Advertenties

Tagarchief: profeet

Geen wonderen zonder geloof.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

5afad67d9b9eb91942ae77aada15debd

 

 

 

Marcus 6:5-6 

 

En hij kon er geen enkel wonder doen, alleen maar een paar zieken genezen door hun de handen op te leggen. En hij was verbaasd over hun ongeloof. Jezus stuurt zijn leerlingen eropuit Jezus trok langs de dorpen in de omtrek en onderwees er de mensen.

Toen Jezus in Nazareth het Woord van God predikte, namen velen mensen aanstoot aan Hem. Hij was in dat dorp opgegroeid, als kind. Hij was daar naar school geweest. Zijn moeder en broers en zusters woonden daar nog. (Marcus 6:1-4)

Jezus predikte hetzelfde Woord als in andere dorpen en de mensen die daar Zijn Woord hoorden en aannamen, genazen van hun ziekten. Wonderen gebeurden er. Maar in het dorp waar Hij was groot gebracht, ergerde men zich aan Hem. Vandaar de bekende spreuk: “Een profeet is niet geliefd in eigen land.”

Jezus verbaasde Zich over hun ongeloof. De les die we hier uit kunnen trekken is, dat wanneer we aanstoot nemen aan het Evangelie, aan de boodschap van genezing door geloof, we geen wonder van genezing moeten verwachten. Ook als we ons ergeren aan de persoon die de boodschap brengt, sluiten we de deur voor een wonder. Dus laat dit niet toe. Vraag vergeving aan God als u dit ervaart in uw leven.

Jezus verbaasde Zich over hun ongeloof, terwijl Hij op andere plaatsen mensen tegenkomt waarvan Hij verbaasd is over hun groot geloof (Matteüs 8:10).  Laat Jezus Zich verbazen over uw groot geloof !

Zelfs Jezus, de Zoon van God, was niet in staat om wonderen te doen, vanwege het ongeloof van mensen. Er staat niet dat Jezus hen niet wilde genezen, neen, er staat dat Hij hen niet kon genezen. Iets stond hun genezing in de weg en dat was hun ongeloof. Dit vertelt ons iets over het belang van geloof. Daarom is het zo belangrijk om mensen te vinden die geloven in genezing en daar mee op te trekken, als u uw genezing wil bekomen en behouden!

 

 

 

Wat was de remedie tegen ongeloof ?

 

Jezus stuurde Zijn discipelen uit om het Woord van genezing te prediken. Horen en genezen gaan hand in hand. Geloof komt door het horen. Ongeloof is ook gekomen door het horen van het verkeerde, waar u in bent gaan geloven.

Als u geloof voor genezing wil ontwikkelen, moet u het Woord van God over genezing horen en horen …

Spreek het Woord hardop, zelfs als u het nog niet gelooft, want geloof komt door het horen.

 

 

 

Gebed

 

“Heer U genas iedereen die in geloof tot U kwam. Heer ik kom tot U in geloof. U kunt en wil mij genezen. Genezing komt door het Woord van genezing keer op keer te horen. Ik genees door mijn denken te vernieuwen door de kennis van Uw Woord en Uw wil. “

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Advertenties

Hoe staat de Koran tegenover leven en oorlog?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 Recht op leven

 

 

 

Mohammed

Mohammed

 

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

 

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

 

De Koran stelt:

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)
en
« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32).

 

 

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten

.

 a : een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.

 

Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe.

 

«”Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» 

 

 

b : een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde” .

 

Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren.

Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe ziet dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen.

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden.  Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

 

Koran

Koran

 

 

 

 

Kaïn en Abel : het eerste geval van moord

 

Om de houding van de Koran tegenover moord te onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven geval van geweldpleging door een mens op een mens: het relaas van Kaïn (Qabil) en Abel (Habil). De Koranische passage gaat als volgt:

 

« En lees hun de mededeling over de twee zonen van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd van de ander niet aangenomen. Die zei: “Ik sla jou dood!”. Hij zei: “God neemt slechts de godvrezenden aan. Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren. Dat is de vergelding voor de onrechtplegers.” Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?” Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben.”» (Koran 5:27-31)

 

 

In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die door zijn broer Kaïn met de dood bedreigd wordt, zegt:

 

«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.» (Koran 5:28)

 

 

Wat wordt hier  bedoeld? Kaïn zal door het vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden van Abel door Kaïn meegenomen naar de hel, en is Abel verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt met andere woorden beloond met een volledige kwijtschelding van al zijn zonden.

Volgens de liberale strekking van de islam, kan men moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt in de Koran zeer krachtig beloond met vergeving van alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.

Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is een dier zelfs de leermeester van de mens.

 

 

 

clip_image0061

 

 

 

 

 

De Koranische oorlogsethiek en krijgswet

 

 

Inleidend

 

Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan rechtvaardigheid en aan het beschermen van de rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij te beschermen, is het in sommige nauwkeurig bepaalde omstandigheden toegestaan dat men naar de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan.

 

 

 

Wie beslist over oorlog en vrede?

 

Uiteraard kunnen individuele moslims of groepen of organisaties extremisten, net als in seculiere landen, niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van alle moslims) die vandaag de dag niet eens bestaat.

In afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen verklaard worden bij consensus van representatieve en legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.

 

 

 

 

Houding tegenover geweld en terrorisme

 

Het bovenstaande neemt niet weg dat er soms groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Terrorisme is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers, een marxistisch geïnspireerde seculiere groep die onder hindoes recruteert.

Zij zijn ook de bedenkers van de zelfmoordvest. Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om leden te ronselen.

Ze doen dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die krachtig veroordeeld wordt. Dit wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van geleerden.

De tragische vergissing bestaat hierin dat de westerse publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de meerderheid van de islamitische bevolking. Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de moslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken erkend wordt als enige juiste, wat door de moslimwereld ondubbelzinnig verworpen wordt.

Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer op keer weer door moslims en moslimleiders ondubbelzinnig en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de talloze verklaringen waarin moslimleiders het geweld naar aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden.

 

 

 

terrorisme

terrorisme

 

 

 

 

Alleen defensieve oorlog toegestaan

 

Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap van de middenweg te beschermen. Dit wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.

Enkel wanneer moslims aangevallen of onderdrukt worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten,en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd toegestaan is:

 

«Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God” – en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran 22:39-40)

 

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige moslims. Enkel moslims die “bestreden worden”, mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief.
  2. Er moet de moslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.
  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de islam en moslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij moslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
  4. Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

 

 

screenshot_1214

 

 

Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd worden door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran 2:190)

 

Diezelfde toon vindt men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

 

«Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.» (Koran 60:7)

 

Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen
  2. Dood geen kinderen,
  3. Dood geen bejaarden,
  4. Dood geen zieken.
  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel
  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

 

«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.» (Koran 8:61)

 

 

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

 

«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen…» (Koran 4:58)

«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid.” (Koran 5:8) “God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is….» (Koran 16:90)

 

 

De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Het Derde Geheim van Fatima, de opkomst van de valse profeet

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Maria van Fatima met de rozenkrans

 

 

Het geheim toevertrouwd aan Lucia dos Santos

 

Op 17 oktober 1917 verscheen de H. Maagd voor de laatste maal aan de drie herderskindertjes. Op die dag deed zich het zonnewonder voor, daarna openbaarde de H. Maagd aan de oudste van de drie, Lucia Dos Santos, het Derde Geheim. Zij moest het voor zich houden tot de door de H. Maagd vastgestelde datum. Dan zou ze het openbaar moeten maken.

 

 

 

3 herderskindertjes

 

 

Door O.L.Vrouw gevraagde jaar van openbaring: 1960

 

Lucia had het Derde Geheim zorgvuldig toevertrouwd aan het Vaticaan, met de overtuiging dat zij als Godgewijde personen, er wel voor zouden zorgen dat de verlangens van de H. Maagd zouden worden ingewilligd. De H. Maagd had erop aangedrongen dat omstreeks 1960 het geheim openbaar moest worden gemaakt.

Op 15 oktober 1963 verscheen in de krant Neues Europa te Stuttgart een document onder de titel “De toekomst van de mensheid”. De tekst werd overgenomen in verschillende kranten wereldwijd.

Men verklaarde dat dit document de inhoud van het derde geheim van Fatima was, dat door Paus Paulus VI aan Presidenten Kennedy, Macmillan en Kroutsjov werd gestuurd vóór de bijeenkomsten die leidden tot het akkoord betreffende de controle op atoomexperimenten, en dat werd gesloten op 6 augustus 1963 te Moskou.

Het succes van dit akkoord, dat door ruim 90 landen werd ondertekend, zou zijn te danken aan deze tekst. En het verrassende is dat het Vaticaan er nooit de echtheid van heeft ontkend.

 

 

De tekst luidt als volgt

 

Na de gebeurtenis van het zonnewonder, heeft de Moeder van God een speciale boodschap verteld waarin ze tegen Lucia zei:

“Vrees niet, lief kind, Ik ben de Moeder van God, die met je spreekt en bidt om in mijn Naam de volgende boodschap te brengen aan de hele wereld. Je zult, door dit te doen, sterke vijandelijkheden ondervinden. Luister en onthoudt goed wat ik je zeg: De mensen moeten beter worden. Ze moeten smeken om de vergeving van zonden die ze hebben begaan en van de zonden die ze blijven doen.

Ze moeten het rozenhoedje bidden,  er is geen enkel persoonlijk probleem,  familiaal, nationaal of internationaal probleem die ik niet kan oplossen als ze het me vragen door het Rozenhoedje. Je vraagt mij een miraculeus teken zodat iedereen uiteindelijk mijn boodschappen begrijpt, door jou, gegeven aan de mensheid. Dit mirakel heb je zonet gezien. Het was het groot zonnewonder!

Iedereen heeft het gezien, gelovigen en ongelovigen, boeren en stadsmensen, geleerden en journalisten, leken en priesters. En nu, verkondig in mijn Naam: Op heel de mensheid zal er een grote kastijding komen, nog niet vandaag, ook niet morgen, maar in het tweede deel van de 20ste eeuw. Hetgeen ik laten weten heb in Salette aan de kinderen Mélanie en Maximim zal ik vandaag voor jou herhalen. De mensheid pleegt heiligschennis en vertrapt het geschenk dat zij ontvangen hebben.

Nergens heerst er nog orde. Zelfs op de meest verheven posten is het Satan die regeert en de gang van zaken beslist. Hij zal zich zelfs introduceren in de hoogste toppen van de Kerk. Hij zal erin slagen om verwarring te zaaien in de geesten van de grote geleerden die wapens zullen uitvinden waarmee ze het grootste deel van de mensheid binnen enkele minuten kunnen vernietigen.

Hij onderwerpt de machtigen onder de mensen onder zijn invloed en bestuurt ze om deze wapens te maken in grote hoeveelheid. Als de mensheid zich hier niet tegen verzet zal ik genoodzaakt zijn om de Arm van mijn Zoon te laten vallen. Als diegenen die aan het hoofd van de wereld en het hoofd van de Kerk staan, zich niet verzetten tegen deze gevaren, is het ik die het zal doen en ik zal bidden tot God mijn Vader om zijn gerechtigheid op de mensen te laten komen.

Het is dan dat God de mensen zal straffen, harder en zwaarder dan Hij ze heeft gestraft door de zondvloed. En de groten en de machtigen zullen vergaan net zoals de kleinen en de zwakken. Maar er komt ook voor de Kerk een tijd van zware ontberingen. De kardinalen zullen opstaan tegen kardinalen, bisschoppen tegen bisschoppen. Satan houdt zich op in het midden van hun rangen.

Ook in Rome zullen er grote veranderingen komen. Rome zal verwoest worden. Het is hetgeen rot is wat valt, en wat valt moet niet onderhouden worden. De kerk zal verduisteren en de wereld zal in de wanorde storten. De grote, grote oorlog zal plaatsgrijpen in het tweede deel van de twintigste eeuw. Rusland zal de zweep worden van God, en op het einde zal ze zich bekeren. Dat Amerika maar niet gelooft dat ze onkwetsbaar is.

Vuur en rook zullen dan uit de hemel neervallen en het water van de oceanen zal veranderen in stoom, hun schuim spugend tot aan de hemel en alles wat staat wordt omgekeerd. En miljoenen en andere miljoenen mensen zullen hun leven verliezen op het ene uur na het andere, en diegenen die nog leven op dat moment zullen jaloers zijn op diegenen die dood zijn.

Er zullen overal verdrukkingen zijn waar men kijkt, en miserie over heel de aarde en verlatenheid in alle landen. Ziehier, de tijden naderen steeds meer, de afgrond verdiept zich steeds meer, en er is geen weg meer terug. De goeden sterven met de slechten, de groten met de kleinen, de prinsen van de kerk met hun onderdanen, de vorsten van de aarde met hun volk, overal regeert de dood verheven in zijn triomf door de verloren mensen en de dienaren van Satan die dan de enige vorsten zullen zijn op aarde.

Het zal een tijd worden die geen enkele koning noch keizer, geen kardinaal noch bisschop verwacht en hij zal komen volgens het plan van mijn Vader om te straffen en wraak te nemen. Later echter, zullen diegenen die nog in leven zijn opnieuw God aanroepen en Zijn heerlijkheid en men zal opnieuw God dienen zoals voorheen toen de wereld nog niet verdorven was. Ik roep al de ware volgelingen van mijn Zoon Jezus Christus, alle ware christenen en de apostelen van de Eindtijd!

De Tijd der Tijden komt en het Einde der Einde als de mensheid zich niet bekeert en als deze verandering niet van boven komt, van de wereldleiders en de Kerkleiders. Maar wee als deze verandering niet komt en alles blijft zoals het is, ja, als alles zelfs erger wordt. Ga mijn kind en verkondig het! Ik houd me hiervoor altijd aan je zijde,  je helpend.”

 

 

Dit is echter in geen geval de volledige versie van het Derde Geheim van Fatima. De complete tekst werd door het Vaticaan angstvallig verborgen gehouden voor het publiek.

 

 

 

Lucia dos Santos

 

 

 

 

 

Openbaringen op andere verschijningsplaatsen op latere tijdstippen

 

Toen de effectieve en officiële vrijgave van het geheim uitbleef, gaf God toestemming aan de H. Maagd om elders in de wereld te verschijnen en daar een gelijkaardige boodschap mee te delen. Dat gebeurde o.a. in in 1973 in Akita, Japan, aan zuster Agnes Sasagawa. Op 13 oktober 1973 ontving zij de derde en laatste boodschap, die als volgt luidde:

 

“Mijn lieve dochter, luister goed naar wat Ik je ga zeggen en geef het door aan je Overste. Zoals Ik het je gezegd heb gaat de Hemelse Vader, als de mensen geen berouw hebben en zich niet beteren, aan de gehele mensheid een verschrikkelijke kastijding toebrengen. Het zal een straf zijn erger dan de zondvloed, zoals men er nog nooit een heeft gezien. Vuur zal van de hemel vallen en een groot deel van de mensheid vernieti­gen; noch de priesters, noch de getrouwen zullen gespaard blijven.

De overlevenden zullen zich in een dusdanige diepe droefheid bevinden, dat zij de doden zullen benijden. De enige wapens die u zullen overblijven zullen de Rozenkrans zijn en het Teken dat de Mensenzoon heeft nage­laten. Bid iedere dag de rozenkrans voor de Paus, bisschoppen en priesters.

De inwerking van de duivel zal zelfs langzaam doorwerken in de Kerk zo, dat men kardinalen zich zal zien verzetten tegen kardinalen en bisschoppen zal zien opstaan tegen andere bisschoppen. De priesters die Mij vereren, zullen door hun medebroeders geminacht en bestreden worden. Kerken en altaren zullen worden verwoest. De Kerk zal vol zijn van hen, die compromissen hebben aanvaard.

De boze geest zal veel priesters en godgewijde zielen ertoe aanzetten de dienst van de Heer te verlaten. Speciaal tegen de godgewijde zielen zal hij verbeten strijden. Het vooruitzicht van het verlies van talrijke zielen maakt Mij bedroefd. De kelk loopt reeds over, als de zonden in aantal en in ernst toenemen, zal daar weldra geen vergeving meer voor zijn.”

 

In mei 1994, 77 jaar nadat O.L.Vrouw voor het eerst verscheen in Fatima, was de Franse priester Raymo Arnette aan het luisteren naar een CD met de titel Mysterium Fidei, met Franse tekst gezongen door een Frans koor. Toen hij aan het luisteren was verdween de muziek ineens op de achtergrond en hoorde hij een duidelijke stem vertellen: “L’ Eglise saignera de toutes ses plaies,” de Kerk zal bloeden vanuit al haar wonden. Vervolgens hoorde hij dit:

 

“Er wordt een boosaardig Concilie gepland en voorbereid dat het aanschijn van de Kerk zal veranderen. Velen zullen het geloof verliezen en overal zal er verwarring heersen. De schapen zullen tevergeefs naar hun herders zoeken. Een schisma zal het heilig kleed van Mijn Zoon verscheuren. Dit zal het einde der tijden zijn, voorzegd in de Heilige Schrift en door Mij op vele plaatsen in herinnering gebracht.

De gruwel der gruwelen zal z’n hoogtepunt bereiken en zal de Kastijding met zich meebrengen, aangekondigd in La Salette. De arm van Mijn Zoon, die ik niet langer kan tegenhouden, zal deze arme wereld straffen, die moet boeten voor z’n misdaden. Men zal enkel spreken over oorlogen en revoluties. De natuurelementen zullen losgelaten worden en zullen angst veroorzaken, zelfs onder de besten. De Kerk zal bloeden uit al haar wonden. Gelukkig diegenen die zullen volharden en toevlucht zoeken in Mijn Hart, want op het eind zal Mijn Onbevlekt Hart triomferen.”

 

Hierna hoorde Vader Arnette nog één zin: “Dit is het Derde Geheim van Fatima“.

 

Ongetwijfeld verscheen de H. Maagd op nog andere plaatsen, en gaf ze daar ook het Derde Geheim te kennen.

 

 

 

Fatima

 

 

 

 

 

Opnieuw gedeeltelijke vrijgave van het geheim in 2000

 

Nadat Paus Johannes Paulus II in 1981 door een schietpartij geveld werd, begon hij het Derde Geheim te bestuderen. Hij en de kardinalen, waaronder Kardinaal Bertone en Kardinaal Ratzinger, besloten om een deel van het Derde Geheim vrij te geven, met een eigen aan toe gevoegde verklaring, waar ze de beschreven ‘Heilige Vader’ als de toenmalige paus beschouwden die werd neergeschoten op het St-Pietersplein. De door het Vaticaan vrijgegeven tekst luidt als volgt:

 

VOLLEDIGE VERTALING VAN DE ORIGINELE TEKST

 

Vaticaanstad, 26 juni 2000 – hieronder kunt u de volledige vertaling vinden van de originele Portugese tekst van het Derde deel van het Geheim van Fatima, dat geopenbaard werd aan de drie herderskinderen te Cova da Iria in Fatmia, op 13 juli 1917 en op papier gezet werd door Zr. Lucia op 3 januari 1944.

“Ik schrijf in gehoorzaamheid aan U, mijn God, die mij beveelt dit te doen door Zijn Excellentie de Bisschop van Leiria en door Uw en mijn Meest Heilige Moeder.

“Na de twee delen die ik al heb uitgelegd, zagen we links van Onze Lieve Vrouw, en er een beetje boven, een Engel met een vlammend zwaard in zijn linkerhand; het flitste en gaf vlammen af die eruit zagen alsof ze de wereld in brand zouden zetten; maar ze doofden uit toen ze in contact kwamen met de schittering die Onze Lieve Vrouw naar hem uitstraalde van haar rechterhand.

Naar de aarde wijzend met zijn rechterhand riep de Engel met een luide stem: “Boete, boete, boete!” En we zagen een immens licht dat God is: iets zoals wanneer mensen in een spiegel verschijnen wanneer ze er voor passeren; een Bisschop gekleed in het Wit, en we hadden de indruk dat het de H. Vader is. Andere bisschoppen, priesters en religieuze vrouwen gingen een steile berg op, en aan de top was er een groot kruis van ruwe stronken van een kurkeik met de bast er nog aan.

Voordat hij er aankwam passeerde de H. Vader door een grote stad die half in puin lag, en half bevend met een langzame pas, geteisterd door pijn en verdriet, bad hij voor de zielen van de lijken die hij op zijn weg ontmoette. Toen hij de top van de berg had bereikt, werd hij op zijn knieën aan de voet van het groot Kruis gedood door een groep soldaten die kogels en een pijl naar hem vuurden, en op dezelfde manier stierf de ene na de andere, bisschoppen, priesters en vrouwelijke religieuzen, en verschillende mensen van verschillende standen en posities.

Onder de twee armen van het Kruis waren er twee Engelen met elk een kristallen beker in de hand, waarmee ze het bloed van de martelaren opvingen en de zielen besprenkelden die hun weg naar God zochten.”

 

Echter, ook dit is duidelijk niet het volledige geheim.

 

Kardinaal Ratzinger gaf dit zelfs kort nadien openlijk toe aan Vader Ingo Dollinger, een bevriende Duitse priester.

Ingo Dollinger vertelde :

“Niet lang nadat het Derde Geheim van Fatima in juni 2000 werd gepubliceerd door de Congregatie van de Geloofsleer, vertelde Kardinaal Joseph Ratzinger aan mij tijdens een persoonlijke conversatie dat er nog steeds een deel van het Derde Geheim is dat ze nog niet gepubliceerd hebben!

“Er is meer dan wat we gepubliceerd hebben,” zei Ratzinger. Hij vertelde mij ook dat het gepubliceerde deel van het geheim authentiek is en dat het ongepubliceerde deel van het geheim sprak van een “slecht Concilie en een slechte Mis”, wat zich toen (toen het geheim in 1917 werd geopenbaard, nvdr) in de nabije toekomst zou gaan verwezenlijken.”

 

Dit komt exact overeen met wat de Franse priester Arnette vernam van de Stem. Het is dus duidelijk dat het Vaticaan nooit het volledige geheim heeft willen vrijgeven omdat ze in hun eigen voet zouden schieten, doordat het geheim spreekt van een slecht Concilie. De enige oplossing was het geheim te verdoezelen, om zo het veelbesproken en bejubelde 2de Vaticaans Concilie niet in diskrediet te brengen.

 

Nu, met Bergoglio aan de macht, zullen ze het geheim zeker niet meer vrijgeven, want volgens vader Paul Kramer staat er in het Derde Geheim ook iets over een ‘paus’ die onder de macht van de duivel zou zijn:

“Het Derde Geheim van Fatima openbaart”, zoals Kardinaal Ciappi schreef, “De grote apostasie in de Kerk zal beginnen aan de top.” Het geheim spreekt van een “paus” die onder de macht van de duivel zal zijn.

 

Johannes XXIII las de tekst en liet het vertalen in het Italiaans door Mons.Tavares. Hij verstond de moeilijke passage correct. Johannes Paulus II las het geheim en dezelfde moeilijke passage confronteerde hem.  Daarom liet hij Mons. Carreira het opnieuw vertalen. Een verkeerde interpretatie van de moeilijke passage zou lijken het dogma van de onfeilbaarheid van de Kerk tegen te spreken. Echter, Mons. Tavares had het inderdaad correct vertaald. Er was geen ontsnappen aan de problematische bewoording.

Nu het Geheim in de huidige tijd vervuld werd, zijn er velen die kennis hebben over de boodschap van Fatima die blind vasthouden dat Bergoglio de paus is en dat de katholieken in gemeenschap moeten blijven met hem – ondanks het feit dat zijn woorden en daden duidelijk tonen dat hij een afvallige heiden is. Echter, de grote apostasie in de Kerk werd voorzegd in het Geheim van Fatima, maar vele auteurs over Fatima ontkennen blind dat de apostasie beginnend aan de top zelfs aan het gebeuren is – de blinden leiden de blinden naar de dieperik.”

 

M.a.w. Bergogio ís de vervulling van het Derde Geheim van Fatima; het dieptepunt 50 jaar na Vaticanum II, dat volgens de H. Maagd “een boosaardig Concilie” was, en 100 jaar na de openbaring van het geheim.

Er werden vele tippen van de sluier opgelicht. Maar de precieze en volledige inhoud van het Derde Geheim, zoals het door Lucia destijds tot in detail was opgeschreven, zullen we helaas wellicht nooit te weten komen. Dat ligt nog steeds verborgen ergens in een geheime kluis in het Vaticaan.

 

 

Paus Johannus Paulus II met Lucia dos Santos

 

 

 

 

 

Uit het Boek der Waarheid:

 

Boodschap van de H. Maagd op 18 januari 2012

 

Er wordt een complot gesmeed tegen Paus Benedictus XVI door een kwaadaardige sekte binnen zijn eigen wandelgangen. Het is geweten dat deze sekte bestaat onder de gewijde dienaren binnen het Vaticaan. Toch zijn zij machteloos tegen deze kwaadaardige groep die al eeuwenlang de Katholieke Kerk heeft geïnfiltreerd. Zij zijn verantwoordelijk voor het verdraaien van de waarheid over de Leer van Mijn Zoon.

Er is zo weinig over hen of hun laaghartige werken bekend. Ze hebben de ware geloofsleer verdreven uit de Katholieke Kerk en in de plaats werd, in de afgelopen 40 jaar, een lauwe, afgezwakte versie aan de Katholieke Kerk opgedrongen. Er werd zoveel verwarring door deze verdorven maar verborgen sekte verbreid dat Mijn kinderen afgedwaald zijn van de ware Kerk.

Bid dat zij de Paus niet verjagen ! Bid dat de Valse Profeet de Stoel van de Heilige Vader niet zal innemen om zijn leugens te kunnen verspreiden ! Bid dat de gewijde dienaren in het Vaticaan sterk genoeg zijn om deze boosaardige samenzwering, ontworpen om de Katholieke Kerk te vernietigen, te weerstaan. Zij zijn van plan om de Heilige Plaatsvervanger, Paus Benedictus XVI, te vervangen door een dictator van leugens.

Hij zal een nieuwe kerk creëren samen met de Antichrist en zijn groepering om de wereld te misleiden. Jammer genoeg zullen veel van Mijn kinderen, in hun trouw aan het Katholieke geloof, blindelings deze nieuwe geloofsleer volgen zoals lammeren die naar de slachtbank geleid worden. Kinderen, word wakker voor de waarheid ! Dit snode plan heeft de fundamentele geloofwaardigheid van de Katholieke geloofsleer in de loop der jaren veranderd. Jullie beledigen Mijn Zoon wanneer jullie de Heilige Hostie in de hand ontvangen. Dat was hun werk.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

Vernietiging van de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Boodschap van Jezus Christus op 26 januari 2012

 

Mijn zeer geliefde dochter, het wordt tijd dat de volledige waarheid, over de mysteries van het Goddelijk Rijk, aan de wereld geopenbaard wordt. De waarheid wordt al geruime tijd verborgen. De erkenning van Mijn goddelijke tussenkomst in de wereld – door wonderen, verschijningen en goddelijke mededelingen aan uitverkoren zielen – werd gedurende vele jaren door Mijn Kerk aan de kant geschoven.

Waarom Mijn Kerk de waarheid wilde onderdrukken, terwijl het nodig was om overal het geloof van Mijn kinderen te versterken, is enkel bij hen bekend. Elke ware ziener(es) van Mij en Mijn Gezegende Moeder werd aanvankelijk genegeerd en met minachting behandeld door Mijn Kerk.

Mijn dochter, zelfs het laatste geheim van Fatima werd niet aan de wereld gegeven omdat het de waarheid onthulde over de verdorven sekte van Satan die het Vaticaan is binnengedrongen. Het laatste gedeelte van het geheim werd niet geopenbaard om de goddeloze sekte, die in groten getale het Vaticaan is binnengedrongen sinds de verschijning van Mijn Moeder in het heiligdom van Fatima, te beschermen.

Mijn dochter Lucia werd het zwijgen opgelegd door de machten die een deel van het Vaticaan beheersen waarover Mijn arme geliefde Pausen weinig controle hebben. Kijk hoe zij niet enkel de waarheid van Mijn Leer verdraaid hebben maar ook nieuwe methodes van katholieke verering ingevoerd hebben die Mij en Mijn Eeuwige Vader beledigen.

 

 

 

de ware- en de valse drievuldigheid

de ware- en de valse drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Boodschap van de H. Maagd; 22 juli 2013  20.17 u

 

Mijn kind, de misleiding waarmee de wereld geconfronteerd zal worden, zal zo moeilijk te onderscheiden zijn, dat enkel diegenen die zich aan God overgeven en al hun vertrouwen op Mijn Zoon stellen, in staat zullen zijn om de beproevingen die in het verschiet liggen, te doorstaan.

Ik gaf de wereld de profetieën in 1917, maar het laatste geheim van Fatima werd niet geopenbaard, zo angstaanjagend was het voor diegenen binnen de Katholieke Kerk. Het laatste geheim van Fatima is Gods kinderen nog steeds onbekend, hoewel een deel ervan op 26 januari 2012 aan jullie geopenbaard werd.

Zeer weinigen binnen de Kerk zijn daarin ingewijd. Nu moet het volgende deel van het laatste geheim van Fatima geopenbaard worden, zodat Ik de mensheid kan waarschuwen voor de gevolgen van het negeren van Mijn tussenkomst om zielen te helpen redden.

De Kerk werd van binnenuit aangetast door vijanden van God. Zij – en er zijn er twintig van hen die van binnenuit de controle uitoefenen – hebben de grootste misleiding gecreëerd. Zij hebben een man verkozen, niet van God, terwijl de Heilige Vader, aan wie de Kroon van Petrus toegekend is, omzichtig verwijderd werd. De details, die Ik onthulde, bestaan hierin dat er in de eindtijd twee mannen zouden zijn die de Kroon van Petrus dragen.

De ene zal lijden omwille van de leugens die gecreëerd werden om hem in diskrediet te brengen, en die hem tot een virtuele gevangene zullen maken. De andere verkozene zal de verwoesting teweegbrengen, niet enkel van de Katholieke Kerk maar van alle Kerken die Mijn Vader vereren en die de Leer van Mijn Zoon, Jezus Christus, Redder van de wereld, aannemen.

Er kan slechts één door Mijn Zoon gemachtigd hoofd van de Kerk op aarde zijn, die Paus moet blijven tot aan zijn dood. Ieder ander die er aanspraak op maakt op de Stoel van Petrus te zitten, is een bedrieger. Dit bedrog heeft één doel: zielen aan Satan over te leveren. En voor dergelijke zielen, die van niets zullen weten, is er nog maar weinig tijd om gered te worden. Kinderen, jullie moeten nu slechts één waarschuwing ter harte nemen.

Wijk niet af van de Leer van Mijn Zoon! Trek elke nieuwe leerstelling in twijfel, die jullie voorgelegd wordt en die voorwendt van de Kerk van Mijn Zoon op aarde afkomstig te zijn! De waarheid is eenvoudig. Deze verandert nooit. De nalatenschap van Mijn Zoon is zeer duidelijk. Laat niemand jullie beoordelingsvermogen vertroebelen!

Weldra zullen de profetieën van Fatima steek houden. Alles speelt zich nu voor een ongelovige wereld af, maar jammer genoeg zullen maar zeer weinigen dit beseffen totdat het te laat is. Bid, bid, bid zo vaak mogelijk, elke dag, Mijn allerheiligste Rozenkrans om de uitwerking van het kwaad, dat jullie omringt, af te zwakken.

Jullie geliefde Moeder

Moeder van de Verlossing

 

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De gevolgen van de aanbidding van Satan

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Trouw en onderscheidingsvermogen in onze aanbidding

 

 

Het getal 666 staat voor de mens die wil zijn als God. Satan voert zijn demonische strijd tegen de christenen via deze mens, die nu eens bruut geweld gebruikt dan weer massieve verleiding. Uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen zijn nodig om trouw te blijven in de aanbidding van God.

 

 

 

Openbaring 13

 

Het getal 666 is voor veel mensen het getal van de duivel. Een beladen getal. Een getal waar iets mis mee is. En net zoals sommige hotels geen kamernummer 13 hebben, zo heeft de opwekkingsbundel geen nummer 666. Volgens sommige mensen zit het getal ook verstopt in het embleem van 999-games. Op zijn kop, maar dat zou ook weer met de duivel te maken hebben.

Nu is in Openbaring 13 666 niet het getal van de duivel maar van het beest uit de zee. Door middel van dit beest strijdt satan tegen de christenen. Maar wie of wat op aarde is dan dit beest? Zijn getal -666- duidt volgens vers 18 op een mens. Dus satan zet bij zijn demonische strijd tegen de christenen een mens in.

Er is door de geschiedenis heen een stroom aan namen genoemd op wie dat dan wel slaat. Hitler was het beest van de 20 ste eeuw zegt men dan.

In de eerste eeuw was er ook zo’n menselijk beest: keizer Nero. Ook zijn naam kun je uit het getal 666 halen. De eerste lezers van het boek Openbaring kenden deze naam goed. Nero was een wrede tiran die de christenen vreselijk vervolgd heeft. Waarschijnlijk zijn de apostelen Paulus en Petrus door zijn toedoen gedood. Het kan goed zijn dat de 1e hoorders van het boek Openbaring aan deze keizer Nero gedacht hebben bij het getal 666.

Andere uitleggers wijzen erop dat het getal symbolisch moet worden opgevat. Het getal van de volheid, van Gods volkomenheid is 7. En 6 is dan net één minder. Oftewel, het is het bijna-goddelijke. Het is de mens geschapen naar het beeld van God. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt’, zingt Psalm 8. Maar de mens neemt daar geen genoegen mee, hij wil zijn als God. Dat was de kern van de zondeval.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het beest uit de zee

 

Het beest dat uit de zee komt is een mens, de antichrist. De zee staat symbool voor de naties, de volkeren. Het is iemand die uit een politiek stelsel komt, groeit, macht krijgt en bezeten wordt door de geest van Satan. Er komt een politiek leider die de autoriteit zal verwerven over de hele wereld gedurende 42 maanden of 3.5 jaar.

Hij zal de gave van het spreken hebben, de mogelijkheid om politieke leugens te verspreiden en in het bezit komen van demonische mogelijkheden. Deze persoon zal zwaar gewond worden en door een mirakel overleven waardoor iedereen hem zal volgen, behalve zij die in het boek des levens staan. De wereld verlangt naar de komst van die persoon omdat men een oplossing wil voor elk probleem.

Dit willen zijn als God kleurt Openbaring 13. Het beest uit de zee heeft een dodelijke wond aan één van zijn koppen, vers 3. Het zag eruit alsof het was geslacht. Dus net als het Lam, net als Christus. Johannes ziet Christus -in Openbaring 5- als een Lam dat geslacht is, maar het staat recht overeind. Het leeft. Dit beest kan dat ook. Zijn dodelijke wond geneest. Het beest imiteert Christus om de mens te verleiden en op het verkeerde been te zetten.

 

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Eigenschappen van de antichrist

 

de grootste wereldleider ooit geweest

een satanisch bezetter ( Daniël 7: 8  ; een superintelligent iemand )

een groot spreker ( Openbaring 13: 2 )

een politiek genie ( Openbaring 17: 17 )

een commercieel genie ( Openbaring 13: 17 – Daniël 8: 25 )

een militair genie ( Openbaring 13: 4 – Daniël 8: 24 )

 

 

 

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het beest uit de aarde

 

Het beest dat uit de aarde komt is een mens, de valse profeet. Het krijgt grote macht, is gelijk een lam en communiceert als een draak. De valse profeet wil dat men de antichrist, het beest uit de zee, aanbidt. Door grote, indrukwekkende wonderen te doen volgt men de valse profeet. Velen denken dat, door toedoen van de valse profeet, de antichrist de Messias is. De valse profeet laat een groot beeld maken van de antichrist en laat het zelfs spreken, in tegenstelling tot God die het afbeelden van zichzelf ten strengste verbiedt.

 

 

De doelstelling van Satan

 

De doelstelling van Satan is om een perfecte imitatie te maken van de Drievuldigheid en om aanbeden te worden door de mens.

 

 

Satan 

 

De Valse Drievuldigheid

Satan de draak ( Openbaring 12 )

Satan de antichrist ( Openbaring 13 )

satan de valse profeet ( openbaring 13 )

 

 

God 

 

De Heilige Drievuldigheid

God de Vader

God de Zoon

God de Heilige Geest

 

 

 

de Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Satan zoekt bewondering en dat lukt hem geweldig goed. Openbaring 13:4 zegt dat iedereen de draak aanbad. En ook het beest wordt aanbeden. Oftewel: machtige mensen worden vereerd als goden. Mensen gaan vol bewondering achter hen aan. En als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: het beest dat eruit ziet als een lam dwingt de mensheid om het beest te aanbidden, vers 12.

Hierbij zullen de eerste lezers van het boek Openbaring ongetwijfeld gedacht hebben aan de dwang om de keizer in Rome te vereren. Wie niet meedeed aan deze mensverering werd uitgesloten uit de samenleving. Zij konden niet meer kopen of verkopen, zegt vers 17. Zoals het goddelijk zegel van Openbaring 7 duidt op een door geloof gestempeld leven, zo laat het merkteken van Openbaring 13:16 zien dat het leven wordt gestempeld door mensverering. En alleen die mensen worden geaccepteerd.

Dus dit is de manier waarop de verslagen, maar woedende satan zich tegen de christenen keert. Door middel van de mens die zichzelf aanbidt. Deze mens gebruikt de ene keer bruut geweld, dat zit in de tekening van het eerste beest, een andere keer gebruikt hij verwarrende en indrukwekkende verleiding, daarop duidt het tweede beest. Voor dat brute geweld gebruikte satan de Romeinse keizers. En eerder al zette hij de Farao op tegen Gods volk.

Door dit brute geweld hebben vele christenen hun leven al verloren. En wat kun je dan schrikken van vers 7 van Openbaring 13: ‘Het beest mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.’ Het geweld van mensen tegen christenen laat God dus toe. Als christen ben je je leven niet zeker in deze wereld.

 

Dan die tweede manier waarop satan zijn venijnige strijd tegen de christenen voert. En dat is die van de verleiding. Ook daarvoor zet hij mensen in. Mensen die mooie woorden spreken. Mensen die grote dingen doen. En wat is dat verwarrend. Wonderen lijken de waarheid van hun woorden te onderstrepen. En ook achter deze tweede strategie zit satans streven om de aanbidding van God de nek om te draaien. Daarvoor ging hij lang geleden naar de hof van Eden. Daarom verleidde hij Adam en Eva. Zij waren geschapen om God te eren en te aanbidden. Om God te bewonderen en achter Hem aan te gaan, om dichtbij Hem te willen zijn. Dat is toch aanbidding? Maar satan wil God zijn aanbidding afnemen.

 

 

 

Het aanbidden van zichzelf

 

Er zijn heel veel mensen die zichzelf aanbidden. En daarmee heeft de satan net zo goed bereikt wat hij wil, want deze mensen aanbidden God niet meer. En wij leven te midden van deze mensen. Je aanbidt jezelf als je kiest voor jezelf. En wat zit dat diep in ons. En wat wordt ons dat ook nog eens verleidelijk aangepraat. Door de reclame: het gaat om jou. Dat jij er mooi uitziet. Dat het jou aan niks ontbreekt. Dat jij doet waar je zin in hebt.

Dat jij leeft als een god in Frankrijk, of waar dan ook. Dat is die verleidelijke, valse profetie. Het kenmerk van valse profetie is dat het ons ertoe beweegt te zijn als God. Ware profetie brengt altijd tot het aanbidden van God. Maar wanneer ik mee ga met die valse profetie, en mezelf in het middelpunt zet, vereer ik een beeld. De mens, geschapen naar Gods beeld. Zelfverering, aanbidding van ons eigen ik, is een grote verleiding voor ons.

Tegelijk voelen wij ook steeds meer die boycot van Openbaring 13. De uitsluiting uit de samenleving. Christelijke standpunten worden niet langer gedoogd. Die moeten weg uit het publieke leven. Bijbelse standpunten over het huwelijk, over homoseksualiteit, over zondagsrust, de afwijzing van menselijke zelfbeschikking, die standpunten worden steeds minder getolereerd.

Omdat de aanbidding van God mensen steekt. Wie niet meedoet aan de verering van de mens is immers een spelbreker. Die is afwijkend. De wereld is te verdelen in mensen die zichzelf aanbidden en mensen die God aanbidden. Dat gaat terug op de zondeval. Toen draaide het ook om die keus. En God aanbidden betekent mezelf verloochenen. Mijn eigen plannen, mijn eigen geluk, mijn eigen eer, willen opgeven voor God. Maar heel veel mensen vinden dit bizar. Zelfverloochening is hoogverraad tegen de aanbidding van de mens.

 

 

 

Satan wordt aanbeden in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De boodschap van Openbaring 13

 

De boodschap van Openbaring 13 is dat het aankomt op uithoudingsvermogen. Op uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan God. Om trouw te blijven in het aanbidden van Hem. Ook als Hij een weg met mij gaat die ik niet begrijp. Het zijn de verzen 9 en 10 en vers 18 die deze boodschap laten horen.

Vers 10: ‘Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ En vers 18: ‘Hier komt het aan op wijsheid.’ Christus spoort zijn kerk, en u en mij vandaag, aan tot uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan Hem.

Hiermee bereidt Christus ons voor op wat er op ons af kan komen, aan bruut geweld. En Hij leert ons doorzien wat er al op ons afkomt, aan verwarrende en vaak massieve verleiding. Christus wil ons ook bemoedigen. Kijk eens in vers 8. We schrokken van vers 7: het beest uit de zee -oftewel, de mens die wil zijn als God- krijgt de ruimte om de strijd met ons aan te binden en ons te overwinnen.

Maar vers 8 laat zien dat zij zullen standhouden van wie de naam vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat. Dat wijst op de uitverkiezing. Hier wordt de volharding van de heiligen beschreven. Dat troost. Satan kan door middel van zijn menselijke handlangers wel ons lichaam doden, maar niet onze ziel (Matteüs 10:28). En in hoofdstuk 15:2 zullen we lezen over hen die ‘het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam’ hebben overwonnen. Zij zijn trouw gebleven aan de verering van Christus, hun Heer.

 

 

Slotgebed

 

Laten wij bidden om uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen. Laten we ons bewust zijn van het grote verschil tussen aanbidding van onszelf en aanbidding van God. Ik denk dat het goed zou zijn wanneer wij de aanbidding van God een grotere plaats geven in ons leven. Elke dag ruimschoots de tijd nemen om God te aanbidden in gebed, in bijbel lezen en daarover nadenken. Daardoor groei je in volhardende trouw. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Dode Zeerollen

Standaard

categorie : religie

.

.

 

 

 

dode-zeerollen

 

 

 

 Wat zijn de Dode Zeerollen?

 

De Dode Zeerollen worden ook wel de belangrijkste ontdekking van manuscripten in moderne tijden genoemd. Zij werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten langs de noordwestelijke kust van de Dode Zee gevonden dicht bij de ruïnes van Qumram. Dit is een droge regio ongeveer 20 kilometer ten oosten van Jeruzalem en 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zeerollen zijn de restanten van ongeveer 825 tot 870 rollen, die uit tienduizenden afzonderlijke fragmenten bestaan. De teksten zijn hoofdzakelijk vervaardigd uit dierenhuiden, maar ook uit papyrus en koper. Ze zijn geschreven met een op koolstofbasis vervaardigde inkt, van rechts naar links zonder leestekens met uitzondering van hier en daar een inspringing voor een nieuwe paragraaf.

 

 

 

De grotten nabij Qumram

De grotten nabij Qumram

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De Dode Zeerollen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: Bijbelse en niet-Bijbelse. De rollen bevatten fragmenten van elk boek van het Oude Testament (de Hebreeuwse canon), met uitzondering van het boek Ester. Onder de rollen bevinden zich 19 fragmenten van Jesaja, 25 fragmenten van Deuteronomium en 30 fragmenten van de Psalmen. De bijna volledig intacte “grote Jesaja-rol”, die enkele van de opvallendste Messiaanse profetieën bevat, is 1000 jaar ouder dan enige andere kopie van het boek Jesaja.

Naast de Bijbelse manuscripten bevatten de Dode Zeerollen commentaren op :

  • de Hebreeuwse canon,
  • parafraseringen en aanvullingen op de Tora,
  • standaarden en regels voor de gemeenschap,
  • regels voor oorlogsvoering,
  • canonieke psalmen,
  • hymnes en preken.

 

De meeste teksten zijn in het Hebreeuws en Aramees geschreven, maar enkele zijn in het Grieks geschreven. De Dode Zeerollen lijken de bibliotheek van een Joodse sekte te zijn geweest. De meeste mensen vermoeden dat dit de Essenen waren. Dichtbij de grotten bevinden zich de oude ruïnes van Qumran, een dorp dat in het begin van de jaren ’50 werd uitgegraven en een verband lijkt te leggen tussen de Essenen en de rollen.

De Essenen waren Joodse kopieerders die volgens strikte regels leefden. Zij hadden waarschijnlijk een Messiaanse en apocalyptische levensbeschouwing. Waarschijnlijk werd de bibliotheek in de grotten verstopt rond de tijd van de Eerste Joodse Opstand (66-70 na Christus), toen het Romeinse leger tegen de Joden oprukte.

Gebaseerd op verschillende dateringsmethoden, waaronder C14-datering, paleografie en analyses van de gebruikte schrijfmethoden, wordt geconcludeerd dat de Dode Zeerollen in de periode van ongeveer 200 voor Christus tot 68 na Christus werden geschreven. Veel cruciale Bijbelse manuscripten (zoals Psalm 22, Jesaja 53 en Jesaja 61) dateren op zijn laatst uit 100 voor Christus.

Daarom hebben de Dode Zeerollen een revolutie teweeg gebracht in de tekstkritiek van het Oude Testament. Het is fenomenaal te noemen dat de gevonden Bijbelse teksten bijna volledig overeenkomen met de Masoretische tekst en diverse andere hedendaagse vertalingen van het Oude Testament.

 

 

 

dodezeerolIAA

 

 

 

Dramatisch bewijs voor de betrouwbaarheid van de Messiaanse profetieën

 

De Dode Zeerollen zijn de oudste verzameling Oudtestamentische manuscripten die ooit zijn gevonden. Ze dateren uit 100-200 voor Christus. Dit is belangrijk omdat we nu absoluut bewijs hebben dat de Messiaanse profetieën in het Oude Testament ongetwijfeld al bestonden – en in de huidige vorm bestonden – vóórdat Jezus deze aarde bewandelde.

Het mag duidelijk zijn dat de betrouwbaarheid van de Schrift en de tekstkritiek hiermee een gigantische stap voorwaarts hebben gezet. Onderzoek het maar eens voor jezelf. Er bestaat geen twijfel dat Jezus Christus de Messias was waarop de Joden al zo lang gewacht hadden.

 

 

 

Gevonden boekrolkruiken

Gevonden boekrolkruiken

 

 

 

 

Het boek Jesaja

 

Meer dan 200 fragmenten van de Dode Zeerollen worden bewaard in de Schrijn van het Boek, een museum in Jeruzalem. Het is opmerkelijk dat de grote Jesaja-rol de enige volledig intacte rol is die in deze schrijn wordt tentoongesteld. Deze rol bevat het volledige boek van Jesaja zoals we dat vandaag de dag in onze Bijbels hebben; alle 66 hoofdstukken.

Een aantal wetenschappers, met verschillende godsdienstige achtergronden en uit verschillende professionele disciplines, heeft deze belangrijke vondst geanalyseerd. De grote Jesaja-rol werd in 1947 in grot-1 ontdekt. De rol werd in 1948 geïdentificeerd als het Bijbelse boek Jesaja en werd indertijd door de Syrische Orthodoxe Kerk aangekocht.

Israël kocht de grote Jesaja-rol in 1954 terug om hem te bestuderen en als nationale schat te behouden. De rol wordt sinds 1965 als kroonstuk van de verzameling in het Schrijn van het Boek museum tentoongesteld. Een tweede gedeeltelijke Jesaja-rol  werd ook in 1947 in Grot 1 ontdekt. Sindsdien zijn er in andere grotten rondom Qumran ongeveer 17 andere fragmenten van Jesaja’s schriftteksten ontdekt.

Delen van de grote Jesaja-rol  zijn al minstens vier keer onderzocht met behulp van C14-datering, waaronder een studie aan de Universiteit van Arizona in 1995 en een studie aan ETH-Zürich in 1990-91. De vier studies hebben gekalibreerde databereiken opgeleverd tussen 335-324 voor Christus en 202-107 voor Christus.

Er zijn ook talrijke studies uitgevoerd naar de paleografie en de gebruikte schrijfmethoden van de documenten. Deze analyses plaatsen de rollen ergens tussen 150-100 voor Christus. Zie :

  • Price, Secrets of the Dead Sea Scrolls, oftewel Geheimen van de Dode Zee-rollen, 1996;
  • Eisenman & Wise, The Dead Sea Scrolls Uncovered, oftewel De Dode Zee-rollen geopenbaard, 1994;
  • Golb, Who Wrote the Dead Sea Scrolls?, oftewel Wie schreef de Dode Zee-rollen?, 1995;
  • Wise, Abegg & Cook, The Dead Sea Scrolls, A New Translation, oftewel De Dode Zee-rollen, Een nieuwe vertaling, 1999

 

 

 

Jesaja 53

 

De Dode Zeerollen hebben fenomenaal bewijs geleverd voor de geloofwaardigheid van de schriftteksten. De bijna volledig intacte grote Jesaja-rol is bijna identiek aan de meest recente versies van de Masoretische tekst uit de 10e eeuw. Schriftgeleerden hebben een handvol spel- en kopieerfouten ontdekt, maar geen belangrijke verschillen.

In het licht van Jesaja’s rijke Messiaanse profetieën vonden wij het de moeite waard om hier een gedeelte van de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de grote Jesaja-rol te tonen. De volgende tekst komt overeen met Jesaja 53 in het tegenwoordige Oude Testament. Onthoudt dat de leeftijd van deze tekst is vastgesteld op 100 tot 335 jaar vóór de geboorte van Jezus Christus!

 

 

 

Vertaling van de feitelijke grote Jesaja-rol (Jesaja 53), beginnend met regel 5 van kolom 44

 

5. Wie heeft onze prediking gehoord en de arm van YHWH, aan wie is deze geopenbaard?  En hij zal als een rijsje voor zijn aangezicht opschieten en als een wortel uit dorre aarde is er geen gedaante noch heerlijkheid [+aan hem+] en wanneer hij aangezien wordt en er is geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben.

Hij is veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten en bekend met krankheid
en als het ware verborgen we ons aangezicht voor hem hij was veracht en wij achtten hem niet. Waarlijk heeft hij onze krankheden op zich genomen en hij heeft onze smarten gedragen en we achten hem geslagen en geplaagd door God en verdrukt, en hij is om onze overtredingen verwond, en verbrijzeld om onze ongerechtigheden, de correctie van onze vrede was op hem en door zijn wonden heeft hij ons genezen.

Wij allen dwaalden als schapen, ieder van ons is naar zijn eigen weg gekeerd en YHWH heeft de ongerechtigheid van ons allen op hem doen leggen. Als dezelfde geëist werd, toen werd hij verdrukt maar hij deed zijn mond niet open, hij werd als een lam ter slachting geleid en zoals een ooi stom is gemaakt voor het aangezicht van haar scheerders deed hij zijn mond niet open.

Uit den angst en uit het gericht werd hij weggenomen en zijn leeftijd, wie zal deze uitspreken, want hij is afgesneden uit het land der levenden. Want om de overtreding van zijn volk werd hij verwond.
En zij gaven goddelozen om zijn graf te zijn en  rijken in zijn dood, hoewel hij geen geweld had aangedaan noch bedrog in zijn mond. En YHWH was behaagd om hem te verbrijzelen en Hij heeft hem gekrenkt.

Als u zijn ziel als een schuldoffer zal aanwijzen zal hij zijn zaad zien en zal hij zijn dagen vermeerderen en het welbehagen van YHWH zal voortgaan in zijn hand. Hij zal door het werk van zijn ziel  zien en hij zal verzadigd worden en door zijn kennis zal hij rechtvaardigen, zelf mijn rechtvaardige knecht voor velen en hun onrechtmatigheden zal hij dragen.

Daarom zal ik hem een aandeel geven van de groten, en met de sterken zal hij de roof delen omdat hij tot de dood zijn ziel heeft blootgelegd en met de overtreders is geteld geweest en hij, de zonden van velen, hij droeg, en voor hun overtredingen heeft gesmeekt.

 

 

 

De profeet Jesaja

De profeet Jesaja

 

 

 

De vergelijking met onze huidige Bijbelse tekst

 

De Dode Zeerollen zijn een krachtig hulpmiddel om critici van de Bijbelse teksten te kunnen beantwoorden. Hoewel de eerste rollen al in 1947 werden ontdekt, werd een groot gedeelte van het onderzoek van de vertalingen pas recentelijk aan het grote publiek bekend gemaakt.

Hierbeneden vind je Jesaja 53 uit de Statenvertaling van de Bijbel, vertaald uit de Masoretische tekst van de Hebreeuwse Schrift. Vergelijk dit eens met het gedeelte van de grote Jesaja-rol zoals hierboven vermeld. Het is werkelijk indrukwekkend.

 

 

Jesaja 53 in de Statenvertaling van de Heilige Bijbel

 

Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des Heren geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Here heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding mijns volks is de plage op Hem geweest.

En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den Here Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.

Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.

 

 

 

13.07.08.Artikel.Dode-_Zeerollen-MAIN-rollen

 

 

 

 

 Een opmerkelijke tijd in de geschiedenis

 

De Dode Zeerollen lagen ongeveer 2000 jaar verborgen in een perfecte, droge omgeving. In 1947 vond een Bedoeïense herder door stom toeval de belangrijkste archeologische vondst in de geschiedenis. Een jaar later keerde het Joodse volk voor het eerst sinds 70 na Christus als een formele natie terug naar zijn thuisland.

Terwijl de ontvouwing van profetische gebeurtenissen in het Midden-Oosten zich lijkt te versnellen, kunnen we de oude Messiaanse profetieën lezen met een absolute zekerheid die nu ook verifieerbaar is. We hebben nu het grootste vertrouwen dat het Oude Testament (de Joodse Tanak) dat we vandaag de dag lezen hetzelfde is als de versie die zo’n 100 tot 200 jaar voor Christus bestond.

Dit betekent dat de meer dan 300 Oudtestamentische profetieën over de komende Messias al bestonden voordat Jezus Christus werd geboren. Het is aan ieder van ons individueel om te beslissen wat we met deze werkelijkheid gaan doen.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

Jezus over de ziel en het lichaam.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

keuze tussen eeuwig leven of de eeuwige verdoemenis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Matteüs 10 : 26-42

 

“Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.

 

Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

 

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

 

Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.

Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.

Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wie is Allah volgens de Bijbel ?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

 

allah-ismi-resim

 

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Het gebruik van de natuurlijke bronnen van mens en dier in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

startfotobeestig

 

 

 

 

Dieren en mensen moeten de natuurlijke bronnen delen

 

Wanneer eenmaal vast staat dat elk dierensoort een gemeenschap gelijk de menselijke gemeenschap is, dan is het redelijk dat ieder en elk schepsel op de aarde het geboorterecht heeft om te delen in de natuurlijke bronnen. Met andere woorden, elk dier is een gemeenschappelijke huurder samen met de menselijke soort op deze planeet. De mens is altijd in strijd geweest met de dieren om voedsel en het probleem heeft zich verdiept in de huidige wereldsituatie, vooral als gevolg van het moderne landbouwkundige mismanagement.

De Koran heeft geprobeerd om de angst van de mens te verlichten door hem te verzekeren dat God niet alleen de Schepper is maar ook de Voorziener en de Voeder van alles wat hij Schept. De Koran echter stelt ook de voorwaarde dat menselijke wezens, zoals alle andere schepsels, moeten werken voor hun voedsel en dat hun aandeel evenredig zal zijn overeenkomstig hun arbeid.

 

“Dat de mens slechts krijgt wat hij heeft nagejaagd”. Koran 53:39

 

De Koran legt herhaaldelijk de nadruk op het feit dat voedsel en ander natuurlijke bronnen er zijn om billijk te verdelen met andere schepsels. Hieronder volgen een aantal van ontelbare zulke verzen:

 

“De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken.
Dat Wij het water in gutsen uitgieten ,
Dan de aarde in voren openbreken
En dan erin laten ontspruiten: graan,
Wijnstokken en voedergewassen,
Olijfbomen en palmen,
In Dichtbegroeide boomgaarden,
Vruchten en foerage,
Als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee” Koran 80:24-32

 

 

Ook in de volgende verzen wordt de vrijgevigheid van de natuur opgesomd met het accent op het aandeel van de dieren hierin. Alles is geschapen voor mensen en voor niet-menselijke wezens:

 

“En Hij is het die de winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee een dode streek tot leven te brengen en om daarmee veel van wat Wij geschapen hebben , vee en mensen, te drinken te geven”. Koran 25:48-49

“Hebben zij dan niet gezien dat Wij het water naar de kale aarde drijven en er dan landbouwgewassen mee voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Hebben zij dan geen inzicht?” Koran 32:27

“Hij bracht haar water en haar weiden te voorschijn
en de bergen heeft hij stevig aangebracht,
als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee”. Koran 79:31-33

 

 

Er is geen twijfel dat de boodschap alle dieren betreft en niet alleen geldt voor huisdieren en voor de veestapel wiens welzijn voor ons van belang is.

 

“En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en bewaarplaats. Alles staat in een duidelijk boek”. Koran 11:6

“En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt” Koran 55:10

 

 

De Essentie van de islamitische leer over dierenrechten, is dat het ontnemen van een eerlijk deel in de natuurlijke bronnen aan de dieren, zo een grote zonde is in de ogen van God, dat het strafbaar is door middel van zeer zware vergelding. De  Koran omschrijft hoe het volk van Thamud eiste dat de profeet Saleh aan hun een teken zou geven om te bewijzen dat hij een profeet van God was (De stam van Thamud waren afstammelingen van Noach).

Ten tijde van dit voorval onderging de stam een voedsel en waterschaarste, waardoor haar veestapel verwaarloosd werd. Er werd aan de profeet Saleh geopenbaard om een vrouwtjes kameel apart te nemen als een symbool en om de mensen te vragen om ze haar eerlijk aandeel van water en voedsel te geven.

De stam van de Thamud beloofden dat te doen, maar later doodden zij de kameel. Als straf werd de stam vernietigd. Dit incident is vele malen genoemd in de Heilig Koran in verschillende contexten. (Koran 7:73, 11:64, 26:155, 156:54, 54:27-31).

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

 

Pasteltekeningen uit het boek ” De Openbaring ” van John Astria

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

    hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes                                                                                                                                                         

 

 

 

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

                 hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            hoofdstruk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

                                                 hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

                 hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

hoofstuk 7 ; het breken van zegel 6

                          hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

                                                hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            

hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

               hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

                          hoofdstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

                             hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin

                      hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

              hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

         hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

                hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            

hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade enh oordeel

                   hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God

                          hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

                      hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

                             hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

                   hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

                       hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

                    hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood                                                                                                                                                                                      

 

 

 

 

hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

                    hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

                                 hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Dierproeven in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

dierproeven_0

 

 

 

 

Dierproeven

 

Wetenschappelijke en geneeskundige experimenten op dieren worden gedaan om genezing te vinden voor ziektes, waarvan de meeste veroorzaakt zijn door onze eigen ongeordende leefwijze. Alle menselijke problemen, lichamelijk, mentaal of spiritueel, zijn door ons zelf gecreëerd en onze wonden zijn door onszelf toegebracht. Met de beste wil van de wereld kunnen wij geen reden vinden om de dieren de schuld te geven en ze hiervoor te laten lijden.

Deze dierproeven, en het andere leed, wordt hen slechts aangedaan om de menselijke behoeften te bevredigen, waarvan de meeste niet-noodzakelijk, buitensporig en verspillend zijn en waarvoor meestal gemakkelijk alternatieve en meer diervriendelijke producten beschikbaar zijn. Dieren doden, om de menselijke behoeften naar onbelangrijke zaken te bevredigen, is een innerlijke tegenspraak in de islamitische traditie.

Laten wij hopen dat er een dag zal komen dat de mens het respect en de status aan dieren toekent, die hen al zo lang toekomt en die hen al zo lang is ontzegt. Vivisectie bestond nog niet in de tijd van de profeet Mohammed en daarom is het niet speciaal aangehaald in de wetgeving. Leiding over zulke onderwerpen komt van argumentatie en gevolgtrekking.

Een van de voornaamste excuses voor alle soorten wreedheden die tegen dieren worden begaan, is een egoïstisch belang voor menselijke behoefte. Laat ons eens kijken hoe de wettelijke regels de woorden ‘behoefte’ en ‘belang’ omschrijven en laten wij dan aan de hand van deze omschrijvingen deze redenen beoordelen.
De juridische wet die van toepassing zou kunnen zijn op de legitimiteit van deze experimenten is:

“Iemands belang of behoefte heeft geen voorrang boven iemand anders zijn rechten”.

 

 

 

 

dierenrechten

 

 

 

 

Behoeften worden onderverdeeld in drie categorieën:

 

  1. Noodzakelijke behoeften zonder welke het leven niet in stand kan worden gehouden
  2. Behoeften nodig voor comfort en verlichting van pijn of van elk soort ongemak, of voor het verbeteren van de kwaliteit van het leven
  3. En luxe behoeften gewenst voor het plezier of genietingen.

 

Regels van toepassing op deze behoeften, zodat wij kunnen onderscheiden of experimenten op dieren toegestaan zouden zijn, zouden kunnen zijn:

 

  • “Wat leidt tot het verbodene, is in zichzelf verboden”. Deze regel geeft aan, dat materiële zaken (inclusief voedsel) die verkregen zijn door slechte handelingen (zoals het uitvoeren van onnodige experimenten op dieren), op zichzelf verboden zijn.

 

  • “Geen schade kan ongedaan worden gemaakt door een gelijke of grotere schade aan te richten” . Wanneer we onze gezondheid en andere behoeften door onze eigen onbezonnenheid schaden, hebben we geen recht om dieren hiervoor op te laten draaien door gelijkwaardige of nog grotere schade bij hen aan te brengen, zoals het onnodig verrichten van experimenten om geneesmiddelen te vinden voor de door ons zelf veroorzaakte ziektes.

 

  • “Zoek uw toevlucht tot alternatieven, wanneer het origineel ongewenst wordt”. Deze regel legt grote morele verantwoordelijkheid op aan medische studenten en degenen die de experimenten uitvoeren om naar alternatieven te zoeken.

 

 

Wat nodig is om te begrijpen hoe het zit met het gebruiken van dieren in de wetenschap, is dat dezelfde morele, ethische en wettelijke codes voor het behandelen van dieren, ook van toepassing zijn op mensen. Volgens de islam is alle leven heilig en heeft het recht op bescherming en behoud.

De profeet Mohammed heeft zoveel nadruk gelegd op dit punt, dat hij verklaarde:

“Er is geen man die zonder reden een spreeuw of iets kleiners dood, zonder dat God hem hierover zal ondervragen”.

“Hij die barmhartigheid toont over een spreeuw en zijn leven spaart, voor hem zal God barmhartig zijn op de Dag des Oordeels” .

 

Zoals alle andere wetten in de islam, zijn deze over de behandeling van dieren genoemd in het geval van uitzonderen en zijn zij gebaseerd op het criterium: “Daden zullen worden beoordeeld naar de intentie” .

Wanneer het leven van een dier kan worden gered door de amputatie van een deel van zijn lichaam, dan zal het in de ogen van God een prijzenswaardige handeling zijn. Er is geen twijfel dat het islamitische verbod tegen het snijden in of verwonden van levende dieren, vooral wanneer dit pijn en lijden als resultaat heeft, van toepassing is op de hedendaagse term vivisectie in de wetenschap.

Wij zijn in staat deze uitleg van de islamitische leerstelling te onderschrijven, niet slechts door te refereren naar de bovengenoemde representatieve overleveringen, maar ook door aan de Koran te refereren. In de verzen hieronder wordt geciteerd dat enige interventie met het lichaam van een levend dier, welke pijn en vervorming tot gevolg heeft, in tegenstelling is met de islamitische zienswijze.

Deze verzen werden geopenbaard om de verwerping van de heidense bijgelovige gewoonte te onderschrijven. Vrouwtjes-kamelen, ooien of vrouwtjes-geiten die een bepaald aantal jongen hadden gebaard, werden de oren afgesneden en vervolgens weer vrij gelaten. Zij werden aanbeden als afgoden. Zulke gewoontes werden in de Koran afgeschilderd als duivelse daden, in de volgende woorden:

God vervloekte hem (Satan), omdat hij gezegd had:

 

“Allah heeft hem vervloekt. En hij (Satan) zeide: Ik zal voorzeker een bepaald deel van uw dienaren nemen. En ik zal hen zeker doen dwalen en ijdele begeerten in hen opwekken en ik zal hen voorzeker ophitsen en zij zullen de oren van het vee afsnijden en ik zal hen voorzeker aansporen en zij zullen Allah’s schepping bederven.” Derhalve hij, die buiten Allah Satan tot vriend neemt, zal zeker zichtbaar verlies leiden”. Koran 4:118-119

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria