Tagarchief: katholieken

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel

 

 

 

 

 

Is de paus onfeilbaar?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

De Katholieke Kerkleer betreffende de pauselijke onfeilbaarheid wordt door mensen buiten de Kerk vaak verkeerd begrepen. Fundamentalisten  verwarren het charisma van de pauselijke onfeilbaarheid vaak met foutloosheid.

.

Velen denken dat de Katholieken geloven dat de paus niet kan zondigen. Anderen, die deze elementaire blunder weten te vermijden, denken dat de paus een soort amulet of magische kracht bezit wanneer er een onfeilbare uitspraak gedaan wordt.

Gezien deze veel voorkomende misverstanden over de basisbeginselen van de pauselijke onfeilbaarheid, is het noodzakelijk om uit te leggen wat deze onfeilbaarheid niet is. Onfeilbaarheid is niet de afwezigheid van zonden.

Het is geen charisma dat alleen aan de Paus toebehoort. Onfeilbaarheid behoort ook toe aan het gehele orgaan van bisschoppen, wanneer ze in dogmatische eenheid met de Paus, in alle ernst een bepaalde doctrine als waar bestempelen. We weten dit van Jezus zelf, toen hij zijn apostelen en hun opvolgers beloofdt:

“Wie u hoort, die hoort Mij” (Luc. 16: 10), en

“Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen” (Matt. 18: 18).

 

.

Uitleg van het tweede Vaticaanse Concilie

.

Het tweede Vaticaans Concilie legt de onfeilbaarheid als volgt uit:

“De afzonderlijke bisschoppen bezitten weliswaar niet het privilege der onfeilbaarheid; wanneer zij echter, ook al zijn zij verspreid over heel de wereld, maar in gemeenschap leven met elkaar en met de opvolger van Petrus, een officiële leer geven over geloof en zeden en hierbij gezamenlijk komen tot één definitief te aanvaarden uitspraak, dan verkondigen zij op onfeilbare wijze de leer van Christus. Dit is nog duidelijker het geval, wanneer zij, in een oecumenische concilie bijeen, voor geheel de Kerk optreden als leraars en rechters van geloof en zeden; dan moet men aan hun uitspraken de instemming geven van het geloof.”

Onfeilbaarheid behoort op een speciale wijze toe aan de paus als hoofd van de bisschoppen (Matt. 16:17-19; Joh. 21:15-17). Zoals Vaticanum II opmerkt is het een charisma van de paus om :

“krachtens zijn ambt, wanneer hij als opperste herder en leraar van alle gelovigen, die zijn broeders versterkt in het geloof, een leer omtrent geloof of zeden door een definitieve act proclameert. Daarom worden zijn definitieve uitspraken terecht onveranderlijk genoemd uit zichzelf en niet krachtens de instemming van de Kerk, omdat ze zijn geschied onder de bijstand van de Heilige Geest, die hem in de persoon van de heilige Petrus is beloofd”.

De onfeilbaarheid van de paus is niet een doctrine die plotseling in de leer van de Kerk verscheen, het is een doctrine die impliciet ook al in de vroegchristelijke Kerk aanwezig was. Het is alleen ons begrip van de onfeilbaarheid die ontwikkeld is en die in de loop van de tijd duidelijker begrepen werd. In feite is de leer van de onfeilbaarheid impliciet beschreven in de Petrus-teksten:

Joh. 21: 15-17 : “Weid Mijn schapen. . .

Luc. 22: 32 : “Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude”

Matt. 16: 18 : “dat gij zijt Petrus. . . “.

 

 

pope_francis_in_march_2013

 

.

 

Gebaseerd op Christus mandaat

.

Christus instrueert de Kerk om alles te leren wat Hij geboden had (Matt. 28: 19-20) en beloofde de bescherming van de Heilige Geest die zal “u in al de waarheid leiden” (Joh. 16: 13). Dat mandaat en die belofte garanderen dat de Kerk nooit zal falen in het verkondigen van Zijn leer (Matt. 16: 18, 1 Tim. 3: 15), zelfs wanneer dit wel het geval is bij een individuele Katholiek.

Toen de christenen een duidelijker zicht kregen op het leergezag van de Kerk en op het primaat van de paus, ontwikkelden ze een duidelijker begrip van de onfeilbaarheid van de paus. De ontwikkeling van het gelovig begrijpen heeft haar wortels duidelijk in het vroege begin van de Kerk.

Cyprianus van Carthago stelde bijvoorbeeld, in ongeveer 256 na Christus, de volgende vraag: “Durven de ketters te naderen tot de stoel van Petrus, waar vandaan het apostolische geloof is ontstaan, en waar vandaan geen fouten komen?“ (Brieven 59 [55], 14). In de vijfde eeuw vatte Augustinus de vroegchristelijke houding kort samen toe hij zei: “Rome heeft gesproken, de zaak is beslist” (Preken 131, 10).

.

 

Opheldering

.

Een onfeilbare uitspraak, gedaan door de paus alleen of door een oecumenisch concilie, wordt gewoonlijk gedaan wanneer een bepaalde doctrine in twijfel getrokken wordt. De meeste doctrines zijn nooit in twijfel getrokken door de grote meerderheid van Katholieken.

Neem nu de catechismus en kijk eens naar het grote aantal doctrines, de meeste hiervan zijn niet formeel gedefinieerd. Maar veel punten zijn in het verleden al eens gedefinieerd, en dat niet alleen door de paus. Er zijn in feite veel belangrijke onderwerpen waarover de paus onmogelijk een onfeilbare uitspraak kan doen, zonder gevaar te lopen om vroegere onfeilbare verklaringen van oecumenische concilies en het gewone magisterium van de kerk te herhalen.

Ten minste de hoofdlijn van het zojuist geciteerde zal bekend voorkomen voor belezen Katholieken, voor wie het duidelijke taal is. Maar dat ligt geheel anders voor ‘Bijbelchristenen’. Voor hen lijkt de pauselijke onfeilbaarheid eerder een warboel, omdat naar hun idee veel van wat deze pauselijke onfeilbaarheid inhoud onjuist is.

Sommigen vragen hoe het kan dat pausen onfeilbaar kunnen zijn, terwijl sommigen van hen een schandelijk leven hebben geleid. Dit bezwaar illustreert de veel voorkomende verwarring tussen onfeilbaarheid en foutloosheid. Er is geen garantie dat een paus geen zonde zou doen of een slecht voorbeeld geven. Het is opmerkelijke dat er door de eeuwen heen een grote mate van heiligheid gevonden wordt onder de pausen; slechte pausen vallen op, juist omdat ze zo zeldzaam zijn.

Andere mensen vragen zich af hoe deze onfeilbaarheid mogelijk is wanneer de ene paus het soms niet eens is met de andere paus. Ook dit laat zien dat er een verkeerd beeld is van de onfeilbaarheid die alleen betrekking heeft op officiële leerstukken van geloof en moraal, niet op disciplinaire maatregelen en zelfs niet op onofficiële commentaren op geloof en moraal. De theologische privéopvattingen van een paus zijn niet onfeilbaar.

Zelfs fundamentalisten en evangelisten die deze misvattingen niet hebben, denken toch vaak dat de onfeilbaarheid betekent dat de paus een speciaal soort genade heeft gekregen die hem toestaat te leren wat hij maar voor nodig acht, maar dat is eveneens niet correct. Onfeilbaarheid is niet een vervanging voor de theologische studie door de paus.

Wat de onfeilbaarheid betekent is dat de paus bewaard wordt om formele leerstellingen als de ‘waarheid’ te verkondigen, die in de ogen van sommige gelovigen in feite dwalingen zijn. De paus moet de waarheid leren door studie, hoewel hij hiervoor natuurlijk wel een voordeelt kent, door zijn bijzondere positie.

.

 

Was Petrus niet onfeilbaar?

.

Als Bijbels bewijs voor de feilbaarheid wijzen fundamentalisten graag op Petrus leiding in Antiochië, waar hij weigert om met de heidense christenen te eten, om de Joden uit Palestina maar niet tegen het hoofd te stoten (Gal. 2: 11-16). Paulus vermaant Petrus ervoor. Dit toont niet aan dat de pauselijke onfeilbaarheid niet bestaat, omdat Petrus’ handeling had te maken met een disciplinaire kwestie, niet met zaken omtrent geloof en moraal.

Verder waren het Petrus handelingen die problemen veroorzaakten, niet zijn leer. Paulus erkent dat Petrus de juiste leer zeer goed kende (Gal. 2: 12-13). Het probleem was dat hij niet leefde volgens hetgeen hij zelf leerde. In dit geval leerde Petrus dus niet iets, en er is al helemaal geen sprake van gezaghebbend definiëren van geloofs- of morele kwesties.

Fundamentalisten moet ook erkennen dat Petrus een bepaalde onfeilbaarheid had. Ze kunnen immers niet ontkennen dat hij twee Bijbelboeken heeft geschreven waarbij hij bewaard werd voor het schrijven van een fout. Het gedrag van Petrus in Antiochië was verkeerd, wat niet in strijd is met de vorm van onfeilbaarheid. Daarom hoeft het verkeerde gedrag van een paus dus ook niet in strijd te zijn met zijn onfeilbaarheid.

Kijkend naar de geschiedenis citeren sommige critici van de Kerk bepaalde fouten van een paus. Hun argumentatie heeft betrekking op de drie pausen Liberius, Vergilius en Honorius.  Het heeft geen zin om alle details te noemen omdat elke goede kerkgeschiedenisbeschrijving de feiten kan weergeven. Het is genoeg om te zeggen dat geen van deze zaken voldoet aan de eisen omtrent pauselijke onfeilbaarheid zoals gegeven in Vaticanum I.

.

 

Hun favoriete zaak

.

Volgens de fundamentalistische commentatoren is hun beste zaak die van paus Honorius. Ze zeggen dat hij de dwaalleer verkondigde dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had, zoals alle orthodoxe christenen wel geloven.

Maar dat is niet wat Honorius deed. Zelfs een snelle blik op de geschiedkundige stukken toont aan dat hij simpelweg helemaal geen beslissing wilde nemen. Zoals Ronald Knox uitlegt:

“naar zijn beste weten dacht hij dat het beter was om in deze zaak geen beslissende uitspraak te doen, dit voor de vrede in de Kerk. Wij vinden dat hij verkeerd gehandeld heeft, maar achteraf is dat gemakkelijk te zeggen. Maar niemand zal toch claimen dat de paus onfeilbaar is, in het niet verdedigen van een doctrine.”

De ontkenning van de pauselijke onfeilbaarheid bij ‘Bijbelchristenen’ komt voort uit hun visie op de Kerk. Ze geloven niet dat Christus een zichtbare Kerk heeft geïnstitueerd, wat ook betekent dat ze niet geloven in een hiërarchie van bisschoppen met de paus aan het hoofd.

Het is eenvoudig om te wijzen naar het Nieuwe Testament waar de apostelen een zichtbare organisatie opzetten, volgens bevel van hun Meester. Alle christelijke schrijvers vanaf de eerste eeuwen hebben ten volle erkend dat Christus een voortdurende organisatie opgezet heeft.

Een voorbeeld van dit aloude geloof vinden we bij de persoon van Ignatius van Antiochië. In zijn brief uit de tweede eeuw aan de Kerk te Smyrma schrijft hij:

“Waar de bisschop verschijnt, laten de mensen daar zijn, net als overal waar Christus is, daar is de Katholieke Kerk” (Brieven aan de Smyrnarezen 8 ).

Wanneer Christus een dergelijke organisatie opzet, moet Hij toch ook voorzien hebben in:

de continuering ervan,

de zichtbaarheid om gevonden te kunnen worden en

in een methode om Zijn leer getrouw te bewaren.

Dit alles is bereikt door de apostolische successie van de paus als individu samen met de bisschoppen. Zij, te samen met alle gelovigen, vormen de kerk die de bewaring van de christelijke boodschap, in zijn volheid en onfeilbaarheid garandeert.

Het is de Heilige Geest die de paus bewaart voor het officieel leren van fouten. Wanneer, zoals Christus zelf leert, de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen, dan moet ze ook beschermd worden tegen het vallen in dwalingen en daarmee het afvallen van Christus. Ze moet blijken een perfecte en vaste gids te zijn in zaken van onze zaligheid.

De onfeilbaarheid geeft geen garantie dat een bepaalde paus niet nalaat om de waarheid te prediken, of dat hij zonder zonde is, of dat een enkele disciplinaire beslissing niet op verstandige wijze gemaakt wordt. Het zou natuurlijk prettig zijn wanneer hij foutloos en alwetend zou zijn, maar dat hij dat niet is wil nog niet zeggen dat de vernietiging van de Kerk op handen is.

De paus moet in staat zijn om goed te leren, aangezien het onderwijs tot redding van de mens, de primaire taak van de Kerk is. Mensen moeten, om gered te worden, weten wat ze moeten geloven omtrent de zaligheid. Ze moeten een volledig betrouwbare rots hebben om op te bouwen en hierop te kunnen vertrouwen als bron van de enige christelijke leer. En dat is waarom de pauselijke onfeilbaarheid bestaat.

Aangezien Christus gezegd heeft dat de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen (Matt. 16: 18b), betekent dit dat Zijn Kerk nooit kan ophouden te bestaan. Daarom kan de Kerk geen dwaling leren, wat betekent dat alles wat ze als volkomen waar definieert de waarheid is. Deze realiteit wordt ook weerspiegeld in wat de apostel Paulus zegt over de Kerk als “pilaar en vastigheid der waarheid” (1 Tim. 3: 15).

Wanneer de Kerk het fundament van de religieuze waarheid in deze wereld is, dan is ze Gods eigen woordvoerder. Zoals Christus zijn discipelen leerde:

Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.” (Luc. 10: 16).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

Is de moslimwereld een groot uniform blok?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Vormt de moslimwereld één groot uniform blok?

 

Het beeld dat de moslimwereld één uniform blok is van een miljard moslims, wordt naar voor geschoven in islamofobe kringen die de islam willen afschilderen als een gevaar. De (verkeerde) indruk van uniforme massa van 1 miljard mensen, komt uiteraard bedreigend over.

 

.

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

.

In werkelijkheid bestaat de moslimwereld uit een grote verscheidenheid aan bewegingen en strekkingen met soms erg uiteenlopende religieuze visies. Een beetje zoals men in het christendom de getuigen van Jehovah, katholieken, protestanten, anglicanen, de aanhangers van monseigneur Lefebvre enz heeft, die elkaar soms het licht in de ogen niet gunnen.

Ook op politiek vlak is er geen eenheidspositie, maar kent men bij moslims een spreiding gaande van links tot rechts, van progressief tot conservatief. Al deze verschillende bewegingen en strekkingen leveren nogal wat kritiek op elkaar, en geleerden uit diverse bewegingen en strekkingen publiceren fatwas (opinies) tegen de fatwas (opinies) van de andere geleerden.

Net zoals er een verschil is tussen wat er in de Bijbel staat, wat de verschillende strekkingen binnen het christendom aan leerstellingen hebben en hoe christenen zich in het dagelijks leven gedragen, is er ook in de islam een onderscheid tussen wat er in de Koran staat, hoe verschillende strekkingen dat interpreteren en de dagdagelijkse werkelijkheid.

Verder zijn er ook ettelijke groeperingen die zichzelf wel als islamitisch beschouwen en die zich bedienen van eigen (afwijkende) vertalingen en interpretaties van de Koran maar die door een meerderheid van moslims als niet-islamitisch beschouwd worden.

Voor iemand die niet vertrouwd is met de islam kan het dus allemaal een beetje verwarrend zijn en bestaat het risico dat men de leerstellingen of gedragingen van een kleine splintergroep verkeerdelijk aanziet voor ‘de’ islam. Het is belangrijk dat men dergelijke publicaties kan onderscheiden van deze van de islamitische hoofdstroom.

Wat één of andere beweging verkondigt is niet noodzakelijk representatief voor wat de meerderheid van de moslims geloven en wordt soms zelfs door andere groeperingen fel gecontesteerd, getuige waarvan talrijke publicaties van islamitische groeperingen die kritiek leveren op elkaar. Wat de ene moslimgroepering verkondigt, kan door de andere moslimbeweging verworpen worden als onislamitisch of zelfs anti-islamitisch.

Er is in de (soennitische) islam geen kerkinstituut, dus ook geen paus die iemand kan excommuniceren. Over iemands geloof kan volgens de islam alleen God oordelen. Men kan uiteraard wel oordelen over iemands gedrag – en ook in de moslimlanden worden mensen die misdaden of terreurdaden plegen door rechtbanken veroordeeld. Terrorisme wordt trouwens door de islam in krachtige bewoordingen verworpen en wordt in de Koran omschreven als een misdaad tegen de samenleving , het is één van de weinige misdaden waarvoor volgens de Koran de doodstraf kan uitgesproken worden.

 

.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA