Tagarchief: Nederland

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

De tulp

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

De tulp

 

Dutch tulips from their beds
Flaunted their stately heads.

 

James Montgomery

 

 

Algemeen

 

James Montgomery, een Britse dichter, beschreef de Nederlandse tulpen ooit als bloemen die met statig opge-heven hoofden in de velden staan te pronken. Dat beeld kennen we natuurlijk allemaal van de ons zo bekende bloembollenvelden. Het citaat heeft dan ook niets aan kracht verloren tot op de dag van vandaag.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is de tulp van oorsprong geen Nederlandse bloem. De oorsprong van de tulp ligt in het Verre Oosten, in landen als Iran, Kazachstan en Afghanistan. Via handelaren kwam de bloem terecht in Turkije en van daaruit tenslotte in Europa.

De Nederlandse plantkundige Carolus Clusius heeft de tulp rond 1593 in Nederland voor het eerst met naam en toenaam geïntroduceerd. Niet lang daarna groeide de tulp uit tot statussymbool, waarbij het heel normaal was om duizenden guldens voor te betalen. In de volksmond heet deze periode de tulpenmania. Deze duurde van 1600 – 1637.

 

 

Tulpen

 

 

 

 

Soorten

 

De tulp behoort tot het plantengeslacht Tulipa. De tulp laat zich gemakkelijk cultiveren. De plant muteert ook zonder tussenkomst van mensen vrij gemakkelijk, waardoor het aantal soorten groot is en jaarlijks toeneemt. Een aantal bekende soorten zijn: Enkelbloemige tulpen, dubbel-bloemige tulpen, botanische tulpen, Darwin hybriden, lelie-bloemige tulpen en franje tulpen. Ook is er veel variatie in kleur.

 

 

 

enkelbloemige tulp

 

 

tulipa%20armani%2012 enkelbl

 

 

 

 

dubbelbloemige tulp

 

 

dubeltulp

 

 

 

 

botanische tulp

 

p1150726-botanische-tulp

 

 

 

 

Darwin hybride

 

FD10101WH.jpg

 

 

 

 

leliebloemige tulp

 

Ballerina%20T lelie

 

 

 

 

franje tulp

 

Exif_JPEG_PICTURE

 

 

 

 

Kenmerken

 

Tulpen hebben zachte en kwetsbare stelen die enigszins krom groeien in een vaas. Het bijsnijden of herschikken van de bloemen zal daarom soms nodig zijn. De bladeren liggen vanuit de basis kelkvormig om de stengel heen en vormen met de tulp zelf het karakteristieke beeld van de tulp. De Tulpen zijn reukloos en hebben dus vooral decoratieve waarde.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De naam tulp is afkomstig van het Perzische woord tulipan wat tulband betekent. Als symbool van hun status droegen Ottomaanse Sultans uit Perzië namelijk een tulp op hun tulband. Al is de tulp van oorsprong dan niet Nederlands, de bloem behoort tegenwoordig wel tot één van de grootste exportproducten van dit land. Vooral de gecultiveerde tulpen en tulpenbollen zijn geliefd. Toeristen bezoeken massaal de tulpenvelden en ook een at-tractie zoals de Keukenhof is bijzonder populair.

In de tijd van Rembrandt beleefde de tulpengekte zijn hoogtepunt. Veel tulpen werden vereeuwigd in schilderijen en tekeningen. Vaak werden daarvoor de exotisch uitziende tulpen (met streepjes door de bloembladeren) ge-bruikt, omdat deze soorten het mooist werden gevonden. Wat men toen niet wist, is dat de oorzaak van deze lijntjes in de tulp eigenlijk een virus was dat het mozaïekvirus wordt genoemd. Tegenwoordig is men in staat vi-rusvrije gevlamde tulpen te kweken.

 

 

 

 

 

 

Tulpen zetten je winterdip een hak

 

Buiten is het grauw, koud en donker. Geen enkele feestdag meer in het verschiet, geen zon om je aan op te war-men en die donkere dagen hebben we nu wel al gehad. Zet de algehele malaise een hak met een spectaculair tul-penboeket vol kleur om de boel flink mee wakker te schudden.

 

 

 

 

 

 

Waar vind je tulpen in het wild?

 

Tulpen vind je in het wild in Noord-Afrika en Zuid-Europa tot aan het noordwesten van China. Met de grootste diversiteit in drie verschillende bergketens in Centraal-Azië: de Pamir, de Tiensjan en Hindoekoesj. Het klimaat is hier met koude winters, lange lentes met koude nachten en een droge zomer ideaal voor tulpen. Tulpen hebben namelijk een koude nacht en een koude winter nodig om te kunnen groeien, waardoor ze niet in een warm kli-maat gekweekt kunnen worden.

 

 

tulpen

 

.

.

Kleuren en vormen van de tulp

 

De altijd vrolijke tulp is er in het wit, rood, geel, roze, paars, oranje, groen of met meerkleurige bloemblaadjes. Ook de vormen van de tulp zijn een feestje voor het oog. Zo kom je ze tegen met een enkele of een dubbele rij bloemblaadjes, zijn er ook opvallende franje- en parkiettulpen met gekartelde bloemblaadjes en is er de speelse lelietulp. Pioentulpen lijken de zusjes van pioenen en Franse tulpen zijn, in tegenstelling tot de meeste Françaises, bijzonder lang en hebben zeer grote bloemen.

 

 

tulpen

 

 

 

Zo moet je tulpen verzorgen

 

Met deze tips geniet je tot 12 dagen van je bos tulpen.

  • Kies een schone vaas die hoog genoeg is: tulpen groeien nog een aantal centimeters door.
  • Voeg snijbloemenvoeding aan het water toe voor een langere houdbaarheid.
  • Zet de tulpen eerst een uurtje in papier of folie in de vaas. De tulpen zuigen zich dan vol met water en trekken zich als het ware recht.
  • Gebruik kraanwater op kamertemperatuur.
  • Snij de stengels schuin af met een schoon en scherp mes of een snoeischaar.
  • Zet de vaas op een koele, niet-zonnige standplaats uit de buurt van de fruitschaal.
  • Tulpen drinken veel, dus vul de vaas regelmatig bij met kraanwater.

 

 

tulpenboeket

 

 

 

Symboliek van de tulp

 

Gaf je in de zestiende eeuw een tulp, dan gaf je rijkdom. In die tijd was de bloem namelijk mateloos populair en ontstond er een speculatieve handel in tulpenbollen. Voor de prijs van één tulpenbol schafte je toen een heel grachtenpand aan in Amsterdam. Inmiddels kost een leuke bos nog maar een paar euro, maar de symboliek is wel in waarde gestegen. Geef je tulpen, dan geef je ook een boodschap. Zo betekenen rode tulpen onstuimige liefde en met zwarte tulpen zeg je: ‘Ik hou zoveel van je dat ik alles wil opofferen.’ Die geef je dus niet zomaar weg.

 

 

Tulpen

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

Gewone- en duinreigersbek : Erodium cicutarium sp. cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek met twee vlekken op kroonbladen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas).

De plant is afkomstig uit Zuidwest-Europa, het huidige verspreidingsgebied beslaat Noord-Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, Noordwest-Duitsland en Groot Brittannië. In België en Nederland komt de plant algemeen voor. De favoriete standplaats is in loofbossen en vooral in de binnenduinen, maar ook tussen stoeptegels wil de plant wel groeien.

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand. Rei-gersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast de 2 genoemde ondersoorten is er ook nog kleverige reigersbek (Erdium lebelii, geen ondersoort).

 

 

  gewone reigersbek

– scherm: 5 tot 7 bloemen

– bloem 8 tot 17 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen met vlek

– snavel tot 3,5 cm lang

  duinreigersbek

– scherm: 3 tot 5 bloemen

– bloem 8 tot 14 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen zonder vlek

– snavel tot 2,5 cm lang

  kleverige reigersbek

– scherm: 2 tot 3 bloemen

– bloem 6 tot 8 mm

– meestal wit, soms lichtroze

– 5 gelijke kroonbladen zonder vlek

– kleverig door klierharen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

Reigersbek is van de andere ooievaarsbek soorten met kleine helder roze bloemen, zoals robertskruid en zachte ooievaarsbek, te onderscheiden door het blad. Reigersbek heeft oneven dubbel veervormig samengestelde bladeren; de andere ooievaarsbek soorten hebben handvormig gelobde of 3-5 tallige bladeren.

 

 

robertskruid

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

Gewone- en duinreigersbek

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Daslook : Allium ursinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de reeds op afstand herkenbare sterke knoflookgeur en
– de (half) bolvormige witte bloeiwijze met 6-tallige bloemen

 

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Daslook is een vrij zeldzaam, teer bolgewas van bij voorkeur schaduwrijke, vochtige, vrij voedselrijke, kalk-houdende grond in loofbossen in de Lage Landen en als stinsenplant op landgoederen. In Nederland is ze wettelijk beschermd.

 

.

 

 

.

 

Bloem

 

Daslook bloeit vanaf april tot en met juni met prachtige zuiver witte bloemen, die aan het eind van een bladerloze stengel in een groot (half) bolvormig scherm bijeen staan. De bloemen zijn stervormig en hebben 6 bloemdek-bladen met spitse, iets toegeknepen top.

 

 

 

 

.

 

Blad

 

Daslook wordt 20 tot 40 cm hoog en heeft duidelijk gesteelde, parallelnervige, grondstandige bladeren.

.

 

 

.

 

Toepassingen

 

Voor de bloei kunnen jonge bladeren verwerkt worden in salades en soepen. Na de bloei zijn ze giftig. Verwar de bladeren niet met die van het giftige lelietje-van-dalen, de herfsttijloos of de gevlekte aronskelk. Alleen die van daslook ruiken naar knoflook!

Daslook wordt al eeuwenlang gewaardeerd als sterk werkend geneeskrachtig kruid. Ze heeft nagenoeg dezelfde werking als knoflook, maar is nog geneeskrachtiger. Ze bevordert de spijsvertering, heeft een preventieve werking bij aderverkalking en hoge bloeddruk en wordt bij huidziekten toegepast.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

lookfamilie (Alliaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam, ook als stinsenplant
– 20 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– enkelvoudig scherm
– 12 tot 20 mm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– grondstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits, iets toegeknepen
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– sterke knoflookgeur

Stengel
– rechtop
– kaal
– 3 kantig of halfrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

.

 

.

De eerste sprookjes door de gebroeders Grimm

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

 

“Er was eens…” een sprookjespark genaamd ‘de Efteling’ waar 15 sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld stonden in het sprookjesbos. Op 14 maart 2013 werd hier een symposium georganiseerd ter gelegenheid van 200 jaar Grimm. Het thema was ‘inzicht in sprookjes met als inspiratiebron de gebroeders Grimm en hun sprookjesboek Der kinder- und Hausmärchen’ (1812). Deze mannen drukten hun stempel op de sprookjes zoals wij die nu kennen. Want niets blijkt zo veranderlijk als een sprookje.

 

 

De heer Meyer, cultureel attaché van de Duitse Bondrepubliek, opende het woord de ontvangstzaal naast de attractie de Fata Morgana, met een prachtige sterrenhemel. Roodkapje, de wolf en Sneeuwwitje stonden klaar om de genodigde pers en sprookjesliefhebbers naar hun plaats te begeleiden.

 

.

De Efteling in Kaatsheuvel

 

.

Collectieve jeugdherinnering

 

Vervolgens nam Olaf Vugts, directeur Imagineering van de Efteling het woord. “We hebben een nieuwe paus gekregen, we krijgen een nieuwe koning en we hebben een nieuwe keizer.” Daarmee doelde hij op de weergave van een nieuw sprookje in het sprookjesbos ‘de nieuwe kleren van de keizer’.

Maar het verhaal over die keizer werd opgetekend door Hans Christian Andersen (1805-1857) in 1837, de Deense sprookjesschrijver. Vandaag waren we hier bijeen gekomen om juist die andere sprookjesvertellers te herdenken: de gebroeders Grimm.

Olaf Vugts vervolgde zijn introductie met de woorden “Wat we u verkopen is een jeugdherinnering”. Door de dag heen waren er verschillende sprekers die inspeelden op deze jeugdherinnering en zij beargumenteerden hoe sprookjes zich ontwikkelden in de loop van de 19e, 20e eeuw en 21e eeuw.

 

 

Hans Christian Andersen

.

 

 

Jonge jaren van Jacob en Wilhelm Grimm

 

 

 

 

De mannen die centraal stonden waren de zoons van advocaat Philipp Wilhelm Grimm en diens vrouw Dorothea Grimm. Jacob was de eerste zoon en werd geboren op 4 januari 1785. Wilhelm Karl Grimm zag iets meer dan een jaar later, op 24 februari 1786, het levenslicht. Al op jonge leeftijd waren de twee broers onafscheidelijk, wat ze de rest van hun leven bleven.

Beiden gingen studeren aan de universiteit van Marburg, sliepen samen op één kamer en deelden al hun boeken. Na hun afstuderen kregen Jacob en Wilhelm een betrekking in de universiteitsbibliotheek van Kassel, waar de twee zich onder andere bezighielden met het verzamelen en de bestudering van Duitse literatuur.

.

 

 

1812: Kinder- und Hausmärchen

.

Vanaf 1806 legden de broers zich toe op het verzamelen van sprookjes en sagen. Ze vergeleken verschillende varianten van de mondelinge en schriftelijk overgeleverde verhalen en publiceerden de uitkomst in 1812 onder de titel Kinder- und Hausmärchen. Het was een verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegenden. Om tot dit werk te komen moesten de gebroeders echter een paar keuzes maken.

De volksvertellingen waar zij zich op baseerden waren van oorsprong vaak harde en gruwelijke verhalen. Bijvoorbeeld het verhaal over Roodkapje dat eerder door Charles Perrault (1628-1703) was opgetekend, kende een heel ander karakter dan het verhaal dat wij heden ten dagen kennen.

Zo kwam Roodkapje in deze versie ´naakt in het bed bij de wolf liggen´, werd zij aan het einde van het verhaal ´opgegeten´ en was het moraal van dit verhaal ´dat kleine meisjes moesten oppassen voor wolven`?

 

 

..

.

 

 

Verandering in de aard van sprookjes

 

Tot aan de 19e eeuw waren sprookjes dan ook bedoeld voor volwassenen, maar met de optekening door de gebroeders Grimm verschoof de doelgroep naar kinderen en hun ouders. Tijdens het symposium werd door de sprekers duidelijk gemaakt wat de kern van de sprookjes was: volksvertellingen die meedeinen op de tred van de tijd. Zo pasten de gebroeders Grimm de sprookjes aan de 19e eeuw aan.

De kern elementen die oorspronkelijk de sprookjes sierden: seksualiteit, wreedheid en geweld, werden niet meer geschikt geacht voor tere kinderzieltjes. Zo werd de jaloerse moeder in het sprookje ‘sneeuwwitje’ door de gebroeders Grimm veranderd in een ‘stiefmoeder’, waardoor het sprookje acceptabel werd voor een breder publiek, en werd Roodkapje aan het einde van dit sprookje gered.

 

.

Roodkapje

.

.

 

Late jaren gebroeders Grimm

 

Nadat de gebroeders de Hausmärchen hadden geschreven, begonnen zij aan het opstellen van Das Deutsche Wörterbuch, een project dat pas in 1961 voltooid werd. In 1822 ontdekte Jacob de ‘Wet van Grimm’, die betrekking heeft op de eerste klankverschuiving die het Germaans onderscheid van de Proto-Indo-Europese taal.

Vanwege zijn grote rol in de bestudering van de oorsprong van de Germaanse taal en cultuur raakte Jacob verder ook betrokken bij het politieke proces van de Duitse eenwording. Zo kreeg hij in 1848 zitting in het revolutionaire Frankfurter Parlement, dat tevergeefs probeerde van Duitsland een eenheidsstaat te maken.

Wilhelm Grimm overleed op 16 december 1859, Jacob op 20 september 1863. Tegenwoordig zijn de gebroeders Grimm, naast hun politieke en taalkundige verdiensten, met name bekend door hun sprookjesboek dat zij in hun jonge jaren uitgaven.

 

 

.

.

.

 

Sprookjes van Grimm in Nederland

 

De gebroeders Grimm maakten de sprookjes dus toegankelijk voor een breder publiek. In de afgelopen 200 jaar zijn echter ook de sprookjes van Grimm sterk geëvolueerd. In de verschillende edities van Kinder- und Hausmärchen kwamen in de loop van de tijd verschillende verhalen te vervallen en werden andere verhalen toegevoegd en soms ook aangepast.

De sprookjes van Grimm verschenen in 1820 voor het eerst in Nederland onder de titel Sprookjes-Boek voor Kinderen. “Opvallend is dat de vertaalde sprookjes aanvankelijk niet succesvol waren in Nederland en dat het boek zelfs op weerstand stuitte”, vertelde literatuurwetenschapper Vanessa Joosen.

“In 1820, toen de eerste vertaling verscheen, bestond in Nederland geen sterke romantische traditie en volksliteratuur vond men nog niet interessant.” Kinderen in Nederland moesten met name ‘nuttige literatuur’ lezen over de werkelijkheid, en de toch nog gruwelijke sprookjes, die zich afspeelden in de fantasiewereld, pasten niet in dit opvoedingsbeeld.

 

.

.

.

 

Roodkapje

 

.

.

Opleving van sprookjes aan het einde van de 19e eeuw

 

De sprookjes die voor deze eerste Nederlandse uitgave waren geselecteerd bevatten van de moderne populaire sprookjes als Roodkapje, Sneeuwwitje en de Kikkerkoning, slechts één variant. Aan deze romantische vertellingen werd voorbijgegaan ten gunste van tegenwoordig minder populaire en harde verhalen, en de vertaling was slecht, waardoor de sprookjes lange tijd geen populariteit in Nederland genoten.

Hier kwam pas verandering in nadat er een bundel van Hans Christian Andersen in Nederland werd gepubliceerd, die volgens Joosen ‘minder grove en boerse vertellingen en juist meer romantische sprookjes dan de eerste Nederlandse publicatie van Grimm bevatte’. Een nieuwe bundel van de gebroeders Grimm werd uitgebracht en eind 19e eeuw kenden de sprookjes ook in Nederland een opleving.

 

 

.

.

 

Sprookjes begin 20e eeuw

 

Sprookjes maakten in de eerste helft van de 20e eeuw een ware revolutie door, onder andere in de eerste film van Disney in 1937: Snow White and the seven dwarfs, waarin de dwergen voor het eerst namen kregen en Sneeuwwitje de rol als moeder en huisvrouw op zich nam. In Nederland wordt de opleving van sprookjes nog het beste verbeeld in de totstandkoming van de Efteling.

In de jaren ’30 van de 20e eeuw werd ten zuiden van Kaatsheuvel een sportpark aangelegd. In 1950 richtten de burgemeester van gemeente Loon op Zand, kunstenaar Anton Pieck en cineast Peter Reijnders de Stichting Natuurpark de Efteling op. Anton Pieck tekende de ontwerpen en Peter Reijnders bracht deze technisch tot leven. De doelgroep van deze verbeelding van de sprookjes werd eens te meer ‘het kind en de ouder’.

 

.

Anton Pieck

 

 

 

Disney : Snow White and the seven dwarfs

.

.

 

Sprookjes in de Efteling

 

De Efteling opende haar deuren op 31 mei 1952, destijds als speeltuin met een Sprookjestuin. Bij de opening waren er tien sprookjes te vinden, waaronder het Kasteel van Doornroosje, Langnek, de Put van Vrouw Holle, de grot van Sneeuwwitje en de Kikkerkoning. Al snel kwamen daar nieuwe sprookjes bij, zoals Hans en Grietje (1955) en Roodkapje (1960).

Sinds de oprichting heeft de Efteling tal van sprookjes in kleur, klank en beweging een plekje in het park gegeven. Inmiddels staan 15 sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld in het Sprookjesbos van de 28 verbeeldde sprookjes.

 

 

De Efteling in Kaatsheuvel

.

.

 

Roodkapje in de Efteling

.

.

.

21e eeuw: de prinses weet wat ze wil

 

Vanessa Joosen is van mening dat de sprookjes in de loop van de 20e eeuw steeds meer verkleuterden om de tere kinderzieltjes te sparen. Wat uit deze dag in ieder geval duidelijk werd is dat sprookjes een spiegel zijn van de moderne maatschappij, verweven in de eeuwenoude verhalen. In de 21e eeuw kenden de sprookjes opnieuw een opleving.

Deze keer in het grote aantal speelfilms en series met het sprookje als uitgangspunt. Voorbeelden hiervan zijn: Red riding hood, Snowwhite and the Huntsman, Mirror Mirror, Shrek, Ever After, Tangled (Rapunzel) en Hansel and Gretel: Witch Hunters.

Theo Meder, onderzoeker bij het Meertens Instituut, beargumenteerde dat ‘de oude motieven van ‘seksualiteit en geweld’ die in de 18e eeuw nog verweven zaten in de sprookjes nu weer terug zijn gekomen’. Sprookjes worden hierdoor weer aanlokkelijk voor jongvolwassenen.

Daarnaast ziet hij de moderne maatschappij doorschemeren in een nieuw fenomeen: de prinses als daadkrachtig en heldhaftig personage, die goed voor zichzelf kan zorgen.

.

.

Grimm sprookjes – Efteling

.

 

..

200 jaar Grimm

.

De sprookjes van Grimm behoren inmiddels tot het werelderfgoed en zijn in meer dan 170 talen vertaald. Ter gelegenheid van de belangrijke rol van de gebroeders Grimm werd op 14 maart 2013 een beeldje van Jacob en Wilhelm Grimm in het sprookjesbos onthuld. “Als symbolische ode aan de inspanning die de Efteling al 60 jaar aan de dag legt om het cultuurerfgoed sprookjes levend te houden”.

De sculptuur is een blijk van waardering van de Deutsche Grimmgesellschaft, een internationale, wetenschappelijke vereniging die de nalatenschap van de gebroeders Grimm beheert, en is mede mogelijk gemaakt door de steun van Grimm Heimat NordHessen.

.

 

onthullingsbeeldje

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De geschiedenis van de kledij deel 3: 16e eeuw tot 19e eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

       Kleding in de 2e helft van de 16e eeuw

 

Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.

Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.

Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.

 

 

 

 

 

 

 

Barok

 

De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.

In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw

 

In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.

De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.

Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw in Nederland

 

De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.

 

 

 

 

 

 

 

vrouw

 

Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft van de 17e eeuw

 

Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.

De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.

De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.

Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft 17e eeuw in Nederland

 

Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.

 

 

Man

 

De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.

De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook  gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.

 

 

 

 

 

 

 

Rococo

 

In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV  interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.

De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18e eeuw : Rococo 1750-1780

 

 

vrouw

 

Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kindermode

 

Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

          18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800

 

De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

       19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )

 

Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.

Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.

Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.

 

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.

 

 

 

 

 

 

 

  De 19e eeuw

 

Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.

Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romantiek (1830-1860)

 

Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.

 

 

 

vrouw

 

De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders  en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.

Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt  pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

man

 

Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fin-de-siècle

 

Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen.  Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.

De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was  dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.

Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.

 

 

 

man en vrouw

 

 

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

 

man

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Yucca of de palmlelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

De Yucca komt van oorsprong uit Midden-Amerika. De Yucca, in Nederland ook wel Palmlelie genaamd, komt uit de plantenfamilie: Asparagaceae.

 

 

 

yucca-elephantipes-cane

 

 

 

 

Yucca onderhoud

 

Water geven

 

De Yukka houdt niet van veel water. Vooral gedurende de winter is het van belang de grond op te laten drogen alvorens de kamerplant opnieuw water krijgt. Een aantal weken zonder water is geen probleem. In de lente en zomer zal de Yucca meer water nodig hebben, vooral tijdens warme dagen. Wanneer de bovenste grondlaag droog begint te worden mag je opnieuw water geven. Teveel water kan leiden tot wortelrot. Ook kan de stam onderaan zacht worden door te veel water.

Bij twijfel is het daarom verstandig om beter iets minder water te geven. De hoeveelheid water is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte en lichtintensiteit. Er mag absoluut geen laagje water onderin de pot komen te staan, de grond moet al het vocht kunnen absorberen. Voelt de grond na een week nog steeds vochtig, dan is het raadzaam om minder water per gietbeurt te geven.

 

 

 

Sproeien

 

De Yucca sproeien is niet noodzakelijk. Droge lucht is voor deze kamerplant geen probleem. Sproeien helpt wel om stof te verwijderen. Een regenbuitje in de zomer werkt tevens preventief tegen ziekten.

 

 

 

 

 

 

Standplaats

 

Een Yucca mag op een lichte standplaats staan. De bladeren blijven mooi hard bij voldoende licht. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Yucca wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Geleidelijk kan de Yucca dichterbij het raam komen te staan. In de zomer kan de plant ook buiten komen te staan, maar vermijd dan wel de middag zon.

De Yucca wenst minimaal 5 uur direct zonlicht per dag. Plaats de palmlelie daarom 2-3 meter voor een raam op het zuiden, of 3-4 meter voor een raam op het oosten/westen. Direct voor een raam op het noorden is eventueel ook mogelijk.

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 10 °C

 

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Yuka het beste verpotten direct na aanschaf, of in de lente. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit eens per 3 jaar. Bij oudere planten is alleen de bovenste grondlaag vervangen voldoende. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hierbij normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem.

Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en zal gaan rotten. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creëert een grotere waterbuffer, omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Yucca verbruikt weinig voeding. Gebruik de helft van de dosering die staat aangegeven op de verpakking van vloeibare voeding voor groene kamerplanten. Bemest een Yucca alleen in de lente en de zomer. ’s Winters bemesten kan schadelijk zijn.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Gele bladeren bij een Yucca zijn vaak het gevolg van te veel water. Bruine bladeren kunnen duiden op verbran- ding. Plaats in dit geval de plant een meter verder van het raam.

 

 

 

Snoeien

 

De onderste bladeren kunnen afsterven, dit is geen probleem want bovenin worden nieuwe verse bladeren aangemaakt. Trek deze bladeren naar beneden om ze te verwijderen. Te lange stammen zijn met een zaagje in te korten. Hier zijn verder geen speciale benodigdheden voor nodig.

 

 

 

Vermeerderen

 

Afgezaagde uitlopers zijn in een licht vochtige grond te stekken. Doe dit bij voorkeur in de lente bij een tempe- ratuur van ongeveer 22 graden.

 

 

 

Bloemen

 

Een bloeiende Yucca in de woonkamer is zeldzaam in Nederland. Na de bloei maakt de Yucca vaak nieuwe scheuten. De bloemen zijn groot en worden in sommige landen gekookt.

 

 

 

 

 

 

Giftig?

 

De Yucca is giftig. Pas op bij dieren en kinderen.

 

 

 

Ziektes

 

Controleer een kamerplant en dus ook de Yucca regelmatig op luis. Hoe eerder deze wordt waargenomen hoe groter de kans op bestrijding. Kijk hierbij vooral onder en tussen het blad. Spint zal je niet snel aantreffen bij een Yucca.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Copal / barnsteen of amber

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Barsteen, ook wel amber genoemd, is een fossiel hars van vele jaren oud. Copal is een jonge barnsteen variant. Barnsteen is meestal geel tot roodbruin van kleur maar kan ook groen, blauw en zwart zijn. De steen is doorschijnend tot opaak. Barnsteen is licht en breekbaar en kan makkelijk verward worden met kunststof. Er zijn verschillende manieren om barnsteen van kunststof te onderscheiden. Barnsteen smelt als er een lucifer bij gehouden wordt, het blijft drijven in een verzadigde zoutoplossing en het licht op onder een UV lamp. Kopal wordt vanouds gebruikt bij de bereiding van vernissen en lakken, en bovendien als ingrediënt van wierook.

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

.

Amber is afgeleid van het Arabische woord anbar = ambergrijs.

 

 

 

.

.

.

Vindplaats

.

 

De belangrijkste vindplaats van barnsteen is het Oostzeegebied. Daarnaast kan men de fossiele hars ook vinden in o.a. Denemarken, Dominicaanse republiek, Nederland, Syrië, Libanon, Thailand, Vietnam, Canada, de VS en Duitsland.

 

 

 

 

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

 

samenstelling: bestaat uit de elementen C, O, H, en S

hardheid: 2-2,5

dichtheid: 1-1,1