Tagarchief: licht

Rijkdom en bezit in Psalmen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

Psalm 49 : 2

Wat zou mij toch doen vrezen in een tijd,
Waarin het kwaad, het onrecht mij bestrijdt,
Als ik omringd, benauwd ben door ’t geweld,
Dat in mijn val zijn hoogst genoegen stelt?
Wat hem betreft, die op zijn schat betrouwt,
En al zijn roem op groten rijkdom bouwt,
Zijn schat behoudt zijn broeder niet in ’t leven;
Hij kan daarvoor aan God geen losgeld geven.

 

 

 

Psalm 49 : 3

Hij kan dien prijs der ziele, dat rantsoen,
Aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen;
Hij wenst vergeefs hier altoos ’t licht te zien,
En, door zijn schat, het naar bederf t’ontvliën.
Hij ziet elk uur der wijzen levensend;
Der dwazen dood blijft hem niet onbekend;
Hij ziet, dat hun in ’t sterven niets kan baten,
Maar dat zij ’t al aan and’ren overlaten.

 

 

 

Psalm 49 : 4

Al zegt zijn hart: “Mijn huis zal eeuwig staan,
Van kind tot kind gedurig overgaan”;
Al heeft hij ’t land, waarop zijn trotsheid roemt,
Zijn grootsheid bouwt, naar zijnen naam genoemd;
’t Is alles wind, waar zich zijn hart mee streelt;
De mens, hoe mild door ’t aards geluk bedeeld,
Hoe hoog in eer, in macht en staat verheven,
Vergaat als ’t vee, en derft in ’t eind het leven.

 

 

 

Psalm 52 : 5

“Zie”, zal men zeggen, “zie den dwaze,
Die, op zijn rijkdom stout,
Ons wilde door zijn macht verbazen,
Op God niet heeft vertrouwd;
Zijn sterkte kreeg hij door geweld;
Nu ligt hij neergeveld.”

 

 

 

Psalm 49 : 6

Men denkt niet meer aan hun verleden staat,
Wijl al hun glans met hen in ’t graf vergaat;
Maar na den dood is ’t leven mij bereid;
God neemt mij op in Zijne heerlijkheid.
Vreest hem dan niet, die grote schatten heeft,
Wiens machtig huis in eer en aanzien leeft;
Want hij zal niets in ’t sterven met zich dragen;
Zijn naam, zijn roem, ’t ligt al terneer geslagen.

 

 

 

Psalm 62 : 7

Vertrouwt, wat uw begeert’ ook zij,
Nooit op geweld of roverij,
En wordt niet ijdel, als ’t vermogen
Gedurig aanwast; waakt en let.
Dat gij het hart er nooit op zet;
Zo wordt ge door geen schijn bedrogen.

 

 

 

Psalm 73 : 14

Wie, ver van U, de weelde zoekt,
Vergaat eerlang en wordt vervloekt;
Gij roeit hen uit, die afhoereren
En U den trotsen nek toekeren;
Maar ’t is mij goed, mijn zaligst lot,
Nabij te wezen bij mijn God;
‘k Vertrouw op Hem geheel en al,
Den Heer, Wiens werk ik roemen zal.

 

 

 

AANBIDDING VAN HET GOUDEN KALF ONDER TOEZICHT VAN DE MAMMON, DE GELDDUIVEL

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Jozef van Arimathea

Standaard

categorie : beroemde mensen

.

.

.

.

Jozef van Arimathea

 

Jozef van Arimathea is een persoon die voorkomt in de Bijbel. Hij was, volgens Lucas, een lid van het Sanhedrin, maar oneens met de veroordeling van Jezus. Mogelijk was hij zelfs een aanhanger van Jezus, en de eigenaar van de tuin waarin deze begraven werd. In die tuin lag namelijk een nieuw graf, waarin nog niemand was begraven.

Na Jezus’ dood vroeg hij aan Pontius Pilatus om het lichaam in zijn graf te mogen begraven. Hierom wordt Jozef vereerd door begrafenisondernemers, van wie hij de beschermheilige is. Hij was ook degene die Jezus van het kruis haalde en in een linnen doek wikkelde. Sommige  beweren dat Jozef het bloed van Jezus opving in een beker, de Heilige Graal, en hiermee naar Glastonbury in Engeland reisde.

 

 

Joseph%20of%20Arimathea%2010%25

 

.

 

JOZEF VAN ARIMATHEA SPREEKT TOT DE MENS 

 

De Hoeder van de Heilige Graal. Mijn geliefde kinderen van de wereld. Mijn geliefde zielen van de mensheid. IK BEN Jozef Van Arimathea, uw aller broeder in Liefde en Licht van de zesde trilling. Zoals ten tijde van mijn Hemelvaart, kom ik terug op de vooravond van de intrede van het Aquariustijdperk. Verscheidene van mijn voorbereidende levens heb ik doorgebracht op onze wondermooie planeet aarde. Ik was bekend ten tijde van Lemuria als de Hogepriester Rasjka, dienaar van het Levende Licht in de Bokaal. Ten tijde van Atlantis droeg ik de naam . . . als zonnekoning. Dichter bij jullie bewustzijnsgeschiedenis ben ik ook verschenen als Abraham. Dit ter informatie om de menselijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Want telkenmale stonden mijn levens in het teken van:

.

´Het Levend Licht in de Heilige Graal. ´

.

Ook word ik door ingewijden de Broeder (herder) van de Heilige Graal genoemd. Hoewel ik ten tijde van mijn leven in de vorm als Jozef Van Arimathea, zeer goed bekend was bij de bevolking in vele landen en verschillende werelddelen, is dit alles in vergetelheid geraakt. En dit alles met welbepaalde redenen.

Ondanks alle zoektochten, ondanks alle aanwijzingen en verhalen, blijft de Heilige Graal en haar Levend Licht nog altijd een levend mysterie voor de meeste mensen. Voor men kan binnentreden in het Levend Licht en de Heilige Graal kan ontvangen, dient men reeds vele stappen op het pad van evolutie te hebben gezet. Het is dan ook geen toeval dat Mijn naam, de verhalen rond de Heilige Graal en het Levend Licht weer volop opflakkeren aan de vooravond van Aquarius, de wederkomst van de Christus op Aarde.

Maar vooraleer de mensheid als één geheel de Heilige Graal weer kan ontvangen en kan binnentreden in het Levend Licht om de waarheid van de Christus te aanschouwen, zijn nog vele bewustzijnsverruimingen en verschuivingen noodzakelijk. Verwacht dus niet mijn geliefde mensenkinderen, dat u alle zogenaamde mysterieën ineens kunt ontrafelen. Maar geniet van het proces van evolutie dat het mensenleven wordt genoemd.

Ten tijde van Mijn fysieke levens, alsook in Mijn Hemelvaart heb Ik verschillende discipelen ingewijd. Vele van deze ingewijden zijn momenteel in een fysiek leven op de Aarde om de mensheid te dienen en de weg voor te gaan, om de éénheid en harmonie, liefde en verlichting te tonen die teweeg worden gebracht door de komst van het Levend Licht en het ontvangen van de Heilige Graal in uw eigen hart. Zo hoog, zo laag. Dat wat in de Geest aanwezig is, kan en zal ook in de vorm bestaan.

Door de aanwezigheid van Mijn ingewijden en tweelingziel op Aarde, kan ook Ik tot in de vorm bij u komen, tot u spreken en u de weg tonen die voorheen was voorbehouden voor de hoogste ingewijden. Doch weet, dat door de versnelde evolutieverandering waar de Aarde zich nu in begeeft, ook haar bewoners in een versneld evolutieproces terecht komen. Hierbij wens Ik dan ook te vragen dat allen meer en meer in de openheid komen om het hoge een plaats te geven in het lage en de geest tot uitdrukking te brengen in het fysiek zijn.

IK BEN EN IK LEEF.

Jozef Van Arimathea

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

.

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                                JOHN ASTRIA

 

 

De gevolgen van ongeloof

Standaard

categorie : religie

 

 

.

.

.

.

Ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen gedaan had,

geloofden de mensen niet in Christus.

Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei:

 

 

‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd?
Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’

Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd:

 

‘Hij heeft hun ogen verblind
en hun hart gesloten,
anders zouden zij met hun ogen zien
en met hun hart begrijpen,
zij zouden zich omkeren
en ik zou hen genezen.’

Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag. Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.

 

 

jesaja-40-31

 

 

 

Jezus had luid en duidelijk gezegd

 

‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in hem die mij gezonden heeft, en wie mij ziet, ziet hem die mij gezonden heeft. Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij gelooft niet meer in de duisternis is. Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.

Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Gods eeuwige moederliefde

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

hildegard

.

 

 

 

Een psalm van Hildegard: Laus Trinitati:

 

Geloofd zij de Drieëenheid, die klank en leven geeft

.

in het bestaan van alle schepselen 

 

.

 

 

scivias-t-11

 

 

Het mooiste visioen uit de Scivias is dat van de Drieëenheid (T 11 II,2): een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Hildegard heeft zelf geen titel aan dit visioen gegeven. Wel beschrijft ze in de tekst de Moederliefde van God: de ‘materna dilectio amplexionis Dei’ (de moederlijke liefde van Gods omhelzing).
Ze duidt de Vader aan door het zilver (trillend, levend licht), de Heilige Geest door goud (trillende, levende warmte) en het Mensgeworden Woord door saffierblauw, de Zoon (daaruit voortgekomen).

Hildegard ervaart in het visioen van de drie-enige God een levend licht. Dit levende licht komt naar haar toe en opent voor haar de geheimen van God. In dit visioen wordt voor haar een verborgen werkelijkheid getoond. Ze wordt betrokken in een diepte die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten.

Ze moet dit opschrijven: “Zoals het overeenkomt met de wil van degene, die alles weet, alles ziet en alles in de verborgenheid van zijn geheimenissen ordent.” (God, de algeest, alwetend, alwijs, alliefhebbend, almachtig) God werkt. God openbaart zich in haar visioenen, die zichtbaar worden door een goddelijke kracht. Ze ziet een volheid, die een dynamiek in zich heeft en die alles uit zichzelf tevoorschijn brengt en het een eigen bestaan geeft.

In dit visioen geeft de levende God aan zich te ervaren als oerkracht. God openbaart zich als een volheid die met een scherpe kracht overal ‘stroompjes van kracht’ (L. ‘rivulos fortium’: stroom van kracht, krachtstroom; van ‘rivus’ stromen) heeft geplant.

Deze ‘volheid’ verwijst naar de geheimen van God, de grond van alle dingen, waarin ‘al wat is’ leeft, beweegt en is. Alle schepselen zijn in hun oorsprong geplant door de levende God. In ieder mens, dier en ding bevindt zich een stroompje, een klein beekje (een stromende krachtbron, de geest) dat door Gods kracht is aangelegd.

 

 

 

Het stroompje van kracht

.

Dat betekent, dat al het geschapene niet in zichzelf bestaat. De oorsprong van alles ligt in de hand van de schepper, die de schepping ontworpen en geordend heeft. In hun oorsprong zijn alle schepselen verbonden met hun schepper. Ieder schepsel heeft een geheim in zich, dat in zijn oorsprong verwijst naar de levende God.

Dit geheim duidt Hildegard aan als ‘het beekje van kracht’ (de geest als stromende bron). Ieder schepsel heeft daardoor de mogelijkheid ontvankelijk te zijn voor de levende God. Ieder beekje is verbonden met de volheid, die de grote stroom van Gods leven is.

Deze ‘beekjes van kracht’ zijn altijd aanwezig en gaan aan alles vooraf. Door dit beekje ondergaat ieder schepsel de werking van Gods geheimen, ook de mens. De mens kan er niet over beschikken. Het geheim is er altijd, ook als de mens zich ervan afkeert, ervan vervreemd is en in zonden leeft.

 

 

.

levenskracht

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

De moederliefde van God

.

De levende God wil werkzaam zijn als scheppende kracht. Zolang de beekjes onder stenen bedolven zijn en met ijs bedekt (de toestand van onbewuste vereenzelviging), kan de volheid niet naar het beekje toestromen. Zolang de mens in zichzelf besloten is (de stroom voor zichzelf houdt), kan de levende God de mens niet herscheppen en vernieuwen.

Hildegard beschrijft in dit visioen, hoe wij weer in verbinding met dit beekje van kracht kunnen komen. Daarvoor is het belangrijk dat dit beekje van kracht bevrijd wordt. In dit visioen beschrijft Hildegard hoe zij ziet, hoe God zichzelf opent en zich aan ons geeft (als Jezus, Gods Zoon). Dit aanbod krijgt gestalte in moederliefde. Deze moederliefde beschrijft Hildegard als natuurlijk, gevoelsmatig en opvoedend.

Als moederliefde stelt God zich geheel beschikbaar als voedende en behoedende. Als opvoedster leert de moederliefde van God de mens boetvaardigheid, opdat de band met de levende God wordt hersteld. De moederliefde van God opent de mens, waardoor hij deze liefde kan ontvangen en bevrijd wordt van de zonde.

Het is de moederliefde van God die ons weer in contact brengt met het beekje van kracht, waardoor wij ons kunnen openen voor de werking van Gods geheimen.  Dit proces beschrijft Hildegard in dit visioen. Hildegard ziet in dit visioen dat God werkt als een scheppende kracht in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze dynamiek openbaart zich door met ons iets te doen en door ons om te vormen.

Deze omvorming heeft als doel dat wij weer contact krijgen met het oorspronkelijke leven dat ons is ingeschapen, namelijk het beekje van kracht, het geheim dat verbonden is met de geheimen Gods. Deze omvorming wordt door de moederliefde Gods in gang gezet. Hildegard gebruikt het moederbeeld om de verlossing te beschrijven.

.

 

 

Het visioen vanuit de spiritualiteit benaderd

.

Onder spiritualiteit wordt verstaan de voortgaande omvorming van een persoon, betrokken op een onvoorwaardelijke aanspraak. Er is sprake van spiritualiteit waar iemand antwoord geeft op de uitnodiging en het appèl, die de Eeuwige onontwijkbaar op hem of haar richt. Aan Mozes openbaarde deze Aanspraak zich als ‘Ik ben er’. Voor Jezus droeg zij de naam Abba, Vader.

Voor Hildegard van Bingen draagt zij de naam: het Levende Licht. Zij wordt door dat licht persoonlijk geroepen. Haar antwoord hierop krijgt vorm in haar leven, werk en haar geschriften. In het visioen van de Drieëenheid ontstaat er een betrokkenheid tussen de drie goddelijke personen, die zich als één licht en één kracht wil geven aan Hildegard.

Deze betrokkenheid is een uitnodiging aan Hildegard om zich te laten betrekken in Gods levende licht, dat aan haar de geheimen Gods openbaart. Het visioen is een mystieke ervaring. Mystiek betekent de ervaring van een verborgen zin of onzichtbare werkelijkheid, waarin iemand binnengevoerd wordt. De betekenis van de geheimen wordt aan haar getoond, doordat zij in deze verborgen werkelijkheid betrokken wordt.

Deze ervaring zet een proces in gang en brengt een verandering teweeg. Dit proces wordt vanuit de spiritualiteit een omvorming genoemd. Dit proces houdt in: loskomen uit de oude vorm (de oude mens) en ingaan in de nieuwe vorm (de nieuwe mens). Deze omvorming voltrekt zich als een geestelijk proces. De oude mens is een mens die nog ongevormd is ten aanzien van de vorm die als mogelijkheid aanwezig is (het beekje van kracht) en ongeordend voor zover hij hiervan afwijkt.

In dit visioen is het de moederliefde Gods die de oude mens bevrijdt en hem in contact brengt met het ‘stroompje’ van goddelijk leven (de menselijke geest), opdat de ‘volheid’ van Gods kracht (de algeest) de mens kan herscheppen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een voortdurende werking van de goddelijke kracht die de mens omvormt van ‘onvolmaaktheid’ naar ‘volmaaktheid’.

De goddelijke kracht duidt Hildegard in haar visioen aan als ‘volheid waaraan niets ontbreekt’ (de algeest). Deze werkt en ontvouwt zich in de ervarende persoon, opdat ‘al wat leeft’ tot ontwikkeling en voltooiing komt. Dit proces is daarom niet alleen dynamisch, maar ook structurerend, wat zich verwerkelijkt in de ervarende persoon.

In deze omvorming zijn de goddelijke dynamiek en de menselijke ervaring op elkaar betrokken. Als schering en inslag zijn ze voortdurend met elkaar verweven. Dit is een nooit eindigend proces. In het eerst visioen ‘De Verlosser’ heeft Hildegard gezien dat de schepping geschied door de drie goddelijke personen. De Vader ziet ze als een hellicht vuur, de Zoon als een hemelsblauwe vlam die in de zachte adem van de heilige Geest brandt.

Van deze goddelijke personen gaat een neerdalende beweging uit naar de mensheid op aarde. Deze beweging zet de geschiedenis in gang vanaf de schepping ‘in den beginne’ tot aan de menswording van de Zoon van God. De menswording van de Zoon van God is de openbaring van dit visioen: God deelt zichzelf mee.

In het visioen van de drie-enige God is er geen neerdalende beweging te zien van God uit naar de mensheid, maar een innerlijke beweging tussen de drie personen. Er is een levende dynamiek tussen hen. De personen van de goddelijke Drieëenheid werken op elkaar in, om zichzelf te openen als drie-enige God voor de mens.

Hildegard ziet dit als een dynamisch proces tussen het heldere licht en het rode vuur. Ze stromen door elkaar heen. ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur doorstroomt weer heel het heldere licht. En dit heldere licht en dit rode vuur stromen door heel deze mensengestalte zodat het één licht en één kracht van mogelijkheden vormt’.

Verder valt op dat er in het visioen van de drie-eenheid van God gesproken wordt over ‘een allerhelderst licht’ en een ‘allerzoetst rood vuur’. In dit visioen hebben het licht en het vuur een intensiteit in de hoogste mate. Ook valt op dat de hemelsblauwe vlam zich ontwikkeld heeft tot een ‘mensengestalte’ in de kleur van saffierblauw.

 

 

 

de ware en de valse Drievuldigheid

de ware en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

De tekst van het visioen over de drie personen :

Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (‘Vader’, licht, komt overeen met: denken).

En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (‘Zoon’, komt overeen met: voelen)

Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (‘Heilige Geest’, komt overeen met: bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.

Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht .

.

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen (de mensen) door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde (door de onbewuste vereenzelviging) verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus, komt overeen met voelen).

Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus, komt overeen met voelen).

.

 

 

Gods krachtstroom in de mens

.

Hildegard wordt betrokken in een diepte, die alomvattend is en waarin de hele werkelijkheid ligt besloten. In deze diepte doorschouwt ze de grond van alle dingen. Hildegard ziet dat de geheimen van God de absolute oorsprong zijn van alle schepselen. In de diepte ziet ze een oerkracht die al het geschapene heeft geplant: ‘Deze volheid heeft met een scherpe kracht stroompjes van kracht geplant’. De volheid van Gods levenskracht heeft beekjes geplant.

Ieder schepsel heeft een ‘beekje van kracht’, dat ontspringt aan de volheid van Gods levensstroom. In dit visioen ziet ze dat de schepping niet is ontstaan uit een niets of uit een oerknal. Ze schouwt de geheimen van God als een levensbron, als een volheid waar al wat leeft uit voortkomt. Hildegard schouwt dat de oorsprong van de dingen niet in de dingen zelf ligt. De schepping bestaat niet in zichzelf. God is de bron van al wat bestaat.

Het stroompje van kracht (de geest als bron) bevindt zich in ieder schepsel. Daar bevindt zich de levenskracht. Door dit stroompje is ieder schepsel met de volheid van Gods geheimen verbonden. Door dit stroompje kan God naar het geschapene stromen. Ieder heeft de mogelijkheid om ontvankelijk te zijn voor en om deel te nemen aan de volheid van Leven. Iedereen kan deelnemen aan deze goddelijke levenskracht. God is een stuwende kracht, die zich wil openen om naar de stroompjes toe te stromen.

Hildegard schouwt in haar visioen, dat er een relatie is tussen God en heel Gods schepping. De relatie tussen God en al wat geschapen is, is wezenlijk, opdat God zich kan ontvouwen in de schepselen. Goddelijk leven is overal aanwezig als een stroompje van kracht, waardoor Gods levenskracht in alle schepselen werkzaam kan zijn. God verhoudt zich tot heel de schepping als een volheid tot alle stroompjes van kracht, die in al het zichtbare en onzichtbare leven aanwezig zijn.

 

 

 

God in drie personen

.

Het goddelijke leven laat zich zien als een allerhelderst licht, als rood vuur (warmte) en een mensengestalte in de kleur van saffierblauw. Het rode vuur duidt op de Heilige Geest. Het is een vuur zonder smet van dorheid. Dit lijkt een tegenstrijdigheid, omdat vuur immers door hitte alles verdort. Het voorafgaande visioen over de verlosser werpt een licht op deze tegenstrijdigheid. Daar wordt dit rode vuur in verband gebracht met de plaats, waar het goddelijke woord kan incarneren.

Deze plaats wordt aangeduid als ‘morgenrood’, het vuur, waarin God zijn ‘Woord vol verlangen’ zond. God gaf dit woord als een ‘vruchtbrengende vrucht’ en liet het ‘als een geweldige bron tevoorschijn komen. Wie van deze bron drinkt, zal nooit meer van dorst vergaan. In dit licht van het morgenrood ontbrandde een buitengewone wil. Want in de glans van het rode licht toonde zich de groene kracht (viriditas, levenskracht, de Heilige Geest komt overeen met: willen) van het grote oude raadsbesluit.

 

 

.

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

De oneindigheid van de Drievulkdigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Samengebundelde kracht van goddelijk leven

.

Nu gaat er iets nieuws gebeuren. In het visioen ontstaat beweging. Het heldere licht en het rode vuur (de ongevormde oertoestand) stromen door elkaar heen en worden één om samen de gehele mensengestalte te doorstromen (de gevormde toestand). In het goddelijke leven is beweging zichtbaar. Het licht en het vuur en de mensengestalte stromen zo door elkaar heen, dat ze worden tot één krachtbundel: ‘Dit heldere licht doorstroomt het hele rode vuur en dit rode vuur stroomt weer door heel het heldere licht.

En dit heldere licht en en dit rode vuur stromen door geheel deze mensengestalte, zodat het één licht in een kracht van mogelijkheden vormt’. Deze samengebundelde kracht van goddelijk leven is een beginsel, een concentratie van mogelijkheden. Dit beginsel is een stuwende kracht die in beweging zet; een krachtbron voor al wat leeft (door de geestelijke vermogens). Deze kracht heeft een rijkdom aan mogelijkheden.

 

 

 

God werkt in drie personen

.

God is werkzaam als een dynamische kracht in drie personen (drie vormen). De Vader is werkzaam als ‘rechtvaardigste gelijkheid’. Rechtvaardig staat in verband met trouw en goedheid. Als ‘rechtvaardigste gelijkheid’ laat de Vader ieder schepsel tot zijn recht komen op ‘gelijke’ wijze. Ieder schepsel heeft eenzelfde ‘krachtstroom’.

De Heilige Geest maakt een beweging naar de gelovigen. Zij worden aangeraakt en in vuur en vlam gezet door de Geest. De Zoon is de ‘volheid van de vruchtbaarheid’. Hij draagt de mogelijkheid in zich heel de schepping vruchtbaar te doen zijn: ‘alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden wat geworden is’. Deze volheid van vruchtbaarheid is in alle dingen.

Het is een alomvattende kracht die met heel de schepping is verbonden en die ‘al wat is’ leven geeft. Alles is met de Zoon in de oorsprong verbonden. De hele schepping draagt een kiem van deze volheid. De Vader als de rechtvaardigste gelijkheid, de Heilige Geest als de ontsteker van de harten van de gelovigen en de Zoon als de volheid van de vruchtbaarheid, bestaan niet zonder elkaar.

Ze werken samen. De drie goddelijke personen vormen een eenheid en zijn als personen met elkaar verweven en op elkaar betrokken. In de goddelijke natuur zijn ze met elkaar verbonden. De drie personen van de Drieëenheid zijn tot een eenheid samengevoegd. De ene persoon staat niet boven de ander, ‘ze zijn één God in een onverdeelde majesteit’.

Ze zijn niet verdeeld, maar werken wel afzonderlijk als personen (de geestelijke vermogens). Als personen staan ze met elkaar in relatie. De Vader wordt kenbaar gemaakt door de Zoon. De Zoon weerspiegelt het allerhelderste licht dat de Vader is. ‘De Zoon wordt kenbaar gemaakt door de oorsprong van de schepselen’.

De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon is aanwezig in alle schepselen. ‘De heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door dezelfde menswording van de Zoon’. De Vader bracht zijn Zoon voort in eeuwigheid. Dit is niet aan tijd gebonden: de Vader schept in eeuwigheid. Bij de Zoon begint de schepping. Door hem worden alle schepselen geboren uit de Vader.

Alle dingen hebben hun oorsprong in de Zoon. In de Zoon komen alle schepselen aan het licht (de gevormde toestand). De volheid van de vruchtbaarheid van de Zoon kan zich in alle schepselen openbaren. Ieder schepsel is vruchtbaar en kan tot voltooiing komen, dat is: worden zoals de Vader het in zijn allerhelderste licht heeft bedoeld. De Heilige Geest wordt kenbaar gemaakt door de menswording van Gods Zoon. De Heilige Geest, die zichtbaar werd als een duif bij de doop in de Jordaan, maakt Jezus Mensenzoon.

 

.

 

God verlangt naar de mens

.

God verbindt zich tot één licht en één kracht, als de ene God in drie personen, die verlangt naar een relatie met de mensen. De ene God wil zich openen en de mensen uitnodigen zich te laten betrekken in Gods leven: ‘De mens mag nooit vergeten, mij, de ene God in deze drie personen, aan te roepen’.
God wordt persoonlijk en verlangt naar een relatie met de mens: de mens mag mij aanroepen.

In het Latijn staat ‘invocare’, wat zowel aanroepen als inroepen betekent. De ene God aanroepen is vragen om contact en zich toewenden (het streven naar de hereniging). God inroepen is zich openen om God binnen te laten komen. God neemt er geen genoegen mee verzonken te zijn in zichzelf en wil betrokken zijn op mensen. God wil zichzelf te buiten gaan.

God wil zich niet opsluiten in zijn eigen wezen, in tegendeel, deze ene God in drie personen wil bestaan in een onbegrensde openheid naar de mensen toe, ‘want daartoe heb ik hen aan de mens geopenbaard, opdat de mens des te heviger aangeraakt in liefde tot mij ontbrande’. De bedoeling van Gods openbaring is dat de mens aangeraakt wordt in liefde en dat er een verlangen wakker wordt gemaakt, waardoor onze liefde tot God ontwaakt.

De mens is als schepsel in aanleg geschapen om de volle diepte van Gods liefde te ontvangen en van daaruit te leven. Daarnaar verlangt God en daartoe openbaart God zichzelf in de drie personen … opdat zij beseffen, dat de diepste beweging tussen God en mens er een is van liefde.

 

 

.

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Gods initiatief

.

Het initiatief van de liefde ligt niet bij de mensen, maar bij God. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’ (liefdadigheid), de liefde die in God woont. Deze liefde openbaart zich, doordat God zijn eniggeboren Zoon aan de mensheid schenkt. Het doel hiervan is, dat wij zullen leven. De zelfgave van God in zijn Zoon betekent leven voor ons. God deelt zichzelf mee en schenkt liefde aan de mensheid door de menswording van zijn Zoon, die hij heeft gezonden ‘tot verzoening van onze zonden’.

Christus is mens geworden opdat wij wegtrekken uit de duisternis van de zonde. De zonde is dat de mensen zich hebben afgewend van God (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Zij hebben geen contact meer met ‘het stroompje dat God zelf in hen heeft geplant’. Zij zijn hiervan vervreemd (ze zijn onbewust geworden, vervreemd van zichzelf als geest) en hebben dit goddelijke bewustzijn verloren. God wil deze relatie herstellen door zichzelf te geven in zijn Zoon, om zo de oorspronkelijke verbinding te herstellen.

Deze liefde duidt Hildegard aan met het woord ‘dilectio’. Deze liefde leidt tot het schenken van genade (‘genade’: welwillendheid). Het woord dilectio komt van ‘diligere’, dat uitkiezen en liefhebben betekent. God kiest ons uit door ons te beminnen en zo aan ons onze oorspronkelijke waarde terug te geven. Doordat God ons heeft bemind ‘is een ander heil ontstaan, dan wat wij bij onze eerste oorsprong bezaten’.

Onze eerste oorsprong duidt op de schepping van de eerste mensen in het paradijs, die leefden in verbondenheid met hun goddelijke oorsprong en die de erfgenamen waren van onschuld en heiligheid.
De eerste mensen konden nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Daarom kon het niet anders dan dat onze onschuld en heiligheid beproefd werden (op de aarde als leerschool).

Deze beproevingen zijn een kans om te groeien. Want in de beproevingen heeft de hemelse Vader aan ons zijn liefde laten zien, zegt Hildegard. Deze liefde duidt Hildegard aan met ‘caritas’. De liefde van God ervaren wij als een beproeving. Over deze beproevingen schrijft ze in het visioen van de oorsprong van het kwaad: ‘De grote heerlijkheid en eer, die aan de mensen gegeven is, kan niet zonder beproeving blijven, anders zou de mens nietig en ijdel zijn.

Goud moet in het vuur gelouterd worden, kostbare stenen moeten gereinigd en geslepen worden. Ook de mens, die volgens beeld en gelijkenis van God is geschapen, moet, om te kunnen bestaan, beproefd worden. Meer dan ieder wezen moet de mens beproefd worden en zijn toetsstenen zijn (zijn omgang met) de schepselen.

De geest toetst zich aan de geest (in de ontmoeting met medemensen), het vlees aan het vlees. Zo wordt de mens door ieder schepsel beproefd in het paradijs, op aarde en in de onderwereld. Willen wij groeien naar Gods beeld en gelijkenis, dan is het noodzakelijk dat wij (onze zelfstandigheid en vermogen de juiste keuzes te maken) worden beproefd, anders zouden wij nietig en ijdel blijven.

.

 

 

In de ban van de zonde

.

God laat zijn liefde zien als een beweging naar de mensen toe: Hij openbaart zijn ene Woord voor de mensenkinderen als een mogelijkheid voor hen om zich te laten betrekken in het goddelijke leven (de hereniging). Ze blijven ontvankelijk voor dit Woord, ondanks hun duisternis: ‘En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet aangenomen’ (Joh. 1:5).

De mensen kunnen niet zelf uit hun duisternis (onbewustheid) breken. Toch wil God hen openen om opnieuw met hen de relatie aan te gaan. Dat kan enkel gebeuren ‘door een hemelse kracht’ die de Vader naar de wereld zendt, in zijn ene Woord, namelijk door de menswording van het ene Woord in Jezus Christus: ‘Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld’ (Joh. 1:9).

Dit mensgeworden Woord werkt al het goede uit: ‘door zijn zachtmoedigheid voert het Woord de mens terug tot het leven’. Niet door hardheid, niet door de macht, maar door zachtheid en mildheid wordt de mens teruggevoerd naar het leven.

Ondanks hun duisternis (onbewustheid) blijven de mensen de mogelijkheid behouden om open te staan voor deze hemelse kracht. Door de zonde zijn zij ervan af gekeerd en vervreemd, en kunnen niet op eigen kracht terugkeren, omdat de macht van de zonde hen in de ban heeft (door de onbewuste vereenzelviging met de stof).

 

 

.

Vader liefde en moeder liefde

Vader liefde en moeder liefde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

De moederliefde van God

.

De levensbron van God ontsluit zich als moederliefde, die als een omhelzing tot ons komt. De levensbron opent zich voor ons, opdat wij open worden voor God. De liefde, die uit deze levensbron stroomt, biedt een opening voor ons. Gods liefde maakt zich kenbaar als moederliefde. Deze liefde maakt een verbinding naar ons, opdat er tussen God en ons een relatie kan ontstaan.

Zoals een moeder zichzelf beschikbaar stelt met lichaam en ziel, opdat haar kind zal leven, zo voedt de moederliefde van God de mens ten leven. Zoals de moeder haar kind behoedt, zo is de moederliefde van God onze helpster (parakleitos, de heilige Geest) in gevaren. Hildegard duidt deze aspecten van moederliefde aan met het woord ‘dilectio’: de liefde, die de mens bevrijdt uit de duisternis, de liefde die werkt als een genade.

Waar de mens geopend is, kan Gods liefde naar de mens toestromen. Waar de mens kan ontvangen, kan God geven. Dit is één gebeuren. Dit wordt ervaren als ‘de diepste en allerzoetste liefde’. De moederliefde van God is er voor de mensen en nodigt hen uit tot leven. In deze relatie kan de mens bij zichzelf en bij God komen.

In deze aanwezigheid van God kan het besef doorbreken van zondig zijn, dat wil zeggen: van vervreemd zijn van God, afgesneden en niet zichzelf. Dit besef zet de mens op de weg naar terugkeer en herstel (bekering), ‘zo leert God ons te leven in boetvaardigheid’.

 

 

.

De innerlijke bewogenheid van God met de mens

.

God wil de relatie met de mens herstellen en dat gebeurt doordat God zich de mens herinnert. God heeft immers de mens geschapen uit liefde. Het beeld van de mens ligt onuitwisbaar in het geheugen van God getekend. Het is de herinnering aan het grote werk van God, die de mens geboetseerd heeft uit het slijk der aarde. God heeft de mens geschapen uit goddelijke kracht als ‘zijn kostbaarste parel’. De schoonheid van de mens ligt als een parel in het binnenste van God getekend.

De mens is geschapen als een parel én de parel ligt in de herinnering van God. Hier raken God en mens elkaar (het streven naar de hereniging). God heeft de mens tot leven gewekt door hem levensadem in te blazen. Zo werd de mens bezield met goddelijke geest. God heeft de mens gewekt, maar hij is nog niet tot voltooiing gekomen. Het krachtstroompje ligt nog bedolven. De kostbare parel, die in de diepte verborgen ligt, is nog niet aan het licht gekomen (door de onbewuste vereenzelviging).

Een parel groeit in de zee als parelmoerstof in het lichaam van een pareloester. Door onze(!) stroompjes zijn we verbonden met de ‘zee’, met de volheid (de goddelijke algeest), waaraan onze ‘stroompjes’ ontspringen. Door middel van onze stroompjes kunnen we op zoek gaan naar de parel (jezelf als geest) die daar in de diepte (van de ziel) verborgen ligt.

Gods herinnering aan de mens is vol barmhartigheid. God is bewogen met de mens, die hij tot leven heeft gewekt. Zoals een moeder de vrucht draagt tot haar dagen vervuld zijn, zo draagt God de mens in zijn innerlijk tot de vruchten voldragen zijn. God zet met zijn scheppende liefde een proces in gang en gaat een verbintenis aan met het leven, dat verwekt is. Gods barmhartigheid, die gestalte krijgt als moederliefde van God, voedt en behoedt als een zwangere vrouw dit komende leven opdat deze verbintenis tot voltooiing komt.

God verlangt naar ons en is met ons begaan. Deze bewogenheid is een stuwende kracht van verlangen, die naar ons kan toestromen als we worden bevrijd (van onze toestand van vereenzelving met de stof). Dan kan de volheid, waar alle leven uit voortkomt, naar onze stroompjes toestromen en ons herscheppen.

 

 

.

In de spiegel van Gods barmhartigheid

.

Gods moederliefde stelt zich beschikbaar voor ons en nodigt ons uit tot leven. Gods liefdevolle aanwezigheid betekent niet dat alles wordt toegedekt. We mogen onszelf tegenkomen in heel ons doen en laten (bewustworden door zelf ervaringen op te doen en te verwerken met onze vermogens). Gods barmhartigheid houdt ons een spiegel voor en confronteert.

In deze spiegel beseffen we onze zelfgenoegzaamheid, onze zelfzuchtigheid (door de onbewuste vereenzelviging met de stof). Deze houding noemt Hildegard hoogmoed en deze schrijft zij toe aan de duivel. Hier staan God en duivel tegenover elkaar. God die de mens wil verlossen en de duivel die hoogmoedig is en de mens in zijn ban heeft.

In aanwezigheid van Gods moederliefde kunnen we uit deze ban worden bevrijd en afdalen, opdat we nederig worden. In de Latijnse tekst van Hildegard staat ‘humilitas’, nederigheid. Dit woord is afkomstig van ‘humus’ en ‘humilis’. Humus betekent ‘grond’. Humilis betekent ‘laag bij de grond’, eenvoudig, deemoedig, nederig.

Nederigheid betekent: bij de grond zijn, buigen naar de aarde. Nederigheid maakt ontvankelijk (de geest is daardoor een ‘leegte’ en staat open voor God). Iemand die nederig is, vervult zichzelf niet met alles wat hij heeft en is. De duivel kent geen nederigheid. Die wil zelf op de plaats van God zitten. Dit zijn de hoogmoedige verzinsels van de listige slang.

Hoogmoed staat tegenover nederigheid. Hoogmoed verbeeldt zichzelf heel wat, terwijl nederigheid zichzelf ontledigt. Hoogmoed vervult zichzelf en is gericht op zichzelf (zelfgerichtheid), nederigheid is een houding van louter ontvangen in verbondenheid met de grond van het bestaan, waar onze stroompjes van kracht ontspringen.

 

 

 

Herschepping door liefde

.

Het initiatief tot onze verlossing neemt God als moederliefde die naar ons toekomt en ons bevrijdt. Barmhartigheid raakt de naam van God in het hart: Ik ben er. Barmhartigheid is teder én houdt ons een spiegel voor. Barmhartigheid omvat zowel de tedere kant als de confronterende kant van God. Deze twee aanzichten heeft de moederliefde van God. Gods moederliefde is een bron van genade, die uitnodigend is, opdat wij leven én houdt ons een spiegel voor, waarin wij onszelf kunnen tegenkomen (en zo tot zelfkennis kunnen komen).

Gods liefde is nabij én schept afstand. Zo komen wij in aanraking met ons stroompje van kracht en kunnen naar binnen keren om de diepte in te gaan, waar het diepste leven gewekt kan worden: de parel (geest) die vanaf onze oorsprong in ons aanwezig is (die wij vanaf onze oorsprong zelf zijn, maar onbewust).

Als barmhartige keert God zijn hart naar ons toe en verlangt ernaar ons te betrekken in zijn scheppende liefde, opdat wij worden tot wie wij zijn: schepsel naar het beeld van de ene God. God noemt Hildegard hier Schepper en Heer. De Zoon duidt Hildegard aan als Hoofd en Verlosser. Zijn levenskracht is van eeuwigheid werkzaam in alles wat leeft en omvat hemel en aarde.

Christus is een Verlosser, die onze zonden heeft afgewassen. Hij is onze zielverzorger, die ons verpleegt en verzorgt (voelen). Hij maakt onze wonden schoon. De Zoon van God is werkzaam als een verpleegkundige, een arts, die de mens geneest. Uit Christus komt het geneesmiddel voort, waardoor wij geheeld worden.

Deze werkzaamheid van het goddelijke leven is er altijd, zegt Hildegard. De geheimen van God zijn van eeuwigheid werkzaam. God kan ons ieder moment herscheppen. De mens heeft de mogelijkheid om door het krachtstroompje (de menselijke geest) deel te nemen aan de volheid, die oneindig diep is en waaraan niets ontbreekt (de goddelijke algeest). Deze kan zich ontvouwen in ieder schepsel en het voltooien (door geestelijke ontwikkeling).

De stroompjes blijven altijd aanwezig, ondanks het feit dat wij aan tegenslagen en veranderlijkheid onderhevig zijn. Door de stroompjes kunnen wij steeds weer opnieuw in contact komen met de geheimen van God waarin de drie goddelijke personen bewegen en die ‘ondeelbaar levend in de eenheid van de goddelijkheid’ zijn.

 

.

 

Slotbeschouwing

.

Als zwangere gaat Gods moederliefde een verbintenis aan met de mens, opdat het leven, dat gewekt is, voldragen wordt. Als zwangere draagt God het vruchtwater in zich, waarin mensen gedragen worden tot de tijden zijn vervuld, opdat zij opnieuw geboren worden (zelfverwerkelijking en hereniging).
Ook heel de schepping wacht op voltooiing: ‘De hele natuur kreunt en lijdt in barensweeën, altijd door’ (Rom. 8:23).

Waar God ons herschept, ervaren we dat we niet zelf de oorsprong en ontwerper zijn van het leven. Ons leven kent een dieper geheim. Betrokken op dit levensgeheim beseffen we dat we verbonden zijn met een alomvattende kracht die in heel de schepping aanwezig is en die ‘al wat is’ leven geeft (de goddelijke algeest). In ons zit dit geheim als een parel verborgen (wijzelf als de menselijke geest), die de belofte is van een nieuwe schepping.

 

 

.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De geestelijke ontwikkeling van de mens.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

hildegard von bingen

 

.

 

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Geest, ziel en lichaam

.

Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.

.

 

scivias-t-11

.

 

 

2. De geestelijke vermogens

.

De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.

 

.

Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1

 

ldo-visioen-1

 

.

 

 

ldo-visioen-1-b

.

 

 

“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”

 

.

rationalis
equalis
officialis
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

 

Het Liber Divinorum Operum, visioen 4

 

 

ldo-visioen-4

 

.

 

Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.

Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.

Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).

Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.

 

 

.

3. De geestelijke ontwikkeling (en)

.

4. De geestesgesteldheid van onbewuste vereenzelviging,

gehechtheid, eenzijdigheid (en)

.

5. Bewustwording, bevrijding, zelfverwerkelijking

 

.

In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

.

 

 

Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde

 

.

scivias-t5

 

.

 

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).

En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

 

.

De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.

 

.

 

Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde

 

.

scivias-t-6

 

.

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).

 

 

 

.

Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis

 

.

scivias-t-7

 

.

 

“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:

zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

.

 

 

Scivias T25 : de vrije keuze van de mens

 

.

scivias-t25

 

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.

Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.

Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).

 

.

 

 

6. Gebed als godsbezinning, de hereniging

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

Grote wederik : Lysimachia vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– gele bloemen in grote, eindelingse pluimen en
– kelkbladen met roodachtige rand

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote wederik is een overblijvende plant van 60 tot 150 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage landen. Ze groeit op natte, min of meer voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en duinvalleien, in vennen en bossen, ook op drogere grond langs kanalen en spoordijken.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote wederik bloeit vanaf juni tot en met augustus. Ze verlangt veel licht om in bloei te komen. De bloemen staan in grote, pyramide-vormige pluimen aan het einde van de stengel en de zijstengels. Ze hebben 5 kroonbladen met aan de basis vaak een bruinrode vlek. De kelkbladen zijn roodachtig gerand.

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

puntwederik : gele bloemen in schijnkransen in langgerekte bebladerde pluimen, kelkbladen geheel groen, kroonbladen gewimperd.
grote wederik : gele bloemen in pyramide-vormige pluimen aan het einde van de stengels en zijstengels, kelkbladen roodachtig gerand.

 

 

 

 

puntwederik

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 60 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, roodachtig gerand
– 5 meeldraden, gedeeltelijk vergroeid
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand of krans
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– onderkant behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond, soms vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De 7 sferen en de 7 chohans

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

 

 

7 sferen van het causale lichaam

 

De 7 stralen vormen 7 kosmische sferen van het licht rondom de Grote Centrale Zon. Deze 7 sferen zijn de verzamelplaatsen van de universele informatie van positief karma, de positieve ervaringen afkomstig van alle levende wezens in de Kosmos. Op het moment dat de ziel geboren wordt in de witte vuurkern van de Grote Centrale Zon krijgt ze ruim de tijd de vibraties van de 7 sferen van het Goddelijk bewustzijn in zich op te nemen.

De ziel vormt dan rondom haar eigen witte vuurkern, haar causale lichaam die uit 7 sferen bestaat (dit is de exact hetzelfde formatie als de Grote Centrale Zon). In iedere sfeer van het causale lichaam ligt een bepaald talent van de ziel opgeborgen die ze in haar reïncarnaties gaat ontdekken, ontwikkelen en toepassen voor het vervullen van haar persoonlijke Goddelijke opdracht.

Iedere ziel krijgt de kans het Pad van alle 7 stralen te bewandelen in haar vele levens. Iedere keer als de ziel goed karma maakt stijgt de energie van haar positieve ervaring naar een van de 7 sferen. Op die manier groeit ieder persoonlijke causale lichaam naarmate de ziel zich op haar pad van zelf bewustwording bevordert.

Als de ziel haar tijd doorbrengt in de materie, behaalt ze stap voor stap meesterschap over alle 7 stralen van het Goddelijke bewustzijn. Uiteindelijk mag de ziel haar vrije keus maken welke straal de hoofdstraal van haar persoonlijke ontwikkeling zal worden.

 

 

 

De chohan

 

 

                                                        Opgestegen meesters

 

 

masterwall_large

 

 

In de vibraties van deze hoofdstraal wordt ze gedisciplineerd en voorbereid om haar Hemelvaart te behalen. Tijdens het proces van inwijding in het Meesterschap van de hoofdstraal en op het hele traject van spirituele Pad van discipelschap wordt de ziel in contact gebracht met de chohan ofwel de Heer van de gekozen straal. De Chohan van de straal is een opgevaren meester die als een geestelijk hoofd over de hiërarchie van de desbetreffende straal voor de hele planeet dient.

De chohan werkt samen met adepten van dezelfde straal, dat zijn de gevorderden leerlingen van de hoofdmeester. Iedere straal wordt ondersteund door de legioenen van de engelen die samen met de chohan en zijn leerlingen op dezelfde straal dienen. De ziel die aan de eisen voor de Hemelvaart voldoet, krijgt persoonlijke begeleiding en correctie van een chohan, adepten en engelen van haar gekozen straal in voorbereiding van haar ritueel van de Hemelvaart.

Deze training stimuleert de ziel haar zelfdiscipline, zelfbeheersing, zelfcontrole te ontwikkelen en haar zelfstudie te verrichten. Nadat het heilige ritueel van de Hemelvaart plaats heeft gevonden wordt de ziel een opgevaren meester van de straal van haar keuze.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Belangrijke Bijbelteksten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

godslove1

 

.

.

.

Houdt God echt van mij?

.

‘Telkens wanneer ik je naam noem,
denk ik met tederheid aan je,
met diepe ontroering en wil ik je helpen.
Neem dat van me aan.’
(Jeremia 31:20)

‘Je bent door God uitgekozen,
hem behoor je toe en hij heeft je lief.
(Kolossenzen 3:12)

‘Wie op hem vertrouwen,
omringt hij met liefde.’
(Psalm 32:10)

‘Ik heb van je gehouden met een eeuwigdurende liefde;
liefdevol heb Ik je naar Mij toegetrokken.’
(Jeremia 31:3)

”Bergen zullen wijken, heuvels wankelen,
maar onwrikbaar is mijn liefde voor jou,
onwankelbaar mijn belofte van vrede en vriendschap.’
De Heer heeft gesproken, hij die met jou is begaan.’
(Jesaja 54:10)

 

 

 

 

Ik zie het niet meer zitten

 

‘Wie vertwijfeld zijn, is hij nabij;
hij redt wie alle moed verloren.
De Heer redt wie hem dienen;
wie bij hem schuilen, komen nooit bedrogen uit.’
(Psalm 34:19, 23)

‘De last op je schouders,
draag hem over aan de Heer,
hij zal voor je zorgen;
wie hem trouw is,
laat hij niet bezwijken, nooit.
(Psalm 55:23)

‘Mild is de Heer en rechtvaardig,
onze God is vol medelijden,
hij waakt over de hulpeloze mens.
Hoe zwak was ik niet!
Maar hij heeft mij gered.
(Psalm 116:5)

‘Ik was er ellendig aan toe,
ik riep de Heer te hulp
en hij luisterde naar mij,
verloste mij van al wat mij kwelde.
Als je ontzag hebt voor de Heer
waakt zijn engel over je,
staat je bij en bevrijdt je.
Je zult zien, je zult merken
hoe goed de Heer is:
je bent gelukkig als je bij hem schuilt.
(Psalm 34:7-9)

‘Voor wie trouw zijn aan God,
is hij een licht in het duister;
hij is vol medelijden,
goedgunstig en rechtvaardig.’
(Psalm 112:4)

 

 

 

 Help, ik heb weer gezondigd!

 

‘Alle mensen komen bij u, beladen met zonden.
Drukken onze fouten ons terneer, u vergeeft ze. ‘
(Psalm 65:3, 4)

‘Heer, als u acht slaat op onze fouten,
kan niemand zich meer staande houden.
Maar u weet te vergeven,
daarom hebben we ontzag voor u.’
(Psalm 130:3, 4)

‘Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw,
wit als wol.’
(Jesaja 1:18)

‘In onze verbondenheid met hem
zijn we door zijn bloed bevrijd
en zijn onze overtredingen vergeven’.
(Efeziërs 1:7)

Maar als wij onze zonden bekennen,
dan is God zo trouw en rechtvaardig
dat hij onze zonden vergeeft
en ons rein maakt van alles
wat we verkeerd hebben gedaan.’
(1 Johannes 1:9)

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Liber Divinorum Operum : visioen 10

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

.

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

.

Hildegard

 

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

.

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildega

rd von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

.

Liber Divinorum Operum 10

 

.

 

Het einde der tijden wordt door Liefde voltrokken.

.

Het visioen van Hildegard

.

“Toen zag ik naast de berg – die ik in de oostelijke streek gezien had – iets als een rad van buitengewone omvang. Het was een stralend witte wolk gelijk en gericht naar het oosten. Dwars door het midden ervan, van de linkerkant naar rechts, onderscheidde ik een donkergekleurde lijn, als de ademtocht van een mens. Boven deze lijn verscheen in het midden van het rad een andere lijn, die gloeide als morgenrood, neerdalend van het hoogste deel van het rad tot aan het midden van de donkere lijn.

De bovenste helft van het rad zond – vanaf de linkerzijde naar het midden toe – een groene glans uit; rechts daarvan tot aan het midden glansde het roodkleurig; deze beide kleuren namen gelijke ruimten in. En de helft van het rad die onder de genoemde dwarslijn lag, vertoonde een bleke met zwart gemengde kleur. En ziedaar, midden in het rad in de genoemde (dwars)lijn zag ik een gestalte zitten, die mij eerder genoemd was: Liefde (Caritas).

Zij was nu anders getooid dan ik haar eerder zag. Haar gelaat straalde als de zon; haar gewaad glansde als purper. Om haar hals droeg zij een gouden band, met kostbare edelstenen versierd. Zij had schoenen aan die bliksemlicht uitstraalden. Voor het gelaat van deze gestalte verscheen iets als een tablet, dat als kristal flonkerde. Daarin was geschreven: “Ik zal mij vertonen in een schone vorm als van zilver. Want de Godheid, die zonder begin is, bezit grote luister. Maar alles wat een begin heeft, is in zijn verschrikkingen onzeker.

En het kan de geheimen Gods niet ten volle begrijpen.” En de gestalte (Liefde) keek naar het genoemde tablet. Meteen kwam de lijn waarin zij zat, in beweging. En daar waar deze lijn aan de linkerkant van het rad verbonden was, werd het buitenste deel van het rad door een smalle tussenruimte enigszins waterig, daarna – boven de dwarslijn in het rad – roodachtig en toen zuiver en helder. Tenslotte voltooide het zich als een wervelwind en hevige storm, namelijk dicht bij het einde van de helft waar de genoemde lijn in het rad bevestigd was. (LDO, IX)

 

.

De stem uit de hemel gaf een verklaring van dit geheimzinnige beeld.

.

Het rad duidt op de Schepper, die zonder begin en zonder einde is. De donkere dwarslijn betekent Gods wilsbesluit, het tijdelijke van het eeuwige te scheiden. De als morgenrood gloeiende lijn beduidt de wereldordening, die alles in gerechtigheid heeft toebereid. Het groene betekent de groene levensfrisheid van het geschapene. Het roodachtige verwijst naar het einde van de wereld, maar ook naar de bestemming van de gelovige zielen. Het grijze gebied betekent het leed in de aardse afloop van alle dingen.

Wanneer Liefde kijkt naar het tablet dat zij vasthoudt, begint de (tijd)lijn te draaien. Liefde heeft – naar Gods wilsbesluit – de wereldgeschiedenis in beweging gezet. De tijdelijke mens kan dat niet begrijpen. Dat Liefde zittend verschijnt, betekent dat God zich op de ‘zevende dag’ als het ware rustend met Liefde verbonden heeft in Zijn wil. Zij is versierd omdat al het goede uit liefde geschiedt.

 

 

.

In ‘vogelvlucht’ wat voorafging aan wat komen gaat

.

Terwijl de lijn in het rad wentelt, veranderen de kleuren van ‘waterig’ naar roodachtig. Dit verzinnebeeldt de tijden van Adam af tot aan de verschijning van de Godszoon uit het ‘Morgenrood’. Daar begint de helderheid van het Nieuwe Verbond, die zich over de wereld verspreid heeft door de apostelen.

Levendig wordt verteld over deze twaalf uitverkorenen, die bezield door de Heilige Geest de boodschap van Gods gerechtigheid verkondigd hebben, ieder naar hun eigen verschillende geaardheid. Ook Paulus, de toegevoegde, wordt beschreven. Hij wordt een ‘nietig vonkje’ genoemd, ontstoken tot een groot vuur.

Maar na de tijd van vurig geloof, waarin vele martelaren de gerechtigheid Gods met hun bloed bezegeld hebben, kwam het tijdperk van de lauwheid en de verdeeldheid. Het kerkelijke schisma, begonnen onder koning Hendrik IV in 1076, heeft de door God gewilde ordening verstoord. Hildegard zag hierin het aanbreken van een ‘zwakke vrouwelijke’ tijd zonder krachtige geestelijke leiding. Dan krijgen de tegenkrachten hun kans in de wereld en in de christenheid. De Antichrist begint zich te manifesteren in de toekomstige heerschappijen van ongerechtigheid.

 

 

.

De lange weg die nog gegaan moet worden

.

Het dan volgende verhaal is lang en wijdlopig. Van de lezer worden inspanning en volharding gevergd om de lijn ervan vast te houden. Weliswaar is de hoofdlijn dezelfde als in Scivias, maar er zijn veel zijlijnen bij gekomen. Het verhaal van de ‘Wegen des Heren’ was te zien als een film met concrete beelden, al waren het metaforen. In het boek van de ‘Goddelijke werken’ moet men het verhaal er als het ware uitpellen. Uitweidingen en Bijbelcitaten onderbreken de uitlegging. Het is alsof voor Hildegard ineens alle in de tussenliggende jaren opgeslagen kennis en inzichten ook in haar geest verschenen en meeklonken. De bazuin was inmiddels een beproefd instrument geworden.

Weer verschijnen de tijdperken van de vijf wilde dieren. Maar zij volgen elkaar niet ononderbroken op. Zij worden afgewisseld door perioden van herstel en rust. In het tijdperk van de vurige hond wordt de gerechtigheid met voeten getreden. Terreur en onrecht heersen, ook in de Kerk van Christus. De geestelijken doen niet onder voor de wereldlijken in hun streven naar macht. Het tijdperk van de leeuw komt dan met gruwelijke oorlogen. Maar daarna zal er een tijd van vrede zijn.

Er worden geen oorlogen gevoerd, het wordt zelfs verboden wapens te vervaardigen. Er zal welstand zijn en rust. De volken krijgen hoop op een betere toekomst. Maar de mensen zullen deze vredestijd niet gebruiken om gerechtigheid op de aarde te vestigen. Zij leven zorgeloos en vallen gemakkelijk ten prooi aan de komende Antichrist. In het tijdperk van het vale paard zal deze veel schade berokkenen aan de weerloze christenen.

In die tijd doet de Godszoon in de hemel voorspraak voor Ecclesia, zijn Bruid. Christus herinnert de Vader aan Zijn eeuwige Raadsbesluit. Er breekt dan een tijd aan waarin vele wonderen gebeuren onder de christelijke volken. Een grote schare heidenen zal zich aansluiten bij de christenheid. Maar eenmaal binnen hun gemeenschap, keren zij zich tegen de christenen.

Voorzegd wordt dan, dat het machtige roomse imperium zal verzwakken, verbrokkelen en zelfs verdwijnen. Ook de bisschopswaardigheid zal ondermijnd worden, de apostolische Stoel van Rome zal afbrokkelen. Er zullen vele dwaalleraren optreden die verwarring zaaien onder de gelovigen. Met het tijdperk van het zwijn verschijnt de Antichrist in de gedaante van de Zoon des Verderfs. In het visioenbeeld is dat te zien in de stormachtige beweging in het rad.

Deze tijd brengt een grote geloofscrisis, waardoor gelovigen massaal afvallen van de Kerk. Dit is de tijd waarvan de apostel Paulus schreef: “Laat niemand u in verwarring brengen of vrees aanjagen, noch door een geest(verschijning) noch door een prediking, noch door een brief die van ons zou zijn, alsof de Dag des Heren reeds aanbrak.” (2 Tessalonicenzen 2:2).

De Zoon des Verderfs zal zich dan manifesteren met allerlei duivelskunsten en velen verleiden. Maar ook zullen er wonderen en tekenen geschieden in de naam van gerechtigheid. Vele getrouwe volgelingen van Christus zullen het martelaarschap lijden, zodat het ‘gouden getal’ der bloedgetuigen vol wordt.

De Liefde (Caritas) die in het rad zittend verscheen, komt pas weer ter sprake in het tijdperk van de grijze wolf. Dan is de nood van de christenheid zo groot, dat de Mensenzoon de Vader bezweert de tijd te bekorten omwille van het bloed der martelaren. Dan zegt de Zoon: “Vader, zie toch Uw Liefde, waarmee U mij in de wereld gezonden hebt!”

Daarna breekt werkelijk de eindtijd aan. Henoch en Elia, die op de aarde teruggekeerd en door de Zoon van het Verderf gedood zijn, verrijzen en worden in de hemel opgenomen. In grote woede ontstoken, verzamelt de Verderver zijn volgelingen en tracht met hen de hemel te bestormen. Maar hij wordt met geweldige kracht teruggeworpen in de afgrond waar hij stikt in de stank van zwavel en pek. Dan totaal verslagen zal de ‘oude slang’ knarsetandend toegeven:

“Nu zijn wij geheel teschande geworden. Nu zal het ons niet meer mogelijk zijn, de mensen zo te onderdrukken als wij tot nu toe gedaan hebben.”

Verwerkelijkt wordt zo, hetgeen de apostel Paulus heeft geschreven: “En dan wordt deze wetteloze openbaar, wie de Heer Jezus vernietigen zal met de adem van zijn mond” (2 Tessalonicenzen 2:8). Allen die getrouw gebleven zijn aan de Godszoon, zullen dan God roemen en roepen: “Nu is geschied het heil en de kracht en de heerschappij van onze God en de macht van Zijn Gezalfde.” (Openbaring 12:10).

De stem uit het levende Licht zegt: “Daarom, verheugt u, die in de hemel en die op de aarde uw woning hebt. Na de val van de Antichrist zal de heerlijkheid van de Zoon Gods zich in haar volle omvang tonen!”

 

 

.

Geen ‘happy end’?

.

Jezus Christus, de Gezalfde, de Godszoon die Mensenzoon is geworden door de incarnatie van het Woord is de ‘Hoofdpersoon’ van Liber Divinorum Operum. Het overweldigende visioen, dat de zieneres Hildegard tot schrijven dwong, heeft de eindoverwinning behaald.

Toch eindigt het boek mat. Er klinken geen vreugdezangen van de heiligen en engelen samen, zoals aan het eind van Scivias. Wel klinkt er een waarschuwing aan de gelovigen om in de tijden die nog komen moeten, de hardnekkige aanklager en vervolger moedig te weerstaan. “Want de mens is altijd een zondaar”, zegt de stem.

In het eindtijdvisioen overweegt de bezorgdheid van de zieneres, die bijna een halve eeuw het wereldgebeuren om zich heen aanschouwd heeft en de betekenis ervan geschouwd heeft in het licht van de Bijbelse openbaring van God.

 

 

.

Lichamelijk uitgeput, helder van geest

.

Hildegard heeft het boek van de ‘Goddelijke werken’ besloten met een persoonlijk getuigenis, gezegd door de stem uit de hemel. Moge de almachtige God zich verwaardigen de armzalige vrouw, door wie Hij dit geschrift bekend gemaakt heeft, met de olie van Zijn barmhartigheid te zalven .

Want zij heeft geleefd zonder enige zekerheid. Ook heeft zij niet de kennis van het onderricht in de Schriften, die de Heilige Geest tot opbouw van de Kerk voorgelegd heeft en die als grote muren van de stad (Gods) zijn .

Het boek van het leven (Liber Divinorum Operum) is een geschrift van het Woord Gods. Door God is de hele schepping tevoorschijn gekomen. Het geschrift is voortgebracht door een eenvoudige en ongeleerde vrouw, zoals het Hem wonderbaarlijk behaagd heeft.

 

 

.

Deze uitspraak getuigt van Hildegards sterke overtuiging.

.

Haar levensopdracht was een ‘boek van het leven’ te schrijven. Zij heeft die taak volbracht, dodelijk vermoeid maar helder van geest. Opvallend is de helderheid waarmee Hildegard de samengestelde en ingewikkelde visioenbeelden van de ‘Goddelijke werken’ uiteengezet heeft. Het is of de beelden die haar dertig jaren eerder overrompelden, toen zij de ‘Wegen des Heren’ zag, vele malen door haar heen gegaan zijn.

Telkens heeft zij als het ware nieuwe nuances gezien, totdat zij de volle betekenis begreep van de incarnatie van het Woord Gods voor het persoonlijke leven en voor de (heils)geschiedenis der mensen. Door de menswording van Gods Woord is de mens verantwoordelijk gebleven voor zijn rentmeesterschap op de aarde.

Indrukwekkend is de preciesheid waarmee Hildegard haar kennis en inzichten geformuleerd heeft. In het grote geding tussen God en Satan gaat het om gerechtigheid (iustitia) en rechtmatigheid (equitas). Zorgvuldig onderscheidde zij die beide hoedanigheden.

Gerechtigheid is hetgeen de Schepper heeft aangeboden in de vorm van een bloesem, aan Zijn ‘beeld en gelijkenis’. Gerechtigheid is volbracht door de Mensenzoon, Gods ‘zevende werk’. Ongerechtigheid (iniustitia) verweet Hildegard de machthebbers van haar tijd. Zij pleegden onrecht door bedrog, oneerlijkheid, geweldpleging en onderdrukking van armen en zwakken.

Onrechtmatigheid (iniquitas) is wat degenen doen, die de ‘Zoon des Verderfs’ navolgen. Hiermee bedoelde Hildegard de misleiding van het volk door valse ‘profeten’. In beeldende taal heeft Hildegard haar overweldigende visioen uiteengezet. Door die beelden gaf zij een inzicht door, dat eeuwen later nog even actueel is als toen.

 

 

.

Besluit

.

Bijzonder van Hildegards visionaire kennis is, dat het ‘holistische’ kennis is. Er is de Eeuwige in diens verschijningen als Vader, Zoon en Heilige Geest. Er zijn de hemelgeesten, het geschapen universum in zijn tijdelijke verschijningsvormen en de gevarieerdheid van de schepselen op aarde temidden van de elementen. Hildegard kende deze in hun onderlinge betrokkenheid en als totaliteit. Midden in deze werkelijkheid zag zij de mens, stoffelijk en sterfelijk, als ‘rentmeester’ over al het geschapene gesteld, begiftigd met een geestelijk weten (rationalitas) en een eeuwige bestemming.

Hildegard zag de mens als man-en-vrouw die samen de belichaming van gerechtigheid en barmhartigheid waren in een wereld, waarin de ‘orde’ verstoord wordt door diabolische machtsmanipulaties. Nietig en verheven is de mens medeverantwoordelijk voor het wereldgebeuren (Psalm 8).

Hildegard zag haar ‘spiegelkennis’ als ware kennis. Bij hedendaagse mensen, die gewend zijn alle kennis te relativeren, kan dat twijfels oproepen. Niet te ontkennen valt, dat Hildegards boodschap gekleurd is door haar tijd, haar leefsituatie en haar persoon. Uit het ‘levende Licht’ vernam Hildegard mededelingen over het joodse volk, waarvan mensen ‘na Auschwitz’ huiverend kennis nemen.

De strikte opvatting over rangen en standen, die Hildegard zag als door God gewilde ‘scheppingsorde’, is achterhaald door de geschiedenis. Men moet erkennen dat de ‘bazuin van het levende Licht’ was afgestemd op de westers-christelijke denkwijze van de twaalfde eeuw.

Terecht heeft Hildegard geschreven dat elke profeet de ‘schaduw’ zichtbaar maakt van wat komen gaat. Zij heeft de onheilspellende schaduw laten zien van een christenheid, die het ‘Oude Verbond’ ingelijfd heeft in een christelijk bolwerk. Zij heeft laten zien dat wanorde de schepping op een rampzalige wijze verstoort. Daarvan is de ‘schaduwzijde’ nu duidelijker zichtbaar dan toen.

De bijzondere wijze waarop Hildegard ‘oude’ geloofsopvattingen in een nieuw licht geplaatst heeft kan hedendaagse theologen ertoe brengen zich te gaan verdiepen in de theologie van deze verlichte vrouw. Haar invulling van de ‘zevende dag’ geeft stof tot nadere overdenking. God de Vader heeft het scheppingswerk op de ‘zevende dag’ in beheer gegeven aan de mensen. De Zoon heeft op die ‘dag’ de geschonden mensheid in ere hersteld.

Dit geeft een visie op het rentmeesterschap van de mens, die een uitdaging inhoudt. Met Hildegard komt men niet tot passieve vroomheid. Er is geen ‘goede God’, die telkens weer herstelt wat de mensen kapot maken. Er is wel een ‘Vader in de hemel’, die zijn boetvaardige kinderen aanvaardt. Er is een Mensenzoon, die in de hemel de barmhartigheid vertegenwoordigt en pleit voor zijn ‘familie’, de mensheid. Er is een Heilige Geest, die bemoedigt wie gerechtigheid doet aan weerlozen.

 

.

 

ldo32

 

.

 

 

ldo33

 

.

 

 

ldo34

 

.

 

 

ldo35

 

 

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Belijdenis van een duivel voor de Heilige Maria

Standaard

categorie : religie 

 

 

 

 

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL

.
OP BEVEL VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA

 

 

door Maria geïnspireerd aan Myriam van Nazareth
op donderdag 15 maart 2007
.
.
.
door John Astria

Maria en Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleidende opmerking

 

Voornamelijk in de loop van 2006-2007 vergunde de Meesteres van alle zielen Haar Myriam bij herhaling visioenen in dewelke Zij Haar “relatie” tot duivels tot uiting bracht. Zij deed dit binnen het kader van Haar onderrichtingen over de unieke macht die aan de Koningin des Hemels is verleend, opdat de zielen uit deze informatie hoop en bemoediging mogen putten in hun dagelijkse strijd tegen de duisternis.  De Meesteres van alle zielen bestempelde het grootste gedeelte van deze visioenen als “privaat”. De volgende openbaring gaf Zij echter vrij voor publicatie.

Deze openbaring is uniek in die zin, dat zij deel uitmaakt van een lang visioen via hetwelk de Meesteres van alle zielen Myriam in maart 2007 toonde hoe Zij 32 duivels beval om zich aan Haar voeten op de knieën te werpen, Zij vervolgens één van deze duivels uitkoos, en deze dwong tot een heel ongewone belijdenis. Na deze ervaring werd Myriam zwaar door de satan aangevallen. Bij diverse gelegenheden bevestigde Maria Zelf later de waarheid van datgene, wat in dit visioen was getoond en gezegd.

 

 

 

Maria Domina Animarum

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Maria tot Myriam: “Ik wil dat je opschrijft wat Ik je nu zal laten horen uit de mond van één van deze vijanden van de zielen, want op Mijn bevel zal hij spreken in naam van alle duivelen. Je zult deze getuigenis aan de zielen mededelen, want zij zal worden tot een unieke openbaring van een mijlpaal in de geschiedenis van het Heil in de laatste voorbereidingen op de definitieve overwinning van de Vrouw op de satan en de grondvesting van Gods Rijk op aarde”.

Ik zie Maria met Haar rechter wijsvinger één van 32 vóór Haar geknielde duivelen aanwijzen. Zij raakt met de tenen van Haar linkervoet de grond links vóór Zich aan, en Zij zegt tot hem:

MARIA: “Werp je hier, aan Mijn voeten, ter aarde neer.

Ik zie hoe deze gestalte zich in een flits op de door Maria’s tenen aangewezen plaats op de knieën neerwerpt.

MARIA: Al je gedachten zijn Mij bekend. Ik wil dat je je innerlijke ervaring van je contacten met Mij en van de relatie van alle duivelen tot Mij hardop mededeelt, tot verheerlijking van Mijn macht, als een belijdenis voor al je gezellen, en ten aanhoren van de engelen en van een mensenziel, tot getuigenis van de onmacht van alle duistere krachten tegenover Maria, de Meesteres van alle zielen. De geringste onoprechtheid, onwaarheid of doordachte weglating in je belijdenis zal je blootstellen aan een verschrikkelijke, eeuwigdurende straf te Mijner bevrediging. Spreek!”

De duivelse gestalte ligt geknield vóór Maria’s voeten en begint hardop te spreken, met een enigszins hortende stem die onrust en angst verraadt. Ik schrijf mee zoals ik het hoor, en geef in dit verslag de dingen weer die Maria mij bij het uittijpen opdraagt.

 

.

 

 

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL OP MARIA’S BEVEL

.

De duivel

 

“Hij hierboven heeft ons voorspeld dat de Vrouw ons zou overwinnen. Eeuwenlang hebben wij eraan getwijfeld of die tijd ooit zou komen, omdat onze meester (de satan) ons leerde hoe wij meer en meer macht konden krijgen over de mensenzielen. In deze tijd beheersen wij hen zoals nooit tevoren. Wij kennen al hun zwakheden, en wij ondermijnen hun vertrouwen en geloof zodanig dat ze ervan overtuigd raken dat Hij hierboven niet bestaat.

Wij zijn erin geslaagd om de meeste mensenzielen te laten geloven dat er geen God en geen duivel bestaat, en dat de aarde dus alleen door de mens beheerst wordt. Nu geloven ze dat ze zelf God zijn, en ze doen alles wat wij hen influisteren. Zo heersen wij over alles. Wij hebben ons zo machtig gevoeld.Bijna allemaal liggen ze aan onze voeten, zonder te beseffen wie of wat hen zozeer beheerst.”

Hij aarzelt lang, en gaat dan verder:

“Sedert korte tijd worden wij gekweld door opvorderingen van Haar, de Vrouw. In het uur waarin ik door Haar geroepen werd, onderging ik een kwelling die duizend maal vreselijker was dan het vuur van de hel.

de stem wordt steeds meer gespannen, de klanken beginnen te lijken op krampachtig hijgen.

Verschrikkelijk! Zij beval mij om mij vanaf een afstand van vele meters voor Haar op mijn knieën te werpen. Niets, ik kon niets. Op een teken van Haar vinger kon ik niets anders meer dan op mijn knieën naar Haar voeten toe kruipen zoals een insect.

Wat een vernedering! Die macht, die verschrikkelijke macht ! En die machteloosheid in mij! Niets anders kunnen dan gehoorzamen aan een zo diep vernederend bevel van de Vrouw Die voelbaar genoot van de macht die Zij over mij heeft. Nooit eerder heeft Zij Zich op deze wijze geopenbaard als de Meesteres over alles. Wij zouden alles doen om hieraan te ontsnappen, maar Zij wil het. Haar verschrikkelijke macht! Zelfs met duizenden voelen wij ons niets tegenover Haar, en sidderen wij van angst bij de geringste beweging die Zij maakt. Hoe vreselijk.

Wij die zo genoten van de macht die wij schijnbaar over alles hadden, worden door deze Vrouw gedwongen om ons aan Haar voeten op de knieën te werpen en in Haar nabijheid voortdurend geknield te blijven liggen. Ze heeft ons tot het uiterste vernederd.

Wij kunnen niet anders dan al Haar bevelen onmiddellijk gehoorzamen, want Haar Wil is wet. Nooit heb ik kunnen geloven dat de macht van de Vrouw over ons zo totaal, zo absoluut en zo verschrikkelijk is, tot ik zelf heb ervaren welke uitwerking het heeft om voor Haar geknield te liggen ”.

Hij spreekt nu als in zware innerlijke strijd:

Mochten de zielen in de deugd willen leven en zich totaal aan Haar weggeven, zouden wij beneden nog dezelfde dag allemaal onder Haar voeten zuchten, want dat is wat Zij wil: Zij wil ons allemaal tot Haar slaven maken, maar tot ons geluk zijn de zielen zo gemakkelijk te verleiden. Wat zouden wij doen zonder de ontelbare miljarden zonden die dagelijks op aarde bedreven worden? 

De straffen die de Vrouw ons oplegt, zijn voor ons diepe, vernietigende vernederingen. Zij legt ons deze op omdat wij eeuwenlang hebben geweigerd, Hem van hierboven en Haarzelf te dienen en te gehoorzamen. moet ik bekennen dat de dag nadert waarop Zij het genot zal smaken om onze meester zelf onder Haar voet te leggen.

Het is een Wet van hierboven dat alles en iedereen aan de voeten van de Vrouw is gelegd. De hel verkeert in onrust, want Zij beveelt ons om onze ervaringen met Haar mee te delen aan alle verdoemden. Elke verdoemde beeft van angst voor het uur waarin hij aan Haar voeten zou worden geroepen. Alles waarvoor wij eeuwenlang gewerkt hebben, stort in elkaar naarmate Zij grotere aantallen van ons tot Haar slaven maakt”.

Hij spreekt verder in verschrikkelijke strijd:

“Voor ons is het een kwelling wanneer wij de blinde onderwerping van de engelen tegenover de Vrouw moeten aanzien. De aanschouwing van MENSENZIELEN geknield aan Haar voeten, is voor ons echter een onuitsprekelijke marteling, want elke vrijwillige onderwerping van een mensenziel jegens de Vrouw vergroot de uitwerkingen van Haar grenzeloze macht. Het aanhoren van een mensenziel die Haar in diepe zelfvernedering begroet als “Meesteres”, maakt ons waanzinnig. Daarom zou de erkenning van Haar als “Meesteres van alle zielen” door vele mensen, voor ons het absolute einde zijn.

Als ooit het uur komt waarin de mensenzielen begrijpen en erkennen dat de Vrouw hun Meesteres is, zal Haar macht de hel in twee splijten en zullen wij allemaal voor Haar voeten liggen tot in de eeuwigheid. Ik beken en belijd: de Vrouw is de absolute Meesteres over alles wat leeft. Zij heeft alle macht, ook over ons, duivelen. In het uur waarin de mensenzielen dit erkennen en ernaar leven, zal de hele Schepping op haar fundamenten schudden en beven, en is ons rijk voorbij ”.

 

Tot zover een niet bij naam genoemde duivel op Maria’s bevel.

 

 

De duivelse gestalte zwijgt. Maria, die de hele tijd in een onbeschrijflijke uitstraling van waardigheid en macht op de gestalte aan Haar voeten heeft neergekeken, spreekt nu:

MARIA: “Je zult nu naar de hel terugkeren. Ik wil je deze belijdenis met precies dezelfde woorden horen herhalen tegenover je meester, de satan, ten aanhoren van alle verdoemden. Daarna zal Ik over je verdere lot beslissen. Ga!”

Ik zie en hoor hoe de helse gestalte als waanzinnig vόόr Maria’s voeten begint te kronkelen en te smeken om erbarmen. Terwijl Zij op hem neerkijkt, herhaalt Zij slechts Haar laatste woord: Ga!”. Ik zie hem verdwijnen zoals een donkere schaduw die geleidelijk helemaal onzichtbaar wordt.

 

 

 

Maria vertrappelt de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

 

Korte toelichting: De Meesteres van alle zielen heeft Myriam van Nazareth in diverse visioenen in de loop van de jaren 2006-2007 getoond hoe Zij naar believen duivels voor eeuwig onwerkzaam kan maken, doch in dit verband rekening moet houden met de Wet van Gods Gerechtigheid, wat concreet betekent: Dit is een buitengewone genade, die moet worden “verdiend”. Zij heeft mij aanschouwelijk getoond:

  1.  hoe Zij deze duivels bestrafte door eerst te beschikken dat deze een stoffelijke gedaante zouden aannemen en zich vervolgens aan Haar voeten ter aarde zouden neerwerpen, in die positie dagenlang Haar macht over hen zouden prijzen, en zich op uiteenlopende wijzen voor Haar zouden vernederen;
  2. hoe Zij deze bestraften na een zekere tijd opnieuw wegzond, waarbij Zij dezen beval, gedurende een tijdsspanne volgens Haar welbehagen (niet zelden jarenlang, soms zelfs eeuwigdurend in de hel tot Haar eer in geknielde positie te blijven en hoorbaar met de lofprijzing aan “de Meesteres van alle zielen” door te gaan.

 

Maria verzekerde mij dat de bestrafte duivels onder geen beding in staat zijn om hun lofprijzing aan de Meesteres van alle zielen te onderbreken, want dat Haar volmaakte macht over hen dit verhindert. Maria verklaarde dat Zij duivels slechts van het merkteken van een dergelijke eeuwige straf kan voorzien in de mate waarin de Wet van de Goddelijke Gerechtigheid dit mogelijk maakt, en dat dit afhangt van de diep beleefde toewijding vanwege de zielen aan Haar, van hun boetedoening, hun offers en de mate waarin zij Haar erkennen als Meesteres van alle zielen.

 

 

Opmerking

 

Maria geeft mij de toelating, melding te maken van het feit dat tijdens het intikken van deze buitengewone openbaring, de computer waarop deze Openbaringen verzameld worden, onvoorstelbaar eigenaardige stoornissen vertoont (onder andere het oncontroleerbaar in allerlei richtingen verspringen van de cursor, alsof deze plots kriskras over het scherm heen begint te flitsen…). Het is opmerkelijk hoezeer deze computer tot mikpunt van vreemde verschijnselen is geworden sedert het verwerken van de openbaringen over Maria’s contacten met duivelen.

 

 

 

Slotopmerking

 

De Meesteres van alle zielen heeft het bovenstaande visioen verleend als een bijzonder indrukwekkende bevestiging voor het feit dat de tijd nadert, in dewelke het beeld van de Hemelse Koningin wier voet op de helse slang drukt, een waarneembare werkelijkheid zal zijn.

Dit beeld is echter reeds nu een realiteit, niet slechts in Gods ogen doch in het algemeen, in die gebeurtenissen waarin de Meesteres van alle zielen werken van duivelen onwerkzaam maakt in de mate waarin de toewijding en overgave van zielen aan Haar het mogelijk maakt dat Haar macht zichtbaar wordt.

Maria’s macht is onbeperkt, doch zij wordt in uiteenlopende mate geremd in haar uitwerkingen door de Wet der Goddelijke Gerechtigheid. Maria’s macht kan slechts merkbaar tot uitdrukking worden gebracht in de mate waarin de mensheid zich heiligt.

De visioenen over de bestraffing van duivelen door Maria, die de Meesteres mij gedurende enige tijd op intensieve basis verleende, spreken boekdelen. Deze visioenen mogen echter (nog) niet worden gepubliceerd, omdat – aldus Maria Zelf – de staat der genade van de mensheid dit op dit punt niet toestaat. Ik, die deze beelden heb mogen aanschouwen, betuig de Hemelse Waarheid ervan, en betuig derhalve de grenzeloze macht van de Meesteres van alle zielen over elke bron van duisternis en over elk plan van duisternis.

Het gaat bij deze visioenen in geen geval om één of andere fantasie, doch om het onverdiend genadegeschenk door hetwelk ik, onwaardige ziel, een voorafbeelding heb gekregen van datgene wat nu reeds voltooide werkelijkheid is en op zekere dag waarneembare werkelijkheid zal worden: de definitieve Triomf van de Vrouw over de duisternis.

Zij heeft reeds in Haar Onbevlekte Ontvangenis de duisternis volkomen overwonnen, doch zal deze overwinning nogmaals herhalen in vertegenwoordiging van alle zielen, in het uur waarin de satan zichtbaar onder Haar voeten zal liggen, totaal vernederd en overwonnen. Het gaat hier om niets minder dan een Belofte van God die door de Meesteres van alle zielen nu reeds voor Haar dienares zichtbaar heeft gemaakt ten behoeve van dier vorming in de meest strikte dienst aan de Koningin des Hemels in Haar allerhoogste eigenschap.

Ook ikzelf heb tijd nodig gehad om „klaar te komen“ met de gedachte dat mij meermaals de onbeschrijflijke vervoering werd vergund, mijn Hemelse Meesteres te mogen zien in een machtsontplooiing die men zich nauwelijks kan voorstellen, tijdens dewelke duivels, belichamingen van alle ellende van deze wereld, op Haar bevel aan Haar voeten moesten liggen.

Pas later begreep ik dat Zij mij dit genadegeschenk bereidde opdat ik in staat zou zijn om op basis van eigen ervaring en een beleving die in het allerdiepste van mijn hart was gebrand, onvermoeibaar de boodschap van volkomen hoop aan de zielen over te brengen.

Maria laat mij er bij alle zielen op aandringen dat zij blind in de Meesteres van alle zielen zouden geloven, opdat Zij in staat moge worden gesteld om de hel daadwerkelijk te doen beven. Er staat niets minder op het spel dan het Geluk en de Vrede van alle mensen, evenals de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

 

 

 

 

eeuwig in het paradijs of eeuwig in de hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Twaalf krachtige aanroepingen tot Maria in de strijd tegen de duisternis

 

1  . “Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik lever alle duisternis over aan Uw macht”.

2  . Op 12 december 2006 sprak Maria: “Telkens een ziel tijdens een bekoring zegt:

‘Maria, machtige Meesteres van mijn ziel, ik lever de duivel
die mij hiertoe tracht te bekoren, aan Uw voeten uit’

wordt de vernedering voor de satan volkomen, want dan dwing Ik hem voor Mij op de knieën“.

 3  . “Mijn Meesteres, ik verheerlijk Uw macht, opdat Gods Rijk op aarde kome.

 

Maria zegt over deze aanroeping (Openbaring van de Meesteres van alle zielen, 18 mei 2007):

“Deze aanroeping heeft een onoverzienbaar grote macht op Gods Hart, want de grondvesting van het Rijk Gods op aarde is onlosmakelijk verbonden met de erkenning van Mijn grenzeloze macht, die symbool staat voor de totale overwinning van de mensenziel over alle duisternis”

 

 

  • Met betrekking tot de volgende aanroeping vraagt Maria, dat deze dagelijks op het middaguur geknield zou worden uitgesproken:

 

4   . “Geprezen en verheerlijkt zij Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, in Haar overwinning over de duisternis”

5   . “Mijn machtige Meesteres, wil in de kern van mijn wezen binnentreden, opdat ik met U in mij de poorten der hel kan bestormen, want voor U vlucht alle duisternis”.

6   . “Maria, machtige Hemelse Koningin, ik behoor helemaal U toe, bescherm mij tegen alle kwaad”.

7   . “Maria, mijn machtige Hemelse Moeder en Meesteres, wil mij met U bekleden, want U bent de ondoordringbare Schutsmuur van Goddelijk Licht”.

8   . “Maria, hoog verheven Hemelse Koningin en Meesteres van alle zielen, ontplooi toch Uw onbegrensde macht over alle duisternis die mij en mijn gezin bedreigt”.

9   . “Maria, onze hoog verheven Meesteres, Uitverkorene van onze God, ontplooi Uw onbegrensde macht over alle duisternis”.

10   . “Onbevlekte Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van het Licht der Wereld en Schrik der duivelen, toon nu Uw onoverwinnelijke macht over alle kwaad. Verjaag alle duisternis in de Hemelse gloed van Uw verheerlijkt Wezen. Baar het lichtend Kruis van Jezus Christus en Zijn verblindende Liefde in al Uw kinderen”.

11   . “O Maria, onze onbevlekt ontvangen Medeverlosseres die de kop van de duivel zult verpletteren, ik offer al mijn lijden op aan het verlossend Kruis van Jezus en leg het in Uw Smartvol Hart, opdat het moge worden tot heilig Licht dat de satan verblindt”.

12   . “O Maria, afstraling van het Goddelijk Licht, beheers het hart van ieder mens, opdat geen ziel meer ten prooi zou vallen aan de eeuwige duisternis”.

 

 

 

 

 

 

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria