Advertenties

Tagarchief: profeet

Profetieën in het Oude Testament vervuld door Jezus ; Jesaja 53

Standaard

categorie : religie

 

.

Jesaja 53 – In het Bijbelboek Jesaja komt het thema v/d dienaar steeds terug. Het begrip dienaar kan op verschillende identiteiten slaan. Het kan op een individu slaan (22:20), op de natie Israël (41:8), het overblijfsel van Israël (49:3) of op de Messias (52:13). De dienaar is een instrument in de handen van God. De dienaar stelt zich geheel in dienst van God en hij voert Zijn wil uit. De lijdende dienaar in Jesaja 53 is de Messias, door wie God zijn plan volvoert. Het wijst vooruit naar Jezus.

 

 

.

slide_3

 

.

.

Jesaja 53: de lijdende dienaar

 

In het Bijbelgedeelte Jesaja 52:13-53 bevat de bekende passage over de lijdende dienaar, in de statenvertaling ‘de Knecht des Heeren  genoemd. Deze dienaar zal koningen sprakeloos doen staan (52:13-15). Desalniettemin werd hij door de mensen veracht, gemeden en door ons verguisd en geminacht. Ook ondervond hij ziekte en lijden (53:1-3). Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. De wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen (53:4-6).

Zonder protest liet hij zich naar de slachtbank lijden. Om de zonden van Gods volk werd hij geslagen (53:7-8). Door het lijden van de dienaar bereikte God zijn doel: Hij droeg de schuld van velen en nam het voor zondaars op. En de lijdende dienaar overwon door een leven van lijden en pijn overeenkomstig het plan van God (53:9-12).

In de prelude (52:13) staat reeds dat de lijdende dienaar verhoogd en verheven zal zijn. Dat zijn woorden die normaliter voorbehouden zijn aan God. De lijdende dienaar zal gloriëren. Gods dienaar zal Zijn verlossingswerk volbrengen.

 

 

 Jasaja 53: Een Messiaans-christologische verklaring

.

Veel christelijke exegeten en christenen geven een christologische interpretatie aan Jesaja 53. De lijdende dienaar verwijst in dat geval naar Jezus Christus. Nieuwtestamentische gegevens leiden ontegenzeggelijk tot een Messiaans-christologische interpretatie. Jezus groeide op in Israël en verkondigde de blijde boodschap van het Koninkrijk der hemelen.

Hij werd door velen veracht en verguisd. Hij werd uiteindelijk mishandeld en gedood. Hij stierf voor de zonden van anderen. Hij werd tussen twee misdadigers aan het kruis genageld en hij werd begraven in het graf van een rijke. Jezus’ offer aan het kruis was bedoeld om alle mensen die dit offer aanvaarden, met God te verzoenen en hen eeuwig leven te schenken.

 

 

Jesaja 53 wijst vooruit naar Jezus Christus

 

Jesaja 53 is een profetie over Jezus Christus. We zullen de woorden van Jesaja naast teksten in het Nieuwe Testament die gaan over Jezus leggen.

 

.

Vers: Jesaja 52:13

Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Ja, mijn dienaar zal slagen, hij zal groots zijn, hoog verheven in aanzien.”

Vervulling in Jezus Christus: “Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.” (Filippenzen 2:9-11)

.

 

Vers: Jesaja 52:14


Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens…”

Vervulling in Jezus Christus: “Daarop spuwden ze hem in het gezicht en sloegen hem. Anderen stompten hem…” (Matteüs 26:67) Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. (Marcus 15:19)

.

 

Vers: Jesaja 52:15

Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): Hij zal vele heidenen besprengen (Statenvertaling).

Vervulling in Jezus Christus: Besprenging met het bloed van Jezus Christus brengt vergeving. (1 Petrus 1:2)

.

 

Vers: Jesaja 53:3

Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Hij werd veracht, door mensen gemeden…”

Vervulling in Jezus Christus: De leiders en vele anderen verwierpen hem. (Johannes 11:47-50)

.

 

Vers: Jesaja 53:4-6 en 12


Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.”

Vervulling in Jezus Christus: Jezus stierf voor onze zonden aan het kruis. (1 Korintiërs 15:3; Marcus 10:45; Johannes 1:29)

 

 

jesaja 53

 

.

 

Vers: Jesaja 53:7


Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.”

Vervulling in Jezus Christus: Jezus zweeg tegen zijn beschuldigers. (Markus 14:60-61) Toen begonnen sommigen hem te bespuwen; ze blinddoekten hem en sloegen hem in het gezicht en zeiden tegen hem: ‘Profeteer nu maar!’, en ook de dienaren onthaalden hem op vuistslagen. (Marcus 14:65) Jezus leverde hij [Pilatus] uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. (Marcus 15:15) Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. (Marcus 15:19)

.

.

Vers: Jesaja 53:8


Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.”

Vervulling in Jezus Christus: “Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.” (2 Korintiërs 5:14-15)

.

 

Vers: Jesaja 53:9


Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.”

Vervulling in Jezus Christus: Hij werd gekruisigd tussen twee misdadigers en begraven in het graf van een vooraanstaand raadsheer. (Markus 15:27-28 en 43-46)

 

 

Vers: Jesaja 53:10

Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): “Maar de Heer wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld…”

Vervulling in Jezus Christus: “Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.” (Romeinen 5:9)

.

 

Vers: Jesaja 53:12


Voorzegging (of beschrijving van de dienaar): Omdat hij zijn leven gaf, wordt hij rijkelijk beloond.

Vervulling in Jezus Christus: “[Hij] heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat…” (Filippenzen 2:9-11 en Hebreeën 1:3-4)

 

.

.

 Jesaja 53: Conclusie

.

Niet alleen veel christenen, maar ook klassieke Joodse bronnen identificeren het tekstgedeelte in Jesaja 53 met de Messias. Christenen zien de woorden van Jesaja vervuld in het lijden en sterven van Jezus Christus. De meeste Joden echter verwerpen Jezus als de Messias. Doch als we de woorden van de profeet Jesaja in 52:13-53:12 naast nieuwtestamentische gegevens leggen, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de voorzeggingen van de profeet stuk voor stuk zijn vervuld door Jezus Christus. Andere interpretaties als zou de lijdende dienaar slaan op de profeet Jesaja of op (een deel van) het volk Israël, schieten deerlijk tekort.

 

 

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

 

.

 

 

 

Het feest van de Heilige Maagd Maria van de berg Karmel valt op 16 juli.

 

 

De berg Karmel in het Heilig Land wordt in de Bijbel genoemd als de plek waar Elia streed tegen de profeten van de afgod Baäl. In de 12e eeuw lieten kluizenaars zich door het geloof van de profeet Elia inspireren en vestigden zich op de berg Karmel, onder bescherming van de Heilige Maagd. Zij legden de basis voor de latere ordes van de karmelieten en karmelietessen.

De heilige karmeliet Simon Stock  kreeg in de nacht van 15 op 16 juli 1251 in Cambridge een verschijning van de Heilige Maagd Maria. Zij gaf hem een scapulier. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Maria devotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.

In 1386 werd 16 juli voor de karmelieten een belangrijke feestdag. Sinds 1726 staat deze vrije gedachtenis  op de liturgische kalender van de Rooms-Katholieke Kerk.

Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven.

 

.

Simon Stock ontvangt het scapulier van Maria (sculptuur in de Santa Maria della Vittoria)

 

 

.

Het scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel is een scapulier dat tijdens een Mariaverschijning op 16 juli 1251 in Cambridge aan de heilige karmeliet Simon Stock overhandigd werd. Tijdens deze verschijning overhandigde Maria hem een bruin wollen scapulier. Deze verschijning is door de kerk meermaals erkend.

 

 

 

 

De beloften

 

Maria beloofde bij het overhandigen van het scapulier: “Neem dit scapulier, het zal een teken van verlossing zijn, een bescherming in gevaar en een belofte van vrede. Al wie zal sterven met dit habijt bekleed zal gevrijwaard zijn voor het eeuwige vuur”.

Later werd aan deze belofte ook het ‘zaterdags privilege’ toegevoegd. Dit omvat de bevrijding uit het vagevuur op de zaterdag na de dood. Hiervoor moeten, in tegenstelling tot de genade van de vrijwaring van de hel, aan twee voorwaarden worden voldaan naast het voortdurend dragen van het scapulier:

  • Kuisheid beleven volgens zijn eigen levensstaat.
  • Dagelijks het klein officie van de Heilige Maagd bidden. Dit kan door een priester worden omgezet in het dagelijks bidden van het rozenhoedje of een ander goed werk.

De kuisheid van zijn eigen levensstaat staat onderhouden is eigenlijk niets meer is dan dat wat voor iedere christen geldt: “Gehuwden zijn geroepen om de echtelijke kuisheid te beleven; de ongehuwden beoefenen de kuisheid in onthouding”.

Alle karmelieten dragen dit scapulier. Ook veel leken wensten dit scapulier te dragen, om aldus deel te krijgen aan bijzondere genade die Maria beloofd had aan hen die het scapulier zouden dragen. Zij dragen een ‘kleine’ variant. Deze bestaat uit twee kleine lapjes bruine wol met twee touwtjes verbonden. Het ene lapje hangt op de borst en het andere op de rug. Het wordt gedragen onder de kleren.

Het scapulier moet worden opgelegd door een priester, volgens de voorgeschreven ritus. Hij kan dan het Klein Officie van de H. Maagd, dat vereist is voor het genieten van het zaterdag-privilege, omzetten in het dagelijks rozenhoedje of een ander goed werk. Als het eerste scapulier versleten is, kan het gewoon vervangen worden door een ander zonder dat het opnieuw door een priester hoeft te worden opgelegd. Omdat het scapulier een gewijd voorwerp is, wordt het niet zomaar weggegooid, wanneer men het vervangt dient men het te verbranden of te begraven.

Op 13 oktober 1917 verscheen Maria aan de herdertjes van Fatima met het Scapulier van de Berg Karmel. Lucia, een van de drie zieners, zei daarover: “De H. Maagd wilde dat iedereen het Scapulier draagt, dat het teken is van de Toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria. De Rozenkrans en het scapulier zijn onafscheidelijk”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

10 wetenswaardigheden over de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De islam is weer volop in het nieuws. Sommigen spreken van “de meest onbegrepen religie”. Velen weten niet dat moslims geen hekel hebben aan Jezus en dat de islam niet per definitie een religie van vrede of haat is. Hier tien dingen die we zouden moeten weten over het islamitisch geloof.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. ‘De Koran is Jezus. Mohammed is de Bijbel’

 

Te vaak maken mensen deze fout: de Koran is een soort islamitische Bijbel en Mohammed is vergelijkbaar met Jezus. In werkelijkheid is het precies andersom: de Koran is een soort Jezus (vleesgeworden God) en Mohammed is vergelijkbaar met de Bijbel. De Koran is voor moslims een incarnatie van God op aarde. Het is voor hen dus niet zomaar een boek. Zelfs meer dan een heilig boek dat respect verdient. Mohammed is voor moslims het middel waarmee de islamitische opvatting bekendheid kreeg. Zeg maar, zoals de Bijbel voor christenen een middel was om de christelijke boodschap te verspreiden.

 

 

 

 

2. Moslims houden van Jezus

 

Hoewel moslims Jezus niet als een goddelijk iemand beschouwen, zien ze Hem wel als een uitzonderlijke profeet, geboren uit de maagd Maria en geopenbaard aan het Joodse volk. Voor veel islamieten is Jezus een goede tweede, achter Mohammed, als het gaan om eerbied.

 

 

 

 

3. De meeste moslims zijn niet Arabisch

 

Indonesië is het grootste islamitische land op aarde, gevolgd door Pakistan, India en Bangladesh. Zo komt Saoudi-Arabië pas op de 16e plaats als het gaat om de grootste moslimbevolking. Daarmee staan de Saoediërs achter Oezbekistan, Ethiopië, Turkije en Iran.

 

 

 

 

4. De islam is niet ‘een religie van vrede’

 

De gruweldaden van de Islamitische Staat (IS) hebben ertoe geleid dat de Verenigde Staten (in samenwerking met zo’n 50 landen, red.) een nieuwe oorlog zijn begonnen. We kunnen ons na 11 september 2001 ook nog allemaal de oorlogsverklaring van George W. Bush herinneren. Het is een denkfout dat een religie per definitie vreedzaam of barbaars is. In plaats daarvan is er een overgrote meerheid moslims die vredelievend is en zijn er een paar rotte appels, zoals dat bij iedere religieuze traditie het geval is. Er zijn immers verschillende manieren om hetzelfde geloof te benaderen.

 

 

 

 

5. ‘De islam’ is niet een instelling die onderwijst

 

Er is niet iets wat ‘de islam’ belichaamt of iets waartoe ‘de islam’ in algemene zin oproept. Ja, er zijn veel moslims die prediken en adviseren. Veel van deze zaken zijn terug te vinden in islamitische tradities. Maar we kunnen niet spreken over een islamitisch instituut met een specifieke boodschap. Zo is er geen islamitische paus die kan rekenen op een enorme aanhang. Bovendien kun je de islam beschouwen als een soort onveranderlijke traditie.

 

 

 

 

6. Allah is niet de benaming van de islamitische God

 

‘Allah’ is een woord dat Arabisch sprekende christenen ook gebruiken wanneer zij het hebben over God. Het is niet zo dat ‘Allah’ concurreert met de goden van joden en christenen.

 

 

 

 

7. ‘De islam’ betekent letterlijk ‘om te dienen’ of ‘overgave’

 

‘Islam’ is afkomstig van ‘salaam’, wat ‘vrede’ betekent. In de letterlijke zin van het woord betekent islam: overgave of onderwerping (aan Gods wil en woord). We mogen hopen dat die overgave leidt tot vrede, maar iedereen interpreteert de islam zoals hij of zij zelf wilt.

 

 

 

 

8. ‘Sharia’ hoeft geen enge betekenis te hebben

 

Sharia betekent simpelweg ‘juridische onderbouwing’ of ‘canoniek recht’. Er zijn tenminste vijf klassieke leerstellingen waar de sharia wordt geleerd (waaronder de sjiitische leer). Deze vijf methoden verschillen radicaal in de uitleg van de sharia. Zo beveelt de Koran om niet niet dronken te worden wanneer er gebeden wordt en geen gegiste wijn te drinken. Wat wordt hier precies mee bedoeld? De sharia probeert hierop antwoord te geven. Die antwoorden variëren sterk per leerstelling, van een letterlijk alcoholverbod tot een verbod op het drinken van gegiste wijn. Binnen de gehele islamitische wereld wordt de sharia verschillend geïnterpreteerd. Dan zijn er ook nog veel moslims die de sharia negeren. Moslims zijn immers ook mensen.

 

 

 

 

9. Er is meer dan een soennitische en sjiitische islam

 

Het is belangrijk om te weten dat er een grote, leerstellige verdeeldheid heerst en dat soennieten en sjiieten de twee belangrijkste groepen vormen. Maar er zijn nog veel meer islamitische stromingen. Bovendien, een soennitische moslim in Amsterdam benadert het geloof heel anders dan een soennitische moslim in Marokko. Die levenswijze verschilt vervolgens ook weer van de soennieten in Beiroet, Parijs of Kaapstad.

Een fundamenteel verschil tussen soennieten en sjiieten is het antwoord op de vraag: is het gezag van Mohammed overdraagbaar naar anderen? Soennieten antwoorden met ‘nee’ en sjiieten zeggen ‘ja’. Daarnaast zijn er ook nog etnische en culturele verschillen. Zo vormen Iran en Saoedi-Arabië tegenpolen. In sommige gevallen is het vergelijkbaar met lang bestaande spanningen tussen katholieke, orthodoxe en protestantse christenen. Maar binnen de islam zijn de verschillen dus niet alleen theologisch van aard.

 

 

 

 

10. Moslims waren cruciaal binnen de moderne natuurkunde, wiskunde en geneeskunde

 

De medische producties van Ibn Sina (beter bekend als Avicenna) werden tot ver in de 17e eeuw in Europa gebruikt. Daarnaast hebben verschillende islamieten een belangrijke bijdrage geleverd aan de natuurkunde en wiskunde. Daar mogen we moslims dankbaar voor zijn. Deze lijst nog langer had kunnen zijn. Als we bereid zijn om de verschillen binnen het jodendom, christendom en hindoeïsme te aanvaarden, moeten we hetzelfde doen met de islam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Abraham, de stamvader van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geboren in Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.

 

 

Abraham Friend of God2

 

 

 

 

Naam

 

Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).

 

 

 

Afgoderij

 

Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:

Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.

Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!

Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.

 

 

 

52e00dfb70a3badbe4499241b720db2f

 

 

 

 

Roeping

 

Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.


Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.


Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

.

.

God verscheen meermaals aan Abraham

 

Hij zei eens van Abraham:

Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

 

Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen

 

De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:

  1. Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
  2. Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
  3. Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
  4. Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
  5. Medan (‘twist’), zoon van Ketura
  6. Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
  7. Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
  8. Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.

Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.

 

 

 

 

Abraham, de profeet

 

God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).

Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.

Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.

Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

 

 

 

1505

 

 

De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.

Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.

Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.

 

Jes 51:1  Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.


Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.

 

Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.

 

Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.

 

 

 

Belofte van land

 

Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.


Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.


Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

 

 

 

Afbeelding-04-Het-Beloofde-Land

 

 

 

Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).

 

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.

 

 

 

Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.

 

Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.

 

 

 

3sarah-et-abraham_isaac540

 

 

 

De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd

 

Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;

Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.

Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,

Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

 

Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).

 

 

 

 

Belofte van talrijk nageslacht

 

Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .

Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.

Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.


Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?


Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.


Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):

  • de Israëlieten, via zijn zoon Izak
  • de Edomieten, via zijn zoon Izak
  • de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
  • de Assurieten, via zijn zoon Joksan
  • de Letusieten, via zijn zoon Joksan
  • de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
  • de Midianieten, via zijn zoon Midian
  • en vele Arabische stammen

Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.

 

 

 

Abrahams nageslacht door het geloof

 

In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.

Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn. 

Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.

 

Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

 

plaat10

 

 

 

 

Belofte van zegen

 

Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, 

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

 

 

 

Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:

 

Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.

 

 

 

Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.

 

Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.

 

 

 

 

Belofte van overwinning

 

Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.

 

 

Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in hetmeervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.

Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.

Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoudnemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.

Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?

Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.

 

 

De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.

 

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.

 

 

 

Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).

 

Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.

Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.

 

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

De rechten van de vrouw in de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De islam kent aan de vrouwen een recht op veiligheid, geborgenheid

en levensonderhoud toe.

 

 

 

godvrezende vrouw

 

 

Dat laatste is een soort van financieel vangnet. Immers, volgens de islam, is de echtgenoot de behoeder van zijn vrouw:

‘Mannen zullen volledig zorg dragen van vrouwen’(Koran 4:34)
(De Arabische uitdrukking spreekt van ‘qawwam’, d.i. een intensieve vorm van qaim of ‘iemand die verantwoordelijk is voor’ of ‘iemand die zorgt voor’ een ding of een persoon).

Ook de  volgende uitspraak van de  profeet Mohamed stelt dat mannen financieel moeten zorgen voor vrouwen:

“Jullie zijn verplicht hen eervol te voorzien van voedsel en kledij” (Uitspraak van profeet Mohamed in diverse collecties).

Dit betekent dat haar echtgenoot voor haar moet zorgen. Hij moet voor haar fysische veiligheid instaan en  voor haar financiële zekerheid (voorzien in woonst, kledij, voeding, medicijnen enz) . Ook als de vrouw zelf werkt en een vermogen of een inkomen heeft moet een man in deze kosten voorzien. De vrouw mag  alles wat zij verdient voor zichzelf  houden, het staat haar vrij bij te dragen tot de kosten van het gezin maar niets in de islam verplicht haar daartoe.

Een man mag ook niet krenterig zijn, hij moet geld  aan zijn vrouw besteden afhankelijk van zijn inkomen. In samenhang hiermee, is het erfdeel van een dochter in de islam kleiner dan dat van een zoon. Immers, de dochter mag het geld dat zij erft volledig voor zichzelf houden terwijl de zoon ervan moet besteden voor zijn familie, zijn vrouw, zijn kinderen enz.

Merk op dat de vrouw haar man daarvoor geen dienstbaarheid verschuldigd is. Een huwelijk is geen dienstbaarheidscontract maar een contract tussen gelijken.  Het betekent dus niet dat een vrouw “in ruil” het huishouden moet doen. Naar het voorbeeld van de profeet Mohamed moeten mannen immers hun deel van de huishoudelijke taken doen.

De man is er verder ook toe gehouden zijn vrouw attent en liefdevol te behandelen.

‘Waarlijk, de meest volmaakte in geloof onder de gelovigen is hij die best gemannierd is en meest voorkomend (attent, vriendelijk) is voor zijn vrouw.’ (Uitspraak van profeet Mohamed)
.
.
.
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

   

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Waarom vier evangeliën?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

 

De Bijbel is niet een enkel boek maar een verzameling van verschillende boeken en geschriften. Als je de Bijbel openslaat kom je al gauw tot de ontdekking dat dit ‘boek’ uit twee hoofddelen bestaat, te weten: het Oude Testament en het Nieuwe Testament

 

 

Het Oude Testament

 

Het eerste deel, vaak afgekort tot OT, omvat de boeken die het Joodse volk heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het voorrecht van de Jood o.a. is dat “hun de woorden van God zijn toevertrouwd” (Rm 3:1,2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Het tweede deel, vaak afgekort tot NT, omvat de geschriften na

(1) de komst van Jezus Christus op aarde,

(2) zijn dood op het kruis,

(3) de opstanding uit de doden,

(4) zijn hemelvaart en

(5) de uitstorting van de Heilige Geest op aarde, zijn opgesteld.

 

Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de vier Evangeliën

 

– het evangelie opgesteld door Mattheüs;
– het evangelie opgesteld door Markus;
– het evangelie opgesteld door Lukas en
– het evangelie opgesteld door Johannes.

 

Natuurlijk komt dan de vraag op waarom er vier evangeliën zijn. Kon dat niet met één? Dat zou het geval zijn als de vier slechts herhalingen waren van wat Jezus Christus gedaan heeft. Nu kan men bij de eerste drie wel aan herhalingen denken want ze beschrijven veel dezelfde gebeurtenissen. Dat geldt niet voor het vierde evangelie want dat is totaal verschillend van de andere drie, maar ook de eerste drie vertonen toch wel kenmerkende verschillen.  Deze verschillen hebben te maken met het doel dat de schrijvers voor ogen stond bij het opstellen van hun boek.

 

 

 

Door verschillende uitleggers uit het verleden is dat doel als volgt aangegeven

 

– Mattheüs heeft als doel de Heer Jezus voor te stellen als de koning;
– Markus beschrijft Hem als de profeet / dienstknecht;
– Lukas schildert de Heer als de Mensenzoon en
– Johannes tekent hem als de Zoon van God.

Johannes geeft het doel dat hij heeft met zoveel woorden aan in Jh 20:31. Bij de anderen moet men het afleiden uit de inhoud.

 

 

 

De vier evangeliën worden elk gekenmerkt door een bepaalde uitdrukking die er regelmatig in voorkomt

 

– bij Mattheüs is dat de uitdrukking “opdat vervuld zou worden”;
– bij Markus komen we regelmatig de uitdrukking “terstond” tegen (ruim
40 maal);
– bij Lukas zijn het de woorden “en het gebeurde”;
– bij Johannes is de kenmerkende uitdrukking “gezonden”

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Jezus en Maria volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In deze bijdrage overlopen we hoe de drie monotheïstische godsdiensten (dwz de drie godsdiensten die in de Ene God geloven – het jodendom, chirstendom en de islam) denken over Jezus.

 

 

 

MariaIcoon

.

.

.

Islam

 

Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.

.

Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

.

Zeg: “Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en nieti is aan Hem gelijkwaardig.” (Koran 112:1-4)
.

Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.

.

Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.

.

“En toen de engelen zeiden: ‘ O Maria, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … Toen de engelen zeiden:
.
‘O Maria, God kondigt jou een woord van Hem aan, wiens naam zal zijn de Messias, Jezus zoon van Maria. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid [van God] zijn. Als kind en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn’.
.
Zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.” En God zal hem het Boek, de Wijsheid, de Taura (de Wet) en de Bijbel onderwijzen. ‘ (Koran 3:42-48)
.
“En God zal hem als een gezant tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods toestemming een vogel zal zijn. Dat ik blindgeborenen en melaatsen zal genezen en doden levend maak, met Gods toestemming…” (Koran 3:49)
.
“… Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen gegeven en hem gesterkt met de heilige geest. Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie”(Koran 2:87)
.
“Zeg: ‘Wij geloven in God, in wat naar ons is neer gezonden en in wat naar Abraham, Ismaïl, Isaac, Jacob en de stammen is neer gezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.'” (Koran 2:136)
.
.
.
.
.

Jodendom

 

Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.

 

.

.

Christendom

 

Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.

.

.

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

                                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is de Koning der Koningen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus is de Koning der koningen

 

 

 

 

Jezus Christus is de Heer der heren en de Koning der koningen, zegt de Bijbel. Onderstaande Bijbelgedeelten en schilderijen helpen je beseffen hoe majestueus Hij is.

 

Jezus Christus heeft alle macht in de hemel en op aarde en de hoogste naam boven alles wat een naam heeft. Niets of niemand is aan Hem gelijk. Op deze pagina zie je diverse meesterwerken die Jezus Christus niet als lijdend mens laten zien, maar als de eeuwige en almachtige Overwinnaar en allerhoogste Heer.

Laat de kracht en de schoonheid van de Bijbelteksten tot je hart doordringen, zodat je veel dieper gaat beseffen hoe machtig en wonderlijk Jezus Christus eigenlijk is.

 

 

 

Jezus Christus is de Schepper

 

 

christelijke kunst over Jezus als schepper

 

 

 

Christus is het beeld van de onzichtbare God, hij is als eerstgeborene verheven boven de hele schepping. Want God heeft door hem alles geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten.

 

Alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat dankzij hem.

 

Hij is ook het hoofd van het lichaam, de kerk. Hij is haar oorsprong, de eerste die uit de dood is opgestaan zodat hij in alle opzichten de eerste is. Want God heeft volledig in hem willen wonen en door hem alles met zich willen verzoenen alles op de aarde en in de hemel.

‘Want hij heeft vrede gebracht door zijn bloed door zijn kruisdood.’

(Kolossenzen 1:15-20)

 

 

 

Jezus Christus is hoog verheven

 

 

Jezus Christus op de troon

 

 

‘God heeft Christus opgewekt uit de dood en hem heeft hij in de hemel de ereplaats gegeven aan zijn rechterzijde, hoog boven alle overheden, machten, krachten, heerschappijen en hoe ze ook maar genoemd worden, zowel in deze als in de komende tijd.

God heeft alles aan hem onderworpen, hem boven alles verheven en hem aan het hoofd gesteld van de kerk.’

(Efeze 1:20-22)

 

 

 

Koning der koningen

 

 

kunstwerk jezus christus op paard

 

 

 

‘Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.

 

Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen.

 

Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf. Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’.

De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden. Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden. Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam:

 

‘Heer der heren en Koning der koningen’.

 

Daarna zag ik dat het beest en de koningen der aarde met hun legers zich verzamelden en de strijd aanbonden met hem die op het paard zat, en met zijn leger. Het beest werd gevangengenomen, evenals de valse profeet die in zijn bijzijn wondertekenen had verricht waarmee hij de mensen misleidde die het merkteken van het beest droegen en zijn beeld aanbaden.

Het beest en de valse profeet werden levend in een zee van vuur gegooid, een zee van zwavel. Hun aanhang werd gedood door het zwaard dat uit de mond kwam van hem die het paard bereed, en alle vogels vraten zich vol aan hun vlees.’

(Openbaring 19:11-21)

 

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 19

Openbaring hoofdstuk 19 : pasteltekening van John Astria

.

.

.

Jezus is de eeuwige God

 

 

Jezus is God

 

 

 

‘God maakt van zijn engelen stormwinden en van zijn dienaars vlammen van vuur, maar over zijn Zoon Jezus Christus zegt hij:

 

Vast staat uw troon, o God, voor altijd en eeuwig.

 

Recht is het kenmerk van uw heerschappij, rechtvaardigheid gaat u boven alles, u haat onrecht. Daarom, o God, heeft uw God u verkozen boven al uw metgezellen en vreugde en geluk over u uitgegoten als geurige olie.

In het begin, o Heer, hebt u de aarde vastgezet en de hemel met eigen handen gemaakt.

 

Zij zullen vergaan, maar u blijft bestaan.


Zij zullen verslijten als kleren. U zult ze oprollen als een mantel, als kleren zullen ze verwisseld worden. Maar u blijft die u bent, uw jaren nemen geen einde.’

(Hebreëen 1:6-10)

 

 

 

Alle eer komt Hem toe

 

 

Jezus Christus en de engelen

 

 

 

‘Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon met de vier wezens en de oudsten. Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen. En zij riepen luid:

 

‘Het Lam dat geslacht werd komt de eer toe om de macht te ontvangen de rijkdom, de

wijsheid en de kracht, de eer de glorie, de lof.’

 

En ik hoorde elk schepsel in de hemel en op de aarde onder de aarde en in de zee ja alle wezens in het heelal zingen: ‘Aan hem die op de troon is gezeten en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’

(Openbaring 5:11-13)

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 5

Openbaring hoofdstuk 5

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Lam van God en Leeuw van Juda

 

 

Jezus is lam van God en leeuw van Juda

 

 

 

‘Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie komt de eer toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. Ik brak in tranen uit, omdat niemand de eer bleek toe te komen de boekrol te openen of te lezen. Maar een van de oudsten zei tegen me: ‘Huil niet!

 

 De leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft overwonnen: 

 

hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’ Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier wezens en de oudsten een lam staan. Het Lam leek geslacht.’

(Openbaring 5:2-6)

 

 

 

 

De Bruid en de Bruidegom

 

 

Bruid van Christus

 

 

 

‘Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte, als van een machtige waterval, als van zware donderslagen. Ik hoorde zeggen:

 

‘Halleluja! Want God de Heer, de Almachtige, voert nu de heerschappij.

 

Laten we blij zijn en juichen, laten we hem eer geven. Want de tijd is aangebroken voor de bruiloft van het Lam; zijn bruid heeft zich getooid. Ze mag zich kleden in blinkend wit, smetteloos linnen.’ Want het witte linnen is het goede dat de heiligen gedaan hebben.

Toen zei de engel tegen me: ‘Schrijf neer: gelukkig zij die zijn uitgenodigd voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ En hij voegde eraan toe: ‘Deze woorden komen van God en zijn waarachtig.’

Ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar, zoals u en uw broeders die trouw blijven aan het getuigenis van Jezus. Aanbid God!’ Want het getuigenis van Jezus is wat de profeten doet spreken.’

(Openbaring 19:6-10)

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria