Tagarchief: winterpostelein

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

 

De winterpostelein of kleine winterpostelein (Claytonia perfoliatasynoniemMontia perfoliata) is een eenjarige plant uit de familie Montiaceae. Vroeger was de soort opgenomen in de posteleinfamilie (Portulacaceae). De soort groeit in Noord-Amerika. Via Cuba is de plant naar West-Europa gekomen. De soort wordt in Engeland, Frankrijk BelgiëNederland en Duitsland verbouwd als winterharde postelein, maar komt in al deze landen ook verwilderd voor. Vanwege de route waarlangs de plant in Europa arriveerde, wordt de plant in Duitsland ‘Kubaspinat’ genoemd.

 

 

Winterpostelein
Winterpostelein - overzicht
Winterpostelein – overzicht
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Montiaceae
Geslacht: Claytonia (Winterpostelein)
Soort
Claytonia perfoliata
Donn ex Willd. (1798)
Blad en bloem
Blad en bloem

 

Kenmerken

 

De plant is 15-40 cm hoog en tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de schotelvormige bladeren, waar de stengel door heen lijkt te groeien. Het betreft hier een tweetal bladeren, die tezamen vergroeid zijn. Dit zijn geen  kelkbladeren, maar naar de bloem opgerukte gewone bladeren. De gewone blaadjes hieronder hebben een schop-vorm.

De gewone bladeren zijn 2-3 cm groot. De twee om de bloemstengel vergroeide bladeren zijn groter. De witte bloemen zijn klein met 2-3 mm lange kroonbladen. Deze meerjarige plant bloeit van april tot juni. In maart gezaaid bloeit de plant van juni tot in de herfst. De 1 – 1,5 mm grote zaden hebben een mierenbroodje.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam Claytonia komt van John Clayton, een botanicus uit de 17e eeuw. De naam perfoliata (Latijn: per door +folium blad) is gebaseerd op het feit dat de stengel door 2 tot een schotel aaneengegroeide bladeren groeit.

 

 

Teelt

 

planten half oktober

 

 

Wie de plant wil telen kan in juni en juli zaaien, waarbij de zaadhoeveelheid 10 g/m² bedraagt. Een onderlinge afstand van 10 cm tussen de rijen is gewenst. Voor de teelt onder glas moet in de tweede helft van augustus gezaaid worden, waarbij de eerste oogst in november en de tweede in maart valt.

Reeds jonge planten kunnen in de herfst geoogst worden. Wanneer men het hart laat staan, maakt de plant weer nieuwe bladeren. De oogst dient in maart afgesloten te worden voordat de plant gaat bloeien.

Het plantje heeft een sterke voorkeur voor zandige gronden, en zal dus in tuinen met goede grond niet snel als onkruid woekeren. Wel stelt het eisen aan de vochtigheid: het heeft behoefte aan constant vochtige grond. De plant verwacht een zuurgraad tussen 6,1 en 7,8.

 

 

Zaadteelt

 

Zaden

 

 

Voor de teelt van zaad moet er half maart gezaaid worden. De bloei begint in juni tot in de herfst. De zaaddozen moeten voordat ze op de grond vallen geplukt en gedroogd worden.

 

 

 

Gebruik

 

De plant is tegen vorst bestand en daardoor in het vroege voorjaar een belangrijke bron van vitamine C en mineralen als calciummagnesium, en ijzer. In Amerika werd de plant door zowel Indianen als de goudzoekers in Californië gewaardeerd. Voor deze laatsten was het een belangrijk bestrijdingsmiddel van scheurbuik in het vroege voorjaar, wanneer zij gebrek aan vitamine C hadden. Diverse stammen waaronder de Zwartvoetindianen waardeerden overigens niet alleen de zachte blaadjes, maar ook de knollen, die ook eetbaar zijn evenals de wortels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Roze winterpostelein : Claytonia sibirica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1830-gr-roze-winterpostelein

 

 

Goed te herkennen aan
– de mooi geaderde helder roze bloemen en
– de twee tegenoverstaande niet vergroeide bladeren onder de bloemen

 

 

266px-claytonia_sibirica_plant_roze_winterpostelein_plant

 

 

 

Algemeen

 

Roze winterpostelein is een eenjarige plant van 10 tot 40 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke grond in loof-en naaldbossen, vaak als opslag in tuinen en parken. Halverwege de vorige eeuw is ze als sierplant in de Lage landen ingevoerd en daarna is ze via tuinafval verwilderd. Omdat ze zich gemakkelijk uitzaait en op plekken groeit waar geen andere plant kan groeien, heeft ze zich in het wild kunnen handhaven.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met augustus met donker geaderde helder roze (zelden witte) bloemen, die vijf ingesneden kroonblaadjes hebben.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Evenals witte winterpostelein is roze winterpostelein winterhard en kunnen de blaadjes rauw gegeten worden als salade of gekookt als spinazie. In de zomer kunnen ze wat bitter smaken. Een smeersel van gestampte bladeren werd gebruikt bij snijwonden en andere uitwendige verwondingen. Het sap van de plant is gebruikt als oogdruppels bij pijnlijke en rode ogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

posteleinfamilie (Portulacaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf mei t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 8 tot 10 mm
– 5 kroonbladen ingesneden
– kroon niet vergroeid
– 2 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot ruitvormig
– top spits of toegespitst
– rand gaaf
– voet wigvormig
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-roze-winterpostelein

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

JOHN ASTRIA