Tagarchief: zondvloed

De zondvloed: een wereldgroot probleem voor revisionisten

Standaard

categorie : religie

.

.

 De grootste catastrofe (op de zondeval na) die onze planeet ooit getroffen heeft, is ongetwijfeld de zondvloed, die in Genesis 6 – 9 uitvoerig wordt besproken. Deze wereldwijde overstroming, die ruim een jaar duurde, vernietigde alle mensen en door hun neus ademende landdieren (Genesis 7:22) die niet in de ark waren.

.

noah-s-ark.preview

.

Zo’n waterramp moet gepaard zijn gegaan met buitengewoon veel watererosie van het landoppervlak, en het afgeschaafde materiaal (sediment) moet elders weer afgezet zijn in dikke lagen (aardlagen). In deze aardlagen verwachten we de fossiele overblijfselen te vinden van vele planten en dieren die tijdens de vloed door het sediment bedolven zijn.

En dat is natuurlijk exact wat we waarnemen: op grote delen van alle continenten treffen we inderdaad aardlagen met fossielen aan. Sterker nog, in deze aardlagen vinden we vele aanwijzingen dat deze snel en op catastrofale wijze gevormd moeten zijn, bijvoorbeeld:

  1. Fossielen duiden op snelle sedimentatie: als dode organismen niet snel van de buitenlucht afgesloten worden, vergaan ze. Vele fossielen zijn zelfs uitstekend bewaard gebleven.
  2. Er zijn vele fossielen die extra nadrukkelijk getuigen van razendsnelle sedimentatie, zoals van vissen die net bezig waren een andere vis op te eten, toen ze door sediment bedolven werden.
  3. Als (bijna) complete skeletten van dinosauriërs en vogels worden gevonden, laten die vaak het verschijnsel opisthotonus zien: de nek is ver naar achteren (of omhoog) getrokken. Opisthotonus kan bij warmbloedigen optreden wanneer ze sterven door verstikking. Dat is precies wat we zouden verwachten in het kader van een overstroming.
  4. Fossiele schelpdieren worden vaak in gesloten positie gevonden. Veel soorten schelpdieren openen zich automatisch wanneer ze sterven. Gesloten fossiele schelpen wijzen op een snel en catastrofaal proces, waarbij de schelpdieren levend begraven zijn.
  5. Veel aardlagen strekken zich uit over enorme oppervlakten, soms wel honderden of duizenden vierkante kilometers. Dat toont aan dat de gebeurtenis waarbij deze lagen gevormd zijn, zeer grootschalig is geweest.
  6. Gebrek aan sporen van erosie en bodemvorming tussen de verschillende aardlagen, geeft aan dat de lagen snel na elkaar afgezet zijn.
  7. Soms zijn hele pakketten aardlagen sterk geplooid / verbogen, zonder dat ze gebroken of gebarsten zijn. Het is waarschijnlijk dat de lagen nog zacht en dus vervormbaar waren toen dat gebeurde. Dat duidt op een snelle afzetting van de aardlagen en korte tijd later tektonische verschuivingen die zorgden voor horizontale samenpersing.

Dit zijn nog maar een paar van de vele geologische argumenten voor de zondvloed. Je zou zeggen: christenen hebben alle reden om uit te gaan van de historische betrouwbaarheid van het zondvloedverhaal.

Maar sinds zo’n twee eeuwen gaat de meerderheid van de geologen er vanuit dat de aardlagen gevormd zijn over lange perioden van miljoenen jaren. De meeste van deze aardlagen en fossielen zouden dan veel ouder zijn dan de aarde volgens de Bijbel is (zo’n 6000 jaar). Dit is zo’n dominante stroming geworden, dat verhalen over ‘miljoenen jaren’ ons bijna wekelijks bereiken via de media, het onderwijs en musea.

.

.

.

Revisionistische interpretaties van Genesis

.

Gezien de monopoliepositie van evolutionisten in de media en het onderwijs, en aangezien bijna niemand goed op de hoogte is van de argumenten voor een wereldwijde zondvloed en een jonge aarde, is het niet verwonderlijk dat velen denken dat de wetenschap heeft aangetoond dat de aarde miljoenen jaren oud is. En het is dan ook niet onbegrijpelijk dat veel christenen het historische verslag in Genesis proberen te herinterpreteren om deze in overeenstemming te brengen met de heersende opinie onder wetenschappers.

Er zijn verschillende van deze herinterpretaties van Genesis in omloop (omdat het revisies van de oorspronkelijke interpretatie zijn, zal ik deze herinterpretaties hier revisionistische modellen noemen, en de aanhangers ervan revisionisten). Sommigen zeggen dat er tussen de eerste twee verzen van Genesis 1 een groot tijdsgat zit, waarin van alles gebeurd is. Anderen denken dat de scheppingsdagen in feite lange perioden waren, in plaats van dagen van 24 uur.

Weer anderen stellen dat Genesis 1 helemaal niet als historisch verslag moet worden gelezen, en dat er uit de Bijbel dus helemaal niet afgeleid kan worden hoe en wanneer de wereld en de mensheid zijn ontstaan. Binnen deze laatste categorie vallen theïstisch evolutionisten, zoals Cees Dekker, René Fransen en Francis Collins.

Maar wat bijna alle revisionistische modellen gemeen hebben, is dat ze stellen dat de aardlagen (met fossielen van bijvoorbeeld trilobieten en dinosauriërs erin) inderdaad miljoenen jaren oud zijn. Eén van de vele problemen die deze revisionistische interpretaties creëren, is dat er geen ruimte meer is voor Noachs zondvloed. Revisionisten accepteren het algemene verhaal over de geschiedenis van de aarde dat geologen ons vertellen, en binnen dat verhaal is er geen plaats voor een zondvloed. Geen enkel aardlaagje wordt toegeschreven aan een wereldwijde zondvloed.

Dus hoe gaan revisionisten met deze situatie om? Er zijn grofweg drie stromingen.

.

Revisionistisch model 1: de wereldwijde zondvloed heeft amper sporen achtergelaten

.

Volgens dit model was de zondvloed zó kalm, dat het amper heeft geleid heeft tot enige erosie en sedimentatie. Om een aantal redenen is dit model totaal onhoudbaar:

  • Het is simpelweg onmogelijk dat een wereldwijde overstroming weinig tot geen geologisch werk verricht. Zelfs de tsunami die in december 2004 de kustgebieden van de Indische oceaan teisterde heeft enkele aardlagen neergelegd, die door geologen onderzocht worden. En dat vloedgolfje was niks vergeleken met een wereldwijde overstroming. Dit kan niet genoeg benadrukt worden: een wereldwijde vloed (die ook nog eens een jaar duurde) moet gigantische hoeveelheden geologisch werk verricht hebben.
  • De Bijbelse omschrijving past niet bij een ‘kalme’ vloed. Er staat dat ‘alle fonteinen des groten afgronds’ openbraken.
  • Aldus revisionisten zijn bergketens uiterst langzaam omhoog gedrukt, doordat tektonische platen tegen elkaar aanduwen. De Himalaya zou dus al hebben bestaan voordat de zondvloed plaatsvond. Waar kwam al het water vandaan om de Himalaya blank te zetten? Bijbelgetrouwe creationisten hebben dit probleem niet, omdat ze niet geloven dat bergketens reeds miljoenen jaren oud zijn. Bergketens zijn ontstaan doordat aardschollen tijdens de zondvloed op catastrofale wijze tegen elkaar aan botsten.
  • Volgens de gangbare theorieën leven kangoeroes al miljoenen jaren in Australië, lemuren al miljoenen jaren in Madagaskar, reuzenmiereneters al miljoenen jaren in Zuid Amerika, et cetera, zonder dat ze enkele duizenden jaren geleden zijn uitgestorven door een wereldwijde zondvloed. De ‘kalme zondvloed’-hypothese is dus niet in overeenstemming met de gangbare theorieën die haar aanhangers zo graag willen accepteren.

Goed, de meeste revisionisten zien ook wel in dat de ‘kalme zondvloed’-hypothese onwerkbaar is, dus laten we naar het volgende model gaan.

.

Revisionistisch model 2: de vloed was slechts plaatselijk, en niet alle mensen kwamen om

.

Volgens sommigen was de zondvloed slechts een regionale gebeurtenis, waarbij dan ook niet alle mensen omkwamen. De problemen met dit model zijn legio:

  • Dit gaat gewoon rechtstreeks tegen het Bijbelse verslag in. Ik ga niet eens specifieke teksten aanhalen om dit te onderbouwen; iedereen kan het zelf nalezen in Genesis 6 tot 9, en ik raad de lezer dan ook graag aan dit te doen.
  • In Genesis 9:11 belooft God nooit meer een zondvloed te sturen. Maar als de zondvloed slechts lokaal was, heeft God zijn belofte heel vaak verbroken! Er zijn immers regelmatig plaatselijke overstromingen, waarbij mensen en dieren omkomen. Dit model maakt van God een leugenaar.
  • In Genesis 10 worden de afstammelingen van Noachs zonen Jafet, Cham en Sem opgesomd, en deze opsomming wordt besloten met (vers 32): ‘En van dezen verdeelden zich de volken op de aarde na de vloed.’ De NBV 2004 zegt het voor de moderne lezer nog iets duidelijker: ‘Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.’ Met andere woorden, alle volken stammen af van Noach, en niet van mensen die de zondvloed elders overleefd hebben.
  • Dat alleen Noach en zijn familie overleefden wordt ondersteund door 2 Petrus 2:5 en 1 Petrus 3:20.
  • Dat alle volken afstammen van Noach en zijn familie wordt ondersteund door de wereldwijde verspreiding van zondvloedlegenden.

Er valt nog veel meer tegen dit model in te brengen. Sommige van de argumenten die tegen het volgende revisionistische model ingebracht zullen worden, zijn ook op dit model van toepassing.

.

Revisionistisch model 3: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om

.

Van de verschillende ideeën die revisionisten hebben over de zondvloed, is dit het meest verfijnde. Maar zoals we zullen zien kleven er ook aan dit model onoverkomelijke bezwaren.

Dit model behelst dat de mensheid zich ten tijde van de zondvloed nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, wellicht ergens in het Midden Oosten. Dus kon de hele mensheid uitgeroeid worden met slechts een plaatselijke overstroming. We zullen nu eerst kijken op welke manier revisionisten het zondvloedverhaal proberen te herinterpreteren om er een lokale overstroming uit af te leiden. Daarna zullen we een aantal problemen met deze interpretatie behandelen.

.

.

.

Wie het zondvloedverslag leest, valt het op dat er herhaaldelijk in universele termen gesproken wordt

.

full29015186zondvloed

.

.Genesis 6

7  En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.
12  En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.
13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.
17  Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.
20  Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal een paar tot u komen om het in het leven te behouden.

.Genesis 7

4  Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
11 In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.
15  zij kwamen dan tot Noach in de ark twee aan twee, van al wat leeft, waarin een levensgeest is.
18  Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de ark op de wateren.
19  En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt.
20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.
21 En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om.
22  Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het droge was, stierf.
23  Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was.

Twee Hebreeuwse woorden die ons in deze passages het gevoel van universaliteit overbrengen zijn erets (vertaald met ‘aarde’) en kol (meestal vertaald met ‘al’ of ‘alles’). Revisionisten stellen dat de woorden erets en kol ook een beperktere betekenis kunnen hebben. En daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Om een voorbeeld te noemen, in Genesis 3:20 wordt Eva ‘de moeder van alle [kol] levenden’ genoemd. Iedereen begrijpt dat ‘alle levenden’ hier alleen betrekking heeft op mensen, niet op andere organismen. Het woordje kol heeft hier dus een ingeperkte betekenis. En wat te denken van de volgende tekst?

Genesis 41:57
En de gehele [kol] wereld [erets] kwam naar Egypte om bij Jozef koren te kopen, want de honger was sterk op de gehele aarde.

Het moge duidelijk zijn dat de Amerikaanse Indianen en Australische Aboriginals niet naar Egypte gingen om graan te kopen. Kol erets heeft hier dus een beperktere betekenis. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te dragen.

Erets kan zowel ‘aarde’ betekenen als ‘land’ (bijvoorbeeld het land waar een volk leeft). Dat een woord meerdere betekenissen kan dragen, wil natuurlijk niet zeggen dat we naar eigen voorkeur een betekenis kunnen kiezen. De betekenis moet uit de context worden afgeleid.

Revisionisten redeneren dat de mensheid hier een centrale rol speelt, en dat de geografische verspreiding van de mensheid dus de limiterende specificatie is voor de term erets. Met andere woorden, als de mensheid zich nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, bijvoorbeeld alleen over Mesopotamië, dan kan het zo zijn dat erets alleen dát gebied aanduidt, niet de hele wereld. En dan zal iedere verwijzing naar ‘al wat leeft’ in de bovenstaande passages slechts al het leven in dit beperkte deel van de wereld op het oog hebben.

Nogmaals: revisionisten stellen dat de reikwijdte van erets wordt bepaald door de geografische verspreiding van de mensheid, en dat erets op zijn beurt de reikwijdte van kol aangeeft. Met ‘al [kol] wat leeft’ wordt dus alleen al het leven binnen de regio [erets] bedoeld.

Revisionisten stellen dus dat de vertalers van alle Bijbelvertalingen het woordje erets onjuist vertaald hebben in ‘aarde’, en dat het eigenlijk ‘land’ of ‘regio’ moet zijn. Ik zal nu eerst betogen dat de Bijbelvertalers zich niet vergist hebben. Daarna zal ik ingaan op andere problemen met dit revisionistische model.

.

.

.

1. De context geeft aan dat erets de hele aarde aanduidt

.

Als we de context van het zondvloedverhaal in ogenschouw nemen, wordt duidelijk dat erets in dit geval gewoon ‘aarde’ betekent. Het zondvloedverhaal bevindt zich namelijk in de bredere context van de schepping van de wereld vóór de vloed, en de rekolonisatie van diezelfde wereld ná de vloed.

Aan het begin van het zondvloedverslag wordt ons de reden voor de catastrofe medegedeeld:

Genesis 6
5  Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6  berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7  En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

In deze passage wordt drie keer duidelijk een link gelegd met de schepping. ‘Dat Hij de mens op de aarde [erets] gemaakt had’ is overduidelijk een verwijzing naar Genesis 1, en we kunnen er redelijkerwijs niet aan twijfelen dat erets hier gewoon aarde betekent. In Genesis 1 komt het woord erets 16 maal voor, en daar duidt het de hele aarde aan (vanaf 1:10 al het droge land), niet slechts een gedeelte ervan. Het is dus zeer waarschijnlijk dat erets in Genesis 6 dezelfde betekenis draagt.

De bedoeling van de zondvloed was om de levende wezens die God gemaakt had uit te roeien. In dit verband worden ook de landdieren en vogels genoemd, waarvan niemand betwijfelt dat die een wereldwijde verspreiding hadden.

Verderop in het verhaal komen we opnieuw een verwijzing naar de schepping tegen:

Genesis 7:4 (NBG ’51)
Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.

Genesis 7:4 (NBV 2004)
Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.

In dit vers komt heel duidelijk naar voren dat erets niet de limiterende specificatie is die ‘alles wat bestaat’ inperkt. De frase ‘wat Ik heb gemaakt’ specificeert waar het woordje ‘alles’ over gaat. Dus op de vraag ‘wat heeft God weggevaagd?’ luidt het antwoord ‘alles wat God heeft gemaakt’.

Ook na de vloed zijn er sterke parallellen met het scheppingsverhaal. In deze tabel worden een aantal verzen uit Genesis 1 en Genesis 9 naast elkaar gezet.

.

Na de schepping  Na de zondvloed
Gen 1:28 – En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde [erets] en onderwerpt haar … Gen 9:1 – En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde [erets].
Gen 1:28 – … heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. Gen 9:2 – En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Gen 1:29 – En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Gen 9:3 – Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

.

Deze duidelijke parallellen tussen de schepping en de rekolonisatie na de zondvloed onderstrepen eens te meer de bredere context waarin het zondvloedverhaal gelezen moet worden. Na de schepping kreeg de mensheid de opdracht de erets te vullen (Gen 1:28), en na de zondvloed kreeg de mensheid wederom de opdracht de erets te vullen (Gen 9:1). Het is duidelijk dat de betekenis van erets in beide gevallen dezelfde moet zijn: aarde.

Nog een stukje context dat aangeeft dat de zondvloed wereldwijd was, en erets de hele aarde aanduidt, is het verbond dat God met alle opvarenden van de Ark sluit:

Genesis 9
8 En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: 9 Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, 10 en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. 11 Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. 12 En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: 13 mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. 14 Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, 15 zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. 16 Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is. 17 En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft.

God sluit dit verbond met alle mensen en dieren die uit de Ark kwamen (vers 10), en dat is ‘al wat op aarde leeft’ (verzen 10 en 17). Moeten we geloven dat God dit verbond alleen maar sloot met de paar dieren die uit de Ark kwamen, maar niet met de miljarden andere dieren in andere delen van de wereld, die nooit iets van het plaatselijke overstrominkje gemerkt hebben? Natuurlijk niet. God sloot dit verbond inderdaad met alle levende wezens die op dat moment bestonden, en die kwamen allemaal uit de Ark, want de vloed was wereldwijd.

We kunnen dus concluderen dat de contextuele gegevens erop wijzen dat erets in de Bijbelvertalingen terecht vertaald is met ‘aarde’. Genesis vertelt ons dus inderdaad dat de zondvloed wereldwijd was. Daarnaast zijn er nog andere problemen met het idee dat de zondvloed slechts plaatselijk was, maar wel alle mensen omkwamen. Deze problemen zullen we nu bespreken.

.

.

.

2. ‘Alle hoge bergen onder de ganse hemel…’

.

Laten we eens even stilstaan bij één specifieke passage:

Genesis 7
19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle [kol] hoge bergen onder de ganse [kol] hemel werden overdekt. 20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.

Dit vers alleen is al genoeg om een einde te maken aan alle pretenties van revisionisten om de zondvloed terug te schalen tot een lokaal overstrominkje. Hoewel het woordje kol een beperktere betekenis kán hebben, gaat die vlieger in dit geval niet op. Ten eerste wordt kol hier dubbel gebruikt binnen hetzelfde zinsdeel. Zoals in zoveel talen, betekent herhaling in het Hebreeuws dat er extra nadruk op gelegd wordt. Wat hier staat komt eigenlijk neer op: ‘alle, maar dan ook echt alle bergen…’

Ten tweede is het niet het woordje erets dat specificeert over welke hoge bergen hier gesproken wordt. Het is de frase ‘onder de ganse hemel’ die aangeeft over welke bergen gesproken wordt. Revisionisten kunnen dus onmogelijk beweren dat het hier alleen gaat over de bergen in het gebied waar de mensheid woonde. Vraag: “Welke hoge bergen stonden onder water?” Antwoord: “De hoge bergen onder de ganse hemel.”

Conclusie: ‘alle bergen onder de ganse hemel’ zijn echt alle bergen ter wereld.

Zelfs als we hier de woorden ‘alle’ en ‘onder de ganse hemel’ negeren, en er even van uitgaan dat het alleen de bergen in het Midden Oosten betreft, zitten revisionisten alsnog met een onoplosbaar probleem. De berg Ararat is 5137 meter hoog, en als deze berg ten tijde van de zondvloed al zo hoog was (hetgeen revisionisten geloven, i.t.t. creationisten), moet het water dus ook minstens zo hoog gestaan hebben.

Zelfs als we Ararat negeren, zijn er in het Midden Oosten nog een groot aantal andere bergpieken die behoorlijk hoog zijn. De Hermonberg, op de grens van Israël, Syrië en Libanon, is 2814 meter hoog. De welbekende berg Sinaï is 2285 meter hoog. Als de Sinaïberg ooit onder water heeft gestaan, moeten we alsnog te maken hebben met een gigantische overstroming, die de grootste delen van Eurazië en Afrika moet hebben aangetast. Water blijft immers niet op één locatie staan, maar stroomt alle kanten op, totdat overal ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is.

Water blijft niet op één locatie staan, maar spreidt zich uit, totdat overal waar het naartoe kan stromen ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is. Water kan onmogelijk een lokale berg bedekken, zonder tevens alle lagere delen van het continent te overstromen.

Dus ook een lokaal waterrampje in het Midden Oosten moet op continentale schaal verwoestingen hebben aangericht, en zal zéker veel geologisch werk hebben verzet. Om dit probleem te omzeilen, moeten revisionisten voor de locatie van hun plaatselijke zondvloedje dus op zoek gaan naar een wel zéér beperkt gebiedje, waar de ‘alle hoge bergen onder de ganse hemel’ slechts kleine heuveltjes zijn.

.

.

.

3. Een lokale zondvloed: hoe, wat en waar?

.

Dit brengt ons bij het volgende punt. Als de zondvloed slechts lokaal was, waar heeft deze dan plaatsgehad? En moeten er geen sporen van te vinden zijn?

Uiteraard zijn er in de loop der geschiedenis vele duizenden lokale overstromingen geweest, met allerlei oorzaken (hevige regenval, buiten hun oevers tredende rivieren, tsunami’s, damdoorbraken, smeltijs, veranderingen in zeeniveau, orkanen, et cetera). En vele van die plaatselijke overstromingen hebben sporen nagelaten.

Het ligt dus in de lijn der verwachting dat geologen en archeologen die in het Midden Oosten op zoek zijn naar ‘de zondvloed’ (die in hun ogen slechts een lokale aangelegenheid was), zo nu en dan een modderlaagje vinden waarvan ze denken dat het een overblijfsel van Noachs zondvloed is (terwijl het in feite afkomstig is van een klein overstrominkje dat ná de zondvloed heeft plaatsgevonden).

En inderdaad hebben (christelijke) archeologen die in een oude aarde geloven inmiddels al een hele reeks kandidaat-locaties naar voren geschoven, zoals de Mesopotamische Vallei, een vlakte in oost Turkije, het stroomgebied van de Kaspische Zee en de oostelijke Jordaanoever. Maar bij nader onderzoek blijkt keer op keer dat de zondvloed onmogelijk in het voorgestelde gebied plaatsgevonden kan hebben. Een bekend voorbeeld is een drie meter dikke kleilaag die in 1929 door Leonard Wooley werd gevonden tijdens opgravingen in Ur der Chaldeeën.

Later werd bij Kis, enkele honderden kilometers verderop, een zelfde soort kleilaag gevonden. Wooley, en velen met hem, trokken de conclusie dat ze de zondvloed gevonden hadden. Dit werd breed uitgemeten in de pers, en werd ook vermeld in Werner Kellers beroemde boek De Bijbel heeft toch gelijk (1955). In de geheel herziene vierde druk van dit boek (1978) moest dit echter weer herroepen worden. Om verschillende redenen konden de kleilagen onmogelijk van de zondvloed afkomstig zijn.

Zo bleek Ur zowel vóór als na de overstroming een bewoonde plaats te zijn geweest. Als de overstroming de zondvloed was, zou het wel heel toevallig zijn als Noachs nakomelingen, eeuwen later, op precies dezelfde plaats wederom een stad zouden bouwen. En ook al zou zoiets gebeuren, zouden we op z’n minst een onderbreking in de bewoning van Ur verwachten, en zelfs dat werd niet gevonden. Verder bleken de kleilagen van Ur en Kis in heel verschillende tijden te zijn afgezet, en dus niet het gevolg te zijn geweest van dezelfde overstroming.

Een ander voorbeeld is de theorie van William Ryan en Walter Pitman (al zijn dat seculiere geologen, geen christelijke revisionisten). Zij stelden in 1997 voor dat de Zwarte Zee duizenden jaren geleden aanzienlijk kleiner was dan tegenwoordig, totdat deze op catastrofale wijze volliep met water vanuit de Middellandse Zee, waarbij de Bosporus uitgesleten werd. Grote stukken land die eerst droog waren, vormen nu de bodem van de Zwarte Zee.

Op de zeebodem van de Zwarte Zee werden bovendien sporen van bewoning gevonden. Deze overstroming zou de basis zijn geweest voor het zondvloedverhaal. Maar ofschoon het heel goed mogelijk is dat de Bosporus op deze manier is ontstaan, kan deze overstroming onmogelijk de vloed geweest zijn waar Genesis over spreekt, zelfs als je de zondvloed onterecht interpreteert als een plaatselijke waterramp. Om maar iets te noemen: Genesis zegt dat het water aan het eind van de vloed weer wegstroomde. De Zwarte Zee is nog steeds een zee.

Het idee van een plaatselijke zondvloed heeft onderzoekers meer dan eens op een dwaalspoor gebracht. En nog altijd kunnen revisionisten niet de locatie van hun vermeende plaatselijke zondvloed aanwijzen. Het is enigszins ironisch dat revisionisten op zoek zijn naar dunne modderlaagjes van een plaatselijk zondvloedje, terwijl zich in het Midden Oosten honderden meters sedimentgesteente bevinden die door de echte (wereldwijde) zondvloed zijn afgezet.

Welbeschouwd is het sowieso moeilijk om je een plaatselijke zondvloed voor te stellen die in overeenstemming is met zowel het ‘miljoenen jaren’-paradigma als het zondvloedverslag in Genesis. Enerzijds mag de vloed niet te groot geweest zijn, want als er ook maar één bergje van bijvoorbeeld 1500 meter hoogte binnen dit gebied lag, moet het water ook zo hoog gestaan hebben. En als het water zo hoog gestaan heeft, moeten grote delen van Azië blank gestaan hebben. En dat is een onacceptabele conclusie voor revisionisten, die immers kritiekloos de standaard geologische modellen accepteren (en binnen die modellen is beslist geen plaats voor zo’n grote en zo’n recente catastrofe).

Anderzijds mag de overstroming niet te klein geweest zijn, om recht te doen aan de Bijbelse tekst (maar zoals we hierboven gezien hebben, doet eigenlijk geen enkele lokale vloed recht aan de tekst):

  • Het gebied moet zó groot geweest zijn, dat alle mensen zich erbinnen bevonden.
  • Het moet voor Noach nodig geweest een 150 meter lange Ark te bouwen. Als de vloed slechts regionaal was, had God hem (en de dieren) net zo goed de opdracht kunnen geven uit het gebied weg te trekken, net zoals Lot weg moest trekken uit Sodom. Alleen bij een wereldwijde zondvloed zou een Ark noodzakelijk zijn.
  • De vloed moet een jaar geduurd hebben (zeer ongebruikelijk voor waterrampen).

Overigens maakt de Bijbel heel duidelijk dat alle dieren omkwamen. Als de overstroming slechts lokaal was, kunnen veel dieren die op de grens van het ondergelopen gebied leefden de vloed overleefd hebben, door simpelweg een wandelingetje te maken richting het iets hoger gelegen gebied dat droog bleef.

.

.

.

4. Wanneer was de zondvloed?

.

Door de Bijbelse geslachtsregisters en chronologieën te combineren met archeologische dateringen van de ballingschap, valt te berekenen dat de zondvloed ongeveer 4500 jaar geleden plaatsvond. Dit plaatst revisionisten voor een dilemma: accepteren ze deze datering van de zondvloed, of niet? Beide opties zijn problematisch.

Revisionistisch model 3A: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond enkele duizenden jaren geleden plaats.

Wat was ook al weer de reden dat revisionisten Genesis moeten herinterpreteren? Oh ja! Ze accepteren kritiekloos de miljoenen jaren die aan de aardlagen en fossielen worden toegedicht. Ze twijfelen niet aan de dateringtechnieken waarmee die hoge leeftijden vastgesteld zijn. Het probleem is dat, volgens de dateringsmethoden die revisionisten accepteren, de mensheid zich lang vóór de zondvloed al over de wereld verspreid had. Zo zouden de Aboriginals 40.000 jaar geleden Australië al hebben bewoond (en dit is slechts één van de voorbeelden). Als dat zo is, kunnen de Aboriginals niet van Noach afstammen.

Revisionistisch model 3B: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond meer dan 40.000 jaar geleden plaats.

Om dat probleem te omzeilen, kiezen veel revisionisten ervoor de zondvloed te herdateren op meer dan 40.000 jaar geleden, zodat het nog steeds mogelijk is dat alle mensen van Noach afstammen. Maar om de zondvloed zo ver naar het verleden te schuiven, is het noodzakelijk om de geslachtsregisters in Genesis 11 extreem op de rekken. Genesis 11 vermeldt acht namen tussen Sem en Abraham. Revisionisten veronderstellen dat niet alle generaties zijn vermeld, maar dat er namen weggelaten zijn. En niet zomaar één of twee namen. Nee, vele honderden!

Het is echter niet waarschijnlijk dat het geslachtsregister in Genesis 11 gaten bevat, zoals in een toekomstig artikel uiteengezet zal worden. Het belangrijkste punt om nu te onthouden is dat revisionisten de Bijbelse tekst opnieuw naar hun eigen voorkeuren moeten herinterpreteren, om het in overeenstemming te brengen met de momenteel populaire theorieën.

Wat geldt voor de datering van de zondvloed, geldt ook voor de datering van de spraakverwarring. Er zijn echter goede argumenten voor een recente datering van de spraakverwarring (d.w.z. ongeveer 4000 tot 6000 jaar geleden) en tegen een datering van 40.000 jaar of langer geleden.

.

.

.

Conclusie

.

Christenen die de Bijbel in overeenstemming proberen te brengen met het idee van miljoenen jaren, moeten niet alleen Genesis 1 herinterpreteren. Ze komen ook in conflict met Genesis 2 (de schepping van Adam en Eva), Genesis 3 (de zondeval), Genesis 6-9 (de zondvloed), Genesis 11 (de spraakverwarring) en Genesis 5 en 11 (de geslachtsregisters).

De meeste revisionisten zien in dat het geloof in miljoenen jaren niet te verenigen is met een wereldwijde zondvloed, en proberen deze daarom terug te schalen tot een regionale gebeurtenis. Aan het idee dat niet alle mensen door de zondvloed omkwamen kleven grote theologische bezwaren, en de meest verstandige revisionisten kiezen dan ook voor een model waarin de zondvloed, ofschoon lokaal, tóch alle mensen uitroeide.

Maar ook dat model kent een aantal dodelijke problemen. Ten eerste kan het Hebreeuwse woordje erets (in alle Bijbelvertalingen terecht vertaald met ‘aarde’) gezien de context niet een beperkt gebied aanduiden. Ten tweede geeft Genesis 7:19 aan dat alle hoge bergen onder de ganse hemel onder water stonden, hetgeen overduidelijk aangeeft dat het om een wereldwijde overstroming gaat.

Ten derde is een al te kleine overstroming niet in overeenstemming te brengen met de Bijbelse omschrijving (alle mensen moeten in het gebied geleefd hebben, de noodzaak van een Ark, en de duur van de vloed). Ten vierde staan revisionisten voor een dilemma wat betreft de datering van de zondvloed.

Er is geen twijfel over mogelijk: de Bijbel spreekt over een wereldwijde zondvloed, en is daardoor onverenigbaar met de momenteel populaire ideeën over de extreme ouderdom van de aardlagen. Dat er een conflict is tussen wat de meerderheid der geologen zegt en wat de Bijbel zegt, betekent niet dat de Bijbel het bij het kortste eind heeft. Er zijn overtuigende aanwijzingen dat de aardlagen helemaal niet het product zijn van langzame (miljoenen jaren durende) processen, maar dat ze juist snel gevormd zijn, tijdens een gigantische overstroming: de zondvloed.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Het symbool van de regenboog

Standaard

categorie : religie

In vele culturen werd de regenboog beschouwd als een vriendelijk gebaar

van God of de goden aan de mensen

In het christendomvan de middeleeuwen werden de drie hoofdkleuren van de regenboog symbolisch uitgelegd: blauw als de kleur van de zondvloed, rood als de kleur van de wereldbrand en groen als de kleur van de nieuwe aarde. Anderen hebben meer aandacht voor de zeven kleuren en leggen ze uit als de zeven gaven van de Heilige Geest. Soms wordt de regenboog gezien als symbool voor Maria, die de voorspraak is voor de mensen op aarde bij God in de hemel. Zo ontstond de devotie voor Onze Lieve Vrouwe van de Hemelboog (= Iris). Volgens een Spaans voornaamwoordenboek is de vrouwennaam Iris daarvan afkomstig.

In de Bijbel verschijnt er na de zondvloed een regenboog, als teken dat God nooit meer een zondvloed over de aarde zal laten gaan; de regenboog is als het ware zijn handtekening van dit verbond tussen Hem in de hemel en zijn mensen op aarde. In de christelijke kunst wordt Christus vaak afgebeeld als wereldheerser, zittend op de regenboog. De regenboog geldt daar ook als symbool van verzoening tussen God en de mensen.

De Openbaring hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

Pasteltekening van John Astria

In de Islam heeft de regenboog vier basiskleuren: rood, geel, groen en blauw, zinnebeelden van de vier elementen: vuur, aarde, lucht en water.

In het oude China beschouwde men de regenboog als de vereniging van yin en yang. Soms werd de regenboog daar voorgesteld als een slang met een kop aan allebei de uiteinden: de ene zoog het water op uit de noordelijke zee om het via de andere kop in de zuidelijke zee weer uit te spuwen.

In de culturen van Afrika, India en de indianenkomt dit gegeven ook voor: dan stelt men zich de regenboog voor als een draak, symbool van vruchtbaarheid, die zijn dorst lest in de zee. Bij sommige stammen in Afrika ziet men de regenboog ook als brenger of bewaker van schatten. Of als een beschermende arm om de hele aarde!De Inca-indianen hadden een bijzondere verering voor de regenboog. Zij had te maken met de zonnegod. De Inca-vorsten die zich beschouwden als afstammelingen van de zon, beeldden hem af op hun wapens en schilden.

Andere indianen-culturen zien in de regenboog een ladder waarlangs je naar de hemel kunt klimmen.

Hindoes en Boeddhisten geloven dat wie in het stadium van de regenboog aanbelandt, op de drempel staat om het ideaal te bereiken, en op te gaan in de gelukzalige stilte.

In het volksgeloof wordt vaak verteld dat de regenboog rijkdom en voorspoed zal brengen. Waar haar uiteinden de aarde raken zou een pot met goud te vinden zijn.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Profetische woorden van Jezus en God aan een vrouw

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Woorden van Jezus

 

Mijn zeer geliefde dochter, de tijd is aangebroken voor Mijn Eeuwige Vader om de blaam die duisternis over de zielen van de mens brengt weg te vagen van de aarde. Hij zal de goddelozen straffen en degenen in Zijn Heilige Armen nemen die het Ware Woord van God hoog houden. Zijn engelen zullen aanzwellen in een grote storm, en met machtige zeisen zullen ze de wortels van de ziekte die de zielen van de mens verwoest weghakken zodat de wereld terug rein wordt.

 

WEES BANG VOOR DE TOORN VAN GOD WANT WANNEER HIJ VOORTGESTUWD WORDT IN ZULK EEN WOEDE, ZULLEN DE MENSEN BEVEN VAN SCHRIK. DEGENEN DIE GELOVEN DAT GOD DE GODDELOZEN NIET STRAFT KENNEN HEM NIET.

 

Hun stemmen, luid en trots, die de aarde met valsheden vervuld hebben en degenen die zich waard achten van grote gunsten in Mijn Vaders Ogen, maar die de zachtmoedigen onder Mijn volk vervloeken zullen van de bodem geplukt worden en zullen geconfronteerd worden met de grootste kastijding die over de mensheid komt sinds de zondvloed.

 

DE ENGELEN VAN GOD ZULLEN NEERDALEN EN MET EEN ZEIS IN HUN RECHTERHAND HET KAF VAN HET KOREN SCHEIDEN.

 

Degenen die God vervloeken zullen tot zwijgen gebracht worden; degenen die de Mensenzoon ontheiligen zullen tot zwijgen gebracht worden; degenen die Zijn Lichaam bezoedelen zullen dwalen in verwarring, verloren en verbijsterd, voor ze ondergedompeld worden in de wildernis.

 

DE LIEFDE VAN GOD IS NOG NIET BEANTWOORD EN ZIJN BARMHARTIGHEID IS REEDS GEDAALD.

 

Ondankbare zielen, wiens ogen stevig gericht zijn op hun eigen pleziertjes – en hun vastberadenheid om handelingen uit te voeren in directe confrontatie met de Wil van de Heer – zullen de pijn van Gods bestraffing voelen. Zoals een gordijn van neerkomende bliksem zich uitstort, zal het zoals een grote storm, een grote omwenteling van de aarde zijn dat zal gevoeld worden in elk deel van de wereld.

Degenen die de Waarheid kennen zullen geen angst hebben want ze zullen de gewillige getuigen zijn van de beloften die neergelegd zijn in de Heilige Schrift, wat betreft de komende Grote Beproeving. Degenen die God uit hun leven gebannen hebben – zoals ze een ledemaat afsneden van hun eigen lichamen – zullen de gevolgen van God te vervloeken niet kennen tot het te laat is.

Jullie, die Mij verraden hebben zullen het meest lijden. Jullie, die stenen geslingerd hebben naar anderen, in de onjuiste overtuiging dat jullie Mij vertegenwoordigen, zullen niemand hebben tot wie zich te wenden. Want overal waar jullie proberen jullie te verbergen, zullen jullie naakt gevonden worden met niets om jullie schaamte te verbergen.

Ik zeg jullie dit want het geduld van Mijn Vader is uitgeput en op het slagveld zullen twee legers voortkomen – degenen die voor Mij zijn en degenen die tegen Mij zijn. Bid voor Gods Barmhartigheid. En aan degenen die Mijn Lichaam geselen weet dit. Jullie kunnen geloven dat Ik kan weggeveegd worden van Mijn Huis maar dat zou een ernstige fout zijn van jullie kant. Ga weg van Mij, want jullie behoren niet tot Mij. Jullie goddeloosheid zal jullie nederlaag zijn en door jullie toewijding aan de boze, hebben jullie je afgesneden van Mijn Glorierijke Koninkrijk.

 

 

Geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, het Boek Openbaring is geopend en elke laag wordt onthuld aan de wereld. Elke kerk op aarde die God vereert worstelt vanbinnen om zijn geloof in God te behouden. Elke kerk wordt aangevallen en is ten schande gebracht door degenen die verschrikkelijke zonden plegen, van binnenuit en die dan hun daden door de vingers zien door te beweren dat ze de Wil van God zijn. Niet één kerk, die de Wil van God verdedigt is onaangetast gelaten. Het is een kerk waar goddeloosheid in het rond grijpt en waar de Waarheid vervangen wordt met elk excuus om God te ontkennen in al Zijn Glorie.

 

EENS VERWARRING DE KERK BINNENSLUIPT CREEERT ZE ONENIGHEID. WEET DAT DIT NIET VAN GOD KOMT. EENS VERSCHILLENDE INTERPRETATIES VAN DE WAARHEID WORDEN GEINTRODUCEERD ZAL HET PAD DAT LEIDT NAAR MIJN HEMELSE VADER BEZAAID WORDEN MET ONKRUID DAT SNEL VERMENIGVULDIGT. WANNEER DIT GEBEURT RESULTEERT DIT IN EEN MODDERIGE WEG, DIE ONOVERKOOMBAAR IS.

 

Het pad naar Mijn Hemelse Koninkrijk is aan de mens kenbaar gemaakt. Het is een eenvoudig pad en het is vrij van elke hinderpaal, eens je het bewandelt met vertrouwen in je hart. Mijn vijanden zullen altijd proberen je weg te blokkeren, en als je luistert naar hun bespottingen en je inlaat met hun leugens en toelaat dat twijfels je oordeel verduisteren, dan zullen jullie deze tocht een martelende tocht vinden.

Het Woord van God blijft nu zoals het altijd was, en de Tien Geboden zijn duidelijk – ze zullen nooit veranderen. De weg naar God is stevig vast te houden aan wat Hij heeft onderwezen. God sluit geen compromissen, noch ziet Hij elke poging van de mens om de Waarheid te veranderen, door de vingers.

Als je in God gelooft zul je Zijn Geboden volgen, het Woord aanvaarden zoals het in de Heilige Bijbel staat en op het ene ware pad naar Zijn Koninkrijk blijven. Gezegend is de mens die rechtvaardig is want hij zal door zijn onderdanigheid aan God de Sleutels naar het Paradijs ontvangen.

 

IEDER DIE PROBEERT JE OM TE PRATEN IN ALLES DAN DE WAARHEID KAN NIET VERTROUWD WORDEN. VERTROUW ENKEL IN GOD EN KOM NOOIT IN DE VERLEIDING OM VAN ZIJN WOORD AF TE WIJKEN, WANT ALS JE ONDER DEZE DRUK BEZWIJKT DAN ZUL JE VERLOREN ZIJN VOOR MIJ.

 

 

gevolg van het laatste oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, euthanasie is een doodzonde en kan niet vergeven worden. Hij die helpt, assisteert of beslist zijn of haar leven te beëindigen, om welke reden ook, begaat een verschrikkelijke zonde in de Ogen van God. Het is een van de grootste zonden van al om een leven te nemen en dan te verklaren dat de weloverwogen dood van enige persoon een goede zaak is.

Onder de vele zorgvuldig geplande handelingen tegen God, die opzettelijk gepresenteerd worden aan de wereld momenteel, is door de zonde van euthanasie. Maak niet de fout: euthanasie is een afschuwelijke zonde in Mijn Ogen, en het draagt met zich ernstige gevolgen mee voor degenen die participeren in de daad.

 

HET IS EEN DOODZONDE OM EEN ZIEL TE DODEN EN DIT MET INBEGRIP VAN ZIELEN VAN HET MOMENT VAN HUN CONCEPTIE, TOT DEGENEN DIE LEVEN IN HUN LAATSTE MAANDEN OP AARDE.

 

Niets kan het nemen van een mensenleven rechtvaardigen, wanneer het uitgevoerd wordt in de volle wetenschap dat de dood zal intreden op een gegeven tijdstip. Wie de dood veroorzaakt aan een andere levende ziel ontkent het bestaan van God. Wanneer degenen die schuldig zijn aan deze dood het bestaan van God erkennen zullen ze door het uitvoeren van dergelijke daad het 5de gebod overtreden.

 

ER IS EEN PLAN OP DIT MOMENT OM MILJOENEN AAN TE MOEDIGEN HET LEVEN VAN DE MENS IN TE KORTEN – ZOWEL HET LEVEN VAN HET LICHAAM ALS HET LEVEN VAN DE ZIEL.

 

Wanneer jullie een gewillige deelnemer worden in een daad die de heiligheid van menselijk leven ontwijdt, dan zullen jullie geen leven hebben – geen Eeuwig Leven – en zal je niet kunnen gered worden.

 

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, Ik verlang dat jullie allen, Mijn dierbare volgelingen, in alles vertrouwen dat Ik jullie onderwezen heb. Ik ben alles dat Ik jullie nu vertel, want al Mijn Plannen zijn volgens de Wil van Mijn Eeuwige Vader. Jullie mogen nooit bang zijn voor de toekomst want alles ligt in Zijn Heilige Handen.

Heb vertrouwen en jullie zullen vrede vinden. Mijn Plan zal uiteindelijk gerealiseerd worden en alle lijden zal vernietigd worden en er komt een einde aan alle kwaad. Het is tijd om de Waarheid te aanvaarden, hoewel het beangstigend kan zijn. Wanneer jullie al jullie vertrouwen in Mij stellen zal Ik jullie last verlichten en Mijn Genaden zullen jullie met Mijn Liefde vullen, wat jullie grote troost zal brengen in deze schrijnende tijden.

Ik zal komen op een tijdstip wanneer jullie het minst verwachten en tot dan moeten jullie bidden, bidden, bidden voor degenen die Mij niet kennen evenals degenen die Mij wel kennen maar weigeren te erkennen Wie Ik Ben. Ik blijf over jullie de Gave van de Parakleet (Heilige Geest) storten om ervoor te zorgen dat jullie niet van Mij weglopen. Elke Gave zal verleend worden aan degenen die Mij liefhebben met nederige en berouwvolle harten.

Mijn Liefde zal echter niet de zielen bereiken die ervoor kiezen Mij te vereren op hun gebrekkige manier. Noch zal het de harten van koppige zielen raken die geloven dat ze Mij kennen, maar wiens hoogmoed hen verblind voor de Waarheid, aan hen gegeven van in het begin.

De Waarheid komt van God. De Waarheid zal bestaan tot het einde der tijden. De Waarheid zal spoedig onthuld worden in zijn geheel, en dan zal het snijden door de harten van degenen die Mijn bemiddelende Hand hebben geweigerd. Dan zal Mijn Leger samen opstaan in de Glorie van God om het Ware Woord van God te verkondigen tot de laatste dag.

Ze zullen de zielen van heidenen met zich meebrengen die zullen beseffen dat er maar één God is. Het zullen niet de heidenen zijn die Mij niet zullen aanvaarden. In plaats daarvan zullen het de zielen van christenen zijn die de Waarheid hebben ontvangen maar die in ernstige fout zullen vallen. Het is naar deze christelijke zielen dat Ik het meest smacht en het is voor hen dat Ik vraag aan jullie om voor te bidden, elk uur van de dag.

 

 

De 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, let op voor degenen die de Goddelijkheid van Mijn Vader ontkennen.

 

HIJ, EN ENKEL HIJ, SCHIEP DE WERELD – ALLES KWAM VAN HEM. NIETS KAN UIT NIETS KOMEN. ALLES WAT IS, EN ZAL ZIJN KOMT VAN MIJN EEUWIGE VADER.

 

Het Woord kan niet verbroken worden. Aanvaard niets dat tegengesteld is aan de Waarheid. Jullie leven in een tijd dat alle bewijs van het bestaan van God, en alles dat Hij heeft geschapen, zal ontkend worden. Alles dat Hem dierbaar is zal vernietigd worden. Zijn Schepping wordt verscheurd door hen die Hem ontkennen. Leven, dat van Hem komt, wordt vernietigd en de Waarheid, die Hij aan Zijn kinderen gaf door Zijn Heilig Boek, die het Oude en Nieuwe Testament bevat, wordt nu in vraag gesteld.

Hoe weinig houden jullie van Hem die jullie Eeuwige Vader is en hoe weinig waarde hechten jullie aan jullie eigen lotsbestemming, want het pad dat je kiest is zorgvuldig uitgekozen om jullie eigen arrogantie en zelfbevrediging te voldoen. De mens die geobsedeerd is door zijn eigen intellect, kennis en ijdelheid zullen blijven een pad zoeken naar God, maar op hun eigen manier.

Dit zal hem op een dwaalspoor brengen en hij zal eindigen met een leugen te leven. Wanneer jullie dit leven leiden in een zoektocht naar de betekenis van jullie bestaan, dan zullen jullie het nooit vinden tenzij jullie de Waarheid van de Schepping erkennen.

 

GOD, MIJN EEUWIGE VADER, SCHIEP JULLIE. TENZIJ JULLIE DIT ERKENNEN ZULLEN JULLIE BLIJVEN VALSE GODEN VEREREN EN JULLIE HEIDENDOM ZAL JULLIE OP JULLIE KNIEEN BRENGEN IN WANHOOP.

 

De tijd is gekomen dat jullie alles zullen aanvaarden wat bewijst dat Mijn Vader niet bestaat. Jullie hebben de Waarheid ontvangen. Aanvaard het. Laat Me jullie bij de hand nemen en jullie naar Mijn Vader leiden zodat Ik jullie Eeuwige Redding kan brengen.

 

ALLES ANDERS DAN DE WAARHEID ZAL JULLIE LEIDEN OP DE WEG NAAR DE HEL.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, Mijn Wil is in steen gebeiteld en al degenen die Mij werkelijk liefhebben zullen verstrengeld worden binnen de Goddelijke Wil van de Heer. Ontken Mijn Wil en jullie kunnen niet de Mijne worden. Ga tegen Mij in en Ik zal jullie niet toelaten Mijn Koninkrijk binnen te gaan, want enkel degenen die tot Mij komen, in uiteindelijke overgave van hun eigen vrije wil, kunnen werkelijk zeggen dat ze van Mij zijn.

Als je niet van Mij bent, hoe kan Ik dan jullie ondankbare harten overhalen? Degenen onder jullie die Mij vervloeken, degenen die Mijn Woord niet hoog houden of degenen die proberen de Heilige Wil van God te verstoren, zullen in de afgrond geworpen worden wanneer elke inspanning om jullie te redden uitgeput is.

Wanneer Ik geboren werd, maakten velen van Mijn vijanden wiens zielen geteisterd werden door boze geesten, het leven van Mijn Moeder zeer moeilijk. Degenen die haar vervolgden gedurende Mijn Tijd op aarde waren zich niet bewust, in vele gevallen, waarom ze dergelijke haat tegen haar voelden.

Maar ze leed, in Mijn Naam. Degenen die tegen Mijn Eerste Komst waren weigerden de Wil van God te aanvaarden, die hen gegeven was om hen te bevrijden van de ketenen die rond hun enkels hingen en daar geplaatst werden door demonen.

 

IK BRACHT VEEL VAN MIJN MISSIE OP AARDE DOOR MET HET UITDRIJVEN VAN BOZE GEESTEN IN DE ZIELEN VAN DE GEKWELDEN, TERWIJL IK OOK DEGENEN VERLICHTE DIE ONWETEND WAREN VAN GODS WIL. ALS IK MIJ NU VOORBEREID OM OPNIEUW TE KOMEN ZAL MIJN MISSIE ZELFS NOG MOEILIJKER ZIJN DEZE KEER.

 

Aan jullie allen met verharde harten die weigeren te luisteren naar Mij, zeg Ik dit. Tenzij jullie werkelijk toegewijd zijn aan mij, door een leven van gebed en toewijding, zullen jullie deze tocht naar het Eeuwig Leven niet voltooien door jullie geloof alleen. Jullie zijn niet gezegend met genoeg inzicht, of kennis van Mijn Woord, om Mijn Waarschuwing opzij te zetten op dit moment. Waarom minachten jullie Mij nu?

Wat denken jullie dat jullie waardig zal maken om voor Mij te staan, wanneer jullie Mij vragen voor eeuwig leven? Ik zeg jullie dat jullie koppigheid jullie verblindt voor de waarheid van de Goddelijke Openbaring, waarvan jullie getuige zijn door deze, Mijn Heilige Boodschappen voor de wereld.

Ondankbare zielen, jullie ontbreken in kennis die nauwgezet aan jullie werd gegeven in de Allerheiligste Bijbel. Van elke les die jullie onderwezen werd, hebben jullie niets geleerd.  Jullie hoogmoed en jullie jacht naar zelfvoldoening, frustreert Mij. Jullie ogen kunnen niet zien en jullie zullen als resultaat onvoorbereid voor Mij staan. Voor elke kleinering die jullie uitspreken tegen degenen die de Waarheid spreken, en die Mijn Heilig Woord hoog houden – ondanks tegenkanting van jullie – zullen jullie met Mij geconfronteerd worden.

Ik zal jullie dan vragen jullie woorden, jullie daden en jullie handelingen tegen Mij te rechtvaardigen. Je kunt nooit zeggen dat jullie voor Mij zijn wanneer jullie tegen Mij vechten door Mijn Woord, aan jullie gegeven uit de Barmhartigheid van God, Die nooit vermoeid is in Zijn Zoektocht om jullie zielen te redden.

 

WANNEER JULLIE DE GAVE VAN PRIVATE OPENBARING WERD GEGEVEN HEBBEN JULLIE HET RECHT OM DEZE TE ONDERSCHEIDEN. MAAR JULLIE HEBBEN NIET DE BEVOEGDHEID OM ANDEREN TE OORDELEN OF HEN SCHADE TE BEROKKENEN, ZELFS AL KOMEN ZE NIET VAN MIJ. IK, JEZUS CHRISTUS, HEB HET KENBAAR GEMAAKT DAT DE MENS NIET HET RECHT HEEFT ENIG ANDERE ZIEL TE OORDELEN.

ALS JULLIE MIJ TARTEN, EN ZELFS ALS JE WROK KOESTERT TEGEN VALSE PROFETEN, ZAL IK JULLIE OORDELEN EN JULLIE STRAFFEN, NET ALS JULLIE DEGENEN STRAFTEN DIE JULLIE HAATTEN. JULLIE KUNNEN GEEN ANDERE PERSOON HATEN IN MIJN NAAM. ALS JULLIE EEN ANDERE PERSOON HATEN DAN DOEN JULLIE DIT IN DE NAAM VAN SATAN.

IK ZAL JULLIE ONGERECHTIGHEDEN WEGWASSEN ENKEL WANNEER JULLIE KOMEN EN MIJ SMEKEN OM JULLIE TE VERLOSSEN VAN DERGELIJKE ZONDE. MAAR VELEN ONDER JULLIE ZULLEN DIT NOOIT DOEN WANT JULLIE HEBBEN JEZELF BOVEN MIJ GEPLAATST, EN DAARVOOR ZULLEN JULLIE LIJDEN.

LAAT NIET EEN PERSOON ONDER JULLIE VERKLAREN DAT EEN ANDERE ZIEL VAN DE BOZE KOMT, WANT HIJ, SATAN SCHEPT PLEZIER IN DEGENEN DIE ZICH SCHULDIG MAKEN AAN DEZE FOUT. NIET EEN ONDER JULLIE IS ZO VRIJ VAN ZONDE DAT JULLIE DERGELIJK OORDEEL KUNT VELLEN.

 

Hij die van Mij is en die Mij werkelijk kent, zou nooit een andere ziel minachten in Mijn Naam.

 

Jullie Jezus

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Woorden van God de Vader 

 

Mijn zeer geliefde dochter, houd van Mij en weet dat Ik al Mijn kinderen liefheb en koester. Weet echter ook dat Mijn Gerechtigheid moet gevreesd worden. Laat niet een mens onder jullie onwetend zijn van Mijn Gerechtigheid want het zal ontketend worden als een in angstaanjagende storm en het zal degenen die Mijn Barmhartigheid weigeren wegvagen.

 

MIJN WOEDE IS ONGEKEND DOOR VELEN, MAAR WEET DIT. ALS EEN MENS DIE MIJ KENT DE HEILIGE GEEST BELASTERT ZAL IK  HEM NOOIT VERGEVEN. NIETS KAN OF ZAL DIT FEIT VERANDEREN, WANT ZO’N MENS HEEFT ZIJN EIGEN LOT GEKOZEN EN ER KAN GEEN VERZOENING ZIJN. AAN DE MENS DIE TEGEN MIJ OPKOMT EN HET NEMEN VAN LEVEN RECHTVAARDIGT, WEET DAT ZIJN EIGEN LEVEN ZAL GENOMEN WORDEN DOOR MIJ.

ALS EEN MENS ZIJN ZIEL VERKOOPT AAN SATAN, KAN IK HET NIET TERUGNEMEN WANT HIJ WORDT EEN MET DE BOZE. WANNEER EEN MENS, DIE SPREEKT IN DE NAAM VAN MIJN ZOON JEZUS CHRISTUS, DE ZIELEN VAN DEGENEN DIE VAN MIJ ZIJN VERNIETIGT, ZAL HIJ DOOR MIJ VOOR EEUWIG VERWORPEN WORDEN. VREES NU MIJN TOORN, WANT IK ZAL ELKE ZIEL STRAFFEN DIE MIJN WIL TOT HET EINDE TART.

 

Jullie moeten niet de Tweede Komst van Mijn Zoon vrezen want dit is een Geschenk. Jullie moeten ook geen lijden vrezen dat jullie kunnen te doorstaan krijgen voor die dag want dit zal een kort leven beschoren zijn. Vrees enkel voor de zielen van degenen die Ik niet kan redden en die geen verlangen hebben om zich te redden. Zij zijn de zielen die weten dat Ik besta maar die in de plaats Mijn vijand over Mij kiezen. Ik zal tussen komen op vele manieren om degenen te redden die Mij helemaal niet kennen.

 

IK ZAL DE ZIELEN VAN DEGENEN UITKLEDEN DIE ELKE WET DIE IK INGESTELD HEB TARTEN EN ZE ZULLEN DE PIJN VAN DE HEL EN HET VAGEVUUR MOETEN VERDRAGEN OP DEZE AARDE.

 

Daardoor zullen ze gezuiverd worden en ze zullen Mij dankbaar zijn om hen nu deze Barmhartigheid te betonen. Ze kunnen dit veel beter nu te verdragen krijgen dan voor eeuwig te lijden in vereniging met de boze. Jullie moeten nooit Mijn Wegen in vraag stellen, omdat al wat Ik doe voor het goed van Mijn kinderen is, zodat ze bij Mij kunnen zijn voor een leven van Eeuwige Glorie.

Mijn straf die ik op de mens doe neerkomen, doet Mij pijn. Het breekt Mijn Hart maar het is noodzakelijk. Al deze pijn zal vergeten zijn en licht zal de duisternis vernietigen. De duisternis zal niet langer zijn vreselijke vloek op Mijn kinderen richten. Ik zeg jullie dit want jullie worden in een vreselijke duisternis geleid door het bedrog van de duivel. Tenzij Ik jullie informeer over de gevolgen zullen jullie geen toekomst hebben in Mijn Paradijs. Hoe vlug is alle herinnering aan Mijn Geboden vergeten. Hoe vlug valt de mens uit Genade wanneer hij Mijn Woord niet hoog houd.

 

 

Jullie geliefde Vader

 

God de Allerhoogste

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De aarde is jong.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Een aantal aanwijzingen die een ‘jong heelal’ en

een ‘jonge aarde’ heel waarschijnlijk maken:

 

-De opwindsnelheid van spiraalvormige sterrenstelsel is te groot. Het binnenste gedeelte draait sneller dan het buitenste gedeelte, waardoor de vorm van een dergelijk stelsel al binnen enkele honderden miljoenen jaren niet meer herkenbaar zou zijn als een spiraal. Ons sterrenstelsel zou echter al 10 miljard jaar oud moeten zijn en toch heeft het een duidelijke spiraalvorm.

 

 

BinaireSprialGalaxies

 

 

– Kometen kunnen maximaal 10.000 jaar bestaan. Pogingen om bronnen te vinden waar nieuwe kometen vandaan zouden moeten komen, hebben tot nu toe gefaald.

– Om de 25 jaar is er een supernova waarneming in ons sterrenstelsel. Er zijn slechts ongeveer 200 restanten zichtbaar. Het totale aantal zichtbare supernova’s wijst op een maximale leeftijd van 7000 jaar.

– Er ligt meer sediment op de oceaanbodem dan de plaattektoniek kan verwijderen. Hierdoor kan de oceaanbodem maximaal 12 miljoen jaar oud zijn. Natuurlijk moet je bij die ‘maximale leeftijden’ bedenken dat processen in het verleden ook sneller gegaan kunnen zijn. Denk aan zeer snelle erosie na een wereldwijde overstroming (de zondvloed).

– Te weinig natrium in de oceanen. Maximum leeftijd: 42-62 miljoen jaar. Berekeningen met andere elementen geven nog lagere maximum leeftijden.

– De totale energie van het aardmagnetisch veld neem te snel af. Er wordt met complexe theorieën geprobeerd te verklaren hoe het toch gedurende miljarden jaren stand heeft kunnen houden, maar zoals het er nu uitziet kan het niet ouder zijn dan 20.000 jaar. Wel jonger natuurlijk.

 

 

cengrap0

 

 

– Opgevouwen aardlagen moeten snel gevormd zijn. Dit moet gebeurd zijn toen de lagen nog zacht waren, vlak nadat ze gevormd zijn. Hierbij voldoet het zondvloedmodel heel goed, maar dat het miljoenen jaren heeft gekost om ze te vormen is niet waarschijnlijk.

– Aanwijzingen voor versneld radioactief verval (polonium-218 halo’s) en snel opeenvolgende vorming van mineralen in de geologische ‘tijdvakken’ Jura, Trias en Eoceen.

– Te veel helium in mineralen. Bij radioactief verval ontstaat helium. Zirkoniumkristallen die gevonden zijn in precambrisch gesteente (dat wordt verondersteld 1.5 miljard jaar oud te zijn) zijn onderzocht en het blijkt dat ze nog maar 4000 tot maximaal 8000 jaar helium verliezen.

– Te veel C14 in dieper liggende lagen. Omdat C14 vrij snel vervalt (halfwaardetijd van 5700 jaar) zou er geen radioactief koolstof moeten zitten in lagen die geacht worden meer dan 250.000 jaar oud te zijn. Tests met koolstofhoudend gesteenten uit lagen die miljarden jaren oud zouden moeten zijn (ook diamanten, waarbij overigens vervuiling met recent koolstof is uitgesloten) hebben aangetoond dat er altijd C14 gemeten wordt. Dit is een sterke aanwijzing voor een jonge aarde.

– Mitochondriaal DNA wijst op een ‘recente eva’. Door mutaties verandert het DNA zo snel dat onze gemeenschappelijke voorouder onmogelijk 185.000 jaar geleden geleefd kan hebben. Eerder 6000 jaar.

– DNA kan onder natuurlijke omstandigheden hooguit 10.000 jaar bewaard blijven. Toch worden stukjes DNA gevonden in fossielen die volgens de evolutionaire tijdsrekening veel ouder zouden moeten zijn.

– 185.000 jaar mensheid en zo weinig graven? Mensen begraven hun doden, vaak met voorwerpen erbij. 185.000 jaar met een gemiddeld aantal wereldburgers van tussen de 1 en 10 miljoen zou miljarden graven moeten hebben opgeleverd. Er zijn tot nu toe slechts enkele duizenden graven uit de zogenaamde ‘steentijd’ gevonden. Waar zijn al die andere graven? Of heeft de steentijd (zoals de Bijbel ons leert) slechts enkele honderden jaren geduurd?

– 185.000 jaar mensheid en die zou pas zo’n 10.000 jaar geleden aan landbouw begonnen zijn? Zouden mensen die hun doden begraven niet ook intelligent genoeg kunnen zijn om te ontdekken dat zaadjes groeien als je ze in de grond stopt? Het is waarschijnlijker dat mensen vlak na de zondvloed (de ijs- en steentijd) een poosje zonder landbouw hebben moeten doen.

– 185.000 jaar mensheid en pas 5000 jaar geschiedenis? De ‘prehistorische’ mens kon wel prachtige monumenten bouwen, grotschilderingen maken, maanstanden bijhouden, maar niet schrijven? Erg onwaarschijnlijk. De tijdschaal van de Bijbel en de bijbehorende geschiedenis is veel waarschijnlijker.

 

 

 

Er zijn nog meer processen die een jonge aarde suggereren:

 

 

aarde1

 

 

 

De nog steeds hoge druk in oliereservoirs

Turbulentie in de ringen van Saturnus

De grootte van de Mississippi rivierdelta

De rotatiesnelheid van de aarde

De hoeveelheid vulkanisch sediment

Het gebrek aan bewijs voor stervorming

De hoeveelheid kosmisch stof in ons zonnestelsel

De temperatuur van de aarde

De afstand van de aarde naar de maan wordt groter

De groeisnelheid van stalagmieten De erosiesnelheid van de Niagara watervallen

De snelheid van vorming van steenkool

Sterrenclusters van verschillende leeftijden die verbonden zijn

Het bestaan van spiraalvormige sterrenstelsels op grote afstand

De erosiesnelheid van de continenten

Verzameling van kosmisch stof op aarde

Het aantal meteorieten in sediment

De diameter van de zon wordt kleiner

De gemiddelde dikte van de bovenste aardlagen

Het kraterpatroon op de maan en de scherpe aftekening ervan

Polonium halo’s

Het zout in de dode zee

De vorming en het verdwijnen van ijskappen

Het aantal door mensen gemaakte objecten in het fossielenbestand

Het aantal mensen op aarde

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De geschiedenis van de aarde volgens de Bijbel

Standaard

De geschiedenis van de aarde volgens de bijbel

 

 

 

De schepping (het hele tijdruimte continuüm) is het ontwerp van God, Degene die buiten tijd en ruimte staat en alles kan overzien. Hij heeft het universum perfect gemaakt, met de mens als hoogtepunt en als beheerder aangesteld over de schepping. (Genesis 1 en 2)

– De mens maakte door zijn ongehoorzaamheid scheiding tussen de oneindig goede Schepper en Zijn creatie. De mens had, en heeft nog steeds,  de verantwoordelijkheid om goed voor de aarde te zorgen. God wilde de inspiratie van de mens zijn, maar de mens onttrok zich aan Gods leiding door te kiezen voor autonomie, waardoor hij de benodigde wijsheid en leiding van zijn Schepper moest gaan missen. (Gen. 3)

– Door de schuld van de mens, vanwege ongehoorzaamheid, kwam er een oordeel over hem en de schepping. God trok zijn levenskracht terug. De mens mocht niet meer van de boom des levens eten. Vanaf dat moment kwamen er schadelijke mutaties in alle levende organismen. Mensen gingen elkaar naar het leven staan (Gen. 4). Maar God had al een plan klaarliggen. In Gen. 3:14,15 verzekert Hij dat ‘de slang’ (Satan, de bron van het kwaad)  zijn kop vermorzeld zou worden door ‘het zaad’ van de vrouw. Jesaja (7:14-9:6,7) profeteerde later dat een jonge vrouw een zoon zou krijgen en dat Hij de namen ‘God met ons’, ‘Wonderbaar’, ‘Raadgever’, ‘Sterke God’, ‘Eeuwige Vader’ en ‘Vredevorst’ zou krijgen.

– De mens bleef hardnekkig zijn eigen weg kiezen en keerde zich steeds meer tegen zijn Schepper. Dit bracht God zover dat Hij de hele aarde onder water liet lopen door een wereldwijde overstroming, om vervolgens opnieuw te beginnen met Noach (en zijn gezin), die als enige zuiver was gebleven. Van die grote watervloed zien we nu nog steeds de gevolgen: bergen, grotten, aardlagen, ravijnen, fossielen, ijskappen, enz. (Gen. 6 – 8)

– Na de overstroming wilden de mensen zich niet over de aarde verspreiden, zoals God geboden had. Ze keerden zich tegen hun Schepper en dachten zich rustig te kunnen vestigen in een vallei. God bracht echter verwarring in hun taal, waardoor de basis taalgroepen ontstonden. Er kwam onbegrip en scheiding onder de mensen. Nu moesten ze zich wel verspreiden. Hierdoor ontstonden ook de bevolkingsgroepen zoals Aziaten, Afrikanen, Indianen, Aboriginals, enz. (Genesis 11)

– God besloot dat één man (Abraham) een volk (Israël) zou voortbrengen dat als voorbeeld en uitgangspunt moest dienen voor Zijn grote verzoeningsplan: de omwisseling. Offers van onschuldige dieren die de schuld van de mensen op zich namen, waren voorbodes van het Grote Offer: de onschuldige mens Jezus de Gezalfde (Messias, Christus), een nakomeling van Abraham, die zijn leven gaf voor ons leven. Hij nam onze schulden op zich en stelde ons volledig schadeloos. Door Zijn offer is de totale overwinning over het kwaad en de dood beschikbaar geworden (Hebreeën 8:1-10:18). En wij mogen met Hem meewerken om de schade te herstellen. ( Efeziërs 1)

– De uiteindelijke oplossing en complete schriftvervulling, het uitkomen van alle profetieën, is de laatste fase van onze geschiedenis, die nog moet plaatsvinden. Het huidige tijdruimte continuüm wordt dan helemaal vernieuwd. Het kwaad wordt vernietigd, samen met al zijn aanhangers en ieder schepsel dat niets van zijn Schepper wil weten. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en zij die God liefhebben zullen voor altijd bij Hem zijn. (Openbaring 21 en 22)

 

 

Romeinen 1: 20

Want sinds de schepping van de wereld wordt het onzichtbare van God duidelijk gezien en begrepen door de dingen die gemaakt zijn, Zijn eeuwige kracht en Zijn Goddelijkheid, zodat zij (de mensen) geen excuus hebben.

 

 

 

Exodus 20: 11a

Want in zes dagen heeft de Heer de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt.

 

 

 

Genesis 7: 18-20

Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water,
de bergen stonden helemaal onder.

 

 

 

Hebreeën 11: 6

…en zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem (grondig) (onder)zoeken.

 

 

 

Johannes 3: 16

Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

 

 

 

Galaten 4: 4-7

Maar toen de tijd rijp was, heeft God zijn Zoon gestuurd… [om ons te redden] …zodat wij als zonen geadopteerd mochten worden. En omdat jullie zonen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in jullie harten gegeven, waardoor je hem “Vader” mag noemen. Dan ben je dus niet meer een slaaf maar een zoon en als je een zoon bent, dan ben je ook erfgenaam van God, door Christus.

 

 

 

Johannes 1: 12

…wie Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, dat zijn degenen die in Zijn Naam geloven.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode

 

 

Eén van de meest gehoorde argumenten tegen een jonge aarde is dat radiometrische dateringsmethoden bewijzen dat de aarde wel miljoenen jaren oud moet zijn. Het vaakst wordt de C-14 dateringsmethode genoemd. Maar dat is nog steeds aanzienlijk meer dan de 6000 jaar waar Bijbelgetrouwe creationisten in geloven, dus hoe zit dat?

 

 

C14work1_L

 

 

 

Hoe werkt de C-14 dateringsmethode?

 

Van de meeste elementen bestaan meerdere versies, isotopen genoemd. Van het koolstofatoom bestaan vijf isotopen. Het meest voorkomende ‘normale’ koolstofisotoop is C-12 (of 12C). Dat heeft een atoommassa van 12, omdat de kern 6 protonen en 6 neutronen bevat. Dit is een stabiele isotoop, dat wil zeggen dat het niet vervalt. Een andere isotoop is C-14 (of koolstof-14, of 14C).

Dat is iets zwaarder, omdat de kern niet 6 maar 8 neutronen bevat. Omdat het 6 protonen en 6 elektronen heeft, gedraagt het zich echter precies hetzelfde als de andere koolstofisotopen. Het enige verschil (naast dat het iets zwaarder is) is dat het radioactief is en dus langzaam vervalt. Het vervalt met een halfwaardetijd van 5730 jaar, dus na die periode is er nog de helft van het oorspronkelijke C-14 over.

Koolstof-14 wordt hoog in de atmosfeer door kosmische straling gevormd uit stikstof-14. Zo ontstaat er in de atmosfeer een bepaalde verhouding tussen het radioactieve C-14 en het ‘gewone’ C-12. Dit noemen we de C-14/C verhouding. Momenteel is één op de 1,17 biljoen koolstofatomen in de atmosfeer een koolstof-14 atoom. Planten, die CO2 (en dus koolstofatomen) opnemen uit de lucht, bevatten dezelfde C-14/C ratio als de atmosfeer, en hetzelfde geldt voor dieren, die immers planten eten.

Wanneer het organisme sterft neemt het geen koolstof meer op. Maar het radioactieve koolstof vervalt langzaam terug tot stikstof. Dus verandert langzaam maar zeker de C-14/C verhouding in het stoffelijk overschot van dit organisme. Hoe langer geleden het organisme is gestorven, hoe lager de C-14/C ratio. Wanneer men een organisch sample test met de koolstofdateringsmethode, denkt men uit de waargenomen C-14/C verhouding te kunnen berekenen wanneer het organisme is doodgegaan.

Op het moment dat een organisme sterft, houdt de koolstofflux door zijn lichaam op. Het C-14 vervalt langzaam maar zeker, waardoor de C-14/C verhouding in het stoffelijk overschot van dit organisme afneemt. We weten de snelheid waarmee C-14 vervalt (de hoeveelheid halveert iedere 5730 jaar). Als we weten wat de oorspronkelijke C-14/C verhouding ten tijde van overlijden was, kunnen we vanuit de huidige verhouding berekenen hoe lang geleden het organisme overleed.

 

 

 

De C-14/C verhouding in de atmosfeer

 

Zoals bij alle dateringsmethoden moeten er ook bij deze ouderdomsbepaling een aantal aannames worden gedaan om tot een ‘leeftijd’ van iets te kunnen komen. Iedere dateringsmethode maakt gebruik van de volgende drie uitgangspunten:

  • Een constant proces. Bij radiometrische dateringsmethoden houdt dat in dat men ervan uitgaat dat het verval altijd met dezelfde snelheid heeft plaatsgevonden. Dus dat C-14 altijd een halveringstijd van 5730 jaar heeft gehad.

 

  • Een gesloten systeem. Er mag in de tussenliggende jaren geen uitwisseling hebben plaatsgevonden tussen de relevante stoffen (in dit geval koolstof) in het sample en stoffen uit de omgeving.

 

  • Een bekende beginsituatie. Er moet een aanname worden gedaan over de verhoudingen of hoeveelheden zoals ze in het begin waren. In het geval van de C-14 methode gaat men er vanuit dat de C-14/C verhouding in de atmosfeer altijd ongeveer gelijk is gebleven. Men neemt dus aan dat de C-14/C verhouding in de atmosfeer 5000 jaar geleden niet heel erg anders was dan tegenwoordig.

 

Vooral over de laatste aanname kan veel gezegd worden. Men kan er bijvoorbeeld niet zonder meer van uitgaan dat de C-14 in de atmosfeer homogeen verdeelt is over de hele biosfeer. Er zijn gevallen bekend waarbij organismen in een C-14-arm milieu leven en dus nog vóór ze sterven een lagere hoeveelheid C-14 bevatten. Wanneer men uitgaat van een beginsituatie waarbij de C-14/C verhouding gelijk is aan die in de atmosfeer, zullen deze organismen te oud gedateerd worden.

Riggs rapporteerde een geval waarbij een levende slak een C-14-gehalte had van 3,3 +/- 0,2 procent van het atmosferische gehalte, wat normaal gesproken een ‘leeftijd’ van 27.000 jaar impliceert. Wakefield rapporteerde gevallen waarbij recentelijk gestorven zeehonden C-14 ‘leeftijden’ hadden van 615 en 1.300 jaar. Dit soort gevallen worden veroorzaakt door het zogenaamde ‘reservoir effect’, waarbij organismen ‘oud’ koolstof binnen krijgen vanuit reservoirs (diep zeewater, of kalksteen) met een lage C-14/C verhouding.

Dit illustreert hoe belangrijk de beginsituatie is voor de betrouwbaarheid van de methode. Als hier de onjuiste aanname gedaan wordt, rolt er een compleet verkeerde leeftijd uit. En zoals zo vaak bepaalt het paradigma ( zienswijze,model ) welke aannames er gedaan worden.

Binnen het evolutionistische paradigma is het logisch om ervan uit te gaan dat de verhouding tussen gewoon koolstof en radioactief koolstof in de atmosfeer de afgelopen honderdduizend jaar ongeveer gelijk is gebleven. Maar binnen het scheppings/zondvloedparadigma moeten hele andere aannames worden gedaan.

 

 

Noahs%20Ark2

 

 

 

Een lage C-14/C verhouding vóór de zondvloed

 

Zoals gezegd ontstaat C-14 hoog in de atmosfeer door secundaire kosmische straling, en vervalt het weer door radioactief verval. De totale hoeveelheid C-14 is in evenwicht wanneer er per tijdseenheid evenveel C-14 wordt aangemaakt als er vervalt. Dit is een stabiel evenwicht , d.w.z. de totale hoeveelheid C-14 neigt toe of af te nemen totdat het evenwicht is bereikt. De hoeveelheid C-14 atomen is onafhankelijk van de hoeveelheid C-12, de C-14/C ratio is dat natuurlijk niet.

Als de totale hoeveelheid C-14 vóór de zondvloed in evenwicht was, zal deze hoeveelheid niet extreem verschillend zijn geweest van de hoeveelheid C-14 die zich tegenwoordig in de biosfeer bevindt. We weten echter dat de totale hoeveelheid C-12 voor de zondvloed wel veel groter was dan tegenwoordig. Dit weten we omdat we in de aardlagen dikke lagen steenkool vinden, die uit bijna alleen maar koolstof bestaan.

Al het steenkool van de hele wereld vormt een enorme hoeveelheid koolstof: de totale hoeveelheid koolstof in steenkoollagen is ruim 100 maal zo groot dan de totale hoeveelheid koolstof in de hele huidige biosfeer! Deze steenkoollagen zijn overblijfselen van plantenmateriaal dat tijdens de zondvloed bedolven is. Voor de zondvloed moet deze enorme hoeveelheid koolstof zich dus in de biosfeer bevonden hebben.

Aangezien de hoeveelheid C-14 voor de vloed niet heel erg anders was dan tegenwoordig, maar er wel ruim 100 keer zoveel C-12 was, moet de C-14/C verhouding in de biosfeer voor de zondvloed dus véél lager hebben gelegen. Dit betekent dat organismen die voor de zondvloed leefden reeds tijdens hun leven een hele lage C-14/C verhouding hadden.

Als we deze organismen zouden datering met de koolstofdateringsmethoden, zouden er dus véél te hoge leeftijden uitkomen, net zoals slak en de zeehonden die hierboven genoemd werden. Binnen het scheppingsmodel moeten er dus hele andere aannames worden gedaan over de C-14/C verhoudingen in het verleden. En het is logisch dat evolutionistische onderzoekers, die hier geen rekening mee houden wanneer ze dateringen uitvoeren, op leeftijden van meer dan 6000 jaar uitkomen.

 

 

 

 

 

De opbouw van een nieuw C-14/C evenwicht na de zondvloed

 

We kunnen dus verklaren hoe het komt dat organismen die voor de zondvloed leefden veel ouder lijken te zijn wanneer ze met de koolstofdateringsmethode gedateerd worden. Maar hetzelfde geldt voor de organismen die in de eerste eeuwen na de zondvloed leefden.

Tijdens de zondvloed werd het merendeel van het koolstof dus bedolven. Dat geldt dus ook voor het merendeel van het C-14 dat zich immers met het gewone koolstof vermengd had. Vlak na de zondvloed was de hoeveelheid C-14 in de biosfeer dus kleiner dan de evenwichtshoeveelheid. Dus begon de hoeveelheid C-14 toe te nemen, totdat het evenwicht opnieuw bereikt werd.

Dat betekent dat de C-14/C ratio na de zondvloed langzaam begon te stijgen, totdat de huidige verhouding werd bereikt. Maar voordat het nieuwe evenwicht bereikt werd, leefden organismen nog in een omgeving met relatief weinig C-14, waardoor ook de organismen die de eerste eeuwen na de zondvloed leefden veel ouder lijken te zijn dan in werkelijkheid.

De C-14/C verhouding in de biosfeer gedurende de geschiedenis. De grijze lijn geeft de evolutionistische aanname weer dat de C-14/C verhouding in het verleden altijd ongeveer hetzelfde was als tegenwoordig (met variaties die hier niet weergegeven zijn). De rode lijn geeft de aanname weer die we moeten doen binnen het scheppingsverhaal.

Het is duidelijk dat een organisme dat voor of vlak na de zondvloed leefde een hele lage C-14 concentratie had. Een evolutionistische onderzoeker die deze lage C-14/C ratio waarneemt, zou onterecht concluderen dat deze lage waarde het gevolg is van tienduizenden jaren radioactief verval van C-14, terwijl het in feite gewoon het gevolg was van een lage C-14/C verhouding in de biosfeer van die tijd.

 

 

 

Consistent gebruik van de radiometrische dateringsmethoden binnen het evolutieraamwerk?

 

Hoe komt het dat de meeste gepubliceerde dateringen mooi passen binnen het evolutionistische plaatje? Het is niet bekend in hoeverre de gepubliceerde dateringen een representatieve afspiegeling zijn van de vele dateringen die in feite worden gedaan. Wanneer wetenschappers hun onderzoeksobjecten laten dateren, hebben ze al een bepaalde verwachting over de leeftijd die deze zullen hebben. De laboratoria die de dateringen uitvoeren willen deze verwachtingen van tevoren weten, en dit speelt een rol bij de uitslag.

Vallen de dateringen anders uit dan verwacht, dan zijn er allerlei ‘redenen’ te bedenken waarom de uitslagen niet kloppen (bijvoorbeeld het reservoir effect, of dat er contaminatie heeft plaatsgevonden). Uiteindelijk worden bijna alleen ‘kloppende’ dateringen gepubliceerd.

Af en toe wordt het selectief omgaan met dateringen door de wetenschappers zelf toegegeven. Neem bijvoorbeeld deze uitspraak van R. L. Kauger (in een paper waarin kalium-argon dateringen worden besproken, maar het gaat om de mentaliteit, en dat is dus op alle dateringsmethoden toepasbaar):

In general, dates in the ‘correct ball park’ are assumed to be correct and are published, but those in disagreement with other data are seldom published nor are discrepancies fully explained. De gepubliceerde dateringen zijn dus in feite geselecteerde dateringen, hetgeen het lastig maakt te bepalen hoe vaak dateringsmethoden nou eigenlijk ‘goede’ dateringen opleveren.

 

 

Conclusie

 

De betrouwbaarheid van de C-14 dateringsmethode is zo goed als de betrouwbaarheid van de aannames. Aannames die binnen het evolutionistische raamwerk logisch zijn (de C-14/C verhouding is altijd ongeveer gelijk gebleven), leveren hoge leeftijden op. Aannames die binnen het creationistische raamwerk logisch zijn (de C-14/C verhouding moet vroeger veel lager hebben gelegen), leveren veel lagere leeftijden op. Een conclusie die alleen geldig is binnen het ene paradigma, vormt geen argument tegen het andere paradigma, dus de C-14 dateringsmethode levert geen doorslaggevend argument tegen een jonge aarde.

 

 

 

Referenties

 

  1. Riggs, A. C., 1984, Major carbon-14 deficiency in modern snail shells from southern Nevada springs, Science, 224, pp. 58-61 2. Wakefield, Dort, Jr., 1971, Mummified seals of southern Victoria Land, Antarctic Journal, vol. 6, no. 5, pp. 210-211 3. R. L. Kauger, 1977, K-Ar ages of biotites from tuffs in Eocene rocks of the Green River, Washakie, and Uinta basins, Utah, Wyoming, and Colorado, Rocky Mountain Geology, vol. 15, no. 1, p. 17-41

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De zondvloed.

Standaard

categorie : religie

 

 

Een allesverwoestende zondvloed moet over de hele wereld miljoenen dode wezens, planten en bomen hebben gelaten, begraven in vele door water en vulkanisme afgezette lagen zand, steen en mineralen. Onderzoekers vinden de restanten daarvan nu over de hele wereld.

 

 

 

Wanneer?

 

Het zou volgens verschillende oude geschriften zo’n 4000 á 6000 jaar geleden hebben plaatsgevonden. We zien een grote marge omdat er een verschil zit tussen de Joodse tekst van Genesis en de Septuaginta, de Griekse vertaling van Genesis. Het lijkt niet eens zo lang geleden als je denkt aan de miljoenen jaren waar veel wetenschappers tegenwoordig over praten. Zij staan achter de leer van James Hutton die ook wel het uniformitarisme wordt genoemd.

Men gaat er vanuit dat de geologische processen die we nu zien door de hele geschiedenis heen uniform zijn geweest, dat alles geleidelijk en langzaam ging, net zoals het nu gaat. Maar stel nu dat die processen in het verleden wel een keer heel snel zijn gegaan zoals bijvoorbeeld in een grote overstromingsramp die de hele aarde omvatte. Vele verschillende lagen die in een vrij korte tijd (ongeveer een jaar, volgens de Bijbel) opgestapeld werden. In die ramp kwamen alle beesten om die niet in de Ark zaten.

Grote bossen en enorme hoeveelheden plantaardig materiaal werden ontworteld en gevangen in lagen en kwamen onder grote druk te staan. Zo werden onder andere de olie- en steenkoollagen gevormd. Het is bekend dat de dingen die we nu in de aardbodem vinden allemaal snel kunnen ontstaan.

 

Foto

 

Dit is een foto van Malibu Beach in Californië, waar in zeer korte tijd deze geul is ontstaan in een aantal door eb en vloed op elkaar gestapelde lagen. De zee heeft op dit strand een aantal lagen afgezet, die vervolgens doorsneden zijn door een plotselinge waterstroom.  Het is snel gegaan, het heeft geen miljoenen jaren geduurd. Nu stroomt het water er rustig tussendoor, net zoals we dat nog zien bij andere canyons.

De zondvloed heeft die lagen in Arizona neergelegd. Ze zijn alleen veel harder omdat ze lang onder grotere druk hebben gestaan. Grote ingesloten meren die na de zondvloed ontstonden liepen op een bepaald moment over hun rand leeg richting een oceaan, waarbij ze grote geulen in de pas gevormde lagen veroorzaakten. Mede door de grotere omvang krijg je iets andere vormgeving van de geul, maar de overeenkomsten zijn duidelijk zichtbaar.

Mt. St. Helens
In 1980 werd bij Mt St. Helens in een paar dagen een canyon gevormd van 150m diep.

 

Foto

 

Toch willen veel wetenschappers niet van het idee af dat de Grand Canyon en andere geulen miljoenen jaren nodig hebben gehad om te vormen. De apostel Petrus zei: 2 Petrus 3:3-7. “Ze willen bewust niet weten dat de aarde eens door water vergaan is en spotten met het geloof in een Verlosser die terugkeert om mensen te oordelen.”

 

 

Gebogen lagen

 

Op veel plaatsen vind je gebogen lagen. Uniformitaristen  stellen dat die lagen gedurende miljoenen jaren, laagje voor laagje ontstaan zijn. De lagen zouden na zo’n lange tijd al helemaal hard geworden zijn en dan zou het buigen van het lagenpakket resulteren in breukvlakken en andere duidelijke tekenen van de frictie die zoiets teweegbrengt.

 

 

De meest voor de hand liggende verklaring is dat de lagen nog zacht waren toen het gebeurde. Dat was vlak na, of tijdens de zondvloed, waarin de lagen vrij snel na elkaar gevormd zijn. Door de enorme omvang van de zondvloed en de verschuiving van de continenten, werden sommige stukken land tegen elkaar aangedrukt. Daardoor ging de aarde opbollen en indeuken.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Dinosaurussen volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Dino’s, prehistorisch?

 

Dat mensen en mammoeten samen geleefd hebben zal niemand betwijfelen, maar mensen samen met een Tirannosaurus of een Triceratops? Op het plaatje hiernaast zie je hoe botten van dinosauriërs waarschijnlijk in elkaar gezeten hebben. Deze foto komt uit het Natural History Museum in Los Angeles. Ze worden niet in deze stand in de grond gevonden dus het is een zo goed mogelijke benadering.

Aangezien we deze beesten niet meer in levende lijve aantreffen, zullen we moeten proberen er een voorstelling van te maken. We kunnen het uiterlijk van dinosauriërs benaderen door ze te vergelijken met bijvoorbeeld olifanten. Daarom werden ze door kunstenaars vaak grijs afgebeeld (zie tweede plaatje).

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig zien we afbeeldingen van dinosauriërs vaak in allemaal bonte kleuren, versierd met riggeltjes en andere kleine aanhangsels, omdat wetenschappers en kunstenaars in toenemende mate beseffen dat het eigenlijk hele grote hagedissen waren. De meeste wetenschappers geloven dat dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden zijn uitgestorven en dat ze daarna niet meer voorkwamen. De vroege voorloper van de mens verscheen volgens hen pas enkele miljoenen jaren geleden op het toneel.

Dino’s en mensen zouden elkaar dus nooit gezien hebben. Stel nu dat God de dinosauriërs en de mensen ongeveer 6000 jaar geleden samen gemaakt heeft en dat mensen en dinosauriers wel samen geleefd hebben. We zouden in ieder geval verhalen moeten hebben van mensen die grote reptielen gezien hebben. Wellicht zullen we kunstobjecten met afbeeldingen van dinosauriërs vinden. Heel misschien fossiele resten van dino’s en mensen samen, maar dat is erg onwaarschijnlijk. De meeste fossielen zijn volgens ons tijdens de zondvloed ontstaan.

 

 

 

 

Als er tijdens de zondvloed mensen in de buurt van dino’s waren, zouden ze logischerwijs toch op verschillende manieren gevlucht zijn voor het wassende water, waardoor ze niet bij elkaar in het fossielenbestand terecht kwamen.  Bedenk ook dat er in verhouding veel minder mensen waren dan beesten.

Mensen zullen door hun intelligentie en mobiliteit sowieso niet snel door sediment bedekt en gefossiliseerd worden  omdat het aantal potentiële menselijke fossielen in verhouding tot de hoeveelheid fossielhoudend gesteente heel erg klein moet zijn. Stel dat er 10 miljoen mensen waren ten tijde van de zondvloed en dat al hun lichamen bewaard zouden zijn gebleven.

Er is 700 miljoen kubieke kilometers fossieldragend sediment. Dat betekent dat bij een gelijkmatige verdeling maximaal één menselijk fossiel per 70 kubieke kilometers sediment gevonden kan worden. Dat maakt het al onwaarschijnlijk om er één te vinden, laat staan een mens samen met een dinosaurus.

 

 

 

Volgens de Bijbel

 

Als de Bijbel betrouwbaar is, dan moet geen enkel wetenschappelijk feit een juiste interpretatie van de tekst van de Bijbel tegenspreken. De aarde en alles wat daarop leeft, werd volgens Gods eigen woorden (in Exodus 20:11) in zes dagen geschapen. We hebben ook al gezien dat we via verschillende geslachtsregisters kunnen bepalen hoe oud de aarde volgens de Bijbel zou moeten zijn.

Ongeveer 6000 jaar als er in de geslachtsregisters namen van onbelangrijke personen weggelaten zijn. Dat betekent dan dat Adam en Eva samen met de dinosauriërs, zo’n 6000 tot 10.000 jaar geleden geschapen moeten zijn. Deze gigantische reptielen passen op zich goed in de beschrijving van grote land- en zeedieren die in de Bijbel genoemd worden. De vloek die over de aarde kwam vanwege de keuze van Adam, bracht ziekte en dood.

Toen alles net geschapen was, noemde God het ‘zeer goed’. Alles is in dezelfde week geschapen, dus de dinosauriërs kunnen volgens het Bijbelse wereldbeeld niet ‘uitgestorven’ zijn voordat de mens ten tonele verscheen. De botten van dinosauriërs die gevonden zijn laten ons zien dat ze vaak onder gewelddadige omstandigheden om het leven gekomen zijn. Er zijn in fossielen ook sporen van ziektes gevonden. Dat kun je toch niet ‘zeer goed’ noemen.

Sommige mensen proberen de 6 dagen van de Bijbel op te rekken tot miljoenen jaren, maar dat laat de tekst niet toe, want dan zouden de planten miljoenen jaren zonder zonlicht hebben gezeten, aangezien de zon maan en sterren na de planten gemaakt werden.

Bovendien laat de Hebreeuwse tekst niet toe dat de dagen als lange perioden geïnterpreteerd moeten worden. Een ‘dag’ in die tekst is gewoon een dag zoals wij die vandaag de dag ook nog meemaken. Dus volgens de Bijbel moeten mensen en dinosauriërs ongeveer 6-10.000 jaar geleden samen geleefd hebben.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat alle dinosauriërs al voor de zondvloed verdwenen waren, dus moeten ze meegegaan zijn in de Ark van Noach . Het woord ‘dinosaurus’ is nog niet zo lang geleden bedacht. Als we in oude literatuur kijken, moeten we niet zoeken naar het woord ‘dinosaurus’, maar bijvoorbeeld ‘draak’ of ‘monster’. In Genesis 1:21 staat: “En God schiep grote zeemonsters”.

In het Hebreeuws staat Tannim. In oude vertalingen werd dit woord met ‘draak’ vertaald en een paar keer met ‘slang’. Het woord komt 23x in de Bijbel  voor. Ook in andere oude literatuur komen beschrijvingen van draken voor. Zouden dinosauriërs misschien de oorsprong van drakenverhalen kunnen zijn?

 

 

 

 

Deze varaan wordt in het Engels ‘komodo dragon’ genoemd. Als dit dier drie of vier meter hoog zou worden, dan zou je de indruk krijgen van een dinosaurus. We hebben al gezien dat veel organismen vóór de zondvloed groter werden dan nu. De gemiddelde dinosaurus  had ongeveer de grootte  van een schaap. Je had hele grote dino’s, maar ook heel veel kleintjes. De varaan zou je kunnen zien als één voorbeeld van een dinosaurus die nog niet uitgestorven is. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de leguaan en de krokodil.

 

 

 

 

De apocriefe boeken vind je in een katholieke bijbel. Daniel heeft daarin een aantal extra hoofdstukken.
Daniël 14:22-27: “En er was een grote draak in die streek en de Babyloniërs aanbaden hem. En de koning zei tegen Daniël: ‘Luister, u kunt toch niet zeggen dat dit geen levende god is? Aanbid hem dan’. En Daniël zei: ‘Ik aanbid de Here mijn God, want Hij is de levende God.

Maar dat is geen levende god. Maar als u mij toestaat, o koning, zal ik deze draak doden zonder zwaard of knuppel’. En de koning zei: ‘Ik sta het u toe’. Toen nam Daniël pek, vet en haar, kookte het mengsel, maakte er bundeltjes van en stopte ze in de bek van de draak. En de draak barstte uit elkaar. En toen zei hij: ‘Kijk nu eens naar hem die jullie aanbidden.’

Daniël was slim, hij nam pek (kleverig spul), vet (bijna alle dieren houden van vet) en haar ( verteert niet). Toen de draak dat gegeten had, kreeg hij natuurlijk een verstopping van de darmkanalen. Het beest indrukwekkend geweest zijn, anders zouden ze hem niet aanbeden en gevreesd hebben.

In Job 40:15-24 wordt “Behemoth” (beest der beesten) beschreven: “Machtige spieren in zijn lendenen en buik”, hij “beweegt zijn staart als een ceder”, “de pezen van zijn liezen zijn gevlochten”, “zijn botten als bronzen buizen, als ijzeren staven”, “hij is de voornaamste van Gods ondernemingen”, “hij ligt onder de lotusplanten, verbergt zich in moerassen”, “hij staat stevig in een sterk stromende rivier”, “niemand kan hem temmen”.

Deze beschrijving in het boek Job ,waarvan wordt aangenomen dat het uit de tijd vlak na de zondvloed stamt, zou heel goed op een dinosaurus kunnen slaan.

 

 

 

 

Ik acht het waarschijnlijk dat Job over een Brachiosaurus of Diplodocus schreef. Die staarten komen qua vorm dicht in de buurt van een boom. Ze voldeden in ieder geval uitstekend aan de titel “hoofd” of “voornaamste van Gods ondernemingen”

Job 41 beschrijft “Leviathan” (groot zeemonster): “Afschrikwekkende tanden rondom”, “sterke schilden”, “lichtschijnsel als hij niest; zijn ogen lichten op als de dageraad”, “uit zijn bek komen vlammen en vurige vonken”, “uit zijn neusgaten komt rook, zijn adem laat kolen ontbranden”, “het zwaard van zijn belager doet hem niets en hij laat de diepte borrelen als in een kookpot”, “op de aarde is niets met hem te vergelijken”, “hij kijkt overal op neer, hij is de koning van alle trotse dieren”.

Waarom zou God geen vuurspuwende hagedis- of krokodilachtige kunnen maken? Wie weet had de pliosaurus wel de mogelijkheid om vuur en rook te produceren. Het feit dat een dergelijk beest serieus beschreven wordt in een oud boek als Job, geeft aan dat wij het ook serieus kunnen nemen. Dan is hij dus nog door mensen beschreven en is hij niet ‘prehistorisch’ (van voor de geschreven geschiedenis).

 

 

 

 

Dat er grote zeemonsters in onze oceanen hebben rondgezwommen is een feit. Misschien was dat wel het beest waarop de Vikingen hun drakenkoppen hebben gebaseerd. Het is waarschijnlijk en ook logisch dat een aantal in het water levende dinosauriërs de zondvloed overleefd hebben.

Noach hoefde de waterbeesten niet mee te nemen in de ark en ondanks de gigantische omvang van de ramp moeten er plaatsen op aarde geweest zijn waar het tumult iets minder was, zodat ze konden overleven. Het overleven van die oude ‘zeemonsters’ kan vanuit een bijbels wereldbeeld makkelijk verklaard worden.

 

 

 

 

Sommige mensen zullen zeggen dat het hier om mythologische afbeeldingen gaat, maar is het niet logisch om te concluderen dat het om beesten gaat die daadwerkelijk door mensen gezien zijn?

In 326 voor Christus waren de soldaten van Alexander de Grote in wat nu India is. Ze zeiden bang te zijn voor grote draken die daar in grotten leefden. Een zekere Beowulff zou draken gedood hebben en werd uiteindelijk zelf gedood tijdens een gevecht met een gevleugelde draak (pterodactilus?).

Zouden we moeten concluderen dat er nooit zulke beesten samen met mensen bestaan hebben, alleen maar omdat we ze nu niet meer in dierentuinen kunnen bewonderen? Zouden echt al die verhalen moeten worden toegeschreven aan de bijgelovigheid of de sensatiezucht van de vertellers?

 

 

 

 

Uit de kunst van oude culturen kunnen we de conclusie trekken dat ze bekend waren met draken (dinosauriërs). We kunnen drakenkunst terugvinden in Indiaanse Petrogliefen. Rots- en kliftekeningen in Utah en Colorado tonen ruwe afbeeldingen van bepaalde dinosaurussoorten (gedateerd tussen 400 en 1300 na Christus). Kijk ook eens naar het Gilgamesh epos, Fafnir, Beowulf en andere Legenden.

Dinosaurus-achtige wezens worden voorgesteld op Babylonische markeringen, Romeinse mozaïeken, Egyptische gewaden voor begrafenissen, en vele andere kunst verspreid over de hele oudheid.
Er zijn ook heel recente verhalen van draakachtige wezens. Marco Polo schreef aan het einde van de dertiende eeuw over draken die hij zag op een van zijn reizen door China.

Hij beschreef enorme slangen van tien passen lang, met een lichaamsomtrek van tien handlengten. Aan de voortkant, dicht bij het hoofd, twee korte poten, elk met drie klauwen als van een tijger, met ogen groter dan een brood van vier denari, die je intens aanstaarden. De kaken waren breed genoeg om een man te verslinden en grote, scherpe tanden.

Overdag leefden ze in grotten en in de nacht gingen ze op zoek naar voedsel. Hij beschreef nauwkeurig hoe ze werden gejaagd, geslacht en welke delen werden gegeten. Hij wist zelfs te vertellen dat de galblaas een geneeskrachtige werking had.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Dieren in het hiernamaals

Standaard

categorie : religie

.

.

Gaan dieren naar de hemel?

.

Voor veel christenen die een huisdier verliezen is het een moeilijke vraag. Is mijn huisdier nu in de hemel? En ga ik hem of haar daar weer terugzien? Het lijkt er op dat de Bijbel erop wijst dat er ook voor dieren een plaats is in de hemel, en dat de dieren die daar zullen zijn dezelfde zijn als de dieren die nu op aarde zijn. Dieren dragen mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens en zij zullen ook verlost worden. Een troost voor gelovigen die een huisdier verliezen.

.

.

.

.

Hoe dieren de gevolgen van de relatie tussen God en de mens merken

.

In het Bijbelboek Genesis wordt het lot van dieren meerdere malen gekoppeld aan dat van mensen en dragen dieren mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens. Namelijk bij de zondeval, tijdens de zondvloed en op het moment dat God het Noachitisch verbond sluit met Noach. Het zou vreemd zijn als de dieren op aarde de gevolgen merken van deze zaken, maar in de hemel ineens niet meer.

.

De zondeval

.

Met de zondeval, beschreven in Genesis 3, kwamen dood en vervloeking de wereld in. Voor de mensen hield dit in dat zij vanaf dat moment onvermijdelijk zouden sterven, dat het leven veel zwaarder zou worden en dat alle mensen in zonde geboren zouden worden (Ps. 51:7). Voor de dieren betekende dit echter ook een einde aan het goede leven. Dieren zouden jagers en prooien worden, ook van de mens. Dit alles was het gevolg van de zonde van de mens.

.

De zondvloed

.

Wanneer God vanwege de slechtheid van de mensen besloot tot de zondvloed had dit vanzelfsprekend niet alleen impact op de mens, maar ook op de dieren. God besloot echter dat Noach, zijn gezin en zijn schoondochters een uitzondering moesten vormen (Gen. 6:18). Naast deze uitzondering zouden er echter ook onder de dieren uitzonderingen zijn.

Van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje, van de reine dieren zeven paar (Gen. 7:2). Door de zonde van de mens werden de dieren ook hier het slachtoffer, maar door de rechtvaardigheid van Noach waren er ook dieren die gespaard werden.

.

Het Noachitisch verbond

.

In Genesis 9:8-17 sluit God een verbond met Noach, waarin Hij, onder andere, belooft dat er nooit meer een zondvloed zal zijn. In dit verbond wordt echter niet alleen de mens als verbondspartner genoemd, maar ook de dieren. God sluit het verbond met Noach en met “alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte” (Gen. 9:10).

Het bijzondere aan het verbond is dat er veel nadruk op de dieren wordt gelegd. Tot vijf maal toe spreekt God over Noach én al wat op aarde leeft (Gen. 9:10; 12; 15; 16; 17). Het verbond dat God met de mens sloot gold dus ook voor de dieren.

.

.

het paradijs

.

Teksten over verlossing en vernieuwing voor dieren

.

Onder christenen is het algemeen bekend dat de Bijbel verlossing voorzegt voor mensen, maar het lijkt erop dat niet alleen mensen verlost zullen worden. Als het gaat over de vraag wie er verlost en vernieuwd zullen worden wordt er namelijk gesproken over ‘alle vlees’, ‘de hele schepping’ en ‘alle dingen’.

.

Alle vlees

.

In Lucas 3:4-6 citeert Jezus een profetie van Jesaja (Jes. 40:3-5) waarin hij voorzegde dat alle vlees het heil van God zou zien. Dit roept de vraag op wat Jesaja, en later Jezus, bedoelde met ‘alle vlees’. Doorgaans wordt dit geïnterpreteerd als ‘alle mensen’, maar het is niet duidelijk waarom het zo wordt geïnterpreteerd, omdat theologen doorgaans niet aangeven waarom zij het zo interpreteren.

Als het alleen over mensen had moeten gaan dan had er ook kunnen staan ‘alle mensen’, maar zowel in Jesaja als in Lucas wordt gesproken over ‘alle vlees’. Daardoor lijkt het ook dieren te omvatten, omdat die ook van vlees gemaakt zijn.

.

De hele schepping

.

Volgens de apostel Paulus zouden niet alleen de mensen bevrijd worden, maar zou de schepping worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Rom. 8:21-23). Als dieren ook bevrijd worden van vergankelijkheid dan moet er een link zijn tussen dieren in het hiernamaals en dieren in dit leven. Is die link er niet (als dieren hier sterven en als er in de hemel andere dieren zullen zijn, of geen dieren), dan zijn de dieren (en daarmee een deel van de schepping) niet bevrijd.

.

Alle dingen

.

In Openbaringen 21:5 zegt Jezus dat Hij alle dingen nieuw zal maken. Ook hier lijken dieren deel te zijn van de vernieuwde schepping, omdat het vreemd zou zijn als dieren niet onder ‘alle dingen’ zouden vallen.

.

.

.

.

Maar dieren hebben toch geen ziel?

.

Onder christenen leeft het idee dat dieren geen ziel hebben. Een reden hiervoor is dat dieren in de Bijbel redeloos genoemd worden (Ps. 32:9; 73:22 – bron 2). De vraag is echter of ‘redeloos’ ook zielloos betekent. Dit lijkt niet het geval.

In het Genesis 1 en 2 staat dat niet alleen de mens levensadem ingeblazen kreeg en een levend wezen (nephesh) werd (Gen. 2:7), maar dat ook dieren de ‘adem van de levensgeest’ in hun neus hadden en daardoor levend (nephesh) zijn (Gen. 1:20; 30; 7:22).

Als mensen die nephesh zijn dus een ziel hebben, dan hebben dieren er ook één.

.

De term nephesh

.

De Hebreeuwse term ‘nephesh’ kan worden vertaald als ‘adem’ of ‘leven’, maar ook als ‘ziel’. Daardoor wordt het inblazen van de levensadem in de neus van Adam door christenen gezien als het moment dat hij een ziel kreeg. Als dit zo is dan moet men stellen dat ook dieren een ziel hebben.

Men zou kunnen stellen dat ‘nephesh’ zijn betekent dat je daadwerkelijk leeft, omdat je adem haalt en dat het in het scheppingsverhaal niets zegt over het al of niet hebben van een ziel. Het lastige hieraan is dat toen de mens nephesh was geworden hij volledig af was. Hij moet op dat moment dus een ziel gehad hebben, want nadat de mens nephesh werd zien we niet meer dat God hem verder vormde.

.

Het gedrag van dieren in de hemel en op de nieuwe aarde

.

Er staan in de Bijbel in ieder geval twee teksten over de manier waarop dieren in de hemel zich gedragen. Volgens die teksten zullen ze vredig zijn en zullen ze God aanbidden.

.

Vrede

.

“Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neder leggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neder leggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.” (Jesaja 11:6-8 )

In de hemel zullen dieren die voorheen elkaar aanvielen en zelfs opaten vredig naast elkaar leven. Ook mensen zullen volledig veilig zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over hoe dieren zich gedragen. Een wonderlijke situatie, helemaal omdat die dieren in hun vorige leven elkaars vijand waren.

.

Aanbidding

.

“En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 5:13 )

In een deel van zijn Openbaring hoort Johannes dat alle schepselen, inclusief dieren, de Vader (die op de troon zit) en de Zoon (het Lam) aanbidden. Het meest bijzondere in deze openbaring is niet eens dat de dieren God aanbidden, maar dat Johannes hen kan verstaan. De vraag die dit oproept luidt of mensen en verschillende soorten dieren in de hemel met elkaar kunnen praten.

.

.

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Pasteltekening van John Astria

.

Een vaak gestelde vraag

.

Wij houden van onze huisdieren en we willen weten wat er met hen zal gebeuren. Wat Gods Woord zegt over de dood van de dieren is te vinden in Prediker 3 vers 1:

 “Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde ?” 

Bemerk, dat dit werd geschreven door Salomo, de wijste mens die ooit had geleefd, maar die deze uitspraak afsloot met een vraagteken. Zelfs Salomo wist het antwoord op deze vraag niet. Daarom is het fout te concluderen uit deze tekst dat de dieren na hun dood geen bestemming zullen krijgen, ze hebben een ziel. Het vraagteken is uitermate belangrijk.

Laten we daarom eens kijken naar een heel andere tekst:

“Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.” 1 Korintiërs 2 vers 9

en

“Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.”  Efeziërs 2 vers 7

.

De wensen van ons hart?

.

De Here God houdt van ons. Hij wil ons zegenen. “verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”  Psalm 37 vers 4  Hoe veel betekent de Here voor jou? Verlustig jij jezelf in de Here? Is Hij de ‘nummer Een’ van jouw leven? Houdt met je hele hart van de Heer; Hij houdt van jou. Hij kent de wensen van ons hart. Misschien dat de wens van jouw hart, dat je je geliefde dier zult terugzien, ook door Hem wordt gezien?

.

Een getuigenis van dieren in de hemel

.

Een meisje van ongeveer drie jaar werd ernstig ziek en naar het ziekenhuis gebracht, waar haar hart stopte. Gedurende zeven minuten werd zij gereanimeerd voordat haar hart weer ging kloppen. Gelukkig herstelde zij. Enkele maanden daarna zat het kind aan tafel, toen het plotseling tegen haar moeder zei: ‘ik wilde dat ik de Heer Jezus weer kon zien’.

De moeder’s adem stokte, ‘wanneer heb jij de Heer Jezus dan gezien?’ vroeg ze. ‘Toen ik zo ziek was, in het ziekenhuis’ antwoordde het meisje. De moeder vroeg door en vroeg wat ze dan gedaan had. ‘We hebben gewandeld en ik hield Zijn hand vast’ zei het meisje. ‘en we hebben gespeeld met de jonge hondjes. Daarna zei de Heer Jezus dat ik terug moest gaan en toen werd ik wakker in het ziekenhuisbed’.

.

Geldt dit ook voor jou?

.

Ik geloof voor geen moment dat de Here God Zijn kinderen de simpele en blijde genoegens zal onthouden (zoals liefde voor en van onze dieren) die tijdens ons leven zo’n zegen waren. Maar trek je eigen conclusies. Hoe dan ook: een ieder die de Heer Jezus niet kent als zijn/haar Verlosser, en die sterft in de zonden, zal de onuitsprekelijke zegeningen missen die God aan Zijn kinderen heeft beloofd! De tijd, waarin verlorenen alsnog gered kunnen worden, loopt ten einde. Maak er ernst mee!

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.