Tagarchief: latijn

De Bijbel; een overzicht.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Heilige Bijbel

 

 

 

 

De Heilige Bijbel is een verslag van de geschiedenis. Het boek bestaat uit 66 delen die over een periode van ongeveer 1600 jaar door  40 verschillende auteurs zijn geschreven. Het Oude Testament (Oude Verbond) bevat 39 boeken die ongeveer tussen 1500 en 400 voor Christus zijn geschreven. Het Nieuwe Testament (Nieuwe Verbond) bevat 27 boeken die ongeveer tussen 40 en 90 na Christus werden geschreven.

De Joodse Bijbel (Tenach) is hetzelfde als het Oude Testament van de Christenen, met uitzondering van de rangschikking van de boeken. Het originele Oude Testament werd voornamelijk in het Hebreeuws geschreven, met sommige delen in het Aramees, terwijl het originele Nieuwe Testament in het Grieks werd geschreven.

 

 

 

Het Oude Testament

 

De Heilige Bijbel begint met de Joodse Geschriften. Het historische verslag van de Joden werd door de eeuwen heen op leren rollen en tafelen neergeschreven. Onder de schrijvers waren koningen, schaapherders, profeten en andere door God geïnspireerde leiders. In Exodus beveelt God Mozes om de Wet in een boek  op te schrijven, de Torah. Rond 450 voor Christus werden alle Joodse geschriften verzameld en gerangschikt door raden van rabbijnen, die vervolgens de complete verzameling erkenden als de geïnspireerde en heilige autoriteit van God.

Al in 250 voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Tenach) door Joodse schriftgeleerden in Alexandrië ( Egypte ) in het Grieks vertaald. Deze vertaling kwam bekend te staan als de Septuagint, wat ’70’ betekent, refererend aan de traditie dat de vertalingsgroep  uit 70  mannen bestond. Op dit moment werden de boeken van de Hebreeuwse Bijbel naar onderwerp gerangschikt. In 90 na Christus, tijdens de Raad van Jamnia, werd door de Joodse oudsten het uiteindelijke Hebreeuwse Bijbelse canon vastgesteld.

Hoewel de Joodse geschriften handmatig werden gekopieerd, waren deze van kopie tot kopie extreem nauwkeurig. De Joden hadden een fenomenaal systeem van schrijvers, die ingewikkelde en ritualistische methoden ontwikkelden om letters, woorden en paragrafen te tellen om zo te verzekeren dat er geen kopieerfouten zouden worden gemaakt. Deze schrijverstraditie werd feitelijk tot de uitvinding van de drukpers in 1455 gehanteerd. Wat betreft de nauwkeurigheid van de manuscripten heeft de recente ontdekking van de Dode Zee Rollen de opmerkelijke betrouwbaarheid van de teksten van het Oude Testament door de jaren bevestigd.

 

 

 

.

.

Het Nieuwe Testament

 

Door zijn leerstellingen heen citeert Jezus vaak het Oude Testament, verklarend dat Hij niet was gekomen om de Joodse Geschriften te vernietigen, maar om deze te vervullen. In Lucas 24:44, verkondigt Jezus aan zijn discipelen dat “alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”

Beginnend in ongeveer 40 na Christus en tot ongeveer 90 na Christus schreven de ooggetuigen van het leven van Jezus Christus, waaronder Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Paulus, Jakobus, Petrus en Judas. Zij schreven de Evangelieboeken, de brieven en andere boeken die later het Nieuwe Testament zouden vormen. Deze auteurs citeren uit 31 boeken van het Oude Testament.

Zij verspreiden hun materiaal zo ver dat tegen 150 na Christus de vroege Christenen de verzameling geschriften het Nieuwe Verbond noemen. Gedurende de 3e eeuw na Christus worden de geschriften vertaald in het Latijn, Koptisch (Egypte) en Syriac (Syrië). Dan worden wijd verspreid.  Later, in 397 na Christus, worden de huidige 27 boeken van het Nieuwe Testament in de Synode van Carthago formeel bevestigd en gecanoniseerd.

 

 

 

 

Net als voor het Oude Testament hebben we nu significant bewijs dat het Nieuwe Testament  opmerkelijk nauwkeurig is wanneer dit wordt vergeleken met de oorspronkelijke manuscripten. Van de duizenden kopieën die vóór de uitvinding van de drukpers met de hand werden gemaakt, hebben we ongeveer 24000 manuscripten. De Bijbel is veel beter behouden dan de geaccepteerde geschriften van Homerus, Plato en Aristoteles.

Uiteraard werd de Bijbel, toen deze van land tot land werd verspreid, vertaald in talen die niet  de oorspronkelijke talen van het Grieks en Hebreeuws goed weerspiegelen. Maar naast grammaticale en culturele verschillen is Gods Woord door de jaren opmerkelijk goed behouden en vertaald. De Bijbel biedt nu inspiratie aan honderden miljoenen mensen over de hele wereld. Dat komt omdat de Bijbel daadwerkelijk het geïnspireerde Woord van God is (2 Timoteüs 3:16-17 en 2 Petrus 1:20-21).

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Hoe is de Bijbel ontstaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

In tegenstelling tot enig ander boek dat ooit is geschreven, is de Heilige Bijbel samengesteld uit afzonderlijke teksten die een periode van meer dan 1400 jaar beslaan en heeft de Bijbel zo’n 40 verschillende schrijvers. De Bijbel bestaat uit 66 boeken, maar toch wordt hij beschouwd als Het Boek, de Heilige Schrift, het Woord van God.

 

 

bijbel-mooi

 

.

De tijdspanne die in de Bijbel wordt beschreven beslaat bijna 4000 jaar uit de menselijke geschiedenis en Gods openbaring van Zichzelf aan en door de mens. De geschiedenis van de Heilige Bijbel is de geschiedenis van Gods betrokkenheid bij de mensheid. Deze periode van 1400 jaar begint met het werk van Mozes, dat bestaat uit de eerste vijf boeken van de Heilige Bijbel. Deze boeken bevatten de tijdsperiode vóór het leven van Mozes. Zij be-ginnen met de feitelijke schepping van de kosmos. We leren in deze boeken over het prille begin van de mensheid.

De laatste schrijver was waarschijnlijk Johannes, die op het eiland Patmos het boek over de Openbaring van Jezus Christus schreef. Tussen de dagen van Mozes en Johannes bevindt zich een tijdspanne van ongeveer 14 eeuwen, maar de Heilige Bijbel beschrijft meer dan 4000 jaar van de geschiedenis. De laatste schrijvers leefden bijna 2,000 jaar geleden.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

Hoe kon Mozes over zaken hebben geschreven die plaatsvonden vóór Adam? Op dezelfde manier waarop de profeten later konden schrijven over zaken die pas honderden en duizenden jaren later zouden plaatsvinden. De auteurs schreven Gods Woord, onder de leiding van de Heilige Geest. God openbaarde dingen aan hen die anders onkenbaar zouden zijn geweest.

De Heilige Bijbel is verdeeld in twee delen. Aan alles wat vóór de geboorte van Jezus Christus werd geschreven, wordt het Oude Testament genoemd. Een testament is een geschreven rapport, bewijs, getuigenis of verslag van gebeurtenissen die reeds hebben plaatsgevonden.

Het Oude Testament bevat 39 boeken (in de Protestantse Bijbel). Er zaten ongeveer vierhonderd jaar tussen het schrijven van het laatste boek van het Oude Testament en de geboorte van Christus. Deze worden ook wel de “stille jaren” genoemd; vierhonderd jaar waarin God niet via Zijn profeten sprak.

Enkele van de historische gebeurtenissen die in deze periode plaatsvonden, zijn vastgelegd in de  Apocriefen. De apocriefen vullen enkele leemten in de periode van 400 jaar tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het was de tijd van de Makkabeeën. Deze stilte werd verbroken door de plotse verschijning van een “groot hemels leger”, dat de geboorte aankondigde van de beloofde Redder.

 

 

apocriefen

apocriefen

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de komst van Christus op aarde als de voorspelde Immanuël (wat “God met ons” betekent), in de gedaante van Maria’s baby, Jezus. God had de gedaante van een menselijk lichaam aangenomen.

Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken en leidt het tijdperk van de kerk in. In de tijd van de boeken van Mozes tot de profeten en andere boeken van het Oude Testament werkte God uitsluitend via de kinderen van Israël. Vandaag worden zij het Joodse volk genoemd. Maar via de kerk is Gods genade beschikbaar voor alle mensen. Dit geldt ook voor niet-Joden. Het geldt voor mensen uit alle volken en rassen.

Het Oude Testament keek uit naar de komst van de beloofde Messias. Het Oude Testament is doorspekt met profetieën over Hem. Het tiende hoofdstuk van Hebreeën geeft een goede verklaring voor de verweving van het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Beide gaan over Christus. Het ene testament kijkt uit naar Zijn komst; het andere beschrijft Zijn komst naar deze wereld, waardoor elke profetie uit het Oude Testament over Zijn aardse bediening is vervuld.

Het Oude Testament bleef een Hebreeuws boek tot ongeveer 280-150 voor Christus. Toen werd het in Alexandrië, in Egypte, vertaald naar het Grieks. Deze vertaling staat bekend als de Septuagint. De volgende taalkundige verandering vond plaats toen Hiëronymus (ongeveer 383-405 na Christus) de Heilige Bijbel vertaalde naar het Latijns (de zogenaamde “Vulgaat”). Deze vertaling werd bijna 1000 jaar lang door de geestelijkheid gebruikt.

De Bijbel was pas in 1526 voor het eerst in het Nederlands beschikbaar. De vertaling van het Nieuwe Testament was gebaseerd op de Lutherse vertaling; het Oude Testament was gebaseerd op het Vulgaat. In 1637 werd de beroemde Statenvertaling voltooid.

God heeft de Bijbel, van het eerste boek Genesis tot het laatste boek Openbaring, voor ons behouden. Er zijn veel vertalingen, maar God heeft door de generaties heen Zijn woord trouw voor ons bewaard. Jezus maakte dit duidelijk, zoals in Matteüs 5:18 is vastgelegd:

 

“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.”.

 

Toen Hij deze woorden sprak, was het Nieuwe Testament nog niet geschreven. De enige beschikbare Bijbelteksten waren dus de boeken van het Oude Testament. Hij stelde dat nog geen pennenstreek veranderd zou worden totdat alles vervuld zou zijn. Hiermee doelde Hij op de profetieën die in het Oude Testament waren vastgelegd.

De Bijbel is het enige complete geschiedenisboek. Alle andere geschiedenisboeken beslaan slechts het verleden. Maar de Heilige Bijbel legt de hele geschiedenis van de mensheid vast, van het allereerste begin tot aan de dag waarop de aarde zal verdwijnen en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen verschijnen.

De Bijbel beslaat de geschiedenis van de mensheid van begin tot eind. Geen enkel ander geschiedenisboek heeft ooit toekomstige gebeurtenissen vastgelegd. Alleen God bezit dergelijke kennis. Hij is de Alfa en de Omega tot in de eeuwigheid. De Bijbel is “in de tijd” geschreven vanuit een eeuwig perspectief. Alleen God kan zo’n meesterwerk hebben geschapen.

 

 

 Een algemeen overzicht

 

De Bijbel is een fenomenaal verslag van de geschiedenis. De Bijbel bestaat uit 66 boeken, die over een periode van ongeveer 1500 jaar door op zijn minst 40 verschillende auteurs werden geschreven. Het Oude Testament (het Oude Verbond) bevat 39 boeken, die ongeveer tussen 1500 en 400 voor Christus werden geschreven. Het Nieuwe Testament (het Nieuwe Verbond) bevat 27 boeken, die ongeveer tussen 40 en 90 na Christus werden geschreven.

De Joodse Bijbel (de Tenach) is hetzelfde als het Oude Testament van de christenen, met uitzondering van de rangschikking van de boeken. Het oorspronkelijke Oude Testament werd voornamelijk in het Hebreeuws geschreven (sommige gedeelten in het Aramees), terwijl het oorspronkelijke Nieuwe Testament in het Grieks werd geschreven.

 

 

Het Oude Testament

 

De Heilige Bijbel begint met de Joodse schrift teksten. Het historische verslag van de Joden werd door de eeuwen heen op leren rollen en op tafelen geschreven. De schrijvers waren koningen, schaapherders, profeten en andere door God geïnspireerde leiders. In Exodus sommeert God Mozes om de Wet in een boek (de Thora) op te schrij-ven. Rond 450 voor Christus werden alle Joodse geschriften verzameld en gerangschikt door rabbijnse raden, die vervolgens de complete verzameling erkenden als het geïnspireerde en heilige gezag van God.

Al in 250 voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Tenach) door Joodse schriftgeleerden in Alexandrië (Egypte) naar het Grieks vertaald. Deze vertaling kennen we nu onder de naam Septuagint, wat “70” betekent, een verwijzing naar de 70 vertalers. De opmerkelijke betrouwbaarheid van de teksten van het Oude Testament is bevestigd door de recente ontdekking van de Dode Zee-rollen.

 

 

 

boekrol van het Oude Testament

boekrol van het Oude Testament

 

 

 

 

 Het Nieuwe Testament

 

Na een profetische stilte van ongeveer 400 jaar, kwam Jezus in ongeveer 4 voor Christus in beeld. Jezus citeert in Zijn leer vaak uit het Oude Testament, Hij verklaarde dat Hij niet was gekomen om de Joodse Schrift teksten te vernietigen, maar om ze te vervullen.

 

In Lucas 24:44 zegt Jezus tegen zijn discipelen dat “alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”

 

Van ongeveer 40 tot 90 na Christus schreven de ooggetuigen van het leven van Jezus Christus. Het waren Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Paulus, Jakobus, Petrus en Judas die de Evangeliën, de brieven en andere boeken van het Nieuwe Testament schreven. Deze schrijvers citeren uit 31 boeken van het Oude Testament. Hun materiaal verspreidde zich zo snel, dat de vroege christenen deze verzameling schriftteksten rond 150 na Christus al het Nieuwe Verbond noemden.

In de 3e eeuw na Christus werden deze teksten vertaald naar het Latijn, Koptisch (Egypte) en Syrisch en alom verspreid. Op dit moment werden ten minst 21 van deze werken gezien als door God ingegeven teksten. Later, in 397 na Christus, werden de huidige 27 boeken van het Nieuwe Testament door het Concilie van Carthago formeel bevestigd en gecanoniseerd.

Net zoals het geval is voor het Oude Testament, hebben we overtuigend bewijs dat het hedendaagse Nieuwe Testament bijzonder nauwkeurig is. Dit wordt duidelijk wanneer we het vergelijken met de oorspronkelijke manuscripten. We hebben de beschikking over ongeveer 24.000 Bijbelse manuscripten die vóór de uitvinding van de drukpers met de hand werden geschreven. Hieronder bevinden zich meer dan 5.300 Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament. De Bijbel is veel beter behouden dan de alom aanvaarde werken van Homerus, Plato en Aristoteles.

Uiteraard werd de Bijbel, toen deze van land tot land werd verspreid, vertaald naar talen die de betekenis van de oorspronkelijke talen (Grieks en Hebreeuws) niet noodzakelijkerwijs vlekkeloos weergeven. Maar naast grammaticale en culturele verschillen is Gods Woord door de eeuwen heen opmerkelijk goed vertaald en behouden. De Bijbel biedt nu inspiratie aan honderden miljoenen mensen over de hele wereld. En dat is mogelijk omdat de Bijbel daadwerkelijk het geïnspireerde Woord van God is (2 Timoteüs 3:16-17 en 2 Petrus 1:20-21).

 

 

nieuwe_testament

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

De boekdrukkunst voor de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

De komst van de boekdrukkunst

 

De uitvinding van de boekdrukkunst, halfweg de 15e eeuw, betekent een omwenteling in de kennisoverdracht. Die omwenteling raakt ook de verspreiding van de Bijbel. Toch lijkt er aanvankelijk weinig te gebeuren. Het nieu-we proces heeft als het ware een incubatietijd tot de gevolgen in de 16e eeuw in volle omvang losbarsten. De boekdrukkunst maakt een eind aan duizend jaar scheiding tussen volk en Bijbel.

.

.

 

drukpers 15 e eeuw

 

 

.

De boekdrukkunst

 

Halfweg de 15e eeuw werd een uitvinding gedaan die de wereld zou veranderen: de uitvinding van de boek-drukkunst. Op zich was het drukken al niet onbekend meer. Prenten werden in hout uitgesneden en gedrukt. Ook tekst werd wel op deze wijze vermenigvuldigd; men spreekt dan van blokdruk. Het bezwaar van blokdruk was dat de houten “moeder” snel sleet en het gedrukte beeld na een eerste serie vervaagde.

Voor prenten was dit niet zo’n bezwaar, maar tekst werd snel onleesbaar. De uitvinding hield in feite in het “zet-ten” van een tekst uit losse letters. Deze letters werden gegoten uit een metaallegering van lood en tin in daar-voor gemaakte gietmallen. Ze konden bij slijtage gemakkelijk omgesmolten worden en opnieuw gegoten. Zo ont-stond een gedrukte tekst die zich kon meten met de beste handschriften.

.

 

boekdrukkunst 15 e eeuw

 

 

 

boekdrukkunst 16 e eeuw

.

.

.

 

Gutenberg

 

De eerste van wie wij weten dat hij zo gewerkt heeft is de Duitser Johannes Gutenberg uit Mainz. In de vroege ja-ren vijftig van de 15e eeuw werkte hij aan de uitgave van een Bijbel. Deze Bijbel moest de fraaiste uitgave worden die er ooit was geweest. Maar omdat hij met zijn nieuwe procédé veel sneller kon werken dan de monniken in de kloosters, die de Schrift geheel met de hand moesten schrijven, kon hij toch relatief goedkoop leveren. Vijftig gul-den (ongeveer twintig euro) vroeg hij voor een editie op perkament. Dat was tweemaal het jaarloon van een ge-schoold ambachtsman, maar veel goedkoper dan een handschrift dat, afhankelijk van de uitvoering, des-tijds rond de 100 euro moest kosten. Drie jaar was Gutenberg bezig, van 1450 tot 1453. Om het werk gaande te hou-den moest hij telkens geld lenen.

Daar zijn later processen over gevoerd want toen de geldschieters doorkregen waar Gutenberg mee bezig was claimden zij de eigendomsrechten op de nieuwe vinding. Het is door deze processen en uit de processtukken dat wij nu zo precies weten wat Gutenberg deed. Om intussen brood op de plank te krijgen drukte Gutenberg ook een editie op papier. Die kostte destijds slechts 35 gulden. De oplage bedroeg enige tientallen exemplaren, zowel van de perkamentuitgave als van de papieruitgave. Deze zogenaamde 42-regelige Gutenbergbijbel is het oudste gedrukte boek dat wij kennen. En hoe zit dat dan met Laurens Jansz. Koster? Het is jammer, maar van hem bezit-ten wij geen enkel gedrukt boek. Volgens deskundigen is het zelfs niet zeker of hij heeft bestaan. Het oudste vol-gens de nieuwe techniek gedrukte boek dat wij in ons land kennen, is de Delftse Bijbel van 1477 (dat is 25 jaar na de Gutenbergbijbel) en die is niet van Koster.

De 42-regelige Gutenbergbijbel wordt beschouwd als een hoogtepunt van de boekproductie. Hoewel de tekst zelf is gedrukt, is er nog erg veel handwerk aan verricht. Hoofdstuktitels, ondergeschikte hoofdletters en paginakoppen zijn met de hand in rode inkt toegevoegd. Beginhoofdletters zijn uitgevoerd in de fraaiste miniatuurtechnieken en vele bladzijden zijn voorzien van kostbare randversieringen. Gutenberg mikte op de rijke burgerij, de welgestelde kooplui, die zijn boek konden betalen. Massaproductie was niet zijn doel. En het besef dat je met de nieuwe techniek een eigen weg kunt gaan, moest nog doorbreken. Zijn Bijbel was ook een Bijbel in het Latijn. Dat was immers de officiële versie en zijn clientèle kende best Latijn.

Het werd al even aangeduid: Gutenberg drukte niet alleen op perkament, maar ook op papier. Papier was een be-trekkelijk nieuwe uitvinding, van Arabische oorsprong. Juist rond deze tijd begonnen hier en daar in Europa aar-zelend de eerste papiermolens te verschijnen. Een schijnbaar ondergeschikte ontwikkeling, maar wel een die be-palend was voor de ontwikkeling van de boekdrukkunst. Gutenberg had voor het drukken van één perkament-Bijbel 340 vellen perkament nodig. Eén kalfshuid leverde twee vellen; dat was dus 170 kalfshuiden per Bijbel. Voor zijn oplage van slechts 50 exemplaren waren duizenden kalfshuiden nodig. Het vraagt weinig fantasie om te zien dat het met die hele boekdrukkunst nooit iets was geworden als de nieuwe papiermolens niet in het benodigde papier hadden kunnen voorzien.

 

 

Gutenberg

 

 

 

Gutenbergbijbel

 

 

.

 

De Delftse Bijbel

 

In 1477 verschijnt in ons land het eerste boek (voor zover wij weten) dat volgens het nieuwe procédé is gedrukt. Ook dit is een Bijbel; maar anders dan de Bijbel van Gutenberg is dit er één in de landstaal. Naar de plaats van drukken staat hij bekend als de “Delftse Bijbel”. In 1977 is er in Delft een grote tentoonstelling aan gewijd ge-weest: 500 jaar Delftse Bijbel (en dus waarschijnlijk ook: 500 jaar boekdrukkunst in Nederland). De verschillen met de Bijbel van Gutenberg zijn opvallend. En dat geldt niet alleen voor de taal. De uitvoering is sterk vereenvoudigd: geen illustraties, geen rijk versierde hoofdletters. Het handwerk is sterk teruggebracht. De beide drukker /uitge-vers mikken kennelijk op een veel groter publiek. Om de kosten nog verder te drukken geven zij niet eens een complete Bijbel uit. Ze beperken zich tot het Oude Testament, en dan nog zonder de psalmen.

Dit weerspiegelt nog de middeleeuwse houding: een stukje Bijbel is al heel wat, want wie kan zich een complete Bijbel veroorloven. Bovendien bestonden de evangeliën al in enige omvang in handschrift en ook losse psalteria waren bekend. De beide Delftenaren dachten kennelijk dat er wel markt zou zijn voor de rest. Door dit alles kwam de prijs omlaag tot circa 12½ gulden (ongeveer 5 euro), destijds een half jaarsalaris. Toch is de uitgave kennelijk geen groot commercieel succes geweest, want hij is niet herhaald. De vertaling van de Delftse Bijbel was overi-gens een oude bekende. Het was die van de Vlaamse Historiebijbel van 1360; een vertaling die redelijk populair was in de Nederlanden.

 

.

Delftse Bijbel

 

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

.

De Keulse Bijbel

 

Korte tijd na de Delftse Bijbel is in het oosten van ons land de zogenaamde Keulse Bijbel verschenen. Anders dan de Delftse Bijbel was dit een complete Bijbel. Hij werd gedrukt in Keulen in twee versies: een Hoogduitse en een West-Nederduitse. Die laatste taal werd in het oosten van ons land gesproken, maar sprak de burger elders in de Nederlanden minder aan, wat een grote verspreiding in de weg heeft gestaan. Ook nu nog merken wij dat de Delftse Bijbel gemakkelijker te lezen is dan de Keulse Bijbel. De vertaling voor de Keulse Bijbel werd speciaal voor dat doel gemaakt. Maar het boek Hooglied werd onvertaald gelaten en bleef in het Latijn afgedrukt. Een inleiding vertelt ons dat de inhoud van Hooglied minder geschikt werd geacht voor al te jeugdige personen. De veronder-stelling was kennelijk dat wie Latijn heeft geleerd intussen de jaren des onderscheids heeft bereikt.

De Keulse Bijbel oogt aantrekkelijker dan de Delftse Bijbel omdat hij op diverse plaatsen geïllustreerd is. Wie hem doorbladert, merkt ook op dat de uitgever er bij de toenmalige oplagen niet tegenop zag zetfouten in de hele op-lage met de hand in rode inkt te laten verbeteren. Al deze Bijbels waren vertalingen van de Vulgaat, de offi-ciële Latijnse kerkbijbel. Aan de eventuele juistheid van de Vulgaat werd toen nog door niemand getwijfeld. Dat kwam pas later, in de 16e eeuw, ten tijde van de reformatie. Ook ontbrak in deze Bijbels nog de indeling van de hoofdstukken in verzen wat pas ontstond rond 1560. Wel waren de hoofdstukken in grotere delen ingedeeld die werden aangegeven met hoofdletters in de kantlijn: A, B, C enz.

 

 

Keulse Bijbel

 

 

.

 

De betekenis van de boekdrukkunst

 

De invloed van de uitvinding van de boekdrukkunst lijkt aanvankelijk niet zeer groot te zijn. Gedurende de tweede helft van de 15e eeuw is er nog geen sprake van een massale verspreiding van Bijbels. Er waren slechts enkele uit-gaven en de oplagen waren klein. Toch is de uitvinding van immense betekenis geweest, al zou deze zich pas in de volgende eeuw openbaren. Als in de 16e eeuw het volk in opstand komt tegen de gevestigde orde, is het de drukpers die het proces ondersteunt. Ideeën hoeven niet langer van mond tot mond te worden doorgegeven. Hun verspreiding is niet langer uitsluitend afhankelijk van de reissnelheid van hun predikers, die de boodschap persoonlijk moeten komen verkondigen.

Ook wordt het volk onafhankelijk van de kerkelijke en wereldse overheid. Het kan nu langs andere wegen kennis nemen van ideeën. In de vroege 16e eeuw zal dit leiden tot de reformatie, en tot tal van andere omwentelingen. Sommige overheden zagen dit reeds vroeg en trachtten het drukkersambt te binden aan een vergunningsysteem. Maar dat is nooit gelukt. En tot in onze dagen begint elke revolutionaire beweging zijn activiteiten met de verwer-ving van een kopieermachine of een drukpers. Het is door de drukpers dat in de 16e eeuw het contact tussen volk en Bijbel na duizend jaar weer hersteld wordt.

 

 

 

drukpers 16e eeuw

 

 

 

.

 

 

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Bijbel en de eerste vertalingen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : religie

 

 

In de middeleeuwen is het contact tussen het volk en de, inmiddels Latijnse, Bijbel geheel verloren gegaan. De middeleeuwse mens moest het geheel hebben van mondelinge overlevering. Daarbij werden Bijbelse en niet-Bijbelse bronnen tot een onontwarbaar geheel gemengd. Wonderverhalen, van Bijbelse figuren zowel als van heiligen, stonden hoog genoteerd. Het bezit van een eigen Bijbel was voorbehouden aan dissidente groepen, die zich van de officiële kerk hadden afgescheiden en die daarvoor regelmatig fel werden vervolgd.

 

.

 

.

 

 

 

De Bijbel in het Grieks

 

De Bijbel van de oudste christelijke kerk was een Bijbel in het Grieks. Voor het Oude Testament gebruikte men de door de Joden vervaardigde Griekse vertaling daarvan, de zogenaamde Septuaginta. Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Naar de vorm was het nog geen boek; hij bestond uit een serie boekro-llen. Maar in de tweede eeuw na Christus komen mensen op het idee de vellen perkament niet tot een lange strook achter elkaar te naaien (die dan, opgerold, een boekrol vormt) maar ze op elkaar te leggen, dubbel te vou-wen en door de vouw heen aan elkaar vast te naaien. Zo ontstaat een katern; het blijkt dan mogelijk om meerdere katernen te koppelen tot een boek met bladzijden, zoals wij dat kennen.

Zo’n boek heet een “codex”. Men zegt wel dat de christenen de eersten waren die zulke codices vervaardigden en het is gemakkelijk in te zien waarom dat zo zou kunnen zijn. Op deze manier kan men de gehele Bijbeltekst in één of twee banden verzamelen: in feite ontstaat dan pas voor het eerst een echte Bijbel. We bezitten nog enkele co-dices uit de vierde eeuw, zoals de Codex Sinaïticus (gevonden in het Catharinaklooster aan de voet van de Sinaï) en de Codex Alexandrinus, beide vermoedelijk afkomstig uit de beroemde bibliotheek in Alexandrië, alsmede de Codex Vaticanus in de bibliotheek van het Vaticaan te Rome.

Opvallend is dat omstreeks diezelfde tijd de strijd oplaait over welke Bijbelboeken nu wel en welke niet “canoniek” zijn, dat wil zeggen als geïnspireerde Schrift moeten worden beschouwd. Zolang de Bijbel uit een verzameling rollen bestaat kan men zich veroorloven andere heilige geschriften in dezelfde verzameling te bewaren. Maar als alles in één band verenigd wordt, moet het niet strikt Bijbelse daaruit gelaten worden.

 

 

codex Sinaticus

 

 

 

codex Alexandrinus

.

 

 

codex Vaticanus

 

 

 

De Vulgaat

 

Aanvankelijk was de Griekse Bijbel voor een ieder in het uitgestrekte Romeinse rijk leesbaar; Grieks was de uni-versele taal van het rijk. Maar als er in de nadagen van het rijk allerlei Germaanse volken deel van uit gaan maken verandert deze situatie. De nieuwkomers spreken geen Grieks, maar wel Latijn, wat de eigenlijke taal van de Ro-meinen is. Er ontstaan dan links en rechts Latijnse vertalingen van Bijbel gedeelten. Aanvankelijk probeert de kerk dit tegen te houden; alleen de originele Griekse Bijbel is toegelaten. Maar later gaat zij overstag. Aan het eind van de vierde eeuw krijgt de kerkvader Hiëronymus opdracht een officiële Latijnse kerkversie van de Bijbel samen te stellen. Deze wordt de Vulgata (volksbijbel) genoemd.

De bedoeling is om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin het gewone volk geen toegang meer heeft tot de Bijbeltekst, omdat deze in een ontoegankelijke taal is geschreven. De Vulgaat wordt de standaard kerkbij-bel. Maar als het Romeinse rijk inmiddels tot de historie behoort en we in de middeleeuwen zijn aangeland, spreekt elk volk zijn eigen nationale taal. Het Latijn is alleen bekend bij de kerkdienaars en de intellectuele boven-laag van het volk. De gewone man spreekt geen Latijn. Bovendien kan hij vaak niet eens lezen. Maar dat laatste maakt ook niet zoveel uit; de Bijbel bevindt zich in hoofdzaak achter kloostermuren, waar de gewone man geen toegang heeft.

Doch ook wanneer de Schrift wordt voorgelezen in de dienst, betekenen de woorden niets voor hem. De ironie wil dat de versie die een “volksbijbel” had moeten zijn, er de oorzaak van is dat “het volk” het contact met de Schrift volledig kwijtraakt. En juist in die situatie houdt de kerk uit alle macht vast aan het Latijn, dat zij eerst had willen tegenhouden. Van vertalingen in de volkstaal wil zij wederom niet weten. Er ontstaat een merkwaardige si-tuatie. De middeleeuwse mens is een buitengewoon vroom mens. Hij kent talloze Bijbelse verhalen. Maar toch heeft hij geen direct contact met de bron van zijn geloof. Hij raakt gefascineerd door allerlei wonderverhalen. Bij-belse- en on-Bijbelse bronnen worden onbekommerd gemengd, omdat hij het onderscheid niet meer kan maken. Naast een diep geloof bloeit een ongekend bijgeloof, en hun wortels zijn onontwarbaar verstrengeld. In plaats van een Bijbel koestert de meer welgestelde zijn gebeden- en getijdenboeken. En bij dat alles is het besef dat hij iets mist volledig verloren gegaan.

 

 

Vulgaat

 

 

 

De Historiebijbel

 

Omdat de middeleeuwse mens zo geobsedeerd is door verhalen, ontstaan in deze tijd twee bijzondere “Bijbel-versies”. In de eerste plaats de evangeliënharmonisatie. De vier evangeliën worden hierin gecombineerd tot één doorlopend verhaal, waarin de kenmerkende invalshoek van de evangelist wordt opgeofferd aan “het verhaal”. Men noemt zo’n harmonisatie een “leven van Jezus”. Een stap verder gaat de historiebijbel, die een combinatie is van de historische gedeelten van het Oude Testament met materiaal uit andere historische bronnen, zoals de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. De stamvader van deze historiebijbels is de zogenaamde Historia Scolastica van Petrus Comestor uit de twaalfde eeuw.

Het is geen Bijbel in onze zin van het woord maar een verzameling Bijbelse verhalen en verhalen uit Bijbelse tijden, aangevuld met commentaren van kerkvaders. Het bevredigt een behoefte aan kennis, aan weten, zonder de lezer werkelijk in contact te brengen met Gods Woord. Een vervolg op deze ontwikkeling is die van de rijmbij-bels geweest, gewoonlijk historiebijbels in berijmde vorm, zodat men de inhoud gemakkelijk uit het hoofd kon leren en onthouden. In onze streken is de dichter Jacob van Maerlant met zo’n rijmbijbel gekomen. Deze was wel gesteld in de landstaal Middelnederlands.

 

 

Historiebijbel

 

 

 

Petrus Comestor

 

 

 

Jacob Van Maerlant

.

 

 

 

De Armenbijbel

 

Een andere “Bijbel”, die dat in onze ogen nauwelijks is, was de prentbijbel. Een van de meest bekende hiervan was de zogenaamde “Biblia Pauperum” (Armenbijbel). Hoe hij aan deze naam is gekomen weet niemand meer. Armen konden zich zo’n Bijbel zeker niet veroorloven. Men neemt aan dat hij werd gebruikt voor onderwijs aan het ge-wone volk. Het is geen stripverhaal, maar iedere bladzijde bevat een scène uit het Nieuwe Testament en daar om-heen een tweetal gebeurtenissen uit het Oude Testament, die daar een symbolisch verband mee hebben, plus een viertal profeten uit het Oude Testament, met uitspraken die het centrale onderwerp betreffen. De Biblia Pauperum stamt uit de late middeleeuwen, uit een tijd toen boeken algemener begonnen te worden. Hij is gedrukt in blok-druk, dat wil zeggen dat iedere pagina in zijn geheel in hout is uitgesneden, en met behulp van deze houtsnede werd een primitieve drukkunst beoefend.

 

 

Armenbijbel

 

 

 

 

Vroege vertalingen

 

Hoewel gedurende de middeleeuwen vertalingen van de Bijbel in de landstaal in de officiële kerk bijna niet voor-kwamen, zijn er los van de kerk altijd bepaalde dissidente groepen geweest die een afwijkend geloof beleden, en dit fundeerden op eigen vertalingen van de Schrift. Zulke vertalingen werden gekoesterd als een kostbaar bezit. Pas tegen het eind van de middeleeuwen beginnen ook binnen de officiële kerk vertalingen in de landstaal te ontstaan. Een beweging als de Moderne Devotie (Geert Groote, 14e eeuw) stelde zich ten doel de Bijbel opnieuw tot het volk te brengen. Daartoe werden Bijbel gedeelten vertaald en in bijeenkomsten overal in het land voorge-lezen. De kerk heeft deze activiteiten echter steeds trachten te ontmoedigen. Een van de eerste volledige Bijbel-vertalingen in ons land is de zogenaamde Vlaamse Historiebijbel, die in 1360 voor het eerst in de zuidelijke Nederlanden verscheen.

Zoals de naam al aangeeft, was hij afgeleid van de Historia Scolastica van Petrus Comestor. Maar hij onderscheidt zich van de andere historiebijbels doordat hij duidelijk on-derscheid maakt tussen het Bijbelse en het niet-Bijbelse materiaal. Deze Bijbel heeft in de volgende eeuwen een zekere populariteit bezeten in de Nederlanden. Toch is het geen volksbijbel geworden. Men schat de prijs van een afschrift (nog steeds met de hand geschreven!) op cir-ca acht tot tienmaal het jaarloon van een geschoold am-bachtsman; alleen de heel rijken, (dat wil zeggen de adel) konden zich een eigen afschrift veroorloven. Minder rijken namen genoegen met één of enkele Bijbelboeken, vaak de psalmen. Dat was op zichzelf reeds een kostbaar bezit. De Vlaamse Historiebijbel heeft echter nog een extra betekenis gekregen omdat hij ruim een eeuw later tot de eerste gedrukte Bijbel in de Nederlanden is ge-worden.

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De gebedstijden

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

Het Getijdenboek

Het Getijdenboek

 

.

  • Het getijdengebed stamt uit de tempel- en synagoge-dienst en was ook een praktijk die men thuis onderhield.
  • In het Oude Testament vindt men allerlei voorbeelden van het avond en morgengebed (Numeri 28, Psalm 55: 18).
  • .

Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.

Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.

 

.

  • De eerste christenen nemen dit gebruik over en komen in de tempel bijeen op geregelde gebedstijden. Volgens geschriften uit de eerste eeuwen werd er in groepen drie keer per dag gebeden in het huis van de gemeente. Wat gebeden werd is minder duidelijk, het Onze Vader wordt genoemd, maar gebeden uit de Joodse gebedstraditie zullen daar ook een plaats hebben gehad.
  • De drie dagelijkse momenten van gebed werden uitgebreid tot zeven of acht (1 Tessalonicenzen 5:17 bid onophoudelijk). Het is vooral Benedictus van Nursia die dit gebed een vaste vorm geeft in het klooster. In veel kloosters is tegenwoordig het aantal getijden beperkt tot vijf of  minder.

 

.

1 Tessalonicenzen 5:17-20 Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u. Blust den Geest niet uit. Veracht de profetieën niet.
.
.
.
De mens in geloof

De mens in geloof

pasteltekening van John Astria

.

.

.

De acht getijden ( ook wel officie genoemd) zijn:

 

.

De Metten (ook wel Vigilie genoemd) rond 5 uur

 

De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse  woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men  tegenwoordig de term vigilie (“wake”).

 

 

De Lauden rond 6 uur

 

De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie  of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse  laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.

 

 

 

De Priem rond 7 uur (tegenwoordig voor de priesters en ook in de meeste kloosters afgeschaft)

 

De priem  is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.

 

 

De Terts rond 9 uur

 

De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.

 

 

De Sext rond 12 uur

 

De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.

 

 

De Noon rond 14 uur

 

De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.

Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:

God, kom mij te hulp, Heer, haast U mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen, Alleluja!
.

 

De Vespers rond 17 uur

 

De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse  kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.

 

 

 

De Completen rond 20 uur

 

De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse  completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.

 

  • In het kloosterlijk officie worden de honderdvijftig psalmen uit de Bijbel gebeden, verspreid over de week. Dit gebeurt niet in berijmde vorm, zoals bij de protestanten. In sommige kloosters worden elke week alle 150 psalmen gebeden, in andere verspreid over twee weken. In de Anglicaanse kerk worden ze sinds het Book of Common Prayer verspreid gebeden over een maand.
  • Alle getijden hebben een lezing uit de Bijbel en smeekgebeden.
  • De getijden worden ingedeeld in grote en kleine getijden. De Metten, Lauden en Vespers zijn grote getijden, de Priem, de Terts, de Sext en de Noon zijn kleine getijden. Ook Completen horen bij de kleine getijden.
  • De taal van de getijden was in de westerse traditie het Latijn, maar tegenwoordig wordt ook de volkstaal gebruikt.
  • De muziek van de kloosterlijke getijden is traditioneel het Gregoriaans. Waar Nederlands wordt gezongen is nieuwe muziek gecomponeerd die vaak sterk aan het Gregoriaans doet denken. In Nederland wordt de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde in de kloosters het meest gebruikt. Hiervoor zijn in het Abdijboek bijbehorende melodieën geschreven door verschillende monniken en zusters.

Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.

 

 

 

Het brevier

Het brevier

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Vertalingen van de Bijbel in het Nederlands

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vertalingen verschillen van elkaar omdat ze in verschillende tijden zijn gemaakt, omdat de vertalers soms zijn uitgegaan van verschillende versies van de grondtekst (soms zelfs in verschillende talen) en omdat vertalers hun eigen vertaalopvattingen hebben. 

 

 

 

De bekendste Nederlandse vertalingen zijn de volgende.

 

 

Delftse Bijbel

 

Dit is de eerste gedrukte Bijbel van ons land. Het is de gedrukte versie van een middeleeuwse vertaling, die dus is gemaakt vanuit het Latijn. Deze vertaling is ontstaan in de omgeving van Brussel, en de taal is daarom Zuid-Nederlands. Hij bevat alleen het OT zonder de Psalmen. De vertaling dateert van ca. 1360 en de druk van 1477.

 

 

.

 

 

.

Keulse Bijbel

 

Dit is de eerste complete Bijbel die in ons land verscheen. Hij dateert van kort na de Delftse Bijbel (ca. 1480), maar er is een nieuwe vertaling voor gemaakt die dus ruim 100 jaar jonger is dan die van de Delftse Bijbel. De uitgang-staal was ook nu Latijn. Deze Bijbel werd gedrukt te Keulen in het Hoogduits en het Westnederduits. Dat laatste werd gesproken in het oosten van ons land.

 

.

.

.

.

.

Liesveldtbijbel

 

Luther was de eerste die de Bijbel begon te vertalen uit het Grieks en het Hebreeuws. De Liesveldtbijbel is een vernederlandsing van de Lutherbijbel. Het is daarmee de eerste Nederlandse Bijbel die niet teruggaat op de La-tijnse tekst. Van Liesveldt werkte in Antwerpen; de taal van de vertaling is Brabants. Luther vertaalde nogal vrij, en dit kenmerkt dus ook de Liesveldtbijbel. Deze Bijbel is lange tijd zeer populair geweest in ons land; het was de voornaamste Bijbel van de reformatie.

 

 

.

 

.

 

Deux Aes Bijbel

 

De Deux Aes Bijbel is ontstaan in de tweede helft van de zestiende eeuw (eerste druk 1561-62). De vertaling, een bewerking van de Liesveldtbijbel, is een reactie op die volgens Luther die men toch te vrij was gaan vinden. Dit is de voornaamste Nederlandse Bijbel geweest tijdens de tachtigjarige oorlog.

 

.

 

.

 

Biestkensbijbel

 

De Biestkensbijbel is een vertegenwoordiger van de Bijbelvertalingen in gebruik bij religieuze minderheden, in dit geval de doopsgezinden (en lange tijd ook de Luthersen). De eerste druk van ca. 1560 was de eerste Bijbel in ons land waarin de hoofdstukken in verzen waren ingedeeld.

 

 

.

 

 

 

Statenvertaling (oorspronkelijk)

 

De Statenvertaling was een bewuste poging om te komen tot een (reformatorische) standaardbijbel. Bij de verta-ling werd niet uitgegaan van één min of meer toevallig handschrift met de oorspronkelijke tekst, maar van een zo goed mogelijk gereconstrueerde grondtekst (Textus Receptus). Ook werd niet vertaald door één man maar door een groep predikanten. Omdat deze uit het hele land bijeengeroepen werden was de taal van deze vertaling voor het hele land aanvaardbaar. Men heeft zelfs wel gezegd dat de gemeenschappelijke taal er juist door de Staten-vertaling is gekomen. Het vertalen duurde van 1626 tot 1636; de eerste druk dateert van 1637.

 

.

.

 

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

Sinds de negentiende eeuw is de Statenvertaling aanmerkelijk herzien. Spelling en taal werden aanzienlijk gemo-derniseerd, zonder evenwel het wezen van de vertaling zelf aan te tasten.

 

 

.

 

 

 

Moerentorfbijbel

 

De Leuvense Bijbel was het katholieke antwoord op de steeds grotere verspreiding van protestantse Bijbels. De Moerentorf-versie stamt van 1599 en is dus ouder dan de Statenvertaling. Het was, getrouw aan het standpunt van de kerk, een vertaling uit het Latijn. Moerentorf was geheel alleen verantwoordelijk voor de vertaling. Het was uiteraard een Zuid-Nederlandse vertaling.

 

 

.

 

.

 

Petrus Canisius Vertaling

 

De vertaling door de vereniging Petrus Canisius is de eerste Nederlandse katholieke vertaling die niet meer is uitgegaan van het Latijn, maar van de oorspronkelijke talen. Het Nieuwe Testament werd uitgebracht in 1929 en het Oude in 1937. De complete Bijbel kwam na de oorlog in 1948 beschikbaar.

 

 

.

 

 

 

Willibrord Vertaling

 

De Willibrord Vertaling is de thans gangbare katholieke vertaling. Hij wordt gekenmerkt door een moderner taal-gebruik, dat echter gepaard gaat met een vrijere opvatting van vertalen (dynamisch-equivalent methode).

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Vertaling van het NBG (NBG 1951)

 

De Nieuwe Vertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap is kort na de oorlog uitgebracht als een opvolger van de Statenvertaling. Er is aan gewerkt door theologen van verschillende richtingen, om hem acceptabel te ma-ken voor mensen met uiteenlopende kerkelijke achtergrond. Om vooral het conservatieve deel van het publiek niet af te schrikken is het taalgebruik nadrukkelijk conservatief gehouden, zodat het verschil met de oude Staten-vertaling niet te groot zou worden.

 

 

 

.

 

.

 

Groot Nieuws Bijbel

 

De Groot Nieuws Bijbel is een moderne vertaling in de “omgangstaal”, die door het NBG en de KBS (katholieke Bijbelstichting) gemeenschappelijk is gemaakt en uitgebracht. Het taalgebruik is zeer hedendaags, maar de verta-ling is daardoor wel veel vrijer geworden. In 1996 is er een herziene versie uitgebracht die meer een parafrase is.

 

 

.

 

 

 

Het Boek

 

‘Het Boek’ is een voorbeeld van een zogenaamde parafrase waarbij het verhaal meer naverteld dan vertaald wordt.

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

De Nieuwe Bijbel Vertaling is een tiental jaar geleden verschenen (oktober 2004). Deze wordt beschreven als een interconfessionele vertaling. Aan deze vertaling hebben naast protestantse en katholieke kerken ook de joodse gemeenschap meegewerkt (het Oude Testament). De bedoeling was om in modern Nederlands (doeltaalgericht) zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Ook wordt meer aandacht geschonken aan de taalstijl van het origi-neel. Er is momenteel nog enige discussie over deze vertaling.

 

 

.

 

 

 

Herziene Staten Vertaling (HSV)

 

De Herziene Staten Vertaling is een poging om het oude woordgebruik van de Statenvertaling te moderniseren zonder de vertaalprincipes van de Statenvertaling los te laten. De HSV is dan ook wel geschikt als studiebijbel. Wel is het jammer dat voor het Nieuwe Testament de eis vanuit conservatieve kring is ingewilligd om uitsluitend ge-bruik te maken van de Textus Receptus, en dus geen gebruik te maken van alle andere handschriften die sinds-dien ontdekt zijn en de veel betere kennis die er tegenwoordig is. Het Oude Testament is vrij van deze tradities omdat daarvoor een dergelijke standaardtekst niet bestaat.

.

 

 

 

 

 

 

Bijbel in gewone taal (BGT)

 

Het doel van de de NBG met de Bijbel in Gewone Taal is een volledig doeltaal gerichte vertaling te zijn. Het leest daardoor wel gemakkelijk. Daarmee lijkt het enigszins op een parafrase. Het is daardoor niet geschikt als studie-bijbel, maar voor dat doel zal het ook niet aangeschaft worden. De vertalers zijn zich sterk bewust dat hun eigen visie op de betekenis van de tekst meer zichtbaar is dan bij andere vertalingen. Hun opvattingen over de beteke-nis worden dus leidend voor de vertaling. Dat heeft er, bijna vanzelfsprekend, wel toe geleid dat bepaalde kerkelijk dogma’s veel beter worden ondersteund dan in een wat meer brontaal gerichte vertaling.

Normaal zou je zeggen, als iemand onbekend is met de Bijbel: lees eerst iets eenvoudigs, en ga daarna met een studiebijbel verder. Het probleem met deze Bijbel is echter dan wel dat je blik al gekleurd is hoe je een tekst op moet vatten. En dan is het de vraag of de schrijver inderdaad bedoelde wat de vertalers er van gemaakt hebben. In sommige gevallen zal dat zeker wel zo zijn, in andere gevallen is dat veel minder waarschijnlijk. Zeker is dat je met deze vertaling minder naar weerklanken kunt luisteren.

 

 

 

.

.

 

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

Oorspronkelijke taal en vertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

 

Oorspronkelijke taal van de Bijbel

 

Het Oude Testament is vrijwel geheel bekend in het Hebreeuws. Een groot deel van het boek Daniël is ons alleen bekend in het Aramees; naar men aanneemt is dat een vertaling van het Hebreeuwse origineel. Ook enkele delen van Ezra/Nehemia zijn Aramees, voornamelijk daar waar wordt geciteerd uit officiële stukken van de Perzen. Ook komen er hier en daar nog wat Arameese namen en uitdrukkingen voor. Het gaat om de volgende passages:

 

.

Waar Hoe herkenbaar (in de NBG ’51)
begin aangegeven, einde niet
 begin aangegeven, einde niet
 staat tussen gedachtestreepjes

 

 

In de 3e en 2e eeuw v. Chr. is van het hele Oude Testament een Griekse vertaling ontstaan, de zgn. Septuaginta. De naam is afgeleid van zeventig, volgens de legende het aantal mensen die het vertaalden. Daarom wordt deze vertaling soms ook aangeduid met het Romeinse getal voor zeventig: LXX. Deze vertaling vormde de Schrift van de eerste eeuwse kerk, later aangevuld met het Griekse Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament is ons volledig overgeleverd in het Grieks, al vinden we enkele Aramese uitdrukkingen (drie uitspraken van Jezus, twee van Paulus en een van Lucas). Er zijn mensen die willen aantonen dat de evan-geliën, zoals wij die bezitten, vertalingen zijn van Hebreeuwse originelen, maar hun argumenten zijn niet erg overtuigend. Tussen 382 en 405 is de totale Griekse Bijbel overgezet in het Latijn. Men noemt dat de Vulgaat. Dit is tot aan de Reformatie de officiële kerkbijbel geweest.

 

 

 

Vertalingen van de Bijbel

 

De Bijbel is geschreven in drie talen. Het Oude Testament is in het Hebreeuws, met enkele stukjes in het Aramees. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. De oudste bekende vertaling is die van het Oude Testament in het Grieks. Deze staat bekend als de Septuaginta (vaak afgekort als LXX). De Septuaginta is gemaakt omstreeks de 2e eeuw voor Christus. Hij is gemaakt voor de vele Joden die op dat moment niet meer in Israël woonden en het Hebreeuws niet meer machtig waren.

Waar in het Nieuwe Testament het Oude aangehaald wordt, wordt vaak geciteerd uit de Septuaginta. Dit verklaart waarom een citaat in het Nieuwe Testament uit het Oude soms net iets anders is dan op de oorspronkelijke plaats. De combinatie van een Septuaginta Oude Testament en een Nieuwe Testament, dat direct in het Grieks geschreven was, vormde de complete Bijbel van de vroege Christelijke gemeenten.

Tegen het eind van het Romeinse rijk was het Grieks niet langer de voertaal van het Romeinse rijk. Er ontstond daarom vraag naar Bijbels in het Latijn, en er zijn wat vertalingen gemaakt. De kerk was hier aanvankelijk tegen omdat zij van mening was dat men bij de oorspronkelijke taal moest blijven. Uiteindelijk werd uit de bestaande vertalingen de Vulgaat (= volksbijbel) samengesteld. Dit werd vervolgens de standaard, en uiteindelijk door Rome zelfs aangewezen als de officiële Bijbel van de kerk. Dit is (in de Rooms Katholieke kerk) tot in onze tijd zo geble-ven.

In de Middeleeuwen zijn een aantal vertalingen in het Nederlands gemaakt. De bekendste hiervan is de zgn. Vlaamse Historiebijbel. Deze vertalingen werden vanuit het Latijn gemaakt. Toen de eerste gedrukte Nederlandse Bijbel werd uitgegeven (de Delftste Bijbel, van 1477) was dat een gedeelte van de Historiebijbel (het Oude Testament zonder de Psalmen).

In de Reformatie besloot Luther om een vertaling uit te geven die rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen, He-breeuws en Grieks, was gemaakt, ca. 1520-1534. Zijn reden hiervoor was het grote aantal fouten dat in de loop der tijden in de Latijnse vertaling was ingeslopen. De Duitse ‘Luther Bijbel’ werd door Liesveldt in het Nederlands uitgegeven, waardoor er in de eerste helft van de 16e eeuw voor het eerst een complete Bijbel in het Nederlands bestond die een rechtstreekse vertaling was uit de oorspronkelijke talen. Sindsdien zijn alle protestantse vertalingen uit de oorspronkelijke talen vertaald.

Voor katholieke vertalingen is de situatie anders. Pas met de Petrus Canisius vertaling (1929) werd vertaald vanuit het Grieks en Hebreeuws. Alle eerdere vertalingen waren uit het Latijn vertaald omdat dit de officiële Bijbel van de kerk was.

 

.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Wat betekent ”amen ”?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Amen is een Hebreeuwse uitdrukking die aan het eind van een gebed betekent ‘ja, zo is het …’ of ‘moge het zo zijn’. Oorspronkelijk is amen een Hebreeuws bijvoeglijk naamwoord dat letterlijk “vast, zeker, getrouw” betekent. Het duidt op wat vaststaand, zeker, waar is. Vandaar dat het in gebruik kwam om iets te bevestigen.

.

 

amen-300x249

.

 

Het woord is ontleend aan het Hebreeuwse woord Amam, dat ‘geloven’ betekent. In de Bijbel betekent “amen”: “het zij zo” of “voorwaar”. De Heer Jezus is ‘de Amen’ (Opb. 3:14). In verzwakte zin is het woord ‘amen’, buiten het Bijbelse woordgebruik, ook “einde van deze woorden” of “mee eens” gaan betekenen. ‘Amen’ is in vele talen overgenomen.

 

 

 

“Voorwaar”

.

Aan het begin van een verklaring stond het woord “Amen” om die met nadruk te doen uitkomen. In dit geval wordt “Amen” door “Voorwaar” vertaald. Dit kom in het Evangelie van Johannes herhaalde malen voor. Amen kan dan betekenen “voorwaar”, “waarlijk”, “zeker”, “stellig”. In deze betekenis wordt het gebezigd als een inleidend woord door de Heer Jezus die zijn toehoorders verzekert dat Zijn woord zeker zal uitkomen.

Mt 5:18 Want voorwaar, Ik zeg u: totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal niet een jota of een tittel van de wet voorbijgaan totdat alles is gebeurd.

In het evangelie van Johannes, dat de Heer Jezus als de Zoon van God wordt voorgesteld, spreekt Hij dikwijls een dubbel “Amen”: “Voorwaar, voorwaar.“

Joh 1:51 (1-52) En Hij zei tot hem: Voorwaarvoorwaar, Ik zeg je: Je zult van nu aan de hemel geopend zien en de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.

 

.

 

“Het zij zo”

.

Aan het einde van een gebed komt “Amen” als een soort van uitgesproken ondertekening, waardoor de spreker of hoorder  bevestigt en aanneemt wat er gezegd is.

Amen betekent dan “het zij zo”, “zo zij het”, “het moge zo gebeuren. In deze betekenis wordt het gebezigd als een uitroep door een of meer toehoorders die instemmen met het zoëven gesproken woord (een bevel, een belofte, een voorzegging, een beschikking, een vervloeking, een dankzegging). Door ‘amen’ op het gesprokene te zeggen wordt het ‘beaamd’.

Amen in de zin van “het zij zo” kan niet alleen door een toehoorder als antwoord, maar ook door een spreker zelf als slotwoord worden gebezigd.

 

 

 

“Het zij zo” als antwoord

.

In de eerste plaats wordt ‘amen’ in de zin van ‘het zij zo’ in de Bijbel gebruikt als antwoord op wat gesproken is. Voorbeelden:

De 27:26 Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.

Ps 106:47 en 48  Verlos ons, Heere, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof. Geloofd zij de Heere, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!

1Co 14:16 Anders, als u looft met de geest, hoe zal hij die de plaats van de onkundige inneemt, Amen zeggen op uw dankzegging? Hij weet immers niet wat u zegt?

.

Ook in de hemel wordt ‘amen’ geroepen, zoals door de vierentwintig oudsten en de vier levende wezens:

Opb 5:11-14  En ik zag, en hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, en zij zeiden met luider stem: Het Lam dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof.
En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid.
En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden.

Opb 19:4 En de vierentwintig oudsten en de vier levende wezens vielen neer en aanbaden God die op de troon zat en zeiden: Amen, halleluja!

 

.

Openbaring 5 : de troonsheerlijkheid van God

Openbaring 5 : de troonsheerlijkheid van God

 

pasteltekening van John Astria

.

 

 

Openbaring 19 : oordeel over het politieke Babylon

Openbaring 19 : oordeel over het politieke Babylon

 

pasteltekening van john Astria

 

 

.

Het laatste antwoord aan de Heer Jezus in de Bijbel begint met amen:

Opb 22:20  Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus!

 

.

Openbaring 22 : de Alfa en de Omega

Openbaring 22 : de Alfa en de Omega

 

pasteltekening van John Astria

 

 

.

“Het zij zo” als slotwoord

.

‘Amen’ wordt niet alleen als antwoord geroepen, maar ook als slotwoord door de spreker zelf gebezigd. “Amen” wordt enkele malen in de Bijbel gebruikt ter afsluiting, bekrachtiging en bede door de spreker of schrijver zelf, dus niet door anderen. Zo in:

Ps 41:13 (41–14) Geloofd zij de Heere, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen.

Ps 72:19 En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.

Ps 89:52 (89–53) Geloofd zij de Heere in eeuwigheid! Amen, ja, amen.

Enkele voorbeelden van zulk gebruik van “amen” in het Nieuwe Testament, door Paulus:

Ro 9:5 tot hen behoren de vaderen, en uit hen is naar het vlees de Christus, die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen.
Ro 11:36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.
Ro 15:33 De God nu van de vrede zij met u allen! Amen.

Voorbeelden van zulk afsluitend “amen” door Petrus:

1Pe 5:14 Groet elkaar met een liefdekus. Vrede zij u allen die in Christus Jezus bent. Amen.


2Pe 3:18 maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen.

Zulk gebruik van “amen” door Judas:

Jds 1:25 de enige God onze Heiland, door Jezus Christus onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, voor alle eeuwen, en nu, en tot in alle eeuwigheid! Amen.

.

 

Verzwakte betekenissen

.

Het gebruik van “amen” in de zin van “het zij zo” heeft ook meer beperkte betekenissen gekregen: “einde” of “mee eens”. Eén element van de oorspronkelijk betekenis van amen is de hele betekenis gaan uitmaken.

.

“Einde”

“Amen” in de zin van “het zij zo” werd en wordt gebruikt aan het eind, als antwoord op of afsluiting van het gesprokene. Buiten de Bijbel heeft het ook de afgezwakte of beperkte zin gekregen van ‘einde’ van een gebed of toespraak. Het betekent dan in de mond van de spreker dat het gebed beëindigd is: “einde van dit woord”. Toehoorders kunnen vervolgens met hun ‘amen’ hun instemming betuigen , het gebed bevestigen.

“Mee eens”

“Amen” in de zin van “het zij zo” werd en wordt gebruikt om instemming te betuigen en de wens uit te drukken dat het gesprokene zo zal gebeuren of zo zal zijn. Buiten de Bijbel heeft het ook de afgezwakte of beperkte betekenis gekregen van “mee eens”. In sommige kringen van gelovigen verzoekt de spreker na het gesprokene met een vragend ‘Amen?’ om instemming van de toehoorders. Het antwoord ‘amen’ kan dan gewoon betekenen: “mee eens”, dus zonder de betekenis “het zij zo”.

.

 

 

Universeel woord

.

Het Hebreeuwse woord Amen is in de loop der eeuwen een universeel woord geworden. Het woord is letterlijk uit het Hebreeuws overgenomen in het Grieks van het Nieuwe Testament, daarna in het Latijn en in het Engels en vele andere talen. Arabisch: Amin. Er is wel gezegd dat amen het best bekende woord in de menselijke spraak is.

 

 

Amen_Urban_Calligraphy_Simon_Silaidis06-800x533

.

.

 

De Amen en de God van Amen

.

De Heer Jezus noemt Zichzelf bij de naam of titel “de Amen”.

Opb 3:14  En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

Hij is als De Amen de Waarachtige en Betrouwbare die Zijn woord gestand zal doen en Gods beloften zal vervullen.

Volgens Matthew Henry betekent “De Amen”: “Hij, die standvastig en onveranderlijk is in al Zijn voornemens en beloften; wiens ja ja en wiens neen neen is.” “De Amen” verwijst naar de getrouwheid en standvastigheid van Christus in het volvoeren van al Zijn  beloften.

Hengstenberg zegt: “De “Amen” of “Waarachtig is Hij,” die bij alles wat Hij zegt steeds met volle recht het “voorwaar” kan voegen, terwijl bij alles wat een kortzichtig mens spreekt overal een vraagteken moet worden gezet. Deze benaming staat in verband met het vele keer voorkomende “voorwaar” of “Amen” in de redenen van de Heere. Dit wijst evenals het predikaat hier op de volheid van de waarheid, die in Hem als in de Waarachtige woont.”

In de toekomst zal men zich zegenen in de God van Amen.

Jes 65:16-17  Zodat, wie zich zegenen zal op aarde, die zal zich zegenen in de God van Amen; en wie zal zweren op aarde, die zal zweren bij de God van Amen, omdat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn, en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.
Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.

Lett. staat er in het Hebreeuws: Elohim van Amen, de God van Amen. Gewoonlijk worden deze woorden vertaald door “de God der waarheid”.

Wanneer het zover is dat men zich zal zegenen in de God van Amen is intussen openbaar geworden dat Jezus Christus de God van Amen is, de God der waarheid.

De Heer Jezus heeft van Zichzelf gezegd dat Hij de Waarheid is.

Joh 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

Vergelijk:

1Jo 5:20 En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.

In Jezus Christus is het Ja, door Hem is het Amen, tot heerlijkheid van God.

2Co 1:18-22  Maar God is getrouw, dat ons woord tot u niet is ja en nee!
Want de Zoon van God, Jezus Christus, die onder u door ons gepredikt is, door mij en Silvanus en Timotheus, was niet ja en nee, maar in Hem is het ja.
Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het Amen, tot heerlijkheid van God door ons.
Hij nu die ons met u bevestigt in Christus en ons heeft gezalfd, is God,
die ons ook verzegeld en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 

John Astria

Erasmus

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

Desiderus Erasmus

 

 

 

 

Erasmus werd waarschijnlijk in Rotterdam geboren op 28 oktober als Geert Geerts, het kan echter ook Gouda zijn geweest. Onzeker is ook in welk jaar dit precies was, waarschijnlijk in het jaar 1466, 1467 of 1469. Zijn doopnaam was Erasmus, die hij te danken had aan Erasmus van Formiae, een populaire heilige uit de vijftiende eeuw. Zijn vader was priester in Gouda en zijn moeder diens huishoudster. Erasmus was een onwettig kind.

 

 

 

Humanisten

 

Vanaf 1473 zat Erasmus op school in Gouda, Utrecht, Deventer en ’s Hertogenbosch. Hier kreeg hij onder andere de vakken Latijn en Grieks. In 1487 deed Erasmus zijn intrede in het Klooster te Stein in Gouda. Hier las hij veel werken van auteurs uit de Klassieke Oudheid en van Italiaanse humanisten die de Oudheid deden herleven.

Ook schreef Erasmus hier zijn eerste werken. In 1492 werd hij ingewijd als priester. Dit opende voor hem een aantal mogelijkheden tot studie. Het kloosterleven benauwde Erasmus echter door de strenge regels en verplichtingen en even later verliet hij het klooster.

 

 

 

Eerste boek van Erasmus

 

In 1495 begon Erasmus een studie theologie in Parijs, waar hij veel mede humanisten leerde kennen. Vanaf dat moment reisde Erasmus als zelfstandig wetenschapper heel Europa door, waardoor hij veel nieuwe mensen ontmoette. Hij leefde van de opbrengsten van zijn geschriften. Daarnaast ontstond er een groeiende schare bewonderaars die hem steunde.

In 1500 schreef Erasmus in Parijs zijn eerste boek, de Adagia. Dit was een verzameling klassieke spreekwoorden en werd één van de eerste bestsellers na de uitvinding van de drukpers. Daarnaast schreef hij nog vele werken die de burgers moesten opvoeden tot verantwoordelijke christenen.

 

 

 

 

 

Lof der zotheid

 

Het meest bekende werk van Erasmus is de Lof der zotheid. Hij schreef het werk in 1509 en droeg het op aan zijn goede vriend en Engelse humanist Thomas More, die later het toonaangevende Utopia zou schrijven. Erasmus stelt in het werk aan de hand van de vrouw Zotheid allerlei misstanden aan de kaak.

Erasmus stak in het boek de draak met de wijze waarop iedereen zijn eigenbelang vooropstelt. Daarnaast werden kerkelijke misstanden en het gedrag van de geestelijken aan de orde gesteld. Hierdoor wordt het boek ook gezien als een werk dat de weg vrijmaakte voor de Reformatie.

 

 

 

 

 

Kritische blik van Erasmus

 

Door zijn kennis van de oude Griekse taal raakte Erasmus ervan overtuigd dat de Bijbel niet goed vertaald was. Hij vertaalde hierop het Nieuwe Testament opnieuw van het Grieks naar het Latijn. Hiermee wilde hij de verschillen met de op dat moment gebruikelijke Vulgaat aantonen. De Katholieke Kerk verweet hem dat hij hiermee aanzet had gegeven tot de Reformatie van kerkhervormer Maarten Luther.

In de polarisatie die vanaf 1517 volgde op het optreden van deze Luther koos Erasmus echter geen kant. Hij was niet bereid met de Katholieke Kerk te breken en hoopte dat de ontstane verschillen met gezond verstand te overbruggen waren. In de zomer van 1536 overleed hij, in het woonhuis van zijn drukker in Bazel.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA