Tagarchief: duisternis

Van wie komt genezing en gezondheid?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God is geïnteresseerd in onze gezondheid

 

Johannes schrijft: ‘Geliefde, ik bid dat het u in alle opzichten goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (3 Joh. 2). En Paulus: ‘Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand’ (1 Tess. 2:23-24). En Jakobus: ‘Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan’ (Jak. 5:15). De eerste keer dat God zich aan zijn complete volk in de woestijn voorstelde was als heelmeester: “Ik, de HEER, ben het die jullie geneest” (Ex. 15:26). En Jezus ‘trok rond door het land als weldoener en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij’ (Hand. 10:38).

 

 

gebedsgenezing-bijbel

 

 

‘De Zoon van God is gekomen om de daden van de duivel teniet te doen.’
(1 Johannes 3:8)

 

Het past bij Gods almacht om te genezen, maar ook bij zijn heiligheid, waarin hij zich van al het kwaad afkeert en zich honderd procent naar mensen richt. God is liefde, zegt de Bijbel. Hij heeft zijn goedheid en genade bewezen door Jezus te geven, die stierf voor de zonde én alle gevolgen, ziekte incluis. Wij moeten ons daarom niet laten intimideren door de wereld of ons laten ontmoedigen door onze eigen twijfelachtigheid.

‘Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken’ (1 Kor. 2:12).

 

 

Gods gezichtspunt

 

Praten over ziekte en genezing is altijd spannend en riskant. Spannend omdat iedereen met ziekte te maken heeft en niets liever wil dan dat er genezing optreedt. Riskant omdat er tal van voorbeelden zijn waarbij genezing uit-bleef, ook nadat er vurig werd gebeden. Jawel, er zijn voorbeelden van wonderen, maar die worden meestal ge-zien als incidentele ingrepen van God en niet als een bereikbare mogelijkheid waar je als christen aanspraak op mag maken.

Als onze ervaring ons vertrekpunt en onze limiet zou zijn, zouden we niet al te hoopvol gestemd zijn. Toch willen we ons niet laten leiden door wat we zien, maar door het Woord van God. We willen God kennen zoals hij zichzelf presenteert in de Bijbel en zoals dat bevestigd wordt in ons hart door zijn Geest. Want ons geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God, schrijft Paulus.

‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefhebben. God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God’ (1 Kor. 2:5, 9, 10).

God heeft een plan met mensen. Toen God de mens schiep, zag hij dat het zeer goed was (Gen. 1:31). De mens had het in alle opzichten geweldig: er was rust, overvloed, gezondheid en geen zonde. Zo wilde God dat. Die situ-atie veranderde toen de duivel er in slaagde de mens tot zonde te verleiden.

Jezus noemt de duivel de mensenmoordenaar vanaf het begin (Joh. 8:44).

De gevolgen zijn bekend: de dood deed zijn intrede en als gevolg daarvan werd ziekte deel van ons sterfelijke bestaan. Uit de wordingsgeschiedenis van de mens weten we dus dat ziekte niet bij God maar bij de duivel van-daan komt. Het is een gevolg van de zonde en absoluut niet door God gewenst. Ziekte maakt deel uit van de vloek die de zonde veroorzaakt heeft. Om die reden liet God in de tijd van het Oude Testament ziekte toe als mid-del tegen zijn vijanden (zoals tegen de Egyptenaren tijdens het optreden van Mozes).

Voor zijn volk was er juist gezondheid en voorspoed; tenminste, wanneer het God volgde. Dat was tegelijkertijd een enorm getuigenis voor de omringende volken. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Exodus 15:26:

‘Als jullie de woorden van de Heer, jullie God, ter harte nemen, als jullie doen wat goed is in zijn ogen en al zijn geboden en wetten gehoorzamen, zal ik jullie met geen van de kwalen treffen waarmee ik Egypte heb gestraft. Ik, de Heer, ben het die jullie geneest.’

Israël ondervond aan den lijve dat God een hekel heeft aan ziekte toen hij bitter water gezond maakte nadat Mo-zes er een stuk hout in had gegooid. De profeten voorspelden dat er een tijd zal komen dat God definitief met zonde en ziekte zal afrekenen, namelijk wanneer de Messias zal komen. Bijvoorbeeld Jesaja in hoofdstuk 53:4-5:

‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.

Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij gestraft, zijn strie-men brachten ons genezing.’ We zullen zien dat deze profetie 500 jaar later wordt aangehaald, maar dan om te vertellen dat hij in vervulling is gegaan. God heeft genezing gebracht!

 

 

4dd0daaa2e0d4955dd713ed88ca55be6

 

 

Jezus de geneesheer

 

Toen Jezus aan zijn optreden begon, vertelde hij direct dat hij degene was waarover Jesaja sprak. In Lucas 4:18-19 betrekt hij de woorden van Jesaja 61:1-2 op zichzelf:

“De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”

Jezus maakt vanaf de start van zijn optreden duidelijk dat hij de volmacht heeft om in te grijpen in de wereld die gebukt gaat onder zonde en ziekte. Hij presenteert manifestaties van overwinning over de duisternis die zijn pre-diking van het koninkrijk van God onderstrepen. Gods heerschappij wordt zichtbaar in genezing en bevrijding. Matteüs vat aan het begin van zijn evangelie Jezus’ werk dan ook als volgt samen (4:23-25):

‘Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.’

Jezus’ optreden bestond dus uit drie elementen: verkondiging, onderricht en genezing. Na het onderricht (de Bergrede in de hoofdstukken 5-7) beschrijft Matteüs dan ook tien genezingen:

  • de lepralijder die buiten de samenleving stond (8:2),
  • de verlamde slaaf van een centurio, iemand die voor de Joden als heiden gold (8:5),
  • de schoonmoeder van Petrus (8:14),
  • twee bezetenen die bevrijd worden van demonen (8:28),
  • een verlamde (9:2),
  • een bloedvloeiende vrouw (9:20),
  • het dode dochtertje van de godsdienstleider Jaïrus (9:23),
  • twee blinden (9:27) en een doofstomme man (9:32),

 

nummer tien is een speciaal geval, namelijk de evangelieschrijver Matteüs zelf, die genezen wordt van geldzucht en van wie Jezus zegt: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel” (9:9-12).

Middenin de beschrijving van Jezus’ optreden verwijst Matteüs naar de vervulling van de profetie die we al eerder aanhaalden (Matt. 8:16-17):

‘Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja.

Vervolgens legt hij het motief bloot waar vanuit Jezus werkte:

‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hopeloos uitzagen, als schapen zonder herder.’

Daarna stuurt Jezus zijn volgelingen eropuit om met zijn volmacht hetzelfde te doen: het evangelie van het ko-ninkrijk verkondigen, onderrichten én genezen.

 

 

hij-geneest

 

 

Jezus’ volgelingen doen hetzelfde

 

Zoals gezegd, stuurt Jezus zijn discipelen eropuit om hetzelfde te doen als hij:

Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen’ (Matt. 10:1).

Die taak kreeg een definitief vervolg, die voortduurt tot op de dag van vandaag.

Vlak voordat Jezus teruggaat naar de Vader, onderstreept hij dat dit geen tijdelijke opdracht is, maar de basis-uitrusting waarmee God zijn kinderen op weg stuurt. In Marcus 16:15-18 zegt hij:

“Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. Wie gelooft en gedoopt is, zal worden gered, maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld. Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen her-kenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbeken-de talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.”

Zo wordt in de Nieuwtestamentische gemeente de heerschappij van God niet alleen verkondigd en onderwezen, maar ook gedemonstreerd, precies volgens Jezus’ bedoeling. Hieruit blijkt hoe betrouwbaar en consistent God is. In het paradijs wil hij al geen ziekte. Aan zijn volk openbaart hij zich als de geneesheer. In de Here Jezus worden zijn beloften vervuld en door de heilige Geest mogen wij delen in zijn volmaakte offer, want Hebreeën 13:8 zegt:

‘Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.’

 

 

media_xl_1238473

 

 

Christus’ triomf

 

Jezus heeft Gods koninkrijk binnen bereik gebracht. Met zijn komst (als de laatste Adam, 1 Kor. 15:45) werd het probleem van de zonde definitief opgelost.

‘God heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd’ (Kol. 2:15).

Wij zijn door hem bevrijd uit de macht van de duisternis en ontvangen eeuwig leven. ‘Maar u bent nu verlost van de zonde en dienaars van God geworden. Het gevolg daarvan is dat u nu bij God hoort en eeuwig leven krijgt’ (Rom. 6:22).

Eeuwig leven is niet alleen een leven zonder einde, maar ook een leven zonder ziekte en in voorspoed. Dat leven kwam Jezus ons brengen. Jezus wijst de duivel aan als de oorzaak van kwaad, ellende en ziekte en zichzelf als de oplossing daarvoor: “De dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid” (Joh. 10:10).

Jezus geeft ons dus volheid van leven, hoewel we dat niet verdiend hebben en ook nooit zullen kunnen verdie-nen, hoe goed we er ons best ook voor doen. Het is een genadegift. Maar geen goedkope genade, het kostte God zijn Zoon. God is rechtvaardig. Hij moest onze zonden daarom ook rechtvaardig straffen. Dat heeft hij ge-daan door zijn Zoon in onze plaats zonde te laten worden, zodat wij in zijn plaats rechtvaardig zouden worden (2 Kor. 5:21).

De Bijbel laat er geen misverstand over bestaan dat Jezus zowel voor onze zonden als voor onze ziekten stierf. Zoals een aardse vader graag de ziekte van een kind wil overnemen, zo deed onze hemelse Vader dat, aan het kruis. Het werd een complete ruil. Jezus ontving wat hij niet bezat: onze schuld, zonde en ziekte, zodat wij zouden ontvangen wat wij niet bezaten: zijn rechtvaardigheid en leven. God wilde die ruil, omdat hij het goede voor zijn kinderen wil.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

Behoud is ook genezing

 

Toen Jezus uitriep (Joh. 19:30) “Het is volbracht”, betekende dat letterlijk ook: ‘het is betaald’. Jezus heeft betaald voor onze zonden en voor de gevolgen daarvan. Door hem zijn wij behouden. Om te ontdekken wat de gewel-dige consequenties van zijn overwinning zijn, is het belangrijk om de rijkdom van het woord ‘behoud’ te begrijpen.

Paulus schrijft in Romeinen 1:16:

‘Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.’

Letterlijk betekent behoud zowel redding, verlossing en bevrijding als genezing en heelmaking. Het is een woord dat de complete verlossing van de mens op alle levensterreinen aanduidt. Als Jezus zegt dat hij gekomen is om ons volheid van leven te geven, bedoelt hij een compleet en volmaakt leven.

Dit woord behoud wordt soms gebruikt in specifieke situaties van genezing. Bijvoorbeeld in Handelingen 4, waar Petrus en Johannes door de Joodse leiders worden ondervraagd nadat ze een verlamde hadden genezen. Ze vra-gen hen (vers 7): “Door welke kracht of in wiens naam hebt u dit gedaan?” Waarop Petrus uitlegt dat dit door de naam van Jezus is gebeurd en hij vervolgt zijn verklaring over de genezing met (vers 12):

“En de behoudenis  is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.”

Teksten waarin het over ‘behoud’ of ‘redding’ gaat bedoelen dus een volledige begrip. Bijvoorbeeld Hebreeën 7:25, waar Jezus als onze grote Hogepriester wordt beschreven, door wie wij God vrijmoedig mogen naderen:

‘Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.’  Jezus kan dus volkomen genezen wie door hem tot God komt.

 

 

4234137

 

 

De sleutel tot genezing

 

Het staat dus vast dat wij in Christus niet alleen vergeving voor onze zonden maar ook genezing hebben ont-vangen. Er is geen enkele Bijbelse aanleiding om de vergeving al wel te aanvaarden en de genezing te plaatsen na Jezus’ wederkomst. Dat is een dualisme gebaseerd op de praktijk van onze beperkte ervaring en niet op de prak-tijk van Gods Woord.

Het is waar dat we deze realiteit van God helaas maar beperkt zien functioneren. Maar het is onterecht om de realiteit zoals die zich aandient te laten voor wat ze is wanneer we Gods Woord serieus willen nemen. De duivel kan ons lastig vallen of misleiden, maar als God ons door zijn Woord aanspreekt hebben we uitsluitend met hem te maken.

De genezing die we in Christus ontvangen hebben kan daadwerkelijk zichtbaar worden door geloof. Jezus zegt (Matt. 21:21-22):

“Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen, zul je niet alleen teweeg kunnen brengen wat er gebeurde met de vijgenboom, maar zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: ‘Kom van je plaats en stort je in zee,’ en het zal gebeuren. Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft.”

Het is goed om hier een misverstand uit de weg te ruimen. Bij ‘geloof’ denken wij al gauw aan iets dat we in ons-zelf moeten vinden. Maar Jezus zegt juist (Marc. 11:22): “Heb geloof in God.” Het gaat hier dus niet om een ge-voel of zekerheid in onszelf maar om het besef van wie God is en wat hij in Jezus voor ons heeft gedaan. Geloof komt van God, hij wekt het in ons op als we ons richten op Jezus. Door Gods waarheid in Jezus te zien gaat geloof (bijvoorbeeld in genezing) vanzelf functioneren.

Christenen denken al gauw aan pijnlijke situaties waarin iemand verweten wordt te weinig geloof te hebben door-dat genezing na gebed uitbleef. Dat is allerminst Gods weg en bedoeling. Inderdaad, hij roept ons op om de ge-nezing die hij voor ons aan het kruis heeft gekocht in geloof te aanvaarden. Maar hij vraagt geen prestatie van onze kant.

Dat we genezing vaak niet zien functioneren heeft dus te maken met ongeloof, dat we niet weten wat ons in Christus is geschonken en dat we de praktijk als maatstaf hanteren en zelfs geen genezing verwachten. Maar onze maatstaf is het volmaakte offer van het Lam, dat onze Hogepriester is. In hem staan wij volmaakt voor God en hebben zowel veroordeling als ziekte geen recht meer op ons leven. Wij hoeven onszelf niet meer te kwalificeren voor genezing, want Christus is in onze plaats gekwalificeerd. Hij heeft aan Gods eis voldaan.

 

 

4dd0daaa2e0d4955dd713ed88ca55be6

 

 

Manieren waarop God geneest

 

Er zijn verschillende middelen die God gebruikt om genezing die hij aan het kruis heeft bewerkstelligd in ons leven te laten doorbreken.

 

 

1. Het Woord

 

De basis voor genezing is Gods Woord. Wanneer de waarheid over genezing wordt geopenbaard zullen mensen geloven en genezen. Daarom is het ook zo belangrijk om de Bijbelse waarheid over genezing in de gemeente te onderwijzen en te belijden.

In Spreuken 4 vers 20-22 wordt Gods woord een medicijn voor het lichaam genoemd. ‘Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel je lichaam als een medicijn.’

Als dat medicijn achterwege blijft en in de verkondiging genezing wordt overgeslagen kan ziekte welig blijven tieren. Er zijn voorbeelden van mensen die door bijbels onderwijs over genezing plotsklaps of langzamerhand gezond werden.

 

 

bijbel-mooi

 

 

2. Avondmaal

 

Doordat wij deelhebben aan Jezus’ opstanding, is het avondmaal een niet te onderschatten middel als belijdenis van ons geloof. Jezus stelde het avondmaal persoonlijk in door het brood aan te reiken met de woorden:

“Neem, eet, dit is mijn lichaam,” en de beker met wijn: “Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” (Matt.26:26-30).

Daarmee werd het een vast en krachtig onderdeel van het gemeenteleven.

Tijdens het avondmaal denken we aan twee dingen. Het bloed van Jezus, dat tijdens het avondmaal gebruikt wordt, staat voor de vergeving van onze zonden (Kol. 1:14, Ef. 1:7). Er wordt tijdens het avondmaal vaak aan gere-fereerd dat we het bloed van het nieuwe verbond drinken, waar we geweldig dankbaar voor mogen zijn. Maar wat betekent het brood? Het brood staat voor onze genezing, want het representeert Jezus’ lichaam. We weten uit de evangeliën dat het aanraken van Jezus’ lichaam genezing bracht.  Dat impliceert alles wat hij met zijn dood bewerkstelligd heeft, inclusief genezing.

Het omgekeerde is ook waar. In Korinte leidde misstanden tijdens het avondmaal tot ziekte. Sommigen maakten van het avondmaal voor zichzelf een braspartij, terwijl zij anderen niets gunden. Hierdoor kon het genezende werk van het avondmaal geen doorgang vinden. Paulus waarschuwt in 1 Korintiërs 11:30:

‘Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven.’

 

 

holy-supper

 

 

3. Gaven van genezing

 

God heeft aan de gemeente gaven van genezingen gegeven; mensen die, als antwoord op gebeden, namens God genezing uitspreken. In 1 Korintiërs 12: 7, 9 lezen we:

‘In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. De een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen.’

Waar de kracht van het Woord altijd en door iedereen kan worden ervaren en toegepast (ook m.b.t. genezing), gaat het hier om door de Geest geleide momenten in de gemeente van Christus. De heilige Geest leidt in een samenkomst van gelovigen (groot of klein) tot specifieke gebedsverhoring en schakelt anderen in als transport-kanaal van zijn genezing door hen gaven toe te vertrouwen van onderscheid, genezing, bevrijding. Sommigen krijgen van hem daartoe zelfs een specifieke taak, die in de gemeente herkend en bevestigd kan worden.

 

 

gave van genezing

 

 

4. Oudsten in de gemeente

 

De praktijk van genezing hoort thuis in de gemeente  omdat genezing alles te maken heeft met gezonde relaties. Het gaat in de gemeente om de totale mens in gemeenschap met broeders en zusters. Jakobus schrijft in 5:14 en 15:

‘Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wan-neer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden.’

In het Nieuwe Testament wordt ziekte in de gemeente als een onwenselijke uitzondering gezien. Onderlinge zon-de houdt ziekte in stand. Daarom werkt concrete zonde opruimen genezend en schrijft Jakobus (in 5:16):

‘Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krach-tig en mist zijn uitwerking niet.’

Bedenk wel dat het hier gaat om een situatie waarin de eerste drie genezingsmiddelen (bijbelse verkondiging over genezing, genezend gebruik van het avondmaal en ruimte voor gaven van genezingen) in de gemeente verondersteld worden. Wanneer christenen zich voor het eerst met genezing bezighouden, beginnen ze vaak bij Jakobus 5, met als gevolg dat het fundament (goed zicht op de waarheid) ontbreekt en er geloof in het ritueel in plaats van in God zelf ontstaat.

Ziekenzalving is geheel bijbels, maar niet de eerste weg die God wijst. Het is de weg die we mogen gaan wanneer de hoofdweg en de parallelweg nog geen doorbraak geven. God laat hierin opnieuw zien hoe belangrijk hij het vindt dat zijn kinderen gezond zijn. Hij voorziet ons van allerlei middelen om zijn zegen te ontvangen.

 

 

slide_49

 

 

5. Gelovige vrienden

 

Zoals gezegd, is geloof essentieel in het ontvangen van genezing. Maar iemand die ziek is, kan soms niet geloven. Gelukkig kan het geloof van anderen zo iemand er bovenop helpen. We zien dat bijvoorbeeld in Matteüs 9:1-8, waar een paar mensen een verlamde vriend bij Jezus brengen.

‘Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: “Wees gerust, uw zonden worden u vergeven. Sta op, pak uw bed en ga naar huis.” En hij stond op en ging naar huis.’

Deze man werd genezen op grond van het geloof van zijn vrienden, die hem bij Jezus brachten. Dit is een enorme bemoediging voor een biddende gemeente. Want het gezamenlijke gebed van medegelovigen is zeker niet krachteloos. Vandaar ook dat er voorbeelden zijn van mensen voor wie ’s zondags in de dienst voorbede wordt gedaan en die dan daadwerkelijk hulp en genezing ontvangen.

Maar wat zijn volgens de bijbel oorzaken van het uitblijven van genezing. De ideale voedingsbodem van zowel ongeloof als zonde is wetticisme. Zodra we onszelf of elkaar langs de meetlat van de wet leggen, voldoet nie-mand en verliezen we ons geloof in Gods genade. Het is dan ook niet zo vreemd dat Paulus bij het fundamenten leggen van het gemeenteleven daar in zijn brieven zo vaak en fel voor waarschuwt.

Onze verlossing is volledig gebaseerd op Gods gerechtigheid, die hij ons heeft toegerekend. Wij hoeven niets meer te verdienen of met hem in orde te maken. De Farizeeën en schriftgeleerden wilden door de wet in acht te nemen hun heil verdienen. Nadat de discipelen zich tot discussie hadden laten verleiden (Marc. 9:14) en zo weer waren gaan twijfelen aan de macht van Jezus’ genade, konden ze die bezeten jongen niet bevrijden. Jezus verwijt hun dan ‘ongeloof’ (vers 19). Vandaar ook dat hij hen nadrukkelijk waarschuwt:

‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën’ (Matt. 16:6).

Een veelgebruikte wettische truc van de duivel is om ons met een gevoel van geestelijkheid op onszelf en niet op de Here Jezus terug te werpen. “God zal mij vast niet genezen, want ik ben zo zondig en ik heb zo weinig ge-loof…” Gelukkig dat God niet onze zonden en ons geloof in onze situatie, maar onze rechtvaardige positie in hem en ons vertrouwen in het volmaakte offer van Jezus als sleutel tot genezing heeft gegeven, zodat deze smoesjes bij goed onderwijs geen stand houden.

 

 

leer-methodes

 

 

Genezing in de praktijk

 

Hier zijn een paar richtlijnen voor het omgaan met genezing in het gemeenteleven.

 

 

1. Gods Woord hoogachten

 

Belangrijker nog dan het aanvaarden van Gods waarheid over genezing is dat die waarheid door iedere christen daarna ook herkauwd en uitgediept wordt en een blijvende plaats krijgt in het gemeenteleven. God wil heel graag zijn volledige genezingsperspectief laten zien en laten functioneren, maar hij geeft ons ook de tijd om dit met anderen te delen, zodat we op dezelfde lijn komen. Het liefst heeft hij dat iedereen instemt en bij de kudde blijft. Maar hij wil vooral dat er een goed bijbels fundament wordt gelegd, zodat het geloof van de gemeente niet ge-baseerd is op een boekje, een studie of een voorganger, maar op God en op wat hij in zijn Woord openbaart.

 

 

2. Bewogenheid

 

Geen genezing zonder ontferming. Ook voor Jezus was bewogenheid de aansteker voor zijn genezende kracht. In Matteüs 9 lezen we dat hij het goede nieuws over het koninkrijk verkondigde en dat ondersteunde met onder-richt en genezingen.

Maar we lezen ook het motief van waaruit hij dit deed:

‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder’ (Matt. 9:35-36). En in Matteüs 14:14 lezen we: ‘Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en genas hun zieken.’

Liefdeloosheid en gebrek aan werkelijke gemeenschap zijn belangrijke oorzaken van een gebrek aan bewogen-heid en dus van een gebrek aan kracht. Bij genezing is daarom (naast gebed om geloof in het volbrachte werk van Christus) gebed om een bewogen hart essentieel.

 

 

3. Moed

 

Wanneer je de boodschap dat we van God genezing hebben ontvangen gaat verkondigen en uitoefenen, word je onherroepelijk geconfronteerd met tegenstand. Het is noodzakelijk dat we moedig en waardig de koninklijke weg bewandelen door mensen in liefde te woord te staan en hen op Gods Woord te beproeven. Titus kreeg in dit ver-band van Paulus de volgende aanmoediging (2:11, 15):

‘Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. Gebruik je gezag om dit te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Laat niemand op je neerkijken.’

 

 

4. Geduld

 

Paulus noemt zichzelf een kundig bouwmeester (1 Kor. 3:10). God heeft kundige bouwmeesters nodig om een goed fundament van de overwinning van Jezus te kunnen leggen. Bouwen kost tijd. Het integreren van Gods genezende liefde ook. Gelukkig heeft God ook tijd. Wij mogen in alle rust ontdekken wat wijsheid is. Niet om aan dit belangrijke thema af te doen, wel omdat rust Gods manier van werken is. Die rust mogen we van hem over-nemen.

Verschillende brieven in het Nieuwe Testament beginnen met de zegen:

‘Genade zij u en vrede…’

Genade is alles wat God ons heeft gegeven in het offer van zijn Zoon, waaronder genezing. Vrede is de rust die dat in ons leven brengt. Wanneer verkondiging van de boodschap van genade (genezing) de vrede verstoort vanwege ons ongeduld of onze onwijsheid, belemmeren we het werk van de Geest. Dus: moedig rechtop blijven staan en volharden, maar niet gaan rennen; God werkt, wij rusten in zijn volbrachte werk.

 

 

7136f4cc768dcde89a4735433549ec17

 

 

Knellende vragen

 

Is genezing niet alleen geestelijk bedoeld; de rest komt na de wederkomst van Christus?

 

Dat is westers dualisme en geen Bijbelse theologie. De profetie is vervuld, zoals we lezen in Matteüs 8:16 en 17:

‘Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich genomen heeft.’

 

 

Heeft God voor alle ziekten betaald?

 

In Matteüs 9:35 staat:

‘Waar hij ook kwam, genas hij iedere ziekte en elke kwaal.’

Johannes zegt in zijn evangelie (Joh. 3:16) dat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Wat is eeuwig leven?

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus,” zegt Jezus in Johannes 17:3.

Je ontvangt genezend leven wanneer je de ware God gaat leren kennen, die zich onder andere bekend maakt als… geneesheer!

 

 

In Betesda genas Jezus toch niet alle zieken? Hoe zit dat dan?

 

Het is een voorbeeld van ‘postmodern Bijbel lezen’ om Johannes 5 als ‘bewijs’ te gebruiken dat Jezus toch niet iedereen genas. Er zijn natuurlijk nog veel meer mensen die hij niet heeft genezen. Dat kwam eenvoudigweg doordat hij toen hij op aarde was lang niet overal geweest is. Bovendien blijkt steeds weer dat hij alle mensen genas die op hem af kwamen. Dat waren dus mensen die graag genezen wilden worden. Ze geloofden in hem en aanvaardden zo wat hen wilde geven.

Johannes 5 vormt daarop een uitzondering, omdat Jezus daar zelf (‘ongevraagd’) in dat badhuis op iemand afstapt, mogelijk omdat hij met ontferming bewogen werd over de man die daar al 38 jaar volkomen kansloos leek te liggen. Wat precies de reden is dat Jezus juist hem uitkiest, wordt echter niet vermeld. Ook wordt niet vermeld dat die anderen (later) niet genezen werden.

 

 

Maar hoe zit het dan met het lijden dat wij in deze wereld meemaken?

 

Dat is zonder meer een realiteit. Daarom zien we ook zo uit naar de wederkomst van de Here Jezus. Want al zijn wij verlost, om ons heen zucht de schepping. Wij zijn geen burgers van deze (zieke, verdorven) wereld, maar (gezonde, vergeven) hemelburgers (Fil. 3:20). Als hemelburger leef je natuurlijk het liefst thuis, in een volmaakte omgeving, zonder pijn en ellende om Christus’ wil en zelfs zonder dat je nog hoeft te geloven, omdat je alles direct kunt zien.

 

 

En wat moet je in dit kader dan met ‘de vervolging om Christus’ wil’?

 

De Here Jezus zei tegen vier van zijn discipelen: “Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor gouverneurs en koningen moeten ver-schijnen om voor hen van mij te getuigen.” (Marc. 13:9). Tegen de gemeente zegt hij:

“Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben” (Op. 2:10).

Let op: de vervolging waar het in dit verband om gaat wordt niet veroorzaakt door ongelovigen, maar door reli-gieuze mensen, zogenaamde gelovigen, dwaalleraars die de gelovigen die van genade leven weer onder de wet willen brengen. Over hen zegt Jezus (Matt. 16:6):

“Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en de Sadduceeën” en (Joh. 15:20): “Een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen.”

 

 

Als gezondheid een gevolg is van je rechtvaardige positie in Christus, hoe kan het dan dat hij ook ongelovigen genas?

 

Dat zijn twee verschillende dingen. Gelovigen zijn gezond op basis van hun rechtvaardige positie. Ongelovigen ontvangen genezing met als doel dat ze ook de andere elementen van ‘behoud’ (vergeving, verlossing, bevrij-ding) gaan zien en zullen aanvaarden. Het is altijd Gods doel dat we hem als Heer van ons leven aanvaarden.

Hij gebruikt genezing om mensen te helpen om in hem te geloven, ook al lijkt de uitwerking in de bijbel soms anders te zijn. Voor ons is geloof niet alleen een gift, maar doordat we Jezus als Heer van ons leven hebben aan-vaard ook een recht. Als kind van God mag je er aanspraak op maken (je hebt het al ontvangen), ongelovigen mogen er om bidden. Als zij hun vertrouwen op Jezus stellen wil God ook hen gezond maken.

 

 

Is het niet meedogenloos om te zeggen dat iedereen kan genezen?

 

Nee, het is eerder meedogenloos om mensen te zeggen dat er geen oplossing is voor hun ziekte, terwijl Jezus daarvoor betaald heeft. Het is een ontkenning van de volheid van Christus’ werk, die helaas eeuwenlang bestaat en wereldwijd aanvaard is.

 

 

God kan mijn ziekte toch gebruiken om mij afhankelijk van hem te houden?

 

Nee, dat is een leugen van de duivel. Afhankelijkheid is volgens de Bijbel juist dat je afhankelijk bent van het ge-nezende offer van Jezus Christus.

 

 

Gebruikt God ook dokters om te genezen?

 

Zeker, God laat alle dingen meewerken ten goede. Dokters zijn een zegen van God. Elke genezing die via een dokter plaatsvindt, is net zo goed een wonder van God. Het is alleen niet primair de weg die hij in de Bijbel wijst. Wij gaan vaak eerst naar een dokter en als er geen uitzicht is naar dokter Jezus. God wil het graag andersom: dat we in alles (eerst) bij hem komen. Dan kan hij hetzelfde genezingsproces, maar dan zonder tussenkomst van een dokter en vele malen grondiger en sneller, laten plaatsvinden.

 

 

Wat doe je als genezing uitblijft?

 

Wanneer je voor wat genezing betreft geworteld bent in Gods Woord, is de volgende stap om zijn volmaakte of-fer te gaan belijden. Je gaat dus niet langer ‘bidden om genezing’, maar in de wetenschap dat je die genezing al ontvangen hebt ‘belijden dat je door zijn striemen genezen bent’, ook als je dan nog niet direct ziet dat de gene-zing in je lichaam zichtbaar wordt. In feite is dat een vergelijkbaar proces als bij schuldgevoel: je belijdt dat je vergeven bent en gaat vanzelf zien dat dit in je denken en gevoel doorwerkt.

Een voorbeeld uit het optreden van Jezus illustreert dit proces. In Marcus 11 vervloekt Jezus een vijgenboom. Op dat moment gebeurt er niets zichtbaars, maar later wel:

‘Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was’ (vers 20). Het krachtwoord van de Here Jezus liet ter plekke de wortels sterven; het resultaat was de volgende dag pas goed zichtbaar.

Wanneer in de naam van Jezus genezing over je wordt uitgesproken, sterft de ziekte onmiddellijk aan de wortel. Gods Woord is namelijk betrouwbaar. De uitwerking kan echter nog even op zich laten wachten. Dan is het zaak om in geloof vast te blijven houden aan Gods volbrachte werk en de uitwerking daarvan op jouw leven. Laat het niet roven door ongeloof, gebaseerd op wat je ziet en niet op wat je gelooft.

 

 

Is het niet wijs om ‘God wil het (nu) niet’ als mogelijkheid te blijven zien?

 

Deze gedachte ligt zeer voor de hand en komt vaak voort uit een diepe betrokkenheid bij mensen die ziek blijven nadat met hen gebeden is. Maar juist dan moeten we niet aan Gods Woord gaan twijfelen. Niet onze praktijk (hoe kwetsbaar en pijnlijk ook) maar Gods realiteit is ons onwrikbare fundament.

Wel moet je er alles aan doen om te voorkomen dat er in zulke situaties veroordeling ontstaat, zowel van de kant van de zieke (‘Ik genees niet, want ik heb zo weinig geloof’), als van de kant van de bidder (‘Hij of zij geneest niet omdat ik niet in geloof bid’).

De constatering dat iemand (nog) niet genezen is moet altijd gepaard gaan met het basisprincipe dat er geen veroordeling meer is voor hen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1).

Dat wij bepaalde situaties in Gods hand leggen kan wijs zijn, maar moeten we niet tot norm verheffen. God gunt ons de tijd om te zoeken en te groeien; daar is hij onze hemelse Vader voor. Laten we die ruimte echter niet ge-bruiken als aanleiding voor het vlees, door vanuit bepaalde ervaringen iets van zijn (en onze!) overwinning af te doen.

‘De Zoon van God is gekomen om de daden van de duivel teniet te doen’ (1 Joh. 3:8).

 

 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

 

pasteltekening van John Astria:  ” eeuwig leven “

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De eindtijd vooraf

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 :zegel 7 en de eerste vier bazuinen

Openbaring hoofdstuk 8 :zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Veel mensen geloven dat er niets over het tijdstip van de wederkomst van de Heer kan worden geweten, omdat Jezus zei dat Hij zou terugkomen als een dief in de nacht (Matteüs 24:42-44).

Maar Paulus maakt het in 1 Tessalonicenzen 5:1-6 duidelijk dat Jezus verklaring niet op gelovigen van toepassing is:

“Maar gij, broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u als een dief overvallen zou…”

 

Hij gaat vervolgens uitleggen waarom:

“Want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen doch wakker en nuchter zijn.”

 

Hij gaat vervolgens uitleggen waarom:

“Maar gij, broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u als een dief overvallen zou…”

 

Paulus verwijst natuurlijk naar het licht van de Heilige Geest welke in iedere ware gelovige woont en die ons verlichten kan door onze studie van de Bijbel om de tijd te kennen van de wederkomst van de Heer(1 Johannes 2:27).

 

 

 

De Houding van God

 

Feitelijk is God door Zijn karakter verplicht om de wereld te waarschuwen voor de ophanden zijnde wederkomst van Zijn Zoon. De reden is dat Jezus in grote toorn komt om “te oordelen en oorlog te voeren” (Openbaring 19:11), en God giet nooit Zijn toorn uit zonder te waarschuwen.

God wil niet dat sommige verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9). Daarom waarschuwt God altijd voordat Hij zijn toorn uitvoert. Hij waarschuwde de wereld 120 jaar voor Noach. Hij waarschuwde Sodom en Gomorra door Abraham. Hij stuurde Jona om de heidense stad Ninevé te waarschuwen en Hij zond 150 jaar later Nahum naar dezelfde stad.

God waarschuwt eveneens vandaag de wereld dat Zijn Zoon op het punt staat terug te keren. Hij roept de wereld op tot berouw. De boodschap van het ogenblik voor ongelovigen komt neer op de volgende woorden:

“‘Vlucht van de toorn die komt door nu in de liefdevolle armen van Jezus te vluchten.”

 

Jezus kwam de eerste keer als een uitdrukking van God’s liefde en kwam om voor de zonden van de mensheid te sterven. Als Hij terugkeert, zal Hij met wraak komen om de toorn van God uit te gieten over degenen die God’s liefde en genade hebben verworpen. De spoedige wederkomst van Jezus draagt ook een boodschap met zich mee voor gelovigen. Lauwe en wereldse christenen worden geroepen om een heilig leven te leiden.

 

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd! Maar doet de Here Jezus Christus aan, en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt. (Romeinen 13:12-14)

 

 

De mens in geloof en bekering

De mens in geloof en bekering

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Methode van God om te Waarschuwen

 

God alarmeert gelovigen voor de spoedige wederkomst van Zijn Zoon door wat wordt genoemd “De Tekenen der Tijden”. Dit zijn profetieën met betrekking tot wereldgebeurtenissen, waarvan gezegd wordt dat we ze in de ga-ten moeten houden. Profetieën die de tijd zal aangeven van de wederkomst van de Heer. De Bijbel staat vol van deze tekenen. Er zijn ongeveer 500 profetieën in het Oude Testament welke betrekking hebben op de Tweede Komst van de Messias. In het Nieuwe Testament houdt één op de 25 verzen zich bezig met de wederkomst van Jezus.

 

 

1) De Tekenen van de Natuur

 

Er wordt ons gezegd om te letten op aardbevingen, hongersnoden, epidemieën, en tekenen aan de hemel (zie Matteüs 24:7 en Lukas 21:11).

Veel mensen halen hun schouders op en zeggen dat er altijd al natuurrampen zijn geweest. Merk op dat Jezus zegt dat deze tekenen als geboorte weeën zullen zijn. (Matteüs 24:8) wat wil zeggen dat ze zullen toenemen in frequentie en kracht naarmate de tijd nadert van Zijn wederkomst. Met andere woorden, er zullen meer krachtige en meer frequent aardbevingen zijn. Dat is precies wat er vandaag gebeurt.

Een andere reden waarom er weinig acht wordt geslagen op deze tekenen is omdat de meeste christenen zo rationeel zijn dat ze niet echt in het bovennatuurlijke geloven. Ze vinden het daarom moeilijk te geloven dat God de wereld aanspreekt door de tekenen van de natuur. Toch leert de Bijbel dit principe van begin tot het eind.

  • God rekende met de zonden van de wereld af door de zondvloed in de dagen van Noach (Genesis 6).
  • Hij riep het volk van Juda op tot berouw door een verschrikkelijke invasie van sprinkhanen (Joël 1).
  • Op soortgelijke wijze riep Hij het volk van Israël op tot berouw door het sturen van droogte, stormen, schimmel, sprinkhanen, hongersnood en epidemieën (Amos 4:6-10).
  • De profeet Haggai wees op een droogte als bewijs dat God de mensen opriep om hun prioriteiten op orde te stellen (Haggai 1:10-11).

Het Nieuwe Testament begint met een speciaal licht aan de hemel om de geboorte van de Messias aan te kondigen (Matteüs 2:2). Op de dag dat Jezus werd gekruisigd was er drie uur duisternis en een aardbeving (Matteüs 27:45-51). En als Jezus terugkomt, zal de aarde de grootste aardbeving in haar geschiedenis meemaken als elke berg naar beneden komt en elk dal omhoog en elk eiland wordt verplaatst. (Openbaring 16:17-21)

God heeft altijd gesproken door tekenen van de natuur en dat doet Hij ook vandaag nog. We kunnen er maar beter nauwlettend aandacht aan besteden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 18 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

Openbaring hoofdstuk 18 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2) De Tekenen van de Maatschappij

 

Jezus zei dat de maatschappij steeds meer wetteloos en immoreel zal worden naarmate de tijd nadert van Zijn wederkomst. In feite zei Hij dat het net zo kwaadaardig zou worden zoals het was in de dagen van Noach (Matteüs 24:12, 37-39).

Paulus schetst een kil plaatje van de maatschappij in de eindtijd in 2 Timoteüs 3:1-5 waarin hij zegt dat het gekarakteriseerd zal worden door drie liefdes:

  • de liefde voor zichzelf (humanisme),
  • de liefde voor geld (materialisme) 
  • de liefde voor genot (Hedonisme).

Hij wijst er vervolgens op dat het resultaat van deze wereldse levensstijl zal worden wat de filosofen nihilisme noemen, dat is een maatschappij op weg naar wanhoop. De geesten van mensen zullen bedorven worden (Romeinen 1:28) en de mensen zullen kwaad goed noemen en goed kwaad (Jesaja 5:20).

Wij zien vandaag deze profetieën voor onze ogen vervuld worden als we er op letten dat onze maatschappij zijn christelijk erfgoed verwerpt en afdaalt in een helse poel van wetteloosheid, immoraliteit en wanhoop. We exporteren ons nihilisme over de wereld door onze immorele en gewelddadige films en tv programma’s .

 

 

Einde van de Mammon

Einde van de Mammon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3) De Geestelijke tekenen

 

Er zijn zowel positieve als negatieve geestelijke tekenen waar we op moeten letten. De negatieve houdt in:

  • de verschijning van valse christussen en hun sekten. (Matteüs 24:5,11,24)
  • de afvalligheid van de belijdende kerk (2 tessalonicenzen 2:3)
  • een uitbarsting van satanisme (1 Timoteüs 4:1)
  • de vervolging van trouwe christenen (Matteüs 24:9).

Deze negatieve geestelijke tekenen begonnen in het midden van de negentiende eeuw te verschijnen toen chris-telijke sekten zich begonnen te vormen. De afvalligheid van de reguliere christelijke kerkgenootschappen begon in de twintiger jaren van vorige eeuw toen de Duitse school van ‘higher critism’ de Amerikaanse seminars begon binnen te dringen en de autoriteit van de Bijbel begon te ondermijnen, lerende dat de Bijbel de zoektocht van mensen naar God is i.p.v God’s openbaring aan de mensen.

Gedurende de zestiger jaren vond er een explosie van satanisme plaats in Amerika en is sindsdien wereldwijd geëxporteerd door middel van Amerikaanse films, boeken en tv programma’s. Bemoeienissen in het occulte is gewoongoed geworden in de vorm van astrologie, numerologie, voorspellen mbv kristallen bollen, transcendente meditatie en channeling. De hele trend is voltooid in de verschijning van de New Age Beweging met haar lering dat de mens God is.

De christelijke waarden, eens het fundament van de westerse beschaving, worden nu openlijk bespot en degenen die hieraan nog trouw blijven worden door de media beschouwd als intolerante fundamentalisten.

De positieve geestelijke tekenen omvatten:

  • de verkondiging van het Evangelie aan de hele wereld (Matteüs 24:14)
  • een geweldige uitstorting van de Heilige Geest (Joël 2:28-32)
  • een geestelijke verlichting om de profetieën te begrijpen welke verzegeld zijn tot de eindtijd (Daniël 12:4,9).

 

Net zoals het geval is met de negatieve tekenen, zien we deze positieve tekenen in onze dagen in vervulling gaan. Door middel van het gebruik van moderne technologie is in deze eeuw het Evangelie verkondigd over de gehele wereld, en is de Bijbel vertaald in alle voornaamste talen. De geweldige eindtijd uitstorting van de Heilige Geest die werd geprofeteerd door de profeet Joël is ook begonnen. Joël noemde het “de late regen” (Joël 2:23), en hij zei dat het zou gebeuren nadat de Joden naar hun land waren teruggekeerd. De staat Israël werd in 1948 her-steld.

 

 

 

4) De Tekenen van de Technologie

 

Het boek Daniël zegt dat er een explosie van kennis zal zijn in de eindtijd en dat mensen snel heen en weer zullen reizen. (Daniël 12:4).

Er zijn vele Bijbelse profetieën die, afgezien van moderne technologie, niet begrepen kunnen worden.

  • Hoe kan bijvoorbeeld de hele wereld naar twee lichamen kijken in de straten van Jeruzalem? (Openbaring 11:8-9). Moderne satelliet tv maakt het gemakkelijk.
  • Hoe kan de valse profeet een beeld van de antichrist maken die levend blijkt te zijn ?(Openbaring 13:15). Het antwoord is natuurlijk door de techniek van robots.
  • Hoe kan de valse profeet van alle mensen eisen om het merkteken van het beest aan te nemen om te kopen en verkopen? (Openbaring 13:16-17). Het zou niet mogelijk zijn zonder computers en lasers.

 

Jezus zei dat de Grote Verdrukking zo verschrikkelijk zou zijn dat al het leven op aarde zou ophouden te bestaan als Hij die dagen niet zou inkorten (Matteüs 24:21-22). Hoe zou al het leven op aarde bedreigd kunnen worden vóór de komst van nucleaire wapens? Een andere verwijzing naar nucleaire kracht bevat waarschijnlijk Lukas ver-melding dat in de eindtijd de mensen zullen bezwijmen van angst omdat “de machten der hemelen zullen wan-kelen.” (Lukas 21:26). Dat klinkt zeker als een verwijzing naar een atoomsplitsing.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

5) De Tekenen van de Wereldpolitiek 

 

De Bijbel profeteert dat er een zeker patroon van wereldpolitiek zal zijn dat de geopolitieke kaart in de eindtijd zal karakteriseren.

  • Het brandpunt zal de herstelde staat Israël zijn (Zacharia 12:2-3). Het zal belegerd worden door een bedreigende natie van de “afgelegen streken van het Noorden,” Het land van “Rosh” ofwel het moderne Rusland (Ezechiël 38:2,6).
  • Er zal ook een bedreigende natie uit het Oosten zijn welke in staat zal zijn een leger van 200 miljoen te sturen, nl China. (Openbaring 9:13-16) en (Openbaring 16:12-13).
  • Een derde bron van gevaar voor Israël zullen de Arabische landen zijn die het direct omringen. Zij zullen het land begeren en zullen proberen het van de Joden af te pakken ( Ezechiël 35:10 en 36:2).

 

Een andere belangrijke speler op het wereldpolitieke toneel in de eindtijd zal een coalitie van Europese landen zijn die een confederatie zullen vormen in het gebied van het oude Romeinse Rijk (Daniël 2:41-44,Daniël 7:7,23-24 en Openbaring17:12-13). Deze confederatie zal dienen als de politieke basis voor de opkomst van de antichrist en het scheppen van zijn wereldwijde koninkrijk (Daniël 7:8). Andere internationale politieke tekenen omvatten oor-logen en geruchten van oorlogen (Matheüs 24:6), burgeroorlogen (Matteüs 24:7), en algemeen internationaal terrorisme en wetteloosheid (Matteüs 24;12).

 

 

 

6) De Tekenen van Israël 

 

De tekenen met betrekking tot de staat Israël zijn overvloedig en zeer belangrijk.

De meest veelvuldig herhaalde profetie in het Oude Testament is de voorspelling dat de Joden in de eindtijd vergaderd zullen worden uit de “vier hoeken der aarde” (Jesaja 11:10-12).  De Bijbel vermeldt dat een gevolg van deze vergadering het herstel van de staat Israël zal zijn (Jesaja 66:7-8). De Bijbel zegt dat als eenmaal de Joden weer in hun land terug zijn het land zelf het wonder van ontginning zal ervaren (Jesaja 35). De woestijn zal bloe-ien en mensen zullen roepen: “Dit verwoestte land is geworden als de Hof van Eden.” (Ezechiël 36:35).

Een ander wonder in de eindtijd zal de herleving van de Hebreeuwse taal zijn. (Sefanja 3:9). De meeste mensen zijn zich niet bewust van het feit dat, toen de Joden in 70 AD werden verstrooid uit hun land, ze ophielden de Hebreeuwse taal te spreken. De Joden die zich in Europa vestigden ontwikkelde een nieuwe taal Jiddish, een combinatie van Hebreeuws en Duits. De Joden die naar het Middellandse zee gebied trokken creëerden een taal, Ladino genoemd, een combinatie van Hebreeuws en Spaans.

Andere belangrijke tekenen waarop we moeten letten in de eindtijd mbt Israël omvat:

  • het weer innemen van Jeruzalem (Lukas 21:24)
  • de herrijzing van Israël’s militaire kracht (Zacharia 12:6)
  • het opnieuw in het brandpunt komen van de wereldpolitiek inzake Israël.

 

Al deze tekenen zijn vervuld in deze eeuw. De natie is hersteld, het land is teruggevorderd, de oude taal herleeft. De Joden zijn terug in Jeruzalem, en Israël is het brandpunt van de wereldpolitiek.

Jezus zegt in Lukas 21:28 dat wanneer deze dingen beginnen te geschieden, we ons op moeten richten en onze hoofden omhoog moeten heffen omdat “onze verlossing genaakt”.

 

 

 

De Voornaamste Tekenen

 

De meest belangrijke tekenen zijn die welke betrekking hebben op Israël omdat God de Joden door de Bijbel heen gebruikt als Zijn profetische tijdklok. God wijst zeer vaak op het Joodse volk en de Staat. Een goed voor-beeld van dit principe kan gevonden worden in Daniël 9 in de beroemde profetie van de 70 jaarweken. De profeet vertelt ons om op een bevel te letten om de herbouw van Jeruzalem te bekrachtigen. Hij zegt vervolgens dat 69 jaarweken (483 jaar) nadat het bevel is uitgegaan naar de Joden, de Messias zal komen.

Er zijn 2 voorname profetieën welke in verband staan met de wederkomst van Jezus, die gebeurden in de Joodse geschiedenis sinds 1948. Deze 2 gebeurtenissen bewijzen duidelijk de periode waar we nu in leven als de tijd van de wederkomst van de Heer.

 

 

1.De Staat Israël

 

De eerste is het herstel van de staat Israël welke geschiedde op 14 mei 1948. Jezus koos deze gebeurtenis uit als het teken dat Zijn spoedige wederkomst zal aankondigen.

Zijn profetie zit verwerkt in de parabel van de olijfboom (Matteüs 24:32-35) welke Hij in Zijn Rede op de Olijfberg presenteerde. De dag voordat Hij deze toespraak hield had Hij een vloek gelegd op een dorre vijgenboom met als resultaat dat hij verwelkte (Matteüs 21:18-19). Dit was een symbolische profetie dat God spoedig Zijn toorn over het joodse volk zou doen komen vanwege hun geestelijke verdorring in het verwerpen van Zijn Zoon.

De volgende dag herinnerde Jezus Zijn discipelen aan de vijgenboom. Hij zei te letten op het weer bloeien ervan. Met andere woorden zei Hij te letten op de wedergeboorte van Israël. Hij gaf aan dat als de vijgenboom weer bloeit Hij aan de poorten van de Hemel zou staan, klaar om terug te keren (Matteüs 24:33). Eveneens belangrijk voegde Hij er een interessante waarneming aan toe: “Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbij gaan voordat dit alles geschiedt” (Matteüs 24:34.) Welk geslacht? Jezus bedoelde niet een generatie mensen maar het geslacht der Joden van toen tot heden. 

 

 

 

2.De Stad Jeruzalem

 

De tweede voornaamste gebeurtenis werd door Jezus in dezelfde rede geprofeteerd zoals opgeschreven door Lukas: “en zij (de Joden) zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden totdat de tijden der heidenen zullen zijn vervuld.” (Lukas 21:24).

De eerste helft van deze profetie werd vervuld in 70 AD, veertig jaar nadat Jezus de woorden gesproken had. In dat jaar veroverden de Romeinen onder leiding van Titus Jeruzalem en verdreef de Joden onder de volkeren. Jeruzalem bleef onder heidense bezetting gedurende 1897 jaar tot 7 juni 1967 toen Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog de stad weer in handen kreeg. De Joodse herbezetting van de stad Jeruzalem is duidelijk het bewijs dat we leven in de periode van de wederkomst van de Heer. Jezus zei dat dit het einde zou markeren van het tijdperk van de heidenen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : De nederdaling van het Nieuwe Jeruzalem

Openbaring hoofdstuk 21 : De nederdaling van het Nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

Strijd in de Hemelse gewesten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Ef. 6:12 “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

 

 

Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.

 

 

maxresdefault

 

 

 

1. De strijd tussen God en satan

 

Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God.  Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.

 

Lees  Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld.  Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.

 

 

openbaring 12 : de vrouw en de draak

openbaring 12 : de vrouw en de draak

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.

  • Satan wilde Jezus doden als baby onder Herodes.
  • Verzoeking in de woestijn.
  • In de tuin van Getsémané.
  • Aan het kruis.
  • In het graf.

In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.

 

 

 

2. Strijd tussen de engelen en de demonen.

 

Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.

 

 

2.1. Engelen


De natuur van de engelen

 

Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’.  God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.

 

Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:

( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen

( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten

( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam

 

Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.

 

Engelen zijn wijzer dan mensen. 

(2 Sam. 14:20)  “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .

 

Engelen hebben veel kracht.

 (Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”

  1. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten : 2 Kon. 19:35.
  2. Eén engel sloeg 70.000 Israëlieten ten gevolge van Davids zonde :  2 Sam. 24:15-16.
  3. Eén engel veroorzaakte een grote aardbeving en rolde de steen weg bij het graf van Jezus : Mat. 28:2-4.
  4. Eén engel zal de duivel gedurende 1000 jaar vastbinden en gevangen houden : Op.20:1-3.

 

Er is een hiërarchie tussen de engelen.

( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.

( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.

 

Engelen zijn onsterfelijk

( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.

 

Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar

( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)

 

Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten

(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)

 

 

battleofgoodandevil

 

 

 

Het aantal engelen

 

Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.

(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.

(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.

(Mat. 26:53)  Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).

(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.

 

 

 

Het werk van de engelen

 

In de hemel:

 

1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God. 

(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).

 

Op aarde :

 

2.  hier vervullen ze opdrachten voor God.

Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.

 

3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.

(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”

(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.

 

 

4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden

( Mat. 13:41-42).

 

 

5. Engelen zijn dienende geesten.

(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.

 

 

6. Ze begeleiden gelovigen.

(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.

(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.

(Luc.22:43) Op Gethsemane  “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.

 

 

7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst

(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).

 

 

8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.

(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…

(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”

 

 

9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.

(Openbaringen 22:8-9).

 

 

 

Rangorde onder de engelen.

 

Aartsengelen:

  • Michaël die een speciale beschermengel is voor het volk Israël. Hij wordt omschreven als vorst.
  • Gabrieël: boodschapper van God. Dan. 8:16, Dan. 9:21, Luc. 1:19, 26

 

Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.

  • Gen. 3:24, Bij de hof van eden.
  • Ezech 1:15-25, Onder Gods troon.
  • Ex. 25:17:22, Op de ark.
  • Ex. 26:1, 31, Op het voorhangsel

 

Serafs: Jes. 6:2-7,  Gods heiligheid aankondigen.

 

Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.

 

 

angels

 

 

 

De superioriteit van de mens ten opzichte van de engelen

 

Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:

  1. Engelen mogen het evangelie niet verkondigen, deze opdracht is door Jezus aan ons gegeven.
  2. Op zekere dag zullen we oordelen over de engelen ( l Kor. 6:3). Waarschijnlijk gaat het enkel over de gevallen engelen (Judas 6).

Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.

 

 

 

2.2. De demonen.

 


Gevallen engelen

 

Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.

(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.

(2 Pet. 2:4)  spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:

  1. Ze rebelleerden tegen God wanneer satan probeerde te zijn zoals God. (Jes. 14:12, Ezech. 28:16 en Op. 12:7).
  2. De zonde van de “gevallen engelen” was de zonde van trots en ongehoorzaamheid t.a.v. God.
  3. Het was de zonde van seksuele gemeenschap met de kinderen der mensen (Gen:1-4).

 

De toekomstige plek van de gevallen engelen :

(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.

 

 

maxresdefault (1)

 

 

 

Rangorde

 

Overheden en machten

Opperbevelhebbers en bevelhebbers

Wereldbeheersers

 

 

 

Macht

 

Ziekte toebrengen.

 

Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.

Math. 12:22, Blind, stom.

Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.

Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.

 

 

Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.

Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens

Misbruik maken van de zwakten van de mens

Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn

Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat

Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten

 

Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.

 

 

 

3. Strijd gelovigen en de hemelse gewesten.

 

We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God,  (2 Tim. 2:3-4).

 

 

 

4. Hoe strijdt satan?

 

  • Mensen te verblinden. 2 Kor. 4:3-4
  • Satan probeert door ongeloof, onverschilligheid, valse getuigenissen, leugens, valse religies, enz. de mensheid te verblinden. Daarom zegt Paulus in Efeze 6: 18-19, bid!
  • Gelovigen aan te vallen, ontmoedigen, aftrekken. Lucas 22:31, 1 Petrus 5:8, Job. 1:6-12, 2:1-10.  > Staan op Gods beloften: 1 Kor. 10:13
  • Verdeeldheid te zaaien, huwelijk verbreken. 1 Kor. 7:3-5
  • Leiders vernietigen. 1 Tim. 3:2-6
  • Valse religies en dwaalleraars. 2 Kor. 11:13-14
  • In ons denken en ons handelen en door middel van begeerten.

 

 

derren-brown-tricks-of-the-mind

 

 

 

5. Samenvatting.

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.

Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?

  • Staan op Gods beloften. (1 Kor. 10:13), niet boven vermogen verzocht worden.
  • Strijden in gebed.
  • De weg van gehoorzaamheid aan Gods woord bewandelen. (2 Kor. 10:3-6)
  • Vlucht naar God toe! (Jacobus 4:7-8)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Boodschap 322 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

Symbolische voorstelling van de komst van de antichrist en de valse profeet : hoofdstuk 13 van de Openbaring uit het Nieuwe Testament

Symbolische voorstelling van de komst van de antichrist en de valse profeet : hoofdstuk 13 van de Openbaring uit het Nieuwe Testament

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

IEMAND DIE BEWUST DEELSE-  OF VOLLEDIGE 

 

ONWAARHEDEN VERKONDIGT 

 

OVER GOD, JEZUS EN DE HEILIGE GEEST,

 

IS EEN KIND VAN DE PRINS DES DUISTERNIS.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

mijne kop a4

 

 

Veertiende Miniatuur : vijfde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Veertiende Miniatuur: Vijfde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2014_Boek%20II,5

Priesterschap en Maagdelijkheid
.
.
.
.

Bij de elfde miniatuur, die van de H. Drievuldigheid, hoort deze. Het is één van de belangrijkste miniaturen om de spiritualiteit van Hildegard te begrijpen. Uit het voorwoord weten we, dat de profetes zich vooral geroepen voelde om de openbaring van de hemel te verkondigen omdat de priesters van haar tijd in hun taak schromelijk tekort schoten. Daarom wil Hildegard in dit visioen het ideaal van het priesterschap schetsen, en dit in nauw verband brengen met de roeping tot maagdelijkheid.

Deze prediking en strijd voor het celibaat in de Kerk, ingezet door Paus Gregorius VII, vormt één der basisgegevens van het hele boek Scivias. Hildegard weidt uitvoerig uit over alle aspecten en bijzonderheden, welke zij ziet in het grootse beeld van de Kerk. Omdat de uitleg 69 kapittels bevat is het voor de miniaturist onmachtig die veelheid in beeld te brengen. Daarom heeft hij zijn toevlucht gezocht in de grootst mogelijke soberheid.

Van de gedetailleerd beschreven versieringen van de maagden vinden we niets in de miniatuur. Daar de tekst vaag is gebleven over de vormgeving van de Kerk en haar kleding (omdat Hildegard verblind is geweest door de grootsheid van het mysterie), heeft de kunstenaar de figuur van de Kerk wel met schitterend goud versierd, maar verder geen enkel detail aangegeven. Men ziet slechts de omtrekken van de afhangende mouwen, de handen en de vingers zijn vaag uitgebeeld.

Vanaf het middel tot de knieën (ook hier is het benedendeel van het lichaam niet afgebeeld) heeft de miniaturist niet alleen alle gegevens vereenvoudigd maar deze in de vorm van een schets gelaten. Men onderscheidt hier geen enkele begrijpelijke vorm meer, doch slechts verzilverde vlekken of wolken. Deze wolken symboliseren de lekenstand en geven Hildegard de gelegenheid in haar uitleg uitvoerig in te gaan op het sacrament van het Huwelijk. Duidelijk speelt het mysterie van het huwelijk zich voor haar af in de geest van geloof dat door de miniaturist met zilver wordt aangeduid.

Naast de zilverkleurige rok zien we twee banen die tussen de mouwen en het lichaam vanaf de oksels tot beneden toe lopen. Deze zijn onbeschilderd waardoor de kleur van het perkament zichtbaar wordt. Dit versterkt in hoge mate de eerste indruk van onvoltooidheid die vooral in de benedenhelft van deze miniatuur op ons afkomt. Waarschijnlijk is hier sprake van een opzettelijke onafgewerktheid die ten doel heeft het heilloze van het ongeloof duidelijk te maken.

Volgens de tekst rijst een diepe duisternis van beneden af tegen de Kerk omhoog. We hebben het ongeloof dat strijd voert tegen de maagdelijkheid. Dit ongeloof valt bij Hildegard samen met het kwaad van de duivel. Men zou verwachten dat dit kwaad simpelweg met zwart aangegeven zou worden. Maar de miniaturist gaat in de geest van Hildegard nog een stap verder. Voor haar is het kwaad de grote onwerkelijkheid, de absolute ontkenning tegenover het geloof. Daarom is het kwaad hier aangegeven door de afwezigheid van iedere kleur.

Dit is een heel emotionele benadering en uitdrukkingswijze van het mysterie van de ongerechtigheid, van het kwaad en het ongeloof. Deze afschuw voor het ongeloof kwam voort uit haar grote liefde voor de maagdelijkheid en de belangrijkheid hiervan voor het leven van de Kerk. Om deze reden ontdekken we dan ook in deze miniatuur een grote tegenstelling tussen de vage tekening van de hoofdfiguur en de kleurrijke uitbeelding van het kleine groepje in het hart van de Kerk. Hier zijn de gezichten fijn getekend en de plooien van de kleding soepel uitgewerkt en ook de houdingen zijn zeer expressief.

Het kleine meisje stelt de maagdelijkheid voor. Zij lijkt met haar gespreide haren, de ten hemel geslagen ogen en als in extase geheven armen een vaart naar het bovennatuurlijke uit te drukken. Het is dat enthousiasme dat aan de zielen de inspiratie geeft om triomfantelijk alle aardse vreugden los te laten.

De maagdelijkheid staat daar geflankeerd door een stoet van zielen. Vooraan staan godgewijde maagden met sluiers en achter haar bisschoppen met mijters. De maagden hebben loshangend haar, kronen op het hoofd en in haar handen dragen ze gouden vruchten. De bisschoppen dringen achter haar op en zijn in wijde kazuifels gekleed. Allen, zowel de bisschoppen als de maagden, houden handen en blikken gericht naar de maagdelijkheid. Zo drukt de maagdelijkheid duidelijk hun gemeenschappelijk verlangen naar het eeuwig leven uit.

Het gaat om leven, vreugde en licht in deze magnifieke en zachte voorstelling van het Priesterschap en de Maagdelijkheid. Dit is ook de betekenis van de gouden vlammen die ontsnappen aan het hart van de Kerk, van haar wijd uitgestrekte handen, van haar ogen zo groot en helder en van haar gezicht dat de heldere wetenschap van haar wezen straalt. De maagdelijkheid maakt dezelfde gebaren als de Kerk en vormt zich geheel naar haar.

De enthousiaste beschrijving van de bijna abstracte voorstelling van de Kerk is ontleend aan Dom Baillet. Bedenken we wel, dat hij dit schreef in de jaren dat het academisme nog hoogtij vierde. Hieruit blijkt dat Dom Baillet, overleden in 1913, zijn tijdgenoten ver vooruit was, zowel in het begrijpen van de mystieke betekenis van de visioenen van Hildegard als van de artistieke waarde van deze miniaturen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Een Maria-meditatie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

“Kijk in je hart naar het beeld dat Ik je zal tonen. Het is het beeld dat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen ten volle tot uitdrukking brengt. Ik zal dit beeld voor eeuwig in je hart branden”.

 

.

8d1e2970ae3eae983f43b2b86a9ef7ac

.

 

 

Neem deze tekst goed door en visualiseer het tafereel ; vraag dan om een gunst

.

Ga op een zachte ondergrond liggen en ontspan je, let op je ademhaling en zet alle zorgen van de dag opzij. Neem daar je tijd voor.

 

  •  zie de bovenste glooiing van een bol, die de wereldbol voorstelt.
  • Op de bol staat een gouden troon. Bovenop de rugleuning van de troon zie je een lelievormig schild met daarop in sierlijke letters MDA (= Maria Domina Animarum, Maria Meesteres van alle Zielen).
  • Op de troon zie je Maria zitten. Ze draagt een wit kleed met daarover een mantel in een prachtige hemelsblauwe kleur zoals je die op deze wereld nooit gezien hebt. Over Haar hoofd hangt een schitterend goudkleurige gordel (een lint met een breedte van ongeveer 5 cm), die aan beide zijden van Haar hoofd naar beneden hangt zodat de beide uiteinden telkens buiten de armleuningen van de troon vallen en tot tegen de aardbol reiken.
  • Zie hoe Maria in de rechterhand een gouden scepter bekleed met veelkleurige edelstenen houdt. Haar linkerhand rust losjes op het voorste uiteinde van de linker armleuning. Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen in verschillende kleuren (elke steen een andere kleur: de zeven kleuren van de regenboog, plus één waaruit intens goudkleurig licht straalt). De gekleurde stralen uit elk van de edelstenen verspreiden zich als lichtbundels naast Maria en vóór Haar voeten weg over de hele aardbol.
  • Op Maria’s hoofd, bovenop de goudkleurige gordel, staat een gouden kroon bekleed met veelkleurige edelstenen.
  • Bovenaan het beeld zie je de Godheid in de vorm van een verblindend wit Licht, zoals een schitterende zon, met in het midden een kruis waaruit druppels bloed vallen. Vanuit deze “zon” schiet een brede bundel schitterend wit licht omlaag, om halverwege tussen de “zon” en het hoofd van Maria over te vloeien in de Heilige Geest in de gedaante van een witte Duif.
  • Merk hoe binnenin deze Duif het wit Licht opgesplitst wordt in de zeven kleuren van de regenboog. Aan de onderzijde van de duif vertrekt een zevenkleurige stralenbundel omlaag, die breder wordt naarmate hij het hoofd van Maria nadert. Op het punt waarop deze bundel het hoofd van Maria raakt, heeft hij de breedte van Haar hoofd, zodat het lijkt alsof Haar hoofd omhuld wordt door een regenboog.
  • Je ziet het hart van Maria dat lijkt op een zon van schitterend gouden licht.
  • Aan beide zijden van Maria zie je massa’s engelen, die diep geknield liggen met het hoofd naar Maria toe. Het lijkt alsof al deze engelen “zweven” (zij raken geen grond).
  • Neem waar dat Maria’s rechtervoet op het gelaat van een duivel rust, die op het aardoppervlak ligt. Zijn kop is naar Maria toe met het gelaat naar links gedraaid, zodat het lijkt alsof de tenen van Maria’s rechtervoet op zijn wang rusten.
  • Maria’s linkervoet rust op de aardbol. Vóór deze voet liggen drie duivelse gestalten geknield, die met angstige blik naar deze voet kijken. Onder deze duivelen lijkt het aardoppervlak geopend en zie je de vlammen van de hel.
  • Aan Maria’s rechterzijde, tussen de engelen en het aardoppervlak, zie je een nevel waarin enkele gestalten eveneens geknield liggen. Deze nevel stelt het vagevuur voor. De nevel wordt bestraald door de goudkleurige straal uit één van Maria’s vingers.
  • Zie hoe Maria naar je kijkt, smeek om via Haar voorspraak te krijgen bij Christus om vergeving van je zonden te bekomen, bid 7 Weesgegroeten en vraag je eerbare gunst.

.

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Toelichting bij de meditatie

.

 Ziehier de betekenis van de hele symboliek zoals de Meesteres van alle zielen deze openbaart:

 

  • De Godheid heeft geen gestalte, Zij is puur Licht. In het centrum van het Goddelijk Licht staat het Kruis van Gods Zoon, met het Bloed waarmee Hij alle Genaden heeft ontsloten.
  • De Goddelijke Mysteries werken zich uit via de Heilige Geest. De uitsplitsing van het Goddelijk Licht in de Heilige Geest symboliseert het feit dat Gods Geest alle mogelijke Goddelijke Genaden “in opneembare vorm” naar de zielen stuurt.
  • Het hoofd van Maria wordt als het ware omhuld door de regenboog der genaden. Dit symboliseert het unieke voorrecht van de volheid der genade, die onder alle geschapen wezens slechts in Maria aanwezig is. Deze volheid van genade verheft Maria tot de unieke positie waarin Zij de uitvoerende macht van God Zelf over alle wezens kan uitoefenen.
  • Zij is omhuld door het Goddelijk Licht, wat betekent dat Zij de volheid van het Goddelijk Leven in Zich draagt, en dus ook totaal één is met Gods Wil. Hierdoor is Haar macht volkomen: elke uiting van Haar Wil geldt voor God als een uiting van Zijn Wil, en moet door alle schepselen worden aanvaard en gehoorzaamd als een uiting van Gods Wil.
  • Maria zit op een gouden troon. Deze symboliseert het feit dat Zij verheven is tot Koningin over alles wat onder God staat. Goud is de Goddelijke kleur, de kleur van de onbegrensde heiligheid en de waardigheid.
  • Maria draagt een gouden kroon bezet met veelkleurige edelstenen. De kroon is symbool voor het koningschap, de gouden kleur symboliseert het Goddelijke, de veelkleurige edelstenen symboliseren nogmaals de volheid der genaden en het feit dat God al Zijn eigenschappen in Haar heeft laten overvloeien voor de uitoefening van Haar unieke roeping als Meesteres van alle zielen.
  • De top van de rugleuning van Maria’s troon is een lelievormig schild met de initialen MDA (Maria Domina Animarum, d.w.z. Maria Meesteres van alle zielen), om aan te duiden dat Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen Haar is geschonken op grond van Haar onbevlekte zuiverheid en heiligheid (gesymboliseerd door de lelie). Volmaakte zuiverheid is de eigenschap waardoor een ziel Gods Licht TOTAAL in zich kan opnemen en verder uitstralen. Dit geldt voor geen enkele ziel buiten Maria, zodat van Haar kan worden gezegd dat Zij de Spiegel van God is.
  • Maria draagt een wit kleed, symbool voor Haar onbevlekte zuiverheid. De hemelsblauwe mantel symboliseert Haar ziel die de absolute volmaakte innerlijke Vrede in zich draagt, zoals deze anders slechts in het Hart van God Zelf te vinden is. Het lichtblauwe van een wolkenloze hemel symboliseert de diepe Vrede in haar hart, het goudkleurige lint over haar hoofd staat voor het feit dat Haar hele Wezen omhuld is in Goddelijke eigenschappen en uitwerkingen van de Goddelijke genade. Dit lint raakt aan beide zijden van de troon de aardbol, tot symbool voor het feit dat Maria Haar heerlijkheid over de zielen wil uitspreiden.
  • Maria’s Hart is een zon van schitterend gouden licht. Dit verwijst naar de absolute vlekkeloosheid van Maria’s innerlijke gesteldheden, het feit dat Zij totaal vervuld is van heiligheid en Goddelijk Leven, en het feit dat Haar macht zich uitwerkt door Haar onvergelijkbare Liefde.
  • Haar Hart is als een gouden zon. God wil hierdoor aanduiden dat Maria bij Goddelijk Besluit als het ware Goddelijke macht uitoefent, en dat Zij dit doet door de volheid van de Liefde, die letterlijk de drijvende kracht van de hele schepping is.
  • Maria’s rechterhand draagt een gouden scepter wat betekent dat Zij macht over alles heeft. De veelkleurige edelstenen op de scepter verwijzen naar deze macht die ontspringt uit de volheid van de Goddelijke genade. Haar linkerhand rust losjes op de linker armleuning wat de ongedwongenheid waarmee Zij Haar Glorie draagt benadrukt en Haar macht over de schepping aanwendt.
  • Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen. Deze staan voor Maria’s rol als Middelares en Uitdeelster van alle Goddelijke genaden. Zij laat deze als stralen van gekleurd Licht (elementen van Goddelijk Leven) over alle zielen uitstralen. De edelstenen verspreiden de zeven kleuren van de regenboog die samen alle Goddelijke genaden symboliseren, en bovendien de gouden kleur tot voltooiing van de heiliging. Om deze reden bestraalt de gouden lichtbaan het vagevuur voor de loutering van de zielen die daar verblijven, en symbool voor het feit dat deze zielen hun loutering voltooien met de ondersteuning van de genaden die door Maria over hen worden uitgestort.
  • Maria’s troon staat op de aardbol, aan Haar is de macht over al het geschapene gegeven. Ook Haar linkervoet rust op de aardbol, tot teken voor Haar onbegrensde macht over alles op de wereld.
  • Maria’s rechtervoet rust op een duivel, Zij heeft voor alle eeuwigheid de duivel in Haar macht. Zij is hem gedurende Haar hele aardse leven de baas geweest, het volstaat dat één voet op hem rust om hem machteloos te maken. Zo zal Maria met de satan onder Haar voet in de volheid van de tijd aan de hele schepping verschijnen tot verkondiging van Haar meesterschap over alle zielen en van Haar definitieve overwinning over alle duisternis en alle werken der duisternis.
  • De houding van deze verslagen duivel draagt op zich nog verdere symbolen in zich: hij ligt op de aardbol, die hij wilde inpalmen, met de kop naar Maria toe gericht. Hij belaagt Maria en Haar getrouwen omdat zij zijn ultieme vijanden en hinderpalen zijn. De duivel ligt met de kop schuin gedraaid onder Maria’s voet. Zij heeft zijn kop, symbool voor zijn hoogmoed, onder Haar voet tegen de aarde gedrukt. Het feit dat Maria’s tenen niet op de schedel maar op de wang rusten, symboliseert de allerdiepste vernedering voor de duivelse gestalte.
  • Vóór Maria’s linkervoet liggen duivelen geknield, met onder hen de vlammen van de hel. Maria toont hierdoor Haar onbegrensde macht over alle duivelen en alle krachten der duisternis. De angstige blik in de ogen van de duivelse gestalten die naar Haar voet kijken, symboliseert het besef van hun machteloosheid jegens Haar. Dit beeld drukt eveneens het feit uit, dat het de satan bekend is, dat op zekere dag zijn kop door de voeten van de Meesteres van alle zielen zal worden verpletterd.
  • Aan beide zijden van Maria’s troon liggen zeeën van engelen geknield met het hoofd naar Haar toegewend, als symbool voor Maria’s meesterschap over alle engelen.

 

 

6701558 maria en duivel

 

.

 

Het totaalbeeld is dat van de Koningin en Meesteres over ALLES,

door volheid van Goddelijke genade.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

Wat is bekering?

Standaard

categorie : religie

 

.

Bekering is een algehele verandering van iemands levensrichting: een afkeer van het kwaad en een omkeer tot God, om Hem te gehoorzamen en te dienen. God wil dat we ons tot Hem bekeren en geloven in Zijn Zoon, Jezus Christus, de verlosser. Bekering gaat daarom gepaard met geloof in Jezus Christus. Bekering gaat ook samen met een geestelijke wedergeboorte, de onzienlijke kant van dezelfde ingrijpende levensgebeurtenis. Bekering geeft God gelegenheid en reden om vergeving van zonden, het eeuwige leven en de gave van de Geest te schenken. Bekering leidt tot een blijvende verandering ten goede: vrucht dragen, goede werken doen.

 

 

christelijk-geloof-verlossing

 

 

 

Noodzaak

 

De mens is een zondaar, die, om behouden te worden van Gods oordeel over de zonde en het eeuwige leven te beërven, bekering nodig heeft. De twaalf leerlingen die de Heer Jezus uitzond predikten ‘dat men zich moest be-keren’ (Marc. 6:12).


Mr 6:12 .En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren.

 

In het oude- en nieuwe testament wordt deze eis gesteld om weer met God in gemeenschap te komen en ontrukt te worden aan het dreigende oordeel. De grondslag hiervoor is gelegd door het werk van Christus aan het kruis volbracht.

.

 

 

Bekering van

 

Wie zich bekeert, bekeert zich van iets: van de geestelijke en zedelijke duisternis, van de macht van Satan.

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

De bekeerling is zich niet altijd bewust van de macht van de satan of van de duisternis waarin hij zich bevond. Hij breekt met een slecht leven of met een slechte praktijk en wil met Jezus een nieuw begin maken. In de ogen van de Heiland is er meer aan de hand: wie zich bekeert, keert zich af van de duisternis en van de macht van satan.

.

 

 

Bekering tot

 

De waarachtige bekering is een bekering tot God. De door de zonde verstoorde verhouding tot een heilige en rechtvaardige God wordt door de bekering hersteld. Wie zich bekeert treedt tot God in een nieuwe betrekking. Het is alsof een verloren zoon thuis komt bij zijn vader, die in liefde naar zijn kind uitzag. Bekering is een relationele verandering die leidt tot een persoonlijk kennen en omgaan met God.

De Godsgezant Paulus betuigde de bekering tot God:

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.

 

.

Ook de Heer Jezus, die aan Paulus verscheen, spreekt van bekering tot God:

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

 

.

Bekering tot God gaat gepaard met het aanroepen van God, het berouw hebben over zonden, het erkennen/belijden van zonden en het geloven in de Heer Jezus Christus (Hand 2:21). Wie zich bekeert, neemt zich voor verkeerde dingen  voortaan na te laten en wendt zich tot God met erkenning van persoonlijke zonden.

 

 

4234137

 

 

 

In- en uitwendig.

 

Deze ommekeer dient een hartezaak te zijn, niet slechts uitwendig: niet alleen een uitwendige gedragsveran-dering of een woordelijke belijdenis:

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Deut. 30:2 En gij zult u bekeren tot den Heere God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

 

.

Soms wordt in de Bijbel over bekering gesproken als over een inwendige verandering; soms echter ook over een uiterlijk zichtbare verandering en ook wordt van een inwendige én uitwendige ommekeer melding gemaakt. De verandering bij een bekering is zowel uitwendig als inwendigeen andere weg inslaan alsook andere gedachten of gezindheid aannemen:

 


Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

 

.

geloof-beproeving

 

.

 

 

Gods werk vóór de bekering

 

De bekering is een antwoord op Gods werk aan het hart en geweten van een mens. Door middel van woorden (van christenen, uit de Bijbel), ontmoetingen, gebeurtenissen of omstandigheden spreekt God de mens aan. Evangelisten en andere christenen brengen de boodschap van de verlossing door Christus, gepaard met de oproep tot bekering en geloof.

.

 

 

Onze verantwoordelijkheid

 

Bekeren is iets dat wijzelf moeten doen. God werkt, doch de mens moet ook iets doen, hij moet zich bekeren. Wij kunnen ons er niet aan onttrekken met te zeggen: ‘God bekeert mij (nog) niet’. We moeten niet op God wachten voor onze bekering. Integendeel, God wacht op ons tot wij ons bekeren. God geeft tijd en na onze bekering vergeeft hij. De menselijke en goddelijke werkzaamheden komen in de volgende verzen naar voren:

 

Opb 2:21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

Jer 36:3 Misschien zullen die van het huis van Juda luisteren naar al het onheil dat Ik hun denk aan te doen, zodat zij zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en Ik hun ongerechtigheid en hun zonden zal vergeven.

Mt 13:15zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.

 

.

 

Gevolg van de bekering

 

Het gevolg van Godswege voor de bekeerling is de ondervinding van Gods ontferming, de vergeving en uitwissing van zonden, de gave van van Heilige Geest en een eeuwig hemels erfdeel.

Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEER, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

God wil iedere berouwvolle bekeerling vergeving van zonden schenken, zodat de gemeenschap met Hem weer wordt hersteld en de mens opnieuw, door de Heilige Geest, in staat is Hem van harte te dienen.

 

.

 

Na de bekering de doop

.

Op de bekering hoort de doop te volgen.

 

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

 

doopl1

.

 

.

Levensverandering

 

Bekering leidt tot een verandering in denken, willen, voelen en gedrag. De nieuwe levenswijze vloeit deels op ‘natuurlijke’ wijze voort uit de nieuwe natuur die de gelovige door de wedergeboorte ontvangt en uit het ver-nieuwende werk van God. Zo moet de bekeerling gevolg geven aan zijn bekering en zich gedragen de bekering waardig. Bekering moet door gehoorzaamheid aan God leiden tot een andere levensstijl.

 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Mt 3:8 Brengt dan vrucht voortde bekering waardig;

Tit 2:11 -14 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen
en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw,
in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken

1Th 1:8-10 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

 

Miljoenen hebben, door Gods Geest en door Zijn woord bewerkt, de wondere uitwerking van deze verandering ervaren en gaan als gelukkige mensen door het leven, zij het niet zonder struikeling of strijd. Met de jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 delen zij in de vreugde “verzoend te zijn met God” en een plaats te hebben in het huis des Vaders.

 

.

 

Blijdschap in de hemel

 

Voor God is de bekering van een mens een grote, vreugdevolle verandering, zoals de Heer Jezus duidelijk maakt in de gelijkenis van de verloren zoon:

 

Lu 15:24 want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn. 

 

 

.

Noodzakelijk voor ieder mens

 

De bekering tot God, met het geloof in Jezus Christus, is nodig voor de joden en voor de andere volken, dus voor alle mensen en is nog noodzakelijk voor ieder mens, of hij religieus is of niet. Immers, er is niemand die wegens zijn zonde van nature voor God kan bestaan. Zoals Gods gezant Paulus zegt:

 

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde. 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damascus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

 

 

geloof-en-wetenschap

.

 

 

Bekering + geloof = behoudenis

 

Bekering dient samen te gaan met geloof in Jezus Christus. Bekering + geloof = behoudenis. Deze behoudenis omvat werkelijk veel heil en zegen. In onderstaande tabel worden bekering en geloof naast elkaar geplaatst en nader verduidelijkt:

 

.

Bekering + geloof = behoudenis
Erkennen tegenover God dat het niet goed zit met je, dat je gezondigd hebt.

Je afkeren en bereid zijn je af te keren van wat slecht is en je keren tot God.

Willen breken met verkeerde gewoonten.

Bekering betekent dat je een ander, een nieuw leven wilt gaan leiden met God.

Bekering is afslaan van een weg zonder God, invoegen op een weg met God.

 Je vertrouwen vestigen op Jezus. Je waagt het met Hem.

God op zijn Woord nemen.

Geloven dat God ook jou wil redden van je zonden en daarvoor Zijn Zoon heeft gegeven.

Een aanbod, een geschenk aannemen uit de handen van God.

Jezelf aan God overgeven.

Rusten in een werk dat volbracht is.

“Dank u wel” zeggen tegen God” voor het werk dat Jezus aan het kruis heeft volbracht.

Niet verloren gaan.

Niet in het oordeel van God komen.

Vergeving van zonden.

Uitwissing van zonden.

Kind van God geworden.

Een nieuwe schepping.

Een eeuwig erfdeel in de hemel.

Gemeenschap en omgang met God.

 

 

 

Bekering en het Koninkrijk van God

 

De oproep tot bekering klinkt in het Nieuwe Testament al vóór het verlossingswerk dat Jezus Christus aan het kruis volbracht. Het was een onderdeel van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God. Het goede nieuws (‘evangelie’) dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen werd verkondigd door Johannes de Doper en daarna door Jezus Christus.

De bekering moest niet zonder gevolg zijn, maar tot een blijvende verandering ten goede leiden: vrucht dragen, goede woorden en daden voortbrengen. Johannes de Doper zei:

 

Mt 3:8  Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;

De oproep tot bekering ging gepaard met de oproep om te geloven in het goede nieuws (evangelie) van het Koninkrijk:

Mr 1:14-15  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie.

De Koning werd echter verworpen en gekruisigd. Doch God maakte hiervan een verlossingswerk. Aan het kruis droeg Jezus onze zonden en onderging de straf over onze zonden. Wie zich bekeert tot God en in Zijn Zoon Jezus gelooft, wordt overgebracht in het koninkrijk van de Zoon.

Col 1:12-14  terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde,  in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.

Door de bekering komt men op een ander terrein, het terrein van het Koninkrijk van God.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Matteüs 24: 3-14; tekenen van de eindtijden

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Tekenen van de eindtijd in de Bijbel: Jezus, Matteüs 24:3-14

 

Eindtijd en de Bijbel: wat zijn tekenen van de eindtijd en is de eindtijd al begonnen? De Bijbel geeft vele voorbeelden van tekenen die gelovigen moeten waarschuwen voor het einde der tijden. Zes van deze tekenen des tijds worden door Jezus gegeven (Matteüs 24:3-14), twee kenmerken worden gegeven door Paulus (2 Timoteüs 3:1-9 en 1 Timoteüs 4:1) en vele andere tekenen worden gegeven door de profeten uit het Oude Testament (Tenach). God heeft in de Bijbel tekenen gegeven om te laten zien in wat voor tijd we leven, onder meer in het Oude Testament. Jezus geeft zes tekenen.

 

 

De dag van de Heer komt niet onverwachts voor hen die hem volgen

 

De meeste christenen zijn bekend met de zinsnede: “Jezus komt terug als een dief in de nacht“. Dat wil zeggen dat hij onverwachts zal komen. Maar daar hoort wel wat achteraan:

Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen van het licht en van de dag… (1 Tessalonicenzen 5:3-5).

 

De Eindtijd wordt afgesloten met de Wederkomst van Jezus. De Eindtijd is de dramatische slotfase van de menselijke heerschappij, die onder de verderfelijke heerschappij staat van satan, die de heerser of god van deze wereld wordt genoemd (Johannes 14:30 en 2 Korinthiërs 4:4). Voor degenen die Jezus volgen en verwachten, zal de dag van de Heer niet onverwachts komen! Jezus zal bij zijn terugkomst een einde maken aan de alle wereldse macht en vervolgens zijn Rijk van vrede en gerechtigheid stichten. Wat zijn de tekenen van het naderen van de eindtijd?

De Apostel Paulus waarschuwt de gelovigen dat er mensen zullen zijn in de laatste dagen die het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren (1 Timoteüs 4:1). Deze toekomstige afval van het geloof komt voort uit dwaalleringen van binnen de gemeente (vgl. Handelingen 20:30; 2 Petrus 2:1; 1 Johannes 2:19). Ook komt er volgens Paulus een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels (2 Timoteüs 4:3-4). Ook houdt Paulus ons voor dat de laatste dagen zwaar zullen zijn, vanwege de toenemende negatieve karaktertrekken van de mensen (2 Timoteüs 3:1-9; zie ook 2 Tessalonicenzen 2:3).

 

 

Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels…
.
Op 24 september 2015 werd tijdens een symposium op de Evangelische Hogeschool (EH) in Amersfoort het door Jongbloed uitgegeven kinderboek ‘Het geheime logboek van topnerd Tycho‘ gepresenteerd. Het is geschreven door kinderboekenschrijver en theoloog Corien Oranje met medewerking van Cees Dekker, als natuurkundige en universiteitshoogleraar verbonden aan de Technische Universiteit Delft. Het duo wil met het boek de boodschap overbrengen dat geloof in God als Schepper en evolutie prima bij elkaar passen en door kinderen dit al jong voor te houden, is de kans kleiner dat ze later, als ze in de collegebanken plaatsnemen, van hun geloof vallen. Ze brengen echter twee onverenigbare geloofssystemen bij elkaar en het resultaat is een conflicterend mengelmoesje. Of noem het syncretisme: een poging om twee verschillende geloven of denkkaders met elkaar te combineren.
.
.
.

Zes tekenen van de eindtijd die Jezus geeft (Matteüs 24: 3-14)

 

In Matteüs 24:3 vragen de leerlingen aan Jezus: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ Jezus somt zes tekenen op die wijzen op het einde der tijden.

 

Matteüs 24:3-14

 

3 Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ 4 Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5 Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. 6 Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7 Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: 8 dat alles is het begin van de weeën. 9 Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 12 En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13 Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

.

.

1. Valse profeten en messiassen

 

  • Er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. (Matteüs 24:5)
  • Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. (Matteüs 24:11)
  • Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Matteüs 24:24-25)

Christus waarschuwde voor de schijn-messiassen. Het woord Messias betekent ‘Gezalfde’, dat is de naam die is gegeven aan de beloofde Verlosser, die op een dag zal komen om Israël te verlossen. Hij is de gezalfde Koning van Israël. Een valse Messias of Christus – het Griekse woord ‘Christos’ is het equivalent van het Hebreeuwse woord ‘Mashiach’ – doet zich voor als de Messias, maar is het niet. Het zijn pseudo-christussen en veel mensen zullen door deze valse messiassen misleid worden.

Een profeet is een echte man van God, maar een valse profeet is een valse man van God. Hij is een religieuze bedrieger, een charlatan, die velen van de juiste weg aftrekt. Zijn boodschap gaat in tegen het Woord van God (de Bijbel) en de Heer Jezus Christus. Maar let op: veel valse profeten spreken positief over Christus. We zullen dus moeten bepalen of een boodschap of lering vanuit de geestelijke wereld van God of satan komt. Dit vereist een scherp onderscheidingsvermogen, wat in de Bijbel onderscheiding van geesten wordt genoemd (1 Korinthiërs 12:10). Geen enkele christen moet een verkondiging voor zoete koek slikken.

Valse profeten zijn mensen die beweren een profeet van God te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze niet door God gezonden. Ze komen voort uit de wereld en niet uit God. Mohammed is zo’n valse profeet die tot op de dag van vandaag – 1400 jaar na zijn dood – vele miljoenen mensen op een dwaalspoor brengt en gevangen houdt in een totalitair antichristelijk systeem. Mohammed behoort onmiskenbaar tot de categorie van de ‘antichristen’ (in de zin van antimessias) die volgens het Schriftgedeelte 1 Johannes 2:22 ontkennen dat Jezus de Christus is en die de Vader en de Zoon niet erkennen.
In 638 verovert de islam het heilige land en op de plek waar eens de tempel stond, verrijst usurpistisch de Rotskoepel, de moskee van Omar, waarvan het koepeldak is bedekt met bladgoud en alzo in het panorama de blikvanger van de stad Jeruzalem is. Op de moskee staat triomfantelijk een citaat uit de Koran, het heilige boek van de moslims: ‘Allah heeft geen zoon’ naar soera 17:111. Dit statement is duidelijk gericht tegen het christendom en de proclamatie in Johannes 3:16, waar geschreven staat:
.

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Er zijn ook veel valse profeten in het lichaam van Christus actief. Veel gelovigen worden vandaag de dag misleid door zeer getalenteerde ‘christelijke’ valse profeten. Dat er valse profeten binnen de kerk actief zijn behoeft ons niet te verbazen: “Want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht. Het ligt dus voor de hand dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van de gerechtigheid” (2 Korinthiërs 11:14-15). Voorbeelden van zulke figuren zijn de gebedsgenezer uit de Word of Faith beweging Benny Hinn, Todd Bentley van Fresh Fire Ministries en de evangelische voorganger Rob Bell die het homo-‘huwelijk’ omarmt, om er een paar te noemen.

Maar vergeet niet dat de verkondiging van een moderne theoloog als Harry Kuitert en de ‘atheïstische dominee’ Klaas Hendrikse, bekend van het spraakmakende boek ‘Geloven in een God die niet bestaat’, in geestelijke zin net zo fnuikend is als de bediening van dwalende opwekkingspredikers. Zij strooien mensen zand in de ogen en houden ze af van de weg die ten leven leidt. Deze dwaalleraren komen met verderfelijke ketterijen en loochenen zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht (2 Petrus 2:1).

 

 

Openbaring hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

2. Oorlogen en oorlogsdreiging

 

Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. (Matteüs 24:6)

Er zijn veel conflicthaarden in de wereld en met alle moderne media- en communicatietechnieken van tegenwoordig kan een oorlog zich niet aan het oog van het publiek onttrekken. Ook zijn er vaak wel beelden voorhanden. Zelfs al wordt in een land waar een conflict is de persvrijheid aan banden gelegd en worden buitenlandse journalisten de toegang tot het land geweigerd, dan is er altijd wel enige vorm van filmapparatuur aanwezig, al is het maar een mobieltje met camera, om de gebeurtenissen vast te leggen.

 

Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere… (Matteüs 24:7).

Er waren in de gehele geschiedenis van het mensdom vele conflicten en oorlogen, maar het staat buiten kijf dat er in de twintigste eeuw meer mensen zijn gedood in oorlogen en conflicten dan op enig ander moment in de geschiedenis. In de voorbije eeuwen droegen oorlogen een meer lokaal karakter. De laatste beide grote wereldoorlogen in de vorige eeuw voerden het tot een dramatisch hoogtepunt van wereldomvattende betekenis. Telde de Eerste Wereldoorlog nog ongeveer 35 miljoen slachtoffers, de verliezen in mensenlevens als gevolg van de Tweede-Wereldoorlog wordt geschat op ongeveer 72 miljoen, waaronder ongeveer 47 miljoen burgerslachtoffers. De vermaarde historicus Johan Huizinga noemde in 1945 de 20e eeuw de ‘bitterste aller eeuwen’.

In de 32e Huizinga-lezing van 2003 zei prof. dr. A. de Swaan: “Randolph J. Rummel heeft het precies uitgerekend. Honderdzeventig miljoen mensen werden er in de vorige eeuw vermoord in opdracht van een staat.” Dat is maar liefst vijf keer meer dan het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders, welke 34 miljoen mensen bedraagt. Vier regiems spannen de kroon met elk meer dan tien miljoen moorden op burgers:

  • Tussen 1917 en 1987 zijn in de Sovjet-Unie 62 miljoen mensen omgebracht door executie, mishandeling, foltering, uitputting of uithongering.
  • Communistisch China heeft ruim 35 miljoen burgers vermoord tussen 1949 en 1987.
  • Het naziregime heeft 21 miljoen moorden op weerloze mensen op haar naam staan.
  • Nationalistisch China onder Chang Kai-shek heeft 10 miljoen ongewapende mensen gedood tussen 1928 en 1949.[6]

De aantallen slachtoffers onder weerloze burgers in de twintigste eeuw is ongeëvenaard.

.

.

Openbaring hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

3. Hongersnoden

 

En overal zullen er hongersnoden uitbreken… (Matteüs 24:7)

Hongersnoden zijn aan de orde van de dag. Een groot deel van de wereldbevolking lijdt dagelijks honger. Het aantal mensen dat honger lijdt is volgens Amnesty International tussen 1990 en 2008 met 80 miljoen gestegen tot 923 miljoen. Het percentage mensen met honger daalde wereldwijd van 37% in 1970 tot 17% in 2007.

Julian Cribb, een wetenschapsjournalist uit Australië, waarschuwt voor een wereldwijde voedselcrisis in zijn boek The Coming Famine, The Global Food Crisis and What We Can Do to Avoid It. Er zijn volgens hem twee hoofdproblemen, de groei van de wereldbevolking en overconsumptie:

Most important are what he calls “the two elephants in the kitchen”: population growth and overconsumption. A projected 33 percent growth in population in the next 20 years, combined with increased consumption of meat as the global middle class grows larger, means that food production must grow by at least 50 percent in that same period.[9]

Sinds 2005 stijgen de prijzen van basisvoedsel, zoals rijst, tarwe en maïs. Dit hangt onder meer samen met de toenemende welvaart in China en India, welke een grotere vleesconsumptie tot gevolg heeft. Veel mensen weten niet dat voor één kilo vlees tien kilo graan nodig is. Graan is het basisbestanddeel voor veevoeder. Door een grotere vraag naar vlees stijgt de vraag naar graan en dit doet de prijzen stijgen.

Klimaatsverandering speelt ook een rol. Door toenemende droogtes en overstromingen die oogsten vernietigen, slinken de graanvoorraden. Dit drijft de voedselprijzen op. De prijzen worden voorts de hoogte in gestuwd door de alsmaar stijgende vraag naar biobrandstof, waar men onder meer de plantaardige gewassen maïs en suiker voor gebruikt.

.

.

Openbaring hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

4. Aardbevingen

 

En overal … zal de aarde beven. (Matteüs 24:7)

De aardbevingen die Jezus noemt zijn een teken van het begin van de eindtijd, want in vers 8 staat: “Dat alles is het begin van de weeën.” Dat overal de wereld zal beven, is een aankondiging van Jezus’ terugkomst. Er wordt door Jezus een vergelijking gemaakt met weeën. De bevalling kan zich op verschillende manieren aankondigen en één ervan is het begin van de weeën. De weeën nemen voorafgaande de geboorte in aantal en in heftigheid toe. Evenzo zullen aan de wederkomst aardbevingen voorafgaan die in aantal en heftigheid zullen toenemen.

De zwaarste geregistreerde aardbevingen in de geschiedenis zijn tot dusverre:

  • 1952: Rusland: Kamchatka (kracht van 9,0 op de schaal van Richter) – geen slachtoffers.
  • 1960: Chili (9,5) – 5000 doden, twee miljoen daklozen.
  • 1964: Alaska: Prince William Sound (9,2) – deze aardbeving eistte 125 mensenlevens.
  • 2004: Indonesië: Sumatra (9,1) – honderden mensen kwamen om het leven, de schade was groot.
  • 2011: Japan (9,0) – de aardbeving en tsunami hebben ongeveer 19.000 doden geëist.

Op de website Christipedia wordt het volgende hierover opgemerkt:

Het lijkt erop dat het aantal grote aardbevingen (6 of hoger op de schaal van Richter) beduidend toeneemt. In de jaren negentig waren er 37% meer aardbevingen met een kracht van 6 of hoger dan in de jaren tachtig. In 1995 was er een piek: 203 bevingen met een kracht van 6.0 of hoger, in 2009 was dat aantal 158. In het eerste decennium (2000-2009) van deze eeuw waren er 46% meer grote aardbevingen dan in de jaren tachtig. Deze stijging kan een fluctuatie zijn in een langere periode, maar ook een voorbode zijn van de geboorteweeën van de eindtijd.

.

.

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

5. Beproevingen

 

Dat alles is het begin van de weeën. Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. (Matteüs 24:8-10)

Christenen worden in heel veel landen onderdrukt. In het Westen kunnen christenen (nog steeds) genieten van de vrijheid om God te aanbidden zonder vervolgd, bespot, gehaat of gediscrimineerd te worden, thuis, op werk en op school. Maar in veel andere landen, zoals China, Soedan, Saoedi-Arabië, Eritrea, Pakistan, Iran, Noord-Korea en talloze andere landen, lijden christenen onder vervolging en velen moeten het met de dood bekopen. De vervolging van christenen zal mettertijd toenemen in intensiteit en ernst, net als de barensweeën van een zwangere vrouw verergeren als de bevalling naderbij komt.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

6. Het evangelie zal over de hele wereld worden gepredikt

 

Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (Mattheüs 24:14)

Dit woord gaat voor onze ogen in vervulling. Tot in alle uithoeken van de wereld wordt het evangelie van Christus verkondigd. Mensen over de hele wereld horen de boodschap van Christus van zendelingen ter plaatse, maar ook via mediums als radio, televisie en internet. Op de wereld worden om en nabij 6500 talen gesproken. Uit cijfers van de United Bible Societies (UBS) blijkt dat in 459 talen een complete Bijbelvertaling voorhanden is en het aantal gedeeltelijke Bijbelvertalingen bedraagt 2049.

 

 

 

Jezus haakt in op het Oude Testament

 

Een aantal tekenen die Jezus aanhaalt werden reeds in het Oude Testament voorzegd:

  • Oorlog: Ik zal de Egyptenaren tegen elkaar ophitsen: ze raken onderling in gevecht, man tegen man, vriend tegen vriend, stad tegen stad, rijk tegen rijk (Jesaja 19:2).
  • Aardbeving: Ik zal de hemel doen wankelen, de aarde raakt bevend van haar plaats op de dag van de HEER van de hemelse machten, de grimmige dag van zijn brandende toorn (Jesaja 13:13); Want dit zegt de HEER van de hemelse machten: Nog een korte tijd, een ogenblik slechts, en ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven (Haggai 2:6).
  • Hongersnood: De kinderen van de armen zullen veilig leven, de zwakken vlijen zich rustig neer, maar jullie nazaten laat ik verhongeren en wie er nog over is, wordt omgebracht (Jesaja 14:30, vgl. Openbaring 18:8).

.

.

Openbaring hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Andere belangrijke profetieën over de wederkomst van Christus

 

De terugkeer van de Joden naar Israël

 

Maar, bergen van Israël, jullie bomen zullen weer uitlopen en vrucht dragen voor mijn volk Israël, want dat zal spoedig terugkeren. Ik zal mij naar jullie toewenden, en jullie zullen weer worden bewerkt en ingezaaid. Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israël, en de steden zullen weer worden bewoond, de puinhopen weer worden opgebouwd. Er zullen veel mensen en dieren op je wonen, ze zullen talrijk en vruchtbaar zijn, en jullie zullen weer even dichtbevolkt zijn als in het verleden. Ik zal zorgen dat het jullie beter gaat dan vroeger, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. Er zullen weer mensen over je paden gaan: mijn volk Israël zal jullie weer in bezit nemen, jullie worden voorgoed hun eigendom en jullie zullen hen nooit meer van hun kinderen beroven. (Ezechiël 36:8-12).

Dit zegt God, de HEER: Ik haal de Israëlieten weg bij de volken waar ze terechtgekomen zijn, ik zal ze overal vandaan bijeenbrengen en ze naar hun land laten terugkeren. (Ezechiël 37:21).

 

Ofschoon Ezechiël deze woorden schreef terwijl de Israëlieten in Babylon waren, werden ze niet vervuld door de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Ezechiël sprak over de tweede en definitieve terugkeer. In 1948 vond na bijna 2000 jaar verstrooiing van de Joden over de wereld, de wedergeboorte van de natie van Israël plaats. De terugkeer van Israël is de belangrijkste Bijbels voorspelde gebeurtenis van de laatste 2000 jaar. Jezus zei: “Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren” (Matteüs 24:34). Nog in deze generatie, rekenend vanaf de terugkeer van de Joden naar het beloofde land in 1948, zullen al die dingen gebeuren die in Matteüs 24 staan vermeld en hierboven zijn besproken. Een Bijbelse generatie telt honderd jaar.

Zacharia voorspelde dat de Joden ‘in den vreemde’ in God bleven geloven, voorspoed zouden hebben en vervolgens zouden terugkeren. “Ik zal hen bij Mij fluiten en hen samenbrengen, want ik heb hen vrijgekocht. Ze zullen weer even talrijk worden als vroeger. In den vreemde zal Ik hen vrucht laten dragen, in verre streken zullen ze Mij gedenken en hun kinderen grootbrengen, en dan zullen ze terugkeren” (Zacharia 10:8-9).

Het een algemeen bekend gegeven dat Joden op alle terreinen van wetenschap, literatuur, kunst en muziek, verhoudingsgewijs enorm veel hebben bereikt. De Joodse bijdrage aan de wereldcultuur is enorm groot. Geoffrey Wigoder schrijf in het boek ‘Joodse cultuur – Oorsprong en bloei’:

Het verhaal van de joodse cultuur en de joodse bijdrage is indrukwekkend, vooral als men bedenkt dat dit alles is voortgekomen uit een heel klein volk, dat regelmatig vervolging en discriminatie heeft moeten ondergaan.[13]

 

Geen ander volk in de geschiedenis der mensheid heeft zo succesvol een eigen cultuur, identiteit en taal in stand kunnen houden na bijna 2000 jaar verbannen te zijn geweest uit hun land. Ze woonden te midden van andere volken, maar ze gingen daar niet in op. Vandaag de dag keren steeds meer Joden terug naar Israël. God brengt Zijn volk terug naar het land dat Hij hen heeft beloofd. Deze voorspelling bewijst dat de Bijbel geen sprookjesboek is.

.

 

Openbaring hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jeruzalem zal weer in Joodse handen komen

 

De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is. (Lucas 21:24)

Ook deze eindtijdprofetie is deels werkelijkheid geworden door de bevrijding van de oude stad van Jeruzalem in juni 1967. Jeruzalem is de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël. Veel (seculiere) wereldleiders denken daar anders over en willen dat Israël Jeruzalem opsplitst en een deel aan de Palestijnse Arabieren afstaat waar ze dan de hoofdstad van hun toekomstige staat Palestina van kunnen maken. Ik denk dat Jeruzalem niet echt vrij zal zijn heidenen die deze stad vertrappen totdat Jezus terugkomt. Lees bijvoorbeeld Daniël 2:36-45, waarin staat dat de overheersing van de heidenen zal voortduren totdat God Zijn koninkrijk zal vestigen. Maar denk ook aan Zacharia’s profetie over Jeruzalem: “De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid” (Zacharia 14:2). En in Openbaring 11:2 staat dat de heidenen ‘de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertrappen’. Desalniettemin is het feit dat Jeruzalem weer in Joodse handen is, een teken dat de wederkomst van Jezus nabij is.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

In de toekomst zal heel Israël worden gered

 

Het wordt steeds duidelijker dat Jezus’ terugkomst naderbij komt. We leven in profetische tijden. Voor onze ogen zien we de vervulling van Bijbelse profetie en in een sneller tempo dan ooit tevoren.

Gods heilsplan kent twee opeenvolgende fasen. Wanneer de woorden van Jezus uit Matteüs 24:14 vervuld zijn en het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. Tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden, dat wil zeggen totdat het laatste lid uit de volken is toegevoegd aan de gemeente van Christus, is een deel van Israël onbuigzaam (Romeinen 11:25). Paulus spreekt hier over een goddelijk geheim: “Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil” (Romeinen 11:28, NBG vertaling). Er ligt een sluier over hun hart telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen (2 Korinthiërs 3:14-16). Daarna worden de ogen van Israël geopend voor hun Messias Jezus. In de toekomst zal “heel Israël worden gered” (vs. 25-26). Als de tijd van de heidenen is voltooid, zal God zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich aan hen openbaren. Deze openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zacharia 12:10:

Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon.

God heeft niet afgedaan met de Joden, zoals in het verleden door (een deel van) de christenheid werd verkondigd. God heeft ook niet afgedaan met de Joden die Jezus niet aanvaarden als hun Messias. ‘God blijft hen liefhebben’ (Romeinen 11:28)! ‘Want de genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan’ (Romeinen 11:29).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Tiende Miniatuur : eerste Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Tiende Miniatuur: eerste Visioen van het Tweede Boek

 

 

.
.
.
.
.

Het feit dat Hildegard een nieuw boek begint wijst erop, dat de openbaring van haar mystieke belevenis, aan belangrijkheid gaat winnen. Inderdaad, de vijf volgende visioenen en miniaturen vormen samen het middenluik van de triptiek waaruit Scivias bestaat.

De woorden van de hemelse stem:

“De levende God schiep alles door zijn woord. Door ditzelfde Woord, dat vlees aannam, heeft Hij ook zijn schepsel de mens, ongelukkig geworden door de zondeval in de duisternis, de vurig verhoopte verlossing teruggebracht.”

.

.

Hoe is dit geloofsgegeven door Hildegard in beeld gebracht?

 

Op een groot veld van zilver zien we twee cirkels, een gouden en een donkerblauwe. Het zilver wijst op de Eerste Persoon van de H. Drievuldigheid. In de vorige miniaturen werd met zilver het geloofslicht aangeduid. Abraham houdt in miniatuur acht een mes vast van zilver en sommige engelen in miniatuur negen dragen zilveren helmen.

De kleuren hebben bij Hildegard een wisselende betekenis in al de 35 miniaturen. Iedere keer verschuift de betekenis van de kleuren, die echter wel associatief met elkaar verbonden blijven. Zo staat zilver op de eerste plaats voor wit licht, dus niet het zonlicht maar het soort daglicht dat er is vóór zonsopgang of na zonsondergang.

We hebben in het visioen van de engelen reeds gezien dat God werd aangeduid door een kern van zuiver wit. Meer dan eens echter wordt in de miniaturen de heraldische kleur wit gebruikt voorgesteld door het metaal zilver. Verder wordt zilver gebruikt als er sprake is van een spiegel en haar weerspiegeling.

Omdat spiegels in die tijd gemaakt werden van gepolijst ijzer, is het ook te begrijpen dat de glanzende wapenrusting en zwaarden en lansen, waarover in de visioenen wordt gesproken, bij voorkeur worden aangegeven door zilver. Langs die weg ontstaat een associatie met macht, rechtvaardigheid en sterkte. En zo wordt het duidelijk dat Hildegard God, in het bijzonder de Vader, aanduidt met zilver.

In deze levenssfeer van de Vader zien we in de miniatuur twee cirkels, die als polen op elkaar inwerken. Er is een gouden cirkel die een blauwe circel omvat. Het goud staat hier voor de H. Geest en de liefdegloed waarmee deze alles tot ontwikkeling brengt. Deze gloed van de Geest omgeeft het Goddelijk Woord, de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid. Deze is hier aangegeven door een discus van blauwe kleur, verlevendigd met golvende witte lijnen.

Met dit blauw wil Hildegard de diepste wezensopenbaring van God uitbeelden. De tweede Persoon is mens geworden in Christus en Deze heeft zich tot doel gemaakt van ons geestelijk leven en vormt tevens de overkoepeling van heel de schepping. Bij de volgende miniatuur wordt betekenis van de kleur blauw in de mystieke ervaringen van Hildegard met betrekking tot dit goddelijk geheim verduidelijkt.

De donkere schijf in het middenveld van deze miniatuur stelt de oerchaos voor waarover de H. Schrift in haar aanvang spreekt. De aarde was nog ongeordend en leeg en over de wereldzee heerste de duisternis. Dan begint de geschiedenis van Gods Geest die broedde over de wateren en de aarde bevruchtte. In de tekst van Scivias staat:

“De Vlam Gods werd witgloeiend en zie, er ontstond plotseling een donkere luchtkogel van enorme omvang, waarop de Vlam verschillende keren sloeg en iedere keer sprong er een vonk naar voren. Zo werd die kogel tot voltooiing gebracht en hemel en aarde kwamen ten volle in het licht.”

 

Op dit beeld van de Vlam die enkele keren op de luchtkogel sloeg, dienen we even dieper in te gaan. De Latijnse tekst spreekt van een faber, een werkman, die enkele slagen geeft en daardoor uit de donkere luchtkogel vonken deed springen. Hier wordt evenwel van geen gereedschap gesproken.

Zr. Böckeler vertaalt dit zo, dat de vlam op de kogel sloeg als een smid op een aambeeld, waardoor er bij iedere slag een vonk uitspatte. Dom Baillet zegt in zijn beschrijving van deze miniatuur, dat de zwarte cirkel aangeraakt wordt door een zilveren vinger en dat zo de wezens ontstaan. Hij verbaast zich wel erover dat de vinger niet blauw is, want door het Woord van de tweede Persoon is toch alles geschapen.

Hiltgart Keller spreekt van een zilveren tong, die uit een klomp leem een mens te voorschijn roept. Inderdaad zien we beelden van de zes scheppingsdagen, waarover in de tekst niet gesproken wordt, rondom deze tong geschikt.

We zien dat de miniaturist hier van de tekst afgeweken is, hetgeen hij nooit heeft kunnen doen buiten Hildegard om. We hebben nu als het ware twee verschillende lezingen van de visioenervaring: de eerste is de tekst in de Scivias met de uitleg ervan, de tweede is de weergave in de miniatuur.

Het gaat om de schepping van de mens en zijn verlossing. De schepping geschiedt door de drie goddelijke Personen. Deze Drieëenheid is voorgesteld door drie elementen, namelijk een gouden cirkel met rode lijnen verlevendigd, daar binnen een blauwe schijf verlevendigd met witte lijnen, en op de derde plaats een zilveren roede die doordringt in de ronde kogel van de oerchaos.

Vuur, hier uitgebeeld door het goud, is steeds het beeld van Gods Geest. De blauwe schijf noemt Hildegard een vlam van hemelkleur, die schittert als een saffier. Zo wordt deze vlam ook in het volgende visioen aangegeven, waar uitvoerig wordt uitgelegd, hoe deze saffier, het binnenste van God zelf, de tweede Persoon betekent.

De roede heeft de kleur van het metaal zilver, het heraldisch gegeven voor wit. Zoals wij in het visioen van de engelen in het middelpunt de witte kleur aantroffen als beeld van de volmaaktheid van God, zo wil de zilveren roede ons de almacht van God tonen.

Dom Baillet spreekt van een vinger, Hiltgart Keller van een tong en Zr. Böckeler van een smidshamer. Iedere godsdienstgeschiedkundige zal bij de eerste blik op deze miniatuur, zonder iets van het onderwerp af te weten, denken aan het fallisch symbool dat in alle godsdiensten voorkomt om de vruchtbare liefde van de Godheid voor de schepping aan te duiden.

Voor Hildegard zijn alle vormen van leven, van plantaardig -, dierlijk – tot geestelijk leven toe, allemaal openbaringen van Gods vruchtbaarheid. Het is niet moeilijk in de zes medaillons een uitbeelding te zien van de zes scheppingsdagen. Op de eerste dag, toen God sprak: “Het worde licht” zijn de engelen geschapen. Onder in de donkere luchtkogel zien we uit rode leem een mensenhoofd te voorschijn komen om de schepping van de mens uit te beelden.

Voor Hildegard is scheppen niet alleen iets smeden, iets maken, maar vooral de dingen het leven schenken, zoals een vader dat doet. De eerste mens zien wij – bovenaan rechts – ruiken aan een bloem die hangt aan de gouden schijf als een dauwdruppel aan een grashalm. Het is een prachtig beeld van het goddelijk aanbod van het zoete gebod der gehoorzaamheid. Zo kostbaar als de wonderbare dauw is voor de groei van de halm, zo waardevol is dit gebod van God voor de groei van het geestelijk leven.

Dom Baillet uitte zijn verbazing er over, dat de bloem zonder enige steun in de lucht hangt. Als men echter bij het opkomen van de zon voor een grasveld staat en men ziet hoe de dauwdruppels daar hangen, is men verbaasd over het wonder van de adhesi-capaciteit van een druppel. Hij hangt los aan de grashalm, maar valt niet naar beneden. Iets dergelijks bedoelde Hildegard, toen zij de stengel van Gods wet met drie bloempjes liet uitbeelden, als het ware klevend aan de goddelijke cirkel.

Helaas, Adam aanvaardde deze wet niet, hij rook er slechts aan en keerde zich er van af. Sedert dit moment breidde de chaos zich uit over het ganse heelal en heeft de duisternis de betekenis gekregen van zonde en dood. Immers, toen viel de mens ten prooi aan lijden en sterven.

Maar es kwam nieuwe hoop. God is machtig genoeg om zijn schepping te redden. Om deze overwinning van het licht op de duisternis voor te bereiden en aan te kondigen zendt God de aartsvaders en de profeten van wie St. Jan de Doper de laatste en de grootste is. Zij worden hier voorgesteld door gouden sterren.

Links zien we twaalf sterren waarvan er negen zeven punten hebben, en drie grotere met acht of negen punten: de drie aartsvaders. Rechts bevinden zich zeven sterren waarvan er één grotere met negen punten de voorloper St. Jan moet aanduiden. Verder zijn deze grote sterren omringd door kleine witte met zes punten, de  rechtvaardigen die leefden vóór de komst van Christus.

Zij zijn vierentachtig in getal, zeven maal twaalf. Zeven is een heilig getal in de Bijbel dat verwijst naar een nieuw gevolg en 12 is in de Bijbel het symbool voor perfect bestuur. Plotseling verschijnt op de aarde, vervolgt de uitleg, een licht als de dageraad en de Vlam verenigt zich op wonderbare wijze met die dageraad zonder zich van haar gouden oorsprong los te maken.

Hier komen we bij een van de voornaamste kernpunten van de mystieke openbaring voor Hildegard. In dit kerngegeven ontmoeten we het trefwoord ‘Aurora’ of de dageraad. Als men de acht teksten uit de H. Schrift, waarin sprake is van aurora naslaat, kunnen waarschijnlijk twee daarvan bij Hildegard voor dit beeld een rol spelen. De eerste zou dan de vraag van God aan Job zijn:

“Hebt ge ooit in uw leven de morgen ontboden en de dageraad zijn plaats gewezen?” (Job 38-12).

 

Hier laat God Job en ieder mens duidelijk voelen, dat Hij de schepper is en dat Hij alle dingen hun plaats aanwijst naar Zijn inzicht.

De tweede tekst is uit het Hooglied:

“Wie rijst daar op als het morgenrood?” (Hooglied 6-10).

 

Hier wordt het morgenrood als iets buitengewoons gezien en de aanstaande bruidegom spreekt zijn bewondering voor zijn bruid uit door haar daarmee te vergelijken.

In de duisternis van de chaos na de zonde komt er volgens Hildegard toch een nieuwe dageraad. Zonder de aarde met zijn vurige roede opnieuw te bevruchten, kiest God een andere weg. Hij zaait in maagdelijke grond. Alles wat door God is aangeraakt, is ongeschonden als een maagd. Uit deze maagdelijke grond neemt het Woord het vlees aan en wordt Hij de nieuwe bron van licht en leven.

Dit is het raadsbesluit van God, dat noch door engelen noch door heiligen of profeten kan worden begrepen. Daarom is hier de dageraad voorgesteld als een gloed oprijzende van achter de omlijsting. Hij is volledig gescheiden van de zwarte band die het middenveld van de miniatuur bedekt. God begint iets nieuws, en vanuit dit nieuwe valt het mensgeworden Woord de verduisterde chaos aan.

We zien, hoe een geheel vergulde Christusfiguur met zijn stralenkrans tot in de duisternis doorstoot, om de gevallen mens te verlichten en te verlossen. Het is merkwaardig, dat het morgenrood dat in feite op Maria slaat, met dezelfde kleuren wordt uitgebeeld als de grote zonnecirkel van de Godheid. In de kern zien we blauw en daar omheen een gouden gloed verlevendigd door rode lijnen.

Op deze kleuren komen we bij de bespreking van het volgende visioen nog uitvoerig terug. Nu reeds kunnen we zeggen, dat in het mysterie van de maagdelijkheid van Maria, van wie de Tweede Persoon zijn lichaam ontving, de drievoudige goddelijke activiteit zich als het ware opnieuw openbaart.

Hildegard zegt hiervan, dat in dit morgenrood de diepste wilsuiting van de Drieëne God zich geopenbaard heeft, om kost wat kost de gevallen mens toch op te nemen in Zijn goddelijk leven. Als Hildegard evenwel poogt nog dieper door te dringen in dit raadsbesluit, dan schrijft zij:

“Er werd mij een geheimnisvol zegel opgedrukt.” Want, zegt de hemelse Stem, je moet de geheimen Gods niet dieper willen doorvorsen, dan tot waar de goddelijke majesteit het in zijn liefde gunt aan hen, die Hem in diep geloof aanhangen”.

 

Hier naderen we het hoogtepunt van de mystieke ervaring, de vereniging van God met de ziel van de zieneres. Het is immers geen verwijt aan de geliefde, dat God haar niet toestaat dieper door te dringen in Zijn mysterie. Het is de bruidegom die zijn bruid verklaart dat zij op dit moment nog niet alles kan vatten van het overgrote geheim van het goddelijke trinitaire leven en van de Menswording.

Het is niet de mens die God begrijpen kan, nee het is andersom. Ondanks de eerste afwijzing gaat God toch de geliefde mensheid achterna. Het is het oerspel van elke liefdesbeleving: als de bruid wegloopt, vlamt de liefde hoger op met alle consequenties van dien. Maar de goddelijke greep en vereniging kunnen pijnlijk zijn. Hildegard dicteerde hier:

“In dit visioen is mij een geheim zegel opgedrukt.”

 

Als we de Bijbelteksten naslaan, zijn er maar twee te vinden in het Oude Testament en één enkele in het Boek der Openbaring van Johannes, wanneer hij spreekt over de zeven zegels, die eenmaal door het Lam verbroken worden. De eerste uit het O.T, is uit Job, waar de zon bevel krijgt niet te stralen en de sterren onder een zegel worden geplaatst. (Job. 9,7)

De andere tekst uit het Oude Testament is uit het Hooglied: “Leg mij op uw hart als een zegel en om uw arm als een band. Want sterk is de liefde.” (Hoogl. 8,6) Deze staat in de epiloog van het Hooglied, waar gezongen wordt over het altijd verenigd zijn van bruid en bruidegom.

Terwijl de bruidegom van het Hooglied vraagt als een zegel op het hart van de bruid gelegd te worden, zegt hier Hildegard, dat God zich als een geheim zegel op haar hart gedrukt heeft. Hier is in Bijbelse beeldspraak de hoogste mystieke vereniging aangeduid.

We kunnen nagaan wat in de Bijbelse tijden de uitdrukking van een zegel leggen op het hart betekend heeft. De zegelstempel en ook de zegel afdruk betekenen een persoonlijk en kostbaar bezit “Ik draag U (Zorobabel zoon van Salatiël) als een zegelring want Ik heb U uitverkoren” (Aggeus 2,23); zie verder Jer. 32 10-14. Neh. 10-1. Esth. 3-10 en 8-8 alsook Tob. 9-5. In al deze teksten is bezegeling tevens persoonlijke toe-eigening en bescherming (zie Deut. 6-18, Tob. 9-5, Mat. 27-66).

Het geheimnisvolle zegel drukt de bekroning uit van de liefdesvereniging van God met Hildegard. Dat hier geen afschermen van het mysterie is bedoeld, bewijst het volgende visioen, dat juist een dieper doordringen in het mysterie behelst. Het blijft merkwaardig, dat in deze miniatuur het verloop van het mysterie van de Menswording als een korte episode wordt weergegeven.

Slechts een felle aanval op de burcht van de duisternis. Misschien is dit wel de juiste benadering, zoals alleen een mystica die kan vatten. Dom Baillet, die zich liever houdt aan de geschreven tekst waar gesproken wordt over de levensloop van de Verlosser en de stichting van de Kerk, heeft een beetje moeite met deze vereenvoudiging, maar hij geeft er toch een spitsvondige verklaring voor.

Hij schrijft: “De miniaturist heeft het niet nodig gevonden om de Verrijzenis, de verschijningen van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren weer te geven, al had hij in de traditionele iconografie voldoende modellen om na te tekenen. Een minder persoonlijk genie zou deze kans hebben aangegrepen om het perkament zonder veel moeite vol te maken. Onze kunstenaar had daar maling aan!”

In feite is het zo, dat het de bedoeling van Hildegard is geweest het leven van Christus in het verloop van het scheppings- en verlossingsverhaal te zien als een snelle meteoor, die flitst langs het donker hemelgewelf van tijd en eeuwigheid.

Even dienen we nog aandacht te schenken aan het figuurtje in de donkere chaos dat, overdekt met bloedrode wonden, aangeraakt wordt door de gulden vlam van de Christusfiguur, die oprijst uit de dageraad. Deze zwaar gewonde mens met witte haren kan zowel Christus zelf betekenen als de gevallen Adam, de vertegenwoordiger van de hele mensheid.

De uitleg van Hildegard is dat de Mensenzoon, die voortkomt uit de dageraad, zich hevig laat verwonden aan de duisternis, om daarna de gevallen mens op te richten. Dom Baillet vindt deze miniatuur de minst verantwoorde ten opzichte van de tekst van Scivias. Toch leert deze miniatuur ons het meeste over de spiritualiteit van Hildegard.

Zij leert ons de nieuwe wegen welke God gegaan is om, ondanks de val der engelen en van Adam in het paradijs, toch de voltooiing van Zijn glorie te bereiken. Het is de triomf van de Wijsheid en de Justitia van God, waarop in miniatuur 30 dieper wordt ingegaan.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Het duizendjarig vrederijk

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het duizendjarig vrederijk

 

Inleiding

 

Jezus Christus neemt 7 jaar voor de grote verdrukking, met de eindstrijd ‘Armageddon ‘ als gevolg, de gemeente op in de hemel. De gelovige, bekeerde doden staan op uit hun graf en gaan samen met de levende gelovigen Hem tegemoet in de wolken. Men noemt dit de eerste opstanding. God bespaart de gelovige gemeente de gruwel van de grote verdrukking. Na 7 jaar van geweldige miserie daalt Jezus met zijn gemeente af uit de hemel en vestigt zijn wereldwijd Koninkrijk met als centrum Jeruzalem. Satan, zijn demonen en ongelovigen worden opgesloten in de hel.

Een nieuwe tijd breekt aan door het wederkomen van Jezus Christus en zijn overwinnen op de antichrist. Jezus gaat alom als Koning en Heer regeren, vanuit zijn positie op Gods troon. Samen met zijn verheerlijkte gemeente, die naast Hem plaatsneemt op zijn troon (Op.20:4, BS 58/11), begint de wederoprichting aller dingen.

Deze periode duurt ‘duizend jaar’ (Op.20:6). Het NBG zet boven deze perikoop in Openbaring 20: Het duizendjarig rijk. Jesaja en Micha profeteren ook over deze heilstijd. Boven die Bijbelgedeelten staat in het NBG: het komende vrederijk (Jes.2, Mic.4), de Messias en het vrederijk (Jes.11).

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Nieuwe wereld

 

Na ‘Harmagedon’ verandert de wereld. De mensen op aarde die de grote verdrukking overleven, komen in totaal andere levensomstandigheden terecht. Zij ontmoeten de verheerlijkte mensen van de gemeente die met Christus uit de hemel neerdaalden. Zij zijn vol van liefde en goedheid, genade en waarheid, bekleed met goddelijk gezag en werkend met hemelse kracht. Zij zien deze koningen als priesters rondgaan: dienend, verzoenend, genezend. In volmaakte eenheid en verbondenheid. Zij ontmoeten het hoofd van deze verheerlijkte gemeente: Jezus Christus, de grote Priester- Koning in hemel en op aarde. Zien Hem alom heil en vrede teweeg brengen.

Doordat het rijk der duisternis van Satan zich niet of nauwelijks meer kan manifesteren, verdwijnen wetteloosheid en verderf, onrecht en geweld, onrust en verdriet uit het wereldbeeld. De duivel wordt voor 1000 jaar geketend. Recht en gerechtigheid, vrede en vreugde treden hiervoor in de plaats. Door het werk van Jezus Christus en zijn gemeente ontstaat een nieuwe wereld. Met een geheel andere wereldorde en een ongekend leefklimaat. Op dit moment nog nauwelijks voor te stellen.

 

 

Theocratie

 

Vanuit zijn positie op Gods troon stelt Jezus op aarde de theocratie in: de orde waarin God centraal staat en regeert, zijn wil geschiedt en zijn gerechtigheid openbaart komt, de wetten van zijn Koninkrijk het leven bepalen, zijn klimaat alles omhult en allen vervult.

Op alle niveaus van besturen en regeren pakken leden van Jezus’ verheerlijkte gemeente taken op. Zij functioneren hierin op volkomen ‘nieuwe’ wijze. Zodoende komt er een einde aan alle ‘oude’ orden en staatsvormen. Republieken, monarchieën, dictaturen, democratieën verdwijnen uit het wereldbeeld. En daarmee alle verdeeldheid, apartheid, isolatie, discriminatie, etc. Alle vormen van bezetting, onderdrukking, geweld en oorlog. Alle tegenstellingen tussen mensen, stammen, rassen, naties en volken.

Jezus laat deze wereldomvattende omwenteling zonder enig geweld plaatsvinden. Hij volvoert Gods raadsbesluit in volle vrede. Samen met zijn gemeente. Een ongekende ervaring voor allen die op aarde leven. Een verademing voor mens en schepping.

 

 

Reddend bloed van Christus op het kruis te Golgotha

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Van den beginne

 

Theocratie kenmerkt Gods Koninkrijk van den beginne. Alle (trouwe) engelen geven er mee gestalte aan. Serafs en cherubs. Eenieder op zijn eigen, door God gegeven plaats, harmonieus passend in het grote geheel. Eenieder behartigt zijn eigen, door God bedoelde taak, met inzet van al zijn vermogens. In staat alles te doen waartoe God hem roept. Niemand heerst, iedereen dient. De groteren dragen de kleineren. De grootste is het meest tot dienen in staat: hij is aller dienaar (zie Mar.10: 44-45). Alles vindt plaats in volmaakte harmonie, eenheid en saamhorigheid, onderlinge erkenning en waardering. Zonder verwarring, onduidelijkheid, afgunst of eigenbelang. Theocratie functioneert in vrede, blijdschap en gerechtigheid (naar Rom.14:17).

 

 

Gemeente

 

Jezus geeft op aarde mee vorm en inhoud aan deze theocratische orde. Hij neemt als Christus en Heer de plaats in die God Hem geeft. Als Lam van God behartigt Hij het werk dat God Hem opdraagt. Als bouwer van zijn gemeente brengt Hij deze orde ook aan in allen die Hem aannemen en volgen. Er ontstaat een welsluitend geheel, een lichaam onder één hoofd. Op verheerlijkte wijze geeft dit met Jezus gestalte aan Gods Koninkrijk in hemel en op aarde. In staat te doen waartoe God roept: de hele aarde vol maken van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken (Hab.2:14). Dit gebeurt in het duizendjarig vrederijk: de theocratische orde krijgt alom zijn beslag. Met alle heerlijke gevolgen van dien.

 

 

Voorzien

 

Jesaja voorziet het functioneren van Jezus en zijn gemeente in die komende heilstijd: Zie, een koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land. Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horenden zullen opmerken; het hart der onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen, en de tong der stamelaars zal in staat zijn tot duidelijk spreken. Dan zal een dwaas niet meer edel genoemd worden en de bedrieger niet meer aanzienlijk heten (Jes.32:1-5).

 

 

Uitnodigen

 

De gemeente van Jezus gaat opnieuw op aarde rond om het evangelie te verkondigen aan de overblijvers van de strijd te Armageddon en aan de mensen die Christus niet kennen. In alle volheid en heerlijkheid. Nu zonder tegenspreken of tegenwerken door de antichrist en de zijnen. Met de onbeperkte mogelijkheden die bij haar verheerlijkte bestaansvorm horen. Ieder mens op aarde kan zien wat Gods woord in het leven van mensen vermag. Mensen gaan beseffen wat Jezus ook in hem of haar wil bewerken.

De gemeente nodigt alle mensen op aarde uit tot Jezus te komen en zich voor Hem te openen. Deel te nemen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Het feestmaal dat de Heer van de hemelse machten voor alle volken aanricht: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen (Jes.25:6 NBV).

 

 

 

Bruiloft van het Lam

 

Dit bruiloftsmaal omvat de hele periode van het vrederijk. Duurt ‘duizend’ jaar. Lang genoeg om ieder mens op aarde te bereiken en uit te nodigen. Iedereen tijd en ruimte te geven op deze uitnodiging in te gaan, zich met Jezus te verbinden, bij zijn gemeente te voegen. Opdat eenieder volledig deel krijgt aan al het goede dat God voor hem bedoelt.

Dit bruiloftsfeest leidt tot het huwelijk van Jahweh (bruidegom) met de partner (bruid) die Hij reeds van den beginne wenst: de mensheid onder één hoofd samengevat, Christus (Ef.1: 10). De gemeente van Jezus Christus. De vrouw van Lam, één met het Lam, en samen mét Jezus de bruid van Jahweh. Opdat God alles in allen wordt (1Cor.15:28).

 

 

Jeruzalem: woonplaats van God en centrum van het Vredesrijk

 

 

 

Jesaja

 

Jesaja spreekt over deze heilstijd: Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is (Jes.2:2-4 NBV).

 

 

Vrede en harmonie in het Vredesrijk

 

 

 

Zacharia

 

Zacharia sluit bij deze woorden aan. Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de Heer van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken. Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. En dit zegt de Heer van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is (Zac.8:20-23 NBV).

 

 

Sefanja

 

Sefanja ziet in de geest mensen op afstand staan: bedroefd, beangst, gekweld. Nog niet gelovend dat ook zij tot dit bruiloftsfeest mogen ingaan, ook bij Jezus’ gemeente mogen horen. Hij verzekert hen van Gods heil. Dit zegt de Heer: Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij u. Als een last drukt de smaad op hen. Zie, Ik zal te dien tijde afrekenen met al uw verdrukkers, maar Ik zal het hinkende verlossen en het verstrooide zal Ik verzamelen; Ik zal tot een lof en tot een naam stellen hen, wier schande was over de gehele aarde (Sef.3:18-19).

 

 

Kom!

 

De gemeente benadert de wereldbevolking in volle liefde. Zonder aanzien des persoons. Kom tot Jezus, geef je aan Hem. Hij vergeeft je zonden, verzoent je met God. Breek met je oude leven in duisternis en dood. Krijg door Jezus deel aan het nieuwe leven, vol van licht en heerlijkheid. Hij verlost je van de machten der duisternis, vervult je met Gods Geest. Je mag toetreden tot zijn gemeente, mee vorm gaan geven aan de theocratische orde die God bedoelt. En mét alle heiligen de liefde van Christus leren kennen, opdat ook jij zult volstromen met Gods volkomenheid (naar Ef.3:18-19 NBV).

 

 

Duidelijkheid

 

Ieder mens op aarde krijgt gelegenheid zich van zijn situatie bewust te worden en op deze nieuwe mogelijkheden in te gaan. Iedereen krijgt zicht op de werkelijkheid. Klaarheid over geestelijke sluiers, bedekkingen en bindingen. Duidelijkheid over de boze geesten die dit bewerken. Iedereen wordt geroepen tot Gods heerlijkheid en macht.

Onder leiding van Jezus spoort de gemeente alle resterende machten der duisternis op. Zij kunnen zich lange tijd in mensen schuilhouden, maar blijven geen duizend jaar verborgen. Als zij zich in mensen manifesteren, worden ze gearresteerd en afgevoerd. Uiteindelijk allemaal.

 

 

Keuze

 

Voor ieder mens op aarde breekt dan het beslissende moment aan. Wat wil ik? Waar kies ik voor? Ga ik op de uitnodiging van Jezus in of sla ik die af? Breek ik met de duisternis en kies ik voor een leven in het licht? Of volhard ik in mijn zonden, heb ik de duisternis liever dan het licht? Iedereen mag ten overstaan van Jezus Christus en zijn gemeente in alle vrijheid kiezen.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad en de eeuwige gevolgen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Positief

 

Velen bekeren zich tot Jezus, sluiten zich aan bij zijn gemeente. Zij zijn zalig omdat zij deel krijgen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Zij worden wederom geboren, door Jezus gedoopt in heilige Geest. De gemeente maakt hen los van al hun vijanden. Verwijst deze machten in de naam van Jezus naar de afgrond.

Het zoonsleven begint in hen. Het herstel naar geest, ziel en lichaam komt op gang. In een louter positieve omgeving. Zonder strijd of achtervolging. Zonder lijden of verdrukking. Met een verheerlijkte gemeente rondom hen. Met Jezus Christus als Heer en Koning in hemel en op aarde. Een ‘zalige’ situatie.

Deze mensen groeien naar geestelijke volwassenheid in een gezond, natuurlijk lichaam. Zij leren werken met de krachten van Gods Koninkrijk. Ziekten krijgen geen vat meer op hen. Bij het ouder worden takelen zij niet af, sterven zij niet. Zij blijven gedurende deze hele heilsperiode vol van Gods kracht leven. Met hun nageslacht vormen zij een volk dat de Heer zegent (Jes.65:23b NBV).

 

 

Negatief

 

Als iemand op zo’n beslissende moment Jezus Christus bij volle bewustzijn afwijst en de machten der duisternis die in hem werken vasthoudt, treft hem de vloek. Hij sterft op hetzelfde moment en deelt in het lot van de geesten waarmee hij verbonden wil blijven. Deze machten kunnen na hun confrontatie met Jezus en zijn gemeente niet werkzaam blijven. De Heer verwijst ze naar de afgrond, de hel. De mens die de duisternis liever heeft dan het licht, komt daar dan ook. Op grond van zijn eigen keuze.

 

 

Honderd jaar

 

Jesaja voorzegt het bovenstaande: Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden (Jes.65:20).

Niemand wordt tegen zijn wil door de vloek getroffen. Dat ‘overkomt’ de mensen op aarde niet. En zeker geen kleine kinderen of (nog) onvolwassen jongelingen. De profeet spreekt over honderd jaar: ruim voldoende om volledig de geestelijke situatie te beseffen en bij vol bewustzijn te kiezen. Vóór of tégen Jezus. Voor licht of duisternis. Voor leven of dood.

 

 

Onbekwaam

 

Ook in die heilstijd leven er mensen op aarde die door ziekten, geestelijke beperkingen of afwijkingen niet in staat zijn zo’n bewuste keuze te maken. Zij hebben in de ontmoeting met Jezus allereerst genezing nodig. Met zijn gemeente treedt de Heer deze mensen vol ontferming tegemoet. Hij bevrijdt ze van hun geestelijke belagers en herstelt de schade die de boze geesten hebben aangebracht. Christus bewerkt een situatie waarin ook zij besef krijgen van de nieuwe werkelijkheid, zij kunnen dan ingaan op de uitnodiging die ‘in goede orde’ tot hen komt. En persoonlijk kiezen voor Jezus Christus en zijn evangelie. Wat een vreugde voor deze mensen: een nieuwe tijd breekt aan. Vol geloof en blijdschap gaan zij Gods Koninkrijk binnen.

 

 

Christus bevrijdt bekeerde van de eeuwige hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vrij!

 

Gedurende het vrederijk komt de mensheid vrij van zijn eeuwenoude belagers, van alle werkingen van de boze geesten uit het rijk van Satan en van iedere claim van de doodsmachten uit het rijk van Dood. Ieder mens mag gaan leven in het volle licht voor Gods aangezicht. Hem leren dienen in heiligheid en gerechtigheid. Zonder vrees, uit de hand van zijn vijanden verlost (zie Luc.1:74-75). Daarin geestelijk volwassen worden.

 

 

Kinderen

 

Tijdens het duizendjarig vrederijk gaat het natuurlijke leven op aarde gewoon door. Er worden kinderen geboren die de ‘oude’ wereld niet kennen. Deze jongeren groeien op in aanwezigheid van Jezus en zijn gemeente, in afwezigheid van machten der duisternis. Zij worden opgevoed met het evangelie. Bekend gemaakt met de werkelijkheid van Christus. Zij beleven van jongs af aan het klimaat van Gods Koninkrijk.

Ook deze nieuwe generatie dient Jezus Christus aan te nemen, door een persoonlijke keuze zich bewust toe te wijden aan Jezus en God. Waarna ook zij – samen met alle andere mensen die daarvoor kiezen – kunnen uitgroeien tot geestelijke volwassenheid. Wat dat inhoudt en teweegbrengt zien zij concreet voor zich: in de verheerlijkte zonen Gods. In Jezus Christus, de Heer van hemel en aarde.

 

 

Onderricht

 

De gemeente onderwijst de mensen die in Jezus gaan geloven in alle dingen die Gods Koninkrijk betreffen (vgl. Hand.1:3). Eenieder krijgt zicht op Gods plan met mensen, op de weg die tot verheerlijking leidt, op wat God wil bewerken en op wat Satan en Dood aan het einde van het duizendjarig vrederijk daar tegenoverstellen. Op het laatste oordeel en de voleinding aller dingen.

Aan het einde van deze heilstijd geldt: Allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren (Jer.33:34). Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken (Jes.11:9). Een paradijselijke situatie!

 

 

Goddelijk redding van de duivel na bekering der zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Dieren

 

Ook in de natuur komt het ‘paradijselijke’ naar voren. De demonische beïnvloeding van dieren houdt op. Al het verscheurende, roofzuchtige en angstaanjagende verdwijnt uit hun karakter en hun gedrag. Evenzo het wanstaltige en afzichtelijke uit hun gestalte. De oorspronkelijke aard en originele vorm keert terug. Alle dieren zullen het groene kruid weer tot spijze hebben­. Zo schept God hen in den beginne (Gen.1:30). Tot die orde herschept Jezus hen in het duizendjarig vrederijk. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg, zegt de Heer (Jes.65:25 NBV).

 

 

Planten

 

Voor de plantenwereld geldt hetzelfde: Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de Heer Zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken (Jes.55: 13 NBV). De oorspronkelijke glorie van het paradijs en de wereld vóór de zondvloed keert terug. Ongezonde mutanten van planten en dieren sterven uit. Genetisch gemanipuleerde soorten eveneens. Ziekteverwekkers verdwijnen uit de atmosfeer. Hetzelfde geldt voor alle gedegenereerde vormen van leven, zoals virussen. De hele levende natuur gaat weer beantwoorden aan de goddelijke normen.

 

 

Levenloze natuur

 

Jezus herschept niet alleen de levende natuur. Ook de levenloze natuur ondergaat de heilzame werking vanuit Gods Koninkrijk. Al eerder spraken we over het terugzetten van de aarde in zijn oorspronkelijke stand en het herstel van het uitspansel, waardoor het oorspronkelijke, paradijselijke klimaat op aarde terugkeert. Jezus herstelt alle verwoestingen en vervormingen die de machten der duisternis tijdens de zondvloed op aarde aanbrengen, laat de goddelijke orde en regelmaat terugkeren in alle delen van de schepping en brengt het hele milieu op orde zonder moeizame klimaatconferenties en actievoerende milieugroeperingen.

Extreme weersomstandigheden blijven voortaan uit. Hitte en droogte komen niet meer voor. Evenals stormen, orkanen, stortregens, overstromingen, aard- en zeebevingen, vloedgolven, vulkaanuitbarstingen en elk ander natuurgeweld. Poolkappen en ijsvlakten smelten. Onvruchtbare woestijnen en ondoordringbare oerwouden verdwijnen. Evenals de woeste berggebieden met hun hoge bergtoppen en de ‘eindeloze’ oceanen met hun diepe troggen. De hele aarde wordt weer bewoonbaar gemaakt, geschikt gemaakt voor het realiseren van Gods plan met mensen.

 

 

Perfecte natuur in het Vredesrijk

 

 

 

Vernieuwen

 

Jezus maakt alle dingen nieuw (Op.21:7) samen met zijn gemeente. Naar het woord van de profeet: Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest. Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord. Zij zullen, met heel hun nageslacht, een volk zijn dat door de Heer is gezegend. Ik zal hun antwoorden nog voor ze Mij roepen, Ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg (uit Jes 65:17-25 NBV).

De eerste hemel en de eerste aarde gaan voorbij. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen te voorschijn (Op.21:1-2). Jezus geeft de aarde een nieuw gelaat (Ps.104:30 NBV). Hij maakt haar vol van kennis des Heren (Jes.11:9).

 

 

Motivatie

 

Laat je motiveren door dit heerlijke toekomstbeeld. Geef Jezus gelegenheid om hier en nu zijn werk in jou te doen. Om zijn gemeente toe te rusten voor de tijd die komt. Beleef nu reeds het doorgaande herstel in eigen leven, opdat de wederoprichting aller dingen gestalte krijgt. Vertrouw je aan Hem toe. Volg Hem, waar Hij ook heen gaat. Hij is onze leidsman en de voleinder van het geloof. Glorie voor Jezus Christus, onze Heer!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget