Tagarchief: evangelie

Waarom vier evangeliën?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

 

De Bijbel is niet een enkel boek maar een verzameling van verschillende boeken en geschriften. Als je de Bijbel openslaat kom je al gauw tot de ontdekking dat dit ‘boek’ uit twee hoofddelen bestaat, te weten: het Oude Testament en het Nieuwe Testament

 

 

Het Oude Testament

 

Het eerste deel, vaak afgekort tot OT, omvat de boeken die het Joodse volk heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het voorrecht van de Jood o.a. is dat “hun de woorden van God zijn toevertrouwd” (Rm 3:1,2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Het tweede deel, vaak afgekort tot NT, omvat de geschriften na

(1) de komst van Jezus Christus op aarde,

(2) zijn dood op het kruis,

(3) de opstanding uit de doden,

(4) zijn hemelvaart en

(5) de uitstorting van de Heilige Geest op aarde, zijn opgesteld.

 

Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de vier Evangeliën

 

– het evangelie opgesteld door Mattheüs;
– het evangelie opgesteld door Markus;
– het evangelie opgesteld door Lukas en
– het evangelie opgesteld door Johannes.

 

Natuurlijk komt dan de vraag op waarom er vier evangeliën zijn. Kon dat niet met één? Dat zou het geval zijn als de vier slechts herhalingen waren van wat Jezus Christus gedaan heeft. Nu kan men bij de eerste drie wel aan herhalingen denken want ze beschrijven veel dezelfde gebeurtenissen. Dat geldt niet voor het vierde evangelie want dat is totaal verschillend van de andere drie, maar ook de eerste drie vertonen toch wel kenmerkende verschillen.  Deze verschillen hebben te maken met het doel dat de schrijvers voor ogen stond bij het opstellen van hun boek.

 

 

 

Door verschillende uitleggers uit het verleden is dat doel als volgt aangegeven

 

– Mattheüs heeft als doel de Heer Jezus voor te stellen als de koning;
– Markus beschrijft Hem als de profeet / dienstknecht;
– Lukas schildert de Heer als de Mensenzoon en
– Johannes tekent hem als de Zoon van God.

Johannes geeft het doel dat hij heeft met zoveel woorden aan in Jh 20:31. Bij de anderen moet men het afleiden uit de inhoud.

 

 

 

De vier evangeliën worden elk gekenmerkt door een bepaalde uitdrukking die er regelmatig in voorkomt

 

– bij Mattheüs is dat de uitdrukking “opdat vervuld zou worden”;
– bij Markus komen we regelmatig de uitdrukking “terstond” tegen (ruim
40 maal);
– bij Lukas zijn het de woorden “en het gebeurde”;
– bij Johannes is de kenmerkende uitdrukking “gezonden”

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Advertenties

De visionaire ervaring van Hildegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

 

.

 

ac18a38cac095545fd0bb6dfb19413f3

 

.

 

 

De beste samenvatting van de betekenis der miniaturen van SCIVIAS is:

Visionaire ervaring van het christen zijn.

 

.

 

 

De ervaring van Hildegard

 

 “De kracht en het mysterie van verborgen en wonderbare gezichten ondervind ik in mijn binnenste, reeds vanaf mijn kinderjaren, om precies te zijn vanaf mijn vijfde levensjaar, en ik ondervind ze nu nog (Hildegardis was, toen ze dit schreef, ongeveer 45 jaar). Hier sprak ik met niemand over, tot de tijd dat mij werd opgedragen dit alles te openbaren.

Deze gezichten die ik schouw, ontvang ik niet in droomtoestanden tijdens de slaap of in geestesgestoordheid, niet met de ogen van mijn lichaam of mijn uitwendige oren. Ik krijg ze ook niet op afgelegen plaatsen, maar wakend, heel bewust en met heldere geest, met ogen en oren van de innerlijke mens, en op voor iedereen toegankelijke plaatsen, al naar gelang God het wil.

Hoe dit allemaal gebeurt, is voor een aan het lichaam gebonden mens moeilijk te vatten. Toen ik drie en veertig jaar was zag ik een hemels gezicht. Ik zag een groot licht en een hemelse stem klonk daaruit en gaf mij deze boodschap: Maak de wonderen bekend welke ge ervaart. Schrijf ze op en spreek.”

 

Bij deze visioenbeschrijvingen kan men twee aspecten ontdekken:

de persoonlijke ervaring van de ziener en de poging om deze persoonlijke

ervaring aan anderen duidelijk te maken.

 

Alle teksten over ware visioenen zowel in de Bijbel als in de mystieke litteratuur vertonen gelijkenissen: kortheid, oproep, een omschrijving van het goddelijke en een gesprek. Maar men ontdekt bij iedere ziener individuele bijzonderheden.

In de visioenen van Hildegardis wordt op de eerste plaats gesproken van een hemels gezicht, dat onverwachts als een vurige bliksemstraal bezit neemt van haar hoofd, hart en zinnen, waardoor zij zich niet gekwetst weet, maar in haar totaliteit verwarmd voelt:

“Toen ontsloot zich voor mij plotseling de diepste zin van de H. Schrift, die van de psalmen zowel als die van het evangelie en ook die van de overige Katholieke Boeken van het Oude en Nieuwe Verbond.”

Zij noemt eerst de psalmen noemt waarin zij heel het Oude Testament samengevat weet en deze als voorbereiding ziet op de boodschap van het evangelie. “Maar,” voegt zij er toch heel nuchter aan toe,

“de tekst van die Bijbel, de taalregels en het schrijven zelf, daarvan leerde ik in dat hemelse gezicht niets.”

Hier maakt Hildegardis zelf een heel scherp onderscheid tussen de eigenlijke mystieke ervaring met God en de moeite welke zij zich daarna moet geven, om die ervaring onder woorden te brengen. Bij de visioenen is er sprake van een onmiddellijk kennen en een kennen waaruit de zieneres nadenken moet om ons die kennis proberen mede te delen.

De grote geopenbaarde geloofswaarheden zijn voor haar geloofswijsheid geworden, een weten tot in de diepste grond van haar bewustzijn. Maar wil zij ons die wijsheid meedelen, dan is zij gedwongen te putten uit haar geheugen, fantasie, onderbewustzijn en haar parapsychologisch vermogen.

Ieder van deze termen is bij Hildegardis’ werk verantwoord. Eerst roept zij haar geheugen te hulp: alles wat zij in haar jeugd tot haar vijfde jaar heeft meegemaakt in het ouderlijk huis, waarschijnlijk een ridderburcht. Dan wat zij beleefd heeft in de kluis van Zuster Jutta, haar tante. Vervolgens wat Hildegard meemaakte in de kluizenaressengemeenschap, waar zij tenslotte op 36 jarige leeftijd tot magistra gekozen werd. Zij put verder uit haar fantasie, waarin zij haar creatieve persoonlijkheid uitleefde, wat op latere leeftijd vruchten opleverde van poëtische en muzikale aard. Zeker werd haar verbeelding ook gevoed door haar onderbewustzijn. De erfenis van eeuwenoude verhalen en bijgelovige verklaringen van de raadsels der natuur.

 

.

 

Museum - Hildegard von Bingen

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

Tenslotte is het bekend dat Hildegardis zeer merkwaardige parapsychologische vermogens bezat. Daarmee was zijzelf zozeer vertrouwd, dat zij er geen erg in had dat anderen die vermogens niet bezaten. De 35 miniaturen van Scivias zijn gemaakt naast de tekst van zesentwintig visioenen. Tekst en miniatuur steunen elkaar om de boodschap over te brengen die Hildegardis aan de mensen van haar tijd wilde mededelen. Onder de mensen van haar tijd dienen we vooral te denken aan clerici.

Al haar geschriften staan vol van verwijten en vermaningen gericht tot de hogere en lagere geestelijkheid en vervolgens tot hen die de wereldlijke bestuursmacht uitoefenen. In feite richt zij zich op de manier van de profeten van het Oude Verbond tot allen die een verantwoordelijkheid dragen. Zij denkt sterk hiërarchisch, maar niet zo, alsof de hiërarchie de kerk zou uitmaken.

We zullen dat duidelijk zien in het derde boek van Scivias, waar de opbouw van de kerk in de loop der geschiedenis wordt uitgelegd in beelden van een stadsbouw. De hiërarchie van het Oude- en Nieuwe Testament vormt daarvan wel de muren en de torens, maar het gaat voornamelijk om de grote massa van gelovigen, die samen de bouwstenen van het uiteindelijke kerkgebouw uitmaken.

Tijdens haar leven heeft zij enorme indruk gemaakt en werd zij ‘het orakel’ en de ‘profetes’ genoemd. Zuster Adelgundis Führkotter zegt in haar inleiding van Scivias:

“Van verre togen mensen van alle rangen en standen, leken en geestelijken, bisschoppen en monniken, zieken, gezonden of noodlijdenden naar het klooster op de Rupertusberg bij Bingen aan de Rijn, om haar raad in te winnen en hulp en troost te vinden. De briefwisseling die zij met de groten van de Kerk en het Rijk voerde, verspreidde zich over een gebied dat zich over vrijwel het gehele avondland uitstrekte: van Denemarken over Engeland en de Nederlanden naar Frankrijk en ltalië en tot in Griekenland.”

Dit was allemaal het gevolg van het boek Scivias in het jaar 1151, waaraan zij in latere jaren nog twee theologisch-wijsgerige werken toevoegde. Verder bestaan er van haar hand natuur- en geneeskundige verhandelingen en zij componeerde bovendien melodieën bij zelf-gedichte teksten. Al deze geschriften en brieven zijn tot op onze dagen bewaard gebleven in enkele manuscripten, die kort na haar dood door haar geestelijke dochters in enkele grote codices zijn bijeengebracht in het scriptorium van de Rupertusberg.

Van het boek Scivias bleven tot op heden negen manuscripten uit de 12e en 13e eeuw bewaard. De miniaturen behoren bij de tekst van Scivias. Deze miniaturen staan in de zogenaamde prachtcodex van Rupertusberg en zij zijn onder toezicht van Hildegardis zelf vervaardigd.

Volgens de monialen van Eibingen zouden de miniaturen door wel zeven verschillende monniken-kunstenaars ontworpen en geschilderd zijn. Toch is er, dank zij de regie van de heilige Hildegardis, een gesloten eenheid tot stand gekomen. Waarop nu de overtuiging steunt, dat deze verluchtingen door mannelijke miniaturisten tot stand zou zijn gekomen, is mij niet bekend. Men denkt aan monniken uit de abdij van H.H. Eucharius en Matthias te Trier. Het programma van het beeldhouwwerk en de ramen der kathedralen was volkomen afgestemd op de traditionele verkondiging van de Bijbel.

Iedereen kende de symbolen waarmede God, zijn heilswerk en de overbekende heiligen van het Oude en Nieuwe Testament werden afgebeeld. Een eenvoudige gelovige van die tijd kon de ramen van onder naar boven lezen als was het een boek. Zulke ramen kregen dan ook de naam van Biblia Pauperum. Maar de miniaturen bij Scivias bezitten naast de traditionele symbolen en beeldvormen ook verschillende volkomen nieuwe motieven.

Deze motieven zijn ingegeven door Hildegardis zelf en ze zijn belangrijk zijn om de oorspronkelijkheid en eigenheid van Hildegardis’ visioenen en boodschap te ontdekken.

De samenvattende zin van deze boodschap is :

 

‘het verleden, heden en toekomst van het Verlossingswerk’.  

“een eeuwigheidsdrama dat bij God begint en bij Hem eindigt en

waarbij Christus volledig in het middelpunt staat”.

 

 

Scivias bestaat uit drie boeken, wij zouden zeggen drie delen of drie hoofdstukken.

Eerste boek: Val van de mens en de gevolgen daarvan.

Tweede boek: De sacramentenleer.

Derde boek: Het bovennatuurlijke leven van de Kerk met als slot de uiteindelijke voltooiing na de Antichrist en de scheiding in hemel en hel.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Het evangelie van Judas.

Standaard

categorie : religie

 

 

Judasevangelie

 

Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.

 

 

 

 

 

 

Goede boodschap

 

Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.

 

 

 

Boek

 

De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

 

 

 

 

Vier evangeliën

 

De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Gnosis

 

In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.

 

 

 

 

Geest tegenover materie

 

De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Demonen en eonen

 

De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.

 

 

 

 

Goddelijke vonk

 

De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.

 

 

 

 

 

Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis

 

Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.

 

 

 

 

 

 

 

Gnostische ‘evangeliën’

 

In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.

 

 

 

 

Ireneus contra de ketters

 

De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.

 

 

 

 

 

 

 

Judas en zijn verraad

 

Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.

 

 

 

 

 

 

 

Evangelie van Judas

 

De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).

 

 

 

 

Papyri gevonden

 

De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.

 

 

 

 

Tchacos

 

De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hype

 

De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.

 

 

 

 

 

Authenticiteit en datering der papyri

 

Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.

 

 

 

 

 

Korte inhoud van het Judasevangelie

 

De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.

Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.

 

 

 

 

Alleen voor geleerden

 

De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.

 

 

 

Hans van Oort

 

 

 

 

 

‘De mens offeren’

 

Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.

 

 

 

 

Een belangrijke tekst?

 

Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.

 

 

 

 

 

Dwaalleer

 

Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.

 

 

 

 

Fragmenten uit het Judasevengelie

 

Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.

 

Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.

… [Jezus spreekt met de twaalf] …

En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.

Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.

Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.

Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …

… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …

En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].

Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Bergrede of de Zaligsprekingen (Matteüs 5, 1-12)

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Bergrede

 

De hoofdstukken 5, 6 en 7 van het Mattheüs evangelie worden samen meestal aangeduid als de Bergrede. Dit deel is het langste, aaneengesloten openbaar optreden van Jezus dat in de evangeliën staat opgetekend. De Bergrede zou zich afspelen in Galilea, en begint ermee dat deze ook letterlijk op een berg gehouden wordt.

De auteur van het Matteüs evangelie zou volgens het evangelie een tollenaar zijn, een belastingambtenaar. Vanuit de kritische exegese is dat moeilijk te onderbouwen. De auteur toont onder meer een gedegen kennis van de Tenach en het Grieks. Voor een tollenaar van joodse komaf is dat niet voor de hand liggend.

Men schat in dat het Mattheüs evangelie geschreven is aan het einde van de eerste eeuw n. Chr. Gezien zijn kennis van de Tenach, het Hebreeuws en Grieks zou de auteur eerder een joods Schriftgeleerde kunnen zijn geweest die bekeerd is tot het christendom.

Volgens Matteüs vindt de Bergrede plaats aan het begin van Jezus’ openbare optreden, na zijn doop (in Mattheüs 3) door Johannes de doper en het bijeen vergaren van zijn eerste vier volgelingen, waaronder Simon Petrus. Matteüs verklaart aan het einde van het vierde hoofdstuk indirect dat de daarop volgende Bergrede in een bredere context past.

Hoofdstuk 4 eindigt ermee dat Jezus door heel Galilea reisde en predikte en dat men in heel Syrië van hem zou hebben gehoord. Een (uitgebreide) historisch-kritische onderbouwing om dit te staven ontbreekt echter. De Bergrede wordt gevolgd door een aantal op zich staande, korte openbare optredens.

Met de Bergrede wordt uitsluitend het bovengenoemde stuk uit Matteüs bedoeld. Het Evangelie volgens Matteüs is echter een zogenoemd synoptisch evangelie, dat veel overeenkomsten vertoond met de Evangeliën volgens Marcus en Lucas. De Veldrede in het Lucas evangelie vertoont de meeste overeenkomsten met de Bergrede, waaronder een viertal Zaligsprekingen, de gulden regel en een aantal ethische normen.

 

 

 

 

 

 

 

 1. Situering van het Bijbelboek in de Bijbel

 

Tekstfragment

 

1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

 

 

 

Situering van het Bijbelboek

 

Matteüs 5, 1-12 situeert zich in het Nieuwe Testament en is een onderdeel van de Bergrede (Matteüs 5-7). Deze acht zaligsprekingen zijn de inleiding van de openbare prediking van Jezus en staan in de Bijbel in het begin van de Bergrede. Inhoudelijk vatten ze Jezus’ ‘preek’ samen.

 

.

.

 

2. Exegetisch achtergrondluik

 

 

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kerk-der-zaligsprekingen.jpg

 

kerk van de zaligsprekingen

 

 

 

Jezus sprak tot een grote menigte. We mogen niet vergeten dat zijn zaligsprekingen gericht zijn tot iedere toehoorder die werk wil maken van het koninkrijk van God, in het bijzonder gericht tot wie arm en zwak is. De acht zaligsprekingen moeten als een geheel gezien worden en kunnen gericht zijn tot acht verschillende groepen mensen. Iedere zaligspreking behoort toe tot iedereen.
In de zaligsprekingen worden geen mensen zalig verklaard, maar wel kwaliteiten die mensen kunnen bezitten. Door deze zegeningen worden deze kwaliteiten of posities geclassificeerd als een must voor iedereen. De zegeningen leiden tot een meer bijzondere en vertrouwde relatie met God, de Vader.
.
.
.
.
Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
.
.
Zij, die tot in hun diepste beseffen God nodig te hebben om te kunnen leven, worden zalig genoemd. Immers indien zij de genade van God niet ontvangen, kunnen zij niet functioneren of niet binnentreden in Gods Koninkrijk.
.
.
.
.
.
Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
.
.
Treurenden zijn diegene die het zondige in de wereld tot in hun diepste beseffen en die zich met deze zondigheid niet kunnen verzoenen. De bewogenheid is noodzakelijk. De treurenden zullen getroost worden, zij zullen de vrede ervaren, voor een deel in deze wereld, maar voornamelijk in het hiernamaals. Ook aan hen is de gelukkigheid toebedeeld.
.
.
.
.
.
Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
.
.
Zachtmoedig wordt ook wel ‘lam’ genoemd. Jezus spreekt hier over de personen die zacht van aard zijn, diegene die niet impulsief, kwaad, enzovoort reageren, maar wel wie de situatie aan God overlaat. Zij die dat doen, worden zalig genoemd.
.
.
.
.
.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
.
.
Gerechtigheid kon dubieus opgevat worden. Jezus had het hier over God. God is de maatstaf voor gerechtigheid. Zij zullen verzadigd worden en geen honger of dorst meer hebben naar gerechtigheid. De verzadiging zal deels in deze wereld ervaren worden, maar zal vervolledigd worden in het hiernamaals.
.
.
.
.
.
Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
.
.
Barmhartigheid doet ons denken aan de barmhartige Samaritaan, wie een intens gevoel van medeleven, empathie en bewogenheid toonde in het bieden van hulp. God wordt gezien als de barmhartige Vader, maar verwacht van zijn kinderen ook barmhartigheid. Wie barmhartig is, zal barmhartigheid ondervinden, bijvoorbeeld: wie zonder vergeeft, zal voor zijn zonden door God vergeven worden. De zaligheid situeert zich ook hier in het heden, met de vervollediging in het hiernamaals.
.
.
.
.
.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
.
.
Het hart is de motor voor de verdere weg die wij in ons leven bewandelen. Daarom is het belangrijk een zuiver hart te hebben. Geloven in God is noodzakelijk om een zuiver hart te hebben. Op deze manier gaat de zaligspreking in vervulling: zij zullen God zien. Aan hen zal God zich openbaren.
.
.
.
.
.
Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
.
.
Wanneer een christen verzoend is met Jezus Christus, ontvangt hij vrede. Wie vrede ontvangt, kan vrede geven. Echte vrede is echter pas te vinden in het hiernamaals, bij de wedergeboorte. Vrede mag niet als een evidentie gezien worden, daar het vaak moeilijk is om ware vrede te bereiken. Maar vrede kan nooit ten diepste afgenomen worden. Geloven in Christus zorgt ervoor dat we met God vrede hebben. De belofte “kinderen van God genoemd worden” is opnieuw tweeledig: in deze wereld én in het hiernamaals.
.
.
.
.
.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
.
.

Jezus zorgt voor een omkering van het waarden- en normenpatroon in de toenmalige wereldcontext. Het was dan ook geen evidentie Jezus te volgen en te geloven. Dit botste met de cultuur van toen en stootte op heel wat reacties. Zalig hen die het aandurven, want als er vervolging is omdat je Jezus gevolgd hebt, word je met vreugde en blijdschap toebedeeld. Dit wijst erop dat je het koninkrijk van de hemel waard bent en zal kunnen betreden.

 

.

.

.

3. Woordverklaringen

.

Zalig betekent in de hoogste mate aangenaam of heerlijk of heilzaam. In religieuze zin betekent zalig onder andere: het eeuwig heil deelachtig, een toewensing of iemand zalig verklaren. Wanneer een maaltijd genuttigd wordt kan een persoon zeggen dat hij het eten zalig vindt en daarmee bedoelt hij dat het lekker en smakelijk is. In de betekenis van het eeuwig heil deelachtig kent men het woord vanuit de Bijbel in de zin van ‘Zalig de zachtmoedigen’.

De katholieken wensen elkaar met Nieuwjaar en Pasen, respectievelijk een zalig Nieuwjaar en een zalig Pasen. In de betekenis van iemand zalig verklaren gebeurt het binnen de rooms-katholieke kerk dat de paus iemand zalig kan verklaren, hij is de enige die dit mag doen. Iemand zalig verklaren betekent een plechtige verklaring afleggen waardoor een gestorven mens recht heeft op een beperkte openbare verering. Met een zaligverklaring zegt de paus dat deze persoon bij God is.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Robert Schuller en zijn welvaartsevangelie

Standaard

categorie : religie

.

.

Het evangelie van Robert Schuller

 

 

 

 

De op 2 april 2015 overleden Robert Harold Schuller (88) is onder meer bekend van de internationale televisiekerkdienst Hour of Power vanuit de praaltempel Christal Cathydral in Garden Grove, Californië en door de 37 bestsellers die hij heeft geschreven. Schuller lanceerde het programma Hour of Power al in 1971, waarbij zijn vrouw de rol van verantwoordelijke producer had.

Midden jaren 70 bereikte hij met zijn uitzendingen alle huizen in de Verenigde Staten en begon Garden Grove Community Church uit zijn voegen te barsten. Het was de aanzet tot de bouw van de internationaal bekende Crystal Cathedral die in 1980 werd geopend. Hour of Power wordt/werd op meer dan 180 televisiezenders over de hele wereld uitgezonden.

De kerk van Schuller is inmiddels ter ziele vanwege een megaschuld van 55 miljoen dollar. In november 2011 meldden zich twee geïnteresseerden: de Chapman Universiteit en Bisdom Orange. Uiteindelijk heeft het bisdom de kerk kunnen overnemen. Vanaf dat moment is de kerk omgedoopt tot Christ Cathedral. Schuller predikte een evangelie waarbij de mens zich gelukkig moet voelen en bij wie het “Positief denken” het grote toverwoord was en waarbij de Bijbelse waarheden van minder belang waren.

Eigen ideeën werden door hem zomaar aan Bijbelse leer toegevoegd. Schuller predikte een soort succesevangelie. Tijdens zijn kerkdiensten deden alleen de aanwezige mensen, de entourage en het koor aan een kerkdienst denken, de preek zeker niet. Hour of Power is een mix van: “positief denken” en “geloven in God”.

Met humanistische praatjes over maatschappelijk succes werden door Schuller menselijke krachtbronnen aangeboord, overgoten met een christelijk sausje. Het was niets anders dan laagdrempelige krachteloosheid, waarin de mens en diens gevoel centraal stond.

Jezus was volgens Schuller een humanist, maar ook een christelijke kapitalist. Reiniging van zonde en vergeving door het bloed van Jezus werd niet genoemd en de Bijbel werd alleen gebruikt om zijn theorie over het positieve denken te staven. Schuller vond het maar niets dat er in de kerkdiensten over de zondige staat van de mens werd gesproken. Hij zei hierover:

 

,,Ik geloof niet dat er iets erger is gedaan in de naam van Jezus, dan de vaak rauwe, onhandige en onchristelijke strategie te proberen mensen bewust te maken van hun verloren, zondige staat. Dit heeft bewezen vernietigend te zijn voor de persoonlijkheid van de mens en daardoor onvruchtbaar voor evangelisatie.”

 

 

 

 

Christal Cathydral

 

 

 

Schuller schilderde Jezus bij voorkeur af als de grootste positieve denker ooit. Soms, heel soms, noemde hij Jezus ‘Verlosser’ om niet teveel door de mand te vallen. Schuller ging er prat op contacten te onderhouden met vele ‘groten’ der aarde. Ook rekende hij Sun Myung Moon  de op 3 september 2012 overleden sekteleider tot zijn vriendenkring evenals wijlen John Wimber, de oprichter van de “Vineyard Christian Fellowship”.

Ook was hij zeer enthousiast over zijn bezoek aan terreurmiljardair Jasser Arafat in de Gazastrook. Beiden hadden heel wat gemeen aldus Schuller. Ook heeft Schuller gesproken op een gebedsbijeenkomst georganiseerd door de Zuid-Koreaan David Yonggi Cho. Cho is een bekende welvaartsprediker, die in zijn prediking boeddhistische zaken uitdraagt.

Schuller was ook bevriend met bekende New Age figuren. Hij citeerde ze in zijn boeken. Schuller deed net alsof het medechristenen waren. Zo heeft hij onder meer de in Amerika zeer bekende Newagers Templeton, Siegel en Gerald Jampolsky via zijn blad, zijn boeken en zijn tv-programma gepromoot. Bijna 25 jaar geleden verscheen Jampolsky voor het eerst in het Hour of Power- programma van Schuller.

Dat leidde toen tot een storm van protest maar desondanks heeft Schuller altijd warme banden met hem blijven onderhouden. Op 17 oktober 2004 kwam de New-age goeroe nogmaals in Hour of Power. Jamplosky is een aanhanger van ‘een cursus in wonderen’. Dat is de cursus die, door een geest die zich ‘Jezus’ noemde, gechanneld is aan Helen Schukman. Deze ‘Jezus’ gaf in de door hem gedicteerde cursus een standaard New Age boodschap door.

Schuller was een honderd procent New Age leraar. Wat hij ten gehore bracht was niets anders dan de kernlering van de New Age. Schuller was volledig oecumenisch en was een vijand van de Bijbelse waarheid. Zijn invloed op de charismatische beweging en de neo-evangelicans was enorm. Zowel Hybels als Rick Warren hebben Schullers ideeën overgenomen.

Schuller is ook diep beïnvloed door de vrijmetselaar Norman Vincent Peale. In zijn autobiografie beschrijft Schuller op verschillende plaatsen hoe zijn eigen prediking hierdoor veranderd is. Peale’s boek “De kracht van positief denken” komt duidelijk overeen met de inhoud van de boeken van Schuller. Op de achterkant van het boek van Peale met de titel “Het geheim van positief denken”1986 staat o.a. het volgende:

 

,,Dr.Peale vertelt u, hoe u door positief denken tot geweldige successen kunt komen en hij geeft interessante aanwijzingen om uw twijfels te veranderen in zelfvertrouwen en hoe uw idealen te verwezenlijken”. 

 

Nergens in zijn boeken wordt gerept over Gods heilsplan om de mens te redden van zijn zonden. Het bloed van Jezus dat vloeide op Golgotha en de zonde van de wereld wegnam wordt niet genoemd. Het geloof in Jezus wordt wel gestimuleerd, maar dan alleen als voorbeeld en helper om het zelfrespect van de gelovige te herstellen.

 

 

 

Wereldkerk

 

Schuller was ook een groot voorstander van een samenvoeging van alle religieuze richtingen. Tot deze voorstanders behoren ook de al eerder genoemde Rick Warren (Saddleback Church), Bill Hybels (Willow Creek) en David Yonggi Cho (Full Gospel Church, Zuid Korea). Samen met alle andere religieuze richtingen was hij een verdediger van de Wereldkerk.

 

 

 

welvaartspredikers

 

 

 

Rick Warren

 

 

 

 

Bill Hybels

 

 

 

 

David Yonggi Cho

 

 

 

 

Volgens Schuller aanbidden christenen en moslims dezelfde God als die zich in de Bijbel openbaart. Hij was zeer enthousiast over de toenadering tussen de verschillende religies.

,,De helft van alle mensen op aarde behoren bij geloofsrichtingen en religies die de naam van Jezus eren. Of het nu rooms-katholieken zijn, moslims, protestanten en honderden andere religieuze richtingen, het komt in feite allemaal op hetzelfde neer”, 

aldus Schuller.

,,Werk aan uw eigen ego want dat geeft zodanig veel kracht aan uw persoonlijkheid, dat het wonderen voor u zal verrichten. De redding van de mens zit hem in het “positieve denken.” 

 

Hij maakte weinig of geen onderscheid tussen de verschillende religies. Niet alleen de religies welke van de Bijbel uitgaan maar ook andere zoals de islam. Schuller was al jaren een warm voorstander van samenwerking met de islam. In zijn kantoorgebouw is een afdeling ingericht door de stichting: “Christenen en Moslims voor Vrede”. Schuller noemde de islam en het christendom twee prachtige godsdiensten.

Tijdens de kerstdagen van 1999 was Schuller in Israël en zond hij een preek de wereld in vanuit de velden van Efrata nabij Bethlehem. De reis van Schuller naar het Heilige Land droeg als motto “Een licht, één wereld”. Na zijn bezoek aan Israël ging hij naar Damascus in Syrië voor een bezoek aan Grootmoefti Ahmad Kuftaro, die hem daarvoor schriftelijk had uitgenodigd.

De moefti schreef dat hij samen met Schuller bruggen van liefde en broederschap wilde bouwen tussen moslims en christenen. In zijn boek My Journey: From an Iowa Farm to a Cathedral of Dreams  schreef Schuller:

 

,,Staande voor een menigte van gelovige Moslims en de Grootmoefti, wist ik dat wij Gods wil deden om samen hand in hand de breuk te herstellen.” 

 

Deze moefti van Damascus was trouwens een openlijk supporter van de terreurbeweging Hamas en de Libanese terreurbeweging Hezbollah.

 Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 6 november 2012) (Laatste bewerking: 30 augustus 2015)

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Hoe is de Bijbel tot stand gekomen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De namen van Bijbelboeken worden in het aangeven van de Bijbelteksten altijd voluit geschreven met het oog op hen die niet zo met de Bijbel bekend zijn.

 

 

 

het-dwars-leggen-over-de-bijbel-ontstaan-38708938

.

.

.

Onder alle boeken neemt de Bijbel een bijzondere plaats in. Niet alleen wat de inhoud betreft, maar ook wat zijn ontstaan aangaat.

 

 

Meestal wordt een boek door één auteur geschreven in een betrekkelijk kort tijdsverloop. Soms komt een boek tot stand door samenwerking van een paar schrijvers, die dan nauwkeurig voeling met elkaar houden. Met de Bijbel is dat echter totaal anders. We zullen dat  nagaan en zien dat de Bijbel wat zijn ontstaan betreft al een wonder op zichzelf vormt.

 

01. De Bijbel is eigenlijk niet één boek. Hij bestaat uit 66 boeken. Dit aantal is in twee groepen verdeeld, te weten de boeken van het Oude Testament en de boeken van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament heeft 39 boeken en het Nieuwe Testament 27 boeken.

02. De boeken van het Oude Testament verdelen we als volgt:
a. de geschiedkundige boeken te weten Genesis tot en met Esther
b. de poëtische of dichterlijke boeken, dat zijn de boeken van Job tot en met Hooglied
c. de profetische boeken te weten Jesaja tot en met Maleachi

03. De Joden hebben een andere indeling en spreken van:
– de wet (Genesis tot en met Deuteronomium);
– de profeten (Jozua, Richteren, Samuël, Koningen, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, 12 kleine profeten;
– de geschriften (Job, Spreuken, Psalmen, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Ezra, Nehemia, Kronieken, Daniël. Iets van deze indeling vinden we in Lukas 16:16. De twee aanduidingen die daar gebruikt worden zijn de wet en profeten. De benamingen die in Lukas 24:44 opgesomd worden zijn de profeten en de  psalmen.

04. Het Nieuwe Testament wordt meestal in vier delen verdeeld, te weten:
a. De vier evangeliën. Dat zijn Mattheüs, Marcus, Lukas, Johannes;
b. De Handelingen ;
c. De Brieven Romeinen tot en met Judas ;
d. De Openbaring.

05. Nu iets over de schrijvers en de tijd waarin zij leefden. De eerste vijf boeken van het Oude Testament zijn Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium. Ze zijn geschreven (zie Daniël 9:11; Lukas 16:31; 24:44) door Mozes. De schrijver van die boeken leefde zo’n 1400 jaar voor Christus. De Joden noemen deze vijf boeken de ‘Thora'(= aanwijzing, wet). Van het Griekse woord ‘pentateuchos’ (= vijfdelig boek: ‘pente’ = vijf, ‘teuchè= rollen) is de naam Pentateuch afgeleid.

06. Als we zeggen dat Mozes de schrijver is van de eerste vijf boeken van de Bijbel, bedoelen we daarmee niet, dat er in die boeken geen notities van latere schrijvers of samenstellers voorkomen. Zo’ n latere toevoeging hebben we kennelijk in Genesis 36: 31. Daar wordt van de koningen van Edom gezegd dat ze regeerden voordat er een koning over de Israëlieten regeerde.

07. Ook Deuteronomium 34 moet van een latere hand zijn. De gebeurtenis van Mozes dood wordt er beschreven. Het is toch niet aannemelijk dat Mozes daarover bij voorbaat, als profetie, geschreven zou hebben.

08. Heel wat Jongelui komen van school thuis met het verhaal dat deze boeken pas veel later zijn ontstaan. Zo zou Deuteronomium dateren uit de tijd van koning Josia (ca 630 v. Chr.). Bij de tempelrestauratie vond men toen (2 Kronieken 34:14) het boek van de wet des Heren gegeven door Mozes.

Uiteindelijk zou de Pentateuch pas in de vijfde eeuw voor Christus voltooid zijn en door Ezra met zijn gezag zijn gedekt. Bij de samenstelling zou materiaal van diverse ‘bronnen’ zijn samengevoegd. Van Ezra lezen we in Ezra 7: 6 dat hij een schriftgeleerde was, bekwaam in de wet van Mozes.

09. De argumenten die men voor deze en soortgelijke opvattingen aanvoert, missen echter elke grond van degelijk bewijs en zijn ingegeven door vooringenomenheid. De beide genoemde teksten zeggen niets in de richting van wat deze geleerden beweren, integendeel. In het wetboek in de tijd van Josia staat dat het gevonden werd. Dat geeft aan dat het boek al bestond. Ezra kende de wet. Er staat niet dat hij de wet schreef, of dat hij de wet samenstelde.

10. Vroeger ontkende men dat Mozes de schrijver was op grond van het lichtvaardige argument, dat in zijn dagen de schrijfkunst nog niet zou zijn uitgevonden. Latere opgravingen hebben aangetoond hoe totaal onhoudbaar deze mening was. Er zijn beschreven kleitabletten gevonden van meer dan 5000 jaar oud!

Hoewel de Bijbel die bevestiging niet nodig heeft, laat een dergelijke vondst de betrouwbaarheid zien van mededelingen zoals in Numeri 33: 2 waar staat daar dat Mozes namelijk  hun tochten beschreef van pleisterplaats tot pleisterplaats. Zelfs een jongeman, zomaar aangetroffen in het veld in de tijd van de Richteren kon schrijven. Dit blijkt uit vers 14 van Richteren 8.

11. De jongste boeken van de Bijbel moeten we natuurlijk in het Nieuwe Testament zoeken, het zijn de brieven van de apostel Johannes. Die zijn omstreeks 100 na Christus geschreven. Als we de hiervoor vermelde tijdsaanduidingen als juist aannemen is de hele Bijbel dus tot stand gekomen in ( 1400 + 100 ) 1500 jaar.

12. Het is al een zeldzaam iets dat zo’n veertig mensen over verloop van tientallen eeuwen 66 boeken schrijven, die op elkaar aansluiten en volmaakt met elkaar in harmonie zijn.

 

 

 

document van Jesaja

document van Jesaja

 

 

 

Dat veertig mensen over een tijdsverloop van zo’ n 1500 jaar zesenzestig boeken schrijven, die een eenheid vormen, is al een wonder op zichzelf. Maar dat is nog niet alles. Deze veertig schrijvers waren namelijk geen veertig mensen met eenzelfde opleiding, ingewijd in eenzelfde vak. Ook stemden ze niet overeen in karakter of levensomstandigheden en ondanks die verschillen leveren ze één magistrale compositie van 66 boeken. 

 

 

01. Mozes heeft als jongeman zijn opvoeding genoten (Exodus 2:10; Handelingen 7: 21) aan het hof van Farao. Hij werd daar opgevoed in (Handelingen 7:22) wijsheid door de Egyptenaren.

02. Toen hij veertig jaar was (Handelingen 7:23) vluchtte hij naar Midian en bleef daar veertig jaar (Handelingen 7: 30). Hij verbleef daar bij (Exodus 2:18-21) Rehuël  die ook wel (Exodus 18:1) Jethro noemde.  Deze man was een (Exodus 3:1) schaapsherder.

03. Vervolgens voerde Mozes het volk Israël uit Egypte en leidde het veertig jaar door de (Handelingen 7:36) woestijn. Tijdens die reis moet hij de Pentateuch (Genesis tot en met Deuteronomium) hebben samengesteld.
Aanwijzingen voor zijn activiteiten als schrijver treffen we o.a. aan in Exodus 17:14. Daar gaat het over de strijd met welk volk Amalek. Ook is er sprake van het oordeel dat God over die volksstam uitspreekt (vgl. ook het reeds genoemde Numeri 33: 2).

04. Een heel andere achtergrond dan Mozes heeft bijvoorbeeld Amos. Volgens zijn eigen getuigenis was hij  (Amos 7:14) veehouder en kweker van moerbeivijgen.

05. Daniël was van afkomst? (Daniël 1: 3,4) koninklijk. Hij leefde in Babel maar in de burcht die lag in (Daniël 8:2) het gewest Elam. Dat hij de dromen en gezichten die hij kreeg opschreef, lezen we in Daniël 7 in vers 1. Daniël legde zijn profetieën vast in een boek.

06. Mattheüs was van beroep tollenaar voordat hij een discipel van Jezus werd (Mattheüs 9:9). Dit beroep stond onder Israël niet hoog aangeschreven (Denk aan Mattheüs 11:19).

07. Marcus heet de schrijver van het tweede evangelie. Zoals vaker het geval was, werd hij ook nog met de andere naam Johannes aangeduid (Handelingen 12: 12). Hij was een neef van (Kolossen 4: 10) Barnabas. Met deze man maakte Paulus de eerste zendingsreis. Marcus heeft zich op die reis niet erg gunstig (Handelingen 13: 13). Daardoor ontstaat er later een verwijdering (Handelingen 15: 36-41). Gelukkig is dat later weer bijgelegd. Paulus zegt in 2 Timotheüs 4:11. immers van Marcus dat hij van heel veel nut was voor de dienst.

 

 

 

Het-ontstaan-van-de-Bijbel-van-kleitablet-tot-boekdrukkunst-Back

 

 

 

08. Petrus was net als Johannes een (Mattheüs 4:18-22) visser. Het waren ongeletterde mensen blijkens Handelingen 4:13. Van Petrus weten we dat hij ‘dialect’ sprak. Men zei van hem (Mattheüs 26:73) dat hij een eenvoudig man was.

09. Petrus schreef blijkens het slot van 1 Petrus 5 zijn eerste brief in Babylon. Volgens sommigen zou dit een symbolische naam zijn waarmee dan Rome bedoeld werd. Er is echter niet voldoende reden om niet aan het bekende landschap Babylon te denken. In dit vers is ook weer sprake van Marcus die  door Petrus genoemd zijn zoon genoemd wordt.

10. We treffen ook een ontwikkeld man onder de schrijvers van het Nieuwe Testament aan. We hebben het over (Kolossen 4) Lucas, de geneesheer. Hij schreef het evangelie van Lucas en de Handelingen der apostelen.

11. Ook Paulus kan bogen op een behoorlijke ontwikkeling. Hij was een (Filippi 3:5) farizeeër die opgevoed werd aan de voeten van (Handelingen 22: 3) Gamaliël.  Dit was onder de Joden een heel bekend en geacht persoon. Paulus schreef de brief aan Filémon  (Filémon::23; Handelingen 28:16) in de gevangenis te Rome.

12. De diverse schrijvers verschillen dus wat betreft:
– de tijd waarin ze leefden,
– het land waar ze woonden,
– het beroep dat ze uitoefenden,
– de opvoeding die ze hadden genoten,
– het milieu waaruit ze voorkwamen.

13. Maar dit is nog niet alles. De schrijvers verschillen ook sterk wat hun karakter betreft. Volgens Numeri 12 was  Mozes zachtmoedig van karakter. Van de beide discipelen Johannes en Jakobus kan dat blijkbaar niet gezegd worden. De Heer Jezus noemt ze in Marcus 3:17: ‘Boanérges’ wat zonen des donders betekent. Hoe juist die naam is, blijkt uit Lukas 9: 54.

14. Onder de schrijvers treffen we oude mensen aan, maar ook jeugdige personen. Mozes was 40 jaar toen hij uit Egypte trok (Handelingen 7: 23). Hij verbleef 40 jaar in Midian blijkens Handelingen 7. Hij was dus minstens 80 jaar toen hij begon te schrijven. Jeremia was geen oud man toen hij tot profeet geroepen werd (Jeremia 1: 6). Eerst later lezen we van het opschrijven van zijn profetieën. Dat gebeurde in (Jeremia 36) het vierde jaar van Jojakim. Toen was hij nog vrij jong, want dit was nog geen twintig jaar later.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

 

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jezus’ terugkomst

Standaard

categorie : religie

.

.

.

 

Orlando Bottenbley:

.

‘Jezus komt binnen 12 jaar terug’

.

 

‘Ieder kind van God moet gepassioneerd verlangen naar de wederkomst’

 

 

 

 

“Nog een jaar of twaalf en dan is het klaar met deze wereld,” een opmerkelijke uitspraak van ds. Orlando Bottenbley. Volgens hem zal de wederkomst van Jezus niet lang meer op zich laten wachten en gaat hij dit zeker meemaken. Hoe komt ds. Bottenbley aan deze stellige overtuiging?

 

In Mattheus 24: 36 staat: ‘Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.’En toch zegt u dat Jezus binnen 12 jaar terugkomt?

“Ik zal me nooit wagen aan het voorspellen van een exact jaar, een maand of een dag. Ik denk wel dat je op grond van de verschillende beelden die Jezus gebruikt heeft en dingen die Hij gezegd heeft, mag weten dat Zijn komst zeer nabij is. Ik ben enorm veel met dit onderwerp bezig en heb een studie gemaakt van alle tekenen van de eindtijd. De Here Jezus zegt: ‘Als je deze dingen ziet gebeuren, weet dan dat de tijd nabij is.’ En dan gebruikt Hij tot twee keer toe het beeld van een zwangere vrouw in barensnood. Daarmee geeft Hij duidelijk aan dat het niet meer ver weg is.”

 

Israël

 

Een belangrijk argument om aan te tonen dat we inderdaad in het einde der tijden leven, is volgens Bottenbley de gebeurtenissen rondom het volk Israël. “In 1948 is de staat Israël hersteld. De profetie gaat nu letterlijk in vervulling. God is bezig om vanuit de hele wereld, ja, om werkelijk uit elk land, de Joden terug te brengen naar het Beloofde Land. Inmiddels wonen er meer Joden in Israël dan daarbuiten. Concretere vervulling van een profetie kan haast niet.”

 

 

Wereldwijde verbreiding

 

Een ander duidelijk teken, voorafgaand aan de wederkomst van Jezus, is de wereldwijde verbreiding van het Evangelie. Bottenbley: “Jezus heeft niet gezegd dat iedereen een Bijbel in zijn eigen taal moet hebben, maar dat het evangelie wereldwijd verkondigd moet zijn. Ik ben met de Bijbelvertalers van Wycliffe en de medewerkers van Trans World Radio in gesprek en zij geven aan dat binnen tien jaar iedereen bereikt is met het evangelie. Nogmaals: ik waag me niet aan een exacte dag of een tijdstip, maar als je let op de tekenen van de tijd, zeg ik dat de wederkomst snel zal plaatsvinden. Je ziet zoveel teksten uit de Bijbel in vervulling gaan!”

 

Als Jezus toch snel terugkomt, waarom maken we ons als christen dan nog druk over het milieu en over zorg voor de schepping? Er komt dan toch een nieuwe hemel en een nieuwe aarde?

Stellig: “Ik denk dat dit een totaal verkeerde manier van denken is. Als God je ergens verantwoordelijk voor maakt, dan ben je tot het laatste moment verantwoordelijk voor de opdracht die Hij je gegeven heeft. Namelijk een goed rentmeester zijn van deze schepping. Dus zelfs als ik zou weten dat Jezus volgende week terugkomt, dan nóg moet ik op een verstandige manier met deze verantwoordelijkheid omgaan. Of, zoals Luther zei, dan zou ik vandaag nog een boom planten. Als christen moet je verantwoordelijk omgaan met de schepping, totdat Hij komt.”

 

 

Veel mensen vinden het leven hier op aarde prima. Zitten we wel te wachten op de wederkomst?

“Ik denk dat elk kind van God van nature gepassioneerd zou moeten verlangen naar de wederkomst. Elk kind van God wordt immers ook geconfronteerd met de gebrokenheid van het leven, het zuchten, zoals de Bijbel dat noemt. Het onvolmaakte zal straks plaatsmaken voor het volmaakte, en het sterfelijke zal plaatsmaken voor het onsterfelijke. De kerk van Jezus Christus heeft in de laatste jaren echt verzuimd deze boodschap te verkondigen en te onderwijzen. Het staat zo vaak in de Bijbel! De wederkomst van Christus is het doel waar uiteindelijk alles naartoe gaat. Jezus komt om het lijden en de ongerechtigheid een halt toe te roepen. Dat is toch fantastisch?

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Mattheüs 18 : 3

Standaard

categorie : religie

 

 

 

en hij ( Christus) zei:

‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert

en wordt als een kind,

dan zul je het koninkrijk van de hemel

zeker niet binnengaan.

 

 

 

a184c8c2be418c93157f4dd822188616

 

 

 

Het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen.
Alleen een kind kan het begrijpen.

Het evangelie is niet te begrijpen met het verstand maar met het hart.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De inhoud van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Alfa en de Omega

De Alfa en de Omega

Pasteltekening van john Astria

 

 

 

 

1 : Het Bijbelboek Genesis – het begin

 

Het eerste Bijbelboek is Genesis, en het vormt ook de basis van de hele Bijbel.

Het woord Genesis komt van het Grieks en betekent oorsprong, omdat het de oorsprong van alles beschrijft, niet alleen de schepping, maar ook bijvoorbeeld hoe zonde in de wereld kwam en hoe God een verbond (Grieks: Testament) aanging en een verbondsvolk uitkoos (Israël).

 

 

 

2 : Het Bijbelboek Exodus – Uitgang

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.600 – 1.400 v.Chr.

Samenvatting — De naam Exodus is Grieks en betekent “een uitgaan”. Het beschrijft dan ook het uitgaan van het volk Israël uit Egypte en het begin van hun reis naar het beloofde land. Men neemt aan dat Mozes de auteur is, al zegt de Bijbel hier niets over.

Het boek Exodus vertelt van de grote groei van het aantal Israëlieten tijdens hun slavernij in Egypte. Het stelt Mozes voor en beschrijft de plagen die God over Egypte heeft gebracht om de bevrijding van zijn volk uit slavernij te bewerkstelligen. Dan beschrijft het de uittocht zelf.

Daarna volgt de verkondiging van het verbond van de Wet te Sinaï. Het boek eindigt met een beschrijving van de eredienst rondom de tabernakel en de wet van Mozes. Dit is het tweede boek van de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Joodse Schriften.

 

 

 

3 : Het Bijbelboek Leviticus

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 v.Chr.

Samenvatting — Het derde boek van de Pentateuch is genoemd naar één van de twaalf zonen van Jakob, Levi, wiens nakomelingen door God werden aangewezen om op te treden als dienaren voor de eredienst. Het boek omvat de Joodse wetten betreffende de eredienst zowel voor de individuele Israëliet als voor het volk als geheel, inclusief de Grote Verzoendag en de offers. Het bevat wetten voor reinheid, zeden, ethiek en hygiëne die voor Israël van dagelijkse betekenis zouden zijn. Dieroffers werden ingesteld als verzoening voor zowel individuele als nationale zonden.

 

 

 

 

4 : Het Bijbelboek Numeri

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 –  1.400 v.Chr.

Samenvatting — Numeri is het vierde boek van de Pentateuch. Het is een historisch boek. De naam is afgeleid van het Griekse woord “Arithmoi”, dat telling betekent, omdat er twee volkstellingen in worden vermeld. De Hebreeuwse naam is “In de woestijn”, omdat het vertelt over de Israëlieten in de woestijn, na de uittocht uit Egypte.

Vanwege een opstand, konden er van de volwassen mannen die uit Egypte waren bevrijd uiteindelijk maar twee het beloofde land Kanaän binnengaan. Het boek beslaat een tijdsperiode van 38 jaar, maar handelt voornamelijk over het begin en het eind daarvan.

 

 

 

 

5 : Bijbelboek Deuteronomium

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.400 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek is het laatste van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes). De Griekse naam betekent “tweede wet”. Dit is afgeleid van een uitdrukking in de Griekse vertaling van dit boek:

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust (Deuteronomium 17:18). In het Grieks staat als “afschrift van de wet” letterlijk ‘deuteronomion touto’.

Het bevat een herhaling van de wet in Leviticus, maar nu toegespitst op het wonen in het beloofde land. Deze herhaling werd gegeven in de velden van Moab, vlak voordat het volk Israël onder Jozua het beloofde land Kanaän binnentrok. Dit was de laatste toespraak van Mozes – kort voor zijn dood – tot het gehele volk.

Er waren toen, buiten Mozes zelf, nog maar twee mannen over van de generatie die uitgetrokken was uit Egypte. Daarom was deze herhaling van de wet uiterst belangrijk voor het welzijn van de nieuwe generatie in een nieuwe situatie.

 

 

 

 

6 : Het Bijbelboek Jozua

 

Auteur — Jozua

Globale tijd — ca. 1400 – 1350 v.Chr.

Samenvatting — Jozua werd door God gekozen als Mozes’ opvolger, om het volk in het beloofde land te brengen. Het boek schetst de verovering en bezetting van het beloofde land door Israël onder Jozua’s militaire leiding. God bepaalt duidelijk dat alle inwoners van het land volkomen verdreven of vernietigd moeten worden om verzekerd te zijn van geestelijke reinheid en volledige toewijding aan God.

 

 

 

 

7 : Het Bijbelboek Richteren (Rechters)

 

Auteur — Mogelijk Samuel

Globale tijd — ca. 1350 – 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Rechters (Richteren), dat hier ‘leiders’ betekent, handelt over de tijd vanaf de dood van Jozua tot de oprichting van de monarchie onder Saul. In die tijd waren de zeden zeer slecht omdat de Israëlieten geneigd waren om de zedeloosheid van de inwoners van het land over te nemen. God heeft ‘richters’ aangesteld die de zaken en het volk van Israël moesten leiden en moesten rechtspreken. Het boek Rechters eindigt met ons voor te bereiden op het verlangen van het volk naar een aardse koning.

 

 

 

 

8 : Het Bijbelboek Ruth

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — ca. 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ruth dateert uit de tijd van de richters. Het laat zien dat God in een tijd van nationaal verval en zedeloosheid een ‘overblijfsel’ in stand hield dat als kern van een toekomstig herstel zou dienen. Dit zou tot stand worden gebracht door een nakomeling van Ruth – David – uit wiens lijn de Messias zou stammen. Er wordt geen aanduiding gegeven van de auteur. Men neemt aan dat het boek na het tijdperk van de richters is geschreven en dat het de gewoonten uit die tijd beschrijft.

 

 

 

 

9 en 10 : De Bijbelboeken van Samuël 1 en 2

 

Auteurs — Samuel, Natan en Gad

Globale tijd — ca. 1150 – 1000 v.Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst werden de boeken van Samuel door de Hebreeuwse schriftgeleerden als één boek beschouwd. 1 Samuel is het eerste van twee historische boeken die de overgang van Israël beschrijven van een los verband van stammen tot een sterke en verenigde natie.

Het beschrijft de zalving van Saul, de eerste koning van Israël, door een groot profeet, Samuel. Het vertelt over de neergang van Saul, en het voor zijn taak gereed maken van zijn opvolger David, een man naar Gods hart. Het tweede boek begint met Sauls dood en Davids troonsbestijging.

Het overige stelt de regering van David te boek zowel wat betreft zijn buitenlandse veroveringen als de binnenlandse politieke intriges. Het eindigt met de zegening van Salomo door David.

1 SAMUEL (In sommige oudere vertalingen 1 KONINGEN)

2 SAMUEL ( in sommige oudere vertalingen 2 KONINGEN )

 

 

 

 

11 en 12 : De Bijbelboeken van de Koningen

 

Auteur — Onbekend

Tijd — ca. 970 – 587 v. Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Joodse teksten, werden deze boeken als één boek beschouwd. De twee boeken bevatten de geschiedenis van de Israëlitische monarchie vanaf de dood van David (omstreeks 970 v.Chr.) tot aan de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) Zij schetsen de opsplitsing van de Israëlitische natie in twee delen.

Het zuiden wordt het koninkrijk Juda, het noorden het koninkrijk Israël. 1 en 2 Koningen geven de geschiedenis van Israël vanuit een godsdienstig standpunt, niet vanuit een politiek standpunt. Het geeft daarom de godsdienstige gang van zaken weer en is het een uiteenzetting van de verschillende stadia in de aanvankelijke morele groei, gevolgd door de achteruitgang van het koninkrijk.

1 Koningen opent met de ongedeelde natie in zijn volle heerlijkheid en 2 Koningen eindigt met de ondergang van het laatst overgebleven Juda. Het doel van het boek Koningen is om de levens en karakters van de leiders van het volk weer te geven als waarschuwing en vermaning voor alle komende geslachten die het verbond zullen voortzetten.

1 Koningen (in sommige oude vertalingen 3 Koningen )

2 Koningen ( in sommige oude vertalingen 4 Koningen)
.
.
.
.
.
.

13 en 14 : De Bijbelboeken van de Kronieken

 

Auteur — Mogelijk Ezra

Tijd — 1050 – 536 v.Chr.

Samenvatting — Net als het boek Koningen, vormden 1 en 2 Kronieken volgens de Joodse traditie oorspronkelijk één boek. De Kronieken zijn echter niet zomaar een herhaling van de geschiedenis die al in de boeken Samuel en Koningen staat opgeschreven. Het boek Kronieken werd geschreven om het volk te herinneren aan hun volledige geschiedenis, en hun positie onder de andere volken.

De nadruk ligt hier op de geschiedenis van de priesterlijke eredienst vanaf de dood van Saul tot en met het eind van de Babylonische ballingschap. Kronieken bevat meer detail over de organisatie van de eredienst, van godsdienstige plechtigheden, van Levieten en zangers, en over de relatie tussen koningen en godsdienst, dan het boek Koningen. De geschiedenis van het noordelijke rijk is uit de Kronieken weggelaten omdat die niet van belang was voor de ontwikkeling van de ware godsdienst te Jeruzalem.

 

 

 

 

15 : De wetsgeleerde Ezra

 

Auteur — Ezra

Tijd — 538 – 516 v.Chr.

Samenvatting —Het boek Ezra beschrijft twee fasen in de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap. Na de val van het Babylonische rijk door de Perzen kregen de Joden in 538 v.Chr. van de Pers Kores verlof om naar Juda terug te keren om daar de tempel te herbouwen. Hulp van de Samaritanen bij deze herbouw werd door hen afgewezen.

Dit leidde tot tegenwerking en vertraging. Ondanks deze vertragingen werd de Tempel 20 jaar later, onder Darius, toch voltooid en ingewijd. De tweede terugkeer, onder Ezra, vond plaats in 458 v.Chr. Bij zijn aankomst in Jeruzalem trof hij ontoelaatbare praktijken aan, waar hij onmiddellijk maatregelen tegen nam.

 

 

 

 

16 : Het boek van Nehemia

 

Auteurs —Nehemia

Tijd — ca. 450 – 430 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met Nehemia’s aanstelling tot landvoogd over het land Juda en over Jeruzalem. Hij reist daarheen en organiseert de herbouw van de stadsmuur, ondanks tegenwerking van de buurvolken en interne onenigheid onder het Joodse volk. Na het herstel van de muur vestigden meer teruggekeerde ballingen zich in Jeruzalem.

Zijn toewijding aan God is voor Nehemia aanleiding om een aantal godsdienstige hervormingen door te voeren zoals het in het openbaar voorlezen uit de wet. Na een periode van afwezigheid moet hij echter constateren dat veel van zijn hervormingen alweer zijn verwaarloosd.

 

 

 

 

17 : Ester aan het Perzisch hof

 

Auteur — Mordechai?

Tijd — ca. 450 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ester is een historisch boek dat speelt in de tijd na de ballingschap, ten tijde van de Perzische koning Xerxes (485-465 v.Chr.). Het beschrijft het plan van Haman, de eerste minister van de Perzische koning, om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Esther, de koningin van Perzië, die zelf een Jodin is. Het boek verduidelijkt de achtergrond en de betekenis van het Joodse Purimfeest.

 

 

 

 

18 : Het Bijbelboek Job

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Mogelijk rond 1.500 v.Chr.

Samenvatting — Job is waarschijnlijk het eerste poëtische boek van het Oude Testament. Het beschrijft het zieleleed van een rechtvaardig man als zijn drie vrienden proberen de oorzaak te verklaren van het onheil dat Job is overkomen en dat hem heeft beroofd van zijn rijkdom, familie en gezondheid.

In de dialoog tussen Job en zijn vrienden geeft ieder zijn mening over de oorzaken van zulke moeilijkheden. De les van het boek Job is dat de ‘beloning’ voor rechtvaardigheid niet altijd in dit leven komt, maar soms pas daarna. Dat is het inzicht dat Job al redenerende verwerft, maar dat zijn drie vrienden weigeren in te zien.

 

 

 

 

19 : Het Bijbelboek Psalmen

 

Auteurs — David en anderen

Globale tijd — ca. 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — De Psalmen zijn verdeeld in vijf boeken, elk boek volgens zijn eigen indeling. De Psalmen zijn een vorm van Hebreeuwse poëzie, waarvan vele bestemd voor muzikale begeleiding. De inhoud van de Psalmen bevat Messiaanse profetie, lof aan God en visioenen van het komende Koninkrijk en de heerlijkheid daarvan. David wordt genoemd als auteur van ongeveer de helft van de Psalmen. Enkele anderen zijn verantwoordelijk voor nog eens vijftien Psalmen; de overige zijn anoniem.

 

 

 

 

20 : Het Bijbelboek Spreuken

 

Auteur — Salomo en anderen

Tijd — 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — In het boek Spreuken, wordt de wijsheid beschreven als het kenmerk van wie God op de eerste plaats stelt, als de rechtvaardige gids en de heer over de mensheid. Door het gehele boek heen wordt het standpunt ingenomen dat de mensheid bestaat uit twee verschillende klassen: de wijzen en de dwazen. Wijsheid en dwaasheid worden ook regelmatig voorgesteld als twee vrouwen, die dingen om de gunst van de mens.

Beide klassen kenmerken zich door hun handel en wandel. Ze leven met of zonder God, zijn goed of kwaad. Er is een onderlinge spanning tussen de twee klassen die in alle aspecten van het leven duidelijk is. We kunnen veel leren door ons eigen gedrag te toetsen aan de normen en waarden en waarschuwingen die we vinden in de Spreuken.

 

 

 

21 : Het Bijbelboek Prediker

 

Auteur — Salomo

Tijd 960 v.Chr.

Samenvatting — Prediker is het laatste boek van de literatuur der wijsheid. De naam Prediker stamt van een woord met de betekenis „samenbrengen.” Het boek is dus een verzameling van vele wijze gezegdes en spreuken van Salomo. Meestal bevat het boek commentaar op het leven. Nadat hij een leven van geneugten heeft geleid, concludeert Salomo dat het leven ‘niets’ is, een leegte.

En wie zou beter over het leven kunnen spreken dan iemand aan wie alles werd gegeven. Zonder God heeft het leven geen betekenis. Al zijn bezit zou niets betekenen. Daarom zegt hij tot slot dat de mens God moet vrezen en zijn geboden moet onderhouden.

 

 

 

 

22 : Het Bijbelboek Hooglied – Het hoogste lied

 

Auteur — Salomo

Tijd — ongeveer 960 v. Chr.

Samenvatting — Het boek bevat dialogen in Hebreeuwse poëzie. Het illustreert de liefde tussen man en vrouw. De juiste uitleg is altijd een punt van controverse geweest. De Joden hebben hierin een beeld gezien van de verhouding tussen God en Israël, terwijl de christelijke kerk het heeft opgevat als een beeld van Christus’ liefde voor zijn bruid, de gemeente.

Weer anderen zien een directe uitleg in een poging van Salomo om een jonge vrouw uit Galilea tot de zijne te maken, terwijl zij trouw blijft aan haar jeugdliefde, een jonge herder uit haar omgeving. Ook dit laat zich echter opvatten als een beeld van de trouw van de gemeente aan haar Verlosser.

 

 

 

 

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

23 : De profetie van Jesaja

 

Auteur — Jesaja

Tijd — 740 – 690 v. Chr.

Samenvatting — Jesaja profeteerde tijdens de regeringen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Zijn boodschap ging over het komende oordeel over het zuidelijke rijk Juda wegens haar openlijke zonden. Juda’s problemen zijn een direct gevolg van haar afgoderij en afval van God. Maar zijn boodschap blijkt een veel bredere toepassing te hebben dan alleen de situatie in het Juda van zijn eigen tijd.

In wezen gaat het hier over de relatie tussen God en de mens in het algemeen. Het is Jesaja die het begrip ‘evangelie’ introduceert, waar Johannes de Doper zijn prediking mee aanvangt. En alleen al daarom staat Jesaja’s profetie aan de basis van Jezus’ verlossingswerk.

 

 

 

 

 

24 : De profetie van Jeremia

 

Auteurs — Jeremia en Baruch

Tijd — 630 – 575 v.Chr.

Samenvatting — Jeremia waarschuwt het volk dat Jeruzalem verwoest zal worden, en het volk zelf als slaven in ballingschap zal worden gevoerd, door de dreigende militaire macht van de Babyloniërs. Hij sluit daarbij aan bij het in die tijd teruggevonden ‘wetboek’, waar Gods oordelen in staan aangekondigd.

Hij tracht het volk van Jeruzalem ervan te doordringen dat zij zich van hun goddeloze leven moeten bekeren, maar zij luisteren niet. Hij waarschuwt verder tegen de valse profeten die het volk op de verkeerde weg leiden met hun bedrieglijke leer en leugens. Hij spoort de Israëlieten aan om zich te onderwerpen aan het Babylonische gezag omdat Babel Gods strijdwapen is.

Ze luisteren echter niet naar zijn waarschuwingen, en het volk gaat uiteindelijk in ballingschap naar Babel. Hij voorzegt tweemaal dat de ballingen na in totaal 70 jaar van Babylonische overheersing terug zullen keren om Jeruzalem en de Tempel te herbouwen.

 

 

 

 

25 : De klaagliederen van Jeremia

 

Auteur Jeremia

Tijd — ca. 580 v.Chr.

Samenvatting — klagen betekent “het lijden verwoorden”. In dit boek uit Jeremia zijn verdriet over de val van Jeruzalem en het wegvoeren van zijn volk. Het boek beschrijft en verklaart de bezoekingen die over de stad Jeruzalem zijn gekomen, en de spot van de omringende naties als het gevolg van Gods oordeel over de zonden van het volk. Hij onderstreept de lessen die Jeruzalem hieruit zou moeten leren, in het bijzonder de loosheid van glorie, macht en trots, teneinde die in de toekomst te kunnen overwinnen.

 

 

 

 

26 : De profetie van Ezechiël

 

Auteur — Ezechiël

Tijd 593 – 560 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek beschrijft de werkzaamheden van de profeet Ezechiël tijdens de Babylonische ballingschap. Hij was een tijdgenoot van Jeremia, maar predikte onder de ballingen in Babylonië, die al daarheen waren gebracht onder de eerste wegvoering. Hij bestrijdt de misvatting dat deze ballingen de afvalligen zijn en dat zij die in het land zijn achtergebleven blijkbaar beter zijn.

Hij veroordeelt in soms felle beelden en bewoordingen de geloofsafval van de achtergeblevenen, maar spaart ook de ballingen niet. Toch zal God juist uit die ballingen een getrouwe ‘rest’ terugbrengen. Uiteindelijk zal dat uitlopen op de vestiging van Gods koninkrijk en een nieuwe tempel.

 

 

 

 

27 : De profetie van Daniël

 

Auteur — Daniël

Tijd — 605 – 535 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Daniël voorzegt de toekomst van twee tegenovergestelde machten: de koninkrijken der mensen en het Koninkrijk Gods. De nadruk ligt op het principe “De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen”. De profetieën van Daniël hebben in het algemeen minder met Israël te maken dan met de volken die Israël overheersen.

Het boek Daniël bevat profetieën die de periode overspannen vanaf zijn tijd tot het komende Koninkrijk Gods. Deze profetieën moeten worden gezien als waarschuwing (maar zeker ook als steun) aan de getrouwe gelovigen om te blijven volharden, want uiteindelijk loopt alles volgens Gods plan. Maar tegelijk is het boek een aanmoediging dat echt geloof in God nooit beschaamd wordt.

 

 

 

28 : De profetie van Hosea

 

Auteur — Hosea

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Hosea beschrijft Gods geduld met het noordelijke rijk Israël dat opstandig en ontrouw is. Maar het maakt de Israëlieten wel duidelijk dat er uiteindelijk een oordeel zal zijn voor ieder die bewust opstandig blijft. Hosea’s eigen huwelijk met de ontrouwe Gomer wordt gebruikt als een symbolische voorstelling van Israëls ontrouw jegens God.

 

 

 

 

29 : De profetie van Joël

 

Auteur — Joël

Tijd — 618 – 608 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Joël begint met een beschrijving van een reeks natuurrampen (een sprinkhanenplaag, droogte en natuurbranden), die misoogsten en hongersnood veroorzaken, als beeld van een militaire aanval. Joël roept Juda op tot een dag van berouw wegens Gods komende oordeel.

Het laatste deel van het boek gaat over de gebeurtenissen in verband met “de dag des Heren”. De uitgebeelde boodschap luidt: als Juda zich bekeert, dan zal God hen rijkelijk zegenen en vergeven.

 

 

 

30 : De profetie van Amos

 

Auteur — Amos

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting —Amos profeteert tijdens een periode van voorspoed in Israël. Jerobeam II was koning over het noordelijke rijk dat zich in die periode in politieke en materiële zin kon meten met het rijk en het tijdperk van Salomo en David. Amos, zelf afkomstig uit Juda en van beroep veehouder, werd door God geroepen om een oordeel uit te spreken over dat noordelijke rijk.

Hij moest haar luxe leven, afgoderij en morele verdorvenheid aan de kaak stellen. Amos spoort het volk aan om zich te bekeren voordat Gods oordelen hen zou treffen. „Zoek God en leef” was de dringende raad van Amos aan de natie. Hij voorzegt ook de verstrooiing van de Israëlieten, maar wijst vooruit naar een dag wanneer God hen weer bijeen zal brengen in het land van hun voorvaderen.

 

 

 

 

 

31 : De profetie van Obadja

 

Auteur — Obadja

Tijd — kort na 587 v.Chr.

Samenvatting — Obadja’s naam betekent “Knecht van Jahwe”. Hij spreekt een oordeel uit over het volk Edom wegens hun vijandschap jegens Israël ten tijde van de Babylonische aanval op Israël. Zij hadden zich verheugd over het voordeel dat die aanval hen zou brengen. Op ‘de dag des Heren’ (de tijd van Gods oordeel) zal er echter juist alleen ontkoming zijn op Sion. Edom was het volk dat afstamde van Ezau, de tweelingbroer van Jakob (Israël).

 

 

 

 

32 : De profetie van Jona

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Het verhaal speelt waarschijnlijk kort na 800 v.Chr., maar kan later te boek zijn gesteld

Samenvatting — Het boek gaat over de opdracht aan Jona om de stad Nineve, (de hoofdstad van Assyrië) te waarschuwen dat zij zich moet bekeren en Gods geboden gehoorzamen om de verwoesting, die God anders zal brengen, te voorkomen. Israël werd door Assyrië zwaar onderdrukt en Jona heeft geen zin om met zijn prediking Assyrië te redden van de ondergang.

Hij vlucht daarom de andere kant uit. Maar in een storm wordt hij door de scheepsbemanning overboord gegooid en verzwolgen door een grote vis. Na drie dagen wordt hij door de vis weer uitgespuugd. Vervolgens predikt hij toch de boodschap aan het volk van Nineve, dat zijn boodschap gelooft en zich bekeert van zijn zonden.

 

 

 

 

33 : De profetie van Micha

 

Auteur — Micha

Tijd 735 – 700 v.Chr.

Samenvatting — Micha was een voorloper en tijdgenoot van Jesaja. Zijn boodschap betekende hetzelfde voor het zuidelijke koninkrijk Juda als die van Amos voor het noordelijke koninkrijk Israël. Beiden bekritiseerden fel de rijken en machtigen die de armen onderdrukten.

Micha’s boodschap gaat over de vernieuwing van het ‘overblijfsel’ van het volk dat rest na het komende oordeel, de oprichting van het Koninkrijk Gods door het geslacht van David, en de bekering van de overige volken in dat Koninkrijk. Het besluit met een zegevierende uiting van geloof, die we moeten zien tegen de achtergrond van het materialisme en de corruptie van de regering van Achaz.

 

 

 

 

34 : De profetie van Nahum

 

Auteur — Nahum

Tijd — 620 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Nahum is geschreven ongeveer 140 jaar na de gebeurtenissen die in het boek Jona stonden beschreven. Gedurende die periode was Ninevé weer teruggekomen op zijn berouw en bekering. Assyrië had intussen het noordelijke koninkrijk Israël in ballingschap gevoerd.

Jona had een boodschap van barmhartigheid en bekering gepredikt, maar Nahum predikte een boodschap van ondergang tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Hoewel God het had gebruikt als zijn werktuig tegen Israël en Jeruzalem, zou het nu vernietigd worden wegens zijn hoogmoed.

 

 

 

 

35 : De profetie van Habakuk

 

Auteur — Habakuk

Tijd — 620 – 605 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met een klacht van Habakuk over het onrecht in Juda en zijn verbijstering dat God het boze en immorele volk van Babel niet oordeelt. God vertelt hem dan dat zijn volk moet blijven vertrouwen op zijn barmhartigheid zonder te letten op de omstandigheden om hen heen.

Het lijkt wel alsof de bozen voorspoed hebben terwijl de rechtvaardigen gekastijd worden. Maar deze voorspoed is slechts tijdelijk. God verlaat niet wie zijn geboden gehoorzamen en volgen: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (vgl. Psalm 73)

 

 

 

 

36 : De profetie van Sefanja

 

Auteur — Sefanja

Tijd — 635 – 615 v. Chr.

Samenvatting — Sefanja profeteerde tijdens de regering van koning Josia van Judea, na de wegvoering van de bevolking van het noordelijke rijk Israël. Josia voerde een grote godsdienstige hervorming door. Dat gebeurde na de slechte regeringen van de koningen Manasse en Amon, die het volk tot allerlei vormen van afgoderij hadden gebracht.

Maar het volk volgde Josia niet in deze terugkeer tot God. Sefanja kondigt daarom een komend oordeel over Jeruzalem aan wegens hun zonden. Hij duidt dat aan als een ‘offermaaltijd’ van God, maar ook als ‘de dag des Heren’. Toch doet hij nog een dringend beroep op het volk om in berouw tot God terug te keren.  En hij besluit met een korte vooruitblik op het komende vrederijk van de Messias.

 

 

 

 

37 : De profetie van Haggai

 

Auteur — Haggai

Tijd — 520 – 505 v.Chr.

Samenvatting — Haggai spoort de uit ballingschap teruggekeerde Joden aan om God oprecht te dienen. Hij vermaant hen: “Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!”, en roept hen op de Tempel te voltooien waarvan de fundamenten al achttien jaar eerder waren gelegd. Hij wijst op het feit dat hun huidige problemen alles te maken hebben met hun houding die meer is geïnteresseerd in hun eigen huizen dan in Gods ‘huis’.

Het volk antwoordt positief en in 516 voor Christus komt de Tempel gereed. Ook zegt Haggai dat de heidense rijken door God vernietigd zullen worden, en als de Messias komt zal Juda verheven worden. Het is een korte profetie en de boodschap wordt verder uitgewerkt door Zacharia, een (vermoedelijk jongere) tijdgenoot.

 

 

 

 

38 : De profetie van Zacharia

 

Auteur — Zacharia

Tijd — 520 – 490 v.Chr.

Samenvatting — Zacharia was een jongere tijdgenoot van Haggai. Hij neemt Haggai’s oproep om de tempel te herbouwen, over. En ook hij benadrukt de noodzaak tot bekering. Een deel van zijn boodschap bestaat uit een serie visioenen over de toekomst. Het bevat aanwijzingen over de komst van de Messias. Het boek eindigt met beschrijvingen van het oordeel over de vijanden van Jeruzalem, en van de toekomstige heerlijkheid van het Koninkrijk Gods.

 

 

 

 

39 : De profetie van Maleachi

 

Auteur — Maleachi

Tijd ca. 430  v.Chr.

Samenvatting — De profetie van Maleachi stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Nehemia terug was naar het hof van de Perzische koning. Het volk is weer laks geworden en heeft een steeds oppervlakkiger houding aangenomen tegenover God en de eredienst. Een eeuw na de herbouw van de tempel zijn hun verwachtingen van de komst van de Messias nog steeds niet vervuld. Maleachi schrijft dat hun offers onaanvaardbaar zijn voor God; mannen plegen echtbreuk, en de priesters verwaarlozen Gods verbond.

 

 

 

 

40 : Het evangelie van Matteüs

 

Auteur — Matteüs, ook genaamd Levi, een tollenaar

Tijd — 4 v.Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Matteüs wil aantonen dat Jezus de beloofde Koning (Messias) uit het huis van David is, die zijn volk zou bevrijden. Er ligt veel nadruk op de vervulling van de messiaanse profetieën. Maar die bevrijding zou niet komen door militair geweld; de Messias kwam hen niet bevrijden van de Romeinen, maar van zonde en dood.

Hij zou de lijdende Knecht van Jesaja zijn. Matteüs begint met: “Geslachtsregister van Jezus Christus (= Jezus de ‘Messias’), de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matt. 1:1). Daarmee introduceert hij Hem als de beloofde zoon van David en de beloofde nakomeling van Abraham. Het geslachtsregister identificeert Hem ook als de wettige troonopvolger. Matteüs is daarom ook de evangelist die de poging beschrijft van de zittende koning om deze ’concurrent’ uit de weg te ruimen.

Dit zet het toneel voor de voortdurende strijd tussen Gods koning en de politiek van de wereld. Daarnaast bevat dit evangelie veel van Jezus’ leer. Er ligt nadruk op het contrast met de Wet, en met de overlevering van de Joodse schriftgeleerden. Dit evangelie is waarschijnlijk in de eerste plaats geschreven voor Joodse lezers.

 

 

 

 

41 : Het evangelie van Marcus

 

Auteur Johannes Marcus, de neef van Barnabas

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Men denkt dat Marcus als eerste van de vier Evangeliën is geschreven. Het concentreert zich vooral op de laatste week van Jezus’ leven. Zes van de zestien hoofdstukken gaan over deze periode; de voorafgaande tien zijn vooral een inleiding daarop. Dat legt de nadruk heel sterk op zijn sterven en opstanding, en de gebeurtenissen daar omheen.

Marcus’ verhaal begint met een combinatie van een tweetal OT profetieën als inleiding op het werk van Johannes de Doper. Hij presenteert zijn verslag als de beschrijving van de vervulling van alles wat in dat OT stond aangekondigd. Dit evangelie volgt eenzelfde pad als dat van Matteüs. Het bevat echter weinig leer, maar wel een aantal genezingen.

Marcus tekent Jezus daarmee vooral als de genezer, in geestelijke zin, van zijn volk. Bij oppervlakkig lezen lijkt dit het meest simpele verhaal, maar het staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament en van daarop gebaseerde symboliek.

 

 

 

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

42 : Het evangelie van Lucas

 

 

Auteur — Lucas, de geneesheer

Tijd— 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Lucas is de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, en schrijft in de eerste plaats voor niet-Joden. Hij gebruikt veel minder typisch Joodse termen of legt die, waar nodig, uit. Ook Lucas introduceert Jezus als de nakomeling van David, nu via zijn moeder.

Tegelijkertijd noemt hij Hem de ‘zoon van God’, als een tweede Adam, maar nu een Adam die niet faalt. In dit Evangelie ligt de nadruk op de eisen van discipelschap. Het tweede deel van zijn prediking – tot aan de intocht – wordt beschreven als één lange reis naar Jeruzalem, waar Hij zijn verlossingswerk tot stand moet brengen, door Zich te laten terechtstellen aan een kruis.

 

 

 

 

43 : Het evangelie van Johannes

 

 

Auteur — Johannes, de geliefde discipel, neef van Jezus

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Dit evangelie is veel later geschreven dan de andere. Het veronderstelt de feitelijke gebeurtenissen inmiddels bekend, en gaat in op de diepere betekenis daarvan “opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” (20:31). Hij geeft Jezus’ wonderen als ‘tekenen’ dat Hij de beloofde Messias is. In zijn toespraken gaat Jezus hier veel dieper.

Veel van Jezus’ toenmalig gehoor heeft die niet begrepen, omdat ze zijn woorden te letterlijk namen. Johannes begint met Jezus te beschrijven als de vervulling van al Gods beloften, en hij beschrijft dat als de schepping zelf. Dat is kenmerkend voor Johannes. Hij ziet voorbij aan de fysieke werkelijkheid, en zoekt naar de betekenis daarachter.

Niet de fysieke schepping van hemel en aarde is kenmerkend voor Gods activiteit, maar zijn plan daarmee: dat plan was als het ware God. ‘Het begin’ wordt niet gekenmerkt door het tot stand komen van hemel en aarde, maar door Gods openbaring van dat plan: “In den beginne was het Woord [nl. van Gods openbaring] en het Woord was bij God en het Woord was God” (1:1,).

Alles wat Hij daarbij had aangekondigd, is nu werkelijkheid geworden in zijn Zoon, de Verlosser: dat woord “is vlees geworden” [dwz. de Verlosser die eerst slechts als belofte bestond, is nu verschenen als reëel mens] “en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig geborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (1: 14,).

 

 

 

 

44 : De handelingen van de apostelen

 

Auteur — De evangelist Lucas

Tijd — 30 – 62 na Chr.

Samenvatting — Het boek Handelingen beschrijft de uitvoering van Jezus’ opdracht aan de apostelen: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” (Matteüs 28:19). Maar Lucas maakt in zijn openingszin duidelijk dat we dit moeten zien als de voortzetting van het werk dat Jezus tijdens zijn dagen op aarde was begonnen, en dat Hij nu, door zijn apostelen, voortzet. We lezen over de vestiging van gemeenten overal in het Romeinse Rijk.

Die gemeenten steunen aanvankelijk nog steeds op Jeruzalem als hun ‘centrum’. Maar met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 zal dat centrum wegvallen. Er is dus haast, want binnen 40 jaar zal die groep van afzonderlijke gemeenten gezamenlijk de christelijke kerk vormen en op eigen benen moeten kunnen staan.

In de begintijd is de christelijke gemeente nog een groep binnen het totale Joodse spectrum en blijft de prediking voornamelijk beperkt tot Joden. Maar al na enkele jaren begint er een scheiding te ontstaan tussen de gemeente en het Jodendom. En in de periode 40-45 na Chr. beginnen sommigen ook aan niet-Joden te prediken en ontstaat in het gebied van het huidige Syrië de term christenen.

Het verslag van de prediking van daaruit in de rest van het Rijk wordt ons verteld vanuit het werk van de apostel Paulus. Het boek eindigt in 62, kort voor het begin van de Joodse opstand die uiteindelijk zal leiden tot de val en verwoesting van Jeruzalem.

 

 

 

 

45 : De brief van Paulus aan de Romeinen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 57/58 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven kort voor Paulus’ vertrek naar Jeruzalem (Handelingen 20:3), waarschijnlijk vanuit Korinthe. Hij werd in zijn predikingswerk gehinderd door Joodse predikers die verkondigden dat de nieuwe bekeerlingen zich aan de Joodse wet moesten houden. Om die reden wil hij de gemeente te Rome bezoeken om ze daartegen te waarschuwen.

Maar omdat hij eerst de opbrengst van een collecte voor de armen van Jeruzalem moet afleveren, schrijft hij alvast een brief (Romeinen 15:22-26). Daarin zet hij de verschillen uiteen tussen het op de wet gebaseerde Oude Verbond en het Nieuwe Verbond in Christus. Het gaat om ‘leven naar de geest’ tegenover het ‘leven naar het vlees’ uit hun tijd van onwetendheid. In hoofdstuk 6 introduceert hij de term ‘medegekruisigd’ (zie bladzij 103).

Daarnaast gaat hij ook uitgebreid in op de vraag hoe zij met elkaar moeten omgaan en hoe de ‘sterken in geloof’ de ‘zwakken’ moeten ontzien. Niet wie er gelijk heeft is van belang, maar of zij de zwakken opbouwen. Tenslotte vermaant hij ze om zich niet te verzetten tegen de overheid; hun geloof is geen vrijbrief voor onwettig gedrag.

 

 

 

 

46 en 47 : De brieven van Paulus aan de Korintiërs

 

Deze twee brieven zijn waarschijnlijk de tweede en vierde brief die Paulus aan deze gemeente schreef. De overige twee zijn niet bewaard gebleven, blijkbaar omdat die voor ons niet nuttig zijn. De twee worden hieronder apart behandeld:

1 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Paulus’ antwoord op een reeks vragen over de praktijk van het leven in Christus, die de gemeente van Korinte hem per brief heeft voorgelegd. Tevens reageert hij op wat hij van de brengers van die brief heeft gehoord. Net als de filosofenscholen vormen zij rivaliserende groepen; hij vermaant hen het evangelie niet te vermengen met elementen uit Griekse filosofie.

Ook moeten zij het evangelie niet zien als een vrijbrief voor een bandeloos leven. Korinte was een havenstad met veel zedeloosheid; daar moeten ze nu afstand van nemen. Evenmin moeten ze de geestesgaven zien als speeltjes: het spreken in tongen mag nog zo interessant zijn, het gaat erom je medegelovigen op te bouwen.

Tenslotte spreekt hij hen in felle bewoordingen aan op hun verwerping van de opstanding. In het slotwoord vraagt hij hun medewerking aan een collecte voor Jeruzalem.

 

 

2 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Uit deze brief valt op te maken dat er problemen waren ontstaan in de gemeente. Er zijn Joodse predikers langsgekomen, die leren dat ook zij zich aan de wet moeten houden. Ze hebben kennelijk beweerd dat Paulus geen echte apostel is, en het alleen maar doet om het geld, en dat hij valse leer predikt.

Een kort bezoek van Paulus aan Korinte heeft geleid tot een ernstige confrontatie tussen hem en een aanhanger van die Joodse predikers. Terug in Efeze heeft hij hen door Titus een brief laten brengen, die hen tot inkeer heeft gebracht. Ze hebben de schuldige ter verantwoording geroepen. Van Titus heeft Paulus nu vernomen dat alles weer in orde is. Deze kwestie zal de reden zijn geweest voor zijn brief aan de Romeinen.

Toch heeft hij nog een probleem. Ze hebben de collecte voor Jeruzalem verwaarloosd. Andere gemeenten hebben wel hun best gedaan en hij wil het geld nu naar Jeruzalem brengen. Hij moet ze aansporen die zaak weer ter hand te nemen, zonder de schijn te wekken dat het hem inderdaad alleen maar om het geld is te doen.

 

 

 

 

48 : De brief van Paulus aan de Galaten

 

Auteur — Paulus

Tijd — 48 na Chr.

Samenvatting — Dit is feitelijk Paulus’ eerste brief die we in de Bijbel bezitten. Hij komt voort uit de gebeurtenissen van Handelingen 15:1-2. Bepaalde Joodse christenen predikten dat ook gelovigen uit de heidenen zich moesten laten besnijden en zich aan de bepalingen van de wet houden, om behouden te kunnen worden.

Met deze prediking hebben zij ook de gemeenten in Galatië, die Paulus en Barnabas op de eerste zendingsreis hadden gesticht, in verwarring gebracht en beïnvloed. De gemeente te Antiochië besluit Paulus en Barnabas naar de apostelen en oudsten te Jeruzalem te zenden voor een beslissing in deze zaak. Maar nog voordat hij daarheen vertrekt, zendt Paulus de gemeenten in Galatië alvast deze brief, waarin hij zijn zienswijze in deze zaak uiteenzet.

Zijn toon is emotioneel, omdat hij een dringend beroep op de gemeenten doet niet terug te vallen in het oude wettische denken. Hij noemt deze prediking ‘een ander evangelie’. Paulus redeneert dat zowel Jood als Griek beiden in Christus hun volledige behoudenis hebben. Paulus laat zien dat alle wettische afwijkingen van het evangelie afvalligheden zijn en zo gezien moeten worden.

 

 

 

 

 

49 : De brief van Paulus aan de Efeziërs

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is waarschijnlijk een algemeen rondschrijven geweest aan alle gemeenten waar Paulus een relatie mee had. Dit blijkt o.a. uit het feit dat hij uitsluitend principiële zaken behandelt en niet in gaat op plaatselijke problemen. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die zij in Christus hebben.

Onderdeel daarvan is dat zij niet langer afgescheiden zijn van het verbondsvolk, maar daar nu zelf deel van uitmaken. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel dat wat zij ontvangen hebben ook weer uitstralen en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Zij zijn niet langer als de heidenen om hen heen, die God niet kennen, maar als kinderen des lichts, die liefde tonen en wier handel en wandel oprecht is tot aan de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

 

 

50 : De brief van Paulus aan de Filippenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60- 62 na Chr.

Samenvatting —Deze brief zal zijn geschreven gedurende de gevangenschap van Paulus te Rome (Handelingen 28:30). Hij kan nu niet zelf rondtrekken, maar hij houdt contact met de door hem gestichte gemeenten door zijn medewerkers zoals Timoteüs en Titus. Hij verwacht echter zelf spoedig in vrijheid gesteld te worden, en dan wil hij hen ook zelf bezoeken (vers 24).

In bedekte termen waarschuwt hij opnieuw voor valse predikers die de besnijdenis prediken. Hij noemt dat ‘versnijdenis’ (verminking) en duidt de predikers aan als honden (verg. Matteüs 7:6 en Openbaring 22:15) en slechte arbeiders (verg. Lucas 13:27, werkers der ongerechtigheid).

 

 

 

 

51 : De brief van Paulus aan de Kolossenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief stamt uit dezelfde tijd als die aan Filippi. Paulus heeft via zijn ‘netwerk’ informatie ontvangen over de gemeente te Kolosse, waar hij zich zorgen over maakt. Zij dreigen te vallen voor de aandrang van Joodse predikers, die hen leren dat zij zich aan de bepalingen van de wet moeten houden. Hij duidt die aan als drogredenen (Kolossenzen 2:4) en ‘grondbeginselen van de wereld’ (2:9 en 20).

Dat stadium zouden ze nu moeten zijn gepasseerd. Maar hij spreekt ook over wijsbegeerte (2:8), alsof er ook elementen van Grieks denken beginnen in te sluipen. In plaats daarvan spoort hij hen aan te zoeken naar dat wat van boven is, juist niet dat wat aards is (3:1-2, 5-7).

 

 

 

 

52 en 53 : De brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 50 na Chr.

Samenvatting — Deze beide brieven zijn geschreven aan de jonge gemeente te Tessalonica, vanuit Korinte, waar Paulus 1 ½ jaar heeft gewerkt. Paulus had Tessalonica overhaast moeten verlaten nadat de Joodse gemeente daar hem had aangeklaagd bij de Romeinse autoriteiten. Hij had zijn prediking daarom niet af kunnen maken.

Na Tessalonica had hij nog enige tijd gepredikt in Berea, totdat de Joden uit Tessalonica hem ook dat onmogelijk maakten. Zie Handelingen 17:1-14. Vandaar was hij vertrokken naar Athene, totdat hij daar problemen kreeg met de Griekse autoriteiten en ook die stad moest verlaten.

Vandaar vertrok hij naar Korinte. Paulus is blij met het nieuws dat hij ontvangt, maar ziet in dat hij bepaalde dingen verder moet uitleggen, vooral met betrekking tot de wederkomst van Christus. Dat doet hij in de eerste van deze beide brieven.

 

 

 

De mens in geloof

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 54 en 55 : De brieven van Paulus aan Timoteüs

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting — Timoteüs en Titus waren jonge medewerkers van Paulus tijdens zijn zendingswerk. Deze twee brieven – bekend staand als de pastorale brieven – zijn geschreven in de korte periode tussen Paulus’ eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16) en zijn dood. Paulus beseft dat de Joodse opstand, die zal leiden tot de vernietiging van Jeruzalem en de tempel, niet ver meer weg is, en dat hij dus weinig tijd meer heeft.

Uit de brief aan Titus blijkt dat hij na zijn vrijlating in 62 na Chr. met grote ijver bezig is te prediken in de streken ten oosten van Italië waar hij nog niet geweest was. Hij moet nu meer overlaten aan zijn jonge medewerkers die zijn taken binnenkort zullen moeten overnemen. Ten tijde van zijn tweede brief aan Timoteüs zit hij alweer opnieuw gevangen te Rome en hij verwacht binnenkort ter dood gebracht te zullen worden. Dit is de laatste brief die we van Paulus bezitten.

 

 

 

 

56 : De brief van Paulus aan Titus

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting- Deze brief bevat veel dat we ook in de eerste brief aan Timoteüs vinden. Zo vinden we dezelfde opsomming van vereisten aan ambtsdragers. Ook Titus zou op korte termijn de taken van Paulus moeten overnemen. Titus zit nu op Kreta, waar hij de gemeente op orde moet brengen. Maar Paulus is van plan hem af te lossen door iemand anders (3:12), en vraagt Titus hem dan te komen helpen met de prediking in Nikopolis (een plaats aan de westkust van Griekenland).

 

 

 

 

57 : De brief van Paulus aan Filemon

 

Auteur — Paulus

Tijd — 62 na Chr.

Samenvatting —Een brief van Paulus aan een individuele gelovige, Filemon, te Kolosse. Deze Filemon was kennelijk een welgesteld man met huispersoneel en een huis dat groot genoeg was voor de wekelijkse bijeenkomst. Paulus prijst zijn gastvrijheid jegens zijn geloofsgenoten. Maar Onesimus, een slaaf van hem, is weggelopen en naar Rome gevlucht waar hij Paulus heeft ontmoet (die hij gekend zal hebben).

Hij is nu een broeder in het geloof en een ijverig assistent van Paulus. Maar Paulus zendt hem terug naar zijn meester. Paulus dringt er bij Filemon op aan hem niet te straffen (op weglopen stonden zware straffen) maar hem te ontvangen als een broeder. En mocht er financiële schade zijn dan verklaart Paulus zich bereid die te vergoeden. Paulus laat doorschemeren dat hij als apostel feitelijk het gezag heeft Filemon te bevelen, maar laat hem de keuze.

 

 

 

 

58 : De brief aan de Hebreeën

 

Auteur Een onbekende bekeerde schriftgeleerde

Tijd — rond 65 na Chr. (kort voor de Joodse opstand

Samenvatting — Deze brief heeft geen opschrift met schrijver of geadresseerden. Maar hij bevat aan het slot wel de aankondiging van een voorgenomen bezoek, dus hij moet wel degelijk zijn geschreven aan een specifieke gemeente; het is geen algemeen rondschrijven. Op grond van de inhoud en het slot is aan te nemen dat hij is geschreven aan Joodse christenen in Rome.

Uit de inhoud kan worden opgemaakt dat deze Joodse christenen dreigen af te vallen van de christelijk beginselen en terug te keren naar hun vroegere Jodendom, waarschijnlijk uit angst voor vervolging door keizer Nero. Het antwoord van de schrijver is een uitgebreide uitleg van de achterliggende boodschap van de Mozaïsche wet.

De wet ‘toont slechts een voorafschaduwing van al het goede dat nog komen moet en laat niet de gestalte zelf daarvan zien’ (10:1). De werkelijkheid waarnaar de wet verwijst duidt hij regelmatig aan met woorden als beter, groter of verhevener.

 

 

 

59 : De brief van Jakobus

 

Auteur — Jakobus

Tijd — 43 – 50 na Chr.

Samenvatting — De brief van Jakobus gaat vooral over de praktijk van het leven in Christus. Hij is gericht aan ‘de twaalf stammen in de verstrooiing’, dus aan de Joden buiten Juda en Galilea. Maar zijn voorbeeld van de boer die wacht op de ‘regens van het najaar en voorjaar’ (: de vroege en late regen) is duidelijk ontleend aan de situatie langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Sommigen denken daarom dat de geadresseerden vooral de Joden in Syrië zullen zijn geweest. Maar waar Paulus veel moest strijden tegen de neiging terug te keren naar de letterlijke bepalingen van de wet, benadrukt Jakobus het belang van de principes achter die bepalingen. Geloof alleen is niet voldoende, geloof moet blijken uit je daden.

Velen zien daarom een tegenstelling tussen Paulus en Jakobus. Maar beiden hebben het wel degelijk over hetzelfde, alleen bestrijdt de een afwijking naar de ene kant en de ander een afwijking naar de andere kant. Verder geeft Jakobus een reeks van praktijkvoorbeelden om zijn betoog te illustreren.

 

 

 

 

60 en 61 : De brieven van Petrus

 

Auteur — Petrus

1 Petrus

Tijd — ca. 63-64 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven aan de Christenen in Klein Azië om hen te waarschuwen dat zij zich niet moeten laten verleiden menselijke wegen te gaan. Petrus beseft dat de Joodse opstand (die zou beginnen in 66 na Chr.), die zou leiden tot de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel, niet ver weg meer is.

Petrus vreest dat zijn lezers wellicht de zijde van de opstand zullen kiezen en dat zou een fatale fout zijn. Zij moeten geduld oefenen, en de gang van zaken aan God overlaten. Zij zullen zware vervolging moeten ondergaan, maar God weet wat hen overkomt, en ze zullen volharding moeten tonen.

 

2 Petrus

Tijd ca. 64-65 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden, maar het ligt voor de hand dat dit dezelfden zijn als die van de eerste brief, waar hij ook naar verwijst (3:1). Hij verwacht spoedig om zijn geloof terecht gesteld te worden (1:14), en doet een laatste poging hen te waarschuwen voor de tijd die komen gaat. Hij dringt er opnieuw met alle kracht op aan standvastig te blijven in de tijd die er nu aankomt en niet af te vallen, net nu het er op aankomt.

Ze moeten vasthouden aan ‘de woorden van de profeten’, d.w.z. ons Oude Testament (1:19).   Hij verwijst naar zijn eigen aanwezigheid bij ‘Jezus’ verheerlijking op de berg’, die hem ten volle heeft overtuigd dat Jezus de beloofde Messias is. Hij herinnert hen aan Jezus’ waarschuwing dat ‘de dag des Heren’ (in de Bijbel: de dag van Gods oordeel) onverwacht zal komen (als een dief in de nacht), en dat ze niet moeten luisteren naar mensen die spotten dat hij niet gaat komen.

Tegenover het woord van de profeten zet hij de valse profeten die hen zullen proberen te misleiden; ook dat zijn woorden van Jezus. En hij wijst hen op de woorden van Paulus die hen heeft voorgehouden wat hun te wachten stond. Dit zou kunnen betekenen dat Paulus al terecht gesteld was.

 

 

 

 

62, 63 en 64 : De 3 brieven van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd — 85 – 100 na Chr.

Samenvatting — Dit zijn waarschijnlijk de laatste geschriften van het Nieuwe Testament. De situatie verschilt nu sterk van die tijdens de periode van de andere brieven. Er is geen enkele tendens meer naar het houden van de Mozaïsche wet, maar wel wordt het zuivere geloof nu bedreigd door de invloed van Griekse filosofie. Die manifesteert zich het sterkst in leer van de zgn. gnostiek. Deze leert globaal een volledige scheiding tussen geest en materie, en ‘ingewijd’ zijn is er een belangrijk element van. De aspecten die Johannes in zijn eerste brief bestrijdt zijn:

  • De leer dat Jezus en ‘de Christus’ verschillende personen zouden zijn. De goddelijke Christus zou bezit hebben genomen van de mens Jezus bij diens doop, en hem weer verlaten hebben bij zijn kruisiging. Zie bijv. 1 Johannes 2:22 en 2 Johannes 7.
  • De leer dat een mens met zijn materiële lichaam niet zou kunnen zondigen, maar alleen met zijn geest. Wat hij met zijn lichaam doet zou dus nooit zonde kunnen zijn. Zie bijv. 1 Johannes 1:10.
  • De opvatting dat de ingewijden op een hoger plan zouden staan dan de oningewijden, waarop zij dus kunnen neerzien. Johannes noemt dit: ‘je broeder haten’ (1 Johannes 2:9).

Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat Jezus zelf, in zijn rede op de Olijfberg (bijv. Matteüs 24) heeft gewaarschuwd voor valse profeten (mensen die ten onrechte beweren namens God te spreken) die de gelovigen zullen misleiden door een valse Christus te prediken.

Het begin van de eerste brief leest sterk als het begin van zijn Evangelie, en het feit dat hij van dat Evangelie zegt dat het is geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias (Christus) is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” maakt het aannemelijk dat het in dezelfde tijd is geschreven, en met hetzelfde doel.

 

 

 

 

65 : De brief van Judas

 

Auteur — Judas, de broer van Jakobus

Tijd — ca. 70 – 80 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden en zou een algemeen rondschrijven kunnen zijn geweest. Judas wil zijn lezers herinneren aan de waarschuwingen van Petrus in diens tweede brief. Hij geeft in het kort dezelfde boodschap en min of meer dezelfde voorbeelden. Hij zal zijn geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Ook Judas waarschuwt tegen valse leer.

Hij wijst op het thema in Petrus’ brief dat in Gods oordelen de weinige rechtvaardigen worden beschermd en gered, en voegt daar het voorbeeld van de exodus aan toe als waarschuwing dat niet allen die door God zijn geroepen ook daadwerkelijk het einddoel bereiken.

 

 

 

 

66 : De openbaring van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd 70 na Chr.

Samenvatting — Openbaring is een directe boodschap van Jezus aan zijn volgelingen, gegeven in een reeks visioenen aan de apostel Johannes. Johannes dateert deze reeks op ‘de dag des Heren’. Dit moet logischerwijze slaan op de ondergang van Jeruzalem in 70 na Chr., een parallel van de eerdere verwoesting van Jeruzalem onder de Babyloniërs, waarbij de profeet Ezechiël een soortgelijke boodschap kreeg (Ezechiël 24:1).

Na de val van Jeruzalem zou het verbondsvolk bestaan uit plaatselijke gemeenten te midden van een andersdenkende wereld, soms getolereerd, maar vaak ook vervolgd. Jezus’ boodschap moet de gelovigen voorbereiden op de nieuwe situatie. Kenmerkend is dat het boek vrijwel uitsluitend spreekt in symbolen. Maar elk daarvan komt van elders in de Bijbel, meestal het Oude Testament, soms het Nieuwe.

De inhoud van Jezus’ boodschap is dat het volk van het nieuwe verbond het er niet beter vanaf zou brengen dan het volk van het oude verbond. Nieuw t.o.v. de situatie in het Oude Testament zou echter zijn dat de vervolging van de overgebleven trouwe gelovigen niet zou komen van de kant van een vijandige heidense overheid maar van een systeem dat zou claimen de enige ware kerk te zijn.

Dit is een echo van Jezus’ woorden aan zijn discipelen in de bovenzaal: “Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen” (Johannes 16:2). De brieven aan de zeven gemeenten, waar de boodschap mee begint, illustreren hoe zelfs gemeenten die op korte afstand van elkaar wonen sterk in karakter kunnen verschillen. Het boek eindigt dan met Gods oordeel over dit volk van het nieuwe verbond – zoals er op dat moment aan de gang was over het volk van het oude verbond – en de definitieve vervulling van Gods plan.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA