Ik wil er op wijzen, dat, ofschoon Onze Gezegende Moeder de noodzaak, dat wij medailles moeten dragen, heeft benadrukt, dit niet inhoudt dat al degene, die werden genoemd, moeten worden gedragen. Die hieronder als aanbevolen worden opgegeven, zijn inderdaad slechts aanbevolen. U moogt daaruit kiezen zoals het u belieft. Vanzelfsprekend wordt u meer en beter beschermd tegen alle soorten zonde, tegen bekoringen, tegen ziekte, als u meerdere medailles draagt. Zoudt gij er echter slechts één of twee dragen, dan geniet gij nog steeds de bescherming van de hemel. Aan u is de keus, beste mensen.

16. De hemel heeft de navolgende sacramentaliën genoemd als noodzakelijke medailles en scapulieren

Het bruine scapulier bij voorkeur, of de scapuliermedaille (als het scapulier niet verkrijgbaar is).

De medaille van Sint Michiel.

Een kruisje met corpus, of de Ave Crux medaille.

De Heilige Rozenkrans (rond de hals, of in een zak).

De medaille van Sint Benedictus.

N.B.: Deze moeten allemaal rond de hals worden gedragen.

 

 

bruine scapulier van Karmel

 

 

Aanbevolen medailles en scapulieren

De Wonderdadige Medaille (van de Onbevlekte Ontvangenis)

De medaille van Sint Benedictus.

De medaille van de Rosa Mystica.

De medaille van Sint Antonius.

De medaille van uw patroonheilige.

De medaille van Sint Jozef.

De medaille van de Heilige Geest.

Het scapulier van de Ark (een boete-scapulier).

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven).

De medaille van het Kindje Jezus van Praag.

N.B.: Het is goed om de medaille van welke Heilige dan ook te dragen.

N.B.: Deze en nog veel meer medailles zijn beschikbaar.

 

17. Gij behoort tenminste altijd bij u te dragen:

a. Het Bruine scapulier.

b. De medaille van Sint Benedictus.

c. De medaille van Sint Michiel.

d. Het scapulier van Sint Charbel.

e. De Ave Crux medaille.

f. Een kruisje met corpus.

g. Een Rozenkrans.

Wat de andere sacramentaliën betreft, door Onze Lieve Vrouw aanbevolen, deze behoeven niet om de hals te worden gehangen, maar kunnen op andere wijze worden mede gedragen.

 

 

wonderbare medaille

 

 

 

Huis, erf, winkel en bedrijf

 

De Heilige Petrus Fourier :

18. Laat uw huis, uw bedrijf, alle bijgebouwen en de onmiddellijke omgeving door een goede priester met wijwater zegenen. Laat uw winkel, werkplaats, schuren, stallen, loodsen, e.d. inzegenen. Let er op dat de priester het goede wijdingsformulier gebruikt, en overal wijwater sprenkelt.

19. Hang in uw woning, werkplaats, winkel, schuur, stallen, enz. gewijde kruisbeelden aan de muur in alle vertrekken en ruimtes. Ook op de binnenzijde van alle toegangsdeuren, vooral de voor- en de achterdeur, kleine kruisjes hangen. Hang overal gewijde godsdienstige schilderijen en afbeeldingen, religieuze voorstellingen, platen, iconen, medailles, e.d., vooral die van de Heilige Maria. Verder van het Heilig Hart, en van Sint Jozef, en van uw favoriete heiligen. Plaats gewijde beelden van het Heilige Hart, van Onze Lieve Vrouw, en van de Heiligen. Vergeet de kamers van de kinderen, de kelder, de garage, schuren en stallen, en de zolders niet.

20. De Heilige Petrus Fourier vroeg zijn parochianen in moeilijke tijden op hun voordeur de woorden aan te brengen: Maria is zonder zonden ontvangen.

Het gevolg was, dat zijn parochie werd beschermd tegen allerlei rampen, plunderingen, epidemieën, moorden, en wat niet al, hetgeen niet het geval was met omringende parochies.

 

 

medaille van St Charbel

 

 

Père Jean-Marie, Fréchou, Zuid-Frankrijk, 7 december 1979 :

21. Dit werd als het ware bevestigd door Onze Lieve Vrouw tijdens de visioenen van Père Jean-Marie: Als gij voor de mensen getuigt van mijn Onbevlekte Ontvangenis, dan zal Ik voor u getuigen voor de Rechterstoel van mijn Goddelijke Zoon en gedurende de komende gebeurtenissen zal Ik u beschermen. Ik zal u beschutten met mijn onbevlekte mantel.

 

Père Jean-Marie, Fréchou, Zuid-Frankrijk, 27 november 1980 :

22. Onze Lieve Heer: Ik bemin bij voorkeur hen, die de Onbevlekte Ontvangenis van mijn Heilige Moeder verdedigen.

 

23. Een ander bekende sacramentalie is die verbonden met de Heilige Driekoningen Caspar, Melchior en Balthazar. Het betreft de spreukChristus mansiónem benedícat, (dat is: “Christus zegene dit huis” ), geschreven op een strook papier, of geschreven met wit krijt op de muur van het huis, liefst boven de voordeur, met daaronder de tekst, of op papier, of met krijt op de muur geschreven: 20 + C + M + B+ 02, waarbij de 20 en de 02 staan voor het jaar 2002. Er bestaat ook een speciaal gebed bij het aanbrengen van dit teken van geloof. Dit aanbrengen geschiedt gewoonlijk op Driekoningen, 6 januari, maar op een andere datum is ook goed.

 

 

medaille van Rosa Mystica

 

 

 

Beschermd door het kruis en de medailles

 

Een begenadigde ziel, New York, 14 april 1984 :

24. Jezus: Bidt, en draagt uw Sacramentaliën. En ook vraag Ik u, kinderkens, om een Kruisbeeld op uw deur te bevestigen. Beide deuren, de voordeur en de achterdeur, moeten een Kruisbeeld krijgen. Ik zeg dit tegen jullie, want er zal een vreselijke slachting zijn in uw wijk, en deze zal bij u voorbij gaan als gij het Kruisbeeld op uw deuren houdt bevestigd.

 

Een ware zienares (Nowra Australië)

De Moeder Gods: Dan is er het bestrijken van de kozijnen van ramen en deuren met Heilige Olie of Was. U kunt beide doen. U moet een Sint Benedictusmedaille, en een klein kruis, op ieder venster leggen, of ertegen bevestigen, beter nog, lijm of nagel het ergens vast, waar het niet zo opvalt.

 

Angel Munoz, op de berg Murta bij Alcira, Valencia, Spanje, 15 augustus 1989 :

25. Onze Lieve Vrouw: In heb het klagen van mijn kinderen gehoord. Ik zegen nogmaals de medailles van de Heilige Aartsengel Michaël en van de Heilige Benedictus, kinderkens, daar ik weet, dat velen van u er nog geen hebben. Het is echter belangrijk, dat deze in uw huizen aanwezig zullen zijn, opdat het water niet zal bederven, en opdat de vensters beschermd zullen blijven tijdens de straffen, welke op de aarde, en op Spanje, zullen neerkomen.

 

26. De hemel heeft ons opdracht gegeven om altijd het gewone kruisteken te maken over alles wat wij eten, of drinken, of bereiden om te eten, of te drinken. Dit geldt zelfs voor het nemen van een slok water, of een snoepje, en het eten van een appel. Bid men de gewone liturgische tafelgebeden voor en na elke maaltijd, dan maakt men al vier kruistekens. Dat volstaat dus zeker.

27. Men kan voor en na elke maaltijd, als onderdeel van het gewone liturgische tafelgebed, ja, zelfs voor en na elke hap eten of slok drinken, bidden:

“Door Uw almacht, Heer-God, bevrijd al ons voedsel en onze dranken, en ook de lucht, die wij inademen, van elke bezoedeling, die ons zou kunnen schaden”.

Amen.

Dank u, Heer !

 

 

medaille van St Jozef

 

 

 

De auto

 

28. Laat uw particuliere auto, en uw bedrijfsauto, door een priester zegenen. Let er op dat de priester het goede wijdingsformulier gebruikt. Hang in uw auto medailles, bijv. die van Sint Benedictus en de Wonderdadige Medaille. En natuurlijk medailles van Sint Jozef, van Sint Christophorus en van de Heilige Aartsengel Raphaël, de patronen van de reizigers.

 

 

Gewijde olie en zout

 

André, Brussel, 30 mei 1985 :

29. Zorg voor gewijde olie. Bedoeld wordt spijsolie, zoals olijfolie, maisolie, zonnebloemolie, druivenpitolie, tarwekiemolie, e.d. in flessen of vaatjes. De olie kan in de flessen of vaatjes blijven tijdens de wijding, mits ze worden geopend door de sluiting er tijdelijk af te nemen. Laat de priester deze wijden met het goede formulier. Sluit daarna de flessen en vaten weer goed af.

30. Er bestaan ook enkele speciale oliën, zoals die, welke wordt uitgezweten door de stenen sarcofaag van de Heilige Monnik Sint Charbel in de Libanon. De hemel heeft hem aangewezen als de Heilige voor de Vrede van de Laatste Dagen. Wij moeten tot Sint Charbel bidden om vrede – Heilige Charbel, geef ons de vrede en hem eer bewijzen. Wij moeten onszelf en anderen met deze olie zegenen, bijvoorbeeld door een kruisje met de ingeöliede duim op het voorhoofd te tekenen. Doe dit vooral bij de kinderen.

31. Deze genade-oliën, vooral die van Sint Charbel, bezitten gewoonlijk genezende en beschermende werking. Als de voedselvoorraden van de wereld radio-actief besmet zullen zijn, moeten wij bij elke bereiding van voedsel een beetje van de olie van Sint Charbel in de te gebruiken spijsolie, of in de olie voor de salades, doen om de etenswaren te zuiveren. Drie druppels van de gewijde olie is voldoende. Echter, Olie van Sint Charbel is moeilijk te verkrijgen.

32. Al het andere voedsel, dat gegeten wordt zonder olie, moet worden gewassen in water, dat wat genadewater of wijwater bevat, ook hier zijn drie druppels voldoende, en ook al dat voedsel zal dan worden gezuiverd van de besmetting. Eventueel druppele men drie drupples op vaste spijzen, zoals een harde korst brood, of een appel. Maar bedenk wel, men moet geloven, wil dit echt werken, zo zegt de hemel het .

33. Het Heilige Hart: Wijwater zal uw lijden kunnen verzachten, de olie zal uw pijnen verlichten, de medailles en de beelden van de Heilige Benedictus zullen de plagen doen verdwijnen.

 

 

medaille van St Michaël

 

 

 

Little Pebble van Nowra in Australië, 3 maart 1990 :

34. Onze Lieve Vrouw: Om deze reden zei Ik u, lieve kinderen, de olie van Sint Charbel en wijwater te gebruiken om u te beschermen. De instructies, die Ik u, al gedurende vele jaren heb gegeven, moeten worden opgevolgd. De Boze vervuilt het water, vergiftigt het voedsel, en bezoedelt de lucht, niet slechts met zijn stank, lieve kinderen, maar ook door gebruik te maken van de gevallen menselijke natuur, waardoor velen zijn werktuigen zijn om de mensheid te vernietigen.

 

35. Nu volgen de instructies van Onze Lieve Vrouw teneinde elke soort Heilige Olie te vermeerderen: Verwerf u een hoeveelheid zuivere spijsolie. Steek een kaars aan. Spreek de Geloofsbelijdenis van de Apostelen, dan één Onze Vader, drie Weesgegroeten, en éénmaal Eer aan de Vader. Voeg drie druppels van de gewijde olie of Sint Charbel olie, toe aan de te wijden massa olie onder voortdurend gebed. Men kan bijvoorbeeld achtereenvolgens telkens de drie druppels reeds gewijde olie toevoegen aan een reeks geopende flessen met te wijden olie, welke flessen naast elkaar staan opgesteld.

36. Als er in de toekomst radio-actieve besmetting optreedt, moeten aan al het met olie te bereiden en te eten voedsel drie druppels van de gewijde olie worden toegevoegd. Drie druppels zijn voldoende om de besmetting weg te nemen. Iedereen wordt aangeraden om een flinke voorraad gewijde olie in huis te hebben.

 

 

 

medaille van het kind Jezus

 

 

 

Genadewater en wijwater

 

37. Zorg voor wijwater. Wijwater is normalerwijs niet bedoeld om te drinken. In parochies voorradig wijwater is dikwijls al oud. Laat dus een priester vers en zuiver water nieuw wijden. Dit water kan zuiver leidingwater (zonder chloor), of zuiver bronwater (zonder prik), of mineraalwater zijn. Bijv. Spa Reine, of dergelijk bronwater. Gechloreerd leidingwater moet men slechts in noodgevallen gebruiken. Zorg voor zuivere flessen met stop. Bijvoorbeeld lege glazen (of plastiek) flessen van bronwater met stevige draaidop zijn zeer geschikt om weer opnieuw te vullen.

38. Stort de aangekochte flessen, of het andere zuivere water, leeg in een proper vat. Dit water wordt dan gewijd. Let er op dat de goede gebedsformule wordt gebruikt. Laat de priester gewijd zout toevoegen, zoals het hoort. Dit zout verhoogt ook de houdbaarheid. Na de wijding het water met een schone trechter in de flessen teruggieten. Flessen goed afsluiten. Straks moet u ook anderen kunnen helpen. Leg dus een flinke voorraad aan. In noodgevallen kan het wijden ook geschieden door het water in de flessen te laten zitten, en de doppen er vanaf te draaien, zodat de fles open is. Dan kan de priester ook telkens een snufje gewijd zout in de flessen doen.

39. Zorg voor genadewater, dat is bronwater uit een genade-oord, zoals Lourdes, Fatima, Kerizinen, Montichiari, San Damiano, enz. Dit water is even goed als, of zelfs beter dan, het gewone wijwater. Het water van San Damiano is speciaal geschonken en gezegend voor het strafgericht, de Grote Waarschuwing.

Het dichtste bij gelegen is de bron van Banneux ten Zuid-Oosten van Luik. Dan Marpingen in het Saarland, ten Zuiden van Trier. Zorg voor goed afsluitbare plastiek vaten, kannen, jerrycans, e.d. van 5 tot 10 of meer liter inhoud, welke speciaal voor drinkwater zijn bestemd. Denk aan het soort vaten bestemd voor kampeeruitrusting. Men nemen eventueel ledige en goed gereinigde melkflessen of melkvaatjes. Gebruik niet de soort vaten bestemd voor benzine om gewijd of drinkwater in op te slaan. Bewaar de vaten thuis goed afgesloten, liefst op een koele en donkere plaats.

40. Men kan dagelijks, gewoonlijk ’s avonds voor het donker wordt, huis, erf, stallen, bijgebouwen, e.d. rondgaan, en met een gewijd palmtakje wijwater, of water uit een genade-oord, overal sprenkelen. Men kan dit ook doen, als er zich onaangename voorvallen in huis of op het erf hebben voorgedaan, na inbraken, of na vechtpartijen, na hevige ruzies, na losbandigheid, e.d. Het wijwater of het genadewater verdrijft de duivels, die mensen negatief beïnvloeden.

 

 

medaille van St Raphaël

 

 

 

 

Sint-Jozef-water

 

 

André, Brussel, 8 mei 1985 :

41. Een zeer bijzondere soort genadewater is dat van de Sint Jozefbron op het heiligdom van Nowra, Nieuw-Zuid-Wales, Australië. Onze Heilige en Gezegende Moeder heeft gezegd, dat de bron zo genoemd moest worden ter ere van Sint Jozef. Het water ziet er uit alsof het uit de harde rotsen komt. Hoe meer mensen er zijn bij het heiligdom, des te meer water geeft de bron. Hoe minder mensen, des te minder water wordt er gegeven door de bron.

42. Men moet dit Sint-Jozef-water gebruiken zoals elk ander genadewater of wijwater: Om mede te zegenen, om te drinken, om in het eten te gebruiken, en men moet het in zijn voorraad water doen om bevriezen te beletten. Maar bedenk, dat elke zegening met genade- of wijwater, of met gewijde olie, afhangt van ons geloof daarin.

43. Nu volgen de instructies van Onze Lieve Vrouw teneinde het Sint-Jozef-water van Nowra te vermeerderen: Verwerf u een hoeveelheid zuiver water. Steek een kaars aan. Spreek de Geloofsbelijdenis van de Apostelen, dan één Onze Vader, drie Weesgegroeten, en éénmaal Eer aan de Vader. Voeg drie druppels van het Sint-Jozef- water toe aan de te wijden massa water onder voortdurend gebed.

44. Van dit water kan men kleine teugjes drinken, en iedereen kan zich zegenend met dit water besprenkelen. Als er in de toekomst radio-actieve besmetting optreedt, moeten drie druppels van dit water (of van gewoon wijwater, of van gewijde olie) aan al het water, waarmede het voedsel voorafgaand wordt gewassen, en aan het kooknat, worden toegevoegd. Drie druppels zijn voldoende om het voedsel te reinigen van alle radio-actieve bezoedeling. Iedereen wordt aangeraden om een voorraad wijwater en genadewater in huis te hebben.

45. Het Heilige Hart: Hebt steeds wijwater bij de hand. Draagt Mijn beeltenis en Mijn medaille met liefde, met vertrouwen, en met geloof. Bidt veel.

 

 

medaille van St Antonius

 

 

San Damiano, 18 november 1966 :

46. De Heilige Maagd Maria: Komt aan de bron dit genadewater drinken. Wast u er mee. Drinkt er vol vertrouwen van. Velen zullen van hun lichamelijke kwalen worden genezen, velen zullen heilig worden.

 

San Damiano, 26 mei 1967 :

47. De Heilige Michaël, sprekend in naam van God de Vader: Ik verkondig, dat allen grote jerrycans moeten aanschaffen om hier veel water te halen. Houdt ook kleine schalen gereed. Wanneer de verschrikkelijke strijd van de vertwijfeling aanbreekt, zult u vele afschuwelijke dingen zien. Giet dit water dan in de schalen, dompel uw gelaat er in, en u zult gered worden. 

 

 

 

Angst en vrees verjagen

 

 

Marie-Julie de Jahenny, Blain, West-Frankrijk, 19e en 20e eeuw :

48. Onze Lieve Heer: Om alle angst en vrees te verjagen, moet gij uw voorhoofd aanraken met een afbeelding van Maria de Onbevlekte, of met haar zoete Wonderdadige Medaille. Uw geest zal kalm blijven. Uw verstand zal niet bevreesd worden door het naderbij komen van het schrikbewind van de mensen.

 

 

 

Vuur uit de hemel weerstaan

 

Marie-Julie de Jahenny, Blain, 23 februari 1928 :

49. Het Heilig Hart van Jezus over vuur uit de aarde en uit de hemel: De hitte zal verschrikkelijk zijn. Een kruisteken, gemaakt met wijwater, zal de warmte doen verminderen en de vonken terugdrijven. Gij moet vijf kussen geven aan de kruisjes, waaraan een aflaat is verbonden. Kruisjes [met vinger of duim] getekend op de vijf wonden van een afbeelding van de gekruisigde Jezus, zullen hetzelfde gevolg hebben.

 

 

 

Zalf van rozenblaadjes

 

50. De zalf van het ‘Goddelijk Wezen’ wordt te Nowra in Australië vervaardigd op instructies van Onze Lieve Vrouw. De zalf wordt gemaakt van Rozenblaadjes, die worden geplaatst onder een metalen Kruisbeeld, dat van tijd tot tijd bloed en zweet afgeeft. Dit Kruisbeeld bevindt zich in de Kapel van Alle Verschijningen op de heilige gronden van de verschijningsplaats te Nowra. Onze Lieve Vrouw zegde Little Pebble de zalf te bereiden van de gekneusde rozenblaadjes, met de bedoeling deze te gebruiken om lichaam en ziel te helen in de Laatste Dagen. Deze zalf kan echter ook nu al worden gebruikt.

51. Gebruiksaanwijzing: Breng de zalf aan op de aangetaste of op de gekwetste plaats. Maak daarna het Kruisteken, bid één Weesgegroet, en roep het Kostbaar Bloed van Jezus aan. Onze Lieve Vrouw zeide op 19 mei 1994 dat er vele manieren zijn waarop wij deze zalf kunnen toepassen. Het bovenstaande is slechts een suggestie.

52. Op 13 juni 1995 zegende Onze Heilige Moeder alle rozenblaadjes in de Kapel van Alle Verschijningen, en vroeg, dat er een zalf of crème zou worden gemaakt, speciaal bestemd om rheuma te genezen. Deze wordt op dezelfde wijze aangebracht als de helende zalf van het Goddelijk Wezen, en deze crème wordt gemaakt met zuivere stoffen, zoals oliën en lotions, en wordt lichtjes geparfumeerd.

Men bestelle deze zalven in Australië (brief in het Engels; bankbiljetten, Australische dollars of Euros, voor de kosten van het opsturen, bij de brief insluiten). Adres: Little Pebble, P.O. Box 815, Nowra, N.S.W. 2541, Australia.

 

 

medaille van de Heilige Geest

 

 

 

De gezegende zakdoekjes met de afbeelding van de Drie Harten

 

Doornstruikje, L’Avenir, Québec, Canada, octber 1994 :

53. Boodschap van de Heilige Maagd aan Doornstruikje in october 1994: Ik ben tevreden, dat gij aan mijn wens gehoor hebt gegeven, lief kind.

Dit betrof het doen vervaardigen van een zakdoekje met aan de ene zijde een kruis en de spreuk: “O, Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen.”

Aan de andere zijde de drie verenigde harten: het Allerheiligste Hart van Jezus, het Onbevlekt Hart van Maria en het Zeer Zuivere Hart van Sint Jozef, met de spreuk: “Jezus, Maria, Jozef, ik bemin u. door uw Verenigde en Ondeelbare Harten, redt de zielen.”

Boven de drie harten drie vurige vlammen, die naar boven toe één vlam worden, welke de goddelijke liefde en barmhartigheid voorstelt.

54. Aan deze zakdoekjes zijn de navolgende genaden, beloftes en zegeningen verbonden:

Lief kind, ik wens, dat gij zult weten, dat elk van die zakdoekjes mijn moederlijke mantilla vertegenwoordigt. Al mijn kinderkens, die mijn mantilla dragen, ontvangen deze bijzondere genade. Deze bijzondere genade zal een troost zijn voor de stervenden, mits zij [de zakdoekjes] zijn gezegend door een van mijn priester-zonen, en Ik zal bij hen aanwezig zijn tijdens hun sterven als een schild tegen de bekoring. Zij [de doekjes] zullen vertroosting bieden aan de zieken.

55. Tijdens de duistere dagen zullen zij een speciaal schild zijn en een bescherming tegen de demonen. En zij zullen moeten worden gebruikt om het goede van het kwade te onderscheiden gedurende de dagen van duisternis, wanneer zij sluiers van waarheid zullen worden.

Al mijn lieve kinderen, die deze zakdoekjes dragen, of die ze bewaren in hun woningen, zullen in Onze Verenigde en Ongedeelde Harten blijven, en Onze Ongedeelde en Verenigde Harten zullen voortdurend over hen waken.

Bijzondere genaden van genezing zullen worden verleend en bekeringen tot het ware geloof, volgens de wil van mijn Zoon. Deze sacramentaliën hebben een bijzondere zegen ontvangen van Onze Verenigde en Ongedeelde Harten.

Zij moeten worden gegeven aan allen, die zij wensen [te ontvangen], tesamen met mijn gezegende rozenblaadjes, tegen een kleine gift, opdat er weer andere zouden kunnen worden gemaakt.

 

 

 

Gewijde druiven

 

56. De wonderbaarlijke, kracht gevende druiven werden door Onze Lieve Vrouw geschonken aan Mama Rosa Quatrini, in San Damiano, Italië. Deze druiven zullen het gelovige volk kracht geven, en in leven houden gedurende de tijd van de Antichrist, tijdens oorlogen, hongersnoden, droogtes, rampen, plagen, en ziektes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vogels in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In de Bijbel worden op talloze plekken verwezen naar vogels, de ene keer in het algemeen en de andere keer zeer specifiek naar een bepaalde vogel, zoals een mus, een arend, een duif of een kraanvogel. 

 

.

 

Vogels in de bijbel - algemeen: rein/onrein en Gods zorg

 

.

.

 schepping en algemene aanduiding

 

In de Nieuwe Bijbel Vertaling heeft men het vaak over ‘de vogels aan de hemel’. (Psalm 8:9)

In het Bijbelboek Genesis kunnen we lezen dat God op de vijfde dag de vogels maakt:

  • God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag. (1:20-23)

 

 

 

Reine en onreine vogels in de Thora

 

De Thora maakt een onderscheid tussen reine en onreine vogels. Alle vogelsoorten die rein zijn, mogen de Israëlieten eten. De volgende vogels mogen niet gegeten worden:

 

de vale gier;

de lammergier;

de zwarte gier;

de rode wouw;

de verschillende soorten buizerds;

alle soorten kraaien en raven;

de struisvogel;

de velduil;

de bosuil;

alle soorten valken

de steenuil;

de ransuil;

de katuil;

de dwergooruil;

de visarend;

de visuil;

de ooievaar;

de verschillende soorten reigers;

de hop; en

de vleermuis. (Deuteronomium 14:12-18; vgl. Leviticus 11:13-19)

 

 

De visarend / Bron: MinoZig / Wikimedia Commons

 

 

Volgens drs. Ben Hobrink in ‘Moderne wetenschap in de bijbel’, zijn de beschermde vogels vooral belangrijk voor het biologische evenwicht in de natuur. God gaf niet zomaar een willekeurig lijstje met vogels op. Hobrink legt uit dat de beschermde vogels grofweg zijn in te delen in zes groepen of clusters:

  1. Kraaiachtigen – zijn echte alleseters, die hetgeen grote aaseters laten liggen oppeuzelen.
  2. Gieren en wouwen – deze dieren ruimen kadavers op, ze houden het milieu schoon.
  3. Roofvogels en uilen – Pas sinds enkele tientallen jaren weten we hoe belangrijk de bescherming van deze dieren is. Ze voeden zich met schadelijke dieren (ratten en muizen), ze ruimen kadavers op en doen zich te goed aan zwakke dieren.
  4. Ooievaars, reigers, ibissen en roerdompen – naast vis – vooral dode en zieke exemplaren – staan er muizen en sprinkhanen op hun menu.
  5. Bijeneters en hoppen – doen zich onder andere te goed aan sprinkhanen en andere insecten.
  6. Struisvogels – Volgens Hobrink is van deze vogel nog niet bekend waarom de struisvogel beschermd werd, waarschijnlijk omdat het een alleseter is.

 

 

Deze beschermde vogels zijn dus belangrijk voor het biologische evenwicht. Vogels die rein zijn volgens de voorschriften in de Thora, zijn niet belangrijk voor het in stand houden van dit evenwicht; zij eten vis, insecten, waterplanten, kevers, zaden, enz. Het zijn geen opruimers.

 

 

 

Gods zorg voor vogels (dieren) en de mens

 

Jezus wees naar de vogels in de lucht om te laten zien dat God voor deze schepselen zorg draagt:

Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? (Matteüs 6:26)

Maar de boodschap reikt verder dan dat. Als onze Vader die in de hemel woont voor de vogels zorgt, dan zal Hij toch zeker Zijn kinderen geven wat ze nodig hebben?

Dat de mens van het dier en vogels kan leren, komt ook in het Oude Testament voor:

Vraag het vee hiernaar, het zal je onderrichten, vraag de vogels in de lucht, ze zullen het verkondigen. (Job 12:7)

 

 

 

Bescherming tegen een demon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Mensenzoon heeft geen tehuis

 

Zelfs vogels die een rusteloos bestaan leiden hebben een veilige nest, een thuis, terwijl de Zoon des Mensen geen tehuis heeft:

Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ (Lucas 9:58)

De man aan wie Jezus dit zei, had tegen Jezus gezegd: “Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.” Hij realiseerde zich niet dat al wie Jezus wil navolgen, moet delen in zijn rusteloos bestaan.

 

 

 

Vogelvallen en de vluchtende mens

 

De vogel wordt belaagd door vogelvangers: “… zoals een vogel in het net vliegt en niet merkt dat het hem zijn leven kost.” (Spreuken 7:23)

Of, zoals Prediker het uitdrukt:

“Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.” (9:12)

De mens die in het nauw wordt gebracht of vluchtende en opgejaagd is, wordt in de Bijbel diverse keren vergeleken met een vogel:

 

Psalm 11:1

Psalm 124:7

Spreuken 6:5

Spreuken 27:8

Jesaja 16:2

 

 

 

Bloed van vogels, reinigingsritueel en Jezus

 

In het Bijbelboek Leviticus kunnen we lezen dat het bloed van vogels een rol speelt in het reinigingsritueel.

De HEER zei tegen Mozes: ‘Dit zijn de voorschriften die van toepassing zijn wanneer iemand die door huidvraat getroffen is, weer rein kan worden verklaard. Zo iemand moet naar de priester worden gebracht, en de priester moet buiten het kamp onderzoeken of hij van zijn huidvraat genezen is. Als dat zo is, moet de priester opdracht geven om voor degene aan wie de reiniging moet worden voltrokken twee levende, reine vogels te halen, en cederhout, karmozijn en majoraan.

De ene vogel laat hij slachten boven een met bronwater gevulde aarden schaal. De andere, levende vogel moet hij, net als het cederhout, het karmozijn en de majoraan, in het bloed van de boven het bronwater geslachte vogel dopen, en met dat bloed moet hij degene die na zijn huidvraat moet worden gereinigd zevenmaal besprenkelen.

Daarna verklaart hij hem rein. De levende vogel moet hij vrijlaten in het open veld. Degene aan wie de reiniging wordt voltrokken, moet zijn kleren wassen, al zijn haar afscheren en zich met water wassen. Dan is hij weer rein. Daarna mag hij in het kamp terugkeren, maar hij moet zeven dagen buiten zijn tent blijven. Op de zevende dag moet hij opnieuw al zijn haar afscheren, zijn hoofdhaar, zijn baard en zijn wenkbrauwen. Al zijn haar moet hij afscheren en zijn kleren en zijn lichaam moet hij met water wassen; dan is hij weer rein…’ (14:1-9)

In Marcus 1:40-45 lezen we dat Jezus in Galilea een man van huidvraat (lepra) geneest. Jezus stuurde hem naar de priester om te laten zien dat hij genezen was en het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven te brengen, als getuigenis voor de mensen. Jezus had de man gereinigd en de priester moest hem rein verklaren. Dit stuk laat zien dat Jezus zich aan de wet van God hield. Hij houdt zich aan de voorschriften zoals beschreven staan in Leviticus. Het zegt dat het hier gaat om een echte genezing, want priesters moeten vaststellen en bevestigen. Dit is dan tevens een getuigenis van Jezus’ liefde en goddelijke macht.

 

 

 

 

 

 

Diep symbolische betekenis

 

Er schuilt een diep symbolische betekenis in het Bijbelgedeelte. De vogel die geslacht wordt en de besprenkeling die daarop zevenmaal volgt:

zeven is het getal van de compleetheid en totaliteit en wijst op de offerdood van Jezus, het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde. (1 Johannes 1:7) Jezus’ offerdood reinigt ons totale wezen.

En dan is daar nog de levende vogel die vrijlaten wordt in het open veld. Die verwijst naar de heilige Geest die in de gedaante van een duif op Jezus neerdaalde, nadat Hij zich had laten dopen. (Lucas 3:22) Na overgave aan Jezus en reiniging van zonde, komt de Heilige Geest over ons met al het goede dat daarbij hoort: “Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.” (Lees: Romeinen 8:14-17)