Dagelijks archief: februari 28, 2025

Zilveroog

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal chrysotiel is verreweg de meest toegepaste vorm van asbest, waarvan zes soorten bestaan. In de tijd dat asbest nog een veelgebruikte grondstof was, was dit mineraal verantwoordelijk voor zo’n 98% van de wereldproductie. Het is de enige soort asbest met een vezelvorm van serpentijn, met de samenstelling Mg3(Si2O5)(OH)4.

 

 

 

 

Het wordt wel witte asbest genoemd en in tegenstelling tot de blauwe vorm (crocidoliet) en de bruine (amosiet), die beide amfibolen zijn. Het mineraal komt vooral voor in metamorfe gesteenten. Zilveroog of chrysotiel in serpentijn is een grijze tot grijsgroene serpentijn variant, vaak met een streeppatroon. Er kan alleen gezondheidsgevaar ontstaan als er in de steen geboord of gezaagd wordt en er vezels vrijkomen.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: H4Mg3Si2O9

hardheid: 2,5-5,5

dichtheid: 2,5-2,6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toermalijnkwarts

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

Algemene informatie

.

Toermalijn is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans en kan verschillende kleuren zijn. Toermalijnkwarts is bergkristal met ‘naalden’ van zwarte toermalijn. Zwarte toermalijn wordt ook wel schörl genoemd. Enkele andere soorten toermalijn zijn: blauwe toermalijn (indigoliet), gele toermalijn, groene toermalijn, roze toermalijn (rubelliet), bruine toermalijn (draviet) en watermeloen toermalijn. Schörl bevat ijzer en is opaak (volkomen ondoorzichtig).

.

.

ruw

.

.

blauwe toermalijn

.

.

gele toermalijn

.

.

groene toermalijn

.

.

roze toermalijn

.

.

bruine toermalijn

.

.

watermeloen toermalijn

.

.

Voorkomen

.

Schorl komt veel voor en is het meest verbreide mineraal uit de toermalijngroep. Het wordt onder andere gevonden in DuitslandNoorwegenZweden, de AlpenBrazilië en de VS.

.

.

Toermalijnkwarts ruw

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Na(Li,Al)3Al6(BO3)3Si6O18(OH)4

hardheid: 7-7,5

dichtheid: 3,06

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Akkerkers : Rorippa sylvestris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

akkerkers-100822-051

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes helder gele bloemetjes met vier kroonbladen,
– die 2 x zo lang zijn als de kelkbladen en
– het diep veervormig ingesneden blad met een smalle, tamelijk
kleine eindslip, zonder oortjes

 

 

img_4173-gr-akkerkers

 

 

 

Algemeen

 

Akkerkers is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 20 tot 45 cm hoog. Ze groeit op open tot grazige, natte tot vochtige, meestal omgewerkte grond, vooral in akkers en uiterwaarden.
Van oorsprong is akkerkers een rivierbegeleider. Daarbuiten is ze voor verspreiding aangewezen op de mens (aanvoer rivierzand).

 

 

 

 

 

Bloem

 

De plant bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen vormen losse trossen. De kroonbladen zijn ongeveer 2x zo lang als de geelgroene kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De gesteelde bladeren zijn diep veervormig ingesneden in 3 tot 7 paar grof getande slippen en hebben een smalle, tamelijk kleine eindslip. De slippen van hoger aan de stengel zittende bladeren kunnen lijnvormig zijn. Onderaan vormen een aantal bladeren een rozet. De stengel is enigszins zigzagsgewijs gebogen.

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Akkerkers vermeerdert zich voornamelijk door middel van ondergrondse uitlopers. Zo kan ze hele bestanden vormen. Omdat elk klein stukje uitloper kan uitgroeien tot een plantje is akkerkers moeilijk te bestrijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Herkennen Rorippa soorten

 

– zijn de kroonbladen ongeveer even groot als de kelkbladen ?
– nee …. heeft het blad oortjes ?
– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een smalle eindslip ?
– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een grote eindslip ?
ja
ja
ja
ja
anders
:
:
:
:
:
moeraskers
Oostenrijkse kers
akkerkers
valse akkerkers
gele waterkers
Valse akkerkers (Rorippa x anceps) is een kruising tussen gele waterkers en akkerkers, komt voornamelijk voor langs rivieroevers. Ze is van akkerkers te onderscheiden door de grote eindslip van het blad en van gele waterkers door de dieper ingesneden bladeren. De vruchten zijn korter dan die van akkerkers en langer dan die van gele waterkers.

Daarnaast komt er nog een kruising voor, ontstaan uit Oostenrijkse kers en akkerkers (Rorippa x armoracioides). De verspreiding van deze kruising is onvoldoende bekend en deze vorm wordt vaak verward met akkerkers.

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 20 tot 45 cm

Bloem
– geel
– juni t/m september
– tros
– stervormig
– 4 tot 6 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, geelgroen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top spits
– rand getand
– veernervig

Stengel
– opstijgend
– glad en kaal, soms kort behaard
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

deutschland-g

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Akkerkool : Lapsana communis

Standaard

categorie ; kamerplanten en bloemen

 

 

 

bloemen-akkerkool

 

 

Goed te herkennen aan
– de tuilvormige, losse pluimen met kleine lichtgele bloemhoofdjes
– de onderste, liervormig verdeelde bladeren

 

 

img_2424-gr-akkerkool

 

 

 

Algemeen

 

Akkerkool is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 30 tot 120 cm hoog. Naast rijk vertakte hoge exemplaren bestaan ook dwergvormen van enkele centimeters hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond aan bosranden en heggen, in bermen en tuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juni tot en met augustus. Akkerkool bloeit met kleine lichtgele bloemhoofdjes, die uitsluitend uit lintbloemen bestaan. De hoofdjes staan op lange stelen en vormen samen een losse, tuilvormige pluim van 8 tot 15 hoofdjes. Het omwindsel bestaat uit 1 rij lancetvormige, spitse blaadjes met een verdikte middennerf. Aan de basis hiervan bevinden zich nog enkele zeer kleine buitenomwindselblaadjes. Op bewolkte dagen blijven de hoofdjes gesloten. Op zonnige dagen zijn ze alleen in de ochtend geopend. In tuinen kan akkerkool een lastig onkruid zijn, omdat ze zich makkelijk door middel van zaad vermeerderd.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn verdeeld in een grote eindlob en enkele kleinere slippen. De bovenste bladeren zijn smaller en onverdeeld. Alle bladeren zijn gesteeld of steelvormig versmald, bochtig getand en behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Jonge bladeren kunnen verwerkt worden in een salade, kort worden gewokt of worden gekookt als spinazie. Ze smaken pittig, als radijs.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 120 cm

Bloem
– lichtgele lintbloemen
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje, lang gesteeld
– 1 tot hooguit 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– liervormig
– lang gesteeld
– bovenste :
– enkelvoudig
– eirond
– korter gesteeld
– top spits
– rand bochtig getand
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– onderaan behaard

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-akkerkool

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA