Tagarchief: rijkdom

Vader of Moeder God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

god-strenght1

 

 

 

Wie beweert God dat hij is ?

 

God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?

 

 

 

Vader God of Moeder Natuur?

 

Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:

 

“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer  van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”

 

Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”

En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.

 

 

Alleen geloof redt de mens van de vuurpoel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat vindt God belangrijk?

 

Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:

 

“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”

 “Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”

 

Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:

 

“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet?  Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”

 

Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.

De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.

De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.

God zegt:

“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”

 

Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.

God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.

De Bijbel zegt:

“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen. 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Het nut van menselijke inspanningen in Prediker

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het boek prediker is onderdeel van de Tenach en het Oude Testament. Prediker behoort tot de wijsheidsliteratuur. Andere Bijbelboeken van dat genre zijn Spreuken, Job en een handvol van de Psalmen. De traditionele opvatting schrijft het boek aan Salomo (Heb.: Shlomo) toe die koning was van Israël van 972 tot 932 voor Christus.

 

 

de-i-van-ijdelheid-22-728

.

.

Pred. 1:12-18 >DE LEDIGHEID VAN MENSELIJKE WIJSHEID.

.

Ik, Prediker, was koning van Israël en regeerde vanuit Jeruzalem. Ik nam mij voor de zin van alles wat onder de hemel gebeurde, te willen begrijpen. Ik ontdekte dat het bestaan dat God de mens heeft toegedacht, geen vrolijke zaak is. Alle arbeid is een opeenvolging van zinloosheid, het bouwen van luchtkastelen.

Wat verkeerd is, kan niet worden goedgepraat en wat niet bestaat, kan niet worden onderzocht; het heeft geen enkel nut na te denken over wat had kunnen gebeuren.

Ik zei tegen mijzelf: “Kijk, ik heb meer nagevorst dan welke andere koning ook, die voor mij in Jeruzalem regeerde. Ik ben wijzer en heb meer inzicht.” Daarom deed ik mijn uiterste best wijs te zijn in plaats van dwaas, maar nu realiseer ik mij dat zelfs dát een luchtkasteel was.

Want hoe wijzer ik werd, des te verdrietiger werd ik; hoe meer iemand weet, hoe meer hij teleurgesteld wordt.

 

 

Pred. 2:1-3 >DE LEDIGHEID VAN GENOT.

 

Ik zei tegen mijzelf: “Vooruit, schep vreugde in het leven en vermaak je zo goed mogelijk.” Maar ik merkte dat ook dat niets te betekenen had. Want het is dwaas om de hele tijd te lachen. Plezier maken heeft immers geen enkel nut. Daarom besloot ik (na lang nadenken) voldoening te zoeken in het drinken van veel wijn. Ondertussen bleef ik mijn doel (het zoeken naar wijsheid) scherp voor ogen houden. Ik probeerde het met die dwaasheid om er zo achter te komen wat voor de meeste mensen het enige geluk in hun leven betekent.

 

 

Pred. 2:4-11 >DE LEDIGHEID VAN PRESTATIES.

 

Daarna trachtte ik bevrediging te vinden in het uitvoeren van grootse dingen, zoals het bouwen van huizen en aanleggen van wijngaarden, tuinen, parken en boomgaarden voor mijzelf en de waterreservoirs, die nodig waren om alle aangeplante gewassen van water te voorzien. Daarna kocht ik slaven en slavinnen en andere slaven werden in mijn huishouding geboren.

Ik fokte grote kuddes vee, meer dan een koning vóór mij ooit had bezeten. Ik verzamelde zilver en goud door belastingen te heffen van vele koningen en gebieden. Ik liet zangers en zangeressen optreden en genoot van alles wat mooi en goed was. Ik werd machtiger en rijker dan enige andere koning vóór mij in Jeruzalem, maar bij dat alles hield ik mijn ogen open, zodat ik overal goed over kon nadenken.

Ik nam alles wat ik wilde en ontzegde mijzelf geen enkel plezier. Ik merkte zelfs dat hard werken mij goed deed.
Het plezier dat ik daarin had, was dan ook de enige beloning die ik voor al mijn inspanningen kreeg. Toen ik terugkeek op alles wat ik had geprobeerd, leek het mij echter allemaal nutteloos. Het was weer een najagen van dromen en nergens was iets werkelijk waardevols te vinden.

 

 

Pred. 2:17-26> DE LEDIGHEID VAN ARBEID.

 

Daarom heb ik een hekel gekregen aan het leven. Al het werk op aarde stond mij tegen. Alles schijnt nutteloos, dwaas en het najagen van dromen te zijn. Ik kreeg een gevoel van afkeer toen ik bedacht dat ik alle vruchten van mijn harde werken aan anderen moest nalaten. Want wie kan mij vertellen of mijn zoon een wijs man of een dwaas zal zijn?

En toch zal alles aan hem worden gegeven; het lijkt zinloos. Daarom liet ik mijn harde werken (als mogelijke oplossing voor mijn behoefte aan bevrediging) in de steek. Want ook al zou ik mijn hele leven besteden aan het zoeken naar wijsheid, kennis en vaardigheden, ik moet het toch allemaal nalaten aan iemand die nog nooit een vinger heeft uitgestoken; hij ontvangt alle vruchten van mijn inspanningen, zonder er ook maar iets voor te hoeven doen.

Dat is niet alleen dwaas, maar ook nogal onrechtvaardig. Wat krijgt een mens dus als beloning voor al zijn werk? Dagen, gevuld met zorgen en verdriet en rusteloze, doorwaakte nachten. Een ontmoedigend idee.

Daarom besloot ik dat een mens niets beters kan doen dan genieten van eten en drinken, bij al het werk dat hij doet. Toen realiseerde ik mij dat ook dat genoegen afkomstig is uit de hand van God. Wie kan zonder Hem eten of vrolijk zijn?

Want God geeft een mens die Hem bevalt wijsheid, kennis en vreugde; maar van iemand die Hem niet bevalt, neemt God zijn rijkdom af en geeft het aan hen, die Hij graag mag. En ook dit is weer een voorbeeld van de zinloosheid van luchtkastelen bouwen.

 

 

prediker-3-1

 

 

Pred. 4:1-3> DE LEDIGHEID VAN MENSELIJKE TOESTAND.

 

Daarna keek ik naar alle verdrukking en verdriet op aarde; de tranen van de onderdrukten, die niemand hebben om hen te helpen, terwijl hun onderdrukkers machtige bondgenoten hebben. Ik kwam tot de slotsom dat de doden beter af zijn dan de levenden. En het beste af zijn zij, die nooit werden geboren en al het kwaad en onrecht op aarde niet zullen zien.

 

 

Pred. 4:4-6> De LEDIGHEID VAN SUCCES.

 

Vervolgens ontdekte ik dat succes meestal voortkomt uit afgunst en jaloezie. Maar ook dat is dwaasheid. De dwaas weigert te werken en verhongert daardoor bijna. Beter nu en dan een weinig rust, dan steeds maar hard werken en zinloos gejaag.

 

 

Pred. 4:7-12>DE LEDIGHEID VAN GEïSOLEERDE LEVENS.

 

Ik constateerde nog een zinloze zaak op aarde. Daarbij gaat het om de mens die helemaal alleen is, zonder zoon of broer, maar die toch keihard werkt om meer rijkdom te krijgen. Maar aan wie moet hij dat alles nalaten? En waarom ontzegt hij zich nu zoveel? Het is allemaal nutteloos en ontmoedigend. Twee mensen kunnen door samenwerking meer bereiken dan één. Als er één valt, helpt de ander hem overeind.

Maar als er één valt en hij is alleen, zit hij in moeilijkheden. In een koude nacht kunnen twee mensen onder één deken elkaar verwarmen, maar hoe zou iemand in zijn eentje warm moeten worden? Iemand die alleen staat, kan worden aangevallen en verslagen, maar twee mensen kunnen elkaar te hulp komen en zo de overwinning behalen; drie is zelfs nog beter, want een drievoudig koord is niet gemakkelijk te breken.

 

 

Pred. 4:13-16>DE LEDIGHEID VAN POLITIEK.

 

Het is beter een arme, maar wijze jongere te zijn dan een oude en dwaze koning, die alle goede raad van de hand wijst. Want zo’n jongere zou uit de gevangenis kunnen komen om koning te worden, ook al werd hij arm geboren. Iedereen wil zo’n jongere graag helpen, al is het maar om een greep naar de macht te doen. Hij kan de leider van miljoenen mensen worden en een goede heerser voor zijn onderdanen zijn. Maar dan groeit rond hem een nieuwe generatie op, die hem weer aan de kant wil zetten. Dus ook streven naar macht in de politiek leidt naar dwaasheid en zinloosheid.

 

 

Pred. 4:17-5:6>DE LEDIGHEID VAN VALSE AANBIDDING.

 

Neem uzelf in acht als u naar de tempel, Gods huis, gaat. Het is beter om rustig te luisteren dan ondoordacht te offeren, zoals een dwaas wel doet, die zich niet bewust is dat dat verkeerd is. Denk eerst na voor u iets zegt
en doe God geen overhaaste beloften. Want Hij is in de hemel en wij slechts hier op aarde. Zeg daarom alleen het hoognodige. Net zoals teveel drukte u nachtmerries bezorgt, zo gaat u door teveel gepraat verkeerde dingen zeggen.

Als u met God spreekt en Hem zweert dat u iets voor Hem zult doen, stel dat dan niet uit; want God heeft een hekel aan ondoordachte beloften. Kom uw belofte aan Hem na. Het is veel beter niet te zeggen dat u iets zult doen, dan het wel te zeggen en het daarna toch niet te doen. In dat geval zondigt u met uw mond.

Probeer u niet te verdedigen door de boodschapper van God te vertellen dat het allemaal een misverstand was. Dat zou God boos maken. Hij zou dan wel eens een eind kunnen maken aan uw voorspoed in het leven. Dromen in plaats van doen, is dwaas en een veelheid van woorden levert niets op. Heb liever ontzag voor God.

 

 

slide_1

 

 

Pred. 5:7-19>DE LEDIGHEID VAN RIJKDOM.

 

Als u ziet dat een arme door rijken wordt onderdrukt en dat overal in het land het recht geweld wordt aangedaan, wees dan niet verbaasd. Want iedere beambte houdt rekening met zijn chef en de hogere beambten luisteren ook weer naar hun superieuren. En boven al die mensen staat de koning. En als die koning nu maar toegewijd is aan zijn land! Iemand die van geld houdt, heeft nooit genoeg. Wat een dwaasheid om te denken dat geld gelukkig maakt.

Hoe meer u hebt, des te meer moet u uitgeven aan personeel en anderen, net zoveel als uw inkomen toelaat.
Dus wat is het voordeel van rijkdom, behalve dan toekijken hoe het geld u door de vingers glipt? Een man die hard werkt, slaapt goed, of hij nu veel of weinig eet; maar de rijken maken zich zorgen en lijden aan slapeloosheid.

Er is nog een groot kwaad, dat ik gezien heb en dat veel leed met zich meebrengt; als een rijke verandert in een vrek. Als die rijkdom door een ongeluk verloren gaat, is er niets om aan de zoon na te laten. Zo iemand sterft net zo arm als hij op de wereld gekomen is. Hij heeft alles voor niets gedaan en laat niets na. Die gebeurtenis overschaduwt de rest van zijn leven en hij blijft ontmoedigd en ontgoocheld achter. Zelfs zijn eten smaakt hem niet meer.

Maar er is tenminste nog één goed ding voor een mens. Hij mag genieten van lekker eten en drinken en andere prettige dingen bij al het harde werken, dat hij doet in de korte tijd die God hem laat leven. En natuurlijk is het ook goed als een mens rijkdom heeft gekregen van God en bovendien de gezondheid bezit om ervan te kunnen genieten. Houden van je werk en je plaats in het leven te aanvaarden, dat is werkelijk een geschenk van God. Iemand die dat doet, denkt er niet vaak aan dat hij maar kort leeft, want God geeft hem vreugde.

 

 

Pred. 6:1-9>DE LEDIGHEID VAN MATERIALISME.

 

Er is nog een groot kwaad dat ik op vele plaatsen heb gezien. God heeft sommige mensen grote rijkdom en veel aanzien gegeven, zodat zij alles kunnen krijgen wat zij wensen, maar zij kunnen er niet (in goede gezondheid) van genieten en alles komt bij andere mensen terecht. Dat is zinloos en betekent een bitter lijden.

Als een man honderd kinderen heeft en heel oud wordt, maar bij zijn dood zo weinig nalaat dat zijn kinderen hem niet eens een fatsoenlijke begrafenis kunnen bezorgen, dan vind ik dat hij beter af was geweest als hij dood was geboren.

Want al was zijn geboorte dan zinloos geweest en was hij naamloos in duisternis geëindigd, zonder ooit de zon te hebben gezien of van haar bestaan te hebben geweten, dan was dat toch beter dan een heel oude, maar ongelukkige man te zijn. Al leeft een man 2000 jaar, maar zonder van het goede in dit leven te genieten, wat heeft hij daar dan aan?

Zowel wijzen als dwazen besteden hun leven aan het bijeenschrapen van voedsel, zonder dat zij ooit genoeg schijnen te krijgen. Beiden hebben dezelfde moeite, maar de arme man die wijs is, heeft een veel beter leven.
Eén vogel in de hand is beter dan tien in de lucht; dromen over heerlijke dingen is dwaas en heeft geen enkel nut.

 

slide_10

 

 

 

Pred. 7:13,14>DE LEDIGHEID VAN WELVAART.

 

Kijk eens hoe God te werk gaat en hoe de gebeurtenissen dan precies in elkaar grijpen. Probeer daarom Zijn werk niet te veranderen. Geniet van de voorspoed zoveel u kunt en als er moeilijker tijden aanbreken, bedenk dan dat God zowel het een als het ander geeft. Wij weten niet hoe de toekomst zal zijn.

 

 

Pred. 8:2-6>DE LEDIGHEID VAN TROTS.

 

Gehoorzaam de koning zoals u hebt gezworen te doen. Probeer niet onder uw plichten uit te komen en verzet u niet tegen hem. Want de koning straft degenen die ongehoorzaam zijn. Achter het bevel van de koning staat een grote macht, waaraan niemand kan twijfelen en waartegen niemand is opgewassen.

Zij die hem gehoorzamen, zullen niet worden gestraft. De wijze man zal een tijd en een manier kunnen vinden om te doen wat hij zegt. Ja, voor alles is een tijd en een manier, ook al drukken de problemen van een mens zwaar op hem.

 

 

Pred. 8:7-13>DE LEDIGHEID VAN BOOSAARDIGHEID.

 

Want hoe kan hij dát voorkomen, waarvan hij niet weet of het in aantocht is? Niemand kan zijn geest ervan weerhouden hem te verlaten; geen enkel mens heeft de mogelijkheid zijn sterfdag te verzetten, want aan die duistere strijd ontkomt niemand. Het zal duidelijk zijn dat de goddeloosheid van een mens hem bij die gelegenheid niet te hulp komt.

Ik heb diep nagedacht over alles wat plaatsvindt op deze aarde, waar de mensen de mogelijkheid hebben elkaar pijn te doen. Ik heb gezien hoe goddeloze mensen eervol werden begraven en zij, die keurig leefden, de heilige stad Jeruzalem moesten verlaten en in de stad vergeten werden. Een onmogelijke zaak!

Omdat God zondaars niet onmiddellijk straft, denken vele mensen dat zij rustig kwaad kunnen doen. Maar ook al blijft een mens, na honderd keer te hebben gezondigd, gewoon leven, toch weet ik heel goed dat zij die God vrezen beter af zijn; in tegenstelling tot de goddelozen, die geen lang en gelukkig leven zullen leiden; hun levensdagen zullen als schaduwen voorbijschieten, omdat zij geen ontzag voor God hebben.

 

 

Pred. 8:14,15>DE LEDIGHEID VAN ONRECHTVAARDIGHEID.

 

Er gebeurt iets vreemds hier op aarde; het schijnt dat sommige goede mensen behandeld worden alsof zij goddeloos zijn en sommige goddeloze mensen alsof zij goed zijn. Een verwarrende zaak, die mij niet juist lijkt. Ik besloot toen mijn tijd op een plezierige manier te gaan besteden, want ik voelde dat op aarde niets beter was dan dat een man genoot van eten en drinken. Dat hij gelukkig was, met daarbij de hoop dat zijn geluk bij hem bleef in al het harde werk, dat God de mens overal geeft.

 

 

Pred. 9:13-18>DE LEDIGHEID VAN KRACHT.

 

Bij het observeren van het menselijke doen en laten, maakte ook het volgende een diepe indruk op mij: Een klein stadje met slechts enkele inwoners werd belegerd door een koning met zijn leger. In dat stadje woonde een wijze, arme man, die wist wat er moest gebeuren om de stad te redden en op die manier kon de stad de dans ontspringen. Maar niemand dacht eraan hem om raad te vragen.

Toen besefte ik dat (ook al is wijsheid beter dan kracht) de wijze man als hij arm is, veracht wordt en de mensen zijn woorden niet op prijs zullen stellen. Maar toch zijn de rustige woorden van een wijze man beter dan de kreten van een koning van dwazen. Wijsheid is beter dan oorlogstuig, maar één dwaas bederft veel goeds.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Boodschap 225 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

Het einde van de geldgod

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

SATAN WEET DAT ZIJN HEERSCHAPPIJ OP

 

AARDE SPOEDIG ZAL EINDIGEN.

 

ZOEK GEEN MATERIALISTISCHE,

 

DEMONISCHE RIJKDOM

 

DIE VERGANKELIJK IS EN LEIDT

 

NAAR DE VUURPOEL.

 

WERK AAN UW SPIRITUEEL LEVEN

 

DAT EEUWIG LEVEN KAN GEVEN

 

 

 

Het aanbidden van de Mammon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 Thimotheüs 6 ; 10 de wortel van alle kwaad is geldzucht

Standaard

categorie : religie

 

 

money

.

 

 

De rijke man : Lucas 16: 19 – 31

 

Nu was er een rijk mens, en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven.

En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart.

En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers,opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn.

Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen.

* Lazarus komt op een plek terecht na zijn dood waar hij troost vindt 

* De rijke man komt na zijn dood terecht in Hades, een plek vol van pijnen

* Slechts een kloof scheidt de twee plekken van elkaar, zij kunnen zelfs met elkaar communiceren

* Het is onmogelijk om van de ene kant van de kloof naar de andere kant over te komen

* Al zou een dode terug komen om de ongelovigen te overtuigen zich te bekeren, dan zouden zij het niet doen

.

Op de inhoud van Lucas 16:19-31 ingaan is niet nodig want de tekst spreekt voor zich zelf, alleen de verzen 30 en 31 zeggen ons iets heel belangrijks want daar hebben wij in onze dagen ook nog steeds mee te maken. De rijke man wilde dat Lazarus naar zijn familie ging om hen te waarschuwen maar Abraham zei dat ook dat niet zou helpen, ze zouden zich niet bekeren.

.

 

Sinds de opstanding van Christus Jezus is er wél iemand geweest die in de dood was en weer opstond, Christus Zelf, en ook Hem geloofde de mensheid niet.

.

De mensheid heeft geen excuus want Hij heeft er voor gezorgd dat alles is na te lezen in Zijn brief, het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er ettelijke getuigen geweest die Hem in levende lijve hebben gezien na Zijn opstanding vanuit de doden. De weinige mensen die wel geloven dat Hij opstond en de Weg naar het eeuwige leven is zijn later misleid door mensen die in hun zucht naar geld en macht een valse weg hebben gewezen. Het begon al vlak na Zijn hemelvaart dat mensen uit eigen belang wilden handelen en kwanselen met het reddende Evangelie en de uitingen daarvan.

.

.

De aanbidding van de Mammon, de geldduivel

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

.

Wat staat er precies in 1 Timotheüs 6 :10 ?

.

De Bijbeltekst luidt: ‘Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad’. Het gaat niet om het geld op zich, maar om de geldzucht. Terloops zij opgemerkt, dat er in het Grieks voor kwaad geen lidwoord staat. Dat houdt in, dat de vertaling ‘wortel van alle kwaad’ juister zou zijn omdat er dan ruimte gelaten wordt voor de gedachte dat er meer wortels van kwaad zijn. De geldzucht wordt echter daardoor gekarakteriseerd dat er alle vormen van kwaad uit kunnen voortkomen, zoals leugen, bedrog, geweld, seksuele uitbuiting. Maar dit terzijde; de Schrift spreekt over de geldzucht als bron van alle kwaad.

.

.

Hunkeren naar rijkdom in het boek Spreuken

 

Over die geldzucht maakt het Spreukenboek een paar rake opmerkingen, die we wel ter harte mogen nemen. We lezen er bijvoorbeeld deze waarschuwing in:‘Tob u niet af voor rijkdom… want plotseling maakt hij zich vleugels’. Als je meent het bezit in handen te hebben, glipt het je tussen de vingers door. Soms verwerft iemand zich in korte tijd rijkdom.

Hij heeft het geld echt in handen, maar dan komt daarna de tegenslag en verliest men zijn bezit. Of men gooit het geld in een leven van verkwisting over de balk. Wij kennen het gezegde: ‘Zo gewonnen, zo geronnen’ Een andere waarschuwing, nog ernstiger van aard, lezen we in Spr.28:20: ‘Maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’.

Het staat er niet met zoveel woorden, maar hier is kennelijk bedoeld dat men op oneerlijke wijze geld probeert te verwerven. De persoon die naar rijkdom jaagt, wordt in dit vers namelijk gecontrasteerd met ‘een betrouwbaar man’. Het hunkeren naar rijkdom gaat immers veelal gepaard met het gebruik van oneerlijke middelen om rijk te worden.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Citaten in de Bijbel over nederigheid

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5 voor 12

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.

.
.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.

.
.

 

Hoogmoed leidt tot schande,
wijsheid kenmerkt wie bescheiden is.
.
.
.
.
.

Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid. Ga niet af op uw eigen inzicht.

.
.

Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

.
.

Uw schoonheid moet niet gelegen zijn in uiterlijkheden, zoals kunstig gevlochten haar, gouden sieraden of elegante kleding, maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht.

.
.

 

Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.

.
.

De hoogmoed van een mens brengt hem ten val,
eer is weggelegd voor wie bescheiden is.
.
.
.

 

Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de Heer,
wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.
.
.
.

Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven.

.
.

Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid.

.
.

 

En wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.

.
.

 

Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

.
.

Wie zichzelf in de hoogte steekt, komt ten val,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
.
.
.

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.

.
.
.
.

Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’

.
.
.
.

Wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.

.
.
.
.

Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.

.
.

 

Er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de Heer van je wil:
niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten
en nederig de weg te gaan van je God.
.
.
.

 

Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer. Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar.

.
.

Wie ontzag heeft voor de Heer wint aan wijsheid,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
.
.
.

 

Goed en rechtvaardig is de Heer:
hij wijst zondaars de weg,
wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,
hij leert hun zijn paden te gaan.
.
.
.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.

.
.

 

Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’

.
.

Aan onze God en Vader komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

.
.
,

Hij moet groter worden en ik kleiner.

.
.

 

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
hij kroont de vernederden met de zege.
.
.
.

Ik, Nebukadnessar, roem, verhef en verheerlijk nu de koning van de hemel. Al zijn daden zijn juist en zijn paden recht. Wie hoogmoedig zijn, kan hij vernederen.

.
.

 

Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.

.
.

Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.

.
.

 

Wee degene die de strijd aanbindt
met hem door wie hij gevormd is –
een potscherf tussen de potscherven.
Zegt klei soms tegen wie hem vormt:
‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’
of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’
.
.
.

 

Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
.
.
.

 

Want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de Heer -, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’

.
.

 

Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.

.
.

 

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.

.
.

Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
.
.
.

De Heer maakt arm en hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
.
.
.
.

Een boodschap van El Morya

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

El Morya

.

 

El Morya en caballo blanco

 

.

 

Gij zult niet begeren wat een ander toebehoort.

.

Gegroet mijn broeders en mijn zusters. Wees gegroet en ontvang mijn zegening. Lang geleden, zeer lang geleden zijn er Hemelse Woorden aan de mensheid aangereikt. Hemelse Woorden die de mensheid zouden helpen om vrede en liefde in hun leven te brengen. Om als één mensheid te kunnen samenleven ondanks de verschillen die er bestonden en nog bestaan.

Tien Gulden Waarheden, gulden regels als het ware, zijn de mensheid vanuit hogere trilling aangereikt. Niet om de mensheid aan banden te leggen, niet om vrijheden in te perken of om straffen te kunnen uitdelen, maar wel om het leven in een samenleving te vereenvoudigen. Om het leven in een groep te bevorderen. Deze gulden regels werden rechtstreeks vanuit hogere sferen aangereikt aan de toenmalige incarnatie van mijn ziel, genaamd Mozes.

In die tijd van verzoeking en in die tijd van chaos was het nodig om bepaalde leefregels aangeboden te krijgen om misverstanden te voorkomen. In de loop der tijden is er misbruik en inbreuk gepleegd op deze hemelse aanreiking. Aan machtsmisbruik heeft men zich schuldig gemaakt.

Zovele aanreikingen met de voeten getreden. Vanuit menselijk machtsgevoel heeft men deze gulden aanwijzingen misbruikt om de mensheid angstig te maken en van haar vrijheid te beroven. Onbewust en opzettelijk zijn verkeerde interpretaties de wereld ingestuurd en nu, zo veel tijd later, zijn vele van deze hemelse aanreikingen uit het bewustzijn van de mensen verdwenen.

Vergeten, als het ware of niet meer aanvaard omwille van de vele misbruiken en het verdriet dat ermee gepaard is gegaan. Jaren, eeuwen, tijdperken zijn vergaan en toch blijven deze gulden aanwijzingen hemels in het bestaan van de mensheid. Deze Tienvoudige Hulpmiddelen zijn vervangen door duizenden en duizenden wetten, waarvan men de oorsprong en de gevolgen niet meer kent.

De hoofden en de handen die deze duizenden wetten hebben bedacht en geschreven kennen zelf hun wetten niet meer, noch de gevolgen. Al deze duizenden en duizenden wetten en wetboeken kunnen allen vervangen worden door Tien Hemelse Aanreikingen in een samenleving, in een mensenleven, op wereldniveau en in een familie.

Wanneer deze gulden leefwijzen begrepen en gerespecteerd worden is al het andere overbodig. Bij de eerste aanreiking van deze Hemelse Woorden was het bewustzijn van de mensheid nog niet rijp om de ware betekenis en de impact van deze gulden regels te begrijpen. In plaats van ze als zegening en aanwijzing te zien, noemde mensen ze De Tien Geboden.

Maar zij die Gods wil waarlijk kennen, weten dat God niets gebied, maar dat alle kinderen van de wereld in vrijheid leven. Een vrijheid die in de hoogste trilling gerespecteerd wordt. Maar op vraag van het mondiale zielenbelang zijn er gulden aanreikingen en aanwijzingen gegeven om de mensheid terzijde te staan om een vrede volle samenleving te kunnen opbouwen.

Nu, in deze tijd aan het begin van Aquarius is het bewustzijn van de mensheid klaar om de waarheid door deze Hemelse Woorden heen te zien! Om te aanvaarden en om te begrijpen, om de ware impact hiervan op wereldniveau te kunnen inschatten. Wanneer deze gulden aanwijzingen door de mensheid begrepen en aanvaard worden, wanneer men ernaar tracht te leven, zijn andere wetten, regels die men zelf niet meer kent, overbodig.

 

.

Mijn zusters, mijn broeders:

“gij zult niet begeren wat een ander toebehoort”.

 

.

Wanneer men hiernaar leeft, zal de toekomst van de wereld van morgen er totaal anders uitzien. De wereld is op dit moment enorm gematerialiseerd, het liefhebben van de materie viert hoogtij. De waardigheid en het succes van een mens wordt dikwijls gemeten naar deze materiële rijkdom. Dit brengt vele negatieve verschuivingen met zich mee. De druk op de evoluerende ziel is enorm verhoogd en wordt soms zelfs te groot.

Het ego van de mens is op jacht. Als een jager beweegt hij zich door het leven op jacht naar materiële prooi. Vele jaren en vele lessen later, wanneer de prooi gevangen is, of ook niet, komt men tot het besef dat deze prooi niet de voldoening schenkt die men dacht hierin te vinden. Het leven leeft haar leven. Het leven houdt zich in evenwicht ongeacht de keuze van het ego.

Maar door materialisatie op wereldlijk niveau kunnen zich verschuivingen in dit evenwicht voordoen en hoogmoed zowel als laagmoed vieren hoogtij. Een nieuwe bacterie is als het ware geboren, een bacterie die in de oude tijden is ontstaan, maar die nu in deze wereld hoogtij viert. De bacterie wordt onder de menselijke noemer vertaald als afgunst, jaloezie, het begeren wat een ander heeft.

Mijn broeders, mijn zusters, als u zich toch één moment boven de menselijke trilling kon verheffen om te zien wat dit alles teweegbrengt in uw wereld op mondiaal niveau of in uw persoonlijk leven, zou u begrijpen waarom de hoogste trilling zoveel eeuwen geleden deze aanwijzing aan de mensheid heeft aangereikt.

Wanneer u in uw straat rond kijkt ziet het menselijke ego dat het gras aan de andere kant van de straat groener is. Men blijft zich blind staren op het groenere gras van de ander. Maar doordat men zich in de laagte blind staart, ziet men in de ziel niet welk een schoonheid zich in eigen tuin ontvouwt. Door het altijd kijken in de tuin van de ander, ziet men de bloemen voor de eigen deur niet staan.

De krachtige boom die haar vruchten schenkt, loopt men voorbij omdat men de illusie heeft dat de boom aan de andere kant van de straat groter is of meer vruchten zou dragen. Open toch uw ogen en zie de zegeningen en de schoonheid die in uw eigen leven worden aangereikt. Staart u zich niet blind op het succes of de rijkdom van een ander, want u heeft geen besef van de zielenweg van een ander.

U heeft dikwijls nauwelijks besef van uw eigen zielenweg. Maar weet dat alles wat het leven biedt een reden heeft. Dat iedere ziel en ieder menselijk ego zelf hiervoor verantwoordelijkheid draagt. Wanneer uzelf de nodige inspanningen doet in uw eigen leven, zult u zien dat het universum zich alles aan u openbaart en u alles aanreikt wat u nodig heeft. Alles wat meer is, is overbodig en alles wat overbodig is, rust als een last op uw schouders.

Het leven neemt en het leven geeft. Maar het leven kan alleen schenken, wanneer uw handen geopend zijn om te aanvaarden; vanuit liefde en niet vanuit hebzucht. Mijn geliefde broeders, mijn geliefde zusters. Besef goed, dat de hebzucht van het ego veel onevenwichtigheid veroorzaakt in het leven van de mensheid als geheel en als individu.

Deze hebzucht, deze afgunst heeft verschuivingen veroorzaakt, waardoor natuurlijke rijkdommen en gematerialiseerde rijkdommen niet in alle rechtvaardigheid verdeeld zijn. Hoed uzelf voor deze hebzucht; hoed uzelf voor deze afgunst. Want dat wat u in uw leven uitstraalt, zal naar u terugkeren. Neem uw eigen verantwoordelijkheid. Het universum is een onuitputtelijke rijkdom waaruit één ieder mag nemen wat hij nodig heeft.

Wees u bewust van de trilling die u uitstraalt naar een ander toe wanneer uw leven vervult is van het begeren van andermans zaken of zijn. Wees u bewust van de negatieve trilling die u hierbij uitstraalt, wees u bewust, dat u zo de trilling van de mensheid in een negatieve spiraal helpt komen. Voor hen, die overladen worden met deze negatieve trilling van afgunst en hebzucht, blijf in stilte, blijf in liefde.

Reageer niet op deze trilling en ga er zeker niet in mee. Verhef uzelf en reik de ander de hand om hem of haar te helpen. Om hem of haar te helpen inzien waarom het Universum zo deelt.

Mijn broeders, mijn zusters. Al wat is mag in dienstbaarheid zijn om het leven te verrijken en het leven te vergemakkelijken, maar besef goed dat uw weg van zielengeluk zich niet in het materiële bevindt. Het materiële is een afspiegeling van wat in de geest bestaat, maar het is een gefilterde afspiegeling en wanneer u de ware rijkdom in uw leven wenst te verwelkomen, begeer dan niet de materiële rijkdom van uw naaste buur.

Maar verlang, verlang werkelijk naar de onuitputtelijke bron van het Universum. Daar waar de ware rijkdom, evenwaardig en evenredig verdeeld wordt, daar waar het ware geluk te vinden is.

Mijn broeders, mijn zusters. Blijf verder zonder oordeel. Ga in stilte en kijk in uw eigen hart, wat in u aanwezig is. Laat los, wat losgelaten mag worden en weet dat wanneer u al de banden, oude patronen heeft losgemaakt, het Universum in uw levensbehoefte voorziet. Weet, dat één ieder vanuit de liefde in hun hart, met open handen de gelukzaligheid van het Universum mag ontvangen in het leven.

Kijk in uzelf waarom u vindt dat het gras aan de overkant van de straat groener is dan bij u. Vind de antwoorden op deze vragen in uzelf en besef goed dat de oplossing, de waarheid in uw handen rust.

Mijn broeder, mijn zusters. Begeer niet wat een ander toebehoort in geest of in materie. Maak geen balans voor de ander waar hij staat in het leven als mens of als ziel. Zoek en vind uw eigen zielenweg. Zoek en vind uw eigen zielengeluk en u zult een antwoord hebben op al uw vragen en onuitputtelijk zal de bron van het Universum u verrijken. Vanuit de hoogste trilling reik ik u deze gulden aanwijzing aan. Tezamen met mijn groet en mijn zegening.

Daar ik BEN uw aller Broeder El Morya

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Wie is de mammon?

Standaard

categorie : religie 

 

 

De gelddemon

De gelddemon

 

Mammon is een Aramees woord dat ‘rijkdom’ betekent en staat voor geld, winst, rijkdom, vermogen. De rijkdom (Mammon) wordt door de Heer Jezus verpersoonlijkt als een ‘heer’  in Mt. 6:24 en Luc. 16:13. “U kunt niet God dienen en de Mammon.”

Mt 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon.


Mt 6:25 Daarom zeg Ik u: weest niet bezorgd voor uw leven, wat u eten of wat u drinken zult, ook niet voor uw lichaam, waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding?

In Luc. 16:9,11 is sprake van het ‘onrechtvaardige Mammon’, de macht van de zucht naar rijkdom die de mens onrechtvaardig doet handelen, wat we in deze wereld zien, waarin de rechten van God worden genegeerd.

De heer Mammon wordt tegenover de Here God gesteld, de dienst van Mammon tegenover de dienst van God. “U kunt niet God dienen en de Mammon.” De ware rijkdom is bij God en in Christus te vinden.

Het Hebreeuwse woord ‘Matmon’ betekent ‘schat, rijkdom’. Het is afgeleid van een woord dat ‘verbergen’ betekent. ‘Matmon’ komt vijf keer voor in het Oude Testament, bijvoorbeeld in Gen. 43:23

Ge 43:23 Hij zei: Vrede zij u, wees niet bevreesd. Uw God en de God van uw vader heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld heeft mij bereikt. Toen [liet] hij Simeon naar buiten brengen, naar hen toe.

Het Babylonisch heeft ‘Mamona’, schat. Het komt voor in #Mt 6:24 en #Lu 16:9,13 als aanduiding van geld of rijkdom, als de verpersoonlijking van aardse bezittingen, en staat hier tegenover God.

In het Rabbijns-Talmoedisch spraakgebruik wordt het woord ‘Mammon’ gebruikt voor rijkdom en gehechtheid daaraan.

 

 

VERNIETIGING VAN DE MAMMON DOOR DE VOETEN VAN MARIA

VERNIETIGING VAN DE MAMMON DOOR DE VOETEN VAN MARIA

 

spirituele tekening van John Astria

 

 

 

AANBIDDING VAN DE MAMMON

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria

Gods beloften in de Bijbel : deel 43

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

43 Gods beloften voor gebedsverhoring 

 

Gen. 20:17 En Abraham bad tot God; en God genas Abimelech, en zijn huisvrouw, en zijn dienstmaagden, zodat zij baarden.

 

 

Gen. 25:21 Nu bad Isaak de Here voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de Here liet Zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebekka werd zwanger.

 

 

Ezra 8:23 Dus vastten wij en smeekten onze God hierover, en Hij liet Zich door ons verbidden.

 

 

1 Sam 1:12 Toen zij lang bleef bidden voor het aangezicht des Heren, lette Eli op haar mond; ….maar ik heb mijn hart uitgestort voor het aangezicht des Heren…..Ga heen in vrede, en de God van Israel zal u geven, wat gij van Hem gebeden hebt.

 

 

1 Sam. 1:27 om deze jongen heb ik gebeden, en de Here heeft mij gegeven, wat ik van Hem gebeden heb.

 

 

Kon 17:21 Toen strekte hij zich driemaal uit bovenop het kind en riep tot de Here en zeide: Here, mijn God! Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.22 En de Here hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug, zodat het levend werd.

 

 

1 Kron. 5:20 zij werden in de strijd tegen hen geholpen, zodat de Hagrieten met allen die bij hen waren, in hun handen vielen; want zij riepen in de strijd tot God en Hij liet Zich door hen verbidden, omdat zij op Hem hadden vertrouwd.

 

 

2 Kron. 7:1 Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de heerlijkheid des Heren vervulde het huis.

 

 

2 Kron. 7:12 verscheen de Here aan Salomo des nachts en zeide tot hem: Ik heb uw gebed gehoord en deze plaats voor Mij tot een huis der offeranden verkoren.

 

 

2 Kron. 7:14 en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

 

 

2 Kron. 33:12 Maar, toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van de Here, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen13 en bad tot Hem; toen liet Hij Zich door hem verbidden, hoorde zijn smeking, bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koningschap. En Manasse erkende, dat de Here God is.

 

 

2 Kron. 18:31 Zodra de wagenoversten Josafat zagen, riepen zij: Dat is de koning van Israel; en zij omsingelden hem om hem aan te vallen. Maar Josafat riep luid en de Here hielp hem, God lokte hen van hem weg.

 

 

2 Kron 20:9 wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen.

 

 

2 Kron 32:20 Maar koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden deswege en riepen naar de hemel.21 Toen zond de Here een engel, die alle krijgshelden, vorsten en oversten in de legerplaats van de koning van Assur verdelgde, zodat hij met beschaamd gelaat naar zijn land terugkeerde.

 

 

Job 42:10 En de Here bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had, en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had.

 

 

Job 22:27 Als gij tot Hem bidt, zal Hij u verhoren, en gij zult Hem uw geloften betalen.

 

 

Psalm 3:5 Als ik luide roep tot de Here, antwoordt Hij mij van zijn heilige berg.

 

 

Psalm 20:10 Hij antwoordde ons ten dage dat wij roepen.

 

 

Psalm 22:5 tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.

 

 

Psalm 34:15 De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun hulpgeroep.

 

 

Psalm 34:17 Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.

 

 

Psalm 31:22 Terwijl ik in mijn angst dacht: ik ben verbannen uit uw oog; hebt Gij voorwaar mijn luide smekingen gehoord, toen ik tot U riep om hulp.

 

 

Psalm 50:15 roep Mij aan ten dage der benauwdheid, ik zal u redden en gij zult Mij eren.

 

 

Psalm 56:9 Dan zullen mijn vijanden terugwijken ten dage dat ik roep; dit weet ik: dat God met mij is.

 

 

Psalm 66:17 Nauwelijks had ik met mijn mond tot Hem geroepen … Voorwaar, God heeft gehoord, Hij heeft gelet op mijn luid gebed. Geprezen zij God, die mijn gebed niet afwees, noch mij zijn goedertierenheid onthield.

 

 

Psalm 81:7 in de benauwdheid riept gij en Ik redde u, Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder.

 

 

Psalm 81:10 doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

 

Psalm 86:7 Ten dage mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij antwoordt mij.

 

 

Psalm 107:6 Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij redde hen uit hun angsten.

 

 

Psalm 118:5 Uit de benauwdheid heb ik tot de Here geroepen, de Here heeft mij geantwoord en mij in de ruimte gesteld.

 

 

Psalm 120:1 Een bedevaartslied. In mijn angst heb ik tot de Here geroepen en Hij heeft mij geantwoord.

 

 

Psalm 138:3 Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.

 

 

Psalm 145:18 De Here is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. ….Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

 

 

Klaag. 3:57 Gij zijt nabij ten dage, dat ik U aanroep, Gij zegt: Vrees niet.

 

 

Jes 38:1 In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. …2 Toen keerde Hizkia zijn gelaat naar de wand en bad tot de Here…..4 En Hizkia weende luid. Toen kwam het woord des Heren tot Jesaja:5 Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Here, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen.

 

 

Dan. 9:20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des Heren, mijns God. Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel.

 

 

Dan 10:1 12 En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.

 

 

Jona 2:1 En Jona bad tot den Here, zijn God, uit het ingewand van de vis.2 En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwd-heid tot den Here, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.

 

 

Jer. 33:3 Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet.

 

 

Matt. 6:6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

 

 

Matt. 17:21 Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.

 

 

Matt. 21:22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.

 

 

Mar 11:24 Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.

 

 

Luc 2:36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd,37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.

 

 

Luc 11:9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

 

 

Luc 11:10 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.3 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

 

 

Lukas 18:1 Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.7 Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? 8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

 

 

Marc. 9:29 En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.

 

 

Joh 15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dra-gen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

 

 

Joh 16:23 En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.24 Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvang-en opdat uw blijdschap vervuld zij.

 

 

Hand 8:14 Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes,15 die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvang-en.16 Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus.17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

 

 

1 Joh 5:14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons ver-hoort.

 

 

1 Johannes 5:15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

 

 

Jac. 1:5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, een-voudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

 

 

Jac.4:2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.3 Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.

 

 

Jac 5:15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.

 

 

Luc 3:21 En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende,22 en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen.

 

 

.Matt 14:13 Toen Jezus dit hoorde, trok Hij Zich vandaar in een schip terug naar een eenzame plaats, alleen. En toen de scharen dit hoorden, volgden zij Hem te voet uit de steden.14 En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken.

 

 

Marc 1:35 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.35 En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar.

 

 

Luc 6:12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij naar het gebergte ging om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God.13 En toen het dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde.

 

 

Luc 9:28 terwijl Hij in het gebed was, dat het aanzien van zijn gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit.

 

 

Hand 4:31 Terwijl ze baden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

 

 

Hand 12:5 Petrus dan werd in de gevangenis in bewaring gehouden, maar door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden. 7 En zie, een engel des Heren stond bij hem en er scheen licht in het vertrek, en hij stootte Petrus in zijn zijde om hem te wekken en zeide: Sta snel op! En de ketenen vielen van zijn handen.

 

 

Hand 16:25 Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen.26 Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los.

 

 

Hand 11:5 Ik was in de stad Joppe in gebed en zag in zinsverrukking een gezicht.

 

 

Hand 22:17 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 42

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

42 Gods beloften bij het sterven 

 

Ps.23:4 Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

 

 

Luc.21:18 Doch geen haar van uw hoofd zal teloor gaan; 19 door uw volharding zult gij uw leven verkrijgen.

 

 

Joh.5:24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.

 

 

Joh.8:51 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen.

 

 

Joh.11:25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26 en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?

 

 

Rom.8:18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.

 

 

28 Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

 

 

35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? 36 Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. 38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.

 

 

Rom.14:7 Want niemand onzer leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf; 8 want als wij leven, het is voor de Here, en als wij sterven, het is voor de Here. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren. 9 Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij èn over doden èn over levenden heerschappij voeren zou.

 

 

2 Kor.5:1 Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. 2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden,………6 Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij, zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Here in de vreemde zijn 7 – want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen – 8 maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen. 9 Daarom stellen wij er een eer in, hetzij thuis, hetzij in de vreemde, Hem welgevallig te zijn.

 

 

1 Kor.15:52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. 53 Want dit vergankelijke moet onvergan-kelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 54 En zodra dit vergankelijke onvergan-kelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. 55 Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? 56 De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. 57 Maar God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.

 

 

2 Kor.4:11 Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare.

 

 

Vs.16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. 17 Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, 18 daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

 

 

2 Tim.4:7 Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; 8 voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.

 

 

Fil.1:20 naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. 21 Want het leven is mij Christus en het sterven gewin.

 

 

Hebr.2:14 opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, 15 en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

 

 

Openb.1:18 en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 37, 38, 39, 40 en 41

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

37 Gods beloften van vriendschap, in de gunst staan bij mensen 

 

Spr.3:3 Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, 4 dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen.

 

 

Spr.18:24 Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aan-kleeft dan een broeder.

 

 

Luc 2:52 En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen.

 

 

Spr.16:7 Als iemands wegen de Here behagen, doet Hij zelfs diens vijanden vrede met hem maken.

 

 

 

38 Gods beloften van verhoging door verootmoediging 

 

Jes.57:15 Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven.

 

 

Dan.10:12 En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniël, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.

 

 

Matt.18:1 Op dat ogenblik kwamen de discipelen bij Jezus en vroegen: Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen? 2 En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, 3 en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. 4 Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.

 

 

1 Petr.5:5 Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. 6 Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd.

 

 

Jac.4:6 Maar Hij geeft dan ook des te grotere genade. Daarom heet het: God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. 7 Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Jac.4:10 Vernedert u voor de Here, en Hij zal u verhogen.

 

 

 

39 Belofte van Heiliging/reiniging 

 

Ps.119:9 Waarmede zal de jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw woord. 10 Ik zoek U met mijn ganse hart, laat mij niet van uw geboden afdwalen. 11 Ik berg uw woord in mijn hart, opdat ik tegen U niet zondige.

 

 

1 Thess.5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.

 

 

1 Joh.1:7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

 

 

1 Joh 1:3 En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is.

 

 

 

40 Gods Beloften zullen uitkomen 

 

Num.23:19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

 

 

Rom 4:20 maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf God eer, 21 in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen. 22 Daarom werd het hem gerekend tot gerechtigheid. 23 Echter niet om zijnentwil alleen werd geschreven: het werd hem toegerekend, 24 maar ook om onzentwil.

 

 

2 Kor.1:20 Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons.

 

 

Hebr.6:13 Want toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, 14 zeggende: Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen. 15 En zó, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen. 16 Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak. 17 Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, 18 opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.

 

 

Hebr.8:6 Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter ver-bond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust.

 

 

 

41 Gods beloften in beproevingen 

 

Rom 8:28 Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

 

 

Job.23:10 Want Hij weet, hoe mijn wandel is; toetste Hij mij, ik kwam als goud te voorschijn.

 

 

1 Pet.1:6 Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, 7 opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.

 

 

Jac. 1:2 Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, 3 want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. 4 Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget