Tagarchief: engelen

De communicatie tussen God en zijn profeten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer men de woorden leest van de machtige profeten van God – de woorden van Jesaja, Daniël, Jeremia – dan ontkomt men niet aan de vraag: Hoe sprak God tot Zijn profeten? Deze mannen, wier woorden met helderheid en kracht weerklinken, spraken en het werd bewaarheid. Maar hoe ontvingen zij hun boodschap? 

 

 

kevin-basconi-vision

 

 

God sprak op een directe manier tot Zijn profeten door middel van visioenen en dromen. Deze waren effectief, duidelijk en helder. Na hun ontwaken konden de profeten precies vastleggen wat zij hadden gezien en gehoord. Soms kan men zelfs zijn eigen dromen herinneren. Ze zijn vaak heel levendig en krachtig, maar nadat men wakker is geworden gaan ze meestal verloren in een waas of worden ze versnipperd.

Men beseft dan dat dromen thuishoorden in de nachtelijke wereld van slaap en rusteloosheid. Maar wanneer God tot Zijn profeten sprak, vond er geen versnippering plaats. Elk visioen was gevuld met een levendige helderheid, niet met verwarring; minutieuze details werden via duidelijke beelden en heldere woorden ontvangen.

 

 

Lees wat Jesaja schreef toen hij uit een droom ontwaakte:

 

(Jesaja 6:1) “Ik zag de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’”

Na zijn ontwaken was elke herinnering scherp en helder. De woorden hadden nog steeds een krachtige weerklank. Steeds weer, profeet na profeet, vond de communicatie tussen God en Zijn profeet volgens hetzelfde patroon plaats.

 

(Daniël 7:1“In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus…”. Hij schrijft verder:

 

(Daniel 8:1-2)“In het derde regeringsjaar van koning Belsassar kreeg ik, Daniël, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen. In dat visioen – ik bevond me op dat moment in de burcht van Susa, in de provincie Elam – stond ik bij het Ulaikanaal.”

Ongeacht wie de profeet was en ongeacht wat de boodschap was, God bleef tot Zijn profeten spreken via unieke visioenen en dromen waarin zij Gods stem hoorden, de ontvouwing van Gods plan zagen en vervolgens elk detail getrouw vastlegden, zodat wij ze konden lezen, zien en kennen.

Hoe sprak God tot Zijn profeten? Hij sprak met een liefde die verlangde om gehoord, gezien en gekend te worden. Deze zelfde liefdevolle woorden zijn tegenwoordig op de geschreven bladzijden van de Bijbel aangebracht en wensen tot jouw eigen hart te spreken.

 

 

visioen van Ezechiël

visioen van Ezechiël

 

 

 

WAAROM DROMEN ?


In Handelingen 2:16-18 spreekt de bijbel over profetie, visioenen en dromen:

 

” maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Het is dus een van God gegeven gave, door de Heilige Geest, die we allemaal nodig hebben om het onderricht en de aanwijzingen van God, over ons persoonlijk leven, te kunnen ontvangen, naast het profetische woord, om in een directe relatie met Hem te kunnen leven.

 

  • Onze ratio (denken) staat er buiten, het verstand en onze gevoelens kunnen gepasseerd worden.
  • Dromen is iets wat je doet wanneer je slaapt.

(Job 33:14-18) ” Want God spreekt op een wijze, of op twee, maar men let daar niet op.

(15) In een droom, in een nachtgezicht, wanneer diepe slaap op de mensen valt, in sluimering op de legerstede;

(16) dan opent Hij het oor der mensen, en drukt het zegel op de vermaningen, tot hen gericht,

(17) om de mens van zijn doen af te brengen, om hoogmoed van de man te weren,

(18) om zijn ziel van de groeve te redden, zijn leven, dat het niet om komt door de spies.

 

God zegt:Ik, de Here, zal Mijzelf aan de profeten kenbaar maken in dromen.(Numeri 12:6)

 


Er zijn 129 referenties in de bijbel over dromen.

 

 


 VOORBEELDEN van DROMEN.

 

  • Genesis 31:11-12; Jacob ontvangt gerechtigheid in een droom waarin de Engel van God sprak.
  • Genesis 31:24; Laban werd in een droom gewaarschuwd op zijn woorden te letten t.o.v. Jacob.
  • Genesis 37:5; 9-10 en 20; Jozef had dromen over zijn toekomstige positie aan het hof van de Farao.

  • Genesis 47:13-14; Jozefs uitleg van de dromen van de Farao de Schenker en de Bakker.
  • Richteren 7:13-14; De droom van de man in het leger van de Midianieten over een gerstebrood koek.

  • 1 Koningen 3:5; God verscheen Salomo in een droom en zei: “Vraag wat Ik u zal geven.”

  • Daniel 2:1-4; 36; Nebukadnezar had een droom van een groot beeld van goud, zilver, koper etc.
  • Mattheüs 1:20; Droom van Jozef met de boodschap van een engel: neem Maria tot uw vrouw.
  • Mattheüs 1:21; Droom van Jozef met de boodschap van een engel over Jezus geboorte
  • Mattheüs 2:12; God gewaarschuwde de wijzen om niet langs Herodes terug te gaan.
  • Mattheüs 2:13-15; Jozef ontvangt van een engel de opdracht: vlucht naar Egypte
  • Mattheüs 2:19-21; Jozef ontvangt van een engel de opdracht: keer terug naar Israël
  • Mattheüs 2:22-23; Jozef kiest na de waarschuwing in de droom voor een verblijf in Nazareth

 

 

Opmerking: Geen van deze bovengenoemde mensen was een profeet.

 

 

Dromen zijn vaak symbolen


Tegen Daniel werd gesproken in dromen,dat lezen we door heel het boek Daniel. Hij zag bijvoorbeeld:

een Leeuw met adelaarsvleugels,

een beer met drie ribben in zijn muil,

een panter met vier vleugels en vier koppen,

een zeer sterk monster met tien horens,

een ram, 

een bok van een geit met meerdere koppen met meerder horens.

 

 

the-first-vision-82823-print

 

 

 

GEBIEDEN VAN DROMEN

 

 

A. Over onze gevoelens van binnen uit

 

We zijn met onze (innerlijke) persoonlijkheid betrokken bij onze droom.

(Genesis 37) De dromen van Jozef die betrekking hebben op zijn eigen (toekomstige) situatie komen mede voort uit de hoogmoedige houding (passen bij de gevoelens) die Jozef over zichzelf heeft. God gebruikt dat de droom die Hij tot twee keer toe aan Jozef geeft.

(Daniel 4) De droom van koning Nebukadnezar over zichzelf als een boom die met zijn top tot in de hemel reikt. Ook hier zijn het de eigen gedachten van de koning over zichzelf, die God gebruikt, in deze droom om Nebukadnezar duidelijk te maken hoe HIJ over zijn hoogmoed denkt.

(Mattheüs 27:19) De vrouw van Pilatus heeft in een droom veel om Jezus Christus geleden.

 

 

B. over situaties om ons heen

 

We observeren andere mensen, situaties of gebeurtenissen in onze droom.

(Richteren 7:9-15) De droom van de man van de Midianieten over een gerstebrood koek. Een droom over Gideon, maar Gideon was niet zelf bij het tot stand komen van deze droom betrokken.

soms wordt zo’n droom ook gegeven om voorbede te doen van voor mensen of situaties.

 

 

C. Gesprekken in dromen over onszelf of over iemand anders

 

(Genesis 20:3) God spreekt tot Abimelech. omdat hij de vrouw van Abraham genomen had.

(Genesis 28:12) Jacob werd door God aangesproken in de droom van een ladder naar de Hemel.

 

 

 

Visioenen, gezichten of beelden

 

 EEN VISIOEN


(Handelingen 2:17) “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen”.

  • Visioenen laten in ons vaak meer een letterlijk beeld van de boodschap van God achter dan dromen.
  • Zij graveren iets in je geest om te onthouden.
  • Soms is het moeilijk om het echte van een visioen te onderscheiden omdat je er vaak zelf deel van uitmaakt.
  • Visioenen gebeuren vaak terwijl we wakker zijn, vaak als we net wakker zijn.
  • Het komt in je gedachten, maar je ziet niets met je natuurlijke ogen.

Sommige profeten hadden helemaal geen visioenen zoals Hosea, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Zefanja en Haggaï.
Sommige profeten hadden een mix van woorden en visioenen zoals Jesaja.

 

 

A. Intern visioen

 

Je ziet in een droom toestand gezichten die voor je ogen komen door je innerlijk oog ’s nachts.

(Daniël 4:5; 7:1)

(4:5) ” Ik, Nebukadnezar, bevond mij rustig in mijn huis en in goede welstand in mijn paleis; daar zag ik een droom, die mij verschrikte; en droombeelden op mijn legerstede en gezichten die mij voor ogen kwamen, verontrustten mij! “

(7:1) ” In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, zag Daniel een droom en gezichten die hem op zijn legerstede voor ogen kwamen. Toen schreef hij de droom op .”

 

 

B. Extern visioen

 

De knecht van Elisa zag met geopende ogen het leger van de God rondom de stad.

(2 Koningen 6:17) “In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel”. 

(Danïel 10:7-8)  ” Alleen ik, Daniel, zag dat gezicht, maar de mannen die bij mij waren, zagen het niet; doch een grote schrik overviel hen, zodat zij vluchtten en zich verborgen; zo bleef ik alleen over. Toen ik dat grote gezicht zag, bleef er in mij geen kracht meer; alle kleur week van mijn gelaat, en ik had geen kracht meer over. “

 

 

C. Geestvervoering 

 

Een extase is een verandering van het bewustzijn van een persoon. Ook al is men wakker in deze toestand van vervoering, dan is de aandacht geheel afgetrokken van zijn omgeving en volledig gericht op goddelijke dingen, zodat men niets ziet dan de vormen en beelden die daar vandaan komen en meent men dat men met zijn lichamelijke ogen en oren werkelijkheden ziet die hem door God getoond worden.

(Handelingen 10:9-17) Petrus ontving een openbaring met behulp van engelen  tijdens een extase.

 

 

visoen van petrusd

 

 

In Hd. 10 lezen we dat Petrus een visioen krijgt waarin hem opgedragen wordt allerlei dieren, reine zowel als onreine te slachten en te eten.

 

(2 Corinthiërs. 12:1-7) Paulus werd opgetrokken tot in de derde hemel.

(Openbaring 4:1-2) Johannes schreef: ” Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zei: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. Terstond kwam ik in geestvervoering en zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op die troon gezeten.”
Johannes komt hier op de drempel van een geopende deur in de tegenwoordigheid van de toekomst, van de eeuwigheid.

 

In de geestvervoering zien we soms Engelen:

(Handelingen 10:3) ” Hij ( Cornelius) zag in een gezicht, omstreeks het negende uur van de dag, duidelijk een engel Gods bij zich binnenkomen en tot hem zeggen: Cornelius!

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Tweede Miniatuur: eerste visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Hildegard von Bingen

.

 

 

eerste visioen van het eerste boek

.

 

.

 

 

Deze miniatuur hoort bij het eerste visioen van het eerste boek van het driedelige werk Scivias. Het eerste boek bevat zes visioenen, die met negen miniaturen verlucht zijn.

.

In dit eerste visioen gaat het om de ontmoeting van God en de mens Hildegard. Terwijl Hildegard de Stem hoorde van Hem die op de berg zat, kregen die woorden de vormen en kleuren als in deze miniatuur weergegeven.

En de doordringende Stem sprak:

“Gebrekkige mens, stof van aardse stof, as van as, roep en spreek er over, hoe men in de verlossing welke alles herstelt, binnengaat. Stort jezelf uit als een overmatig rijke bron en doe deze van geheimen zwangere leer uitstromen, opdat door deze watervloed de priesters opgeschrikt worden die hun plicht verzaken en die ook nog vanwege de zonde van Eva jou als vrouw minderwaardig vinden. Wat je nu hoort en ziet, ontvang je niet door een mens, maar door de vreeswekkende hemelse Rechter wordt je dit van bovenaf gegeven, waar dit sterke licht steeds weer onder de voeten van de Lichtende die zetelt op de troon, in volle klaarheid opvlamt. Verkondig wat je nu geleerd hebt, hoe God die Zijn schepping met macht en goedheid regeert al degenen die Hem vrezen en Hem deemoedig dienen, overstroomt met hemelse verlichting en hen zo, als zij volharden op de weg der gerechtigheid, voert tot de vreugde van de ware aanschouwing’”.

In welke beeldvormen is deze toespraak in de geest van Hildegard geëtst? Om te beginnen: de stem van de openbaring komt van bovenaf. Zij ziet een hoge berg, een onwrikbaar volume met de kleur van ijzer. Deze kleur wordt een van de kern begrippen in heel de miniaturenserie. Hier is ijzer weergegeven met de kleur grijs, maar later zal dit bladzilver zijn.

Die ijzerkleurige berg is door zwarte lijnen in zeven heuvelen verdeeld. Waarom zeven? Het getal zeven komt in de Bijbel veelvuldig voor. Het duidt op een verandering, die na een periode zal aanbreken, met een nieuw begin als gevolg. Het is voor ons gemakkelijk aan te voelen, waarom voor de troon van de hoogste Rechter een berg getekend is. Hoeveel te meer dan voor mensen, die leefden van de Bijbel en zijn beelden.

Is de berg Sinaï niet de troon van God?  God gebruikt de berg als Zijn zetel en Hij verschijnt volledig in een gouden kleur, die nog sprekender gemaakt is door de rode lijnen die licht en vuur suggereren: een poging om het oogverblindende zo sterk mogelijk uit te beelden. Ook bij ons verwijst zo’n berg-zetel naar iemand die macht bezit.

“Maar”, zegt de hemelse Stem, “God regeert niet alleen met macht maar ook met goedheid!” Dit is aanschouwelijk voorgesteld door twee grote vleugels die zich van Gods schouders uitstrekken. Dat vleugels goedheid en bescherming kunnen uitbeelden, behoeft geen betoog, maar het is een originele vondst van de miniaturist de grote goedheid van God weer te geven door de vleugels het eigenlijke kader van de miniatuur ver te laten overschrijden. Deze uitbeeldingswijze zullen we ook in andere miniaturen tegenkomen.

Nu zegt de Stem, dat God diegenen met Zijn hemels licht overstroomt, die Hem vrezen en deemoedig dienen. Deze twee zielshoudingen zijn noodzakelijk om met God in contact te kunnen treden. Want men kan God wel vrezen en Hem toch niet dienen; denken we slechts aan de gevallen engelen.  De psalmist zegt immers van de deugd om God te vrezen: de Vreze des Heren is het begin van alle Wijsheid (ps. 110).

We zullen in een der laatste visioenen van Scivias de enorme betekenis van deze deugd ontdekken, doordat zij daar bij de gaven van de H. Geest behandeld wordt, omdat de Mensenzoon haar als garantie van Zijn zending aangehaald heeft (Luc. 4,18 – Is. 61,1-2).

Hier is deze deugd voorgesteld als een mensenfiguur die geheel overdekt is met een gekleurde tule, waarop aan alle kanten open ogen geborduurd zijn. Daardoor is haar waakzaamheid tegen het kwaad en haar streven naar het goede duidelijk aangegeven.

De andere figuur, een kind met een matkleurig kleed, duidt op de Armoede van Geest. Ze draagt witte schoenen, omdat ze graag de voetstappen van Gods Zoon volgt. Het is dit figuurtje, dat bijna hulpeloos haar handen in biddend gebaar ophoudt, dat rechtstreeks van de voeten van de Hemelse Vader met een gouden lichtstroom overgoten wordt, en wel zozeer, dat het gezicht niet eens meer te onderscheiden valt. Zo volkomen wordt haar geringheid opgenomen in de goddelijke liefdegloed.

We merken op dat rondom elk der twee figuren bundels licht met sterren geschilderd zijn. De tekst van Scivias zegt: allen die God vrezen, worden door Gods genade verlicht om hun goede werken te kunnen verrichten. Maar de mystieke begenadiging, rechtstreeks komend uit Gods licht, is alleen voor hen die dit geschonken krijgen als een charismatische gave ten bate van heel de Kerk.

In de berg, of beter in de zeven heuvels ziet men tien maal twee hoofden in een venster afgebeeld, en bij goed toezien bemerkt men, dat het ene hoofd twee rode koontjes heeft en het andere bleek is. Dit moet laten zien, dat er zielen zijn, die gezond zijn en volharden op de weg der gerechtigheid en weer anderen die lauw en slap zijn.

Ja, zegt de verklaring van Hildegard, Gods kennis kent de waarde van iedere ziel. En juist het mysterie van de vrije wil van ieder mens speelt een belangrijke rol in heel het betoog van het boek Scivias. Deze miniatuur, eenvoudig van opzet, is met weinig commentaar te begrijpen. De volgende is moeilijker maar ook mooier.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Strijd in de Hemelse gewesten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Ef. 6:12 “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

 

 

Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.

 

 

maxresdefault

 

 

 

1. De strijd tussen God en satan

 

Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God.  Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.

 

Lees  Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld.  Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.

 

 

openbaring 12 : de vrouw en de draak

openbaring 12 : de vrouw en de draak

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.

  • Satan wilde Jezus doden als baby onder Herodes.
  • Verzoeking in de woestijn.
  • In de tuin van Getsémané.
  • Aan het kruis.
  • In het graf.

In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.

 

 

 

2. Strijd tussen de engelen en de demonen.

 

Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.

 

 

2.1. Engelen


De natuur van de engelen

 

Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’.  God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.

 

Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:

( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen

( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten

( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam

 

Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.

 

Engelen zijn wijzer dan mensen. 

(2 Sam. 14:20)  “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .

 

Engelen hebben veel kracht.

 (Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”

  1. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten : 2 Kon. 19:35.
  2. Eén engel sloeg 70.000 Israëlieten ten gevolge van Davids zonde :  2 Sam. 24:15-16.
  3. Eén engel veroorzaakte een grote aardbeving en rolde de steen weg bij het graf van Jezus : Mat. 28:2-4.
  4. Eén engel zal de duivel gedurende 1000 jaar vastbinden en gevangen houden : Op.20:1-3.

 

Er is een hiërarchie tussen de engelen.

( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.

( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.

 

Engelen zijn onsterfelijk

( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.

 

Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar

( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)

 

Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten

(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)

 

 

battleofgoodandevil

 

 

 

Het aantal engelen

 

Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.

(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.

(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.

(Mat. 26:53)  Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).

(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.

 

 

 

Het werk van de engelen

 

In de hemel:

 

1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God. 

(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).

 

Op aarde :

 

2.  hier vervullen ze opdrachten voor God.

Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.

 

3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.

(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”

(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.

 

 

4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden

( Mat. 13:41-42).

 

 

5. Engelen zijn dienende geesten.

(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.

 

 

6. Ze begeleiden gelovigen.

(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.

(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.

(Luc.22:43) Op Gethsemane  “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.

 

 

7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst

(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).

 

 

8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.

(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…

(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”

 

 

9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.

(Openbaringen 22:8-9).

 

 

 

Rangorde onder de engelen.

 

Aartsengelen:

  • Michaël die een speciale beschermengel is voor het volk Israël. Hij wordt omschreven als vorst.
  • Gabrieël: boodschapper van God. Dan. 8:16, Dan. 9:21, Luc. 1:19, 26

 

Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.

  • Gen. 3:24, Bij de hof van eden.
  • Ezech 1:15-25, Onder Gods troon.
  • Ex. 25:17:22, Op de ark.
  • Ex. 26:1, 31, Op het voorhangsel

 

Serafs: Jes. 6:2-7,  Gods heiligheid aankondigen.

 

Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.

 

 

angels

 

 

 

De superioriteit van de mens ten opzichte van de engelen

 

Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:

  1. Engelen mogen het evangelie niet verkondigen, deze opdracht is door Jezus aan ons gegeven.
  2. Op zekere dag zullen we oordelen over de engelen ( l Kor. 6:3). Waarschijnlijk gaat het enkel over de gevallen engelen (Judas 6).

Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.

 

 

 

2.2. De demonen.

 


Gevallen engelen

 

Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.

(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.

(2 Pet. 2:4)  spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:

  1. Ze rebelleerden tegen God wanneer satan probeerde te zijn zoals God. (Jes. 14:12, Ezech. 28:16 en Op. 12:7).
  2. De zonde van de “gevallen engelen” was de zonde van trots en ongehoorzaamheid t.a.v. God.
  3. Het was de zonde van seksuele gemeenschap met de kinderen der mensen (Gen:1-4).

 

De toekomstige plek van de gevallen engelen :

(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.

 

 

maxresdefault (1)

 

 

 

Rangorde

 

Overheden en machten

Opperbevelhebbers en bevelhebbers

Wereldbeheersers

 

 

 

Macht

 

Ziekte toebrengen.

 

Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.

Math. 12:22, Blind, stom.

Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.

Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.

 

 

Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.

Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens

Misbruik maken van de zwakten van de mens

Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn

Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat

Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten

 

Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.

 

 

 

3. Strijd gelovigen en de hemelse gewesten.

 

We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God,  (2 Tim. 2:3-4).

 

 

 

4. Hoe strijdt satan?

 

  • Mensen te verblinden. 2 Kor. 4:3-4
  • Satan probeert door ongeloof, onverschilligheid, valse getuigenissen, leugens, valse religies, enz. de mensheid te verblinden. Daarom zegt Paulus in Efeze 6: 18-19, bid!
  • Gelovigen aan te vallen, ontmoedigen, aftrekken. Lucas 22:31, 1 Petrus 5:8, Job. 1:6-12, 2:1-10.  > Staan op Gods beloften: 1 Kor. 10:13
  • Verdeeldheid te zaaien, huwelijk verbreken. 1 Kor. 7:3-5
  • Leiders vernietigen. 1 Tim. 3:2-6
  • Valse religies en dwaalleraars. 2 Kor. 11:13-14
  • In ons denken en ons handelen en door middel van begeerten.

 

 

derren-brown-tricks-of-the-mind

 

 

 

5. Samenvatting.

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.

Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?

  • Staan op Gods beloften. (1 Kor. 10:13), niet boven vermogen verzocht worden.
  • Strijden in gebed.
  • De weg van gehoorzaamheid aan Gods woord bewandelen. (2 Kor. 10:3-6)
  • Vlucht naar God toe! (Jacobus 4:7-8)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Zestiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zestiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

.

.

Scivias%20T%2016_Boek%20II,6

.

Op de zestiende miniatuur wordt ons het vervolg van de H. Mis getoond. Het tafereel handelt over de H. Communie van de gelovigen. Voor hen, die als katholieken de kerkelijke gewaden van vóór het Tweede Vaticaanse Concilie kennen, is het interessant te zien, hoe reeds in de 12de eeuw de albe, stola, manipel en kazuifel gedragen werden.

De kelk en hostie zijn nog net te zien onder het opgeslagen kelkkleedje. Bij goed toezien kan men in het missaal zelfs nog de beginwoorden van de oude canon ontcijferen ‘ Te igitur clementissime Pater ’ ,wat betekent ‘ U meest barmhartige Vader ‘. Vanwege de Sanctus-zang, na de prefatie, zijn hier ook de engelen afgebeeld.

De benedenhelft van deze miniatuur toont ons de verschillende groepen van de gelovigen die ter communie gaan. De verschillen van gunstige en ongunstige instelling en het daaruit voortvloeiend effect op de zielen is in kleuren uitgebeeld.

De bovenste rij mensenfiguren wordt gevormd door zielen in staat van genade. Het is een groep van dertien personen van wie er vier monialen (kloosterzusters) zijn. Eén van die monialen is samen met nog vier andere gelovigen volledig in goud weergegeven. Dit zijn de zielen die de hoogste trappen van het geestelijk leven bereikt hebben.

Drie van de acht anderen in deze rij dragen rode klederen. Zij staan symbool voor het martelaarschap. De vijf overigen dragen blauwe gewaden met witte sterretjes. Dit blauw met witte sterren zijn we in deze serie van de sacramenten voortdurend tegengekomen als achtergrond bij het doopsel, vormsel en de H. Eucharistie.

Waarschijnlijk hebben we hier een symbool van het bovennatuurlijk leven van de gelovigen, die in navolging van Christus barmhartig zijn voor anderen. Het komt in de 35 miniaturen veertien maal voor (miniatuur 2, 3, 4, 5, 10, 12, 13, 15, en 16, 17, 19, 25, 34, 35). De witte puntjes zijn bedoeld als decoratie en om de kleur blauw in haar bescheidenheid iets naar voren te halen. Het blauw als zodanig verwijst naar het mensgeworden Woord, vooral in zijn openbaring als de zachtmoedige.

Dan zien we vier groepen van communicanten. Links hebben we twee groepen van zes personen en rechts twee groepen van vijf. Deze laatsten zijn in heel sombere kleuren weergegeven, omdat zij het in hun zondige staat toch waagden te communiceren en zich zo in nog groter duisternis hulden. Bij de vijf onderste ontdekken we bloedvlekken op hun donkere kleren waarmede de bloeddorstigheid van sommigen wordt weergegeven.

De linker groep vanboven bestaat uit gelovigen met hier en daar bloedkleurige vlekken op hun kleren. Zij dragen niet het rood van de martelaren, maar dat van door zweren ontstoken lichamen. Hier zijn niet de kwaadwilligen aangeduid, maar de zwakke en zieke zielen, die kleingelovig zijn en dikwijls door hun hartstochten meegesleurd worden. Als zij desondanks in geloof ter communie gaan, kan de genade ondanks alles in hun zielen zegevieren.

Zo zien we links onderaan hoe deze zes donkerrode kleingelovigen toch nog veranderen in gelukzaligen zoals die van de bovenste rij mensenfiguren. Ook zij worden overstraald door de goddelijke genade, verwerven de blauwe kleren van bovennatuurlijk leven, en kunnen zelfs de rode kleren van het martelaarschap verdienen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Een Maria-meditatie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

“Kijk in je hart naar het beeld dat Ik je zal tonen. Het is het beeld dat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen ten volle tot uitdrukking brengt. Ik zal dit beeld voor eeuwig in je hart branden”.

 

.

8d1e2970ae3eae983f43b2b86a9ef7ac

.

 

 

Neem deze tekst goed door en visualiseer het tafereel ; vraag dan om een gunst

.

Ga op een zachte ondergrond liggen en ontspan je, let op je ademhaling en zet alle zorgen van de dag opzij. Neem daar je tijd voor.

 

  •  zie de bovenste glooiing van een bol, die de wereldbol voorstelt.
  • Op de bol staat een gouden troon. Bovenop de rugleuning van de troon zie je een lelievormig schild met daarop in sierlijke letters MDA (= Maria Domina Animarum, Maria Meesteres van alle Zielen).
  • Op de troon zie je Maria zitten. Ze draagt een wit kleed met daarover een mantel in een prachtige hemelsblauwe kleur zoals je die op deze wereld nooit gezien hebt. Over Haar hoofd hangt een schitterend goudkleurige gordel (een lint met een breedte van ongeveer 5 cm), die aan beide zijden van Haar hoofd naar beneden hangt zodat de beide uiteinden telkens buiten de armleuningen van de troon vallen en tot tegen de aardbol reiken.
  • Zie hoe Maria in de rechterhand een gouden scepter bekleed met veelkleurige edelstenen houdt. Haar linkerhand rust losjes op het voorste uiteinde van de linker armleuning. Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen in verschillende kleuren (elke steen een andere kleur: de zeven kleuren van de regenboog, plus één waaruit intens goudkleurig licht straalt). De gekleurde stralen uit elk van de edelstenen verspreiden zich als lichtbundels naast Maria en vóór Haar voeten weg over de hele aardbol.
  • Op Maria’s hoofd, bovenop de goudkleurige gordel, staat een gouden kroon bekleed met veelkleurige edelstenen.
  • Bovenaan het beeld zie je de Godheid in de vorm van een verblindend wit Licht, zoals een schitterende zon, met in het midden een kruis waaruit druppels bloed vallen. Vanuit deze “zon” schiet een brede bundel schitterend wit licht omlaag, om halverwege tussen de “zon” en het hoofd van Maria over te vloeien in de Heilige Geest in de gedaante van een witte Duif.
  • Merk hoe binnenin deze Duif het wit Licht opgesplitst wordt in de zeven kleuren van de regenboog. Aan de onderzijde van de duif vertrekt een zevenkleurige stralenbundel omlaag, die breder wordt naarmate hij het hoofd van Maria nadert. Op het punt waarop deze bundel het hoofd van Maria raakt, heeft hij de breedte van Haar hoofd, zodat het lijkt alsof Haar hoofd omhuld wordt door een regenboog.
  • Je ziet het hart van Maria dat lijkt op een zon van schitterend gouden licht.
  • Aan beide zijden van Maria zie je massa’s engelen, die diep geknield liggen met het hoofd naar Maria toe. Het lijkt alsof al deze engelen “zweven” (zij raken geen grond).
  • Neem waar dat Maria’s rechtervoet op het gelaat van een duivel rust, die op het aardoppervlak ligt. Zijn kop is naar Maria toe met het gelaat naar links gedraaid, zodat het lijkt alsof de tenen van Maria’s rechtervoet op zijn wang rusten.
  • Maria’s linkervoet rust op de aardbol. Vóór deze voet liggen drie duivelse gestalten geknield, die met angstige blik naar deze voet kijken. Onder deze duivelen lijkt het aardoppervlak geopend en zie je de vlammen van de hel.
  • Aan Maria’s rechterzijde, tussen de engelen en het aardoppervlak, zie je een nevel waarin enkele gestalten eveneens geknield liggen. Deze nevel stelt het vagevuur voor. De nevel wordt bestraald door de goudkleurige straal uit één van Maria’s vingers.
  • Zie hoe Maria naar je kijkt, smeek om via Haar voorspraak te krijgen bij Christus om vergeving van je zonden te bekomen, bid 7 Weesgegroeten en vraag je eerbare gunst.

.

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Toelichting bij de meditatie

.

 Ziehier de betekenis van de hele symboliek zoals de Meesteres van alle zielen deze openbaart:

 

  • De Godheid heeft geen gestalte, Zij is puur Licht. In het centrum van het Goddelijk Licht staat het Kruis van Gods Zoon, met het Bloed waarmee Hij alle Genaden heeft ontsloten.
  • De Goddelijke Mysteries werken zich uit via de Heilige Geest. De uitsplitsing van het Goddelijk Licht in de Heilige Geest symboliseert het feit dat Gods Geest alle mogelijke Goddelijke Genaden “in opneembare vorm” naar de zielen stuurt.
  • Het hoofd van Maria wordt als het ware omhuld door de regenboog der genaden. Dit symboliseert het unieke voorrecht van de volheid der genade, die onder alle geschapen wezens slechts in Maria aanwezig is. Deze volheid van genade verheft Maria tot de unieke positie waarin Zij de uitvoerende macht van God Zelf over alle wezens kan uitoefenen.
  • Zij is omhuld door het Goddelijk Licht, wat betekent dat Zij de volheid van het Goddelijk Leven in Zich draagt, en dus ook totaal één is met Gods Wil. Hierdoor is Haar macht volkomen: elke uiting van Haar Wil geldt voor God als een uiting van Zijn Wil, en moet door alle schepselen worden aanvaard en gehoorzaamd als een uiting van Gods Wil.
  • Maria zit op een gouden troon. Deze symboliseert het feit dat Zij verheven is tot Koningin over alles wat onder God staat. Goud is de Goddelijke kleur, de kleur van de onbegrensde heiligheid en de waardigheid.
  • Maria draagt een gouden kroon bezet met veelkleurige edelstenen. De kroon is symbool voor het koningschap, de gouden kleur symboliseert het Goddelijke, de veelkleurige edelstenen symboliseren nogmaals de volheid der genaden en het feit dat God al Zijn eigenschappen in Haar heeft laten overvloeien voor de uitoefening van Haar unieke roeping als Meesteres van alle zielen.
  • De top van de rugleuning van Maria’s troon is een lelievormig schild met de initialen MDA (Maria Domina Animarum, d.w.z. Maria Meesteres van alle zielen), om aan te duiden dat Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen Haar is geschonken op grond van Haar onbevlekte zuiverheid en heiligheid (gesymboliseerd door de lelie). Volmaakte zuiverheid is de eigenschap waardoor een ziel Gods Licht TOTAAL in zich kan opnemen en verder uitstralen. Dit geldt voor geen enkele ziel buiten Maria, zodat van Haar kan worden gezegd dat Zij de Spiegel van God is.
  • Maria draagt een wit kleed, symbool voor Haar onbevlekte zuiverheid. De hemelsblauwe mantel symboliseert Haar ziel die de absolute volmaakte innerlijke Vrede in zich draagt, zoals deze anders slechts in het Hart van God Zelf te vinden is. Het lichtblauwe van een wolkenloze hemel symboliseert de diepe Vrede in haar hart, het goudkleurige lint over haar hoofd staat voor het feit dat Haar hele Wezen omhuld is in Goddelijke eigenschappen en uitwerkingen van de Goddelijke genade. Dit lint raakt aan beide zijden van de troon de aardbol, tot symbool voor het feit dat Maria Haar heerlijkheid over de zielen wil uitspreiden.
  • Maria’s Hart is een zon van schitterend gouden licht. Dit verwijst naar de absolute vlekkeloosheid van Maria’s innerlijke gesteldheden, het feit dat Zij totaal vervuld is van heiligheid en Goddelijk Leven, en het feit dat Haar macht zich uitwerkt door Haar onvergelijkbare Liefde.
  • Haar Hart is als een gouden zon. God wil hierdoor aanduiden dat Maria bij Goddelijk Besluit als het ware Goddelijke macht uitoefent, en dat Zij dit doet door de volheid van de Liefde, die letterlijk de drijvende kracht van de hele schepping is.
  • Maria’s rechterhand draagt een gouden scepter wat betekent dat Zij macht over alles heeft. De veelkleurige edelstenen op de scepter verwijzen naar deze macht die ontspringt uit de volheid van de Goddelijke genade. Haar linkerhand rust losjes op de linker armleuning wat de ongedwongenheid waarmee Zij Haar Glorie draagt benadrukt en Haar macht over de schepping aanwendt.
  • Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen. Deze staan voor Maria’s rol als Middelares en Uitdeelster van alle Goddelijke genaden. Zij laat deze als stralen van gekleurd Licht (elementen van Goddelijk Leven) over alle zielen uitstralen. De edelstenen verspreiden de zeven kleuren van de regenboog die samen alle Goddelijke genaden symboliseren, en bovendien de gouden kleur tot voltooiing van de heiliging. Om deze reden bestraalt de gouden lichtbaan het vagevuur voor de loutering van de zielen die daar verblijven, en symbool voor het feit dat deze zielen hun loutering voltooien met de ondersteuning van de genaden die door Maria over hen worden uitgestort.
  • Maria’s troon staat op de aardbol, aan Haar is de macht over al het geschapene gegeven. Ook Haar linkervoet rust op de aardbol, tot teken voor Haar onbegrensde macht over alles op de wereld.
  • Maria’s rechtervoet rust op een duivel, Zij heeft voor alle eeuwigheid de duivel in Haar macht. Zij is hem gedurende Haar hele aardse leven de baas geweest, het volstaat dat één voet op hem rust om hem machteloos te maken. Zo zal Maria met de satan onder Haar voet in de volheid van de tijd aan de hele schepping verschijnen tot verkondiging van Haar meesterschap over alle zielen en van Haar definitieve overwinning over alle duisternis en alle werken der duisternis.
  • De houding van deze verslagen duivel draagt op zich nog verdere symbolen in zich: hij ligt op de aardbol, die hij wilde inpalmen, met de kop naar Maria toe gericht. Hij belaagt Maria en Haar getrouwen omdat zij zijn ultieme vijanden en hinderpalen zijn. De duivel ligt met de kop schuin gedraaid onder Maria’s voet. Zij heeft zijn kop, symbool voor zijn hoogmoed, onder Haar voet tegen de aarde gedrukt. Het feit dat Maria’s tenen niet op de schedel maar op de wang rusten, symboliseert de allerdiepste vernedering voor de duivelse gestalte.
  • Vóór Maria’s linkervoet liggen duivelen geknield, met onder hen de vlammen van de hel. Maria toont hierdoor Haar onbegrensde macht over alle duivelen en alle krachten der duisternis. De angstige blik in de ogen van de duivelse gestalten die naar Haar voet kijken, symboliseert het besef van hun machteloosheid jegens Haar. Dit beeld drukt eveneens het feit uit, dat het de satan bekend is, dat op zekere dag zijn kop door de voeten van de Meesteres van alle zielen zal worden verpletterd.
  • Aan beide zijden van Maria’s troon liggen zeeën van engelen geknield met het hoofd naar Haar toegewend, als symbool voor Maria’s meesterschap over alle engelen.

 

 

6701558 maria en duivel

 

.

 

Het totaalbeeld is dat van de Koningin en Meesteres over ALLES,

door volheid van Goddelijke genade.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

Fallen Angels, Nephilim and Aliens / Gevallen engelen, Nephilim en buitenaardse wezens

Standaard

category / categorie: video

 

 

 

 

Fallen Angels, Nephilim and Aliens 

.

Gevallen engelen, Nephilim en buitenaardse wezens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2012_Boek%20II,3

 

 

De volgende vijf miniaturen handelen over de sacramenten van de Kerk :  Doopsel, Vormsel, Priesterschap, en Eucharistie. Hildegard besteedt een bijzondere aandacht aan het H. Doopsel en het H. Priesterschap, en dit laatste speciaal in verband met de maagdelijkheid in de Kerk.

De twaalfde miniatuur toont ons het visioen van het H. Doopsel als openbaring in de schoot der Kerk; het Doopsel is immers het sacrament van de wedergeboorte tot het goddelijk leven. De volgorde waarin men de vier voorstellingen moet lezen is van rechtsboven naar linksboven en van rechtsonder naar linksonder.

 

 

1

 

1. Rechts boven zien we de Kerk als koningin met gouden kroon en gulden gewaad, zelfs haar gezicht en handen zijn van goud. Uit de tekst leren we, dat deze gulden schittering wijst op het goddelijk licht dat haar als een gewaad omkleedt. Met haar handen omvat zij het altaar waarboven de Christus met een boek in de hand als Majesteit troont.

Men ziet aan de voorkant van het altaar de rechterhand en opzij van het altaar nog net de toppen van de vingers van de linkerhand: zij omhelst werkelijk het altaar als een geliefde zijn bruidegom. Het is een huwelijksgebaar waardoor de vereniging van de Godmens met de Kerk tot stand komt.

 

 

2

 

2. Het gevolg van deze eenwording toont de volgende voorstelling die een zwangere Kerk laat zien. In heilig enthousiasme heft zij haar rechterarm omhoog. Op de banderol die zij in de hand houdt staat: Me oportet concipere et parere (ik moet ontvangen en baren). De oervrouwelijke vreugde over deze zwangerschap brengt Hildegard in beeld door engelen te laten toesnellen met muziekinstrumenten, die symfonieën van vreugde doen klinken.

Tegelijk dragen de engelen trappen en stoelen aan, bestemd voor de gelovigen die gebaard zullen worden. Want, zegt de tekst, engelen staan gereed om het nieuwe geslacht te helpen bij het bestijgen van de treden van het geloof en het de rustpunten te verschaffen voor de beschouwing.

 

 

3

 

3. De derde voorstelling geeft op een heel oorspronkelijke wijze het proces weer van de geboorte tot het geestelijk leven. De geloofsleerlingen haasten zich als donkere hardlopers om door de brede mazen van het net, dat de schoot van de Kerk bedekt, naar binnen te dringen. Men ziet alleen nog de hoofden zoals bij vissen die in een net gevangen zijn.

Het opmerkelijke is dat de Kerk kinderen baart uit haar mond, omdat de door de mond hardop uitgesproken doopformule, de mensenkinderen geboren doet worden tot het bovennatuurlijke leven. Daarom strekken de pasgeborenen, nu stralend van goudkleur, hun handen uit naar het symbool van de H. Drievuldigheid uitgebeeld door drie elkaar omgevende cirkels.

De buitenste is van zilver, dan hebben we één van goud en de middelste is van een blauwe kleur met een wit centrum. Vóórdat de geloofsleerlingen geboren werden hadden ze een donkerbruine kleur, die we in de andere miniaturen alleen voor de helbewoners gebruikt zien. Bij de wedergeboorte hebben de neofieten die donkere huid afgeworpen zoals een slang die vervelt. Nu schitteren zij van het hemels goud van de H. Geest.

 

 

4

 

4. In het vierde en laatste tafereel richt Christus een vermaning tot de nieuw gedoopten. Men heeft de keuze tussen twee wegen. De ene leidt naar het oosten, waar de laatste openbaring zal plaats vinden en de andere voert naar het noorden, waar de vorst van het kwade, hier voorgesteld door rode vlammen, zetelt. Deze leer van de twee wegen in verband met het doopsel gaat terug tot de eerste tijden van het christendom.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Tiende Miniatuur : eerste Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Tiende Miniatuur: eerste Visioen van het Tweede Boek

 

 

.
.
.
.
.

Het feit dat Hildegard een nieuw boek begint wijst erop, dat de openbaring van haar mystieke belevenis, aan belangrijkheid gaat winnen. Inderdaad, de vijf volgende visioenen en miniaturen vormen samen het middenluik van de triptiek waaruit Scivias bestaat.

De woorden van de hemelse stem:

“De levende God schiep alles door zijn woord. Door ditzelfde Woord, dat vlees aannam, heeft Hij ook zijn schepsel de mens, ongelukkig geworden door de zondeval in de duisternis, de vurig verhoopte verlossing teruggebracht.”

.

.

Hoe is dit geloofsgegeven door Hildegard in beeld gebracht?

 

Op een groot veld van zilver zien we twee cirkels, een gouden en een donkerblauwe. Het zilver wijst op de Eerste Persoon van de H. Drievuldigheid. In de vorige miniaturen werd met zilver het geloofslicht aangeduid. Abraham houdt in miniatuur acht een mes vast van zilver en sommige engelen in miniatuur negen dragen zilveren helmen.

De kleuren hebben bij Hildegard een wisselende betekenis in al de 35 miniaturen. Iedere keer verschuift de betekenis van de kleuren, die echter wel associatief met elkaar verbonden blijven. Zo staat zilver op de eerste plaats voor wit licht, dus niet het zonlicht maar het soort daglicht dat er is vóór zonsopgang of na zonsondergang.

We hebben in het visioen van de engelen reeds gezien dat God werd aangeduid door een kern van zuiver wit. Meer dan eens echter wordt in de miniaturen de heraldische kleur wit gebruikt voorgesteld door het metaal zilver. Verder wordt zilver gebruikt als er sprake is van een spiegel en haar weerspiegeling.

Omdat spiegels in die tijd gemaakt werden van gepolijst ijzer, is het ook te begrijpen dat de glanzende wapenrusting en zwaarden en lansen, waarover in de visioenen wordt gesproken, bij voorkeur worden aangegeven door zilver. Langs die weg ontstaat een associatie met macht, rechtvaardigheid en sterkte. En zo wordt het duidelijk dat Hildegard God, in het bijzonder de Vader, aanduidt met zilver.

In deze levenssfeer van de Vader zien we in de miniatuur twee cirkels, die als polen op elkaar inwerken. Er is een gouden cirkel die een blauwe circel omvat. Het goud staat hier voor de H. Geest en de liefdegloed waarmee deze alles tot ontwikkeling brengt. Deze gloed van de Geest omgeeft het Goddelijk Woord, de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid. Deze is hier aangegeven door een discus van blauwe kleur, verlevendigd met golvende witte lijnen.

Met dit blauw wil Hildegard de diepste wezensopenbaring van God uitbeelden. De tweede Persoon is mens geworden in Christus en Deze heeft zich tot doel gemaakt van ons geestelijk leven en vormt tevens de overkoepeling van heel de schepping. Bij de volgende miniatuur wordt betekenis van de kleur blauw in de mystieke ervaringen van Hildegard met betrekking tot dit goddelijk geheim verduidelijkt.

De donkere schijf in het middenveld van deze miniatuur stelt de oerchaos voor waarover de H. Schrift in haar aanvang spreekt. De aarde was nog ongeordend en leeg en over de wereldzee heerste de duisternis. Dan begint de geschiedenis van Gods Geest die broedde over de wateren en de aarde bevruchtte. In de tekst van Scivias staat:

“De Vlam Gods werd witgloeiend en zie, er ontstond plotseling een donkere luchtkogel van enorme omvang, waarop de Vlam verschillende keren sloeg en iedere keer sprong er een vonk naar voren. Zo werd die kogel tot voltooiing gebracht en hemel en aarde kwamen ten volle in het licht.”

 

Op dit beeld van de Vlam die enkele keren op de luchtkogel sloeg, dienen we even dieper in te gaan. De Latijnse tekst spreekt van een faber, een werkman, die enkele slagen geeft en daardoor uit de donkere luchtkogel vonken deed springen. Hier wordt evenwel van geen gereedschap gesproken.

Zr. Böckeler vertaalt dit zo, dat de vlam op de kogel sloeg als een smid op een aambeeld, waardoor er bij iedere slag een vonk uitspatte. Dom Baillet zegt in zijn beschrijving van deze miniatuur, dat de zwarte cirkel aangeraakt wordt door een zilveren vinger en dat zo de wezens ontstaan. Hij verbaast zich wel erover dat de vinger niet blauw is, want door het Woord van de tweede Persoon is toch alles geschapen.

Hiltgart Keller spreekt van een zilveren tong, die uit een klomp leem een mens te voorschijn roept. Inderdaad zien we beelden van de zes scheppingsdagen, waarover in de tekst niet gesproken wordt, rondom deze tong geschikt.

We zien dat de miniaturist hier van de tekst afgeweken is, hetgeen hij nooit heeft kunnen doen buiten Hildegard om. We hebben nu als het ware twee verschillende lezingen van de visioenervaring: de eerste is de tekst in de Scivias met de uitleg ervan, de tweede is de weergave in de miniatuur.

Het gaat om de schepping van de mens en zijn verlossing. De schepping geschiedt door de drie goddelijke Personen. Deze Drieëenheid is voorgesteld door drie elementen, namelijk een gouden cirkel met rode lijnen verlevendigd, daar binnen een blauwe schijf verlevendigd met witte lijnen, en op de derde plaats een zilveren roede die doordringt in de ronde kogel van de oerchaos.

Vuur, hier uitgebeeld door het goud, is steeds het beeld van Gods Geest. De blauwe schijf noemt Hildegard een vlam van hemelkleur, die schittert als een saffier. Zo wordt deze vlam ook in het volgende visioen aangegeven, waar uitvoerig wordt uitgelegd, hoe deze saffier, het binnenste van God zelf, de tweede Persoon betekent.

De roede heeft de kleur van het metaal zilver, het heraldisch gegeven voor wit. Zoals wij in het visioen van de engelen in het middelpunt de witte kleur aantroffen als beeld van de volmaaktheid van God, zo wil de zilveren roede ons de almacht van God tonen.

Dom Baillet spreekt van een vinger, Hiltgart Keller van een tong en Zr. Böckeler van een smidshamer. Iedere godsdienstgeschiedkundige zal bij de eerste blik op deze miniatuur, zonder iets van het onderwerp af te weten, denken aan het fallisch symbool dat in alle godsdiensten voorkomt om de vruchtbare liefde van de Godheid voor de schepping aan te duiden.

Voor Hildegard zijn alle vormen van leven, van plantaardig -, dierlijk – tot geestelijk leven toe, allemaal openbaringen van Gods vruchtbaarheid. Het is niet moeilijk in de zes medaillons een uitbeelding te zien van de zes scheppingsdagen. Op de eerste dag, toen God sprak: “Het worde licht” zijn de engelen geschapen. Onder in de donkere luchtkogel zien we uit rode leem een mensenhoofd te voorschijn komen om de schepping van de mens uit te beelden.

Voor Hildegard is scheppen niet alleen iets smeden, iets maken, maar vooral de dingen het leven schenken, zoals een vader dat doet. De eerste mens zien wij – bovenaan rechts – ruiken aan een bloem die hangt aan de gouden schijf als een dauwdruppel aan een grashalm. Het is een prachtig beeld van het goddelijk aanbod van het zoete gebod der gehoorzaamheid. Zo kostbaar als de wonderbare dauw is voor de groei van de halm, zo waardevol is dit gebod van God voor de groei van het geestelijk leven.

Dom Baillet uitte zijn verbazing er over, dat de bloem zonder enige steun in de lucht hangt. Als men echter bij het opkomen van de zon voor een grasveld staat en men ziet hoe de dauwdruppels daar hangen, is men verbaasd over het wonder van de adhesi-capaciteit van een druppel. Hij hangt los aan de grashalm, maar valt niet naar beneden. Iets dergelijks bedoelde Hildegard, toen zij de stengel van Gods wet met drie bloempjes liet uitbeelden, als het ware klevend aan de goddelijke cirkel.

Helaas, Adam aanvaardde deze wet niet, hij rook er slechts aan en keerde zich er van af. Sedert dit moment breidde de chaos zich uit over het ganse heelal en heeft de duisternis de betekenis gekregen van zonde en dood. Immers, toen viel de mens ten prooi aan lijden en sterven.

Maar es kwam nieuwe hoop. God is machtig genoeg om zijn schepping te redden. Om deze overwinning van het licht op de duisternis voor te bereiden en aan te kondigen zendt God de aartsvaders en de profeten van wie St. Jan de Doper de laatste en de grootste is. Zij worden hier voorgesteld door gouden sterren.

Links zien we twaalf sterren waarvan er negen zeven punten hebben, en drie grotere met acht of negen punten: de drie aartsvaders. Rechts bevinden zich zeven sterren waarvan er één grotere met negen punten de voorloper St. Jan moet aanduiden. Verder zijn deze grote sterren omringd door kleine witte met zes punten, de  rechtvaardigen die leefden vóór de komst van Christus.

Zij zijn vierentachtig in getal, zeven maal twaalf. Zeven is een heilig getal in de Bijbel dat verwijst naar een nieuw gevolg en 12 is in de Bijbel het symbool voor perfect bestuur. Plotseling verschijnt op de aarde, vervolgt de uitleg, een licht als de dageraad en de Vlam verenigt zich op wonderbare wijze met die dageraad zonder zich van haar gouden oorsprong los te maken.

Hier komen we bij een van de voornaamste kernpunten van de mystieke openbaring voor Hildegard. In dit kerngegeven ontmoeten we het trefwoord ‘Aurora’ of de dageraad. Als men de acht teksten uit de H. Schrift, waarin sprake is van aurora naslaat, kunnen waarschijnlijk twee daarvan bij Hildegard voor dit beeld een rol spelen. De eerste zou dan de vraag van God aan Job zijn:

“Hebt ge ooit in uw leven de morgen ontboden en de dageraad zijn plaats gewezen?” (Job 38-12).

 

Hier laat God Job en ieder mens duidelijk voelen, dat Hij de schepper is en dat Hij alle dingen hun plaats aanwijst naar Zijn inzicht.

De tweede tekst is uit het Hooglied:

“Wie rijst daar op als het morgenrood?” (Hooglied 6-10).

 

Hier wordt het morgenrood als iets buitengewoons gezien en de aanstaande bruidegom spreekt zijn bewondering voor zijn bruid uit door haar daarmee te vergelijken.

In de duisternis van de chaos na de zonde komt er volgens Hildegard toch een nieuwe dageraad. Zonder de aarde met zijn vurige roede opnieuw te bevruchten, kiest God een andere weg. Hij zaait in maagdelijke grond. Alles wat door God is aangeraakt, is ongeschonden als een maagd. Uit deze maagdelijke grond neemt het Woord het vlees aan en wordt Hij de nieuwe bron van licht en leven.

Dit is het raadsbesluit van God, dat noch door engelen noch door heiligen of profeten kan worden begrepen. Daarom is hier de dageraad voorgesteld als een gloed oprijzende van achter de omlijsting. Hij is volledig gescheiden van de zwarte band die het middenveld van de miniatuur bedekt. God begint iets nieuws, en vanuit dit nieuwe valt het mensgeworden Woord de verduisterde chaos aan.

We zien, hoe een geheel vergulde Christusfiguur met zijn stralenkrans tot in de duisternis doorstoot, om de gevallen mens te verlichten en te verlossen. Het is merkwaardig, dat het morgenrood dat in feite op Maria slaat, met dezelfde kleuren wordt uitgebeeld als de grote zonnecirkel van de Godheid. In de kern zien we blauw en daar omheen een gouden gloed verlevendigd door rode lijnen.

Op deze kleuren komen we bij de bespreking van het volgende visioen nog uitvoerig terug. Nu reeds kunnen we zeggen, dat in het mysterie van de maagdelijkheid van Maria, van wie de Tweede Persoon zijn lichaam ontving, de drievoudige goddelijke activiteit zich als het ware opnieuw openbaart.

Hildegard zegt hiervan, dat in dit morgenrood de diepste wilsuiting van de Drieëne God zich geopenbaard heeft, om kost wat kost de gevallen mens toch op te nemen in Zijn goddelijk leven. Als Hildegard evenwel poogt nog dieper door te dringen in dit raadsbesluit, dan schrijft zij:

“Er werd mij een geheimnisvol zegel opgedrukt.” Want, zegt de hemelse Stem, je moet de geheimen Gods niet dieper willen doorvorsen, dan tot waar de goddelijke majesteit het in zijn liefde gunt aan hen, die Hem in diep geloof aanhangen”.

 

Hier naderen we het hoogtepunt van de mystieke ervaring, de vereniging van God met de ziel van de zieneres. Het is immers geen verwijt aan de geliefde, dat God haar niet toestaat dieper door te dringen in Zijn mysterie. Het is de bruidegom die zijn bruid verklaart dat zij op dit moment nog niet alles kan vatten van het overgrote geheim van het goddelijke trinitaire leven en van de Menswording.

Het is niet de mens die God begrijpen kan, nee het is andersom. Ondanks de eerste afwijzing gaat God toch de geliefde mensheid achterna. Het is het oerspel van elke liefdesbeleving: als de bruid wegloopt, vlamt de liefde hoger op met alle consequenties van dien. Maar de goddelijke greep en vereniging kunnen pijnlijk zijn. Hildegard dicteerde hier:

“In dit visioen is mij een geheim zegel opgedrukt.”

 

Als we de Bijbelteksten naslaan, zijn er maar twee te vinden in het Oude Testament en één enkele in het Boek der Openbaring van Johannes, wanneer hij spreekt over de zeven zegels, die eenmaal door het Lam verbroken worden. De eerste uit het O.T, is uit Job, waar de zon bevel krijgt niet te stralen en de sterren onder een zegel worden geplaatst. (Job. 9,7)

De andere tekst uit het Oude Testament is uit het Hooglied: “Leg mij op uw hart als een zegel en om uw arm als een band. Want sterk is de liefde.” (Hoogl. 8,6) Deze staat in de epiloog van het Hooglied, waar gezongen wordt over het altijd verenigd zijn van bruid en bruidegom.

Terwijl de bruidegom van het Hooglied vraagt als een zegel op het hart van de bruid gelegd te worden, zegt hier Hildegard, dat God zich als een geheim zegel op haar hart gedrukt heeft. Hier is in Bijbelse beeldspraak de hoogste mystieke vereniging aangeduid.

We kunnen nagaan wat in de Bijbelse tijden de uitdrukking van een zegel leggen op het hart betekend heeft. De zegelstempel en ook de zegel afdruk betekenen een persoonlijk en kostbaar bezit “Ik draag U (Zorobabel zoon van Salatiël) als een zegelring want Ik heb U uitverkoren” (Aggeus 2,23); zie verder Jer. 32 10-14. Neh. 10-1. Esth. 3-10 en 8-8 alsook Tob. 9-5. In al deze teksten is bezegeling tevens persoonlijke toe-eigening en bescherming (zie Deut. 6-18, Tob. 9-5, Mat. 27-66).

Het geheimnisvolle zegel drukt de bekroning uit van de liefdesvereniging van God met Hildegard. Dat hier geen afschermen van het mysterie is bedoeld, bewijst het volgende visioen, dat juist een dieper doordringen in het mysterie behelst. Het blijft merkwaardig, dat in deze miniatuur het verloop van het mysterie van de Menswording als een korte episode wordt weergegeven.

Slechts een felle aanval op de burcht van de duisternis. Misschien is dit wel de juiste benadering, zoals alleen een mystica die kan vatten. Dom Baillet, die zich liever houdt aan de geschreven tekst waar gesproken wordt over de levensloop van de Verlosser en de stichting van de Kerk, heeft een beetje moeite met deze vereenvoudiging, maar hij geeft er toch een spitsvondige verklaring voor.

Hij schrijft: “De miniaturist heeft het niet nodig gevonden om de Verrijzenis, de verschijningen van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren weer te geven, al had hij in de traditionele iconografie voldoende modellen om na te tekenen. Een minder persoonlijk genie zou deze kans hebben aangegrepen om het perkament zonder veel moeite vol te maken. Onze kunstenaar had daar maling aan!”

In feite is het zo, dat het de bedoeling van Hildegard is geweest het leven van Christus in het verloop van het scheppings- en verlossingsverhaal te zien als een snelle meteoor, die flitst langs het donker hemelgewelf van tijd en eeuwigheid.

Even dienen we nog aandacht te schenken aan het figuurtje in de donkere chaos dat, overdekt met bloedrode wonden, aangeraakt wordt door de gulden vlam van de Christusfiguur, die oprijst uit de dageraad. Deze zwaar gewonde mens met witte haren kan zowel Christus zelf betekenen als de gevallen Adam, de vertegenwoordiger van de hele mensheid.

De uitleg van Hildegard is dat de Mensenzoon, die voortkomt uit de dageraad, zich hevig laat verwonden aan de duisternis, om daarna de gevallen mens op te richten. Dom Baillet vindt deze miniatuur de minst verantwoorde ten opzichte van de tekst van Scivias. Toch leert deze miniatuur ons het meeste over de spiritualiteit van Hildegard.

Zij leert ons de nieuwe wegen welke God gegaan is om, ondanks de val der engelen en van Adam in het paradijs, toch de voltooiing van Zijn glorie te bereiken. Het is de triomf van de Wijsheid en de Justitia van God, waarop in miniatuur 30 dieper wordt ingegaan.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Negende miniatuur: Zesde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Negende miniatuur: Zesde visioen van het eerste boek

 

 

.
.
.
.

De engelen

 

 

De hemelse Stem zegt  tegen Hildegard:

”De almachtige, onuitsprekelijke God, die voor alle tijden bestond en geen aanvang heeft gekend en nooit zal ophouden te zijn, heeft ieder schepsel naar zijn wil wonderbaar in het leven geroepen en een opdracht gegeven. De een heeft Hij de aarde, de ander de hemel toegewezen en zo heeft Hij de engelen tot heil van de mens en tot eer van Zijn Naam geschapen. Sommigen der engelen  heeft hij opgedragen de mensen in hun nood te helpen en anderen om de oordelen van Zijn geheime raadsbesluiten te openbaren”.

Deze laatste taken hebben betrekking op de buitenste twee van de negen concentrisch opgestelde rangen rondom het witte middelpunt dat God voorstelt. Een mooier symbool voor de almachtige God, die zonder begin en zonder einde is, kan men niet bedenken. Wit, dat alle kleuren tegelijk bevat, vormt hier de lichtbron die de negen opgaande rangen tegelijk verlicht. Het is als bij de koepel van het Pantheon te Rome, waarin zich geen enkel raam bevindt, maar waar het licht dat binnenvalt door de ronde opening boven in de koepel, heel de ruimte tot in de verste hoeken verlicht.

Terwijl de rangen der engelen onze ogen steeds hoger richten, ontsnapt het goddelijk licht aan ons gezichtsvermogen en voelen we ons betrokken bij de transcendentie van God.

 

De eerste twee rangen

 

Direct rondom het witte middelpunt bevinden zich de twee rangen van de Serafijnen en de Cherubijnen. Zij hebben een rode kleur die des te vuriger is naarmate zij de puur blanke Drievuldigheid meer nabij zijn.

 

 

De volgende vijf rangen

 

Dan komen er vijf koren waarvan het getal vijf volgens Hildegard ons herinnert aan de vijf wonden des Heren. Eerst zien we de Tronen in een oranjekleur, die stralen als de dageraad. We zijn de oranjekleur als symbool voor de dageraad al tegengekomen in de diadeem van de synagoge. Later zien we de kleur nog terug als er gesproken wordt over de Menswording en Maria.

Dan komen de Heerschappijen met helmen van ijzer en tunieken van marmerkleur. De volgende rij zijn de Vorstendommen. Hun gelaat is marmerkleurig en hun tunika’s worden gevormd door zilverkleurige wolken. Beide rijen hebben betrekking op hen die in gezag gesteld staan en namens God en de Mensenzoon regeren.

In de Bijbel en speciaal in het Boek der Kronieken is er even sprake van marmer voor de tempelbouw. Men vermoedt dat het daar gaat om de witte kleur die geaderd is. Hier heeft de kunstenaar de klederen en gezichten lichtblauw geschilderd, wat harmonieus afsteekt tegen het oranje van de Tronen.

De vierde rij is van goud en staat voor de Machten die Gods grootheid verkondigen en die men vanwege hun glorie niet kan aanschouwen. Ze zijn hier prachtig aangeduid in de engelengezichten die met rode lijnen getekend zijn op vergulde achtergrond.

De vijfde rij vertegenwoordigen de Krachten ofwel Deugden, die ermee belast zijn de zielen te helpen torens te bouwen van deugd en die de helderheid van de innerlijke gloed der gelovigen weerspiegelen en daarom klederen van zilver dragen. De achtergrond is tevens blauw zoals bij de Heerschappijen en Vorstendommen.

 

 

De laatste twee rangen

 

Deze zeven koren der engelen( twee en nog eens vijf ) worden omsloten door nog twee rijen die de Aartsengelen en de Engelen representeren. De eersten dragen op hun borst de afbeelding van Gods Zoon, want zij waren de boodschappers die het geheim van Gods raadsbesluit omtrent de Menswording mochten voorbereiden. Als boodschappers dragen zij allen vleugels, evenals de buitenste rij van de engelen die ons mensen het meest nabij staan. Hun wangen zijn rood van ijver om de Wil Gods, omtrent ieder van de mensen, te volbrengen en onze goede werken bij de Heer te melden.

Bij het beschouwen van dit magnifieke kleurenvenster kan men nog dieper dringen in de betekenis van deze engelenkoren in verband met de Godsbeschouwing van Hildegard. De negen koren zijn verdeeld in twee, vijf en nog eens twee concentrische cirkels.

  • De twee rijen, die onmiddellijk rondom het middelpunt van God liggen, openbaren door hun vuurrode liefde de grootheid en het wezen van God de Vader.
  • De middelste vijf wijzen ons op de tweede Persoon, de Zoon die mens is geworden. In deze vijf rijen overheerst het blauw, een kleur die zich terugtrekt, waardoor zij diepte verleent aan de hele koepelcompositie.
  • De buitenste twee rijen gevleugelde engelen wijzen ons op het werken van de H. Geest, die zich in de gedaante van een vogel bij de Doop van Christus openbaarde.

 

In de volgende miniaturen zien we hoe het nog verborgen geheim van de Drieëenheid, hier aangeduid door het zuivere witte middelpunt, zich in de twee volgende visioenen aan Hildegard in dezelfde kleuren zal openbaren. Het is merkwaardig, dat aan dit juweeltje van miniatuurkunst in de kunstgeschiedenis eigenlijk nooit aandacht geschonken is.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA