Mensen maken de samenleving en nemen daarin een positie in. Deze website geeft toegang tot een diversiteit aan artikelen die gaan over 'samenleven', belicht vanuit verschillende perspectieven. De artikelen hebben gemeen dat er gezocht wordt naar wat 'mensen bindt, in plaats van wat hen scheidt'.
Ondanks de grote textielschaarste en de tot stilstand gedwongen mode-industrie bleek zich toch tijdens de oorlogsjaren een nieuw modebeeld te ontwikkelen. Dit was vooral gebaseerd op vindingrijkheid. In Nederlandse damesbladen stonden zelfs aanwijzingen hoe men zelf schoenen kon vervaardigen. Een lippenstift was een begerenswaardig bezit, want met make-up werd het gemis aan variatie in de kleding gecompenseerd.
De vrouw
De kleding van de vrouw was voornamelijk praktisch. Deze was ook wat mannelijk door de verbrede schouders met schoudervullingen en de kordate rechte rokken. De japon was dikwijls van twee soorten stof gemaakt, twee oude jurken vormden één nieuwe. De mouwen waren vaak geplooid ingezet. Van vooroorlogse herenkostuums werden grijze mantelpakjes gemaakt. De zomerse dracht was een vooroorlogse jurk of een rimpelrok met een bloesje of een zelfgebreid kort truitje. Omdat er geen kousen waren droeg men veel pantalons. Dit was voor het eerst dagelijkse kleding voor vrouwen.
De man
De kleding van de man was uitsluitend bedoeld om te beschermen tegen weersinvloeden. Kostuums werden versteld en vermaakt, mantels werden gekeerd (de vaak nog goede binnenkant van de stof kwam dan aan de buitenzijde). Ze werden ook wel gebruikt om er kinderjassen van te maken. Mannen droegen bivakmutsen, dezelfde die in het leger werden gedragen.
Kleding 1947 – 1955: New Look
West-Europa werd na de oorlog in de fase van de wederopbouw gesteund door Amerika. Hoge flatbouw, winkelcentra, de flipperautomaat, de jukebox en de nylonkous zijn sindsdien niet meer weg te denken uit de West-Europese samenleving.
Ondanks die grote Amerikaanse invloed was het toch Parijs dat de leidende rol in de modewereld weer op zich nam. In 1947 ontwierp Dior als reactie op de oorlogsmode een zeer vrouwelijke ligne corolle (bloemkroon), door de Amerikaanse modepers de new look genoemd, aanvankelijk sterk bekritiseerd omdat de nieuwe, lijn onverantwoordelijk veel stof vereiste.
De vrouw
De kleding van de vrouw kreeg na 1947 een volledig ander silhouet: afgerond een taille en een wijde lange rok .
De rok was klokkend of gepasseerd en reikte in 1947 bijna tot de enkel; na 1950 kwam de rok tot tien centimeter onder de knie. Nieuw was ook de kimonomouw.
De mantel: vooral de wijde swagger met brede revers en pofmouwen.
De avondjurk: lang, vaak strapless met bijpassend jasje. Amerikaanse invloed: de cocktailjurk.
De sportkleding: strapless badpak, dito zonnejurk met bolero, driekwart broek.
Het haar: halflang, gekruld haar, ook wel opgestoken.
De hoed: grote ronde hoed (Dior) of zeer klein hoedje met veer (Fath) .
De accessoires: als reactie op de armoede tijdens de oorlog veel accessoires
De schoenen: pumps met hoge en lage hakken, moccasins of veterschoenen met profielzool, ballerina’s.
De man
De kleding van de man voor overdag week niet af van het vooroorlogse beeld. Wel werden naast het driedelige pak veel combinaties gedragen: geruit of tweed jasje met effen broek.
De mantel: rechte jas, regenjas met ceintuur. Het haar: kort, achterovergekamd of met een scheiding opzij. De snor begon weer in de mode te komen.
De hoed: alleen oudere mannen droegen een hoed, meestal een deukhoed.
De schoenen: onder invloed van Italië smalle spits toelopende schoenen, bruine en zwarte molières.
Ed van der Elsken 1955 Nozems voor een accordeonwinkel
Kleding 1955 – 1964: Rock ‘n’ Roll
Omdat de verschillende modelijnen tussen’55 en ’64 elkaar zeer snel hebben opgevolgd, worden hier alleen de meest typerende aspecten aangegeven. Enerzijds was er de Parijse haute couture met een mode die bekendheid kreeg door veelvuldig gefotografeerde vrouwen als Jacqueline Kennedy en Farah Diba.
Het voortbestaan van de haute couture werd gegarandeerd door – vooral Amerikaanse – inkopers van grote confectiehuizen. Anderzijds waren er film, televisie en rock ‘n’ roll die de jeugd inspireerden tot het dragen van kleding en kapsels zoals die van James Dean, Brigitte Bardot en Elvis Presley.
De vrouw
De kleding van de vrouw veranderde vooral tot 1960 ieder jaar van silhouet : in 1954 Dior met A-lijn, in 1955 H-lijn, in 1957 De Givenchy met ‘ligne sac’ en ‘ligne tulipe’, in 1958 Cardin met S-lijn en Yves St. Laurent met trapeziumlijn.
De mantel: sportieve rechte jas met grote zakken en een rugceintuur. Poplin regenjassen met hoedje, vaak gedragen als zomerjas. Korte of driekwart suède jasjes in vele kleuren.
De avondkleding: lang, strak lijfje, wijde rok. Na 1960 lange rok met blouse als informele avondkleding. De sportieve kleding: naar aanleiding van de spijkerbroek nu voor het eerst pantalons met een ritssluiting middenvoor. Na 1960 meer bikini’s. Tot 1960 de driekwart broek met sweater van badstof.
Het haar: sterk getoupeerd, opgestoken haar , voorzien van haarlak. Verder het enveloppenkapsel en de paardestaart. Veel oogmake-up: eyeliner, mascara en oogschaduw.
De hoed: minder hoeden. Bij een geklede jurk een dopje van dezelfde stof achter op het hoofd.
De accessoires: nieuw (1955) zijn de plastic tassen, soms twee modellen in één (schoudertas en beugeltas).
De schoenen: pumps met lage gebogen hakken of hoge naaldhakken. Een Italiaanse vinding was de stalen naaldhak. Bij wijde zomerjurken ballerina’s.
De man
De kleding van de man werd wat eleganter onder invloed van de Italiaanse herenmode. We zien smallere jasjes, smalle broekspijpen en andere kleuren dan alleen blauw en grijs.
De mantel: rechte wollen jas, korter model. Jonge mensen monty-coat of jopper.
De sportieve kleding: De Amerikaanse rock ‘n’ roll bracht de spijkerbroek in de mode, gedragen met een T-shirt of een lange trui.
Het haar: kort met zijscheiding. Jongens een Elvis Presley-kuif. Geen hoeden.
De schoenen: smalle, puntig toelopende schoenen en schoenen van juchtleer.
Kleding 1964 – 1970: De Beatles
1964 was een belangrijk jaar voor de ontwikkelingen in de mode. In Parijs trachtte Courrèges, geïnspireerd door de ruimtevaart, met zijn astronauten-look, het tanende gezag van de haute couture te herstellen. Hij kon echter niet verhinderen dat de sympathie van de jeugd uitging naar het ‘swinging London’ van Mary Quant, de Beatles en boetieks als Biba. Het schoonheidsideaal van zowel Quant als Courrèges was een slanke, jongensachtige vrouw in een minijurk.
De vrouw
De kleding van de vrouw was revolutionair kort, ongeveer twintig centimeter boven de knie. De minijurk was recht, vaak met halflange ingezette mouwen en een accent op de heupen.
Pas na 1968 kwam een langere mode: de midi (halflang) en de maxi (lang).
Er ontstond een verward modebeeld, waaruit de pantalon als noodoplossing naar voren kwam.
De mantel: kort, smal iets gerend model. Na 1968 de maxi-jas en de ,lange cape of de korte bontjas, voor het eerst ook van synthetisch bont. Regenjas van lakplastic en doorzichtig plastic .
De avondkleding: de formele avondjurk van kostbare stof werd vervangen door een rechte lange jurk (jersey of lurex), een fluwelen broekpak of een smokingpak (St. Laurent).
De sportieve kleding: kleine bikini’s; badpakken met ‘uitgeknipte’ stukken.
Het haar: kort pagekapsel of halflang haar met een golf naar buiten. Rage: pruiken van echt of synthetisch haar. Veel oogmake-up.
De hoed: grote pet of klein astronautenkapje, wollen muts met bijpassende shawl.
De accessoires: sieraden van zilver en (van Paco Rabane) halsornamenten, oorhangers en zelfs jurken van hardplastic plaatjes en metalen ringetjes. De jeugd droeg Indiase sieraden. Kleine schoudertassen en zeer grote zonnebrillen.
De schoenen: vooral opvallend dat laarzen in deze periode ook binnenshuis werden gedragen, o.a. zomerlaarzen van vinyl en linnen.
De man
De kleding van de man kreeg onder invloed van Italië meer variatie: onconventionele stoffen als fluweel en ribfluweel, gekleurde hemden met dessins, zijden en dunne wollen coltruien. Pierre Cardin ontwierp voor de Beatles pakken met kraagloze jasjes.
De mantel: na 1968 ook midi-jassen voor mannen. In plaats van een jas vaak een kort suède jack.
De avondkleding: bij een smoking vaak een brede gekleurde gordel en een speciaal hemd met kantjes. Een fluwelen pak met zijden coltrui kon de smoking vervangen.
Het haar: langer haar, bakkebaarden. Jonge mannen soms tot op of over de schouders.
De schoenen: suède booties, molières en instapschoenen.
De hippe kleding, voor jonge mensen in navolging van de ‘hippies’: spijkerpak, Indiaas hemd, Afghaanse jas, lange Indiase jurken met oosterse sieraden. Dit alles met sandalen of laarzen.
Kleding 1970 – 1980: Nostalgie
De mode van de jaren zeventig was een afspiegeling van het verschil in mentaliteit met de voorafgaande perioden.
Europa werd geconfronteerd met de Derde Wereld, met milieuvervuiling en oliecrises. Niet dat men zuiniger ging leven; integendeel, aan kleding werd meer uitgegeven dan ooit. In de mode zien we veel uitheemse en folkloristische elementen en een voorkeur voor natuurlijke vezels.
De vrouw
De kleding van de vrouw was gevarieerder dan tijdens de periode van de mini-mode. Vlak na 1970 bestond de trend om kledingstukken over elkaar te dragen; een voorbeeld hiervan was de robe housse. Engelse invloeden op de mode hadden Mary Quant met hotpants en Laura Ashley met Victoriaanse romantische jurken.
Parijs deed van zich spreken door de japanse ontwerper Kenzo die Tibetaanse volksdracht tot mode maakte: doorgestikte jakken, overkousen en pofbroeken. Broeken werden overigens in allerlei lengten en modellen gedragen. De roklengte varieerde van net onder de knie tot halverwege het been.
De mantel: ruime mantels en regenjassen, poncho’s en bontjassen.
De avondkleding: kaftans, lurex truitjes en discokleding.
De sportieve kleding: skikleding voor het koude jaargetijde; trainingspakken om in te trimmen, maar ook voor in huis.
Het haar: rond 1970 nog veel pruiken. Daarna halflang haar. In 1974 afro-kapsels, onder invloed van de trend ‘black is beautiful’. Na 1975 kort in model geföhnd haar. Na 1978 lang, gepermanent haar en kapsels uit de oorlogsjaren.
De hoed: shawls om het hoofd geknoopt. Weinig echte hoeden, wel allerlei mutsen.
De accessoires: vingers vol ringen, armen vol armbanden, speldjes. Oorbellen door gaatjes in de oren: kleine knopjes en lange hangers.
De schoenen: geïnspireerd op de oorlogsjaren waren de plateauzolen en schoenen met sleehakken.
De man
De kleding van de man: invloeden van de jaren twintig en dertig met getailleerde krijtstreepkostuums. Verder ribfluwelen pakken, blazers en colbertkostuums.
De mantel: jassen van leer, suède en bont. Veel jacks. De jeugd droeg legerkleding.
Het haar: jongeren soms zeer lang. Na 1977 is lang haar geen mode meer. Men droeg veel korte baarden.
De accessoires: schoudertas of polstas. Meer verzorgingsartikelen voor mannen.
De schoenen: evenals bij de vrouw (tot 1974) verhoogde zolen. Halfhoge en hoge laarzen.
.
Kleding 1980 – 1985: De jaren tachtig
In de beginjaren van deze periode ondervond de westelijke wereld een duidelijke teruggang in de economie. Wellicht daardoor ontstond een algemene tendens van teruggrijpen naar oude waarden. Men werd weer ambitieus en prestatiegericht. Men hechtte opnieuw waarde aan omgangsvormen (etiquetteboeken!). Zelfs jonge mensen droegen weer klassiekere kleding, de vrouwen rokken, de mannen pakken.
De vrouw
De kleding van de vrouw: enerzijds zeer vrouwelijk als de kleding van filmsterren uit de jaren dertig. Duidelijk accent op buste en heupen, meer japonnen en rokken.
Anderzijds heel jongensachtig – Comme des Garçons – met veel te ruime mannenkleding: overhemd met stropdas, wijde met ceintuur bij elkaar gesjorde broek en ‘oversized’ blazer.
De mantel: lang en ruim. Veel driekwart en zevenachtste mantels.
De sportieve kleding: sportkleding wordt straatmode: skijacks, tennishaarbanden, golfbroeken, shorts, aerobic dancingpakjes. Broeken net boven de enkels.
De avondkleding: terugkeer van het officiële avondtoilet .
De badkleding: badpakken met hoog opgeknipte pijpen.
Het haar: sluik, op kaakhoogte in de bobbed-stijl van de jaren twintig. Piekige jongenskoppen met gel.
De hoed: meer hoeden. Vilten herenhoeden.
De accessoires: brede gedrapeerde ceintuurs. Veel kitschjuwelen. Tassen passend bij schoenen.
De schoenen: hakken laag tot geheel plat. Gymschoenen en laarzen.
De man
De kleding van de man: twee duidelijke stromingen: een terugkeer naar de klassieke zakelijkheid en een grote invloed van allerlei sporten. Mannenkleding valt soepeler door minder stijf binnenwerk. Broeken met bandplooien. Aandacht voor mooie overhemden en dassen. Geruite golfbroeken.
De jas: nieuw zijn lange tweedjassen met ceintuur en herwaardering voor de klassieke trenchcoat.
Het haar: kort en ongeschoren, permanent en een coupe soleil. Baarden zijn ouderwets, een stoppelbaard van twee dagen zeer trendy.
De schoenen: jongeren basketbal- en trimschoenen. Terugkeer van de klassieke veterschoen.
De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding
De vrouw
De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.
De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken
De man
De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.
De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd. Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.
Kleding 1909 – 1914: Poiret
De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.
De vrouw
De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).
De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).
De man
De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.
Kleding 1914 – 1919: Eerste Wereldoorlog
In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok. Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz en de stomme film werden snel populair.
De vrouw
De kleding van de vrouwwas in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.
De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.
De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.
De man
De kleding van de mankreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.
De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.
.
Kleding 1919-1924 : de naoorlogse jaren
In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.
De vrouw
De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.
De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.
Kleding 1924 – 1929: Charleston
De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.
De vrouw
De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.
De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos. De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon. De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel. Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode. De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden. De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.
Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .
.
De man
De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..
Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor. De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet. De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje. De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.
Kleding 1929 – 1940: De jaren dertig
De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.
De vrouw
De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige Chanelpak was nu vaker van tweed dan van jersey en afgebiesd met tress.
De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag.
De avondjurk: altijd langer dan de japon voor overdag. De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.
Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond. De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo. De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode. De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .
De man
De kleding van de manwas breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.
De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur. Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine. De hoed: deukhoed, pet. De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.
Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.
Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.
Vrouw
De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.
Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.
Man
Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.
Barok
De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.
In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.
Eerste helft 17e eeuw
In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.
De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.
Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.
Eerste helft 17e eeuw in Nederland
De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.
vrouw
Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.
Man
De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.
2e helft van de 17e eeuw
Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.
Man
Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.
De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.
Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.
De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.
Vrouw
Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.
Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.
2e helft 17e eeuw in Nederland
Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.
Man
De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.
De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.
Vrouw
De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.
Rococo
In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.
De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.
18e eeuw : Rococo 1750-1780
vrouw
Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.
Man
Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.
Kindermode
Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.
18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800
De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.
Man
De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.
Vrouw
Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.
19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )
Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.
Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.
Vrouw
Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.
Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.
Man
Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.
Haardracht
De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.
De 19e eeuw
Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.
Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.
De Romantiek (1830-1860)
Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.
vrouw
De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.
Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.
man
Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.
Fin-de-siècle
Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen. Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.
De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.
Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.
Het is onmogelijk om precies de toekomst van de mode te voorspellen. Rages volgen elkaar snel op en elk jaar zijn er nieuwe trends. De mode verandert dus steeds. In de geschiedenis zijn de veranderingen beter te bekijken. Vaak blijkt het wel mogelijk aan te geven welke mode heerste.
.
.
1920-1930
Vrouwen knippen hun haar kort en gaan broeken dragen. Voordien was het onmogelijk dat vrouwen broeken konden dragen, enkel mannen mochten dit. Vrouwen dragen rokken en mannen dragen broeken, dat was de regel.
Mannen kunnen met hun kleding laten zien tot welke sociale klasse ze behoren.
.
1930-1940
In deze periode ontstaat er een degelijke vrouwenmode: de kleding volgt de lijnen van het lichaam, enkel de rok loopt naar onder wijd uit. De rokzoom daalt tot de kuit. Er zijn vele militaire invloeden : Twee rijen knopen, epauletten(schouderversiering), grote opgestikte zakken, baretten en een brede schouderlijn.
Bij de mannenmode komt er weinig verandering : De broek wordt gewoon iets smaller, met omslagen. De colberts worden iets meer gedetailleerd. Op straat dragen de mannen wijde lange jassen.
1940-1950
Na 1945 is de smalle taille, met een lange, wijde, zwierige rok opvallend. De mannen dragen een kostuum : een lange, hoogesloten jas met een strakke broek.
.
1950-1960
In deze periode ontstaat de rock-‘n-roll met bijhorende kleding. Voor meisjes zijn dat wijde rokken met onderrokken, truitjes met boothals met breedtestrepen, een paardenstaart en platte schoentjes.( nylon kousen worden algemeen)
Voor jongens zijn dat spannende broeken en de vetkuif. De herenmode blijft traditioneel : strakke broek, colbert, overhemd en stropdas.
1960-1970
Bij de vrouwenkleding komt eindelijk de de rokzoom boven de knie. Er ontstaat zelfs de mini rok : tot 20 cm boven de knie. ‘Hotpants’ worden gedragen eind de jaren 60, dat zijn nl. zeer korte strakke broekjes.
In de mannenkleding is er veel meer kleur en er worden veel coltruien gedragen. In deze periode ontstaat ook de uni-seks-mode : mode die voor mannen en vrouwen hetzelfde is.
.
1970-1980
Vele werkkleding wordt gebruikt als dagelijkse kleding. Rokken tot op de enkel komen in de mode.Broekspijpen lopen vanaf de knie wijd uit. Aan het eind van de jaren zeventig ontstaat er een punk-beweging: jongeren met kapotgescheurde kleding en het haar in een hanenkam. Als sieraden : metalen kettingen. Sommige hebben zelfs een piercing.
1980-1990
Bij de vrouwenmode is er een zakleijke, breedgeschouderde kledingvorm en veel Japanse invloeden : geinspireerd op de kimono. Sportkleding wordt steeds meer als gewone kleding gedragen en de gewone kleding wordt sportiever. Kledingvormen uit alle delen v/d wereld worden in combinatie met elkaar gedragen ( = cultuurmix ).
1990-2000
Moderne kunststoffen worden zeer veel gebruikt.De kleding volgt de lijnen van het lichaam .
Punk komt nog steeds voor in de mode, in de vorm van geverfd haar, zwarte leren jacks, overdadig gebruik van ritsen, piercings.
Manen dragen colberts, vooral met één rij knopen en kleine schoudervulling. In hun vrije tijd dragen mannen katoenen overhemden, truien of sweatshirts en jacks. Vrijetijdskleding op het werk wordt steeds meer geaccepteerd. Naveltruitjes en heupbroeken worden algemeen voor meisjes, soms hoort daar zelfs een navelpiercing bij.