Tagarchief: kroonbladen

Zandraket : Arabidopsis thaliana

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4 – 8 mm), witte 4-tallige bloemetjes en
– de lange, dunne, rolronde, schuin afstaande vruchten en
– het rozet van behaarde blaadjes met een grof getande rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zandraket is een eenjarige plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze is zeer algemeen voor komend in de Lage Landen. Zandraket groeit op open, droge, min of meer voedselrijke zandgrond in bermen, akkers, plantsoenen, op dijken en tussen tegels.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in april en mei met kleine witte bloemetjes. De zuiver witte bloemetjes zijn 4 tot 8 mm groot, hebben 4 kroonbladen, 4 geelgroene kelkbladen, 1 stijl en 6 meeldraden, 4 langere en 2 kortere. De bloemen staan in een tros aan het einde van de stengel en zijstengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Zandraket heeft een korte levenscyclus. De zaden kiemen in de herfst en de plant gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar groeien uit het rozet een aantal al of niet vertakte bloeiende stengels. ’s Nachts en bij regen-achtig weer buigen de bloemtrossen zich om het stuifmeel te beschermen tegen vocht.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Zandraket is een grijsgroen plantje, dat fijner en smaller oogt dan herderstasje. Naast zandraket zijn er nog 5 andere algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– wit
– april en mei
– tros
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– 1-nervig
– behaard
– rozetbladeren :
– eirond tot lancetvormig
– top stomp of afgerond
– rand grof getand
– voet versmallend in steel
– stengelbladeren :
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of grof getand
– zittend

Stengel
– rechtop
– vooral onderaan behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine maagdenpalm : Vinca minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, lichtblauwe of blauw-paarse, 5-tallige bloemen aan
– een bodem bedekkende plant en
– de in de winter groen blijvende, glanzende bladeren met kale rand

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine maagdenpalm is een wintergroene, overblijvende, bodem bedekkende plant op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en tuinen. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen en is ook te koop als tuin-plant. In Limburg vind je nog oorspronkelijk wilde exemplaren. De plant is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine maagdenpalm bloeit vanaf half april tot begin mei,  in zachte winters eerder. Ook in de overige maanden kun je haar bloeiend aantreffen, maar dan minder enthousiast. De bloemen van oorspronkelijk wilde exemplaren zijn lichtblauw, die van de tuinversie blauw-paars. Ze zijn groot en hebben 5 asymmetrische kroonbladen, waar-van de bovenste gedeelte wijd uitstaat en het onderste gedeelte buisvormig is vergroeid. Het hart van de bloem is wit. De bloemen staan op korte stelen. Per bladpaar groeit er 1 bloem in één van de twee bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn glanzend groen en blijven in de winter aan de plant zitten. De niet bloeiende stengels liggen op de grond, wortelen op de knopen en kunnen meters lang worden. De bloeiende stengels staan rechtop en wor-den tot 30 cm hoog.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bloemen van kleine maagdenpalm zijn te eten en kunnen gebruikt worden ter versiering van taarten en sala-des. In de fytotherapie kent kleine maagdenpalm vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Grote maagdenpalm lijkt veel op kleine maagdenpalm, maar ze is in alles groter en de rand van de bladeren is gewimperd. De bladrand van kleine maagdenpalm is kaal. Grote maagdenpalm komt niet voor in Nederland.

 

 

grote maagdenpalm

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– bloeistengel 15 tot 30 cm

Bloem
– lichtblauwe, blauw-paars, zelden wit
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf en kaal
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– glanzend

Stengel
– rechtop of liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone ereprijs : Veronica chamaedrys

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

IMG_9705-m.gewone ereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige hemelsblauwe bloemen in trossen
– en de stengels met beharing in 2 rijen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De gewone ereprijs is een plant van matig voedselrijke, vochtige graslanden en lichte bossen en struwelen. De soort groeit veel in bermen en op dijken. Ook kan hij in gazons voorkomen. Doordat deze zoveel gemaaid wor-den, komt hij dan niet tot bloei.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Gewone ereprijs wordt 10 tot 40 cm hoog en bloeit in april , mei en juni met hemelsblauwe, 4-tallige bloemen, die donker geaderd zijn en wit hart hebben. De kroonbladen zijn aan de buitenkant iets lichter blauw. De bloemen zijn 0,8 tot 14 mm in doorsnede en vormen ijle trossen van 10 tot 20 bloemen in de oksels van de bovenste bladeren. De donkere beadering dient als honingmerk en leidt insecten naar het binnenste van de bloem. Bij veel regenval en/of harde wind sluiten de bloemen zich en gaan ze hangen. Bloemen van een dag oud krijgen een paars-rode zweem.

 

 

ereprijsgewone-110506-012

 

 

 

Bladeren

 

De ronde, opstijgende, enigszins slappe stengels zijn behaard met twee rijen haren. Zelden zijn ze rondom behaard en als ze dat wel zijn, dan zijn er toch twee dichter behaarde lijnen aanwezig. Ze zijn bebladerd met kruisgewijs tegenoverstaand, eironde tot elliptische bladeren, die zowel aan de boven- als aan de onderkant dicht behaard zijn met korte, zachte haren. De bladeren zijn zittend (soms kort gesteeld) en hebben een gekartelde rand.

 

.

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– hemelsblauw
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 8 tot 14 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Duinreigersbek : Erodium cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

49195191.050830001b

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

1343977693-650670529

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas) Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Reigersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

.

 

Erodium cicutarium ssp dunense 8, Duinreigersbek, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met   helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Donkersporig bosviooltje : Viola reichenbachiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosviooltje-bloem

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de paarse bloemen,
– waarvan de zijdelingse kroonbladen de bovenste niet bedekken en
– de kelkbladen met spitse top en aanhangsel korter dan 1 mm en
– de donker roodpaarse spoor

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Donkersporig bosviooltje is een overblijvend plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op vochtige, kalkrijke of lemige grond in loofbossen. Ze is vrij zeldzaam in de Lage Landen. De bloeitijd is vanaf begin april tot en met begin mei, soms in september weer.

 

 

Macro opname van een groep Donkersporig bosviooltje; Close-up from a group Early Dog-violet.

Macro opname van een groep Donkersporig bosviooltje

 

 

 

Bloemen

 

De niet geurende bloemen zijn paars met een iets roodachtige tint. Naar het midden toe worden ze iets donker-der van kleur. Het onderste kroonblad heeft een donker roodpaars spoor en donkere lijntjes (honingmerk). De zijdelingse kroonbladen wijzen schuin naar beneden en raken de bovenste niet.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De kelkbladen hebben een spitse top en een aanhangsel korter dan 1 mm, dat na de bloei niet uitgroeit. Dit in tegenstelling tot de kelkaanhangsels van bleeksporig bosviooltje, waarvan de onderste na de bloei wel uitgroeien.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Donkersporig bosviooltje wordt gebruikt in de natuurgeneeskunde vanwege de slijmstoffen en vluchtige oliën die de bladeren en bloemen bevatten.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen komen 12 soorten viooltjes voor. Ze zijn te verdelen in twee groepen; de ene groep heeft schuin naar boven wijzende zijdelingse kroonbladen. Tot die groep horen akkerviooltje, zinkviooltje, driekleurig viooltje en duinviooltje. De overige viooltjes hebben schuin naar beneden wijzende zijdelingse kroonbladen.

 

 

 

 

 

 

akkerviooltje

 

 

 

zinkviooltje

 

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

duinviooltje

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 5 tot 25 cm

Bloem
– lichtpaars
– vanaf begin april t/m begin mei
– gesteeld alleenstaand
– 13 tot 15 mm
– donker roodpaars spoor
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen met spitse top
– kelkaanhangsels korter dan 1 mm
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– hartvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

154011

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 Duinviooltje : Viola curtisii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (meestal) drie verschillende kleuren kroonbladen en
– de groeiplaats; in de duinen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Duinviooltje is een overblijvend plantje van 10 tot 25 cm hoog. Ze komt algemeen voor in de duinen, vaak enigszins op verstuivende, voedselarme zandgrond. De plekken waar konijnen actief zijn hebben de voorkeur; ze doet het erg goed op konijnenmest. Komt ze buiten de duingebieden voor dan is ze aangevoerd met duinzand of je hebt een driekleurig viooltje gevonden.

Duinviooltje heeft een dunne, verticale, zich vertakkende wortelstok, waaruit meestal veel opstijgende stengels groeien. De penwortels gaan tot 1 meter diep. Bij droogte kan duinviooltje zo nog aan water komen. Tevens kan duinviooltje goed tegen vorst.

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

BLoem

 

Duinviooltje bloeit vanaf april tot in de herfst. De hoofdbloei valt in april en mei. De bloemen zijn blauw- of roodpaars met wit en lichtgeel. Soms zijn ze geheel paars, geelachtig of wittig. In de herfst zijn de bloemen vaak wat kleiner. De onderste kroonbladen zijn altijd lichter van kleur dan de bovenste. De gele vlek aan de basis van het onderste kroonblad vormt samen met de donkerpaarse streepjes het honingmerk.

De spoor reikt ongeveer 1,5 tot 3 mm verder dan de kelkbladen, duidelijk langer dan de spoor van driekleurig viooltje, dat hoogstens tot 1 mm voorbij de kelkbladen steekt.

.

 

 

 

 

Blad

De bladeren zijn donkergroen. In de winter zijn ze paars verkleurd. De bovenste zijn lancet- tot lijnlancetvormig; smal in vergelijking met die van driekleurig viooltje. De onderste bladeren zijn eirond tot rond, meestal vlezig. De steunblaadjes (de blaadjes aan de voet van de bladsteel) zijn veervormig met lange smalle eindslip.

.

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– (5) 10 tot 25 cm

Bloem
– combinatie van paars, wit en geel
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste rond of eirond
– bovenste lancet- tot lijnlancetvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of bovengronds liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Akkerhoornbloem : Cerastium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen
– met 5 stijlen en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

.

 

 

.

 

Algemeen

 

Akkerhoornbloem is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op vrij open of grazige plaatsen met droge, al of niet kalkrijke zandgrond, zoals (rivier)duinen, bermen en braakliggende grond en niet op akkers, zoals haar naam doet vermoeden.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot en met juli met zuiver witte bloemen van 1 tot 2 cm groot. Ze hebben 5 kroonbladen, die voor 1/3 ingesneden zijn. De kroonbladen zijn 2x zo lang als de behaarde kelkbladen.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

Akkerhoornbloem heeft twee soorten stengels, opstijgende bloeiende stengels en liggende op de knopen worte-lende stengels. Door middel van die liggende stengels kan de plant zich over een grote oppervlakte uitbreiden.

.

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten 

 

akkerhoornbloem : 5 kroonbladen voor 1/3 ingesneden en 5 stijlen.

gewone hoornbloem : de bloemen van gewone hoornbloem vallen veel minder op, de kroonbladen zijn ongeveer even lang als de kelkbladen.

 

.

akkerhoornbloem

 

.

 

akkerhoornbloem

 

.

 

gewone hoornbloem

.

 

 

gewone hoornbloem

.

 

Akkerhoornbloem lijkt veel op viltige hoornbloem. Viltige hoornbloem is geen inheemse plant, maar een uit tuinen verwilderde cultuurplant, die in het wild lang stand kan houden.

.

 

viltige hoornbloem

 

.

Algemeen

.

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 Gewone engelwortel : Angelica sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de witte of enigszins roze schermen bestaande 15 tot 40 bolvormige deelschermen
– de bedauwde roze tot paars-bruine, rolronde, gegroefde stengels
– en de gootvormige bladstelen van de onderste bladeren

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Gewone engelwortel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende, donkergroene, niet sterk ruikende plant van natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en lichte loofbossen. Ze wordt 90 tot 180 cm hoog. Vaak staan er vele planten bij elkaar.

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juli tot in de herfst, soms tot het begin van de winter. De bloeiwijze is een scherm van 3 tot 15 cm breed, bestaande uit 15 tot 40 ronde deelschermen met kleine witte of rozeachtige bloemetjes. De bloemetjes hebben 5 even grote kroonbladen. Onder het samengestelde scherm zitten 3 omwindselbladen, die snel afvallen. Onder elk deelscherm zitten talrijke omwindselblaadjes. De schermstralen zijn zacht behaard.

.

 

 

 

 

Blad

 

De grote bladeren zijn 2- tot 3-voudig geveerd. De deelblaadjes zijn langwerpig, scherp gezaagd. De bovenste bladeren zijn vergroeid tot een bolvormige schede rond de jonge bloeiwijze. De wortelbladeren hebben een gootvormige steel, 1 van de verschillen met grote engelwortel.

 

 

 

 

Toepassingen

 

Gewone engelwortel werd vroeger gebruikt voor het maken van een slijmoplossend middel. Ook werden de jonge stengels en bladeren gekookt in zout water en als groente gegeten.

.

 

 

 

Vergelijkbare soorten  

 

gewone engelwortel

– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel 

 

 grote engelwortel

– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

 

 

 

grote engelwortel

 

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

.

 

fluitenkruid

 

 

 

Gewone berenklauw

.

 

 

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juli tot in de herfst
– meervoudig scherm
– 2 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– bedauwd roze tot paarsbruin
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zandhoornbloem : Cerastium semidecandrum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

artikel45014-3_gewone_hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan

– de kleine, witte, 5-tallige bloemetjes, waarvan
– de kroonbladen onregelmatig getand zijn of ondiep gespleten en
– de vaak teruggeslagen vruchtstelen

 

.

zandhoorn

 

 

 

Algemeen 

 

Zandhoornbloem is een eenjarig, kleverig (door klierharen), klein plantje, dat 2 tot 15 cm hoog wordt en groeit op open, droge, voedselarme tot matig voedselrijke, al of niet kalkrijke zandgrond. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen, vooral in de duinen. Elders is ze aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Zandhoornbloem bloeit vanaf maart tot en met mei met zeer kleine, witte, 5-tallige bloemetjes. De kroonbladen zijn meestal onregelmatig 2-tandig of tot hoogstens voor 1/8 van de lengte ingesneden. Kelkbladen en schutbladen hebben een vliezige rand.

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 2 tot 15 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 7 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen

– 5, soms 4 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top meestal stomp, soms spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard en beklierd
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

.

.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

Struikhei : Calluna vulgaris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

.

Goed te herkennen aan

rijk-bloemige trossen roze tot lichtpaarse, kleine, iets knikkende bloemen aan lage, struikvormige, altijd groene planten

Struikhei groeit op vochtige tot droge, zure grond in heiden, schrale graslanden en lichte bossen.

 

.

 

 

 

Algemeen

 

Struikhei is een sterk vertakte, altijd groene, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen maar vrij zeldzaam in duingebieden. Tevens wordt ze verkocht als tuinplant, dan ook in wit.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Struikhei bloeit vanaf juli tot in de herfst. De iets knikkende, roze tot lichtpaarse bloemen staan in een (meestal) eenzijdige tros, elke bloem aan het einde van een korte steel. De kroon- en kelkbladen hebben nagenoeg dezelfde kleur. De kelk wordt gevormd door de 4 buitenste bladen; de kroon door de 4 binnenste. De kroonbladen zijn smaller en korter dan de kelkbladen.

De binnenste bladen regelen het opengaan van de bloem. Zij zwellen aan de onderkant op en drukken zo de buitenste bladen naar buiten. Dat gebeurt op een zodanige manier dat de bovenkant van de bloem wat afgesloten is en zo een dakje vormt ter bescherming van het stuifmeel en de onderkant van de bloem meer open is, waardoor insecten een betere toegang hebben tot de nectar en zo de bestuiving tot stand brengen.

 

.

 

 

 

Blad

 

De kleine bladeren zijn mooi helder groen, staan in 4 rijen langs de stengel en bedekken elkaar dakpansgewijs. Elk blaadje eindigt aan de voet in 2 priemvormige oortjes.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Thee van gedroogde bladeren en bloemen heeft een mild urine-drijvende werking en werkt ontsmettend, samen-trekkend en kalmerend op de urinewegen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– heifamilie (Ericaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook als tuinplant
– 30 tot 100 cm

Bloem
– roze, lichtpaars
– vanaf juli tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– in 4 rijen
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– geoorde voet
– 1-nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– oudere takken verhout

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.