Tagarchief: nieuwe testament

Het boek “Handelingen van de apostelen”

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Het geschiedenisboek van het Nieuwe Testament

 

Het boek Handelingen, of de “Handelingen van de apostelen”, wordt doorgaans gezien als het enige geschiedenisboek in het Nieuwe Testament, hoewel sommige mensen de Evangeliën ook als geschiedenis beschouwen.

 

 

handel01

 

 

Het is het vijfde boek van de 27 boeken van het Nieuwe Testament en is geschreven door Lucas (de arts) aan Theofilus in ca. 63-70 na Christus. Handelingen wordt gezien als de verbinding tussen het korte historische verslag over de Hemelvaart van Jezus en de vestiging en groei van de kerk enerzijds, en anderzijds de Evangeliën en de Epistels (zendbrieven) van Paulus tijdens zijn zendingsreizen.

Sommigen beschouwen dit boek als een voortzetting van het boek van Lucas, omdat beide door dezelfde persoon geschreven zijn. Lucas was een ooggetuige en beschrijft een nauwkeurige en grondige historie van de komst van de Heilige Geest en de geboorte van het christendom. Binnen ongeveer tien jaar na die bewuste Pinksterdag werden de leerlingen christenen genoemd (Handelingen 11:26).

De kerkgeschiedenis begint met de stichting, organisatie en opbouw van het christendom in slechts 30 jaar na de Hemelvaart van de verrezen Christus. Het eerste hoofdstuk van Handelingen gaat over de verrijzenis van Jezus uit het graf en de 40 dagen die Hij doorbracht met de apostelen. Hij besteedde deze tijd aan verder onderricht over het Koninkrijk van God en het werk van Zijn leerlingen na Zijn Hemelvaart.

Jezus instrueerde Zijn volgelingen dat zij eerst de kracht van de Heilige Geest zouden ontvangen en vervolgens het Evangelie moesten brengen naar de uiteinden van de aarde (Handelingen 1:8). Petrus werd een leidinggevende figuur binnen de groep na Pinksteren. Pinksteren wordt gezien als een belangrijk omslagpunt in de door God gegeven kracht en wijding aan de kerk.

De leerlingen en apostelen reisden door heel Judea, Galilea, Samaria, Ethiopië, Macedonië en uiteindelijk naar Rome en door de hele wereld zoals wij die nu kennen. Ondanks tegenstand, gevangenschap, mishandeling en de dood die erop volgde, begon de kerk uit te groeien. De apostelen kregen steeds meer toehorend publiek. De toehoorders ontvingen middels de Heilige Geest genezingswonderen, verlossing van demonen (onreine geesten) en wonderbaarlijke bescherming tegen vervolging.

In deze periode schrijft Lucas over de wonderlijke bekering van een wetsgetrouwe Jood genaamd Saulus. Later werd hij een volgeling van Christus en door God de apostel Paulus genoemd. De groei van het christendom is misschien wel het meest aan Paulus te danken. Lucas schrijft ook over Stefanus, de eerste martelaar voor het christendom, en de executie van Jakobus (de broer van Johannes). Beiden hoorden tot de mensen die het dichtst bij Jezus stonden.

Hoewel zij te maken hadden met extreme vijandigheid en vervolging, bleven de leerlingen en volgelingen van Christus vastberaden trouw. Daarom is het “goede nieuws” over Jezus en het christendom één van de drie grootste en meest verkondigde levensbeschouwingen in de hedendaagse wereld geworden.

 

 

 

Pinksteren

 

De Handelingen van de apostelen vertellen over de wonderlijke Pinksterdag, die de apostelen, de Kerk en de wereld veranderde. Kerken werden niet gevestigd omdat groepjes gelovigen dat toevallig zo bedacht hadden. Zij werden geleid door de uitstorting van Gods Geest en ontvingen kracht om zich te vermenigvuldigen door heel Klein-Azië, Griekenland, Syrië, Rome en nog verder weg.

De Heilige Geest was vanaf dat moment beschikbaar voor jonge mensen, ouderen, mannen, vrouwen, Joden en heidenen. Vóór Zijn Hemelvaart had Jezus tegen Zijn toegewijde apostelen gezegd dat ze moesten terugkeren naar Jeruzalem om daar het beloofde geschenk van de Vader af te wachten. Zij waren bijeen op die Pinksterdag toen plotseling “uit de hemel een geluid klonk als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.

(Handelingen 2:2-4)  ” Op dat moment zag de groep “een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven” 

Toen beneden in de drukke straat Joden (afkomstig uit allerlei landen) dit hoorden, verzamelden zij zich en “raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken” (vers 6). De menigte stond verbaasd; sommigen spotten en anderen dachten dat deze 120 mensen dronken waren doordat ze teveel wijn hadden gehad.

 

 

image002

 

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 De reizen van de apostelen

 

Het grootste deel van het boek Handelingen beschrijft de zendingsreizen van Paulus met zijn metgezellen. Petrus was een groot voorbeeld van de aanvaarding door Jezus van mensen ondanks hun soms zwakke en betreurenswaardige fouten. Petrus werd veranderd door liefde en werd “de Rots” genoemd, vanwege zijn solide en standvastige geloof. Deze eenvoudige visser was niet foutloos en struikelde af en toe, maar schoot niet tekort in het volgen van Jezus.

 

 

Paulus reis

Paulus reis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Advertenties

Hoe is de Bijbel ontstaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

In tegenstelling tot enig ander boek dat ooit is geschreven, is de Heilige Bijbel samengesteld uit afzonderlijke teksten die een periode van meer dan 1400 jaar beslaan en heeft de Bijbel zo’n 40 verschillende schrijvers. De Bijbel bestaat uit 66 boeken, maar toch wordt hij beschouwd als Het Boek, de Heilige Schrift, het Woord van God.

 

 

bijbel-mooi

 

De tijdspanne die in de Bijbel wordt beschreven beslaat bijna 4000 jaar uit de menselijke geschiedenis en Gods openbaring van Zichzelf aan en door de mens. De geschiedenis van de Heilige Bijbel is de geschiedenis van Gods betrokkenheid bij de mensheid. Deze periode van 1400 jaar begint met het werk van Mozes, dat bestaat uit de eerste vijf boeken van de Heilige Bijbel. Deze boeken bevatten de tijdsperiode vóór het leven van Mozes. Zij be-ginnen met de feitelijke schepping van de kosmos. We leren in deze boeken over het prille begin van de mensheid.

De laatste schrijver was waarschijnlijk Johannes, die op het eiland Patmos het boek over de Openbaring van Jezus Christus schreef. Tussen de dagen van Mozes en Johannes bevindt zich een tijdspanne van ongeveer 14 eeuwen, maar de Heilige Bijbel beschrijft meer dan 4000 jaar van de geschiedenis. De laatste schrijvers leefden bijna 2,000 jaar geleden.

 

voorpagina openbaring a4

 

Hoe kon Mozes over zaken hebben geschreven die plaatsvonden vóór Adam? Op dezelfde manier waarop de profeten later konden schrijven over zaken die pas honderden en duizenden jaren later zouden plaatsvinden. De auteurs schreven Gods Woord, onder de leiding van de Heilige Geest. God openbaarde dingen aan hen die anders onkenbaar zouden zijn geweest.

De Heilige Bijbel is verdeeld in twee delen. Aan alles wat vóór de geboorte van Jezus Christus werd geschreven, wordt het Oude Testament genoemd. Een testament is een geschreven rapport, bewijs, getuigenis of verslag van gebeurtenissen die reeds hebben plaatsgevonden.

Het Oude Testament bevat 39 boeken (in de Protestantse Bijbel). Er zaten ongeveer vierhonderd jaar tussen het schrijven van het laatste boek van het Oude Testament en de geboorte van Christus. Deze worden ook wel de “stille jaren” genoemd; vierhonderd jaar waarin God niet via Zijn profeten sprak.

Enkele van de historische gebeurtenissen die in deze periode plaatsvonden, zijn vastgelegd in de  Apocriefen. De apocriefen vullen enkele leemten in de periode van 400 jaar tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het was de tijd van de Makkabeeën. Deze stilte werd verbroken door de plotse verschijning van een “groot hemels leger”, dat de geboorte aankondigde van de beloofde Redder.

 

 

apocriefen

apocriefen

 

Het Nieuwe Testament begint met de komst van Christus op aarde als de voorspelde Immanuël (wat “God met ons” betekent), in de gedaante van Maria’s baby, Jezus. God had de gedaante van een menselijk lichaam aangenomen.

Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken en leidt het tijdperk van de kerk in. In de tijd van de boeken van Mozes tot de profeten en andere boeken van het Oude Testament werkte God uitsluitend via de kinderen van Israël. Vandaag worden zij het Joodse volk genoemd. Maar via de kerk is Gods genade beschikbaar voor alle mensen. Dit geldt ook voor niet-Joden. Het geldt voor mensen uit alle volken en rassen.

Het Oude Testament keek uit naar de komst van de beloofde Messias. Het Oude Testament is doorspekt met profetieën over Hem. Het tiende hoofdstuk van Hebreeën geeft een goede verklaring voor de verweving van het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Beide gaan over Christus. Het ene testament kijkt uit naar Zijn komst; het andere beschrijft Zijn komst naar deze wereld, waardoor elke profetie uit het Oude Testament over Zijn aardse bediening is vervuld.

Het Oude Testament bleef een Hebreeuws boek tot ongeveer 280-150 voor Christus. Toen werd het in Alexandrië, in Egypte, vertaald naar het Grieks. Deze vertaling staat bekend als de Septuagint. De volgende taalkundige verandering vond plaats toen Hiëronymus (ongeveer 383-405 na Christus) de Heilige Bijbel vertaalde naar het Latijns (de zogenaamde “Vulgaat”). Deze vertaling werd bijna 1000 jaar lang door de geestelijkheid gebruikt.

De Bijbel was pas in 1526 voor het eerst in het Nederlands beschikbaar. De vertaling van het Nieuwe Testament was gebaseerd op de Lutherse vertaling; het Oude Testament was gebaseerd op het Vulgaat. In 1637 werd de beroemde Statenvertaling voltooid.

God heeft de Bijbel, van het eerste boek Genesis tot het laatste boek Openbaring, voor ons behouden. Er zijn veel vertalingen, maar God heeft door de generaties heen Zijn woord trouw voor ons bewaard. Jezus maakte dit duidelijk, zoals in Matteüs 5:18 is vastgelegd:

 

“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.”.

 

Toen Hij deze woorden sprak, was het Nieuwe Testament nog niet geschreven. De enige beschikbare Bijbelteksten waren dus de boeken van het Oude Testament. Hij stelde dat nog geen pennenstreek veranderd zou worden totdat alles vervuld zou zijn. Hiermee doelde Hij op de profetieën die in het Oude Testament waren vastgelegd.

De Bijbel is het enige complete geschiedenisboek. Alle andere geschiedenisboeken beslaan slechts het verleden. Maar de Heilige Bijbel legt de hele geschiedenis van de mensheid vast, van het allereerste begin tot aan de dag waarop de aarde zal verdwijnen en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen verschijnen.

De Bijbel beslaat de geschiedenis van de mensheid van begin tot eind. Geen enkel ander geschiedenisboek heeft ooit toekomstige gebeurtenissen vastgelegd. Alleen God bezit dergelijke kennis. Hij is de Alfa en de Omega tot in de eeuwigheid. De Bijbel is “in de tijd” geschreven vanuit een eeuwig perspectief. Alleen God kan zo’n meesterwerk hebben geschapen.

 

 Een algemeen overzicht

 

De Bijbel is een fenomenaal verslag van de geschiedenis. De Bijbel bestaat uit 66 boeken, die over een periode van ongeveer 1500 jaar door op zijn minst 40 verschillende auteurs werden geschreven. Het Oude Testament (het Oude Verbond) bevat 39 boeken, die ongeveer tussen 1500 en 400 voor Christus werden geschreven. Het Nieuwe Testament (het Nieuwe Verbond) bevat 27 boeken, die ongeveer tussen 40 en 90 na Christus werden geschreven.

De Joodse Bijbel (de Tenach) is hetzelfde als het Oude Testament van de christenen, met uitzondering van de rangschikking van de boeken. Het oorspronkelijke Oude Testament werd voornamelijk in het Hebreeuws geschreven (sommige gedeelten in het Aramees), terwijl het oorspronkelijke Nieuwe Testament in het Grieks werd geschreven.

 

Het Oude Testament

 

De Heilige Bijbel begint met de Joodse schrift teksten. Het historische verslag van de Joden werd door de eeuwen heen op leren rollen en op tafelen geschreven. De schrijvers waren koningen, schaapherders, profeten en andere door God geïnspireerde leiders. In Exodus sommeert God Mozes om de Wet in een boek (de Thora) op te schrij-ven. Rond 450 voor Christus werden alle Joodse geschriften verzameld en gerangschikt door rabbijnse raden, die vervolgens de complete verzameling erkenden als het geïnspireerde en heilige gezag van God.

Al in 250 voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Tenach) door Joodse schriftgeleerden in Alexandrië (Egypte) naar het Grieks vertaald. Deze vertaling kennen we nu onder de naam Septuagint, wat “70” betekent, een verwijzing naar de 70 vertalers. De opmerkelijke betrouwbaarheid van de teksten van het Oude Testament is bevestigd door de recente ontdekking van de Dode Zee-rollen.

 

 

boekrol van het Oude Testament

boekrol van het Oude Testament

 

 

 Het Nieuwe Testament

 

Na een profetische stilte van ongeveer 400 jaar, kwam Jezus in ongeveer 4 voor Christus in beeld. Jezus citeert in Zijn leer vaak uit het Oude Testament, Hij verklaarde dat Hij niet was gekomen om de Joodse Schrift teksten te vernietigen, maar om ze te vervullen.

 

In Lucas 24:44 zegt Jezus tegen zijn discipelen dat “alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”

 

Van ongeveer 40 tot 90 na Christus schreven de ooggetuigen van het leven van Jezus Christus. Het waren Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Paulus, Jakobus, Petrus en Judas die de Evangeliën, de brieven en andere boeken van het Nieuwe Testament schreven. Deze schrijvers citeren uit 31 boeken van het Oude Testament. Hun materiaal verspreidde zich zo snel, dat de vroege christenen deze verzameling schriftteksten rond 150 na Christus al het Nieuwe Verbond noemden.

In de 3e eeuw na Christus werden deze teksten vertaald naar het Latijn, Koptisch (Egypte) en Syrisch en alom verspreid. Op dit moment werden ten minst 21 van deze werken gezien als door God ingegeven teksten. Later, in 397 na Christus, werden de huidige 27 boeken van het Nieuwe Testament door het Concilie van Carthago formeel bevestigd en gecanoniseerd.

Net zoals het geval is voor het Oude Testament, hebben we overtuigend bewijs dat het hedendaagse Nieuwe Testament bijzonder nauwkeurig is. Dit wordt duidelijk wanneer we het vergelijken met de oorspronkelijke manuscripten. We hebben de beschikking over ongeveer 24.000 Bijbelse manuscripten die vóór de uitvinding van de drukpers met de hand werden geschreven. Hieronder bevinden zich meer dan 5.300 Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament. De Bijbel is veel beter behouden dan de alom aanvaarde werken van Homerus, Plato en Aristoteles.

Uiteraard werd de Bijbel, toen deze van land tot land werd verspreid, vertaald naar talen die de betekenis van de oorspronkelijke talen (Grieks en Hebreeuws) niet noodzakelijkerwijs vlekkeloos weergeven. Maar naast grammaticale en culturele verschillen is Gods Woord door de eeuwen heen opmerkelijk goed vertaald en behouden. De Bijbel biedt nu inspiratie aan honderden miljoenen mensen over de hele wereld. En dat is mogelijk omdat de Bijbel daadwerkelijk het geïnspireerde Woord van God is (2 Timoteüs 3:16-17 en 2 Petrus 1:20-21).

 

 

nieuwe_testament

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Is de Bijbel tegenstrijdig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

gods-zegen

 

 

Er zijn veel mensen die vinden, dat duidelijk te constateren is, dat de Bijbel op veel plaatsen tegenstrijdigheden laat zien. Er zijn talloze boeken verschenen waarin die tegenstrijdigheden worden aangewezen waaruit men de conclusie kan trekken dat de Bijbel is niet het onfeilbare Woord van God is.

 

Een onjuiste conclusie. Want in de Bijbel is géén sprake van tegenstrijdigheden. 

 

Er wordt vaak gesuggereerd dat er veel tegenstrijdigheden in de Bijbel staan of belangrijke zaken waarover ge-makkelijk meningsverschillen ontstaan. Vaak wordt dit als argument gebruikt om de Bijbel niet als waarheid te aanvaarden en dus ook niet te lezen. Eigenlijk zijn er maar heel weinig meningsverschillen over de fundamentele boodschap van de Bijbel. Heel veel tegenstrijdigheden kunnen opgelost worden door goed te lezen wat er nu eigenlijk staat. Door de Bijbel verkeerd te begrijpen kan men een verkeerde interpretatie ervan krijgen.

.

.

 

Klopt er iets niet?

 

Voorbeeld 1

 

(2 Sam. 24) In hoofdstuk 24 van het boek Samuël staat bijna letterlijk hetzelfde verhaal als in I Kronieken 21. Maar in het eerste staat: ‘De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda. In Kronieken staat daarentegen: ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tel-len. Tegenstrijdig zou je zeggen; in het ene boek wordt aan God toegeschreven, wat in het andere de Satan doet.

 

 

voorbeeld 2

 

 Als (16: 18-25) je de verzen uit het boek Samuël leest en vergelijkt met die van(17: 55-58), dan lijkt het alsof in het ene gedeelte Saul David en zijn vader wel, en in het andere gedeelte alsof hij hen niet gekend zou hebben.

 

 

voorbeeld 3

 

In Mattheus 21 : 2 wordt gesproken over een ezelin en een veulen die door Jezus voor Zijn intocht gevorderd worden. Maar in Lucas 19 : 30 is er alleen maar sprake van een veulen. Waren het nu twee dieren of was het er maar één? Mattheus schrijft, dat de (Matth. 27: 44) rovers, die samen met Jezus gekruisigd waren, Hem beschimp-ten. Terwijl Lucas schrijft, dat slechts één (Luc. 23: 39) van de rover Jezus lasterde.

 

 

voorbeeld 4

 

Er is een schijnbare, grote tegenstrijdigheid tussen de teksten, die hier zijn vermeld. Rom. 4 : 5: ‘Degene echter, die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid. (Jac. 2 : 24): ‘Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. , Beide schrijvers wijzen daarbij op Abraham. Het is duidelijk dat zij conclusies trekken die precies tegenover elkaar staan.

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Is de Bijbel niet het onfeilbare Woord van God?

 

Heel wat tegenstrijdigheden zijn te herleiden tot fouten, die bij het overschrijven van de Bijbel gemaakt zijn. Ook bij het doorgeven van de oorspronkelijke handschriften zijn er fouten ingeslopen, die natuurlijk heel gemakkelijk gemaakt worden. Men mag echter niet de auteur de fout toerekenen die de zetter gemaakt heeft. Ook de Bijbel mag niet onbetrouwbaar genoemd worden, omdat er bij het overschrijven in latere tijden door de schrijvers ver-gissingen zijn gemaakt. Zulke fouten zijn overigens niet moeilijk te ontdekken en te herstellen. Er is zelfs een aparte wetenschap voor: de tekstkritiek. Tekstkritiek is heel iets anders dan kritiek op de Bijbel als het Woord van God. Het is geen aanval op de Bijbel, maar juist uit grote eerbied voor het Woord bedreven.

 

 

Tegendeel van tegenstrijdig

 

Wie dieper ingaat op de vermeende tegenstrijdigheden in de Bijbel, zal ontdekken dat ze in feite niet bestaan. Bij elk gedeelte van de Bijbel moet je rekening houden met het grotere geheel en met het doel dat de schrijver be-oogt. In de boeken Koningen bijvoorbeeld, worden koningen, die een heel belangrijke politieke rol hebben ver-vuld soms maar heel kort genoemd, en worden politiek veel minder belangrijke koningen uitvoerig beschreven. Het is duidelijk dat het de schrijver gaat om de betekenis van een vorst voor het rijk en de dienst van God.

Alleen dat van de geschiedenis van Israël wordt beschreven, wat nodig is om te laten zien, hoe God ondanks de zonden van zijn volk, Zijn Rijk doet komen en Zijn belofte vervult. De beschrijving van de geschiedenis staat in het teken van de Verlosser, die eens zal komen. De boeken Koningen zijn één geheel met de boeken Samuël, waarin vooral benadrukt wordt hoe vaak de koning en het volk van Israël het Verbond met God verbreken. De boeken Kronieken hebben een heel ander doel op het oog. Daarin wordt de heerlijkheid beschreven die God geeft aan David en zijn huis. Daarin wordt ook gewezen op de vijandschap tegen God en Zijn volk.

Het is de vijandschap van de satan tegen het Koninkrijk van God, de Satan die altijd het volk van God van Hem probeert af te leiden. Dan wordt ook de schijnbare tegenstrijdigheid verklaarbaar. In Samuël is het God, die David tegen Israël opzet, omdat Zijn toorn ontbrand is vanwege de zonden van Zijn volk. En Kronieken laat zien, dat God daarbij gebruik maakt van de Satan als middel om David aan te zetten een volkstelling te organiseren. Ook die andere tegenstrijdigheid of Saul al dan niet van de afkomst van David op de hoogte was, is verklaarbaar. Saul zal heus wel geweten hebben, wie Davids vader was. Maar hij staat versteld dat zo’n eenvoudige schaapherder en citerspeler in staat is een geweldige reus als Goliath te overwinnen. De vraag van Saul komt voort uit z’n verba-zing: Zit dat soms in de familie? Heeft hij dat soms van zijn vader?

 

 

De mens draagt de tien geboden, wetten voor eeuwig

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Gelovig aanvaarden

 

Jezus heeft, dat blijkt overduidelijk uit het Nieuwe Testament, het hele Oude Testament aanvaard als het Woord van God. Wie er het breekijzer van de kritiek in durft te zetten komt in strijd met wat Hij zegt dat (Joh. 10: 35) de Schrift niet gebroken kan worden. Het Woord heeft bindende kracht. Kritiek op de Bijbel moet in het voet-spoor van Jezus afgewezen worden. Er is geen wezenlijk verschil tussen wat er in Mattheüs en Lucas staat betref-fende één of twee dieren bij de intocht van Jezus. Iedere oosterse boer wist, dat een veulen niet wil lopen als de moeder niet meegaat. Mattheüs wijst daarop in zijn evangelie. Lucas schrijft enkel dat Jezus op het veulen ging zitten.

Het verschil over het lasteren van één of twee rovers is evenmin een tegenstelling. Mattheüs laat zien dat de lastering komt van mede gekruisigden, terwijl Lucas de majesteit van het lijden van Jezus toont. Er staat geschreven dat een misdadiger en een Romeinse hoofdman tot andere gedachten zullen komen. Het is heel goed mogelijk dat eerst beide rovers Jezus bespot hebben en dat later één van hen onder de indruk kwam van de majesteit van Christus in Zijn lijden en zo tot inkeer gekomen is.

De tegenstelling tussen Paulus en Jacobus blijkt ook schijn als duidelijk wordt waar het de schrijvers om gaat. In zijn brief aan de Romeinen waarschuwt Paulus zijn lezers tegen de leer van de Joden, die Jezus als Redder verwer-pen. Zij geloven dat zij door het nauwkeurig houden van de wet (Rom. 4 : 1-8) – door hun eigen inspanningen dus – behouden worden. Paulus vertelt dat Abraham niet vanwege zijn daden gerechtvaardigd werd, maar omdat Hij God op Zijn Woord vertrouwde.

Dat geloof van Abraham bleek wel heel duidelijk, toen God Abraham op de proef stelde, door hem zijn enige zoon Isak te laten (Gen. 22) offeren. En net als Abraham, zegt Paulus, kunnen ook wij alleen behouden worden door te geloven in Jezus. Jacobus  (Jac.2: 21) legt de klemtoon op de daden over het gebeuren met Abraham. Hij zegt dat Abraham uit werken (daden) gerechtvaardigd is toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde.

Dat lijkt het omgekeerde van wat Paulus schrijft, maar dat is het niet. Het gaat Paulus en Jacobus beide om een levend geloof, dat zichtbaar wordt in wat je doet of laat. Goede daden kunnen je niet behouden, zegt Paulus. Al-leen door te geloven ga je vrijuit bij God. Als je zegt te geloven, zonder dat men daar iets van ziet in je leven, dan is dat geloof dood, zegt Jacobus. Trouwens, ook Paulus schrijft dat heel duidelijk: (Gal.5 : 6) Het geloof moet zich door de liefde uiten. Oppervlakkig gezien leek het een tegenstelling tussen wat beide apostelen schreven. Maar het blijkt hetzelfde te zijn; het gaat niet om een geloof waar je alleen maar over praat, maar om een geloof waar je ook naar doet.

 

 

Laat je overwinnen

 

Schijnbare tegenstellingen in de Bijbel blijken na nader onderzoek vaak alleen maar schijn te zijn. Natuurlijk zijn er op sommige plaatsen zaken die moeilijk te verklaren zijn. Wie bidt tot God om inzichten te krijgen in zijn Woord, zal die altijd krijgen. Neem de Bijbel en lees de Bijbel. Laat je overwinnen door de liefde van God, waarvan de Bijbel vol staat.

.

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Een Bijbelcode of toeval !

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bijbelcodes zijn modellen, voorafschaduwingen en codes in de Bijbel die bewijs leveren voor een Goddelijke integratie van de 66 afzonderlijke boeken; de boeken die over een periode van bijna 1600 jaar door 40 verschillende auteurs werden geschreven.

 

 

 

De genealogie in Genesis

 

Genealogie is de geschiedkundige studie die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam. Door de Bijbel heen zijn Bijbelcodes gebaseerd op allerlei alledaagse dingen, waaronder na-men en genealogieën. Laten we meteen maar toegeven dat dergelijke lijsten op het eerste gezicht erg saai lijken. Maar wanneer we vooruitgang boeken zul je zien dat Bijbelse namen en genealogieën niet alleen belangrijk zijn als bevestiging van de historische en culturele waarheid van de Bijbel, maar dat zij ook beladen zijn met inzicht, betekenis en soms zelfs een bovennatuurlijk ontwerp.

De eerste genealogie die we in de Bijbel aantreffen gaat van ADAM naar NOACH (Genesis 5). Deze genealogie zal door de hele Bijbel heen (Oude en Nieuwe Testament) om verschillende redenen belangrijk blijken. Men zou kunnen aantonen dat via dit artikel de Bijbel ontworpen is door een schepper. Dit bewijs is gebaseerd op de Hebreeuwse oorsprong van deze chronologisch op elkaar volgende namen  namen.

 

 

genealogy-of-genesis-5-adam-to-noah

 

 

 

ADAM: adomah betekent “man”. Dit is absoluut logisch, omdat hij de eerste mens was.

SET betekent “toegewezen” of “gegeven”. Eva zei: “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven”.

ENOS betekent “sterfelijk”, “broos” of “miserabel”, en werd gebruikt in de context van diepe rouw, ziekte, misère of ellende. In de dagen van Enos begon de mens God te onteren.

KENAN betekent “verdriet”, “requiem” of “elegie”. Nogmaals, dit was een zwarte bladzijde in de geschiedenis en ouders kozen vaak namen voor hun kinderen die verwezen naar de omstandigheden tijdens de geboorte.

MAHALALEL: mahalal betekent “gezegend” of “lof” en El was de naam voor God. Daarom betekent Mahalel traditioneel “de gezegende God” (opmerking: je zult zien dat veel Hebreeuwse namen het woord El bevatten, zoals Dani-el, “God is mijn rechter”, en Nathani-el, “Geschenk van God,” enzovoorts).

JERED: yaradh betekent “zal neerkomen”. Veel schriftgeleerden geloven dat dit afkomstig is uit de tijd waarin de “zonen van God” (gevallen engelen) op aarde “neerkwamen” om de dochters van de mensen te onteren (gemeenschap met vrouwen), wat resulteerde in de zogenaamde Nephilim (de nakomelingen).

HENOCH betekent “onderwijzen” of “aanvang”. Later in de Bijbel leren we dat Henoch de eerste was van vier generaties priesters.

METUSELACH: muth betekent “dood” en shalach betekent “brengen” of “voortbrengen”. Daarom betekent zijn volledige naam “zijn dood zal brengen”.

LAMECH (waarvan de stam nog steeds te zien is in ons woord “lamenteren”) betekent hier in de Hebreeuwse context “wanhopend”.

NOACH: nacham betekent “verlossing bieden” of “troost”.

 

 

 

Als we dit alles nu op een rijtje zetten, dan vinden we:

 

Bijbelcodes

 

 

 

Is het mogelijk dat Gods reddingsplan voor de mens al meteen hier in het begin van de Bijbel gevonden kan wor-den?

“(De) Mens (is) sterfelijk verdriet toegewezen; (maar) de gezegende God zal neerkomen (om te) onderwijzen (dat) Zijn dood rust zal brengen (aan) de wanhopenden.”

 

 

 

Het tegenargument 

 

Natuurlijk zullen sommigen beargumenteren dat deze Bijbelcode de oorspronkelijke betekenis van de Hebreeuw-se stamwoorden uitrekt, zodat ze overeenstemmen met het Nieuwe Testament. Anderen zouden kunnen beargu-menteren dat dit alles pas achteraf werd verzonnen. Maar je kunt ons er niet van overtuigen dat een groep Jood-se rabbijnen met opzet probeerde een samenvatting van het christelijke Evangelie te verbergen op deze plek in het begin van de Bijbel, in de genealogie van hun zo dierbare Thora.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Bijbel en Profetieën.

Standaard

categorie : religie

 

 

De profetieën in de Bijbel zijn talrijk en beslaan een groot aantal gebeurtenissen. Gods Woord is een opwindend boek dat gevuld is met Zijn beloften en doeleinden. “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd…” (2 Timoteüs 3:16). Hij heeft ons profetische Schriftteksten gegeven, zodat we kunnen begrijpen wat er in het heden plaatsvindt en in de toekomst nog zal plaatsvinden. Zo kunnen wij onze hoop op Hem alleen vestigen.

 

 

6521009

 

 

In tegenstelling tot onszelf opereert God niet op een lineaire tijdbalk. Hij is alziend en almachtig. Hij weet wat er was, wat er is, en wat nog zal komen. En dat allemaal op hetzelfde moment! Het is voor het menselijke verstand moeilijk te bevatten. En toch heeft de Heer, om ons te helpen, ons profetie gegeven om ons te bemoedigen en ons een glimp te geven van Zijn plannen, Zijn oordelen en Zijn zegens.

 

In Openbaring 1:3 zegt Hij: “Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich hou-den aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.”

  • Van de 66 boeken in de Bijbel zijn er 17 gewijd aan profetie.
  • Zestien van deze boeken staan in het Oude Testament.
  • Openbaring is het enige profetische boek in het Nieuwe Testament.

 

Maar profetische verzen zijn door de hele Bijbel heen te vinden. Gods eerste profetische verkondiging vinden we in Genesis 3:15, wanneer Hij Satan aanspreekt over zijn verleiding van Eva. Sommige profetieën voorspellen de opkomst en ondergang van koninkrijken.

Een groot aantal van de profetieën in het Oude Testament wordt Messiaanse profetie genoemd; deze profetieën hebben betrekking op de komende Messias. Deze Schriftteksten zijn een overtuigende bevestiging van de nauw-keurigheid van de Bijbelse profetieën. Hier volg slechts een greep uit de honderden profetieën:

 

De vier Evangeliën in het Nieuwe Testament staan vol vervullingen van deze Messiaanse Profetieën door Jezus Christus. Zij voorspelden niet alleen (met 100% nauwkeurigheid) Zijn eerste komst om voor onze zonden te beta-len, maar verhalen ook over Zijn tweede komst (de wederkomst) om als Koning der Koningen te heersen (Openbaring 19:11-16).

Veel mensen denken dat profetieën mysterieus en onwerkelijk zijn. Om te begrijpen wat profetie precies inhoudt en voor ons vandaag de dag betekent, moeten we ons bewust zijn van het werkelijke bereik van de profetieën en de bedoeling van God. Profetie verbindt het verleden, het heden en de toekomst van de mensheid en geeft ons zo een balans van Gods complete en eeuwige doel.

 

 

 

WAT DENK JIJ?

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De zegen van het vasten

Standaard

Categorie : Religie

 

 

 

 

 

De zegen van het vasten

 

In Handelingen 13:2 en 3 en 14:23 wordt over het vasten geschreven. Wordt van ons ook verwacht dat we als christenen regelmatig vasten? Wat leert de Bijbel ons hierover? 

 

Antwoord:

 

Matteüs 6:16-18

 

16 En als jullie een dag niets eten om je op God te richten, laat dat dan niet aan de mensen merken. De schijnheilige mensen laten dat wél aan iedereen zien. Ze zetten een heel somber gezicht op, kammen hun haar niet en wassen hun gezicht niet, zodat iedereen het weet. Luister goed! Ik zeg jullie dat ze hun hele beloning al hebben gekregen. 17 Maar jullie zeg Ik: als jullie niets eten om je op God te richten, kam dan gewoon je haar en was gewoon je gezicht. 18 Dan weten de mensen het niet, maar alleen jullie Vader weet het, want Hij ziet de verborgen dingen. En Hij zal jullie er openlijk voor belonen.”

 

 

Matteüs 9:14-17

 

14 Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe. Ze vroegen: “Wij en de Farizeeërs slaan op sommige dagen het eten over. Waarom doen úw leerlingen dat niet?” 15 Jezus zei tegen hen: “Hoe kunnen de gasten op een bruiloftsfeest verdrietig zijn? Ze zijn gekomen om met de bruidegom feest te vieren! Maar er zal een tijd komen dat de Bruidegom niet meer bij hen is. Dán zullen ze niets eten.”16 Hij vertelde hun een voorbeeld om het uit te leggen: “Niemand gebruikt een nieuwe lap om een oud kledingstuk te repareren. Want de opgenaaide lap zal krimpen en een scheur trekken in het kledingstuk. Dan is het gat nog groter geworden. 17 Ook doe je nieuwe wijn niet in oude wijnzakken. Want de wijnzakken zullen barsten door het gisten van de wijn. Dan loopt de wijn weg en de zakken zijn kapot. Maar nieuwe wijn doe je in nieuwe wijnzakken. Dan blijft de wijn bewaard en de zakken blijven heel.”

 

 

Jesaja 58:1-9

 

1 De Heer zei tegen mij: “Roep zo hard als je kan. Houd je niet in. Roep met een stem zo luid als een trompet naar mijn volk Israël wat ze allemaal voor slechte dingen doen. Vertel hun hoe slecht ze zijn. 2 Elke dag komen ze bij Mij. Ze lijken ernaar te verlangen Mij te kennen. Ze vragen Mij om goed voor hen te zijn omdat ze vinden dat ze daar recht op hebben. Ze lijken graag bij Mij te willen zijn. 3 En ze zeggen verbaasd: ‘We slaan op vaste dagen het eten over, maar U ziet het niet eens. We doen moeite voor U, maar U let er niet op!’

Maar Ik zeg tegen mijn volk: Op de dagen dat jullie het eten overslaan, doen jullie gewoon waar jullie zin in hebben in plaats van dat jullie spijt hebben van jullie slechtheid. Ook zetten jullie je arbeiders gewoon aan het werk in plaats van dat jullie hun vrij geven zoals de wet zegt. 4 In de tijd dat jullie niet eten, maken jullie ruzie met elkaar en vechten jullie. Zo heb Ik het niet bedoeld. Daarom luister Ik niet naar jullie gebeden. 5 Heb Ík soms tegen jullie gezegd dat jullie de hele dag je hoofd moeten laten hangen? Dat jullie rouwkleren moeten dragen en op as moeten slapen? Moet Ik dáár blij mee zijn?

6 Als jullie Mij werkelijk willen dienen, zorg dan voor rechtvaardigheid in het land. Haal het juk waaronder de mensen gebukt gaan, van hun schouders af. Laat de verdrukte mensen vrij. Verbreek elk juk. 7 Geef eten aan de mensen die honger hebben. Geef onderdak aan vluchtelingen. Geef kleren aan de mensen die geen kleren hebben. Wees goed voor je volksgenoten. 8 Dán zal het goed met jullie gaan. Dan zal de zon weer in jullie leven opgaan. Dan zal alle ellende snel voorbij zijn. Mijn goedheid zal voor jullie uit gaan. Mijn macht en majesteit zal jullie beschermen. 9 Als jullie Mij dán roepen, zal Ik jullie antwoorden. Als jullie om hulp schreeuwen, zal Ik zeggen: ‘Kijk, IK BEN!’ Stop met elkaar te verdrukken, te beschuldigen en leugens over elkaar te vertellen.

 

 

 

 

In Matteüs 6:16-18, 9:14-17 en Jesaja 58:1-9 vinden we enkele gedeelten die ook over het vasten gaan. Deze gedeelten laten ons zien, dat het vasten niet uit een plichtsgevoel moet voortkomen, maar veel meer vanuit het hart. Het vasten komt trouwens niet alleen bij het Joodse volk en onder christenen voor. Ook heidense volkeren kennen het vasten (bijvoorbeeld Ninevé, Jona 3:5-10). Het ‘vasten’ wordt in het Oude Testament ook wel ‘verootmoedigen’ genoemd. Er zijn voor Israël twee momenten van vasten ingesteld, namelijk:
– het vasten op de Grote Verzoendag (Leviticus 16:29-31 en 23:27);
– het vasten v.a. 28 juli/augustus ter gelegenheid van de verwoesting van de tempel.

Alle andere momenten van vasten zijn op vrijwilligheid gebaseerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

 

 

In het Oude Testament:

 

-Rouwbedrijven (1 Samuël 31:11-13)

 

11 De bewoners van Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan. 12 Toen gingen alle mannen die met wapens konden omgaan naar Bet-San. Ze liepen de hele nacht door en haalden de lichamen van Saul en zijn zonen van de muur af. Daarna gingen ze naar Jabes terug en verbrandden de lichamen daar. 13 Daarna begroeven ze de botten onder de boom van Jabes. Zeven dagen lang aten ze niets omdat ze over hen treurden.

 

– God ernstig zoeken (2 Samuël 12:16-23)

 

16 David bad alle dagen tot God voor het jongetje. Hij at niets en sliep op de grond. 17 Zijn dienaren probeerden hem over te halen om van de grond op te staan. Maar hij wilde niet en wilde ook niet met hen eten. 18 Na zeven dagen stierf het kind. De dienaren durfden het niet aan David te vertellen. Ze zeiden: “Toen het kind nog leefde, wilde David niet naar ons luisteren. Hoe kunnen wij hem dan nu zeggen dat het kind dood is? Hij zou zich iets kunnen aandoen.” 19 David zag dat zijn dienaren met elkaar liepen te fluisteren. Daardoor begreep hij dat het kind was gestorven. Hij vroeg aan zijn dienaren: “Is het kind gestorven?” Ze zeiden: “Ja, heer.” 20 Toen stond David op van de grond, waste zich, verzorgde zich en deed andere kleren aan. Daarna ging hij het heiligdom van de Heer binnen en boog zich neer. Toen ging hij naar huis terug. Hij vroeg om een maaltijd en ging eten.21 Zijn dienaren vroegen hem: “Waarom doet u dit zo? Toen het kind nog leefde, heeft u gehuild en wilde u niet eten. Maar nu het kind is gestorven, staat u op en eet u weer!” 22 Hij antwoordde: “Toen het kind nog leefde, heb ik gehuild en niet gegeten omdat ik hoopte dat de Heer medelijden zou hebben. Ik hoopte dat Hij het kind zou laten leven. 23 Maar nu is het gestorven. Waarom zou ik hier dan nog mee doorgaan? Ik kan het kind er toch niet mee uit de dood terug krijgen. Ik zal wel naar hem toe gaan, maar het kind komt niet meer naar mij.”

 

 

– Gods redding, hulp zoeken (2 Kronieken 20:1-4)

 

1 Op een keer werd het land aangevallen door de Moabieten, Ammonieten en nog anderen. 2 Josafat kreeg het bericht: “We worden aangevallen door een heel groot leger van de overkant van de zee, uit Aram. Ze zijn al in Hazezon Tamar (dat is Engedi).” 3 Josafat werd bang en besloot de Heer om raad te vragen. Hij zei dat de hele bevolking niet mocht eten, totdat de Heer geantwoord had. 4 Uit alle steden in heel Juda kwamen mensen naar de tempel om de Heer om hulp te vragen. 5 Ze verzamelden zich op het nieuwe buitenplein van de tempel van de Heer.

 

– Gods bescherming zoeken (Esther 4:15-17)

 

15 Ester liet Hatach het volgende antwoord aan Mordechai overbrengen: 16 “Verzamel alle Judeeërs die in de stad Susan wonen. Eet en drink drie dagen en nachten niet. Ook ik en mijn dienaressen zullen drie dagen en nachten niet eten en drinken. Daarna zal ik naar de koning gaan, ook al heeft hij dat verboden. Sterf ik, dan is het niet anders.”17 Mordechai vertrok en deed wat Ester hem had gevraagd.

 

 

– Gods vergeving zoeken (Daniël 9:1-4)

 

1 Darius, de zoon van koning Ahasveros uit Medië, werd koning van de Babyloniërs gemaakt. 2 Toen hij nog maar pas koning was, begreep ik op een dag uit de Boeken dat de Heer tegen de profeet Jeremia gezegd had, dat Jeruzalem 70 jaar lang in puin zou liggen. En ik zag dat die 70 jaren nu bijna voorbij waren. 3 Ik begon daarover tot de Heer te bidden en te smeken. Ik at niet en droeg rouwkleren. 4 Ik bad tot mijn Heer God en ik vertelde Hem over de schuld van mijn volk. Ik zei: “Heer, grote en machtige God, U bent trouw aan uw verbond. U bent goed voor de mensen die van U houden en die leven zoals U het wil.

 

 

 

 

In het Nieuwe Testament:

 

– Als voorbereiding op de bediening (Matteüs 4:1-2)

 

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

 

 

– Goddelijke kracht zoeken (Matteüs 17:19-21)

 

19 Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: “Waarom konden wij die duivelse geest niet uit hem wegjagen?” 20 Hij zei tegen hen: “Doordat jullie geen geloof hadden. Want luister goed! Ik zeg jullie: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze berg zou zeggen: ‘Ga van hier naar daar,’ dan zal hij daarheen gaan. En niets zal onmogelijk voor je zijn. 21 Maar deze soort wordt alleen verjaagd door mensen die bidden en niets eten om zich op God te richten.”

 

 

– Gods wil zoeken (Handelingen 13:1-3)

 

 

1 In de gemeente in Antiochië waren een paar profeten en leraren. Dat waren Barnabas, Simeon Niger, Lucius van Cyrene, Manaän (Manaän was samen met koning Herodes opgegroeid) en Saulus. 2 Op een dag, toen zij zonder te eten de hele dag aan het bidden waren, zei de Heilige Geest tegen hen: “Ik heb een speciale taak voor Barnabas en Saulus.” 3 Ze baden de hele dag en legden hun daarna de handen op om hen te zegenen voor het werk dat ze gingen doen. Daarna lieten ze hen gaan.

 

 

– Gods zegen zoeken (Handelingen 14:21-23)

 

21 Ook in Derbe vertelden ze het goede nieuws. Ze maakten er een groot aantal leerlingen. Daarna gingen ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië in Pisidië. 22 Want ze wilden de leerlingen daar aanmoedigen om het geloof vast te houden. En ze vertelden hun dat we allemaal veel moeilijkheden zullen meemaken als we het Koninkrijk van God willen binnengaan. 23 Daarna wezen ze in elke gemeente leiders aan. Ze baden de hele dag, zonder te eten, en vertrouwden hen daarna toe aan de Heer in wie ze geloofden.

 

 

Bij het vasten gaat het niet zozeer om uiterlijke verschijningsvormen, maar veel meer om een innerlijke houding, die in overeenstemming is met onze levenswandel. Er werd in Israël twee keer per week gevast en wel op maandag en donderdag. Er werden op deze dagen openbare Godsdienstoefeningen op straat gehouden. De Farizeeër in Lucas 18:12 was er trots op dat hij tweemaal per week vastte! Het kwam voor dat bij het vasten geen schoenen gedragen werden, de kleren gescheurd werden en dat men as over het hoofd strooide. Een Griekse woordspeling luidde: ‘Onverschijnbaar verschijnt men om te kunnen schijnen’.

Er werd van zonsopgang tot zonsondergang gevast. Bij één dag vasten werd geheel gevast en bij meerdere dagen at men alleen het hoogstnodige. Het vasten en bidden wordt in de Bijbel vaak aan elkaar gekoppeld. Zo lezen we bijvoorbeeld van Hanna dat ze voortdurend in de tempel God diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). In het vasten onthoudt men zich onder andere van eten, drinken, alcohol, vermaak en seksuele gemeenschap (1 Korintiërs 7:4-5), kortom, alles wat ons van God af zou kunnen leiden. Gods Woord verplicht christenen dus niet om te vasten, maar wijst ons wel op de zegen om op bepaalde momenten, op vrijwillige basis en wanneer het hart ons dringt, te vasten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wie gaat naar de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

Wie gaat naar de hel?

 

Dit is een vraag die heimelijk in de gedachten van veel mensen sluimert, ook al zullen sommigen dat nooit toe-geven. Uiterlijk wordt het idee van de hel door veel mensen belachelijk gemaakt, maar innerlijk worstelen zij nog steeds met de vraag: “Maar wat als er echt een hel zou zijn?” Als er echt een hel is en als dit een werkelijke plaats is, dan moet ook de volgende vraag gesteld worden: “Wie zal er naar de hel gaan?”

 

 

b8f2817473284fc88043729a1e12f51a

 

 

De hel is een plaats van leed en foltering. Deze waarheid wordt door het Oude- en het Nieuwe Testament van de Bijbel duidelijk gemaakt.

 

“De banden van het dodenrijk omklemden mij…” (Psalm 18:6).

“Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg…” (Lucas 16:23).

 

Veel mensen vinden het moeilijk om het bestaan van een plaats als de hel te verzoenen met een goede en lief-devolle God. Velen nemen hier aanstoot aan en gebruiken het als een excuus om God niet te aanbidden. Ze willen niet geloven dat God werkelijk mensen naar de hel zou kunnen laten gaan. Maar een nader en eerlijk onderzoek van de Bijbel zal ons laten zien dat de hel voor ongelovige, onbekeerde mensen en de aartsvijand van God, Satan (de duivel), werd geschapen.

 

“Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.”(Matteüs 25:41).

 

Helaas is Satan, als aartsvijand van God, tijdens zijn hele bestaan al bezig geweest met pogingen om mensen van God af te leiden. Toen Adam en Eva in de hof van Eden in zonde vervielen, nadat zij hiertoe door Satan werden aangezet (Genesis 3), verviel de hele mensheid in een toestand waarin mensen geestelijk dood waren. Ook al wa-ren zij lichamelijk in leven, zij waren dood voor de Heilige God voor wie zij werden geschapen. Zij waren dood voor de God met wie zij zouden moeten samenzijn.

Hierdoor moest God Zijn Zoon, Jezus Christus, naar de aarde sturen om de zonden van de mens weg te nemen en hem weer met God te verzoenen. De volkomen weerzin van God ten opzichte van de zonde en Zijn volledige haat voor het kwaad werd op Golgotha op de schouders van Zijn Zoon gelegd. Jezus werd gekruisigd, de mens werd die toorn bespaard.

 

Het enige wat God van ons vraagt is de aanvaarding van Jezus en Zijn vreselijke offergave. Dit is een handeling die uit geloof voortkomt. Deze handeling erkent dat wij zondaars zijn en dat Jezus’ offergave onze enige weg is naar een verzoening met God.

 

Wanneer een mens deze offergave afwijst, dan sluit hij zich in wezen aan bij de vijand van God. God zegt in Zijn Woord dat Satan en zijn volgelingen hun uiteindelijke bestemming de hel zal zijn.

 

 

8ba8c2fd46c719c301b047b5b28c3633

 

 

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put.” (Jesaja 14:12-15)

 

Wie zal er naar de hel gaan? Satan, ongetwijfeld. Maar net zoals Satan God afwees en Hem tegenwerkte, en daar-om naar die plaats van foltering wordt gestuurd, zo zal ook een mens die weigert om Christus te aanvaarden dit lot delen en zo aan de toorn van God worden blootgesteld.

 

“Laten de goddelozen weggaan naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten” (Psalm 9:18).

 

Tegengesteld aan wat velen geloven en ook anderen willen laten geloven, heeft dit niets te maken met het be-gaan van de een of andere zonde. Een mens eindigt alleen maar in de hel omdat hij of zij de Zoon van God heeft afgewezen. Nadat God toestond dat Zijn Zoon door middel van een kruisiging werd vermoord en Zijn grootse macht toonde door Hem uit de dood op te wekken, nadat Hij dit alles gedaan had om ons tot Hem terug te bren-gen, zullen wij ongetwijfeld verloren gaan als we niet bereid zijn om in Christus te geloven.

 

“Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.” (Johannes 3:18)

 

 

Zie hieronder getuigenis van Bill Wiese die 23 minuten in de hel is geweest :

 

 

 https://www.youtube.com/watch?v=AYxKRoONrfY

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel

 

 

 

 

 

De Openbaring aan Johannes en de brieven aan de christelijke gemeenten : Openbaring 1,2 en 3

Standaard

categorie : De Openbaring

 

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 uit net Nieuwe Testament: de openbaring

aan Johannes en de brieven aan de christelijke gemeenten

 

 

 

Hoofdstuk 1,2 en 3

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, al-hoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een pro-fetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren ken-nen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toe-komst tegemoet kunnen gaan.

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Meerdere vertalingen van de Bijbel : twee voorbeelden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Hieronder laten we nu een tweetal fragmenten volgen, in de verschillende vertalingen. Het ene komt uit het Oude Testament en het andere uit het Nieuwe Testament.

 

Het oudtestamentische fragment dat genomen is uit Jesaja 2:4-5. De “Hij” waar het mee begint is de Here.

 

.

 

Delftse Bijbel

 

Ende hi sal oerdelen die heyden, ende sal berispen vele volkes.
Ende si sullen smeden haer zwaerde inden ploechyseren,
ende haer speren inden zekelen.
Di lude en sullen ieghen die lude dat zwaert niet opheffen
noch voertmeer en sullen si hem niet meer oeffenen tot stride.
Jacobs huys, coemt ende wandelen wi in ons gods licht.

Het vlaams van de Delftse Bijbel is gemakkelijker te lezen dan het Westnederduits van de Keulse Bijbel.

 

 

Keulse Bijbel

 

Ende hey sall ordelen de heyden
ende sal berispen vele volckes
Ende sullen smeden ere swerde in plochiseren
ende ere speer in sichten
Dat volck en sal dat swert
tegen dat volck niet upheven
noch vortmeer en sullen se sich niet oeven toe striden
Jacobs huis kom ende wanderen wy in unses godes licht.

Tachtig jaar later leest de vernederlandste Luthertekst als volgt:

 

 

Liesveldtbijbel

 

Ende hy sal rechten onder de heydenen,
ende straffen veel volcx.
Dan sullen sy haer sweerden tot ploechijsers,
ende haer spiessen tot seyssenen ende sickelen maken.
Want daer gheen volck zijn en sal,
dat deen mes teghen dat ander op heffe.
Ende sy en sullen voortaen niet meer leeren oorlooghen.
O ghy huys Jacobs coemt herwaerts,
laet ons wandelen int licht des Heeren.

De vrijere vertaling van Luther blijkt bijv. uit de vierde regel (zeisen en sikkels), uit het mes in regel zes en uit de meer omslachtige formulering van de laatste zin.

Vergelijk dit met de:

 

 

Deux Aes Bijbel

 

Ende hy sal richten onder de heydenen,
ende straffen vele volcken:
soo sullen sy hare sweerden tot ploechijseren,
ende hare spiessen tot sickelen maken:
want gheen volck en sal teghen het ander een sweert opheffen,
ende en sullen voortaen niet meer krijgen leeren.
Coemt ghy vanden huyse Jacobs, latet ons wandelen
in den lichte der Heeren.

De Statenvertaling sluit hier betrekkelijk dicht bij aan:

 

 

Statenvertaling (1637)

 

Ende hy sal richten onder de heydenen,
ende bestraffen vele volckeren;
ende sy sullen hare sweerden slaen tot spaden,
ende hare spiessen tot sickelen:
het [eene] volck en sal tegen het [ander] volck geen sweert opheffen,
noch sy en sullen geen oorloge meer leren.
Comt ghy huys Jacobs, ende laett ons wandelen
in den lichte des Heeren.

Vergelijk de spelling en het taalgebruik (bijv. zoals in regel zes) nu eens met een “moderne” Statenvertaling:

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

En Hij zal rechten onder de heidenen,
en bestraffen vele volken;
en zij zullen hunne zwaarden slaan tot spaden,
en hunne spiesen tot sikkelen;
het (eene) volk zal tegen het (andere) volk geen zwaard opheffen,
en zij zullen geen oorlog meer leren.
Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen
in het licht des Heren.

En vergelijk dat nu weer eens met de Nieuwe Vertaling van het NBG:

 

 

Nieuwe Vertaling (NBG’51)

 

En Hij zal richten tussen volk en volk
en rechtspreken over machtige natiën.
Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden
en hun speren tot snoeimessen;
geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen,
en zij zullen de oorlog niet meer leren.
Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des Heeren.

U ziet dat de ploegscharen (regel 3) weer terug zijn, maar de volken en heidenen (natiën) in regel 1 en 2 zijn van plaats verwisseld.

 

 

Moerentorf

 

Ende hy zal de heydenen oordeelen
ende veel volken straffen
ende zy sullen hare swaarden versmeden tot ploeg-ijseren
ende hare lancien tot seijssenen
Volk tegen volk en salder geen swaart heffen
nog zy en sullen meer ten strijde geoeffent worden
Gy huys van Jacob komt ende laat ons wandelen in ’t licht des Heeren.

Vergelijk dit eens met de Statenvertaling uit 1637.

 

 

Petrus Canisius Vertaling

 

Hij zal tussen de volkeren scheidsrechter zijn,
en recht verschaffen aan machtige naties:
dan smeden ze hun zwaarden tot ploegijzers om,
en hun lansen tot sikkels;
geen volk trekt zijn zwaard meer tegen een ander,
en niemand oefent zich voor de strijd.
Op, huis van Jakob; laat ons wandelen in Jahweh’s licht!

Hier wordt de verbondsnaam Jahweh gebruikt in plaats van het in protestantse Bijbels gebruikelijke Heere.

 

 

Willibrord

 

Hij zal recht doen tussen de vele volken,
en machtige naties tuchtigen.
Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen
en hun speerpunten tot sikkels.
Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander
en de oorlog leren ze niet meer.
Huis van Jakob, komt,
laat ons wandelen in het licht van Jahwe.

Dit is duidelijk weer wat moderner

 

 

Groot Nieuws Bijbel

 

Hij zal rechtspreken
tussen machtige volken
en geschillen oplossen tussen talloze naties.
Dan smeden ze hun zwaarden om tot ploegscharen,
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk neemt nog de wapens op,
nooit meer bereidt men zich voor op de oorlog.
Nakomelingen van Jakob,
kom, laten we gaan,
de Heer verlicht onze weg.

De oproep in het laatste vers om in Gods licht te wandelen is hier een verzekering geworden dat dat gebeurt.

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

Hij zal rechtspreken tussen de volken,
over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee,
laten wij leven in het licht van de Heer.

Dan wat meer richting parafrase:

 

 

Bijbel in Gewone Taal (BGT)

.

Daar zal God als een rechter tegen hen spreken.
Hij zal hun leren wat goed en slecht is.
Dan zullen ze hun zwaarden en speren laten smelten in het vuur,
en zij zullen er gereedschap van maken.
Dan zullen de volken niet meer tegen elkaar strijden,
ze zullen niet meer weten wat oorlog is.
Volk van Israël, kom, ga mee!
Laten we leven zoals de Heer het wil

En tot slot een echte parafrase:

 

 

Het Boek

 

De Here zal internationale geschillen beslechten; alle volken van de aarde zullen hun wapens veranderen in vreedzame gereedschappen;
hun zwaarden zullen zij omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen.
Nergens zal meer oorlog worden gevoerd en niemand zal meer worden opgeleid tot militair.
Och Israël, laten wij wandelen in het licht van de Here en Zijn wetten gehoorzamen.

.

 

.

Het nieuwtestamentische fragment. Dit is genomen uit Paulus’ brief aan de Filippenzen, hfd. 2:1-2. De Delftse Bijbel bevatte geen N. T. We beginnen dus met de Keulse Bijbel, die hier wel bijzonder moeilijk leest.

 

 

 

.

Keulse Bijbel

 

Hirumb is enige troest in christo
dat is de geordeniert sy to christo
off enige solacie der lyeffde
is enige geselschop des geystes
sint enige inwendyge gheleder der verbarmynghu
soe vervullet myne vroude
up dat gy smaket dat selve
hebbende de selve lievede
eindrachtich volende dat selve.

Uit vergelijking met de volgende vertalingen blijkt duidelijk dat de Latijnse uitgangstekst afweek van de Griekse (regel 2 en 9 bijv.).

 

 

Liesveldtbijbel

 

Is nu onder u eenige vermaninge in Christo
is daer eenighen troost der liefde
isser eenige gemeijnscap des Geests
isser eenighe hertelijcke liefde ende bermherticheyt
so vervult mijn vruecht
dat ghi eens gemoets ende sins zijt
gelijcke liefde hebt.

Vergelijk dit eens met de Biestkens Bijbel hieronder.

 

 

Biestkens Bijbel

 

Is’t dat nu onder u eenighe vermaninghe in Christo is,
isser eenige troost der liefde,
isser eenige ghemeynschap des geests,
isser eenige hertelijcke liefde ende barmhertigheyt:
soo vervult mijn vreughde:
dat ghy eens moets ende sins weest,
gelijcke liefde hebbende.

De dichterlijke stijl van Paulus is hier duidelijk weergegeven.

 

 

Deux Aes Bijbel

 

So dan is daer eenige vermaninge in Christo,
is daer eenige vertroostinge der liefde,
is daer eenighe ghemeynschap des Gheests,
zijn daer eenighe hertgrondelijcke bewegingen ende ontfermingen:
So vervult myn blijschap: dat ghy heden eens gesint zijt
eenderley liefde hebbende, eenmoedich ende eenderley gevoelende.

 

 

Statenvertaling (1637)

 

Indiender dan eenige vertroostinge is in Christo,
indiender eenigen troost is der liefde,
indiender eenige gemeynschap is des Geests
indiender eenige innerlijcke bewegingen ende ontfermingen zijn
so vervult mijne blijdtschap,
dat ghy mooght eens gesint zijn,
deselve liefde hebbende
van een gemoet
(ende) van een gevoelen zijnde.

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

Indien er dan eenige vertroosting is in Christus,
indien er eenige troost is der liefde,
indien er eenige gemeenschap is des Geestes,
indien er eenige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn,
zoo vervult mijne blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn
dezelfde liefde hebbende, van één gemoed en van één gevoelen zijnde.

Deze vertalingen sluiten dicht aan bij die van de Deux Aes Bijbel.

 

 

Nieuwe Vertaling (NBG’51)

 

Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden) in Christus,
indien er enige bemoediging is der liefde,
indien er enige gemeenschap is des geestes,
indien er enige ontferming en barmhartigheid is,
maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn,
één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven.

Hier wordt al een poging gedaan met de vertaling ook de bedoeling van Paulus’ woorden te verduidelijken.

 

 

Moerentorfbijbel

 

Daarom isser eenig vertroostinge in Christo,
isser eenig solaas der liefden,
isser eenige gemeenschap des geest,
zijnder eenige hartgrondelijke ontferminge,
Soo vervult mijn blijdschap, dat gij een gevoelen moogt hebben,
een liefde hebbende, eendrachtig, een sin hebbende.

Deze (katholieke) vertaling lijkt verrassend veel op de (calvinistische) Deux Aes Bijbel, hoewel uit het Latijn vertaald.

 

 

Petrus Canisius Vertaling

 

Wanneer dan een vermaning in Christus of een liefderijk woord, geestesgemeenschap, hartelijkheid of deernis nog vat op u heeft
maakt dan mijn vreugde volkomen door eensgezind te zijn,
de onderlinge liefde te bewaren en eenstemmig hetzelfde na te streven.

Bovenstaande vertaling is evenals de volgende duidelijk veel vrijer.

 

 

Willibrord Vertaling

 

Als dan vermaning in Christus
en liefdevolle bemoediging iets vermogen,
als gemeenschap van Geest, als hartelijkheid en mededogen
u iets zeggen, maakt dan mijn vreugde volkomen
door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde
uw saamhorigheid en eensgezindheid.

 

 

Groot Nieuws Bijbel

 

Als ik u in naam van Christus mag vermanen
en liefdevol aanmoedigen,
als gemeenschap van Geest en gevoelens van genegenheid
en meeleven u iets zeggen
maak mij dan volmaakt blij door eensgezind te zijn.
Leef in dezelfde liefde, wees gelijkgezind en streef naar eenheid.

De invloed van de vertaalstijl, die ook de Willibrord Vertaling kenmerkt, is hier duidelijk zichtbaar.

In een voorbeeld van een parafrase:

 

 

Het Boek

 

Als u elkaar in Christus helpt, als u elkaar met liefde bemoedigt, als u door de Geest één bent met elkaar, als u zich over elkaar ontfermt en liefdevol met elkaar omgaat, maak mij dan helemaal gelukkig door het onderling eens te zijn en elkaar lief te hebben. Streef – één van hart en ziel – naar echte eenheid.

De vergelijking tussen de laatste twee vertalingen toont duidelijk dat de vertalers verschillende opvattingen hadden (Als ik u…, tegenover: als u elkaar…).

Dan de nieuwe vertaling.

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.

Wat in deze vertaling opvalt, is dat de slotzin niet wordt gepresenteerd als afhankelijk van in eerdere bijzinnen genoemde ‘voorwaarden’, maar als een logisch hoogtepunt, waarbij de eerdere bijzinnen geen voorwaarden meer zijn maar constateringen. In feite staat daar in het Grieks inderdaad telkens een woord dat vaak ‘indien’ betekent, maar dat de vertalers hier kennelijk hebben opgevat als ‘aangezien nu’ wat in principe ook een mogelijke betekenis is.

We eindigen deze reeks door twee moderne uitgaven tegenover elkaar te zetten: de Herziene Statenvertaling (HSV) waar dicht bij de grondtekst is gebleven, en de Bijbel in Gewone Taal (BGT) als een moderne doeltaal gerichte vertaling.

 

 

Herziene Statenvertaling (HSV)

 

Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen.

 

 

Bijbel in Gewone Taal (BGT)

 

Christus geeft jullie moed, en hij troost jullie met zijn liefde. Door de heilige Geest zijn jullie met elkaar verbonden. Jullie zijn goed voor elkaar en jullie leven met elkaar mee. Daar ben ik blij om. En mijn vreugde zal volmaakt zijn als jullie helemaal één zijn. Als jullie allemaal hetzelfde willen, het met elkaar eens zijn en allemaal veel van elkaar houden.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget