Tagarchief: dame

De verschijning van Maria in Tre Fontane

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Tre Fontane, Rome, Italië

 

 

tre f
.
.
.
.
Enkele eeuwen geleden is buiten Rome een beroemde Cisterciënzerabdij ontstaan. Zij heet nu San Paolo Tre Fontane, ‘St-Paulus van de drie bronnen.’ De grote Apostel Paulus werd er volgens een oude overlevering onthoofd en toen zijn hoofd driemaal op de grond viel ontsprongen er drie bronnen, die er nog steeds zijn. De abdij met haar oude donkere romaanse kerk zonder opschik, was vroeger een oase van rust buiten de stad.Nu heeft Rome zich uitgebreid om haar heen. Niet ver van de kortste weg die toegang tot de abdij biedt is in 1947 een bedevaartsoord ontstaan. Het terrein voor de grot is nu tot een open plein gemaakt. In de grot staat een Mariabeeld en talrijke ex-voto’s hangen er in het rond. In deze grot is aan drie kleine kinderen en hun vader op 12 april 1947 de H. Maagd verschenen en op 6 en 23 mei aan de vader alleen.

 

 

Waarom Maria weent

Waarom Maria weent

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het ging als volgt:

 

Op 9 mei 1913 werd te Rome, uit arme en weinig voorbeeldige ouders Bruno Cornacchiola geboren. Hij had twee broers en twee zusters en werd in een niet gelukkige jeugd onkerkelijk opgevoed. Op 7 maart 1936 huwde hij Iolanda Lo Gatto. Hij was eerst katholiek, maar “bekeerde” zich tijdens zijn verblijf in Spanje tot het protestantisme. Hij sloot zich aan bij de adventisten en begon het katholieke geloof te bestrijden.

Van 1936-1939 was hij als vrijwilliger actief in Spanje en keerde daarna terug naar Rome. Hij ging verder met het bestrijden van de Katholieke Kerk, in het bijzonder de leer over de H. Maagd Maria. Hij was tramconducteur en kreeg drie kinderen. In zijn huisgezin gingen de zaken niet al te best, tot de H. Maagd plots een omkeer teweeg bracht.

Op 12 april 1947, de zaterdag na Pasen, was Bruno met zijn drie kinderen, Isola (10), Carlo (7) en Gianfrancesco (4) een uitstapje gaan maken buiten Rome. Hij had naar het strand van Ostia willen gaan, maar had de trein gemist. Dan maar naar Tre Fontane, dat was niet ver buiten de stad. Hij was op dat moment bezig met het opstellen van een preek tegen de Heilige Maagd. Daar, te Tre Fontane speelden de kinderen met een bal, die op zeker ogenblik in het struikgewas was verdwenen bij een kleine, ondiepe grot.

Toen gingen Bruno en zijn jongste zoon de bal zoeken. Het was kort na 4 uur in de namiddag. Toen de vader hem na enige tijd riep en hij niet antwoordde, ging hij hem halen. Hij vond het kleine kind op de knieën voor de grot, de handen gevouwen (wat hij nooit had geleerd) en in een bewegingloze extase voortdurend herhalend: “Bella Signora! Bella Signora! (Mooie Dame!). Bruno was versteld en riep Isola en Carlo. Toen die bij hun kleine broertje kwamen vielen zij ook op hun knieën en herhaalden: “Bella Signora!…”

Bruno was volkomen verbaasd toen hij zijn drie kinderen in extase zag en bad vol schrik: ‘O signore, salvaci tu! (O Heer, wil Gij ons redden!). Wat er toen gebeurde wordt door Bruno zelf als volgt verhaald.

 

“Nauwelijks had ik “O Heer, red Gij ons” gezegd of ik zag plotseling twee zeer witte doorschijnende handen, die zich naar me toe bewogen. Daarop voelde ik dat deze twee handen, licht als de vleugels van een vogel, mijn ogen aanraakten en er als het ware een sluier van afnamen, die mij eerst had belet te zien. Toen werden mijn ogen door zulk een licht overstroomd, dat alles voor mij enkele ogenblikken verdween, kinderen en grot, en ik mij licht, etherisch voelde, als was mijn geest bevrijd van de stof.

In die toestand van vervoering hoorde ik mijn kinderen niet meer de woorden spreken ‘Bella Signora’. Toen ik na enkele ogenblikken van verblinding het gezicht terugkreeg, zag ik op de meest lichte plaats van de grot, omgeven door een krans van erg verblindend gouden licht – o verbijstering en ontroering voor onze arme menselijke natuur! – de gestalte van een paradijselijke vrouw, wier trekken en hemelse schoonheid diep in mijn ogen gegrift blijven, maar niet in menselijke woorden kunnen worden uitgedrukt.

De gestalte van deze hemelse Vrouw had zwarte haren, samengehouden op het hoofd en een weinig naar voor komend, voor zover de mantel van grasgroene kleur, die van het hoofd tot de voeten langs de zijden van haar afhing, het toelieten. Onder de groene mantel droeg zij een lichtend wit kleed en om de lendenen een roze gordel. De hemelse Vrouw droeg geen schoeisel en haar blote voeten stonden op de tufsteen.

Het gezicht van de mooie Dame had een uitdrukking van moederlijke welwillendheid, vermengd met serene droefheid; in de rechterhand droeg zij een niet al te groot boek van asgrijze kleur, dat zij tegen de borst hield, terwijl de linkerhand op het boek rustte.”

“Mijn eerste instinctieve aandrang was te spreken, een kreet te slaken, maar omdat ik voelde dat ik niet kon beschikken over mijn lichamelijke vermogens, stokte mijn stem in mijn keel. Ondertussen had zich in heel de geheimzinnige grot een heerlijke bloemengeur verspreid. Ook merkte ik dat ik naast mijn lieve kinderen op de knieën zat met gevouwen handen. Plotseling klonk een paradijselijke stem in mijn arme oren en ving een lang gesprek aan.”

 

 

Zij sprak:

 

“Ik ben diegene die in de Goddelijke Drie-eenheid is. ik ben de Maagd der Openbaring. Gij vervolgt mij, nu is het genoeg! Ga binnen in de heilige schaapskooi, het hemels hof op aarde. De belofte van God is en blijft onveranderlijk: de negen eerste vrijdagen die gij gevierd hebt om uw trouwe echtgenote plezier te doen alvorens de weg van de dwaling te volgen, hebben u gered!”

 

Ze vermaande hem dus om weer terug te keren tot de Katholieke Kerk. Zijn hart werd aanstonds geraakt en hij bekeerde zich. Ze vertelde enkele woorden die voor de paus bestemd waren (Paus Pius XII) en sprak verder over al haar zorgen voor de zondige mensheid en dat ze graag zou zien dat alle zondaars zouden gered worden.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Als middel tot bekering beval zij aan:

 

“Men moet veel bidden en dagelijks het rozenhoedje zeggen voor de bekering der zondaars en de ongelovigen en voor de eenheid der christenen De Weesgegroeten die ge met geloof en liefde zegt, zijn evenveel pijlen die het Hart van Jezus raken.”

 

Ook beloofde de H. Maagd op de plaats waar zij verscheen wonderen te zullen doen. Ze zei ook dat haar lichaam na haar dood niet had kunnen vergaan, maar door haar Zoon en de Engelen van de aarde is weggenomen. Hiermee werd de leer van Maria’s Tenhemelopneming aangeduid, die drie jaar later als dogma plechtig aan heel de wereld zou worden voorgehouden (1950).

Tot slot voorspelde de H. Maagd aan Bruno harde beproevingen en vervolging, hem voorzeggende dat hij niet zou geloofd worden. Om eventuele twijfels bij hem te voorkomen gaf zij hem een teken: na veertien dagen zou hij een hem onbekende priester ontmoeten op een wijze die zij hem voorspelde. Dit gebeurde inderdaad, op 28 april. Alvorens naar huis te gaan bevestigde Bruno een papier in de grot met de mededeling:

»Op 12 april 1947 is hier in deze grot aan de protestant Bruno Cornacchiola en zijn kinderen de Maagd der Openbaring verschenen, en hij heeft zich bekeerd.«

 

Onderweg naar huis vroegen de kinderen om een beloofde reep chocola. Bruno zei:

»De schone dame in de grot heeft ons gezegd dat Jezus bij ons is. Ik heb jullie altijd geleerd niet daarin te geloven en jullie verboden om te bidden. Nu zeg ik jullie: laten we bidden, laten we de Heer aanbidden.«

 

Isola: »Welk gebed?« Bruno: »Mijn dochter, ik weet het niet.« Isola: »Ik wel. Ik heb het op school geleerd.« Zij baden Bruno herhaalde de woorden van het Weesgegroet. Bruno bad en weende.

 

Thuisgekomen konden de kinderen zich niet inhouden en de hele buurt wist binnen de kortst mogelijke tijd wat er gebeurd was. Toen de kinderen hadden gegeten en in bed lagen viel Bruno voor zijn vrouw op de knieën neer en vertelde haar alles. Hij vroeg haar om vergeving. Iolanda geloofde onmiddellijk in het wonder. Tot dusver was zij het, die op haar knieën lag voor haar man om hem te smeken haar niet meer te slaan. Bij zijn thuiskomst had Iolanda hem gevraagd waar de heerlijke geur vandaan kwam die haar van zijn kleren tegemoet stroomde. Tot in de vroege ochtend bleven zij samen, ontroerd, in gebed, in vreugde en in vrede.

 

»De priester is de brug tussen de zondaar en God, met de hulp van Maria.«

 

Op deze woorden van Maria ging Bruno biechten en verzoende zich met de Kerk. Hij deed dat bij de zijn parochiepriester, Ognissanti, die hij een aantal jaren daarvoor van zijn deur had gejaagd.

Op 6 mei 1947 ontving Bruno een tweede verschijning van Maria, terwijl hij alleen was. Maria zweeg en glimlachte slechts. Het was de vreugde van Maria om zijn bekering.

Op 23 mei volgde de derde verschijning in aanwezigheid van de priester don Mario Sfoggi, die Bruno later bij de paus zou brengen.

Op 30 mei vond de vierde verschijning plaats voor de zusters Maestre Pie Filippini, die in de buurt een kloostergemeenschap vormen. Zij ontvingen de opdracht om te bidden voor de wijk.

Tijdens de audiëntie van 1949 gaf Bruno de dolk waarmee hij hem had willen vermoorden aan paus Pius XII. De grot werd voorafgaand aan de verschijningen gebruikt als plaats van zonde. Het stonk er naar ontucht! Door de aanwezigheid van Maria werd de grot gezuiverd en geheiligd:

 

»Met deze aarde van de zonde zal ik machtige wonderen bewerken voor de bekering van de ongelovigen.«

 

En inderdaad zijn er reeds vele wonderen geschied door het vertrouwensvol gebruik van de aarde uit de grot. Enige weken na de eerste verschijningen ontdekte Bruno tot zijn ontgoocheling, aan de hand van enkele sporen, dat de grot opnieuw gebruikt was als plaats van ontucht. Bedroefd schreef hij op een vel papier de volgende oproep, die hem door Maria werd ingegeven:

 

»Ontwijd deze grot niet met de zonde van de onreinheid. Wie in de wereld van de zonde een ongelukkig schepsel is geweest werpe zijn last voor de voeten van de Maagd der Openbaring, bekenne zijn zonden en drinke aan deze bron van barmhartigheid. Maria is de tedere Moeder van alle zondaars. Zie, wat zij gedaan heeft voor mij, die als zondaar streed in het leger van de satan, een protestantse adventistensekte aanhing en een vijand van de Kerk en van de H. Maagd was.

Hier is mij en mijn kinderen op 12 april 1947 de Maagd der Openbaring verschenen. Zij heeft mij uitgenodigd tot de Rooms Katholieke Kerk terug te keren. Zij heeft mij boodschappen toevertrouwd en mij tekenen gegeven. De oneindige barmhartigheid van God heeft deze vijand overwonnen, die nu aan haar voeten om vergiffenis smeekt. Bemin Maria, zij is onze tedere Moeder. Bemin de Kerk met al haar kinderen. Zij is de mantel, die ons bedekt in deze wereld waarin de demonen woeden. Bid veel en vermijd de zonden van het vlees.«

 

 

Deze boodschap van Bruno, door vele kranten gepubliceerd, veroorzaakte een golf van verontwaardiging. De politie beloofde twee agenten naar Tre Fontane te sturen voor een dagelijkse ordedienst.

De Kerk erkende de facto de verschijningen en boodschappen van Tre Fontane en vertrouwde de zorg van de bedevaartplaats toe aan de paters Franciscanen Conventuelen. Burgemeester Salvatore rebecchini zorgde voor de civilisatie van het park rondom. Hij was zelf een pelgrim. Ook paus Johannes Paulus II ging er bidden.

 

 

de-perfecte-adam-en-eva

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Op 23 februari 1982 gaf Maria aan Bruno de volgende boodschap:

 

»Hier wil ik een huisheiligdom met de nieuwe titel Maagd der Openbaring – Moeder van de Kerk. Mijn huis moet voor allen openstaan, opdat allen het Huis van de Redding betreden en zich er bekeren. Zij die dorst lijden en verdwaald zijn zullen hierheen komen om te bidden. Hier zullen zij liefde, begrip en troost vinden: de ware zin van het leven.

Hier, op deze plaats van de grot, waar ik meermalen ben verschenen, zal het Heiligdom van de Verzoening zijn als een vagevuur op aarde. Daar zal een poort met de betreffende naam ‘Poort van de Vrede’ zijn. Allen zullen door deze poort moeten binnentreden om met de groet van de vrede en van de eenheid te groeten: “God zegen ons, Maagd Maria bescherm ons”.«

 

Op 12 april 1980 en op 12 april 1982 deden er zich in Tre Fontane zonnewonderen voor die door respectievelijk 3000 en 10.000 mensen werden waargenomen en die ruim een half uur aanhielden. Door talrijke mensen werden in de zon vele tekenen waargenomen, voor ieder verschillend. Het zijn symbolen die betrekking hebben op de geloofswaarheden: de H. Hostie, de Allerheiligste Drievuldigheid, Maria, een duif, de Vader op de troon, Maria gekroond met twaalf sterren, het Onbevlekt Hart van Maria, de letter ‘M’, de letters ‘IHS’, de letter ‘J’ enz.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA