Tagarchief: nieuwe testament

Getallen met betekenis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

We zien Christus als een leeuw die waakt over twee gegooide dobbelstenen. De linker dobbelsteen heeft 4 ogen en de rechter dobbelsteen heeft 3 ogen.

 

Het getal 4 in de Bijbel verwijst naar een boodschap die alom bekend zal gemaakt worden. Zo hebben we bijvoorbeeld de 4 evangelisten die de boodschap van het Nieuwe Testament wereldwijd zouden verspreiden. Nog een voorbeeld zijn de 4 ruiters van de Apocalyps in de Openbaring die de eindtijden wereldwijd zullen aankondigen.

Het getal 3 staat symbool voor de éénheid en goedkeuring van de Heilige Drievuldigheid.

Samen maken de dobbelstenen het heilige getal 7 dat symbool staat voor het einde van een periode met vernieuwing. Zo hebben we in de Bijbel de 7 plagen van Egypte, de 7 zegels in de Openbaring, de 7 bazuinen in de Openbaring enz.

 

 

De uitleg over het gehele tafereel 

 

De persoon aan wie de tekening is toegewezen zal voor een periode met het getal 4 (dagen, maanden of jaren) op zichzelf toegewezen zijn om bepaalde spirituele ervaringen in zich op te nemen onder controle van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dan komt een nieuwe fase van spirituele groei die leidt tot hereniging met een spiritueel leider die onomkeerbaar zal zijn. De persoon zal, na een inwijding, zonder angst onzichtbare entiteiten kunnen aanroepen om Satan af te weren en om Gods plan te verwezenlijken.

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Waarom vier evangeliën?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

 

De Bijbel is niet een enkel boek maar een verzameling van verschillende boeken en geschriften. Als je de Bijbel openslaat kom je al gauw tot de ontdekking dat dit ‘boek’ uit twee hoofddelen bestaat, te weten: het Oude Testament en het Nieuwe Testament

 

 

Het Oude Testament

 

Het eerste deel, vaak afgekort tot OT, omvat de boeken die het Joodse volk heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het voorrecht van de Jood o.a. is dat “hun de woorden van God zijn toevertrouwd” (Rm 3:1,2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Het tweede deel, vaak afgekort tot NT, omvat de geschriften na

(1) de komst van Jezus Christus op aarde,

(2) zijn dood op het kruis,

(3) de opstanding uit de doden,

(4) zijn hemelvaart en

(5) de uitstorting van de Heilige Geest op aarde, zijn opgesteld.

 

Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.

 

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de vier Evangeliën

 

– het evangelie opgesteld door Mattheüs;
– het evangelie opgesteld door Markus;
– het evangelie opgesteld door Lukas en
– het evangelie opgesteld door Johannes.

 

Natuurlijk komt dan de vraag op waarom er vier evangeliën zijn. Kon dat niet met één? Dat zou het geval zijn als de vier slechts herhalingen waren van wat Jezus Christus gedaan heeft. Nu kan men bij de eerste drie wel aan herhalingen denken want ze beschrijven veel dezelfde gebeurtenissen. Dat geldt niet voor het vierde evangelie want dat is totaal verschillend van de andere drie, maar ook de eerste drie vertonen toch wel kenmerkende verschillen.  Deze verschillen hebben te maken met het doel dat de schrijvers voor ogen stond bij het opstellen van hun boek.

 

 

 

Door verschillende uitleggers uit het verleden is dat doel als volgt aangegeven

 

– Mattheüs heeft als doel de Heer Jezus voor te stellen als de koning;
– Markus beschrijft Hem als de profeet / dienstknecht;
– Lukas schildert de Heer als de Mensenzoon en
– Johannes tekent hem als de Zoon van God.

Johannes geeft het doel dat hij heeft met zoveel woorden aan in Jh 20:31. Bij de anderen moet men het afleiden uit de inhoud.

 

 

 

De vier evangeliën worden elk gekenmerkt door een bepaalde uitdrukking die er regelmatig in voorkomt

 

– bij Mattheüs is dat de uitdrukking “opdat vervuld zou worden”;
– bij Markus komen we regelmatig de uitdrukking “terstond” tegen (ruim
40 maal);
– bij Lukas zijn het de woorden “en het gebeurde”;
– bij Johannes is de kenmerkende uitdrukking “gezonden”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De 10 geboden van Mozes en Marcus 12 : 29-31

Standaard

categorie : religie

 

 

             De 10 geboden uit het Oude Testament

 

 

 

 

 

     

 

  Het Nieuwe Testament > Marcus 12 : 29-31

 

29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heer, onze God, is de enige Heer. 30 En gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. 31 En het tweede aan dit is gelijk : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod, groter dan deze.

 

 

 

 

  Gelijkenissen

 

*De 10 geboden bevatten de 10 leefregels waar de mens zich moet aan houden. Volgens Exodus ontving Mozes op de berg Horeb in de Sinaï woestijn deze wetten op twee stenen tabletten. Toen Mozes de berg afdaalde en zag hoe het volk een gouden kalf had gemaakt en aanbad, gooide hij de tabletten stuk. Nadat God Mozes opdroeg een tweede versie van de stenen tabletten te maken, las hij de wetten het volk voor en bewaarde ze in de Arc van het Verbond. God gaf de wetten aan Mozes ongeveer 1400 jaar voor de geboorte van Christus. Ze staan vermeld in het boek Exodus in het oude Testament.

*De woorden van Christus over het eerste en tweede gebod zijn de wetten genoteerd in het Nieuwe Testament. Het zijn de woorden van de Heer zelf als vleesgeworden God op aarde.

We zien duidelijk een gelijkenis met de eerste vijf geboden van de wetten die Mozes ontving van God en het eerste gebod van Christus waarin staat dat God onze enige Heer is en dat we Hem moeten beminnen met geheel ons hart, ziel, verstand en kracht. Wie dat uitvoert luistert naar zijn naam, knielt niet voor een andere onbestaande God, aanbidt geen beelden, misbruikt zijn naam niet verkeerd en respecteert de rustdag aan hem toegewijd.

De gelijkenis tussen de laatste vijf geboden van de wetten van Mozes en het tweede gebod van Christus zijn ook treffend. Wie zijn naaste bemint als zichzelf doodt geen andere mensen, zorgt goed voor zijn man of vrouw, steelt niet, liegt niet en is niet  jaloers op anderen.

De 10 geboden worden ook bevestigd binnen de Islam. De bijbel en de Thora ( Joodse geloof- en wetboeken ) worden ook gerekend tot de heilige boeken. In de Koran komen de geboden meerdere malen voor.

Ps : het getal 10 drukt in de bijbel de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God.

 

 

Vb: de wetten van Mozes ( Exodus 20 en 34 )

het geven van de tienden ( Gen 14: 20 en 20: 22 )

de 10 dagen op proef ( Dan 1: 12 )

de 10 slaven en ponden ( Luc19: 13 )

de 10 regels van het Onze Vader

 

 

Afbeelding (2)

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vruchten en Gaven van de Heilige Geest

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Een gave van de Geest (charisma) is een bijzondere gave van de Heilige Geest, die niet kan worden verkregen door de bemiddeling van de Kerk.

 

 

 

 

 

Genadegave

 

Charisma is een Grieks woord. Het is verwant met charis, dat letterlijk betekent: ‘iets wat iemands vreugde opwekt’. ‘Charis’ wordt in christelijk perspectief ook wel vertaald met ‘genade’. Inderdaad is een charisma een genadevolle gave: een gave die een mens onverdiend ten deel valt. Iemand die een genadevolle gave heeft ontvangen, heet een Charismaticus.

 

1. Het woord van wijsheid

Woorden, waaruit een bovennatuurlijke wijsheid blijkt. Lees Handelingen 6:3.

 

 

2. Het woord van kennis

Uitingen die blijk geven van een bovennatuurlijk inzicht, zoals bijv. het blootleggen van zaken die anders geheim zouden zijn gebleven. Lees Handelingen 5:3,4.

 

 

3. De onderscheiding van geesten

Een kennen van de ware geestelijke bron van het handelen van iemand. Het doorzien van de geest, die in en door iemand aan het werk is.

 

 

4. De gave van geloof

Een groot vertrouwen in God – het evenaart een ‘zeker weten’ – dat iets gerealiseerd zal worden tot de eer van God.

 

 

5. De gaven van genezingen

Er is verschil van mening over wat hier precies werd bedoeld: de gave om zieken te genezen of de genezing zelf. In het laatste geval is de genezing (op gebed of / en geloof) de gave van de Geest.

 

 

6. De werking van krachten/wonderwerken

Hieronder vallen ongetwijfeld ook de zeer bijzondere, ongewoon snelle genezingen waarin de scheppende kracht van God wordt gemanifesteerd, zoals bijv. het doen aangroeien van een verminkt of ontbrekend lichaamsdeel.

 

 

7. De gave van profetie

Het spreken door directe inspiratie van de Geest namens de Heer.

 

 

8. Het spreken in allerlei tongen

Het spreken in een taal die niet is geleerd en die meestal voor de spreker zelf ook onverstaanbaar is.

 

 

9. De vertolking van tongen

De vertolking van de uiting die voor de spreker zelf en de leden van de gemeente onverstaanbaar was.

 

 

 

 

 

Men spreekt ook wel over negen charismata

 

De charismata (meervoud van charisma) zijn gaven die de Heilige Geest uitdeelt aan personen met het oog op het Heil van anderen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs onderscheidt de Apostel Paulus negen charismata:

 

aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven;

aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest;

aan een derde door dezelfde Geest het geloof;

en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen,

de kracht om wonderen te doen,

de gave van de profetie,

de onderscheiding van geesten,

het vermogen om in talen te spreken

of de betekenis ervan uit te leggen.

 

Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. (1 Kor. 12, 8-11). De middeleeuwse kerkleraar Thomas van Aquino heeft deze negen charismata in zijn Summa Theologiae geïnterpreteerd. (Summa Theologiae II, IIae, qu 171 e.v.)

 

 

1 : het woord van wijsheid

Als een christen over het ‘woord van wijsheid’ beschikt, dan is hij in staa zijn mede gelovigen te helpen om uit de geloofswaarheden conclusies te trekken die de geloofsleer verrijken.

 

 

2 : het woord van kennis

Het is niet helemaal duidelijk wat het ‘woord van kennis’ precies inhoudt. Sommige theologen denken dat het woord van kennis het vermogen is om menselijke kennis in dienst te stellen van de verklaring van de Heilige Schrift.

 

 

3 : de gave van het geloof

Met het charisma van het geloof wordt niet bedoeld het vermogen om te geloven in datgene wat er is geopenbaard. Het gaat bij dit charisma volgens Thomas om een bijzondere zekerheid met betrekking tot wonderen die staan te gebeuren.

 

 

4 : de gave van de genezing

Het genezingscharisma moet worden onderscheiden van de vaardigheden van een arts. Het gaat er hier om mensen lichamelijk en geestelijk te reinigen van het Kwaad. Genezing is op deze wijze een teken van Gods verlossende kracht.

 

 

5 : het doen van wonderen

Als een gelovige een wonder verricht dan doet hij of zij dit niet uit eigen kracht, maar dankzij de Heilige Geest. Het doel van dit charisma is niet het doen van onverklaarbare dingen, maar de bekrachtiging van de Blijde Boodschap. Charismatici die wonderen verrichten zoeken beslist niet de faam van de tovenaar, maar proberen met hun bijzondere handelwijze de verkondiging geloofwaardig te maken.

 

 

6 : profetie

Vaak denkt men bij profetie aan het doen van een toekomstvoorspelling. Maar iemand die de profetische gave heeft ontvangen is bovenal een doorgever van goddelijke boodschappen. De RK-Kerk leert dat een profetie van een charismaticus nooit iets wezenlijks kan toevoegen aan datgene wat al geopenbaard is. Het charisma van de profetie is vooral bedoeld om de geloofsgemeenschap te sterken in het geloof.

 

 

7 : onderscheiding der geesten

De onderscheiding der geesten is het heldere inzicht waardoor een goede intentie van een kwade kan worden onderscheiden. Omdat het kwade vaak de gedaante van het goede aanneemt, beschermt dit charisma de geloofsgemeenschap tegen valse profeten, oplichters en de Antichrist, de aartsvijand van Christus’ Kerk.

 

 

8 en 9 : spreken en vertolken van talen

Het charisma van de gave der talen kan tot uiting komen in glossolalie of xenoglossie. Glossolalie komt voor bij mensen die vervuld zijn van de Geest. In deze extatische toestand spreken zij een onbegrijpelijke taal. Xenoglossie is het charisma om talen te spreken die de spreker eigenlijk onbekend zijn. De apostel Paulus spreekt wat de talengave betreft ook nog van het charisma van de vertolking. Dit charisma betreft het vermogen om de onbegrijpelijke taal van glossolalie te verklaren en om vreemde talen te verstaan, zonder ze geleerd te hebben.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

HOE SPREEKT DE BIJBEL OVER DE HEILIGE GEEST ?

 

1. De Heilige Geest in het Oude Testament.

 

-Het Oude Testament noemt de (Heilige) Geest 88 keer.
-23 van de 39 boeken hebben iets over de Heilige Geest te vertellen.
-De benaming Heilige(n) Geest word maar 3x gebruikt.
Psalm 51:11, Jesaja 63:10,11
-Andere benamingen worden ook gebruikt zoals “de Geest van God”. (Genesis 1)

En verder:

a. De Heilige Geest werd voorspeld: Numeri 11:17,25,29; 2; 1 Samuël 10:9-14.

b. Voorspelling van een algemene uitstorting: Joël 2:28,29; Jesaja 28:11,12; 32:1,15; 44:3;
Ezechiël 36:27.

c. De Messias zal met de Geest vervuld zijn; Jesaja 61:1-3.

 

 

 

2. De Heilige Geest in het Nieuwe Testament:

 

-In het Nieuwe Testament word de Heilige Geest 264 keer genoemd
-Ongeveer 60 keer in de vier Evangeliën.
-Het boek van Handelingen heeft 57 referenties.
-De brieven bevatten 132 referenties
-Drie brieven maken geen referentie naar de Heilige Geest en dat zijn Filemon, 2 Johannes en 3 Johannes.

De Heilige Geest heeft altijd een hele belangrijke rol gespeeld in het plan van God.

 

 

 

 

 

De rol van de Heilige Geest in het leven van Jezus

 

1. Jezus werd geboren door verwekking van de Heilige Geest. (Matteus 1: 20, Lukas 1:30-35)

 

2. Verschillende mensen werden geïnspireerd door de Heilige Geest om hen kennis te laten hebben van de geboorte van Jezus.

-Elizabeth. Lukas 1: 41, 42.
-Zacharias. Lukas 1: 67-79
-Simeon. Die het kleine kind zag toen het in de Tempel voorgedragen werd. Luk. 2: 25-35

 

3. Zijn aanwezigheid bij de doop van Jezus.

-Hij kwam in de vorm van een duif. Matteus 3:13-17, Lukas 3: 21-22

 

4. Zijn aanwezigheid gedurende de verleidingen in de woestijn.

-Jezus was vervuld van de Geest. Lukas 4: 1
-Werd de woestijn ingeleid om verzocht te worden. Lukas 4:1

 

5. Zijn aanwezigheid gedurende de bediening van Jezus.

-Jezus kwam in de “kracht van de Geest” om te leren in de Synagoge. Lukas 4: 14-15
-Hij refereerde naar de Profeet Jesaja toen die had gezegd: “de Geest van God is op mij”. Lukas 4: 16-19
-Bij één gebeurtenis werd er gezegd dat Jezus zich verheugde in de Geest. Lukas 10:21
-Jezus zei dat Hij de duivelen uitwierp door de Geest. Matteus 12: 28

 

 

 

Nog andere werken van de Heilige Geest

 

A. Bij de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus

 

Er zijn acht verwijzingen naar de werkzaamheid van de Heilige Geest in de eerste twee hoofdstukken van Lucas. De verwijzingen spreken van een ‘luid roepen’ en ‘profeteren’ onder de kracht van de Heilige Geest.

a. Gabriël informeert Zacharias dat zijn zoon met de Heilige Geest vervuld zal zijn; Lucas 1:15.
b. Gabriël informeert Maria dat de Heilige Geest over haar zou komen; Lucas 1:35.
c. Elisabeth vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:41,42.
d. Zacharias vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:67.
e. Maria vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:46-55.
f. Johannes de Doper gesterkt door de Heilige. Geest; Lucas 1:80.
g. Simeon was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:25-27.
h. Anna was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:36.

 

 

B. In het leven van Jezus

 

a. De Heilige Geest daalde op Jezus; Matteüs 3:16.
b. Jezus werd door de Geest gedreven naar de woestijn; Marcus 1:12.
c. Kwam terug in de kracht van de Heilige Geest; Lucas 4:14.
d. Offerde zichzelf zonder vlek aan God op; Matteüs 12:28.
e. Gaf bevelen aan de apostelen; Handelingen 1:2.

 

 

C. Aankondigingen van de Heilige Geest

 

a. Johannes de Doper; Lucas 3:16.
b. Als een rivier van water; Johannes 7:37.38.
c. De Vader geeft de Heilige Geest; Lucas 11:13.
d. Een andere Trooster komt; Johannes 14:16.
e. Christus blies op de discipelen; Johannes 20:22.

 

 

 

 

 

 

De Heilige Geest in het leven van een christen

 

 

1. Zijn rol in het vormen van christenen

 

-We worden overtuigd van zonde door de Heilige Geest. Johannes 16:7,8
-We worden opnieuw geboren door de Geest. Johannes 3:5-8
-We worden vernieuwd door de Heilige Geest. Titus 3:4-6

 

 

2. Zijn rol in het leven van christenen

 

-We leven in en door de Geest. Galaten 5:25
-We moeten in de Geest wandelen. Galaten 5:25
-We moeten dienen in de nieuwe staat des Geestes. Romeinen 7:5-6, 8:5-6
-Het is bij de Geest dat we het vlees doden. Romeinen 8:12-14
-Alleen als we door de Geest van God geleid worden zijn we zonen van God. Romeinen 8: 14
-De Heilige Geest pleit voor ons. Romeinen 8:26
-God geeft ons kracht door de Geest. Efeziërs 3: 16
-Wij hebben de gemeenschap des Heiligen Geestes. 2 Korintiërs 13:13, Filippenzen. 2:1 -De Geest Gods woont in ons. 1 Korintiërs 3:16, 6:19

 

 

3. De rol van de Heilige Geest in de openbaring van Gods woord

 

1. De geschriften kwamen door de inspiratie van de Heilige Geest. 2 Petrus 1: 20-21, 1 Petrus 1:10-11
2. Jezus vertelde Zijn dicipelen dat zij geleid zouden worden in “alle waarheid” door de Heilige Geest. Johannes 14:25-26, 16:12-13
3. Er is geen andere manier om de waarheid van God te kennen zonder de woorden van de Heilige Geest die geopenbaard werd aan de Apostelen. 1 Korintiërs 2: 10-13

 

 

 

Geschonken bekwaamheden

 

Geestelijke gaven worden door God geschonken via de Heilige Geest. De Heilige Geest is God-in-actie, God die aan het werk is in ons leven. Hij schenkt ons die gaven uit pure gulheid. Als je bepaalde gaven ontvangen hebt, hoeft dat dus nog helemaal niet te betekenen dat je een bijzonder geestelijk of toegewijd christen bent. Je kunt de geestelijke gaven op geen enkele manier verdienen, ze zijn absoluut gratis. En God deelt ze uit overeenkomstig zijn genade en zijn bedoeling met ieders leven.

God deelt gaven uit aan wie Hij wil (1 Corinthiërs 12:11). Er zijn geen christenen zonder een geestelijke gave. Ieder lid van het lichaam van Christus heeft er minstens één ontvangen. Als iemand zijn eigen gaven nog niet kent, betekent dat niet dat hij geen gaven heeft maar dat hij ze nog niet heeft ontdekt. Daarbij worden geestelijke gaven niet geschonken om persoonlijk van te genieten, maar om er anderen mee te zegenen.

Ze worden gegeven ‘tot welzijn van allen’ want ze zijn bestemd voor het lichaam van Christus. Als je je dus afzijdig houdt van de gemeenschap van de gelovigen, kunnen anderen niet door jouw gaven gezegend worden.Dan kun je je gaven niet gebruiken zoals God ze bedoeld heeft, want ze zijn bestemd voor de opbouw van de gemeente (Efeziërs 4:12). Ik kan het ook anders zeggen: geestelijke gaven zijn ervoor bedoeld om een bijdrage te leveren aan datgene waartoe de gemeente in zijn geheel geroepen is.

Daarbij denk ik aan woorden als: aanbidden, vieren, liefhebben, omzien naar elkaar, onderwijzen, verkondigen, evangeliseren, dienen. Natuurlijk kun je niet op elk terrein van de gemeenteopbouw actief zijn. Je geestelijke gave bepaalt wat jouw belangrijkste bijdrage aan het geheel mag zijn.

 

 

 

 

 

Geestelijke gaven

 

De Bijbel kent geen complete lijst waarin alle geestelijke gaven die er maar zijn vermeld staan.
Zo’n lijst zou ook niet mogelijk zijn, want er bestaat geen afgebakend getal van geestelijke gaven.
De Heilige Geest is vrij om in een bepaalde tijd weer nieuwe gaven met het oog op de nood van die tijd te schenken.

Hoewel het niet mogelijk is een complete lijst met alle geestelijke gaven weer te geven, vinden we er in de Bijbel een heleboel genoemd die nog steeds voorkomen en van belang zijn. In Romeinen 12:1-8 worden genoemd: profetie, dienen, leren (onderwijs geven), bemoedigen (zielszorg), geven, leiding geven en barmhartigheid.

In 1 Corinthiërs 12 vinden we: wijsheid, kennis, geloof, genezing, wonderen, profetie, onderscheiding van geesten, tongen, vertolking van tongen, apostelschap, leren (onderwijs geven), helpen, besturen (organiseren). Efeziërs 4 noemt: apostelschap, profetie, evangelisatie, herderschap en leren (onderwijs geven).

Daarnaast vinden we in de Bijbel gaven als: ongehuwd zijn (1 Corinthiërs 7:7), vrijwillige armoede en martelaarschap (1 Corinthiërs 13:1-3), gastvrijheid (1 Petrus 4:9), zendeling (Galaten 1:15 en 16), artistieke creativiteit (Exodus 31:3) en muziek (1 Kronieken 16:41).

 

 

 

Gaven en talenten

 

Dikwijls wordt gevraagd wat nu het verschil is tussen geestelijke gaven en de natuurlijke talenten die alle mensen hebben.

 

Natuurlijke talenten zijn bekwaamheden die de goede Schepper in zijn algemene genade aan alle mensen schenkt bij hun geboorte met het oog op het leven in de samenleving. Geestelijke gaven zijn bekwaamheden die God de Heilige Geest, als de Vernieuwer van ons leven, aan alle christenen schenkt bij hun wedergeboorte met het oog op de opbouw van de gemeente.

Genadegaven vallen niet samen met natuurlijke talenten, maar hangen er vaak wel mee samen.
De Heilige Geest kan onze natuurlijke talenten in dienst nemen, heiligen en boven zichzelf uit laten reiken. Zo kan Hij onze natuurlijke vermogens transformeren tot geestelijke gaven.

 

 

 

Hoe leer je je gaven kennen?

 

Vaak merken anderen in de gemeente je gaven eerder op dan jezelf. Dan gaan ze je vragen om juist die dingen die bij je gaven horen, vaker te doen. Soms zullen ze het zelfs tegen je zeggen: “Ik ervaar dat God jou die of die gave heeft gegeven.”Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zulke dingen tegen elkaar zeggen. Het is een bevestiging en kan je helpen om meer helderheid over je gaven te krijgen.

Soms zul je het zelf ontdekken doordat het je opvalt dat bepaalde dingen je goed afgaan, dat je er vreugde in vindt en dat God je zo gebruikt. Soms ontdek je het door te experimenteren. Door allerlei dingen aan te pakken en te zien hoe het gaat. Dan zal ook wel eens blijken dat je bepaalde gaven absoluut niet hebt. Wees er blij om, want op dat terrein zal je voornaamste roeping dan ongetwijfeld niet liggen.

 

 

De Heilige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Juiste houding

 

Er zijn dus vele manieren waarop je je geestelijke gaven kunt ontdekken en ontwikkelen. Het is daarbij wel heel erg belangrijk dat je dat doet in de juiste houding. Het heeft natuurlijk alleen maar zin om je met de geestelijke gaven bezig te houden als je leeft met God en dagelijks bidt om vervuld te mogen zijn met de Heilige Geest. Bovendien is het van wezenlijk belang dat je de gaven waar je om bidt, of die je hoopt te ontdekken of te ontwikkelen, echt wilt gebruiken om te dienen. Zonder de liefde ben je niets.

De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en om anderen op een manier te sturen die in overeenstemming met God’s wil is.

De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijke kwestie of situatie.

De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en om anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.

De gave van het genezen is het miraculeuze vermogen om God’s genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.

De gave van het het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en mirakels uit te voeren die authenticiteit aan God’s Woord en het Evangelie verlenen.

De gave van het profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.

De gave om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.

De gave van het in klanktaal spreken is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je feitelijk niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.

De gave van het uitleggen of interpreteren van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en om deze aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.

De gave van beheren en besturen is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met God’s principes te laten verlopen.

De gave van bijstand verlenen is het hebben van een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en om te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

BEDIENINGEN

 

De gaven van de Geest zijn in principe allemaal voor iedere christen beschikbaar. Alleen bepaalt God wanneer Hij welke gaven  door jou heen openbaart. De kans is klein dat je ooit zult meemaken dat al Gods gaven op één bepaald moment tegelijkertijd door jou heen functioneren. Wel is het heel waarschijnlijk dat je tijdens je leven alle gaven gaat meemaken.

 

Het functioneren van Gods gaven hangt nauw samen met je taak en je rol OP DAT MOMENT in Zijn Koninkrijk en in het bijzonder van zijn gemeente. Zo ontvang je op elk  moment wat je nodig hebt ter bemoediging van de ander en tot opbouw van de gemeente.

Maar het is ook mogelijk dat je God je een bepaalde gave met bijzondere kracht toebedeelt; je ontvangt dan een bediening. Je krijgt dan bijzonder gezag van God om met behulp van die gave Zijn kracht te laten zien. De bekendste voorbeelden: genezers en profeten. Vaak kun je vanuit je bediening ook andere christenen helpen om op een zuivere manier met die gave om te gaan.

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Charisma versus kerkelijk ambt

 

 In tegenstelling tot het kerkelijk Ambt wordt een charisma niet door bemiddeling van de Kerk door de Geest bekrachtigd, maar rechtstreeks ingestort. De Geest kiest wie Hij wil. Soms leidt dat tot een conflict tussen kerkelijke ambtsdragers en charismatici. Het kerkelijk leergezag vindt dat charismatici niet hoger staan dan ambtsdragers.

 

 

 

Parapsychologie

 

Omdat charismata vaak gepaard gaan met onverklaarbare verschijnselen, zijn ze geliefde objecten van de psychologie en de parapsychologie. In de parapsychologie worden sommige paranormale verschijnselen die bij christelijke heiligen zijn waargenomen als charismata aangeduid, ofschoon de Kerk dit woord bij deze verschijnselen vermijdt. In de Kerk is namelijk echt alleen sprake van een charisma als de Heilige Geest de oorsprong van het verschijnsel is.

Paranormale verschijnselen die bij vergissing als charismata worden aangeduid zijn bijvoorbeeld stigmatisatie (het ontvangen van Christus’ wonden), levitatie (als een persoon opstijgt), bilocatie (als een persoon op twee plaatsen tegelijk verschijnt), helderziendheid en salamandrie (als iemand niet door vuur verbrand raakt).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

 

 

12598026-Chapter-1-of-the-Book-of-Genesis-in-the-Old-Testament-of-the-Holy-Bible-Stock-Photo

.

.

Exodus 3:22 vs. Exodus 20:15

.

Exodus 3:22
zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Exodus 20:15
15 Gij zult niet stelen.

 

Ten eerste, God kan natuurlijk zijn eigen geboden overrulen, zoals Hij ook deed in het Nieuwe Testament (zoals hier en hier).

Ten tweede, het Bijbelgedeelte van Exodus 3:22 is compleet uit de context gerukt. Laat ik eerst de directe context van dat vers citeren:

Exodus 3:21, 22
21 En Ik zal bewerken, dat de Egyptenaren dit volk gunstig gezind zijn, zodat gij, wanneer gij wegtrekt, niet ledig wegtrekt: 22 iedere vrouw moet dan van haar buurvrouw en van haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen en klederen, die gij uw zoons en dochters te dragen geeft; zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Maar nog is de context niet compleet. Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd van Abram. Dit is wat God in een droom tegen Abram zei:

Genesis 15:12-14
12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.

De bezittingen die de Hebreeën meenamen uit Egypte, vormden in feite hun salaris, omdat ze meerdere generaties als slaven voor de Egyptenaren gewerkt hadden. En dit was allemaal al voorspeld.

 

 

 

Exodus 15:3 vs. Romeinen  15:33

.

Exodus 15:3
3 De HERE is een krijgsheld;
HERE is zijn naam.

Romeinen 15:33
33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.

 

Dit is geen contradictie. God is compleet. God is een ‘God des vredes’ omdat vrede is wat Hij uiteindelijk wil. Maar Hij is ook een Krijgsman in de zin van Nehemia 4:20:

Nehemia 4:20
20 Onze God zal voor ons strijden.

 

 

 

 

 

Exodus 20:5 vs. Ezechiël 18:20

.

Exodus 20:5
5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,

 

Ezechiël 18:20
20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.

 

De context van Ezechiël 18 gaat duidelijk over een zoon die zijn vader niet navolgt in het kwade, maar het goede doet. In Exodus 20:5 staat niet dat degenen die hun leven beteren (t.o.v. hun ouders) gestraft zullen worden.

 

 

 

Exodus 20:13 vs. 1 Samuel 15:3

.

Exodus 20:13
13 Gij zult niet doodslaan.

1 Samuël 15:3
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.

 

Dat God zijn eigen geboden kan overrulen is in dit geval zelfs irrelevant, omdat er een andere reden is waarom dit beslist geen contradictie is.

Het is belangrijk het verschil in te zien tussen enerzijds het individu en anderzijds de staat of de overheid. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wil zeggen dat een individu niet op eigen gezag een ander individu mag vermoorden, maar het wil niet zeggen dat de staat niet het recht heeft iemand het leven te benemen, hetzij in een oorlog, hetzij als veroordeling van een wetsovertreder.

 

 

 

Exodus 31:17 vs. Jesaja 40:28

.

Exodus 31:17
17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

 

Jesaja 40:28
28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.

 

Er is niet de geringste sprake van een tegenstrijdigheid. Omdat God geen fysieke beperkingen heeft, kent Hij in die zin geen vermoeidheid. Dus kan Gods rust in Exodus 31:17 (en Genesis 2:2, Exodus 20:11, Psalmen 95:11 en Hebreeën 4:3) niets te maken hebben met vermoeidheid.

En dat heeft het ook niet. Het Hebreeuwse woord voor ‘gerust’ is ‘shabath’ (daar komt ook het woord ‘sabbat’ vandaan). Wanneer dit woord gebruikt wordt, hoeft het niet te betekenen dat iemand moe is, maar simpelweg dat iemand ophoudt met hetgeen hij mee bezig was.

In deze vorm (voltooide tijd) komt het woord ‘shabath’ 71 keer voor, in de Statenvertaling wordt het als volgt vertaald:

Ophouden 47, rusten 16, afschaffen 2, wegdoen 2, afblijven 1, nalaten 1, staken 1, vernielen 1.

‘Shabath’ betekent in de context van Exodus 31:17 dus ‘ophouden’ of ‘stoppen’ (waar God mee bezig was).

 

 

bible_480

 

 

 

Leviticus 6:7 vs. Hebreeën 10:4

.

Leviticus 6:7
7 En de priester zal over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEREN, en hem zal vergeving geschonken worden, ten aanzien van elke zaak waardoor hij schuld op zich laadt.

 

Hebreeën 10:4
4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.

 

Remko Jorritsma commentarieert:
“De Levitische offers waren een schaduwbeeld van Christus’ offer aan het kruis. In feite neemt de oudtestamentische mens een krediet (voorschot) op de werkelijke vergeving in Christus. M.a.w. de vergeving van zonden wat in het schaduwbeeld door het offerdier in feite niet geschonken kon worden, werd met terugwerkende kracht geratificeerd op het moment dat Christus stierf.”

 

 

 

Numeri 1:23 vs. Numeri  26:14

.

Numeri 1:23
23 de getelden van de stam Simeon waren negenenvijftigduizend driehonderd.

 

Numeri 26:14
14 Dit waren de geslachten der Simeonieten, tweeëntwintigduizend tweehonderd.

 

Dit zijn twee verschillende hoeveelheden op twee verschillende tijdstippen. Tussen de eerste en de tweede telling van Israël hebben er nogal wat uitdunningen plaatsgevonden. Kennelijk waren de Simeonieten zwaar getroffen. Bijvoorbeeld de volgende gebeurtenissen hebben tussen beide tellingen plaatsgehad:

  • Brand in de legerplaats. (Numeri 11:1-3)
  • Verloren veldslag (Numeri 14:39-45)
  • Een door God neergeslagen opstand (Numeri 16:41-50)
  • Aanvankelijke nederlaag (met weggevoerde krijgsgevangenen), maar uiteindelijke overwinning. (Numeri 21:1-3)
  • Slangenplaag. (Numeri 21:4-9)
  • Nog meer militaire overwinningen. (Numeri 21:21-22:1)
  • Gods toorn wegens Israëls afgoderij van Baäl-Peor. (Numeri 25)

Kortom, er is geen enkele reden waarom Numeri 26:14 in tegenspraak zou zijn met Numeri 1:23.

 

 

 

 

 

Numeri 23:19 vs. Jona 3:10

.

Numeri 23:19
19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

 

Jona 3:10
10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouwde’ in Jona (en ook in bijvoorbeeld Genesis 6:6, 7) is uiteraard anders bedoeld dan berouw van zonden (specifiek: berouw om een leugen), zoals in Numeri 23:19. Dat blijkt ook uit het bevel van de koning:

Jona 3:7-10

7 En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouw’ in het onderstreepte gedeelte is in de grondtekst hetzelfde woord. Natuurlijk zagen de inwoners van Nineve in dat zíj degenen waren die berouw van zonden moesten hebben, niet God. Ze wilden, door zich nederig te bekeren, God ertoe brengen de straf, die zij anders zouden krijgen, niet te geven. Zij hadden op dat moment echt niet de arrogantie van God te eisen dat Hij berouw van zonden zou hebben. Dus moet ‘berouw’ in Jona 3:9 en 3:10 een andere betekenis hebben dan het gebruikelijke ‘berouw van zonde.’

‘Berouwde’ impliceert dus een koerswijziging ten opzichte van het scenario dat de inwoners van Nineve zich niet bekeerd zouden hebben.

 

 

 

Numeri 25:9 vs. 1 Korintiërs 10:8

.

Numeri 25:9
9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend.

 

1 Korintiërs 10:8
8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.

 

In Numeri ontbreekt de limitering ‘op één dag.’ De anderen kunnen daarna omgekomen zijn.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Wat is de voorbede?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is de voorbede?

 

Een voorbede is een gebed voor anderen, ook wel een “bemiddelend gebed” of “voorspraak” genoemd. Wanneer iemand een voorbede uitvoert, neemt hij de plaats van een ander in of bepleit hij de zaak van een ander. Een bepaalde studiebijbel definieerde de voorbede als “een heilig, gelovig, volhardend gebed waarin iemand ten voorstaan van God opkomt voor een ander of voor anderen, die Gods tussenkomst dringend nodig hebben.”

 

 

gebed_380x213

 

.

 

De voorbede is het Bijbelse fundament

 

De Bijbelse basis voor het uitvoeren van voorbeden door gelovigen in het Nieuwe Testament is onze roeping om priesters voor God te zijn. Het Woord van God stelt dat :
wij een heilig priesterschap vormen (1 Petrus 2:5).
wij zijn een koninkrijk van priesters zijn (1 Petrus 2:9),
wij priesters voor God zijn (Openbaring 1:5).
De achtergrond die nodig is om deze roeping tot de priesterlijke voorbede te begrijpen, kan in het voorbeeld van het Levitische priesterschap in het Oude Testament worden gevonden. Het was de verantwoordelijkheid van de priester om “ervóór en ertussen” te staan. Hij stond vóór God om Hem te dienen met offers en gaven. De priester stond ook tussen de rechtvaardige God en de zondige mens door hen op de plaats van het bloedoffer samen te brengen.
Hebreeën 7:11-19 legt het verschil uit tussen de bediening van een priester in het Nieuwe Testament en die in het Oude Testament. Het Levitische priesterschap in het Oude Testament werd van generatie op generatie doorgegeven aan de nakomelingen van de stam van Levi. Het “priesterschap van Melchizedek” waarover in deze Schrifttekst wordt gesproken, is de “nieuwe orde” van geestelijke priesters, waarvan Jezus Christus de Hogepriester is. Het priesterschap wordt aan ons doorgegeven via Zijn bloed en onze geestelijke geboorte als nieuwe scheppingen in Christus.
.
.
.
.

Ons rolmodel

 

Jezus Christus is ons model voor de voorbede. Jezus staat vóór God en Hij staat tussen God en de zondige mens, net als de priesters in het Oude Testament:
“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus” (1 Timoteüs 2:5).
“Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons” (Romeinen 8:34).
“Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten” (Hebreeën 7:25).
Jezus brengt de zondige mens en de rechtschapen God samen op de plek van het bloedoffer voor de zonden. Dierenbloed is niet meer noodzakelijk, zoals in het Oude Testament het geval was. We kunnen God nu benaderen op basis van het bloed van Jezus, dat aan het kruis op Golgota werd vergoten voor de vergeving van onze zonden. Door dat bloed van Jezus kunnen wij God ferm en zonder schroom benaderen (Hebreeën 4:14-16).
Toen Jezus hier op aarde was, was Hij een bemiddelaar. Hij bad voor mensen die ziek of door demonen bezeten waren. Hij bad voor Zijn discipelen. Hij bad zelfs voor jou en mij, toen Hij opkwam voor alle mensen die in Hem wilden geloven. Jezus vervolgde Zijn bemiddelende bediening na Zijn dood en opstanding toen Hij naar de Hemel terugkeerde. Hij dient nu als onze bemiddelaar in de Hemel.
.
.
.
De Drievuldigheid van God

De Drievuldigheid van God

 

pasteltekening van John Astria

 

.

.

 Effectieve voorspraak

 

In de voorbede volgen wij de priesterlijke functie uit het Oude Testament en het patroon van Jezus uit het Nieuwe Testament; wij staan vóór God en wij staan tussen God en een zondig mens. Om effectief “tussenbeide” te kunnen staan, moeten we eerst vóór God staan om de intimiteit te ontwikkelen die noodzakelijk is om deze rol te kunnen vervullen.
Numeri 14 is één van de belangrijkste passages over voorbeden in de Bijbel. Mozes kon tussen God en de zondige mens staan, omdat hij eerst “vóór” God had gestaan en een hechte relatie en communicatie met Hem had ontwikkeld.
Numeri 12:8 vertelt ons hoe God met Mozes als een vriend sprak, niet door middel van visioenen en dromen zoals Hij met andere profeten sprak. Als Nieuwtestamentische gelovigen offeren wij geen dieren meer op, zoals dit in het Oude Testament gebeurde. Wij staan voor God om geestelijke offers te brengen: onze aanbidding (Hebreeën 13:15) en onze eigen levens (Romeinen 12:1).
Op basis van deze hechte relatie met God kunnen wij tussen Hem en anderen staan. Zo kunnen wij hun pleitbezorgers en bemiddelaars zijn. Petrus gebruikt twee woorden om zijn priesterlijke taken te beschrijven: Heilig en Koninklijk.
Heiligheid is vereist om voor God te kunnen staan (Hebreeën 12:14).
We zijn alleen in staat om dit te doen dankzij de rechtschapenheid van Christus, niet die van onszelf. Koninklijk is een beschrijving van het koninklijke gezag dat ons als leden van de koninklijke familie is gegeven en ons toegang geeft tot de troonzaal van God.
.
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Het evangelie van Judas.

Standaard

categorie : religie

 

 

Judasevangelie

 

Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.

 

 

Goede boodschap

 

Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.

 

 

Boek

 

De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

 

 

Vier evangeliën

 

De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.

 

 

 

 

Gnosis

 

In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.

 

 

Geest tegenover materie

 

De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.

 

 

 

 

 

Demonen en eonen

 

De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.

 

 

Goddelijke vonk

 

De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.

 

 

Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis

 

Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.

 

 

 

 

 

Gnostische ‘evangeliën’

 

In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.

 

 

Ireneus contra de ketters

 

De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.

 

 

 

 

 

Judas en zijn verraad

 

Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.

 

 

 

 

 

Evangelie van Judas

 

De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).

 

 

Papyri gevonden

 

De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.

 

 

Tchacos

 

De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.

 

 

 

 

 

Hype

 

De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.

 

 

Authenticiteit en datering der papyri

 

Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.

 

 

Korte inhoud van het Judasevangelie

 

De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.

Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.

 

 

Alleen voor geleerden

 

De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.

 

 

Hans van Oort

 

 

‘De mens offeren’

 

Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.

 

 

Een belangrijke tekst?

 

Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.

 

 

Dwaalleer

 

Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.

 

 

 

Fragmenten uit het Judasevengelie

 

Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.

 

Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.

… [Jezus spreekt met de twaalf] …

En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.

Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.

Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.

Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …

… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …

En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].

Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Bergrede of de Zaligsprekingen (Matteüs 5, 1-12)

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bergrede

 

De hoofdstukken 5, 6 en 7 van het Mattheüs evangelie worden samen meestal aangeduid als de Bergrede. Dit deel is het langste, aaneengesloten openbaar optreden van Jezus dat in de evangeliën staat opgetekend. De Bergrede zou zich afspelen in Galilea, en begint ermee dat deze ook letterlijk op een berg gehouden wordt.

De auteur van het Matteüs evangelie zou volgens het evangelie een tollenaar zijn, een belastingambtenaar. Vanuit de kritische exegese is dat moeilijk te onderbouwen. De auteur toont onder meer een gedegen kennis van de Tenach en het Grieks. Voor een tollenaar van joodse komaf is dat niet voor de hand liggend.

Men schat in dat het Mattheüs evangelie geschreven is aan het einde van de eerste eeuw n. Chr. Gezien zijn kennis van de Tenach, het Hebreeuws en Grieks zou de auteur eerder een joods Schriftgeleerde kunnen zijn geweest die bekeerd is tot het christendom.

Volgens Matteüs vindt de Bergrede plaats aan het begin van Jezus’ openbare optreden, na zijn doop (in Mattheüs 3) door Johannes de doper en het bijeen vergaren van zijn eerste vier volgelingen, waaronder Simon Petrus. Matteüs verklaart aan het einde van het vierde hoofdstuk indirect dat de daarop volgende Bergrede in een bredere context past.

Hoofdstuk 4 eindigt ermee dat Jezus door heel Galilea reisde en predikte en dat men in heel Syrië van hem zou hebben gehoord. Een (uitgebreide) historisch-kritische onderbouwing om dit te staven ontbreekt echter. De Bergrede wordt gevolgd door een aantal op zich staande, korte openbare optredens.

Met de Bergrede wordt uitsluitend het bovengenoemde stuk uit Matteüs bedoeld. Het Evangelie volgens Matteüs is echter een zogenoemd synoptisch evangelie, dat veel overeenkomsten vertoond met de Evangeliën volgens Marcus en Lucas. De Veldrede in het Lucas evangelie vertoont de meeste overeenkomsten met de Bergrede, waaronder een viertal Zaligsprekingen, de gulden regel en een aantal ethische normen.

 

 

 

 

 1. Situering van het Bijbelboek in de Bijbel

 

Tekstfragment

 

1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

 

 

 

Situering van het Bijbelboek

 

Matteüs 5, 1-12 situeert zich in het Nieuwe Testament en is een onderdeel van de Bergrede (Matteüs 5-7). Deze acht zaligsprekingen zijn de inleiding van de openbare prediking van Jezus en staan in de Bijbel in het begin van de Bergrede. Inhoudelijk vatten ze Jezus’ ‘preek’ samen.

 

.

.

2. Exegetisch achtergrondluik

 

 

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kerk-der-zaligsprekingen.jpg

 

kerk van de zaligsprekingen

 

 

Jezus sprak tot een grote menigte. We mogen niet vergeten dat zijn zaligsprekingen gericht zijn tot iedere toehoorder die werk wil maken van het koninkrijk van God, in het bijzonder gericht tot wie arm en zwak is. De acht zaligsprekingen moeten als een geheel gezien worden en kunnen gericht zijn tot acht verschillende groepen mensen. Iedere zaligspreking behoort toe tot iedereen.
In de zaligsprekingen worden geen mensen zalig verklaard, maar wel kwaliteiten die mensen kunnen bezitten. Door deze zegeningen worden deze kwaliteiten of posities geclassificeerd als een must voor iedereen. De zegeningen leiden tot een meer bijzondere en vertrouwde relatie met God, de Vader.
.
.
.

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

.
.
Zij, die tot in hun diepste beseffen God nodig te hebben om te kunnen leven, worden zalig genoemd. Immers indien zij de genade van God niet ontvangen, kunnen zij niet functioneren of niet binnentreden in Gods Koninkrijk.
.
.
.
.
.

Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

.
.
Treurenden zijn diegene die het zondige in de wereld tot in hun diepste beseffen en die zich met deze zondigheid niet kunnen verzoenen. De bewogenheid is noodzakelijk. De treurenden zullen getroost worden, zij zullen de vrede ervaren, voor een deel in deze wereld, maar voornamelijk in het hiernamaals. Ook aan hen is de gelukkigheid toebedeeld.
.
.
.
.
.

Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

.
.
Zachtmoedig wordt ook wel ‘lam’ genoemd. Jezus spreekt hier over de personen die zacht van aard zijn, diegene die niet impulsief, kwaad, enzovoort reageren, maar wel wie de situatie aan God overlaat. Zij die dat doen, worden zalig genoemd.
.
.
.
.
.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

.
.
Gerechtigheid kon dubieus opgevat worden. Jezus had het hier over God. God is de maatstaf voor gerechtigheid. Zij zullen verzadigd worden en geen honger of dorst meer hebben naar gerechtigheid. De verzadiging zal deels in deze wereld ervaren worden, maar zal vervolledigd worden in het hiernamaals.
.
.
.
.
.

Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

.
.
Barmhartigheid doet ons denken aan de barmhartige Samaritaan, wie een intens gevoel van medeleven, empathie en bewogenheid toonde in het bieden van hulp. God wordt gezien als de barmhartige Vader, maar verwacht van zijn kinderen ook barmhartigheid. Wie barmhartig is, zal barmhartigheid ondervinden, bijvoorbeeld: wie zonder vergeeft, zal voor zijn zonden door God vergeven worden. De zaligheid situeert zich ook hier in het heden, met de vervollediging in het hiernamaals.
.
.
.
.
.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

.
.
Het hart is de motor voor de verdere weg die wij in ons leven bewandelen. Daarom is het belangrijk een zuiver hart te hebben. Geloven in God is noodzakelijk om een zuiver hart te hebben. Op deze manier gaat de zaligspreking in vervulling: zij zullen God zien. Aan hen zal God zich openbaren.
.
.
.
.
.

Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

.

.
Wanneer een christen verzoend is met Jezus Christus, ontvangt hij vrede. Wie vrede ontvangt, kan vrede geven. Echte vrede is echter pas te vinden in het hiernamaals, bij de wedergeboorte. Vrede mag niet als een evidentie gezien worden, daar het vaak moeilijk is om ware vrede te bereiken. Maar vrede kan nooit ten diepste afgenomen worden. Geloven in Christus zorgt ervoor dat we met God vrede hebben. De belofte “kinderen van God genoemd worden” is opnieuw tweeledig: in deze wereld én in het hiernamaals.
.
.
.
.
.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

.

Jezus zorgt voor een omkering van het waarden- en normenpatroon in de toenmalige wereldcontext. Het was dan ook geen evidentie Jezus te volgen en te geloven. Dit botste met de cultuur van toen en stootte op heel wat reacties. Zalig hen die het aandurven, want als er vervolging is omdat je Jezus gevolgd hebt, word je met vreugde en blijdschap toebedeeld. Dit wijst erop dat je het koninkrijk van de hemel waard bent en zal kunnen betreden.

 

.

.

3. Woordverklaringen

.

Zalig betekent in de hoogste mate aangenaam of heerlijk of heilzaam. In religieuze zin betekent zalig onder andere: het eeuwig heil deelachtig, een toewensing of iemand zalig verklaren. Wanneer een maaltijd genuttigd wordt kan een persoon zeggen dat hij het eten zalig vindt en daarmee bedoelt hij dat het lekker en smakelijk is. In de betekenis van het eeuwig heil deelachtig kent men het woord vanuit de Bijbel in de zin van ‘Zalig de zachtmoedigen’.

De katholieken wensen elkaar met Nieuwjaar en Pasen, respectievelijk een zalig Nieuwjaar en een zalig Pasen. In de betekenis van iemand zalig verklaren gebeurt het binnen de rooms-katholieke kerk dat de paus iemand zalig kan verklaren, hij is de enige die dit mag doen. Iemand zalig verklaren betekent een plechtige verklaring afleggen waardoor een gestorven mens recht heeft op een beperkte openbare verering. Met een zaligverklaring zegt de paus dat deze persoon bij God is.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Wie schreef de Bijbel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Een Brief van God

 

“Wie schreef de Bijbel” is een vraag die ongetwijfeld gesteld wordt door velen die bekend zijn met de invloed die dit boek op zo veel mensen in de wereld heeft gehad.

 

 

 

 

 

De Bijbel geeft ons richting in onze reis door het leven tot aan de oneindigheid, maar leidt ons ook tot een relatie met de God van het universum. Het is een historisch boek dat door de archeologie wordt ondersteund, en een profetisch boek dat al zijn beweringen tot dusver heeft waargemaakt. De Bijbel is Gods brief aan de mensheid, verzameld in 66 boeken die door 40 goddelijk geïnspireerde auteurs zijn geschreven.

Deze schrijvers komen uit alle bevolkingslagen  en beslaan een periode van 1,500 jaar. De beweringen van de Bijbel mogen dan wel erg dramatisch of onrealistisch lijken, maar een zorgvuldige en eerlijke bestudering van de Bijbelse geschriften zal aantonen dat deze waar zijn.

 

 

 

 Bewijs voor Goddelijke Inspiratie

 

“Wie schreef de Bijbel” is een vraag die met zekerheid beantwoord kan worden door de bijbelse teksten te beschouwen in het licht van extern bewijs waardoor deze worden ondersteund.

  •  2 Timoteüs 3:16 : “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd”
  •  2 Petrus 1:20-21:  “dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.”

 

 

De Bijbel zelf vertelt ons dat God zelf de auteur is van Zijn boek

 

Maar God laat ons niet achter met alleen beweringen in de Bijbel over Zijn goddelijke bediening, hij ondersteunt deze ook met overtuigend bewijs. Het ontwerp van de Bijbel zelf is al een wonder. Geschreven over een periode van meer dan 1,500 jaar door een groot aantal verschillende schrijvers, maar toch is elk boek in de Bijbel consequent wat de boodschap betreft.

Deze 66 boeken praten over geschiedenis, profetie, poëzie, en theologie. Ondanks verschillen in schrijfstijlen en tijdsverschillen, stemmen de boeken van de Bijbel op miraculeuze wijze met elkaar overeen in hun thema, feiten en kruisverwijzingen. Geen enkel mens zou zo een ingewikkelde combinatie van boeken over een periode van 1,500 jaar kunnen plannen.

De Bijbelmanuscripten hebben de tand des tijds overleefd. De meeste geschriften uit de oudheid, die op zwakke materialen zoals papyrus werden geschreven, zijn compleet verdwenen. En toch zijn veel kopieën van het Oude Testament bewaard gebleven. De Dode Zee rollen bijvoorbeeld bevatten alle boeken van het Oude Testament, behalve Ester, en worden teruggedateerd tot voor de tijd van Christus. Er bestaan meer dan 24,000 manuscripten van het Nieuwe Testament, waarvan de oudste kan worden gedateerd tot  24 jaar na Christus.

 

 

 

de dode zeerollen

 

 

 

 

 

 

 

De Bijbel bekrachtigt zijn goddelijke auteurschap ook door middel van vervulde profetieën. Een verbijsterend aantal van 668 profetieën is reeds vervuld en geen enkele hiervan is ooit als onwaar bewezen. Een eerlijke bestudering van bijbelse profetie zal het goddelijke auteurschap van de Bijbel overtuigend bewijzen. Bovendien bevestigt  de archeologie de verslagen die in de Bijbel zijn vastgelegd. Geen enkel ander heilig boek komt ook maar in de buurt van de Bijbel wat betreft de hoeveelheid bewijsstukken die zijn goddelijk auteurschap bevestigen.

 

 

 

 Een Vraag met Eeuwige Significatie

 

“Wie schreef de Bijbel” is inderdaad een vraag die iedereen zich zou moeten stellen. Als deze inderdaad het Woord van de levende God is, dan kan geen enkel boek ons meer inzicht in ons leven geven, of meer hoop voor de toekomst, of een reëel pad naar een relatie met God. Doorzoek de Bijbel met openheid en eerlijkheid en ontdek voor jezelf wat de Schepper van het universum je wilt vertellen!

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Bijbel; een overzicht.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Heilige Bijbel

 

 

 

 

De Heilige Bijbel is een verslag van de geschiedenis. Het boek bestaat uit 66 delen die over een periode van ongeveer 1600 jaar door  40 verschillende auteurs zijn geschreven. Het Oude Testament (Oude Verbond) bevat 39 boeken die ongeveer tussen 1500 en 400 voor Christus zijn geschreven. Het Nieuwe Testament (Nieuwe Verbond) bevat 27 boeken die ongeveer tussen 40 en 90 na Christus werden geschreven.

De Joodse Bijbel (Tenach) is hetzelfde als het Oude Testament van de Christenen, met uitzondering van de rangschikking van de boeken. Het originele Oude Testament werd voornamelijk in het Hebreeuws geschreven, met sommige delen in het Aramees, terwijl het originele Nieuwe Testament in het Grieks werd geschreven.

 

 

 

Het Oude Testament

 

De Heilige Bijbel begint met de Joodse Geschriften. Het historische verslag van de Joden werd door de eeuwen heen op leren rollen en tafelen neergeschreven. Onder de schrijvers waren koningen, schaapherders, profeten en andere door God geïnspireerde leiders. In Exodus beveelt God Mozes om de Wet in een boek  op te schrijven, de Torah. Rond 450 voor Christus werden alle Joodse geschriften verzameld en gerangschikt door raden van rabbijnen, die vervolgens de complete verzameling erkenden als de geïnspireerde en heilige autoriteit van God.

Al in 250 voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Tenach) door Joodse schriftgeleerden in Alexandrië ( Egypte ) in het Grieks vertaald. Deze vertaling kwam bekend te staan als de Septuagint, wat ’70’ betekent, refererend aan de traditie dat de vertalingsgroep  uit 70  mannen bestond. Op dit moment werden de boeken van de Hebreeuwse Bijbel naar onderwerp gerangschikt. In 90 na Christus, tijdens de Raad van Jamnia, werd door de Joodse oudsten het uiteindelijke Hebreeuwse Bijbelse canon vastgesteld.

Hoewel de Joodse geschriften handmatig werden gekopieerd, waren deze van kopie tot kopie extreem nauwkeurig. De Joden hadden een fenomenaal systeem van schrijvers, die ingewikkelde en ritualistische methoden ontwikkelden om letters, woorden en paragrafen te tellen om zo te verzekeren dat er geen kopieerfouten zouden worden gemaakt. Deze schrijverstraditie werd feitelijk tot de uitvinding van de drukpers in 1455 gehanteerd. Wat betreft de nauwkeurigheid van de manuscripten heeft de recente ontdekking van de Dode Zee Rollen de opmerkelijke betrouwbaarheid van de teksten van het Oude Testament door de jaren bevestigd.

 

 

 

.

.

Het Nieuwe Testament

 

Door zijn leerstellingen heen citeert Jezus vaak het Oude Testament, verklarend dat Hij niet was gekomen om de Joodse Geschriften te vernietigen, maar om deze te vervullen. In Lucas 24:44, verkondigt Jezus aan zijn discipelen dat “alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”

Beginnend in ongeveer 40 na Christus en tot ongeveer 90 na Christus schreven de ooggetuigen van het leven van Jezus Christus, waaronder Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Paulus, Jakobus, Petrus en Judas. Zij schreven de Evangelieboeken, de brieven en andere boeken die later het Nieuwe Testament zouden vormen. Deze auteurs citeren uit 31 boeken van het Oude Testament.

Zij verspreiden hun materiaal zo ver dat tegen 150 na Christus de vroege Christenen de verzameling geschriften het Nieuwe Verbond noemen. Gedurende de 3e eeuw na Christus worden de geschriften vertaald in het Latijn, Koptisch (Egypte) en Syriac (Syrië). Dan worden wijd verspreid.  Later, in 397 na Christus, worden de huidige 27 boeken van het Nieuwe Testament in de Synode van Carthago formeel bevestigd en gecanoniseerd.

 

 

 

 

Net als voor het Oude Testament hebben we nu significant bewijs dat het Nieuwe Testament  opmerkelijk nauwkeurig is wanneer dit wordt vergeleken met de oorspronkelijke manuscripten. Van de duizenden kopieën die vóór de uitvinding van de drukpers met de hand werden gemaakt, hebben we ongeveer 24000 manuscripten. De Bijbel is veel beter behouden dan de geaccepteerde geschriften van Homerus, Plato en Aristoteles.

Uiteraard werd de Bijbel, toen deze van land tot land werd verspreid, vertaald in talen die niet  de oorspronkelijke talen van het Grieks en Hebreeuws goed weerspiegelen. Maar naast grammaticale en culturele verschillen is Gods Woord door de jaren opmerkelijk goed behouden en vertaald. De Bijbel biedt nu inspiratie aan honderden miljoenen mensen over de hele wereld. Dat komt omdat de Bijbel daadwerkelijk het geïnspireerde Woord van God is (2 Timoteüs 3:16-17 en 2 Petrus 1:20-21).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA