Tagarchief: vijand

Hoe staat de Koran tegenover leven en oorlog?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 Recht op leven

 

 

Mohammed

Mohammed

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

 

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

 

De Koran stelt:

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)
en
« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32).

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten

.

 a : een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.

 

Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe.

 

«”Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» 

 

 

b : een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde” .

 

Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren.

Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe ziet dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen.

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden.  Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

Koran

Koran

 

 

 

Kaïn en Abel : het eerste geval van moord

 

Om de houding van de Koran tegenover moord te onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven geval van geweldpleging door een mens op een mens: het relaas van Kaïn (Qabil) en Abel (Habil). De Koranische passage gaat als volgt:

 

« En lees hun de mededeling over de twee zonen van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd van de ander niet aangenomen. Die zei: “Ik sla jou dood!”. Hij zei: “God neemt slechts de godvrezenden aan. Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren. Dat is de vergelding voor de onrechtplegers.” Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?” Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben.”» (Koran 5:27-31)

 

 

In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die door zijn broer Kaïn met de dood bedreigd wordt, zegt:

 

«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.» (Koran 5:28)

 

 

Wat wordt hier  bedoeld? Kaïn zal door het vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden van Abel door Kaïn meegenomen naar de hel, en is Abel verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt met andere woorden beloond met een volledige kwijtschelding van al zijn zonden.

Volgens de liberale strekking van de islam, kan men moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt in de Koran zeer krachtig beloond met vergeving van alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.

Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is een dier zelfs de leermeester van de mens.

 

 

clip_image0061

 

 

 

De Koranische oorlogsethiek en krijgswet

 

 

Inleidend

 

Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan rechtvaardigheid en aan het beschermen van de rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij te beschermen, is het in sommige nauwkeurig bepaalde omstandigheden toegestaan dat men naar de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan.

 

 

Wie beslist over oorlog en vrede?

 

Uiteraard kunnen individuele moslims of groepen of organisaties extremisten, net als in seculiere landen, niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van alle moslims) die vandaag de dag niet eens bestaat.

In afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen verklaard worden bij consensus van representatieve en legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.

 

 

Houding tegenover geweld en terrorisme

 

Het bovenstaande neemt niet weg dat er soms groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Terrorisme is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers, een marxistisch geïnspireerde seculiere groep die onder hindoes recruteert.

Zij zijn ook de bedenkers van de zelfmoordvest. Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om leden te ronselen.

Ze doen dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die krachtig veroordeeld wordt. Dit wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van geleerden.

De tragische vergissing bestaat hierin dat de westerse publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de meerderheid van de islamitische bevolking. Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de moslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken erkend wordt als enige juiste, wat door de moslimwereld ondubbelzinnig verworpen wordt.

Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer op keer weer door moslims en moslimleiders ondubbelzinnig en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de talloze verklaringen waarin moslimleiders het geweld naar aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden.

 

 

terrorisme

terrorisme

 

 

Alleen defensieve oorlog toegestaan

 

Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap van de middenweg te beschermen. Dit wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.

Enkel wanneer moslims aangevallen of onderdrukt worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten,en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd toegestaan is:

 

«Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God” – en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran 22:39-40)

 

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige moslims. Enkel moslims die “bestreden worden”, mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief.
  2. Er moet de moslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.
  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de islam en moslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij moslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
  4. Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

 

 

screenshot_1214

 

 

Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd worden door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran 2:190)

 

Diezelfde toon vindt men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

 

«Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.» (Koran 60:7)

 

Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen
  2. Dood geen kinderen,
  3. Dood geen bejaarden,
  4. Dood geen zieken.
  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel
  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

 

«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.» (Koran 8:61)

 

 

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

 

«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen…» (Koran 4:58)

«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid.” (Koran 5:8) “God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is….» (Koran 16:90)

 

 

De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

media_xl_4888423

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

screenshot_602

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Zevenentwintigste Miniatuur : zesde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zevenentwintigste Miniatuur: Zesde Visioen van het Derde Boek

 

Scivias%20T%2027_Boek%20III,6

.

.

We hebben in het begin de opmerking gemaakt, dat een miniatuur die een volle bladzijde beslaat in de ogen van Hildegard een belangrijk onderwerp wil illustreren. In deze miniatuur behandelt zij uitvoerig de eerste van de drie muren welke de gelovigen met de hulp van God steen voor steen opbouwen.

 

De eerste muur heeft voor Hildegard een grote betekenis. Zij ziet in de opbouw van de joodse samenleving een voorafbeelding van de eerste fase van het geestelijk leven. Deze fase moeten de mensen die geroepen zijn om intiemer met God om te gaan doorlopen.

 

De muur van Noord naar West is drievoudig omdat zij de eerste aanvallen van de vijand uit het Noorden moet opvangen. De buitenste muur duidt op de macht van de wereldse overheid, de binnenste verwijst naar de hië-rarchie van de geestelijke leiders.

 

De middelste muur is een beeld van de onderdanen, de gelovigen, die onder het gezag staan van de wereldlijke- en kerkelijke overheid waardoor ze beschermd hun taak van het opbouwen van de verdedigingsmuur kunnen volbrengen.

 

Dit alles is zeer middeleeuws gedacht, maar ook monastiek. De echte opgang van het geestelijk leven begint altijd met een streng gedisciplineerd leven in gehoorzaamheid aan allen die in gezag gesteld zijn. Het komt allemaal overeen met de gedachtegang van St. Benedictus over de grote betekenis welke hij hecht aan de gehoorzaam-heid als grondslag voor diepgaand geestelijk leven. In feite is dit de opvatting van alle geestelijke leiders, tot de guru’s in het boeddhisme toe.

 

Hier gaat Hildegard dieper op in door twee groepen van drie gepersonifieerde deugden te laten optreden. Die zes deugden samen vormen de ontplooiing van de Discipline, die we reeds ontmoetten in de Toren van Gods raadsbesluiten na de Liefde voor het Hemelse.

 

De drie deugden ( zie figuur midden, boven links ) van de eerste groep zijn de Abstinentia, de zelfverloochening, die bijgestaan wordt door de Largitas en de Pietas, wat men het beste kan vertalen met edelmoedigheid en vroomheid. Wie herkent hier niet het begin van het geestelijk leven, zoals dat door alle geestelijke vaders wordt geleerd? Het gaat om edelmoedige zelfverloochening, in stand gehouden door godsvrucht en in praktijk ge-bracht door gehoorzaamheid aan het wettig gezag.

 

De drie volgende deugden ( figuur midden, naast eerste groep ) die we ontmoeten bij het goed beleven van de wet zijn de Waarheid (Veritas) geflankeerd door de Vrede (Pax) en de Gelukzaligheid. Eigenlijk zijn zij meer de vruchten van de deugdbeoefening dan eigenlijke deugden, zoals wij die gewoonlijk verstaan.

 

 

shapeimage_3

 

 

Nu wordt het zeer ingewikkeld om na te gaan, hoe Hildegard deze zes gepersonifieerde deugden uitgebeeld heeft. Ik wijs hier alleen op de Pax (zilver) die rechts van de Veritas (goud) staat. Deze Pax is geheel in het zilver en heeft twee grote vleugels. Hij draagt het zegel van de hemel, is de gezel der engelen, ziet evenals de engelen steeds het aangezicht van God, gaat zonder wijken rustig op zijn doel af en gelijkt steeds meer op de Mensen-zoon. Zilver is onder meer beeld van de spiegel waarin de gelijkenis met Christus zichtbaar wordt.

Wat eigenlijk het einddoel is van deze zes deugden, die samen de discipline van de wet vormen, leert ons de ‘Salvatio animarum’. Deze zielenredding wordt hier in beeld gebracht door drie handelingen van dezelfde geper-sonifieerde deugd. Als de vrucht van het disciplinaire leven onder de wet, ontvangt de leerling de genade van de nieuwe wet.

Getroffen door de genade van de ‘Discretio’ waarvan we het beeld nog zullen beschrijven, besluit de ziel het veelkleurig gewaad van de werken van de oude wet uit te trekken. Zij zegt dan, dat zij door het bloed van het Lam verlost is en vrij is geworden door de genade Gods.

Men ziet hoe boven het donkere figuurtje tussen de muren van de wet, een mensenfiguurtje dat de kleren uit-trekt en er de stof uit klopt. Merkwaardigerwijze is dit figuurtje in het zilver geschilderd wat het geloof aanduidt.

Naast dit ontklede figuurtje zien we nog een figuurtje ( figuur onder, links boven ) in het zilver, dat vóór zich een kruisbeeld vasthoudt dat opbloeit uit een boom. Aan weerszijden van die boom zien we takken die in bloei schieten. Hildegard geeft daaraan de volgende uitleg:

“De zieleredding is door het lijden van Jezus de Verlosser tot grote bescherming van de gelovige geworden. Want door het lijden en dood vertrad de Zoon Gods de boom van de dood en de zonde van Adam. En hieruit ont-sproten als bloesems de beide Testamenten. Het Oude Verbond zendt zijn witte licht naar het kruis en het Nieuwe Verbond zijn rode glans; en op het hoogtepunt van het geestelijk verstaan neigen die beide bloemen, eenmaal ontrukt aan het verderf van de dood, zich naar het lijden van de goede Verlosser en heel Zijn gerechtigheid.”

 

Deze tekst is in zijn geheel geciteerd en laat duidelijk zien, hoe al die beelden en kleuren evenzovele lessen zijn over de alles overtreffende betekenis die de gekruisigde Christus voor Hildegard heeft.

 

shapeimage_2

.
.
.
.
Maar dit beeld van de gekruisigde Heer ontmoeten wij ook in de handen van de tweelingzuster van de Ziele-redding, n.l. de Discretio ( figuur beneden, onder links met kruis ). Deze deugd is eigenlijk het einddoel van de discipline van het Oude en tegelijk het keerpunt naar het Nieuwe Verbond. Deze deugd ziet Hildegard gezeten tegenover de zuil van de H. Drievuldigheid, waar miniatuur 28 een prachtige uitbeelding van biedt en die we straks uitvoerig zullen bespreken.
.
.
Thans gaat het om een nieuwe openbaring van Gods werk en wel door de Tweede Persoon van de H. Drievul-digheid. Tegelijkertijd is deze een geloofsuitdaging, beter gezegd een geloofscrisis voor iedere gelovige. Het ge-loof in de éne God wordt op een hoger plan gebracht en het is de kracht Gods van de Discretio die ons de gena-de geeft om in groeiend geloof de diepere zin van deze openbaring te onderscheiden.
.
.

De oude Vaders spreken veel over de Discretio, het keerpunt in het geestelijk leven. Hildegard geeft hier in een ingewikkelde beeldspraak haar visie op deze deugd. Het duidelijkste beeld blijft het kruisbeeld, dat zij in de rech-terhand houdt en de zonnestralen die komend vanuit de hemel haar borst verlichten.

 

Zoals reeds werd opgemerkt, zijn de Discretio en de Zieleredding twee aspecten van één zieletoestand. De drie figuren die de Zieleredding weergeven hebben een zwart kleed evenals de Discretio. Nu komt zwart (heraldisch sabel genoemd) vrij weinig voor in de 35 miniaturen van Scivias en als het voorkomt is het om het kwaad op zich aan te duiden.

 

In positieve zin zijn het alleen deze twee deugden die een zwart kleed dragen. Waarschijnlijk om de bekering, het zich ontdoen van de oude mens, duidelijk te kunnen uitbeelden. Bovendien had de aanwending van de zwarte kleur het voordeel om de ommekeer in het geestelijk leven ten overstaan van de openbaring van de H. Drievul-digheid in de Menswording duidelijk tot uitdrukking te brengen. Een interessant detail is dat de Salvatio afge-beeld is met een mannenkrullebol en de Discretio met een vrouwensluier.

 

In heel dit zielekasteel, dat het beeld wil zijn van de opgang van het geestelijke leven, laat Hildegard 34 virtutes optreden. Dit zijn personificaties van deugden of godskrachten. Van deze 34 zijn er 28 vrouwelijk voorgesteld en 6 mannelijk. In elk der zes groepen deugden komt één mannenfiguur voor.

 

Deze mannenfiguur wijst op de creatieve kracht van God, dus op de eerste plaats op God de Vader. We hebben gezien dat de activiteiten van de Vader in verband gebracht worden met het licht van de eerste scheppingsdag.  In de eerste groep bij de lichtgevende muur (zie miniatuur 22) staan zes vrouwelijke deugden, plus een ridder-figuurtje de Victoria, gestoken in een zilveren harnas. De overwinning wordt uiteindelijk door de Zoon aan de Vader toegeschreven.

 

In de 25ste en 26ste miniatuur zien wij de twee deugden de Scientia Dei en de Zelus Dei. De Zelus Dei is door Hildegard opzettelijk weergegeven als een kaal mannenhoofd, omdat deze meer overeenkomt met de mannelijke neiging tot actie. De Scientia Dei betreft meer met de ontvankelijkheid van de vrouw. In miniatuur 27 zien we zes deugden voor de muren van de Oude Wet staan. De Pax is mannelijk omdat deze volgens Hildegard zonder wijken recht op zijn doel afgaat.

 

Zo komen we terug bij de Discretio en de Salvatio animarum. Het is de Salvatio die actief is voorgesteld in het zich ontdoen van het zwarte onderkleed. Het is deze geloofsdaad die hem het mannelijk kenteken en de kleur van zilver bezorgt. Daarnaast zit de Discretio heel bescheiden neer tegenover de zuil van de Drievuldigheids-openbaring.

 

In de drie deugdengroepen die ons in de miniaturen 29 en 30 ter bespreking resten, komt nog tweemaal een mannelijke deugd voor. Het zijn de Gratia Dei en de Fortitudo, deze laatste in harnas. Alleen in de laatste groep van vijf deugden (miniatuur 31), die staat vóór de wedergekomen Heer, treffen we alleen vrouwelijke deugden aan. We mogen zeggen dat in dit geval de verschenen Heer de Man in actie mogen noemen.

 

Hildegard moet zich zich erg aangesproken hebben gevoeld in de uitbeelding van mannelijke- en vrouwelijke deugden. Alles gebeurt eigenlijk zoals de vrouw zich opstelt tegenover de man in het natuurlijk proces van de vruchtbaarheid. Dit alles wil de weerspiegeling zijn van het inwendig leven van de H. Drieëenheid. De Vader geeft zich aan de tweede Persoon en uit deze liefdesband komt de H. Geest voort waarvan wij, de gelovigen, deel uit mogen maken.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Is humanisme van de duivel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

God, de grote weldoener

 

In de Bijbel lezen wij dat er in de eindtijd een grote afval zal plaatsvinden onder de kinderen Gods. Velen laten zich of zullen zich nog laten misleiden door leringen van boze geesten, leringen die aangenaam klinken omdat zij de mens in het middelpunt plaatsen.

Een middelpunt waar omheen die goede God zich mag opstellen als de grote weldoener, die het de mens als een hemelse Sinterklaas in alles naar de zin mag maken. Omdat de satan precies weet waarmee hij de mens kan ver-leiden tot een egocentrische instelling was het te verwachten dat massa’s halfslachtige kinderen Gods in deze val zouden trappen.

Want een feit is dat door één van de sluwste en best gecamoufleerde leringen van boze geesten (die rechtstreeks vanuit de diepten van de hel is uitgebraakt over het “christendom”) al tientallen jaren een geestelijke slachting is aangericht onder kinderen Gods. Deze lering kennen wij als het humanisme: een goddeloze levensfilosofie die de mens in het middelpunt zet en óf van God een mythe maakt óf van Hem een weldoener maakt die uitsluitend bestaat om de mens op zijn wenken te bedienen.

Onder diverse namen en in de vorm van telkens weer aangepaste methoden en programma’s is dit humanisme de kerk en gemeente binnengedrongen, als de stank uit een beerput die alles doordringt. In dit geval gaat het echter om een stank uit de beerput van de hel.

Gods Geest geeft waarschuwing aan de kinderen Gods voor misleidingen van de duivel, in het bijzonder aan hen die zich hebben laten meeslepen door dit binnengedrongen humanisme. Het is opmerkelijk dat sinds deze waar-schuwing van God dit satanische humanisme zich als een kankergezwel heeft uitgebreid binnen het christendom. Met als gevolg dat er sindsdien meerdere varianten van dit “christelijke” humanisme zijn bijgekomen. De satan had en heeft er duidelijk haast mee om nog een zo groot mogelijke slachting aan te richten onder de kinderen Gods.

 

 

 

 

 

 

Enkele hedendaagse varianten

 

Er zijn bekende namen die staan voor enkele van de hedendaagse varianten van het “christelijke” humanisme. Het betreft (onder vele anderen):

 

 

Rick Warren

 

Zijn filosofie/methode is op iets heel anders gericht dan waar het evangelie werkelijk over gaat. Zijn methode om het de “zoekende” buitenstaanders zoveel mogelijk naar de zin te maken is puur humanisme. Zijn omgang met de “groten der aarde” verraadt dan ook, niet geheel onverwacht, dat hij een andere heer dient dan de God van he-mel en aarde. Wij lezen namelijk in Jakobus 4:4:

“Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.”

 

 

 

 

 

 

Bill Hybels

 

Van hetzelfde laken een pak. Een collega van Rick Warren en dus in dienst van dezelfde werkgever (de satan). Ook zijn methoden om zo veel mogelijk mensen tot kerkgang te verleiden zijn van humanistische oorsprong.

 

 

 

 

 

 

Robert Schuller

 

De inmiddels overleden dominee was wel degelijk een Vrijmetselaar, wat kortweg betekent dat satan zijn God was. Het evangelie dat hij jarenlang bracht in zijn ‘hour of power’ televisie programma’s was 100% humanisme en 0% evangelie. De informatie over meneer Schuller, bij elkaar gezocht door prof. Walter Veith, zegt genoeg over de zeer duistere achtergrond van deze duivelse evangelievervalser.

 

 

 

 

 

 

Joel Osteen

 

Meneer Osteen heeft zo zijn eigen variaties op hetzelfde thema bedacht om zijn toehoorders in de watten te kunnen leggen. Hij belooft hun een hemel op aarde. Over zijn gebrek aan Bijbelkennis en geestelijk inzicht blijkt hij zich niet zo druk te kunnen maken. God heeft nooit het welvaartsevangelie verkondigd. Het is een lepe zet om zo zijn verrijking met prediken te verrechtvaardigen. Bijbel verzen worden voortdurend verkeerd geciteerd en uit hun verband gerukt.

 

 

 

 

 

 

Joseph Prince

 

De Aziatische versie van Joel Osteen, met een overeenkomende boodschap waarin God als de grote Sinterklaas met genade en welvaart mag blijven strooien om het al die lieverdjes op deze aarde naar de zin te maken. Hun overeenkomende boodschap blijkt verder uit het feit dat beide heren het duidelijk erg goed met elkaar kunnen vinden. Meneer Prince heeft overigens nog meer Sinterklazen achter de hand. In de preken van meneer Prince blijkt duidelijk dat hij in dienst staat van andere opdrachtgevers dan de allerhoogste God.

Hij is ook een verdediger van de Rothschild bankiersfamilie, een verzameling criminelen met ongezond veel geld op zak en die daarmee destijds o.a. de oorlogsmachine van Nazi-Duitsland hebben gefinancierd. Hij doet het voorkomen alsof deze occulte geldverzamelaars door God werden gezegend sinds zij zich inzetten voor het Zio-nisme en daarmee voor het ontstaan van de huidige staat Israël. Een Israël dat overigens met het Koninkrijk Gods niets van doen heeft maar slechts zal dienen om de antichrist een dak boven het hoofd te geven (de derde “tempel”). Meneer Prince doet hier dus duidelijk dienst als oppoetser van het valse evangelie.

 

 

 

 

 

 

Creflo Dollar

 

Zoals zijn achternaam al doet vermoeden heeft hij nooit lang hoeven nadenken over het onderwerp van zijn preken. Het betreft hier dan ook een op en top Amerikaanse versie van het welvaartsevangelie, waarin zoveel mogelijk dollars zijn gezegende toehoorders ten deel zouden vallen als ze maar gehoorzaam het evangelie van (de) Dollar omhelzen.

 

 

 

 

 

Duurt Sikkens

 

Zeer waarschijnlijk voor de lezer niet zo bekend als de hierboven genoemde humanisten. Hij door velen in die kringen op handen gedragen, omdat hij precies predikt wat hun verwende oortjes graag willen horen. Ook deze Nederlandse misleider heeft nooit anders gedaan dan een Nederlandse versie van het “verchristelijkte huma-nisme”, aangepast aan zijn “volle evangelie” publiek. Telkens gaf hij lucht aan zijn minachting voor het Woord van God.

 

 

 

 

Deze korte opsomming laat zien dat het christelijke humanisme zonder moeite meerdere vormen en varianten kan aannemen, zodat voor vrijwel iedere christelijke stroming wel een versie van deze lering van boze geesten op de kelderplanken van de hel klaarligt. Eenmaal opgehesen naar het aardoppervlak wordt al dit geestelijke vergif via een uitgebreid distributiesysteem verder verspreid.

De gruwelijke realiteit is dan ook dat het christelijk humanisme, en de daaruit voortgekomen New Age beweging, al vele tientallen jaren de aanval heeft ingezet op de uitbreiding van het Koninkrijk Gods op aarde. Hun wapen is om de grote massa binnen het christendom te laten geloven dat zij het middelpunt van het universum zijn. Het humanisme komt daarom ook voor in de piramidestructuur van de Vrijmetselarij. Massa’s kerken en gemeenten worden zodoende van binnenuit uitgehold.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste brief aan de Korintiërs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

christus

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1 Kor 15 : 12 – 26

 

De opstanding van de doden

 

[12] Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat?

[13] Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan.

[14] En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg.

[15] Dan blijken wij zelfs van God een vals getuigenis te hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, wat Hij niet heeft gedaan, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen.

[16] Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen,

[17] en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde.

[18] Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn.

[19] Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij het meest van alle mensen te beklagen.

[20] Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.

[21] Want omdat de dood er is door een mens, is de opstanding van de doden er ook door een mens.

[22] Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven.

[23] Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren.

[24] Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond.

[25] Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden.

[26] En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

mijne kop a4

 

 

Vierde hoofdstuk van Scivias

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard

 

 

 

OVER HET DERDE DEEL VAN HET BOEK SCIVIAS

 

In het derde deel van Scivias worden twee onderwerpen behandeld. In de eerste tien visioenen wordt de bouw beschreven van de Stad Gods in de loop van heel de heilsgeschiedenis, vanaf de zondeval tot en met de wederkomst van de Heer. In de laatste drie visioenen wordt de gruwel van de antichrist verhaald, het laatste oordeel en tenslotte de gelukzaligheid in de hemel.

 

Deze dertien visioenen worden geïllustreerd met 16 miniaturen. Daarvan zijn er vier bestemd voor de laatste drie visioenen. Zo resten ons dus 12 miniaturen te bespreken die bedoeld zijn als illustratie van de bouw van de Stad Gods. Die Stad Gods heeft een enorme betekenis in de beeldspraak van onze visionaire.

Terwijl Hildegard in het tweede boek van Scivias uitvoerig gesproken heeft over het aandeel van God in onze verlossing, wil zij nu het aandeel van de mens in dit werk laten zien. Zij doet dit onder het beeld van een stadsbouw, een middeleeuwse stad. Het is een stad die vanaf een hooggelegen punt geheel te overzien is, en die volgens een eeuwenoud eenvoudig schema is uitgevoerd.

In Italië treft men nog dergelijke stadjes aan zoals bijvoorbeeld San Gimignano in de buurt van Siëna. Als men daar op de hoge stadhuistoren staat, kan men bijna de hele plattegrond in één blik vangen. Om de betekenis van een stadsbouw te begrijpen zou men zelf in het bouwvak gewerkt moeten hebben in een tijd waarin alles nog handwerk was zonder de moderne hulpmiddelen.

Toen waren samenwerking van velen en een groot geduld de voornaamste vereisten om tot resultaten te komen. Of Hildegard zelf gemetseld heeft is niet bekend maar gezien haar zwakke gestel waarschijnlijk niet. Het is zeker dat zij er wel veel bij betrokken is geweest.

De eerste betrokkenheid van Hildegards bouwwerken was op de Disiboodsberg. Daar heeft zij ongeveer dertig jaar gewoond naast een abdij van benediktijnermonniken die juist in die jaren een grote abdijkerk bouwden. Dan heeft zij de leiding gehad bij de bouw van haar nieuwe klooster op de Rupertusberg bij Bingen, en op het einde van haar leven bij de verbouwing van haar tweede klooster in Eibingen.

De sterkste ervaring welke men opdoet bij de uitvoering van een groot bouwwerk is het scheppen van ruimten door muren langzaamaan hoger op te trekken. Men neemt bezit van ruimten die aangepast zijn aan menselijke maat en die uiteindelijk te verdedigen zijn tegen vijanden en waar men zich meester voelt. Alle leven is strijd, ook het leven van de Kerk. Zelfs God vecht tegen Zijn vijand, de duivel, het kwaad.

Het derde boek van Scivias laat ons de strategie zien van deze strijd, maar dan in middeleeuwse symbolentaal. God houdt Zijn verblijf in het Oosten, de duivel legert steeds in het Noorden. Deze plaatsbepaling in windstreken is een oeroud gegeven dat we uitvoerig terugvinden in de symboliek van de Bijbel.

Dit houdt verband met de geografische ligging van het H. Land. Oostelijk lagen de woestijnen, oneindig groots. Daar ligt de Sinaï waar God woont. Noordelijk lag de weg naar Babylon en vandaar kwamen steeds de vijandige legers. In het zuiden ligt Jeruzalem, de stad van vrede. In het westelijk ligt de zee, de blauwe bron van verkoeling en vruchtbaarheid. Uit deze symbolenwereld put Hildegard haar beelden om de situatie en het grondplan van de te bouwen Stad Gods te beschrijven.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Religie is de grootste vijand van God!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Religie is de grootste vijand van God. God en religie zijn als water en vuur

 

.

Religie doet zich voor als de manier om God te leren kennen, maar niets houdt meer mensen weg van God, als religie. De meeste mensen willen best wel Gods liefde leren kennen, maar ze zijn als de dood voor religie. Hoe komt dat?

 

.

Religies

Religies

 

Het woord religie komt van het Latijnse woord ‘religare’, wat betekent ‘opnieuw binden”. Religie bindt mensen. Het geeft je geen echte vrijheid maar het onderdrukt en controleert je. Religie bindt je vast aan menselijke controle, wetten, tradities, kritiek, schuldgevoelens, prestatiedrang, enz.

Religie staat letterlijk haaks op wat Jezus Christus zei dat Hij voor elk mens wil doen:

‘Als de Zoon van God je vrij gemaakt heeft, zul je werkelijk vrij zijn.’ (Johannes 8:36)

‘Opdat wij werkelijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.’ (Galaten 5:1)

 

 

Jezus is niet gekomen om een religie te stichten.

Hij kwam om vrijheid te geven

.

Hij neemt lasten van je schouders af en breekt de deuren van religie voor je open, zodat je het overvloedige leven met God kunt ontdekken, zonder angst en zonder schuldgevoelens. Jezus neemt de zware jukken van menselijke kritiek, veroordeling, verstikkende tradities en zinloze uiterlijkheden van je af en gaat recht naar je hart.

.

 

h_52202_298791 bijbel

.

 

 

Hij ziet wie je echt bent en geeft je de vrijheid om te zijn wie je echt bent

.

Het enige wat Jezus wil, is dat je zijn liefde ervaart en dat je anderen liefhebt. Het gaat Hem enkel en alleen om liefde. Liefde voor God en liefde voor je naaste. Alle kenmerken van religie, zoals uiterlijkheden, gedragingen, gewoonten, geboden en verboden zijn helemaal niet belangrijk voor God. Ze houden God zelfs weg van de mensen, omdat ze het uiterlijk voorop zetten, in plaats van het hart.

In religie kun je perfect hypocriet zijn. Je uiterlijke vertoning kan overeen stemmen met de eisen van de religie, terwijl je hart nog steeds zelfgericht en oneerlijk is. Daarom noemde Jezus Christus de religieuze leiders van zijn tijd ‘witgekalkte graven vol dorre doodsbeenderen.’ De buitenkant ziet er prachtig uit maar innerlijk is het duister, omdat het ik voorop staat en niet de liefde van God.

.

 

Bij God mag je jezelf zijn, zonder witgekalkte gevels.

Je mag open en bloot voor Hem staan,

want Hij kent je toch door en door. En Hij heeft je lief

.

Omdat religie op het uiterlijk gericht is, beoordeelt het mensen altijd op een verkeerde manier. Religie is dan ook sterk veroordelend. God ontfermt zich over mensen die meestal door religie buitengesloten worden. En God ont-maskert mensen die in religie de hoogste plaatsen innemen.

 

 

God ziet het hart

.

Het beeld dat religie schetst van God, staat in schril contrast met wie God is. Daarom schrikt religie talloze men-sen af van God, in plaats van te laten zie hoe bevrijdend het is om God te kennen, zoals Hij echt is.

.

 

bijbel-en-gouden-hart-17782123 liefde

.

 

 

Religie is misschien wel de voornaamste reden

waarom de meeste mensen niets met God te

maken willen hebben

.

De Bijbel laat zien hoe God echt is. God is liefde, God is goed, God is vrijheid, God is alles waar je blij, gelukkig en gezond van wordt. God is vol creativiteit en maakt mensen vrij om zich creatief te uiten. God is echt en hij maakt je ook echt, zonder alle maskers en harnassen waar religie je in wil stoppen. Mensen die gebonden zijn door religie, ervaren echter Gods vrijheid, vreugde, liefde en goedheid niet ten volle en leven vaak vanuit een houding van kritiek, veroordeling, wetticisme, afwijzing en negatief denken.

 

 

Geen religie maar leven

.

Jezus Christus zei niet: ‘Ik ben gekomen om jullie een nieuwe religie te geven.’ Hij zei:

‘Ik ben gekomen opdat jullie leven zouden hebben en wel leven in overvloed.’ (Johannes 10:10)

.

leven

leven

.

 

Religie drukt neer, maar God maakt je vrij

.

Jezus Christus zei:

Ik ben het licht dat in de wereld gekomen is. Als je Mij volgt, zul je nooit meer in duisternis wandelen. (Johannes 8:12

Wie dorst heeft, laat hij bij mij komen om te drinken. De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien. (Johannes 7:38)

.

 

Religie heeft geen echte liefde

.

Jezus was vol liefde en leert ons te leven vanuit Gods liefde, naar elkaar toe. Religie zal wel woorden van liefde hanteren, maar de harten blijven kil en hard. De liefde is niet echt.

.

 

Religie verandert immers alleen de buitenkant,

het uiterlijke gedrag, maar het hart blijft onveranderd

.

De Geest van God verandert je innerlijk. Je wordt werkelijk opnieuw geboren, door de Heilige Geest, die je tot een kind van God maakt. En hoe meer je werkelijk in die vrijheid leeft, hoe meer je vrij wordt van religie, hoe echter je zult worden en hoe meer liefde er in je hart zal stromen.

.

 

Jezus Christus geneest de zieken

.

Een kenmerk van God is dat hij lasten van pijn, verdriet en lijden wegneemt en mensen opricht om te genieten van het leven. Daarom werd de bediening van Jezus Christus gekenmerkt door het genezen van de zieken. Overal waar Jezus Christus kwam, verrichte Hij talloze wonderen van genezing. In het evangelie van Mattheus staat maar liefst zes maal dat Jezus allen genas.

‘Hij genas hen van alle ziekten en kwalen. Ze brachten hem allen die er slecht aan toe waren, mensen met allerlei ziekten en pijnen, bezetenen, lijders aan vallende ziekte en verlamden, en hij maakte hen beter.’ (Matteus 4:23,24)

.

gebedsgenezing-jezus

.

 

 Religie vervolgt Jezus Christus

.

Wie waren de vijanden van Jezus Christus? De godsdienstige leiders, zij die dag en nacht in de tempel en synagoge stonden. Zij vervolgden Jezus ChristusHij paste niet in hun controlesysteem, waar mensen macht hebben over elkaar.

 

 

‘God, de Heer, heeft mij gezalfd:
van zijn geest ben ik vervuld.
Dit is mijn opdracht:
goed nieuws brengen aan de armen,
opbeuren wie alle moed verloren,
gevangenen de vrijheid aanzeggen,
wie opgesloten zitten, loslaten.’
(Jesaja 61:1)

 

de mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

.

Jezus Christus maakt je volkomen vrij

.

De vrijheid die Jezus Christus ons wil geven is echt een ongekende vrijheid. We denken dat we vrij zijn, maar in werkelijkheid zijn we allemaal in bepaalde opzichten nog gebonden door religie. God heeft een vrijheid voor ons, die we nog niet kennen. Die vrijheid heeft te maken met het ware kennen van het hart van God, dat ons vrijheid, leven, vreugde, ontspanning, rust, liefde en geluk geeft.

.

 

Gods hart

.

Als we Gods vaderhart, Gods vriendelijke hart, Gods warme hart, Gods genadige en ontfermende, geduldige en liefdevolle hart meer en meer leren kennen, worden we meer en meer bevrijd van religie. Religie spreekt wel heel vroom, maar is eigenlijk erg haatdragend en stookt broeders op tegen elkaar, veroorzaakt twisten en conflicten, maakt mensen hoogmoedig en hard, eigenzinnig en niet bereid tot luisteren en leren. De Geest van God maakt je zacht, warm, bewogen, vergevend, bereid tot luisteren, bereid om te leren, altijd zoekend naar het hart van de ander, zoekend naar verzoening en broederschap.

 

 

 God is zo ontzettend anders dan veel mensen

die beweren ‘christen’ te zijn

 

Het is gruwelijk om te horen hoe ijskoud en keihard veroordelend mensen kunnen zijn. Laten we alsjeblieft ons hart heel wijd openen voor de liefde van God. Hij is vol bewogenheid voor mensen. Hij is een echte Vader!

.

 

Religie is dodelijk voor liefde.

Het maakt mensen genadeloos, kil en hard.

Het is door en door duivels

.

Het grootste kenmerk aan de hemel zal zijn, dat mensen daar elkaar in alle oprechtheid van harte zullen liefhebben.  Oordeel niet. Het doet zoveel kwaad en richt zoveel schade aan in de harten van Gods dierbare mensen. Al kennen ze Hem nog niet ten volle, heb ze lief. Want Jezus is gekomen om zondaars te redden. En het zijn de religieuzen die Hem haatten en vermoordden. Wees niet als hen maar heb genade en diepe ontferming. Dan zien mensen wie Jezus is.

.

 

screenshot_348

.

 

 

Gods liefde tonen aan mensen die zoveel geleden hebben

.

God heeft een ander plan voor hen. Gedachten van hoop en niet van onheil, om hen een hoopvolle toekomst te geven. We hebben ook gebeden voor genezing en vertrouwen erop dat de Heer hen volkomen zal vernieuwen, naar geest, ziel en lichaam.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De zweep van religie

.

1) Religie wil altijd de mond snoeren van zij die God echt kennen en die vrijheid brengen.

2) Religie gebruikt steeds weer nieuwe vormen en weet zich overal een weg in te banen.

3) Religie is een geestelijke, demonische macht waar elke dienaar van God tegen te strijden heeft.

4) Religie spreekt altijd doorheen gelovigen, en vaak doorheen mensen van wie je het minst verwacht.

5) Religie heeft invloed op ons allemaal. De uitdaging is om nederig genoeg te zijn om te erkennen dat ook jij en ik nog niet ten volle vrij zijn van religie.

6) Religie wordt gekenmerkt door die zweep waar God over sprak. Woorden als een zweep. Het kunnen de juiste woorden zijn, maar de geest die ze spreekt, gebruikt ze om je achteruit te dwingen, met valse beschuldigingen.

7) Religie is de hoofdvijand van God, omdat religie God imiteert. Religie spreekt de woorden van God uit de Bijbel, en doet zich voor als God Zelf. Daarom is dit de meest gevaarlijke vijand van God Zelf.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Het raadsel van Simson in Richteren: 14

Standaard

categorie: religie

 

 

 

bijbel_open

.

 

Rechters, ook wel Richteren genoemd, is het zevende boek van zowel de joodse Bijbel als de christelijke Bijbel. Het boek vertelt over een aantal Israëlitische rechters die in Israël optraden na de aankomst van de Israëlieten in Kanaän. Deze rechters traden op als leiders en militaire bevelvoerders.

 

In de Hebreeuwse Bijbel valt het boek onder de Profeten. In de christelijke Bijbel maakt het boek deel uit van het Oude Testament en wordt het tot de historische boeken gerekend. De naam ontleent het boek aan het onderwerp. Het behandelt de geschiedenis van het Hebreeuwse volk tijdens de periode van de mensen die de titel “rechter” droegen. Hoewel deze rechters zich ook bezighielden met rechtspraak, heeft het boek vooral aandacht voor hun optreden als militaire leiders die het volk aanvoerden in de strijd tegen onderdrukkers en vijanden.

 

De in het boek Rechters beschreven gebeurtenissen vinden plaats tussen de in Jozua beschreven verovering van Kanaän en het optreden van Samuel, dus ergens in de tweede helft van het 2e milenium voor Christus. Het is Samuel die aan het eind van zijn leven het koningschap instelt. Volgens de Joodse traditie is Samuel ook de auteur van Rechters. Vanaf de instelling van het koningschap spelen rechters geen rol van betekenis meer in de Bijbel en wordt hun rol overgenomen door koningen enerzijds en profeten anderzijds.

 

.

Het raadsel van Simson

.

 

richteren-simson-en-het-raadsel-20-bijbelplaten-voor-het-digibord-kleuteridee-nl-bijbelles-voor-kleuters

.

1Op een keer kwam Simson in Timna en ontmoette daar een Filistijns meisje.
2Hij ging naar huis en zei tegen zijn ouders dat hij met dat meisje wilde trouwen.
3Maar zijn ouders hadden bezwaar tegen dat huwelijk. ‘Waarom trouw je niet met een meisje uit ons eigen volk?’ zeiden ze. ‘Waarom kies je juist een meisje van die heidense en onbesneden Filistijnen? Is er bij het volk Israël niet één meisje met wie je zou willen trouwen?’ Maar Simson zei tegen zijn vader: ‘Ik wil niemand anders dan haar. Ga haar voor mij halen.’
4Zijn ouders wisten echter niet dat de Heredit zo had geleid, want Hij zocht een gelegenheid om iets tegen de Filistijnen te doen, die in die tijd Israël bezet hielden.
5Toen Simson met zijn ouders naar Timna reisde, werd hij bij de wijngaarden aan de rand van de stad aangevallen door een jonge leeuw die brullend op hem afsprong.
6Op dat moment kwam de Geest van deHere over hem en aangezien hij geen wapen bij zich had, greep hij de leeuw bij zijn kaken en scheurde hem in tweeën alsof het een bokje was! Maar hij vertelde het niet aan zijn ouders.
7Nadat hij in Timna was aangekomen, ging hij met het meisje praten en hij mocht haar graag, daarom werden de voorbereidingen voor een huwelijk getroffen.
8Na enige tijd ging hij terug voor de bruiloft. Onderweg keek hij nog even bij de dode leeuw. Er bleek een bijenzwerm in het kadaver te zitten en er was ook honing.
9Hij nam wat honing en liep al etend verder. Hij gaf ook wat aan zijn ouders, maar vertelde hun niet waar het vandaan kwam.
10-11Terwijl zijn vader bezig was met de laatste voorbereidingen voor het huwelijk, gaf Simson een groot feest voor dertig jongemannen uit de stad, zoals in die tijd gebruikelijk was.
12Toen Simson vroeg of zij een raadsel wilden horen, waren zij daar best voor te vinden. ‘Als jullie mijn raadsel kunnen oplossen binnen de zeven dagen van het bruiloftsfeest,’ zei hij, ‘dan zal ik jullie dertig stel bovenkleren en onderkleren geven.
13Maar als jullie de oplossing niet weten, moeten jullie al die kleren aan mij geven!’ ‘Goed,’ zeiden de anderen. ‘Vertel het raadsel maar.’
14En dit was zijn raadsel: ‘Voedsel kwam uit de eter en zoetigheid uit de sterke!’
Drie dagen later hadden ze nog steeds de oplossing niet gevonden.
15Op de vierde dag zeiden ze tegen zijn jonge vrouw: ‘Probeer het antwoord van je man los te krijgen, anders zullen we je vaders huis met jou erin platbranden! Heb je ons soms op dit feest uitgenodigd om ons arm te maken?’
16Toen barstte Simsons vrouw in tranen uit en verweet haar man: ‘Je houdt helemaal niet van me, je geeft niets om me. Want je hebt mijn volk een raadsel opgegeven en mij de oplossing niet eens verteld!’ ‘Ik heb het zelfs niet aan mijn ouders verteld, waarom dan wel aan jou?’ antwoordde hij.
17Maar steeds als zij bij hem was, huilde ze en dat hield ze de rest van het bruiloftsfeest vol. Ten slotte, op de zevende dag, vertelde hij haar het antwoord en zij verklapte het onmiddellijk aan de jongemannen. 18Toen, op de zevende dag, voor het donker werd, vertelden de jongemannen Simson het antwoord. Ze zeiden: ‘Wat is zoeter dan honing, en wie is sterker dan een leeuw?’ Maar Simson antwoordde boos: ‘Jullie hebben mijn vrouw uitgehoord, anders hadden jullie het antwoord nooit kunnen weten!’
19Toen kwam de Geest van de Here over hem. Hij ging naar de stad Askelon, doodde daar dertig mannen en nam hun kleren. Die gaf hij de jongemannen die het antwoord hadden gegeven. Woedend ging hij naar zijn ouders terug en bleef bij hen wonen.
20Zijn vrouw werd toen uitgehuwelijkt aan de man die bij het huwelijk ceremoniemeester was geweest.
.

 

 

SPIJZE GING UIT VAN DE ETER, EN ZOETIGHEID VAN DE STERKE : Richteren 14:14

.

In dit hoofdstuk willen wij nadenken over de bijzondere gevolgen van Christus’ overwinning over de macht van de boze, die nog steeds rondgaat in deze wereld als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

.

.

Sterker dan de leeuw

.

De geschiedenis van Simson’s huwelijk en raadsel leert ons iets over de zegenrijke gevolgen van Christus’ overwinning over de macht van de tegenstander, die volgens Petrus immers rondgaat ‘als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden’ (1 Petr. 5:8). De verslagen en gedode leeuw is een beeld van de duivel, die in Christus zijn Meerdere heeft ontmoet. De duivel is een ‘eter’, voortdurend op zoek naar een prooi.

Hij is ook de ‘sterke’, die zijn domein bewaakt en die alleen overwonnen kan worden door Iemand die sterker is dan hij. Deze beide kwalificaties gebruikte Simson in zijn raadsel met betrekking tot de leeuw die hij had gedood in de wijnbergen van Timna. De geestelijke betekenis van Simson’s woorden is voor ons niet moeilijk te raden. Wij weten wie de ‘eter’ heeft overwonnen.

 

.

 Simson, verliezer of winnaar?

.

Christus is de Sterkere, die de sterke eter niet slechts heeft gebonden, maar hem ook de doodssteek heeft gegeven (vgl. Matt. 12:29). Eigenlijk is deze laatste uitdrukking niet helemaal correct. Simson had totaal geen wapen bij zich om de leeuw te doden. David had dit vermoedelijk wel toen hij de kudde van zijn vader hoedde en zowel leeuw als beer versloeg, 1 Sam. 17:34-35.

Simson behaalde de overwinning met blote handen. De Geest des Heren greep hem aan, zodat hij de leeuw die hem brullend tegemoet kwam met zijn eigen handen uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt (14:5-6).

Zo is het ook met de overwinning die Christus op de satan heeft behaald. Christus trad hem tegemoet in de kracht en de waardigheid die Hij persoonlijk bezat, zonder verdere menselijke hulpmiddelen. Hij streed de strijd geheel alléén en geen mens stond Hem terzijde. Hij behaalde echter (eveneens door de kracht van Gods Geest) een plotselinge en definitieve overwinning over de boze, wiens macht nu voorgoed verbroken is.

 

.

Drie belangrijke lessen

.

Ik denk dat dit de voornaamste typologische les is van dit gedeelte, en het is nodig die eerst goed tot ons te laten doordringen. Natuurlijk rijzen er dan ook vragen, omdat Satan nog steeds de overste van deze wereld is en nog steeds rondgaat als een brullende leeuw, maar die zijn van secundair belang. Wij moeten eerst onder de indruk komen van de geweldige en definitieve overwinning die Christus heeft behaald op Zijn tegenstander.

 

.

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het lijkt erop dat de Schrift ons hier wil leren wat :

.

(1) de kern is van het conflict,

(2) wat de definitieve afloop ervan is,

(3) en ook welke zegenrijke gevolgen Christus’ overwinning tot gevolg heeft gehad voor de Zijnen.

(1) Christus was de Rechter en de Verlosser van Zijn volk, de Nazireeër die van Zijn moederschoot af volkomen aan God was toegewijd. Hij kwam oog in oog te staan met Zijn gewelddadige tegenstander die Hem naar het leven stond. Dit begon al bij de verzoeking in de woestijn, toen de duivel Hem probeerde te verleiden maar na verloop van tijd van Hem moest wijken. Christus behaalde de overwinning geheel alleen, doordat Hij streed in Gods kracht. Hij bezat geen menselijke wapens. Zijn enige wapen was het ‘zwaard’ van het Woord van God.

(2) Daarop volgden de jaren van het dienstwerk van de Heer, waarin Hij door Zijn macht telkens weer de ‘sterke’, d.i. de satan, bond en zijn huis beroofde. Dit aspect blijft hier in de geschiedenis van Simson helemaal buiten beschouwing. We vinden hier zoals gezegd alleen de definitieve afloop van de confrontatie tussen de Heer en de vijand van de zielen.

Christus behaalde de totale overwinning op Zijn tegenstander op het kruis van Golgotha. Zoals de Hebreeënbrief het zegt: Christus is Mens geworden en Hij heeft aan bloed en vlees deelgenomen, ‘opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, en allen zou verlossen die uit vrees voor de dood hun hele leven door aan slavernij onderworpen waren’ (Hebr. 2:14-15).

Hier gebruikte Hij evenmin een menselijk wapen. Hij overwon Zijn tegenstander ‘door de dood’, namelijk door binnen te dringen in het laatste bolwerk van de vijand en hem zijn macht te ontnemen. Deze overwinning is definitief en absoluut, zoals diverse plaatsen in het Nieuwe Testament ons verzekeren (Joh. 12:31; 14:30; 16:11; Kol. 2:14-15).

(3) Deze overwinning heeft in deze tijd echter alleen zegenrijke gevolgen voor degenen die geloven. Dat betekent ook een groot spanningsveld. Want enerzijds is de duivel een verslagen vijand, maar anderzijds gaat hij nog steeds rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden. Zijn nederlaag staat vast, maar de uitvoering van het vonnis wacht tot het begin van het Vrederijk.

Aan het begin daarvan zal hij gebonden en in de afgrond worden geworpen, en aan het einde van de duizend jaren zal hij in de poel van vuur en zwavel worden geworpen (Openb. 20:2,10). Daarom is de spijze die uitgaat van de eter, en de zoetigheid die voortkomt uit de sterke, nog niet voor iedereen beschikbaar.

De hele schepping deelt nog niet in de heerlijke gevolgen van de triomf die Christus heeft behaald op Golgotha; dat gebeurt pas bij Zijn wederkomst. Maar ondertussen delen zij die met Hem zijn verbonden wel in de zoete en zegenrijke resultaten van Zijn werk. Zij proeven van de honing die uitgaat van de sterke, zoals Simson zelf al etende verder ging en ook zijn vader en moeder te eten gaf van de honing uit het lichaam van de dode leeuw (14:9).

Alleen de familie van de Overwinnaar deelt op dit moment in de zege. Wij die Hem kennen en toebehoren, die het Woord van God horen en doen, zijn nu Zijn verwanten. Aanvankelijk bestond deze familie alleen uit gelovigen uit Israël, maar later zijn de gelovigen uit de volken er bijgevoegd.

Het geheim van Christus’ kruis en opstanding blijft voor de meeste mensen een groot geheim, zoals ook geïllustreerd wordt in dit verhaal. Zelfs Simson’s ouders, zijn naaste familieleden, wisten niet wat de oorsprong was van de honing die hun zoon hun te eten gaf. Zo is de blijde boodschap van het Evangelie nu nog een verborgenheid voor het Joodse volk, doordat er een bedekking over hun hart ligt (Rom. 11:8; 2 Kor. 3:15).

Voor Filistijnen, de wereldlingen, is het helemaal een raadsel. Het woord van het kruis is zelfs dwaasheid voor hen die verloren gaan (1 Kor. 1:18). Zij begrijpen er helemaal niets van

1: dat het heil alléén te vinden is in Christus, de Gekruisigde;

2: dat Hij door Zijn lijden en sterven en door Zijn glorieuze opstanding uit de dood alle vijandige machten voorgoed heeft tenietgedaan;

3: dat de Zijnen delen in de zoete vruchten van Zijn werk.

Al die dingen zijn een zaak van geloof in Gods Woord, geloof in het volbrachte werk van Christus, en ook in God die Hem uit de doden heeft opgewekt. Anders blijft het allemaal een verborgenheid, een geheim, een raadsel dat niemand kan oplossen, in drie dagen niet en ook in zeven dagen niet (14:14-15).

Alleen via een omweg kwamen de Filistijnen, de vijanden van Gods volk, hier aan de oplossing van het raadsel. Zij presten Simson’s vrouw om het hun mee te delen, maar dit betekende ook het einde van het feest. Het luidde hun eigen ondergang in. Met ons die geloven is het heel anders gesteld. Gods geheimen blijven voor ons géén verborgenheid.

 

De strijd tussen Israel en de Filistijnen in de tijd van de Richteren vond altijd plaats in de vlakte tussen de kust en het bergland van Judea

De strijd tussen Israël en de Filistijnen in de tijd van de Richteren vond altijd plaats in de vlakte tussen de kust en het bergland van Judea

 

Het is de Heilige Geest Zelf die in ons woont, die ze verklaart en die ons inwijdt in de raadselen van Gods wijsheid (1 Kor. 2:6vv.). Daardoor kunnen wij het de Overwinnaar nazeggen: ‘Wat is zoeter dan honing, wat is sterker dan een leeuw?’ Met andere woorden: niets is te vergelijken met de heerlijke gevolgen van het werk van Christus, die de sterke vijand heeft verslagen.

Christus’ liefde was sterker dan de dood. Hij heeft hem die de macht over de dood had tenietgedaan. Wij zijn nu verlost en bevrijd. Wij genieten voedsel, vrede, vrijheid, eeuwig leven. De honing was één van de zegeningen van het beloofde land (Deut. 8:7-9).

Het land Kanaän is een beeld van de hemelse gewesten met hun rijkdom van zegen voor de christen (Ef. 1:3). Christus’ overwinning op het kruis van Golgotha stelt ons in het bezit van alle hemelse zegeningen. De ‘honing’ verlicht onze ogen, ons hart, ons verstand, totdat wij met de Overwinnaar in heerlijkheid zullen worden geopenbaard en het geheim van Zijn overwinning voor aller oog zal worden onthuld.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Gods beloften in de Bijbel : deel 1

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De beloften van God

 

 

Welke zijn voor mij?

.

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

.

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

1 Gods beloften voor bewaring en bescherming 

 

Ex.23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

 

1 Sam 25:34 Maar zo waar de Here, de God van Israël, leeft, die mij ervoor bewaard heeft u kwaad te doen

 

Ps.20:2 De Here antwoordde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar;

 

Ps.31:21 Gij verbergt hen in het verborgene van uw aanschijn voor de samenscholing der mensen; Gij bergt hen in een hut voor het getwist der tongen.

 

Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.

 

Ps.59:10 Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want God is mijn burcht.

 

Ps.59:17 .. Gij waart mij een burcht, een toevlucht ten dage toen ik benauwd was. 18 Mijn sterkte, U wil ik psalmzingen; want God is mijn burcht.

 

Ps.61:4 Want Gij zijt mij een schuilplaats geweest, een sterke toren tegen de vijand.

 

Ps.62:3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen.7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. 8 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. 9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.

 

Ps.91: 1 1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. 2 Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw. 3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. 4 Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; zijn trouw is schild en pantser. 5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl, die des daags vliegt; 6 voor de pest, die in het duister rondwaart, voor het verderf, dat op de middag vernielt. 7 Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken; 8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen, en de vergelding aan de goddelozen zien. 9 Want Gij, o Here, zijt mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld; 10 geen onheil zal u treffen, en geen plaag zal uw tent naderen; 11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; 12 op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 13 Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen. 14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten,

 

Ps.116:6 De Here bewaart de éénvoudigen; ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.

 

Ps.125:1 Wie op de Here vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altijd blijft. 2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de Here rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Ps.145:20 De Here bewaart allen die Hem liefhebben,

 

Ps.121:7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Spr.3:26 Want de Here zal uw betrouwen zijn, Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.

 

Spr.12:21 De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.

 

Spr.18:10 De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.

 

Matt.10:29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder dat uw Vader het weet. 30 En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. 31 Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.

 

Joh.10:29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.

 

Fil.4:5 De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

 

1 Thess.5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.

 

Openb.3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.

 

Judas 1:24 Denk aan Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wat is het onderscheid der geesten?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

 

Het onderscheiden van geesten is een inzicht in de geestelijke wereld over de werking en het functioneren van geesten. Het is een gave om geesten te kunnen herkennen, hun strategieën doorzien en dus adequate tegenmaatregelen te kunnen nemen. In Matteüs 17 vers 14 tot 21 kunnen we lezen hoe Jezus aangeeft hoe een bepaalde boze geest uitgedreven moet worden.

 

.

Waar geestesuitingen zijn zal Satan trachten door imitatie het volk van God te verleiden. Ook de menselijke geest kan op dit terrein zeer actief zijn om – vaak onbewust of door een verkeerde geestelijke opvoeding – de openbaring van de Heilige Geest in de weg te staan.

 

De gave van onderscheiding is gegeven om te onderscheiden door welke geest wordt gesproken of gehandeld. In het bijzonder op het terrein van de profetie is dit belangrijk.

.

In 1 Thessalonicenzen 5:20, 21 volgt na de vermaning om de profetieën niet te verachten, onmiddellijk de opdracht om alle dingen te beproeven en het goede te houden.
Deze tekst wordt veelal misbruikt door hen, die er een vrijbrief in zien om zich op wegen te begeven waar ze als gelovigen niet thuishoren, doch heeft in eerste instantie betrekking op het toetsen van profetische uitingen. Niet alleen de uiting van de geest, doch vooral door welke geest wordt gesproken, dient onderscheiden te worden.

De geschiedenis van Bileam in Numeri 22:34, 35 en 23:1-5 leert ons, dat zelfs valse profeten door Gods Geest geïnspireerd kunnen profeteren. In zo een geval is het belangrijk dat de geest wordt onderscheiden, daar de geestesuiting hier geen houvast biedt. Denk ook aan de vrouw die Paulus en zijn metgezellen nariep, dat zij dienstknechten van God waren. Dit was volkomen juist, doch de geest waardoor zij sprak was een waarzeggende geest – Hand. 16:17.

De duivel openbaart zich als een engel des Lichts, doch de gave van onderscheiden der geesten maakt hem openbaar.

 

We zien deze gave ook in werking treden bij het openbaar komen van personen als Ananias en Saffira (Hand. 5:1-11) en Simon de tovenaar (Hand. 8:23).

In het bijzonder waar de normale onderscheiding op grond van Gods Woord en geestelijke kennis, alsmede natuurlijke mensenkennis tekort schieten, geeft de gave van onderscheiding uitkomst, omdat deze dwars door alle schijn heen ziet.

 

.

 

.

 

 

Beproeft de Geesten

 

 “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.

En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling” (1 Johannes 4:1-6).

.

 

 

Vertrouwt niet iedere geest

.

In deze tekst worden we gewaarschuwd om niet zomaar iedereen te vertrouwen en alles te geloven! “Gelooft niet iedere geest.”

Jezus had al eerder een dergelijke waarschuwing gegeven: “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet” (Matteüs 24:23).

.

 

 

Beproeft de geesten, of zij uit God zijn

 

Welke geesten mogen we wel geloven, en welke niet? Hoe kunnen we goede en slechte geesten herkennen?

 1. Paulus schreef: “Toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad” (1 Tessalonicenzen 5:21,22).

Wel dienen wij open te staan voor iedereen, steeds klaar om iets bij te leren. Maar we mogen niet zomaar alles geloven. We moeten alles toetsen. Het goede moeten we behouden en het overige verwerpen.

2. Waarom staat ‘geesten’ in deze waarschuwing? Hoe kunnen wij een geest op de proef stellen?

Wij mogen niet uitsluitend naar uiterlijkheden kijken. We moeten de vraag stellen: Door welke geest wordt deze persoon bewogen? Door welke kracht gedreven?

De Geest van God waarschuwt ons voor de dwaalgeesten:

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn” (1 Timoteüs 4:1,2).

.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  Vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan

 

De voorspelling van Jezus is wel uitgekomen: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matteüs 24:11).

 

Verschillende soorten dwaalleraars worden in de Schrift genoemd.

 

 1. We lezen over valse christussen.

.

Een valse christus is iemand die valselijk beweert Gods aangestelde Christus of Messias te zijn.

Jezus zei: “Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden” (Matteüs 24:5). “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn” (Matteüs 24:23-27 //Marcus 13:20-23).

 

.

 2. In de brieven van Johannes lezen we over antichristen. ‘Anti’ betekent ‘tegen’. Een ‘antichrist’ is iemand die zich opstelt òf tegen Christus als Zijn vijand, òf tegenover Christus als Zijn plaatsvervanger.

.

“Kinderen, het is de laatste uur; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn” (1 Johannes 2:18,19).

“Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en in de Vader blijven” (1 Johannes 2:22-24).

“Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist. Let op uzelf, dat gij niet verliest wat wij verricht hebben, maar uw loon ten volle ontvangt. Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon” (2 Johannes 7-9).

 

.

 3. Zoals er valse christussen zijn, zijn er ook valse apostelen. Een apostel is iemand die gezonden is, een gezant. Een valse apostel is iemand die valselijk beweert dat hij door God gezonden is.

.

“Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korintiërs 11:13-15).

Jezus liet Johannes aan de gemeente te Efeze schrijven: “Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden” (Openbaring 2:2).

 

.

 4. We worden ook voor valse profeten gewaarschuwd. Een profeet was iemand die sprak door goddelijke inspiratie. Een valse profeet is iemand die valselijk beweert dat God door hem een boodschap heeft gegeven.

.

“Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen” (Matteüs 7:15-19).

Evenals de valse apostelen, staan valse profeten in dienst van de satan: “En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God” (Openbaring 16:13,14).

 

.

 5. Ook zijn er valse leraars. Een valse leraar hoeft niet te beweren een profeet of apostel te zijn. Hij zal zich gewoon voorstellen als iemand die een boodschap uit de Schrift brengt. Maar eigenlijk brengt hij een menselijke boodschap i.p.v. Gods woord.

.

“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochende en een schielijk verderf over zich brengend. En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet” (2 Petrus 2:1-3).

 

.

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Hoe kunnen wij ons wapenen tegen al deze gevaren?

.

 1. We moeten de waarheid liefhebben, anders worden we bedrogen.

.

“Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid” (2 Tessalonicenzen 2:7-12).

 

.

 2. God heeft bepaalde mensen aan de gemeente gegeven om ons te helpen.

.

“En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde” (Efeziërs 4:11-16).

 

.

 

De strijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

 De geesten onderscheiden – Hoe herkent men een sekte?

.

De massa-zelfmoord van 913 volgelingen van Jim Jones in Guyana op 18 november 1978 maakte duidelijk hoe onredelijk en gevaarlijk bepaalde bewegingen kunnen zijn.

Men is het echter lang niet eens over de kenmerken van sekten. Wat is het verschil tussen een onschuldige groep en een gevaarlijke sekte? Mensen geven verschillende antwoorden op deze vraag, afhankelijk van hun eigen uitgangspunt.

Een communist beschouwt alle vormen van godsdienst als bijgeloof en als schadelijk voor de maatschappij. Hij ziet echter niet in dat zijn eigen systeem vele kenmerken heeft van ‘sekten’. Marx en Lenin zijn de grote onfeilbare Leiders. Het dialectisch materialisme (de wereldbeschouwing van het marxisme) is de grote Kracht, die alles in de juiste richting moet leiden. Geweld en dwang worden aangewend om tegenstanders uit te schakelen en om te heersen.

Een Rooms-Katholiek is geneigd alle niet-katholieke kerken toch enigszins als ‘sekten’ te beschouwen, hoewel een onderscheid wordt gemaakt tussen echt gevaarlijke en minder erge groepen. Hij beschouwt ze als opstandelingen tegen de éne ware moederkerk. Maar hij ziet niet in dat vele kenmerken van sekten zeer sterk in de Rooms-Katholieke Kerk zelf aanwezig zijn.

Het valt een niet-katholiek al meteen op dat de ergste sekten dikwijls grote overeenkomsten tonen met de Rooms-Katholieke Kerk! Ze zijn hiërarchisch georganiseerd met één man aan de top. Deze grote man wordt door de leden bijna als een god vereerd. Hij wordt met pracht en praal rondgeleid en rijdt in een imposant voertuig. Uit hoofde van zijn ‘positie’ mag hij in weelde leven, terwijl van zijn volgelingen grote offers worden gevraagd.

Dikwijls wordt hij ‘Vader’ genoemd en als onfeilbaar beschouwd. Men beperkt zich niet tot godsdienstige activiteiten: wereldse macht wordt ook gebruikt. Allerlei middeltjes worden verzonnen om aan geld te komen. Sommige sekten lijken veel op kloosters of, erger nog, op slotkloosters.

 

 

 

Een maatstaf is nodig

 

De enige oplossing is ergens een betrouwbare maatstaf te vinden waarnaar verschillende groeperingen en bewegingen getoetst kunnen worden.

Is grootte een geldige maatstaf? Indien wel, dan is de Rooms-Katholieke Kerk in België geen sekte, maar de Mormoonse wel. In de staat Utah echter (in Amerika), waar er vele Mormonen zijn en slechts weinige Katholieken, zou het net andersom zijn! Neen, grootte is geen geldige maatstaf. Men mag een groep niet als sekte bestempelen alleen omdat die klein is. Evenmin gaat een grote groep zomaar vrijuit.

 

.

 

Jezus, de Messias, de enige weg naar eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Algemene erkende normen

 

Ongeacht welk geloof men heeft, of welke filosofische of politieke overtuiging, zijn er toch bepaalde algemene normen waarnaar men een beweging kan toetsen. Ondanks de vele afwijkingen, bestaat er onder de mensen toch zo iets als een algemeen besef van goed en kwaad.

Wanneer 900 mensen gezamenlijk zelfmoord plegen, zullen weinigen hun beweging als goed bestempelen. Het eindresultaat in dat geval was duidelijk slecht.

Wanneer een systeem mensen tot gevangenen of slaven maakt, is het een slecht systeem. Mensen mogen niet lichamelijk opgesloten worden, achter een ijzeren gordijn, of in een commune.

Maar geestelijk mogen de mensen ook niet opgesloten worden. Het geestelijk opsluiten of isoleren is soms moeilijker te herkennen. Familiale en sociale druk zijn soms al voldoende om mensen onder een dwang te zetten, zodat ze niet durven weg te gaan. Velen volgen de uiterlijke vormen van een godsdienst, hoewel ze zelf daar niet in geloven, alleen om hun ouders en familie tevreden te stellen.

Door de zogenaamde ‘heilige’ inquisitie gebruikte de Rooms-Katholieke Kerk de staat om mensen te dwingen in die kerk te blijven, of als ze in hun ‘dwaling’ bleven volharden, hen te liquideren. Alle groeperingen die zich van dergelijke middelen bedienen om slaven van mensen te maken, zijn gevaarlijke sekten.

Wanneer een systeem blinde en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid opeist, worden de mensen beroofd van hun fundamentele hoedanigheid van vrije wezens. Zij stellen zich dan bloot aan misbruik door hun leiders en zijn in staat ongelooflijk walgelijke dingen te doen.

Gehoorzaamheid aan rechtmatige gezaghebbers (b.v. ouders, leraars, werkgevers en regering) wordt hiermee niet bedoeld. Waar het gevaar schuilt, is in de ‘blinde en onvoorwaardelijke’ gehoorzaamheid. Mensen in verantwoordelijke posities mogen verwachten dat wij hen gehoorzamen, maar niet dat wij hen blind en onvoorwaardelijk gehoorzamen.

Groeperingen die dergelijke oneerlijke praktijken toepassen, zijn duidelijk af te keuren. Godsdiensten die mensenoffers brengen, of die aansporen tot moord, tot oorlog, of tot onzedelijkheid kunnen door ieder weldenkend mens afgekeurd worden.

Merk op dat dergelijke misbruiken niet beperkt zijn tot de een of andere godsdienstige of politieke richting. Zowel links als rechts, en onder allerlei soorten godsdiensten kan men voorbeelden van dergelijke misbruiken vinden.

 

 

.

 

 

 

Christelijke normen

 

Naast de algemene waarden van goed en kwaad, heeft een christen andere maatstaven. Hij erkent Jezus als de Zoon van God en hij gelooft dat God door de Heilige Schrift normen heeft bekendgemaakt.

Een christen vraagt zich niet alleen af of de methoden en praktijken van een beweging in het algemeen goed of slecht te noemen zijn. Hij wil ook weten of de praktijken en leerstellingen van een bepaalde groep in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke leer van Christus!

Deze vraag is enigszins moeilijker te beantwoorden omdat het hier om waarheid en waarachtigheid gaat. Maar anderzijds heeft een christen het voordeel dat hij een geschreven norm bezit, waarnaar hij alles kan toetsen.

Verschil van mening is er niet in de eerste plaats over wat de Schrift leert, maar over wat de Schrift niet leert. Door te lezen wat de Schrift wel leert, komen er heus wel vele duidelijke normen naar voren, waarnaar men groeperingen kan toetsen.

.

 

De 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Zaken die in de Schrift zeer concreet en duidelijk worden onderwezen

 

 1. Godsdiensten die Jezus niet erkennen als de Zoon van God, kunnen de mensen niet tot God brengen. Jezus zei: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” [Johannes 14:6].

.

 2. Godsdiensten die Jezus wel erkennen, maar dan slechts als de zoveelste profeet in een reeks gelijksoortige profeten, zijn valse godsdiensten. Volgens Hebreeën, hoofdstuk 1, is Jezus de afdruk van Gods wezen, boven alle mensen en engelen. In Handelingen 4:12 zegt Petrus: “En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden.”

.

 3. Jezus zelf heeft voorspeld dat vele sekten zouden ontstaan. In Marcus 13:6 spreekt Jezus tot zijn volgelingen: “Kijkt u uit dat niemand u misleidt. Velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en zij zullen velen misleiden.” [Zie ook 2 Petrus 2:1-3; 2 Johannes 7-11 en 2 Timoteüs 4:3,4.]

.

 4. Jezus heeft zijn volgelingen tegen valse leraars en profeten gewaarschuwd.

.

 5. Een valse leraar kondigt zich niet aan met een: “Dag, mijnheer, Ik ben een valse leraar.” Uiterlijk stellen valse profeten zich voor als dienaren der gerechtigheid. Trouwens, zo stelt de satan zich ook voor! Daarom moet men verder kijken om een valse leraar als zodanig te kunnen onderscheiden. [Zie Matteüs 7:15-20; Romeinen 16:17,18; 2 Korintiërs 11:13-15.]

.

 6. In Matteüs 7:15-20 zegt Jezus dat wij valse profeten aan hun vruchten kunnen herkennen: “Past u op voor de valse profeten, die tot u komen in schapevachten, maar van binnen zijn zij roofzuchtige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen.”

.

 7. Wie zich in geestelijke zin ‘vader’ of ‘leermeester’ laat noemen, is geen volgeling van Christus. In Matteüs 23:8-10 zegt Jezus: “U echter, laat u niet rabbi noemen; want één is uw Meester, en u bent allen broeders. En noemt niemand uw vader op de aarde, want één is uw Vader: de Hemelse. Laat u ook niet leermeesters noemen, want één is uw Leermeester: de Christus.” Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als vele andere sekten hebben leiders die ‘Vader’ genoemd worden. In vele oosterse godsdiensten heeft men een grote leermeester, van wie al de anderen het moeten hebben. Maar voor een christen is God zijn enige Vader, en Christus zijn enige Leermeester.

.

8. Bedrieglijke wonderen worden door valse profeten verricht [Deuteronomium 13:1-3; Matteüs 7:22,23; Matteüs 24:24; Marcus 13:21-23; 2 Tessalonicenzen 2:5-12].

.

 9. Groeperingen die een gezagsorganisatie hebben, zijn niet van Christus. In Matteüs 20:25,26 zegt Jezus aan zijn volgelingen: “U weet, dat de oversten van de volken over hen heersen en de groten gezag over hen voeren. Zo zal het onder u niet zijn.” De gemeente van Christus mag geen organisatie hebben, waar gezag wordt uitgeoefend zoals bij wereldse regeringen.

.

 10. Wie zegt “De tijd is nabij is een valse profeet. In Lucas 21:8 waarschuwt Jezus: “Kijkt u uit dat u niet wordt misleid. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het; en: De tijd is nabij gekomen. Gaat hen niet achterna.” Vele sekten menen op een of andere wijze te weten dat het einde van de wereld nabij is. Maar Jezus zegt in Matteüs 24:35,36 dat niemand behalve de Vader weet wanneer die dag zal aanbreken. Hij waarschuwt ons voor mensen die beweren dat zij het wel weten: “Gaat hen niet achterna.” In de Openbaring van het Nieuwe Testament zegt Christus wel dat de mens zich moet voorbereiden op het einde en dat er tekenen voor deze tijd zichtbaar zullen zijn als waarschuwing.

.

 11. Wie een voorspelling doet, die niet uitkomt, is een valse profeet [Deuteronomium 18:21,22]. Dit is zo vanzelfsprekend, dat het wonderlijk is, hoe de mensen zich telkens weer kunnen laten misleiden. De Getuigen van Jehova, de Adventisten, Armstrong en Hal Lindsey e.a. hebben voorspellingen gemaakt die kennelijk niet zijn uitgekomen. Maar ze staan dan weer klaar met andere voorwendsels en nieuwe voorspellingen die de oude moeten vervangen.

.

 12. Wie doden of geesten raadpleegt, is niet een dienaar van God [Jesaja 8:19,20].

.

 13. Wie christenen reglementen inzake eten en drinken oplegt is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7; Kolossenzen 2:16-17; Hebreeën 13:9; Marcus 7:19]. De enige uitzondering hierop is dat christenen geen bloed of gestikt vlees mogen eten [Handelingen 15:19,20; 28,29; 21:25].

.

14. Wie geboden uit het Oude Testament aan christenen oplegt (zoals het houden van de sabbat, of het geven van een tiende, of andere zaken die in het Nieuwe Testament niet vervat zijn) is een valse leraar [Kolossenzen 2:4-19; Titus 3:8-11; Efeziërs 2:14-16].

.

 15. Wie het huwelijk verbiedt, is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7].

.

 16. Wie het woord van God tegenspreekt, is een valse leraar [Deuteronomium 13:1-3; Jesaja 8:19,20; Romeinen 16:17,18].

.

17. Wie menselijke geboden, leerstellingen en tradities verkondigt, is een valse leraar [Matteüs 15:8,9; Galaten 2:3,4; Kolossenzen 2:4-19; Titus 1:10-16].

.

 18. Wie de Schriften verdraait, is een valse leraar [2 Petrus 3:16-18]. Valse leraars en profeten verdraaien de Schrift. Ze houden zich graag bezig met moeilijke teksten, want die zijn gemakkelijker te verdraaien.

.

Een volgeling van Christus heeft daarom een grote verantwoordelijkheid om zelf met oprechtheid de Schrift ernstig te onderzoeken om schriftmisbruik te kunnen herkennen. Wie de Schrift niet goed kent, wordt gemakkelijk op een dwaalspoor gebracht door iemand die de Schrift op een misleidende wijze interpreteert.

Valse leraars halen Bijbelteksten aan geheel uit hun verband. Wanneer een tekst wordt aangehaald, zoek de tekst op in de bijbel en lees gans het verband.

Het is niet mogelijk in een kort artikel alle aspecten van het probleem te belichten. Als u een volledige gids wenst, waarmee u sekten kunt onderkennen, bestudeer de Heilige Schrift!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget