Tagarchief: vertaling

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel

 

 

 

 

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

 

 

Vertaalmethoden van de Bijbel

 

Om een vertaling te kunnen maken uit een oude taal, zoals het Hebreeuws of Grieks, naar het Nederlands zijn een aantal keuzes nodig. Het is helaas niet mogelijk om simpel woord voor woord te vertalen.

.

 

 

Bron- en doeltaalgericht

 

Het eerste probleem is dat de struktuur van de taal anders is.

  • Waar bijvoorbeeld in het Grieks de naamval bepalend is, is in het Nederlands veel meer de zinsvolgorde bepalend. Met de zinsvolgorde kan in het Grieks juist de nadruk worden weergegeven, wat in het Nederlands niet zondermeer mogelijk is.
  • Waar bijvoorbeeld in het Hebreeuws “heilige der heiligen” staat is het in het Nederlands gebruikelijk om de overtreffende trap te gebruiken (heiligste of allerheiligste). Dit gebruik komt veel voor in uitdrukkingen zoals God der Goden (Nederlands: de Allerhoogste), hemel der hemelen (hoogste hemelen) of het lied der liederen (Hooglied).

 

In de termen van vertalers spreekt men daarom over “brontaalgericht” en “doeltaalgericht”. Om het wat simplis-tisch uit te drukken: met brontaalgericht wordt getracht zo zuiver mogelijk (letterlijk) te vertalen, met doeltaal-gericht wordt getracht het zo op te schrijven als een Nederlander het zou zeggen. Hier komt nog bij dat de Bijbel is opgebouwd uit woorden en beelden, veelal ontleend aan het dagelijks leven. Kenmerken van dit beeld komen dan regelmatig terug. De moeilijkheid daarbij is dat niet alle begrippen in de doeltaal bekend zijn. De keuze daarbij is:

  • Vertaal zo letterlijk mogelijk en dwing daarbij de lezer om uit te zoeken wat het eigenlijk betekent.
  • Vervang het woord door iets uit onze taal of belevingswereld dat ongeveer hetzelfde weergeeft (dit laatste heet de “dynamisch equivalente” methode).

 

Als Jesaja zegt: “Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw”, en je wilt dat vertalen in de taal van een tropisch land, waar sneeuw onbekend is, dan zoek je een equivalent voor sneeuw. De vertaler wil ideeën zo goed mogelijk overbrengen en kiest daarvoor zo nodig zijn eigen beelden (als ze maar `equivalent’ zijn). Hierin ligt volgens de voorstanders van deze methode de kracht ervan. Maar hierin schuilt ook een risico.

Het zal duidelijk zijn dat de letterlijke betekenis soms verloren gaat wanneer men het ene beeld vervangt door een ander. Een bekend voorbeeld in de Nederlandse vertalingen is (traditioneel) zuurdeeg of (dynamisch equi-valent) gist. Traditionele vertalers streefden naar een zo letterlijk mogelijke weergave. Moderne vertalers willen de tekst interpreteren en vertalen daarom vrijer. Vaak wordt daarbij doeltaal gericht en dynamisch equivalent ge-combineerd.

De term “beter” of “slechter” is hier niet op zijn plaats. Wel zal het duidelijk zijn dat het verdere gebruik van het beeld in de Schrift vaak niet volledig tot zijn recht komt omdat er een ander beeld, met andere kenmerken, wordt gebruikt. De kenmerken van gist zijn nu eenmaal anders dan die van zuurdeeg hoewel ze beide brood laten rij-zen.

 

 

 

.

 

Concordant vertalen

 

Vertalen gebeurt niet zomaar lukraak. Er worden zoals gezegd bepaalde vertaalprincipes gehanteerd. En die veranderen soms met de tijd. Vroeger was het gebruikelijk om zoveel mogelijk letterlijk maar ook zogenaamd `concordant’ te vertalen. Dat houdt in dat men zoveel mogelijk eenzelfde woord in het origineel vertaalt met eenzelfde woord in de ontvangtaal. Concordant kan men vervangen door gelijk ; hetzelfde ; net zo ; identiek ; eender ; eenvormig ; exact hetzelfde ; geheel gelijk.

Dat is aan de ene kant consequent en het kan een enorme hulp zijn bij Bijbelstudie. Aan de andere kant kan het ook problemen geven wanneer een woord in de originele tekst twee of meer duidelijk onderscheiden beteke-nissen heeft, waar wij in onze taal nu eenmaal verschillende woorden voor hebben. Concordant vertalen wordt dan ook maar zelden volledig consequent toegepast. Toch werd er in het verleden wel naar gestreefd.

Aan dit concordant vertalen danken wij bijvoorbeeld nog het woord testament (als in Oude en Nieuwe Testament). De vertalers van de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) hebben voor hun vertaling van het typisch Bijbelse woord ‘verbond’ een Grieks woord gekozen dat in de Griekse cultuur testament betekent in de zin van laatste wilsbeschikking.

Dat was voor hen geen bezwaar, want een echt testament kwam in de Joodse cultuur niet voor. De schrijvers van het (Griekse) Nieuwe Testament hebben dat woord overgenomen. De Statenvertaling vertaalt dat overal conse-quent met `testament’ en laat het aan de lezers over om uit te vinden wat dat in het verband betekent. De Nieuwe Vertaling (NBG 1951) richt zich hier op de Oudtestamentische achtergrond en vertaalt `verbond’, behalve in een tweetal passages waar de vertalers gemeend hebben dat inderdaad een testament is bedoeld.

Overigens is met behulp van hulpmiddelen, zoals concordanties (een soort trefwoordenregister van de Bijbel), vaak te zien hoe een origineel woord op verschillende manieren vertaald wordt. Ooit is door een Dr. Strong in zijn concordantie ieder Hebreeuws en Grieks woord van een nummer voorzien. Onder meer in de “Online Bible” kan daarop gezocht worden.

 

.

 

 

 

 

Parafrasen

 

Tegenwoordig gebeurt het ook steeds vaker dat de vertaler niet meer pretendeert een vertaling te geven, maar zich toelegt op een zogenaamde parafrase. De parafrase is de logische consequentie, en het eindstation, van de vrije vertaalopvatting. De ‘vertaler’ neemt dan de rol op zich van verteller die het verhaal navertelt in eigen woor-den, ongeveer zoals bij een kinderbijbel (maar dan misschien iets minder extreem). Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

 

In Marcus 2:22 leest de N.V. van het NBG

“Niemand doet jonge wijn in oude zakken; anders zal de wijn de zakken doen barsten en de wijn gaat verloren met de zakken. Maar jonge wijn doet men in nieuwe zakken.”

 

 

Een in ons land bekende parafrase (Het Boek) geeft hier:

“Wie doet er nu jonge wijn in oude leren zakken? Het leer van oude wijnzakken is hard en stug. Door het gisten van de jonge wijn komen er barsten in. De wijn gaat verloren en de zakken zijn waardeloos. Nee, jonge wijn doet u in nieuwe, soepele wijnzakken.”

 

 

In Lucas 5:1-3 leest de NBG vertaling van 1951:

“En het geschiedde, toen de schare op hem aandrong en naar het woord Gods hoorde, dat Hij zelf aan de oever van het meer Gennesaret stond, en Hij zag twee schepen aan de oever liggen. De vissers waren eruit gegaan en spoelden de netten. Hij ging in één van de schepen, dat van Simon, en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich neder en leerde de scharen van het schip uit.”

 

 

De parafrase voegt allerlei details toe:

“Op een dag was Hij bij het meer van Galilea. De mensen drongen van alle kanten tegen Hem op, want zij wilden horen wat Hij over God zou vertellen. Hij zag twee boten liggen die half uit het water waren getrokken. De vissers stonden iets verderop hun netten schoon te spoelen. Jezus stapte in de boot van Simon en vroeg of hij Hem een stukje van de oever wilde afduwen. Daarna ging Hij zitten om de mensen meer over God te vertellen.”

 

.

 

.

 

Samenvatting

 

De Bijbel is ons door de eeuwen heen ongeschonden overgeleverd. Maar met de vraag of hij ons ook onge-schonden bereikt in onze eigen taal, is een andere. Onze voorouders hebben hun best gedaan dat zo goed mogelijk te doen. Moderne vertalers hangen echter andere opvattingen aan. Daarom zijn de modernste verta-lingen niet altijd de beste voor eigen bijbelstudie, al leest een moderne vertaling vaak veel prettiger.

Bij het beoordelen van vertalingen in zogenaamde ‘omgangstaal’ of ‘hedendaags Nederlands’ gaat het niet uitsluitend om de vraag of zulk taalgebruik op zichzelf geoorloofd is. Belangrijker is dat er bij supermoderne vertalingen vaak veel vrijer vertaald is, waarbij de opvatting van de vertaler een grote rol speelt.

Dat zie je bijvoorbeeld in de Bijbel in Gewone Taal (BGT) waar je leest wat de vertaler denkt dat de schrijver bedoelde. Wie dus de Bijbel zelf wil bestuderen doet er goed aan uiteindelijk terug te grijpen op een meer tradi-tionele vertaling. Daarin kun je veel beter weerklanken herkennen, die essentieel zijn om de Schrift te leren be-grijpen. Voorbeelden van zulke studiebijbels zijn de NBG vertaling van 1951, de Herziene Statenvertaling, en in iets mindere mate de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die in oktober 2004 uitkwam.

 

.

 

 

.

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

Oorspronkelijke taal en vertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

 

Oorspronkelijke taal van de Bijbel

 

Het Oude Testament is vrijwel geheel bekend in het Hebreeuws. Een groot deel van het boek Daniël is ons alleen bekend in het Aramees; naar men aanneemt is dat een vertaling van het Hebreeuwse origineel. Ook enkele delen van Ezra/Nehemia zijn Aramees, voornamelijk daar waar wordt geciteerd uit officiële stukken van de Perzen. Ook komen er hier en daar nog wat Arameese namen en uitdrukkingen voor. Het gaat om de volgende passages:

 

.

Waar Hoe herkenbaar (in de NBG ’51)
begin aangegeven, einde niet
 begin aangegeven, einde niet
 staat tussen gedachtestreepjes

 

 

In de 3e en 2e eeuw v. Chr. is van het hele Oude Testament een Griekse vertaling ontstaan, de zgn. Septuaginta. De naam is afgeleid van zeventig, volgens de legende het aantal mensen die het vertaalden. Daarom wordt deze vertaling soms ook aangeduid met het Romeinse getal voor zeventig: LXX. Deze vertaling vormde de Schrift van de eerste eeuwse kerk, later aangevuld met het Griekse Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament is ons volledig overgeleverd in het Grieks, al vinden we enkele Aramese uitdrukkingen (drie uitspraken van Jezus, twee van Paulus en een van Lucas). Er zijn mensen die willen aantonen dat de evan-geliën, zoals wij die bezitten, vertalingen zijn van Hebreeuwse originelen, maar hun argumenten zijn niet erg overtuigend. Tussen 382 en 405 is de totale Griekse Bijbel overgezet in het Latijn. Men noemt dat de Vulgaat. Dit is tot aan de Reformatie de officiële kerkbijbel geweest.

 

 

 

Vertalingen van de Bijbel

 

De Bijbel is geschreven in drie talen. Het Oude Testament is in het Hebreeuws, met enkele stukjes in het Aramees. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. De oudste bekende vertaling is die van het Oude Testament in het Grieks. Deze staat bekend als de Septuaginta (vaak afgekort als LXX). De Septuaginta is gemaakt omstreeks de 2e eeuw voor Christus. Hij is gemaakt voor de vele Joden die op dat moment niet meer in Israël woonden en het Hebreeuws niet meer machtig waren.

Waar in het Nieuwe Testament het Oude aangehaald wordt, wordt vaak geciteerd uit de Septuaginta. Dit verklaart waarom een citaat in het Nieuwe Testament uit het Oude soms net iets anders is dan op de oorspronkelijke plaats. De combinatie van een Septuaginta Oude Testament en een Nieuwe Testament, dat direct in het Grieks geschreven was, vormde de complete Bijbel van de vroege Christelijke gemeenten.

Tegen het eind van het Romeinse rijk was het Grieks niet langer de voertaal van het Romeinse rijk. Er ontstond daarom vraag naar Bijbels in het Latijn, en er zijn wat vertalingen gemaakt. De kerk was hier aanvankelijk tegen omdat zij van mening was dat men bij de oorspronkelijke taal moest blijven. Uiteindelijk werd uit de bestaande vertalingen de Vulgaat (= volksbijbel) samengesteld. Dit werd vervolgens de standaard, en uiteindelijk door Rome zelfs aangewezen als de officiële Bijbel van de kerk. Dit is (in de Rooms Katholieke kerk) tot in onze tijd zo geble-ven.

In de Middeleeuwen zijn een aantal vertalingen in het Nederlands gemaakt. De bekendste hiervan is de zgn. Vlaamse Historiebijbel. Deze vertalingen werden vanuit het Latijn gemaakt. Toen de eerste gedrukte Nederlandse Bijbel werd uitgegeven (de Delftste Bijbel, van 1477) was dat een gedeelte van de Historiebijbel (het Oude Testament zonder de Psalmen).

In de Reformatie besloot Luther om een vertaling uit te geven die rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen, He-breeuws en Grieks, was gemaakt, ca. 1520-1534. Zijn reden hiervoor was het grote aantal fouten dat in de loop der tijden in de Latijnse vertaling was ingeslopen. De Duitse ‘Luther Bijbel’ werd door Liesveldt in het Nederlands uitgegeven, waardoor er in de eerste helft van de 16e eeuw voor het eerst een complete Bijbel in het Nederlands bestond die een rechtstreekse vertaling was uit de oorspronkelijke talen. Sindsdien zijn alle protestantse vertalingen uit de oorspronkelijke talen vertaald.

Voor katholieke vertalingen is de situatie anders. Pas met de Petrus Canisius vertaling (1929) werd vertaald vanuit het Grieks en Hebreeuws. Alle eerdere vertalingen waren uit het Latijn vertaald omdat dit de officiële Bijbel van de kerk was.

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget