Dagelijks archief: april 10, 2025

Crocoiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Crocoiet is een lood-chromaat. De veel gevonden kristallen zijn licht doorschijnend en geel, oranje of rood van kleur, vaak typisch saffraankleurig.  Crocoiet heeft een diamantglans, een geeloranje streepkleur en het mineraal kent een duidelijke splijting volgens het kristalvlak [110] en een onduidelijke volgens [100] en [001]. Het kristalstelsel is monoklien. Crocoiet heeft een gemiddelde dichtheid van 6, de hardheid is 2,5 tot 3 en het mineraal is niet radioactief.

 

 

.

.

.

Etymologie

 

Crocoiet is afgeleid van het Griekse krókos, wat krokus of saffraan betekent, vernoemd naar de saffraankleur.

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Crocoiet wordt van oorsprong gevonden in Tasmanië, daarnaast in Duitsland, Rusland, Brazilië, Zuid-Afrika en de VS.

 

 

 

 

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: PbCrO4

hardheid: 2,5 – 3

dichtheid: 6,1

 

 

 

 

 

Crocoiet
Crocoite2.jpg
Mineraal
Chemische formule PbCrO4
Kleur Geel, oranje, rood; typisch saffraankleurig
Streepkleur Geeloranje
Hardheid 2,5 tot 3
Gemiddelde dichtheid 6 kg/dm3
Glans Diamant
Opaciteit Doorschijnend
Breuk Sectiel
Splijting Duidelijk, [110] ; onduidelijk, [100] & [001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 2,31 – 2,66
Dubbele breking 0,3500
Pleochroïsme Geen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thunderegg, amuletsteen, sterrenagaat

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Thunderegg

.

Thundereggs zijn ronde of eivormige mineralen en worden gevormd in gasbellen in lava. Ze bestaan uit een korst van moedergesteente en een kern die uit verschillende mineralen kan bestaan, zoals bijvoorbeeld chalcedoon, agaat, jaspis of opaal. Thunderegg wordt ook wel amulet steen of sterrenagaat genoemd.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Gewone berenklauw : Heracleum sphondylium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte bloemenschermen met stralende randbloemen en
– de talrijke lijnvormige, teruggeslagen omwindselblaadjes onder de kleinste deelschermen en
– de ruw behaarde, gegroefde stengel

 

 

Gewone berenklauw

 

 

 

Algemeen

 

Gewone berenklauw is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 0,9 tot 1,5 meter hoog en ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke grond op licht beschaduwde tot zonnige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot in de herfst met witte, zelden roze, bloemschermen. De schermen bestaan uit 15-45 stralen en zijn tot 20 cm in doorsnede. De buitenste bloemetjes zijn duidelijk stralend. Onder de kleinste deelschermen zitten talrijke lijnvormige, teruggeslagen omwindselblaadjes. Hoewel de bloemen een wat onaangename geur hebben, worden ze vooral in juli en augustus door talrijke insecten bezocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn enkelvoudig en ondiep gelobd, waarvan het onderste paar gesteeld is. De hogere zijn enkelvoudig geveerd met 5 tot 9 deelblaadjes, die vaak een gelobde of gespleten rand hebben. Alle bladeren zijn ruw behaard. De stengel is gegroefd en ruw behaard, maar niet rood gevlekt, zoals de stengel van reuzenberenklauw. De holle stengels, die in de winter blijven staan, worden door spinnen en insecten als overwinteringsplaats gebruikt.

 

 

reuzenberenklauw

 

 

 

Bijzonderheden

 

Net als de reuzenberenklauw kan het sap van gewone berenklauw in combinatie met zonlicht, weliswaar in mindere mate, irritaties, jeuk en zelfs brandwonden op de huid veroorzaken. Dus bij het plukken van oudere stengels handschoenen dragen!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Stengels geplukt voordat de bladeren zich ontvouwen kunnen gegeten worden. De plant is dan nog niet giftig. Gedroogd in de zon ontstaan er door de olie en suiker, die in de stengels zitten, zoete kristallen op de stengel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 90 tot 150 cm

Bloem
– wit (zelden roze)
– vanaf juni tot in de herfst
– meervoudig scherm
– buitenste bloemen stralend
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– onderste enkelvoudig, gelobd
– hogere oneven enkelvoudig, geveerd
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele plomp : Nuphar lutea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de plaats waar ze groeit … in water en
– de grote, gele, stevig ogende, onaangenaam ruikende bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele plomp is een waterplant, die groeit in diep tot vrij diep, stilstaand of zacht stromend water met een voedselrijke bodem. Ze komt zeer algemeen voor in de lage landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juni tot en met augustus. De gele bloemen hebben 5 kelkbladen, die elkaar overlappen en een kom rond de rest van de bloem vormen. De binnenkant van de kelkbladen is geel. De buitenkant is eerst groen, later geelgroen. De onopvallende gele kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen en vormen onderin de bloem een cirkel rond de vele meeldraden, die rond het flesvormige vruchtbeginsel staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad 

 

De bladeren onder water zijn zacht en kronkelig samengevouwen, lijken op slabladeren. Naarmate de bladeren dichter bij de oppervlakte komen gaan ze zich uitspreiden. De drijvende bladeren zijn 10 tot 30 cm groot, glanzend, leerachtig en hebben een waslaagje.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

In bloei is gele plomp niet te verwarren met een andere plant. Niet in bloei lijken de bladeren op die van witte waterlelie. Ze zijn ongeveer even groot, qua vorm zijn de bladeren van gele plomp wat smaller. Het duidelijkst zijn ze van elkaar te onderscheiden door de nervatuur. De nerven van het blad van gele plomp zijn niet onderling verbonden. Die van het blad van witte waterlelie zijn wel onderling verbonden.

 

 

witte waterlelie

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot zeer zeldzaam

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 6 cm
– stervormig
– 7 tot 24 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 10 tot 20 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig
– leerachtig

Stengel
– onder water
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen