Tagarchief: evangelie

Robert Schuller en zijn welvaartsevangelie

Standaard

categorie : religie

.

Het evangelie van Robert Schuller

 

 

 

De op 2 april 2015 overleden Robert Harold Schuller (88) is onder meer bekend van de internationale televisiekerkdienst Hour of Power vanuit de praaltempel Christal Cathydral in Garden Grove, Californië en door de 37 bestsellers die hij heeft geschreven. Schuller lanceerde het programma Hour of Power al in 1971, waarbij zijn vrouw de rol van verantwoordelijke producer had.

Midden jaren 70 bereikte hij met zijn uitzendingen alle huizen in de Verenigde Staten en begon Garden Grove Community Church uit zijn voegen te barsten. Het was de aanzet tot de bouw van de internationaal bekende Crystal Cathedral die in 1980 werd geopend. Hour of Power wordt/werd op meer dan 180 televisiezenders over de hele wereld uitgezonden.

De kerk van Schuller is inmiddels ter ziele vanwege een megaschuld van 55 miljoen dollar. In november 2011 meldden zich twee geïnteresseerden: de Chapman Universiteit en Bisdom Orange. Uiteindelijk heeft het bisdom de kerk kunnen overnemen. Vanaf dat moment is de kerk omgedoopt tot Christ Cathedral. Schuller predikte een evangelie waarbij de mens zich gelukkig moet voelen en bij wie het “Positief denken” het grote toverwoord was en waarbij de Bijbelse waarheden van minder belang waren.

Eigen ideeën werden door hem zomaar aan Bijbelse leer toegevoegd. Schuller predikte een soort succesevangelie. Tijdens zijn kerkdiensten deden alleen de aanwezige mensen, de entourage en het koor aan een kerkdienst denken, de preek zeker niet. Hour of Power is een mix van: “positief denken” en “geloven in God”.

Met humanistische praatjes over maatschappelijk succes werden door Schuller menselijke krachtbronnen aangeboord, overgoten met een christelijk sausje. Het was niets anders dan laagdrempelige krachteloosheid, waarin de mens en diens gevoel centraal stond.

Jezus was volgens Schuller een humanist, maar ook een christelijke kapitalist. Reiniging van zonde en vergeving door het bloed van Jezus werd niet genoemd en de Bijbel werd alleen gebruikt om zijn theorie over het positieve denken te staven. Schuller vond het maar niets dat er in de kerkdiensten over de zondige staat van de mens werd gesproken. Hij zei hierover:

 

,,Ik geloof niet dat er iets erger is gedaan in de naam van Jezus, dan de vaak rauwe, onhandige en onchristelijke strategie te proberen mensen bewust te maken van hun verloren, zondige staat. Dit heeft bewezen vernietigend te zijn voor de persoonlijkheid van de mens en daardoor onvruchtbaar voor evangelisatie.”

 

 

Christal Cathydral

 

 

Schuller schilderde Jezus bij voorkeur af als de grootste positieve denker ooit. Soms, heel soms, noemde hij Jezus ‘Verlosser’ om niet teveel door de mand te vallen. Schuller ging er prat op contacten te onderhouden met vele ‘groten’ der aarde. Ook rekende hij Sun Myung Moon  de op 3 september 2012 overleden sekteleider tot zijn vriendenkring evenals wijlen John Wimber, de oprichter van de “Vineyard Christian Fellowship”.

Ook was hij zeer enthousiast over zijn bezoek aan terreurmiljardair Jasser Arafat in de Gazastrook. Beiden hadden heel wat gemeen aldus Schuller. Ook heeft Schuller gesproken op een gebedsbijeenkomst georganiseerd door de Zuid-Koreaan David Yonggi Cho. Cho is een bekende welvaartsprediker, die in zijn prediking boeddhistische zaken uitdraagt.

Schuller was ook bevriend met bekende New Age figuren. Hij citeerde ze in zijn boeken. Schuller deed net alsof het medechristenen waren. Zo heeft hij onder meer de in Amerika zeer bekende Newagers Templeton, Siegel en Gerald Jampolsky via zijn blad, zijn boeken en zijn tv-programma gepromoot. Bijna 25 jaar geleden verscheen Jampolsky voor het eerst in het Hour of Power- programma van Schuller.

Dat leidde toen tot een storm van protest maar desondanks heeft Schuller altijd warme banden met hem blijven onderhouden. Op 17 oktober 2004 kwam de New-age goeroe nogmaals in Hour of Power. Jamplosky is een aanhanger van ‘een cursus in wonderen’. Dat is de cursus die, door een geest die zich ‘Jezus’ noemde, gechanneld is aan Helen Schukman. Deze ‘Jezus’ gaf in de door hem gedicteerde cursus een standaard New Age boodschap door.

Schuller was een honderd procent New Age leraar. Wat hij ten gehore bracht was niets anders dan de kernlering van de New Age. Schuller was volledig oecumenisch en was een vijand van de Bijbelse waarheid. Zijn invloed op de charismatische beweging en de neo-evangelicans was enorm. Zowel Hybels als Rick Warren hebben Schullers ideeën overgenomen.

Schuller is ook diep beïnvloed door de vrijmetselaar Norman Vincent Peale. In zijn autobiografie beschrijft Schuller op verschillende plaatsen hoe zijn eigen prediking hierdoor veranderd is. Peale’s boek “De kracht van positief denken” komt duidelijk overeen met de inhoud van de boeken van Schuller. Op de achterkant van het boek van Peale met de titel “Het geheim van positief denken”1986 staat o.a. het volgende:

 

,,Dr.Peale vertelt u, hoe u door positief denken tot geweldige successen kunt komen en hij geeft interessante aanwijzingen om uw twijfels te veranderen in zelfvertrouwen en hoe uw idealen te verwezenlijken”. 

 

Nergens in zijn boeken wordt gerept over Gods heilsplan om de mens te redden van zijn zonden. Het bloed van Jezus dat vloeide op Golgotha en de zonde van de wereld wegnam wordt niet genoemd. Het geloof in Jezus wordt wel gestimuleerd, maar dan alleen als voorbeeld en helper om het zelfrespect van de gelovige te herstellen.

 

 

 

Wereldkerk

 

Schuller was ook een groot voorstander van een samenvoeging van alle religieuze richtingen. Tot deze voorstanders behoren ook de al eerder genoemde Rick Warren (Saddleback Church), Bill Hybels (Willow Creek) en David Yonggi Cho (Full Gospel Church, Zuid Korea). Samen met alle andere religieuze richtingen was hij een verdediger van de Wereldkerk.

 

 

 

welvaartspredikers

 

 

Rick Warren

 

 

 

Bill Hybels

 

 

 

David Yonggi Cho

 

 

Volgens Schuller aanbidden christenen en moslims dezelfde God als die zich in de Bijbel openbaart. Hij was zeer enthousiast over de toenadering tussen de verschillende religies.

,,De helft van alle mensen op aarde behoren bij geloofsrichtingen en religies die de naam van Jezus eren. Of het nu rooms-katholieken zijn, moslims, protestanten en honderden andere religieuze richtingen, het komt in feite allemaal op hetzelfde neer”, 

aldus Schuller.

,,Werk aan uw eigen ego want dat geeft zodanig veel kracht aan uw persoonlijkheid, dat het wonderen voor u zal verrichten. De redding van de mens zit hem in het “positieve denken.” 

 

Hij maakte weinig of geen onderscheid tussen de verschillende religies. Niet alleen de religies welke van de Bijbel uitgaan maar ook andere zoals de islam. Schuller was al jaren een warm voorstander van samenwerking met de islam. In zijn kantoorgebouw is een afdeling ingericht door de stichting: “Christenen en Moslims voor Vrede”. Schuller noemde de islam en het christendom twee prachtige godsdiensten.

Tijdens de kerstdagen van 1999 was Schuller in Israël en zond hij een preek de wereld in vanuit de velden van Efrata nabij Bethlehem. De reis van Schuller naar het Heilige Land droeg als motto “Een licht, één wereld”. Na zijn bezoek aan Israël ging hij naar Damascus in Syrië voor een bezoek aan Grootmoefti Ahmad Kuftaro, die hem daarvoor schriftelijk had uitgenodigd.

De moefti schreef dat hij samen met Schuller bruggen van liefde en broederschap wilde bouwen tussen moslims en christenen. In zijn boek My Journey: From an Iowa Farm to a Cathedral of Dreams  schreef Schuller:

 

,,Staande voor een menigte van gelovige Moslims en de Grootmoefti, wist ik dat wij Gods wil deden om samen hand in hand de breuk te herstellen.” 

 

Deze moefti van Damascus was trouwens een openlijk supporter van de terreurbeweging Hamas en de Libanese terreurbeweging Hezbollah.

 Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 6 november 2012) (Laatste bewerking: 30 augustus 2015)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

Hoe is de Bijbel tot stand gekomen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De namen van Bijbelboeken worden in het aangeven van de Bijbelteksten altijd voluit geschreven met het oog op hen die niet zo met de Bijbel bekend zijn.

 

 

het-dwars-leggen-over-de-bijbel-ontstaan-38708938

.

.

Onder alle boeken neemt de Bijbel een bijzondere plaats in. Niet alleen wat de inhoud betreft, maar ook wat zijn ontstaan aangaat.

 

Meestal wordt een boek door één auteur geschreven in een betrekkelijk kort tijdsverloop. Soms komt een boek tot stand door samenwerking van een paar schrijvers, die dan nauwkeurig voeling met elkaar houden. Met de Bijbel is dat echter totaal anders. We zullen dat  nagaan en zien dat de Bijbel wat zijn ontstaan betreft al een wonder op zichzelf vormt.

 

01. De Bijbel is eigenlijk niet één boek. Hij bestaat uit 66 boeken. Dit aantal is in twee groepen verdeeld, te weten de boeken van het Oude Testament en de boeken van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament heeft 39 boeken en het Nieuwe Testament 27 boeken.

02. De boeken van het Oude Testament verdelen we als volgt:
a. de geschiedkundige boeken te weten Genesis tot en met Esther
b. de poëtische of dichterlijke boeken, dat zijn de boeken van Job tot en met Hooglied
c. de profetische boeken te weten Jesaja tot en met Maleachi

03. De Joden hebben een andere indeling en spreken van:
– de wet (Genesis tot en met Deuteronomium);
– de profeten (Jozua, Richteren, Samuël, Koningen, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, 12 kleine profeten;
– de geschriften (Job, Spreuken, Psalmen, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Ezra, Nehemia, Kronieken, Daniël. Iets van deze indeling vinden we in Lukas 16:16. De twee aanduidingen die daar gebruikt worden zijn de wet en profeten. De benamingen die in Lukas 24:44 opgesomd worden zijn de profeten en de  psalmen.

04. Het Nieuwe Testament wordt meestal in vier delen verdeeld, te weten:
a. De vier evangeliën. Dat zijn Mattheüs, Marcus, Lukas, Johannes;
b. De Handelingen ;
c. De Brieven Romeinen tot en met Judas ;
d. De Openbaring.

05. Nu iets over de schrijvers en de tijd waarin zij leefden. De eerste vijf boeken van het Oude Testament zijn Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium. Ze zijn geschreven (zie Daniël 9:11; Lukas 16:31; 24:44) door Mozes. De schrijver van die boeken leefde zo’n 1400 jaar voor Christus. De Joden noemen deze vijf boeken de ‘Thora'(= aanwijzing, wet). Van het Griekse woord ‘pentateuchos’ (= vijfdelig boek: ‘pente’ = vijf, ‘teuchè= rollen) is de naam Pentateuch afgeleid.

06. Als we zeggen dat Mozes de schrijver is van de eerste vijf boeken van de Bijbel, bedoelen we daarmee niet, dat er in die boeken geen notities van latere schrijvers of samenstellers voorkomen. Zo’ n latere toevoeging hebben we kennelijk in Genesis 36: 31. Daar wordt van de koningen van Edom gezegd dat ze regeerden voordat er een koning over de Israëlieten regeerde.

07. Ook Deuteronomium 34 moet van een latere hand zijn. De gebeurtenis van Mozes dood wordt er beschreven. Het is toch niet aannemelijk dat Mozes daarover bij voorbaat, als profetie, geschreven zou hebben.

08. Heel wat Jongelui komen van school thuis met het verhaal dat deze boeken pas veel later zijn ontstaan. Zo zou Deuteronomium dateren uit de tijd van koning Josia (ca 630 v. Chr.). Bij de tempelrestauratie vond men toen (2 Kronieken 34:14) het boek van de wet des Heren gegeven door Mozes.

Uiteindelijk zou de Pentateuch pas in de vijfde eeuw voor Christus voltooid zijn en door Ezra met zijn gezag zijn gedekt. Bij de samenstelling zou materiaal van diverse ‘bronnen’ zijn samengevoegd. Van Ezra lezen we in Ezra 7: 6 dat hij een schriftgeleerde was, bekwaam in de wet van Mozes.

09. De argumenten die men voor deze en soortgelijke opvattingen aanvoert, missen echter elke grond van degelijk bewijs en zijn ingegeven door vooringenomenheid. De beide genoemde teksten zeggen niets in de richting van wat deze geleerden beweren, integendeel. In het wetboek in de tijd van Josia staat dat het gevonden werd. Dat geeft aan dat het boek al bestond. Ezra kende de wet. Er staat niet dat hij de wet schreef, of dat hij de wet samenstelde.

10. Vroeger ontkende men dat Mozes de schrijver was op grond van het lichtvaardige argument, dat in zijn dagen de schrijfkunst nog niet zou zijn uitgevonden. Latere opgravingen hebben aangetoond hoe totaal onhoudbaar deze mening was. Er zijn beschreven kleitabletten gevonden van meer dan 5000 jaar oud!

Hoewel de Bijbel die bevestiging niet nodig heeft, laat een dergelijke vondst de betrouwbaarheid zien van mededelingen zoals in Numeri 33: 2 waar staat daar dat Mozes namelijk  hun tochten beschreef van pleisterplaats tot pleisterplaats. Zelfs een jongeman, zomaar aangetroffen in het veld in de tijd van de Richteren kon schrijven. Dit blijkt uit vers 14 van Richteren 8.

11. De jongste boeken van de Bijbel moeten we natuurlijk in het Nieuwe Testament zoeken, het zijn de brieven van de apostel Johannes. Die zijn omstreeks 100 na Christus geschreven. Als we de hiervoor vermelde tijdsaanduidingen als juist aannemen is de hele Bijbel dus tot stand gekomen in ( 1400 + 100 ) 1500 jaar.

12. Het is al een zeldzaam iets dat zo’n veertig mensen over verloop van tientallen eeuwen 66 boeken schrijven, die op elkaar aansluiten en volmaakt met elkaar in harmonie zijn.

 

 

document van Jesaja

document van Jesaja

 

 

 

Dat veertig mensen over een tijdsverloop van zo’ n 1500 jaar zesenzestig boeken schrijven, die een eenheid vormen, is al een wonder op zichzelf. Maar dat is nog niet alles. Deze veertig schrijvers waren namelijk geen veertig mensen met eenzelfde opleiding, ingewijd in eenzelfde vak. Ook stemden ze niet overeen in karakter of levensomstandigheden en ondanks die verschillen leveren ze één magistrale compositie van 66 boeken. 

 

 

01. Mozes heeft als jongeman zijn opvoeding genoten (Exodus 2:10; Handelingen 7: 21) aan het hof van Farao. Hij werd daar opgevoed in (Handelingen 7:22) wijsheid door de Egyptenaren.

02. Toen hij veertig jaar was (Handelingen 7:23) vluchtte hij naar Midian en bleef daar veertig jaar (Handelingen 7: 30). Hij verbleef daar bij (Exodus 2:18-21) Rehuël  die ook wel (Exodus 18:1) Jethro noemde.  Deze man was een (Exodus 3:1) schaapsherder.

03. Vervolgens voerde Mozes het volk Israël uit Egypte en leidde het veertig jaar door de (Handelingen 7:36) woestijn. Tijdens die reis moet hij de Pentateuch (Genesis tot en met Deuteronomium) hebben samengesteld.
Aanwijzingen voor zijn activiteiten als schrijver treffen we o.a. aan in Exodus 17:14. Daar gaat het over de strijd met welk volk Amalek. Ook is er sprake van het oordeel dat God over die volksstam uitspreekt (vgl. ook het reeds genoemde Numeri 33: 2).

04. Een heel andere achtergrond dan Mozes heeft bijvoorbeeld Amos. Volgens zijn eigen getuigenis was hij  (Amos 7:14) veehouder en kweker van moerbeivijgen.

05. Daniël was van afkomst? (Daniël 1: 3,4) koninklijk. Hij leefde in Babel maar in de burcht die lag in (Daniël 8:2) het gewest Elam. Dat hij de dromen en gezichten die hij kreeg opschreef, lezen we in Daniël 7 in vers 1. Daniël legde zijn profetieën vast in een boek.

06. Mattheüs was van beroep tollenaar voordat hij een discipel van Jezus werd (Mattheüs 9:9). Dit beroep stond onder Israël niet hoog aangeschreven (Denk aan Mattheüs 11:19).

07. Marcus heet de schrijver van het tweede evangelie. Zoals vaker het geval was, werd hij ook nog met de andere naam Johannes aangeduid (Handelingen 12: 12). Hij was een neef van (Kolossen 4: 10) Barnabas. Met deze man maakte Paulus de eerste zendingsreis. Marcus heeft zich op die reis niet erg gunstig (Handelingen 13: 13). Daardoor ontstaat er later een verwijdering (Handelingen 15: 36-41). Gelukkig is dat later weer bijgelegd. Paulus zegt in 2 Timotheüs 4:11. immers van Marcus dat hij van heel veel nut was voor de dienst.

 

 

Het-ontstaan-van-de-Bijbel-van-kleitablet-tot-boekdrukkunst-Back

 

 

08. Petrus was net als Johannes een (Mattheüs 4:18-22) visser. Het waren ongeletterde mensen blijkens Handelingen 4:13. Van Petrus weten we dat hij ‘dialect’ sprak. Men zei van hem (Mattheüs 26:73) dat hij een eenvoudig man was.

09. Petrus schreef blijkens het slot van 1 Petrus 5 zijn eerste brief in Babylon. Volgens sommigen zou dit een symbolische naam zijn waarmee dan Rome bedoeld werd. Er is echter niet voldoende reden om niet aan het bekende landschap Babylon te denken. In dit vers is ook weer sprake van Marcus die  door Petrus genoemd zijn zoon genoemd wordt.

10. We treffen ook een ontwikkeld man onder de schrijvers van het Nieuwe Testament aan. We hebben het over (Kolossen 4) Lucas, de geneesheer. Hij schreef het evangelie van Lucas en de Handelingen der apostelen.

11. Ook Paulus kan bogen op een behoorlijke ontwikkeling. Hij was een (Filippi 3:5) farizeeër die opgevoed werd aan de voeten van (Handelingen 22: 3) Gamaliël.  Dit was onder de Joden een heel bekend en geacht persoon. Paulus schreef de brief aan Filémon  (Filémon::23; Handelingen 28:16) in de gevangenis te Rome.

12. De diverse schrijvers verschillen dus wat betreft:
– de tijd waarin ze leefden,
– het land waar ze woonden,
– het beroep dat ze uitoefenden,
– de opvoeding die ze hadden genoten,
– het milieu waaruit ze voorkwamen.

13. Maar dit is nog niet alles. De schrijvers verschillen ook sterk wat hun karakter betreft. Volgens Numeri 12 was  Mozes zachtmoedig van karakter. Van de beide discipelen Johannes en Jakobus kan dat blijkbaar niet gezegd worden. De Heer Jezus noemt ze in Marcus 3:17: ‘Boanérges’ wat zonen des donders betekent. Hoe juist die naam is, blijkt uit Lukas 9: 54.

14. Onder de schrijvers treffen we oude mensen aan, maar ook jeugdige personen. Mozes was 40 jaar toen hij uit Egypte trok (Handelingen 7: 23). Hij verbleef 40 jaar in Midian blijkens Handelingen 7. Hij was dus minstens 80 jaar toen hij begon te schrijven. Jeremia was geen oud man toen hij tot profeet geroepen werd (Jeremia 1: 6). Eerst later lezen we van het opschrijven van zijn profetieën. Dat gebeurde in (Jeremia 36) het vierde jaar van Jojakim. Toen was hij nog vrij jong, want dit was nog geen twintig jaar later.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Wat is Pinksteren?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christus, de Zoon van God, die geleden heeft en aan het kruis is gestorven, is met Pasen  verrezen uit de doden. Daarna verschijnt Hij nog aan de leerlingen en met Hemelvaart vieren we dat Hij definitief terug gaat naar God de Vader in de hemel.

 

 

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven.  Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen. Als mensen zijn we niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap (= Evangelie) te verkondigen. De Heilige Geest helpt ons daarbij.

We vieren de Eerste en Tweede Pinksterdag nadat we in de negen dagen daarvoor (vanaf Hemelvaartsdag) hebben gebeden voor de komst van de Heilige Geest (de Pinksternoveen) We bidden  dat er een goede voedingsbodem mag zijn, dat de mensen Hem accepteren, naar Hem luisteren en door Hem naar de Vader worden gebracht voor het eeuwige geluk. Ook de Apostelen met Maria, de Moeder van Jezus, wachtten zo op de komst van de Heilige Geest.

De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon. Het is een mysterie maar toch een werkelijkheid wanneer je de Heilige Schrift leest. Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest en waarbij de Vader de Zoon de zending geeft.

De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap die ze gingen verkondigen en ze in alle talen de mensen konden toespreken.
Ook als duif wordt de Geest verzinnebeeld, omdat de duif voor reinheid, zachtmoedigheid, hemelse inspiratie, vrede en de ziel staat. De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.

 

 

 

 

Het is een moeilijk voor te stellen wat er die op die dag in Jeruzalem gebeurde. De apostelen zaten bij elkaar, in afwachting van de belofte van God. Waarop ze precies zaten te wachten, wisten ze niet. Ineens was er het geluid van de wind, was er het vuur en spraken de apostelen met andere tongen. Buitenstaanders kwamen toelopen op al die vreemde dingen en hoorden tot hun verwondering de apostelen spreken in hun eigen taal: de Geest van God had bezit genomen van de apostelen. In de tijd erna gebeurden dingen die niemand voor mogelijk hield. De apostelen genazen mensen, zoals voordien Jezus had gedaan. Zo werd vervuld wat Jezus had voorzegd:

 

‘wie in Mij gelooft, zal ook de werken doen die Ik doe’. 

 

Met het pinksterfeest is nóg een belofte uitgekomen, die van de aanwezigheid van de Geest van de Waarheid die tot in eeuwigheid bij de mens zal zijn. Dat betekent dat sinds het Pinksterfeest de wereld is veranderd. De mens is niet verweesd, maar de mens heeft inwoning gekregen van de Geest van God.

In het Johannes-evangelie is sprake van de ‘gewone’ wereld en van de geestelijke wereld. Het is maar een klein zinnetje, maar de betekenis is enorm: de wereld in haar gewone doen kan de Geest niet ontvangen, want die ziet de Geest niet en kent Hem niet, zegt Jezus. De gewone mens ziet de gewone dingen, maar ziet niet wat er achter of in de dingen aan waarheid wordt geopenbaard.

Om dat te zien, heb je de Geest nodig. Dat is geen aanvulling op het mens-zijn, maar het is inwoning van de Geest: de mens is een ander mens geworden. De mens-met-de-Geest ziet de dingen die van het Koninkrijk zijn en die doet de dingen van het Koninkrijk.

De tegenwoordige mens leeft diep in het materialisme. Niet alleen als consument van luxe, maar ook in het denken. Alleen wat zichtbaar is, of gemaakt kan worden, wat nuttig is voor de economie en meetbaar is als prestatie, geldt als waardevol. Het Pinksterfeest, en alles wat daarmee samenhangt, heeft daarom ook nauwelijks nog verbinding met de werkelijkheid van alledag.

Het zou wel eens de grootste opgave voor de gelovige mens kunnen zijn te leren de werkelijkheid te zien als materiële uitdrukking van een geestelijke wereld. Eeuwenlang hebben christenen zo gedacht en gevoeld. Het is de opgave om als mens die volop leeft in de eigen tijd te zoeken naar de werkelijkheid van God. De Geest, die op het Pinksterfeest de apostelen vervulde en sindsdien is uitgewaaierd over de aarde, is nog dezelfde.

De keuzes die de mens nu moet maken om de Geest wel of niet te kunnen zien, zijn ook dezelfde. Ook al zijn het bewustzijn en de belevingen anders dan toen, de Geest wil in ons wonen en ons tot mensen maken die anders denken en anders doen.

 

 

geloof

geloof

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Pinksteren

 

Met het Pinksterfeest vieren we de uitstorting van de Heilige Geest. We kennen de verhalen van de wind en het vuur. De vreemde talen en de mensen die tot geloof komen. Maar Wat is dat eigenlijk, de Heilige Geest, Wie is dat eigenlijk? Wat doet de Heilige Geest vandaag?

Christus Zelf geeft het antwoord in Johannes 16. Hij zegt dat de Heilige Geest komt. We kunnen de Heilige Geest vergelijken met een zaakwaarnemer. Iemand die erg druk en heel belangrijk is, neemt een zaakwaarnemer in dienst. De zaakwaarnemer neemt, zoals het woord al zegt, de zaken waar. Wat zo’n zaakwaarnemer doet is hetzelfde als wat een ambassadeur in een ver land doet. Een ambassadeur neemt ook de zaken waar namens het land van herkomst.

 

De Heilige Geest die komt, doet niets anders dan de zaak van Christus waarnemen. 

 

De Heilige Geest vertegenwoordigt Christus. Dat is een rijke belofte. De Heere Jezus gaat met Hemelvaartsdag wel naar de Vader, Hij verlaat deze wereld, maar dat is geen reden tot droefheid.
Nee, het is een grote blijdschap want de Heilige Geest is gekomen. De Heilige Geest komt in plaats van Jezus, Hij komt als de advocaat, de zaakwaarnemer. Hij behartigt de zaken van de Heere Jezus.

 

 

 

Hoe komt de Heilige Geest? 

 

Kunnen wij iets merken van de Heilige Geest? Ja, zegt Jezus, de Heilige Geest zal spreken. De Heilige Geest spreekt van Christus. De Heilige Geest doet niets liever dan Christus groot maken. Iemand heeft gezegd dat de woorden van Christus het leerboek vormen van de Heilige Geest waaruit Hij zijn leerwerkzaamheid beoefent. Nooit is het komen van de Geest los te maken van de Heere Jezus. Juist in het Woord en in de prediking verbindt deze Geest ons aan Christus.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Kun je weten of de Heilige Geest

 

in je leven aan het werk is? 

 

Het antwoord is ja. Daar komen we achter wanneer we voor onszelf weten wie Jezus is en wat Zijn werk voor ons betekent. Wanneer we in de zonde leven, in verkeerde denkbeelden blijven, dan is dat niet het werk van de Heilige Geest dan bedroeven we Hem. Maar wanneer we met al onze schuld en
zonde bij het kruis van Christus neerzinken, dan is het de Heilige Geest die ons op Christus doet zien.

 

 

 

Komt de Heilige Geest ook tot mij persoonlijk? 

 

Ja, daar begon de Heilige Geest al mee in de doopbediening. Gedoopt in de Naam van de Heilige Geest. Toen al beloofde de Geest u toe te eigenen wat we in Christus mogen ontvangen.

 

 

 

Waarom spreekt de Heilige Geest? 

 

De Heilige Geest spreekt opdat de Heere Jezus in het middelpunt van uw en jouw leven zal staan. Opdat Hij zal schitteren in ons leven. De Heilige Geest komt om ons aan Jezus te verbinden. Hij werkt in opdracht van Jezus om de kruisverdienste, de verzoening in ons te leggen. De Heilige Geest doet niets liever dan ons in geloof en bekering aan Christus te verbonden opdat we in Christus zijn. Dat is de heel intieme en persoonlijke eenheid met Christus Jezus.

De Heilige Geest komt om ons de waarheid te leren en te laten zien dat het hopeloos is buiten Christus. Maar ook dat er door het bloed van Christus redding en eeuwig behoud is.

De Geest komt niet om Zelf in het middelpunt te staan. De Heilige Geest heeft slechts één doel en dat is van Christus spreken. Hij, de gekruisigde Christus moet centraal staan. Dat betekent dat wij al helemaal niet centraal staan. Niet ons geloof, onze bevinding maar Zijn Naam en eer en daden.

Hoe wordt Christus verhoogd? Hij wordt verhoogd in onze schuldbelijdenis en het vluchten tot Hem, dat is door het geloof.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

De Wonderbare Medaille

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Catherine Labouré en de Wonderdadige medaille

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in de Rue du Bac. Het klooster is een congregatie die door Vincentius a Paulo in 1633 werd gesticht. De religieuze krijgt in 1830 drie Mariaverschijningen. Ze ontvangt de opdracht voor het slaan van de Wonderdadige Medaille.

 

 

 

 

                       

De voorgeschiedenis

 

Vincentius a Paulo

 

De heilige Vincentius a paulo is geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. 12 jaar later wordt hij priester in Clichy-Parijs. Daar legt hij de gelofte af om zijn leven te wijden aan de armen. In 1625 sticht hij de missiecongregatie die zich de Lazaristen noemt. Hun klooster is het melaatsenhuis St Lazare. De leden worden de wereld ingestuurd om het evangelie te prediken.

 

 

 

 

 

De Dochters van Liefde

 

Enkele jaren later (1633) sticht hij met de Heilige Louise Legras de Marillac een zustercongregatie, de “Dochters van Liefde”. Het zijn zusters die zorgen voor de armen, zieken, bejaarden en wezen. Deze congregatie bestaat nog tot op heden. De feestdag van de Heilige Vincentius is op 27 september.

 

 

 

 Catherine Labouré

 

Catherine wordt geboren op 2 mei 1806 te Fain-les- Moustiers. Haar vader is boer. Zij is de 9de telg uit 19 kinderen. Haar moeder overlijdt op 9 jarige leeftijd. In 1830 treedt ze in het klooster van de Dochters van Liefde te Parijs, gelegen in deverschijning . Op 18 juli 1830 geeft de directrice van het klooster aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

     De 1ste verschijning op 19 juli 1830

 

 

De vooravond van 18 juli

 

Het is 18 juli 1830. De directrice van het klooster geeft aan elke zuster een stuk linnen van het koorkleed van de Heilige Vincentius nadat ze een groot eerbetoon had gegeven aan de Heilige Maagd. Catherine scheurt het stukje linnen in twee, steekt er eentje van in haar mond en slikt het door in de hoop ooit de Heilige Maagd te mogen zien. Die avond valt ze in gedachten daaraan in slaap.

 

 

 

Een boodschapper

 

In de nacht van 18 op 19 juli wordt Catherine wakker geroepen door een stem van een klein kind dat naast haar bed staat. Het kind (ongeveer 5 jaar) draagt een wit, lichtgevend kleed en maant de zuster aan om zich naar de kapel te begeven. Zij kleedt zich snel aan en volgt het kind naar de deur van de kapel die zich met een vingeraanraking opent. Het kind wijst naar het altaar en zegt “ziehier de Heilige Maagd”.

 

 

De dame

 

Catherine hoort het geruis van een mantel en ziet een dame in een blauwe mantel en een witte sluier naderen. De dame knielt voor het altaar en zet zich in een fluwelen zetel. Omdat de zuster niet direct reageert verheft de stem van het kind zich gelijk die van een man en zegt nogmaals “ziehier de Heilige Maagd”. Een oogwenk later is Catherine geknield voor het altaar. Daarop volgt een onderhoud tussen de maagd en de zuster van 2 uur.

 

 

 

De taak

 

De Maagd vertelt dat God haar met een taak wil belasten waarbij ze veel moeilijkheden zal ondervinden. Op een bedroevende manier deelt ze de zuster mee dat de wereld erge tijden gaat meemaken, dat het kruis veracht zal worden en dat daardoor de zijde van Christus weer zal geopend worden. Dan deelt de maagd een hoopvolle boodschap mede aan Catherine, ”kom aan de voet van dit altaar, daar worden de genaden uitgestort over alle personen die erom vragen , groot en klein”. Daarop verdwijnt de Maagd. Het gelukkigste moment in het leven van de zuster is geschied.

 

 

 

De 2de verschijning op 27 november 1830

 

                    

De bol en het kruis 

 

Zaterdag 27 november. Het is half 6 en de zusters zitten in de kapel om te mediteren. Catherine hoort het geruis van een kleed en weet direct dat het de Heilige Maagd is. De Maagd blijft staan op de hoogte van het schilderij van St Jozef. Maria ‘staande in de ruimte’ draagt een rood, lichtgevend gewaad. In haar handen heeft ze een gouden bol met een kruis erop. Zelf staat ze nog op een grotere halve bol. Het is alsof ze de kleine bol (de wereld) God aanbiedt, terwijl haar ogen hemelwaarts gericht genade afsmeken.

 

 

 

De edelstenen

 

Aan haar vingers draagt Maria ringen met glanzende edelstenen. Terwijl de kleine bol verdwijnt schieten er uit de edelstenen fonkelende, waaiervormige stralen die in druppels neervallen op de halve bol onder haar voeten. De Maagd laat Catherine weten dat de halve bol de wereld vertegenwoordigt en dat de plek die de meeste stralen ontvangt Frankrijk is. De lichtstralen zijn een symbool van genaden die uitgestort worden over hen die erom vragen. De precieze woorden van de maagd zijn :”zie daar het symbool van de genaden, die ik verleen aan hen die erom vragen”.

 

 

 

 

 

 

 

De voorkant van de medaille

 

Catherine vraagt aan de Maagd waarom sommige edelstenen meer schitteren  dan de anderen. Maria zegt dat dat komt door genades die niet worden gevraagd. Dan vormt zich een ovalen lijst rond het tafereel met aan de rand in gouden letters de zin: o Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.

 

 

 

Pasteltekening van John  Astria

 

 

 

De achterkant van de medaille

 

Dan keert het ovaal zich om. Catherine ziet in het midden de letter M waaruit een kruis opstijgt. Daaronder staan de 2 harten van Jezus en Maria, de één met doornen gekroond , de andere doorstoken met een zwaard. Het geheel is omgeven door een krans van 12 sterren. Maria geeft de zuster de opdracht een medaille te slaan: ” laat een medaille slaan naar dit model.

Zij die haar dragen zullen grote genade ontvangen, vooral als zij haar om de hals dragen en met eerbied het gebed bidden, dan zullen zij de bijzondere bescherming van de moeder van God ontvangen en zal de genade overvloedig zijn “. Wanneer Catherine  meer uitleg vraagt over de medaille antwoordt de Maagd ,”het kruis, de letter M en de 2 harten zeggen voldoende”. Daarmee bevestigt ze dat de mens moet nadenken over de medaille en ze leert begrijpen.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 De betekenis van de achterzijde van de medaille

 

De letter M is verweven met het kruis. Christus en Maria zijn altijd samen en met elkaar verbonden. Christus’ hart is met doornen gekroond, symbool voor het lijden dat hij op zich nam om zoenoffer te worden voor de zonden van de gelovigen. Het hart van Maria is doorstoken met een zwaard en staat onder het kruis, symbool voor haar lijden op Golgotha waar ze haar zoon zag sterven.

Beide harten vertellen het geheim van de medaille. Het is een geheim van liefde, bewaard voor ons en dat leven geeft van de hemel naar de aarde. De 12 sterren in het ovaal verwijzen naar de Apocalyps of De Openbaring, het laatste profetische boek van het Nieuwe Testament. In Openbaring hoofdstuk 12 zien we eenzelfde tafereel, Maria met 12 sterren rond haar hoofd. De sterren zijn de 12 toekomstige leiders van de stammen van Israël en de wereld. Het getal 12 geeft de volmaaktheid weer van Goddelijk bestuur na de wederkomst van Christus op aarde.

 

 

                   

         De 3de verschijning in december 1830

 

Nog geen maand na de 2de verschijning ziet Catherine de Maagd weer. Het is december. Ze staat opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelt een slang die door haar verpletterd wordt. Daarmee voltooit zich een profetie. In Genesis staat geschreven :”door de vrouw (Eva) kwam de zonde, door een vrouw (Maria) wordt de duivel overwonnen”. Om de duivel te overwinnen heeft de mens God nodig. Satan heeft nooit het laatste woord.

 

 

 

Bronnen en referenties

* Saint Catherine Labouré of the Miraculous Medal -I Dirvin

* www.CatherineLabouréendeWonderbareMedaille

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jezus’ terugkomst

Standaard

categorie : religie

.

.

.

Orlando Bottenbley:

.

‘Jezus komt binnen 12 jaar terug’

.

 

‘Ieder kind van God moet gepassioneerd verlangen naar de wederkomst’

 

 

 

“Nog een jaar of twaalf en dan is het klaar met deze wereld,” een opmerkelijke uitspraak van ds. Orlando Bottenbley. Volgens hem zal de wederkomst van Jezus niet lang meer op zich laten wachten en gaat hij dit zeker meemaken. Hoe komt ds. Bottenbley aan deze stellige overtuiging?

 

In Mattheus 24: 36 staat: ‘Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.’En toch zegt u dat Jezus binnen 12 jaar terugkomt?

“Ik zal me nooit wagen aan het voorspellen van een exact jaar, een maand of een dag. Ik denk wel dat je op grond van de verschillende beelden die Jezus gebruikt heeft en dingen die Hij gezegd heeft, mag weten dat Zijn komst zeer nabij is. Ik ben enorm veel met dit onderwerp bezig en heb een studie gemaakt van alle tekenen van de eindtijd. De Here Jezus zegt: ‘Als je deze dingen ziet gebeuren, weet dan dat de tijd nabij is.’ En dan gebruikt Hij tot twee keer toe het beeld van een zwangere vrouw in barensnood. Daarmee geeft Hij duidelijk aan dat het niet meer ver weg is.”

 

 

Israël

 

Een belangrijk argument om aan te tonen dat we inderdaad in het einde der tijden leven, is volgens Bottenbley de gebeurtenissen rondom het volk Israël. “In 1948 is de staat Israël hersteld. De profetie gaat nu letterlijk in vervulling. God is bezig om vanuit de hele wereld, ja, om werkelijk uit elk land, de Joden terug te brengen naar het Beloofde Land. Inmiddels wonen er meer Joden in Israël dan daarbuiten. Concretere vervulling van een profetie kan haast niet.”

 

 

Wereldwijde verbreiding

 

Een ander duidelijk teken, voorafgaand aan de wederkomst van Jezus, is de wereldwijde verbreiding van het Evangelie. Bottenbley: “Jezus heeft niet gezegd dat iedereen een Bijbel in zijn eigen taal moet hebben, maar dat het evangelie wereldwijd verkondigd moet zijn. Ik ben met de Bijbelvertalers van Wycliffe en de medewerkers van Trans World Radio in gesprek en zij geven aan dat binnen tien jaar iedereen bereikt is met het evangelie. Nogmaals: ik waag me niet aan een exacte dag of een tijdstip, maar als je let op de tekenen van de tijd, zeg ik dat de wederkomst snel zal plaatsvinden. Je ziet zoveel teksten uit de Bijbel in vervulling gaan!”

 

Als Jezus toch snel terugkomt, waarom maken we ons als christen dan nog druk over het milieu en over zorg voor de schepping? Er komt dan toch een nieuwe hemel en een nieuwe aarde?

Stellig: “Ik denk dat dit een totaal verkeerde manier van denken is. Als God je ergens verantwoordelijk voor maakt, dan ben je tot het laatste moment verantwoordelijk voor de opdracht die Hij je gegeven heeft. Namelijk een goed rentmeester zijn van deze schepping. Dus zelfs als ik zou weten dat Jezus volgende week terugkomt, dan nóg moet ik op een verstandige manier met deze verantwoordelijkheid omgaan. Of, zoals Luther zei, dan zou ik vandaag nog een boom planten. Als christen moet je verantwoordelijk omgaan met de schepping, totdat Hij komt.”

 

Veel mensen vinden het leven hier op aarde prima. Zitten we wel te wachten op de wederkomst?

“Ik denk dat elk kind van God van nature gepassioneerd zou moeten verlangen naar de wederkomst. Elk kind van God wordt immers ook geconfronteerd met de gebrokenheid van het leven, het zuchten, zoals de Bijbel dat noemt. Het onvolmaakte zal straks plaatsmaken voor het volmaakte, en het sterfelijke zal plaatsmaken voor het onsterfelijke. De kerk van Jezus Christus heeft in de laatste jaren echt verzuimd deze boodschap te verkondigen en te onderwijzen. Het staat zo vaak in de Bijbel! De wederkomst van Christus is het doel waar uiteindelijk alles naartoe gaat. Jezus komt om het lijden en de ongerechtigheid een halt toe te roepen. Dat is toch fantastisch?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Mattheüs 18 : 3

Standaard

categorie : religie

 

 

 

en hij ( Christus) zei:

‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert

en wordt als een kind,

dan zul je het koninkrijk van de hemel

zeker niet binnengaan.

 

 

a184c8c2be418c93157f4dd822188616

 

 

 

Het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen.
Alleen een kind kan het begrijpen.

Het evangelie is niet te begrijpen met het verstand maar met het hart.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

De inhoud van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

De Alfa en de Omega

De Alfa en de Omega

Pasteltekening van john Astria

 

 

 

1 : Het Bijbelboek Genesis – het begin

 

Het eerste Bijbelboek is Genesis, en het vormt ook de basis van de hele Bijbel.

Het woord Genesis komt van het Grieks en betekent oorsprong, omdat het de oorsprong van alles beschrijft, niet alleen de schepping, maar ook bijvoorbeeld hoe zonde in de wereld kwam en hoe God een verbond (Grieks: Testament) aanging en een verbondsvolk uitkoos (Israël).

 

 

 

2 : Het Bijbelboek Exodus – Uitgang

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.600 – 1.400 v.Chr.

Samenvatting — De naam Exodus is Grieks en betekent “een uitgaan”. Het beschrijft dan ook het uitgaan van het volk Israël uit Egypte en het begin van hun reis naar het beloofde land. Men neemt aan dat Mozes de auteur is, al zegt de Bijbel hier niets over.

Het boek Exodus vertelt van de grote groei van het aantal Israëlieten tijdens hun slavernij in Egypte. Het stelt Mozes voor en beschrijft de plagen die God over Egypte heeft gebracht om de bevrijding van zijn volk uit slavernij te bewerkstelligen. Dan beschrijft het de uittocht zelf.

Daarna volgt de verkondiging van het verbond van de Wet te Sinaï. Het boek eindigt met een beschrijving van de eredienst rondom de tabernakel en de wet van Mozes. Dit is het tweede boek van de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Joodse Schriften.

 

 

3 : Het Bijbelboek Leviticus

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 v.Chr.

Samenvatting — Het derde boek van de Pentateuch is genoemd naar één van de twaalf zonen van Jakob, Levi, wiens nakomelingen door God werden aangewezen om op te treden als dienaren voor de eredienst. Het boek omvat de Joodse wetten betreffende de eredienst zowel voor de individuele Israëliet als voor het volk als geheel, inclusief de Grote Verzoendag en de offers. Het bevat wetten voor reinheid, zeden, ethiek en hygiëne die voor Israël van dagelijkse betekenis zouden zijn. Dieroffers werden ingesteld als verzoening voor zowel individuele als nationale zonden.

 

 

 

4 : Het Bijbelboek Numeri

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 –  1.400 v.Chr.

Samenvatting — Numeri is het vierde boek van de Pentateuch. Het is een historisch boek. De naam is afgeleid van het Griekse woord “Arithmoi”, dat telling betekent, omdat er twee volkstellingen in worden vermeld. De Hebreeuwse naam is “In de woestijn”, omdat het vertelt over de Israëlieten in de woestijn, na de uittocht uit Egypte.

Vanwege een opstand, konden er van de volwassen mannen die uit Egypte waren bevrijd uiteindelijk maar twee het beloofde land Kanaän binnengaan. Het boek beslaat een tijdsperiode van 38 jaar, maar handelt voornamelijk over het begin en het eind daarvan.

 

 

 

5 : Bijbelboek Deuteronomium

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.400 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek is het laatste van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes). De Griekse naam betekent “tweede wet”. Dit is afgeleid van een uitdrukking in de Griekse vertaling van dit boek:

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust (Deuteronomium 17:18). In het Grieks staat als “afschrift van de wet” letterlijk ‘deuteronomion touto’.

Het bevat een herhaling van de wet in Leviticus, maar nu toegespitst op het wonen in het beloofde land. Deze herhaling werd gegeven in de velden van Moab, vlak voordat het volk Israël onder Jozua het beloofde land Kanaän binnentrok. Dit was de laatste toespraak van Mozes – kort voor zijn dood – tot het gehele volk.

Er waren toen, buiten Mozes zelf, nog maar twee mannen over van de generatie die uitgetrokken was uit Egypte. Daarom was deze herhaling van de wet uiterst belangrijk voor het welzijn van de nieuwe generatie in een nieuwe situatie.

 

 

 

6 : Het Bijbelboek Jozua

 

Auteur — Jozua

Globale tijd — ca. 1400 – 1350 v.Chr.

Samenvatting — Jozua werd door God gekozen als Mozes’ opvolger, om het volk in het beloofde land te brengen. Het boek schetst de verovering en bezetting van het beloofde land door Israël onder Jozua’s militaire leiding. God bepaalt duidelijk dat alle inwoners van het land volkomen verdreven of vernietigd moeten worden om verzekerd te zijn van geestelijke reinheid en volledige toewijding aan God.

 

 

 

7 : Het Bijbelboek Richteren (Rechters)

 

Auteur — Mogelijk Samuel

Globale tijd — ca. 1350 – 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Rechters (Richteren), dat hier ‘leiders’ betekent, handelt over de tijd vanaf de dood van Jozua tot de oprichting van de monarchie onder Saul. In die tijd waren de zeden zeer slecht omdat de Israëlieten geneigd waren om de zedeloosheid van de inwoners van het land over te nemen. God heeft ‘richters’ aangesteld die de zaken en het volk van Israël moesten leiden en moesten rechtspreken. Het boek Rechters eindigt met ons voor te bereiden op het verlangen van het volk naar een aardse koning.

 

 

 

8 : Het Bijbelboek Ruth

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — ca. 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ruth dateert uit de tijd van de richters. Het laat zien dat God in een tijd van nationaal verval en zedeloosheid een ‘overblijfsel’ in stand hield dat als kern van een toekomstig herstel zou dienen. Dit zou tot stand worden gebracht door een nakomeling van Ruth – David – uit wiens lijn de Messias zou stammen. Er wordt geen aanduiding gegeven van de auteur. Men neemt aan dat het boek na het tijdperk van de richters is geschreven en dat het de gewoonten uit die tijd beschrijft.

 

 

 

9 en 10 : De Bijbelboeken van Samuël 1 en 2

 

Auteurs — Samuel, Natan en Gad

Globale tijd — ca. 1150 – 1000 v.Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst werden de boeken van Samuel door de Hebreeuwse schriftgeleerden als één boek beschouwd. 1 Samuel is het eerste van twee historische boeken die de overgang van Israël beschrijven van een los verband van stammen tot een sterke en verenigde natie.

Het beschrijft de zalving van Saul, de eerste koning van Israël, door een groot profeet, Samuel. Het vertelt over de neergang van Saul, en het voor zijn taak gereed maken van zijn opvolger David, een man naar Gods hart. Het tweede boek begint met Sauls dood en Davids troonsbestijging.

Het overige stelt de regering van David te boek zowel wat betreft zijn buitenlandse veroveringen als de binnenlandse politieke intriges. Het eindigt met de zegening van Salomo door David.

1 SAMUEL (In sommige oudere vertalingen 1 KONINGEN)

2 SAMUEL ( in sommige oudere vertalingen 2 KONINGEN )

 

 

 

11 en 12 : De Bijbelboeken van de Koningen

 

Auteur — Onbekend

Tijd — ca. 970 – 587 v. Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Joodse teksten, werden deze boeken als één boek beschouwd. De twee boeken bevatten de geschiedenis van de Israëlitische monarchie vanaf de dood van David (omstreeks 970 v.Chr.) tot aan de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) Zij schetsen de opsplitsing van de Israëlitische natie in twee delen.

Het zuiden wordt het koninkrijk Juda, het noorden het koninkrijk Israël. 1 en 2 Koningen geven de geschiedenis van Israël vanuit een godsdienstig standpunt, niet vanuit een politiek standpunt. Het geeft daarom de godsdienstige gang van zaken weer en is het een uiteenzetting van de verschillende stadia in de aanvankelijke morele groei, gevolgd door de achteruitgang van het koninkrijk.

1 Koningen opent met de ongedeelde natie in zijn volle heerlijkheid en 2 Koningen eindigt met de ondergang van het laatst overgebleven Juda. Het doel van het boek Koningen is om de levens en karakters van de leiders van het volk weer te geven als waarschuwing en vermaning voor alle komende geslachten die het verbond zullen voortzetten.

1 Koningen (in sommige oude vertalingen 3 Koningen )

2 Koningen ( in sommige oude vertalingen 4 Koningen)
.
.
.
.

13 en 14 : De Bijbelboeken van de Kronieken

 

Auteur — Mogelijk Ezra

Tijd — 1050 – 536 v.Chr.

Samenvatting — Net als het boek Koningen, vormden 1 en 2 Kronieken volgens de Joodse traditie oorspronkelijk één boek. De Kronieken zijn echter niet zomaar een herhaling van de geschiedenis die al in de boeken Samuel en Koningen staat opgeschreven. Het boek Kronieken werd geschreven om het volk te herinneren aan hun volledige geschiedenis, en hun positie onder de andere volken.

De nadruk ligt hier op de geschiedenis van de priesterlijke eredienst vanaf de dood van Saul tot en met het eind van de Babylonische ballingschap. Kronieken bevat meer detail over de organisatie van de eredienst, van godsdienstige plechtigheden, van Levieten en zangers, en over de relatie tussen koningen en godsdienst, dan het boek Koningen. De geschiedenis van het noordelijke rijk is uit de Kronieken weggelaten omdat die niet van belang was voor de ontwikkeling van de ware godsdienst te Jeruzalem.

 

 

 

15 : De wetsgeleerde Ezra

 

Auteur — Ezra

Tijd — 538 – 516 v.Chr.

Samenvatting —Het boek Ezra beschrijft twee fasen in de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap. Na de val van het Babylonische rijk door de Perzen kregen de Joden in 538 v.Chr. van de Pers Kores verlof om naar Juda terug te keren om daar de tempel te herbouwen. Hulp van de Samaritanen bij deze herbouw werd door hen afgewezen.

Dit leidde tot tegenwerking en vertraging. Ondanks deze vertragingen werd de Tempel 20 jaar later, onder Darius, toch voltooid en ingewijd. De tweede terugkeer, onder Ezra, vond plaats in 458 v.Chr. Bij zijn aankomst in Jeruzalem trof hij ontoelaatbare praktijken aan, waar hij onmiddellijk maatregelen tegen nam.

 

 

 

16 : Het boek van Nehemia

 

Auteurs —Nehemia

Tijd — ca. 450 – 430 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met Nehemia’s aanstelling tot landvoogd over het land Juda en over Jeruzalem. Hij reist daarheen en organiseert de herbouw van de stadsmuur, ondanks tegenwerking van de buurvolken en interne onenigheid onder het Joodse volk. Na het herstel van de muur vestigden meer teruggekeerde ballingen zich in Jeruzalem.

Zijn toewijding aan God is voor Nehemia aanleiding om een aantal godsdienstige hervormingen door te voeren zoals het in het openbaar voorlezen uit de wet. Na een periode van afwezigheid moet hij echter constateren dat veel van zijn hervormingen alweer zijn verwaarloosd.

 

 

 

17 : Ester aan het Perzisch hof

 

Auteur — Mordechai?

Tijd — ca. 450 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ester is een historisch boek dat speelt in de tijd na de ballingschap, ten tijde van de Perzische koning Xerxes (485-465 v.Chr.). Het beschrijft het plan van Haman, de eerste minister van de Perzische koning, om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Esther, de koningin van Perzië, die zelf een Jodin is. Het boek verduidelijkt de achtergrond en de betekenis van het Joodse Purimfeest.

 

 

 

18 : Het Bijbelboek Job

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Mogelijk rond 1.500 v.Chr.

Samenvatting — Job is waarschijnlijk het eerste poëtische boek van het Oude Testament. Het beschrijft het zieleleed van een rechtvaardig man als zijn drie vrienden proberen de oorzaak te verklaren van het onheil dat Job is overkomen en dat hem heeft beroofd van zijn rijkdom, familie en gezondheid.

In de dialoog tussen Job en zijn vrienden geeft ieder zijn mening over de oorzaken van zulke moeilijkheden. De les van het boek Job is dat de ‘beloning’ voor rechtvaardigheid niet altijd in dit leven komt, maar soms pas daarna. Dat is het inzicht dat Job al redenerende verwerft, maar dat zijn drie vrienden weigeren in te zien.

 

 

 

19 : Het Bijbelboek Psalmen

 

Auteurs — David en anderen

Globale tijd — ca. 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — De Psalmen zijn verdeeld in vijf boeken, elk boek volgens zijn eigen indeling. De Psalmen zijn een vorm van Hebreeuwse poëzie, waarvan vele bestemd voor muzikale begeleiding. De inhoud van de Psalmen bevat Messiaanse profetie, lof aan God en visioenen van het komende Koninkrijk en de heerlijkheid daarvan. David wordt genoemd als auteur van ongeveer de helft van de Psalmen. Enkele anderen zijn verantwoordelijk voor nog eens vijftien Psalmen; de overige zijn anoniem.

 

 

 

20 : Het Bijbelboek Spreuken

 

Auteur — Salomo en anderen

Tijd — 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — In het boek Spreuken, wordt de wijsheid beschreven als het kenmerk van wie God op de eerste plaats stelt, als de rechtvaardige gids en de heer over de mensheid. Door het gehele boek heen wordt het standpunt ingenomen dat de mensheid bestaat uit twee verschillende klassen: de wijzen en de dwazen. Wijsheid en dwaasheid worden ook regelmatig voorgesteld als twee vrouwen, die dingen om de gunst van de mens.

Beide klassen kenmerken zich door hun handel en wandel. Ze leven met of zonder God, zijn goed of kwaad. Er is een onderlinge spanning tussen de twee klassen die in alle aspecten van het leven duidelijk is. We kunnen veel leren door ons eigen gedrag te toetsen aan de normen en waarden en waarschuwingen die we vinden in de Spreuken.

 

 

 

21 : Het Bijbelboek Prediker

 

Auteur — Salomo

Tijd 960 v.Chr.

Samenvatting — Prediker is het laatste boek van de literatuur der wijsheid. De naam Prediker stamt van een woord met de betekenis „samenbrengen.” Het boek is dus een verzameling van vele wijze gezegdes en spreuken van Salomo. Meestal bevat het boek commentaar op het leven. Nadat hij een leven van geneugten heeft geleid, concludeert Salomo dat het leven ‘niets’ is, een leegte.

En wie zou beter over het leven kunnen spreken dan iemand aan wie alles werd gegeven. Zonder God heeft het leven geen betekenis. Al zijn bezit zou niets betekenen. Daarom zegt hij tot slot dat de mens God moet vrezen en zijn geboden moet onderhouden.

 

 

 

22 : Het Bijbelboek Hooglied – Het hoogste lied

 

Auteur — Salomo

Tijd — ongeveer 960 v. Chr.

Samenvatting — Het boek bevat dialogen in Hebreeuwse poëzie. Het illustreert de liefde tussen man en vrouw. De juiste uitleg is altijd een punt van controverse geweest. De Joden hebben hierin een beeld gezien van de verhouding tussen God en Israël, terwijl de christelijke kerk het heeft opgevat als een beeld van Christus’ liefde voor zijn bruid, de gemeente.

Weer anderen zien een directe uitleg in een poging van Salomo om een jonge vrouw uit Galilea tot de zijne te maken, terwijl zij trouw blijft aan haar jeugdliefde, een jonge herder uit haar omgeving. Ook dit laat zich echter opvatten als een beeld van de trouw van de gemeente aan haar Verlosser.

 

 

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

23 : De profetie van Jesaja

 

Auteur — Jesaja

Tijd — 740 – 690 v. Chr.

Samenvatting — Jesaja profeteerde tijdens de regeringen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Zijn boodschap ging over het komende oordeel over het zuidelijke rijk Juda wegens haar openlijke zonden. Juda’s problemen zijn een direct gevolg van haar afgoderij en afval van God. Maar zijn boodschap blijkt een veel bredere toepassing te hebben dan alleen de situatie in het Juda van zijn eigen tijd.

In wezen gaat het hier over de relatie tussen God en de mens in het algemeen. Het is Jesaja die het begrip ‘evangelie’ introduceert, waar Johannes de Doper zijn prediking mee aanvangt. En alleen al daarom staat Jesaja’s profetie aan de basis van Jezus’ verlossingswerk.

 

 

 

24 : De profetie van Jeremia

 

Auteurs — Jeremia en Baruch

Tijd — 630 – 575 v.Chr.

Samenvatting — Jeremia waarschuwt het volk dat Jeruzalem verwoest zal worden, en het volk zelf als slaven in ballingschap zal worden gevoerd, door de dreigende militaire macht van de Babyloniërs. Hij sluit daarbij aan bij het in die tijd teruggevonden ‘wetboek’, waar Gods oordelen in staan aangekondigd.

Hij tracht het volk van Jeruzalem ervan te doordringen dat zij zich van hun goddeloze leven moeten bekeren, maar zij luisteren niet. Hij waarschuwt verder tegen de valse profeten die het volk op de verkeerde weg leiden met hun bedrieglijke leer en leugens. Hij spoort de Israëlieten aan om zich te onderwerpen aan het Babylonische gezag omdat Babel Gods strijdwapen is.

Ze luisteren echter niet naar zijn waarschuwingen, en het volk gaat uiteindelijk in ballingschap naar Babel. Hij voorzegt tweemaal dat de ballingen na in totaal 70 jaar van Babylonische overheersing terug zullen keren om Jeruzalem en de Tempel te herbouwen.

 

 

 

25 : De klaagliederen van Jeremia

 

Auteur Jeremia

Tijd — ca. 580 v.Chr.

Samenvatting — klagen betekent “het lijden verwoorden”. In dit boek uit Jeremia zijn verdriet over de val van Jeruzalem en het wegvoeren van zijn volk. Het boek beschrijft en verklaart de bezoekingen die over de stad Jeruzalem zijn gekomen, en de spot van de omringende naties als het gevolg van Gods oordeel over de zonden van het volk. Hij onderstreept de lessen die Jeruzalem hieruit zou moeten leren, in het bijzonder de loosheid van glorie, macht en trots, teneinde die in de toekomst te kunnen overwinnen.

 

 

 

26 : De profetie van Ezechiël

 

Auteur — Ezechiël

Tijd 593 – 560 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek beschrijft de werkzaamheden van de profeet Ezechiël tijdens de Babylonische ballingschap. Hij was een tijdgenoot van Jeremia, maar predikte onder de ballingen in Babylonië, die al daarheen waren gebracht onder de eerste wegvoering. Hij bestrijdt de misvatting dat deze ballingen de afvalligen zijn en dat zij die in het land zijn achtergebleven blijkbaar beter zijn.

Hij veroordeelt in soms felle beelden en bewoordingen de geloofsafval van de achtergeblevenen, maar spaart ook de ballingen niet. Toch zal God juist uit die ballingen een getrouwe ‘rest’ terugbrengen. Uiteindelijk zal dat uitlopen op de vestiging van Gods koninkrijk en een nieuwe tempel.

 

 

 

27 : De profetie van Daniël

 

Auteur — Daniël

Tijd — 605 – 535 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Daniël voorzegt de toekomst van twee tegenovergestelde machten: de koninkrijken der mensen en het Koninkrijk Gods. De nadruk ligt op het principe “De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen”. De profetieën van Daniël hebben in het algemeen minder met Israël te maken dan met de volken die Israël overheersen.

Het boek Daniël bevat profetieën die de periode overspannen vanaf zijn tijd tot het komende Koninkrijk Gods. Deze profetieën moeten worden gezien als waarschuwing (maar zeker ook als steun) aan de getrouwe gelovigen om te blijven volharden, want uiteindelijk loopt alles volgens Gods plan. Maar tegelijk is het boek een aanmoediging dat echt geloof in God nooit beschaamd wordt.

 

 

 

28 : De profetie van Hosea

 

Auteur — Hosea

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Hosea beschrijft Gods geduld met het noordelijke rijk Israël dat opstandig en ontrouw is. Maar het maakt de Israëlieten wel duidelijk dat er uiteindelijk een oordeel zal zijn voor ieder die bewust opstandig blijft. Hosea’s eigen huwelijk met de ontrouwe Gomer wordt gebruikt als een symbolische voorstelling van Israëls ontrouw jegens God.

 

 

 

29 : De profetie van Joël

 

Auteur — Joël

Tijd — 618 – 608 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Joël begint met een beschrijving van een reeks natuurrampen (een sprinkhanenplaag, droogte en natuurbranden), die misoogsten en hongersnood veroorzaken, als beeld van een militaire aanval. Joël roept Juda op tot een dag van berouw wegens Gods komende oordeel.

Het laatste deel van het boek gaat over de gebeurtenissen in verband met “de dag des Heren”. De uitgebeelde boodschap luidt: als Juda zich bekeert, dan zal God hen rijkelijk zegenen en vergeven.

 

 

 

30 : De profetie van Amos

 

Auteur — Amos

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting —Amos profeteert tijdens een periode van voorspoed in Israël. Jerobeam II was koning over het noordelijke rijk dat zich in die periode in politieke en materiële zin kon meten met het rijk en het tijdperk van Salomo en David. Amos, zelf afkomstig uit Juda en van beroep veehouder, werd door God geroepen om een oordeel uit te spreken over dat noordelijke rijk.

Hij moest haar luxe leven, afgoderij en morele verdorvenheid aan de kaak stellen. Amos spoort het volk aan om zich te bekeren voordat Gods oordelen hen zou treffen. „Zoek God en leef” was de dringende raad van Amos aan de natie. Hij voorzegt ook de verstrooiing van de Israëlieten, maar wijst vooruit naar een dag wanneer God hen weer bijeen zal brengen in het land van hun voorvaderen.

 

 

 

31 : De profetie van Obadja

 

Auteur — Obadja

Tijd — kort na 587 v.Chr.

Samenvatting — Obadja’s naam betekent “Knecht van Jahwe”. Hij spreekt een oordeel uit over het volk Edom wegens hun vijandschap jegens Israël ten tijde van de Babylonische aanval op Israël. Zij hadden zich verheugd over het voordeel dat die aanval hen zou brengen. Op ‘de dag des Heren’ (de tijd van Gods oordeel) zal er echter juist alleen ontkoming zijn op Sion. Edom was het volk dat afstamde van Ezau, de tweelingbroer van Jakob (Israël).

 

 

 

32 : De profetie van Jona

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Het verhaal speelt waarschijnlijk kort na 800 v.Chr., maar kan later te boek zijn gesteld

Samenvatting — Het boek gaat over de opdracht aan Jona om de stad Nineve, (de hoofdstad van Assyrië) te waarschuwen dat zij zich moet bekeren en Gods geboden gehoorzamen om de verwoesting, die God anders zal brengen, te voorkomen. Israël werd door Assyrië zwaar onderdrukt en Jona heeft geen zin om met zijn prediking Assyrië te redden van de ondergang.

Hij vlucht daarom de andere kant uit. Maar in een storm wordt hij door de scheepsbemanning overboord gegooid en verzwolgen door een grote vis. Na drie dagen wordt hij door de vis weer uitgespuugd. Vervolgens predikt hij toch de boodschap aan het volk van Nineve, dat zijn boodschap gelooft en zich bekeert van zijn zonden.

 

 

 

33 : De profetie van Micha

 

Auteur — Micha

Tijd 735 – 700 v.Chr.

Samenvatting — Micha was een voorloper en tijdgenoot van Jesaja. Zijn boodschap betekende hetzelfde voor het zuidelijke koninkrijk Juda als die van Amos voor het noordelijke koninkrijk Israël. Beiden bekritiseerden fel de rijken en machtigen die de armen onderdrukten.

Micha’s boodschap gaat over de vernieuwing van het ‘overblijfsel’ van het volk dat rest na het komende oordeel, de oprichting van het Koninkrijk Gods door het geslacht van David, en de bekering van de overige volken in dat Koninkrijk. Het besluit met een zegevierende uiting van geloof, die we moeten zien tegen de achtergrond van het materialisme en de corruptie van de regering van Achaz.

 

 

 

34 : De profetie van Nahum

 

Auteur — Nahum

Tijd — 620 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Nahum is geschreven ongeveer 140 jaar na de gebeurtenissen die in het boek Jona stonden beschreven. Gedurende die periode was Ninevé weer teruggekomen op zijn berouw en bekering. Assyrië had intussen het noordelijke koninkrijk Israël in ballingschap gevoerd.

Jona had een boodschap van barmhartigheid en bekering gepredikt, maar Nahum predikte een boodschap van ondergang tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Hoewel God het had gebruikt als zijn werktuig tegen Israël en Jeruzalem, zou het nu vernietigd worden wegens zijn hoogmoed.

 

 

 

35 : De profetie van Habakuk

 

Auteur — Habakuk

Tijd — 620 – 605 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met een klacht van Habakuk over het onrecht in Juda en zijn verbijstering dat God het boze en immorele volk van Babel niet oordeelt. God vertelt hem dan dat zijn volk moet blijven vertrouwen op zijn barmhartigheid zonder te letten op de omstandigheden om hen heen.

Het lijkt wel alsof de bozen voorspoed hebben terwijl de rechtvaardigen gekastijd worden. Maar deze voorspoed is slechts tijdelijk. God verlaat niet wie zijn geboden gehoorzamen en volgen: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (vgl. Psalm 73)

 

 

 

36 : De profetie van Sefanja

 

Auteur — Sefanja

Tijd — 635 – 615 v. Chr.

Samenvatting — Sefanja profeteerde tijdens de regering van koning Josia van Judea, na de wegvoering van de bevolking van het noordelijke rijk Israël. Josia voerde een grote godsdienstige hervorming door. Dat gebeurde na de slechte regeringen van de koningen Manasse en Amon, die het volk tot allerlei vormen van afgoderij hadden gebracht.

Maar het volk volgde Josia niet in deze terugkeer tot God. Sefanja kondigt daarom een komend oordeel over Jeruzalem aan wegens hun zonden. Hij duidt dat aan als een ‘offermaaltijd’ van God, maar ook als ‘de dag des Heren’. Toch doet hij nog een dringend beroep op het volk om in berouw tot God terug te keren.  En hij besluit met een korte vooruitblik op het komende vrederijk van de Messias.

 

 

 

37 : De profetie van Haggai

 

Auteur — Haggai

Tijd — 520 – 505 v.Chr.

Samenvatting — Haggai spoort de uit ballingschap teruggekeerde Joden aan om God oprecht te dienen. Hij vermaant hen: “Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!”, en roept hen op de Tempel te voltooien waarvan de fundamenten al achttien jaar eerder waren gelegd. Hij wijst op het feit dat hun huidige problemen alles te maken hebben met hun houding die meer is geïnteresseerd in hun eigen huizen dan in Gods ‘huis’.

Het volk antwoordt positief en in 516 voor Christus komt de Tempel gereed. Ook zegt Haggai dat de heidense rijken door God vernietigd zullen worden, en als de Messias komt zal Juda verheven worden. Het is een korte profetie en de boodschap wordt verder uitgewerkt door Zacharia, een (vermoedelijk jongere) tijdgenoot.

 

 

 

38 : De profetie van Zacharia

 

Auteur — Zacharia

Tijd — 520 – 490 v.Chr.

Samenvatting — Zacharia was een jongere tijdgenoot van Haggai. Hij neemt Haggai’s oproep om de tempel te herbouwen, over. En ook hij benadrukt de noodzaak tot bekering. Een deel van zijn boodschap bestaat uit een serie visioenen over de toekomst. Het bevat aanwijzingen over de komst van de Messias. Het boek eindigt met beschrijvingen van het oordeel over de vijanden van Jeruzalem, en van de toekomstige heerlijkheid van het Koninkrijk Gods.

 

 

 

39 : De profetie van Maleachi

 

Auteur — Maleachi

Tijd ca. 430  v.Chr.

Samenvatting — De profetie van Maleachi stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Nehemia terug was naar het hof van de Perzische koning. Het volk is weer laks geworden en heeft een steeds oppervlakkiger houding aangenomen tegenover God en de eredienst. Een eeuw na de herbouw van de tempel zijn hun verwachtingen van de komst van de Messias nog steeds niet vervuld. Maleachi schrijft dat hun offers onaanvaardbaar zijn voor God; mannen plegen echtbreuk, en de priesters verwaarlozen Gods verbond.

 

 

 

40 : Het evangelie van Matteüs

 

Auteur — Matteüs, ook genaamd Levi, een tollenaar

Tijd — 4 v.Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Matteüs wil aantonen dat Jezus de beloofde Koning (Messias) uit het huis van David is, die zijn volk zou bevrijden. Er ligt veel nadruk op de vervulling van de messiaanse profetieën. Maar die bevrijding zou niet komen door militair geweld; de Messias kwam hen niet bevrijden van de Romeinen, maar van zonde en dood.

Hij zou de lijdende Knecht van Jesaja zijn. Matteüs begint met: “Geslachtsregister van Jezus Christus (= Jezus de ‘Messias’), de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matt. 1:1). Daarmee introduceert hij Hem als de beloofde zoon van David en de beloofde nakomeling van Abraham. Het geslachtsregister identificeert Hem ook als de wettige troonopvolger. Matteüs is daarom ook de evangelist die de poging beschrijft van de zittende koning om deze ’concurrent’ uit de weg te ruimen.

Dit zet het toneel voor de voortdurende strijd tussen Gods koning en de politiek van de wereld. Daarnaast bevat dit evangelie veel van Jezus’ leer. Er ligt nadruk op het contrast met de Wet, en met de overlevering van de Joodse schriftgeleerden. Dit evangelie is waarschijnlijk in de eerste plaats geschreven voor Joodse lezers.

 

 

 

41 : Het evangelie van Marcus

 

Auteur Johannes Marcus, de neef van Barnabas

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Men denkt dat Marcus als eerste van de vier Evangeliën is geschreven. Het concentreert zich vooral op de laatste week van Jezus’ leven. Zes van de zestien hoofdstukken gaan over deze periode; de voorafgaande tien zijn vooral een inleiding daarop. Dat legt de nadruk heel sterk op zijn sterven en opstanding, en de gebeurtenissen daar omheen.

Marcus’ verhaal begint met een combinatie van een tweetal OT profetieën als inleiding op het werk van Johannes de Doper. Hij presenteert zijn verslag als de beschrijving van de vervulling van alles wat in dat OT stond aangekondigd. Dit evangelie volgt eenzelfde pad als dat van Matteüs. Het bevat echter weinig leer, maar wel een aantal genezingen.

Marcus tekent Jezus daarmee vooral als de genezer, in geestelijke zin, van zijn volk. Bij oppervlakkig lezen lijkt dit het meest simpele verhaal, maar het staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament en van daarop gebaseerde symboliek.

 

 

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

42 : Het evangelie van Lucas

 

 

Auteur — Lucas, de geneesheer

Tijd— 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Lucas is de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, en schrijft in de eerste plaats voor niet-Joden. Hij gebruikt veel minder typisch Joodse termen of legt die, waar nodig, uit. Ook Lucas introduceert Jezus als de nakomeling van David, nu via zijn moeder.

Tegelijkertijd noemt hij Hem de ‘zoon van God’, als een tweede Adam, maar nu een Adam die niet faalt. In dit Evangelie ligt de nadruk op de eisen van discipelschap. Het tweede deel van zijn prediking – tot aan de intocht – wordt beschreven als één lange reis naar Jeruzalem, waar Hij zijn verlossingswerk tot stand moet brengen, door Zich te laten terechtstellen aan een kruis.

 

 

 

43 : Het evangelie van Johannes

 

 

Auteur — Johannes, de geliefde discipel, neef van Jezus

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Dit evangelie is veel later geschreven dan de andere. Het veronderstelt de feitelijke gebeurtenissen inmiddels bekend, en gaat in op de diepere betekenis daarvan “opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” (20:31). Hij geeft Jezus’ wonderen als ‘tekenen’ dat Hij de beloofde Messias is. In zijn toespraken gaat Jezus hier veel dieper.

Veel van Jezus’ toenmalig gehoor heeft die niet begrepen, omdat ze zijn woorden te letterlijk namen. Johannes begint met Jezus te beschrijven als de vervulling van al Gods beloften, en hij beschrijft dat als de schepping zelf. Dat is kenmerkend voor Johannes. Hij ziet voorbij aan de fysieke werkelijkheid, en zoekt naar de betekenis daarachter.

Niet de fysieke schepping van hemel en aarde is kenmerkend voor Gods activiteit, maar zijn plan daarmee: dat plan was als het ware God. ‘Het begin’ wordt niet gekenmerkt door het tot stand komen van hemel en aarde, maar door Gods openbaring van dat plan: “In den beginne was het Woord [nl. van Gods openbaring] en het Woord was bij God en het Woord was God” (1:1,).

Alles wat Hij daarbij had aangekondigd, is nu werkelijkheid geworden in zijn Zoon, de Verlosser: dat woord “is vlees geworden” [dwz. de Verlosser die eerst slechts als belofte bestond, is nu verschenen als reëel mens] “en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig geborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (1: 14,).

 

 

 

44 : De handelingen van de apostelen

 

Auteur — De evangelist Lucas

Tijd — 30 – 62 na Chr.

Samenvatting — Het boek Handelingen beschrijft de uitvoering van Jezus’ opdracht aan de apostelen: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” (Matteüs 28:19). Maar Lucas maakt in zijn openingszin duidelijk dat we dit moeten zien als de voortzetting van het werk dat Jezus tijdens zijn dagen op aarde was begonnen, en dat Hij nu, door zijn apostelen, voortzet. We lezen over de vestiging van gemeenten overal in het Romeinse Rijk.

Die gemeenten steunen aanvankelijk nog steeds op Jeruzalem als hun ‘centrum’. Maar met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 zal dat centrum wegvallen. Er is dus haast, want binnen 40 jaar zal die groep van afzonderlijke gemeenten gezamenlijk de christelijke kerk vormen en op eigen benen moeten kunnen staan.

In de begintijd is de christelijke gemeente nog een groep binnen het totale Joodse spectrum en blijft de prediking voornamelijk beperkt tot Joden. Maar al na enkele jaren begint er een scheiding te ontstaan tussen de gemeente en het Jodendom. En in de periode 40-45 na Chr. beginnen sommigen ook aan niet-Joden te prediken en ontstaat in het gebied van het huidige Syrië de term christenen.

Het verslag van de prediking van daaruit in de rest van het Rijk wordt ons verteld vanuit het werk van de apostel Paulus. Het boek eindigt in 62, kort voor het begin van de Joodse opstand die uiteindelijk zal leiden tot de val en verwoesting van Jeruzalem.

 

 

 

45 : De brief van Paulus aan de Romeinen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 57/58 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven kort voor Paulus’ vertrek naar Jeruzalem (Handelingen 20:3), waarschijnlijk vanuit Korinthe. Hij werd in zijn predikingswerk gehinderd door Joodse predikers die verkondigden dat de nieuwe bekeerlingen zich aan de Joodse wet moesten houden. Om die reden wil hij de gemeente te Rome bezoeken om ze daartegen te waarschuwen.

Maar omdat hij eerst de opbrengst van een collecte voor de armen van Jeruzalem moet afleveren, schrijft hij alvast een brief (Romeinen 15:22-26). Daarin zet hij de verschillen uiteen tussen het op de wet gebaseerde Oude Verbond en het Nieuwe Verbond in Christus. Het gaat om ‘leven naar de geest’ tegenover het ‘leven naar het vlees’ uit hun tijd van onwetendheid. In hoofdstuk 6 introduceert hij de term ‘medegekruisigd’ (zie bladzij 103).

Daarnaast gaat hij ook uitgebreid in op de vraag hoe zij met elkaar moeten omgaan en hoe de ‘sterken in geloof’ de ‘zwakken’ moeten ontzien. Niet wie er gelijk heeft is van belang, maar of zij de zwakken opbouwen. Tenslotte vermaant hij ze om zich niet te verzetten tegen de overheid; hun geloof is geen vrijbrief voor onwettig gedrag.

 

 

 

46 en 47 : De brieven van Paulus aan de Korintiërs

 

Deze twee brieven zijn waarschijnlijk de tweede en vierde brief die Paulus aan deze gemeente schreef. De overige twee zijn niet bewaard gebleven, blijkbaar omdat die voor ons niet nuttig zijn. De twee worden hieronder apart behandeld:

1 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Paulus’ antwoord op een reeks vragen over de praktijk van het leven in Christus, die de gemeente van Korinte hem per brief heeft voorgelegd. Tevens reageert hij op wat hij van de brengers van die brief heeft gehoord. Net als de filosofenscholen vormen zij rivaliserende groepen; hij vermaant hen het evangelie niet te vermengen met elementen uit Griekse filosofie.

Ook moeten zij het evangelie niet zien als een vrijbrief voor een bandeloos leven. Korinte was een havenstad met veel zedeloosheid; daar moeten ze nu afstand van nemen. Evenmin moeten ze de geestesgaven zien als speeltjes: het spreken in tongen mag nog zo interessant zijn, het gaat erom je medegelovigen op te bouwen.

Tenslotte spreekt hij hen in felle bewoordingen aan op hun verwerping van de opstanding. In het slotwoord vraagt hij hun medewerking aan een collecte voor Jeruzalem.

 

 

2 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Uit deze brief valt op te maken dat er problemen waren ontstaan in de gemeente. Er zijn Joodse predikers langsgekomen, die leren dat ook zij zich aan de wet moeten houden. Ze hebben kennelijk beweerd dat Paulus geen echte apostel is, en het alleen maar doet om het geld, en dat hij valse leer predikt.

Een kort bezoek van Paulus aan Korinte heeft geleid tot een ernstige confrontatie tussen hem en een aanhanger van die Joodse predikers. Terug in Efeze heeft hij hen door Titus een brief laten brengen, die hen tot inkeer heeft gebracht. Ze hebben de schuldige ter verantwoording geroepen. Van Titus heeft Paulus nu vernomen dat alles weer in orde is. Deze kwestie zal de reden zijn geweest voor zijn brief aan de Romeinen.

Toch heeft hij nog een probleem. Ze hebben de collecte voor Jeruzalem verwaarloosd. Andere gemeenten hebben wel hun best gedaan en hij wil het geld nu naar Jeruzalem brengen. Hij moet ze aansporen die zaak weer ter hand te nemen, zonder de schijn te wekken dat het hem inderdaad alleen maar om het geld is te doen.

 

 

 

48 : De brief van Paulus aan de Galaten

 

Auteur — Paulus

Tijd — 48 na Chr.

Samenvatting — Dit is feitelijk Paulus’ eerste brief die we in de Bijbel bezitten. Hij komt voort uit de gebeurtenissen van Handelingen 15:1-2. Bepaalde Joodse christenen predikten dat ook gelovigen uit de heidenen zich moesten laten besnijden en zich aan de bepalingen van de wet houden, om behouden te kunnen worden.

Met deze prediking hebben zij ook de gemeenten in Galatië, die Paulus en Barnabas op de eerste zendingsreis hadden gesticht, in verwarring gebracht en beïnvloed. De gemeente te Antiochië besluit Paulus en Barnabas naar de apostelen en oudsten te Jeruzalem te zenden voor een beslissing in deze zaak. Maar nog voordat hij daarheen vertrekt, zendt Paulus de gemeenten in Galatië alvast deze brief, waarin hij zijn zienswijze in deze zaak uiteenzet.

Zijn toon is emotioneel, omdat hij een dringend beroep op de gemeenten doet niet terug te vallen in het oude wettische denken. Hij noemt deze prediking ‘een ander evangelie’. Paulus redeneert dat zowel Jood als Griek beiden in Christus hun volledige behoudenis hebben. Paulus laat zien dat alle wettische afwijkingen van het evangelie afvalligheden zijn en zo gezien moeten worden.

 

 

 

49 : De brief van Paulus aan de Efeziërs

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is waarschijnlijk een algemeen rondschrijven geweest aan alle gemeenten waar Paulus een relatie mee had. Dit blijkt o.a. uit het feit dat hij uitsluitend principiële zaken behandelt en niet in gaat op plaatselijke problemen. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die zij in Christus hebben.

Onderdeel daarvan is dat zij niet langer afgescheiden zijn van het verbondsvolk, maar daar nu zelf deel van uitmaken. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel dat wat zij ontvangen hebben ook weer uitstralen en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Zij zijn niet langer als de heidenen om hen heen, die God niet kennen, maar als kinderen des lichts, die liefde tonen en wier handel en wandel oprecht is tot aan de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

 

50 : De brief van Paulus aan de Filippenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60- 62 na Chr.

Samenvatting —Deze brief zal zijn geschreven gedurende de gevangenschap van Paulus te Rome (Handelingen 28:30). Hij kan nu niet zelf rondtrekken, maar hij houdt contact met de door hem gestichte gemeenten door zijn medewerkers zoals Timoteüs en Titus. Hij verwacht echter zelf spoedig in vrijheid gesteld te worden, en dan wil hij hen ook zelf bezoeken (vers 24).

In bedekte termen waarschuwt hij opnieuw voor valse predikers die de besnijdenis prediken. Hij noemt dat ‘versnijdenis’ (verminking) en duidt de predikers aan als honden (verg. Matteüs 7:6 en Openbaring 22:15) en slechte arbeiders (verg. Lucas 13:27, werkers der ongerechtigheid).

 

 

 

51 : De brief van Paulus aan de Kolossenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief stamt uit dezelfde tijd als die aan Filippi. Paulus heeft via zijn ‘netwerk’ informatie ontvangen over de gemeente te Kolosse, waar hij zich zorgen over maakt. Zij dreigen te vallen voor de aandrang van Joodse predikers, die hen leren dat zij zich aan de bepalingen van de wet moeten houden. Hij duidt die aan als drogredenen (Kolossenzen 2:4) en ‘grondbeginselen van de wereld’ (2:9 en 20).

Dat stadium zouden ze nu moeten zijn gepasseerd. Maar hij spreekt ook over wijsbegeerte (2:8), alsof er ook elementen van Grieks denken beginnen in te sluipen. In plaats daarvan spoort hij hen aan te zoeken naar dat wat van boven is, juist niet dat wat aards is (3:1-2, 5-7).

 

 

 

52 en 53 : De brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 50 na Chr.

Samenvatting — Deze beide brieven zijn geschreven aan de jonge gemeente te Tessalonica, vanuit Korinte, waar Paulus 1 ½ jaar heeft gewerkt. Paulus had Tessalonica overhaast moeten verlaten nadat de Joodse gemeente daar hem had aangeklaagd bij de Romeinse autoriteiten. Hij had zijn prediking daarom niet af kunnen maken.

Na Tessalonica had hij nog enige tijd gepredikt in Berea, totdat de Joden uit Tessalonica hem ook dat onmogelijk maakten. Zie Handelingen 17:1-14. Vandaar was hij vertrokken naar Athene, totdat hij daar problemen kreeg met de Griekse autoriteiten en ook die stad moest verlaten.

Vandaar vertrok hij naar Korinte. Paulus is blij met het nieuws dat hij ontvangt, maar ziet in dat hij bepaalde dingen verder moet uitleggen, vooral met betrekking tot de wederkomst van Christus. Dat doet hij in de eerste van deze beide brieven.

 

 

De mens in geloof

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 54 en 55 : De brieven van Paulus aan Timoteüs

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting — Timoteüs en Titus waren jonge medewerkers van Paulus tijdens zijn zendingswerk. Deze twee brieven – bekend staand als de pastorale brieven – zijn geschreven in de korte periode tussen Paulus’ eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16) en zijn dood. Paulus beseft dat de Joodse opstand, die zal leiden tot de vernietiging van Jeruzalem en de tempel, niet ver meer weg is, en dat hij dus weinig tijd meer heeft.

Uit de brief aan Titus blijkt dat hij na zijn vrijlating in 62 na Chr. met grote ijver bezig is te prediken in de streken ten oosten van Italië waar hij nog niet geweest was. Hij moet nu meer overlaten aan zijn jonge medewerkers die zijn taken binnenkort zullen moeten overnemen. Ten tijde van zijn tweede brief aan Timoteüs zit hij alweer opnieuw gevangen te Rome en hij verwacht binnenkort ter dood gebracht te zullen worden. Dit is de laatste brief die we van Paulus bezitten.

 

 

 

56 : De brief van Paulus aan Titus

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting- Deze brief bevat veel dat we ook in de eerste brief aan Timoteüs vinden. Zo vinden we dezelfde opsomming van vereisten aan ambtsdragers. Ook Titus zou op korte termijn de taken van Paulus moeten overnemen. Titus zit nu op Kreta, waar hij de gemeente op orde moet brengen. Maar Paulus is van plan hem af te lossen door iemand anders (3:12), en vraagt Titus hem dan te komen helpen met de prediking in Nikopolis (een plaats aan de westkust van Griekenland).

 

 

 

57 : De brief van Paulus aan Filemon

 

Auteur — Paulus

Tijd — 62 na Chr.

Samenvatting —Een brief van Paulus aan een individuele gelovige, Filemon, te Kolosse. Deze Filemon was kennelijk een welgesteld man met huispersoneel en een huis dat groot genoeg was voor de wekelijkse bijeenkomst. Paulus prijst zijn gastvrijheid jegens zijn geloofsgenoten. Maar Onesimus, een slaaf van hem, is weggelopen en naar Rome gevlucht waar hij Paulus heeft ontmoet (die hij gekend zal hebben).

Hij is nu een broeder in het geloof en een ijverig assistent van Paulus. Maar Paulus zendt hem terug naar zijn meester. Paulus dringt er bij Filemon op aan hem niet te straffen (op weglopen stonden zware straffen) maar hem te ontvangen als een broeder. En mocht er financiële schade zijn dan verklaart Paulus zich bereid die te vergoeden. Paulus laat doorschemeren dat hij als apostel feitelijk het gezag heeft Filemon te bevelen, maar laat hem de keuze.

 

 

 

58 : De brief aan de Hebreeën

 

Auteur Een onbekende bekeerde schriftgeleerde

Tijd — rond 65 na Chr. (kort voor de Joodse opstand

Samenvatting — Deze brief heeft geen opschrift met schrijver of geadresseerden. Maar hij bevat aan het slot wel de aankondiging van een voorgenomen bezoek, dus hij moet wel degelijk zijn geschreven aan een specifieke gemeente; het is geen algemeen rondschrijven. Op grond van de inhoud en het slot is aan te nemen dat hij is geschreven aan Joodse christenen in Rome.

Uit de inhoud kan worden opgemaakt dat deze Joodse christenen dreigen af te vallen van de christelijk beginselen en terug te keren naar hun vroegere Jodendom, waarschijnlijk uit angst voor vervolging door keizer Nero. Het antwoord van de schrijver is een uitgebreide uitleg van de achterliggende boodschap van de Mozaïsche wet.

De wet ‘toont slechts een voorafschaduwing van al het goede dat nog komen moet en laat niet de gestalte zelf daarvan zien’ (10:1). De werkelijkheid waarnaar de wet verwijst duidt hij regelmatig aan met woorden als beter, groter of verhevener.

 

 

 

59 : De brief van Jakobus

 

Auteur — Jakobus

Tijd — 43 – 50 na Chr.

Samenvatting — De brief van Jakobus gaat vooral over de praktijk van het leven in Christus. Hij is gericht aan ‘de twaalf stammen in de verstrooiing’, dus aan de Joden buiten Juda en Galilea. Maar zijn voorbeeld van de boer die wacht op de ‘regens van het najaar en voorjaar’ (: de vroege en late regen) is duidelijk ontleend aan de situatie langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Sommigen denken daarom dat de geadresseerden vooral de Joden in Syrië zullen zijn geweest. Maar waar Paulus veel moest strijden tegen de neiging terug te keren naar de letterlijke bepalingen van de wet, benadrukt Jakobus het belang van de principes achter die bepalingen. Geloof alleen is niet voldoende, geloof moet blijken uit je daden.

Velen zien daarom een tegenstelling tussen Paulus en Jakobus. Maar beiden hebben het wel degelijk over hetzelfde, alleen bestrijdt de een afwijking naar de ene kant en de ander een afwijking naar de andere kant. Verder geeft Jakobus een reeks van praktijkvoorbeelden om zijn betoog te illustreren.

 

 

 

60 en 61 : De brieven van Petrus

 

Auteur — Petrus

1 Petrus

Tijd — ca. 63-64 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven aan de Christenen in Klein Azië om hen te waarschuwen dat zij zich niet moeten laten verleiden menselijke wegen te gaan. Petrus beseft dat de Joodse opstand (die zou beginnen in 66 na Chr.), die zou leiden tot de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel, niet ver weg meer is.

Petrus vreest dat zijn lezers wellicht de zijde van de opstand zullen kiezen en dat zou een fatale fout zijn. Zij moeten geduld oefenen, en de gang van zaken aan God overlaten. Zij zullen zware vervolging moeten ondergaan, maar God weet wat hen overkomt, en ze zullen volharding moeten tonen.

 

2 Petrus

Tijd ca. 64-65 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden, maar het ligt voor de hand dat dit dezelfden zijn als die van de eerste brief, waar hij ook naar verwijst (3:1). Hij verwacht spoedig om zijn geloof terecht gesteld te worden (1:14), en doet een laatste poging hen te waarschuwen voor de tijd die komen gaat. Hij dringt er opnieuw met alle kracht op aan standvastig te blijven in de tijd die er nu aankomt en niet af te vallen, net nu het er op aankomt.

Ze moeten vasthouden aan ‘de woorden van de profeten’, d.w.z. ons Oude Testament (1:19).   Hij verwijst naar zijn eigen aanwezigheid bij ‘Jezus’ verheerlijking op de berg’, die hem ten volle heeft overtuigd dat Jezus de beloofde Messias is. Hij herinnert hen aan Jezus’ waarschuwing dat ‘de dag des Heren’ (in de Bijbel: de dag van Gods oordeel) onverwacht zal komen (als een dief in de nacht), en dat ze niet moeten luisteren naar mensen die spotten dat hij niet gaat komen.

Tegenover het woord van de profeten zet hij de valse profeten die hen zullen proberen te misleiden; ook dat zijn woorden van Jezus. En hij wijst hen op de woorden van Paulus die hen heeft voorgehouden wat hun te wachten stond. Dit zou kunnen betekenen dat Paulus al terecht gesteld was.

 

 

 

62, 63 en 64 : De 3 brieven van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd — 85 – 100 na Chr.

Samenvatting — Dit zijn waarschijnlijk de laatste geschriften van het Nieuwe Testament. De situatie verschilt nu sterk van die tijdens de periode van de andere brieven. Er is geen enkele tendens meer naar het houden van de Mozaïsche wet, maar wel wordt het zuivere geloof nu bedreigd door de invloed van Griekse filosofie. Die manifesteert zich het sterkst in leer van de zgn. gnostiek. Deze leert globaal een volledige scheiding tussen geest en materie, en ‘ingewijd’ zijn is er een belangrijk element van. De aspecten die Johannes in zijn eerste brief bestrijdt zijn:

  • De leer dat Jezus en ‘de Christus’ verschillende personen zouden zijn. De goddelijke Christus zou bezit hebben genomen van de mens Jezus bij diens doop, en hem weer verlaten hebben bij zijn kruisiging. Zie bijv. 1 Johannes 2:22 en 2 Johannes 7.
  • De leer dat een mens met zijn materiële lichaam niet zou kunnen zondigen, maar alleen met zijn geest. Wat hij met zijn lichaam doet zou dus nooit zonde kunnen zijn. Zie bijv. 1 Johannes 1:10.
  • De opvatting dat de ingewijden op een hoger plan zouden staan dan de oningewijden, waarop zij dus kunnen neerzien. Johannes noemt dit: ‘je broeder haten’ (1 Johannes 2:9).

Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat Jezus zelf, in zijn rede op de Olijfberg (bijv. Matteüs 24) heeft gewaarschuwd voor valse profeten (mensen die ten onrechte beweren namens God te spreken) die de gelovigen zullen misleiden door een valse Christus te prediken.

Het begin van de eerste brief leest sterk als het begin van zijn Evangelie, en het feit dat hij van dat Evangelie zegt dat het is geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias (Christus) is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” maakt het aannemelijk dat het in dezelfde tijd is geschreven, en met hetzelfde doel.

 

 

 

65 : De brief van Judas

 

Auteur — Judas, de broer van Jakobus

Tijd — ca. 70 – 80 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden en zou een algemeen rondschrijven kunnen zijn geweest. Judas wil zijn lezers herinneren aan de waarschuwingen van Petrus in diens tweede brief. Hij geeft in het kort dezelfde boodschap en min of meer dezelfde voorbeelden. Hij zal zijn geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Ook Judas waarschuwt tegen valse leer.

Hij wijst op het thema in Petrus’ brief dat in Gods oordelen de weinige rechtvaardigen worden beschermd en gered, en voegt daar het voorbeeld van de exodus aan toe als waarschuwing dat niet allen die door God zijn geroepen ook daadwerkelijk het einddoel bereiken.

 

 

 

66 : De openbaring van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd 70 na Chr.

Samenvatting — Openbaring is een directe boodschap van Jezus aan zijn volgelingen, gegeven in een reeks visioenen aan de apostel Johannes. Johannes dateert deze reeks op ‘de dag des Heren’. Dit moet logischerwijze slaan op de ondergang van Jeruzalem in 70 na Chr., een parallel van de eerdere verwoesting van Jeruzalem onder de Babyloniërs, waarbij de profeet Ezechiël een soortgelijke boodschap kreeg (Ezechiël 24:1).

Na de val van Jeruzalem zou het verbondsvolk bestaan uit plaatselijke gemeenten te midden van een andersdenkende wereld, soms getolereerd, maar vaak ook vervolgd. Jezus’ boodschap moet de gelovigen voorbereiden op de nieuwe situatie. Kenmerkend is dat het boek vrijwel uitsluitend spreekt in symbolen. Maar elk daarvan komt van elders in de Bijbel, meestal het Oude Testament, soms het Nieuwe.

De inhoud van Jezus’ boodschap is dat het volk van het nieuwe verbond het er niet beter vanaf zou brengen dan het volk van het oude verbond. Nieuw t.o.v. de situatie in het Oude Testament zou echter zijn dat de vervolging van de overgebleven trouwe gelovigen niet zou komen van de kant van een vijandige heidense overheid maar van een systeem dat zou claimen de enige ware kerk te zijn.

Dit is een echo van Jezus’ woorden aan zijn discipelen in de bovenzaal: “Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen” (Johannes 16:2). De brieven aan de zeven gemeenten, waar de boodschap mee begint, illustreren hoe zelfs gemeenten die op korte afstand van elkaar wonen sterk in karakter kunnen verschillen. Het boek eindigt dan met Gods oordeel over dit volk van het nieuwe verbond – zoals er op dat moment aan de gang was over het volk van het oude verbond – en de definitieve vervulling van Gods plan.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De wapenuitrusting van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

wapen

 

 

 

Efeziërs 6:10-18

 

Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.

Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.

Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen.

 

 

alfa en omega

Strijd tegen het kwade

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux

 

De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux hebben een aantal dingen gemeen. Ze hebben allebei een grote devotie voor Jezus en Maria en ze worden allebei afgebeeld met een kruisbeeld en rozen.

 

 

Heilige Theresia

 

 

 

Heilige Rita

 

 

De Heilige Rita werd de heilige van de rozen door de legende van de roos die bloeide in haar tuintje van haar huis in Roccaporena, ondanks de dikke laag sneeuw in januari.

De Heilige Theresia, ook wel de kleine Theresia van het kindje Jezus genoemd, beloofde om het te laten rozen regenen na haar dood. En inderdaad, de gunsten die ze reeds verleent heeft, regenden als rozen over de mensen die hun toevlucht tot haar zochten

 

 


Nog iets dat de Heilige Rita en de kleine Theresia van het kindje Jezus gemeen hebben, was hun vurige wens om naar het klooster te gaan.

 

De Heilige Rita bleef ijveren tot ze aanvaard werd en dit duurde vijf jaar. De Heilige Theresia van Lisieux was veertien toen ze de beslissing nam om in te treden. Ze was echter nog te jong en de bisschop wilde haar niet toelaten. De Heilige Theresia legde zich hier niet bij neer en richtte zich tot de paus. Ze trad in het klooster in op vijftienjarige leeftijd, waar ze overleed aan tuberculose op vierentwintig jarige leeftijd. Er wordt gezegd dat de Heilige Theresia best wel koppig was, maar ook een heerlijk gevoel voor humor had.

Haar ouders, Louis en Zélie Martin, zijn heilig verklaard op 18 oktober 2015 door paus Franciscus. Haar geboorte-
huis staat er nog in Lisieux, niet zo ver van de basiliek die er ter ere van haar gebouwd werd. Zowel de Heilige Rita als de Heilige Theresia worden vereerd op een donderdag. Hier is een noveen dat kan gebeden worden voor de Heilige Theresia negen donderdagen achter elkaar. Daarna volgt nog een litanie voor haar.

 

 

GENADE NOVEEN GEDURENDE NEGEN DONDERDAGEN

TER ERE VAN DE HEILIGE KLEINE THERESIA

 

Deze noveen is zeer krachtig. Wie geestelijke of tijdelijke gunsten wil bekomen:  volbreng de Noveen op de negen Donderdagen in voorbereiding tot haar feest (1 oktober), of in de loop van het jaar.

 

Men mag deze Noveen ook op negen opeenvolgende dagen doen.

 

Hemelse Vader, die de Kleine Theresia aan de wereld hebt geschonken om de kinderlijke eenvoud van het Evangelie overal te verkondigen, geef ons de genade, dat wij, door haar voorbeeld voorgelicht, ons in alles met kinderlijk vertrouwen aan uw vaderlijke goedheid overgeven. Wees gegroet …

Minnelijke Jezus, die in de Kleine Theresia de wijsheid van uw Evangelie hebt doen uitschijnen om de dwaasheid van de geest van de wereld te veroordelen, geef ons de genade, dat wij, door uw goddelijk licht bestraald, mogen inzien dat alles ijdelheid is op aarde, behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen. Wees gegroet …

Heilige Geest, die in de Kleine Theresia een ware bruid hebt gevonden aan uw barmhartige liefde gans overgeleverd, geef ons de genade, dat wij, door uw goddelijke liefde bezield, aan uw geheime inspraken gewillig geloof geven en uw heiligende werking getrouw volgen. Wees gegroet… Bid voor ons, Heilige Kleine Theresia, opdat we de beloften van Christus waardig worden.

Laten wij bidden, Heilige Kleine Theresia van het kind Jezus in wier hart Maria zulk een grote plaats innam, leer ons de Hemelse Moeder met een kinderlijke en betrouwvolle liefde beminnen. Onderwijs ons uw kleine weg der geestelijke kindsheid. Schenk ons uw geest van gebed en uw deugden: kinderlijke eenvoud, volle overgave aan Gods Wil, grenzeloos betrouwen. Gewaardig door de overvloed van uw verdiensten onze gebeden welgevallig te doen verhoren, door Christus Onze Heer.
Amen.

Heilige. Kleine Theresia, bid voor ons !

 


LITANIE VAN DE HEILIGE THERESIA VAN HET KINDJE JEZUS

 

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria onbevlekt in uw ontvangenis, bid voor ons.
Heilige Maria, Moeder van Jezus,
Heilige Theresia, van uw eerste jeugd af door God met genade begunstigd,
Heilige Theresia, engel van onschuld,
Heilige Theresia, uitgelezen bruid van de Heer,
Heilige Theresia, nieuwe bloem van de Carmelus‘ Orde,
Heilige Theresia, onthecht aan alle aardse goederen en genoegens,
Heilige Theresia, kuis en rein als de engelen Gods,
Heilige Theresia, volmaakt voorbeeld van gehoorzaamheid,
Heilige Theresia, zeer duurbaar aan het allerheiligste Hart van Jezus,
Heilige Theresia, nederige dienares van de Heer,
Heilige Theresia, slachtoffer van de goddelijke liefde,
Heilige Theresia, onwrikbaar vertrouwend op God,
Heilige Theresia, brandend van zielenijver,
Heilige Theresia, waardige dochter van uw heilige geestelijke moeder Theresia,
Heilige Theresia, kleine bloem van onze Heer Jezus, voor eeuwig nu bloeiend in zijn hemels lusthof,
Heilige Theresia, die een overvloed van hemelse gunsten als rozen doet neerdalen over de wereld,
Heilige Theresia, zeer machtige beschermster van allen die u aanroepen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Bid voor ons, Heilige Theresia van het Kindje Jezus. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden,

O God, die Uw dienares de Heilige Theresia door de gave van de wonderen verheerlijkt hebt, vergun ons, smeken wij U, op haar voorbede, dat wij naar haar voorbeeld, U steeds mogen dienen in onbeperkt vertrouwen en nederigheid. Door Jezus Christus, onze Heer, die met U leeft en heerst in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

 

 

Heilige Rita

 

 

 

Heilige Theresia

 

 

Het gebeurt wel eens dat mensen bij het zien van een afbeelding of het zien van een beeldje van de Heilige Rita of van de Heilige Theresia van Lisieux niet goed weten wie het is. Ze worden beiden getoond in klooster habijt, met een kruisbeeld en rozen. Dit zorgt soms voor wat verwarring maar toch is het niet moeilijk om het verschil te zien. De Heilige Rita wordt meestal afgebeeld met de wonde op haar voorhoofd. Zij draagt het habijt van de Augustinessen waarin zwart de hoofdkleur is. Slechts rond de kap en rond de hals is er een beetje wit, verder is het habijt helemaal zwart.

De Heilige Theresia draagt het habijt van de Karmelietessen waarbij de kap ook zwart is maar verder is de hoofdkleur van het kleed bruin en wordt er een lichte mantel over gedragen. Heel soms zie je bij een afbeelding van de Heilige Rita bijen op haar habijt. De Heilige Theresia is één van de weinige heiligen waar foto’s van bestaan. Ze had een heel levendige, warme en vrolijke persoonlijkheid. Ze was gedreven, vastberaden en koppig maar ze bezat ook een heel fijn gevoel voor humor.

Zowel de Heilige Rita als de Heilige Theresia zijn heel nederige en eenvoudige vrouwen. Ze wilden allebei een kleine, eenvoudige weg bewandelen en helpen waar ze maar konden. Nu nog altijd helpen ze graag.
.
.
.


Gebeden Heilige Theresia en Heilige Rita

 

 

Heilige Theresia, kleine bloem, alsjeblief pluk voor mij een roos uit de Hemelse tuin en stuur ze naar mij met een boodschap van liefde. Vraag God om mij de gunst te verlenen die ik vraag en zeg Hem dat ik elke dag meer en meer van Hem zal houden.

Sainte Thérèse, petite Fleur, s’il te plait cueille une rose des jardins du ciel et envoie-la moi avec un message d’amour. Demande à Dieu de m’accorder la faveur que je te demande et dis lui que je l’aimerai chaque jour de plus en plus.

 

Theresia,
Je hebt beloofd
Je Hemel door te brengen met goed te doen op Aarde.
Bid met ons opdat in ons hart de rozen bloeien van een wakker geloof,
Een volhardend vertrouwen en een vurige wederliefde
Voor God en alle mensen
In de kleine dingen van elke dag.
Verhoor dit gebed, o Vader,
In de Geest van Jezus,
Die liefde en barmhartigheid is
Tot in de eeuwigheid
Amen

 

 

NOVEEN TOT DE HEILIGE THERESIA VAN HET KINDJE JEZUS

 

 

Eerste dag: ONS DOEL

 

“Wij blijven maar in vrede als we ons keren naar de hemel.   

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen.

Eer aan de Vader en de Zoon en de H. Geest. Zoals het was in den beginne, zoals het nu is, zoals het altijd zal zijn in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer, Laat in het op en neer van mijn leven mijn geest verankerd zijn in U. Naar u ben ik op weg, samen met velen die mijn broers en zussen zijn. Al het aards gaat voorbij maar Gij blijft! Ook de zorgen die mij nu bedrukken, eens zullen ze er niet meer zijn. Help mij zolang mijn kruis te dragen. Help mij te vertrouwen als een kind. Gij zijt mij nabij. Gij laat mij nooit alleen!

Stille overweging wat onze zorgen of problemen zijn.

Onze Vader… Slotgebed.

SLOTGEBED voor elke dag.
God, hemelse Vader, Gij hebt de H. Theresia uitgekozen om ons nabij te zijn op de weg van grenzeloos vertrouwen. Zij is ons voorgegaan, zij ging diezelfde kleine weg van kind te worden, zodat ze kon zeggen: “Gebrek aan vertrouwen, dat alleen beledig t de Heer “ en “Mijn hoop werd nooit ontgoocheld”. Op voorspraak van deze heilige bid ik U, sta mij bij in mijn nood – noem hem- en sterk mij wanneer ik vertrouw op uw Goedheid alleen. Amen.

 

 

Tweede dag: ONZE VADER

 

“Ik overweeg het Onze Vader. Een wonder dat wij de goede God ‘Vader’ mogen noemen”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…
Heer Jezus, Gijzelf hebt ons geleerd God ‘Onze Vader’ te noemen en zelf zijt Gij de weg naar die Vader. Vermeerder in mij de liefde van een kind, en sterk die ervaring die mij vreugde geeft: Hij, de Vader, ziet wat mij nu bedrukt en angstig maakt. Leer mij, met U, uit heel mijn hart te zeggen: “Vader, neem alstublieft deze beker van mij weg: toch, laat niet mijn wil gebeuren, maar die van U”.

Stille overweging Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Derde dag: ONZE BROEDER

 

“Jezus is een verborgen schat, een verborgen weldaad”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Jezus, mijn Broer! Gij werd geheel aan ons gelijk om voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven te zijn. Volg ik U na, dan dwaal ik niet in duisternis. Op de weg van het kruis ben ik zeker U te ontmoeten. Help mij om het verdriet dat op mij drukt met U te doorleven. Geef mij kracht om de last te dragen tot Gij die van mij af zult nemen.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Vierde dag: EUCHARISTIE

 

“Als ik voor het tabernakel kniel, heb ik Hem maar één ding te zeggen: Mijn God, Gij weet dat ik U bemin!”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Jezus, Mijn Heer en Meester, inde Eucharistie maakt Gij U voor ons tot voedsel Als ik één word met U, groeit in mij uw kracht en zie ik met nieuwe ogen hoe Gij mij nabij zijt. Wees voor mij de bron, Heer, Waaruit ik putten mag: moed, geduld en sterkte. Blijf mij geleiden, Heer, op de weg van het volle vertrouwen, op de smalle weg van de totale overgave aan Gods wil.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Vijfde dag: MARIA

 

“Ik begreep dat zij over mij waakte, dat ik Haar kind was”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…

Jezus, mijn Verlosser, aan het kruis hebt Gij mij Maria tot Moeder gegeven. Nu weet ik dat Zij ook mij nabij is op mijn lijdensweg. Zij vraagt voor mij de genade in alle omstandigheden stil en vol vertrouwen te bidden: “Ik bied mij aan als diena(a)r(es) van de Heer; laat met mij gebeuren wat U zegt”, Aan Haar hand geleid wil ik mijn weg gaan, onder Haar bescherming weet ik mij geborgen.

Stille overweging, Wees gegroet Maria … Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Zesde dag: ONZE BROEDER

 

“Ik voelde in mij een groot verlangen, mij in te zetten voor de bekering van de zondaars”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Heer, de H. Teresia hand niet de kans grote werken voor U te doen. Maar wat ze deed, deed ze met grote liefde, uit vreugde voor U, en tot redding voor U, en tot redding van de mensen. Ik heb dezelfde kans om wat zwaar en onaangenaam is op mijn weg in liefde aan te nemen en het U vol vol liefde aan te bieden. Help mij, te groeien in genegenheid en maak de liefde die ik U biedt vruchtbaar als Gij mensen tot de Vader keert.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Zevende dag: EUCHARISTIE

 

“Je moet altijd maar herhalen: Ja, arm en klein, zo wil ik blijven”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….

Jezus, Mijn Heer en Meester, inde Eucharistie maakt Gij U voor ons tot voedsel Als ik één word met U, groeit in mij uw kracht en zie ik met nieuwe ogen hoe Gij mij nabij zijt. Wees voor mij de bron, Heer, Waaruit ik putten mag: moed, geduld en sterkte. Blijf mij geleiden, Heer, op de weg van het volle vertrouwen, op de smalle weg van de totale overgave aan Gods wil.

Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Achtste dag: KERK ZIJN

 

“Ik hou van de Kerk, want zij is mijn moeder”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…

Heer, ik dank U dat de kerk ook mijn moeder mag zijn. Van haar wil ik houden en zó wil ik leven dat ik steeds met haar op weg mag zijn, tot over de grenzen van de dood. Zolang wil ik mij steeds voor ogen houden: Wie U navolgt door zijn kruis te dragen die zal delen in de vreugde die geen einde heeft.

Stille overweging … Onze Vader… Slotgebed.

 

 

Negende dag: VERTROUWEN

 

“De enige juiste weg, is die van eenvoudig en liefdevol vertrouwen”. (Theresia)

God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…

Jezus, mijn Heer en mijn Verlosser, ben ik ten einde raad, angstig en teneergeslagen, dan is het omdat ik niet vertrouwen kan. Hoe meer ik mij geef aan U, des te méér kom ik open voor uw hulp. Gij zegt het toch zelf: “Komt tot Mij, gij allen en zie hoe Ik u verkwikken zal”. Dát van U te horen, dat maakt mij blij, dat schenkt mij weer levensmoed. Dank U, Heer! Heer Jezus, ik vertrouw op, laat uw genade spoedig blijken.

Stille overweging. Onze Vader… Slotgebed.

 

 

 

.
.
.
.

 

.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Het boek “Handelingen van de apostelen”

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Het geschiedenisboek van het Nieuwe Testament

 

Het boek Handelingen, of de “Handelingen van de apostelen”, wordt doorgaans gezien als het enige geschiedenisboek in het Nieuwe Testament, hoewel sommige mensen de Evangeliën ook als geschiedenis beschouwen.

 

 

handel01

 

 

Het is het vijfde boek van de 27 boeken van het Nieuwe Testament en is geschreven door Lucas (de arts) aan Theofilus in ca. 63-70 na Christus. Handelingen wordt gezien als de verbinding tussen het korte historische verslag over de Hemelvaart van Jezus en de vestiging en groei van de kerk enerzijds, en anderzijds de Evangeliën en de Epistels (zendbrieven) van Paulus tijdens zijn zendingsreizen.

Sommigen beschouwen dit boek als een voortzetting van het boek van Lucas, omdat beide door dezelfde persoon geschreven zijn. Lucas was een ooggetuige en beschrijft een nauwkeurige en grondige historie van de komst van de Heilige Geest en de geboorte van het christendom. Binnen ongeveer tien jaar na die bewuste Pinksterdag werden de leerlingen christenen genoemd (Handelingen 11:26).

De kerkgeschiedenis begint met de stichting, organisatie en opbouw van het christendom in slechts 30 jaar na de Hemelvaart van de verrezen Christus. Het eerste hoofdstuk van Handelingen gaat over de verrijzenis van Jezus uit het graf en de 40 dagen die Hij doorbracht met de apostelen. Hij besteedde deze tijd aan verder onderricht over het Koninkrijk van God en het werk van Zijn leerlingen na Zijn Hemelvaart.

Jezus instrueerde Zijn volgelingen dat zij eerst de kracht van de Heilige Geest zouden ontvangen en vervolgens het Evangelie moesten brengen naar de uiteinden van de aarde (Handelingen 1:8). Petrus werd een leidinggevende figuur binnen de groep na Pinksteren. Pinksteren wordt gezien als een belangrijk omslagpunt in de door God gegeven kracht en wijding aan de kerk.

De leerlingen en apostelen reisden door heel Judea, Galilea, Samaria, Ethiopië, Macedonië en uiteindelijk naar Rome en door de hele wereld zoals wij die nu kennen. Ondanks tegenstand, gevangenschap, mishandeling en de dood die erop volgde, begon de kerk uit te groeien. De apostelen kregen steeds meer toehorend publiek. De toehoorders ontvingen middels de Heilige Geest genezingswonderen, verlossing van demonen (onreine geesten) en wonderbaarlijke bescherming tegen vervolging.

In deze periode schrijft Lucas over de wonderlijke bekering van een wetsgetrouwe Jood genaamd Saulus. Later werd hij een volgeling van Christus en door God de apostel Paulus genoemd. De groei van het christendom is misschien wel het meest aan Paulus te danken. Lucas schrijft ook over Stefanus, de eerste martelaar voor het christendom, en de executie van Jakobus (de broer van Johannes). Beiden hoorden tot de mensen die het dichtst bij Jezus stonden.

Hoewel zij te maken hadden met extreme vijandigheid en vervolging, bleven de leerlingen en volgelingen van Christus vastberaden trouw. Daarom is het “goede nieuws” over Jezus en het christendom één van de drie grootste en meest verkondigde levensbeschouwingen in de hedendaagse wereld geworden.

 

 

 

Pinksteren

 

De Handelingen van de apostelen vertellen over de wonderlijke Pinksterdag, die de apostelen, de Kerk en de wereld veranderde. Kerken werden niet gevestigd omdat groepjes gelovigen dat toevallig zo bedacht hadden. Zij werden geleid door de uitstorting van Gods Geest en ontvingen kracht om zich te vermenigvuldigen door heel Klein-Azië, Griekenland, Syrië, Rome en nog verder weg.

De Heilige Geest was vanaf dat moment beschikbaar voor jonge mensen, ouderen, mannen, vrouwen, Joden en heidenen. Vóór Zijn Hemelvaart had Jezus tegen Zijn toegewijde apostelen gezegd dat ze moesten terugkeren naar Jeruzalem om daar het beloofde geschenk van de Vader af te wachten. Zij waren bijeen op die Pinksterdag toen plotseling “uit de hemel een geluid klonk als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.

(Handelingen 2:2-4)  ” Op dat moment zag de groep “een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven” 

Toen beneden in de drukke straat Joden (afkomstig uit allerlei landen) dit hoorden, verzamelden zij zich en “raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken” (vers 6). De menigte stond verbaasd; sommigen spotten en anderen dachten dat deze 120 mensen dronken waren doordat ze teveel wijn hadden gehad.

 

 

image002

 

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 De reizen van de apostelen

 

Het grootste deel van het boek Handelingen beschrijft de zendingsreizen van Paulus met zijn metgezellen. Petrus was een groot voorbeeld van de aanvaarding door Jezus van mensen ondanks hun soms zwakke en betreurenswaardige fouten. Petrus werd veranderd door liefde en werd “de Rots” genoemd, vanwege zijn solide en standvastige geloof. Deze eenvoudige visser was niet foutloos en struikelde af en toe, maar schoot niet tekort in het volgen van Jezus.

 

 

Paulus reis

Paulus reis

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria