Tagarchief: oranje

Bleekgele droogbloem : Gnaphalium luteo-album

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte viltige beharing van bladeren en stengels en
– de gele tot oranje bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bleekgele droogbloem is een een- of tweejarige plant van 5 tot 30 (50) cm hoog die vrij algemeen voorkomend is.  Ze groeit op open, vochtige tot natte, kalk- en/of voedselrijke zandgrond, vooral in duinvalleien, op zandplaten en in afgravingen, ook op stenige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bleekgele droogbloem bloeit vanaf juli tot en met oktober met bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan aan het einde van de hoofd- en zijstengels. De hoofdjes bestaan enkel uit gele tot oranje buisbloemen, ze hebben geen straalbloemen. Het omwindsel bestaat uit witte of gelige, droogvliezige, glanzende omwindselbladen. Dat maakt de plant aantrekkelijk in gedroogde vorm.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Bladeren en stengels zijn wit viltig behaard, wat de plant beschermd tegen uitdroging door de zon. De onderste bladeren staan dicht op elkaar (het lijkt daardoor een rozet), zijn spatelvormig en hebben een stompe top. De bovenste bladeren staan verder uit elkaar, zijn lancetvormig en hebben een spitse top. Ze hebben allemaal een iets omgerolde rand.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosdroogbloem : kluwens in alle bladoksels, stengel en onderkant bladeren wit viltig.

 

 

 

 

 

moerasdroogbloem : minder viltig dan bleekgele droogbloem, omwindsel bruin of geelachtig, kluwens omgeven door bladeren, die minstens 4x langer zijn dan de kluwens.

 

 

 

 

 

 

bleekgele droogbloem : dicht witte viltige beharing, ook bovenkant van de bladeren, omwindsel wit tot gelig, kluwens van volledig uitgegroeide bloeistengels omgeven door hooguit 2 kleine blaadjes.

 

dwergviltkruid : en andere viltkruiden zijn evenals de droogbloemen viltig behaard, alleen hebben ze veel kleinere bladeren.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig of tweejarig
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 5 tot 30 (50) cm

Bloem
– geel, oranjeachtig
– juli t/m oktober
– hoofdjes in kluwens
– buisvormig
– 5 mm
– omwindsel droogvliezig

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– spatelvormig
– top stomp
– bovenste :
– lancetvormigvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet half stengelomvattend
– 1 nervig
– viltig behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– viltig behaard
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oranje havikskruid : Hieracium aurantiacum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje bloemhoofdjes op lang behaarde stelen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje havikskruid is een overblijvende plant, vrij algemeen voorkomend. Ze groeit op droge tot vrij vochtige, grazige plaatsen en wordt 30 tot 60 cm hoog. Ze vormt onder- en bovengrondse uitlopers en op voedzame grond kan ze erg woekeren. Ze komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Midden-, Oost- en Noord-Europa. Als sierplant ingevoerd is ze vanuit tuinen verwilderd en inmiddels ingeburgerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

In juni en juli bloeit oranje havikskruid met oranje bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. Degene aan de rand zijn oranje, meer naar het hart toe zijn ze oranje/geel. De onderkant van de buitenste lintbloemen is rood.

De knoppen staan met 2 tot 10 dicht bij elkaar. Als de eerste gaat bloeien staan de knoppen van de andere eronder. Zodra er meerdere gaan bloeien verlengen de bloemstelen zich iets en vormen de bloemhoofdjes een schermvormige bloeiwijze.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Oranje havikskruid vormt rozetten van langwerpige tot lancetvormige bladeren, die aan beide kanten bezet zijn met lange witte haren. De stengel en omwindselblaadjes hebben naast lange afstaande witte haren ook korte zwarte klierharen en nog kortere witte sterharen. Aan de stengel zitten 1 of 2 stengelbladeren, die dezelfde vorm hebben als de rozetbladeren, alleen kleiner.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– oranje lintbloemen
– juni en juli
– hoofdje
– 15 tot 25 mm

Blad
– rozet of verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klieren

-rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Agaat

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Agaat is een grotendeels fijnkristallijne doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van kwarts en een subva-riëteit van chalcedoon. De chemische structuur van agaat is identiek aan jaspis, vuursteen, hoornkiezel en agaat wordt vaak samen met opaal gevonden. Agaat bestaat vooral uit vervlochten kristallen kwarts en moganiet (beide kwarts, maar met een andere kristalstructuur, respectievelijk trigonaal en monoklien). Een agaat heeft vaak een parallelle bandering (of concentrische dunne lijnen).

In het algemeen zijn agaten samengesteld uit chalcedoon (een zeer fijnvezelige vorm van kwarts), soms in com-binatie met één of meer grofkristallijne varianten van kwarts, zoals amethist, rookkwarts, gecombineerd met car-neool en/of jaspis. Ook komen de mineralen calciet (calciumcarbonaat) en celadoniet (een bleekgroen mineraal behorend tot de chlorietgroep) voor.

Karakteristiek voor agaten is de groene buitenkant, ook wel huid genoemd, rond de binnenste blaas. Die minerale huid bestaat uit één of meer silicaatmineralen, zoals celadoniet, chloriet en saponiet. Agaten worden gevormd in gesteente waarin zich blazen, scheuren of spleten bevinden, zoals in het vulkanisch gesteente andesiet en in ba-salt. De in scheuren of spleten gevormde agaat wordt aderagaat of nerf-agaat genoemd. Agaten komen ook voor in sedimentgesteenten of afzettingsgesteenten en – eenmaal losgemaakt uit de matrix – als zwerfsteen.

Sommige agaten tonen een structuur alsof materiaal naar buiten is geperst, via een kanaal of een ontsnappings-tuit. Hoe exact agaten worden gevormd is nog steeds een raadsel. Mogelijk ontstaan agaten uit zeer dicht gelei-achtig silicaat in een afgesloten kleine ruimte, onder hoge druk. De kleurrijke, gestreepte exemplaren worden ge-bruikt als halfedelsteen. De naam agaat komt van het Griekse Ἀχάτης, Achatès, de naam van de huidige rivier de Dirillo in het zuiden van Sicilië, waar agaten en andere chalcedonen gevonden werden. Agaat wordt wel gebruikt om bladgoud bij boekversiering te polijsten.

 

 

agaat-1

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaatsen

 

Agaatverbindingen vormen zich als oplossing van kiezelzuur in holten in oudere rotsen. De stenen kunnen kunst-matig worden bevlekt om kleurcombinaties te verkrijgen die levendiger zijn dan die gevonden worden in de na-tuur. De belangrijke bronnen van agaat zijn Brazilië, Uruguay en de Verenigde Staten (Oregon, Washington en rond het Bovenmeer). Dichter bij Nederland en België wordt ook agaat gevonden in de Hunsrück in Duitsland, en in Auvernge in Frankrijk. In het grind dat door de Rijn is meegevoerd, komt ook een enkele keer agaat voor.

 

 

 

.

Chemische samenstelling

 

Agaat is kwarts met ingesloten ijzer, aluminium, mangaan en soms andere elementen. Zuivere kwarts is helder wit of kleurloos transparant. Agaat vertoont vooral aardkleuren, zoals rood, bruin, oranje en geel. Deze worden ver-oorzaakt door ijzer en soms mangaan. Groene en blauwe kleuren worden veroorzaakt door koper of nikkel en soms aluminium. Zwart komt door ingesloten koolstof. De agaat die uit Zuid-Amerika wordt geïmporteerd, heeft minder levendige kleuren dan de Duitse agaat. Om die reden wordt deze agaat vaak kunstmatig gekleurd. Van-wege het ingesloten water behoort agaat ook tot de chalcedoonfamilie. Agaat bevat soms andere leden van de kwartsfamilie, zoals bergkristal, opaal of carneool.

 

 

 

Samenstelling: SiO2 + Al, C, Ca, Cu, Fe, Mg, Mn + (MnO2, nH2O)
Hardheid: 6 – 7
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal

 

 

agaat

Mineraal
Chemische formule SiO2 + Al, Ca, Fe, Mn
Kleur agaten zijn altijd meerkleurig met overwegend grijze, grijsblauwe en witte tinten, witgrijs, groen, rood en zwart
Streepkleur geen
Hardheid 6-7 Mohs
Gemiddelde dichtheid 2,6 kg/dm3
Glans glasglans, mat, zijdeglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk ruw, schelpvormig
Splijting geen
Kristaloptiek
Brekingsindices Ne 1,539-1,544, No 1,526-1,535
Dubbele breking 0,004 – 0,009
Luminescentie soms zwak tot felgeel, groenachtig, lichtblauw, wit
Overige eigenschappen
Veredeling kleuren, verhitten
Bijzondere kenmerken iriseren

 

 

 

 

 

 

 

 

typen agaat 

 

 

boomagaat

 

 

 

 

 

 

Botswana agaat

 

 

 

 

.

vuuragaat

 

 

 

 

 

witte agaat

 

 

 

 

 

 

fire crackle agaat

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

De agaat wordt al meer dan 8000 jaar gebruikt. De naam agaat is gegeven door Theophrastus (371-287 v.Chr.), een Griekse filosoof en schrijver. In zijn tijd werden kleurrijke agaten gevonden langs de rivier Achates op Sicilië. Tegenwoordig heet deze rivier Dirillo en worden er weinig agaten meer gevonden. De Oude Egyptenaren heb-ben rolzegels, scarabeeën en kralen van agaat gemaakt.

Op Kreta zijn rolzegels van agaat uit het Minoïsche tijdperk (ca 2200 v.Chr.- 1700 v.Chr.) gevonden, met teksten in lineair A, het oudste Europese alfabet. De Oude Grieken maakten prachtige cameeën en intaglio’s, waarbij be-wust gebruik werd gemaakt van de verschillende kleurlagen van de agaat. Bij de camee werd de achtergrond om een onderwerp weggeslepen tot de onderliggende laag, zodat het onderwerp er fraai uitsprong. Bij de intaglio werd het onderwerp diep in de steen uitgekrast, zodat de onderliggende kleurlaag bloot kwam te liggen.

Uit de Romeinse tijd stammen prachtige zegelringen, cameeën en andere sier- en gebruiksvoorwerpen van a-gaat. De Romeinen gebruikten agaat als talisman tegen vergiftigingen door slangenbeten en (moedwillige) voed-selvergiftiging. Men onthulde vergiftiging door een hanger of ring van agaat in een beker drinken te dopen; bij contact met gifstoffen zou de steen verkleuren. De Romeinen dachten dat het dragen van agaat oogklachten kon verminderen en voorkomen. Ook dachten ze dat onweer en blikseminslag voorkomen kon worden door sieraden van agaat in huis te hebben. Romeinse en Griekse lijders aan epilepsie gebruikten agaat ter voorkoming van epileptische aanvallen.

Toen het Romeinse Rijk aan het eind van de vijfde eeuw ten einde liep, werd Perzië het middelpunt van hoog-ontwikkelde edelsteen-snijkunst. De Perzen gebruikten veelvuldig agaten. Men ontdekte hoe de kleur van agaten en andere stenen veranderd kon worden door ze te verhitten, al dan niet in combinatie met andere stoffen. In de Middeleeuwen dacht men dat je door agaat te dragen het weer gunstig kon beïnvloeden; regen en onweer zou-den afgewend worden, en een overvloedige oogst zou zo gewaarborgd zijn. Ook meende men dat mannen met sieraden van agaat seksueel zeer aantrekkelijk zouden zijn voor dames.

Men meende in de banden van de agaat heiligen en andere figuren te herkennen. Hieraan werd allerlei betekenis toegeschreven. In de vroegchristelijke tekst Physiologus (onderdeel van een manuscript uit de 9e eeuw) staat dat parelvissers een agaat aan een touw over boord gooien. De agaat trekt naar de parel en zo zouden ze meer pa-rels kunnen vinden. De parel wordt vergeleken met Jezus Christus, en de agaat met de Heilige Johannes. Jezus Christus en Johannes waren vrienden. De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) beval agaat aan als middel tegen geestesziektes, oogklachten, angina pectoris, miltsteken, maagklachten, koortsaanvallen en runder-pest.

Vanaf de 16e eeuw werd in Duitsland, en met name in Idar-Oberstein, agaat van edelsteenkwaliteit gevonden. De agaatmijnen in Duitsland zijn inmiddels uitgeput, maar Idar-Oberstein heeft nog steeds een reputatie op het gebied van de verwerking van agaat. Alleen wordt de agaat sinds de 18e eeuw geïmporteerd uit Zuid-Amerika, met name uit Brazilië. Je kunt nog steeds bij Idar-Oberstein langs de zogenaamde ‘Edelsteinstrasse’ agaatmijnen, stenenslijperijen en edelstenenwinkels bezoeken. De natuuronderzoeker en arts Adam Lonitzer (1528-1586) uit Marburg (Duitsland) beschrijft hoe de bont geaderde agaat zeer gevarieerde dromen kan schenken.

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Agaat maakt rationeel, minder emotioneel. Het helpt bij het verwerken van verdriet. Agaat bevordert de innerlijke groei en de ontwikkeling van spiritualiteit.
* Agaat maakt gefocust en geeft welsprekendheid.
* Agaat geeft een gevoel van geborgenheid, harmonie en ingetogenheid. Het versterkt het contact met Moeder Aarde
* Agaat reinigt de aura van negatieve energieën.
* Het dragen van een witte agaat versterkt de intuïtie.
* Agaat beschermt. Angsten en fobieën worden minder met het dragen van agaat. Vooral roze agaat helpt. Let op de tekening van je agaat: stenen met regelmatige bandpatronen werken kalmerend. Agaten met grillige lijnen kunnen helpen vastgeroeste patronen te doorbreken. Agaten met bergkristal in hun kern geven fantasie en kunnen helpen bij concentratieproblemen.
* Chaos en wanorde worden te overzien en beheersbaar met mosagaat.

 

 

200px-Agate1_hg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agaat-roze

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

266px-Agate

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

review en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Septarie

Standaard

categorie :  sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van septarie

 

Septarie of septarien is de naam van een concretie (samengroeisel) van een paar centimeter tot meer dan een meter groot. Vaak doet de vorm denken aan een Edammer kaas of een plat rond brood. Septarie bestaat uit meerdere mineralen. Septarie ontstaat als knolvormige samenklitting in kalkhoudende modder. De buitenkant is verhard terwijl het binnenste nog zacht is. Als de modder indroogt, ontstaan er krimpscheuren in zowel de knol als de omringende modder. Deze scheuren vullen zich met ander materiaal, vaak calciet of gips. Maar de septarie kan ook pyriet, siederiet, markasiet of chalcopyriet bevatten.

Door de krimpscheuren ontstaan verschillend gekleurde vakken. Deze zijn van elkaar gescheiden door donkere scheidingsranden die gevuld zijn met organisch materiaal, blaadjes, humus. Sommige stukken septarie bevatten zelfs fossielen. De septarie wordt meestal als bol of plak aangeboden omdat hij zo decoratief is. De bollen verto-nen meestal donkerbruine tot zwarte randen rondom mooie oranje en bruine vlakken. Sommige stukken septarie doen denken aan Tiffany en glas in lood.

De foto’s op deze pagina tonen vooral septarie uit Madagaskar. Deze septarie is ouder en meer ingeklonken dan bijvoorbeeld septarie uit Nederland. Dat maakt deze septarie goed bewerkbaar. Minder oude septarie verkruimelt snel. Septarie uit Madagaskar is bovendien zeer kleurrijk. In België en Frankrijk wordt septarie die aan een kant geslepen is (de andere kant is ruw) wilde septarie genoemd. Een handelsnaam dus. Andere handelsnamen voor de septarie zijn drakensteen, schildpaddensteen en torrensteen.

Edelsteentherapeuten gebruiken septarie graag bij vergeetachtigheid, concentratiestoornissen en de ziekte van Alzheimer. Septarie ondersteunt allerlei therapieën op natuurlijke wijze. Het gesteente helpt bij het loslaten van alles wat ingekapseld is. Zet daartoe een septariebol in de praktijkruimte.

 

 

plak septarie

 

 

 

septarie bol

 

 

 

Herkomst van de naam

 

Septarie (meervoud septariën of septaria) is afgeleid van Latijn septa, het meervoud van septum (‘hek, tussen-schot’). Deze betekenis verwijst naar de duidelijk afgescheiden vlakken van verschillend materiaal. Ook de naam drakensteen (dragonstone) verwijst naar het uiterlijk. Een septarie kan doen denken aan een drakenei of een stukje drakenvel. Iets vergelijkbaars geldt voor de namen schildpaddensteen (turtlestone) en torrensteen (beetlestone). Deze drie namen kun je overigens beter vermijden. Het zijn handelsnamen die soms ook voor an-dere stenen gebruikt worden. Drakensteen bijvoorbeeld is ook een andere naam voor cinnaber.

 

 

septarie handstenen

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Septariën worden in noordwestelijk Europa gevonden in zogenaamde septariënklei. Dit zijn kleisoorten uit van ongeveer 30 miljoen jaar oud (het Midden-Oligoceen). In Madagaskar wordt septarie gevonden die nog veel ouder is. Deze septarie is ongeveer 145-200 miljoen jaar geleden (de Jura) ontstaan. In Nederland wordt dit soort klei gevonden in Twente en in de Achterhoek. Bij Winterswijk (groeve De Vlijt) kun je septariën vlak aan de op-pervlakte vinden. In België wordt dergelijke oeroude klei gevonden bij Boom, de zogenoemde Boomse klei.

De septariën in de Boomse klei werden vanaf 1796 vermalen en gemengd met kalk tot zogenaamd Romeins cement. Het resultaat was een snelhardend cement. De Romeinen hadden deze techniek reeds gebruikt. De Romeinse resten waarin cementachtige materialen zijn gebruikt, staan daarom nog steeds, soms verrassend gaaf na al die jaren. De techniek werd in de tweede helft van de 18e eeuw herontdekt.

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd het Romeins cement geproduceerd in Niel en Doornik. Bij het Bel-gische plaatsje Mol in provincie Antwerpen is een ondergronds laboratorium aangelegd in de Boomse klei om de doorlatendheid van de klei te testen. Men wil graag weten of het in de toekomst mogelijk is radioactief afval in de Boomse klei op te slaan. Klei is namelijk zeer slecht doorlatend. De septarie is nog niet zo lang bekend als heel-steen. Het is al wel vrij lang een geliefd verzamelobject voor de stenenliefhebber.

 

 

Winterwijkse septarie

 

 

 

Spiritueel

 

* Septarie geeft je het gevoel dat je mag zijn zoals je bent. Traumatische ervaringen uit je jeugd worden op zachte wijze aan het licht gebracht, zodat je ze kunt verwerken. De septarie heelt je geestelijke wonden.

* Septarie is heel geschikt voor kinderen. Het heelt ook je Innerlijk Kind.
* Septarie maakt zelfbewust, geeft zelfvertrouwen en maakt je actiever. Het maakt je toegankelijker voor je medemens.
* Septarie helpt je standvastig en kalm te blijven in moeilijke en emotioneel geladen situaties, zoals ruzies, ergernissen en frustratie. Mensen met een grote ingehouden woede of veel onderdrukte frustraties kunnen met septarie hun emoties in goede banen leiden.
* Septarie zet verbittering en teleurstelling om in hoop en vertrouwen. Hevige angsten verdwijnen, veranderen in kalmte. Ook andere heftige emoties (woede, jaloezie, somberheid) worden omgezet in positieve energie.

 

 

septarie hanger

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Het materiaal in de krimpscheuren is vaak calciumcarbonaathoudend. Septarie is vaak zwavelhoudend.

 

Samenstelling: Al4[(OH)8/Si4O10].nH2O + Ca, Fe, Mg (de klei) en CaCO3 + Fe, Mg (de calciet). Soms met FeS2 (pyriet of markasiet), Fe2CO3 + Ca (siederiet), CuFeS2 (chalcopyriet)
Hardheid: 3 (het moedergesteente uit klei: 2)
Glans: deels mat (de versteende klei), deels glasglans (de calciet)
Transparantie: deels ondoorzichtig (de klei),
deels doorschijnend (de calciet)
Breuk: ongelijkmatig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,6 – 2,7
Kristalstelsel: monoklien/triklien (de klei), trigonaal (de calciet)

 

 

septarie bollen

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

De Carneool

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van carneool

 

Carneool is een doorzichtige kwartssoort die meerdere tinten kan hebben, van geel tot oranje tot bruin. Eenkleu-rige carneool is moeilijk te vinden. Zie je steentjes van een paar centimeter of groter met één kleur, dan is de kans groot dat het gaat om geverfde of gebrande chalcedoon.

 

 

carneool

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Carneool werd bij de Oude Egyptenaren (vanaf ongeveer 3300 v.Chr.) zeer gewaardeerd en gebruikt als be-schermsteen en als helende steen, een steen die zou helpen tegen bloedarmoede en hevig bloedende wonden zou stelpen. Door het warme Egyptische klimaat werd carneool vaak erg rood, waardoor hij nog meer met bloed werd geassocieerd. Men noemde carneool ‘Bloed van Isis’. Isis is de Egyptische godin van vruchtbaarheid, leven en de dood. Zij heeft een gordel van carneool. Kleine amuletten van carneool, meegegeven aan de doden, zouden helpen om de ziel van de dode veilig te laten reizen naar het dodenrijk.

In het Oude Mesopotamië (ongeveer gelijktijdig met het Oude Egypte) werd carneool gebruikt als helende steen bij klachten aan bloed en spieren, en bij ontstekingen. Carneool was geliefd in zegelringen of zegelrollen, omdat was gemakkelijk loslaat van deze steen. Er zijn vele zegelringen en zegelrollen teruggevonden, in zowel Egypte en Mesopotamië als het Oude Griekenland en het Romeinse Rijk. Op de foto links een schitterende intaglio met carneool uit de 1ste eeuw v. Chr.

De Oude Grieken en Romeinen hielden erg van ringen met carneool. Ze verwerkten liefst de wit-oranje en wit-bruine exemplaren – dat is carneool die overgaat in zuiver kwarts – tot fraaie cameeën (steen met verhoogde afbeelding) en intaglio’s (steen met verzonken afbeelding). Een sieraad of zegelring met carneool zou bescher-men tegen pech en ongelukken. De vrouwen vlochten carneolen kralen in hun haar of droegen haarbanden met carneool. Rode stenen zoals carneool zouden goed helpen bij bloedende wonden en ontstekingen. Men zag rode carneool als zinnebeeld voor de helende en verwarmende werking van de zon. De verschillende tinten carneool werden geïmporteerd uit Mesopotamië, Sri Lanka en India.

In het islamitische Midden-Oosten werden gebeden vanouds in carneool gegraveerd; dat zou een krachtige be-scherming bieden tegen elk mogelijk onheil. Al eeuwen gebruiken boeddhistische monniken in Tibet carneool als helende steen tegen hoofdpijn. De Duitse mystica Hildegard van Bingen (1098-1179) maakte de carneool bekend in Europa. Ze gebruikte trouwens de naam sarder. In de Middeleeuwen gebruikten Europeanen de steen niet al-leen als amulet tegen onheil en ongelukken. Ze gebruikten carneool ook als helende steen bij hoofdpijnen en neusbloedingen, en om het bloeden van gapende wonden te stelpen.

In de 18e eeuw meende men dat een man die een ring met carneool droeg, onweerstaanbaar zou zijn voor vrouwen. De oranjerode variant van carneool is het bekendst. De naam sarder wordt wel gebruikt voor de wat minder doorzichtige, bruinere variant van carneool. De steen wordt ook wel kornalijn genoemd, naar de bruinrode Kornoelje kers. Andere namen zijn bloedagaat en vleesagaat. Een handelsnaam voor oranjerode carneool is sardoliet.

Carneool is een geliefde sier- en heelsteen. Er worden cabochons, kralen en fraaie hangers van gemaakt.
Carneool (vooral de oranje) is een opwekkende en vrolijk makende steen. De vermoeiden krijgen meer energie met carneool. De steen maakt pragmatisch en praktisch, en is goed voor mensen met concentratieproblemen.

 

 

carneool

 

 

 

 

 

 

ruw

 

 

 

Spiritueel

 

* Carneool heelt de aura. Stress kan gaten slaan in de aura, maar carneool lost stress en problemen op.
* Carneool maakt kalm, doelbewust en pragmatisch. Eenmaal iets begonnen, wordt afgemaakt en tot een goed einde gebracht.
* Je voelt je dankzij carneool onderdeel van een groter geheel en verantwoordelijk voor de gemeenschap. Idealisme en goede doelen worden heel normaal.
* Carneool helpt je leven en dood te accepteren zoals die komen. Carneool laat je angst voor de dood verdwijnen.
* De rode carneool geeft energie, maakt actief, flexibel en verdraagzaam.
* De oranje carneool geeft – nog sterker dan de andere tinten carneool – levensvreugde en plezier, maakt luchtiger en vrolijk, geeft een gevoel van eigenwaarde.
* De gele carneool heeft de sterkste werking op familiebanden en het gevoel bij elkaar te horen.

 

 

carnelian

 

 

 

 

 

ruw

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Carneool kan verschillende kleuren hebben: geel, oranjerood, donkerrood, bruinrood, donkerbruin. De verschil-lende kleuren zijn afhankelijk van de temperatuur waaronder de steen ontstaat en hoeveelheid ingesloten water. De pure carneool is een geel tot oranje kwarts die water bevat (hydroxide), en die ontstaat bij lagere temperatu-ren. Bij hogere temperaturen verdwijnt het water en wordt de kleur roodbruin tot bruin (oxide), Dit proces van vochtverlies (door verhitting) kan natuurlijk ook kunstmatig een hydroxide in een oxide veranderen. De kleur varieert afhankelijk van de oxidatietoestand van het ijzer.

Vaak toont de steen ook witte lijnen of vlakken. Op die plekken gaat carneool over in zuivere kwarts (chalcedoon). Soms bevat carneool ook zwarte vlekken. Dat is onyx, kwarts met ingesloten koolstof. De steen is duidelijk ver-want met agaat; houd je carneool tegen het licht, dan zie je vaak de randen en banden die zo kenmerkend zijn voor agaat.

 

 

 

Samenstelling: Ca SiO2 + (Fe, O, OH) + Fe2+ (geel), SiO2 + (Fe, O, OH) + Fe3+ (oranje, rood tot bruin)
Hardheid: 7
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Hessoniet ; oranje grossulaar

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Algemene informatie

.

Granaat kan rood, bruin, oranje, groen en zwart van kleur zijn. Grossulaar is een een groene of oranjebruine variëteit, uvaroviet is een groen met zwarte soort, melaniet is een zwarte granaat en almandien is een roodbruin tot zwarte variëteit. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. De bruinoranje variëteit van grossulaar heet hessoniet, de smaragd groene variant tsavoriet. Het mineraal grossulaar of grossulariet is een calciumaluminiumsilicaat met de chemische formule Ca3Al2(SiO4)3. Het nesosilicaat behoort tot de granaatgroep.

 

 

uvaroviet – ruw

 

 

.

 

uvaroviet trommelsteen

 

 

 

 

melaniet ruw

 

 

 

 

melaniet trommelsteen

 

 

 

 

almandien ruw

 

 

 

 

hessoniet trommelsteen

 

 

 

 

tsavoriet ruw

 

 

 

 

tsavoriet gepolijst

 

 

 

Eigenschappen

.

Het kleurloze, groene, grijze, gele of bruine grossulaar heeft een glasglans, een bruinwitte streepkleur en de splijting  van het mineraal is onduidelijk volgens een onbekend kristalvlak. De gemiddelde dichtheid  is 3,57 en de hardheid is 6,5 tot 7,5. Het kristalstelsel is isometrisch en grossulaar is niet radioactief.

 

 

grossulaar

 

 

 

Naamgeving

 

De naam van het mineraal grossulaar is afgeleid van het Latijnse grossularia, dat “kruisbes” betekent.

 

 

 

 

hessoniet

 

.

 

Voorkomen

 

Grossulaar is een granaat en komt als zodanig voor in sterk gemetamorfoseerde gesteenten. De typelocatie is gelegen op het eiland Mull in Schotland. Het wordt ook gevonden in de Val d’Aosta, Italië, in de Jeffrey mijn, Quebec, Canada en in de Sierra de la Cruz, Mexico.

 

.

 

grossulaar

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: X3Y2(SiO4)3′, waarbij X en Y verschillende metalen zijn

hardheid: 6,5-7,5

dichtheid: 3,5-4,5

 

 

hessoniet trommelsteen

 

.

 

 

hessoniet gepolijst

 

.

 

 

 

.

 

Haliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Het mineraal haliet is  ontstaan door indamping van (zee)water. In de loop der eeuwen is de neergeslagen zoutlaag ineengeperst tot een dik pak steen. Haliet wordt daarom ook wel steenzout genoemd. Het mineraal kan ook ontstaan als korstachtige neerslag van zeewater.

 

.

Algemeen

 

Haliet bestaat uit zout plus veel extra mineralen en sporenelementen. Het is goed in water oplosbaar en je kunt het prima als smaakmaker in de keuken gebruiken. Normaal keukenzout bestaat uit zuiver zout. Haliet zonder ingesloten stoffen – erg zeldzaam – is kleurloos of wit. Door die ingesloten stoffen kan haliet allerlei kleuren hebben: lichtgrijs, geel, oranje, roze, rood, roodbruin, bruin, blauw, zwart.

Nederland kent zijn eigen haliet soorten. Deze worden door Akzo Nobel gewonnen bij Boekelo en Hengelo. De ondergrondse haliet wordt in heet water opgelost, opgepompt en verder verwerkt. Een bijzondere soort haliet is Himalayazout. Dit is ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan, en is het oudste zout ter wereld. Het een na oudste zout is Dode Zeezout. Dat is ongeveer 450 miljoen jaar geleden ontstaan.

 

Himalayazout wordt in het Himalayagebergte gevonden. Na winning wordt het gewassen in water waarin steenzout is opgelost. Daardoor blijven alle mineralen en sporenelementen behouden. Van alle soorten zout bevelen wij Himalayazout aan, omdat dit het minst verontreinigd is en de meeste mineralen bevat.

Himalayazout en andere steenzouten kun je op veel manieren gebruiken, bijvoorbeeld als geneesmiddel, als schoonheidsmiddel en als verzamelobject. Haliet heeft een zuiverende, beschermende werking. Het helpt ongewenste gewoonten en vastgeroeste patronen te doorbreken. Blokkades kunnen letterlijk ‘oplossen’ dankzij meditatie met een brok haliet of een positieve gedachte (affirmatie) op een papiertje onder een brok haliet.

 

 

$_84

 

 

 

 

haliet-brok

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Het gebruik van haliet is al eeuwen oud. Reeds 3000 v. Chr. (in de Bronstijd) werd steenzout gewonnen in zoutmijnen.De rustgevende en helende werking van zout water op huidklachten was al 2000 v. Chr. bekend. In bijbelse tijden werd de Dode Zee al gebruikt als kuuroord. Aan de westkant van de Dode Zee staat een grote formatie haliet van 210 meter hoog. Deze formatie wordt Berg Sodom genoemd. Waarschijnlijk heeft het bijbelse verhaal van de vrouw van Lot zijn oorsprong in deze pilaar.

Toen Lot met zijn vrouw en kinderen uit Sodom vluchtten, mochten ze niet omkijken. Zijn vrouw kon het toch niet nalaten, wierp een blik over haar schouder en veranderde in een zoutpilaar. Waarschijnlijk lag Sodom aan de westkust van de Dode Zee.

Bij de Romeinen was zout een kostbaar goed, haast kostbaarder dan goud. Zij gebruikten veel zeezout, maar importeerden ook steenzout, onder meer uit Midden-Europa. Het werd gebruikt om bederfelijke waren te conserveren en het was natuurlijk (net als nu) een belangrijke smaakmaker. Er waren ook andere toepassingen, zoals het kleurecht maken van verfstoffen en mummificeren. Zout was tevens in gebruik als schoonheidsmiddel, cosmetica en kunstmest.

Het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt – dat zou letterlijk ‘zoutstad’ betekenen – heeft zijn naam aan een hele periode en cultuur gegeven. De Hallstatt-cultuur beleefde zijn hoogtepunt tussen 800 en 500 v. Chr. en was te danken aan de aanwezigheid van winbaar zout.

De Hallstatt-cultuur was verspreid over een zeer groot gebied in Centraal Europa. Uit deze tijd stammen de diepe zoutputten in de buurt van Salzburg – dat letterlijk ‘zoutburcht’ betekent. Sommige van die zoutmijnen zijn tot in de 18e eeuw in gebruik gebleven.

In de Middeleeuwen werd zout vooral gewonnen in Duitsland en Polen. Het werd toen het witte goud genoemd, het was schaars en daardoor duur. Voor de invoering van muntgeld speelde zout een belangrijke rol als betalingsmiddel. Wie zich zout kon veroorloven, moest er belasting over betalen. In Nederland bestond die zoutbelasting tot in de negentiende eeuw. Dit leidde tot spreekwoorden als ‘hij verdient het zout in zijn pap niet’ (hij verdient bijna niets).

In de Middeleeuwen was zout belangrijk voor het conserveren van voedsel (door het te ‘pekelen’). Zout werd gebruikt bij het looien van leer, om het lekker zacht en soepel te maken. Zout was ook een belangrijke component in verfstoffen en medicijnen, schoonmaakmiddelen en buskruit.

In Europa speelde en speelt zout nog steeds een belangrijke rol in allerlei rituelen, feesten en (bij)geloof. Bijvoorbeeld: schenk pasgeboren baby’s een zakje zout om hen te beschermen tegen onheil. Of: zout in jas of broekzak beschermt tegen hekserij en onheil.

Zout is een vrij zacht gesteente, waaruit gemakkelijk voorwerpen of vormen gesneden kunnen worden. Van deze eigenschap is gebruikgemaakt bij de Zout Kathedraal in Zipaquirá, Colombia. Deze kerk ligt 200 meter onder de grond, uitgehakt in een voormalige zoutmijn. De iconen en ornamenten zijn uitgehakt in haliet.

Zout wordt al zeer lang heelkundig gebruikt. Baden in zout water was een universeel middel tegen uiteenlopende klachten als onvruchtbaarheid, impotentie, hysterie, darmklachten en ademhalingsproblemen. Haliet is ook al eeuwen beschermer tegen negatieve invloeden, energetisch vampirisme en entiteiten (geesten).

 

 

.

 

 

blauwe haliet

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Tussen zout en haliet is chemisch geen verschil. In de natuur- en scheikunde spreekt men over natriumchloride, in de biologie over keukenzout of natriumchloride, in de geologie over steenzout en in de mineralogie over haliet. Toch praten we steeds over hetzelfde goedje, namelijk natriumchloride. Kristalzout is een handelsnaam voor hoogwaardige steenzout, zoals bijvoorbeeld Himalayazout. Handelsnamen zijn vaak misleidend; zout is een kristallijne materie en dus is elk soort zout eigenlijk kristalzout.

Haliet bevat naast natriumchloride veel extra mineralen en sporenelementen. Vooral het ijzer is kleurbepalend; haliet is meestal rozig door het ingesloten ijzer. Blauwe tinten worden veroorzaakt door stralingsschade aan het kristalrooster. Resten van ooit levende organismen geven een bruine tot zwarte verkleuring.

 

 

.

 

.

Himalayazout bevat maar liefst 84 elementen.

.

actinium, aluminium, antimoon, arsenicum, astaat, barium, beryllium, bismut, boor, broom, cadmium, calcium, cerium, cesium, chloride, chroom, dysprosium, erbium, europium, fluor, fosfor, francium, gadolinium, gallium, germanium, goud, hafnium, holmium, ijzer, indium, iridium, jodium, kobalt, koolstof, koper, kwik, lanthaan, lithium, lood, lutetium, magnesium, mangaan, molybdeen, natrium, neptunium, nikkel, niobium, osmium, palladium, platina, plutonium, polonium, raseodymium, protactinium, radium, renium, rhodium, rubidium, ruthenium, samarium, scandium, seleen, silicium, stikstof, strontium, tantaal, tellurium, terbium, thallium, thorium, thulium, tin, titaan, uranium, vanadium, waterstof, wolfraam, ytterbium, yttrium, zilver, zink, zirkonium, zuurstof en zwavel

 

 

roze haliet

 

.

 

Samenstelling: NaCl + Br, C, Fe, J, K, Mg

Hardheid: 2,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,16 (zuivere NaCl)
Kristalstelsel: kubisch

 

.

 

 

 

 

witte haliet

 

 

groene haliet

 

 

lamp van haliet

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Fluoriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Fluoriet wordt al eeuwen gebruikt als vloeimiddel om metalen gemakkelijker uit erts los te smelten en de slakken beter te laten afvloeien. Om die reden wordt fluoriet ook wel vloeispaat genoemd.

 

.

Algemeen

 

Fluoriet kan allerlei kleuren hebben: wit, geel, oranje, roze, bruin, groen, blauw, paars en doorzichtig. De kristalvorm is duidelijk zichtbaar: meestal een regelmatig achtvlak (octaëder). Deze feiten maken het mineraal aantrekkelijk voor verzamelaars.

Het verschijnsel fluorescentie is genoemd naar deze edelsteen. Men ontdekte bij het bewerken van metaal dat fluoriet oplicht in het donker, als het eerder in daglicht heeft gelegen. Ook het element fluor, ontdekt in 1886, ontleent zijn naam aan fluoriet.

Fluoriet is een echte studie- en denksteen. Het helpt grote lijnen te zien in de studiestof, en verbanden te leggen met reeds aanwezige kennis. Daardoor is de informatie gemakkelijker te ordenen en kan de stof beter opgenomen worden.

Dit mineraal brengt je op een zachte, maar toch snelle manier bij je kern. Het haalt het beste in je naar boven, zowel fysiek als geestelijk. Omdat fluoriet in zoveel kleuren voorkomt, werd en wordt het vaak gebruikt om andere edelstenen te imiteren.

 

 

 

.

 

fluoriet

 

.

.

Herkomst van de naam

.

De naam fluoriet is afgeleid van het Latijnse werkwoord fluere, dat ‘stromen, vloeien’ betekent.

In China is de fluoriet al eeuwenlang een geliefde steen om beeldjes en gebruiksvoorwerpen van te maken. Dit omdat het een zacht gesteente is, dat gemakkelijk is te snijden. De Chinezen beschouwden de groene fluoriet – net als alle andere groene stenen – als een krachtige talisman en amulet. Het mineraal zou vooral goede bescherming bieden tegen hekserij en duivelskunsten.

De Oude Grieken en Romeinen waren verzot op fluoriet. Ze vervaardigden er prachtige kommen en schalen in allerlei kleuren van. In die tijd was fluoriet zo populair, dat het zelfs werd nagemaakt om aan de vraag te kunnen voldoen. Vooral de blauwe fluoriet, die onder meer in Engeland gevonden werd, was zeer in trek. De namaakfluoriet was vooral van glas. Ook nu wordt nepfluoriet van glas op de markt aangeboden.

Vanaf het midden van de achttiende eeuw werd fluoriet gebruikt als vloeispaat bij de verwerking van metaal en glas, en bij de vervaardiging van allerlei kleuren email. Tegenwoordig wordt het ook gebruikt voor het bereiden van waterstoffluoride. Dit product wordt gebruikt in antiaanbakcoatings en als desinfecterend middel.

 

 

 

.

 

fluoriet_paars_3

 

.

 

Spiritueel

.

* Fluoriet absorbeert negatieve emoties en emotionele verstoringen, en brengt emoties in balans. Dat maakt dit mineraal een geschikte steen voor kinderen met ADHD en andere (geestelijke) groeistoornissen.
* Fluoriet beschermt tegen en helpt bij angstgevoelens. Het werpt een energetisch schild op, waarachter je beschermd bent tegen energetisch vampirisme en andere negatieve energieën.

 

* Fluoriet helpt om orde en structuur in chaos te scheppen. Fluoriet is een goede steen voor denkprocessen, bevordert de concentratie, helpt nieuwe toepassingen van reeds aanwezige kennis te vinden.

* Fluoriet geeft inzicht in patronen, en de moed en de kracht om die patronen te doorbreken als dat nodig is. Fluoriet helpt je het heft in eigen hand te nemen en je eigen weg te gaan, onafhankelijk en zelfstandig. Het ondersteunt de vrije wil en laat zien dat er altijd een keuze is.
* Witte fluoriet op het kruinchakra reinigt de aura.
* Paarse fluoriet op het voorhoofdchakra stimuleert de spirituele groei en de intuïtie, beschermt tegen energetisch vampirisme. Een goede beschermsteen voor overgevoelige mensen.
* Blauwe fluoriet op het keelchakra stimuleert creativiteit en communicatie.
* Groene fluoriet is kalmerend en ontspannend.
* Roze fluoriet op thymus of hartchakra verzacht een verhard gemoed, maakt je liever voor jezelf en je omgeving.
* Gele fluoriet en oranje fluoriet maken tevreden en blij.
* Rode, bruine en zwarte fluoriet op het basischakra beschermt tegen negatieve emoties en situaties.
* Regenboogfluoriet (vertoont alle kleuren samen) is een geweldige beschermsteen en heeft alle werkingen hierboven bij de verschillende kleuren genoemd.

 

 

 

.

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

.

.

 

Chemische samenstelling

.

Fluoriet hoort bij de familie der halogenen, die gemakkelijk zouten vormen. Fluoriet bestaat grotendeels uit calciumfluoride, belangrijk voor de vorming van botten en tanden.

Samenstelling: CaF2 + (C, Ce, Cl, Fe, Mn, Y, Sm, Eu).

Soms kan fluoriet een alexandriet-effect vertonen: bij daglicht groen en bij kaars- of kunstlicht rood. Dat komt door ingesloten sporen cerium (Ce), yttrium (Y), samarium (Sm) en europium (Eu). De meeste fluoriet bestaat voor ruim de helft uit calcium. Indien de fluoriet relatief veel yttrium bevat, is de kleur violet, grijs of roodbruin.

 

 

Hardheid: 4, bros
Transparantie: doorzichtig, half doorschijnend
Breuk: glad tot schelpvormig, bros
Splijtbaarheid: goed
Dichtheid: 3,18 – 3,25
Kristalstelsel: kubisch

 

 

Fluoriet-schijf

.

 

 

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 John Astria

John Astria

 

 

 

Granaat.

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Bij granaat denken de meeste mensen aan een kostbare bloedrode steen, vergelijkbaar met robijn. Maar granaat is in de mineralogie de verzamelnaam van een grote familie zeer harde kristallen. Granaat kan allerlei kleuren hebben: rood, oranje, roze, groen, bruin, zwart. En zelfs kleurloos, wit. De enige kleur die natuurlijke granaat zelden heeft, is blauw.

 

 

Algemeen

 

Hier behandelen we vooral de rode granaat. Deze kleur komt het meest voor, wordt het meest verwerkt tot sieraden, en wordt ook het meest gebruikt in de edelsteentherapie. De populairste varianten rode granaat zijn de rood-violette almandien en de helderrode pyroop. Ze zijn echter lastig te onderscheiden. Pyroop ontstaat dieper in de aarde dan almandien, en is daarom harder. De meeste rode granaat is een mengvorm van deze twee varianten. Een granaat die bestaat uit 50% almandien en 50% pyroop heet rhodoliet.

De granaat is een van de hardste edelstenen. Granaten worden diep in de aarde gevormd, in de binnenste aardmantel of de overgang naar de buitenste aardmantel. Granaten zijn vaak bestanddeel van dieptegesteentes. Granaten kunnen piepklein zijn, maar ook heel groot. Ze zijn harder dan het gesteente dat hen omringt, en komen door verwering vrij. Ze kunnen door rivieren mee gespoeld worden. Je vindt ze dan ook in klei en zand.

Granaat van edelsteenkwaliteit wordt graag gebruikt in sieraden. De meeste granaten zijn echter niet geschikt voor sieraden; zij worden verwerkt tot schuurpoeder. De kleurloze variant is geslepen zó fraai, dat hij voor diamant aangezien kan worden. De witte granaat wordt dan ook vaak als imitatiediamant gebruikt. Almandien werd ooit aangezien voor robijn.

Rode granaat is de steen van de Amerikaanse staten Connecticut en New York. Granaat wordt daar veel gevonden, vaak in grote brokken. In de edelsteentherapie wordt de rode granaat vooral gebruikt voor het verbeteren van de bloedsomloop en de bloedsamenstelling, en bij oververmoeidheid en uitputting.

 

 

.ruwe rode granaat

 

 

 

 

.

.

Door de eeuwen heen

 

Al sinds de oudheid is de granaat een geliefde en gezochte edelsteen. Van alle granaatsoorten zijn pyroop en almandien het langst en best bekend. Je vindt deze soorten dan ook in veel kronen en andere symbolen van macht (regalia). In de Oudheid was de almandien de meest gewaardeerde variant, omdat deze ‘de kleur van duivenbloed’ had. De steen werd destijds in Klein-Azië gedolven.

De oudste grafvondsten van sieraden met granaat zijn 3500 jaar uit en stammen uit het Oude Egypte. De Egyptenaren beschouwden de granaat als bloed van Isis, godin van vruchtbaarheid, leven en dood. In graven zijn fraaie oorbellen en kettingen gevonden die versierd zijn met bloedrode granaat. Granaat werd ook graag in het gevest van wapens verwerkt. Granaat zou een krachtig amulet tegen het boze oog zijn, en de gezondheid van de drager beschermen.

In de Oudheid, en ook nog in de Middeleeuwen, werden heel veel rode stenen carbunculus of karbonkel genoemd. Dat geldt onder meer voor rode toermalijn, robijn en granaat. Dergelijke stenen lijken op het oog erg op elkaar. De karbonkelsteen is vanaf de oudheid een mythisch kristal. Volgens sagen en legenden licht de karbonkelsteen als een kooltje vuur op in het donker.

Bij archeologische opgravingen in Klein-Azië werden gebruiksvoorwerpen, kettingen, oorbellen en ringen met schitterende rode granaten uit de 6e tot 4e eeuw v.Chr. gevonden. Ze werden gebruikt door de Scythen, een volk dat toen in die streek leefde.

De Oude Grieken droegen granaat ook in spelden voor mantels, en verwerkten ze in lauwerkransen. Volgens de Grieken zou granaat helpen de liefde in stand te houden van geliefden die elkaar lange tijd niet zien. Na een weerzien zou de liefde snel weer opbloeien.

Tijdens de late Romeinse tijd en de Grote Volksverhuizing (4e tot 6e eeuw n.Chr.) werd granaat graag in goud ingelegd. Er zijn fraai versierde zwaarden, sieraden, boekomslagen en andere voorwerpen gevonden die op deze manier waren bewerkt. Zo’n met goud omrande granaat wordt wel cloisonné granaat genoemd.

Veel voorwerpen versierd met granaat en ingelegd volgens de cloisonné-techniek werden aangetroffen in de schat van Staffordshire (midden-Engeland), gevonden in 2009 en later. Deze schat bestaat uit zo’n 3500 sieraden en wapens van goud en zilver uit de Angelsaksische tijd (7e en 8e eeuw). Opvallend is dat de sieraden allemaal bedoeld waren voor hooggeboren mannen.

In de Middeleeuwen werd de karbonkelsteen al in overdrachtelijke betekenis opgevat: de steen die kennis, licht en hoop brengt als het leven uitzichtloos lijkt. Een mens is als een granaat, met een ruw uiterlijk dat pas na slijpen en polijsten (lees: ouder en ervarener wordt) gaat schitteren. Het leven is een slijpproces voor het karakter van de mens.

De middeleeuwse ridders hielden van granaten als opsmuk voor zwaarden, dolken, schilden en kleding. Dit zou hen beschermen tegen verwondingen, en zou herstel van verwondingen bespoedigen. In de 16e eeuw werden veel edelstenen vermalen ingenomen. Zo zou gemalen granaat in water of wijn goed zijn voor allerlei hartkwalen en de vitaliteit versterken.

In de 19e eeuw waren granaten, vooral pyroop uit Bohemen, zo populair, dat ze massaal naar Amerika geëxporteerd werden. De Boheemse pyroop was en is van zeer hoge kwaliteit. In de tijd van koningin Victoria (1819-1901) werd veel granaat in sieraden verwerkt. Niet alleen de geliefde pyroop, maar ook rhodoliet en almandien. Koningin Victoria was een trendsetter. Veel van haar sieraden bevatten granaat, en haar onderdanen volgden haar in die voorkeur.

In de Indiase opstand tegen de koloniale machthebbers in Brits-Indië in 1857, werden granaten gebruikt als kogels! Granaat activeert en versterkt het overlevingsinstinct. Na zware tijden, zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog, was de granaat dan ook in de mode. Veel van onze Nederlandse klederdrachten kennen kettingen van granaat.

 

 

adelaar met cloisonné granaat

 

.

 

oorring met granaat

 

 

 

 

.

 

Chemische samenstelling

.

 

Granaat is een verbinding van silicaat (SiO4) met twee metalen, zoals ijzer, aluminium, mangaan, calcium, chroom. De meest voorkomende varianten zijn: almandien, pyroop, spessartiet, grossulaar, uvaroviet en andradiet. Mengvormen zijn gebruikelijk. De verschillende soorten granaat kunnen naadloos in elkaar overgaan. Dat geldt vooral voor almandien en pyroop. IJzerhoudende granaat vertoont vooral rode, roze, oranje en bruine tot zwarte tinten. Dit soort granaat wordt het meest gebruikt in de edelsteentherapie.

 

 

rode granaat op moedergesteente

 

.

 

rode granaat op steen

 

 

.

Samenstelling: Me2+3 Me3+2(SiO4)3 (Me=een metaal)
Samenstelling almandien: Fe3Al2(SiO4)3
Samenstelling pyroop: Mg3Al2(SiO4)3
Hardheid: 6,5 – 7,5
Glans: glasglans
Transparantie: ondoorzichtig, doorzichtig, doorschijnend
Breuk: schelpvormig, onregelmatig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: almandien 3,95 – 4,30; pyroop 3,79 – 3,89;
Kristalstelsel: kubisch, meestal met 12 of 24 vlakken

 

 

 

enorm granaat kristal

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Wagneriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

.

Wagneriet is een vrij onbekend mineraal. Het komt voor in verschillende tinten geel, bruin, roze, oranje of groen, met her en der glanzende metalige vlakken. Wagneriet is verwant aan apatiet; door verwering verandert wagneriet langzaam in dat mineraal. Wagneriet wordt gevonden in verschillende landen, onder meer Verenigde Staten, Noorwegen, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje, Portugal en Rusland.

Het is een fluorfosfaat, waardoor het een belangrijke rol speelt in de edelsteentherapie. Het gaat daarbij vooral om de rozerode variant. We schrijven wagneriet graag voor bij stress en burn-out, omdat deze steen je terugbrengt bij jezelf.

 

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

Wagneriet is vernoemd naar de Duitse mijndirecteur F.M. von Wagner (1768-1851). De steen was al eerder bekend, maar werd pas erkend als zelfstandig mineraal toen het in 1821 in Duitsland en Oostenrijk werd gevonden. In Noorwegen staat het mineraal bekend als kjerulfin, een vernoeming naar de Noorse geoloog Theodoor Kjerulf (1825-1888).

 

 

 

 

 

Wagneriet door de eeuwen heen

 

Als fosfaat werd en wordt wagneriet in Scandinavië gebruikt als kunstmest. In de Noorse provincie Telemark ligt de Kjerulfin-mijn, waar vanaf ca 1850 wagneriet (of kjerulfin, zoals de Noren zeggen) wordt gewonnen voor gebruik in de landbouw. Als heelsteen is de wagneriet pas een tiental jaren bekend.

 

 

 

 

 

Fysische eigenschappen

 

Wagneriet is een fluorhoudend magnesiumfosfaat. De precieze samenstelling varieert per vindplaats. Wagneriet uit de Verenigde Staten bevat mangaan en is daardoor rozerood. Wagneriet uit Noorwegen echter bevat geen mangaan en is daardoor geel-bruin.

 

 

wagneriet

 

 

 

Samenstelling: (Mg, Fe2+)2(PO4)F + (OH, Fe, Mn)
Hardheid: 5 – 5,5
Glans: glasachtig tot vettig
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend tot
halfdoorschijnend (opaque)
Breuk: schelpvorming, oneffen
Splijtbaarheid: onvolkomen
Dichtheid: 3,07 – 3,14
Kristalstelsel: monoklien