Tagarchief: engel

Boodschap 93 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

bol

.

 

 

EEN DIER DAT BLAFT NOEMT MEN EEN HOND,

 

EEN SCHEPSEL DAT ZONDIGT

 

NOEMT MEN EEN MENS,

 

EEN WEZEN DAT RUIMTE EN TIJD OVERSTIJGT

 

 NOEMT MEN EEN ENGEL,

 

EEN SCHEPPER DIE GEEFT,

 

NEEMT EN OORDEELT

 

NOEMT MEN GOD

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

Satan en de geestelijke oorlog / Satan and spiritual warfare

Standaard

 categorie : religie

 

 

2 Korintiërs 11 : 14 En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.

Efeziërs 6 : 12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

 

 

De geschiedenis van Satan en de gevallen engelen / The history of Satan and his fallen angels

De geschiedenis van Satan ( Lucifer ) doet ons terug gaan naar de begintijd van de schepping toen god de engelen schiep. 

Er zijn verschillende soorten engelen.

We doorlopen 4 niveaus van de Goddelijke engelen hiërarchie.

 

1 Serafijnen

Zij vertegenwoordigen de hoogste rangorde van de engelen en vertoeven het dichtst bij de troon van God.

Zij hebben 6 vleugels en staan voor vuur omdat ze zo dicht bij  God zijn.

We kennen hun namen niet omdat ze altijd bij God de Vader zijn .

Zij roepen Heilig, Heilig, Heilig.

 

2 Cherubijnen

Zij bewaken de Boom des Levens en de Arc van het Verbond.

Zij prijzen en aanbidden God.

Zij hebben 4 vleugels.

Wij kennen hun namen niet behalve die van Lucifer.

 

Lucifer

Zijn Hebreeuwse naam is Heyley.

Zijn naam betekent lichtdrager.

Hij was de ” Helderste in de lucht “, de Morgenster.

Lucifer had een hoge status en autoriteit van God gekregen.

Zijn gerespecteerde naam zou een dramatische verandering krijgen.

 

3 De aartsengelen

Dit zijn de operationele leiders van de engelen.

Zij zitten in de Goddelijke raad die God voorzit.

In Genesis worden ze de Zonen van God genoemd.

Job noemt ze de Kinderen van God.

We zouden kunnen zeggen dat God de Leider is en de aartsengelen zijn Zijn raad van bestuur.

 

Er zijn tal van aartsengelen

De Bijbel vernoemt 3 ( ezekiël ) en het boek van de profeet Enoch vernoemt er 4 meer.

Alle aartsengelen hebben verschillende verantwoordelijkheden en taken.

Hun namen zijn :

A : Michaël

Genoemd de engel Gods

Hij is Gods strijder en de verdediger van de kerk

Hij is de sterkste in het universum na God en werd het eerst geschapen.

 

B : Gabriël

Hij is Gods boodschapper en sterkte

Hij is de helper van de Heiligen

Wanneer de kerk roept tot God zijn het Gabriël en zijn engelen die ter hulp schieten.

Hij zal de doden doen opstaan op de oordeelsdag.

 

3 : Raphaël

Zijn naam bedoelt Gods genezer en Gods goedheid.

Hij is de zachtaardige die troost en geneest.

Hij kan een menselijke gedaante aannemen met een aardse naam

 

 

4: De gewone werkengelen

Een engel is een geestelijk wezen geschapen door God.

Het woord engel komt van het Griekse woord angelos dat boodschapper betekent.

Engelen zijn intellectuele wezens zonder lichamelijke vorm.

Zij hoeven zich niet te vermenigvuldigen, God schiep ze in het begin van de schepping uit het niets.

Zij zijn met velen, onstoffelijk en onsterfelijk waardoor ze zich niet hoeven voort te planten.

Maar sommigen deden het, zie Genesis 6.

 

 

Job vertelt ons dat engelen geschapen zijn voor de aarde. Lucifer was één van Gods machtigste en mooiste creaties.

Zijn taak was Opzichter van de aarde.

Lucifer en de andere aartsengelen aanbaden God.

Maar op een dag werd Lucifer overmand door trots en verheerlijkte zichzelf.

Hij wilde gelijk zijn aan God in plaats van God te verheerlijken.

 

Ezekiël 28 : 14-15

4 Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heiligen berg; gij wandeldet in het midden der vurige stenen.

15 Gij waart volkomen in uw wegen, van den dag af, dat gij geschapen zijt, totdat er ongerechtigheid in u gevonden is.

 

De dag dat oorlog uitbrak in de hemel

Michaël en zijn engelen vochten tegen Lucifer en zijn engelen.

Lucifer verloor en kreeg een nieuwe naam, Satan de tegenstrever.

Satan werd naar de aarde geworpen samen met zijn engelen.

De gevallen engelen bedroegen 1/3 van alle engelen in de hemel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Jezus was ooggetuige toen de strijd plaatsvond.

Hij zei in Lucas 10 : 18 , ik zag satan uit de hemel vallen gelijk een bliksem.

Dan zal Satan Adam en Eva verleiden in het aards paradijs wat enorme gevolgen zal hebben voor de mensheid en het leven op aarde.

 

In het boek van de profeet Enoch worden 4 meer zonen van God of aartsengelen genoemd.

Hun namen zijn Uriël, Raguël, Sariël en Jeremiël.

Ze werden aangetrokken tot vrouwen, daalden af naar de aarde, namen een menselijke gedaante aan en sliepen met hun.

200 andere engelen deden dit ook waarvan er 19 bekend zijn met naam.

Volgens Judas 1 : 6 verwijzend naar de engelen in Genesis 6 en gebaseerd op info van Enoch12 :4:

Zij waren in de hemel toen ze in lusten vielen.

 

Judas 1 : 6 : En denk eens aan de engelen die niet trouw aan God waren. Ze waren niet tevreden met de taak die Hij hun had gegeven. Ze verlieten de plaats waar ze woonden. Daarom heeft Hij hen voor altijd gevangen gezet in de duisternis. Daar moeten ze blijven tot de grote dag dat Hij over hen zal rechtspreken.

Deze info kon Judas enkel vernomen hebben door het boek van Enoch te lezen.

Dit is belangrijke informatie waarvan vele kerken niet op de hoogte zijn, omdat ze het boek Enoch onvoldoende bestudeerd hebben.

Dit is de tweede maal dat engelen vielen en werden de gevallen engelen genoemd.

Na de zondvloed werden deze engelen opgesloten in sjeool in afwachting van hun oordeel op de laatste dag.

 

 

 

 

 

 

God heeft een speciaal oordeel voor de 4 gevallen aartsengelen ( en de andere 22 ) die vielen voor de vrouwen op aarde.

Stellig, indien God zich er niet van heeft weerhouden de engelen die zondigden te straffen, maar hen, door hen in Ta̱rtarus te werpen, aan afgronden van dikke duisternis heeft overgeleverd om voor het oordeel bewaard te worden; en hij zich er niet van heeft weerhouden een wereld uit de oudheid te straffen, maar No̱ach, een prediker van rechtvaardigheid, met zeven anderen veilig heeft bewaard toen hij een geweldige vloed over een wereld van goddeloze mensen bracht.

 

Wat leerden we ?

De engelen verlieten de hemel, daalden af naar de aarde, namen een menselijke gedaante aan en sliepen met de vrouwen.

Zo werden zij ” gevallen engelen “

Ze werden vermoord in de zondvloed.

Hun demonische geesten zijn opgesloten in sjeool tot de komst van de oordeelsdag.

Daarna zullen ze voor eeuwig gegooid worden in de vuurpoel.

 

Volgens het boek van Enoch vroegen de gevallen engelen vergiffenis voor Gods troon, maar hun zonden waren zo erg dat dat onmogelijk was.

De nakomelingen van de gevallen engelen met vrouwen werden slechte reuzen. Het waren demonen bezeten door de eerste gevallen engelen.

Deze demonen werden bevrijd bij de dood van zo een reus.

Al de demonen die bezit nemen van mensen op aarde worden bevrijd bij de dood van een persoon. 

Zij kunnen vrij overgaan naar een ander persoon alleen als het hun toegelaten is of als ze uitgenodigd worden.

Daarom leven demonen eeuwig, zij kunnen overgaan van persoon tot persoon gedurende oneindige generaties.

Hun uiteindelijke bestemming zal gelijk de andere demonen de vuurpoel zijn, als straf voor eeuwig.

 

We weten dat wij gered zijn door genade.

Niets kan ons scheiden van de liefdevolle relatie met Christus.

Maar zal het leven een eenvoudige weg zijn naar glorie?

 

Dit is het verhaal van Satan en zijn gevallen engelen gebeurd in een lang verleden.

Maar is er een verband met de huidige tijden?

 

Dis is wat Paulus zegt over de kerk vele jaren na Jezus overwinning op het kwade:

Efeziërs 6 : 12

Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

 

Ja,

Satan is totaal vernietigd door het kruis.

Zonde kan ons niet langer meer scheiden van God.

Jezus is onze redder, in Hem voelen we ons veilig.

Maar!!

Satan is niet dood, hij leeft.

Hij en zijn demonen maken overuren omdat ze weten dat hun einde dichter en dichter komt.

 

Hebt u al horen zeggen:

” houd uw vrienden in de buurt en je vijanden nog dichterbij”.

Dit wil niet zeggen dat men vriendelijk of zijn tijd moet doorbrengen bij de vijand.

Het gaat om zoveel mogelijk te weten te komen van uw vijand Satan.

Wanneer men zijn strategie, denken en handelen weet, is men voorbereid op een eventuele aanval van hem.

Satan zal u ooit zeker aanvallen!

Zijn zwakte is hem er aan laten herinneren dat hij verslagen is door Jezus, beveel hem in Jezus naam u te verlaten en hij zal dat doen.

 

Deze geestelijke, demonische krachten weten dat ze verslagen zijn door Jezus op het kruis.

Zij weten dat Jezus stierf op het kruis voor onze zonden en ziekten.

Maar toch vallen ze de mensen aan in hun lichaam.

Maar als gelovigen hebben wij het recht en de macht om hun in Jezus naam aan te spreken, wij mogen en kunnen hen bevelen ons te verlaten.

Dan zullen ze vluchten en mensen zullen bevrijd worden van ziektes.

We mogen geen schrik hebben om onze macht te gebruiken tegen de demonen.

 

Maar dit is niet alleen een persoonlijk thema hoe u zou moeten omgaan met de vijand.

Satan en zijn gevallen engelen willen iedereen van God en Christus verwijderen.

In vele gevallen hebben gelovigen dikwijls de kennis en verdediging niet om te reageren op de werkwijze van Satan in deze wereld.

 

Wat kunnen wij spiritueel verwachten op deze wereld in de toekomst?

Hoe kunnen wij een gezegend, vredevol en rustig leven leiden in een wereld waar Satan op zoek is naar gemakkelijke doelwitten?

Satan weet dat zijn tijd er bijna op zit.

Hij is niet alleen de beschuldiger van de broeders maar ook de leugenaar en verleider die alles in het werk stelt om levens zo miserabel mogelijk te maken voor zoveel mogelijk personen.

Hij wil zoveel mogelijk zielen met zich mee nemen naar de vuurpoel op de laatste dag.

 

De apostelen vroegen Jezus deze vraag in Mat: 24-3:

En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?

 

Jezus gaf hun vele signalen zoals deze in Mat 24 :37-39

En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.

38 Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;

39 En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.

NB : de opname van de Heiligen heeft dan al plaats gevonden!

 

Jezus zei in Mat24 : 38-39

Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging.

En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.

 

Wil God dat wij Zijn plan voor de toekomst begrijpen?

Ja.

Hij wil dat de vragende mensen de signalen leren begrijpen over de toekomst, via het woord in de Bijbel en persoonlijke openbaringen.

 

Wat zeggen de geschriften?

Mijn mensen zijn vernietigd door een gebrek aan kennis.

Omdat jullie kennis hebben afgewezen, zal ik jullie ook afwijzen.

Laat ons dus geen spirituele dwazen zijn.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

De geschiedenis van Satan.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De geschiedenis van Satan

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Waar kwam hij vandaan?

 

De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven in Jesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.

Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.

 

 

Helend bloed door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Wie is Satan?

 

De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16Jesaja 14:12-15Ezechiël 28:12-19Matteüs 4:1-11).

Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog (Genesis 3).

Jezus getuigde zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15Lucas 10:17-20).

Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:

 

 

2 Korintiërs 10 : 3-5 

 

    • “We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.”

 

 

 Wat is zijn tegenwoordige plaats?

 

Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:

  • Eén fout bestaat uit het ontkennen van het bestaan van Satan.
  • Een andere fout is om je angstig op Satan te concentreren in plaats van op Jezus Christus; Hij die Satan heeft overwonnen.
  • Anderen doen openlijk aan duivelsaanbidding en geven de voorkeur aan de duisternis van het kwaad in plaats van het licht dat de zonde blootlegt (Johannes 3:192 Korintiërs 11:14-15).

Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).

 

 

 

Satans verleidingen tegenover de werkelijkheid

 

In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.

Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.

Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15).

Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:161 Petrus 5:8-10).

 

 

WAT DENK JIJ?

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen.
Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: Jezus is Heer, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
.
.
.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

 

 

 

De 7 fasen vd Wederkomst van Jezus Christus

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

De openbaring / John Astria

 

 

 

Algemene noot

 

1. De vermelde Bijbelteksten zijn in principe uit de Statenvertaling. Wel zijn er af en toe woorden vervangen
door meer hedendaags gebruikte woorden.

2. Regelmatig is er tekst tussen haakjes toegevoegd om de diep geestelijke betekenis van de Bijbeltekst te verduidelijken.

3. In de meeste gevallen kan daar waar hij, hem of zijn staat, om de man aan te duiden, natuurlijk
ook zij of haar gelezen worden, daar het net zo goed voor de vrouw geldt. Verder spreekt het voor zich, dat
waar gesproken wordt over ‘broeders’ ook de ‘zusters’ hierbij zijn ingesloten.

4. Overname van gedeelten, op welke wijze ook, is toegestaan, mits met bronvermelding:

zie ”De eindtijdbode” > Bijbelstudies over de eindtijd. Boekbespreking 27

 

 

Openbaring hoofdstuk 5; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De 7 fasen van de wederkomst van onze Here Jezus Christus

 

 

Fase 1: de toebereidingen van Zijn wederkomst

 

Mal. 3:1a “Ziet, Ik zend Mijn engel (of bode, uitbeelding van alle geroepen en hiertoe gezalfde dienstknechten van
onze Here Jezus Christus), die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal.”
Deze toebereiding van Zijn wederkomst gebeurt in en door de Heilige Geest met Zijn hiertoe geroepen en gezalfde menselijke “spreekbuizen” als Zijn instrumenten.

 

 

De 1ste toebereiding: de roep van de Geest ter middernacht (gedurende geestelijke, sociale en militaire middernachtelijke omstandigheden, d.w.z. in zeer duistere, moeilijke tijden).

 

Matth. 25:6-13 “En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!
Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.”

Ef. 5:14-20 “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die (geestelijk gezien) slaapt, en staat op uit de (geestelijke)
dood; en Christus zal over u lichten. Zie er dan op toe, dat gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als
wijzen. De tijd uitkopende, omdat de dagen boos zijn. Daarom weest niet onverstandig, maar verstaat, welke de
wil van de Here zij. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest; sprekende onder elkaar met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Here in uw hart; dankende te allen tijd, over alle dingen, God en de Vader, in de Naam van onze Here Jezus Christus.”

 

  • Hierdoor geschiedt een algemeen geestelijk ontwaken van de hele Gemeente/Kerk.

 

 

De 2e toebereiding: De roep van de Geest tot deelname aan het avondmaal van de bruiloft van het Lam van
God.

 

Openb. 19:9 “En hij zei tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods”

Aan hen, die hier deel aan willen nemen, zal de Geest de volmaakte verlossing te weeg brengen van alle zondemacht, die hen “zonder vlek of rimpel” zal maken door hun vrijwillige en gelovige deelname aan de volmaakte wassing (reiniging) in het gestorte Bloed van Gods Lam, door gedurig Zijn vlees en Zijn bloed geestelijk te eten en te drinken (zie fase2).

Luk. 9:23-24 “En Hij zei tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen, maar zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal het behouden.

2 Kor. 4:10-11 “Altijd de doding van de Here Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)
leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden. Want wij, die leven, worden altijd in de dood
overgegeven om Jezus’ wil; opdat ook het (opstandings)leven van Jezus in ons sterfelijk vlees (dus: reeds hier
op aarde) zou geopenbaard worden.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Fase 2: Zijn plotselinge komst als de Engel van het (bloed)verbond

 

Mal. 3:1b “En plotseling zal (in en door de Heilige Geest) tot Zijn tempel (d.i. tot Zijn geestelijke “vaten” – die wij
behoren te zijn) komen die Here, Die gij zoekt, te weten de Engel van het (Bloed)verbond aan Dewelke gij lust hebt (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar, in en door de Heilige Geest); ziet, Hij komt, zegt de Here der heirscharen.”

  • De werkelijke totale loutering/reiniging van Zijn Bruid in het Vuur van de Geest op grond van haar geloof in het gestorte Bloed van Gods Lam, waardoor zij vlekkeloos en rimpelloos, onberispelijk rein, wordt gemaakt.

Ef. 5:26-27 “Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende door het bad met het (reinigende)
water door het Woord; opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel
heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”

 

 

 

Fase 3: zijn wederkomst als de verkwikkende, vernieuwende Spade Regen

met Zijn overvloedig, Goddelijk Leven

 

Joël 2:23-27 “En gij, kinderen van Sion (beeld van de Gemeente/Kerk)! verheugt u en zijt blijde in de Here,
uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar in en door de Heilige Geest); en Hij zal u de (geestelijke) regen doen nederdalen, de Vroege Regen en de Spade (of: late) Regen (beeld van de uitstorting van de Heilige Geest) in de eerste maand (NBG: zoals voorheen, d.i. zoals in de apostolische tijd). En de dorsvloeren (van uw hart) zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen (d.i. vol van de Heilige Geest zijn).

Alzo zal Ik u de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten
(beeld van demonische machten en misleidende geesten in de Gemeente/Kerk); Mijn groot leger, dat Ik onder u gezonden heb. En gij zult overvloedig en tot verzadiging eten (van de geestelijke spijze die Ik u geef), en prijzen de Naam van de Here, uw God, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israël (hier: de Gemeente/Kerk) ben, en dat Ik de here,
uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.”

 

 

 

Fase 4: zijn wederkomst als Bruidegom in het bruiloftsfeest van Gods Lam,

dat hier op aarde plaats zal vinden

 

Ps. 45:9-16 “Al Uw klederen zijn mirre, en aloë, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U
verblijden. Dochters van koningen zijn onder Uw kostelijke staatsdochteren; de Koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijnste goud van Ofir. Hoor, o Dochter! en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en het huis van uw vader. Zo zal de Koning lust hebben aan uw schoonheid; omdat Hij uw Here is, zo buig u voor Hem neer.
En, dochter van Tyrus, de (geestelijk) rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. De
Dochter van de Koning is geheel verheerlijkt (inwendig); haar kleding is van gouden borduurwerk (haar uitwendige, zichtbare heerlijkheid). In gestikte klederen (nl. in kleurrijk geborduurde gewaden) zal zij tot de Koning geleid worden; de jonge dochters, die achter haar zijn, haar medegezellinnen (de overigen van haar zaad).”

 

 

 

Fase 5: zijn wederkomst als de Hersteller van de gehele ware Gemeente/Kerk,

als Michaël, de Heer der heirscharen,

gevolgd door Zijn geestelijke leiding tijdens de grote wereldwijde opwekking

 

  • Voor beide geestelijke arbeid zal Hij Zijn Bruid, het geestelijke Lichaam van Christus, als Zijn instrument daartoe gebruiken en haar aangorden met grote geestelijke kracht. Dan zal Hij oorlog voeren tegen de 7 koppige zondedraak, die zich in de wereld, maar ook in de Gemeente/Kerk, schuilhoudt.

Openb. 12:3-4 “En er werd een ander teken gezien in de hemel (op aarde: beeld van de Gemeente); en ziet, er
was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke
hoeden. En zijn staart trok het derde deel van de sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak
stond voor de vrouw (Maria), die (de mannelijke zoon, Jezus Christus) baren zou, opdat hij haar  kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben”

Openb. 12:7-11 “En er werd krijg (d.i. oorlog/strijd) in de hemel; Michaël en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de heme. En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen (demonen; afvallige engelen) zijn met hem uit de hemel geworpen. En ik hoorde een luide stem, zeggende in de hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden van onze God; en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen aanklaagde voor onze God dag en nacht is nedergeworpen. En zij (de oprecht gelovigen) hebben hem ( satan en zijn zondemacht) overwonnen door (hun geloof en reiniging in) het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis (d.i. de verkondiging van Christus aan anderen), en zij hebben hun (zondig, vleselijk) leven niet liefgehad tot de dood toe.”

  • Dan zal de gehele ware Gemeente/Kerk, Gods heiligdom, totaal worden gereinigd van alle zondevlek en rimpel,dus onberispelijk worden gemaakt. Daarna zal Hij Zijn met grote autoriteit Zijn geestelijke instrument gebruiken om de grote wereldwijde opwekking tot stand te brengen, waardoor een ontelbare schare van gelovigen aan Zijn ware Gemeente/Kerk zal worden toegevoegd.

 

 

Openbaring hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Openb. 14:14-16 “En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Eén gezeten, des mensen Zoon
gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel. En een andere engel
kwam uit de tempel, roepende met een luide stem tot Degene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai;
want de ure om te maaien is nu gekomen, omdat de oogst (van zielen) der aarde rijp is geworden. En Die op de
wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Openb. 7:9 “Na deze zag ik, en ziet, een grote schare (of menigte), die niemand tellen kon, uit alle
natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte
klederen, en palmtakken waren in hun handen.”

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Fase 6: zijn wederkomst te midden van Israël als Michaël,

de Vorst van Israël, om de strijd te leiden, waardoor

het hele, reeds aan Abram beloofde land door Israël op de Arabieren zal worden veroverd

.

.

Dan. 12:1 “En te dier tijd zal Michaël (Jezus als Commandant van het leger van God, de Here der heirscharen) opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen van uw volk staat; als het zulk een tijd van benauwdheid zijn zal, (zo)als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op diezelfde tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het Boek.”

Gen. 15:18-21 “Op diezelfde dag maakte de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad
heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Eufraat: De Keniet, en de
Keniziet, en de Kadmoniet, en de Hethiet, en de Fereziet, en de Refaieten, en de Amoriet, en de Kanaaniet, en
de Girgaziet, en de Jebusiet.”

Hab. 3:1-19a “Het gebed van Habakuk, de profeet. … Here, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, Here, met vreze voor Uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen! God komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. Zijn majesteit bedekt de hemelen, en de aarde is vol van Zijn lof. Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan Zijn zijde en daar is het omhulsel van Zijn kracht. Voor Hem uit gaat de pest en koortsgloed volgt Hem op de voet. Hij staat en doet de aarde schudden; Hij ziet rond en doet de volken van schrik opspringen, de aloude bergen liggen verpletterd, de eeuwige heuvelen zinken ineen; de eeuwenoude wegen zijn
Zijne.

Ik zie de tenten van Kusan onder druk, de tentkleden van het land van Midjan sidderen. Is tegen de rivieren,
o Here, is tegen de rivieren Uw toorn ontbrand, of tegen de zee Uw verbolgenheid, dat Gij rijdt op Uw paarden,
op Uw zegewagens? Reeds is Uw boog ontbloot, Gij hebt U voorzien van pijlen in overvloed. sela. Gij splijt
de aarde tot rivieren, de bergen zien U, zij beven, stromen van water trekken voorbij, de watervloed verheft zijn
stem, hij steekt zijn handen omhoog. De zon, de maan treden terug in haar woning, wegens het licht van Uw
voortsnellende pijlen, wegens de glans van Uw bliksemende speer. In gramschap doorschrijdt Gij de aarde, in
toorn dorst Gij de volkeren. Gij trekt uit tot redding van Uw volk, tot redding van Uw Gezalfde. Gij verbrijzelt het
bovenste van des goddelozen huis en ontbloot het fundament tot de laatste steen.

Gij doorsteekt met zijn eigen pijlen het hoofd zijner krijgslieden, die aanstormen om mij te verstrooien met een gejuich, alsof zij de ellendige in een schuilhoek verslonden. Gij betreedt met Uw paarden de zee, de schuimende vloed der grote wateren. Toen ik het hoorde, beefde mijn binnenste; op het gerucht daarvan sidderden mijn lippen; bederf kwam in mijn gebeente en ik beefde op de plaats waar ik stond; toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt. Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, Nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil. De Here Here is mijn Kracht; Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten.” (NBG-vertaling)

  • Tijdens deze oorlog, mijns inziens die van Gog en Magog (zie Ezech. 38 en 39), zullen ook alle 12 stammen van Israël door de Heer naar Kanaän worden teruggevoerd uit de landen waar ze zich gedurende de voorafgaande eeuwen hebben gevestigd, waarbij de 10 verloren gewaande stammen hun oorspronkelijke identiteit terug zullen krijgen. Deze terugkeer van alle 12 stammen van Israël gebeurt gelijktijding met de grote wereldwijde opwekking.

Jes. 11:10-16 “Want het zal geschieden ten zelve dage, dat de heidenen (de heiden-volkeren) naar de
Wortel van Isaï (d.i. het beeld van Jezus als Verlosser en Zaligmaker), Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn (d.i. het beeld van de laatste wereldwijde opwekking). Want het zal geschieden te dien dage, dat de Here ten andere male Zijn hand aanleggen zal om weer te verwerven het overblijfsel van Zijn volk, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrië, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden (beter vertaald: kustlanden) der zee (de 10 verloren gewaande stammen). En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier einden van het aardrijk. En de nijd van Efraïm zal wegwijken, en de tegenstanders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraïm niet benauwen.

Maar zij zullen de Filistijnen (de huidige Palestijnen) op de schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen
tezamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen van Ammon
(de huidige Jordaniërs; met Amman als hoofdstad) zullen hun gehoorzaam zijn. Ook zal de Here de inham van de
zee van Egypte verbannen, en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte van Zijn wind; en Hij
zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan. En er zal
een gebaande weg zijn voor het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn van Assur, gelijk als Israël
geschiedde ten dage, toen het uit Egypteland optoog.”

  • De 10 verloren gewaande stammen zullen gekerstend – d.i. tot het christendom bekeerd – wederkeren)

Ezech. 39:25-29 “Daarom zo zegt de Here here: Nu zal Ik Jakobs gevangenen terugbrengen, en zal Mij
ontfermen over het gehele huis (d.i. volk) van Israël, en Ik zal ijveren over Mijn heilige Naam; als zij hun schande
zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun
land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte. Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de (heiden)
volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor
de ogen van vele heidenen; dan zullen zij weten, dat Ik, de Here, hun God ben, dewijl Ik ze gevankelijk (d.i. als
gevangenen) heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb aldaar
niemand van hen meer overgelaten. En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn
Geest over het huis van Israël zal hebben uitgegoten, spreekt de Here Here”

  • Geen één Israëliet zal dan buiten het veroverde Kanaän zijn (zie vers 28).

 

 

De 7de en laatste fase: zijn ZICHTBARE wederkomst op aarde vanuit de wolken van de hemel

 

  • De voorgaande 6 fasen zijn onzichtbaar en gebeuren in en door Zijn Heilige Geest. Vlak vóór deze laatste fase van Zijn wederkomst gebeurt de opstanding van alle rechtvaardige doden, die dan samen met degenen, die in een punt van de tijd zijn veranderd, de opgang naar de wolken gaan maken, de wedergekomen Here tegemoet in de lucht. Dan zullen zij met Hem naar de aarde nederdalen om met Hem het 1000 jarige Godsrijk op de hele aarde te vestigen.

1 Kor. 15:51-58 “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen
veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de
doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij (d.i. de Bruidsgemeente op aarde) zullen veranderd worden.
Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En
wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde; en de kracht
van de zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. Zo
dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heren, als
die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Here. ”

1 Thess. 4:13-18 “Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat
gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven
is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen
wij u door het Woord des Heren, dat wij (d.i. de Bruidsgemeente), die levend overblijven zullen (op de aarde) tot
de toekomst des Heren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel, en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij (d.i. de Bruidsgemeente), die levend overgebleven zijn (op de aarde), zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen. Zo dan, vertroost elkaar met deze woorden”

 

Openb. 20:4-5 “En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag
de zielen van degenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods (de overigen
van haar zaad – zie Openb. 12:17), en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren. Maar de overigen der doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaren geeindigd waren. Deze is de eerste opstanding.”

  • Na de grote verdrukking van 3½ jaar zal de Here Jezus lichamelijk en dus zichtbaar deze wederkomst waar maken en uit de hemel nederdalen in grote heerlijkheid.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Matth. 24:29-35 “En terstond na de (grote) verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden,
en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen
zullen bewogen worden. En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en
dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken
van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van
groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve. En leert van de vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins
voorbijgaan.”

Openb. 6:12-17 “En ik zag, toen Het (Lam) het zesde zegel geopend had, en ziet, er kwam een grote aardbeving;
en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren van de hemel vielen
op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een harde wind geschud wordt. En de
hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun
plaatsen (door grote aardbevingen). En de koningen van deze aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en in de
steenrotsen van de bergen; en zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het
aangezicht van Degene, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is
gekomen, en wie kan (voor Zijn aangezicht) staan (d.i. stand houden)?”

  • Dan zal Hij, samen met de met Hem nederdalende 144.000 eerstelingen, alle antichristelijke mensen op aarde doden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jud. 14-15 “En van dezen heeft ook (H)Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet,
de Here is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen; om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddeloos gedaan hebben, en vanwege al de
harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”

Zach. 14:1-5 “Zie, de dag komt voor de Here, dat uw buit zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem! Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en
de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft van de stad zal uitgaan in
gevangenschap; maar het overige van het volk zal uit de stad niet uitgeroeid worden. En de Here zal uittrekken,
en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage van de strijd. En Zijn
voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in
tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene
helft van de berg zal wijken naar het noorden, en de (andere) helft ervan naar het zuiden. Dan zult gij vluchten
door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vluchten, gelijk als gij
vluchtte voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda; dan zal de Here, mijn God, komen,
en al de heiligen met U, o Here!”

Mal. 4:1 “Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, (als) een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de Here der
heirscharen (d.i. de Heer van het Goddelijke leger), Die hun noch wortel, noch tak laten zal.”

Openb. 19:11-21 “En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd
Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vlam van vuur, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God. En het (Goddelijke) leger (nl. de 144.000) in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed
met wit en rein fijn linnen. En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou.

En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak met de wijn van de toorn en de
gramschap van de almachtige God. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der
koningen, en Here der heren. En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een luide stem, zeggende
tot al de vogels, die in het midden van de hemel vlogen: Komt hierheen, en vergadert u tot het avondmaal van
de grote God; opdat gij eet het vlees van de koningen, en het vlees van de oversten over duizend, en het vlees
van de sterken, en het vlees van de paarden en van degenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.

En ik zag het beest (d.i. de antichrist), en de koningen van deze aarde, en hun legers vergaderd, om oorlog te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn (Goddelijk) leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hem gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die dat beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel van vuur, die met zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Degene, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees.”

  • Gedurende dit 1000 jarige Rijk zal Hij alle leden van Zijn geestelijke Lichaam, ook die uit het Oude Verbond,
    brengen tot de volmaaktheid van de Christus-natuur en kleden met en tot in de volmaakte heerlijkheid van God.

 

Ef. 4:13 “Totdat wij allen zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus;”

Openb. 21:11 “En zij (d.i. de Bruid) had de heerlijkheid Gods, en haar licht was aan de allerkostbaarste steen gelijk, namelijk als de steen Jaspis, blinkende gelijk kristal.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Dan is uiteindelijk Gods oorspronkelijk plan met de mens vervuld.

 

 

Gen. 1:26a “En God zei: Laat Ons (Vader, Zoon en Heilige Geest ) mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.”

.

Amen

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Theresa van Avilla

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Theresa (ook Theresiavan Avila, Spanje; mystica & kerklerares; † 1582.

Feest 15 oktober.

 

 

Theresa van Avila werd op 28 maart 1515 geboren als dochter van een Spaans edelman. Zij groeide uit tot een knap en ijdel meisje. Zonder veel enthousiasme trad ze toe tot de orde der karmelietessen.

Na ongeveer 20 jaar kreeg ze visioenen waarin ze het lijden van Jezus Christus zo intens mee beleefde dat ze besloot ogenblikkelijk haar leven te veranderen en zich geheel in dienst van God te stellen. Ze oefende zich in stil-zijn en bidden. Ze kon zo verzonken zijn in Gods aanwezigheid dat ze in extase raakte en visioenen zag. Toch werd ze niet levensvreemd. Zelf schrijft ze: “De liefde tot God bestaat niet uit tranen en dierbare gevoelens, maar dat men God dient in gerechtigheid en deemoed.”

Theresa had een actieve natuur en zij gebruikte haar verhouding tot God als een bron voor goede werken. Zij hervormde de orde der karmelietessen ondanks enorme tegenstand en stichtte meer dan 30 nieuwe kloosters die ze met haar groot organisatietalent leidde.

Ze schreef verschillende boeken die voor de theologie zo belangrijk zijn dat zij in 1970 werd benoemd tot kerkleraar. Haar boek ‘Het kasteel der ziel’ leert de lezer bidden op eenvoudige en tegelijk diepzinnige manier. Elke nieuwe ontwikkeling in het gebedsleven wordt voorgesteld als een kamer in een kasteel: overbodig te zeggen dat men tenslotte uitkomt in de schatkamer, waar God woont en daar de bidder met liefde opwacht en ontvangt.

Enkele beroemde uitspraken van haar zijn: “Als je danst, dans dan; als je bidt, bid dan.” Zo was ze eens uitgenodigd bij de rijke weldoener Miguel de Marabès. Bij het eten werd er patrijs opgediend, toen ook al een uiterst verfijnde en luxueuze spijs. Eén van de dienstmeisjes had al de hele tijd moeder Theresa in de gaten gehouden. Nu kon ze zich niet langer bedwingen en zei met iets van afkeuring in haar stem: “Goh, dat een kloostervrouw als u mee-eet van zo’n rijke schotel!” Waarop Theresa antwoordde: “Luister, mijn kind: als men u patrijs voorzet, eet dan patrijs; en als het de tijd van vasten is, houd je dan aan de vasten.”

Eens was ze onderweg met de Heilige Johannes van het Kruis († 1591; feest 14 december), een uiterst sobere monnik, die een scherp oog had voor de tekortkomingen van de mensen en daar ook veel onder leed. Bij het eten werden hun overheerlijke druiven voorgezet. Vader Johannes riep uit: “Als je denkt aan het komende oordeel Gods, zou je er geen één meer door je keel kunnen krijgen.” Waarop Theresa antwoordde: “Dat mag zo zijn, vader Johannes, maar als je denkt aan Gods goedheid, zou je er altijd wel van willen blijven eten!”

Theresa was een uitgesproken aardige vrouw, vrolijk, vriendelijk, open en betrouwbaar. Een verhaal vertelt hoe zij eens per kar op weg was naar een nieuwe kloosterstichting. Het weer was slecht en het pad dat langs een riviertje liep, was een modderpoel geworden. Moeizaam kwam de kar vooruit. Tenslotte bleef ze steken en kantelde. Theresa kwam met bagage en al in het water en de modder terecht. Zij zou toen een stem uit de hemel hebben gehoord: “Zo doet God met al zijn vrienden” (om hun geloof en hart op de proef te stellen?). Theresa had haar antwoord onmiddellijk klaar: “Daarom hebt u er ook zo weinig!”

Andere markante uitspraken van haar: “De mogelijkheid om te bidden onderscheidt een mens van een dier.” Of: “Slechts door genade is het mogelijk om met God te spreken.” Toen een edelman haar eens vol bewondering zei dat hij in haar een groot heilige zag, moet ze geantwoord hebben: ‘Maar u houdt uw mond erover. Want u weet net hoe dat gaat als ze je een groot heilige vinden. Ze gaan wel met je botten slepen, maar ze hebben geen enkele boodschap aan wat je ze voorhoudt.’

Theresa stierf in de nacht van 4 op 15 oktober van het jaar 1582, precies de nacht dat de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII († 1585) werd doorgevoerd en er tien dagen werden overgeslagen.

 

 

.

.

.

Verering & Cultuur

 

Zij is onder meer geportretteerd door Rubens, Velasquez en Murillo, meestal als karmelietes in bruin habijt met witte mantel en zwarte sluier. Ze heeft soms een duif boven haar hoofd (symbool van de Heilige Geest); soms een gesel in de hand (om boete te doen) of ook een brandend hart (symbool van liefde).

Haar voorspraak wordt gevraagd bij geestelijke nood, voor een vruchtbaar gebedsleven, bij hartziekten en hoofdpijn.

Zij wordt ‘De Grote Teresia’ genoemd om haar te onderscheiden van ‘De Kleine Theresia” (= Theresia van het Kindje Jezus van Lisieux: † 1897; feest 1 oktober).

 

 

.

Verborgen Geloof en Mystieke Gebedservaring

 

 

Theresa in extase ( Bernini )

 

 

Bernini’s beeld van Theresa’s extase bevindt zich in een zijkapel van de karmelietenkerk Santa Maria della Victoria in Rome. Zonnestralen vallen vanuit een gouden hemel. Met die zonnestralen is een engel afgedaald die met brede glimlach op Theresa neerziet. Het gewaad om zijn benen drukt dynamiek uit. In de rechterhand heeft hij een lange pijl of speer die hij richt op haar hart. De heilige is afgebeeld in volledige overgave, de hand slap langs haar zij, de mond half open.

Haar kloosterkleed is een en al beweging. Prachtig contrast. Wat zich van binnen bij haar afspeelt laat zich aflezen aan de werveling van haar kleed. Het beeld is een illustratie bij een fragment uit Theresa’s Autobiografie. Zij schrijft over zichzelf in de derde persoon, en vertelt hoe de aanwezigheid van de Heer in de stilte van haar gebed een mengeling is van vreugde en intensieve smart tegelijk:

 

‘De pijn doet haar lichaam ineen krimpen. Zij kan noch voeten noch armen bewegen, ja zo zij staat, voelt zij zich als een zak ter aarde zinken, zij kan zelfs niet ademhalen en slaakt slechts enige zuchten, geen zware zuchten, daartoe is zij niet bij machte; zij voelt dat zij zucht.

De Heer wilde dat ik hierbij enige malen het volgende visioen aanschouwde. Ik zag vlak bij mijn linkerzijde een engel en, hetgeen ik anders niet dan bij hoge uitzondering pleegde te doen, ik zag hem onder een lichamelijke gestalte. Ofschoon mij dikwijls engelen verschenen, geschiedde dit altijd, zonder dat ik hen zag, doch steeds in een visioen, zoals ik al eerder beschreef. De Heer wilde dat ik dit visioen op de volgende wijze zag.

De engel was niet groot, eer klein. Hij was zeer schoon en zijn gelaat straalde van zoveel licht, dat hij scheen te behoren tot de hogere engelen, die geheel in vuur ontstoken schijnen. Zij moeten behoren tot hen die men Cherubijnen noemt, doch zij zeiden mij hun naam niet. Duidelijk echter zie ik dat er in de hemel tussen de verschillende engelen en tussen dezelfde engelen onder elkander zulk een groot onderscheid is dat ik het niet zou kunnen uitdrukken.

Ik zag dan, hoe de engel in zijn handen een brede gouden speer droeg, welke boven aan de punt een weinig vuur scheen te houden. Deze scheen hij mij enige malen door het hart te stoten, zodat hij tot in mijn ingewanden doordrong. Toen hij ze terugtrok, was het, of zij mijn ingewanden meenam en mij geheel ontvlamd in vurige liefde tot God achterliet. De pijn was zo hevig, dat zij mij zuchten deed slaken, als ik boven heb beschreven.

De zoetheid echter, waarvan die allerhevigste pijn mij vervulde, was zo buitengewoon groot dat men niet verlangen kan van die pijn verlost te worden noch de ziel bevrediging kan vinden in iets dat God niet is. Het is geen lichamelijke, maar geestelijke pijn, ofschoon het lichaam niet nalaat er enigermate of zelfs in hoge mate in te delen. Het is een verkering tussen de ziel en God, zo zoet dat ik zijne Goedheid smeek die zoetheid te doen smaken aan al wie menen mocht dat ik onwaarheid spreek.’

 

Twee opmerkingen. In tegenstelling tot de tekst plaatst Bernini de engel aan Theresa’s rechterzijde. Theresa’s biechtvader verbeterde de opmerking over de cherubijnen: hij vond het juister daar te spreken van serafs.

Theresa schreef dit fragment enkele jaren na het gebeuren zelf. Haar zogeheten Autobiografie wordt gedateerd uiterlijk 1566. Het is niet een levensbeschrijving in de gebruikelijke zin van het woord. Veeleer een beschrijving van haar gebedsleven, op papier gezet op uitdrukkelijk verzoek van haar biechtvader. Zelf zou zij nooit op de gedachte zijn gekomen om met zulke intimiteiten naar buiten te treden. Maar hij meende dat haar gebedservaringen voor vele bidders dienstig zouden kunnen zijn. En hij was niet de enige in zijn tijd. Zij blijft lang stilstaan bij de verschillende stadia die haar gebedsleven doormaakte en wordt al doende een gids voor ieder die vergelijkbare ervaringen ontvangt. Uiteindelijk is het een oproep om nooit het inwendig gebed achterwege te laten.

In die zin kan men terecht spreken van ‘Verborgen Geloof’. Gebedservaringen behoren tot de intimiteit van het persoonlijke leven. Maar zij zijn niet het uiteindelijke doel van het Godgewijde leven. Immers de een krijgt ze wel, de ander niet, of op geheel andere wijze. Neen, het inwendig gebed heeft – in ieder geval bij Theresa- een apostolische bedoeling. Herhaaldelijk benadrukt zij dat predikanten en geloofsverkondigers mensen van gebed zouden moeten zijn.

Maar de zusters in de door haar gestichte of hervormde slotkloosters drukt ze op het hart te bidden voor de verspreiding van Christus’ goedheid over de hele wereld. Als Spaanse uit de 16e eeuw, die zo getekend wordt door ridderlijke strijd en oorlogvoering, vergelijkt ze dat met goede strategie. Je kunt de vijand het beste bestrijden door je in een hechte versterking terug te trekken en van daaruit uitvallen te doen. Die hechte versterking is het inwendige gebedsleven. Hoe verlangde zijzelf ernaar in de Nieuwe Wereld aan de overkant van de oceaan zielen voor Christus te winnen, al was het er maar één.

Net zoals zij ernaar verlangt zielen van Reformatoren op de – in haar ogen ware manier – tot Christus terug te brengen. Voorbeeld bij uitstek is voor haar het verhaal van de Samaritaanse vrouw in gesprek met Christus (Johannes 4). Gevoed en verlicht door dat gesprek wordt die vrouw geloofsverkondiger, en weet de mensen uit haar omgeving tot Christus te brengen. Dat is des te verrassender, omdat in de ogen van Theresa die vrouw zondares was en niet of nauwelijks deel uitmaakte van haar gemeenschap.

Dat leest ze af uit het feit dat de Samaritaanse in haar eentje midden op de dag water komt putten. Ook Theresa ziet zichzelf als zondares, zeker in het licht van de aanwezigheid van de Heer. Overdreven? Wellicht in onze ogen, maar zijzelf heeft er een prachtige vergelijking voor: ‘In een vertrek waar de zon volop doorheen schijnt, worden alle spinnenwebben zichtbaar.’ Haar extases zijn niet verdiend, maar puur genade.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De wereld van de geesten.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard von bingen

.

 

 

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Omschrijvingen van de geest

.

Hildegard gebruikt niet het begrip ‘geest’ maar het begrip ‘ziel’. Het was in haar tijd gebruikelijk het begrip ‘ziel’ in die zin te gebruiken, naar aanleiding van de uitspraak van het vierde Concilie van Konstantinopel (869-870), canon 11: De mens heeft een rationele en intellectuele ziel.

In haar tijd was de kerk oppermachtig en het was niet raadzaam tegen haar leer in te gaan. Hildegard laat daarom de ‘ziel’ doen wat in geestkunde de ‘geest’ zou doen. Zij maakt ook gebruik van de leer van de Drieëenheid, maar geeft daar wel een geheel eigen uitleg aan: de drie personen staan voor de drie geestelijke vermogens van God.

 

 

 

2. Omschrijvingen van God

 

.

Scivias miniatuur, boek ll

Scivias miniatuur, boek ll

 

 

.

Dit is het eenvoudigste maar ook belangrijkste miniatuur van Scivias, waarover de stem van het levende Licht tegen Hildegard zegt:

.
“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim, dat helder door je werd aanschouwd, dat je zou inzien hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle ‘levensstromen’ (de geschapen, menselijke geesten als ‘krachtbron’) ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu herkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf”.

Duidelijk gaat Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen over naar de innerlijke rangorde van God zelf. De goddelijke liefde voor de mens heeft zich geopenbaard door de schepping en verlossing van de mens. Hier vinden het innerlijke leven terug van God zelf. In dit visioen schrijft Hildegard als volgt:

“Toen zag ik een zeer helder licht en daar middenin een saffierblauwe mensengestalte, die geheel in een zeer zacht roodachtig trillend vuur gloeide. En dat heldere licht doordrong geheel het roodgloeiende vuur. En het roodgloeiende vuur doordrong geheel het heldere licht. En dit heldere licht en dat roodgloeiende vuur doordrongen geheel die mensengestalte. Aldus waren zij één licht, bestaande in één kracht van mogelijkheden.”

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

“Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is waarheid) en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is bewustzijn)  en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is zachtmoedigheid)  en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

.

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

.

Het Godsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 1

 

.

liber-divinorum-operum-1-i1

 

.

 

Hildegard:

 

“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: Zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht.

Het hoofd was met een gouden kring omgeven: in deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard, het eerste; zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel. Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring.

Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar; zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten gekeerd.

Vanuit de twee schouders van de gestalte raakte een vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag.

Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk en zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”

 

.

De stem van het levende Licht bij dit beeld:

“Ik ben de hoogste vuurkracht, die alle levende vonken heb aangestoken en geen enkele sterfelijke dingen heb uitgeademd, maar ze in leven roep; ik heb de cirkelende cirkel (kringloop, draaikolk) met mijn bovenste vleugels, d.i. met wijsheid, ontworpen door er omheen te vliegen.

Maar ik ben ook het vurige leven van de goddelijke wezenheid en vlam op boven de schoonheid van de akkers, ik schitter in de wateren, ik brand in de zon, de maan en de sterren. En met de wind van de lucht voorzie ik alles op een levengevende wijze van een onzichtbaar leven, dat alles ondersteunt.

De lucht leeft immers in de groenheid (levenskracht) en in de bloemen, de wateren vloeien alsof ze leven, ook de zon leeft in zijn lucht; en wanneer de maan op het punt staat te verdwijnen, wordt ze door het licht van de maan aangestoken, zodat ze als het ware weer tot leven komt; ook de sterren lichten op in zijn licht alsof ze erdoor leven.

Ik heb ook de zuilen, die de hele wereldbol bevatten, gemaakt, namelijk de winden die de onderste vleugels bevatten, – dat zijn de zachtere winden – en die door hun zachtheid de sterkere winden in bedwang houden, zodat ze niet op gevaarlijke wijze zouden waaien; net zoals het lichaam de ziel bedekt (beschermt) en bevat, opdat ze niet zou sterven.

Net zoals ook de zieleadem het lichaam bijeenhoudt en het sterkte geeft, zodat het niet zou doodgaan, net zo bezielen de sterkere winden de haar onderworpen winden, zodat ze hun taak op eenstemmige wijze kunnen uitvoeren.

Zo ben ik, de vuurkracht, in hen verborgen. En terwijl ik in hen ben, branden ze uit mijn bron, zoals de zieleadem de mens voortdurend in beweging brengt en zoals de winderige vlam in de zon is. Al deze dingen leven in hun essentie en ze zijn niet in de dood gevonden, want ik ben het leven.

Ik ben ook de racionalitas (‘berekenen’: denken), die de wind van het klinkende woord bevat, waardoor elk schepsel gemaakt is; en in al die dingen heb ik mijn adem geblazen, zodat geen van deze dingen, geen enkele soort ervan sterfelijk is. Want ik ben het leven.

Want ik ben het volledige leven, die niet van de stenen afgetrokken is en niet gebloeid is op takken en niet geworteld is in de kracht van de man; integendeel, alles wat levend is, wortelt in mij. De racionalitas is immers de wortel; het klinkende woord bloeit echter in die wortel.

Vandaar: aangezien God racionalis is, hoe zou het dan kunnen dat hij niet werkzaam zou zijn, daar zijn gehele werk in de mens tot bloei komt? Want hij heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en hij heeft alle schepselen volgens hun maat in deze zelfde mens afgedrukt.

Want in de eeuwigheid reeds heeft God zijn werk, namelijk de mens, tot bestaan willen brengen; en toen hij dit werk tot een goed einde bracht, gaf hij hem alle schepselen, zodat hij met hen zijn werk zou kunnen uitvoeren, net zoals ook God zélf zijn werk, namelijk de mens, heeft gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij; en ik ben het equalis leven in de eeuwigheid, die niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (nl: racionalis – officialis – equalis).

Want het feit dat ik boven de schoonheid van de akkers opvlam, dat is de materie en dat is de materie waaruit God de mens heeft gemaakt; en dat ik in de wateren schitter, dat is zoals de ziel, want zoals het water de aarde volledig bevloeid heeft, zo heeft de ziel het hele lichaam doorlopen. Het feit echter dat ik in de zon en de maan brandt, dat is de racionalitas; de sterren immers zijn ontelbare woorden van de redelijkheid.

En dat ik met de wind van de lucht alles op een levenwekkende manier als met een onzichtbaar leven vul die alles ondersteunt: dat is omdat dankzij de lucht en de wind de dingen die beginnen te kiemen tot gewassen uitgroeien en als zodanig kunnen blijven bestaan, terwijl ze door niets verwijderd zijn van datgene wat ze zijn.

En weer hoorde ik een stem die zei: “God die alles geschapen heeft, heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en heeft in hem zowel de hogere als de lagere schepsels afgedrukt; en hij had hem zo lief, dat hij hem had voorbestemd voor de plek waaruit de engel (Lucifer) verdreven werd en voor hem de heerlijkheid en de eer had uitgekozen die de andere (Adam), toen hij in de zaligheid was, verloren was. Dat is wat dit visioen, dat je nu ziet, aantoont.”

.

(samenhang met de vermogens)
“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.

En ik ben het equalis leven (betekenis ‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen; het beeld van ‘de ruiter op het paard’ is het beeld van het waarnemen en willen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens behoren tot de éne geest).”

 

.

Gods kenmerken vermogens
rationalis
equalis
officialis
redelijkheid
ruiter op paard
dienstvaardigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

.

3. Vader-Moeder-God en kinderen

.

Het Scheppingsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 2

 

.

liber-divinorum-operum-2-i2

 

.

 

Hildegard :

 

“In het midden van de borst van de gestalte die ik in de zuidelijke windstreken had aanschouwd, verscheen een wonderbaarlijk rad. Het bevatte tekenen waardoor het ging lijken op het visioen in de vorm van een ei dat ik achtentwintig jaar eerder had gehad en dat ik had beschreven in het derde deel van mijn Liber Scivias.

In de kromming van de schaal van het bovenste gedeelte verscheen een kring van hel lichtend vuur boven een kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren met elkaar verbonden op een manier dat het leek alsof ze één waren. Onder de zwarte kring verscheen een andere kring, die op zuivere ether leek en even dik was als de twee andere samen.

Vervolgens kwam er een kring te voorschijn als van vochtige lucht, hij was even dik als de hel lichtende kring van vuur. Onder deze kring van vochtige lucht verscheen er een van witte lucht die zo hard was dat hij op de pees van een mens leek; hij had de dikte van de kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren eveneens met elkaar verbonden alsof ze één geheel vormden.

Ten slotte verscheen er onder deze witte, dichte lucht een tweede, ijle luchtlaag, die zich over de hele kring leek uit te breiden en nu eens lichte, dan weer laaghangende, donkere wolken leek op te stuwen. Deze zes kringen waren onderling zonder enige tussenruimte met elkaar verbonden. De bovenste kring overgoot de andere kringen met zijn licht, terwijl de waterhoudende kring alle andere met zijn vochtigheid bedekte.

De menselijke gestalte bezette het midden van dit reusachtige rad. Zijn schedel bevond zich boven, terwijl de voeten de kring met dichte, witte en lichtende lucht raakten. De gestrekte vingers van de rechter- en linkerhand wezen net als de armen in de vorm van een kruis naar de omtrek.

Dit hele visioen wordt beademd door de koppen van vier groepen dieren: een luipaard, een wolf, een leeuw, een beer, met daartussen een krab, een hert, een slang en een lam. Boven het hoofd van genoemde gestalte stonden de zeven planeten tegenover elkaar: drie in de kring van lichtend vuur, één in de kring van zwart vuur, en drie in de kring van zuivere ether. Alle planeten straalden in de richting van de dierenkoppen en de menselijke gestalte. 

De kring van lichtend vuur bevatte zestien belangrijke sterren, vier tussen de koppen van de luipaard en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de beer, en vier tussen die van de beer en de luipaard. Acht sterren bezetten een middenpositie en stonden elkaar bij; ze bevonden zich tussen de koppen in en zonden elkaar hun stralen, die de dunne luchtlaag raakten.

De acht andere, naast de resterende dierenkoppen, bestraalden de wolken die ertegenover hingen. Op de rechterhelft van het beeld vormden twee afzonderlijke tongen twee stromen die het wiel en de menselijke gestalte bevloeiden. Hetzelfde gold voor de linkerhelft: het waren net kolkende beekjes.”

 

.

Zoals we zien is het opgeroepen universum in het geheel niet statisch van aard: actie en reactie gaan een confrontatie met elkaar aan en houden elkaar in evenwicht, zoals de energie van vuur wordt getemperd door de vochtige kring. Het heelal staat voornamelijk bloot aan winden (geestelijke invloeden).

De leeuwekop staat voor de zuidenwind, de belangrijkste, die vergezeld gaat van de wind uit twee aangrenzende streken, verzinnebeeld door de koppen van de slang en het lam. Deze winden houden de energie van het heelal en van de mens, die de hele schepping in zich bergen, in bedwang.

Ze beschermen hen tegen de vernietiging. De zijwinden waaien voortdurend, zij het als zwakke briesjes. Op de schrikwekkend grote kracht van de voornaamste winden wordt geen beroep gedaan; dat gebeurt pas op de dag van Gods Oordeel, bij de ondergang van de wereld, om de laatste tuchtiging toe te passen. De zuidenwind zorgt voor hittegolven en grote overstromingen, de noordenwind brengt bliksem en donder, hagel en koude met zich mee.

 

 

 

4.  De liefde

 

.

De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is, … die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

.

JOHN ASTRIA

Een wereld beheerst door Satan en zijn engelenvorsten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er gebeurt heel wat meer ‘boven onze hoofden’ dan wij beseffen. In een andere, onzichtbare werkelijkheid speelt zich veel af waar wij indirect en ook direct mee te maken hebben. Gebeurtenissen, strijd en ook tekenen die het wereldgebeuren en ook ons leven beïnvloeden. Ondanks het feit dat wij nauwelijks enig besef hebben van wat er zich in die vreemde, geestelijke wereld afspeelt, heeft de Gemeente van de Here Jezus Messias grote invloed op wat daar gaande is. Daarom is het belangrijk dat wij hier Bijbels zicht op hebben.

 

 

geestelijke strijd

geestelijke strijd

 

 

De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.

Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.

Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”  Efeziërs 6: 12.

Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.

Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7.  Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.

Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend”  2 Korintiers 12 :2-11.

Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.

Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.

In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.

 

 

Machtige wapens

 

De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.

 

 

Het eerste wapen

 

Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.

 

 

bijbel-mooi

 

 

 

Het tweede wapen

 

Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.

 

 

image464

 

 

 

Het derde wapen

 

Het derde wapen is volhardend gebed.

 

 

gebed2

 

.

.

Modellen

 

In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.

Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).

Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp”  1Kronieken 28 : 11,12,19).

Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19.  Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.

 

 

 

Een prachtige vrouw

 

In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.

Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.

 

 

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

.

 

Eerste teken

 

De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.

De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.

 

 

Tweede teken

 

Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.

Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.

In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.

Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond”  Zacharia 3:1-2.

In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.

Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.

De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.

 

 

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Oude en moderne geschiedenis

 

Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte”  Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.

Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).

De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan  God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.

De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:

Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden wantdie heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk”  Deuteronomium 4:16-20.

 

De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5

De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk.  Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!

Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”  Openbaring 12:11.

 

 

de overste van deze wereld

de overste van deze wereld

 

 

 

Machten tegen Israël

 

 

Satans invloed op de islam

 

Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.

Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.

 

 

 

De macht achter het Vaticaan

 

Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.

 

 

 

De EU 

 

De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.

 

 

 

De VN 

 

Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.

 

 

 

De VS 

 

Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.

De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden”  1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.

 

 

Gog 

 

Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.

Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!”  Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.

 

 

gogmagog

 

 

 

Wat nu ?

 

We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.

Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.

Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis  Openbaring 12:110.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Belangrijke Bijbelteksten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

godslove1

 

.

Houdt God echt van mij?

.

‘Telkens wanneer ik je naam noem,
denk ik met tederheid aan je,
met diepe ontroering en wil ik je helpen.
Neem dat van me aan.’
(Jeremia 31:20)

‘Je bent door God uitgekozen,
hem behoor je toe en hij heeft je lief.
(Kolossenzen 3:12)

‘Wie op hem vertrouwen,
omringt hij met liefde.’
(Psalm 32:10)

‘Ik heb van je gehouden met een eeuwigdurende liefde;
liefdevol heb Ik je naar Mij toegetrokken.’
(Jeremia 31:3)

”Bergen zullen wijken, heuvels wankelen,
maar onwrikbaar is mijn liefde voor jou,
onwankelbaar mijn belofte van vrede en vriendschap.’
De Heer heeft gesproken, hij die met jou is begaan.’
(Jesaja 54:10)

 

 

 

Ik zie het niet meer zitten

 

‘Wie vertwijfeld zijn, is hij nabij;
hij redt wie alle moed verloren.
De Heer redt wie hem dienen;
wie bij hem schuilen, komen nooit bedrogen uit.’
(Psalm 34:19, 23)

‘De last op je schouders,
draag hem over aan de Heer,
hij zal voor je zorgen;
wie hem trouw is,
laat hij niet bezwijken, nooit.
(Psalm 55:23)

‘Mild is de Heer en rechtvaardig,
onze God is vol medelijden,
hij waakt over de hulpeloze mens.
Hoe zwak was ik niet!
Maar hij heeft mij gered.
(Psalm 116:5)

‘Ik was er ellendig aan toe,
ik riep de Heer te hulp
en hij luisterde naar mij,
verloste mij van al wat mij kwelde.
Als je ontzag hebt voor de Heer
waakt zijn engel over je,
staat je bij en bevrijdt je.
Je zult zien, je zult merken
hoe goed de Heer is:
je bent gelukkig als je bij hem schuilt.
(Psalm 34:7-9)

‘Voor wie trouw zijn aan God,
is hij een licht in het duister;
hij is vol medelijden,
goedgunstig en rechtvaardig.’
(Psalm 112:4)

 

 

 

 Help, ik heb weer gezondigd!

 

‘Alle mensen komen bij u, beladen met zonden.
Drukken onze fouten ons terneer, u vergeeft ze. ‘
(Psalm 65:3, 4)

‘Heer, als u acht slaat op onze fouten,
kan niemand zich meer staande houden.
Maar u weet te vergeven,
daarom hebben we ontzag voor u.’
(Psalm 130:3, 4)

‘Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw,
wit als wol.’
(Jesaja 1:18)

‘In onze verbondenheid met hem
zijn we door zijn bloed bevrijd
en zijn onze overtredingen vergeven’.
(Efeziërs 1:7)

Maar als wij onze zonden bekennen,
dan is God zo trouw en rechtvaardig
dat hij onze zonden vergeeft
en ons rein maakt van alles
wat we verkeerd hebben gedaan.’
(1 Johannes 1:9)

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

De mammoetboom in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

De mammoetboom

 

U zult in de Bijbel tevergeefs naar een vermelding van mammoetbomen zoeken, maar omdat zij tot de groep hoogste bomen ter wereld behoren, mogen wij ze niet over het hoofd zien. Trouwens, dat zou ook heel moeilijk zijn; want hun toppen zijn bijna niet te zien vanaf de grond. Mammoetbomen kunnen namelijk 90 meter hoog worden en de stam kan een doorsnede van 7 meter hebben. Zij zijn inheems in Californië, maar zijn in Europa vaak als straat- of parkboom aangeplant. Hoe kan een boom van zo’n enorme omvang voortkomen uit een mi-nuscuul zaadje? Is dit niet één van de merkwaardigste wonderen van de schepping?

 

 

zaadje van de mammoetboom

 

 

De apostel Paulus gebruikte dit fenomeen als illustratie, toen hij de opstanding uit de doden wilde verklaren. In 1 Korintiërs 15 nam hij het op tegen de Griekse opvatting, dat een opstanding van het lichaam onzin is (zie Hande-lingen 17:32); en als antwoord op de sceptische vraag: “Hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?”, wees hij naar het enorme verschil tussen zaad en plant (1 Korintiërs 15:35-38). Wat in dit le-ven onaanzienlijk en van geen betekenis lijkt te zijn, krijgt bij de wederkomst van Christus een verandering tot heerlijkheid, waarvan de mogelijkheden onze stoutste verwachtingen te boven gaan.

 

 

handelingen17: 32

 

32 Toen de mensen hoorden over een opstanding uit de dood, lachten sommigen hem uit. Anderen zeiden: “We komen een andere keer nog wel eens naar je luisteren.”

 

 

geestelijk lichaam

 

 

 

 

1 Korintiërs 15

 

Hoe worden de doden weer levend gemaakt?

 

35 Jullie zeggen misschien: “Maar hóe worden de doden dan weer levend gemaakt? En wat voor lichaam hebben ze dan?” 36 Maar dat is een dwaze vraag! Alles wat je zaait, moet eerst sterven. Pas dan kan er nieuw leven uit ontstaan. 37 En wat je zaait, ziet er niet hetzelfde uit als wat er later uitkomt. Wat je zaait is maar een simpele korrel, bijvoorbeeld graan. 38 Maar God laat er een bepaalde plant uit groeien. Uit elke soort zaad groeit een bepaalde soort plant.

39 Ook zijn niet alle levende wezens hetzelfde. Het lichaam van mensen is anders dan van dieren. En het lichaam van vogels is weer anders dan van vissen. 40 En aardse lichamen zoals mensen, dieren en planten, zijn weer an-ders dan de hemellichamen zoals zon, maan en sterren. Ze zijn verschillend van schoonheid. 41 En het licht van de zon is ook weer anders dan het licht van de maan of van de sterren. En de ene ster schijnt helderder dan de andere ster.

42 Zo is het ook met de opstanding uit de dood. Wat wordt gezaaid, is sterfelijk. Maar wat opstaat uit de dood, is onsterfelijk. 43 Wat wordt gezaaid is niet mooi. Wat opstaat uit de dood is prachtig. Wat wordt gezaaid, is zwak. Maar wat opstaat uit de dood, is vol kracht. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar er staat een geestelijk lichaam op. Want net zoals er een aards lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 Dat staat ook in de Boeken: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen.” Maar de laatste Adam (= Jezus) werd een levendmakende Geest.

46 Maar het geestelijke was er niet het eerst. Eerst kwam het aardse. Daarna pas het geestelijke. 47 De eerste mens werd uit het stof van de aarde gemaakt. Maar de tweede Mens is uit de hemel. 48 Alle aardse mensen lij-ken op de eerste aardse mens. En alle hemelse mensen lijken op de hemelse Mens. 49 En net zoals we eerst lijken op die aardse mens, zo zullen we later lijken op die hemelse Mens.

50 Maar ik zeg jullie, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet binnengaan. Ster-felijke dingen kunnen geen onsterfelijkheid binnengaan. 51 Kijk, ik vertel jullie een goddelijk geheim. We zullen niet allemaal eerst sterven. Als de laatste trompet klinkt, zullen we allemaal in één ogenblik veranderd worden. 52 Want op een dag zal er op de trompet worden geblazen. Dan zullen de doden als onsterfelijke mensen uit de dood opstaan. En wij zullen op dat moment veranderd worden.

53 Want dit sterfelijke lichaam moet onsterfelijkheid aantrekken. 54 En op het moment dat dit sterfelijke li-chaam onsterfelijkheid heeft aangetrokken, is werkelijkheid geworden wat in de Boeken staat: “De dood is opge-slokt door de overwinning. 55 Dood, wat wil je nu nog? Waar is nu je macht?” 56 De dood heeft macht door het kwaad, en het kwaad heeft macht door de wet van Mozes. 57 Maar prijs God, Hij heeft ons de overwinning gegeven door onze Heer Jezus Christus.

58 Wees daarom altijd sterk in het geloof, lieve broeders en zusters. Houd vol en doe altijd je best voor de Heer. Jullie moeten weten dat álles wat je voor de Heer doet, beloond zal worden.

 

 

Met een ander beeld gaf de engel Daniël te kennen, dat de rechtvaardigen in Gods Koninkrijk “zullen stralen als de glans van het uitspansel … als de sterren, voor eeuwig en altoos” (Daniël 12: 1 – 3, NBG‘51). Als wij openstaan voor de warmte van Gods liefde kan dat ook met ons gebeuren.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Daniël 12: 1 – 3

 

1 In die tijd zal de engel Michaël komen, de machtige beschermer van je volk. Hij zal je volk helpen in de vre-selijke tijd die komt. Want zulke verschrikkelijke tijden zijn er nog nooit geweest sinds er mensen bestaan. Maar iedereen van jouw volk wiens naam in het Boek van het Leven is bijgeschreven, zal worden gered. 2 Veel van de mensen die allang dood zijn, zullen opstaan. Sommigen zullen het eeuwige leven krijgen, anderen de eeuwige, vreselijke straf. 3 De wijze mensen zullen stralen als de sterren aan de hemel. Zij die andere mensen hebben geleerd hoe ze God moeten dienen, zullen schitteren als de sterren, voor altijd en eeuwig.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijbelteksten over angst

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof redt de ziel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wees niet bang, want ik ben bij je,
vrees niet, want ik ben je God.
Ik zal je sterken, ik zal je helpen,
je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

 

In mijn bangste uur vertrouw ik op u.

 

Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.

 

Want ik ben de HEER, je God,
ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, ik zal je helpen.

 

Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
wat kunnen mensen mij doen?

 

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

 

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

 

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

 

U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.

 

Angst voor mensen is een valstrik,
wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd.

 

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

 

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

 

Ik zocht de Heer en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.

.

Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de Heer, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.

 

Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.

 

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.

 

Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

 

Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen.

.

Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’

 

Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?

 

Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

 

Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.

 

Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.’

 

Hoe groot is het geluk
dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen,
dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u,
heel de wereld zal het zien.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.