Tagarchief: Zweden

Scheeliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Eigenschappen 

 

Het mineraal scheeliet is een calciumwolframaat met de chemische formule CaWO4. Het doorzichtig tot doorschijnend kleurloze, witte, of gelige scheeliet heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens het kristalvlak [010]. Het kristalstelsel is tetragonaal. Scheeliet heeft een gemiddelde dichtheid van 6,01, de hardheid is 4 tot 5 en het mineraal is niet radioactief. Scheeliet in calciet heeft een blauwe kleur.

 

 

 

 

 

 

 

 

Naamgeving

.

Het mineraal scheeliet is genoemd naar de Zweedese scheikundige Karl Wilhelm Scheele (1742 – 1786).

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

De typelocatie van scheeliet is de Bispberg ijzermijn, SäterDalarnaZweden

 

 

 

 

 

 

 

Scheeliet
Scheelite MHNT.MIN.2004.0.88 (p).jpg
Mineraal
Chemische formule CaWO4
Kleur Kleurloos, wit of gelig
Streepkleur Wit
Hardheid 4 tot 5
Gemiddelde dichtheid 6,01 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [010] Duidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Tetragonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

scheeliet in calciet

 

 

 

 

 

scheeliet in calciet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Glaucofaan

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Glaucofaan is een inosilicaat dat tot de amfibool groep behoort. Het is een mineraal dat zeer algemeen is in vulkanische gesteenten. Het doorschijnende grijze, blauwe of blauwzwarte glaucofaan heeft een grijsblauwe streepkleur, een glas- tot parelglans en een goede splijting volgens de kristalvlakken [110] en [001]. De gemiddelde dichtheid is 3,07 en de hardheid is 6 tot 6,5. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam glaucofaan is afgeleid van de Griekse woorden glaukos (=blauw, glinsterend) en phános (=lijken, schijnen).

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Glaucofaan wordt onder andere gevonden in Duitsland, Frankrijk, Canada, Zweden en de VS.

 

 

 

.

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na2(Mg3Al2)Si8O22(OH)2

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 3 – 3,2

 

 

 

 

 

 

Molybdeniet in glaucofaan

 

 

 

 

 

glaucofaan met molybdeniet kristal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toermalijnkwarts

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

.

 

 

Algemene informatie

 

Toermalijn is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans en kan verschillende kleuren zijn. Toermalijnkwarts is bergkristal met ‘naalden’ van zwarte toermalijn. Zwarte toermalijn wordt ook wel schörl genoemd. Enkele andere soorten toermalijn zijn: blauwe toermalijn (indigoliet), gele toermalijn, groene toermalijn, roze toermalijn (rubelliet), bruine toermalijn (draviet) en watermeloen toermalijn. Schörl bevat ijzer en is opaak (volkomen ondoorzichtig).

 

 

 

 

ruw

 

 

 

 

 

blauwe toermalijn

 

 

 

 

gele toermalijn

 

 

 

 

 

groene toermalijn

 

 

 

 

 

roze toermalijn

 

 

 

 

 

bruine toermalijn

 

 

 

 

 

watermeloen toermalijn

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Schorl komt veel voor en is het meest verbreide mineraal uit de toermalijngroep. Het wordt onder andere gevonden in DuitslandNoorwegenZweden, de AlpenBrazilië en de VS.

 

 

 

 

Toermalijnkwarts ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na(Li,Al)3Al6(BO3)3Si6O18(OH)4

hardheid: 7-7,5

dichtheid: 3,06

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chalcopyriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Chalcopyriet of koperkies is een koper-ijzer-disulfide. De kleur van het mineraal is messinggeel, soms ook wat groenig. Vaak is als gevolg van oxidatie aan het oppervlak een grote verscheidenheid aan kleuren te zien. De steen heeft soms blauw-paarse aanloopkleuren en groen of zwarte strepen. Het mineraal heeft een slechte splijting. De streepkleur van het opake chalcopyriet is groenig zwart. Het mineraal heeft een tetragonale kristalstructuur, met de ribben: a=52.5 nm, c=103.2nm. De structuur lijkt veel op die van sfaleriet (zinkblende).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam chalcopyriet komt van de Griekse woorden “chalkos” (koper), en “pyrites” (vuur stoken).

 

 

 

 

Sphaleriet met chalcopyriet

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Chalcopyriet wordt o.a. gevonden in Australië, China, Ethiopië, Spanje, Frankrijk, Noorwegen, Zweden, Verenigde Staten, Canada en Mexico.

 

 

 

Sideriet met chalcopyriet

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CuFeS2

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 4,1-4,3

 

 

 

 

Chalcopyriet
Chalcopyrite angleterre.jpg
Mineraal
Chemische formule CuFeS2
Kleur Koper- of honinggeel
Streepkleur Groenzwart
Hardheid 3,5 tot 4
Gemiddelde dichtheid 4,19 kg/dm3
Glans Metallisch
Opaciteit Opaak
Breuk Bros
Splijting Onduidelijk, [112]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Tetragonaal
Brekingsindices Geen; opaak
Dubbele breking Geen; opaak
Overige eigenschappen
Magnetisme Na verhitting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Castoriet / Petaliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Petaliet of castoriet behoort tot de groep van veldspaten. Het kan kleurloos, geel, geelgrijs, roze en wit zijn. De kleurloze variant wordt vaak gebruikt als edelsteen. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige glans.

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam petaliet komt van het Griekse woord petalon wat blad betekent.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Petaliet wordt o.a. gevonden in Zweden, Brazilië, VS en Namibië.

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: LiAlSi4O10,

hardheid: 6-6,5

dichtheid: 2,42

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bastnasiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Bastnasiet is een fluorhoudend carbonaatmineraal. Het doorzichtig tot doorschijnend geel tot roodbruine bastnasiet heeft een glas- tot vetglans, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is imperfect volgens het kristalvlak [1011] en onduidelijk volgens [0001]. Het kristalstelsel is hexagonaal. Bastnasiet heeft een gemiddelde dichtheid van 4,97, de hardheid is 4 tot 5 en het mineraal is niet tot zwak radioactief.

De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute ligt, afhankelijk van de exacte samenstelling, tussen de 0 (voor de Y-houdende variant) en de 60.386,61 voor de cerium-houdende variëteit. De brekingsindex is 1,717 tot 1,818 en de dubbelbreking is 0,1010.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

Naam

 

Het mineraal bastnasiet is genoemd naar de Bastnäs-mijn in Zweden, waar het mineraal voor het eerst gevonden werd.

 

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Bastnasiet is een mineraal dat gevormd wordt in de verweringszones van alkalische stollingsgesteenten. De typelocatie van bastnasiet is de Bastnäsmijn in het district Riddarhyttan in Västermanland te Zweden. Bastnasiet wordt momenteel gewonnen in Zweden, Noorwegen, de Balkan landen, Canada en de Verenigde staten.

 

 

 

.
.
.
.
.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Mineraal
Chemische formule (La,Ce,Y)CO3F
Kleur Geel tot roodbruin
Streepkleur Wit
Hardheid 4 tot 5
Gemiddelde dichtheid 4,97 kg/dm3
Glans Glas- tot vetglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Imperfect, [1011], onduidelijk [0001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel diagonaal
Brekingsindices 1,017 – 1,818
Dubbele breking 0,1010
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Niet tot zwak radioactief; gamma ray; 0 – 60.386,61 API

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kleding en de rituelen van de Vikingen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Vikingen waren mensen uit een Scandinavisch volk aan de noordoostkust van Europa. Deze regio is ongeveer op de plek waar nu Denemarken, Noorwegen en Zweden ligt. Van de negende tot de elfde eeuw, zeilden Vikingen met hun snekken langs de kusten van Europa en overvielen en plunderden de dorpen. Ze vestigden zich in IJsland, Groenland en Noord-Amerika.

 

 

 

 

 

 

 

Roskilde

 

 

 

 

 

vikingboerderij

 

 

 

 

 

Wat droegen deze Scandinavische Vikingen?

 

Mannen droegen tunieken en broeken met smalle pijpen. Vrouwen droegen lange jurken. Kleren die ze droegen waren gemaakt van wol, dierenhuiden en linnen. Kleren waren gesponnen en geweven door vrouwen. Mensen maakte verf om hun kleren te ‘beschilderen’. Ze gebruikten planten om de kleren blauw, rood en geel te maken. Voordat de vrouwen gingen trouwen deden ze hun haar los en nonchalant met een haarband.

Maar als de vrouwen getrouwd waren moesten ze hun haar opsteken en bedekken met een sjaal. Ze droegen ook veel sieraden, evenals de mannen. Kinderen droegen geen sieraden. Wanneer er een feest was werd er niet veel bijzonders gedragen. Eigenlijk droegen ze exact hetzelfde, alleen waren deze kledingstukken van beter materiaal gemaakt en waren er sprankelendere kleuren gebruikt.

Er zijn veel vooroordelen over de Vikingen. Bijvoorbeeld de hoorns die ze ‘hadden op hun helm en droegen op hun hoofd’. Vaak denken mensen dat ze gebruikt werden tijdens het jagen, maar dat is niet zo. De hoorns waren gebruikt om gerechten op te drinken of te eten. Ze waren Drinkhoorns genoemd. Veel Vikingen hadden gewoon helmen van dik leer maar als je een echte stevige en kwalitatieve helm wou had je een helm van ijzer nodig.

 

 

 

vikingtuniekje

 

 

 

 

 

??????????????????????????????????????????????????????????????????????

 

 

 

 

9771

 

 

 

 

 

blau-mittelalter-_berwurf-germanen

 

 

 

 

 

sieraad2

 

 

 

 

 

bryne-totaal-home

 

 

 

 

 

 

2008-01-27-schitterend-sieraad-02

 

 

 

 

 

full31305498

 

 

 

 

 

Wat waren de rituelen die de Vikingen gebruikten?

 

De Vikingen hadden andere rituelen dan de mensen van nu. Vikingen offerden dieren en soms zelfs mensen. Als een Viking iets offerde aan god, om hem tevreden en gelukkig te houden, drupte hij wat bloed van een mannelijk dier op een steen. Maar wanneer ze een mens offerden het was erg anders: de mens was gedood en werd opgehangen in een boom.

Dit zagen ze dan als de offering. Ook begrafenissen van de Vikingen waren totaal verschillend van de christelijke. De dode mensen waren begraven met dingen die ze later, in het hiernamaals, nodig zouden hebben. Wat er met je mee in de grond ging hing ook vanaf of je veel geld had.

Een arme man was begraven met slechts 1 zwaard terwijl een rijke machtige man begraven werd met veel waardevolle dingen. Soms waren mensen begraven in boten, of schepen. Anderen waren begraven in houten kamers.

 

 

 

 

Vikingen%20-%20begraafplaats%2001%20in%20Denemarken

 

 

 

 

 

hqdefault

 

 

 

 

 

godsdienst3

 

 

 

 

 

Waar geloofden de Vikingen in?

 

De Vikingen geloofden in Odin. Dit is de hoofdgod. Odin had ook nog een zoon, Thor. Thor was de meest beminde god. Aangezien hij de beschermer was van alle goden was hij erg belangrijk. Later gingen de Vikingen ook geloven in het christendom, omdat ze hier mee in contact kwamen. Ze troffen het christendom aan tijdens de lange en verre reizen die ze maakten. De Vikingen hadden eerst altijd tempels, gemaakt voor ‘hun’ goden. Toen dit geloof verwisselt werd met het christendom werden de tempels verbouwd tot kerken.

 

 

 

Odin

Odin

 

 

 

 

 

Thor

Thor

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA