Tagarchief: smart

Theresa van Avilla

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Theresa (ook Theresiavan Avila, Spanje; mystica & kerklerares; † 1582.

Feest 15 oktober.

 

 

Theresa van Avila werd op 28 maart 1515 geboren als dochter van een Spaans edelman. Zij groeide uit tot een knap en ijdel meisje. Zonder veel enthousiasme trad ze toe tot de orde der karmelietessen.

Na ongeveer 20 jaar kreeg ze visioenen waarin ze het lijden van Jezus Christus zo intens mee beleefde dat ze besloot ogenblikkelijk haar leven te veranderen en zich geheel in dienst van God te stellen. Ze oefende zich in stil-zijn en bidden. Ze kon zo verzonken zijn in Gods aanwezigheid dat ze in extase raakte en visioenen zag. Toch werd ze niet levensvreemd. Zelf schrijft ze: “De liefde tot God bestaat niet uit tranen en dierbare gevoelens, maar dat men God dient in gerechtigheid en deemoed.”

Theresa had een actieve natuur en zij gebruikte haar verhouding tot God als een bron voor goede werken. Zij hervormde de orde der karmelietessen ondanks enorme tegenstand en stichtte meer dan 30 nieuwe kloosters die ze met haar groot organisatietalent leidde.

Ze schreef verschillende boeken die voor de theologie zo belangrijk zijn dat zij in 1970 werd benoemd tot kerkleraar. Haar boek ‘Het kasteel der ziel’ leert de lezer bidden op eenvoudige en tegelijk diepzinnige manier. Elke nieuwe ontwikkeling in het gebedsleven wordt voorgesteld als een kamer in een kasteel: overbodig te zeggen dat men tenslotte uitkomt in de schatkamer, waar God woont en daar de bidder met liefde opwacht en ontvangt.

Enkele beroemde uitspraken van haar zijn: “Als je danst, dans dan; als je bidt, bid dan.” Zo was ze eens uitgenodigd bij de rijke weldoener Miguel de Marabès. Bij het eten werd er patrijs opgediend, toen ook al een uiterst verfijnde en luxueuze spijs. Eén van de dienstmeisjes had al de hele tijd moeder Theresa in de gaten gehouden. Nu kon ze zich niet langer bedwingen en zei met iets van afkeuring in haar stem: “Goh, dat een kloostervrouw als u mee-eet van zo’n rijke schotel!” Waarop Theresa antwoordde: “Luister, mijn kind: als men u patrijs voorzet, eet dan patrijs; en als het de tijd van vasten is, houd je dan aan de vasten.”

Eens was ze onderweg met de Heilige Johannes van het Kruis († 1591; feest 14 december), een uiterst sobere monnik, die een scherp oog had voor de tekortkomingen van de mensen en daar ook veel onder leed. Bij het eten werden hun overheerlijke druiven voorgezet. Vader Johannes riep uit: “Als je denkt aan het komende oordeel Gods, zou je er geen één meer door je keel kunnen krijgen.” Waarop Theresa antwoordde: “Dat mag zo zijn, vader Johannes, maar als je denkt aan Gods goedheid, zou je er altijd wel van willen blijven eten!”

Theresa was een uitgesproken aardige vrouw, vrolijk, vriendelijk, open en betrouwbaar. Een verhaal vertelt hoe zij eens per kar op weg was naar een nieuwe kloosterstichting. Het weer was slecht en het pad dat langs een riviertje liep, was een modderpoel geworden. Moeizaam kwam de kar vooruit. Tenslotte bleef ze steken en kantelde. Theresa kwam met bagage en al in het water en de modder terecht. Zij zou toen een stem uit de hemel hebben gehoord: “Zo doet God met al zijn vrienden” (om hun geloof en hart op de proef te stellen?). Theresa had haar antwoord onmiddellijk klaar: “Daarom hebt u er ook zo weinig!”

Andere markante uitspraken van haar: “De mogelijkheid om te bidden onderscheidt een mens van een dier.” Of: “Slechts door genade is het mogelijk om met God te spreken.” Toen een edelman haar eens vol bewondering zei dat hij in haar een groot heilige zag, moet ze geantwoord hebben: ‘Maar u houdt uw mond erover. Want u weet net hoe dat gaat als ze je een groot heilige vinden. Ze gaan wel met je botten slepen, maar ze hebben geen enkele boodschap aan wat je ze voorhoudt.’

Theresa stierf in de nacht van 4 op 15 oktober van het jaar 1582, precies de nacht dat de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII († 1585) werd doorgevoerd en er tien dagen werden overgeslagen.

 

 

.

.

.

Verering & Cultuur

 

Zij is onder meer geportretteerd door Rubens, Velasquez en Murillo, meestal als karmelietes in bruin habijt met witte mantel en zwarte sluier. Ze heeft soms een duif boven haar hoofd (symbool van de Heilige Geest); soms een gesel in de hand (om boete te doen) of ook een brandend hart (symbool van liefde).

Haar voorspraak wordt gevraagd bij geestelijke nood, voor een vruchtbaar gebedsleven, bij hartziekten en hoofdpijn.

Zij wordt ‘De Grote Teresia’ genoemd om haar te onderscheiden van ‘De Kleine Theresia” (= Theresia van het Kindje Jezus van Lisieux: † 1897; feest 1 oktober).

 

 

.

Verborgen Geloof en Mystieke Gebedservaring

 

 

Theresa in extase ( Bernini )

 

 

Bernini’s beeld van Theresa’s extase bevindt zich in een zijkapel van de karmelietenkerk Santa Maria della Victoria in Rome. Zonnestralen vallen vanuit een gouden hemel. Met die zonnestralen is een engel afgedaald die met brede glimlach op Theresa neerziet. Het gewaad om zijn benen drukt dynamiek uit. In de rechterhand heeft hij een lange pijl of speer die hij richt op haar hart. De heilige is afgebeeld in volledige overgave, de hand slap langs haar zij, de mond half open.

Haar kloosterkleed is een en al beweging. Prachtig contrast. Wat zich van binnen bij haar afspeelt laat zich aflezen aan de werveling van haar kleed. Het beeld is een illustratie bij een fragment uit Theresa’s Autobiografie. Zij schrijft over zichzelf in de derde persoon, en vertelt hoe de aanwezigheid van de Heer in de stilte van haar gebed een mengeling is van vreugde en intensieve smart tegelijk:

 

‘De pijn doet haar lichaam ineen krimpen. Zij kan noch voeten noch armen bewegen, ja zo zij staat, voelt zij zich als een zak ter aarde zinken, zij kan zelfs niet ademhalen en slaakt slechts enige zuchten, geen zware zuchten, daartoe is zij niet bij machte; zij voelt dat zij zucht.

De Heer wilde dat ik hierbij enige malen het volgende visioen aanschouwde. Ik zag vlak bij mijn linkerzijde een engel en, hetgeen ik anders niet dan bij hoge uitzondering pleegde te doen, ik zag hem onder een lichamelijke gestalte. Ofschoon mij dikwijls engelen verschenen, geschiedde dit altijd, zonder dat ik hen zag, doch steeds in een visioen, zoals ik al eerder beschreef. De Heer wilde dat ik dit visioen op de volgende wijze zag.

De engel was niet groot, eer klein. Hij was zeer schoon en zijn gelaat straalde van zoveel licht, dat hij scheen te behoren tot de hogere engelen, die geheel in vuur ontstoken schijnen. Zij moeten behoren tot hen die men Cherubijnen noemt, doch zij zeiden mij hun naam niet. Duidelijk echter zie ik dat er in de hemel tussen de verschillende engelen en tussen dezelfde engelen onder elkander zulk een groot onderscheid is dat ik het niet zou kunnen uitdrukken.

Ik zag dan, hoe de engel in zijn handen een brede gouden speer droeg, welke boven aan de punt een weinig vuur scheen te houden. Deze scheen hij mij enige malen door het hart te stoten, zodat hij tot in mijn ingewanden doordrong. Toen hij ze terugtrok, was het, of zij mijn ingewanden meenam en mij geheel ontvlamd in vurige liefde tot God achterliet. De pijn was zo hevig, dat zij mij zuchten deed slaken, als ik boven heb beschreven.

De zoetheid echter, waarvan die allerhevigste pijn mij vervulde, was zo buitengewoon groot dat men niet verlangen kan van die pijn verlost te worden noch de ziel bevrediging kan vinden in iets dat God niet is. Het is geen lichamelijke, maar geestelijke pijn, ofschoon het lichaam niet nalaat er enigermate of zelfs in hoge mate in te delen. Het is een verkering tussen de ziel en God, zo zoet dat ik zijne Goedheid smeek die zoetheid te doen smaken aan al wie menen mocht dat ik onwaarheid spreek.’

 

Twee opmerkingen. In tegenstelling tot de tekst plaatst Bernini de engel aan Theresa’s rechterzijde. Theresa’s biechtvader verbeterde de opmerking over de cherubijnen: hij vond het juister daar te spreken van serafs.

Theresa schreef dit fragment enkele jaren na het gebeuren zelf. Haar zogeheten Autobiografie wordt gedateerd uiterlijk 1566. Het is niet een levensbeschrijving in de gebruikelijke zin van het woord. Veeleer een beschrijving van haar gebedsleven, op papier gezet op uitdrukkelijk verzoek van haar biechtvader. Zelf zou zij nooit op de gedachte zijn gekomen om met zulke intimiteiten naar buiten te treden. Maar hij meende dat haar gebedservaringen voor vele bidders dienstig zouden kunnen zijn. En hij was niet de enige in zijn tijd. Zij blijft lang stilstaan bij de verschillende stadia die haar gebedsleven doormaakte en wordt al doende een gids voor ieder die vergelijkbare ervaringen ontvangt. Uiteindelijk is het een oproep om nooit het inwendig gebed achterwege te laten.

In die zin kan men terecht spreken van ‘Verborgen Geloof’. Gebedservaringen behoren tot de intimiteit van het persoonlijke leven. Maar zij zijn niet het uiteindelijke doel van het Godgewijde leven. Immers de een krijgt ze wel, de ander niet, of op geheel andere wijze. Neen, het inwendig gebed heeft – in ieder geval bij Theresa- een apostolische bedoeling. Herhaaldelijk benadrukt zij dat predikanten en geloofsverkondigers mensen van gebed zouden moeten zijn.

Maar de zusters in de door haar gestichte of hervormde slotkloosters drukt ze op het hart te bidden voor de verspreiding van Christus’ goedheid over de hele wereld. Als Spaanse uit de 16e eeuw, die zo getekend wordt door ridderlijke strijd en oorlogvoering, vergelijkt ze dat met goede strategie. Je kunt de vijand het beste bestrijden door je in een hechte versterking terug te trekken en van daaruit uitvallen te doen. Die hechte versterking is het inwendige gebedsleven. Hoe verlangde zijzelf ernaar in de Nieuwe Wereld aan de overkant van de oceaan zielen voor Christus te winnen, al was het er maar één.

Net zoals zij ernaar verlangt zielen van Reformatoren op de – in haar ogen ware manier – tot Christus terug te brengen. Voorbeeld bij uitstek is voor haar het verhaal van de Samaritaanse vrouw in gesprek met Christus (Johannes 4). Gevoed en verlicht door dat gesprek wordt die vrouw geloofsverkondiger, en weet de mensen uit haar omgeving tot Christus te brengen. Dat is des te verrassender, omdat in de ogen van Theresa die vrouw zondares was en niet of nauwelijks deel uitmaakte van haar gemeenschap.

Dat leest ze af uit het feit dat de Samaritaanse in haar eentje midden op de dag water komt putten. Ook Theresa ziet zichzelf als zondares, zeker in het licht van de aanwezigheid van de Heer. Overdreven? Wellicht in onze ogen, maar zijzelf heeft er een prachtige vergelijking voor: ‘In een vertrek waar de zon volop doorheen schijnt, worden alle spinnenwebben zichtbaar.’ Haar extases zijn niet verdiend, maar puur genade.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Advertenties

God heeft nooit berouw van zijn daden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer God alles van tevoren weet, hoe moet men dan die verzen zien

waarin staat dat het ‘God berouwde’ dat Hij dit of dat gedaan had?

 

 

 

 

Het Hebreeuwse woord waar het hier om gaat, is nacham. Het komt bijna 100 maal voor in het OT en wordt ruim 30 maal vertaald met iets als ‘berouw’ of ‘berouwen’ en ruim 60 maal met iets als ‘troost’ of ‘troosten’. Opvallend is echter dat het in het eerste geval meestal over God gaat, en in het tweede geval meestal over mensen. Alsof God wel berouw zou kennen, maar mensen niet.

 

 

De grondbetekenissen van het Hebreeuwse woord zijn:

 

• van gedachten veranderen

• betreuren

Daar van afgeleide betekenissen zijn :

• er nu anders over denken, er bij nader inzien twijfels over hebben

• spijt of berouw hebben

• smart, lijden

• medelijden hebben of tonen

• troosten, bemoedigen

 

 

Naar onze mening heeft het woord ‘berouw’ in de meeste gevallen dan ook een veel te sterke morele betekenis. Een goed voorbeeld vinden we in Exodus 13:17: “God leidde het volk niet op de weg naar het land der Filistijnen, hoewel deze de naaste was; want God zeide: Het volk mocht eens berouw krijgen, wanneer zij in strijd gewikkeld werden, en naar Egypte terugkeren”.

Het gaat hier niet om een morele inkeer. God overweegt dat, als het volk meteen tegen moeilijkheden aanloopt, het die hele uittocht ineens niet meer zo zal zien zitten. Zij zouden op slag last krijgen van koudwatervrees en maar liever weer willen omkeren. Dit is duidelijk ‘van gedachten veranderen’, ‘er, bij nader inzien, twijfels over gaan hebben’.

Iets meer morele lading lijkt het woord te hebben bij Jeremia: “Ik God heb Efraïm horen klagen: Gij hebt mij getuchtigd … bekeer (shub) mij, dan zal ik mij bekeren (shub), want Gij, Here, zijt mijn God. Want nadat ik tot inkeer (shub) ben gekomen, heb ik berouw (nacham) gekregen” (Jer. 31:18-19). We zien hier dat inkeer en berouw niet identiek zijn, want het eerste gaat vooraf aan het tweede.

Dat woord shub betekent ‘omkering’. Letterlijk staat er dus niet meer dan: ‘Doe mij omkeren, dan zal ik mij omkeren, want nadat U mij hebt doen omkeren ben ik een nieuwe weg ingeslagen. Het is dus in de grond een heel letterlijk beeld. Zij gaan de verkeerde weg en vragen God hen op de goede weg te leiden.

Pas wanneer wij dat toepassen krijgt het een morele component. In het geval van God is het nog zwakker bedoeld. God komt zeker niet tot een vorm van morele inkeer, maar het kan zelfs niet zo zijn dat God van gedachten verandert omdat het Hem zou zijn tegengevallen. Wat we zien is dat God ons lessen wil leren, en dat Hij daarom, in Zijn omgang met de mens, allerlei wijzen van aanpak uitvoert.

Let op, God weet altijd wat het resultaat zal zijn, maar Hij wil de mens leren en overtuigen dat alleen Zijn oplossing werkt. Het woord nacham vertelt ons in zulke gevallen dat God ‘besluit’ dat het zo wel genoeg is, en dat de tijd gekomen is voor de volgende fase van Zijn plan, namelijk een nieuwe weg inslaan.

Wanneer we het gebruik van het woord nacham in verband met God nagaan, blijkt dat het steeds te maken heeft met het bereiken van een keerpunt, een nieuwe richting in slaan. Het is dus alleen maar het feit dat de vertalers, het woord ‘berouw’ gekozen hebben, dat ons op het verkeerde been zet. Dit woord ‘berouw’ heeft in onze taal veel te veel morele lading, wat het in het Hebreeuws zelden heeft.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Boodschap 8 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

vreugde+en+smart

 

WIJ KIEZEN

 

 

ONZE VREUGDE EN ONZE SMART

 

 

LANG VOOR WE ZE BELEVEN.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

             

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

1 Thimotheüs 6 ; 10 de wortel van alle kwaad is geldzucht

Standaard

categorie : religie

 

 

.

money

.

 

 

De rijke man : Lucas 16: 19 – 31

 

Nu was er een rijk mens, en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven.

En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart.

En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers,opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn.

Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen.

* Lazarus komt op een plek terecht na zijn dood waar hij troost vindt 

* De rijke man komt na zijn dood terecht in Hades, een plek vol van pijnen

* Slechts een kloof scheidt de twee plekken van elkaar, zij kunnen zelfs met elkaar communiceren

* Het is onmogelijk om van de ene kant van de kloof naar de andere kant over te komen

* Al zou een dode terug komen om de ongelovigen te overtuigen zich te bekeren, dan zouden zij het niet doen

.

Op de inhoud van Lucas 16:19-31 ingaan is niet nodig want de tekst spreekt voor zich zelf, alleen de verzen 30 en 31 zeggen ons iets heel belangrijks want daar hebben wij in onze dagen ook nog steeds mee te maken. De rijke man wilde dat Lazarus naar zijn familie ging om hen te waarschuwen maar Abraham zei dat ook dat niet zou helpen, ze zouden zich niet bekeren.

.

 

Sinds de opstanding van Christus Jezus is er wél iemand geweest die in de dood was en weer opstond, Christus Zelf, en ook Hem geloofde de mensheid niet.

.

De mensheid heeft geen excuus want Hij heeft er voor gezorgd dat alles is na te lezen in Zijn brief, het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er ettelijke getuigen geweest die Hem in levende lijve hebben gezien na Zijn opstanding vanuit de doden. De weinige mensen die wel geloven dat Hij opstond en de Weg naar het eeuwige leven is zijn later misleid door mensen die in hun zucht naar geld en macht een valse weg hebben gewezen. Het begon al vlak na Zijn hemelvaart dat mensen uit eigen belang wilden handelen en kwanselen met het reddende Evangelie en de uitingen daarvan.

.

.

De aanbidding van de Mammon, de geldduivel

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

.

Wat staat er precies in 1 Timotheüs 6 :10 ?

.

De Bijbeltekst luidt: ‘Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad’. Het gaat niet om het geld op zich, maar om de geldzucht. Terloops zij opgemerkt, dat er in het Grieks voor kwaad geen lidwoord staat. Dat houdt in, dat de vertaling ‘wortel van alle kwaad’ juister zou zijn omdat er dan ruimte gelaten wordt voor de gedachte dat er meer wortels van kwaad zijn. De geldzucht wordt echter daardoor gekarakteriseerd dat er alle vormen van kwaad uit kunnen voortkomen, zoals leugen, bedrog, geweld, seksuele uitbuiting. Maar dit terzijde; de Schrift spreekt over de geldzucht als bron van alle kwaad.

.

.

Hunkeren naar rijkdom in het boek Spreuken

 

Over die geldzucht maakt het Spreukenboek een paar rake opmerkingen, die we wel ter harte mogen nemen. We lezen er bijvoorbeeld deze waarschuwing in:‘Tob u niet af voor rijkdom… want plotseling maakt hij zich vleugels’. Als je meent het bezit in handen te hebben, glipt het je tussen de vingers door. Soms verwerft iemand zich in korte tijd rijkdom.

Hij heeft het geld echt in handen, maar dan komt daarna de tegenslag en verliest men zijn bezit. Of men gooit het geld in een leven van verkwisting over de balk. Wij kennen het gezegde: ‘Zo gewonnen, zo geronnen’ Een andere waarschuwing, nog ernstiger van aard, lezen we in Spr.28:20: ‘Maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’.

Het staat er niet met zoveel woorden, maar hier is kennelijk bedoeld dat men op oneerlijke wijze geld probeert te verwerven. De persoon die naar rijkdom jaagt, wordt in dit vers namelijk gecontrasteerd met ‘een betrouwbaar man’. Het hunkeren naar rijkdom gaat immers veelal gepaard met het gebruik van oneerlijke middelen om rijk te worden.

 

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De 2de negentien van Bachbloesem : Sweet Chestnut

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

1k0

 

 

 

Sweet Chestnut (Tamme Kastanje)

Castanea sativa

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

 

bach-flower-remedie-30-sweet-chestnut-tamme-kastanje-20ml

 

 

 

Indicatie

 

Voor  momenten die bij sommige mensen kunnen overkomen, wanneer de smart zo groot wordt dat het lijkt alsof het niet meer vol te houden is.

 

 

 

Affirmatie

 

Wanneer in de donkerste uren welslagen haast onmogelijk lijkt, zouden we ons juist moeten herinneren dat God’s kinderen nooit bang hoeven te zijn. Onze Zielen kunnen ons slechts taken geven die we ook kunnen uitvoeren. Door onze eigen moed en vertrouwen in de Goddelijkheid die in ons is, komt de overwinning toe aan ieder die zich daarvoor blijft inspannen.

 

 

 

Habitat

 

Tamme Kastanje heeft een voorkeur voor een lichte en goed afwaterende bodem (vooral zand) maar kan de meeste condities verdragen, behalve kalk.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor tijden van vreselijke smart en wanhoop, wanneer we aan de uiterste grenzen van ons uithoudingsvermogen zijn, er lijkt geen licht of hoop meer op de wereld, geen ander vooruitzicht dan vernietigd en weggevaagd te worden, totale verlatenheid, zelfs bidden kan niet meer, de ‘donkere nacht van de ziel’.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria