Tagarchief: Galaten

Galaten 3: het geloof en de wet.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Het geloof en de wet

 

.

De Ark van het Verbond

 

Pasteltekening van john Astria

 

.

1 O, domme Galaten! Wie heeft jullie betoverd? Hoe kan het dat jullie het goede nieuws niet langer gehoorzamen? Ik heb jullie toch zó duidelijk de gekruisigde Christus beschreven!

2 Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest gekregen doordat jullie je aan de wet van Mozes hielden? Of kregen jullie Hem doordat jullie het goede nieuws hebben gehoord en geloofd?

3 Zijn jullie dan zó dom? Jullie zijn je nieuwe leven begonnen met de Geest. Eindigen jullie dan nu met het houden van regels?

4 Is alle ellende die jullie vanwege het geloof overkomen is, dan helemaal voor niets geweest? Als jullie je nu weer aan de wet gaan houden, is het inderdaad helemaal voor niets geweest.

5 God heeft jullie zijn Geest gegeven en doet wonderen bij jullie. Doet Hij dat omdat jullie je zo goed aan de wet van Mozes houden? Of doet Hij dat omdat jullie geloven wat ik jullie heb verteld?

6 Ook Abraham heeft God geloofd. Daarom zei God dat Abraham leefde zoals Hij het wil.

7 Jullie moeten begrijpen dat alleen de mensen die in Jezus geloven kinderen van Abraham zijn.

8 De Boeken wisten van tevoren dat God de niet-Joodse volken door hun geloof zou vrijspreken van schuld. Daarom hebben de Boeken van tevoren aan Abraham het goede nieuws verteld: “Door de zegen die op jou is, zullen alle volken gezegend worden.”

9 De mensen die hetzelfde geloof hebben als Abraham, ontvangen dus samen met Abraham Gods zegen.

10 Veel mensen willen leven zoals God het wil en daarmee vrij zijn van schuld. Daarom proberen ze zich precies aan de wet van Mozes te houden. Ze vertrouwen er op dat dat hen zal redden. Maar zij zijn vervloekt! Want er staat in de Boeken: “Iedereen die zich níet precies houdt aan alles wat er in het boek van de wet van Mozes geschreven staat, is vervloekt.”

11 En er staat ook: “Maar mensen die leven zoals Ik het wil, leven door hun geloof in Mij.” Het is dus duidelijk: niemand kan ervoor zorgen dat hij geen enkele schuld heeft tegenover God, door zich aan de wet van Mozes te houden. 

12 Want bij de wet van Mozes gaat het niet om geloof, maar om het doen van de wet. Want er staat in de Boeken: “Als je alles doet wat de wet van Mozes zegt, zul je leven.”

13 Maar Christus heeft ons bevrijd van de vervloeking van de wet van Mozes. Hoe? Door Zelf die vervloeking op Zich te nemen. Want er staat in de Boeken: “Vervloekt is iedereen die aan een hout hangt.”

14 Zo kon God de zegen die Hij aan Abraham had gegeven, ook aan niet-Joodse volken geven. Namelijk als ze in Jezus Christus geloven. En door dat geloof konden we de Heilige Geest ontvangen die God had beloofd.

15 Broeders en zusters, ik zal dit uitleggen met een voorbeeld. Als je met iemand een verbond sluit, zetten jullie er allebei je handtekening onder. Daarna kan niemand dat verbond nog veranderen. Gods belofte aan Abraham is een verbond.

16 Nu is het zo, dat God zijn belofte deed aan Abraham en aan zijn kind. God zei niet: ‘kinderen,’ in het meervoud. Maar: ‘kind’, in het enkelvoud. Met dat kind bedoelde Hij Christus.

17 Ik bedoel dit: God sloot met Abraham een verbond dat over Christus ging. Pas 430 jaar later werd de wet van Mozes gegeven. Dan kan die wet dat verbond niet veranderen. Dus de belofte is er nog steeds.

18 Stel dat we Gods erfenis (= onze redding) zouden kunnen krijgen door ons aan de wet van Mozes te houden. Dan zou die erfenis niets te maken hebben met Gods belofte aan Abraham. Maar juist door zijn belofte aan Abraham liet God zien dat Hij hem wilde zegenen.

 

.

.

 

 

Het doel van de wet

.

19 Waarom gaf God dan de wet? Om aan de mensen te laten zien dat ze schuldig waren. Want ze konden zich niet aan de wet houden. Maar ze moesten zich aan de wet van Mozes houden tót het Kind was gekomen dat God aan Abraham had beloofd. Engelen hebben op bevel van God de wet gegeven aan iemand die tussen God en de mensen in stond, namelijk Mozes.

20 Zo iemand is er niet als er maar één partij is. Hij is er alleen als er meer partijen zijn. God is Eén en Hij was de enige partij toen Hij zijn belofte aan Abraham gaf. Maar de wet is een verbond tussen twee partijen: God en Israël.

21 Botst de wet van Mozes dan met de belofte van God? Helemaal niet! Want als de wet de mensen had kunnen redden, dan zouden de mensen inderdaad vrij van schuld zijn geweest als ze zich precies aan die wet hielden. 

22 Maar dat konden ze niet. Dus door de wet gingen de mensen juist zien hoe slecht ze zijn. Zo zouden ze gaan begrijpen dat ze alleen door geloof in Jezus Christus hun deel van de belofte zouden krijgen en niet door zich aan de wet van Mozes te houden.

23 Maar voordat dit geloof er kwam, beschermde de wet ons. De wet hield ons op het rechte pad. Pas later zouden we begrijpen dat we geloof nodig hebben.

24 De wet van Mozes was dus bedoeld om ons te leiden en op te voeden totdat Christus zou komen. En door in Christus te gaan geloven, zouden we kunnen worden vrijgesproken van schuld.

25 En nu het geloof is gekomen, hoeven we niet meer door de wet van Mozes geleid en opgevoed te worden.

26 Want door jullie geloof in Jezus Christus zijn jullie allemaal kinderen van God geworden.

27 Want alle mensen die in Christus zijn gedoopt, worden met Christus bedekt. Hij bedekt je zoals een kledingstuk je bedekt.

28 Hierbij maakt het niet uit of je Jood of geen Jood bent, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Jullie zijn namelijk allemaal één in Jezus Christus.

29 En als jullie van Christus zijn, zijn jullie kinderen van Abraham. Daarom erven jullie zijn belofte. Zo is de belofte die God vroeger aan Abraham deed, nu ook voor jullie.

 

.

 

.

Paulus eindigt het tweede hoofdstuk met te zeggen: 21 Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.
Hij haalt dit zo uit het gebied waarvan iedereen kan denken dat het maar een mening of een zienswijze is. Hij zegt dat als je door de werken van de wet gerechtvaardigd zou zijn, dan is Christus tevergeefs gestorven.

En dat zou hen zelfs buiten het gebied van het christendom plaatsen. Ze konden zichzelf geen christenen blijven noemen en ze konden God niet aan het dienen zijn. Hij maakte dit zo tot een onderwerp waarover niet onderhandeld kon worden. Hij maakte er een prioriteit van.

Er zijn dingen die het niet waard zijn om strijd over te voeren, en andere dingen juist wel. En Paulus vond duidelijk dat het verschil tussen gerechtvaardigd worden uit genade of gerechtvaardigd door werken als een kwestie van de hemel of de hel, waarover hij niet bereid was ook maar een duimbreed toe te geven.

Het gaat erom dat je echt de boodschap van het kruis begrijpt, niet vanuit een historisch standpunt, maar echt begrijpt dat God letterlijk is gekomen en voor ons is gestorven. Hij heeft niet slechts een deel van de verzoening gedaan, maar het kruis laat zien dat Jezus ALLES betaald heeft. Hij stierf en droeg onze zonden.

Hij heeft echt letterlijk onze zonden in zijn eigen lichaam genomen en aan het hout gebracht. Dat staat in 1 Petrus 2:24. Als iemand een echt begrip van het kruis krijgt, dat Jezus deze enorme prijs voor ons heeft betaald, zou dat onmiddellijk moeten leiden tot een relatie met God op basis van genade.

Welke boete kunnen wij nog betalen? Wat kunnen wij mogelijk nog toevoegen aan de verzoening die Jezus al voor ons heeft betaald? Gaat iemand dan nog prediken van ‘je haar moet een bepaalde lengte hebben, je mag géén make-up gebruiken, je mag geen juwelen dragen’? Iemand die dat soort dingen predikt, dat is allemaal zó futiel, zo klein in vergelijking met wat Jezus al voor ons heeft betaald, zo iemand heeft de boodschap van het kruis gemist.

Die hebben niet begrepen dat Jezus ALLES betaald heeft. Want Hij moest het allemaal betalen. Wij konden onze eigen schuld niet betalen. Jouw eigen maat van heiligheid, jouw leven volgens de normen van een of ander religieus gedrag kunnen nooit jouw zonden compenseren en jou voor God aanvaardbaar maken. Dat is wat Paulus hier dus zegt.

Hoe kan zoiets nu gebeuren met iemand die de boodschap van het kruis heeft begrepen? Je wist dat Jezus kwam en stierf, en deed wat Hij deed, omdat jij totaal onmachtig was, want je was voor geen meter in staat jezelf te redden. Dat is de reden dat Jezus deed wat hij deed.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 3

Standaard

categorie : religie

 

 

 

full11893219

 

.

 

Deuteronomium 20:19 vs. 2 Koningen 3:19

 

Deuteronomium 20:19

19 Wanneer gij lange tijd een stad belegert, daartegen strijdende om haar in te nemen, dan moogt gij het geboomte daaromheen niet vernietigen door de bijl erin te slaan, maar gij moogt daarvan wel eten, doch het niet vellen; want zijn de bomen in het veld mensen, dat zij door u bij het beleg betrokken zouden worden?

 

 

2 Koningen 3:19

19 zodat gij alle versterkte steden, de keur der steden zult innemen en alle goede bomen vellen en alle waterbronnen dichtstoppen en alle goede akkers met stenen bederven.

 

 

Dit betreft twee totaal verschillende militaire operaties met twee totaal verschillende doelstellingen.

Een simpele blik op de context lost de zogenaamde ‘contradictie’ op. In Deuteronomium 20:19 is het er duidelijk om te doen een stad in te nemen. Omdat het de bedoeling is dat de Israëlieten vervolgens zelf de stad zullen bewonen, moeten de bomen met eetbare vruchten eraan blijven staan (dat geldt niet voor de andere bomen, zoals blijkt uit Deuteronomium 20:20).

In 2 Koningen 3 is het er echter om te doen Moab een vernietigende slag toe te brengen, zonder dat de Israëlieten vervolgens dat land moeten gaan bewonen. Het verdelgen van voedselbronnen is onderdeel van deze vernietigende slag.

 

 

boekrol van het Oude Testament

 

 

 

Deuteronomium 27:26 vs. Galaten 3:10

 

Deuteronomium 27:26

26 Vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt. En het gehele volk zal zeggen: Amen.

 

 

Galaten 3:10

10 Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

 

 

Galaten 3:10 citeert Deuteronomium 27:26. De tegenstrijdigheid moet kennelijk liggen in het verkeerd citeren? Maar het verschil is te verwaarlozen, en inhoudelijk komt het op hetzelfde neer.

Kleine verschillen tussen nieuwtestamentische citaten en de oorspronkelijke oudtestamentische teksten kunnen ook ontstaan doordat het NT meestal de Septuagint citeert. Zo ook in dit geval. Deuteronomium 27:26 staat als volgt in de Septuagint:

Deuteronomium 27:26 (Septuagint, Engelse vertaling)
26 Cursed is every man that continues not in all the words of this law to do them: and all the people shall say, So be it.

Noot: de Septuagint (LXX) is een Griekse vertaling van het Oude Testament, die rond 250 voor Christus vertaald werd.

Ter vergelijking de Engelse NIV van Galaten 3:10:

Galaten 3:10 (New International Version)
10 For as many as are of the works of the law are under a curse. For it is written, “Cursed is everyone who doesn’t continue in all things that are written in the book of the law, to do them.”

Dit komt al veel beter overeen. En let op: als de Bijbel iemand citeert hoeft het niet exact, woord voor woord, overeen te komen. Het is vaak een parafrase.

Misschien bedoelde de opsteller van de lijst met vermeende contradicties dat de tegenstrijdigheid er in zit dat Galaten zegt dat iedereen die het van de wet verwacht vervloekt is, terwijl Deuteronomium zegt dat iedereen die de wet niet gehoorzaamt vervloekt is. Maar het is natuurlijk onwaarschijnlijk dat Paulus het vers, dat hij zelf citeert, tegen zou spreken, dus beter lezen is geboden. Hij citeert Deuteronomium 27:26 om aan te tonen dat iedereen vervloekt is, omdat niemand zich aan de wet kan houden. Dus moeten we op een andere manier redding krijgen: door het offer van Christus. Christus heeft de vloek op zich genomen, want vervloekt is degene die aan een paal hangt, zie Deuteronomium 21:22,23.

 

 

De alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

2 Samuël 6:6 vs. 1 Kronieken 13:9

 

2 Samuël 6:6

6 Maar toen zij bij de dorsvloer van Nakon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit naar de ark Gods en greep haar, omdat de runderen uitgleden.

 

 

1 Kronieken 13:9

9 Maar toen zij bij de dorsvloer van Kidon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit om de ark te grijpen, daar de runderen uitgleden.

 

 

Er zijn legio mogelijkheden:

  • Kidon was de eigenaar van de dorsvloer, terwijl Nakon de plaats was waar de dorsvloer lag, of andersom.
  • De eigenaar was zowel bekend als Kidon als Nakon.
  • De plaats waar de dorsvloer lag was zowel bekend als Kidon als Nakon.
  • De beide verslagen zijn op verschillende momenten geschreven (waarschijnlijk lang na de gebeurtenis) en de plaatsnaam was ondertussen veranderd.
  • Er is een kopieerfout gemaakt. Verschillende manuscripten variëren op dit punt.

 

 

God-zoeken

 

 

 

 

2 Samuel 8:4 vs. 1 Kronieken 18:4

 

2 Samuel 8:4

4 En David nam van hem gevangen zeventienhonderd ruiters en twintigduizend man voetvolk, en David liet alle wagenpaarden, met uitzondering van honderd, de pezen doorsnijden.

 

 

1 Kronieken 18:4

4 David veroverde op hem duizend wagens, zevenduizend ruiters en twintigduizend man voetvolk; alle wagenpaarden, met uitzondering van honderd, liet David de pezen doorsnijden.

 

 

In de Statenvertaling staat 2 Samuel 8:4 als volgt weergegeven:

2 Samuel 8:4
4 En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.

Merk het verschil op tussen de Statenvertaling en de NBG ’51 vertaling. In de Statenvertaling is er sprake van duizend wagens en zevenhonderd ruiters, terwijl er in de NBG sprake is van zeventienhonderd ruiters. Merk ook op dat ‘wagens’ in de Statenvertaling schuingedrukt staat. Dit is omdat het woord ‘wagens’ niet in de grondtekst voorkomt, maar door de statenvertalers is toegevoegd tussen ‘duizend’ en ‘zevenhonderd’ (en niet onterecht, zoals we zullen zien). In 1 Kronieken 18:4 wordt ook melding gemaakt van duizend wagens.

De contradictie is ontstaan doordat er een kopieerfout is gemaakt. Oorspronkelijk stond er in Samuel:

…duizend wagens, zeven duizend ruiters…

Later heeft een kopiist het woord ‘wagens’ per ongeluk weggelaten:

…duizend zeven duizend ruiters…

Omdat ‘duizend zevenduizend’ niet bestaat, heeft iemand dat later veranderd in:

…duizend zeven honderd…

Oftewel, zeventienhonderd, zoals we in onze moderne vertalingen zien. Dit verklaart zowel het verschil tussen 2 Samuel 8:4 en 1 Kronieken 18:4 in het aantal ruiters, als het ontbreken van de duizend wagens in Samuel.

Bijbelsceptici zullen dit waarschijnlijk zien als een ad hoc verklaring. Maar er is bewijsmateriaal dat bevestigt dat er in de oorspronkelijke geschriften van Samuel gewoon ‘…duizend wagens, zeven duizend ruiters…’ stond. In de Septuagint staat er namelijk in 2 Samuel 8:4:

2 Samuel 8:4 (Septuagint, Engelse vertaling)
4 And David took a thousand of his chariots, and seven thousand horsemen, and twenty thousand footmen: and David houghed all his chariot horses, and he reserved to himself a hundred chariots.

Hier staat dus hetzelfde als in Kronieken. Ook een aantal Dode Zee rollen bevestigen dit. De Septuagint en de Dode Zee rollen zijn dik duizend jaar ouder dan de oudste overgebleven manuscripten van de Masoretische tekst, waar ons Oude Testament op gebaseerd is. Dit is dus het doorslaggevende bewijsmateriaal dat deze contradictie is ontstaan door een kopieerfout en dus niet voorkwam in de oorspronkelijke geschriften.

 

 

Bijbelboeken van het oude Testament

 

 

 

2 Samuel 10:18 vs. 1 Kronieken 19:18

 

2 Samuel 10:18

18 doch de Arameeërs sloegen voor Israël op de vlucht, en David doodde van de Arameeërs zevenhonderd wagenpaarden en veertigduizend ruiters. Hun krijgsoverste Sobak verwondde hij zó, dat hij daar stierf.

 

 

1 Kronieken 19:18

18 maar de Arameeërs sloegen voor Israël op de vlucht, en David doodde van de Arameeërs zevenduizend wagenpaarden en veertigduizend man voetvolk. Ook Sofak, de krijgsoverste, doodde hij.

 

 

Er zijn hier twee contradicties:

  • 700 of 7000 wagens? (Het gaat niet om 700 paarden, maar om de berijders van 700 wagens, zie andere vertalingen.)
  • 40.000 infanteristen of cavaleristen?

De eerste is waarschijnlijk opnieuw een kleine kopieerfout, waarin 7000 hoogst waarschijnlijk het correcte getal is.

De tweede contradictie is simpel opgelost. Het waren veertigduizend dragonders. Dat zijn infanteristen die zich te paard verplaatsen. Tijdens de Amerikaanse revolutie werden dragonders ingezet door de Britten, net als de Arameeërs zonder succes.

 

 

Het ware Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2 Samuel 23:8 vs. 1 Kronieken 11:11

 

2 Samuel 23:8

8 Dit zijn de namen van de helden van David: Een inwoner van Sebet der Tachkemonieten, de aanvoerder der hoofdlieden, namelijk Adino, de Esniet, (zwaaide zijn speer) over achthonderd, die in één keer verslagen waren.

 

 

1 Kronieken 11:11

11 Dit is dan de opsomming van de helden van David: Jasobam, de zoon van Chakmoni, aanvoerder van de dertig; hij zwaaide zijn speer over driehonderd, die in één keer verslagen waren.

 

 

Het is twijfelachtig waarom dit gezien wordt als een contradictie. Het gaat over twee verschillende personen, de één versloeg er 300, de ander 800.

 

 

913e87eb51e3bfc0da03139a07d8ae4e

 

 

 

2 Samuel 24:1 vs. 1 Kronieken 21:1

 

2 Samuel 24:1

1 De toorn des HEREN ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda.

 

 

1 Kronieken 21:1

1 Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tellen.

 

 

God werkt vaak via andere uitvoerenden. Dan heeft God het ‘gedaan,’ maar ook de uitvoerende. Twee voorbeelden zijn Jozef en Job:

Jozef werd door zijn broers als slaaf verkocht en naar Egypte gevoerd, waar hij onderkoning werd en Egypte (en daarmee de omliggende gebieden) kon voorbereiden op zeven jaren hongersnood. Later komt ook de rest van zijn familie naar Egypte. Achteraf zegt hij tegen zijn broers:

Genesis 45:5-8
5 Maar weest nu niet verdrietig en ziet er niet zo ontsteld uit, omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden. […] 7 Daarom heeft God mij voor u uit gezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden. 8 Dus zijt gij het niet, die mij hierheen gezonden hebt, maar God; Hij heeft mij gesteld tot Farao’s vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser in het gehele land Egypte.

Genesis 50:20
20 Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden.

De aardse uitvoerenden waren Jozefs broers, maar daarboven stond God, die het van tevoren zo van plan was en het bestuurde.

Job was een rijke, godvrezende man. Satan klaagde Job bij God aan, met de beschuldiging dat hij God enkel diende omdat hij een gemakkelijk, welvarend leven had. God gaf satan toestemming met Job te doen wat hij wilde. En dan zegt God:

Job 2:3
3 Toen zeide de HERE tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En nog volhardt hij in zijn vroomheid, hoewel gij Mij tegen hem hebt opgezet om hem, zonder oorzaak, in het verderf te storten.

Dus God heeft Job in het verderf gestort, terwijl satan de eigenlijke uitvoerende was. Gods deel was dus dat Hij opdracht, of toestemming gaf.

Dus wat kan er gebeurd zijn in het geval van 2 Samuel 24 en 1 Kronieken 21? God was waarschijnlijk de opdrachtgever (of Hij gaf slechts toestemming, in het geval dat er een aanklacht en schuldeis van satan aan vooraf gingen) en satan voerde het uit.

 

 

De mens in geloof met Christus

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2 Samuel 24:13 vs. 1 Kronieken 21:11,12

 

2 Samuel 24:13

13 Daarop kwam Gad bij David, deelde hem dit mee en zeide tot hem: Zal er zeven jaar hongersnood in uw land komen? Of wilt gij drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl dezen u vervolgen? Of zal er drie dagen pest zijn in uw land? Welnu, denk na en overweeg, wat ik mijn Zender moet antwoorden.

 

 

1 Kronieken 21:11,12

11 Daarop kwam God bij David en zeide tot hem: Zo zegt de HERE: kies 12 òf drie jaren hongersnood, òf drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl het zwaard van uw vijanden u achterhaalt, òf drie dagen dat het zwaard des HEREN, de pest, in het land heerst en de engel des HEREN in het gehele gebied van Israël verderf brengt. Overweeg dan nu, wat ik mijn Zender moet antwoorden.

 

 

Deze contradictie is ontstaan door een kopieerfout in Samuel, waar oorspronkelijk ook sprake was van drie jaar hongersnood. Opnieuw ondersteunt de LXX deze oplossing is, want daar staat in 2 Samuel:

2 Samuel 24:13 (Septuagint, Engelse vertaling)
13 And Gad went in to David, and told him, and said to him, Choose one of these things to befall thee, whether there shall come upon thee for three years famine in thy land; or that thou shouldest flee three months before thine enemies, and they should pursue thee; or that there should be for three days mortality in thy land. Now then decide, and see what answer I shall return to him that sent me.

Observaties:

  • Toen het boek Samuel oorspronkelijk onder Gods leiding werd geschreven, was het foutloos.
  • De fout die er sindsdien in is geslopen is gelokaliseerd en opgelost, het goede getal is gevonden.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel1

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Contradicties in de Bijbel?

 

De Bijbel is Gods onfeilbare Woord, waar christenen hun vertrouwen op kunnen stellen. Zie De Bijbel: Gods Geïnspireerde Woord voor enkele redenen waarom het voor christenen logisch is om te geloven dat de oorspronkelijke boekrollen en brieven door God geïnspireerd werden.

 

 

wetenschapisookgeloof

 

 

Er zijn echter sceptici die graag willen aantonen dat de Bijbel vol fouten staat. Een mooie manier om aan te tonen dat de Bijbel niet Gods Woord is, is natuurlijk door deze zichzelf tegen te laten spreken. Op het internet circuleren verschillende lijsten met vermeende contradicties. Dit artikel is een reactie op twee van die lijsten.

De Bijbel is duizenden jaren geleden geschreven door mensen met een heel andere taal en culturele achtergrond. De oppervlakkige bijbellezer die denkt de Bijbel ‘zomaar’ te kunnen verwerpen op grond van een aantal schijnbare tegenstrijdigheden in een Nederlandse vertaling, verkeert in een illusie. Wanneer je een schijnbare tegenstrijdigheid tegenkomt, trek dan geen overhaaste conclusies, maar volg eerst de volgende stappen:

  • Lees de context van beide teksten.
  • Verdiep je in de culturele context van de tijd waarin het geschreven is.
  • Bedenk je hoe letterlijk de betreffende teksten genomen moeten worden. Houdt daarbij rekening met het genre.
  • Ga na of er een ander schriftgedeelte is dat duidelijkheid verschaft.
  • Gebruik je hersenen, misschien zijn het geen tegenstrijdige, maar aanvullende teksten.
  • Raadpleeg meerdere vertalingen.
  • Wees niet te tekstkritisch, er wordt misschien niet letterlijk geciteerd, maar geparafraseerd.
  • Raadpleeg de grondtekst (bijvoorbeeld met behulp van een Interlineair) en zoek de Griekse of Hebreeuwse woorden op in een Lexicon.
  • Overweeg de mogelijkheid van een kopieerfout, die misschien gemaakt is tijdens de vele eeuwen dat de tekst opnieuw en opnieuw gekopieerd is. Dit is alleen waarschijnlijk als het verschil slechts enkele letters is. Vooral getallen zijn kwetsbaar voor kopieerfouten, omdat een klein verschil in spelling reeds de betekenis kan veranderen. Bedenk dat alleen de oorspronkelijke geschriften goddelijk geïnspireerd werden.
  • Ga na wat de experts zeggen.

 

De opsteller van de onderstaande lijst heeft deze stappen duidelijk niet doorlopen. Voor iedere ‘contradictie’ zijn plausibele oplossingen denkbaar.

De ‘contradicties’ staan op volgorde naar de indeling van de Bijbelboeken van de protestantse Bijbels. (Daarbij is telkens uitgegaan van de eerste tekst. Dus voor de contradictie tussen Numeri 25:9 en 1 Korinthiërs 10:8 moet gezocht worden naar die in Numeri.) De teksten komen uit de NBG ’51, tenzij anders aangegeven.

 

 

 

Genesis 3:8,9 vs. Jeremia 23:24

 

Genesis 3:8,9
8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.
9 En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?

Jeremia 23:24
24 Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord des HEREN. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord des HEREN.

 

Dat God Adam vraagt waar hij is, wil nog niet zeggen dat Hij dat niet weet. Als een basisschooljuffrouw aan haar klas vraagt hoeveel 7 maal 8 is, betekent dat niet dat ze zelf het antwoord niet weet.

In dit geval had Gods vraag betrekking op het feit dat Adam zich verstopt had omdat hij zich schaamde voor zijn naaktheid, wat een gevolg was van Adam’s ongehoorzaamheid. Gods vraag confronteerde Adam met zijn zonde.

 

 

Genesis 3:20 vs. Hebreeën 7:1-3

 

Genesis 3:20
20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.

Hebreeën 7:1-3
1 Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegende,
2 aan wie ook Abraham een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging (van zijn naam): koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is: koning des vredes;
3 zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos.

 

Met ‘moeder van alle levenden’ wordt de moeder van alle vleselijke mensen bedoeld (behalve Adam). Melchisedek valt waarschijnlijk niet binnen deze categorie. Bijvoorbeeld de leden van de Qumran gemeenschap (de verstoppers van de Dode Zee Rollen, geen christenen maar Judaïsten) zagen Melchisedek als een hemels Wezen. Sommige christenen merken op dat Melchisedek voldoet aan het profiel van Christus (die al bestond voor de schepping). Er is dus geen contradictie.

 

 

jezus_bijbel

 

 

 

Genesis 9:3 vs. Deuteronomium 14:8

 

Genesis 9:3
3 Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Deuteronomium 14:8
8 Ook het zwijn, omdat het wel gespleten hoeven heeft, maar niet herkauwt; onrein zal het voor u zijn. Van hun vlees zult gij niet eten en hun aas zult gij niet aanraken.

 

In Genesis 9:3 staat wat God zei tegen Noach en zijn nakomelingen. De wet in Deuteronomium is specifiek voor de Joden. Later komt er een nieuw verbond, onder Christus als hogepriester, waar al het voedsel rein verklaard wordt. Hier is geen sprake van een contradictie, maar van verschillende fasen in Gods plan met de mensheid.

 

 

Genesis 17:10 vs. Galaten 5:2

 

Genesis 17:10
10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde;

Galaten 5:2
2 Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen.

 

Besneden zijn of niet besneden zijn is volkomen irrelevant voor de christen. Maar wat Paulus duidelijk wil maken (en wat blijkt uit de context van Galaten 5) is dat iemand die zich laat besnijden omdat de wet dit voorschrijft, dat eigenlijk doet uit ongeloof in Jezus Christus.

Je laten besnijden om andere redenen (medische redenen, of uit respect voor de tradities van mensen met wie je contact hebt) is echter geen enkel probleem.

 

 

Genesis 22:1 vs. Jacobus 1:13

 

Genesis 22:1 (Statenvertaling)
1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!

Jakobus 1:13 (Statenvertaling)
13 Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.

 

Merk op dat ik deze teksten in de Statenvertaling heb laten staan, omdat er in de NBG ’51 geen sprake is van een contradictie. In de NBG staat in Genesis 22:1 ‘op de proef stelde’ in plaats van ‘verzocht’. Er is een verschil tussen verleiden en op de proef stellen (testen).

Verleiden = proberen iemand ertoe te bewegen het kwade te doen. Dit is één van satans hobby’s.
Op de proef stellen = iemand in een situatie brengen waar een moeilijke beslissing genomen moet worden (in Abraham’s geval: gehoorzaam zijn aan God, of niet).

Als God ons test doet Hij dat voor ons eigen bestwil. Het is leerzaam, we worden er sterker van en ons vertrouwen in God neemt toe. En als we in moeilijke situaties God blijven navolgen, sterkt dat onze volharding (Romeinen 5:3,4).

Staat de grondtekst dit onderscheid tussen op de proef stellen en verleiden toe? Ja, in Genesis staat er het Hebreeuwse woord ‘nasah’ terwijl in Jakobus het Griekse woord ‘peirazo’ staat. Beide kunnen zowel ‘op de proef stellen’ als ‘verleiden’ betekenen. De juiste vertaling van ‘nasah’ moet, gezien de context, ‘testte’ of ‘op de proef stelde’ zijn. De NBG ’51 heeft dit dus correct vertaald.

 

 

Genesis 22:12 vs. Psalmen 44:22

 

Genesis 22:12
12 En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden.

Psalmen 44:22
22 zou God dat niet uitvorsen?
Hij toch kent de geheimen des harten.

 

Apologeet James Patrick Holding zegt over Genesis 22:12:

[…] the word used for ‘know’ [‘weet’ in Gen 22:12] is yada, which has broad connotations meaning knowledge (when something was not known before) or familiarity, or observation. In this sense it would suggest that God could not logically act upon human responses until the response was made.
James Patrick Holding, Everywhere That Man Has Went, Does the Bible Indicate that God is not Omnipresent or Omniscient? 

 

 

full11893219

 

 

 

Genesis 32:30 vs. Exodus 33:20

 

Genesis 32:30
30 En Jakob noemde de plaats Pniël, want (zeide hij) ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.

Exodus 33:20
20 Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.

 

Gods volle Majesteit kan niet gezien worden (zie context), maar Hij kan wel in een andere vorm aan mensen verschijnen. Opnieuw citeer ik J. P. Holding:

First of all, the Hebrew term ‘face’ has an idiomatic twist which refers to awareness and direct knowledge of presence, without the help or hindrance of a mediator — one might say today, it is a ‘close encounter’ of a personal kind!

Jacob had not seen God’s ‘face’ in this idiomatic sense; nor had anyone else so far.
James Patrick Holding, To Be Seen, or Not to Be Seen, Is the Bible Contradictory Concerning God’s Visibility?

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA