Tagarchief: maart

Herderstasje ; Capsella bursa-pastoris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

capsella-bursa-pastoris09-gewoon_herderstasje11-wl

 

 

 

Goed te herkennen aan

de kleine, 4-tallige, witte bloemetjes en de hartvormige vruchtjes

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Herderstasje is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, die bloeit van maart tot en met december met onopvallende losse trosjes witte bloemetjes. Ze wordt 5 tot 60 cm hoog. Herderstasje is een echte pioniersplant en groeit overal en nergens, als het maar zonnig is. Ze verdwijnt zodra de grond in cultuur is gebracht.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De naam heeft de plant gekregen dankzij de vorm van de vruchten, hartvormige hauwtjes die lijken een ouderwets leren tasje, dat herders vroeger bij zich droegen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Vanuit een bladrozet groeien 1 of meerdere stevige, licht behaarde stengels. Tijdens de bloei groeit de stengel door. Net als de stengel zijn ook de stengel- en rozetbladeren behaard. Je hebt er wel een loep voor nodig om ze te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde heeft herderstasje een goede reputatie. Ook in de traditionele Chinese geneeskunde en de Ayurveda wordt herderstasje gebruikt. Het heeft onder andere een regulerende werking op de bloeddruk en is bloedstelpend.

 

 

herderstasje

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m december
– tros
– stervormig
– circa 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, vaak wat rood   aangelopen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet en verspreid aan de stengel
– enkelvoudig
– gaafrandig tot veerdelig
– rozetbladeren lancetvormig
– stengelbladeren langwerpig,   stengelomvattend
– top spits
– voet stengelblad pijlvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard
– nauwelijks vertakt
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wit hoefblad ; Petasites albus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2609-m-wit-hoefblad

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de ronde tot kegelvormige trossen met witte tot geelwitte bloemhoofdjes en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wit hoefblad is geen inheemse plant. Ze behoort tot de stinsenplanten en komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa en West-Azië, is hier te koop als sierplant en wordt aangeplant in parkbossen op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond, waar ze zich lang kan handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wit hoefblad is een overblijvende, geurende plant. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit in februari en maart met (geel)witte ronde tot kegelvormige trossen, die bestaan uit een aantal bloemhoofdjes, die op hun beurt weer samengesteld zijn uit een aantal buisbloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wit hoefblad is net als klein en groot hoefblad een naaktbloeier; de wortel-standige bladeren verschijnen aan het einde van de bloeiperiode. Ze zijn hartvormig, van onderen blijvend grijs-viltig en uitgegroeid tot 30 cm in doorsnee. Door de kruipende wortelstok breidt wit hoefblad zich uit en groeit ze in groepen.

 

 

petalbus5

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Groot en wit hoefblad lijken op elkaar. Beiden hebben een ronde tot kegelvormige bloeiwijze en opvallend grote bladeren, die pas na de bloei verschijnen. Ze verschillen in de kleur van de bloemen; groot hoefblad is roze, wit hoefblad is wit tot gelig. Daarnaast bloeit wit hoefblad eerder dan groot hoefblad.

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

groot hoefblad

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– voorkomend in parkbossen, soms
lang standhoudend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– (geel)wit
– februari en maart
– ronde tot kegelvormige trossen
– buisbloem
– hoofdje circa 2,5 cm

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– top rond
– rand onregelmatig getand
– voet hartvormig
– hand- en netnervig

Stengel
– rechtop
– met bleke, smalle schutbladen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosanemoon ; Anemone nemorosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosanemoon200406

 

 

Goed te herkennen aan
– de van binnen zuiver witte bloemen
– met meestal 6, doorzichtig geaderde bloemdekbladen en
– de drie handgedeelde bladeren onder de bloem

 

 

bosanemoon_02

 

 

 

Algemeen

 

Bosanemoon is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in het oosten en midden van het land, elders als stinsenplant.  Ze heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze grote bestanden kan vormen. Ze groeit vooral in loofbossen, maar je kunt haar ook tegenkomen langs sloten en in grasland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bosanemoon bloeit vanaf maart tot en met mei met witte bloemen, die ’s nachts en bij koud weer gesloten blijven. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn meestal alleenstaand, hebben 6 tot 8 bloemdekblaadjes, die aan de onderkant vaak roze tot paars aangelopen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– ook als stinsenplant
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 4 cm
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Gevlekt longkruid ; Pulmonaria officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

266px-pulmonaria_officinalis_gevlekt_longkruid

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de verschillend gekleurde bloemen en
– de gevlekte behaarde bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gevlekt longkruid is een overblijvende plant, die alleen in Zuid-Limburg in het wild voorkomt. Daar is ze zeldzaam. Elders in de Lage Landen is ze verwilderd vanuit tuinen (via tuinafval) of als stinsenplant aangeplant.
Ze groeit op vochtige, voedselrijke, lemige grond in loofbossen en op buitenplaatsen. De plant wordt 10 tot 30 cm hoog, is ruw behaard en groeit in pollen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gevlekt longkruid bloeit vanaf maart tot en met mei. Aanvankelijk zijn de bloemen roze, later verkleuren ze naar blauw-paars.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De wortelbladeren verschijnen later en zijn lang gesteeld, de kleinere stengelbladeren zijn kort of niet gesteeld. Alle bladeren zijn licht gevlekt. De wortelstandige bladeren zijn in de winter blijvend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd gevlekt longkruid beschouwd als een geneeskrachtige plant. Ze zou helpen tegen longziektes.
In de volksgeneeskunde wordt gevlekt longkruid gebruikt bij diarree en voor de verzorging van wonden.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 10 tot 30 cm

Bloem
– roze tot blauw-paars
– vanaf maart t/m mei
– schicht
– trechtervormig
– 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top toegespits
– rand gaaf
– veernervig
– licht gevlekt
– behaard
– wortelbladeren :
– lang gesteeld
– hartvormige voet
– stengelbladeren :
– kort of niet gesteeld
– voet half stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Winterakoniet ; Eranthis hyemalis

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Winterakoniet

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de gele bloemen met vlak daaronder een krans van diep ingesneden stengelbladeren

 

 

 

winterakoniet_0394

 

 

 

Algemeen

 

Winterakoniet is een plant, die in de eerste helft van de 19e eeuw in de Lage Landen is ingevoerd vanuit Midden- en Zuidoost-Europa. Ze verspreidt zich niet spontaan, maar kan zich, waar ze is aangeplant, goed handhaven en vermeerderen. Ze bloeit in februari en maart met gele bloemen en wordt 5 tot 15 cm hoog. In zachte winters kan ze al in januari bloeien. Winterakoniet doet het goed op licht beschaduwde, vaak grazige plaatsen. Ze wordt ook als tuinplant aangeboden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Elke vaak roodbruin aangelopen bloemsteel draagt één bloem. Aan het einde van de stengel zitten drie diep handvormig ingesneden stengelbladeren en direct daarboven zes tot acht langwerpige tot eironde gele bloemdekbladen. Die gele bloemdekbladen zijn de kelkbladen. De kroonbladen zijn vergroeid tot nectariën, de gele kokertjes vol met nectar die in het hart van de bloem zitten.

 

 

 

 

 

Blad

 

Aan het einde van de bloemsteel, net onder de bloem, zitten drie diep handvormig ingesneden, glanzend donkergroene stengelbladeren. Daarnaast zijn er ook 1 of meerdere lang gesteelde wortelbladeren.

 

 

 

 

 

vergelijkbare soort

 

Vergelijkbaar met winterakoniet is gewoon speenkruid. Ze groeien en bloeien op dezelfde plaatsen en op hetzelfde moment en hebben allebei gele bloemen. Speenkruid heeft echter ronde blaadjes, terwijl winterakoniet een kraag van diep ingesneden blaadjes direct onder bloem heeft staan.

 

 

speenkruid

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 5 tot 15 cm

Bloem
– geel
– (januari) februari en maart
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– 6 tot 8 nectariën
– meer dan 20 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– wortelstandig of onder bloem
– samengesteld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– wortelbladeren gesteeld
– stengelbladeren zittend
– glanzend donkergroen

Stengel
– rechtop
– vaak roodbruin aangelopen
– rond

zie wilde bloemen

 

 

winterakoniet1

 

 

 

 

  

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Oosterse sterhyacint : Scilla siberica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.

 

 

 

 

 

Blad

 

Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart

 

 

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm

Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote sneeuwroem : Chionodoxa siehei

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de grote blauwe (soms roze of witte), niet knikkende, 6-tallige bloemen met een groot wit hart én de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

Bloem

 

Grote sneeuwroem bloeit in maart en april. De bloeiwijze is een tros van 1 tot 6 bloemen. Meestal zijn ze helder blauw, soms ook roze of wit. Ze hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis ongeveer een halve centimeter met elkaar vergroeid zijn. Ze zijn tot bijna halverwege wit, waardoor de bloem een groot wit hart heeft. De bloemdekbladen hebben de neiging om te krullen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren, die 5 tot 15 mm breed zijn en een kapvormige top hebben.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meer vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals kleine sneeuwroem en vroege en oosterse sterhyacint.

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

 

 

 

Algemeen

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 10 tot 25 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw, soms roze of wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 20 tot 35 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

-rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blauwe anemoon : Anemone apennina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (bleek)blauwe bloemen met 8 tot 20 bloemdekbladen,
– die aan de buitenzijde behaard zijn én
– de drie in een krans staande bladeren onder de bloem én
– de na de bloei rechtop staande bloemstengel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Blauwe anemoon is een overblijvende plant van 10 tot 20 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa en is ze in de 19de eeuw als stinsenplant aangeplant op landgoederen. Daar heeft ze zich kunnen handhaven en wordt nu als zeer zeldzaam ingeburgerd beschouwd. Ze groeit in pollen op vochtig voedselrijk zand en zandige klei in loofbossen. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blauwe anemoon bloeit in maart en april. De alleenstaande bloemen zijn (bleek)blauw, soms wit of roze. Ze heb-ben 8 tot 20 bloemdekbladen (geen kelkbladen), die aan de buitenkant behaard zijn. Vooral bij de knoppen is de beharing goed te zien.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bloemstengel is rond en behaard. De beharing loopt door op de buitenkant van de bloemdekbladen. Een stukje onder de bloem, ongeveer halverwege de stengel, zitten 3 grote bladeren, alle drie op dezelfde hoogte (kransstandig). Ze zijn 3-delig en ook behaard. De wortelbladeren zijn eveneens 3-delig en behaard. De slippen van de wortelbladeren zijn kort gesteeld.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Een vergelijkbare soort is Oosterse anemoon. De laatste heeft onbehaarde bloemdekbladen en een knikkende bloemsteel ná de bloei. De bloemsteel van blauwe anemoon blijft na de bloei rechtop staan. Het wel of niet knik-ken van de bloemsteel na de bloei is het meest in het oog springende verschil. Wel of geen beharing is een stuk lastiger te zien, aangezien de beharing bij volgroeide bloemen door slijtage nagenoeg verdwenen is. De beharing is het best te zien bij knoppen.

 

 

oosterse anemoon

 

 

 

Algemeen

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam ingeburgerd
– stinsenplant
– ook als tuinplant te koop
– 10 tot 20 cm
– verspreiding

Bloem
– blauw
– maart en april
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3,5 cm
– 8 tot 20 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– 3-delig
– top stomp met spitsje
– rand gekarteld
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stinkend nieskruid

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

helleborusfoetidusbloeiwijzen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de lichtgroene bloemen met rode rand en
– de grote wintergroene onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Stinkend nieskruid is een zeer zeldzame overblijvende plant in de Lage Landen. Oorspronkelijk komt de plant uit Zuid- en West-Europa. Ze wordt ook gekweekt als tuinplant. Stinkend nieskruid groeit in bossen op vochtige, kalkrijke plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit van december tot en met maart met lichtgroene bloemen en wordt 30 tot 80 cm hoog. De bloemen geven bij aanraking een onaangename geur. De bloemdekbladen hebben vaak een paarsrode rand. De bloemen groeien trosvormig, ze zijn klokvormig en knikkend.

 

.

 

.

 

Blad 

 

De bladeren geven dezelfde onaangename geur als de bloemen, alleen sterker als ze worden fijngewreven. De onderste enigszins leerachtige bladeren zijn donkergroen en winterhard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Naast onaangenaam geurend is de plant ook giftig. Vroeger werd het helleborine vaak gebruikt als medicijn voor het hart. Tegenwoordig wordt de plant alleen nog medicinaal gebruikt door veeartsen. Naast onaangenaam geurend is de plant ook giftig. Vroeger werd het helleborine vaak gebruikt als medicijn voor het hart. Tegenwoordig wordt de plant alleen nog medicinaal gebruikt door veeartsen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam voorkomend in
Zuid-Limburg
– ook als tuinplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– groen
– vanaf december t/m maart
– gesteeld alleenstaand
– tros van 3 tot 8
– klokvormig
– 1 tot 3 cm
– 5 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– onaangenaam ruikend

Blad
– bovenste :
– verspreid
– enkelvoudig
– ei-rond
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– geelgroen
– onaangenaam ruikend
– onderste :
– wortelstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gezaagd
– handnervig
– leerachtig
– wintergroen

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria