Tagarchief: bidden

Bidden met discipline

Standaard

categorie : religie

 

 

 

1374181556

.

.

 

Hoe gebeden worden gevoed

 

Gedisciplineerd bidden vergt een hoop werk. De moeilijkheid van gedisciplineerd bidden is dat het moeilijk is voor ons te concentreren op iets dat niet voelbaar is (zoals aardappelen) noch abstract (zoals getallen). Iets wat concreet immaterieel is, kan alleen met behulp van een pijnlijke inspanning in het zicht worden gehouden.

 

 

 

Een moeilijke opgave

 

Het gebed is een moeilijke discipline die we moeten blijven oefenen tot het een tweede natuur is geworden. Het doel is om mensen te worden die voortdurend bidden, “zonder ophouden” staat in 1 Tessalonicenzen 5:17.  We moeten leren om te bidden. Om dat te doen, moeten we bepaalde oorzaken overwinnen van de geestelijke traagheid waarmee we in gevecht zijn.

 

 

 

 Het idee dat bidden geen verschil uitmaakt

 

Wanneer we gedisciplineerd bidden voor het eerst overwegen, zullen we eerst over geloof moeten nadenken. Velen zijn niet in staat om te bidden, omdat ze niet geloven dat het enig verschil zou uitmaken. Dit is een ernstige geloofscrisis. We zullen moeten zien dat Gods goedheid en trouw niet kunnen worden geëvalueerd op basis van een enkel onbeantwoord gebed, hoe gemakkelijk het ook is om tot een dergelijke conclusie te komen. Paradoxaal genoeg vraagt God juist in crisistijden, wanneer Hij het meest afstandelijk lijkt, dat we Hem geloven en op Hem vertrouwen.

 

 

 

Het idee dat je alles zelf in de hand kan hebben/houden

 

Een tweede sleutel tot gedisciplineerd bidden is het overwinnen van hoogmoedswaanzin en de daarbij behorende houding van zelfredzaamheid. Jezus zei resoluut:

“Ik ben de wijnstok. Jullie zijn de ranken. Los van Mij kunt gij niets” (Johannes 15:5).

We zouden het prettiger vinden als hij had gezegd: “Los van Mij kunt gij sommige dingen, maar verbonden met mij kun je meer dingen.” Het is vernederend om elke dag om dagelijks brood te moeten vragen. Het is verne- derend om elke dag om wijsheid, leiding, genade, barmhartigheid en vrede te bidden. Is er geen manier om voor een hele week “vooruit te bidden” en daar dan verder op te teren?

Ik vind het vernederend om elke dag te erkennen: “Vader, ik ben een zondaar en heb behoefte aan Uw genade. Ik ben een geschapen wezen en U bent de Schepper. Ik ben vandaag volkomen afhankelijk van Uw genade voor elke ademtocht die ik neem, elke hartslag en alles wat ik nodig heb.”

Moet en dan elke dag weer opnieuw bidden? Het eerlijke antwoord is “ja”! Hoewel rituele gebeden kunnen worden aangeboden in een soort Farizeïsche zelfvoorziening, begint een echte gebedsdiscipline elke dag weer met een gekruisigde trots.

 

 

 

 Een verkeerd begrip van ons nieuwe geboorterecht

 

De derde oefening in onze gebedsdiscipline is dat wij onze schuld en schaamte moeten overwinnen. God houdt van ons met een perfecte en onveranderlijke liefde. Hij verlangt dat wij naar Hem toekomen met onze vragen en dat wij Zijn grote en kostbare beloften beproeven en bevestigen. Hij kent ons door en door en hij geeft ons alles in Christus, zodat we Hem altijd kunnen benaderen, ongeacht onze omstandigheden.

Uit Hebreeën 4:9-15 blijkt dat er een God is, die ons uitnodigt om onze pogingen om alles op eigen houtje op te knappen opzij te zetten. Hij nodigt ons uit om in Hem te rusten. Hij doorzoekt ons met Zijn woord (niet altijd plezierig zoals we allemaal wel weten) om onze geestelijke toestand te openbaren.

Hij herinnert ons eraan dat wij ongeacht onze geestelijke gesteldheid een meelevende Hogepriester hebben, die eeuwig aan voorbede doet voor de mensen die Hij heeft verlost. Hij nodigt ons uit om tot Hem te komen, in een omgeving van genade en barmhartigheid. Zijn uitnodiging om zonder schroom naar Hem toe te komen bevestigt dat niets ons van het gebed weerhoudt, behalve ons eigen gebrek aan inzicht in ons geestelijke nieuwe geboorterecht.

 

 

 

Nu is de tijd om te leren

 

Uiteindelijk bestaat er geen uitgestippelde route die ons leert gedisciplineerd te bidden. Maar we moeten het wel leren. Anders lopen we in crisistijden het risico dat we onvoldoende gebedskracht hebben en denken dat God ver weg is. Natuurlijk kunnen we niet uitsluiten dat God een crisis kan gebruiken om ons te leren bidden, als we dat nog niet eerder hebben geleerd.

God staat moeilijke tijden in onze levens toe, zodat we leren bidden en later een nog grotere crisis aankunnen. Het juiste moment om de stand van het fornuis te controleren en met de brandblusser te oefenen, is vóórdat de pan overkookt en de keuken begint af te branden. Het juiste moment om gedisciplineerd te leren bidden, is vóórdat een grote geestelijke strijd uitbreekt.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Advertenties

De werken van barmhartigheid.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

werken van barmhartigheid : Meester van Alkmaar ( 1504 )

 

 

 

 

 

Nood lenigen

 

Het leed dat een ander treft, wordt door een barmhartig persoon ervaren als iets dat hemzelf treft. Uit Naastenliefde wil hij de nood zo snel mogelijk lenigen en onrechtvaardige structuren aanpakken. In dit laatste opzicht is barmhartigheid nauw verwant aan Rechtvaardigheid.

 

 

 

Liefde schenken

 

In het kerkelijk diakonie-werk zetten gelovigen zich van oudsher in om mensen in nood te helpen. Zij worden gedreven door een gevoel van mededogen of medelijden met degenen die in nood verkeren, en door de liefde tot God.

 

 

De hongerigen voeden : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Opdracht van Jezus

 

Jezus zelf roept de gelovigen op om barmhartig te zijn jegens de naaste in nood. Als een naaste om hulp vraagt, is het Jezus zelf, die in nood is; wie de naaste hulp geeft, geeft daarom Jezus hulp. Zelf drukt Jezus dat zo uit: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van de minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” (Matteus 25, 40).

 

 

Om welke hulp het gaat? 

 

Jezus is heel concreet: “Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” (Matteus 25, 35-36).

 

 

de naakten kleden : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Barmhartigheid

 

Barmhartigheid kan omschreven worden als de dragende grondhouding van de mens die een warm hart heeft jegens hen die in de miserie zitten. Dat komt tot uitdrukking in het latijnse woord ‘misericordia’. Thomas van Aquino typeert de deugd van barmhartigheid treffend als:

“de compassie in ons hart met het lijden van anderen, waardoor wij gedreven worden te helpen, als het ons mogelijk is”.

 

 

Rechtvaardigheid

 

Onder rechtvaardigheid kan verstaan worden: de houding uit kracht waarvan een mens ernaar streeft eenieder tot zijn/haar recht te laten komen. In onze westerse traditie wordt rechtvaardigheid – samen met bezonnenheid, matigheid en moed – gerekend tot de vier ‘kardinale’ deugden, dat wil zeggen: ze behoort tot de kern, het hart (‘cardo’) van het menszijn.

 

 

herbergen van de reizigers : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

De wereld biedt weerstand, en de mens ook

 

We moeten dus weerstand bieden tegen de wereld en tegen de mens – en in de eerste plaats tegen de onrechtvaardigheid die ieder van ons in zich draagt, die wij zelf zijn. Daarom zal de strijd tegen onrecht- vaardigheid geen einde kennen. In ieder geval is dat Rijk voor ons een Verboden Rijk of, liever gezegd, we hebben het al betreden, maar alleen voor zover we ons inspannen om het te bereiken: gelukkig zij die naar rechtvaardigheid hongeren en wier honger nooit gestild zal zijn!”.

 

 

Kortom: in altijd gebrekkige vormen probeert de rechtvaardige eraan bij te dragen de wereld en samenleving leefbaar te maken en te houden voor ieder mens

 

 

het bezoeken van de zieken : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

Werken van barmhartigheid

 

Dit is de traditionele benaming voor diensten die men de naaste in nood verleent uit liefde tot God. Men onderscheidt lichamelijke werken en geestelijke werken.

 

de lichamelijke werkenvallen, volgens Mattheus 25:35-37:

 

de hongerigen eten geven,

aan hen die dorst lijden te drinken geven,

naakten kleden,

vreemdelingen gastvrijheid verlenen,

zieken bezoeken,

gevangenen verlossen,

het begraven van doden

 

 

Het begraven van de doden wordt in Mattheus 25:35-37 niet genoemd, maar wel in het boek Tobit, waar de zorg voor de overledenen speciale aandacht krijgt (Tob. 14:9,11-13).

 

 

het laven van de dorstigen : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Tot de geestelijke werken behoren:

 

zondaars vermanen,

onwetenden leren,

raad geven in moeilijkheden,

bedroefden troosten,

onrecht ondergaan,

beledigingen vergeven,

voor elkander bidden.

 

De houding van barmhartigheid, van naaste willen worden, vraagt een levenslange oefening. Het is meer dan je handen uit de mouwen steken– en ondertussen doenerig op afstand blijven. Het raakt je in heel je wezen, zoals het je ook in heel je wezen kan vervullen.

Jezus leerde om te luisteren met je hart. Dat lijkt een vaag advies, een beetje soft zelfs. Maar dat is het zeker niet. Het vraagt moed om zo in het leven te staan, om zo geraakt te durven worden. En je hebt het nooit helemaal in de vingers. Voor je het weet ben je een ander voorbijgehold.

Al vanaf het eerste begin oefenen christenen zich om met hun hart te luisteren.Door de eeuwen heen ontwikkelden mensen binnen de religie daar methodes voor.

 

 

het begraven van de doden : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Barmhartigheid verloopt in drie stappen: zien – bewogen worden – in beweging komen.

 

 

het troosten van de gevangenen : Meester van Alkmaar (1504)

 

 

 

Zien
.
.

Je kunt alleen zien als je ogen het goed doen. Om zuiver te zien moet je regelmatig tot rust komen en stilstaan bij wie je bent en wat je doet. Daarom dient er in ons leven steevast aandacht voor gebed, meditatie en zelfreflectie te zijn. Ook dienen we goed op de hoogte zijn van hoe de samenleving in elkaar steekt en waar en waardoor mensen in de knel komen.

 

 

 

Bewogen worden

 

 

Het vereist moed en kwetsbaarheid om een ander echt te zien en te horen. Dat raakt je, je wordt bewogen. Voor ons is het belangrijk om niet alleen met beide benen in de samenleving te staan, maar vooral ook een gemeenschap te vormen. Dan komen we tot rust en voelen we ons thuis. Dan stellen we onszelf en elkaar ook lastige vragen, vaak over ons concrete werk.

Wat doet de ontmoeting met anderen met jezelf? Hoe kan je affectieve liefde effectief worden? Als deze stap wordt overgeslagen, blijft meestal alleen een driftig soort dienstbaarheid over. Dan ben je met de beste bedoelingen vooral je eigen onrust en schuldgevoelens aan het bestrijden. En dat is zonde van de energie, die dan nooit aankomt bij degene die gezien, gehoord of bemind wil worden.

 

 

 

In beweging komen

 

Als je goed kijkt en geraakt bent, kom je haast vanzelf in beweging. Wij dienen te proberen broeders en zusters te zijn: van elkaar en van alle mensen die onze wegen kruisen, vooral de kwetsbaarsten onder hen. We oefenen die houding in door samen te leven, te werken en stil te zijn.Velen zorgen, vanuit die spiritualiteit van barmhartigheid, op veelplekken in de wereld voor kinderen, gevangenen, zieken, hongerenden en ouderen. Vanuit die spiritualiteit kunnen we een thuis zijn voor elkaar: broeders en zusters die een leven lang aan dit ideaal willen werken.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom geneest God niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Waarom geneest God niet iedereen?

 

Dit is heel belangrijk. Mensen die niet geloven dat God wil dat wij gezond zijn, besteden nauwelijks tijd om zich af te vragen waarom niet iedereen geneest, want ze geloven niet dat het Gods wil is om iedereen te genezen. De mensen die echt verbijsterd zijn, zijn de mensen die wél geloven dat het Gods wil is, maar toch niet zien dat ieder persoon wordt genezen, of ze zien zichzelf niet genezen. Hoe komt het dat dit gebeurt?

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Kijk eens wat Jezus zei. In Matteüs 17:20 staat:

‘En Jezus zei tot hen: om uws ongeloofs wil.’ 

 

Dit is heel wat anders dan wat de meeste mensen zouden zeggen. Op de vraag ‘waarom denk jij dat mensen niet genezen’, zou waarschijnlijk het meest voorkomende antwoord zijn: ‘omdat ze niet genoeg geloof hadden.’ Natuurlijk is het waar dat als iemand geen geloof heeft, het ontvangen van genezing daardoor wordt aangetast. In ieder voorval waar Jezus genezing aan iemand bediende, was een bepaalde mate van geloof betrokken.

Soms kwam er iemand naar Jezus, zoals de vrouw in Markus 5, die zei:

 

‘Als ik maar de zoom van Zijn kleed aanraak zal ik genezen zijn.’

 

En zij raakte Zijn kleed aan. Het geloof van God was er en de kracht van God stroomde en deze vrouw werd genezen. En de Heer sprak tot deze vrouw: ‘Uw geloof heeft u genezen’. Dát is een sterk geloof. Dat is een geloof dat zich uitstrekt, en grijpt wat God beschikbaar heeft gemaakt.

Eén van de redenen, volgens de meeste mensen, waarom iemand niet geneest is dus dat hij/zij niet in geloof functioneert. Dat belemmert hem/haar om te ontvangen. Maar dat is niet wat Jezus zei. Jezus zei niet dat het kwam omdat zij weinig geloof hadden.

 

Hij zei dat het kwam omdat ze óngeloof hadden. 

 

Sommige mensen denken dat ongeloof hebben hetzelfde is als weinig geloof hebben, en dat een sterk geloof  hebben nooit wat te maken kan hebben met ongeloof hebben. Maar dat is niet wat het Woord onderwijst. In Markus 11:23 staat:

 

‘Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.’

 

Jezus zegt hier dat je tegen deze berg moet spreken. Er wordt van uitgegaan dat je in geloof spreekt. Het is hier: ‘Spreek in geloof én niet twijfelen in je hart.’

 

Je kunt tegelijkertijd geloven én ongeloven.

 

 

 

 

 

Markus 9: 16 – 23

 

16 Jezus vroeg: “Waar hebben jullie ruzie over?” 17 Een man uit de groep antwoordde Hem: “Meester, ik kwam mijn zoon naar U toe brengen. Er zit een geest in hem die maakt dat hij niet kan praten. 18 En als de geest hem aanvalt, gooit hij de jongen op de grond. Dan gaat mijn zoon stuiptrekken. Hij krijgt schuim op zijn mond, knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik heb aan uw leerlingen gevraagd om de geest uit hem weg te jagen. Maar ze konden het niet.” 19 Toen zei Hij tegen hen: “Wat zijn jullie toch ongelovig! Hoelang zal Ik nog bij jullie zijn? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Mij.” 20 Ze brachten de jongen naar Jezus. Toen de geest Jezus zag, gooide hij de jongen op de grond en maakte hem aan het stuiptrekken. De jongen lag met schuim op de mond over de grond te rollen. 21 Jezus vroeg aan de vader: “Hoelang heeft hij dat al?” De vader zei: “Vanaf dat hij een klein kind was. 22 En die geest heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid, om hem te doden. Maar als U iets kan doen, help ons dan alstublieft!” 23 Jezus zei tegen hem:

 

” ‘Als U iets kan doen?’ Alles kan, als je maar geloof hebt.”

 

 

Met andere woorden, de vader zag de manifestatie bij deze jongen die een toeval had en hij voelde zich wanhopig, gefrustreerd, en hij riep uit: ‘Als U iéts kunt doen. Help ons.’ Hij begon te twijfelen, hij begon te wanhopen. Hij keek naar de situatie en zei: ‘God, ik weet niet zeker of U dit wel aankunt.’ En Jezus keerde zich tot hem en in plaats van dat Hij álle verantwoordelijkheid voor de genezing op zichzelf nam, keerde Hij zich tot die vader en zei:

 

‘Als jíj kunt geloven, zijn álle dingen mogelijk voor degene die gelooft.’

 

En kijk hoe vervolgens de vader van deze jongen reageert: ‘En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zei: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.’

 

Deze gebeurtenis van de vader en de zieke  jongen  is een duidelijk voorbeeld van tegelijkertijd geloof én ongeloof hebben. Het gaat over krachten zijn die elkaar in evenwicht houden. Ze zullen elkaar ongedaan maken. Ook zijn leerlingen konden om die reden de jongen niet konden genezen. Jezus zei dat het kwam omdat ze ongeloof hadden. En het ongeloof maakt het geloof dat je hebt ongedaan.

Jezus’ leerlingen hadden eerder al demonen uitgedreven, ze hadden gezien hoe ze mensen vrij zetten, en deze keer deden ze precies hetzelfde maar toch kregen ze niet hetzelfde resultaat.  Ze waren verbijsterd en waren in de war omdat de genezing weg bleef. En dus vroegen ze: ‘Waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ En Hij zei niet:

 

‘Omdat jullie zo weinig geloof hebben.’ Hij zei: ‘Vanwege jullie ongeloof.’

 

 

 

Matteüs 17: 20

 

 ‘Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.’

 

Jezus zegt in feite: als jouw geloof maar pietepeuterig klein is, dan is het nog genoeg om een berg in de zee te werpen. Hij wil duidelijk maken dat je helemaal geen groot geloof nodig hebt. Je hebt gewoon een geloof nodig dat niet wordt uitgevlakt, tegengewerkt door ongeloof, dat in de tegengestelde richting werkt. En om dat te onderstrepen zegt Hij dat als je geloof maar zo klein is als een mosterdzaad, dan is het al genoeg om een berg te verplaatsen, zonder hem maar fysiek aan te raken, alleen maar door er tegen te spreken.

 

 

 

 

Johannes 5: 44

 

‘Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt?’

 

Hoe kun je geloven als je eer zoekt van anderen en niet de eer zoekt die uitsluitend van God komt. Als je het nodig hebt dat andere mensen je waarderen om je goed over jezelf te voelen, en als je bezorgd bent over de mening van andere mensen, dan is dat vrees voor mensen. En vrees is het tegenovergestelde van geloof. Vrees is in feite geloof in een negatieve richting. Dit is in feite ongeloof wat het geloof uitvlakt. Vele handopleggers en gebedsgenezers krijgen met deze problematiek te maken, net zoals Jezus’ leerlingen. Men moet niet reageren op wat mensen denken of zeggen maar op wat God zegt!

 

 

 

 

 

 

Bouw geen geloof op

 

Als mensen bidden om de genezing van iemand en ze zien niet de genezing manifesteren willen ze hun geloof op bouwen en  vermeerderen. Ze hebben het denkbeeld dat ze een enorm geloof moeten hebben. Maar in werkelijkheid is dat in strijd met wat Jezus hier onderwijst in Matteüs 17. Hij zegt dat als je geloof maar de grootte  van een mosterdzaadje moet hebben om een berg in de zee te werpen.

Het geloof moet dus puur zijn met niets dat het tegenspreekt of tegenwerkt, wat het uitvlakt, en in de tegenovergestelde richting werkt. Ongeloof komt op dezelfde wijze als dat geloof komt. Romeinen 10:17 zegt:

 

‘Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.’

 

Met andere woorden, geloof komt als we onze aandacht richten op God en op Zijn woorden. Ongeloof komt op gelijke wijze maar in de tegenovergestelde richting, als we onze aandacht richten op wat ménsen te zeggen hebben, op al het negatieve. Als wij al die negatieve dingen in overweging nemen, dan ontkracht dat ons geloof.

De meeste christenen spenderen een extra uur per dag in het Woord in een poging hun geloof op te bouwen, maar de rest van de dag ontkrachten ze dat weer door maar raak te kijken voor de televisie. Ze lezen al het slechte nieuws in de krant. Ze staan toe dat het afvalwater van de wereld door hen heen stroomt, gedachten, mentaliteiten, denkbeelden die tegenovergesteld zijn aan het Woord van God. En dan vragen ze zich af waarom hun geloof niet werkt.

 

 

 

Een radicale stelling

 

Als wij zouden stoppen met naar ieder ander te luisteren en naar al hún ongeloof en de negativiteit van deze wereld, het cynisme van deze wereld, het anti-goddelijke, het anti-Christus gevoel van deze wereld, als wij nooit naar die gedachten zouden luisteren, zouden wij niet verzocht worden om God niet te geloven.

Vele mensen vragen zich af waarom het voor hen zo moeilijk was om hun genezing te ontvangen? Dat komt omdat hen zó veel ongeloof is geleerd in de zin van: dit kun je niet overwinnen, dit is ongeneeslijk, hier is geen enkele manier voor. En dat ongeloof schakelt hun kleine mosterdzaadje hoeveelheid geloof uit. Jezus zei:

 

‘jullie hebben geen geloof probleem, jullie hebben een ongeloof probleem.’

 

 

 

 

 

 

Drie soorten ongeloof

 

 

Er is ongeloof dat uit onwetendheid voortkomt.

 

Soms weerspreken mensen wat God zegt niet om een speciale reden, ze weten gewoon niet beter. Er zijn mensen die helemaal niet weten dat God je gezond wil hebben. Ze hebben er nooit van gehoord. Het is onwetendheid, maar desalniettemin is het ongeloof. De manier waarop je dat soort ongeloof overwint is iemand gewoon de waarheid vertellen. Je laat ze de waarheid van het Woord van God zien.

 

 

Het tweede soort ongeloof is het ongeloof dat wordt veroorzaakt door verkeerd onderwijs, verkeerde doctrine.

 

Sommige mensen is geleerd dat God tegenwoordig geen wonderen doet. Genezing is niet meer voor ons. Die dingen zijn verdwenen met de apostelen. Dat is niet waar, dat is niet wat het Woord van God onderwijst. Maar toch is het hen geleerd. Het is veel moeilijker om ongeloof te overwinnen dat voortkomt uit verkeerde doctrine dan ongeloof dat voortkomt uit onwetendheid. Want je moet éérst de verkeerde doctrine weerleggen en dan de Waarheid onderwijzen. Maar het tegengif is in principe precies hetzelfde. Het antwoord op beide is de waarheid van Gods Woord.

 

 

 

Maar vervolgens is er een derde soort ongeloof, en dat is wat ik natuurlijk ongeloof noem.

 

Met andere woorden, als jij gewoon voor jezelf of  iemand bidt om genezing, en ze vallen dood neer, dan zullen je ogen, je oren, al je zintuigen jou zeggen dat het niet heeft gewerkt. En dat is niet per se onwetendheid, en niet per se verkeerd onderwijs, het is gewoon dat jij hebt geleerd te vertrouwen op wat je ziet, proeft, hoort, ruikt en voelt. Als jij voor je lichaam bidt om te stoppen met pijn doen, maar je lichaam voelt nog steeds pijn, dan vertelt je lichaam je gedachten van natuurlijk ongeloof. Het is niet demonisch en het is niet verkeerd. Je vijf zintuigen zijn niet van de duivel.

Maar als God je iets zou zeggen om te doen, en je fysieke zintuigen zeggen je dat het niet gaat werken, dan moet je in staat zijn verder te gaan dan die vijf zintuigen. Als God wil dat je iets doet dat ingaat tegen wat jij kunt zien, proeven, horen, ruiken en voelen, dan kunnen je natuurlijke vijf zintuigen jou natuurlijke gedachten van ongeloof geven, die je geloof uit kunnen vlakken.

 

Het is niet een kwestie van gewoon maar meer het Woord bestuderen. Maar je moet in de aanwezigheid van God binnengaan, en jezelf in een dergelijke mate vernieuwen, dat je een zesde zintuig ontwikkelt. Dit is heel belangrijk.  Als al jouw zintuigen je zeggen dat vragen om genezing niet heeft gewerkt, dan ben je in staat een zesde zintuig te ontwikkelen dat je zegt dat het wél heeft gewerkt.

 

En dat zesde zintuig is geloof.

 

 

 

 

 

 

Vasten en bidden

 

Je kunt zover komen dat je geloof net zo werkelijk voor je wordt als wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt. Dat doe je door tijd door te brengen in het geestelijke gebied en dat is waar bidden en vasten over gaan. Dit is de logica achter vasten. Vasten verandert niets aan God. Vasten zet God niet in beweging. Vasten en bidden laten ook geen demon weggaan. Er bestaat geen demon die je ooit zult tegenkomen, waar vasten en bidden voor nodig zou zijn als toevoeging aan wat Jezus heeft gedaan om hem uit te drijven. Nee, gebed, de naam van Jezus uitspreken in geloof is in staat met welke demon dan ook af te rekenen.

Je vasten en bidden brengt God dus niet in beweging en ook de duivel niet, maar het beweegt jou en het heeft invloed op jou. God alleen voedt je en je kunt je vlees, het lichaam, dat leren. Als je geen tijd hebt besteed aan vasten en bidden, als je niet in de aanwezigheid van God bent geweest, dan zal je lichaam niet reageren op genezing.

Maar je kunt je zintuigen trainen, je kunt ze oefenen om zowel goed als kwaad te onderscheiden, dat staat in Hebreeën 5:14 . En naarmate je dit doet kun je zover komen dat je meer luistert naar wat geloof te zeggen heeft dan wat je lichaam te zeggen heeft. Meer dan wat je emoties te zeggen hebben, meer dan wat je kunt zien, proeven, smaken, ruiken en voelen. En door dat te doen, verminder je het ongeloof.

 

 

 

De sterkte van geloof

 

Het gaat niet per se om hoe sterk je bent in geloof. Je bent sterk of zwak in geloof, afhankelijk van in hoeverre je het met ongeloof hebt vermengd. Als je veel ongeloof hebt, ben je zwak in geloof, als je weinig ongeloof hebt, ben je sterk in geloof. Dat is een meer correcte beschrijving, terwijl klein geloof en groot geloof niet helemaal passend zijn. De waarheid is dat aan een ieder van ons hét geloof van de Zoon van God is gegeven.

Iedere wedergeboren christen heeft precies dezelfde hoeveelheid en kwaliteit van geloof die Jezus had. Wij hebben helemaal geen ‘geloof’ probleem, maar een ongeloof probleem. Schakel de oorzaken van ongeloof in ons leven uit. Honger ons ongeloof dood. Kom tot het punt waarop we zoveel tijd doorbrengen in de geestelijke wereld, denkend aan de dingen van God, dat we niet eens de gedachten van ongeloof hébben.

Bij de meeste mensen is het voor de bediening van genezing niet dat zij geen geloof hebben, maar het feit dat hun geloof ontkracht wordt door ongeloof. En dat komt omdat zij niet zoveel tijd in de aanwezigheid van God hebben doorgebracht, en dat ze zó gewend zijn aan de wereld, dat ze gedachten van ongeloof denken.

De sleutel tot de overwinning in het christenleven is niet per se om dit enorme geloof te hebben, maar veeleer een eenvoudig kinderlijk geloof, een geloof van de omvang van een mosterdzaadje dat niet wordt ontkracht door ongeloof. Je moet het ongeloof dat in de tegenovergestelde richting trekt, los koppelen, en dan is dat kleine mosterdzaadjegeloof van je genoeg om je naar de overwinning te trekken.

Je kunt geloof hebben en een geweldig mens zijn. Je kunt God liefhebben en geweldig geloof hebben. Maar toch heb je tegelijkertijd ongeloof dat je in de andere richting trekt. Honger  je ongeloof uit tot dat je eenduidig denkt aan de dingen van God. Als jij jezelf afsluit, zelfs al is het maar voor een week van vasten en gebed, en je aandacht gericht houdt op de Heer, kan dat grote schade aan jouw ongeloof aanrichten.

Het is niet zo dat je daardoor van God meer kracht ontvangt, het veroorzaakt dat het geloof dat je hebt zoveel beter gaat werken, omdat je het ongeloof vermindert dat in de tegenover gestelde richting trekt. En dat is goed nieuws. God wil dat je gezond bent. En als jij dat gelooft, is het enige wat je hoeft te doen, het ongeloof uithongeren tot jouw geloof de resultaten die je verlangt begint voort te brengen.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Door een verslaving geketend

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Laat God je helpen

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 


God is onze schuilplaats, onze veilige haven, onze rots in de branding, Hij is ons alles.

 

God helpt ons om moeilijkheden te overwinnen, de figuurlijke bergen te beklimmen, zodat wij tot volle bloei kunnen komen in en voor Hem. Elke mogelijke potentie zonder God is er één zonder 100% benutting van deze potentie! Nog sterker gezegd: geen enkele entiteit, geen enkele macht kan ons helpen om tot volledige groei te komen, behalve onze maker, onze schepper.

Hij kent elk detail van onze lichaam, onze geest en onze ziel. Hij kent onze gedachten, verlangens, onze pijnen en moeite, elke seconde van de dag. Hij is het immers die jou, die mij, die een ieder ander gemaakt heeft. God is onze dokter, onze redder, onze vader ja ook onze vriend. Hoe kan God zoveel dingen voor ons zijn? Omdat Hij ons alles is! Hij heeft ons met een doel op deze aarde gezet en dit doel is zeker niet om onszelf tekort te doen met verslavingen.

En vaak is het zo ontzettend moeilijk om een eind te maken aan je verslavingen, laat staan ze in eerste instantie al te erkennen. Ieder mens heeft zijn of haar problemen, die zullen er altijd blijven en komen. Maar het is de manier hoe je ermee omgaat dat van belang is.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Daarvoor is het zo belangrijk dat je God in je dagelijkse leven betrekt in alles: als je s’ochtends opstapt uit bed, vraag Hem om Zijn zegen deze dag in de naam van Zijn zoon Jezus Christus. Vraag Hem om Zijn hulp in alles wat je tegenkomt en reik Hem de hand toe.
 Bij God vinden wij bescherming. Hij is onze kracht. In de moeilijkste omstandigheden bleek Hij ons altijd te hulp te komen. Daarom kennen wij ook geen angst; al nam de aarde een andere positie in en al scheurden de bergen, die op de zeebodem staan.
Psalm 46:1-3

Als je gebukt gaat onder een verslaving durf God om hulp te vragen om er goed mee om te gaan, vanaf te komen en Hij zal je helpen. God weet exact wat je doormaakt en Hij weet exact wat je nodig hebt. Er is en zal nooit een moment in je leven zijn dat God niet weet wat je nodig hebt. Durf daarom je hand uit te steken naar Hem, durf om Zijn hulp te vragen en laat toe dat Hij de macht krijgt over je verslaving, die je lichaam, geest en ziel kapotmaakt. Want als je blijft vasthouden aan je verslaving zal God het niet van je wegnemen. Je moet het echt zelf willen en volledig vertrouwen dat Hij het dan van je zal wegnemen!

 

 

HERE, U bent als een rots voor mij, als een sterk fort. Altijd bent U mijn bevrijder. U bent mijn rots, bij U schuil ik. Achter U, mijn schild, schuil ik. U bent mijn redding en bij U ben ik veilig. Psalm 18:3

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wanneer wij bidden en God om hulp vragen bij onze verslavingen, wil dat niet zeggen dat er gelijk een verandering zal plaatsvinden. Dit kan eraan liggen dat we diep van binnen nog niet bereid zijn om de verslaving op te geven (en trust me: een ervaringsdeskundige hier).

 

We kunnen bang zijn om “onze beste vriend”, het vertrouwde gevoel, kwijt te raken. Is dat omdat we meer vertrouwen hebben in onze verslaving dan in God? Vertrouwen we er wel volledig op dat God ons meer kan en zal geven dan je verslaving je ooit zal kunnen geven?

Een verslaving misleidt en bedriegt je met dingen die je zelf (wil) geloven. We denken echt dat we onze verslaving volledig onder controle hebben, dat we er ons er beter door gaan voelen (zonder nadelige gevolgen), dat we ons door het gebruik beter kunnen gedragen in bepaalde situaties etc etc.

Verslavingen “verzachten” ogenschijnlijk de pijn die wij voelen en geeft ons een tijdelijk “goed gevoel”, maar in werkelijkheid halen we het spreekwoordelijke paard van Troje binnen! Met andere woorden: door het ogenschijnlijke ongemak te “verlichten” met iets anders, hebben we niet of nauwelijks door dat we iets veel erger, veel omvangrijker, permanenter en verwoestender naar binnen halen.

 

 

Iets wat heel langzaam, maar gegarandeerd, meer en meer van je eigen ik zal opeisen. Iets dat onze geest, onze ziel en ons lichaam verwoest, ons hart en onze geest laat verkillen en ons onherroepelijk verder afbrengt van onze weg met God.

 

 

Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 



God wil dat jij meer vertrouwen op Hem stelt dan in je verslaving.


Hij wil dat jij Hem vertrouwt met je leven. Kan je dat? God zal je bevrijden van je verslaving, maar je moet bereid zijn om je verslaving vaarwel te zeggen en het over te dragen aan jouw Vader. Hem toelaten in jou te werken want God zal doen wat Hij zegt en ons beloofd! Hij zal je helpen om deze problemen te overkomen en een gelukkig leven met Hem te leiden. Er is geen angst en er zijn geen zorgen wanneer wij God op nummer 1 hebben in ons leven, absoluut geen angst.

 

 

Want ik ben de Heer, jouw God, die je bij de rechterhand neemt en je zegt: Wees niet bang; Ik zal je helpenJesaja 41:13

 

Zoek altijd professionele hulp!!

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Wat is christelijk vasten?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bidden en vasten maakt het onmogelijke mogelijk

.

.

 Wat is dat christelijk vasten ?

 

Bijbels gesproken is vasten het onthouden van voedsel, drank of seks zodat jij je kunt concentreren op een periode van geestelijke groei. Meer specifiek kunnen we stellen dat we door te vasten iets lichamelijks achterwege laten om God te verheerlijken, om onze geest te doen groeien en om ons dieper in ons gebedsleven te begeven.

 

 

 Vasten is je sterker op God concentreren

 

Christelijk vasten is geen daad dat ons door Christus wordt opgedragen of door de Schrift wordt vereist. Maar de Bijbel raadt ons aan om vasten een plaats te geven in onze geestelijke groei. Het boek Handelingen legt vast hoe gelovigen vasten voordat zij belangrijke beslissingen nemen (Handelingen 13:4; 14:23). Vasten en bidden gaan vaak hand in hand (Lucas 2:37; 5:33).

Te vaak wordt de nadruk bij het vasten gelegd op een onthouding van voedsel. Maar het doel van het vasten is om onze ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en ons in plaats daarvan op God te concentreren. Vasten is een manier om aan God en onszelf te laten zien dat we onze relatie met Hem serieus nemen.

Hoewel vasten in de Schrift bijna altijd betrekking heeft op het vasten van voedsel, zijn er ook andere manieren waarop we kunnen vasten. Alles wat je tijdelijk kunt opgeven om je beter op God te kunnen concentreren kan als vasten worden beschouwd (1 Korintiërs 7:1-5).

Vasten moet tot een vooraf vastgestelde periode beperkt worden, vooral als het om het vasten van voedsel gaat. Langere periodes waarin niet gegeten wordt zijn schadelijk voor het lichaam. Vasten is niet bedoeld om ons lichaam te straffen, maar om ons op God te kunnen concentreren.

Vasten moet ook niet als een dieetmethode worden gezien. We moeten niet vasten om gewicht te verliezen, maar om een diepere gemeenschap met God te bereiken. Iedereen kan vasten. Sommige mensen kunnen weliswaar niet van voedsel vasten (diabetici, bijvoorbeeld), maar iedereen kan wel het een of ander tijdelijk opgeven om zich beter op God te kunnen concentreren. Zelfs een tijdlang de televisie uitzetten kan een effectieve manier van vasten zijn.

Het is zeker een goed idee voor gelovigen om van tijd tot tijd te vasten. Vasten wordt door de Schrift niet vereist, maar het wordt wel ten zeerste aanbevolen. De enige Bijbelse reden om te vasten is om op je levensweg dichter bij God te zijn. Door onze ogen van de zaken van deze wereld af te keren, kunnen we ons beter op Christus concentreren.

“Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen” (Matteüs 6:16-18).

 

 

Vasten is een dienstbare leefstijl

 

Christelijk vasten is meer dan het onthouden van voedsel of andere zaken voor het lichaam; het is een opofferende leefstijl voor God. In Jesaja 58 leren we wat “echt vasten” is. Het is niet zomaar een eenmalige handeling die uit nederigheid en zelfontkenning voor God wordt uitgevoerd, maar het is een leefstijl waarin anderen worden gediend.

Jesaja vertelt ons dat vasten bescheidenheid bevordert, de boosaardige boeien opent, de banden van het juk losmaakt, de onderdrukten hun vrijheid geeft, de hongerigen voedt, voor de armen zorgt en naakte mensen kleding geeft. Dit concept van het vasten is dus niet iets dat maar één dag duurt, het is een leefstijl waarin je God en anderen dient.

“Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw gerechtigheid voor u uit, en sluit de heerlijkheid van de Heer uw stoet. Als u dan roept, geeft de Heer u antwoord, en smeekt u om hulp, dan zal Hij zeggen: ‘Hier ben ik!’”(Jesaja 58:8-9)

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

 

 

Genezingen van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Genezingen

 

 

padre_pio

 

 

 

 

In 1919 was er een 62-jarige man uit Foggia die steunde op twee stokken om te lopen. Door van een koets te vallen had hij zijn benen gebroken en de dokters slaagden er niet in hem te genezen. Pater Pio hoorde zijn biecht en zei hem daarna: “Sta op en vertrek! Die stokken moet je wegwerpen”. De man gehoorzaamde terwijl allen met verbazing toekeken.

 

 

 

 

 

Een opzienbarende gebeurtenis die alles in rep en roer zette overkwam een veertienjarige in 1919. Op vierjarige leeftijd getroffen door tyfus, was hij slachtoffer gebleven van een vorm van Engelse ziekte (rachitis) die zijn lichaam misvormde en twee opzichtige bochels veroorzaakte. Op een dag hoorde pater Pio hem de biecht en raakte hem daarna aan met zijn gestigmatiseerde handen. De jongen stond op van de bidstoel, kaarsrecht, zoals nooit tevoren.

 

 

 

 

 

Een jonge boerin van 29 jaar, genaamd Grazia en die blind geboren was, bezocht al een tijdje regelmatig de kleine kerk van het klooster. Op een dag vroeg Pater Pio haar of ze niet graag zou zien. “Natuurlijk zou ik dat willen,” zei ze, ” indien dat me niet tot de zonde zou brengen.” Hij antwoordde haar: “Dan zal je genezen.”

En hij stuurde haar naar Bari (Italië) om de vrouw van een briljant oogarts te ontmoeten. Na Grazia onderzocht te hebben, zei de oogarts aan zijn vrouw: “Ik kan niets doen voor dit meisje. Als Pater Pio een mirakel wil vragen, kan hij haar genezen. Maar ik moet haar naar huis sturen zonder een operatie.” De vrouw van de dokter stelde voor: “Aangezien Pater Pio haar gestuurd heeft, kan je niet één oog opereren?”

De dokter liet zich overtuigen en opereerde eerst één oog, daarna het anderen en Grazia was genezen. Terug in San Giovanni Rotondo, liep Grazia naar het klooster en wierp zich aan de voeten van Pater Pio. Deze zweeg een ogenblik, starend in de verte, terwijl hij het meisje geknield liet zitten; daarna zei hij haar recht te staan. Maar het meisje vroeg hem onophoudelijk: “Zegen mij, vader, zegen mij.”

Zelfs nadat Pater Pio een kruisteken over haar gemaakt had, wachtte Grazia onbeweeglijk. Toen ze blind was, zegende Pater Pio haar door haar de handen op te leggen. Omdat ze bleef herhalen: “Zegen mij, vader, zegen mij.” zei hij tot haar: “Wat wil je als zegening, meisje? Een emmer water over je hoofd?”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1947 was ik 38 jaar en op de radiografie hadden ze een tumor in mijn ingewanden vastgesteld. Een chirurgische ingreep was noodzakelijk. Alvorens naar het ziekenhuis te gaan, ging ik te biechten bij Pater Pio. Mijn man, mijn dochter en haar vriendin gingen mee naar San Giovanni Rotondo. Ik wou mijn probleem aan Pater Pio toevertrouwen, maar op een gegeven moment verliet hij de biechtstoel en ging weg.

Teleurgesteld omdat ik niet had kunnen biechten bij hem, begon ik te wenen. Mijn man vertelde aan een andere monnik de reden van onze pelgrimstocht. De monnik beloofde er met Pater Pio over te praten. Kort daarna, in de gang van het klooster, riep men mij. Pater Pio, omringd door velen, luisterde aandachtig naar mij. Hij vroeg naar de reden van mijn bezoek en stelde me gerust, zeggend dat ik in goede handen was en dat hij voor mij zou bidden, wat me verwonderde want Pater Pio kende me niet noch de chirurg.

Ik onderging de ingreep met hoop en sereniteit. De chirurg was de eerste die van een mirakel sprak. Met de radiografie in de handen, nam hij de appendix uit want er was geen spoor meer van de tumor. De chirurg, die niet gelovig was, bekeerde zich en liet in alle kamers van het ziekenhuis kruisbeelden plaatsen. Na een korte herstelperiode ging ik terug naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te zien.

Hij was op weg naar de sacristie maar toen hij me zag, draaide hij zich om en zei glimlachend: “Zoals je ziet, ben je teruggekeerd…” Ik kuste zijn hand en door de emotie hield ik zijn hand tussen de mijne.

 

 

 

 

Een man vertelde: “ik had al enkele dagen een zeer pijnlijke zwelling aan mijn linkerknie. De dokter had me gezegd dat het vrij gecompliceerd was en had me een reeks injecties voorgeschreven. Vooraleer aan deze behandeling te beginnen, kwam ik op het idee Pater Pio te consulteren. Na gebiecht te hebben, vertelde ik hem over mijn knie en vroeg hem voor mij te bidden.

Tegen het einde van de namiddag, toen ik bijna ging vertrekken, verdween de pijn plots. Ik bestudeerde mijn knie. Hij was niet meer gezwollen en zag er net hetzelfde uit als mijn rechterknie. Ik keerde terug al lopend om Pater Pio te bedanken. “Je moet mij niet bedanken, maar God.” zei Pater Pio. En met een glimlach voegde hij erbij: “Zeg aan je dokter dat hij zijn injecties aan zichzelf toedient.”

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1952, na een normale zwangerschap, waren er bij de geboorte wat complicaties zodat men de forceps moest gebruiken om mijn zoon ter wereld te brengen. Men diende me in allerijl een bloedtransfusie toe die van een verkeerde bloedgroep bleek te zijn: men gaf me bloed van de groep A terwijl ik bloedgroep O heb. Deze vergissing bracht serieuze complicaties met zich mee: hoge koorts, stuipen, een longembolie, flebitis aan de onderste ledematen en bloedvergiftiging.

Een priester kwam me de laatste sacramenten toedienen. Ik ontving de H. Communie die ik met een beetje water moest nemen. Mijn ouders vergezelden de priester tot aan de uitgang en ik bleef alleen achter in mijn kamer. Pater Pio verscheen aan mij en zei: “Ik ben Pater Pio. Je zal niet sterven. Bid het Onze Vader en kom me later eens opzoeken.” Zieltogend deed ik de moeite me rechtop te zetten. Toen mijn ouders terugkeerden, vertelde ik hen over mijn visioen en ik vroeg hen samen met mij het Onze Vader te bidden.

Vanaf dat moment begon ik me beter te voelen. De dokters onderzochten me en oordeelden, rekening houdend met de ernst van mijn toestand, dat er een mirakel gebeurd was. Enkele maanden later ging ik naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te bedanken die me zijn hand gaf om te kussen. Terwijl ik hem bedankte, nam ik een doordringende viooltjesgeur waar.

Pater Pio zei: “Je hebt een mirakel verkregen, maar je moet mij niet bedanken, maar het H. Hart van Jezus die jou aan mij heeft toevertrouwd omdat je Hem trouw bent en je je devoties van de eerste vrijdag van de maand gedaan hebt.”

 

 

 

 

 

Een dame vertelde : “Wegens buikpijn moest ik in 1953 onderzoeken ondergaan. De resultaten toonden aan dat een dringende chirurgische ingreep noodzakelijk was. Een vriendin, die ik van mijn ziekte op de hoogte had gesteld, raadde me aan om naar Pater Pio te schrijven om zijn advies en gebed te vragen. Pater Pio raadde me aan om naar het ziekenhuis te gaan, en voegde eraan toe dat hij voor mij zou bidden.

Vooraleer ze de ingreep uitvoerden, voerden de artsen nog andere tests uit en stelden, tot hun grootste verbazing, vast dat ik niets meer mankeerde. Dit gebeurde veertig jaar geleden en niet alleen bedank ik Pater Pio nogmaals hiervoor, ik raad ook iedereen aan deze heilige, van wie de bemiddeling geen enkele twijfel lijdt, te aanroepen.”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde:  “In 1954 werkte mijn vader, toen 47 jaar, als spoorwegbeambte. Hij werd door een vreemde ziekte getroffen die hem het gebruik van zijn onderste ledematen deed verliezen. De zorgen die hij ontving brachten geen enkele verbetering en, na twee jaar, vreesde mijn vader om zijn job te verliezen. Aangezien de situatie steeds verslechterde, raadde een van mijn ooms aan om naar San Giovanni Rotondo te gaan, naar een kapucijn, die, naar zijn mening, van de Heer uitzonderlijke krachten had ontvangen.

Met veel moeite, trok mijn vader, vergezeld van en geholpen door mijn oom, naar het kleine centrum in Gargano. Aan de kerk gekomen zag hij Pater Pio. Deze merkte op dat mijn vader zich met moeite door de menigte bewoog en zei hardop: “Laat deze spoorwegbeambte voorbijgaan!” Nochtans kende Pater Pio mijn vader niet, en evenmin wist hij dat hij een spoorwegbeambte was.

Gedurende ongeveer een uur onderhield Pater Pio zich broederlijk met mijn vader. Hij legde de hand op zijn schouder, troostte hem met een glimlach en gaf hem enkele bemoedigende woorden. Toen hij wou vertrekken, merkte mijn vader niet onmiddellijk dat hij was genezen, maar mijn oom, totaal verrast, volgde hem, terwijl hij zijn beide stokken droeg!”

 

 

 

 

 

In Puglia, in Italië, stond een heel materialistisch ingestelde man bekend voor zijn heftigheid waarmee hij de godsdienst bestreed. Zijn echtgenote was religieus, maar hij had haar formeel verboden om naar de kerk te gaan, of zelfs hun zonen over God te spreken. In 1950 werd deze man ziek. De diagnose was verpletterend: “ongeneeslijk gezwel aan de hersenen en aan het rechteroor”. De zieke vertelt: “Ik werd naar het ziekenhuis van Bari gebracht. Ik had schrik om te lijden en om te sterven.

Ik was zo bang dat mijn ziel begon te verlangen zich tot God te wenden, iets wat ik niet meer had gedaan sinds mijn kinderjaren. Van Bari werd ik naar Milaan gebracht om er een chirurgische ingreep te ondergaan die mij misschien het leven ging redden. Mijn arts deelde me mee dat het om een heel gewaagde ingreep ging, waarvan het onmogelijk was om de afloop te voorzien. Terwijl ik in Milaan was, droomde ik op een nacht van Pater Pio.

Hij legde me de handen op en zei me: “Binnen afzienbare tijd zul je genezen.” ’s Ochtends voelde ik me beter. De artsen waren verbaasd om me in een betere toestand te zien, maar oordeelden toch dat een tussenkomst absoluut noodzakelijk was. Even  voor de ingreep sloeg ik in paniek en ik vluchtte het ziekenhuis uit. Ik ging naar mijn ouders in Milaan, waar mijn vrouw zich eveneens bevond. Na enkele dagen kwam de pijn terug en die werd zo hevig dat ik naar het ziekenhuis moest terugkeren.

De artsen, die verontwaardigd waren over mijn vlucht, wilden me niet behandelen, maar volgden tenslotte hun professionalisme. Niettemin, alvorens de ingreep te beginnen, voerden ze nog enkele tests op me uit. Tot hun grote verbazing stelden zij geen enkel spoor meer vast van het gezwel. Ik was eveneens verrast, hoewel minder verbaasd dan de artsen, want terwijl ik de onderzoeken onderging, had ik een hevige geur van violettes, het teken van de aanwezigheid van Pater Pio, waargenomen.

Alvorens het ziekenhuis te verlaten, vroeg ik de rekening van de honoraria. Men antwoordde me: “U moet ons niets betalen, aangezien wij niets gedaan hebben om u te genezen.” Na mijn ontslag uit het ziekenhuis, besloot ik naar San Giovanni Rotondo te gaan, samen met mijn echtgenote, om Pater Pio te bedanken. Ik was er zeker van dat hij het was die me had genezen. Maar toen ik de kerk van het klooster van Notre-Dame-de-Grâces binnenging, verloor ik door een helse pijn het bewustzijn.

Twee mannen droegen me naar de biechtstoel van Padre Pio. Toen ik weer bij bewustzijn was, zei ik hem, nauwelijks ziende en nog altijd heel zwak: “Ik heb vijf zonen en ik ben zeer ziek; red mij, Pater, red mijn leven.” Hij antwoordde me: “Ik ben God niet – ik ben evenmin Jezus Christus; ik ben een priester zoals de anderen, niet meer en niet minder. Ik verricht geen wonderen.” Maar ik smeekte en huilde: “Alstublieft, Pater, red mij…” Pater Pio hield een moment stilte, hief vervolgens de ogen ten hemel en ik zag dat hij bad.

Opnieuw nam ik een hevige geur van violettes waar. Vervolgens zei Pater Pio me: “Keer naar huis terug en bid. Ik zal voor jou bidden. Je zult genezen.” Ik keerde naar huis terug en mijn ziekte verdween.”

 

 

 

 

 

Een man vertelde: “Verschillende jaren geleden, in 1950, werd mijn schoonmoeder in het ziekenhuis opgenomen met de bedoeling een kwaadaardig gezwel chirurgisch te verwijderen in de linker zijde. Enkele maanden later, moest zij een andere ingreep ondergaan, deze keer aan de rechterzijde. Aangezien het gezwel zich begon uit te zaaien, gaven de artsen van het ziekenhuis van Milaan de zieke nog slechts drie of vier maanden te leven. In Milaan sprak iemand ons over Padre Pio en over de wonderen die aan zijn bemiddeling worden toegekend.

Ik vertrok onmiddellijk naar San Giovanni Rotondo. Wanneer het mijn beurt om te biechten was, vroeg ik Padre Pio om de gunst van de genezing voor mijn schoonmoeder. Padre Pio zuchtte tweemaal en zei “Laten we allemaal bidden en zij zal genezen”. Zo gebeurde het ook. Na de tussenkomst herstelde mijn schoonmoeder  en ze ging Padre Pio bedanken die haar glimlachend zei: “Ga in vrede, meisje! Ga in vrede!”

In plaats van drie of vier maanden die de artsen haar hadden gegeven, leefde mijn schoonmoeder nog negentien jaar, Padre Pio voor eeuwig dankbaar.”

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De redding van de ziel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Beste zoekende,

 

je bent op zoek naar de waarheid en je staat 

op het  punt die te ontvangen.

 

In dit samenstel van dingen heeft God alles geschapen. Hij schiep de hemel met zijn geestelijke schepsels en het heelal met als kroon op de schepping de aarde.

Hij schiep de aarde, het water, de lucht, het vuur en tenslotte de mens naar zijn evenbeeld. Door een opstandige engel ( Lucifer ) werd de mens verleid tot de eerste zonde en zo werd de goede band met God doorbroken voor eeuwig.

Maar omdat God de wereld zo lief heeft gehad wilde hij de mens een tweede kans geven. God ging met de duivel en zijn volgelingen ( de demonen ) de uitdaging aan dat er een mens op aarde zou komen die nooit zou zondigen en Hem zou trouw   blijven tot in de dood.

Daardoor werd die mens de Messias  (verlosser) en een losprijs voor de zondige zielen. De duivel, zeker van zichzelf dat geen mens aan zijn verleiding zou weerstaan, kon zo bij de mislukking van Gods plan zijn soevereiniteit  in vraag stellen.

Alzo stuurde God zijn enig geboren zoon Jezus Christus ( God uit God ) naar de aarde  met de  opdracht om Hem trouw en zondeloos te blijven tot in de dood. Christus werd geboren, predikte zijn Vaders leer, weerstond de verleiding van Satan, zondigde nooit en nam op het kruis de zonden van de mensheid af voor eeuwig.

 

 

 

 

Satan en zijn demonen wisten dat ze verslagen waren. Ze werden uit de hemel verbannen en verwezen naar Hades, ook Sjeool genoemd. Dit is een door God voorziene plek waar de zielen naartoe gaan die niet geloven in het bestaan van Christus en zijn zoenoffer. Wie daar niet in gelooft is hopeloos verloren.

 

 

 

 

Vandaag weet Satan dat hij nog slechts een korte tijd heeft in zijn bestaan. Het is zijn doel nu om zoveel mogelijk zielen mee te nemen naar de afgrond, want na de slag van Armageddon ( zie boek der openbaring ) komt Christus terug naar de aarde om het koningschap op zich te nemen voor eeuwig. Dan zullen al zijn tegenstanders in de eeuwige vuurpoel geworpen worden. Deze plek bestaat nu maar is volledig leeg  ( zie openbaring hoofdstuk 20 van de site ).

 

 

 

                                                Hoe kan men gered worden?

 

Eigenlijk is Gods redding zeer eenvoudig. In johannes11:24-26 staat het verwoord: wie in mij gelooft ( Jezus Christus) zal in eeuwigheid niet sterven. Dit is de enige  voorwaarde.

Indien jij Christus in je hart opneemt en vraagt om vergiffenis van je zonden, dan gebeurt dat direct. Zijn zoenoffer is voor elke mens en voor elke tijd .

 

 

 

                                                  Hoe doe je dat in de praktijk?

 

-Vraag  luidop aan Christus dat hij in je hart komt en hij is er onmiddellijk. Erken luidop dat jouw leven zonder hem zinloos en doods is en vraag hulp voor elke  situatie ( dit is bidden ).

 

 

 

 

Christus komt zijn belofte altijd na al gaat er een geruime tijd overheen. Hij zal mensen en geestelijke schepsels gebruiken om jouw levensweg te voltooien. Het is een kwestie van vertrouwen, geduld en overgave aan Hem .

Vraag je niets, dan kan hij je ook niets geven. Hij wil niets liever dan jouw leven overnemen en het voltooien in het licht zodat jij liefde en puur geluk kan ontvangen, ook in deze onvolmaakte wereld. Je ervaart dan nu al een kleine hemel voor jou op aarde, een fractie van wat hij je zal aanbieden na je aardse leven .

Als je gevraagd hebt dat Christus in je hart komt zal hij er altijd blijven. Eens een kind van God is altijd een kind van God. Je kunt altijd beroep op Hem blijven doen. Denk wel dat je een vrije wil hebt gekregen en dat je altijd zelf de keuze moet maken tussen goed en kwaad.

-Dan vraag  je om vergiffenis van elke zonde die je ooit gedaan hebt. Hij zal je vergeven door zijn losprijs op het kruis. Hij heeft het lijden voor je gedragen maar je moet dat erkennen. Denk niet dat je daar niet goed genoeg voor bent want dan wordt dit je door het boze ingefluisterd. Vraag je geen vergeving, dan kan hij ze jou ook niet geven.

Elke zonde is te vergeven behalve zondigen tegen de Heilige Geest. Dit is spotten, niet geloven en erkennen dat Christus op het kruis gestorven is als zoenoffer voor al de zonden van de wereld.

Weet dat Christus het toestaat bij God te komen of niet na je leven. Hij beslist over alles naar zijn rechtvaardigheid.

 

 

 

        BID  HET ONZE VADER

 

 

Onze Vader : jij erkent dat God jouw schepper is

 

die in de hemel zijt : jij erkent waar hij woont

 

geheiligd zij uw naam : jij erkent dat hij de heilig is en dat hij een naam heeft : Jahweh

 

uw rijk kome : jij erkent dat na de strijd van Armageddon er een nieuwe hemel en aarde komt vrij van het boze, pijn en zonden. God zal nooit meer een opstandigheid van een engel of mens nog dulden

 

uw wil geschiede op aarde als in de hemel : jij erkent dat hij alles bepaalt, ook over u

 

geef ons heden ons dagelijks brood : jij erkent dat hij je alles kan en zal geven zolang het eerbaar is  en uit je hart komt

 

en vergeef ons onze schulden : jij erkent dat Christus het zoenoffer is voor  de zonden van iedereen

 

gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren : jij erkent dat je ook de zonden vergeeft aan anderen

 

en leidt ons niet in bekoring : jij erkent dat God je nabij ( wanneer je Hem aanroept ) staat als het boze in je leven gekomen is

 

maar verlos ons van het kwade : jij erkent dat er een kwade is dat je wilt vernietigen ( zeer machtig )

 

amen : het zij zo en zal zo uitgevoerd worden

 

Je ziet dat er niet veel van je gevraagd wordt. Eigenlijk wist je het diep in jezelf al.

-Bid tot Maria opdat jij voorspraak zou krijgen bij haar zoon en dat zij blijft bidden voor de zonden der wereld .

Tot Maria bidt men om een gunst (voorspraak) en voor de zonden der wereld. God aanbidt men omdat dat recht hem alleen toekomt.

 

 

 

 

 

Wat doen bij onmiddellijk gevaar als het boze  je leven binnendringt?

 

Bid onmiddellijk tot de Vader en aanroep aartsengel Michaël die met zijn blauwe vlammende zwaard je zal komen bijstaan. Doe het zo!  Aartsengel Michaël, aartsengel Michaël, aarstengel Michaël geef mij  aub in de naam van God, in de naam van God, in de naam van God de lichtpilaar met het witte en roze beschermende licht en doe het boze uit mijn leven wijken . Dit zal dan  gebeuren. Het boze zal je verlaten. Doe dat telkens wanneer je denkt dat het nodig is want het boze geeft niet makkelijk op.

 

 

 

 

 

 

    Wat doen om je huis te reinigen van negativiteit?

 

Aartsengel Michaël, aartsengel Michaël, aartsengel Michaël, in de naam van God, in de naam van God, in de naam van God, zuiver dit huis met uw blauw vlammend zwaard van alle geestelijke entiteiten en dolende zielen die hier niet horen te zijn. Breng ze naar de plek waar ze horen te zijn en laat de dolende zielen opgenomen worden in het witte licht.

Experimenteer nooit met geestelijke wezens want het boze  kan zich voordoen als een witte engel en een valkuil voor je maken waar je niet goed gaat van zijn . Alles wat je moet weten heb je nu ontvangen en indien God je uitkiest om grotere of andere dingen te doen word je dat medegedeeld. Maak je daar geen zorgen over.

Zo ook met  reiki ! Reiki is een instrument dat, wanneer het goed gebruikt wordt, je kracht en inzichten kan geven. Het is geen religie maar slechts een hulpmiddel onder toezicht van God .

Bedankt om dit te lezen en een hoopvol en ander nieuw  leven toegewenst!  groeten van John.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

     .

 

 

 

 

Beloofde bijstand in de dood door Maria onder voorwaarden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

onbevlekthartmaria-mda

 

 

Een devotie die bijzonder verbonden is met die van het Onbevlekt Hart van Maria is die van de eerste vijf zaterdagen. Deze devotie gaat terug op een verschijning van Jezus en Maria aan Lucia, één van de zieners van de verschijningen te Fatima.

 

Toen Maria in 1925 in Pontevedra verscheen zag Lucia haar op een wolk van licht met het Jezuskind aan haar zijde. Maria legde haar hand op de schouder van Lucia en hield in haar andere hand een met doornen gekroond Hart. Tegelijkertijd zei het Jezuskind: ‘Heb medelijden met het Hart van je Allerheiligste Moeder dat bedekt is met doornen waarmee ondankbare mensen het ieder ogenblik doorboren met godslasteringen en ondankbaarheid’

 

Daarna zei Maria tot Lucia:

‘Zie, mijn dochter, zie mijn Hart omgeven van doornen, door de mensen onophoudelijk gekwetst. Troost jij mij ten minste en maak mijn belofte bekend: Ik zal allen die gedurende vijf maanden achtereen op de eerste zaterdag van de maand biechten, de H. Communie ontvangen, de rozenkrans bidden en mijn 15 minuten gezelschap houden om de 15 mysteries van de rozenkrans te overwegen, met de bedoeling mij te troosten,

 

in het uur van hun dood bijstaan met de nodige genaden voor de redding van hun zielen.’

 

 

Twee maanden later op 15 februari 1926 verscheen het kindje Jezus opnieuw aan Lucia en moedigde haar aan de devotie tot het Heilig Hart van Maria te verspreiden, ongeacht de moeilijkheden waarop haar biechtvader haar gewezen had. Lucia wees op de moeilijkheden die sommige mensen ondervonden om op de eerste zaterdag van de maand te biechten. Ze vroeg of men ook acht dagen voor of na de eerste zaterdag te biechten mocht gaan.

Jezus zei haar toen:

 ‘Ja, de biecht mag zelfs langer geleden zijn, op voorwaarde dat als men Mij ontvangt, in staat van genade is en men de bedoeling heeft het Onbevlekt Hart van Maria te troosten.’

 

 

De wenende Maria

De wenende Maria

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

5-voorwaarden

devotoe-goed

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Bidden, zoeken en kloppen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

Bidden, zoeken, kloppen

 

 

Zo leert Jezus in de bergrede:

Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en u zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden (Matteüs 7:7).

We moeten bidden, zoeken en kloppen hier opvatten als een continue actie, niet als een eenmalige handeling. Jezus vertelt hier niet dat een eenmalig gebed voldoende is om te krijgen wat je wil hebben, maar dat wie verhoord wil worden, voortdurend tot God moet smeken.

Niet dat God anders niet zou luisteren, of niet de moeite zou willen nemen op zo’n verzoek in te gaan. Maar door voortdurend op de zaak terug te komen, toon je dat het je inderdaad ter harte gaat, en je leert je ook af te vragen of je zelf de zaak echt wel zo belangrijk vindt.

Dat is ook de betekenis van zijn gelijkenis over de ‘onrechtvaardige rechter’ (Lucas 18:1-8). Ook daar gaat het om blijven volharden en dag en nacht tot God roepen. Evenzo is zoeken niet even rondkijken maar net zolang blijven zoeken, tot je het gevonden hebt, zoals de herder in de gelijkenis van het verloren schaap (Lucas 15).

En dat kloppen is ook niet maar een bescheiden klopje op de deur, maar er net zolang op blijven bonzen tot er eindelijk iemand open doet: zoals Petrus toen hij voor de deur stond en de slavin Rhode hem vergat binnen te laten (Handelingen 12:16).

 

 

 

Gewoon doorgaan, of af en toe even doen als voeger

 

Paulus betoogt dat de Wet niet kan redden, en daar ook nooit voor bedoeld was. De Wet liet de Israëlieten zien dat ze tekortschoten. Redding is er alleen door het verlossingswerk van Christus. Maar de apostel is kennelijk voor de voeten geworpen dat zo’n standpunt er op neer komt dat het dan helemaal niet meer uit zou maken hoe we leven; wanneer we eenmaal verlost zijn, zouden we die hele Wet dan aan onze laars kunnen lappen, en alles doen wat God verboden heeft.

Dat is uiteraard een drogreden, maar wel een verleidelijke, omdat de aard van de denkfout niet onmiddellijk duidelijk is. Paulus geeft het antwoord in twee ‘etappen’. Het argument van zijn tegenstanders was in feite dat je dan, door te zondigen, God de kans zou geven des te meer genade te tonen. Dat formuleert hij als volgt:

Betekent dit nu dat we moeten doorgaan met zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? (vs 1-2).

Hij legt dan uit dat de doop een symbolisch sterven met Christus is, waar je als een volkomen nieuwe mens weer uit op dient te staan. Wie dan maar doorgaat met zijn oude leven, is geen nieuwe mens, en dus niet in Christus. En die oude mens was en is niet verlost.

We kunnen niet doorgaan met ons oude leven, zelfs niet met als argument dat we daarmee God de gelegenheid zouden geven meer genade te betonen. Maar we zouden toch in elk geval niet zo verschrikkelijk ons best hoeven te doen, want onze fouten worden ons toch wel vergeven omdat we nu recht hebben op Gods genade:

Betekent dit nu dat we zonder bezwaar kunnen zondigen omdat we toch niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet (vs 15).

Dat argument bestrijdt hij door erop te wijzen dat wij zijn als slaven die uit het eigendom van de ene meester (de zonde) zijn losgekocht, en zijn overgegaan in eigendom van een andere meester (gehoorzaamheid). En een slaaf is nu eenmaal verplicht zijn huidige heer met alle loyaliteit te dienen. Hij kan zich niet permitteren af en toe nog wat bij te klussen voor zijn vroegere meester: het is alles of niets! In hoofdstuk 8 zal hij dan uitleggen dat aankomt op onze mentaliteit, die hij aanduidt als de geest of de gezindheid van Christus.

 

 

 

Bewust zondigen of falen

 

We moeten ons er goed van bewust zijn dat het hier gaat om hetwillens en wetens zondigen. Paulus zegt niet dat Gods genade begrensd is, maar dat wij van onze kant wel de plicht hebben ons best te doen. Wij kunnen niet maar onze gang gaan en vervolgens een beroep doen op Gods genade.

Dat was nu juist het argument van zijn tegenstanders in die zin dat zij hem die opvatting in de schoenen schoven, om er dan vervolgens op te wijzen dat een dergelijke opvatting te zot voor woorden is, en dat Paulus dus onzin verkondigde. Wat Paulus in werkelijkheid bestreed, was de opvatting dat je alleen behouden kon worden door het stipt in acht nemen van de Wet, dus precies het tegenovergestelde.

Zijn tegenstanders proberen zijn leer tot in het belachelijke door te trekken, om die dan als absurd ter zijde te kunnen schuiven. Paulus probeert hier niet de omvang van Gods genade in te perken, maar bestrijdt het valse argument dat je er dan zonder bezwaar op los zou kunnen leven.

 

 

 

Zoeken en vinden

 

Na zijn uitspraak over bidden, vinden en kloppen in de bergrede vermaant Jezus zijn gehoor:

Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (Matteüs 7:13-14)

Wanneer we, met bovenstaande taalles in ons achterhoofd, eens naar de werkwoordsvormen kijken, constateren we het volgende:

  • ‘Gaat in’ is eenmalig. Het beschrijft het einde van de levensweg, wanneer men ingaat in de uiteindelijke bestemming. De gebiedende wijs is hier een dringende raadgeving: zorg ervoor dat het ook de juiste bestemming is.
  • ‘Velen zijn er die daardoor ingaan’: dit ingaan is een continu proces dat beschrijft niet de voortdurende stroom beschrijft die bezig is naar binnen te gaan. De nadruk ligt op dat velen.
  • ‘Weinigen zijn er die hem vinden’is hier een continu proces. Het beschrijft niet het uiteindelijke ontdekken ervan, maar de speurtocht die daartoe leidt. De nadruk ligt hier ligt op het aantal: de vindenden zijn weinig.

Jezus zegt, ‘zoekt en u zult vinden’ waarmee hij bedoelt dat men daar continu, zijn hele leven lang, mee bezig moet zijn om dan aan het eind voor de goede poort te staan. Maak niet de fout achter de grote massa aan te lopen, want die gaan met zijn allen juist door de verkeerde poort naar binnen.

De groep die bereid is serieus op zoek te gaan, zal maar uit weinigen bestaan, dus wees je daar van bewust. Het argument dat ‘zoveel miljoenen die zich gelovigen noemen kunnen het toch niet allemaal mis hebben’ is letterlijk levensgevaarlijk. Het kan niet alleen, het zal zelfs met zekerheid zo zijn, want Jezus vertelt ons dat hier. Wij moeten voortdurend blijven zoeken en dan zullen we ook vinden. Want ook dat heeft Hij ons met nadruk verzekerd.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA