Tagarchief: vrienden

Theresa van Avilla

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Theresa (ook Theresiavan Avila, Spanje; mystica & kerklerares; † 1582.

Feest 15 oktober.

 

 

Theresa van Avila werd op 28 maart 1515 geboren als dochter van een Spaans edelman. Zij groeide uit tot een knap en ijdel meisje. Zonder veel enthousiasme trad ze toe tot de orde der karmelietessen.

Na ongeveer 20 jaar kreeg ze visioenen waarin ze het lijden van Jezus Christus zo intens mee beleefde dat ze besloot ogenblikkelijk haar leven te veranderen en zich geheel in dienst van God te stellen. Ze oefende zich in stil-zijn en bidden. Ze kon zo verzonken zijn in Gods aanwezigheid dat ze in extase raakte en visioenen zag. Toch werd ze niet levensvreemd. Zelf schrijft ze: “De liefde tot God bestaat niet uit tranen en dierbare gevoelens, maar dat men God dient in gerechtigheid en deemoed.”

Theresa had een actieve natuur en zij gebruikte haar verhouding tot God als een bron voor goede werken. Zij hervormde de orde der karmelietessen ondanks enorme tegenstand en stichtte meer dan 30 nieuwe kloosters die ze met haar groot organisatietalent leidde.

Ze schreef verschillende boeken die voor de theologie zo belangrijk zijn dat zij in 1970 werd benoemd tot kerkleraar. Haar boek ‘Het kasteel der ziel’ leert de lezer bidden op eenvoudige en tegelijk diepzinnige manier. Elke nieuwe ontwikkeling in het gebedsleven wordt voorgesteld als een kamer in een kasteel: overbodig te zeggen dat men tenslotte uitkomt in de schatkamer, waar God woont en daar de bidder met liefde opwacht en ontvangt.

Enkele beroemde uitspraken van haar zijn: “Als je danst, dans dan; als je bidt, bid dan.” Zo was ze eens uitgenodigd bij de rijke weldoener Miguel de Marabès. Bij het eten werd er patrijs opgediend, toen ook al een uiterst verfijnde en luxueuze spijs. Eén van de dienstmeisjes had al de hele tijd moeder Theresa in de gaten gehouden. Nu kon ze zich niet langer bedwingen en zei met iets van afkeuring in haar stem: “Goh, dat een kloostervrouw als u mee-eet van zo’n rijke schotel!” Waarop Theresa antwoordde: “Luister, mijn kind: als men u patrijs voorzet, eet dan patrijs; en als het de tijd van vasten is, houd je dan aan de vasten.”

Eens was ze onderweg met de Heilige Johannes van het Kruis († 1591; feest 14 december), een uiterst sobere monnik, die een scherp oog had voor de tekortkomingen van de mensen en daar ook veel onder leed. Bij het eten werden hun overheerlijke druiven voorgezet. Vader Johannes riep uit: “Als je denkt aan het komende oordeel Gods, zou je er geen één meer door je keel kunnen krijgen.” Waarop Theresa antwoordde: “Dat mag zo zijn, vader Johannes, maar als je denkt aan Gods goedheid, zou je er altijd wel van willen blijven eten!”

Theresa was een uitgesproken aardige vrouw, vrolijk, vriendelijk, open en betrouwbaar. Een verhaal vertelt hoe zij eens per kar op weg was naar een nieuwe kloosterstichting. Het weer was slecht en het pad dat langs een riviertje liep, was een modderpoel geworden. Moeizaam kwam de kar vooruit. Tenslotte bleef ze steken en kantelde. Theresa kwam met bagage en al in het water en de modder terecht. Zij zou toen een stem uit de hemel hebben gehoord: “Zo doet God met al zijn vrienden” (om hun geloof en hart op de proef te stellen?). Theresa had haar antwoord onmiddellijk klaar: “Daarom hebt u er ook zo weinig!”

Andere markante uitspraken van haar: “De mogelijkheid om te bidden onderscheidt een mens van een dier.” Of: “Slechts door genade is het mogelijk om met God te spreken.” Toen een edelman haar eens vol bewondering zei dat hij in haar een groot heilige zag, moet ze geantwoord hebben: ‘Maar u houdt uw mond erover. Want u weet net hoe dat gaat als ze je een groot heilige vinden. Ze gaan wel met je botten slepen, maar ze hebben geen enkele boodschap aan wat je ze voorhoudt.’

Theresa stierf in de nacht van 4 op 15 oktober van het jaar 1582, precies de nacht dat de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII († 1585) werd doorgevoerd en er tien dagen werden overgeslagen.

 

 

.

.

.

Verering & Cultuur

 

Zij is onder meer geportretteerd door Rubens, Velasquez en Murillo, meestal als karmelietes in bruin habijt met witte mantel en zwarte sluier. Ze heeft soms een duif boven haar hoofd (symbool van de Heilige Geest); soms een gesel in de hand (om boete te doen) of ook een brandend hart (symbool van liefde).

Haar voorspraak wordt gevraagd bij geestelijke nood, voor een vruchtbaar gebedsleven, bij hartziekten en hoofdpijn.

Zij wordt ‘De Grote Teresia’ genoemd om haar te onderscheiden van ‘De Kleine Theresia” (= Theresia van het Kindje Jezus van Lisieux: † 1897; feest 1 oktober).

 

 

.

Verborgen Geloof en Mystieke Gebedservaring

 

 

Theresa in extase ( Bernini )

 

 

Bernini’s beeld van Theresa’s extase bevindt zich in een zijkapel van de karmelietenkerk Santa Maria della Victoria in Rome. Zonnestralen vallen vanuit een gouden hemel. Met die zonnestralen is een engel afgedaald die met brede glimlach op Theresa neerziet. Het gewaad om zijn benen drukt dynamiek uit. In de rechterhand heeft hij een lange pijl of speer die hij richt op haar hart. De heilige is afgebeeld in volledige overgave, de hand slap langs haar zij, de mond half open.

Haar kloosterkleed is een en al beweging. Prachtig contrast. Wat zich van binnen bij haar afspeelt laat zich aflezen aan de werveling van haar kleed. Het beeld is een illustratie bij een fragment uit Theresa’s Autobiografie. Zij schrijft over zichzelf in de derde persoon, en vertelt hoe de aanwezigheid van de Heer in de stilte van haar gebed een mengeling is van vreugde en intensieve smart tegelijk:

 

‘De pijn doet haar lichaam ineen krimpen. Zij kan noch voeten noch armen bewegen, ja zo zij staat, voelt zij zich als een zak ter aarde zinken, zij kan zelfs niet ademhalen en slaakt slechts enige zuchten, geen zware zuchten, daartoe is zij niet bij machte; zij voelt dat zij zucht.

De Heer wilde dat ik hierbij enige malen het volgende visioen aanschouwde. Ik zag vlak bij mijn linkerzijde een engel en, hetgeen ik anders niet dan bij hoge uitzondering pleegde te doen, ik zag hem onder een lichamelijke gestalte. Ofschoon mij dikwijls engelen verschenen, geschiedde dit altijd, zonder dat ik hen zag, doch steeds in een visioen, zoals ik al eerder beschreef. De Heer wilde dat ik dit visioen op de volgende wijze zag.

De engel was niet groot, eer klein. Hij was zeer schoon en zijn gelaat straalde van zoveel licht, dat hij scheen te behoren tot de hogere engelen, die geheel in vuur ontstoken schijnen. Zij moeten behoren tot hen die men Cherubijnen noemt, doch zij zeiden mij hun naam niet. Duidelijk echter zie ik dat er in de hemel tussen de verschillende engelen en tussen dezelfde engelen onder elkander zulk een groot onderscheid is dat ik het niet zou kunnen uitdrukken.

Ik zag dan, hoe de engel in zijn handen een brede gouden speer droeg, welke boven aan de punt een weinig vuur scheen te houden. Deze scheen hij mij enige malen door het hart te stoten, zodat hij tot in mijn ingewanden doordrong. Toen hij ze terugtrok, was het, of zij mijn ingewanden meenam en mij geheel ontvlamd in vurige liefde tot God achterliet. De pijn was zo hevig, dat zij mij zuchten deed slaken, als ik boven heb beschreven.

De zoetheid echter, waarvan die allerhevigste pijn mij vervulde, was zo buitengewoon groot dat men niet verlangen kan van die pijn verlost te worden noch de ziel bevrediging kan vinden in iets dat God niet is. Het is geen lichamelijke, maar geestelijke pijn, ofschoon het lichaam niet nalaat er enigermate of zelfs in hoge mate in te delen. Het is een verkering tussen de ziel en God, zo zoet dat ik zijne Goedheid smeek die zoetheid te doen smaken aan al wie menen mocht dat ik onwaarheid spreek.’

 

Twee opmerkingen. In tegenstelling tot de tekst plaatst Bernini de engel aan Theresa’s rechterzijde. Theresa’s biechtvader verbeterde de opmerking over de cherubijnen: hij vond het juister daar te spreken van serafs.

Theresa schreef dit fragment enkele jaren na het gebeuren zelf. Haar zogeheten Autobiografie wordt gedateerd uiterlijk 1566. Het is niet een levensbeschrijving in de gebruikelijke zin van het woord. Veeleer een beschrijving van haar gebedsleven, op papier gezet op uitdrukkelijk verzoek van haar biechtvader. Zelf zou zij nooit op de gedachte zijn gekomen om met zulke intimiteiten naar buiten te treden. Maar hij meende dat haar gebedservaringen voor vele bidders dienstig zouden kunnen zijn. En hij was niet de enige in zijn tijd. Zij blijft lang stilstaan bij de verschillende stadia die haar gebedsleven doormaakte en wordt al doende een gids voor ieder die vergelijkbare ervaringen ontvangt. Uiteindelijk is het een oproep om nooit het inwendig gebed achterwege te laten.

In die zin kan men terecht spreken van ‘Verborgen Geloof’. Gebedservaringen behoren tot de intimiteit van het persoonlijke leven. Maar zij zijn niet het uiteindelijke doel van het Godgewijde leven. Immers de een krijgt ze wel, de ander niet, of op geheel andere wijze. Neen, het inwendig gebed heeft – in ieder geval bij Theresa- een apostolische bedoeling. Herhaaldelijk benadrukt zij dat predikanten en geloofsverkondigers mensen van gebed zouden moeten zijn.

Maar de zusters in de door haar gestichte of hervormde slotkloosters drukt ze op het hart te bidden voor de verspreiding van Christus’ goedheid over de hele wereld. Als Spaanse uit de 16e eeuw, die zo getekend wordt door ridderlijke strijd en oorlogvoering, vergelijkt ze dat met goede strategie. Je kunt de vijand het beste bestrijden door je in een hechte versterking terug te trekken en van daaruit uitvallen te doen. Die hechte versterking is het inwendige gebedsleven. Hoe verlangde zijzelf ernaar in de Nieuwe Wereld aan de overkant van de oceaan zielen voor Christus te winnen, al was het er maar één.

Net zoals zij ernaar verlangt zielen van Reformatoren op de – in haar ogen ware manier – tot Christus terug te brengen. Voorbeeld bij uitstek is voor haar het verhaal van de Samaritaanse vrouw in gesprek met Christus (Johannes 4). Gevoed en verlicht door dat gesprek wordt die vrouw geloofsverkondiger, en weet de mensen uit haar omgeving tot Christus te brengen. Dat is des te verrassender, omdat in de ogen van Theresa die vrouw zondares was en niet of nauwelijks deel uitmaakte van haar gemeenschap.

Dat leest ze af uit het feit dat de Samaritaanse in haar eentje midden op de dag water komt putten. Ook Theresa ziet zichzelf als zondares, zeker in het licht van de aanwezigheid van de Heer. Overdreven? Wellicht in onze ogen, maar zijzelf heeft er een prachtige vergelijking voor: ‘In een vertrek waar de zon volop doorheen schijnt, worden alle spinnenwebben zichtbaar.’ Haar extases zijn niet verdiend, maar puur genade.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

We hebben heiligen nodig!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Heiligen-deze-tijd

 

 

We hebben heiligen nodig
zonder togen of sluiers.
We hebben heiligen nodig
met jeans en sneakers.
We hebben heiligen nodig
die naar de film gaan en naar muziek luisteren;
die uitgaan met hun vrienden.
We hebben heiligen nodig
die God op de eerste plaats zetten
ver boven het nastreven van enige carrière.
We hebben heiligen nodig
die tijd uittrekken voor dagelijks gebed
en die weten hoe ze verliefd kunnen zijn
op al wat zuiver, schoon en goed is.
We hebben heiligen nodig:
heiligen voor de 21e eeuw
met een eigen spiritualiteit voor deze nieuwe tijd.
We hebben heiligen nodig
die zich tot taak stellen de armen te helpen
en de nodige sociale veranderingen aan te brengen.
We hebben heiligen nodig
die in deze wereld leven om die wereld te heiligen
en die dus niet bang zijn om midden in die wereld leven.
We hebben heiligen nodig
die cola drinken en hot dogs eten,
die op internet surfen en naar hun iPods luisteren.
We hebben heiligen nodig
die van de eucharistie houden,
die niet bang zijn een pizza te eten
of een biertje te drinken met hun vrienden.
We hebben heiligen nodig
die van film houden,
van dans, sport en theater.
We hebben heiligen nodig
die open en sociale, normale en blije medemensen zijn.

We hebben heiligen nodig
die midden in de wereld leven
en die kunnen genieten van al het goede dat er te vinden is
zonder kapsones.
We hebben heiligen nodig.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

                                                          

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Oudejaarsavond en Nieuwjaar

Standaard

categorie :  Uncategorized

 

Een jaar telt 365 dagen. Het begin en einde ervan zijn voor velen onder ons een reden om samen met familie en vrienden te feesten. Feesten die elk jaar op een bepaalde datum vallen, noemen we logischerwijs kalenderfeesten. 

 

 

 

.

 

.

De oorsprong

 

In het midden van de 16de eeuw begon Nieuwjaar in verschillende streken op een andere datum: op 1 maart, op Pasen, op kerstdag óf op 1 januari. In 1563 besliste de Franse koning Karel IX dat 1 januari voortaan nieuwjaarsdag zou zijn.

Op 16 juni 1575 nam Luis de Requesens y Zúñiga dezelfde beslissing voor de Zuidelijke Nederlanden. Na de invoering van de gregoriaanse kalender in 1582 haalde 1 januari het als Nieuwjaardag in steeds meer landen in Europa en daarna de wereld (met vandaag nog steeds als grote uitzondering het Chinese nieuwjaar).

Oorspronkelijk werd in sommige streken acht dagen na Kerstmis de besnijdenis van Christus herdacht, maar hieraan wordt al lange tijd geen aandacht meer geschonken. Nieuwjaar is dus geen uitsluitend christelijk feest, want alle levensbeschouwingen vieren namelijk de overgang van oud naar nieuw.

.

 

 

Karel IX

 

 

 

Oudejaarsavond

 

Het vieren van de overgang van oud naar nieuw vangt aan op oudejaarsavond. Sommigen spreken van Silvester avond, naar de gelijknamige paus uit de vierde eeuw. De heilig verklaarde paus wordt door katholieken immers op 31 december gevierd, wat tevens ook zijn sterfdag is. Op oudejaarsavond komen families en vrienden vaak bijeen voor een uitgebreide feestmaaltijd.

In tegenstelling tot op kerstavond kiezen heel wat mensen ervoor om uit eten te gaan in één van de vele restaurants die een oudejaarsmenu aanbieden. Volgens een recente studie van Oivo zou het gaan om één op de tien feestvierders.

Oudejaarsavond is dan ook minder een familieaangelegenheid en wordt niet uitsluitend thuis gevierd. Veel mensen trekken rond middernacht naar het centrum van de stad om het vuurwerk te bewonderen. Sommigen gaan daarna nog uit en dansen tot in de vroege uurtjes.

.

 

 

Silvester

.

.

 

.

Aftellen en champagne!

 

Wanneer het bijna middernacht is, wordt luidkeels afgeteld naar het nieuwe jaar. Hierbij wordt in de meeste gevallen geklonken met champagne, die wordt gezien als een gelukswijn. Champagne zoals we die nu kennen, als een schuimende wijn, werd pas vanaf het begin van de 18de eeuw op regelmatige basis gemaakt.

Niet iedere parelende wijn mag zich zomaar champagne noemen. Dat mogen enkel die wijnen uit de champagnestreek die volgens een bepaalde methode zijn gemaakt. De grenzen van die regio werden in 1927 wettelijk vastgelegd. De laatste jaren zijn de Spaanse en Italiaanse varianten (cava en prosecco) aan een opmars bezig.

Over waarom mensen klinken met glazen bestaan verschillende theorieën. Volgens sommigen klinken we omdat dat de boze geesten zou verjagen. Anderen beweren dan weer dat de gewoonte een voorzorgsmaatregel uit de middeleeuwen is. Om er zeker van te zijn dat de aangeboden drank geen gif bevatte, tikte men de bekers vrij hard tegen elkaar.

Daardoor spatte de wijn op en vermengden de dranken zich met elkaar. Als één van de partijen daarna niet dronk, wekte dat argwaan op. Vandaag de dag is het klinken van de glazen eerder een teken van genegenheid en goede wil dan van veiligheid en argwaan.

Na het klinken geven zeggen de feestvierders ‘gelukkig Nieuwjaar’ en geven ze elkaar een aantal kussen. Dat zijn er doorgaans drie, al worden er in sommige streken van ons land ook vier kussen gegeven om het nieuwe jaar in te zetten.

 

 

.

 

.

Vuurwerk

 

Ter ere van de jaarwisseling wordt tegenwoordig vuurwerk ontstoken. Vroeger klonken kanonschoten door de straten, maar via China is vuurwerk ook in onze contreien populair geworden en heeft het de plaats ingenomen van de kanonschoten. In de 18de en 19de eeuw organiseerde de adel af en toe vuurwerkspektakels tijdens belangrijke feesten.

In België speelde vuurwerk al vrij vroeg een rol bij officiële openbare feesten. In 1834 bijvoorbeeld werd er een groot vuurwerk ontstoken tijdens de laatste dag van de Nationale Feesten, die toen nog in september werden gevierd. Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw organiseerden heel wat steden en gemeenten regelmatig vuurwerk tijdens publieke feesten.

Vandaag de dag trakteren de meeste grote steden hun inwoners op een vuurwerkspektakel op oudejaarsavond. Ook heel wat particulieren steken op dat moment vuurwerk af in hun tuin. Vaak luiden tijdens de jaarwisseling de kerkklokken en loeien er overal sirenes.

Al dat lawaai diende er oorspronkelijk voor te zorgen dat de slechte geesten werden verjaagd. Vandaag de dag staat zo goed als niemand nog stil bij deze betekenis en wordt er vooral veel lawaai gemaakt omdat dat leuk wordt gevonden.

 

 

.

 

.

Nieuwjaarsdag

 

Ook op nieuwjaarsdag zelf komen families en vrienden vaak bijeen om aan elkaar gelukwensen over te brengen en om goede voornemens aan elkaar kenbaar te maken. Soms worden er zelfs geschenken uitgedeeld. Velen stellen dit familiefeest echter enkele dagen uit omdat er de avond ervoor doorgaans te lang wordt gefeest. Velen brengen nieuwjaarsdag zelf dus in hun bed door.

 

 

.

 

.

Nieuwjaarsbrieven

 

Het voorlezen van nieuwjaarsbrieven op 1 januari is ongetwijfeld het bekendste nieuwjaarsgebruik in Vlaanderen. Die gewoonte gaat bovendien al eeuwen terug. Zo zijn er brieven bewaard van de uitgeversfamilie Plantijn-Moretus uit het einde van de 16de eeuw. De jongens schreven gedichten in het Latijn en werden daarvoor beloond met boeken.

Nieuwjaarsbrieven waren in die tijd geen wijdverspreid fenomeen en kwamen slechts voor bij gezinnen uit de rijke burgerij. In de loop van de 18de eeuw drong het schrijven van nieuwjaarsbrieven door in de scholen, waardoor de traditie stilaan meer ingeburgerd raakte. Toch kunnen we nog niet spreken van een grote doorbraak. Door sociale omstandigheden gingen heel wat kinderen immers niet naar school.

Dat veranderende aan het einde van de negentiende eeuw, maar vooral door de invoering van de algemene leerplicht in 1914. In die periode steeg de populariteit van nieuwjaarsbrieven aanzienlijk en werd het gebruik verspreid onder alle lagen van de bevolking. Ook in Nederland werden nieuwjaarsbrieven op school geschreven, maar daar verdwenen ze na de Tweede Wereldoorlog.

Aanvankelijk waren de brieven mooie bladen met vergulde of zilveren randen. De leerkracht schreef de aanhef doorgaans zelf, in sierlijke letters. De kinderen moesten daarna foutloos de rest van de tekst overpennen in schoonschrift. Vaak gingen daar ettelijke kalligrafie lessen aan vooraf. Niet alleen het schrijven, ook de inhoud van de brief was vaak een hele uitdaging.

De zelfgeschreven wensen waren meestal lang en in moeilijke woorden geformuleerd. In iedere brief bedankte het kind de volwassenen voor de goede zorgen, wenste het hen het allerbeste toe voor het nieuwe jaar en beloofde het om volgend jaar nog beter zijn best te doen op school.

Een typische zin uit een brief van rond de eeuwwisseling ging bijvoorbeeld als volgt: ‘Nu ook ben ik hier weer om u mijn gelukwensen aan te bieden, om u te verzekeren dat mijn liefde niet verzwakt en dat ik immer trouw wil blijven aan de goede voornemens, die ik reeds zo menigmaal heb gevormd.’ Voor de kinderen was het geen sinecure om dergelijke brieven voor te lezen.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de nieuwjaarsbrieven meer afgestemd op de leefwereld van het kind. Het besef groeide dat kinderen het moeilijke vocabularium en de lange volzinnen niet altijd even goed begrepen. De wensen werden korter en makkelijker van taal. Ook werd er meer gebruik gemaakt van rijm, zeker bij de jongste kinderen.

In de jaren 1960 klonk een typische nieuwjaarswens als volgt: ‘Liefste ouders, ‘k Wist het wel dat alle mensen U vandaag weer Nieuwjaar wensen. En ik dacht, er moet van mij ook dan maar een woordje bij.’ Ook de vorm van de brieven veranderde grondig in die periode. Nieuwjaarsbrieven werden steeds vaker commercieel geproduceerd, waardoor de afbeeldingen kinderlijker werden.

De katholieke symbolen zoals een afbeelding van het Heilig Hart, Jezus, Maria of de Heilige Antonius ruimden vanaf de jaren 1960 steeds vaker plaats voor wintertaferelen. Uitgever Ben Roggeman uit Schellebelle speelde daarbij bij een belangrijke rol.

In 1960 bracht hij het boek ‘De honderd nieuwjaarsbrieven voor kinderen van de lagere school’ uit waarin hij meer dan één lans brak voor de vernieuwing van de nieuwjaarsbrief. De hedendaagse brieven worden voornamelijk uitgegeven bij Abimo Uitgeverij en Bvba Beuselinck.

Vandaag wordt de nieuwjaarsbrief, meestal in versvorm, op school geschreven en ingestudeerd. Op Nieuwjaar wordt de brief door kinderen jonger dan twaalf jaar aan de ouders, de grootouders, de (doop)meter en de (doop)peter voorgelezen. Niet alle scholen kiezen nog voor een traditionele brief.

Zo worden de wensen soms geschreven op een creatief bewerkte T-shirt, een puzzel of zelfs vers gebakken koekjes. Nadat de brief is voorgedragen, wordt er geapplaudisseerd en krijgt het kind een kleine beloning zoals een cadeautje of geld. Dikwijls wordt er ook al lachend gezegd: “Liefste meter/peter, hoe meer je me geeft, hoe beter!”

 

 

oude nieuwjaarsbrief

 

.

 

 

moderne nieuwjaarsbrief

.

 

.

Nieuwjaarswensen

 

Vóór of na Nieuwjaar worden er postkaarten verstuurd naar familie en vrienden met daarop de mooiste nieuwjaarswensen. Kaarten met nieuwjaarswensen worden soms ook kerstkaarten genoemd omdat ze vaak kerst- en eindejaarswensen combineren. De allereerste commerciële kerstkaart (1843) wordt toegeschreven aan de Britse tekenaar John Calcott Horsley.

Die tekende een familie tijdens het kerstdiner. Op de kaart stond ‘A Merry Christmas and a Happy New Year to You’, een zin die nog steeds heel wat kerstkaarten siert. Vanuit Groot-Brittannië waaide het gebruik over naar onze contreien. De etiquette regels van de negentiende eeuw bepaalden dat men zijn naasten binnen de veertien dagen na Nieuwjaar het beste moest toewensen.

Die bezoeken werden langzaamaan vervangen door schriftelijke wensen op een gedrukte postkaart. De allereerste postzegel van België werd uitgegeven in het jaar 1849. Het versturen van kaarten werd op die manier veel goedkoper. Rond de eeuwwisseling daalde ook de prijs van de wenskaarten aanzienlijk, dankzij nieuwe drukprocedés en de interesse van een aantal grote uitgeverijen.

Die drukten de postkaarten massaal op dik karton op het standaardformaat van 9 op 14 cm. Het versturen van kerstkaarten is nog steeds populair. Tegenwoordig worden er echter minder en minder kaarten met de post verstuurd.

In de plaats daarvan kiezen de meesten voor een e-card of een sms die naar velen tegelijk kan worden gestuurd. Op oudejaarsavond worden er wereldwijd zodanig veel sms’jes verstuurd dat de verschillende netwerken meestal overbelast geraken.

 

 

.

 

.

Nieuwjaarszingen

 

Reeds in de middeleeuwen trokken nieuwjaarszangers van deur tot deur om liederen te zingen in ruil voor wat voedsel of geld. Oorspronkelijk werd nieuwjaarszingen enkel gedaan door minderbedeelde volwassenen. Ondertussen is deze traditie getransformeerd en wordt er vooral gezongen voor het plezier.

Het zijn meestal kinderen, en soms ook jongeren, die tegenwoordig de dag vóór Nieuwjaar van deur tot deur trekken om nieuwjaarsliedjes te zingen in ruil voor snoepgoed, fruit of wat geld. Er wordt dan dikwijls gezongen: ‘Nieuwjaarke zoete, ons varken heeft vier voeten, vier voeten en een staart, is dat nu geen centje waard?’

Wanneer de deur niet wordt geopend, zingen de kinderen: ‘Hoog huis, laag huis, er zit een gierige pin in huis!’ Deze traditie is echter zeer lokaal en wordt dus niet overal beoefend. Onder andere in de provincie Antwerpen gaan vele kinderen nog jaarlijks nieuwjaars- of koekenzingen. In andere provincies trekken kinderen er meestal pas op 6 januari op uit om Driekoningen te zingen.

.

 

 

 

.

Traditionele lekkernijen

 

Voornamelijk in de provincie West-Vlaanderen worden er tijdens de nieuwjaarsperiode lukken gebakken. Lukken zijn harde suikerwafeltjes die in een speciaal lukken ijzer worden gebakken. Voor wie niet over zo’n speciaal wafelijzer beschikt, zijn de lukken natuurlijk ook gewoon te koop.

In alle provincies worden er bovendien dikwijls gewone wafels of pannenkoeken gebakken, afhankelijk van de lokale of familiale tradities. Ook typisch voor de nieuwjaarsperiode zijn de hartvormige peper- of lekkerkoeken. Deze peperkoeken worden versierd met chocolade of met suikerglazuur en het zijn meestal de grootouders die zo’n koek schenken aan hun kleinkinderen, of andersom.

Dat de peperkoek in de vorm van een hart wordt gemaakt, heeft te maken met de symboliek ervan: een hart symboliseert namelijk het leven. Ook worden er in sommige streken nieuwjaarsspekken of nieuwjaarkes uitgedeeld. Dit zijn ruitvormige harde snoepjes met een rode kleur en witte stippen die overwegend een anijssmaak hebben.

 

 

.

 

.

Nieuwjaarsconcerten

 

Er worden telkens verschillende nieuwjaarsconcerten georganiseerd. Het jaarlijks nieuwjaarsconcert in Wenen dat in vele landen wordt uitgezonden, is één van de bekendste.

 

 

.

 

.

Goede voornemens

 

De overgang van oud naar nieuw wordt beschouwd als een ideaal moment om te reflecteren over het voorbije jaar en om goede voornemens te maken voor het nieuwe jaar. Tegenwoordig zijn de klassiekers onder andere stoppen met roken, gezonder leven en meer sporten. Velen slagen er echter niet in om hun goede voornemens vol te houden.

.

 

 

 

.

Nieuwjaarsrecepties

 

Zelfs na Nieuwjaar blijft er gevierd worden. Zo organiseren vele bedrijven, gemeenten, steden en verenigingen nieuwjaarsrecepties. De nieuwjaarsrecepties die door steden worden georganiseerd, trekken jaarlijks veel inwoners. De winterse temperaturen worden graag getrotseerd om de toespraak van de burgemeester te horen, om met alle stadsgenoten te klinken op het nieuwe jaar en om te genieten van de verschillende muziekoptredens.

 

.

 

.

 

.

Nieuwjaarsgeld

Krantenbezorgers, postbodes, vuilnismannen en anderen krijgen in verschillende gemeenten en steden een drankje of nieuwjaarsgeld aangeboden door sommige inwoners.

.

 

.

 

.

Nieuwjaarsduik

IJsberen zijn sportievelingen die tijdens de wintermaanden in clubverband of individueel in openlucht zwemmen. Het hoogtepunt van de winterzwemming is de nieuwjaarsduik, die traditioneel op een van de eerste dagen van het jaar plaatsheeft. In Vlaanderen is de nieuwjaarsduik in Oostende, die de laatste jaren uitgegroeid is tot een massa-evenement met duizenden deelnemers, de bekendste.

Deze nieuwjaarsduik werd een eerste keer georganiseerd in 1987. Een ijsberenclub uit Deinze vroeg aan het Oostendse stadsbestuur een uitzondering op het verbod om tijdens de winterperiode in de Noordzee te mogen zwemmen. Tijdens de nieuwjaarsduik trotseren ze allemaal even het koude Noordzeewater om de kater van de eindejaarsfeesten te bevriezen en het nieuwe jaar gezond in te zetten.

Sommigen onder hen zijn getooid in de gekste kostuums wanneer ze zich in de Noordzee wagen. Na de duik kunnen de koukleumen zich opwarmen aan een jenevertje of een kop soep en natuurlijk worden er ook heel wat nieuwjaarswensen uitgewisseld. Het succes vandaag inspireerde ook andere Belgische kustgemeenten zoals Wenduine, Bredene en De Haan om een gelijkaardig initiatief op poten te zetten.

Het nieuwe jaar starten met een nieuwjaarsduik is een relatief jonge traditie. De bakermat van de nieuwjaarsduik zou te vinden zijn bij ijsberenclubs van over de oceaan, en dan met name uit Canada en Noord-Amerika. Ook op heel wat andere plaatsen in de wereld wint de nieuwjaarsduik aan populariteit.

Zo is buurland Nederland, dat ijspret traditioneel hoog in het vaandel draagt, al langer dol op de nieuwjaarsduik. De overlevering zegt dat de eerste nieuwjaarsduik in Nederland werd genomen in 1959. De jaarlijkse nieuwjaarsduik in de badplaats Schevingen is intussen wereldvermaard en trekt ijsberen uit binnen- en buitenland aan.

In de Italiaanse hoofdstad Rome, zijn er echte waaghalzen aan het werk: slechts een handvol duikers durft het aan om van een 17 meter hoge brug in het ijskoude water van de Tiber te springen. Deze Italiaanse duik is al sinds 1946 een traditie en heeft jaarlijks heel wat bekijks. Ook een aantal variaties op de nieuwjaarsduik hebben intussen een plekje veroverd.

Zo wordt er op sommige plaatsen geen nieuwjaarsduik, maar een kerstduik georganiseerd. De bekendste en oudste kerstduik in Vlaanderen is die in Brugge, waar de leden van de Brugse IJsberen Kring al sinds 1973 in de Reie duiken rond Kerstdag.

Een nieuwjaarsduik levert altijd spectaculaire en kleurrijke (televisie)beelden op en de media zijn er dol op. Samen met de beelden van de feestvierders en het vuurwerk, gaan deze beelden rond Nieuwjaar de wereld rond. De nieuwjaarsduik is dan ook wereldwijd uitgegroeid tot een vaste waarde in het nieuwjaarsgebeuren.

 

 

.

 

.

Kerstboomverbrandingen of nieuwjaarsvuren

 

Om het oude jaar definitief vaarwel te zeggen, worden in de loop van januari, meestal het weekend na Driekoningen, in de meeste gemeenten de kerstbomen ingezameld om te verbranden. Iedereen komt dan samen om de kerstboomverbranding te aanschouwen en om het lengen van de dagen te vieren met het licht dat afkomstig is van de verbranding

Deze kerstboomverbrandingen worden soms ook nieuwjaarsvuren genoemd. Ook hiermee werd oorspronkelijk geprobeerd om de slechte geesten te verdrijven. Bovendien zou het ongeluk brengen om na Nieuwjaar nog kerstgroen in huis te hebben, daarom moet het allemaal worden verbrand.

 

 

 

 

 

 

.