Tagarchief: gevangenis

De top 10 van de beruchtste bankrovers ter wereld

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Anno 2015 wordt er vooral veel geld verdiend met handel in wapens en drugs. Je kunt je bijna niet voorstellen dat een eeuw geleden bankrovers de covers van de kranten sierden. Sterker nog, een aantal van hen hield de FBI decennialang bezig! Opvallend is dat de meesten van hen ‘werkzaam’ waren in de Verenigde Staten. In onderstaand lijstje lees je meer over de verrichtingen van de beroemdste bankrovers.

 

 

 

10. J.L. Hunter ‘Red’ Rountree (1911 – 2004)

 

 

America’s Oldest Bank Robber.

 

Op positie 10 treffen we een bankrover aan, die de titel ‘oudste bankrover ooit’ op zijn naam heeft gezet. Op 86-jarige leeftijd begon J.L. Hunter ‘Red’ Rountree zijn carrière als bankrover. Toen bracht hij een onaangekondigd bezoek aan de South Trust Bank in Biloxi Mississippi. De politie wist de bejaarde man snel op te pakken; J.L. Hunter ‘Red’ Rountree werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar.

Deze straf weerhield hem er niet van om opnieuw een bank te beroven. Zijn derde – en laatste bankoverval – pleegde hij op 91-jarige leeftijd. Niet veel later kwam J.L. Hunter ‘Red’ Rountree te overlijden. Wat bezielde deze man, vraag jij je nu vast af. Tijdens de vele verhoren gaf deze bankrover tegenstrijdige verklaringen af.

De ene keer hield hij de banken verantwoordelijk voor het verlies van een groot fortuin. De andere keer gaf hij te kennen dat hij het simpelweg heel erg leuk vond om een bank te beroven.

 

 

 

9. Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd (1904 – 1934)

 

 

 

Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd staat bekend als een bijzonder gewelddadige bankrover. Tijdens zijn korte leven – Floyd werd slechts 30 jaar oud – pleegde hij een groot aantal overvallen. Ook heeft hij diverse mensen vermoord. In 1922 werd hij voor de eerste keer door de politie opgepakt; Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd had een postkantoor overvallen. De buit? Welgeteld 350 dollar.

Het personeel en andere klanten van het postkantoor omschreven Floyd als schattig. Deze omschrijving leverde hem de bijnaam ‘pretty boy’ op! In 1925 pleegde hij een meer lucratieve overval; Floyd ging er met 16.000 dollar vandoor. Ook deze keer werd Charles Arthur ‘Pretty Boy’ Floyd gepakt.

Na het uitzitten van de gevangenisstraf sloot hij zich als huurmoordenaar aan bij diverse dranksmokkelaars. Daarna maakte hij de overstap naar de georganiseerde maffia. Na een lange klopjacht wist de FBI hem te overmeesteren; dit kostte Floyd zijn leven.

 

 

 

8. Baby Face Nelson (Lester M. Gillis) (1908 – 1934)

 

 

 

baby face nelson

 

De carrière van Lester M. Gillis vertoont grote gelijkenissen met die van ‘pretty boy’. Na het plegen van diverse overvallen maakten de mannen een overstap naar de georganiseerde misdaad. Verder stonden beide bankrovers bekend om hun bijnaam; Lester M. Gillis werd ook wel ‘baby face Nelson’ genoemd. Een groot verschil is dat Lester M. Gillis een liefdevolle opvoeding heeft genoten.

Ook heeft hij een aantal jaren van zijn – korte – leven in de schoolbanken doorgebracht. Toch werd hij aangetrokken door het criminele circuit; via het plegen van winkeldiefstallen ging hij over tot het stelen van auto’s.

Na het overlijden van zijn vader – hetgeen ‘baby face Nelson’ zich persoonlijk aanrekende – sloot hij zich bij diverse bendes aan. In die tijd had de FBI er een dagtaak aan! Het personage Lester M. Gillis was te zien in diverse Tv-films en –series.

 

 

 

7. Patty Hearst (1954 – ?)

 

 

 

Patty Hearst

 

Dat het leven soms onnavolgbare wendingen kan nemen blijkt wel uit het levensverhaal van Patty Hearst. In februari 1974 werd Patty – kleindochter van multimiljonair William Randolph Hearst – ontvoerd door een linkse groepering. In ruil voor haar vrijlating eiste de ‘Symbionese Liberation Army’ (SLA) dat de Amerikaanse overheid twee SLA-leden zou vrijlaten.

Hieraan gaf Amerika geen gehoor. Vervolgens werd Patty Hearst – uitgerust met een M1 Carbine – samen met vier SLA-leden gezien in de Hibernia Bank aan Sunset Avenue; het gezelschap pleegde een bankoverval. Net als twee van de SLA-leden werd ook Patty Hearst opgepakt. Ondanks haar verklaringen – waarin Hearst aangaf dat ze zowel lichamelijk als ook seksueel was misbruikt tijdens haar gevangenschap – werd ze veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar.

De rechter bleek niet ontvankelijk voor het door Hearst aangedragen ‘Stockholmsyndroom’. President Jimmy Carter dacht daar anders over; na 22 maanden cel verleende hij Hearst gratie. Later zette Clinton dit om in een algeheel pardon.

 

 

 

6. Frank ‘Jelly’ Nash (1887 – 1933)

 

 

 

Je hebt bankrover boven bankrover. Zo wordt Frank ‘Jelly’ Nash gerekend tot de meest succesvolle bankrovers van de Verenigde Staten. Ook zijn dood – die bekend staat als de ‘Kansas City Massacre’ – is veelbesproken. Zijn levensverhaal vormde het script voor menig film. Frank Nash had maar zo een andere invulling van zijn leven kunnen kiezen; zijn vader was eigenaar van een aantal hotels.

Frank heeft hier een aantal jaren gewerkt. Ook heeft hij gediend in het Amerikaanse leger. Toch sloeg een ander pad in. Gedurende zijn loopbaan als bankrover heeft Frank ‘Jelly’ Nash maar liefst 200 banken overvallen. Verder wordt hij ervan verdacht het ‘masterbrein’ te zijn binnen een aantal criminele organisaties.

Toen hij door de FBI werd overgebracht naar een verhoorplaats, werd de auto – waarin hij zat – doorzeefd met kogels. Wie precies heeft geschoten is nooit duidelijk geworden.

 

.

 

 

5. Willie “The Actor” Sutton (1901 – 1980)

 

 

Willie Sutton

 

Net als de meeste van zijn collega-bankrovers leefde – én werkte – Willie Sutton in de jaren ’20. Toen werden de inwoners van de Verenigde Staten getroffen door de Grote Depressie. Juist op het moment dat Stuton zijn grote liefde wilde trouwen, raakte hij zijn baan als bankmedewerker kwijt. Willie Stuton werd brandkastkraker.

Hierbij richtte hij zich op de banken; van de ‘gewone man’ wilde hij niet stelen. Stuton heeft in totaal 100 overvallen gepleegd. Deze acties leverden hem maar liefst 2.000.000 dollar op. Én vele jaren achter de tralies. Je vraagt je misschien af hoe hij het hem lukte om een bank binnen te komen.

Willie Stuton was een meester in vermommingen! Overigens is Willie Stuton er diverse keren in geslaagd om uit de gevangenis te ontsnappen. Om die reden werd hij ook wel ‘Willie the Slick’ genoemd.

 

 

 

4. Jesse James (1847 – 1882)

 

 

 

De naam Jesse James doet misschien wel een belletje rinkelen; deze bankrover gaf invulling aan het begrip ‘Het Wilde Westen’. Zijn manier van leven is te zien in menig westernfilm. Als het gaat om de beweegredenen van Jesse James, dan zijn de meningen verdeeld. Zo ziet de een hem als een keiharde schurk, de ander refereert naar Robin Hood.

Volgens de verhalen is Jesse James getriggerd tot het plegen van misdaden op het moment dat zijn moeder werd gedwongen om land van de hand te doen. Hier moest een spoorweg komen. Samen met zijn broer en een paar vrienden vormde Jesse een bende, die de plannen van de betreffende investeerders wilde dwarsbomen.

Niet alleen saboteerden zij de aanleg van de spoorweg, ook pleegden zij overvallen op de banken waar de investeerders hun geld hadden ondergebracht. Hierbij gebruikte de bende veel geweld.

 

 

 

3. Butch Cassidy (1866 – 1908)

 

 

Butch Cassidy

 

Butch Cassidy en Jesse James vertonen twee opvallende overeenkomsten. Zo leefden beide mannen in dezelfde periode; halverwege de 19e eeuw. Verder gaven zij de voorkeur aan een leven vol geweld. Butch Cassidy staat bekend als een bank- en treinrover.

Hij gaf leiding een aantal bendeleden, die opereerden onder de naam de ‘Wild Bunch’. Hoewel de eerste treinoverval hen slechts 150 dollar opleverde, maakten zij snel meer geld buit. Ook gebruikte de ‘Wild Bunch’ steeds meer geweld. Tijdens hun overvallen vielen diverse slachtoffers.

Tussen het plegen van de criminele activiteiten door was Butch Cassidy een graag geziene gast tijdens paardenraces. Niet alleen gokte hij op racepaarden, ook handelde hij in paarden. Deze dure hobby werd gefinancierd met geld van anderen.

 

 

 

2. Bonnie and Clyde

 

 

Bonnie and Clyde

 

Natuurlijk mogen Bonnie en Clyde niet ontbreken in deze top 10 lijst van beroemde bankrovers! Het tweetal leerde elkaar kennen bij een gezamenlijke vriend. Hoewel Bonnie toen was getrouwd met een ander – die op dat moment een gevangenisstraf moest uitzitten – weerhield dat haar er niet van om met Clyde op te trekken. Al snel ontdekten ze een gezamenlijke passie: criminaliteit.

Hun achtergrond – opgegroeid op het Amerikaanse platteland waar men toentertijd een armoedig bestaan leidde – sterkte hen in het gevoel dat ze recht hadden op een leven vol rijkdom. Bonnie en Clyde trokken de stoute schoenen aan en trokken al plunderend door de straten van de Amerikaanse steden. Hierbij richtten zij zich vooral op de banken; de middenstanders werden ontzien.

Verder schuwden Bonnie en Clyde de media niet. Als ze weer een misdaad hadden gepleegd, stuurden ze tekst en foto’s naar de redacties van de kranten. Zo gebeurde het dat het tweetal een soort van zelf gecreëerde heldenstatus genoot! Overigens hebben ze hiervan niet lang kunnen genieten; op 23 mei 1934 kwamen Bonnie en Clyde door een regen van kogels om het leven.

 

 

 

1. John Dillinger

 

 

John Dillinger

 

John Dillinger is een typisch geval van ’12 ambachten en 13 ongelukken’. Hij is er simpelweg niet in geslaagd om zijn leven op de rails te houden. Zo had hij moeite om werk te vinden. Ook zijn huwelijk liep op de klippen. In 1923 pleegde John Dillinger zijn eerste – geregistreerde – misdaad; hij overviel een kruidenier. Al snel werd hij gearresteerd en veroordeeld tot 10 jaar achter de tralies.

In deze periode leerde de – ernstig verbitterde – John Dillinger alles over criminaliteit. Eenmaal vrij ging hij over tot het overvallen van banken. Hoewel hij diverse keren is opgepakt, slaagde Dillinger erin om een klein fortuin bij elkaar te roven. Hij vond de dood tijdens een avond uit; de politie schoot hem dood voor een bioscoop.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De oorsprong van demonen

Standaard

Categorie : religie

 

 

Satan, de opperbevelhebber van de demonen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De oorsprong van demonen

 

In Genesis 6:2 wordt gesproken over de ‘zonen Gods’. De Septuaginta vertaalt hier in het Hebreeuws voor ‘zonen Gods’ met het Griekse woord voor engelen. De Hebreeuwse term ‘zonen Gods’ komt zes maal in het Oude Testament voor:

* 2x in Genesis – Hs. 6: 2 en 4;
* 3x in het boek Job – Hs. 1:6, 2:1 en 38:7, waar het heel duidelijk betrekking heeft op engelen;
* 1x in Daniel – Hs. 3:25 in het enkelvoud, waar koning Nebukadnezar tot zijn ontzetting constateert, dat er geen drie, maar vier mannen wandelen in de brandende oven. Het uiterlijk van de vierde geleek op dat van een zoon der goden.

Dat de zonen Gods van Genesis 6:2 engelen waren, wordt in het Nieuwe Testament bevestigd door 1 Pet. 2:4-5 en Judas, vers 6:

“…en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.”

 

Judas laat in zijn brief (geheel in lijn met Gen. 6:1-4) zien, dat de engelen hun oorsprong ontrouw werden en dat zij ander (menselijk) vlees achterna liepen. Zij vierden hun hoererij bot op dezelfde wijze als Sodom en Gomorra. Deze engelen werden hun oorsprong ontrouw, ja, zij verlieten hun eigen woning. Het woord voor ‘woning’ komt slechts twee keer in de Bijbel voor. Hier in Judas, vers 6 en in 2 Korinthe 5, vers 2:

“Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt; een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.”

 

Deze tekst leert ons, wat Judas precies bedoelde. Deze ‘eigen woning’ was geen gebouwd huis ergens in de hemel, maar een woonstede in de betekenis van 2 Korinthe 5:2. Het was een geestelijk lichaam, behorende tot lichamen van een hogere orde dan de aardse lichamen, die Paulus hier vergelijkt met een aardse tent. Paulus verlangt hier in 2 Korinthe 5:2-3 met zo’n geestelijk lichaam overkleed te worden.

Het was Bullinger die aantoonde dat de engelen, en dus ook de zonen Gods van Genesis 6, hun geestelijke woning, hun lichaam, verlieten. Zij materialiseerden zich op aarde, werden aards, om zo seksuele omgang met de dochters der mensen te kunnen hebben. Vrijwillig verlieten deze engelachtige wezens hun geestelijk lichaam en gaven al de privileges en kenmerken op die aan deze hogere lichamen verbonden zijn. Zij gebruikten hun intrinsieke macht om te materialiseren en zich hierna op ongerijmde wijze te verenigen met de vrouwen op aarde.

Uit de verbintenis tussen deze engelen en de dochters der mensen kwamen de Gibbor, de geweldigen, de machtigen, voort: ‘mannen van naam’. Het was een geslacht van reuzen, van half-goden: half engel, half mens.
De Griekse mythologie vertelt uitvoerig, hoe de ‘zonen Gods’ Zeus en de goden van de Olympus zich op aarde gedroegen. Zij worden afgeschilderd als wezens belust op seks en genot. Met name Zeus gaat de andere goden hierin voor . Zijn seksuele avonturen en uitspattingen zijn talrijk, evenals die van zijn mede-goden.

De beroemde Griekse schrijvers, Sophocles, Plutarchus, Euripides, Homerus, enz., informeren ons uitvoerig over welke intriges, moord, overspel tussen de goden van de Olympus en hun nakomelingen de ‘halfgoden’ voorkwamen. De wereld van de voortijd, de wereld van Noach, was zo boos en zo verdorven (Gen. 6:5, 11-13), dat God die wereld oordeelde door de zondvloed. Petrus maakt hier melding van en laat ons zien, dat God de engelen (2 Pet. 2:4) en de mensen (vers 5) niet spaarde:

“Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht…”

 

Dit houdt in dat alle mensen de dood vonden, behalve de acht mensen in de ark. De engelen, die hun oorsprong ontrouw geworden waren, werden volgens Petrus en Judas niet gedood! Hun nakomelingen, de Gibbor, de geweldige mannen van naam (half engel, half mens) vonden de dood evenals de (gewone) mensen, maar zij niet. De Griekse mythologie vertelt ons, dat deze nakomelingen sterfelijk waren, maar de goden van de Olympus zelf waren onsterfelijk. Dat engelen inderdaad onsterfelijk zijn, laat ook de Here Jezus zien in Lukas 20, waar Hij in een gesprek is met de Sadduceeën over de opstanding:

“…maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuwen aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk…”

 

 

 

 

De engelen die geheel vrijwillig hun geestelijke lichaam verlaten hadden stierven niet bij de zondvloed. Er is niets in de tekst van 2 Petrus 2:4 dat daarop wijst. Petrus laat ons zien dat God hen niet spaarde, maar zij vonden niet de dood. Petrus zegt in hoofdstuk 2:4 dat zij verwezen werden naar de afgrond.

Het normale woord voor ‘afgrond’ is in het Grieks: ‘Abyss’. Het komt vele malen voor in de Bijbel. Het woord dat hier echter gebruikt wordt is: ‘Tartarus’. Dit woord komt maar één keer in de Bijbel voor en wel hier in 2 Petrus 2:4.
In de Griekse mythologie is de Tartarus de gevangenis van Cronos en de Titanen. Het is een verschrikkelijke, duistere afgrond.

Volgens theologen duidt het woord Tartarus op de laagste delen in de atmosfeer, die de aardbol omhult, namelijk de lucht. De engelen, die hun oorsprong ontrouw waren geworden en die hun geestelijk lichaam uit eigen beweging verlaten hadden (vermoedelijk verleid door satan, dat zij door verbintenis met de mens ‘de boom des levens’ op de cherubs konden veroveren), zaten nu voortaan gekluisterd op aarde.

Hun geestelijk lichaam hadden zij eens zelf verlaten door zich aards te materialiseren, en hun vernederd lichaam waar zij nu in verbleven, verloren zij door de zondvloed, hoewel zij niet – zoals de mens – konden sterven. Het gevolg was dat zij nu als geesten, demonen (Grieks: Daimonion, Hebreeuws: Seirim en Shedhim) gekluisterd waren in de tartarus, waar er voor hen geen ontkomen is.

In de tartarus, de lucht om deze aarde, wachten deze gevallen engelen, deze Nephilim, nu ontlichaamd, als geesten, boze geesten, demonen, op het oordeel van de grote Dag. Als gevolg van het verlies van hun lichaam zoeken zij belichaming, zoals de Here Jezus o.a. in Mattheüs 12:43-45 laat zien en in al die gevallen waarin Hij demonen uitdrijft.

De demonen vormen met elkaar de boze geesten in de lucht, de wereldbeheersers dezer duisternis (Efe. 6:12). Hun overste is satan, die hen aanvoert als de overste van de macht der lucht (Efe. 2:2). Zij bezetten de lucht en verontreinigen als demonen de nederste delen van de atmosfeer rond de aarde. Hun aantal is onbekend. In de dagen van de rondwandeling van Christus op aarde zien wij herhaaldelijk hoe Christus hun werken verbreekt en hen uitwerpt als zij belichaming in mensen hebben gezocht. Zij zijn zich ervan bewust dat hen het oordeel wacht op de grote Dag, maar desondanks zullen zij in de toekomst onder aanvoering van hun overste zich verenigen in Babylon (Openb. 18:2) en tegen het Lam oorlog voeren.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Geesten in de Gevangenis

 

In verband met het oordeel t.a.v. de gevallen engelen en t.a.v. het verdorven menselijk ras, is het goed om stil te staan bij de moeilijke vraag, wie toch de geesten in de gevangenis zijn, waarover Petrus spreekt in 1 Petrus 3, vers 19 en 20:

“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.”

De verklaring die gewoonlijk gegeven wordt van 1 Petrus 3:18-20 is dat de Geest van Christus na Zijn sterven het Evangelie in het dodenrijk gepredikt heeft aan de geesten van mensen uit Noachs dagen, die eertijds het Evangelie ongehoorzaam waren. Deze verklaring is gebaseerd op de veronderstelling, dat de geest van vers 18 de Geest van Christus is in het graf en dat de geesten in de gevangenis van vers 19 de geesten van mensen zijn uit de dagen van Noach. Dit dit is niet correct.

In de eerste plaats is het duidelijk in de tekst dat het woord geest tegenover het woord ‘vlees’ wordt gebruikt. Christus kwam in het vlees als het vleesgeworden Woord met het doel om te sterven voor de zonde. En Hij stierf ook in het vlees. Echter Hij werd opgewekt uit de dood en verrees in een geestelijk lichaam en Hij is nu een levendmakende Geest (1 Kor. 15:44-45). De geest van vers 18 slaat niet op de Geest van Christus in het graf, maar op de levendmakende Geest, waarin Hij opstond.
Uit de tekst van 1 Petrus 3:18-19 wordt dus duidelijk dat Christus niet, toen Hij in de dood was, ‘in het graf’ gepredikt heeft, maar dat Hij gepredikt heeft nadat Hij levend gemaakt is in een geestelijk lichaam, “in welke Hij ook heengegaan is” naar de hemel. Uit de tekst blijkt dat onze Heiland werkelijk “heenging” naar een andere plaats.

 

In de tweede plaats lijkt niets te staven dat de geesten in de gevangenis (vers 19) geesten van mensen zijn. Het woord pneuma wordt gebruikt voor demonen (zie Matt. 8:16; Luk. 10:20; 11:18) en engelen (Hebr. 1:7,14), maar nooit voor de geesten van mensen, als dit er niet uitdrukkelijk bij wordt vermeld. En er is geen enkele aanwijzing dat dit het geval is in 1 Petrus 3:19. Wij hebben hier niet te maken met geesten van mensen uit de dagen van Noach, maar met de gevallen engelen uit de dagen van Noach, die nu als “geesten in hun gevangenis” begrensd zijn tot de lagere delen in de atmosfeer rond de aarde.

 

In de derde plaats wordt hier in 1 Petrus 3:18-20 niet gezegd, dat Christus een Evangelie (een blijde boodschap van verlossing) predikte. De boodschap, die de opgestane Heer richtte tot de gedetineerde geesten, die wegens hun ongehoorzaamheid gestraft waren, was niet een boodschap van genade en vergeving, maar één van berisping en oordeel. Satanisch geïnspireerde engelen hadden een misdaad begaan van zo’n enorme omvang in Gods ogen, dat zij als geesten (demonen) gekluisterd werden in de laagste delen van onze atmosfeer.

 

 

Aanbidding van de geldgod, de mammon

 

 

De Gevangenis gevangen genomen

 

Aan deze geesten, aldus gevangen in onze atmosfeer, wordt ook gerefereerd in Efeziërs 4, vers 8-10:

“Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.”

 

Ook dit is een tekst, waar vaak vragen over zijn. Meestal leert men dat Christus in het dodenrijk is nedergedaald en dat hij bij Zijn opstanding zielen heeft vrijgemaakt uit de banden des doods en deze heeft meegevoerd naar den hoge. Met de uitdrukking ‘de lagere aardse gewesten’ (NBG) of ‘de nederste delen der aarde’(SV) wordt niet het dodenrijk, maar de aarde bedoeld.

Verder is er niets in deze tekst of in Psalm 68:19, waaruit deze tekst geciteerd is, om aan te nemen dat de krijgsgevangenen verloste zielen zijn die vastzaten in het dodenrijk. Deze krijgsgevangenen zijn vijanden van Christus. Zij zijn door Christus gevangen genomen, net zoals zij in de psalm gevangen genomen waren door de God van Israël. De Statenvertaling heeft: “Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.” Dit staat veel dichter bij de grondtekst.

Christus is op aarde gekomen om het werk, dat de Vader Hem te doen had gegeven, te volbrengen. Hij kwam niet alleen om de zonde weg te doen op het kruishout, maar Hij kwam ook om de dood te overwinnen, de werken des duivels te verbreken en de duivel teniet te doen. Christus heeft met Zijn opstanding bewezen, dat de dood Hem niet kon houden en dat Hij de zonde en de dood overwonnen had. Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht.

Met Zijn hemelvaart toonde Hij aan dat Hem alle macht gegeven was in de hemelen en op aarde, en dat de duivel en zijn werken absoluut teniet gedaan zullen worden. Dit was de boodschap, die Hij proclameerde aan “de geesten in de gevangenis”, de demonen die gevangen en gekluisterd zijn aan deze aarde ( 1 Pet. 3:19). Christus overwon en Hij heeft hun gevangenis gevangen genomen, wat zeggen wil in het licht van Kolossenzen 2:15 “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”

Christus heeft bij Zijn opstanding en bij Zijn hemelvaart laten zien dat niet satan alle macht heeft, maar dat Hij alle macht bezit in de hemelen en op aarde. Hij bezit de sleutels van de dood en het dodenrijk, en de overheden en de machten der duisternis zullen hun oordeel niet ontlopen. De “Meesters der Wijsheid” waar Satanisten, Kabbalisten, Gnostici, Mystici, New Agers, enz., zo lovend over spreken, zijn niets anders dan gevallen engelen, die als boze geesten, demonen, op aarde gekluisterd, wachten op hun oordeel.

Bij de hemelvaart van Christus konden ze de Here Jezus niets doen. Hij zegevierde openlijk over hen toen Hij de vijandelijke linies doorging. Zij doen zich voor als “Verhoogde Meesters”, maar er is niets verhogends aan. Zij zijn geworpen op de grond, op de aardbodem en wachten op hun definitief oordeel op de grote oordeelsdag. Dit oordeel zullen zij niet kunnen ontlopen.

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De realiteit van demonen

 

De hogere geestelijke wereld, waar New Agers over spreken, is in werkelijkheid een demonische wereld, die zich dicht om ons heen bevindt. Deze demonische wereld is een realiteit. De invloed van demonen door middel van valse leer en met behulp van geestesmanifestaties in de New Age Beweging, de Oecumenische Beweging en Charismatische kringen is enorm. De realiteit van demonen kan men niet zomaar wegredeneren, zoals sommigen doen.

Demonen zijn boze geesten die in feite achter elke vorm van afgoderij staan. De afgod is van zichzelf niets. Die is gemaakt van hout, steen of edelmetaal. Maar achter de aanbidding van deze beelden staan wel degelijk demonen, die mensen tot afgoderij verleiden met als uiteindelijk doel: de aanbidding van hun overste, satan (1 Kor. 10:19-21; Openb. 9:20; Deut. 32:17).

Waar de NBG ‘boze geesten’ vertaalt in 1 Korinthe 10, daar staat letterlijk ‘demonen’:

“Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan demonen en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de demonen. Gij kunt niet de beker des Heren drinken en de beker der demonen, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben en aan de tafel der demonen.”

 

Deze demonen zijn een realiteit achter de afgodendienst. Als zij niet zouden bestaan, dan had de apostel Paulus dit hier ongetwijfeld aan de Korintiërs gezegd. Maar hij waarschuwt met nadruk voor het gevaar, dat gelovigen in gemeenschap met de demonen kunnen komen, als zij niet oppassen. De Schrift verbiedt het de demonen te raadplegen (Lev. 19:31; 20:6; Deut. 18:9-14). Onder Israël stond daar de doodstraf op (Lev. 20:27). Demonen sidderen voor God (Jak. 2:19): “Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de demonen ook en zij sidderen.”

Zij erkennen Christus als Heer en zien Hem als hun toekomstige Rechter: “Van velen voeren ook demonen uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.” (Luk. 4:41) “En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?” (Matt. 8:29)

Deze demonen zijn reëel en hun bestaan berust niet op fictie. De wereld om ons heen is een demonische wereld, die wij niet kunnen waarnemen. God heeft die aan ons oog onttrokken na de zondeval, maar dat wil nog niet zeggen dat die wereld niet bestaat. Helaas kan de mens die wereld wel binnentreden, ook al heeft God dit verboden (Exod. 20:3-5; Lev. 19:31; 20:6,27; Jes. 8:19-22; 2 Kron. 33:6).

In de Schrift maken demonen deel uit van het rijk der duisternis. Er is sprake van een hiërarchie binnen dit rijk bestaande uit: demonen, engelen, en luchtvorsten. Satan staat aan het hoofd als de ‘overste van de macht der lucht” (Efe. 2:2; Matt. 25:41; Openb. 12:7). Satan is dus overste van een luchtmacht. Alle aardse overheden, machten en koninkrijken worden door deze luchtmacht gecontroleerd.

Het rijk der duisternis is in hoge mate georganiseerd (Matt. 12:26; Joh. 18:36; Matt. 4:8-11; Luk. 4:5-8; Joh. 14:30). Het staat achter de aardse overheden en beïnvloedt die (2 Sam. 24: 1; 1 Kron. 21: 11; 1 Kon. 22:19-23; Job 1:6-7; 2:1-2). Dit is Satans engelen- en demonenwereld. De apostel Paulus spreekt hen gezamenlijk aan als: ‘de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, de boze geesten in de hemelse gewesten’. (Efe. 6) Hun machtsgebied is de duisternis. De wereld bevindt zich in die duisternis en satan is “de overste van deze wereld.” Alleen God kan de mens uit deze macht der duisternis verlossen en hem overbrengen in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde (Hand 26:18, Kol. 1:13).

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De geestelijke strijd

 

De vijanden waartegen wij hebben te worstelen zijn niet van bloed en vlees, maar geestelijk:

“…want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Efe. 6:12)

 

Deze worsteling is een geestelijke strijd. Het is de goede strijd des geloofs. De inzet is hierbij altijd de verkondiging van het Evangelie (Efe. 6:19-20), de gezonde leer (2 Tim. 4:3-5), het Woord der Waarheid (2 Tim. 2:15-26), waarin Christus overwint en satan teniet gedaan wordt:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad, dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” (Gen. 3:15)

 

Tegen deze boodschap brengen de boze geesten, de demonen, altijd hun valse leringen in. Zij verspreiden dwalingen onder de mensen en trachten de gelovigen te verleiden met valse leringen over God en Zijn Woord, over satan en het kwaad, over de mens en de dood, over Christus en Zijn verlossing, enzovoort (1 Tim. 4:1-2).

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van demonen volgen,  door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.” (1 Tim. 4)

 

De demonen vinden altijd leugensprekers door wie zij heen kunnen spreken. Als wij niet blijven staan in de volle wapenrusting Gods met o.a. het zwaard des Geestes in de hand (dat is het Woord van God, Efe. 6:17), dan lijden wij de nederlaag. Dan raken wij verstrikt in valse leer. Dan raken wij het spoor des geloofs bijster. Ons geloof kan daardoor zelfs schipbreuk lijden (1 Tim. 1:19). Maar wij hoeven niet te vrezen. Wij mogen de wapenrusting Gods aandoen om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels. En wij mogen er verzekerd van zijn, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch krachten, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.” (Rom. 8:38-39)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De werken van barmhartigheid.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

werken van barmhartigheid : Meester van Alkmaar ( 1504 )

 

 

 

 

 

Nood lenigen

 

Het leed dat een ander treft, wordt door een barmhartig persoon ervaren als iets dat hemzelf treft. Uit Naastenliefde wil hij de nood zo snel mogelijk lenigen en onrechtvaardige structuren aanpakken. In dit laatste opzicht is barmhartigheid nauw verwant aan Rechtvaardigheid.

 

 

 

Liefde schenken

 

In het kerkelijk diakonie-werk zetten gelovigen zich van oudsher in om mensen in nood te helpen. Zij worden gedreven door een gevoel van mededogen of medelijden met degenen die in nood verkeren, en door de liefde tot God.

 

 

De hongerigen voeden : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Opdracht van Jezus

 

Jezus zelf roept de gelovigen op om barmhartig te zijn jegens de naaste in nood. Als een naaste om hulp vraagt, is het Jezus zelf, die in nood is; wie de naaste hulp geeft, geeft daarom Jezus hulp. Zelf drukt Jezus dat zo uit: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” (Matteus 25, 40).

 

 

Om welke hulp het gaat? 

 

Jezus is heel concreet: “Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” (Matteus 25, 35-36).

 

 

de naakten kleden : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Barmhartigheid

 

Barmhartigheid kan omschreven worden als de dragende grondhouding van de mens die een warm hart heeft jegens hen die in de miserie zitten. Dat komt tot uitdrukking in het latijnse woord ‘misericordia’. Thomas van Aquino typeert de deugd van barmhartigheid treffend als:

“de compassie in ons hart met het lijden van anderen, waardoor wij gedreven worden te helpen, als het ons mogelijk is”.

 

 

Rechtvaardigheid

 

Onder rechtvaardigheid kan verstaan worden: de houding uit kracht waarvan een mens ernaar streeft eenieder tot zijn/haar recht te laten komen. In onze westerse traditie wordt rechtvaardigheid – samen met bezonnenheid, matigheid en moed – gerekend tot de vier ‘kardinale’ deugden, dat wil zeggen: ze behoort tot de kern, het hart (‘cardo’) van het menszijn.

 

 

herbergen van de reizigers : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

De wereld biedt weerstand, en de mens ook

 

We moeten dus weerstand bieden tegen de wereld en tegen de mens – en in de eerste plaats tegen de onrechtvaardigheid die ieder van ons in zich draagt, die wij zelf zijn. Daarom zal de strijd tegen onrecht- vaardigheid geen einde kennen. In ieder geval is dat Rijk voor ons een Verboden Rijk of, liever gezegd, we hebben het al betreden, maar alleen voor zover we ons inspannen om het te bereiken: gelukkig zij die naar rechtvaardigheid hongeren en wier honger nooit gestild zal zijn!”.

 

 

Kortom: in altijd gebrekkige vormen probeert de rechtvaardige eraan bij te dragen de wereld en samenleving leefbaar te maken en te houden voor ieder mens

 

 

het bezoeken van de zieken : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

Werken van barmhartigheid

 

Dit is de traditionele benaming voor diensten die men de naaste in nood verleent uit liefde tot God. Men onderscheidt lichamelijke werken en geestelijke werken.

 

de lichamelijke werkenvallen, volgens Mattheus 25:35-37:

 

de hongerigen eten geven,

aan hen die dorst lijden te drinken geven,

naakten kleden,

vreemdelingen gastvrijheid verlenen,

zieken bezoeken,

gevangenen verlossen,

het begraven van doden

 

 

Het begraven van de doden wordt in Mattheus 25:35-37 niet genoemd, maar wel in het boek Tobit, waar de zorg voor de overledenen speciale aandacht krijgt (Tob. 14:9,11-13).

 

 

het laven van de dorstigen : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Tot de geestelijke werken behoren:

 

zondaars vermanen,

onwetenden leren,

raad geven in moeilijkheden,

bedroefden troosten,

onrecht ondergaan,

beledigingen vergeven,

voor elkander bidden.

 

De houding van barmhartigheid, van naaste willen worden, vraagt een levenslange oefening. Het is meer dan je handen uit de mouwen steken– en ondertussen doenerig op afstand blijven. Het raakt je in heel je wezen, zoals het je ook in heel je wezen kan vervullen.

Jezus leerde om te luisteren met je hart. Dat lijkt een vaag advies, een beetje soft zelfs. Maar dat is het zeker niet. Het vraagt moed om zo in het leven te staan, om zo geraakt te durven worden. En je hebt het nooit helemaal in de vingers. Voor je het weet ben je een ander voorbijgehold.

Al vanaf het eerste begin oefenen christenen zich om met hun hart te luisteren.Door de eeuwen heen ontwikkelden mensen binnen de religie daar methodes voor.

 

 

het begraven van de doden : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Barmhartigheid verloopt in drie stappen: zien – bewogen worden – in beweging komen.

 

 

het troosten van de gevangenen : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Zien
.
.

Je kunt alleen zien als je ogen het goed doen. Om zuiver te zien moet je regelmatig tot rust komen en stilstaan bij wie je bent en wat je doet. Daarom dient er in ons leven steevast aandacht voor gebed, meditatie en zelfreflectie te zijn. Ook dienen we goed op de hoogte zijn van hoe de samenleving in elkaar steekt en waar en waardoor mensen in de knel komen.

 

 

 

Bewogen worden

 

 

Het vereist moed en kwetsbaarheid om een ander echt te zien en te horen. Dat raakt je, je wordt bewogen. Voor ons is het belangrijk om niet alleen met beide benen in de samenleving te staan, maar vooral ook een gemeenschap te vormen. Dan komen we tot rust en voelen we ons thuis. Dan stellen we onszelf en elkaar ook lastige vragen, vaak over ons concrete werk.

Wat doet de ontmoeting met anderen met jezelf? Hoe kan je affectieve liefde effectief worden? Als deze stap wordt overgeslagen, blijft meestal alleen een driftig soort dienstbaarheid over. Dan ben je met de beste bedoelingen vooral je eigen onrust en schuldgevoelens aan het bestrijden. En dat is zonde van de energie, die dan nooit aankomt bij degene die gezien, gehoord of bemind wil worden.

 

 

 

In beweging komen

 

Als je goed kijkt en geraakt bent, kom je haast vanzelf in beweging. Wij dienen te proberen broeders en zusters te zijn: van elkaar en van alle mensen die onze wegen kruisen, vooral de kwetsbaarsten onder hen. We oefenen die houding in door samen te leven, te werken en stil te zijn.Velen zorgen, vanuit die spiritualiteit van barmhartigheid, op veelplekken in de wereld voor kinderen, gevangenen, zieken, hongerenden en ouderen. Vanuit die spiritualiteit kunnen we een thuis zijn voor elkaar: broeders en zusters die een leven lang aan dit ideaal willen werken.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Bonnie en Clyde

Standaard

  categorie : beroemde mensen

 

 

 

Bonnieclyde_f

 

 

 

Romance Bonnie en Clyde

 

Clyde Barrow (geboren op 24 maart 1909) en Bonnie Parker (geboren op 1 oktober 1910) leerden elkaar in 1930 kennen via een gezamenlijke vriend. Beiden woonden in Texas en waren opgegroeid in armoede. Bonnie, destijds 19, was al getrouwd met Roy Thornton, die in de gevangenis zat. Hoewel zij een relatie kreeg met Clyde is zij offi-cieel nooit van Roy gescheiden. Binnen een paar weken na hun ontmoeting werd Clyde veroordeeld voor eerdere misdaden. Op 11 maart 1930 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen met behulp van een geweer dat Bonnie naar binnen had gesmokkeld. Binnen een week werd hij weer opgepakt en vastgezet. Op 2 februari 1932 was Cly-de weer een vrij man.

 

 

 

Spoor van dood en vernieling

 

Na zijn vrijlating in 1932 begon het stel kleine overvallen te plegen. Tijdens één van deze overvallen werd Bonnie opgepakt. Door een gebrek aan bewijs werd zij echter spoedig vrijgelaten. Het stel trok vervolgens twee jaar door maar liefst vijf staten (Texas, Oklahoma, Missouri, Louisiana en New Mexico), waarbij zij een spoor van dood en vernieling achter zich lieten. Zij opereerden niet altijd met z’n tweeën: verschillende personen sloten zich aan bij het stel, waaronder de broer van Clyde en zijn vrouw. De groep werd ook wel de ‘Barrow Gang’ genoemd.

Hun misdaden betroffen onder meer bankroven, autodiefstallen, ontvoeringen en moorden. Het stel was trots op hun misdaden en Bonnie stuurde zelfgemaakte gedichten over hun daden en foto’s van het stel naar de krant. Op deze foto’s zijn de twee als verliefd stel te zien. Omdat zij zich voornamelijk richtten op de rijke bovenlaag en middenstanders juist vaak ontzagen,  verwierven zij een zekere heldenstatus.

 

 

 

Hinderlaag Bonnie en Clyde

 

Aan hun rooftocht kwam op 23 mei 1934 een einde, toen zij in een hinderlaag van de politie terechtkwamen. Dit kwam als een verrassing voor het stel, want ondanks hun indrukwekkende arsenaal hadden zij niet de tijd om naar hun wapens te grijpen. Bonnie en Clyde werden ter plekke door een regen van kogels gedood.

 

 

6f9250dce3a9d49b959e8e777fc08afc

 

 

 

slide_329376_3219590_free

 

 

 

Het volksverhaal van Texas

 

Bonnie Parker, geboren op 1 oktober 1910 in Rowena, Texas. Haar ouders waren hard werkende fabrieksarbeiders en leefden rond het minimumloon. Ze was een goede studente op de middelbare school. Ze sprong er vooral uit met creatief schrijven en had een zwak voor kunst. Haar favoritiete kleur was rood; als ze het ooit zou kunnen be-talen zou ze alleen modieuze kleding kopen in díe kleur. Als kind overleed haar vader op jonge leeftijd en haar moeder werd daardoor gedwongen om Bonnie en haar broertje en zusje naar Cement City te brengen, waar ze mochten wonen bij hun grootouders. Op 16 jarige leeftijd trouwde ze. Ze werd serveerster. Verveeld en bang wist ze dat het leven haar veel meer te bieden had.

Clyde Chesnut Barrow, bruin haar met zijscheiding, bruine ogen. Vrouwen vonden hem aantrekkelijk. Zijn ouder waren arme boeren en het werd van hem veracht dat hij meehielp op de katoenvelden van Teleco, TX. Later ver-huisde hij met ouders, broers en zussen naar een buitenwijk van Dallas, waar zijn vader werkte bij een benzine-pomp. Ook hij, verveeld en arm wist dat het leven méér te bieden had dan dit. Bonnie en Clyde waren voor elkaar bestemd. Terwijl ze banken en winkels overvielen in 5 staten: Texas, Oklahmoma, Missouri, Louisiana en New Me-xico, waren de Amerikanen geschokt over hun ‘Robin Hood’ avonturen. De voorstelling van een jong meisje als Bonnie die opeens in het rijtje van rovende motorbandieten behoorde was nog het meest opzienbarend.

 

 

 

Bonnie & Clyde

 

In hun gestolen auto’s hadden Clyde en Bonnie altijd een Kodak camera liggen. Ze vonden het prachtig om op dramatische wijze te poseren met grote geweren en revolvers. Ze poseerden vaak omarmd of zoenend. Omdat ze wisten dat hun tijd samen beperkt was beslisten ze tot hun dood overvallen te plegen. Bonnie’s laatste verzoek aan haar moeder was: “Breng me niet op een begraafplaats, breng me thuis”. Clyde is nooit zijn eerste  dagen in west Dallas vergeten. De gedachte alleen al om dagen lang onder een viaduct te wonen met nog meer gezinnen, omdat ze zo arm waren, maakte hem ziek. Clyde en zijn broer Ivan, “Buck”, spijbelden wel eens op school en gingen dan bij de andere kinderen zitten in de achterbuurt van Dallas.

Terwijl de jongens aan het spijbelen waren, liep ondertussen een knap meisje rond op de Cement City High School die alle aandacht kreeg van de jongens daar. Bonnie Parker was een erg goede studente volgens haar le-raren. Het enige wat voor problemen zou zorgen was Roy Thornton. Hij was een van de “slechte jongens”. Nie-mand was dan ook verrast dat Bonnie op haar 16e van school ging en wegliep. Clyde en Buck gingen ook al van school om hun dagen al slapend en rondhangend door te brengen.  Op een dag stalen ze een auto en reden ermee over de boulevard. Ze wilden geld en beslisten om een winkel te gaan overvallen.

De buit was al snel binnen en werd verdeeld op de achterbank van de auto. Een rondrijdende patrouille wagen van de politie was hen  gevolgd. Buck botste de auto tegen een lantaarnpaal aan, Clyde ontsnapte maar Buck werd meegenomen. Hij moest enkele jaren zitten in Huntsville State Prison. Ook de echtgenoot van Bonnie, Roy, werd in de zelfde tijd als Buck veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Bonnie verhuisde en werd serveerster ergens midden in Dallas. Het serveren was een harde baan. Er waren veel onaardige flirtende mannen in het eet-huis, maar 1 man (een politie agent) was altijd erg vriendelijk en zei altijd goedendag. Niemand had ooit geweten dat hij een van de mannen zou zijn die haar zou neerschieten.

Clyde ging ondertussen door met overvallen te plegen. Het politie korps wist dat hij er achter zat, maar had niet genoeg bewijs. Clyde had gehoord dat een zus van een van zijn maten gevallen was. Hij dacht dat een bezoekje haar goed zou doen. Daar aangekomen ontmoette hij Bonnie Parker. Het was liefde op het eerste gezicht voor beide. Bonnie vergat zonder moeite haar man en reed zelfs in de auto van de bende terwijl Clyde en zijn vrienden winkels overvielen. Op 12 februari 1930 hoorde Clyde dat mannen in lange zwarte jassen naar hem vroegen in Dallas. Clyde vertelde aan Bonnie zijn criminele verleden en besloot even de stad uit te gaan. Hij beloofde haar op de hoogte te houden doormiddel van ansichtkaarten.

Die avond werd Clyde gearresteerd. Clyde zat zijn dagen uit in Waco en wachtte op zijn proces. Bonnie stuurde hem brieven en verhuisde naar haar nicht Mary in Waco. Tijdens bezoeken aan Clyde smokkelde ze een pistool binnen. Clyde kon ontsnappen. Thuis las Bonnie vol geluk het grote nieuws in de krant. Even later werd Clyde na een overval weer opgepakt en terug gebracht naar de gevangenis in Waco, Texas. Clyde kreeg 14 jaar en werd overgeplaatst naar Eastham Prison Farm Number 2 in Huntsville. Omdat de financiële status van de Barrow’s zo slecht was kwam Clyde na 2 jaar vrij vrij. Clyde begon meteen Bonnie weer te zien en hun liefde werd intensie-ver. Ze begonnen aan een lange reeks overvallen.

Op 30 April brak Clyde in bij een drogist. Hij schoot hem neer en werd een moordenaar  Clyde wist nu dat hij de doodstraf zou krijgen. Hij maakte de keus om voortvluchtig te blijven. Bonnie beloofde hem bij te staan tot het einde. Na een overval in Oklahoma waar weer een dode viel gingen Bonnie en Clyde richting New Mexico waar een tante van Bonnie woonde, Nettie. Een voorbij rijdende politieagent die dacht dat de auto gestolen was, belde aan. Hij werd ontvangen door het pistool van Clyde. Dagen later werd de agent heelhuids vrijgelaten. Hij zorgde ervoor dat de wereld kennis maakte met het gevaarlijke duo. Ze hadden hun naam vol trots aan hem verteld: Bonnie en Clyde.

Bonnie en Clyde waren nu voorpagina nieuws.  Ze besloten voor het eerst een bank te overvallen. In maart 1933 kwam Buck vrij uit de gevangenis en ging met Clyde mee. Hij bracht zijn mooie maar sterke vrouw Blanche met zich mee.Op een dag hadden ze een confrontatie met de politie. Buck was zwaargewond, Blanche had glas in haar ogen gekregen en was blind. Bonnie en Clyde vluchtten het bos in en lieten Buck en Blanche achter. Buck stierf 3 dagen later in een ziekenhuisbed, zijn hoofd en hersenen half weg. Blanche kreeg 10 jaar in een vrouwen-gevangenis. Op 6 mei zagen ze hun familie voor het laatst in Dallas. De politie was er achter gekomen waar ze overnachtten. Op 23 mei namen scherpschutters hun plaats in. Bonnie en Clyde gingen net na zonsopgang op weg richting een nabij stadje. De politie koos ervoor om niet een waarschuwing uit te roepn maar om alleen “SHOOT!” te commanderen. Er werden in totaal 176 schoten gelost.

 

 

BonnieClydecar-1

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA