Tagarchief: doden

Where are the dead? Waar zijn de doden?

Standaard

Category / categorie: video

 

.

.

.

Where are the dead? Waar zijn de doden?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Mogen moslims ongelovigen doden?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In de koran staan een aantal verzen die lijken te suggeren dat muslims ongelovigen moeten vermoorden. Maar is dat ook wat er staat? We bestuderen een voorbeeld:

 

.

“En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.” (Koran 2:190)
.
.
.
 tumblr_lxszkqJuEF1qmvto5o1_500.
.
.
.
.
.

Hoe moeten we deze verzen begrijpen?

 

.

1. Context van het vers

 

Deze verzen handelen duidelijk niet hoe muslims met niet-muslims moeten omgaan, maar over hoe zij zich moeten gedragen in een oorslogssituatie. Het gaat met andere woorden over wat wij in België of Nederland de krijgswet noemen dewelke in onze landen ook niet van toepassing is op het burgerleven. In de islam geldt hetzelfde onderscheid: de krijgsleer is niet van toepassing op het burgerleven. Deze verzen handelen dus over soldaten in oorlogstijd.

Meerbepaald blijkt uit de sunnah en uit tafsirs dat deze verzen handelen over een situatie waarbij vijanden van de islam de prille, kleine muslimgemeenschap tot de laatste man wilden vermoorden. Het gaat dus om een strijd waarbij de tegenstanders de islam en de muslims wilden uitroeien en vernietigen. De koran gaf muslimsoldaten met dit vers toestemming om zich in zo’n situatie – die zowel het eigen leven als het voortbestaan van de islam bedreigde – gewapenderhand te verweren. Deze vijand die de muslims aanviel bleek toevallig ongelovig te zijn, maar het gaat niet over hun geloofsovertuiging, het gaat erom dat deze vijand de muslims wou uitroeien.

 

 

2. Betekenis

 

Analyseren we nu de verzen:

  • “En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden”
    Hier wordt gesteld dat muslimsoldaten alleen mogen strijden om zich te verdedigen tegen een aanval door anderen, zij mogen alleen strijden tegen diegenen die hen bestrijden. Zij mogen dus niet als eerste aanvallen. Noteer ook dat in de islam alleen door het hoogste en legitiem gezag kan opgeroepen worden tot een gewapende strijd, zoals ook bij ons alleen de regering de oorlog kan verklaren. Extremisten die heden tegen dage geweld plegen overtreden dus de islam gezien zij op eigen houtje handelen tegen de wetten en beslissingen van de eigen overheden in en dus criminele en ontoelaatbare daden plegen, ook volgens de islam.
  • “maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.”
    Ook in oorlogstijd, en zelfs in deze context waarbij de vijand muslims tot de laatste man wou vermoorden, krijgen muslimsoldaten hier de opdracht niet in onwettigheid te vervallen maar zich aan hoogstaande morele principes te houden. Zij mogen de grenzen daarvan niet overtreden. De islam schuwt extremismen en veroordeelt onrecht in alle omstandigheden.
  • “Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden.”
    Het gaat om een gevecht tegen een vijand die de muslims aanvalt en die alle muslims wil uitroeien. Zoals ook in het krijgsrecht overal ter wereld, mag krachtens deze verzen een muslimsoldaat die vreest voor zijn leven, de tegenstander doden. In andere verzen stelt de koran als algemene regel dat alle leven heilig en onschendbaar is en dat “wie één mens doodt, het ware alsof hij de hele mensheid gedood heeft” (vers 5:32). Middels het vers dat we hier bespreken, wordt op deze algemene regel van onschendbaarheid van het leven een uitzondering gemaakt, omdat muslimsoldaten die aangevallen worden zich anders zouden moeten laten afslachten.
  • “Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.”
    Middels deze woorden wordt nogmaals gesteld dat muslims niet mogen aanvallen, maar dat ze zich enkel mogen verweren tegen een aanval en in die mate dat wanneer de vijand de gevechten staakt, muslimsoldaten (nieteggenstaande de vijand hen tot de laatste man wou uitmoorden) ook moeten ophouden met vechten.
  • “Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort.”
    Volgens islamgeleerden betekent dit versdeel (in samenhang met andere verzen in de Koran) dat muslims de moordende aanval op hun gemeenschap moeten bestrijden tot op het moment dat zij zelf opnieuw hun geloof vrij kunnen beleven. Het betekent niet dat zij moeten strijden tot wanneer iedereen zich bekeerd heeft (de koran verbiedt bekeringen onder dwang). Het betekent wel dat wanneer de aanvallende vijand zou aanbieden het gevecht te staken op voorwaarde dat muslims het geloof van de vijand aannemen, dat zij daarin niet mochten toestemmen maar moesten strijden tot zij weer hun islam mochten en konden beleven. Wat de andere geloven maakt niet uit en is niet de zaak van muslims gezien de koran godsdienstvrijheid garandeert. Dus zelfs in het geval een vijand de islam aanvalt om die helemaal uit te roeien, mogen muslims zich enkel verweren tot de vijand de oorlog stopt en muslims zelf weer vrij hun geloof mogen beleven.
  • “Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.”
    Dit laatste versdeel herhaalt nog eens dat muslims in die omstandigheden moeten stoppen met strijden zodra de vijand die hen wou uitmoorden de vijandigheden staakt, en zegt dat muslims geen vergelding mogen zoeken. Er wordt aan toegevoegd dat de onrechtplegers echter niet vrijuit zullen gaan. Oorlog is geen excuus voor het begaan van immoraliteiten, dus onrechtplegers onder de soldaten zullen voor de rechtbank moeten gebracht worden. Merk dus op hoe sterk zelfs het recht om zich te verdedigen telkenmale beperkt wordt.

 

 

3. Besluit

 

Staat hier, met andere woorden, dat muslims ongelovigen moeten vermoorden?

Zeer zeker niet. Geen enkel vers in de Koran handelt over een gewapende strijd tegen ongelovigen omwille van hun geloof. In bovenstaand vers gaat het om een vijand die de nog prille en kleine muslimgemeenschap volledig wou uitmoorden.  Dat die vijand ongelovig was, doet in deze verzen niets ter zake. Het is geen vers over geloof of ongeloof, het is een vers over krijgsrecht.

 

 

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Jezus legt uit dat Hij door God is gestuurd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Ware- en de valse Drievuldigheid

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Johannes : 5

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.”  11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

Jezus legt uit dat Hij door God is gestuurd

 

19 Jezus antwoordde hun: “Luister goed! Ik zeg jullie dat de Zoon niets uit Zichzelf kan doen. Hij doet alleen wat Hij de Vader ziet doen. Alles wat de Vader doet, doet de Zoon ook. 20 Want de Vader houdt van de Zoon en Hij laat Hem alles zien wat Hij doet. En jullie zullen verbaasd staan, want Hij zal jullie nog geweldiger dingen laten zien dan dit. 21 Want net zoals de Vader de doden levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. 22 Want de Vader oordeelt niemand. Hij heeft tegen de Zoon gezegd dat Hij over de mensen mag rechtspreken. 23 Daarom moeten de mensen voor de Zoon net zoveel respect hebben als voor de Vader. Mensen die geen respect hebben voor de Zoon, hebben ook geen respect voor de Vader die Hem heeft gestuurd.

24 Luister goed! Ik zeg jullie: iedereen die naar Mij luistert en gelooft in de Vader die Mij heeft gestuurd, heeft het eeuwige leven. Hij zal niet veroordeeld worden. Want zo iemand is niet langer dood, maar is het leven binnen gegaan. 25 Luister goed! Ik zeg jullie dat nu de tijd begonnen is dat de doden naar de Zoon van God zullen luisteren. Daardoor zullen ze leven. 26 Want net zoals de Vader het leven zelf is, is ook de Zoon het leven zelf. 27 En de Vader heeft de Zoon het recht gegeven om te oordelen, omdat Hij de Mensenzoon is. 28 Wees hier maar niet verbaasd over. Want het zal niet lang meer duren voordat de doden in de graven naar zijn stem zullen luisteren. 29 Dan zullen ze uit de dood opstaan. De mensen die het goede gedaan hebben, zullen dan het eeuwige leven binnengaan. Maar de mensen die slechte dingen hebben gedaan, zullen worden gestraft.

30 Ik kan niets uit Mijzelf doen. Ik oordeel volgens wat Ik van mijn Vader hoor. En Ik oordeel rechtvaardig. Want Ik doe niet wat Ik Zélf graag wil, maar Ik doe wat mijn Vader wil. Want Hij heeft Mij gestuurd. 31 Als Ik Zelf zeg wie Ik ben, hoeft dat niet waar te zijn. 32 Maar er is nog iemand anders die zegt wie Ik ben: Johannes. En Ik weet dat het waar is wat hij over Mij zegt. 33 Jullie hebben mensen naar Johannes gestuurd, om te weten te komen wat hij te vertellen had. Hij heeft jullie de waarheid gezegd. 34 Eigenlijk maakt het Mij niet uit wat een mens over Mij zegt. Maar Ik zeg jullie dit, omdat Ik wil dat jullie worden gered. 35 Johannes gaf jullie licht, net zoals een brandende olielamp licht geeft. En jullie zijn een poosje blij geweest met het licht dat hij gaf.

36 Maar er is iets dat meer over Mij zegt dan Johannes. Namelijk: de dingen die Ik namens mijn Vader doe. Die laten zien dat de Vader Mij heeft gestuurd. 37 En de Vader die Mij heeft gestuurd, heeft Zelf ook over Mij gesproken. Jullie hebben nooit zijn stem gehoord en jullie hebben Hem nooit gezien. 38 En jullie luisteren niet echt naar Hem. Want jullie willen Mij niet geloven, terwijl Ik toch door Hem gestuurd ben. 39 Jullie bestuderen de Boeken, want jullie verwachten daardoor het eeuwige leven te krijgen. In de Boeken staat wie Ik ben. 40 Maar toch willen jullie niet naar Mij toe komen om eeuwig leven te krijgen.

41 Het maakt Mij niet uit wat de mensen van Mij vinden. 42 Maar Ik ken jullie: er is geen liefde voor God in jullie hart. 43 Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar jullie willen Mij niet geloven. Maar als iemand anders komt namens zichzelf, geloven jullie hém wel. 44 Jullie kunnen Mij niet geloven. Dat komt doordat jullie het wél belangrijk vinden wat andere mensen van jullie denken, maar het níet belangrijk vinden wat God van jullie vindt. 45 Denk niet dat Ík jullie zal beschuldigen bij de Vader. Nee, Mozes zal jullie beschuldigen, terwijl jullie juist van hém verwachten dat hij jullie eeuwig leven zal geven. 46 Maar als jullie Mozes werkelijk geloofden, zouden jullie ook Mij geloven. Want hij heeft over Mij geschreven. 47 Maar als jullie zijn Boeken niet geloven, zullen jullie Mij ook niet geloven.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waar is de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In de Hebreeuwse Schriftteksten wordt het woord “Sheol” gebruikt om het dodenrijk aan te duiden. Het betekent  “plaats van de doden” of de “plaats van de zielen die zijn heengegaan”. Het Griekse woord dat in het Nieuwe Testament voor de hel gebruikt wordt is “Hades”, wat eveneens refereert aan de “plaats van de doden”.

 

 

Andere Schriftteksten in het Nieuwe Testament geven aan dat Sheol / Hades een tijdelijke plaats is, waar zielen worden vastgehouden terwijl zij wachten op de uiteindelijke wederopstanding en veroordeling. Openbaring 20:11-15 geeft een duidelijk onderscheid tussen de twee. Hel, of de vuurpoel, is de permanente en laatste plaats waar de verlorenen worden veroordeeld. Hades is een tijdelijke plaats.

 

 

 

 

 

 

 

Sheol / Hades is een domein met twee afdelingen (Matteüs 11:23; 16:18; Lucas 10:15; 16:23; Handelingen 2:27-31):

  • de verblijfplaatsen van hen die gered zijn.
  • de verblijfplaats voor hen die verloren zijn.

De verblijfplaats van hen die gered zijn werd het “Paradijs” genoemd en “Abrahams hart”. De verblijfplaatsen van hen die gered zijn en hen die verloren zijn worden afgescheiden door een “wijde kloof” (Lucas 16:26). Toen Jezus naar de Hemel opsteeg, nam Hij de bewoners van het Paradijs (gelovigen) met Zich mee (Efeziërs 4:8-10). De verloren zijde van Sheol / Hades is onveranderd gebleven. Alle ongelovige doden gaan daar naartoe in afwachting van hun laatste oordeel in de toekomst.

 

 

 

 

.

 

Waar ging Jezus naartoe na zijn dood?

 

Jezus ging niet naar de “Hel” omdat de “Hel” een toekomstige plaats is, die pas effectief in gebruik wordt genomen na het oordeel voor de Grote Witte Troon (Openbaring 20:11-15).
Jezus zei jaren later aan het kruis tegen de dief naast Hem: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn”. Zijn lichaam was in de graftombe; Zijn ziel ging naar het “Paradijs”-gebied van Sheol / Hades. Hij verwijderde vervolgens alle rechtschapen doden uit het Paradijs en nam hen met Zich mee naar de Hemel.

Het moment waarop Jezus van de Vader werd afgescheiden vanwege de zonden die over Hem waren uitgegoten was toen Hij aan het kruis uitriep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Toen Hij Zijn geest opgaf, zei Hij: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”. Zijn lijden was in onze plaats voltooid. Zijn ziel ging naar de Paradijskant van Hades. Jezus ging niet naar de Hel. Het lijden van Jezus eindigde op het moment waarop Hij stierf. De betaling voor onze zonden was volbracht. Vervolgens wachtte Hij op de wederopstanding van Zijn lichaam en Zijn terugkeer naar de glorie van Zijn hemelvaart. Ging Jezus naar de Hel? Nee. Ging Jezus naar Sheol / Hades? Ja.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Satan bestaat ; Johannes 10 vers 10

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

De woorden van christus waarin Hij bevestigt dat

 

satan leeft.

 

 

 

Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te

 

doden en te vernietigen.

 

 

 

evil_creature_1440x900

 

 

 

 

Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.

 

 

519f459c551fecb306f8644dab9750f0_1394044422

 

 

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

    

 

 

 

 

 

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

Waar zijn de doden?

 

De Bijbel leert ons dat er een leven is na de dood. Maar ook dat er niet slechts één, maar meerdere bestemmingen zijn. Dit heeft te maken met een andere kwestie die weinig aandacht krijgt, namelijk dat het hiernamaals in de tussentijd tussen dood en opstanding er anders uit ziet dan na de opstanding van de doden. De bestemmingen in de tussentijd verschillen van de bestemmingen na de opstanding der doden.
Waar zijn de doden nadat ze gestorven zijn? En in welke hoedanigheid verkeren ze? Leven ze bewust en met herinnering en herkenning? We lopen een aantal plaatsen in het Nieuwe Testament langs om op deze vragen een antwoord te zoeken.

 

 

 

 

Paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23: 42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’ (.Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8, maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevonden moet hebben, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2Kor.12: 2-4 vertelt.‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede werd in het vroege jodendom (periode vanaf 3e eeuw v.Chr.) een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden. Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar naast hem belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. In deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Hades is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament geen synoniemen. Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding der doden.

We zien dit in het Nieuwe testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16:23).
De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij namelijk haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20:13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’
De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Op. 20:14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13:42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde der tijden (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Op.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

 

 

 

 

‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16: 9)
De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten. Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? In Johannes 14:2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel (vgl. 2Kor.5:1). Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende:
‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham’. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

‘Schoot van Abraham’

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het Nieuwe Testament tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13:23), en lezen we in Luc.16:22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

 

 

 

‘Intrekken bij de Heer’

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste. In 2Kor.5: God,troon,HJ8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5: 1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Wright noemt dit een ‘tweetrapsverwachting’. Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20:27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra ).

 

 

Dodenrijk

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Herinnering en herkenning

 

Er zijn vervolgens een paar vragen die ons bezig houden, zoals: Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?
‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen.

Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’. De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (de rijke ‘ziet Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17 ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Pasteltekening van John Astria

 

 

Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’.

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.

 

 

 

.
.
.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

De Geloofsbelijdenis: Die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden.

Standaard

Categorie: religie

 

 

De Geloofsbelijdenis: Die nedergedaald is ter helle,

de derde dag verrezen uit de doden

 

 

Christus heeft echt de dood ondergaan

 

In de vijfde artikel van het Credo, belijden wij dat Jezus na zijn kruisdood is nedergedaald ter helle en de derde dag is verrezen uit de doden. Wat betekent de ‘nederdaling ter helle’ van Jezus ? Op de eerste plaats betekent het dat Jezus werkelijk is gestorven en begraven. Jezus is echt gestorven en zijn lichaam rust in een graf. Hij heeft de dood gekend zoals andere mensen.

 

 

138_32154_1 001
.
.
.
.

Blijde Boodschap voor de gestorvenen

 

Maar het werk van de verlossing en haar uitwerking – in de kracht van de kruisdood van Jezus – ging verder. Daarom betekent ‘nederdaling ter helle’ ook dat Jezus met zijn ziel, die verenigd is met zijn goddelijke persoon, afgedaald is in ‘het dodenrijk’, de ‘verblijfplaats’ van alle doden, die de Schrift benoemt als ‘de Sjeool’ of ‘de Hades’.

Jezus ging daar als verlosser heen om zijn blijde boodschap aan de doden te verkondigen. Hij is niet naar ‘de hel’ om de verdoemden te bevrijden, evenmin om de hel van de verdoemenis af te breken. Hij ging om de rechtvaardigen die Hem voorgegaan waren, te bevrijden, de grote profeten van het Oude Testament, zelfs Adam en Eva. DUS JEZUS GING IN HADES DE GELOVIGEN VOOR ZIJN KRUISDOOD BEVRIJDEN OM HEN NAAR HET PARADIJS TE BRENGEN!

Wij moeten er ons rekenschap van geven dat wij in het Credo geen mythologisch verhaal belijden. Het bestaan van de menselijke ziel en de nederdaling van de Heer Jezus ter helle is door God geopenbaard en is een onderdeel van de geloofsleer. Ze zijn terug te vinden in de H. Schrift, de geschriften van de kerkvaders, en in de levende overlevering van het geloof van de Kerk.

 

 

nederdaling_ter_helle (101) LR

 

 

Zo vertelt Sint Petrus ons: “het evangelie is ook aan gestorvenen verkondigd…” (1 Pt. 4, 6); en dat: “de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en die haar horen, zullen leven” (Joh. 5, 25).De Catechismus van de Katholieke Kerk vertelt ons dat ‘De nederdaling ter helle de volledige vervulling is van de evangelische aankondiging van het heil.

Zij is de allerlaatste fase van de Messiaanse zending van Jezus. Deze fase is zeer beperkt in de tijd, maar strekt zich ontzettend ver uit wat haar werkelijke betekenis betreft. Zij leert dat het verlossingswerk zich uitbreidt tot alle mensen van alle tijden en van alle plaatsen, want allen die zijn gered, hebben immers deel gekregen aan de verlossing.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Lazarus van Bethanië

Standaard

categorie : religie

 

 

Lazarus (= God heeft geholpen) van Bethanië is een man genoemd in het Nieuwe Testament, die woonde in het dorp Bethanië aan de Olijfberg bij Jeruzalem. Hij was een vriend van Jezus en een broer van Martha en Maria. Lazarus stierf door een ziekte en, nadat hij al enige dagen dood was, kwam de Heer en wekte hem uit de doden op. Deze opzienbarende gebeurtenis maakte dat velen in Jezus  geloofden. Schriftplaatsen: Joh 11:1-43; 12:1-17.

 

 

 

boven : Fresco met de opwekking van Lazarus. De fresco in een catacombe te Rome dateert van de 1e helft van de 4e eeuw na Chr.

 

 

Lazarus van Bethanië is te onderscheiden van de door de Heer Jezus verhaalde geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16:19-31). In de Middeleeuwen werden de beide Lazarussen vaak verward. De naam Lazarus betekent ‘God heeft geholpen’.

Jezus hield van Martha, Maria en Lazarus (Joh. 11:5).

Joh 11:3 De zusters dan zonden tot Hem de boodschap: Heer, zie, hij die U liefhebt is ziek. Joh 11:5 Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief. 

 

De Heer sprak van Lazarus als ‘onze vriend’. Er is zeer weinig opgetekend van Lazarus, behalve het opvallende feit dat hij uit de doden is opgewekt door de Heer Jezus, een gebeurtenis die de heerlijkheid van God openbaarde en de Zoon van God verheerlijkte. Toen voor Jezus, enige tijd na dat wonderwerk, een maaltijd was bereid, was Lazarus een van degenen die daar in Bethanië met Hem aanlagen (Joh. 12:2).

Hij was een levende getuige van de kracht van de Zoon van God over de dood. Als zodanig liep Lazarus evenwel gevaar gedood te worden door de Joden die Jezus afwezen.

Joh 12:9 De grote menigte van de Joden dan wist dat Hij daar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zagen die Hij uit de doden had opgewekt. Joh 12:10 De overpriesters nu beraadslaagden om ook Lazarus te doden, Joh 12:11 omdat velen van de Joden om hem heengingen en in Jezus geloofden. 

 

Het wonderwerk wordt alleen vermeld in het Johannes-evangelie, dat de Heer Jezus in het bijzonder voorstelt als de Zoon van God. Deze is machtig de doden op te wekken en eeuwig leven te schenken.

 

 

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

Lazarus als een type van Israël

 

Lazarus schijnt een type van het volk Israël te zijn. Nadat de Heer Jezus op het feest van de tempelwijding te Jeruzalem was verworpen en gevaar liep gegrepen te worden, ging Hij weg, over de rivier de Jordaan, buiten Judea. Daar werd hem van de zusters bericht dat Lazarus ziek was. “Heer, zie, die U liefhebt is ziek”. Terwijl de Heer elders is, is Israël ziek, ja, in een doodsslaap.

De Heer bleef “nog twee dagen in de plaats waar Hij was” (Joh. 11:6), in Bethanïe aan de overzijde van de Jordaan. Intussen was Lazarus gestorven. Een dag is voor de Heer als duizend jaar (2 Petr. 3:8). De Heer wacht nog tweeduizend jaar voordat Hij terugkomt en Israël opwekt. Jezus zei tot zijn leerlingen: “Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken.” (Joh. 11:11).

‘Na twee dagen,’ zei de profeet Hosea, ‘zal Hij ons levend maken’.

Hos 6:2 Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

 

Er zijn twee situaties opgetekend waarin Jezus weende.

  • Hij weende toen Hij Maria zag wenen en de Joden die met haar waren meegekomen zag wenen (Joh. 11:31). Hij wist echter dat hij Lazarus zou opwekken.
  • De tweede keer vinden wij Jezus wenen, toen hij, na de opwekking van Lazarus, de stad Jeruzalem naderde en de stad zag (Luc. 19:41). Hij weende over haar, omdat Hij wist welk onheil haar zou overkomen.

Misschien heeft de Heer al in het geval van Lazarus aan Israël gedacht. Lazarus lag vier dagen in het graf. Dit wordt in elk geval gezegd om te onderstrepen dat Lazarus echt dood was. Heeft dit aantal een symbolische betekenis? Als deze vier dagen vierduizend jaren voorstellen, denken we aan de periode van 2000 jaar vóór tot 2000 jaar ná Christus, dus van Abraham tot aan de wederopstanding van Israël.

Het getal 4 in de Bijbel verwijst naar wereldwijde bekendmaking van gebeurtenissen.

In de buurt van Bethanië aan de Olijfberg riep de Heer Jezus: “Lazarus, kom naar buiten! De gestorvene kwam naar buiten…” (Joh. 11:43). Wanneer Jezus voor Israël terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg zullen staan, zullen zij zien “Hem die zij doorstoken hebben” (Opb. 1:7; Zach. 12:10). En het volk zal een geestelijke opwekking meemaken.

Ro 11:15 … wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?

 

Nadat Lazarus met de windsels uit de grafspelonk was gekomen, beval Jezus: “Maakt hem los en laat hem gaan.” (Luc. 11:44). De Heiland van Israël zal de banden van het volk, dat thans nog in benarde verhoudingen met de naburige volken is en zich afschermt (tegen aanslagen), doen losmaken en in vrijheid doen gaan.Velen geloofden in de Heer Jezus om het teken aan Lazarus gedaan. Ze kwamen om Jezus en Lazarus, de gestorvene en weer opgewekte, te zien. Kort daarna, bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, wanneer het teken aan Lazarus nog een onderwerp van gesprek is (Joh. 12:17-18), zien we Grieken, die Jezus wensen te zien.

Om het toekomstige wonderwerk aan Isräel zullen velen, van heinde en ver, naar Israël komen. En van jaar tot jaar zullen de volken zich in Israël presenteren om de Heer te aanbidden en om het loofhuttenfeest te vieren.

Zac 14:16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den Here der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten. 

 

 

 

 

 

 

 

Jezus of Mohammed?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is het verschil tussen Jezus en Mohammed?

 

Wie is Jezus Christus en wie is Mohammed? In welke opzichten zijn ze verschillend en welke overeenkomsten vertonen ze? Wijzen ze beiden op dezelfde God of spreken ze elkaar op veel punten tegen? Naar wie moeten we luisteren, als we God willen leren kennen?

.

 

 

.

In dit artikel vind je antwoord op deze vragen en leer je wie Jezus Christus en Mohammed echt zijn. De vermelde informatie is gebaseerd op de Bijbel en de Koran.

We weten allemaal dat het ontdekken van waarheid soms pijnlijk en confronterend kan zijn.  Er is één heden en er is maar één verleden geweest. Of we nu het Opperwezen God of Allah noemen maakt in feite niets uit. Mohammed was een profeet zoals er vele profeten geweest zijn, Elke profeet is geboren uit een zondig persoon en heeft dus de erfzonde in het bloed.

Daarom waren en zijn de profeten feilbare mensen die door God (Allah) gebruikt werden om de boodschap van heil te verkondigen aan de hele wereld. Christus was profeet maar ook de Messias. Hij is geboren uit God, kwam ter wereld via de onbevlekte ontvangenis en versloeg de Satan. Hij kwam ter wereld als losprijs voor de zonden en zondigde zelf nooit. Wie niet het zoenoffer van Christus aanvaardt is verloren, al gelooft hij in de talloze profeten die ooit hebben geleefd.

 

Als we echt van God houden, zullen we nooit bang zijn voor waarheid, want God is waarheid en leert ons om in waarheid te leven.

 

 

 

Weet wie je volgt

 

Het is erg belangrijk te weten welke geestelijke leider je volgt. Je stelt immers je vertrouwen in deze persoon en gaat ervan uit dat hij je waarachtig leidt naar God toe. Als je echter niet accuraat weet wie je leider is, kun je misleid worden en juist weg van God geleid worden. Het is daarom van zeer groot belang goed te weten wie je kiest als je geestelijke leidsman.

 

 

De mens in geloof is één met Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus Christus vs Mohammed

 

GENEZING EN BEVRIJDING

 

Jezus Christus genas duizenden zieken van alle denkbare kwalen en dreef ontelbare boze geesten uit. Deze wonderbare genezingen waren zo indrukwekkend, dat men zelfs de zieken en bezetenen uit omringende steden tot Jezus bracht, waarop hij hen allemaal genas. Het genezen van de zieken was een zeer opvallende eigenschap van Jezus Christus. Het was de vervulling van een voorspelling die honderden jaren op voorhand over Jezus was gedaan, door de profeet Jesaja:

‘Hij heeft onze kwalen op zich genomen en onze ziekten gedragen.’ (Jesaja 53:4)

Mohammed genas nooit een zieke en dreef bij niemand een boze geest uit.

 

 

DODEN OPWEKKEN

 

Jezus Christus heeft diverse doden opgewekt, waaronder het dochtertje van Jairus, Lazarus en de zoon van een weduwe. Zo liet hij zien dat God macht heeft over dood en leven. Dit is een van de voorbeelden van opwekking uit de dood, zoals vermeld in de geschiedschrijving van het evangelie door de arts Lucas:

“Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’ Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.” (Lucas 7:12-15)

Mohammed heeft geen enkele dode opgewekt.

 

 

OPSTANDING UIT DE DOOD

 

Jezus Christus wekte niet alleen doden op, Hij stond zelf ook op uit de dood en verscheen aan honderden getuigen, als bewijs van zijn opstanding. Ze spraken met hem, aten met hem en raakten zijn lichaam aan. Hij was werkelijk opgestaan uit de dood. De opstanding van Jezus uit de dood is een basis voor het geloof dat eenieder die in Jezus gelooft, van Hem het eeuwige leven kan ontvangen, aangezien Jezus de macht van de dood overwonnen heeft. Daarom zei Jezus:

‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.’ (Johannes 11:25)

Mohammed is gestorven en zijn lichaam is vergaan.

 

 

2013-03-31-18-36-53.jezus opgestaan 04

 

 

 

GODDELIJKHEID

 

Jezus Christus zei over zichzelf niet dat hij profeet was, maar noemde zichzelf het exacte evenbeeld van God, de enige weg tot God, de gelijke van God, de Zoon van God, en hij paste zelfs de heilige, unieke naam van God – ‘IK BEN’ – toe op zichzelf, waarmee Jezus duidelijk maakte dat hij God is.. Hij deed uitspraken als:

‘Ik en de Vader zijn één.’ (Johannes 10:30)

‘Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.’ (Johannes 14:9)

Mohammed noemde zichzelf niet God, maar zei dat hij een profeet was en dus een mens net als iedereen.

 

 

WONDEREN EN TEKENEN

 

Jezus Christus deed veel wonderen zoals wandelen op water, een hevige storm laten ophouden met een enkel woord, enkele broodjes en visjes vermenigvuldigen tot voedsel voor duizenden mensen (waarbij er vele malen meer voedsel overbleef dan er oorspronkelijk was), water veranderen in de beste wijn die de feestgangers ooit gedronken hadden, een vijgenboom ter plekke laten verdorren, en nog diverse andere wonderen.

Mohammed heeft geen enkel wonder verricht. De koran benadrukt diverse malen dat Mohammed niet in staat was wonderen te verrichten. Sommigen beweren dat de koran zelf een wonder was, maar daar houdt het dan ook bij op.

 

 

ZELFOPOFFERING

 

Jezus Christus stierf aan het kruis als een offer voor de zonden van de mensheid. Hij vergeleek zichzelf met een lam dat geslacht werd, als verzoeningsoffer voor ons allen. Jezus legde uit dat het afleggen van zijn leven voor ons, het grootste bewijs van liefde is, dat iemand ooit kan geven.

Mohammed gaf zijn leven voor niemand.

 

 

Het helende bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

GEWELD EN DOOD

 

Jezus Christus verbood het gebruik van geweld en zei dat iemand die het zwaard hanteert, door het zwaard zal omkomen. Hij doodde nooit iemand, maar wekte integendeel mensen op uit de dood. Jezus noemde de duivel de ‘moordenaar van den beginne, die komt om te stelen, vernietigen en vermoorden’. Over zichzelf zei Jezus echter: ‘Ik ben gekomen opdat jullie leven hebben, en wel in overvloed.’

(Johannes 10:10) Het is helaas een treurige waarheid dat zogenaamde christenen anderen hebben vermoord in naam van Jezus tijdens de kruistochten, maar dat staat haaks op de woorden van Jezus Christus. Hijzelf heeft nooit iemand om het leven gebracht, maar gaf mensen juist het leven.

Mensen die de naam van Jezus misbruiken om geweld te rechtvaardigen, gaan regelrecht in tegen de boodschap van Jezus Christus:

‘Gezegend zijn de vredestichters, zij zullen kinderen van God genoemd worden.’ (Matteus 5:9)

 

Mohammed werd gekenmerkt door geweld en bloedvergieten.  Mohammed gaf ook diverse malen persoonlijk opdracht om iemand te vermoorden. Hij was een profeet die zondigde zoals elk mens dat deed en nog doet.

 

 

GELOOF OF DWANG

 

Jezus Christus zei dat het de geest van God is die mensen tot overtuiging brengt. Hij gaf nooit bevel om druk op mensen uit te oefenen, opdat ze zich zouden bekeren. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar de mensen, genees hun zieken, wek de doden op, drijf boze geesten uit en zeg tegen hen: het koninkrijk van God is in jullie midden gekomen’ (Lukas 9-10). Jezus gaf dus opdracht om antwoord te geven op de noden van mensen, en zo Gods liefde te laten zien. Dan kunnen mensen zelf kiezen of ze deze liefde willen aanvaarden of dat ze het verwerpen. Als mensen het afwijzen, zei Jezus: ‘Ga dan weg en trek naar de volgende stad.’

Mohammed dwong mensen zich aan de islam te onderwerpen. 

 

 

VISIOENEN

 

Jezus Christus verschijnt in dromen en visioenen aan duizenden moslims overal ter wereld. Hij vertelt hen dat hij de weg is tot God en dat ze hem moeten volgen. Dit is een wereldwijd fenomeen, waarover bijzondere documentaires werden gemaakt, waaronder de film More than dreams.

Mohammed verschijnt niet in dromen en visioenen aan christenen.

 

 

kevin-basconi-vision

 

 

GENEZINGEN VANDAAG

 

Jezus Christus gaf opdracht aan eenieder die in hem gelooft, om de handen op zieken te leggen opdat ze genezen. Dat gebeurt ook vandaag wereldwijd en er zijn vele getuigenissen van zieken die door de kracht van Jezus Christus worden genezen. Honderden artsen getuigen van deze wonderen, die gebeuren in Jezus’ naam.

In naam van Mohammed wordt nooit een zieke genezen.

 

 

reikiprogram

 

PROFETIE

 

De geboorte en het leven van Jezus Christus is tot in de kleinste details voorspeld door vele profeten van het Oude Testament, honderden en zelfs duizenden jaren voor Jezus geboren werd. Er is sprake van meer dan driehonderd voorspellingen die specifiek uitgekomen zijn.

Mohammed werd niet op voorhand aangekondigd en er zijn geen specifieke voorspellingen over hem gedaan, die in zijn leven vervuld werden. Sommige moslims beweren dat bepaalde Bijbelse voorspellingen aangaande Mozes of de heilige Geest op Mohammed van toepassing zijn, maar dat is niet correct.

 

 

ZONDE

 

Jezus Christus staat erom bekend nooit gezondigd te hebben en altijd onberispelijk geleefd te hebben. Daarom kon hij als volmaakt onschuldige de straf voor anderen op zich nemen.

Mohammed was een zondaar, net als alle mensen. In de koran wordt meerdere malen vermeld dat Mohammed zondigde.

 

 

Her ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

HEMEL

 

Jezus Christus stierf voor alle mensen en zei dat zijn opoffering voor hen de weg baande, om vergeving van zonden te ontvangen en voor eeuwig in de hemel bij God te kunnen leven. Jezus gaf dus zijn leven, om mensen in de hemel te brengen.

Mohammed liet mensen zichzelf opofferen in de heilige oorlog en zei dat hun zelfmoord hen toegang tot de hemel zou verlenen. Zelf legde hij zijn leven niet af.

 

 

WEELDE

 

Jezus Christus waarschuwde voor het gevaar van geldzucht en leerde mensen niet op geld te vertrouwen, maar op God.

Mohammed dreef handel in slaven en vergaarde enorme rijkdommen.

 

 

VERVLOEKING

 

Jezus Christus leerde de mensen om hun vijanden lief te hebben en om hen die ons vervolgen te vergeven. Toen hij stierf aan het kruis, voor de zonden van de mensheid, sprak Jezus hardop uit dat hij de mensen vergeving schonk.

‘Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ (Lukas 23:34)

Mohammed vervloekte de Joden en christenen, terwijl hij in de armen van zijn kind-bruid stierf aan de gevolgen van vergiftiging.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria