Tagarchief: vijand

Gods beloften in de Bijbel : deel 1

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De beloften van God

 

 

Welke zijn voor mij?

.

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

.

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

1 Gods beloften voor bewaring en bescherming 

 

Ex.23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

 

1 Sam 25:34 Maar zo waar de Here, de God van Israël, leeft, die mij ervoor bewaard heeft u kwaad te doen

 

Ps.20:2 De Here antwoordde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar;

 

Ps.31:21 Gij verbergt hen in het verborgene van uw aanschijn voor de samenscholing der mensen; Gij bergt hen in een hut voor het getwist der tongen.

 

Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.

 

Ps.59:10 Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want God is mijn burcht.

 

Ps.59:17 .. Gij waart mij een burcht, een toevlucht ten dage toen ik benauwd was. 18 Mijn sterkte, U wil ik psalmzingen; want God is mijn burcht.

 

Ps.61:4 Want Gij zijt mij een schuilplaats geweest, een sterke toren tegen de vijand.

 

Ps.62:3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen.7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. 8 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. 9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.

 

Ps.91: 1 1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. 2 Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw. 3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. 4 Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; zijn trouw is schild en pantser. 5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl, die des daags vliegt; 6 voor de pest, die in het duister rondwaart, voor het verderf, dat op de middag vernielt. 7 Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken; 8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen, en de vergelding aan de goddelozen zien. 9 Want Gij, o Here, zijt mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld; 10 geen onheil zal u treffen, en geen plaag zal uw tent naderen; 11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; 12 op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 13 Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen. 14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten,

 

Ps.116:6 De Here bewaart de éénvoudigen; ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.

 

Ps.125:1 Wie op de Here vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altijd blijft. 2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de Here rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Ps.145:20 De Here bewaart allen die Hem liefhebben,

 

Ps.121:7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Spr.3:26 Want de Here zal uw betrouwen zijn, Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.

 

Spr.12:21 De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.

 

Spr.18:10 De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.

 

Matt.10:29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder dat uw Vader het weet. 30 En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. 31 Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.

 

Joh.10:29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.

 

Fil.4:5 De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

 

1 Thess.5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.

 

Openb.3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.

 

Judas 1:24 Denk aan Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Wat is het onderscheid der geesten?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

 

Het onderscheiden van geesten is een inzicht in de geestelijke wereld over de werking en het functioneren van geesten. Het is een gave om geesten te kunnen herkennen, hun strategieën doorzien en dus adequate tegenmaatregelen te kunnen nemen. In Matteüs 17 vers 14 tot 21 kunnen we lezen hoe Jezus aangeeft hoe een bepaalde boze geest uitgedreven moet worden.

 

.

Waar geestesuitingen zijn zal Satan trachten door imitatie het volk van God te verleiden. Ook de menselijke geest kan op dit terrein zeer actief zijn om – vaak onbewust of door een verkeerde geestelijke opvoeding – de openbaring van de Heilige Geest in de weg te staan.

 

De gave van onderscheiding is gegeven om te onderscheiden door welke geest wordt gesproken of gehandeld. In het bijzonder op het terrein van de profetie is dit belangrijk.

.

In 1 Thessalonicenzen 5:20, 21 volgt na de vermaning om de profetieën niet te verachten, onmiddellijk de opdracht om alle dingen te beproeven en het goede te houden.
Deze tekst wordt veelal misbruikt door hen, die er een vrijbrief in zien om zich op wegen te begeven waar ze als gelovigen niet thuishoren, doch heeft in eerste instantie betrekking op het toetsen van profetische uitingen. Niet alleen de uiting van de geest, doch vooral door welke geest wordt gesproken, dient onderscheiden te worden.

De geschiedenis van Bileam in Numeri 22:34, 35 en 23:1-5 leert ons, dat zelfs valse profeten door Gods Geest geïnspireerd kunnen profeteren. In zo een geval is het belangrijk dat de geest wordt onderscheiden, daar de geestesuiting hier geen houvast biedt. Denk ook aan de vrouw die Paulus en zijn metgezellen nariep, dat zij dienstknechten van God waren. Dit was volkomen juist, doch de geest waardoor zij sprak was een waarzeggende geest – Hand. 16:17.

De duivel openbaart zich als een engel des Lichts, doch de gave van onderscheiden der geesten maakt hem openbaar.

 

We zien deze gave ook in werking treden bij het openbaar komen van personen als Ananias en Saffira (Hand. 5:1-11) en Simon de tovenaar (Hand. 8:23).

In het bijzonder waar de normale onderscheiding op grond van Gods Woord en geestelijke kennis, alsmede natuurlijke mensenkennis tekort schieten, geeft de gave van onderscheiding uitkomst, omdat deze dwars door alle schijn heen ziet.

 

.

 

.

 

 

Beproeft de Geesten

 

 “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.

En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling” (1 Johannes 4:1-6).

.

 

 

Vertrouwt niet iedere geest

.

In deze tekst worden we gewaarschuwd om niet zomaar iedereen te vertrouwen en alles te geloven! “Gelooft niet iedere geest.”

Jezus had al eerder een dergelijke waarschuwing gegeven: “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet” (Matteüs 24:23).

.

 

 

Beproeft de geesten, of zij uit God zijn

 

Welke geesten mogen we wel geloven, en welke niet? Hoe kunnen we goede en slechte geesten herkennen?

 1. Paulus schreef: “Toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad” (1 Tessalonicenzen 5:21,22).

Wel dienen wij open te staan voor iedereen, steeds klaar om iets bij te leren. Maar we mogen niet zomaar alles geloven. We moeten alles toetsen. Het goede moeten we behouden en het overige verwerpen.

2. Waarom staat ‘geesten’ in deze waarschuwing? Hoe kunnen wij een geest op de proef stellen?

Wij mogen niet uitsluitend naar uiterlijkheden kijken. We moeten de vraag stellen: Door welke geest wordt deze persoon bewogen? Door welke kracht gedreven?

De Geest van God waarschuwt ons voor de dwaalgeesten:

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn” (1 Timoteüs 4:1,2).

.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

  Vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan

 

De voorspelling van Jezus is wel uitgekomen: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matteüs 24:11).

 

Verschillende soorten dwaalleraars worden in de Schrift genoemd.

 

 1. We lezen over valse christussen.

.

Een valse christus is iemand die valselijk beweert Gods aangestelde Christus of Messias te zijn.

Jezus zei: “Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden” (Matteüs 24:5). “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn” (Matteüs 24:23-27 //Marcus 13:20-23).

 

.

 2. In de brieven van Johannes lezen we over antichristen. ‘Anti’ betekent ‘tegen’. Een ‘antichrist’ is iemand die zich opstelt òf tegen Christus als Zijn vijand, òf tegenover Christus als Zijn plaatsvervanger.

.

“Kinderen, het is de laatste uur; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn” (1 Johannes 2:18,19).

“Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en in de Vader blijven” (1 Johannes 2:22-24).

“Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist. Let op uzelf, dat gij niet verliest wat wij verricht hebben, maar uw loon ten volle ontvangt. Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon” (2 Johannes 7-9).

 

.

 3. Zoals er valse christussen zijn, zijn er ook valse apostelen. Een apostel is iemand die gezonden is, een gezant. Een valse apostel is iemand die valselijk beweert dat hij door God gezonden is.

.

“Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korintiërs 11:13-15).

Jezus liet Johannes aan de gemeente te Efeze schrijven: “Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden” (Openbaring 2:2).

 

.

 4. We worden ook voor valse profeten gewaarschuwd. Een profeet was iemand die sprak door goddelijke inspiratie. Een valse profeet is iemand die valselijk beweert dat God door hem een boodschap heeft gegeven.

.

“Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen” (Matteüs 7:15-19).

Evenals de valse apostelen, staan valse profeten in dienst van de satan: “En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God” (Openbaring 16:13,14).

 

.

 5. Ook zijn er valse leraars. Een valse leraar hoeft niet te beweren een profeet of apostel te zijn. Hij zal zich gewoon voorstellen als iemand die een boodschap uit de Schrift brengt. Maar eigenlijk brengt hij een menselijke boodschap i.p.v. Gods woord.

.

“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochende en een schielijk verderf over zich brengend. En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet” (2 Petrus 2:1-3).

 

.

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Hoe kunnen wij ons wapenen tegen al deze gevaren?

.

 1. We moeten de waarheid liefhebben, anders worden we bedrogen.

.

“Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid” (2 Tessalonicenzen 2:7-12).

 

.

 2. God heeft bepaalde mensen aan de gemeente gegeven om ons te helpen.

.

“En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde” (Efeziërs 4:11-16).

 

.

 

De strijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

 De geesten onderscheiden – Hoe herkent men een sekte?

.

De massa-zelfmoord van 913 volgelingen van Jim Jones in Guyana op 18 november 1978 maakte duidelijk hoe onredelijk en gevaarlijk bepaalde bewegingen kunnen zijn.

Men is het echter lang niet eens over de kenmerken van sekten. Wat is het verschil tussen een onschuldige groep en een gevaarlijke sekte? Mensen geven verschillende antwoorden op deze vraag, afhankelijk van hun eigen uitgangspunt.

Een communist beschouwt alle vormen van godsdienst als bijgeloof en als schadelijk voor de maatschappij. Hij ziet echter niet in dat zijn eigen systeem vele kenmerken heeft van ‘sekten’. Marx en Lenin zijn de grote onfeilbare Leiders. Het dialectisch materialisme (de wereldbeschouwing van het marxisme) is de grote Kracht, die alles in de juiste richting moet leiden. Geweld en dwang worden aangewend om tegenstanders uit te schakelen en om te heersen.

Een Rooms-Katholiek is geneigd alle niet-katholieke kerken toch enigszins als ‘sekten’ te beschouwen, hoewel een onderscheid wordt gemaakt tussen echt gevaarlijke en minder erge groepen. Hij beschouwt ze als opstandelingen tegen de éne ware moederkerk. Maar hij ziet niet in dat vele kenmerken van sekten zeer sterk in de Rooms-Katholieke Kerk zelf aanwezig zijn.

Het valt een niet-katholiek al meteen op dat de ergste sekten dikwijls grote overeenkomsten tonen met de Rooms-Katholieke Kerk! Ze zijn hiërarchisch georganiseerd met één man aan de top. Deze grote man wordt door de leden bijna als een god vereerd. Hij wordt met pracht en praal rondgeleid en rijdt in een imposant voertuig. Uit hoofde van zijn ‘positie’ mag hij in weelde leven, terwijl van zijn volgelingen grote offers worden gevraagd.

Dikwijls wordt hij ‘Vader’ genoemd en als onfeilbaar beschouwd. Men beperkt zich niet tot godsdienstige activiteiten: wereldse macht wordt ook gebruikt. Allerlei middeltjes worden verzonnen om aan geld te komen. Sommige sekten lijken veel op kloosters of, erger nog, op slotkloosters.

 

 

 

Een maatstaf is nodig

 

De enige oplossing is ergens een betrouwbare maatstaf te vinden waarnaar verschillende groeperingen en bewegingen getoetst kunnen worden.

Is grootte een geldige maatstaf? Indien wel, dan is de Rooms-Katholieke Kerk in België geen sekte, maar de Mormoonse wel. In de staat Utah echter (in Amerika), waar er vele Mormonen zijn en slechts weinige Katholieken, zou het net andersom zijn! Neen, grootte is geen geldige maatstaf. Men mag een groep niet als sekte bestempelen alleen omdat die klein is. Evenmin gaat een grote groep zomaar vrijuit.

 

.

 

Jezus, de Messias, de enige weg naar eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Algemene erkende normen

 

Ongeacht welk geloof men heeft, of welke filosofische of politieke overtuiging, zijn er toch bepaalde algemene normen waarnaar men een beweging kan toetsen. Ondanks de vele afwijkingen, bestaat er onder de mensen toch zo iets als een algemeen besef van goed en kwaad.

Wanneer 900 mensen gezamenlijk zelfmoord plegen, zullen weinigen hun beweging als goed bestempelen. Het eindresultaat in dat geval was duidelijk slecht.

Wanneer een systeem mensen tot gevangenen of slaven maakt, is het een slecht systeem. Mensen mogen niet lichamelijk opgesloten worden, achter een ijzeren gordijn, of in een commune.

Maar geestelijk mogen de mensen ook niet opgesloten worden. Het geestelijk opsluiten of isoleren is soms moeilijker te herkennen. Familiale en sociale druk zijn soms al voldoende om mensen onder een dwang te zetten, zodat ze niet durven weg te gaan. Velen volgen de uiterlijke vormen van een godsdienst, hoewel ze zelf daar niet in geloven, alleen om hun ouders en familie tevreden te stellen.

Door de zogenaamde ‘heilige’ inquisitie gebruikte de Rooms-Katholieke Kerk de staat om mensen te dwingen in die kerk te blijven, of als ze in hun ‘dwaling’ bleven volharden, hen te liquideren. Alle groeperingen die zich van dergelijke middelen bedienen om slaven van mensen te maken, zijn gevaarlijke sekten.

Wanneer een systeem blinde en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid opeist, worden de mensen beroofd van hun fundamentele hoedanigheid van vrije wezens. Zij stellen zich dan bloot aan misbruik door hun leiders en zijn in staat ongelooflijk walgelijke dingen te doen.

Gehoorzaamheid aan rechtmatige gezaghebbers (b.v. ouders, leraars, werkgevers en regering) wordt hiermee niet bedoeld. Waar het gevaar schuilt, is in de ‘blinde en onvoorwaardelijke’ gehoorzaamheid. Mensen in verantwoordelijke posities mogen verwachten dat wij hen gehoorzamen, maar niet dat wij hen blind en onvoorwaardelijk gehoorzamen.

Groeperingen die dergelijke oneerlijke praktijken toepassen, zijn duidelijk af te keuren. Godsdiensten die mensenoffers brengen, of die aansporen tot moord, tot oorlog, of tot onzedelijkheid kunnen door ieder weldenkend mens afgekeurd worden.

Merk op dat dergelijke misbruiken niet beperkt zijn tot de een of andere godsdienstige of politieke richting. Zowel links als rechts, en onder allerlei soorten godsdiensten kan men voorbeelden van dergelijke misbruiken vinden.

 

 

.

 

 

 

Christelijke normen

 

Naast de algemene waarden van goed en kwaad, heeft een christen andere maatstaven. Hij erkent Jezus als de Zoon van God en hij gelooft dat God door de Heilige Schrift normen heeft bekendgemaakt.

Een christen vraagt zich niet alleen af of de methoden en praktijken van een beweging in het algemeen goed of slecht te noemen zijn. Hij wil ook weten of de praktijken en leerstellingen van een bepaalde groep in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke leer van Christus!

Deze vraag is enigszins moeilijker te beantwoorden omdat het hier om waarheid en waarachtigheid gaat. Maar anderzijds heeft een christen het voordeel dat hij een geschreven norm bezit, waarnaar hij alles kan toetsen.

Verschil van mening is er niet in de eerste plaats over wat de Schrift leert, maar over wat de Schrift niet leert. Door te lezen wat de Schrift wel leert, komen er heus wel vele duidelijke normen naar voren, waarnaar men groeperingen kan toetsen.

.

 

De 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Zaken die in de Schrift zeer concreet en duidelijk worden onderwezen

 

 1. Godsdiensten die Jezus niet erkennen als de Zoon van God, kunnen de mensen niet tot God brengen. Jezus zei: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” [Johannes 14:6].

.

 2. Godsdiensten die Jezus wel erkennen, maar dan slechts als de zoveelste profeet in een reeks gelijksoortige profeten, zijn valse godsdiensten. Volgens Hebreeën, hoofdstuk 1, is Jezus de afdruk van Gods wezen, boven alle mensen en engelen. In Handelingen 4:12 zegt Petrus: “En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden.”

.

 3. Jezus zelf heeft voorspeld dat vele sekten zouden ontstaan. In Marcus 13:6 spreekt Jezus tot zijn volgelingen: “Kijkt u uit dat niemand u misleidt. Velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en zij zullen velen misleiden.” [Zie ook 2 Petrus 2:1-3; 2 Johannes 7-11 en 2 Timoteüs 4:3,4.]

.

 4. Jezus heeft zijn volgelingen tegen valse leraars en profeten gewaarschuwd.

.

 5. Een valse leraar kondigt zich niet aan met een: “Dag, mijnheer, Ik ben een valse leraar.” Uiterlijk stellen valse profeten zich voor als dienaren der gerechtigheid. Trouwens, zo stelt de satan zich ook voor! Daarom moet men verder kijken om een valse leraar als zodanig te kunnen onderscheiden. [Zie Matteüs 7:15-20; Romeinen 16:17,18; 2 Korintiërs 11:13-15.]

.

 6. In Matteüs 7:15-20 zegt Jezus dat wij valse profeten aan hun vruchten kunnen herkennen: “Past u op voor de valse profeten, die tot u komen in schapevachten, maar van binnen zijn zij roofzuchtige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen.”

.

 7. Wie zich in geestelijke zin ‘vader’ of ‘leermeester’ laat noemen, is geen volgeling van Christus. In Matteüs 23:8-10 zegt Jezus: “U echter, laat u niet rabbi noemen; want één is uw Meester, en u bent allen broeders. En noemt niemand uw vader op de aarde, want één is uw Vader: de Hemelse. Laat u ook niet leermeesters noemen, want één is uw Leermeester: de Christus.” Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als vele andere sekten hebben leiders die ‘Vader’ genoemd worden. In vele oosterse godsdiensten heeft men een grote leermeester, van wie al de anderen het moeten hebben. Maar voor een christen is God zijn enige Vader, en Christus zijn enige Leermeester.

.

8. Bedrieglijke wonderen worden door valse profeten verricht [Deuteronomium 13:1-3; Matteüs 7:22,23; Matteüs 24:24; Marcus 13:21-23; 2 Tessalonicenzen 2:5-12].

.

 9. Groeperingen die een gezagsorganisatie hebben, zijn niet van Christus. In Matteüs 20:25,26 zegt Jezus aan zijn volgelingen: “U weet, dat de oversten van de volken over hen heersen en de groten gezag over hen voeren. Zo zal het onder u niet zijn.” De gemeente van Christus mag geen organisatie hebben, waar gezag wordt uitgeoefend zoals bij wereldse regeringen.

.

 10. Wie zegt “De tijd is nabij is een valse profeet. In Lucas 21:8 waarschuwt Jezus: “Kijkt u uit dat u niet wordt misleid. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het; en: De tijd is nabij gekomen. Gaat hen niet achterna.” Vele sekten menen op een of andere wijze te weten dat het einde van de wereld nabij is. Maar Jezus zegt in Matteüs 24:35,36 dat niemand behalve de Vader weet wanneer die dag zal aanbreken. Hij waarschuwt ons voor mensen die beweren dat zij het wel weten: “Gaat hen niet achterna.” In de Openbaring van het Nieuwe Testament zegt Christus wel dat de mens zich moet voorbereiden op het einde en dat er tekenen voor deze tijd zichtbaar zullen zijn als waarschuwing.

.

 11. Wie een voorspelling doet, die niet uitkomt, is een valse profeet [Deuteronomium 18:21,22]. Dit is zo vanzelfsprekend, dat het wonderlijk is, hoe de mensen zich telkens weer kunnen laten misleiden. De Getuigen van Jehova, de Adventisten, Armstrong en Hal Lindsey e.a. hebben voorspellingen gemaakt die kennelijk niet zijn uitgekomen. Maar ze staan dan weer klaar met andere voorwendsels en nieuwe voorspellingen die de oude moeten vervangen.

.

 12. Wie doden of geesten raadpleegt, is niet een dienaar van God [Jesaja 8:19,20].

.

 13. Wie christenen reglementen inzake eten en drinken oplegt is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7; Kolossenzen 2:16-17; Hebreeën 13:9; Marcus 7:19]. De enige uitzondering hierop is dat christenen geen bloed of gestikt vlees mogen eten [Handelingen 15:19,20; 28,29; 21:25].

.

14. Wie geboden uit het Oude Testament aan christenen oplegt (zoals het houden van de sabbat, of het geven van een tiende, of andere zaken die in het Nieuwe Testament niet vervat zijn) is een valse leraar [Kolossenzen 2:4-19; Titus 3:8-11; Efeziërs 2:14-16].

.

 15. Wie het huwelijk verbiedt, is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7].

.

 16. Wie het woord van God tegenspreekt, is een valse leraar [Deuteronomium 13:1-3; Jesaja 8:19,20; Romeinen 16:17,18].

.

17. Wie menselijke geboden, leerstellingen en tradities verkondigt, is een valse leraar [Matteüs 15:8,9; Galaten 2:3,4; Kolossenzen 2:4-19; Titus 1:10-16].

.

 18. Wie de Schriften verdraait, is een valse leraar [2 Petrus 3:16-18]. Valse leraars en profeten verdraaien de Schrift. Ze houden zich graag bezig met moeilijke teksten, want die zijn gemakkelijker te verdraaien.

.

Een volgeling van Christus heeft daarom een grote verantwoordelijkheid om zelf met oprechtheid de Schrift ernstig te onderzoeken om schriftmisbruik te kunnen herkennen. Wie de Schrift niet goed kent, wordt gemakkelijk op een dwaalspoor gebracht door iemand die de Schrift op een misleidende wijze interpreteert.

Valse leraars halen Bijbelteksten aan geheel uit hun verband. Wanneer een tekst wordt aangehaald, zoek de tekst op in de bijbel en lees gans het verband.

Het is niet mogelijk in een kort artikel alle aspecten van het probleem te belichten. Als u een volledige gids wenst, waarmee u sekten kunt onderkennen, bestudeer de Heilige Schrift!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Mogen moslims ongelovigen doden?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In de koran staan een aantal verzen die lijken te suggeren dat muslims ongelovigen moeten vermoorden. Maar is dat ook wat er staat? We bestuderen een voorbeeld:

 

.

“En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.” (Koran 2:190)
.
.
.
 tumblr_lxszkqJuEF1qmvto5o1_500.
.
.
.
.
.

Hoe moeten we deze verzen begrijpen?

 

.

1. Context van het vers

 

Deze verzen handelen duidelijk niet hoe muslims met niet-muslims moeten omgaan, maar over hoe zij zich moeten gedragen in een oorslogssituatie. Het gaat met andere woorden over wat wij in België of Nederland de krijgswet noemen dewelke in onze landen ook niet van toepassing is op het burgerleven. In de islam geldt hetzelfde onderscheid: de krijgsleer is niet van toepassing op het burgerleven. Deze verzen handelen dus over soldaten in oorlogstijd.

Meerbepaald blijkt uit de sunnah en uit tafsirs dat deze verzen handelen over een situatie waarbij vijanden van de islam de prille, kleine muslimgemeenschap tot de laatste man wilden vermoorden. Het gaat dus om een strijd waarbij de tegenstanders de islam en de muslims wilden uitroeien en vernietigen. De koran gaf muslimsoldaten met dit vers toestemming om zich in zo’n situatie – die zowel het eigen leven als het voortbestaan van de islam bedreigde – gewapenderhand te verweren. Deze vijand die de muslims aanviel bleek toevallig ongelovig te zijn, maar het gaat niet over hun geloofsovertuiging, het gaat erom dat deze vijand de muslims wou uitroeien.

 

 

2. Betekenis

 

Analyseren we nu de verzen:

  • “En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden”
    Hier wordt gesteld dat muslimsoldaten alleen mogen strijden om zich te verdedigen tegen een aanval door anderen, zij mogen alleen strijden tegen diegenen die hen bestrijden. Zij mogen dus niet als eerste aanvallen. Noteer ook dat in de islam alleen door het hoogste en legitiem gezag kan opgeroepen worden tot een gewapende strijd, zoals ook bij ons alleen de regering de oorlog kan verklaren. Extremisten die heden tegen dage geweld plegen overtreden dus de islam gezien zij op eigen houtje handelen tegen de wetten en beslissingen van de eigen overheden in en dus criminele en ontoelaatbare daden plegen, ook volgens de islam.
  • “maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.”
    Ook in oorlogstijd, en zelfs in deze context waarbij de vijand muslims tot de laatste man wou vermoorden, krijgen muslimsoldaten hier de opdracht niet in onwettigheid te vervallen maar zich aan hoogstaande morele principes te houden. Zij mogen de grenzen daarvan niet overtreden. De islam schuwt extremismen en veroordeelt onrecht in alle omstandigheden.
  • “Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden.”
    Het gaat om een gevecht tegen een vijand die de muslims aanvalt en die alle muslims wil uitroeien. Zoals ook in het krijgsrecht overal ter wereld, mag krachtens deze verzen een muslimsoldaat die vreest voor zijn leven, de tegenstander doden. In andere verzen stelt de koran als algemene regel dat alle leven heilig en onschendbaar is en dat “wie één mens doodt, het ware alsof hij de hele mensheid gedood heeft” (vers 5:32). Middels het vers dat we hier bespreken, wordt op deze algemene regel van onschendbaarheid van het leven een uitzondering gemaakt, omdat muslimsoldaten die aangevallen worden zich anders zouden moeten laten afslachten.
  • “Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.”
    Middels deze woorden wordt nogmaals gesteld dat muslims niet mogen aanvallen, maar dat ze zich enkel mogen verweren tegen een aanval en in die mate dat wanneer de vijand de gevechten staakt, muslimsoldaten (nieteggenstaande de vijand hen tot de laatste man wou uitmoorden) ook moeten ophouden met vechten.
  • “Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort.”
    Volgens islamgeleerden betekent dit versdeel (in samenhang met andere verzen in de Koran) dat muslims de moordende aanval op hun gemeenschap moeten bestrijden tot op het moment dat zij zelf opnieuw hun geloof vrij kunnen beleven. Het betekent niet dat zij moeten strijden tot wanneer iedereen zich bekeerd heeft (de koran verbiedt bekeringen onder dwang). Het betekent wel dat wanneer de aanvallende vijand zou aanbieden het gevecht te staken op voorwaarde dat muslims het geloof van de vijand aannemen, dat zij daarin niet mochten toestemmen maar moesten strijden tot zij weer hun islam mochten en konden beleven. Wat de andere geloven maakt niet uit en is niet de zaak van muslims gezien de koran godsdienstvrijheid garandeert. Dus zelfs in het geval een vijand de islam aanvalt om die helemaal uit te roeien, mogen muslims zich enkel verweren tot de vijand de oorlog stopt en muslims zelf weer vrij hun geloof mogen beleven.
  • “Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.”
    Dit laatste versdeel herhaalt nog eens dat muslims in die omstandigheden moeten stoppen met strijden zodra de vijand die hen wou uitmoorden de vijandigheden staakt, en zegt dat muslims geen vergelding mogen zoeken. Er wordt aan toegevoegd dat de onrechtplegers echter niet vrijuit zullen gaan. Oorlog is geen excuus voor het begaan van immoraliteiten, dus onrechtplegers onder de soldaten zullen voor de rechtbank moeten gebracht worden. Merk dus op hoe sterk zelfs het recht om zich te verdedigen telkenmale beperkt wordt.

 

 

3. Besluit

 

Staat hier, met andere woorden, dat muslims ongelovigen moeten vermoorden?

Zeer zeker niet. Geen enkel vers in de Koran handelt over een gewapende strijd tegen ongelovigen omwille van hun geloof. In bovenstaand vers gaat het om een vijand die de nog prille en kleine muslimgemeenschap volledig wou uitmoorden.  Dat die vijand ongelovig was, doet in deze verzen niets ter zake. Het is geen vers over geloof of ongeloof, het is een vers over krijgsrecht.

 

 

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boodschap 110 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

 

evenwichtstenen

.

.

.

DE VANZELFSPREKENDHEID DER DINGEN

 

IS DE VIJAND VOOR HET BEELD

 

VAN EEN GODDELIJKE SCHEPPING

 

 

 

6501145615_d97492a894_b

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Theresa van Avilla

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Theresa (ook Theresiavan Avila, Spanje; mystica & kerklerares; † 1582.

Feest 15 oktober.

 

 

Theresa van Avila werd op 28 maart 1515 geboren als dochter van een Spaans edelman. Zij groeide uit tot een knap en ijdel meisje. Zonder veel enthousiasme trad ze toe tot de orde der karmelietessen.

Na ongeveer 20 jaar kreeg ze visioenen waarin ze het lijden van Jezus Christus zo intens mee beleefde dat ze besloot ogenblikkelijk haar leven te veranderen en zich geheel in dienst van God te stellen. Ze oefende zich in stil-zijn en bidden. Ze kon zo verzonken zijn in Gods aanwezigheid dat ze in extase raakte en visioenen zag. Toch werd ze niet levensvreemd. Zelf schrijft ze: “De liefde tot God bestaat niet uit tranen en dierbare gevoelens, maar dat men God dient in gerechtigheid en deemoed.”

Theresa had een actieve natuur en zij gebruikte haar verhouding tot God als een bron voor goede werken. Zij hervormde de orde der karmelietessen ondanks enorme tegenstand en stichtte meer dan 30 nieuwe kloosters die ze met haar groot organisatietalent leidde.

Ze schreef verschillende boeken die voor de theologie zo belangrijk zijn dat zij in 1970 werd benoemd tot kerkleraar. Haar boek ‘Het kasteel der ziel’ leert de lezer bidden op eenvoudige en tegelijk diepzinnige manier. Elke nieuwe ontwikkeling in het gebedsleven wordt voorgesteld als een kamer in een kasteel: overbodig te zeggen dat men tenslotte uitkomt in de schatkamer, waar God woont en daar de bidder met liefde opwacht en ontvangt.

Enkele beroemde uitspraken van haar zijn: “Als je danst, dans dan; als je bidt, bid dan.” Zo was ze eens uitgenodigd bij de rijke weldoener Miguel de Marabès. Bij het eten werd er patrijs opgediend, toen ook al een uiterst verfijnde en luxueuze spijs. Eén van de dienstmeisjes had al de hele tijd moeder Theresa in de gaten gehouden. Nu kon ze zich niet langer bedwingen en zei met iets van afkeuring in haar stem: “Goh, dat een kloostervrouw als u mee-eet van zo’n rijke schotel!” Waarop Theresa antwoordde: “Luister, mijn kind: als men u patrijs voorzet, eet dan patrijs; en als het de tijd van vasten is, houd je dan aan de vasten.”

Eens was ze onderweg met de Heilige Johannes van het Kruis († 1591; feest 14 december), een uiterst sobere monnik, die een scherp oog had voor de tekortkomingen van de mensen en daar ook veel onder leed. Bij het eten werden hun overheerlijke druiven voorgezet. Vader Johannes riep uit: “Als je denkt aan het komende oordeel Gods, zou je er geen één meer door je keel kunnen krijgen.” Waarop Theresa antwoordde: “Dat mag zo zijn, vader Johannes, maar als je denkt aan Gods goedheid, zou je er altijd wel van willen blijven eten!”

Theresa was een uitgesproken aardige vrouw, vrolijk, vriendelijk, open en betrouwbaar. Een verhaal vertelt hoe zij eens per kar op weg was naar een nieuwe kloosterstichting. Het weer was slecht en het pad dat langs een riviertje liep, was een modderpoel geworden. Moeizaam kwam de kar vooruit. Tenslotte bleef ze steken en kantelde. Theresa kwam met bagage en al in het water en de modder terecht. Zij zou toen een stem uit de hemel hebben gehoord: “Zo doet God met al zijn vrienden” (om hun geloof en hart op de proef te stellen?). Theresa had haar antwoord onmiddellijk klaar: “Daarom hebt u er ook zo weinig!”

Andere markante uitspraken van haar: “De mogelijkheid om te bidden onderscheidt een mens van een dier.” Of: “Slechts door genade is het mogelijk om met God te spreken.” Toen een edelman haar eens vol bewondering zei dat hij in haar een groot heilige zag, moet ze geantwoord hebben: ‘Maar u houdt uw mond erover. Want u weet net hoe dat gaat als ze je een groot heilige vinden. Ze gaan wel met je botten slepen, maar ze hebben geen enkele boodschap aan wat je ze voorhoudt.’

Theresa stierf in de nacht van 4 op 15 oktober van het jaar 1582, precies de nacht dat de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII († 1585) werd doorgevoerd en er tien dagen werden overgeslagen.

 

 

.

.

.

Verering & Cultuur

 

Zij is onder meer geportretteerd door Rubens, Velasquez en Murillo, meestal als karmelietes in bruin habijt met witte mantel en zwarte sluier. Ze heeft soms een duif boven haar hoofd (symbool van de Heilige Geest); soms een gesel in de hand (om boete te doen) of ook een brandend hart (symbool van liefde).

Haar voorspraak wordt gevraagd bij geestelijke nood, voor een vruchtbaar gebedsleven, bij hartziekten en hoofdpijn.

Zij wordt ‘De Grote Teresia’ genoemd om haar te onderscheiden van ‘De Kleine Theresia” (= Theresia van het Kindje Jezus van Lisieux: † 1897; feest 1 oktober).

 

 

.

Verborgen Geloof en Mystieke Gebedservaring

 

 

Theresa in extase ( Bernini )

 

 

Bernini’s beeld van Theresa’s extase bevindt zich in een zijkapel van de karmelietenkerk Santa Maria della Victoria in Rome. Zonnestralen vallen vanuit een gouden hemel. Met die zonnestralen is een engel afgedaald die met brede glimlach op Theresa neerziet. Het gewaad om zijn benen drukt dynamiek uit. In de rechterhand heeft hij een lange pijl of speer die hij richt op haar hart. De heilige is afgebeeld in volledige overgave, de hand slap langs haar zij, de mond half open.

Haar kloosterkleed is een en al beweging. Prachtig contrast. Wat zich van binnen bij haar afspeelt laat zich aflezen aan de werveling van haar kleed. Het beeld is een illustratie bij een fragment uit Theresa’s Autobiografie. Zij schrijft over zichzelf in de derde persoon, en vertelt hoe de aanwezigheid van de Heer in de stilte van haar gebed een mengeling is van vreugde en intensieve smart tegelijk:

 

‘De pijn doet haar lichaam ineen krimpen. Zij kan noch voeten noch armen bewegen, ja zo zij staat, voelt zij zich als een zak ter aarde zinken, zij kan zelfs niet ademhalen en slaakt slechts enige zuchten, geen zware zuchten, daartoe is zij niet bij machte; zij voelt dat zij zucht.

De Heer wilde dat ik hierbij enige malen het volgende visioen aanschouwde. Ik zag vlak bij mijn linkerzijde een engel en, hetgeen ik anders niet dan bij hoge uitzondering pleegde te doen, ik zag hem onder een lichamelijke gestalte. Ofschoon mij dikwijls engelen verschenen, geschiedde dit altijd, zonder dat ik hen zag, doch steeds in een visioen, zoals ik al eerder beschreef. De Heer wilde dat ik dit visioen op de volgende wijze zag.

De engel was niet groot, eer klein. Hij was zeer schoon en zijn gelaat straalde van zoveel licht, dat hij scheen te behoren tot de hogere engelen, die geheel in vuur ontstoken schijnen. Zij moeten behoren tot hen die men Cherubijnen noemt, doch zij zeiden mij hun naam niet. Duidelijk echter zie ik dat er in de hemel tussen de verschillende engelen en tussen dezelfde engelen onder elkander zulk een groot onderscheid is dat ik het niet zou kunnen uitdrukken.

Ik zag dan, hoe de engel in zijn handen een brede gouden speer droeg, welke boven aan de punt een weinig vuur scheen te houden. Deze scheen hij mij enige malen door het hart te stoten, zodat hij tot in mijn ingewanden doordrong. Toen hij ze terugtrok, was het, of zij mijn ingewanden meenam en mij geheel ontvlamd in vurige liefde tot God achterliet. De pijn was zo hevig, dat zij mij zuchten deed slaken, als ik boven heb beschreven.

De zoetheid echter, waarvan die allerhevigste pijn mij vervulde, was zo buitengewoon groot dat men niet verlangen kan van die pijn verlost te worden noch de ziel bevrediging kan vinden in iets dat God niet is. Het is geen lichamelijke, maar geestelijke pijn, ofschoon het lichaam niet nalaat er enigermate of zelfs in hoge mate in te delen. Het is een verkering tussen de ziel en God, zo zoet dat ik zijne Goedheid smeek die zoetheid te doen smaken aan al wie menen mocht dat ik onwaarheid spreek.’

 

Twee opmerkingen. In tegenstelling tot de tekst plaatst Bernini de engel aan Theresa’s rechterzijde. Theresa’s biechtvader verbeterde de opmerking over de cherubijnen: hij vond het juister daar te spreken van serafs.

Theresa schreef dit fragment enkele jaren na het gebeuren zelf. Haar zogeheten Autobiografie wordt gedateerd uiterlijk 1566. Het is niet een levensbeschrijving in de gebruikelijke zin van het woord. Veeleer een beschrijving van haar gebedsleven, op papier gezet op uitdrukkelijk verzoek van haar biechtvader. Zelf zou zij nooit op de gedachte zijn gekomen om met zulke intimiteiten naar buiten te treden. Maar hij meende dat haar gebedservaringen voor vele bidders dienstig zouden kunnen zijn. En hij was niet de enige in zijn tijd. Zij blijft lang stilstaan bij de verschillende stadia die haar gebedsleven doormaakte en wordt al doende een gids voor ieder die vergelijkbare ervaringen ontvangt. Uiteindelijk is het een oproep om nooit het inwendig gebed achterwege te laten.

In die zin kan men terecht spreken van ‘Verborgen Geloof’. Gebedservaringen behoren tot de intimiteit van het persoonlijke leven. Maar zij zijn niet het uiteindelijke doel van het Godgewijde leven. Immers de een krijgt ze wel, de ander niet, of op geheel andere wijze. Neen, het inwendig gebed heeft – in ieder geval bij Theresa- een apostolische bedoeling. Herhaaldelijk benadrukt zij dat predikanten en geloofsverkondigers mensen van gebed zouden moeten zijn.

Maar de zusters in de door haar gestichte of hervormde slotkloosters drukt ze op het hart te bidden voor de verspreiding van Christus’ goedheid over de hele wereld. Als Spaanse uit de 16e eeuw, die zo getekend wordt door ridderlijke strijd en oorlogvoering, vergelijkt ze dat met goede strategie. Je kunt de vijand het beste bestrijden door je in een hechte versterking terug te trekken en van daaruit uitvallen te doen. Die hechte versterking is het inwendige gebedsleven. Hoe verlangde zijzelf ernaar in de Nieuwe Wereld aan de overkant van de oceaan zielen voor Christus te winnen, al was het er maar één.

Net zoals zij ernaar verlangt zielen van Reformatoren op de – in haar ogen ware manier – tot Christus terug te brengen. Voorbeeld bij uitstek is voor haar het verhaal van de Samaritaanse vrouw in gesprek met Christus (Johannes 4). Gevoed en verlicht door dat gesprek wordt die vrouw geloofsverkondiger, en weet de mensen uit haar omgeving tot Christus te brengen. Dat is des te verrassender, omdat in de ogen van Theresa die vrouw zondares was en niet of nauwelijks deel uitmaakte van haar gemeenschap.

Dat leest ze af uit het feit dat de Samaritaanse in haar eentje midden op de dag water komt putten. Ook Theresa ziet zichzelf als zondares, zeker in het licht van de aanwezigheid van de Heer. Overdreven? Wellicht in onze ogen, maar zijzelf heeft er een prachtige vergelijking voor: ‘In een vertrek waar de zon volop doorheen schijnt, worden alle spinnenwebben zichtbaar.’ Haar extases zijn niet verdiend, maar puur genade.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Ik, de HEER, vergeet jou niet

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid

De Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

God vergeet jou niet

 

Psalm 20:1-5

 

Moge de Heer u antwoorden in dagen van nood en de naam van Jakobs God u beschermen, moge hij hulp zenden uit zijn heiligdom, uit Sion u bijstaan. Moge hij al uw gaven gedenken, uw brandoffers welwillend aanvaarden. Moge hij geven wat uw hart verlangt, en al uw plannen doen slagen.

 

Er zijn al veel fasen en seizoenen in je leven voorbijgegaan. Veel dromen en doelen waar je op hoopte zijn gekomen en weer vervlogen. Sommige zijn waargemaakt, terwijl andere aan de kant zijn gezet uit respect voor de hoop en dromen van iemand anders. De vijand van je ziel probeerde om een groot aantal van deze dingen te vernietigen nog voordat je ze had bereikt. Maar toch overkwam je dit. Er waren tijden waarin je een zware strijd moest leveren om te overwinnen; tijden waarin je tot aan het vruchtbare einde standvastig volhield. Maar er worden net zoveel gevechten gestreden in de geestelijke wereld waar jij je niet van bewust bent.

 

 

 

Psalm 35:1-3

 

In deze strijd vocht Ik eenvoudig met mensen die jou tegenwerkten, vanwege jouw recht op je erfenis, een recht dat aan Mijn kinderen werd gegeven . Al die keren dat jij je hoop en je dromen opgaf voor die van een ander, vocht Ik met de vijand voor jouw goed.

 

 

 

Romeinen 8:28

 

Ik ben er, wanneer jij een dag vol problemen hebt. Ik neem die dag en maak er een zegen van.

 

 

 

God spreekt

 

Ik ben tenslotte de Schepper; daarom schep Ik. Mijn scheppende krachten hielden op de zevende dag niet op te bestaan. Zij namen slechts gewoon een pauze om waar te nemen, om te bezinnen, om te rusten en om te zeggen: “Het is goed”.

Ook op dit moment neem Ik alles waar, maar Ik rust niet. Ik bezin Me op al je brandoffers, al de dingen die jij hebt opgeofferd. Brandoffers kunnen bestaan uit de momenten waarop jij je eigen verlangens opgeeft voor die van een ander en zo een plezierige geur voortbrengt die Ik niet kan negeren. Het prettige aroma dat uit jouw offer afkomstig is, heeft Mijn neus als een parfum gevuld en Mijn hart gevuld met een overweldigende liefde die moet worden uitgegoten. Vanuit Mijn herinnering aan jouw offer overspoel Ik je leven vandaag met een verfrissing en bouw Ik een hoge, verheven, sterke brug waar jij overheen kunt lopen. Ik verdedig je en Ik verhef je.

Je moet begrijpen dat Ik de dingen niet vergeet die jij voor anderen hebt gedaan, dingen die je zelf al lang bent vergeten. Al deze dingen hebben zich voor jou opgehoopt en het is tijd voor de oogst. Je rekening is vol, de beloning is weelderig.

 

 

 

Psalm 20:1-9

 

Daarom zeg Ik: Sta op, kind van Zion, want Ik ben je niet vergeten en het verheugt Mij enorm om de verlangens van je hart te vervullen en alle plannen die Ik voor jou had te voltooien.

 

 

 

Lucas 1:37

 

Ik ben de Schepper; met Mij is niets onmogelijk.

 

 

Moge de Heer jou in je moeilijke tijd antwoord geven en al je offergaven en brandoffers gedenken.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Niet bang zijn voor de dood.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Niet bang voor de dood

.
“Niet bang voor de dood”, wat is toch wel het geheim dat achter deze woorden schuilt? Is het misschien de terugblik op een “goed” leven, die iemand de moed geeft om niet bang te zijn voor de dood? Of misschien de gedachte, dat met de dood alle leven voorbij is? Zo min het een als het ander.

Waarom strijdt het redeloze dier, dat geen eeuwigheidsbesef heeft zijn doodstrijd dan? Waarom wordt de dood als een vijand der mensen gezien? Omdat de dood onnatuurlijk is en het leven natuurlijk. Het was Gods bedoeling niet, dat de mens sterven zou. Maar door de zonde is de dood. Adam zondigde, en door zijn zonde is de dood in de wereld gekomen. De dood gaat door tot alle mensen.

Daar is doodsvrees in het menselijk hart. De dood wordt beschouwd als een vijand, die een prooi grijpt om hem niet weer los te laten. Er bestaat echter een mogelijkheid om uit de klauwen van de dood te worden gered, omdat er één geweest is, die aan de dood zijn macht ontnomen heeft. Jezus Christus, de Zoon van God, ging vrijwillig in de dood, Hij stierf voor zondaars aan een kruishout, maar Hij stond op en voer ten hemel. Hij kan zeggen:

 

 

“Ik ben de eerste en de laatste, en de levende,
en ik ben dood geweest, en zie, ik ben levend
tot in alle eeuwigheid en ik heb de sleutels
van de dood en van de hades” Openb. 1 : 18.
Op een andere plaats zegt Hij:
“Ik leef, daarom zult ook Gij leven”.

 

 

Zie, dat is het geheim, dat achter de hierboven aangehaalde woorden ligt. Jezus Christus heeft de sleutels! Als u Hem kent als uw verlosser en Heiland, dan hoeft u ook niet bang voor de dood te zijn. Omdat Hij leeft zult ook u leven.

Indien u Hem niet kent, dan zult u toch ook niet in de dood blijven. Christus heeft de sleutels van de dood en zal ze gebruiken. De dood is het eindstadium niet. Eenmaal zal de dood zijn prooi wedergeven. Niet alleen zij, die in Christus geloven, zullen opstaan en het leven ingaan. Neen ook zij, die Hem niet wilden aannemen, zullen uit het graf verrijzen, echter niet om het leven te ontvangen:

 

 

“En de dood en de hades gaven de doden, die in
hen waren. En indien iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des
evens, die werd geworpen in de poel des vuurs” Op. 20:15

 

 

Hun laatste plaats zal zijn in de poel des vuurs, ook genoemd de tweede dood. Wie Jezus Christus niet kent als redder en zaligmaker, mag vrezen voor de dood. Zo iemand werd eenmaal geboren, maar zal dan tweemaal sterven.

De eerste maal gaat een ongelovige naar het dodenrijk, de tweede maal naar de poel des vuurs.
Aanvaard Jezus Christus als het zoenoffer voor uw zonden. Dan wordt u twee maal geboren: eenmaal natuurlijk, de tweede maal geestelijk, maar u sterft dan slechts eenmaal, om daarna opgewekt te worden en de heerlijkheid n te gaan.

 

 

” Wel gelukzalig en heilig, die aan de eerste opstanding deel heeft; over deze heeft de tweede dood geen macht”. Openb. 20: 6.

 

 

 

 

 

 

 

Gebeden worden belemmerd.

Standaard

categorie : religie

 

 

Het probleem van belemmerde gebeden

 

De Bijbel is er duidelijk over dat onze gebeden belemmerd kunnen worden. Iedereen heeft wel eens het gevoel gehad dat zijn gebeden niet aankomen bij God.

 

 

praying women1

 

 

 

 De oorzaken

 

De Bijbel noemt verscheidene dingen die onze gebeden kunnen belemmeren. Enkele hiervan zijn:

 

Onbeleden zonde

 

Dit is waarschijnlijk de grootste belemmering in ons gebedsleven.

Psalm 66:18:“Als ik diep in mijn hart zonden zou koesteren, dan had de Heer mij nooit verhoord.”

Het goede nieuws is dat God ons zal vergeven als wij onze zonden belijden. Dan kunnen wij die zonde achter ons laten en met een schone lei opnieuw beginnen.

1 Johannes 1:9 :“Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.”

 

 

 

Onvergevingsgezindheid

 

Matteüs 6:14-15 :“Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.”

Wanneer iemand weigert een ander te vergeven schaadt hij zichzelf, omdat dat uiteindelijk zal uitmonden in bitterheid. Een mens kan niet met een bitter hart bidden en dan een zegen verwachten. Een geest die niet wil vergeven legt grote druk op menselijke relaties, vooral de huwelijksrelatie.

1 Petrus 3:7 :“U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg.”

1 Marcus 11:25 : Jezus zei: “Wanneer je staat te bidden en je hebt een ander iets te verwijten, vergeef hem dan, opdat ook jullie Vader in de hemel jullie je misstappen vergeeft.”

Als jij je vastklampt aan gevoelens van wrevel en onvergevingsgezindheid (zelfs tegenover God), dan zal dat een grote hindernis in je gebedsleven zijn.

 

 

 

Onjuiste motieven

 

Wanneer de motivatie voor onze gebeden niet juist is, hebben onze gebeden geen kracht.

Jakobus 4:3 :“En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.”

Matteüs 6:10 :“Uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.”

Als we weten dat onze gebeden overstemmen met Gods wil, dan kunnen we geloven en erop vertrouwen dat Hij ons zal geven wat wij van Hem vragen.

 

 

het-bidden-voor-australisch-geld-9885220

 

 

 

Afgoden in onze levens

 

Exodus 20:3-6 :“Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.”

 

God wil niet eens aangesproken worden door mensen die zich met afgoderij bezighouden. Maar als we de afgoden uit onze levens verwijderen, dan zijn we klaar voor een persoonlijke geestelijke opwekking. De enige manier om te ontdekken of een bepaald iets in jouw leven een afgod is geworden, is het stellen van de volgende vraag: “Zou ik bereid zijn om het op te geven, als God dat van mij zou vragen?” Kijk eens heel eerlijk naar je carrière, je eigendom, je gezin. Als er dingen zijn die jij niet aan God zou willen afstaan, dan blokkeren zij jouw toegang tot Hem.

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Twijfels en ongeloof

 

Zonder geloof hebben gebeden geen kracht. Zelfs Jezus kon geen wonderen verrichten in Nazareth omdat de mensen geen geloof hadden (Marcus 6:1-6).

Jakobus 1:6 :“Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.”

Hebreeën 11:6 :“Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.”

Matteüs 21:22 : “Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft” .

 

 

4975923

 

 

 

De verwaarlozing van Gods Woord

 

Spreuken 28:9 : “Van hem die zijn oor afkeert van het luisteren naar de wet, is zelfs zijn gebed een gruwel” .

Hebreeën 4:16 :“Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.”

 

 

 

Ongehoorzaamheid

 

Als wij willen groeien in onze relatie met God en effectief willen bidden, dan moeten we leren hoe we gehoorzaam kunnen zijn. Een zondevrij leven is niet genoeg. Geloof is niet genoeg. Gehoorzaamheid zou een natuurlijk gevolg moeten zijn van een geloof in God. De mens die in God gelooft, vertrouwt Hem; de mens die God vertrouwt, is Hem gehoorzaam.

1 Samuël 15:22 :“Gehoorzaamheid is beter dan offers.”

Een voortdurende ongehoorzaamheid is de oogst van een wil die zich niet aan God heeft overgegeven. Een overgave aan God heeft enorme voordelen. Een van deze voordelen is dat God belooft jouw gebeden te verhoren en je verzoeken in te willigen. Een ander voordeel is dat je de kracht van Christus ontvangt via de Heilige Geest. Zijn kracht zal dan door jou heen stromen, je kracht geven en goede vruchten voortbrengen.

 

 

 

Satanische weerstand

 

Wij zijn voortdurend in gevecht met de machten van het duister (Efeziërs 6:10-12). Onze vijand, Satan, haat biddende mensen. Een gebed is meer dan vragen en ontvangen: het is een geestelijke strijd.

We moeten :

 

 

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 De remedie tegen belemmerde gebeden

 

Alle belemmeringen van gebeden kunnen verholpen worden door bekentenis en berouw. God wil niet dat je gebeden belemmerd worden. Hij verlangt naar een intiem samenzijn met Zijn kinderen en naar open communicatielijnen.

1 Johannes 1:9 :“Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”

Gebed: Vader, wij vragen U nederig om ons te helpen en alle belemmeringen weg te nemen die een effectief en krachtig gebed tot U in de weg staan. Vergeef ons alstublieft wanneer wij tekort schieten en deze hindernissen in onze levens toelaten. Wij bidden graag. Versterk ons geloof, zodat wij kunnen geloven dat U ons wilt zegenen. Ik bid dit in Jezus’ naam. Amen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Hoe staat de Koran tegenover leven en oorlog?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 Recht op leven

 

 

Mohammed

Mohammed

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

 

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

 

De Koran stelt:

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)
en
« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32).

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten

.

 a : een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.

 

Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe.

 

«”Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» 

 

 

b : een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde” .

 

Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren.

Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe ziet dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen.

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden.  Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

Koran

Koran

 

 

 

Kaïn en Abel : het eerste geval van moord

 

Om de houding van de Koran tegenover moord te onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven geval van geweldpleging door een mens op een mens: het relaas van Kaïn (Qabil) en Abel (Habil). De Koranische passage gaat als volgt:

 

« En lees hun de mededeling over de twee zonen van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd van de ander niet aangenomen. Die zei: “Ik sla jou dood!”. Hij zei: “God neemt slechts de godvrezenden aan. Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren. Dat is de vergelding voor de onrechtplegers.” Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?” Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben.”» (Koran 5:27-31)

 

 

In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die door zijn broer Kaïn met de dood bedreigd wordt, zegt:

 

«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.» (Koran 5:28)

 

 

Wat wordt hier  bedoeld? Kaïn zal door het vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden van Abel door Kaïn meegenomen naar de hel, en is Abel verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt met andere woorden beloond met een volledige kwijtschelding van al zijn zonden.

Volgens de liberale strekking van de islam, kan men moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt in de Koran zeer krachtig beloond met vergeving van alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.

Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is een dier zelfs de leermeester van de mens.

 

 

clip_image0061

 

 

 

De Koranische oorlogsethiek en krijgswet

 

 

Inleidend

 

Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan rechtvaardigheid en aan het beschermen van de rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij te beschermen, is het in sommige nauwkeurig bepaalde omstandigheden toegestaan dat men naar de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan.

 

 

Wie beslist over oorlog en vrede?

 

Uiteraard kunnen individuele moslims of groepen of organisaties extremisten, net als in seculiere landen, niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van alle moslims) die vandaag de dag niet eens bestaat.

In afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen verklaard worden bij consensus van representatieve en legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.

 

 

Houding tegenover geweld en terrorisme

 

Het bovenstaande neemt niet weg dat er soms groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Terrorisme is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers, een marxistisch geïnspireerde seculiere groep die onder hindoes recruteert.

Zij zijn ook de bedenkers van de zelfmoordvest. Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om leden te ronselen.

Ze doen dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die krachtig veroordeeld wordt. Dit wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van geleerden.

De tragische vergissing bestaat hierin dat de westerse publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de meerderheid van de islamitische bevolking. Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de moslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken erkend wordt als enige juiste, wat door de moslimwereld ondubbelzinnig verworpen wordt.

Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer op keer weer door moslims en moslimleiders ondubbelzinnig en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de talloze verklaringen waarin moslimleiders het geweld naar aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden.

 

 

terrorisme

terrorisme

 

 

Alleen defensieve oorlog toegestaan

 

Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap van de middenweg te beschermen. Dit wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.

Enkel wanneer moslims aangevallen of onderdrukt worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten,en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd toegestaan is:

 

«Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God” – en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran 22:39-40)

 

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige moslims. Enkel moslims die “bestreden worden”, mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief.
  2. Er moet de moslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.
  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de islam en moslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij moslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
  4. Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

 

 

screenshot_1214

 

 

Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd worden door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran 2:190)

 

Diezelfde toon vindt men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

 

«Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.» (Koran 60:7)

 

Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen
  2. Dood geen kinderen,
  3. Dood geen bejaarden,
  4. Dood geen zieken.
  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel
  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

 

«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.» (Koran 8:61)

 

 

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

 

«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen…» (Koran 4:58)

«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid.” (Koran 5:8) “God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is….» (Koran 16:90)

 

 

De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

media_xl_4888423

 

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

screenshot_602

 

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria