Tagarchief: sacristie

Pater Pio en de engelbewaarder

Standaard

categorie : religie

 

 

 

padre_pio

 

.

.

De Engelbewaarder

 

 

 

Een Italiaanse Amerikaan die in Californië woonde gaf aan zijn engelbewaarder dikwijls de opdracht allerlei boodschappen over te brengen aan Pater Pio. Op een dag, na de biecht, vroeg hij aan Pater Pio of hij echt hoorde wat zijn engel hem zei. “Wat, antwoordde Pater Pio, meen je dat ik doof ben?” Pater Pio zei dat hij de laatste dagen zijn engelbewaarder had leren kennen.

 

 

Pater Lin vertelde dat hij zijn engelbewaarder bad, om met de tussenkomst van Pater Pio een gunst te bekomen voor een dame die zeer ziek was. Daar het de priester Lin voor kwam dat de zieke niet beter werd, zei hij aan Pater Pio: “Ik heb tot mijn engelbewaarder gebeden, zoals deze dame mij gevraagd heeft te doen; is het mogelijk dat de engel niets gedaan heeft?” Pater Pio antwoordde: “Geloof je dat de engel even ongehoorzaam is als jij en ik?”

 

 

Op zijn beurt vertelde pater Eusebio dat hij naar Londen gevlogen was tegen de zin van Pater Pio. Welnu, het ogenblik dat het vliegtuig het Kanaal overvloog brak een hevig onweer los. Doodsbang sprak pater Eusebio een akte van berouw uit, en totaal ontdaan, zond hij zijn engelbewaarder naar Pater Pio. Van zodra pater Eusebio terug thuiskwam in San Giovanni Rotondo, ging hij bij Pater Pio, die hem vroeg of hij een goede reis had gehad.

Pater Eusebio antwoordde hem: “Vader, Ik ben aan de dood ontsnapt.” – “Wel, waarom gehoorzaamt u niet?” – “Maar ik heb u mijn engelbewaarder toegestuurd…” – “Gelukkig is hij op tijd gekomen!”, gaf Pater Pio hierop ten antwoord.

 

 

Een advocaat uit Fano (Italië) keerde naar Boulogne terug aan het stuur van zijn Fiat 1100, in het gezelschap van zijn vrouw en twee zonen. Erg vermoeid, had hij zich liever ontheven gezien van zijn taak als bestuurder, maar zijn oudste zoon sliep. Enkele kilometers verder, in de buurt van de afrit van Saint-Lazare, viel de advocaat in slaap. Op twee kilometers van Imola, schrok hij wakker en riep uit: “Wie heeft het stuur overgenomen?

Wat gebeurt er?” Zij antwoorden in koor: “.”Niets” Zijn zoon die het dichtst bij hem zat werd wakker en verklaarde geslapen te hebben. Zijn echtgenote en zijn jongste zoon verklaarden verbijsterd dat hij een eigenaardige manier van rijden aan de dag legde en rakelings andere auto’s kruiste maar op het laatste moment hen ontweek door volmaakte stuurbewegingen.

De manier waarmee hij bochten nam scheen hen ook verschillend te zijn geweest. Zijn echtgenote zei hem: “Wat ons vooral opviel is dat je lang onbeweeglijk bleef en je geen antwoord gaf op onze vragen.” De man verklaarde: “Ik kon jullie vragen niet beantwoorden: ik was in slaap gevallen. Ik heb gedurende vijftien kilometer geslapen. Ik heb niets gezien, niets gehoord…

Maar wie heeft dan de auto in handen genomen? Wie heeft ons voor een ongeval behoed?” Twee maanden later ging de advocaat naar San Giovanni Rotondo. Toen Pater Pio hem zag, legde hij zijn hand op de schouder en zei: “Je sliep en het is je engelbewaarder die het stuur in handen heeft genomen.”

 

 

Een geestesdochter van Pater Pio reed langs een landweg naar het klooster der Capucijnen, waar Pater Pio op haar wachtte. Het was winter en dikke vlokken sneeuw vielen neer, zodat de weg onberijdbaar werd. Op een gegeven ogenblik gaf de dame er zich rekenschap van dat zij niet op tijd op de afspraak zou zijn. Gedreven door een groot geloof, gaf zij haar engelbewaarder de opdracht Pater Pio te verwittigen. Wat was haar vreugde groot toen zij bij haar aankomst in het klooster de monnik lachend aan zijn venster zag.

 

 

Iemand vertelde: “Soms was de pater in de sacristie en begroette en omhelsde zelfs enkele vrienden of een geestelijke zoon. Ik bekeek die gelukkige met heilige afgunst en zei bij mezelf: ‘Geluksvogel!… Was ik maar in zijn plaats! Echte geluksvogel!’ Op 24 december 1958 zit ik geknield aan zijn voeten voor de biecht. Aan het einde van de biecht kijk ik naar hem en terwijl mijn hart bonst van emotie durf ik hem zeggen: ‘Pater, het is nu Kerstmis. Mag ik u gelukwensen door u te omhelzen?’

Hij glimlacht naar mij met een zachtheid die met geen pen te beschrijven is en zegt: ‘Doe het snel, mijn zoon, laat me geen tijd verliezen!’ En hij omhelsde me. Ik omhelsde hem en blij als een vogel vloog ik naar de uitgang, vervuld van hemelse vreugde. En wat te zeggen over de slagen op mijn hoofd? Elke keer, vooraleer ik vertrok uit San Giovanni Rotondo, verlangde ik een teken van bijzondere voorliefde: niet enkel zijn zegen maar ook twee klopjes op mijn hoofd als twee vaderlijke strelingen.

Ik moet beklemtonen dat hij aan mij – net zoals aan een kind – altijd gaf wat ik van hem verlangde. Op een morgen waren we met velen in de sacristie van het kleine kerkje en terwijl pater Vincenzo, streng zoals altijd, luidkeels riep: ‘Niet dringen! De pater geen hand geven! Achteruit!’ werd ik bijna moedeloos en herhaalde bij mezelf: ‘Deze keer vertrek ik zonder de klopjes op mijn hoofd’. Ik wou er niet in berusten en bad tot mijn engelbewaarder dat hij mijn boodschapper zou zijn en dat hij aan pater Pio letterlijk zou zeggen: ‘Pater, ik vertrek. Ik wens de zegen en de twee klopjes op mijn hoofd zoals altijd.

Één voor mij en het andere voor mijn vrouw’. ‘Opzij! Opzij!’ herhaalde pater Vincenzo nog terwijl pater Pio aanstalten maakte om weg te gaan. Ik was vol spanning. Ik keek naar hem met een gevoel van droefheid. En kijk! Hij komt dichter bij mij, glimlacht naar mij, geeft me nog eens twee klopjes en laat me zelfs zijn hand kussen. ‘Ik zou je véél klopjes geven, werkelijk véél!’ Dat is wat hij mij de eerste keer te zeggen had.

 

 

Een vrouw zat neer op het voorplein van de capucijnerkerk. De kerk was gesloten. Het was laat. De vrouw bad in gedachten en herhaalde: “Pater Pio, help me! Engelbewaarder, ga aan de pater zeggen dat hij mij ter hulp komt, anders sterft mijn zus!” Uit het venster boven hoorde ze de stem van de pater: “Wie roept mij op dit uur? Wat is er?” De vrouw vertelde hem over de ziekte van haar zus. Pater Pio ging in bilocatie en genas de zieke.

 

 

Een man zei tegen pater Pio: “Ik kan niet altijd naar u komen. Mijn salaris laat me geen ruimte voor de kosten van zulke lange reizen.” Pater Pio antwoordde: “En wie heeft je gezegd van naar hier te komen? Heb je niet je engelbewaarder? Je zegt hem wat je wenst, je zendt hem naar hier en je zal onmiddellijk het antwoord hebben”.

 

 

Toen pater Pio een jonge priester was schreef hij naar zijn biechtvader: “Wanneer ik ’s nachts mijn ogen sluit zie ik een sluier naar beneden komen en de hemel voor mij opengaan. En verheugd door dit visioen slaap ik met een glimlach van zoete gelukzaligheid op mijn lippen en met een volmaakte rust op mijn voorhoofd in afwachting dat de kleine kameraad uit mijn kindertijd mij komt wekken om zo samen de ochtendlijke lofprijzingen de vrije loop te laten tot vreugde van onze harten.”

 

 

Op een dag kwam pater Alessio bij pater Pio met brieven in zijn hand om hem iets te vragen en de pater zei hem bruusk: “Jongen, zie je niet wat ik te doen heb? Laat me met rust!” Hij was er niet goed van. Gekwetst verwijderde hij zich. Pater Pio snelde hem achterna en even later riep hij hem en zei hem: “Heb je niet gezien hoeveel engelen hier overal waren? Dat waren de engelbewaarders van mijn geestelijke zonen die me hun boodschappen kwamen brengen. Ik moest hen de antwoorden geven om die te laten overbrengen.”

 

 

Een dokter vroeg aan pater Pio: “Er zijn altijd veel engelen bij u. Heeft u daar geen last van?” “Nee”, antwoordde pater Pio eenvoudig, “ze zijn zó volgzaam!”

 

 

Een geestelijke zoon van de pater zei: “Het schijnt dat pater Pio altijd luistert naar wie hem roepen. Op een avond praatten velen over de pater zodra ze in San Giovanni Rotondo terug waren. Ze somden gewoonweg de gunsten op die ze hem wilden vragen en gaven hun engelbewaarders de opdracht hem er zo vlug mogelijk van op de hoogte te brengen. De volgende dag, na de mis, wees pater Pio hen terecht: “Deugnieten! Zelfs ’s nachts laten jullie me niet met rust!” Een glimlach verried dat dit niet echt gemeend was. Ze wisten dat hun wensen vervuld waren.

 

 

“Maar u, pater, hoort u wat de engel u zegt?” vroeg iemand. En pater Pio: “En geloof jij dat hij zo ongehoorzaam is als jij? Stuur me je engelbewaarder!”

 

 

“Het is nutteloos dat je me schrijft; ik kan immers niet antwoorden. Zend me altijd je engelbewaarder! Ik zal aan alles denken.”

 

 

“De engel heeft me iets meegedeeld waardoor ik je wantrouwen begrijp.”

 

 

“Aanroep je engelbewaarder; hij zal je verlichten en je leiden. De Heer heeft hem precies daarom naar jou gezonden. Maak daarom gebruik van zijn diensten.”

 

 

“Ook al is de opdracht van de engelbewaarders reeds groot, die van mijn engelbewaarder is zeker nog groter want hij moet mij uitleg geven over andere talen.”

 

 

“Zend je engelbewaarder; hij betaalt geen trein en verslijt geen schoenen.”

 

 

“Voor de alleenstaanden is er de engelbewaarder.”

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het Eucharistisch Wonder in Buenos Aires te Argentinië

Standaard

categorie : religie

 

 

Recente eucharistische wonderen die zijn onderworpen aan analyses van de moderne techniek, brengen een licht in de zaak dat de gegevens vanuit het geloof bevestigt en de wetenschap eraan herinnert dat zij niet van de gehele werkelijkheid rekenschap kan afleggen. Deze wonderen dragen een bewijs aan van de werkelijke objectieve aanwezigheid van het Lichaam en van het Bloed van de Heer in de Heilige Eucharistie.

 

 

Paus Franciscus, encycliek Lumen fidei, 29 juni 2013, 2-3.

«In de moderne tijd heeft men gedacht dat een dergelijk licht voldoende kon zijn voor de oude samenlevingen, maar van geen nut was voor de moderne tijden, voor de mens die volwassen was geworden, trots op zijn rede, ernaar verlangend op een nieuwe wijze de toekomst te verkennen. In deze zin verscheen het licht als een bedrieglijk licht, dat de mens ervan weerhield zich stoutmoedig op het gebied van het weten te bewegen. Het geloof werd dan verstaan als een sprong in de leegte, die wij doen uit gebrek aan licht, gedreven door een blind gevoel; of als een subjectief licht, dat misschien in staat is ons hart te verwarmen, persoonlijke troost te verschaffen, maar dat aan anderen niet kan worden voorgehouden als een objectief en gemeenschappelijk licht om de weg de verlichten» 

 

 

Een bloederige substantie

 

 

Legandro Pezet met aartsbisschop Bergoglio, de huidige paus Franciscus

 

 

……..hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

 

Op 18 augustus 1996 viert eerwaarde Alejandro Pezet de Mis in de kerk van het winkelcentrum van de stad Buenos Aires, in Argentinië. Hij heeft zojuist de heilige Communie uitgereikt wanneer een vrouw hem komt zeggen dat ze een hostie heeft gezien waarvan iemand achter in de kerk zich heeft willen ontdoen. Wanneer hij naar de aangegeven plaats gaat, ziet de priester de besmeurde hostie; hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

Op maandag 26 augustus doet hij het tabernakel open en ziet tot zijn stomme verbazing dat de hostie een bloederige substantie is geworden. Hij brengt Mgr. Jorge Bergoglio, hulpbisschop van Kardinaal Quarracino en toekomstige Paus, hiervan op de hoogte, waarop deze instructies geeft om de aldus getransformeerde hostie te laten fotograferen door een beroepsman. De foto’s die op 6 september zijn genomen tonen duidelijk aan dat de hostie die in een stukje bloederig vlees is veranderd, aanzienlijk in omvang is toegenomen. Gedurende drie jaar wordt ze bewaard in het het tabernakel en wordt de hele zaak geheim gehouden; maar wanneer hij vaststelt dat de hostie geen enkele waarneembare vorm van ontbinding heeft ondergaan besluit Mgr. Bergoglio haar wetenschappelijk te laten analyseren.

Vanaf oktober 1999 worden er analyses uitgevoerd op monsters van de hostie. Die voeren tot de verklaring die in 2005 is afgelegd door dokter Federico Zugibe, deskundige op het gebied van de cardiologie en gerechts-geneeskundig expert:

«De geanalyseerde materie is een fragment van de hartspier die zich in de wand van de linker hartkamer, dichtbij de hartkleppen bevindt. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekking van het hart. De linker hartkamer functioneert als een pomp die bloed doorstroomt door het hele lichaam. De hartspier is in een staat van ontsteking en bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes. Dat geeft aan dat het hart leefde op het moment dat het monster werd genomen. Ik verklaar dat het hart leefde, gegeven het feit dat witte bloedlichaampjes buiten een levend organisme afsterven; ze hebben behoefte aan een levend organisme om in stand te kunnen blijven. Hun aanwezigheid geeft dus aan dat het hart leefde toen het monster werd genomen. Bovendien waren de witte bloedlichaampjes in de weefsels opgenomen, hetgeen aangeeft dat het hart aan intensieve stress onderhevig was geweest, alsof zijn eigenaar harde klappen had gekregen ter hoogte van de borst.»

 

Twee Australiërs, de journalist Mike Willesee en de jurist Ron Tesoriero, zijn de getuigen geweest van deze testen. Na de conclusie van de arts, deelt men hem mede dat de substantie waaruit het monster afkomstig was dateerde van 1996, Dokter Zugibe vraagt:

«U moet me een ding uitleggen: als dat monster afkomstig is van een dode persoon, hoe kan het dan dat, toen ik het onderzocht, de cellen van het monster nog in beweging waren en kloppingen liet zien? Als dat hart afkomstig is van iemand die in 1996 is gestorven, hoe kan het dan nog steeds in leven zijn?»  

 

Pas dan legt Mike Willesee dokter Zugibe uit dat het monster afkomstig is van een geconsacreerde hostie die op mysterieuze wijze veranderd is in bloederig menselijk vlees. Stomverbaasd als hij dat hoort, antwoordt de dokter:

«Hoe en waarom kan een geconsacreerde hostie van karakter veranderen en levend menselijk vlees en bloed worden? Dat zal een onverklaarbaar mysterie blijven voor de wetenschap, een mysterie dat volledig mijn competentie overstijgt.»

 

 

Moeilijkheden met geloven

 

In Lanciano, in de regio van de Abruzzi (Italië), vond rond 750 een soortgelijk wonderlijk feit plaats. Een Brasiliaanse monnik ondervond moeilijkheden bij het geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus in de Eucharistie. Hij bad voortdurend om verlichting van zijn zeer pijnlijke onzekerheden. Op een ochtend, nog altijd gekweld door zijn twijfels, begon hij de viering van de Mis voor de bewoners van een naburig dorp. Plotseling, na de consecratie van het brood en de wijn, bracht hetgeen hij op het altaar zag zijn handen aan het trillen en een ogenblik lang, dat de parochianen een eeuwigheid toescheen, stond hij perplex. Vervolgens keerde hij zich zachtjes naar hen toe en zei:

«Oh, gelukkige getuigen aan wie de gezegende God, om mijn ongeloof tegen te spreken, zich Zelf heeft willen openbaren in dit gezegende Sacrament en zich voor onze ogen zichtbaar heeft willen maken, komt onze God die ons zo nabij is zien: dit is het Vlees en het Bloed van onze Beminde Christus.»

 

De hostie was vlees en de wijn bloed geworden! Dezelfde dag ging het gerucht door het hele dorp zoals een brand een woud in vuur en vlam zet en bereikte even zo snel de naburige dorpen en verspreidde zich tot in Rome. Dit mirakel blijft tot op de dag van vandaag zichtbaar voor ons: de vlees geworden hostie en de bloed geworden wijn zijn na meer dan twaalf eeuwen nog volledig intact.

In 1970 vroegen de aartsbisschop van Lanciano en provinciaal van de Conventuelen, met toestemming van Rome, aan professor Edoardo Linoli, directeur van het ziekenhuis van Arezzo, een grondig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op de resten van het twaalf eeuwen tevoren gebeurde wonder. Op 4 maart 1971 presenteerde de professor zijn conclusies:

  • 1. Het “wonderbaarlijke vlees” is vlees dat bestaat uit het dwarsgestreept spierweefsel van de myocard (hart).
  • 2. Het “wonderbaarlijk bloed” is echt bloed: de chromotografische analyse levert hiervan het onbetwistbaar bewijs.
  • 3. Het vlees en het bloed zijn van menselijke natuur en het immunologisch bewijs stelt dat ze behoren tot bloedgroep AB, dezelfde als die van de man van de lijkwade van Turijn, en kenmerkend voor de bevolkingen van het Midden-Oosten.
  • 4. De eiwitten in het bloed zijn procentueel identiek verdeeld zoals de eiwitten in het serum van vers normaal bloed.
  • 5. Geen enkel histologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van sporen van zoutinfiltraties of van stoffen die vroeger voor mummificatie gebruikt werden aangetoond. Ook moet worden opgemerkt dat, wanneer het eucharistisch bloed van Lanciano (dat gewoonlijk is gestold) eenmaal vloeibaar is, het al zijn chemische en fysische eigenschappen behoudt zonder dat het enige schade ondervindt in welke vorm ook. Terwijl normaal gesproken vijftien minuten na het afnemen van gewoon menselijk bloed alle biologische activiteit onherstelbaar verloren gaat.

 

Het medisch rapport dat werd gepubliceerd in de “Cahiers Sclavo” (fasc. 3, 1971) wekte grote belangstelling in wetenschappelijke kring. In 1973 benoemde de Hoge Raad van de Wereld Gezondheidsorganisatie een wetenschappelijke commissie om de conclusies van professor Linoli te verifiëren. Er werd 15 maanden aan gewerkt en er werden 500 onderzoeken verricht. De commissie verklaarde dat het ging om een levend weefsel dat beantwoordde aan alle klinische reacties van levende wezens. Sinds de VIIIe eeuw, verkeren het vlees en het bloed van Lanciano in dezelfde staat als van vlees en bloed dat dezelfde dag van een levend wezen zou zijn verwijderd.

De synthese van de werken van de commissie die in december 1976 in New York en in Genève werd gepubliceerd, erkent dat de wetenschap, bewust van haar beperkingen, zich geplaatst ziet tegenover de onmogelijkheid een verklaring te leveren. Andere experts gingen over tot vergelijking van de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van het mirakel van Buenos Aires met de voor het mirakel van Lanciano uitgewerkte rapporten. Deze wetenschappers die de oorsprong van de monsters niet kenden concludeerden dat het in beide rapporten van de laboratoria ging om monsters die, naar het scheen, afkomstig waren van dezelfde persoon.

 

 

mirakel van de Heilige Hostie te Lanciano

 

 

Lanciano eucharistic miracle

 

 

 

Op zoek naar een groot licht

 

In de encycliek Lumen fidei schrijft Paus Franciscus:

«Langzamerhand heeft men echter gezien dat het licht van de autonome rede niet erin slaagt de toekomst voldoende te verlichten; uiteindelijk blijft zij in haar duisternis steken en laat de mens achter in de angst voor het onbekende. En zo heeft de mens afgezien van het zoeken naar een groot licht, een grote waarheid om zich tevreden te stellen met de kleine lichten die het korte ogenblik verlichten, maar niet in staat zijn de weg te openen. Wanneer het licht ontbreekt, wordt alles verward, is het onmogelijk goed van kwaad te onderscheiden, de weg die naar het doel leidt te onderscheiden, van die welke ons in steeds dezelfde kringen, zonder richting doet gaan» 

 

Om dit euvel te vermijden hebben we geloof nodig, zo verklaart de paus :

«Het is daarom dringend noodzakelijk de aard van het licht dat eigen is aan het geloof, opnieuw te ontdekken, omdat ook alle andere lichten uiteindelijk hun kracht verliezen, wanneer de vlam hiervan dooft. Het licht van het geloof heeft immers een bijzonder karakter, omdat het in staat is heel het bestaan van de mens te verlichten. Om zo krachtig te zijn kan een licht niet van onszelf uitgaan, moet het komen van een oorspronkelijkere bron, moet het tenslotte komen van God. Het geloof ontstaat bij de ontmoeting met de levende God, die ons roept en ons zijn liefde openbaart, een liefde die ons voorafgaat en waarop wij kunnen steunen om een houvast te hebben en ons leven op te bouwen. Door deze liefde veranderd, krijgen wij nieuwe ogen, ervaren wij dat daarin een grote belofte van volheid gelegen is en voor ons de blik op de toekomst opengaat. Het geloof, dat wij van God ontvangen als bovennatuurlijke gaven, verschijnt als een licht voor de weg, een licht dat onze gang in de tijd richting geeft». 

 

 

Een nieuw bewijs

 

Als bevestiging van het geloof in de Kerk, heeft de Heer aan de wereld in 2008 een nieuw bewijs willen geven van zijn liefde door een ander eucharistisch mirakel dat geheel gelijksoortige kenmerken vertoont als die van het mirakel van Buenos Aires. Op 12 oktober van dat jaar viert eerwaarde Jacek Ingielewicz de Mis in de kerk H. Antonius van Padua in Sokólka (Polen), in aanwezigheid van tweehonderd personen. Tijdens het uitdelen van de Communie valt een hostie op de grond. Eerwaarde Jacek raapt hem op en stopt hem in een klein zilveren liturgisch potje dat hij vult met water om de hostie op te lossen, stopt vervolgens het geheel in een kluis in de sacristie.

Wanneer een hostie daarna geheel is opgelost is het lichaam van Christus inderdaad niet meer tegenwoordig. Op de hoogte gebracht door eerwaarde Jacek, laat eerwaarde Stanislaw Gniedziejko, pastoor van de parochie, het potje twee weken in de kluis staan. Dan stelt hij vast dat de hostie niet alleen niet is opgelost in het water, maar dat een vorm aan het licht is gekomen die doet denken aan een bloedvlek. De pastoor Stanislaw zou later verklaren:

«Diep onder de indruk, wist ik niet wat ervan te denken, mijn handen trilden toen ik de kluis weer op slot deed: ik kon nauwelijks spreken.»

 

Hij besluit zich tot de aartsbisschop van Bialystok, naburige stad, Mgr. Edward Ozorowski, te wenden. Wanneer deze naar Sokólka komt laat men hem de hostie zien die op een corporale is gelegd. Daar ziet hij behalve een bloedvlek iets wat lijkt op een organische substantie. Het lijkt, zo merkt eerwaarde Jacek op, op de natuur van weefsels. Op 5 januari 2009 vraagt de bisschop aan twee professoren in de geneeskunde aan de Universiteit van Bialystok, Maria Elizabeth Sobianiec-Lotowska en Stanislaw Sulkowski, een analyse uit te voeren op een deeltje van de hostie. Beiden hebben meer dan dertig jaar gewerkt op het gebied van de histopathologie van de Universiteit.

Toen de monsters waren genomen was het intact gebleven deel van de hostie vast blijven zitten aan het weefsel dat geanalyseerd werd, zonder dat die iets minder wit was geworden. Beide specialisten kwamen, na gescheiden hun werk te hebben gedaan, tot dezelfde conclusie: hetgeen hun was overhandigd is afkomstig van het weefsel van een nog in leven, maar wel stervend zijnde menselijke hartspier. Professor Sulkowski verklaart de aanwezigheid te hebben waargenomen van:

«talloze typische biomorfologische indicatoren van weefsel van de hartspier, evenals van zichtbare schade in de vorm van geringe vezelbreuken in het weefsel. Deze schade kan slechts worden waargenomen in levende vezels en zijn de tekenen van snelle spasmes van de hartspier in de periode die voorafgaat aan de dood.»

 

Professor Sobianiec-Lotowska bevestigt dit:

«Het betreft weefsel van de in leven zijnde hartspier.»

 

Wanneer ze hierbij stilstaat, geeft ze blijk van haar stomme verbazing over het feit dat een weefsel in leven is gebleven nadat het uit het organisme waarvan het integraal deel uitmaakte is verwijderd:

«Dat is een «ongelooflijk fenomeen! Gedurende lange tijd was de hostie in water ondergedompeld, vervolgens op de corporale gelegd; het weefsel zou dus het proces van “verstikking” hebben moeten ondergaan, maar dat hebben we bij onze testen niet waargenomen. De huidige kennis op het gebied van de biologie stelt ons niet in staat dit fenomeen wetenschappelijk te verklaren. Dit buitengewone fenomeen van onderlinge absorptie van het hartspierweefsel en de hostie dat met de microscoop en eveneens via elektronische transmissie is waargenomen, bewijst dat geen enkele menselijke interventie op het monster heeft kunnen plaatsvinden».

 

De structuur van het hartspierweefsel en die van brood zijn in het onderhavige geval inderdaad zo nauw verwant dat het onaannemelijk is dat een menselijke interventie dit zou kunnen verwezenlijken (cf. verklaring van professor Sobianiec-Lotowska in het rapport «Het Eucharistisch Mirakel van Sokólka», Lux Veritatis, 2010). Anderzijds heeft het bloed van de hostie dezelfde kenmerken als dat van de lijkwade van Turijn en van het mirakel van Lanciano (groep AB).

 

 

Mirakel van de Heilige Hostie te Sokolka

 

 

miracle of sokolka

 

 

 

De devotie neemt toe

 

Nadat hij de resultaten van de testen heeft gekregen, informeert de aartsbisschop de apostolisch nuntius in Warschau die het dossier doorgeeft aan Rome ter bestudering. In september 2009 begint het publiek dat kennis heeft genomen van het rapport van de twee deskundigen, uit heel Polen, maar ook uit Wit-Rusland en Litouwen naar Sokólka te komen. In Sokólka zelf stelt men onmiddellijk een toename van de devotie voor het Allerheiligste vast. De mensen komen in de kerk bidden voor de gebroken families, de kinderen die het geloof verlaten, ter verkrijging van genezingen.

Na officieel te hebben verklaard dat het zichtbare weefsel op de hostie echt wonderbaarlijk is, stopt Mgr. Ozorowski dit in een monstrans die wordt uitgestald ter aanbidding door gelovigen in een kapel van de Sint Antonius kerk. Ten aanzien van de Eucharistie vraagt de Kerk om de eredienst van de latria, dat wil zeggen de aanbidding die aan God alleen is voorbehouden, hetzij tijdens de viering van de Eucharistie, hetzij daarbuiten:

«Het is, zo schreef H. Johannes Paulus II, in het bijzonder nodig, zowel tijdens de viering van de Mis als bij de verering van de Eucharistie buiten de Mis, het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus» (Apostolische Brief Mane nobiscum Domine, 7 oct. 2004, 18).

 

«Zoals de vrouw die Jezus zalfde in Bethanië, heeft de Kerk hiervoor geen ‘verspilling’ van haar beste zaken geschuwd om uitdrukking te geven aan haar verwondering en aanbidding tegenover het onmetelijk geschenk van de Eucharistie. Niet minder dan de eerste leerlingen die belast waren met het gereed maken van de «bovenzaal» voelde zij zich gedreven om door de eeuwen heen een in haar ontmoeting met verschillende culturen, de Eucharistie te vieren in kader dat een zo groot geheim waardig was… Ofschoon het idee van een «feestmaal» vanzelf vertrouwelijkheid suggereert, heeft de Kerk nooit toegegeven aan de verleiding om deze «intimiteit» met haar Bruidegom te banaliseren door te vergeten dat Hij ook haar Heer is en dat het «feestmaal» altijd een offer blijft dat getekend is door het bloed dat op Golgotha werd vergoten» (Encycliek Ecclesia de Eucharistia, Witte Donderdag 2003, 48).

 

«De Eucharistie stelt inderdaad tegenwoordig en actualiseert het offer dat Christus eens en voor altijd op het kruis gebracht heeft aan de Vader ten bate van de mensheid. Het kruisoffer en het offer van de Eucharistie zijn één en hetzelfde offer. Een en dezelfde zijn het slachtoffer en de offeraar: wat alleen verschilt is de wijze van geofferd worden: bloedig op het kruis, onbloedig in de Eucharistie. Daar uit het Misoffer alle genaden voortvloeien die nodig zijn voor ons heil, verplicht de Kerk de gelovigen ertoe aan de Heilige Mis deel te nemen op iedere zondag en op voorgeschreven feestdagen, terwijl zij hen aanbeveelt ook op andere dagen eraan deel te nemen.» (Compendium van CKK,280).

 

H.Johannes Paulus II eens tegen jongeren gezegd die hem ondervroegen naar aanleiding van de grote ingetogenheid waarmee hij de mis vierde (18 oktober 1981). Heilige Padre Pio geeft er ons een mooi voorbeeld van:

«Wanneer Padre Pio de Mis vierde, wekte hij de indruk zo intiem, zo intens en zo volledig verbonden te zijn met Hem die zich aan de Hemelse Vader aanbood, als slachtoffer ter boetedoening voor de zonden der mensen. Zodra hij aan de voet van het altaar stond onderging het gezicht van de celebrant een gedaanteverwisseling. Padre Pio bezat de gave anderen aan het bidden te zetten. Men beleefde de Mis» (Fr. Narsi Decoste, Le Padre Pio).

 

De vrucht van het geactualiseerde Offer op het altaar is de communio met het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, voorproef van de eeuwige communio in de Hemel. Een zo grote gave kan slechts ontvangen worden door hem die:

«ten volle ingelijfd is in de katholieke Kerk en in staat van genade, dat wil zeggen zonder zich van een doodzonde bewust te zijn. Hij die er zich van bewust is een zware zonde te hebben begaan, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen alvorens tot de communie te naderen. Van belang zijn ook de geest van inkeer en gebed, het onderhouden van het door de Kerk voorgeschreven vasten, en de lichaamshouding (gebaren, kleding), ten teken van eerbied voor Christus» (Compendium,291).

 

«De heilige Communie doet onze vereniging met Christus en zijn Kerk groeien. Zij sterkt ons voor de pelgrimstocht van dit leven en doet ons verlangen naar het eeuwig leven, doordat zij ons nu al verenigt met Christus, opgestegen naar de rechterhand van de Vader, met de hemelse Kerk, met de heilige Maagd en met alle heiligen» (ibid., 292 en 294).

 

 

De hoogste verwerkelijking

 

De eucharistische wonderen zijn niet te ontkennen feiten; zij stellen ons voor de grote Werkelijkheid: God bestaat, Hij is vlees geworden, Hij is tegenwoordig en treedt actief op in onze geschiedenis, Hij heeft zich blootgesteld aan lijden en dood, om de dood teniet te doen en ons het Leven te geven! Het geluk dat wij allen zoeken hangt af van onze liefdesbetrekking met Hem alleen! In de encycliek Fides et ratio, schreef heilige Johannes Paulus II:

«Verschillende filosofische systemen hebben de mens er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking »

Laten we uit de Eucharistie de kracht putten die we nodig hebben om Jezus te volgen op de weg van het eeuwig leven!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

De hiërognosie van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De hiërognosie

 

Pater Pio was in staat te weten of iemand priester was en of bepaalde voorwerpen gewijd waren. De hiërognosie (d.i. het weten of iets of iemand gewijd is) was een van de vele bovennatuurlijke gaven die pater Pio bezat. Op een dag wachtte een man op pater Pio in de sacristie, samen met andere mannen. Hij was gekleed in een prince-de-galles en had een stropdas aan. Hij stond vooraan in de rij. Pater Pio kwam bij hem en zei: “Eerwaarde, u bent vermomd naar hier gekomen. U hoeft er nochtans niet beschaamd in te zijn dat u mij komt opzoeken. Kom volgende keer terug gekleed als priester!”

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

 

Een jongeman meldde zich bij hem aan. Hij had gewoon een broek en een trui aan. Pater Pio beval hem weg te gaan en terug te komen in de kleren van de heilige Dominicus. Van zijn stuk en in verlegenheid gebracht bekende de jongeman tegenover allen dat hij een priester-dominicaan was.

 

 

Wanneer de mensen pater Pio voorwerpen aanboden (rozenkransen, medailles, heiligenbeelden) met de vraag ze te wijden, gaf de pater wel eens een voorwerp terug met de verklaring: “Dit is al gewijd.” En dat was inderdaad zo.

 

 

Pater Pio ‘voelde’ of  water al dan niet gewijd was en indien iemand hem een fles aanbood waarin water uit Lourdes zat, dan bracht hij die zonder vragen te stellen aan zijn lippen en kuste ze.

 

 

De Romeinse trambediende, aan wie Onze-Lieve-Vrouw in een grot aan de drie fonteinen in Rome verschenen was (de Maagd van de Openbaring), ging op een dag pater Pio bezoeken. Hier volgt zijn relaas: “Toen ik voor zijn aangezicht stond – wij hadden elkaar nog nooit ontmoet – reikte ik hem een zakje aan zonder hem te zeggen wat het bevatte. Pater Pio nam het, drukte het vol overgave tegen zijn borst maar gaf het me niet terug. Het zakje bevatte een beetje aarde uit de grot van de drie fonteinen.”

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De bilocatie van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bilocatie

 

Bilocatie is in feite het gelijktijdig aanwezig zijn op twee verschillende plaatsen. De christelijke traditie is rijk aan bilocatieverhalen. Vele heiligen ontvingen die gave, onder wie ook pater Pio. Hier volgen enkele getuigenissen.

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

 

Mevrouw Maria was een geesteskind van pater Pio. Op een avond sluimert Maria’s broer in, terwijl hij aan het bidden is. Plots voelt hij een klap op zijn rechterwang. Volgens het geluid dat de klap maakte, had hij de indruk dat de hand die hem geslagen had, gehandschoend was. Hij dacht onmiddellijk aan pater Pio. ’s Anderendaags vroeg hij aan pater Pio of hij hem geslagen had. Die antwoordde: “Slaap je terwijl je bidt?”. Het was dus pater Pio, die de aandacht van de man wou trekken onder een vorm van bilocatie.

 

 

Een gepensioneerde legerofficier kwam op een dag de sacristie binnen. Hij ziet pater Pio en zegt: “U bent het werkelijk, alle twijfel is uitgesloten”. Hij kwam dichter, knielde voor pater Pio en weende, terwijl hij zei: “Dank U pater omdat U mijn leven heeft gered”. Daarna vertelde de man aan de aanwezigen: “Ik was infanteriekapitein. Op een dag zag ik midden op het slagveld in volle strijd een monnik met een bleek gezicht en expressieve ogen, die me zei: ‘Mijnheer de kapitein, ga weg van hier!’.

Ik ging op hem af en alvorens ik bij hem was, ontplofte een granaat vlak op de plek waar ik tevoren stond en liet een gapende afgrond achter. Ik keerde me naar de monnik, maar hij was verdwenen”. Pater Pio had hem in bilocatie het leven gered.

 

 

Priester Alberto, die pater Pio in 1917 leerde kennen, vertelde: “Ik zag pater Pio onbeweeglijk aan het venster zitten, terwijl hij naar de bergen keek. Ik kwam nader om hem de hand te kussen, maar hij deed alsof hij me niet zag en zijn hand leek me verstijfd. Dan hoorde ik hem duidelijk de absolutieformule uitspreken. Even later leek hij te ontwaken uit een slaap, zag me en zei: “Bent u hier? Ik had u niet gezien”.

Enkele dagen later kwam een telegram uit Torino aan voor onze overste. Daarin werd hij bedankt om pater Pio naar het sterfbed te zenden. Toen begrepen we dat de zieke gestorven was op hetzelfde moment dat pater Pio de absolutiewoorden te San Giovanni Rotondo had uitgesproken. Onze overste had hem natuurlijk niet naar de stervende gestuurd, maar pater Pio was er in bilocatie.

 

 

In 1946 kwam er een Amerikaanse familie uit Philadelphia naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te bedanken. Hun zoon was immers tijdens de Tweede Wereldoorlog piloot van bommenwerpers en hij was gespaard gebleven boven de Stille Oceaan dank zij pater Pio. Toen hij zich klaarmaakte om na een bombardement terug te keren naar het eilandje waar hij was gevestigd, werd hij geraakt door Japanse jachtvliegtuigen.

De piloot vertelde: “Het vliegtuig stortte neer en ontplofte nog voor dat mijn bemanning de tijd had om met hun parachute te springen. Ik kon wel springen, ook al herinner ik me niet hoe. Ik probeerde mijn parachute te openen zonder succes. Ik zou dodelijk zijn neergestort, als ik geen gebaarde monnik had gezien, die me zachtjes neer plaatste bij de ingang van mijn commandopost.

U kunt zich de verwondering indenken toen ik mijn relaas deed, maar precies het feit dat ik gezond en gered was bracht iedereen tot geloof. Enkele dagen later was ik met verlof en keerde naar huis terug. Toen toonde mijn moeder mij een foto van pater Pio, aan wie ze mijn bescherming had toevertrouwd. Ik herkende onmiddellijk de monnik die mij het leven had gered”.

 

 

De echtgenote van een industrieel uit Liguria verbleef bij haar dochter te Bologna. Ze had een tumor in de arm. Na een gesprek met haar dochter besloot ze zich te laten opereren. De chirurg vroeg om nog enkele dagen te wachten, de tijd nodig om een afspraak voor de chirurgische ingreep vast te leggen. In die tussentijd stuurde haar schoonzoon een telegram naar pater Pio met het verzoek om ten voordele van zijn schoonmoeder tussen te komen.

Het uur waarop pater Pio het telegram werd overhandigd, zag de dame die alleen in de woonkamer van haar dochter was, een kapucijnermonnik binnenkomen, die zei: “ik ben pater Pio van Pietrelcina”. Hij vroeg haar wat de chirurg had gezegd en spoorde haar toen aan om zich tot de heilige Maagd te wenden. Dan maakt hij een kruisteken over de arm, groette en verdween.

De dame riep de dienstmeid, haar dochter en schoonzoon en vroeg waarom ze het bezoek van pater Pio niet hadden aangekondigd. Ze antwoordden dat ze hem niet hadden gezien en niemand hadden binnengelaten. ’s Anderendaags, toen de chirurg bij de dame kwam om de operatie voor te bereiden, was de tumor verdwenen.

 

 

Pater Pio ging in bilocatie bij de bisschop die hem tot priester had gewijd op 10/08/1910 in de kathedraal van Benevento. Op het einde van zijn leven werd de bisschop door pater Pio op zijn dood voorbereid.

 

 

De zalige Dom Orion gaf een getuigenis over het vermogen van P.P. om zich op twee plaatsen tegelijkertijd te bevinden: “Gedurende de plechtige zaligverklaring van de kleine Teresia van Lisieux zag ik P.P. glimlachend naar mij toekomen. Ik baande mij een weg tussen het volk om hem tegemoet te gaan. Wanneer ik hem echter genaderd was,  bleek hij verdwenen”.

 

 

In 1951 ging P.P.voor in een mis in de kapel van een zusterklooster in Tjechoslovakije. Na de viering begaven de Zusters zich naar de sacristie om hem te bedanken en hem uit te nodigen op een kop koffie. Welnu, in de sacristie was niemand te zien. Aldus kwamen de Zusters tot de ontdekking dat P.P. zich onder hen had begeven bij wijze van bilocatie.

 

 

In 1956 diende P.P. in bilocatie de mis voor de primaat van Hongarije in een gevangenis in Budapest. Iemand was op de hoogte van de zaak en vroeg hem:”U hebt de mis gediend en u hebt met hem gesproken, maar achteraf zijt u ook nog bij hem op bezoek geweest in de gevangenis”. P.P. gaf als antwoord: “Natuurlijk heb ik hem gezien, als ik met hem gesproken heb”.

 

 

Eerwaarde Moeder Speranza, stichteres van de orde van de dienaressen van de barmhartige Liefde, vertelde dat ze P.P. een jaar lang dagelijks in Rome had gezien. Welnu, P.P. begaf zich slechts bij uitzondering naar Rome, zoals die keer in 1917 toen hij een religieuze begeleidde die verlangde in te treden in een klooster. Het bleek hier om het verschijnsel van bilocatie te zijn.

 

 

De Italiaanse generaal Cadorna viel na de nederlaag te Caporetto in een zware depressie en besliste aan zelfdoding te doen. Op een avond gaf hij het bevel niemand binnen te laten en trok zich terug in zijn verblijfplaats. Eenmaal alleen in zijn kamer, nam hij zijn pistool en hield hem met de loop tegen zijn slaap. Daarop hoorde hij een stem: “Wel, generaal, wil je nu werkelijk zulke stommiteit uithalen?”

Die stem en die aanwezigheid van de monnik grepen de generaal erg aan; hij stond aan de grond genageld. Daarop vroeg hij de wachters hoe de monnik in zijn kamer was kunnen binnendringen. Zij echter verklaarden niemand te hebben gezien. Later las de generaal in de krant dat een monnik die in Gargona verbleef, wonderen verrichtte.

Incognito begaf hij zich naar San Giovanni Rotondo waar hij de monnik herkende die hij gezien had: het was P.P. in hoogsteigen persoon. Nog was hij niet aan het einde van zijn verrassing. Toen P.P. langs hem voorbijkwam, fluisterde hij hem toe: “Is het niet waar, generaal, dat u die avond aan de dood ontsnapt bent?”

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA