Tagarchief: evangelie

Waarom vier evangeliën?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

 

De Bijbel is niet een enkel boek maar een verzameling van verschillende boeken en geschriften. Als je de Bijbel openslaat kom je al gauw tot de ontdekking dat dit ‘boek’ uit twee hoofddelen bestaat, te weten: het Oude Testament en het Nieuwe Testament

 

 

Het Oude Testament

 

Het eerste deel, vaak afgekort tot OT, omvat de boeken die het Joodse volk heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het voorrecht van de Jood o.a. is dat “hun de woorden van God zijn toevertrouwd” (Rm 3:1,2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Het tweede deel, vaak afgekort tot NT, omvat de geschriften na

(1) de komst van Jezus Christus op aarde,

(2) zijn dood op het kruis,

(3) de opstanding uit de doden,

(4) zijn hemelvaart en

(5) de uitstorting van de Heilige Geest op aarde, zijn opgesteld.

 

Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.

 

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de vier Evangeliën

 

– het evangelie opgesteld door Mattheüs;
– het evangelie opgesteld door Markus;
– het evangelie opgesteld door Lukas en
– het evangelie opgesteld door Johannes.

 

Natuurlijk komt dan de vraag op waarom er vier evangeliën zijn. Kon dat niet met één? Dat zou het geval zijn als de vier slechts herhalingen waren van wat Jezus Christus gedaan heeft. Nu kan men bij de eerste drie wel aan herhalingen denken want ze beschrijven veel dezelfde gebeurtenissen. Dat geldt niet voor het vierde evangelie want dat is totaal verschillend van de andere drie, maar ook de eerste drie vertonen toch wel kenmerkende verschillen.  Deze verschillen hebben te maken met het doel dat de schrijvers voor ogen stond bij het opstellen van hun boek.

 

 

 

Door verschillende uitleggers uit het verleden is dat doel als volgt aangegeven

 

– Mattheüs heeft als doel de Heer Jezus voor te stellen als de koning;
– Markus beschrijft Hem als de profeet / dienstknecht;
– Lukas schildert de Heer als de Mensenzoon en
– Johannes tekent hem als de Zoon van God.

Johannes geeft het doel dat hij heeft met zoveel woorden aan in Jh 20:31. Bij de anderen moet men het afleiden uit de inhoud.

 

 

 

De vier evangeliën worden elk gekenmerkt door een bepaalde uitdrukking die er regelmatig in voorkomt

 

– bij Mattheüs is dat de uitdrukking “opdat vervuld zou worden”;
– bij Markus komen we regelmatig de uitdrukking “terstond” tegen (ruim
40 maal);
– bij Lukas zijn het de woorden “en het gebeurde”;
– bij Johannes is de kenmerkende uitdrukking “gezonden”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Christus’ grootouders

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

De grootouders van christus

 

Joachim en Anna zijn de ouders van de heilige maagd Maria en dus de opa en oma van Jezus. Anna werd op hoge leeftijd zwanger van Maria dankzij ingrijpen van God. Deze ‘onbevlekte ontvangenis’ is een belangrijke gebeurtenis in het katholieke geloof.

 

Volgens de katholieke traditie is Maria op de wereld gekomen zonder de erfzonde. Ze werd ontvangen in de schoot van haar moeder Anna. Deze onbevlekte ontvangenis zorgt ervoor dat Jezus uit de meest zuivere ziel ter wereld kwam. Dit dogma uit de katholieke kerk is in de kunst vaak verbeeld aan de hand van het verhaal van Joachim en Anna.

 

 

 

 

 

De Ontmoeting bij de Gouden Poort

 

Joachim en Anna hadden een grote kinderwens, maar waren hun hele leven kinderloos gebleven. Toen Joachim op hoge leeftijd een dag een offer wilde brengen bij de tempel, werd hij weggehoond door zijn dorpsgenoten. Joachim voelde zich gestraft door God en trok alleen de woestijn in om tot God te komen. Na 40 dagen, werd Joachim door een engel bezocht. ‘Je vrouw is in verwachting’. Hij keerde meteen terug naar de stad en ontmoette zijn vrouw Anna bij de Gouden Poort in Jeruzalem. Anna zou het leven schenken aan een dochter, die zij Maria noemen.

De Gouden Poort staat in Jeruzalem, al is de huidige poort uit de 6e eeuw. De stadspoort is tegenwoordig afgesloten nadat een Ottomaanse sultan rond 1500 besloot dat de stad zo beter te verdedigen was. De poort speelt ook in andere Bijbelverhalen een rol. Zo wordt de Gouden Poort ook vaak genoemd als de plek waar Jezus Jeruzalem binnenkwam met Palmpasen

 

 

2014 06 01 The Golden Gate, also known as: Gate of Mercy, Gate of Eternal Life, Beautiful Gate.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Evangelie van Jakobus

 

Het verhaal van Joachim en Anna staat beschreven in het evangelie van Jakobus. De auteur van dit evangelie identificeert zichzelf als Jakobus de Mindere, mogelijk de broer van Jezus. Maar waarschijnlijk werd deze tekst pas geschreven in de 2e eeuw na Christus, daarom is dit evangelie ook niet opgenomen in het Nieuwe Testament. Toch is het evangelie van Jakobus een veel gelezen tekst, omdat de geboorte van Maria niet in de Bijbel beschreven is. Sterker nog Anna en Joachim worden in de hele Bijbel niet genoemd!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sint Anna te Drieën

 

Toch werd Anna in de 15e eeuw één van de meest populaire heiligen. Juist doordat Maria in de schoot van Anna geboren werd zonder erfzonde, werd Anna een bijzondere plek gegeven. In de Renaissance kunst is dit terug te zien de populaire afbeelding van Anna met Maria en Jezus. Dit tafereel wordt ‘de aardse drie-eenheid’ genoemd of Sint Anna te Drieën. Joachim wordt in deze schilderijen vaak vergeten. Doordat God degene was die Anna zwanger maakte, speelt hij slechts in bijrol in de hele geschiedenis.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Het evangelie van Judas.

Standaard

categorie : religie

 

 

Judasevangelie

 

Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.

 

 

Goede boodschap

 

Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.

 

 

Boek

 

De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

 

 

Vier evangeliën

 

De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.

 

 

 

 

Gnosis

 

In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.

 

 

Geest tegenover materie

 

De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.

 

 

 

 

 

Demonen en eonen

 

De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.

 

 

Goddelijke vonk

 

De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.

 

 

Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis

 

Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.

 

 

 

 

 

Gnostische ‘evangeliën’

 

In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.

 

 

Ireneus contra de ketters

 

De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.

 

 

 

 

 

Judas en zijn verraad

 

Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.

 

 

 

 

 

Evangelie van Judas

 

De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).

 

 

Papyri gevonden

 

De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.

 

 

Tchacos

 

De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.

 

 

 

 

 

Hype

 

De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.

 

 

Authenticiteit en datering der papyri

 

Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.

 

 

Korte inhoud van het Judasevangelie

 

De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.

Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.

 

 

Alleen voor geleerden

 

De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.

 

 

Hans van Oort

 

 

‘De mens offeren’

 

Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.

 

 

Een belangrijke tekst?

 

Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.

 

 

Dwaalleer

 

Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.

 

 

 

Fragmenten uit het Judasevengelie

 

Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.

 

Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.

… [Jezus spreekt met de twaalf] …

En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.

Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.

Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.

Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …

… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …

En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].

Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Bergrede of de Zaligsprekingen (Matteüs 5, 1-12)

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bergrede

 

De hoofdstukken 5, 6 en 7 van het Mattheüs evangelie worden samen meestal aangeduid als de Bergrede. Dit deel is het langste, aaneengesloten openbaar optreden van Jezus dat in de evangeliën staat opgetekend. De Bergrede zou zich afspelen in Galilea, en begint ermee dat deze ook letterlijk op een berg gehouden wordt.

De auteur van het Matteüs evangelie zou volgens het evangelie een tollenaar zijn, een belastingambtenaar. Vanuit de kritische exegese is dat moeilijk te onderbouwen. De auteur toont onder meer een gedegen kennis van de Tenach en het Grieks. Voor een tollenaar van joodse komaf is dat niet voor de hand liggend.

Men schat in dat het Mattheüs evangelie geschreven is aan het einde van de eerste eeuw n. Chr. Gezien zijn kennis van de Tenach, het Hebreeuws en Grieks zou de auteur eerder een joods Schriftgeleerde kunnen zijn geweest die bekeerd is tot het christendom.

Volgens Matteüs vindt de Bergrede plaats aan het begin van Jezus’ openbare optreden, na zijn doop (in Mattheüs 3) door Johannes de doper en het bijeen vergaren van zijn eerste vier volgelingen, waaronder Simon Petrus. Matteüs verklaart aan het einde van het vierde hoofdstuk indirect dat de daarop volgende Bergrede in een bredere context past.

Hoofdstuk 4 eindigt ermee dat Jezus door heel Galilea reisde en predikte en dat men in heel Syrië van hem zou hebben gehoord. Een (uitgebreide) historisch-kritische onderbouwing om dit te staven ontbreekt echter. De Bergrede wordt gevolgd door een aantal op zich staande, korte openbare optredens.

Met de Bergrede wordt uitsluitend het bovengenoemde stuk uit Matteüs bedoeld. Het Evangelie volgens Matteüs is echter een zogenoemd synoptisch evangelie, dat veel overeenkomsten vertoond met de Evangeliën volgens Marcus en Lucas. De Veldrede in het Lucas evangelie vertoont de meeste overeenkomsten met de Bergrede, waaronder een viertal Zaligsprekingen, de gulden regel en een aantal ethische normen.

 

 

 

 

 1. Situering van het Bijbelboek in de Bijbel

 

Tekstfragment

 

1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

 

 

 

Situering van het Bijbelboek

 

Matteüs 5, 1-12 situeert zich in het Nieuwe Testament en is een onderdeel van de Bergrede (Matteüs 5-7). Deze acht zaligsprekingen zijn de inleiding van de openbare prediking van Jezus en staan in de Bijbel in het begin van de Bergrede. Inhoudelijk vatten ze Jezus’ ‘preek’ samen.

 

.

.

2. Exegetisch achtergrondluik

 

 

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kerk-der-zaligsprekingen.jpg

 

kerk van de zaligsprekingen

 

 

Jezus sprak tot een grote menigte. We mogen niet vergeten dat zijn zaligsprekingen gericht zijn tot iedere toehoorder die werk wil maken van het koninkrijk van God, in het bijzonder gericht tot wie arm en zwak is. De acht zaligsprekingen moeten als een geheel gezien worden en kunnen gericht zijn tot acht verschillende groepen mensen. Iedere zaligspreking behoort toe tot iedereen.
In de zaligsprekingen worden geen mensen zalig verklaard, maar wel kwaliteiten die mensen kunnen bezitten. Door deze zegeningen worden deze kwaliteiten of posities geclassificeerd als een must voor iedereen. De zegeningen leiden tot een meer bijzondere en vertrouwde relatie met God, de Vader.
.
.
.

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

.
.
Zij, die tot in hun diepste beseffen God nodig te hebben om te kunnen leven, worden zalig genoemd. Immers indien zij de genade van God niet ontvangen, kunnen zij niet functioneren of niet binnentreden in Gods Koninkrijk.
.
.
.
.
.

Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

.
.
Treurenden zijn diegene die het zondige in de wereld tot in hun diepste beseffen en die zich met deze zondigheid niet kunnen verzoenen. De bewogenheid is noodzakelijk. De treurenden zullen getroost worden, zij zullen de vrede ervaren, voor een deel in deze wereld, maar voornamelijk in het hiernamaals. Ook aan hen is de gelukkigheid toebedeeld.
.
.
.
.
.

Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

.
.
Zachtmoedig wordt ook wel ‘lam’ genoemd. Jezus spreekt hier over de personen die zacht van aard zijn, diegene die niet impulsief, kwaad, enzovoort reageren, maar wel wie de situatie aan God overlaat. Zij die dat doen, worden zalig genoemd.
.
.
.
.
.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

.
.
Gerechtigheid kon dubieus opgevat worden. Jezus had het hier over God. God is de maatstaf voor gerechtigheid. Zij zullen verzadigd worden en geen honger of dorst meer hebben naar gerechtigheid. De verzadiging zal deels in deze wereld ervaren worden, maar zal vervolledigd worden in het hiernamaals.
.
.
.
.
.

Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

.
.
Barmhartigheid doet ons denken aan de barmhartige Samaritaan, wie een intens gevoel van medeleven, empathie en bewogenheid toonde in het bieden van hulp. God wordt gezien als de barmhartige Vader, maar verwacht van zijn kinderen ook barmhartigheid. Wie barmhartig is, zal barmhartigheid ondervinden, bijvoorbeeld: wie zonder vergeeft, zal voor zijn zonden door God vergeven worden. De zaligheid situeert zich ook hier in het heden, met de vervollediging in het hiernamaals.
.
.
.
.
.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

.
.
Het hart is de motor voor de verdere weg die wij in ons leven bewandelen. Daarom is het belangrijk een zuiver hart te hebben. Geloven in God is noodzakelijk om een zuiver hart te hebben. Op deze manier gaat de zaligspreking in vervulling: zij zullen God zien. Aan hen zal God zich openbaren.
.
.
.
.
.

Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

.

.
Wanneer een christen verzoend is met Jezus Christus, ontvangt hij vrede. Wie vrede ontvangt, kan vrede geven. Echte vrede is echter pas te vinden in het hiernamaals, bij de wedergeboorte. Vrede mag niet als een evidentie gezien worden, daar het vaak moeilijk is om ware vrede te bereiken. Maar vrede kan nooit ten diepste afgenomen worden. Geloven in Christus zorgt ervoor dat we met God vrede hebben. De belofte “kinderen van God genoemd worden” is opnieuw tweeledig: in deze wereld én in het hiernamaals.
.
.
.
.
.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

.

Jezus zorgt voor een omkering van het waarden- en normenpatroon in de toenmalige wereldcontext. Het was dan ook geen evidentie Jezus te volgen en te geloven. Dit botste met de cultuur van toen en stootte op heel wat reacties. Zalig hen die het aandurven, want als er vervolging is omdat je Jezus gevolgd hebt, word je met vreugde en blijdschap toebedeeld. Dit wijst erop dat je het koninkrijk van de hemel waard bent en zal kunnen betreden.

 

.

.

3. Woordverklaringen

.

Zalig betekent in de hoogste mate aangenaam of heerlijk of heilzaam. In religieuze zin betekent zalig onder andere: het eeuwig heil deelachtig, een toewensing of iemand zalig verklaren. Wanneer een maaltijd genuttigd wordt kan een persoon zeggen dat hij het eten zalig vindt en daarmee bedoelt hij dat het lekker en smakelijk is. In de betekenis van het eeuwig heil deelachtig kent men het woord vanuit de Bijbel in de zin van ‘Zalig de zachtmoedigen’.

De katholieken wensen elkaar met Nieuwjaar en Pasen, respectievelijk een zalig Nieuwjaar en een zalig Pasen. In de betekenis van iemand zalig verklaren gebeurt het binnen de rooms-katholieke kerk dat de paus iemand zalig kan verklaren, hij is de enige die dit mag doen. Iemand zalig verklaren betekent een plechtige verklaring afleggen waardoor een gestorven mens recht heeft op een beperkte openbare verering. Met een zaligverklaring zegt de paus dat deze persoon bij God is.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Robert Schuller en zijn welvaartsevangelie

Standaard

categorie : religie

.

Het evangelie van Robert Schuller

 

 

 

De op 2 april 2015 overleden Robert Harold Schuller (88) is onder meer bekend van de internationale televisiekerkdienst Hour of Power vanuit de praaltempel Christal Cathydral in Garden Grove, Californië en door de 37 bestsellers die hij heeft geschreven. Schuller lanceerde het programma Hour of Power al in 1971, waarbij zijn vrouw de rol van verantwoordelijke producer had.

Midden jaren 70 bereikte hij met zijn uitzendingen alle huizen in de Verenigde Staten en begon Garden Grove Community Church uit zijn voegen te barsten. Het was de aanzet tot de bouw van de internationaal bekende Crystal Cathedral die in 1980 werd geopend. Hour of Power wordt/werd op meer dan 180 televisiezenders over de hele wereld uitgezonden.

De kerk van Schuller is inmiddels ter ziele vanwege een megaschuld van 55 miljoen dollar. In november 2011 meldden zich twee geïnteresseerden: de Chapman Universiteit en Bisdom Orange. Uiteindelijk heeft het bisdom de kerk kunnen overnemen. Vanaf dat moment is de kerk omgedoopt tot Christ Cathedral. Schuller predikte een evangelie waarbij de mens zich gelukkig moet voelen en bij wie het “Positief denken” het grote toverwoord was en waarbij de Bijbelse waarheden van minder belang waren.

Eigen ideeën werden door hem zomaar aan Bijbelse leer toegevoegd. Schuller predikte een soort succesevangelie. Tijdens zijn kerkdiensten deden alleen de aanwezige mensen, de entourage en het koor aan een kerkdienst denken, de preek zeker niet. Hour of Power is een mix van: “positief denken” en “geloven in God”.

Met humanistische praatjes over maatschappelijk succes werden door Schuller menselijke krachtbronnen aangeboord, overgoten met een christelijk sausje. Het was niets anders dan laagdrempelige krachteloosheid, waarin de mens en diens gevoel centraal stond.

Jezus was volgens Schuller een humanist, maar ook een christelijke kapitalist. Reiniging van zonde en vergeving door het bloed van Jezus werd niet genoemd en de Bijbel werd alleen gebruikt om zijn theorie over het positieve denken te staven. Schuller vond het maar niets dat er in de kerkdiensten over de zondige staat van de mens werd gesproken. Hij zei hierover:

 

,,Ik geloof niet dat er iets erger is gedaan in de naam van Jezus, dan de vaak rauwe, onhandige en onchristelijke strategie te proberen mensen bewust te maken van hun verloren, zondige staat. Dit heeft bewezen vernietigend te zijn voor de persoonlijkheid van de mens en daardoor onvruchtbaar voor evangelisatie.”

 

 

Christal Cathydral

 

 

Schuller schilderde Jezus bij voorkeur af als de grootste positieve denker ooit. Soms, heel soms, noemde hij Jezus ‘Verlosser’ om niet teveel door de mand te vallen. Schuller ging er prat op contacten te onderhouden met vele ‘groten’ der aarde. Ook rekende hij Sun Myung Moon  de op 3 september 2012 overleden sekteleider tot zijn vriendenkring evenals wijlen John Wimber, de oprichter van de “Vineyard Christian Fellowship”.

Ook was hij zeer enthousiast over zijn bezoek aan terreurmiljardair Jasser Arafat in de Gazastrook. Beiden hadden heel wat gemeen aldus Schuller. Ook heeft Schuller gesproken op een gebedsbijeenkomst georganiseerd door de Zuid-Koreaan David Yonggi Cho. Cho is een bekende welvaartsprediker, die in zijn prediking boeddhistische zaken uitdraagt.

Schuller was ook bevriend met bekende New Age figuren. Hij citeerde ze in zijn boeken. Schuller deed net alsof het medechristenen waren. Zo heeft hij onder meer de in Amerika zeer bekende Newagers Templeton, Siegel en Gerald Jampolsky via zijn blad, zijn boeken en zijn tv-programma gepromoot. Bijna 25 jaar geleden verscheen Jampolsky voor het eerst in het Hour of Power- programma van Schuller.

Dat leidde toen tot een storm van protest maar desondanks heeft Schuller altijd warme banden met hem blijven onderhouden. Op 17 oktober 2004 kwam de New-age goeroe nogmaals in Hour of Power. Jamplosky is een aanhanger van ‘een cursus in wonderen’. Dat is de cursus die, door een geest die zich ‘Jezus’ noemde, gechanneld is aan Helen Schukman. Deze ‘Jezus’ gaf in de door hem gedicteerde cursus een standaard New Age boodschap door.

Schuller was een honderd procent New Age leraar. Wat hij ten gehore bracht was niets anders dan de kernlering van de New Age. Schuller was volledig oecumenisch en was een vijand van de Bijbelse waarheid. Zijn invloed op de charismatische beweging en de neo-evangelicans was enorm. Zowel Hybels als Rick Warren hebben Schullers ideeën overgenomen.

Schuller is ook diep beïnvloed door de vrijmetselaar Norman Vincent Peale. In zijn autobiografie beschrijft Schuller op verschillende plaatsen hoe zijn eigen prediking hierdoor veranderd is. Peale’s boek “De kracht van positief denken” komt duidelijk overeen met de inhoud van de boeken van Schuller. Op de achterkant van het boek van Peale met de titel “Het geheim van positief denken”1986 staat o.a. het volgende:

 

,,Dr.Peale vertelt u, hoe u door positief denken tot geweldige successen kunt komen en hij geeft interessante aanwijzingen om uw twijfels te veranderen in zelfvertrouwen en hoe uw idealen te verwezenlijken”. 

 

Nergens in zijn boeken wordt gerept over Gods heilsplan om de mens te redden van zijn zonden. Het bloed van Jezus dat vloeide op Golgotha en de zonde van de wereld wegnam wordt niet genoemd. Het geloof in Jezus wordt wel gestimuleerd, maar dan alleen als voorbeeld en helper om het zelfrespect van de gelovige te herstellen.

 

 

 

Wereldkerk

 

Schuller was ook een groot voorstander van een samenvoeging van alle religieuze richtingen. Tot deze voorstanders behoren ook de al eerder genoemde Rick Warren (Saddleback Church), Bill Hybels (Willow Creek) en David Yonggi Cho (Full Gospel Church, Zuid Korea). Samen met alle andere religieuze richtingen was hij een verdediger van de Wereldkerk.

 

 

 

welvaartspredikers

 

 

Rick Warren

 

 

 

Bill Hybels

 

 

 

David Yonggi Cho

 

 

Volgens Schuller aanbidden christenen en moslims dezelfde God als die zich in de Bijbel openbaart. Hij was zeer enthousiast over de toenadering tussen de verschillende religies.

,,De helft van alle mensen op aarde behoren bij geloofsrichtingen en religies die de naam van Jezus eren. Of het nu rooms-katholieken zijn, moslims, protestanten en honderden andere religieuze richtingen, het komt in feite allemaal op hetzelfde neer”, 

aldus Schuller.

,,Werk aan uw eigen ego want dat geeft zodanig veel kracht aan uw persoonlijkheid, dat het wonderen voor u zal verrichten. De redding van de mens zit hem in het “positieve denken.” 

 

Hij maakte weinig of geen onderscheid tussen de verschillende religies. Niet alleen de religies welke van de Bijbel uitgaan maar ook andere zoals de islam. Schuller was al jaren een warm voorstander van samenwerking met de islam. In zijn kantoorgebouw is een afdeling ingericht door de stichting: “Christenen en Moslims voor Vrede”. Schuller noemde de islam en het christendom twee prachtige godsdiensten.

Tijdens de kerstdagen van 1999 was Schuller in Israël en zond hij een preek de wereld in vanuit de velden van Efrata nabij Bethlehem. De reis van Schuller naar het Heilige Land droeg als motto “Een licht, één wereld”. Na zijn bezoek aan Israël ging hij naar Damascus in Syrië voor een bezoek aan Grootmoefti Ahmad Kuftaro, die hem daarvoor schriftelijk had uitgenodigd.

De moefti schreef dat hij samen met Schuller bruggen van liefde en broederschap wilde bouwen tussen moslims en christenen. In zijn boek My Journey: From an Iowa Farm to a Cathedral of Dreams  schreef Schuller:

 

,,Staande voor een menigte van gelovige Moslims en de Grootmoefti, wist ik dat wij Gods wil deden om samen hand in hand de breuk te herstellen.” 

 

Deze moefti van Damascus was trouwens een openlijk supporter van de terreurbeweging Hamas en de Libanese terreurbeweging Hezbollah.

 Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 6 november 2012) (Laatste bewerking: 30 augustus 2015)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Hoe is de Bijbel tot stand gekomen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De namen van Bijbelboeken worden in het aangeven van de Bijbelteksten altijd voluit geschreven met het oog op hen die niet zo met de Bijbel bekend zijn.

 

 

het-dwars-leggen-over-de-bijbel-ontstaan-38708938

.

.

Onder alle boeken neemt de Bijbel een bijzondere plaats in. Niet alleen wat de inhoud betreft, maar ook wat zijn ontstaan aangaat.

 

Meestal wordt een boek door één auteur geschreven in een betrekkelijk kort tijdsverloop. Soms komt een boek tot stand door samenwerking van een paar schrijvers, die dan nauwkeurig voeling met elkaar houden. Met de Bijbel is dat echter totaal anders. We zullen dat  nagaan en zien dat de Bijbel wat zijn ontstaan betreft al een wonder op zichzelf vormt.

 

01. De Bijbel is eigenlijk niet één boek. Hij bestaat uit 66 boeken. Dit aantal is in twee groepen verdeeld, te weten de boeken van het Oude Testament en de boeken van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament heeft 39 boeken en het Nieuwe Testament 27 boeken.

02. De boeken van het Oude Testament verdelen we als volgt:
a. de geschiedkundige boeken te weten Genesis tot en met Esther
b. de poëtische of dichterlijke boeken, dat zijn de boeken van Job tot en met Hooglied
c. de profetische boeken te weten Jesaja tot en met Maleachi

03. De Joden hebben een andere indeling en spreken van:
– de wet (Genesis tot en met Deuteronomium);
– de profeten (Jozua, Richteren, Samuël, Koningen, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, 12 kleine profeten;
– de geschriften (Job, Spreuken, Psalmen, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Ezra, Nehemia, Kronieken, Daniël. Iets van deze indeling vinden we in Lukas 16:16. De twee aanduidingen die daar gebruikt worden zijn de wet en profeten. De benamingen die in Lukas 24:44 opgesomd worden zijn de profeten en de  psalmen.

04. Het Nieuwe Testament wordt meestal in vier delen verdeeld, te weten:
a. De vier evangeliën. Dat zijn Mattheüs, Marcus, Lukas, Johannes;
b. De Handelingen ;
c. De Brieven Romeinen tot en met Judas ;
d. De Openbaring.

05. Nu iets over de schrijvers en de tijd waarin zij leefden. De eerste vijf boeken van het Oude Testament zijn Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium. Ze zijn geschreven (zie Daniël 9:11; Lukas 16:31; 24:44) door Mozes. De schrijver van die boeken leefde zo’n 1400 jaar voor Christus. De Joden noemen deze vijf boeken de ‘Thora'(= aanwijzing, wet). Van het Griekse woord ‘pentateuchos’ (= vijfdelig boek: ‘pente’ = vijf, ‘teuchè= rollen) is de naam Pentateuch afgeleid.

06. Als we zeggen dat Mozes de schrijver is van de eerste vijf boeken van de Bijbel, bedoelen we daarmee niet, dat er in die boeken geen notities van latere schrijvers of samenstellers voorkomen. Zo’ n latere toevoeging hebben we kennelijk in Genesis 36: 31. Daar wordt van de koningen van Edom gezegd dat ze regeerden voordat er een koning over de Israëlieten regeerde.

07. Ook Deuteronomium 34 moet van een latere hand zijn. De gebeurtenis van Mozes dood wordt er beschreven. Het is toch niet aannemelijk dat Mozes daarover bij voorbaat, als profetie, geschreven zou hebben.

08. Heel wat Jongelui komen van school thuis met het verhaal dat deze boeken pas veel later zijn ontstaan. Zo zou Deuteronomium dateren uit de tijd van koning Josia (ca 630 v. Chr.). Bij de tempelrestauratie vond men toen (2 Kronieken 34:14) het boek van de wet des Heren gegeven door Mozes.

Uiteindelijk zou de Pentateuch pas in de vijfde eeuw voor Christus voltooid zijn en door Ezra met zijn gezag zijn gedekt. Bij de samenstelling zou materiaal van diverse ‘bronnen’ zijn samengevoegd. Van Ezra lezen we in Ezra 7: 6 dat hij een schriftgeleerde was, bekwaam in de wet van Mozes.

09. De argumenten die men voor deze en soortgelijke opvattingen aanvoert, missen echter elke grond van degelijk bewijs en zijn ingegeven door vooringenomenheid. De beide genoemde teksten zeggen niets in de richting van wat deze geleerden beweren, integendeel. In het wetboek in de tijd van Josia staat dat het gevonden werd. Dat geeft aan dat het boek al bestond. Ezra kende de wet. Er staat niet dat hij de wet schreef, of dat hij de wet samenstelde.

10. Vroeger ontkende men dat Mozes de schrijver was op grond van het lichtvaardige argument, dat in zijn dagen de schrijfkunst nog niet zou zijn uitgevonden. Latere opgravingen hebben aangetoond hoe totaal onhoudbaar deze mening was. Er zijn beschreven kleitabletten gevonden van meer dan 5000 jaar oud!

Hoewel de Bijbel die bevestiging niet nodig heeft, laat een dergelijke vondst de betrouwbaarheid zien van mededelingen zoals in Numeri 33: 2 waar staat daar dat Mozes namelijk  hun tochten beschreef van pleisterplaats tot pleisterplaats. Zelfs een jongeman, zomaar aangetroffen in het veld in de tijd van de Richteren kon schrijven. Dit blijkt uit vers 14 van Richteren 8.

11. De jongste boeken van de Bijbel moeten we natuurlijk in het Nieuwe Testament zoeken, het zijn de brieven van de apostel Johannes. Die zijn omstreeks 100 na Christus geschreven. Als we de hiervoor vermelde tijdsaanduidingen als juist aannemen is de hele Bijbel dus tot stand gekomen in ( 1400 + 100 ) 1500 jaar.

12. Het is al een zeldzaam iets dat zo’n veertig mensen over verloop van tientallen eeuwen 66 boeken schrijven, die op elkaar aansluiten en volmaakt met elkaar in harmonie zijn.

 

 

document van Jesaja

document van Jesaja

 

 

 

Dat veertig mensen over een tijdsverloop van zo’ n 1500 jaar zesenzestig boeken schrijven, die een eenheid vormen, is al een wonder op zichzelf. Maar dat is nog niet alles. Deze veertig schrijvers waren namelijk geen veertig mensen met eenzelfde opleiding, ingewijd in eenzelfde vak. Ook stemden ze niet overeen in karakter of levensomstandigheden en ondanks die verschillen leveren ze één magistrale compositie van 66 boeken. 

 

 

01. Mozes heeft als jongeman zijn opvoeding genoten (Exodus 2:10; Handelingen 7: 21) aan het hof van Farao. Hij werd daar opgevoed in (Handelingen 7:22) wijsheid door de Egyptenaren.

02. Toen hij veertig jaar was (Handelingen 7:23) vluchtte hij naar Midian en bleef daar veertig jaar (Handelingen 7: 30). Hij verbleef daar bij (Exodus 2:18-21) Rehuël  die ook wel (Exodus 18:1) Jethro noemde.  Deze man was een (Exodus 3:1) schaapsherder.

03. Vervolgens voerde Mozes het volk Israël uit Egypte en leidde het veertig jaar door de (Handelingen 7:36) woestijn. Tijdens die reis moet hij de Pentateuch (Genesis tot en met Deuteronomium) hebben samengesteld.
Aanwijzingen voor zijn activiteiten als schrijver treffen we o.a. aan in Exodus 17:14. Daar gaat het over de strijd met welk volk Amalek. Ook is er sprake van het oordeel dat God over die volksstam uitspreekt (vgl. ook het reeds genoemde Numeri 33: 2).

04. Een heel andere achtergrond dan Mozes heeft bijvoorbeeld Amos. Volgens zijn eigen getuigenis was hij  (Amos 7:14) veehouder en kweker van moerbeivijgen.

05. Daniël was van afkomst? (Daniël 1: 3,4) koninklijk. Hij leefde in Babel maar in de burcht die lag in (Daniël 8:2) het gewest Elam. Dat hij de dromen en gezichten die hij kreeg opschreef, lezen we in Daniël 7 in vers 1. Daniël legde zijn profetieën vast in een boek.

06. Mattheüs was van beroep tollenaar voordat hij een discipel van Jezus werd (Mattheüs 9:9). Dit beroep stond onder Israël niet hoog aangeschreven (Denk aan Mattheüs 11:19).

07. Marcus heet de schrijver van het tweede evangelie. Zoals vaker het geval was, werd hij ook nog met de andere naam Johannes aangeduid (Handelingen 12: 12). Hij was een neef van (Kolossen 4: 10) Barnabas. Met deze man maakte Paulus de eerste zendingsreis. Marcus heeft zich op die reis niet erg gunstig (Handelingen 13: 13). Daardoor ontstaat er later een verwijdering (Handelingen 15: 36-41). Gelukkig is dat later weer bijgelegd. Paulus zegt in 2 Timotheüs 4:11. immers van Marcus dat hij van heel veel nut was voor de dienst.

 

 

Het-ontstaan-van-de-Bijbel-van-kleitablet-tot-boekdrukkunst-Back

 

 

08. Petrus was net als Johannes een (Mattheüs 4:18-22) visser. Het waren ongeletterde mensen blijkens Handelingen 4:13. Van Petrus weten we dat hij ‘dialect’ sprak. Men zei van hem (Mattheüs 26:73) dat hij een eenvoudig man was.

09. Petrus schreef blijkens het slot van 1 Petrus 5 zijn eerste brief in Babylon. Volgens sommigen zou dit een symbolische naam zijn waarmee dan Rome bedoeld werd. Er is echter niet voldoende reden om niet aan het bekende landschap Babylon te denken. In dit vers is ook weer sprake van Marcus die  door Petrus genoemd zijn zoon genoemd wordt.

10. We treffen ook een ontwikkeld man onder de schrijvers van het Nieuwe Testament aan. We hebben het over (Kolossen 4) Lucas, de geneesheer. Hij schreef het evangelie van Lucas en de Handelingen der apostelen.

11. Ook Paulus kan bogen op een behoorlijke ontwikkeling. Hij was een (Filippi 3:5) farizeeër die opgevoed werd aan de voeten van (Handelingen 22: 3) Gamaliël.  Dit was onder de Joden een heel bekend en geacht persoon. Paulus schreef de brief aan Filémon  (Filémon::23; Handelingen 28:16) in de gevangenis te Rome.

12. De diverse schrijvers verschillen dus wat betreft:
– de tijd waarin ze leefden,
– het land waar ze woonden,
– het beroep dat ze uitoefenden,
– de opvoeding die ze hadden genoten,
– het milieu waaruit ze voorkwamen.

13. Maar dit is nog niet alles. De schrijvers verschillen ook sterk wat hun karakter betreft. Volgens Numeri 12 was  Mozes zachtmoedig van karakter. Van de beide discipelen Johannes en Jakobus kan dat blijkbaar niet gezegd worden. De Heer Jezus noemt ze in Marcus 3:17: ‘Boanérges’ wat zonen des donders betekent. Hoe juist die naam is, blijkt uit Lukas 9: 54.

14. Onder de schrijvers treffen we oude mensen aan, maar ook jeugdige personen. Mozes was 40 jaar toen hij uit Egypte trok (Handelingen 7: 23). Hij verbleef 40 jaar in Midian blijkens Handelingen 7. Hij was dus minstens 80 jaar toen hij begon te schrijven. Jeremia was geen oud man toen hij tot profeet geroepen werd (Jeremia 1: 6). Eerst later lezen we van het opschrijven van zijn profetieën. Dat gebeurde in (Jeremia 36) het vierde jaar van Jojakim. Toen was hij nog vrij jong, want dit was nog geen twintig jaar later.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Wat is Pinksteren?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen  verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel.

 

 

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.  Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen. Als mensen zijn we niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap (= Evangelie) te verkondigen. De Heilige Geest helpt ons daarbij.

We vieren de Eerste en Tweede Pinksterdag nadat we in de negen dagen daarvoor (vanaf Hemelvaartsdag) hebben gebeden voor de komst van de Heilige Geest (de Pinksternoveen) We bidden  dat er een goede voedingsbodem mag zijn, dat de mensen Hem accepteren, naar Hem luisteren en door Hem naar de Vader worden gebracht voor het eeuwige geluk. Ook de Apostelen met Maria, de Moeder van Jezus, wachtten zo op de komst van de Heilige Geest.

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon. Het is een mysterie maar toch een werkelijkheid wanneer je de Heilige Schrift leest. Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest en waarbij de Vader de Zoon de zending geeft.

De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap die ze gingen verkondigen en ze in alle talen de mensen konden toespreken.
Ook als duif wordt de Geest verzinnebeeld, omdat de duif voor reinheid, zachtmoedigheid, hemelse inspiratie, vrede en de ziel staat. De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

 

 

 

 

Het is een moeilijk voor te stellen wat er die op die dag in Jeruzalem gebeurde. De apostelen zaten bij elkaar, in afwachting van de belofte van God. Waarop ze precies zaten te wachten, wisten ze niet. Ineens was er het geluid van de wind, was er het vuur en spraken de apostelen met andere tongen. Buitenstaanders kwamen toelopen op al die vreemde dingen en hoorden tot hun verwondering de apostelen spreken in hun eigen taal: de Geest van God had bezit genomen van de apostelen. In de tijd erna gebeurden dingen die niemand voor mogelijk hield. De apostelen genazen mensen, zoals voordien Jezus had gedaan. Zo werd vervuld wat Jezus had voorzegd:

 

‘wie in Mij gelooft, zal ook de werken doen die Ik doe’. 

 

Met het pinksterfeest is nóg een belofte uitgekomen, die van de aanwezigheid van de Geest van de Waarheid die tot in eeuwigheid bij de mens zal zijn. Dat betekent dat sinds het Pinksterfeest de wereld is veranderd. De mens is niet verweesd, maar de mens heeft inwoning gekregen van de Geest van God.

In het Johannes-evangelie is sprake van de ‘gewone’ wereld en van de geestelijke wereld. Het is maar een klein zinnetje, maar de betekenis is enorm: de wereld in haar gewone doen kan de Geest niet ontvangen, want die ziet de Geest niet en kent Hem niet, zegt Jezus. De gewone mens ziet de gewone dingen, maar ziet niet wat er achter of in de dingen aan waarheid wordt geopenbaard.

Om dat te zien, heb je de Geest nodig. Dat is geen aanvulling op het mens-zijn, maar het is inwoning van de Geest: de mens is een ander mens geworden. De mens-met-de-Geest ziet de dingen die van het Koninkrijk zijn en die doet de dingen van het Koninkrijk.

De tegenwoordige mens leeft diep in het materialisme. Niet alleen als consument van luxe, maar ook in het denken. Alleen wat zichtbaar is, of gemaakt kan worden, wat nuttig is voor de economie en meetbaar is als prestatie, geldt als waardevol. Het Pinksterfeest, en alles wat daarmee samenhangt, heeft daarom ook nauwelijks nog verbinding met de werkelijkheid van alledag.

Het zou wel eens de grootste opgave voor de gelovige mens kunnen zijn te leren de werkelijkheid te zien als materiële uitdrukking van een geestelijke wereld. Eeuwenlang hebben christenen zo gedacht en gevoeld. Het is de opgave om als mens die volop leeft in de eigen tijd te zoeken naar de werkelijkheid van God. De Geest, die op het Pinksterfeest de apostelen vervulde en sindsdien is uitgewaaierd over de aarde, is nog dezelfde.

De keuzes die de mens nu moet maken om de Geest wel of niet te kunnen zien, zijn ook dezelfde. Ook al zijn het bewustzijn en de belevingen anders dan toen, de Geest wil in ons wonen en ons tot mensen maken die anders denken en anders doen.

 

 

geloof

geloof

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Pinksteren

 

Met het Pinksterfeest vieren we de uitstorting van de Heilige Geest. We kennen de verhalen van de wind en het vuur. De vreemde talen en de mensen die tot geloof komen. Maar Wat is dat eigenlijk, de Heilige Geest, Wie is dat eigenlijk? Wat doet de Heilige Geest vandaag?

Christus Zelf geeft het antwoord in Johannes 16. Hij zegt dat de Heilige Geest komt. We kunnen de Heilige Geest vergelijken met een zaakwaarnemer. Iemand die erg druk en heel belangrijk is, neemt een zaakwaarnemer in dienst. De zaakwaarnemer neemt, zoals het woord al zegt, de zaken waar. Wat zo’n zaakwaarnemer doet is hetzelfde als wat een ambassadeur in een ver land doet. Een ambassadeur neemt ook de zaken waar namens het land van herkomst.

 

De Heilige Geest die komt, doet niets anders dan de zaak van Christus waarnemen. 

 

De Heilige Geest vertegenwoordigt Christus. Dat is een rijke belofte. De Heere Jezus gaat met Hemelvaartsdag wel naar de Vader, Hij verlaat deze wereld, maar dat is geen reden tot droefheid.
Nee, het is een grote blijdschap want de Heilige Geest is gekomen. De Heilige Geest komt in plaats van Jezus, Hij komt als de advocaat, de zaakwaarnemer. Hij behartigt de zaken van de Heere Jezus.

 

 

 

Hoe komt de Heilige Geest? 

 

Kunnen wij iets merken van de Heilige Geest? Ja, zegt Jezus, de Heilige Geest zal spreken. De Heilige Geest spreekt van Christus. De Heilige Geest doet niets liever dan Christus groot maken. Iemand heeft gezegd dat de woorden van Christus het leerboek vormen van de Heilige Geest waaruit Hij zijn leerwerkzaamheid beoefent. Nooit is het komen van de Geest los te maken van de Heere Jezus. Juist in het Woord en in de prediking verbindt deze Geest ons aan Christus.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Kun je weten of de Heilige Geest

 

in je leven aan het werk is? 

 

Het antwoord is ja. Daar komen we achter wanneer we voor onszelf weten wie Jezus is en wat Zijn werk voor ons betekent. Wanneer we in de zonde leven, in verkeerde denkbeelden blijven, dan is dat niet het werk van de Heilige Geest dan bedroeven we Hem. Maar wanneer we met al onze schuld en
zonde bij het kruis van Christus neerzinken, dan is het de Heilige Geest die ons op Christus doet zien.

 

 

 

Komt de Heilige Geest ook tot mij persoonlijk? 

 

Ja, daar begon de Heilige Geest al mee in de doopbediening. Gedoopt in de Naam van de Heilige Geest. Toen al beloofde de Geest u toe te eigenen wat we in Christus mogen ontvangen.

 

 

 

Waarom spreekt de Heilige Geest? 

 

De Heilige Geest spreekt opdat de Heere Jezus in het middelpunt van uw en jouw leven zal staan. Opdat Hij zal schitteren in ons leven. De Heilige Geest komt om ons aan Jezus te verbinden. Hij werkt in opdracht van Jezus om de kruisverdienste, de verzoening in ons te leggen. De Heilige Geest doet niets liever dan ons in geloof en bekering aan Christus te verbonden opdat we in Christus zijn. Dat is de heel intieme en persoonlijke eenheid met Christus Jezus.

De Heilige Geest komt om ons de waarheid te leren en te laten zien dat het hopeloos is buiten Christus. Maar ook dat er door het bloed van Christus redding en eeuwig behoud is.

De Geest komt niet om Zelf in het middelpunt te staan. De Heilige Geest heeft slechts één doel en dat is van Christus spreken. Hij, de gekruisigde Christus moet centraal staan. Dat betekent dat wij al helemaal niet centraal staan. Niet ons geloof, onze bevinding maar Zijn Naam en eer en daden.

Hoe wordt Christus verhoogd? Hij wordt verhoogd in onze schuldbelijdenis en het vluchten tot Hem, dat is door het geloof.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jezus’ terugkomst

Standaard

categorie : religie

.

.

.

Orlando Bottenbley:

.

‘Jezus komt binnen 12 jaar terug’

.

 

‘Ieder kind van God moet gepassioneerd verlangen naar de wederkomst’

 

 

 

De waarheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

“Nog een jaar of twaalf en dan is het klaar met deze wereld,” een opmerkelijke uitspraak van ds. Orlando Bottenbley. Volgens hem zal de wederkomst van Jezus niet lang meer op zich laten wachten en gaat hij dit zeker meemaken. Hoe komt ds. Bottenbley aan deze stellige overtuiging?

 

In Mattheus 24: 36 staat: ‘Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.’En toch zegt u dat Jezus binnen 12 jaar terugkomt?

“Ik zal me nooit wagen aan het voorspellen van een exact jaar, een maand of een dag. Ik denk wel dat je op grond van de verschillende beelden die Jezus gebruikt heeft en dingen die Hij gezegd heeft, mag weten dat Zijn komst zeer nabij is. Ik ben enorm veel met dit onderwerp bezig en heb een studie gemaakt van alle tekenen van de eindtijd. De Here Jezus zegt: ‘Als je deze dingen ziet gebeuren, weet dan dat de tijd nabij is.’ En dan gebruikt Hij tot twee keer toe het beeld van een zwangere vrouw in barensnood. Daarmee geeft Hij duidelijk aan dat het niet meer ver weg is.”

 

 

Israël

 

Een belangrijk argument om aan te tonen dat we inderdaad in het einde der tijden leven, is volgens Bottenbley de gebeurtenissen rondom het volk Israël. “In 1948 is de staat Israël hersteld. De profetie gaat nu letterlijk in vervulling. God is bezig om vanuit de hele wereld, ja, om werkelijk uit elk land, de Joden terug te brengen naar het Beloofde Land. Inmiddels wonen er meer Joden in Israël dan daarbuiten. Concretere vervulling van een profetie kan haast niet.”

 

 

Wereldwijde verbreiding

 

Een ander duidelijk teken, voorafgaand aan de wederkomst van Jezus, is de wereldwijde verbreiding van het Evangelie. Bottenbley: “Jezus heeft niet gezegd dat iedereen een Bijbel in zijn eigen taal moet hebben, maar dat het evangelie wereldwijd verkondigd moet zijn. Ik ben met de Bijbelvertalers van Wycliffe en de medewerkers van Trans World Radio in gesprek en zij geven aan dat binnen tien jaar iedereen bereikt is met het evangelie. Nogmaals: ik waag me niet aan een exacte dag of een tijdstip, maar als je let op de tekenen van de tijd, zeg ik dat de wederkomst snel zal plaatsvinden. Je ziet zoveel teksten uit de Bijbel in vervulling gaan!”

 

Als Jezus toch snel terugkomt, waarom maken we ons als christen dan nog druk over het milieu en over zorg voor de schepping? Er komt dan toch een nieuwe hemel en een nieuwe aarde?

Stellig: “Ik denk dat dit een totaal verkeerde manier van denken is. Als God je ergens verantwoordelijk voor maakt, dan ben je tot het laatste moment verantwoordelijk voor de opdracht die Hij je gegeven heeft. Namelijk een goed rentmeester zijn van deze schepping. Dus zelfs als ik zou weten dat Jezus volgende week terugkomt, dan nóg moet ik op een verstandige manier met deze verantwoordelijkheid omgaan. Of, zoals Luther zei, dan zou ik vandaag nog een boom planten. Als christen moet je verantwoordelijk omgaan met de schepping, totdat Hij komt.”

 

Veel mensen vinden het leven hier op aarde prima. Zitten we wel te wachten op de wederkomst?

“Ik denk dat elk kind van God van nature gepassioneerd zou moeten verlangen naar de wederkomst. Elk kind van God wordt immers ook geconfronteerd met de gebrokenheid van het leven, het zuchten, zoals de Bijbel dat noemt. Het onvolmaakte zal straks plaatsmaken voor het volmaakte, en het sterfelijke zal plaatsmaken voor het onsterfelijke. De kerk van Jezus Christus heeft in de laatste jaren echt verzuimd deze boodschap te verkondigen en te onderwijzen. Het staat zo vaak in de Bijbel! De wederkomst van Christus is het doel waar uiteindelijk alles naartoe gaat. Jezus komt om het lijden en de ongerechtigheid een halt toe te roepen. Dat is toch fantastisch?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget