categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen
Algemene informatie
Sjamaankwarts is bol geslepen bergkristal met insluitsels en fantomen van bijvoorbeeld chloriet, rutiel, fluoriet, en hematiet.
Vindplaats
Sjamaankwarts komt uit Brazilië.
Sjamaankwarts is bol geslepen bergkristal met insluitsels en fantomen van bijvoorbeeld chloriet, rutiel, fluoriet, en hematiet.
Sjamaankwarts komt uit Brazilië.
.
.
.
Bronziet is een bruine enstatiet variant met een bronskleurige glans
.
.
.
.
.
.
Bronziet wordt gevonden in Noorwegen, Tjechië en Brazilië.
.
.
.
.
.
.
.
Samenstelling: Mg2Si2O6
Hardheid: 5,5-6
Dichtheid: 3,3-3,6
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Brazilianiet is een mineraal fosfaat dat typisch groengeel tot geel of wit tot kleurloos. Het is een doorzichtige steen met een glasachtige glans. Het monokliene mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 2,98, een hardheid van 5,5 en een witte streep.
.
.
.
.
.
.
.
Brazilianiet is vernoemd naar Brazilië, het land waar de steen voor het eerst gevonden werd.
.
.
.
.
.
.
.
Het wordt het vaakst gevonden in fosfaatrijke pegmatieten. Het komt in pegmatieten voor in de vorm van perfecte kristallen. De enige bekende vindplaats van brazilianiet is in de omgeving van Conselheiro Pena, in de Brazilië. De voorbije jaren heeft deze plaats mineralen van grote kwaliteit opgeleverd, met perfect gevormde kristallen van een ongewone grootte. Sommige van deze mineralen zijn gevonden op muscoviet (met sterke zilverglans), ingegroeid in het moeder- gesteente.
Dergelijke specimina worden niet vermalen tot grondstof, maar vinden hun weg naar musea en privécollecties. De meest kristallen, donker groenachtig-geel tot olijfgroen, zijn soms tot 12 cm lang en 8 cm breed. Kristallen met gelijkwaardige vorm en grootte zijn ontdekt op een andere plaats in Minas Gerais, nabij Mantena, maar deze hebben geen perfect gevormde kristallen. Het mineraal is erg populair bij verzamelaars. Brazilianiet wordt nog gevonden in de Verenigde Staten, Tsjechië en Canada.
.
.
.
.
.
.
.
samenstelling: NaAl3(OH)4(PO4)2
hardheid: 5,5
dichtheid: 3
.
.
.
.
.
| Brazilianiet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | NaAl3(PO4)2(OH))4 | |
| Kleur | Geel, groen en kleurloos | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 5,5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 2,98 kg/dm3 | |
| Glans | Glanzend | |
| Opaciteit | Doorzichtig | |
| Breuk | Conchoïdaal | |
| Splijting | [010] Goed | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Monoklien | |
| Brekingsindices | 1,60 – 1,62 | |
| Overige eigenschappen | ||
| Radioactiviteit | Geen | |
| Magnetisme | Geen | |
.
.
.
.
Scapoliet is een groep mineralen bestaande uit aluminium, calcium, natriumsilicaat, chloor, carbonaat en sulfaat. Het kan geel, blauw, paars, grijs, wit en groen van kleur zijn. Scapoliet is een mineraalgroep uit de isomorfe reeks tussen marialiet en mejoniet. Beide behoren tot de tectosilicaten.
Het doorzichtig tot doorschijnend scapoliet heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting is duidelijk volgens de kristalvlakken [100] en [110]. Scapoliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,66 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is tetragonaal en het mineraal is niet radioactief.
Scapoliet komt van het Griekse woord skapos wat staaf betekent, vernoemd naar de vaak langwerpige kristalvorm.
Scapoliet is een mineraal dat voorkomt als verweringsproduct van plagioklazen uit gabbro’s’s. De typelocatie van scapoliet is het Otter Lake in Canada. Afzettingen bevinden zich in Myanmar, waar gele, roze violette en blauwe kristallen te vinden zijn. Enige vertonen een kattenoogeffect. Gelijksoortige scapolieten komen ook voor in Sri Lanka.
Gele scapolieten worden gewonnen in Canada, lichtgele in Brazilië. Afzonderlijke doorzichtige kristallen kunnen 40 x 10 cm groot worden. Edelsteenskapolieten komen ook voor in Tanzania, Kenia, Madagaskar en Mozam- bique. Grote geslepen stenen zijn zeldzaam.
In het Smithsonian Institution in Washington bevinden zich onder andere een geslepen steen van 288 karaat, een geslepen skapoliet-kattenoog van 29,9 karaat uit Myanmar en een zware geeloranje geslepen steen uit Tanzania. Het wordt verder gevonden in Brevik, Noorwegen.
Samenstelling: 3NaAlSi3O8.NaCl – 3CaAl2Si2O8.CaCO3
hardheid: 5 – 6
dichtheid: 2,5 – 2,7
|
scapoliet
|
||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | Na4[Cl(Al3Si9O24)] MarialietCa4[CO3(Al6Si6O24)] Mejoniet | |
| Kleur | Kleurloos, wit, grijs, groengrijs, blauwachtig, roze, violet, oranje | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 5-6 | |
| Glans | Glasglans, parelmoerglans | |
| Breuk | Schelpvormig, ruw | |
| Kristaloptiek | ||
| Brekingsindices | Ne 1,540 tot 1,548, No 1,549-1,567 | |
| Dubbele breking | -0,007-0,020 | |
| Dispersie | 2,017 | |
| Luminescentie | Soms geel of oranje | |
| Pleochroïsme | Met blote oog waarneembaar | |
Beril is een mineraal. Het is een kleurloos, wit, gelig wit, geelgroen tot groen, roze, blauwig tot groenblauw, rood of goudgeel aluminium-beryllium silicaat. De chemische formule is Al2Be3Si6O18. Het behoort tot de cyclosilicaten.
De hardheid van het mineraal is 7,5 tot 8 (bros) op de schaal van Mohs en de streepkleur is wit. Het mineraal, dat in kristallen, korrelige, compacte of radiale aggregaten of keitjes voorkomt, is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige, matte glans. De dichtheid van beril is 2,63-2,80 en het heeft hexagonale kristalstructuur.
Plinius vernoemde beril naar het Griekse woord berullos (= “edelsteen met zeegroene kleur”).
Beril komt voor in pegmatieten en in hydrothermaal–pneumatolische en metamorfe gesteenten en is vrij zeldzaam. De typelocatie is niet nader gedefinieerd, maar per variëteit verschillend. Het mineraal wordt onder andere gevonden in de Verenigde Staten (South Dakota, Connecticut), Brazilië, Duitsland en Australië. Het grootste berilkristal had een lengte van 18 meter en was 3,5 meter breed.
Beril wordt naar kleur en chemische samenstelling onderscheiden in een aantal variëteiten:
Gewoon beril – meest verbreide variëteit
Smaragd – groene edelsteen
Aquamarijn – groenblauwe tot lichtblauwe edelsteen
Morganiet – roze edelsteen
Goudberil – goudgele edelsteen
Heliodoor – gele tot geelgroene edelsteen
Gosheniet – kleurloze edelsteen
Bixbiet – rode edelsteen
| Mineraal | ||
| Chemische formule | Al2Be3Si6O18 | |
| Kleur | Kleurloos, wit, gelig wit, geelgroen tot groen, roze, blauwig tot groenblauw, rood of goudgeel | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 7,5 – 8 | |
| dichtheid | 2,76 kg/dm3 | |
| Opaciteit | Doorzichtig tot doorschijnend | |
| Splijting | Imperfect, [0001] | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Hexagonaal | |
De Spathiphyllum verbruikt redelijk veel water. Bij een water tekort geeft deze bloeiende kamerplant dat aan door te gaan hangen. Geen zorgen want de Spathiphyllum staat al snel weer overeind van een flinke scheut water. Deze kamerplanten groeien van oorsprong in de omgeving van de Amazone. Wanneer deze rivier buiten zijn oevers treedt, kan de Spathiphyllum zelfs onderwater overleven. Je kunt deze plant het beste tweemaal per week water geven. Probeer de hoeveelheid zo aan te passen dat de Spathiphyllum een beetje slap gaat hangen voordat de plant opnieuw water krijgt.
De Spathiphyllum vraagt om een hoge luchtvochtigheid. Sproeien zal de gezondheid daarom versterken, vooral in de winter wanneer de kachel zorgt voor een lage luchtvochtigheid in de woonkamer. Sproeien maakt de kans op nieuwe bloemetjes groter.
De Spathiphyllum verdraagt teveel direct zonlicht slecht. Vermijd daarom de middag zon. 3-5 uur direct zonlicht is ruim voldoende. Teveel zonlicht zal leiden tot bruine bladeren. Te weinig zonlicht leidt tot groene bloemen. De meest ideale standplaats is voor een raam op het noorden. Voor een raam op het westen of oosten kan je het beste een afstand van 2 tot 3 meter behouden. Voor een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter aangeraden.
Overdag: +/- 16 °C
‘S nachts: +/- 14 °C
Het verpot een Spathiphyllum eens per 3 jaar of wanneer de pot te klein wordt. Doe dit bij voorkeur in de lente omdat in deze periode eventuele beschadigde wortels sneller herstellen. Je kunt de plant ook direct na aanschaf verpotten. Gebruik een plantenbak waarbij de diameter minimaal 20% breder is dan de vorige. Gebruik hiervoor universele potgrond of anthurium aarde. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.
Na 6-8 weken zijn de voedingsstoffen in de aarde verbruikt. Het is dan raadzaam de Spathiphyllum te bemesten. Gebruik hiervoor vloeibare voeding voor bloeiende kamerplanten. Kijk voor de juiste dosering op de verpakking. Gebruik nooit meer voeding dan aangegeven op de verpakking, liever iets minder. Bemesten in de herfst en winter is overbodig en kan zelfs schadelijk zijn.
Bruine bladeren zijn vaak het gevolg van een te droge lucht. Geel blad is het gevolg van te veel zonlicht. Groene bloemen zijn weer het gevolg van te weinig licht.
Knip uitgebloeide bloemen zo laag mogelijk weg. Ook oude lelijke blaadjes kan je eenvoudig laag bij de grond afknippen.
Het vermeerderen kan door scheuren. Deel de pol in het voorjaar en plaats de plantjes in stekgrond.
Spathiphyllums zijn geliefd vanwege hun witte bloemetjes. Alhoewel deze kamerplant continue in bloei kan staan zal de bloei periode meestal zo’n 2 maanden zijn. 3 maanden later verschijnen er weer nieuwe bloemen. Bloei kan je stimuleren door plotselinge verwaarlozing of door opzettelijk de wortels te beschadigen.
Spathiphyllum’s zijn licht giftig. Het blad is schadelijk na inname door dieren of kinderen.
De Spathiphyllum krijgt soms last van spint onder droge omstandigheden. Sproei daarom regelmatig ter preventie.


JOHN ASTRIA
Avaloniet is een zeldzame agaat soort uit Utah. Het is een Drusy blauwe chalcedoon met vaak in het midden blauw/wit gekleurde kristallen bolletjes.
wordt o.a. gevonden in Brazilië, Madagaskar, Uruguay, India en de Verenigde Staten
Kristalstelsel
trigonaal
samenstelling: SiO2
hardheid: 7
dichtheid: 2,6
.
.
Prasioliet is groene amethist en ontstaat door de verhitting van paarse amethist. Dit kan natuurlijke wijze gebeuren door middel van vulkanische activiteit maar meestal gebeurt dit kunstmatig.
Prasioliet wordt o.a. gevonden in Brazilië, Verenigde Staten, Rusland, Madagaskar, Sri Lanka, Namibië en Finland.
samenstelling: SiO2
hardheid: 7
dichtheid: 2,6
De alstroemeria of incalelie is een snijbloem die in de vrije natuur voorkomt in Zuid-Amerika (Peru, Brazilië en Chili). De alstroemeria heeft sterke bloemen met een lange stevige steel. Eén steel bevat 3 tot 7 bloemen maar geen zijvertakkingen. Alstroemeria’s zijn budgetvriendelijk.
De exotische Alstroemeria wordt ook wel Incalelie genoemd. Het is een verwijzing naar haar natuurlijke habitat: de koele gebergten van Chili, Brazilië en Peru. De bloem werd daar in de achttiende eeuw ontdekt door de Zweedse onderzoeker Clas Alstroemer. Hij was het die de bloem haar huidige naam gaf.
De alstroemeria speelt graag verstoppertje in haar bloemknop. Wanneer de plant haar knoppen opent, worden zes tot acht bloemen aan haar steel zichtbaar met een vlammende binnenkant in het wit, geel, rood, oranje, paars en roze waar men volop van kan genieten.
.
De zes bloemblaadjes van de alstroemeria zijn alle zes belangrijk; ze hebben namelijk ieder hun eigen betekenis. Ze staan voor begrip, humor, geduld, medeleven, daadkracht en respect. Belangrijke ingrediënten voor een lang-durige vriendschap. Niet zo verwonderlijk dus dat de alstroemeria daarvoor symbool staat. Dat maakt de bloem het perfecte cadeau om een mooie vriendschap mee te bevestigen.
.
.