Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Psalm 95 • Come let us worship and bow down
.
Psalmen 95 . Laat ons aanbidden en ons neerbuigen
.
Paul LeBoutillier
.




.






.
.
.
Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
.
.
.
.
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
.
.
.
.
.
Vergeleken met de voorstellingen in Scivias zijn deze beelden in Liber Divinorum Operum geheimzinnig en gesloten. Ook met de uitlegging erbij zijn zij moeilijk te begrijpen. Men moet steeds bedenken, dat het gaat over de incarnatie van het Woord, de Levensbron. Deze overweldigende openbaring, die aan het begin van Hildegards derde visioenboek stond, loopt als een mystieke draad door alle visioenbeelden heen.
In het volgende visioenbeeld verschijnt in het zuiden een bron met een doorboorde stenen rand, waaruit waterstroompjes in de ommuurde stad lopen. Dit verzinnebeeldt de Bron des Levens, het levende Woord. In de bron staan twee vrouwengestalten, die zich bekend maken als Liefde en Deemoed. Een derde gestalte, de Vrede, staat op de rand van de bron. Dit visioenbeeld kondigt aan dat de gebouwde stad van heil op de aarde gedrenkt wordt door de Levensbron Christus. Dan zal zij worden opgenomen in het hemelse Jeruzalem. Maar eerst komt nog de Eindtijd.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Pasteltekening van John Astria


Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.
Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.
.
.
.
De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men tegenwoordig de term vigilie (“wake”).
De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.
De priem is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.
De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.
De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.
De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.
Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:
De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.
De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.
Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.
.
.

Maria en de Rozenkrans
Repetitieve gebeden en gebedssnoeren hebben voorchristelijke wortels. In het christendom gebruikten de woestijnvaders in de derde eeuw al geknoopte gebedstouwen bij het Jezusgebed. Dat bestaat uit de herhaling van één gebedszin: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar (of variaties daarvan).
Het bidden van 150 Onze Vaders (in het Latijn Pater noster) en later weesgegroetjes ontstond waarschijnlijk in de abdijen. Monniken die geen Latijn kenden, hadden zo een alternatief voor het psalmgebed. De vader van het kloosterleven, Benedictus (480-547), schreef in zijn regel voor dat monniken wekelijks de 150 psalmen zouden bidden of zingen. Zo rond de 10e eeuw sprak men dan ook van het psalmengebed ter ere van Maria.
De praktijk om te mediteren over het leven van Jezus tijdens de rozenkrans wordt toegeschreven aan de kartuizermonnik Dominicus van Pruisen (1382–1461).
De eerste historische aanwijzingen voor de moderne rozenkrans dateren van ca. 1460. Toen begon de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, 1428-1475) geïnspireerd door een visioen de rozenkrans te promoten in de vorm van 15 tientjes van telkens één Onze Vader en 10 weesgegroeten. Volgens Alanus werd de rozenkrans aan de Kerk geschonken door de stichter van de dominicanenorde Sint Dominicus (1170-1221). Maar daar zijn geen historische bronnen voor.
Zeker is dat paus Pius V (een dominicaan) in zijn bul Consueverunt Romani Pontifices van 1569 de rozenkrans goedkeurde en zijn vaste vorm gaf. Sindsdien hebben veel pausen de rozenkrans aanbevolen.
De vorm van de rozenkrans bleef onveranderd tot 2002. Toen voegde paus Johannes Paulus II 5 mysteries van het licht toe over het openbare leven van Jezus. De apostolische brief waarin hij dat deed, Rosarium Virginis Mariae, is een boeiend (maar niet zo makkelijk leesbaar) document voor wie zich in de spiritualiteit van de rozenkrans wil verdiepen.
De vroegere paus wilde het verval omkeren waarin de rozenkrans was beland in de jaren 1970-85 vooral door het wegglijden van de aandacht van de mysteries van de rozenkrans. Daarom benadrukt hij ook de contemplatieve en meditatieve dimensie van het rozenkransgebed. Het gaat om de relatie met Jezus, naar het voorbeeld van Maria en met haar hulp.


Kyaniet of distheen is een blauw, grijs, wit, groen of zwart mineraal, het heeft een perfecte splijting volgens het kristalvlak [100], een witte streepkleur en een glas- tot parelglans. Het kristalstelsel is triklien, de gemiddelde dichtheid is 3,61 en de hardheid is 4 tot 7. Kyaniet is noch magnetisch, noch radioactief. Het is een hele kwetsbare steen.
.
.
Kyaniet is vernoemd naar het Griekse woord kyanos = blauw. Distheen komt van de Griekse woorden di = twee en stenos = kracht.
.
.
Kyaniet wordt momenteel nog gewonnen in o.a. de Verenigde Staten, Brazilië, Zwitserland en Frankrijk.
samenstelling: Al2SiO4
hardheid: 5-7
dichtheid: 3,6-3,7

| Kyaniet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | Al2SiO5 | |
| Kleur | Blauw, wit, grijs, groen of zwart | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 4 – 7 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,61 kg/dm3 | |
| Glans | Parelglans | |
| Opaciteit | Doorzichtig of doorschijnend | |
| Breuk | Splinterig | |
| Splijting | Perfect, [100] | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Triklien | |
| Dispersie | 0,020 | |
| Luminescentie | Niet-fluorescerend | |
| Pleochroïsme | Kleurloos tot blauw | |
| Overige eigenschappen | ||
| Vergelijkbare mineralen | Andalusiet, sillimaniet | |
| Bijzondere kenmerken | Zelden kattenoog effect | |



