Tagarchief: mantel

De kledij in het oude Rome

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

 

Toga en Tunica

 

De verschillende Romeinse kledingstukken waren heel eenvoudig. De basis vormde de tunica, een kledingstuk dat meestal geen mouwen had. Hij reikte tot aan de knieën of kuiten en was versierd met een purperen strook, clavus genoemd. Deze was breed voor de senatoren en smaller voor de ridders.

De tunica werd aangevuld met de toga, een grote, witte wollen, om het lichaam gewikkelde mantel, die de rechterarm vrij liet. Vrouwen droegen over de tunica een stola, een jurk met korte mouwen, om het middel vastgehouden door een riem en elegant in plooien gedrapeerd.

 

 

 

.

 

1grande_4586tunica tunica

 

 

 

 

 

 

220px-Pax_romana04 clavus tunica tunica  en clavus

 

.

 

 

 

 

romeinse-mannenkleding-togatus  toga

 

 

 

 

 

 

4fde7f3816c17a4391a5fda01d45910estola en palla stola en palla

 

 

 

 

 

 

De toga

.

De toga was een onpraktisch kledingstuk dat slechts diende als statussymbool. Het werd gedragen bij officiële gelegenheden zoals toespraken, plechtigheden, grote feesten en bezoek van deftige gasten. In het dagelijkse leven was dit kledingstuk niet zo van belang, omdat men zich er niet gemakkelijk in kon bewegen want dan vielen de plooien verkeerd.  De toga bestond uit een grote witte wollen doek, in trapeziumvorm. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd.

Voor dit karwei hadden vele rijken zelfs een aparte slaaf. Jongens tot en met 16 jaar droegen een toga met een purperen rand. Dat heette een toga praetexta. Ook senatoren, de regering van het Romeinse rijk, droegen de toga praetexta.  Op hun 16e verjaardag leverden de jongens hem in voor een toga virilis, een onversierde, kale toga. Deze plechtigheid betekende dat de jongen nu volwassen was. Als een Romein zich kandidaat stelde in de verkiezingen voor een van de vele politieke functies, mocht hij een toga candida, een extra witte toga, dragen.

Als hij meedeed aan de verkiezingen werd hij een candidatus. Dat woord komt van candidus, wat blinkend wit betekend. De enige die een geheel purperen toga, een toga picta, mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden vaak togati (togadragers) genoemd.

 

 

 

 

 

toga praetexta

toga praetexta

 

.

 

 

toga virilis

toga virilis

 

.

 

 

 

 

toga candida

toga candida

 

 

 

 

 

 

toga picta

toga picta

 

 

 

 

 

De tunica

.

De tunica werd door de plebejers, winkeliers en bouwvakkers de hele dag gedragen, omdat men zich in dit kledingstuk goed kon bewegen en niet hoefde op de plooien te letten. De tunica werd ook wel onder de toga gedragen. De tunica was een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Het hemd werd met een riem een beetje opgebonden.

Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica een palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De Palla was evenals de Toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun Stola en Palla. Het eenvoudige volk dat alleen een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.

 

 

 

 

tunica en palla

tunica en palla

 

.

 

 

 

Schoeisel

 

De meest gedragen schoenen waren calcei, een soort halfhoge schoen uit leder.

 

 

 

 

calcei

calcei

 

 

 

 

 

Haardracht

.

De haarmode van de dames verschilde van periode tot periode. Het haar, in het midden gescheiden, werd bij elkaar gehouden in een haarknot achterin de nek of in een paardestaart, soms verfraaid door wat krullen op het voorhoofd. Onmisbare gereedschappen waren de kam, gemaakt van brons, been of ivoor en de holle krultang. De vrouwen gebruikten ook haarspelden, linten en pruiken om de hoeveelheid haar te vergroten.

 

 

 

62382066_1645764209o

 

.

 

 

 

Female_portrait_Louvre_Ma3452

 

.

 

 

 

Kapsel-van-Romeinse-maagden1

 

.

 

 

 

rondomvlecht

 

.

 

 

 

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Advertenties

Gebed ter bescherming tijdens de zuivering van de aarde

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Onbevlekt Hart van Onze Moeder Maria, bescherm ons en sta niet toe dat paniek zich van ons leven meester maakt, schenk ons vrede en helderheid in deze tijd van beproeving. Wij behoren u toe, lieve Moeder, en vertrouwen erop dat ons niets zal overkomen, want u, lieve Moeder heeft ons bedekt met uw heilige mantel. Word niet moe voor uw kinderen te bemiddelen, zodat wij deze tijd van zuivering kunnen verdragen en alles zal worden vervuld volgens de goddelijke wil. Jezus en Maria, redt de zielen en geleidt hen tot de glorie van de hemel.
Ere zij God, Ere zij God, Ere zij God.

 

 

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Bidt driemaal de Geloofsbelijdenis en driemaal het Magnificat

 

 

Geloofsbelijdenis

 

Ik geloof in God, de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer;

die ontvangen is van de heilige Geest

en geboren uit de maagd Maria;

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

gekruisigd is, gestorven en begraven;

die neergedaald is ter helle,

de derde dag verrezen uit de doden;

die opgevaren is ten hemel

en zit aan de rechterhand van God,

zijn almachtige Vader.

Vandaar zal Hij komen oordelen

de levenden en de doden;

Ik geloof in de heilige Geest;

de heilige katholieke kerk,

de gemeenschap van de heiligen,

de vergiffenis van de zonden,

de verrijzenis van het lichaam

en het eeuwig leven. Amen.

 

 

 

Magnificat- lofzang van Maria

 

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,

verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser,

Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd,

van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.

Wonderbaar is het wat Hij mij deed,

de Machtige, groot is Zijn Naam!

Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen

voor ieder die Hem erkent.

Hij doet zich gelden met krachtige arm,

vermetelen drijft hij uiteen,

machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,

eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;

Behoeftigen schenkt Hij overvloed,

maar rijken gaan heen met lege handen.

Hij trekt zich Zijn dienaar Israël aan,

Zijn milde erbarming indachtig;

zoals Hij de vaderen heeft beloofd,

voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Liber Divinorum Operum : visioen 9

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

.

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

.

Hildegard

 

.

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

.

Liber Divinorum Operum 9

 

.

 

 

Het visioen van Hildegard

.

 “Ik zag naar het oosten gekeerd een gedaante waarvan het gezicht en de voeten dermate lichtend waren dat mijn ogen erdoor werden verblind. Over haar witzijden gewaad droeg zij een groene mantel die met de meest uiteenlopende kostbare stenen was bestikt. In haar oren droeg zij hangers, op haar borst een collier, aan haar armen armbanden, fijngouden juwelen die met edelstenen waren bezet. Maar in het midden van de zuidelijke streek zag ik een tweede gestalte. Een vreemde, staande verschijning.

De plaats van het hoofd werd ingenomen door een glans die mij verblindde, midden op haar buik was een mannenhoofd te zien met grijs haar en een baard; de voeten van de gestalte leken op de klauwen van een leeuw. De gestalte had zes vleugels. Twee vertrokken er vanuit de schouders, om zich opwaarts te buigen en van achteren bij elkaar te komen; ze bedekten om zo te zeggen de schittering waarvan wij zojuist spraken. Twee andere vleugels, eveneens aan de schouders bevestigd, bogen zich over haar nek. De laatste twee vleugels reikten van de heupen tot de hielen. Soms bewogen haar vleugels zich opwaarts, alsof ze wilden uitslaan om te vliegen.

Het lichaam van de gestalte was helemaal bedekt, niet met veren, maar, net als een vis, met schubben. De vleugels boven haar nek waren voorzien van vijf spiegels. De bovenste spiegel van de rechtervleugel droeg het opschrift: ‘Weg en Waarheid’, de tweede spiegel, in het midden: ‘Ik ben de toegang tot alle geheimen Gods’, de spiegel aan het uiteinde van de vleugel: ‘Ik ben de openbaring van alle goeds.’ De bovenste spiegel op de linkervleugel had tot opschrift: ‘Ik ben de spiegel die de goede bedoelingen der uitverkorenen reflecteert’, de vijfde spiegel, aan het uiteinde van de vleugel: ‘Zeg ons of jij werkelijk het volk van Israël bent’. De gestalte stond met de rug naar het noorden.”

 

Hildegard ziet een merkwaardig visioen met onverwachte figuren, zoals de gestalte met de visschubben en de beelden van de spiegels. Het is bekend dat deze in de geschriften van die tijd een veel voorkomende metafoor vormen. De glazen spiegel verzinnebeeldt het licht en kan wijsheid, heiligheid en het gezicht en de trekken van hen die men bewondert weerkaatsen.

De uitleg van het negende visioen volgt op de beschrijving.

 

 

 

De stralende gestalte is:

 

“de wijsheid van de ware gelukzaligheid, het witzijden gewaad is de Zoon Gods die in de maagdelijke schoonheid mens wordt en die de mens met zijn onschuld en de zoetheid van zijn liefde omhelst”.

 “De mantel is groen en met kostbare stenen bestikt, omdat de wijsheid de uiterlijke schepselen [de dieren], wier geest sterft met het lichaam, of ze nu op aarde leven, vliegen, klimmen of zwemmen, niet afwijst. De wijsheid laat ze groeien, ze beschermt ze, want ze behoeden de mens voor de slavernij en voorzien in zijn voeding. Ze dragen ook de uiterlijke kentekenen van de wijsheid: ze gaan hun aard niet te buiten, in tegenstelling tot de mens, die vaak het voor hem bestemde rechte pad verlaat.”

 

 

 

Daarna volgt de uitleg voor de andere, zeer verbazingwekkende figuur:

 

“Boven de gestalte, op de plaats van het hoofd, is er een glans waarvan de uitstraling verblindend is, omdat geen levend wezen, zolang hij het gewicht van zijn sterfelijk lichaam ondervindt, in staat is de voortreffelijkheid van de allesverlichtende godheid te aanschouwen”.

God is deze schittering, die geen begin en geen einde heeft. Het hoofd van de man op de buik van de gestalte herinnert aan het oude heilsplan van de mens, dat in de volmaaktheid van Gods werken aanwezig is.

De gestalte heeft zes vleugels, omdat wij zes dagen werken. Gedurende zes dagen roept de mens God aan en prijst hij Hem door zich onder zijn bescherming te plaatsen. De twee vleugels, die elkaar raken ter bescherming van de glans waarvan wij spraken, duiden op de liefde tot God en de naaste. De onderste vleugels duiden op heden en toekomst. Op dit ogenblik volgen de generaties elkaar op. In de toekomst zal er een feilloos en eeuwig leven zijn. Het einde van de wereld zal worden voorafgegaan door talloze angsten en wonderen, die dit einde als een vlucht vogels zullen aankondigen.

Als het lichaam is bedekt met visschubben en niet met vogelveren, is dat om de volgende reden: zoals wij niet weten hoe de vis wordt geboren en hoe hij zich ontwikkelt, hoe hij door het stromende water wordt meegenomen, zo ook is de Zoon Gods in Zijn volmaakte heiligheid geboren in een vreemde natuur die zich onderscheidt van die der andere mensen. In zijn volmaakte gerechtigheid zal hij de mens op de vleugels van al zijn goede werken naar de hemel terugvoeren.

En ten slotte de verklaring voor de spiegels. Zij doen denken aan “de verlichters der verschillende tijdperken. Het zijn er vijf: Abel, Noach, Abraham, Mozes en de Zoon Gods. Alle vijf belichten zij alles wat de mens op de weg van de waarheid van dienst kan zijn.

“Maar het is de Zoon Gods wiens Lijden en Sterven de sleutel tot de hemelse vreugde heeft gebracht.”

Deze zelfde toelichting is op andere plaatsen in Hildegards oeuvre terug te vinden, met name in haar brieven. De tijdperken worden volgens haar gemarkeerd door deze vijf figuren, die doen denken aan de fasen die de mensheid tot de komst van Christus aflegt.

Zij besluit het visioen met het woord dat haar opvatting van de mensheid samenvat:

“Zo is de mens het omhulsel van de wonderwerken Gods.”

 

 

 

.

De Eindtijd in Liber Divinorum Operum

.

De verteltrant bij het laatste visioenbeeld van Scivias was nog min of meer onbevangen, als het verslag van een ontdekkingsreis, die weliswaar griezelig was maar toch ook spannend en die goed afliep. God zij lof gezongen!

De eindfase van de ‘Goddelijke werken’ daarentegen is meer beklemmend dan opwindend. De toon is overwegend somber, als van iemand die veel gereisd en te veel gezien heeft. Er klinkt een zekere berusting in hetgeen de stem uit de hemel Hildegard laat opschrijven.

Ook de laatste visioenbeelden die de eindtijd aankondigen, zijn anders dan die in Scivias. De monsterachtige verschijning van de Antichrist had een natuurlijk uiterlijk, al was dit wanstaltig. Het miniatuur dat dit vreemde tafereel uitbeeldt, roept toch een schoonheidsbeleving op. De beelden die Hildegard twintig jaar later zag, zijn vreemd en hebben iets afstotends. Dat komt ook in de miniaturen tot uitdrukking.

Toch past de verbeelding van de eindtijd in Liber Divinovum Operum geheel in het totaalbeeld van het grote visioen, dat Hildegard ontving voordat zij over de ‘Goddelijke werken’ begon te schrijven. Zoals Liefde aan het begin de geschapen wereld als het ware omarmde, zo is Liefde aanwezig wanneer de geschiedenis der mensheid afloopt. In de eindtijd gaat het om de mens die strijdt en lijdt in het grote conflict tussen Gods gerechtigheid en Satans streven om Gods ‘evenbeeld’, de mens, te vernietigen.

De Mensenzoon, het geïncarneerde Woord, is in het Liber Divinorum Operum de centrale figuur in die strijd. Hij belichaamt Gods gerechtigheid en barmhartigheid, de mannelijke en vrouwelijke kant van de Eeuwige. De mens moet kiezen: voor of tegen Hem. Dat heeft God in Zijn Wijsheid besloten en in Zijn eeuwig Raadsbesluit bepaald.

Dat zag een eenvoudig mens als Hildegard. Zij zag weer de vierkante, ommuurde stad. Twee gestalten kondigen het eindoordeel over de wereld aan:

Daarna zag ik bij de noordhoek van de stad, naar het oosten toe, een gestalte wier gelaat en voeten met zo’n glans straalden, dat het mijn ogen verblindde. Zij droeg een gewaad van witte zijde, daar overheen een groene mantel, die rijk versierd was met allerlei soorten edelstenen. Aan haar oren droeg zij hangers, op haar borst een halsketting, aan haar armen had zij armbanden; allemaal van zuiver goud en versierd met edelstenen. In het midden van de noordstreek zag ik een andere gestalte, die rechtop stond.

Een wonderlijke verschijning. Bovenaan, waar het hoofd was, straalde zij met zulk een heerlijkheid, dat die glans mijn ogen verblindde. Middenin haar buikstreek zag men een mensenhoofd met grijze haren en baard. De voeten van de gestalte leken op leeuwenklauwen. De gestalte had zes vleugels. Twee ervan daalden omlaag vanaf haar schouders, bogen dan terug en kwamen vóór het stralende hoofd tezamen. Twee vleugels strekten zich vanaf de schouders tot aan de hals van het mensenhoofd. Twee vleugels vielen van de heupen der gestalte omlaag tot de voeten, soms verhieven zij zich alsof zij vliegen wilden.

Het lichaam van de gestalte was verder geheel bedekt met schubben als van een vis. De gestalte stond met de rug naar het noorden. Over het gehele westelijke gebied zag ik een schemerige nachtschaduw. Uit de noordelijke hoek kwam een zwartachtig mengsel van vuur en zwavel opzetten uit dichte duisternis. En dit krulde zich bijna tot het midden van de noordstreek.

Weer klonk de stem uit de hemel om Hildegard uitleg te geven. De eerste gestalte is Wijsheid. Haar groene, met edelstenen versierde, mantel duidt op de schoonheid van de schepping en op de mens, die namens God het geschapene beheert. De andere gestalte is de Almacht van God. Zijn gelaat kan geen mens zien vanwege de verblindende heerlijkheid van Zijn majesteit.

Het mensenhoofd met grijze haren en baard betekent het Raadsbesluit van God, de ‘Oude van Dagen’. Het is een mensenhoofd, want God heeft de mens naar Zijn ‘beeld en gelijkenis’ geschapen. De leeuwenklauwen betekenen, dat God al het mensenwerk als met leeuwenklauwen naar zich toe laat trekken door de Godszoon, om het te oordelen op de Jongste Dag.

De zes vleugels verwijzen naar de mensengeschiedenis. De bovenste twee betekenen de liefde tot God en de naastenliefde, in welke twee het grote Gebod bestaat. De beide middelste vleugels duiden op hetgeen in het Oude en Nieuwe Verbond door Gods almacht is bewerkstelligd. Het onderste vleugelpaar verzinnebeeldt het heden en de toekomstige tijd, waarvan de werkingen nog verborgen zijn.

De geschubde huid als van een vis duidt op de verborgen wegen van de Godszoon in de wereld. Zijn gang door de geschiedenis lijkt op het gaan van de vissen in het diepe water. Zoals een vis opeens aan de oppervlakte verschijnen kan, verscheen de Zoon van God onverhoeds midden in de nacht.

De duisternis in het westen, daar waar de wereld ondergaat, duidt op het naderende oordeel van God over het Kwaad. Een zee van vuur en zwavel wacht daar de verloren zielen. In het rijk der duisternis is er voor de veroordeelden geen hoop meer.

.

.

.

God bestuurt de wereldgeschiedenis door Wijsheid en Liefde

.

Hildegard begreep niet de achtergrond van die verbeten strijd tussen de Godszoon en de Zoon des Verderfs, waarin de mensen op zo’n vreselijke wijze betrokken zijn. Niemand begrijpt die. Geen mens mag weten, wat er vóór de schepping van hemel en aarde was en wat er na het einde van de geschiedenis zijn zal. Hildegard wilde graag meer weten. Menigmaal is zij teruggewezen door de stem uit het levende Licht.

Opeens zag zij, dat het Raadsbesluit zo diep verborgen is in het binnenste van Gods almacht, dat het voor haar en voor iedereen ontoegankelijk is. Maar naast de Almacht Gods zag Hildegard de Wijsheid staan. Zal dat haar getroost hebben?

Het staat er niet. Wijsheid was voor Hildegard het begin van al haar ‘zien’. Wijsheid heeft Liefde voortgebracht. Liefde verscheen aan het begin van Hildegards grote visioen van de ‘Goddelijke werken’. In het laatste visioenbeeld, over het einde van de wereldgeschiedenis, verschijnt Liefde weer, zij het in een andere gedaante.

 

 

 

.

ldo31

 

 

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Een passende jas

Standaard

De keuze van een jas heeft te maken met je persoonlijke stijl, lichaamsvormen, maat, lengte, en of je grote of kleine borsten hebt. Kijk dus bewust naar jezelf als je een jas gaat passen. Komt jouw lichaam er goed in uit of juist niet? Kleding heeft naast warmte en bescherming ook als doel jouw lichaamsvormen in balans te brengen, jouw sterke punten te benadrukken en jouw ‘mindere’ punten te camoufleren. De ‘juiste’ jas kan jouw outfit complementeren en versterken.

 

 

 

 Een aantal ‘klassieke’ modellen van de jas:

 

 

 

De trenchcoat


De trenchcoat was oorspronkelijk een kledingstuk dat door Thomas Burberry was bedacht voor de soldaten van de Eerste Wereld Oorlog. De trenchcoat dankt zijn naam aan het Engelse woord voor loopgraven ‘the trenches’, een verwijzing naar de loopgraven. Yves Saint Laurent durfde het aan om hier een modieuze, kortere versie van te presenteren tijdens zijn allereerste collectiepresentatie in 1962. Chic, elegant en tijdloos.

 

 

 

Thomas Burberry

 

 

De originele kleur van de trenchcoat was kaki. Andere typerende kenmerken van de klassieke trenchcoat zijn de dubbele rij van 10 knopen (double-breasted), wijde revers, een riem rond de taille en de mouwen, een uitneembare voering en raglanmouwen. De creatief directeur Christopher Bailey van Burberry veranderde het merk in een fashion bedrijf waar fashionista’s van over de hele wereld niet genoeg van konden krijgen.

 

 

khaki military

 

 

 

De Burberry Prosum modeshow is altijd een van de meest besproken shows tijdens de London Fashion Week en het nieuws over Burberry die zijn classic trench coat her ontwerpt en moderniseert is altijd het hotste modenieuws. Inmiddels zijn er veel varianten gemaakt op het originele ontwerp van de trenchcoat door grote modehuizen zoals Dior, Jean Paul Gaultier en Marc Jacobs en confectieketens zoals ZARA, MANGO en H&M.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mantel

 


Een mantel of cape is een soort overjas. Mantels zijn er in verschillende modellen, maar over het algemeen stijlvol en klassiek. Tegenwoordig zien we de mantel ook als cape-model.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leren jack

 

Er is één item dat je eigenlijk altijd in je kast moet hebben hangen (sterker nog: het moet voor het grijpen aan de kapstok hangen): een leren jack (nep mag ook). Het is het meest veelzijdige kledingstuk dat je je maar kunt bedenken. Een klassieker waar je seizoen na seizoen plezier van hebt.

Een stukje geschiedenis…

De ontwerper van de leren jas is de Amerikaan Irving Schott. Samen met zijn broer begon hij in 1913 in een kelder in Manhattan, eerst met het maken van regenjassen en vervolgens met leren jassen. De jas kreeg de naam Perfecto, dat was ook de naam van de favoriete sigaar van Irving. Vandaag de dag is dit model nog steeds te koop. De Perfecto staat symbool voor het rebelleren en heeft een stoere uitstraling. Er is zelfs een tijd geweest, dat de Perfecto verboden werd. Het zou ontluikende tieners symboliseren en de jas werd geassocieerd met gangsters. Twee dingen die in die tijd niet door de beugel konden. James Dean maakte de Perfecto ondanks het verbod weer populair. Met zijn stoere motor en een sigaret in de mond, was hij de stijlicoon uit zijn tijd. De Perfecto bleef in de jaren die volgden populair.

Het mooie van een leren jack is dat het je outfit in één klap stoer maakt, maar je kunt hem nog op zoveel andere manieren stylen en combineren: chic, trendy, nonchalant, punk, rock. Gooi een paar killer heels en het is stijlvol. Draag het op een spijkerbroek en het oogt stoer, jong en wild.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

James Dean

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 4 : 1900-1940

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding 1900 – 1909: Jugendstil

 

 

De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.

 

De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.

De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd.
Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleding 1909 – 1914: Poiret

 

De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.

 

 

 

 

 

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).

De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Kleding 1914 – 1919: Eerste Wereldoorlog

 

In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok.  Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz  en de stomme film  werden snel populair.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.

De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.

De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man kreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.

De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

  

Kleding 1919-1924 : de naoorlogse jaren

 

In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.

 
De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

          Kleding 1924 – 1929: Charleston

 

De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.

 

De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos.
De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon.
De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel.
Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode.
De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden.
De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.

Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..

Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor.
De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet.
De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje.
De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Kleding 1929 – 1940: De jaren dertig

 

De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige  Chanelpak was nu vaker van tweed  dan van jersey en afgebiesd met tress.

De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag. 
De
avondjurk:
altijd langer dan de japon voor overdag.
De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.

Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond.
De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo.
De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode.
De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

De man

 

De kleding van de man was breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.

De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur.
Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine.
De hoed: deukhoed, pet.
De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Burgerlijk mannenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Burgerlijk mannenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

 

 

 

 

Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de burgerlijke mannenkleding eruit in de late Middeleeuwen?

 

.

.

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1000-1200

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een voorloper van een broek, ook wel braies genaamd, een overkleed en een mantel. De braies bestond uit een tussen de benen geslagen lap stof, die met een gordel omhoog word gehouden. De latere broek kwam tot aan de enkels. De mannen droegen ook kousen die omhoog gehouden werden door kruisbanden.

In de 12e eeuw kregen de kousen meer vorm en werden ze langer, zodat men ze over de braies ging dragen. De bovenbroek werd toen een onderbroek. Het overkleed werd korter gedragen dan dat van de adellijke mannen. Op deze manier konden de mannen beter op een paard rijden en vechten.

De stoffen die voor de burgerlijke mannen waren geschikt waren: wol, linnen en bont. De motieven die in de stof werden geweven waren cirkels of vierkantjes. De kleuren die werden gebruikt waren bruin, wit en grijs. Dit kwam doordat de burgerlijke mannen hun kleren zelf moesten verven.

 

 

 

 

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1200-1350

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een overkleed en een mantel. Dit is hetzelfde als 200 jaar terug. De burgers konden niet veel veranderen aan hun kleding, omdat ze het zelf moesten maken en verven. De mantel in deze tijd was een wijd pelgrimskleed van bruine wol, dat over het hoofd werd getrokken.

De stoffen die geschikt waren voor de burgers waren wol, linnen, laken en bont. De kleuren van de stoffen kwamen al meer in de buurt van de adellijke kleuren zoals; rood, blauw en groen. Van de burgers waren de kleuren alleen doffer. Bruin, wit en grijs werd nog steeds door het merendeel van de burgers gedragen. De burgers hadden nu eenvoudige patronen op hun stoffen zoals: ruiten en strepen.

 

 

 

1250

 

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1350-1400

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een hemd en een pourpoint (dit was een soort jasje). De poutpoint was getailleerd en afgezet met knopen. De lange mouwen van het hemd kwamen onder de poutpoint uit. De broek was bijna niet zichtbaar, net zoals het hemd wat eronder zat.

Aan het einde van de 14e eeuw kwam een nieuw type overkleed in de mode onder de burgers. Deze kwam tot net boven de knie, zodat de burgers nog gemakkelijk op hun paard konden zitten. De mantel was kort, zodat de burgers er geen last van hadden met paardrijden en had losse mouwflappen.

De stoffen die werden gebruikt voor de burgers kwamen nu ook meer in de richting van de adellijken. De stoffen waren namelijk gemaakt van: wol, linnen, katoen en tafzijde. In Frankrijk en Italië werd er door het volk ook geverfd bont en zijde gedragen. Onder de burgers zag je qua patronen vaak horizontale strepen of verticale strepen.

 

 

 

1350

 

 

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1400-1440

 

De burgerlijke mannen droegen een kort hemd en een korte braies. Ze droegen hierover een jasje dat bij de heupen strakker zat door middel van een riem. Aan deze riem konden ze hun wapens ook hangen, als ze moesten vechten voor de koning. De mannen droegen ook twee kousen, die nog steeds omhoog gehouden werden met een bandje net onder de knie.

De stoffen die nu ook gebruikt werden door de burgers waren: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De burgers droegen nog steeds veel bruin, wit en grijs. De stoffen onder de burgers werden meer bedrukt, maar je zag nog steeds duidelijk verschil tussen adellijke en burgerlijke kleding.

 

 

 

 

1450 bis

 

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1440-1490

 

De burgerlijke mannen droegen over het hemd een jasje met of zonder riem met pofmouwen. Hoe hoger je stand was hoe groter de pofmouwen waren. De burgerlijke mannen hadden dus niet zo duidelijk grote pofmouwen, maar de mouwen werden wel strak gehouden door een touwtje aan de onderkant, waardoor de mouwen gingen poffen.

Het hemd kreeg aan het einde van de 15e eeuw een lagere hals. En tussen de kousen werd een lapje stof genaaid, zodat er een voorloper van de broek ontstond. Onder de adellijken bestond dit al wat langer, maar bij de boeren kwam dit pas aan het einde van de 15e eeuw.

De stoffen die werden gebruikt door de burgerlijke mannen was nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden, namelijk: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De gegoede burgers kregen nu ook meer oosterse kleuren zoals: blauw, rood en groen. De burgers die niet zoveel hadden bleven nog steeds bruin, wit en grijs dragen. De patronen waren ook nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden.

 

 

 

1550 bis

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De geschiedenis van de kledij deel 3: 16e eeuw tot 19e eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

       Kleding in de 2e helft van de 16e eeuw

 

Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.

Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.

Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.

 

 

 

 

 

 

 

Barok

 

De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.

In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw

 

In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.

De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.

Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw in Nederland

 

De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.

 

 

 

 

 

 

 

vrouw

 

Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft van de 17e eeuw

 

Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.

De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.

De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.

Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft 17e eeuw in Nederland

 

Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.

 

 

Man

 

De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.

De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook  gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.

 

 

 

 

 

 

 

Rococo

 

In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV  interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.

De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18e eeuw : Rococo 1750-1780

 

 

vrouw

 

Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kindermode

 

Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

          18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800

 

De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

       19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )

 

Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.

Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.

Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.

 

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.

 

 

 

 

 

 

 

  De 19e eeuw

 

Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.

Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romantiek (1830-1860)

 

Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.

 

 

 

vrouw

 

De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders  en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.

Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt  pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

man

 

Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fin-de-siècle

 

Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen.  Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.

De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was  dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.

Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.

 

 

 

man en vrouw

 

 

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

 

man

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

 

 

 

Accessoires van de vrouwen zijn een nog belangrijker aspect in de kledingstijl dan bij de mannen. Deze accessoires geven nadruk op de vrouwelijke vormen. Tegenwoordig word er gebruikt gemaakt van oorbellen, armbanden, kettingen, riemen etc. en in de middeleeuwen hadden ze daar hele ander ideeën over. De haren van een vrouw uit de middeleeuwen zegt veel over uit welke eeuw van de middeleeuwen zij komt.

 

 

.

 

Accessoires vrouwen 1000-1200

.

De mantel had dezelfde vorm als die van de man. Dit was een losse cape in de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Bij de adellijke vrouwen werd deze mantel vastgezet op één of twee schouders met een sierspeld. De mantel werd ook bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Bij de burgerlijke vrouwen werd deze mantel vastgezet met steekjes en deze had een capuchon.

Het haar van de vrouwen was geheel anders dan dat van de man. Getrouwde vrouwen droegen een hoofddoek of een stuk van hun mantel over hun hoofd heen. Vrouwen die niet waren getrouwd droegen hun haren in vlechten. De accessoires van de vrouw bestonden uit een gordel met juwelen of metalen plaatjes.

Ze hadden een haarband om hun hoofd heen afgezet met juwelen of metalen plaatjes, sierspelden, een gordeltasje voor aalmoezen en grote oorhangers. De schoenen van de adellijke vrouwen waren van leer of van zijde en waren met gouddraad versierd. De burgerlijke vrouwen liepen op blote voeten of op houten zolen met riemen, ook wel patins genoemd.

 

.

 

1200.

.

 

 

Accessoires vrouwen 1200-1350

.

De mantel van de vrouw bestaat uit een cape, dat met een kettinkje bij elkaar word gehouden. Vaak worden deze capes ook vastgespeld met sierspelden, maar dat is afhankelijk van de stand van de vrouw. Adellijke vrouwen hadden kettinkjes en sierspelden en burgerlijke vrouwen hadden de cape met steekjes op de schouder vast gezet.

Alle vrouwen droegen in deze tijd iets op het hoofd. Los haar werd namelijk beschouwd als verleidelijk. Koninginnen, jonge adellijke vrouwen en ongetrouwde vrouwen werden meestal afgebeeld zonder iets op het hoofd. Hun haar werd gevlochten en bijeengehouden door een crespine, dat is een soort haarnet.
De hoeden die de vrouwen droegen heet een kaproen.

Dit is een openstaande haarband met siersteken en juwelen (voor de adellijke vrouwen) erop. Bij de kaproen waren meestal twee torentjes van het haar zichtbaar. Oudere vrouwen droegen het meestal met een sluier. Later kwam er hoofdbedekking voor nonnen. De schoenen van de vrouwen waren plat en puntvormig.

 

.

 

1300

.

.

 

 

 

Accessoires vrouwen 1350-1400

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen in deze tijd bestond uit opgerolde vlechten in een soort van kokertjes. Deze kokertjes hadden een vorm van zuilen en zaten in de buurt van de slapen. Dit werd ook wel templettes genoemd. Vaak droegen de vrouwen deze templettes met hoofdband en sluier.

De sluier werd voornamelijk gebruikt door oudere vrouwen. Veel gebruikte accessoires in deze tijd door de vrouwen waren; een gordel met daaraan edelstenen en een dolkje. De handschoenen werden nog steeds gedragen en vaak werden er ringen overheen gedragen. Verder werden er veel sierspelden en knopen gebruikt. De schoenen waren in deze tijd eigenlijk overbodig, net als kousen. De jurken waren zodanig lang dat je de schoenen of de kousen niet eens zag zitten.

 

 

 

.

1350

.

 

 

 

 

Accessoires vrouwen 1400-1440

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen werd gevlochten in twee horentjes boven de oren vastgezet met metaaldraad. Dit leek een beetje op duivelsoren. Het schoonheidsbeeld was een dik en glad gezicht, daarom werd er wel eens een stukje van de haargrens weggeschoren.

De hoed was hetzelfde als de haren, namelijk breed. De adellijken hadden deze hoeden uitgebreid. De boeren vrouwen droegen deze hoeden met een sluier. Veel gebruikte accessoires door vrouwen uit deze tijd waren; een gordel om de taille, sierspelden, broches, beurs, ringen en handschoenen. Een nieuw soort accessoire in deze tijd voor de vrouwen was een gouden halsketen met parels.

 

.

 

1450

.

 

 

 

 

Accessoires vrouwen 1440-1490

.

De mantel van de vrouwen uit deze tijd bestond uit een cape vastgezet met sierspelden. Er bestonden waarschijnlijk in deze tijd ook al jassen met mouwen. De randen van de mantel en de jassen werden bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Het haar van de vrouwen in deze tijd was weggeschoren bij de haargrens en bij de wenkbrauwen. Bij vrouwen die nog niet getrouwd waren was het haar zichtbaar. Het schoonheidsbeeld was nog steeds een dik en glad gezicht.

De hoeden van de vrouwen tot 1470 heetten atouren. Dit was een punthoed of kap met een sluier. Op het voorhoofd zat een lusje, dit was waarschijnlijk een stukje metaaldraad van de hoed, waar het op rustte.
Veel gebruikte accessoires in deze tijd waren; veel ringen, handschoenen, halsketens, dunne kettingen tot aan de buste en gouden broches met parels. De schoenen waren nog steeds plat en puntvormig.

 

.

 

1550

 

 

.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA