Tagarchief: reformatie

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel

 

 

 

 

 

De boekdrukkunst voor de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

De komst van de boekdrukkunst

 

De uitvinding van de boekdrukkunst, halfweg de 15e eeuw, betekent een omwenteling in de kennisoverdracht. Die omwenteling raakt ook de verspreiding van de Bijbel. Toch lijkt er aanvankelijk weinig te gebeuren. Het nieu-we proces heeft als het ware een incubatietijd tot de gevolgen in de 16e eeuw in volle omvang losbarsten. De boekdrukkunst maakt een eind aan duizend jaar scheiding tussen volk en Bijbel.

.

.

 

drukpers 15 e eeuw

 

 

.

De boekdrukkunst

 

Halfweg de 15e eeuw werd een uitvinding gedaan die de wereld zou veranderen: de uitvinding van de boek-drukkunst. Op zich was het drukken al niet onbekend meer. Prenten werden in hout uitgesneden en gedrukt. Ook tekst werd wel op deze wijze vermenigvuldigd; men spreekt dan van blokdruk. Het bezwaar van blokdruk was dat de houten “moeder” snel sleet en het gedrukte beeld na een eerste serie vervaagde.

Voor prenten was dit niet zo’n bezwaar, maar tekst werd snel onleesbaar. De uitvinding hield in feite in het “zet-ten” van een tekst uit losse letters. Deze letters werden gegoten uit een metaallegering van lood en tin in daar-voor gemaakte gietmallen. Ze konden bij slijtage gemakkelijk omgesmolten worden en opnieuw gegoten. Zo ont-stond een gedrukte tekst die zich kon meten met de beste handschriften.

.

 

boekdrukkunst 15 e eeuw

 

 

 

boekdrukkunst 16 e eeuw

.

.

.

Gutenberg

 

De eerste van wie wij weten dat hij zo gewerkt heeft is de Duitser Johannes Gutenberg uit Mainz. In de vroege ja-ren vijftig van de 15e eeuw werkte hij aan de uitgave van een Bijbel. Deze Bijbel moest de fraaiste uitgave worden die er ooit was geweest. Maar omdat hij met zijn nieuwe procédé veel sneller kon werken dan de monniken in de kloosters, die de Schrift geheel met de hand moesten schrijven, kon hij toch relatief goedkoop leveren. Vijftig gul-den (ongeveer twintig euro) vroeg hij voor een editie op perkament. Dat was tweemaal het jaarloon van een ge-schoold ambachtsman, maar veel goedkoper dan een handschrift dat, afhankelijk van de uitvoering, des-tijds rond de 100 euro moest kosten. Drie jaar was Gutenberg bezig, van 1450 tot 1453. Om het werk gaande te hou-den moest hij telkens geld lenen.

Daar zijn later processen over gevoerd want toen de geldschieters doorkregen waar Gutenberg mee bezig was claimden zij de eigendomsrechten op de nieuwe vinding. Het is door deze processen en uit de processtukken dat wij nu zo precies weten wat Gutenberg deed. Om intussen brood op de plank te krijgen drukte Gutenberg ook een editie op papier. Die kostte destijds slechts 35 gulden. De oplage bedroeg enige tientallen exemplaren, zowel van de perkamentuitgave als van de papieruitgave. Deze zogenaamde 42-regelige Gutenbergbijbel is het oudste gedrukte boek dat wij kennen. En hoe zit dat dan met Laurens Jansz. Koster? Het is jammer, maar van hem bezit-ten wij geen enkel gedrukt boek. Volgens deskundigen is het zelfs niet zeker of hij heeft bestaan. Het oudste vol-gens de nieuwe techniek gedrukte boek dat wij in ons land kennen, is de Delftse Bijbel van 1477 (dat is 25 jaar na de Gutenbergbijbel) en die is niet van Koster.

De 42-regelige Gutenbergbijbel wordt beschouwd als een hoogtepunt van de boekproductie. Hoewel de tekst zelf is gedrukt, is er nog erg veel handwerk aan verricht. Hoofdstuktitels, ondergeschikte hoofdletters en paginakoppen zijn met de hand in rode inkt toegevoegd. Beginhoofdletters zijn uitgevoerd in de fraaiste miniatuurtechnieken en vele bladzijden zijn voorzien van kostbare randversieringen. Gutenberg mikte op de rijke burgerij, de welgestelde kooplui, die zijn boek konden betalen. Massaproductie was niet zijn doel. En het besef dat je met de nieuwe techniek een eigen weg kunt gaan, moest nog doorbreken. Zijn Bijbel was ook een Bijbel in het Latijn. Dat was immers de officiële versie en zijn clientèle kende best Latijn.

Het werd al even aangeduid: Gutenberg drukte niet alleen op perkament, maar ook op papier. Papier was een be-trekkelijk nieuwe uitvinding, van Arabische oorsprong. Juist rond deze tijd begonnen hier en daar in Europa aar-zelend de eerste papiermolens te verschijnen. Een schijnbaar ondergeschikte ontwikkeling, maar wel een die be-palend was voor de ontwikkeling van de boekdrukkunst. Gutenberg had voor het drukken van één perkament-Bijbel 340 vellen perkament nodig. Eén kalfshuid leverde twee vellen; dat was dus 170 kalfshuiden per Bijbel. Voor zijn oplage van slechts 50 exemplaren waren duizenden kalfshuiden nodig. Het vraagt weinig fantasie om te zien dat het met die hele boekdrukkunst nooit iets was geworden als de nieuwe papiermolens niet in het benodigde papier hadden kunnen voorzien.

 

 

Gutenberg

 

 

 

Gutenbergbijbel

 

 

.

De Delftse Bijbel

 

In 1477 verschijnt in ons land het eerste boek (voor zover wij weten) dat volgens het nieuwe procédé is gedrukt. Ook dit is een Bijbel; maar anders dan de Bijbel van Gutenberg is dit er één in de landstaal. Naar de plaats van drukken staat hij bekend als de “Delftse Bijbel”. In 1977 is er in Delft een grote tentoonstelling aan gewijd ge-weest: 500 jaar Delftse Bijbel (en dus waarschijnlijk ook: 500 jaar boekdrukkunst in Nederland). De verschillen met de Bijbel van Gutenberg zijn opvallend. En dat geldt niet alleen voor de taal. De uitvoering is sterk vereenvoudigd: geen illustraties, geen rijk versierde hoofdletters. Het handwerk is sterk teruggebracht. De beide drukker /uitge-vers mikken kennelijk op een veel groter publiek. Om de kosten nog verder te drukken geven zij niet eens een complete Bijbel uit. Ze beperken zich tot het Oude Testament, en dan nog zonder de psalmen.

Dit weerspiegelt nog de middeleeuwse houding: een stukje Bijbel is al heel wat, want wie kan zich een complete Bijbel veroorloven. Bovendien bestonden de evangeliën al in enige omvang in handschrift en ook losse psalteria waren bekend. De beide Delftenaren dachten kennelijk dat er wel markt zou zijn voor de rest. Door dit alles kwam de prijs omlaag tot circa 12½ gulden (ongeveer 5 euro), destijds een half jaarsalaris. Toch is de uitgave kennelijk geen groot commercieel succes geweest, want hij is niet herhaald. De vertaling van de Delftse Bijbel was overi-gens een oude bekende. Het was die van de Vlaamse Historiebijbel van 1360; een vertaling die redelijk populair was in de Nederlanden.

 

.

Delftse Bijbel

 

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

De Keulse Bijbel

 

Korte tijd na de Delftse Bijbel is in het oosten van ons land de zogenaamde Keulse Bijbel verschenen. Anders dan de Delftse Bijbel was dit een complete Bijbel. Hij werd gedrukt in Keulen in twee versies: een Hoogduitse en een West-Nederduitse. Die laatste taal werd in het oosten van ons land gesproken, maar sprak de burger elders in de Nederlanden minder aan, wat een grote verspreiding in de weg heeft gestaan. Ook nu nog merken wij dat de Delftse Bijbel gemakkelijker te lezen is dan de Keulse Bijbel. De vertaling voor de Keulse Bijbel werd speciaal voor dat doel gemaakt. Maar het boek Hooglied werd onvertaald gelaten en bleef in het Latijn afgedrukt. Een inleiding vertelt ons dat de inhoud van Hooglied minder geschikt werd geacht voor al te jeugdige personen. De veronder-stelling was kennelijk dat wie Latijn heeft geleerd intussen de jaren des onderscheids heeft bereikt.

De Keulse Bijbel oogt aantrekkelijker dan de Delftse Bijbel omdat hij op diverse plaatsen geïllustreerd is. Wie hem doorbladert, merkt ook op dat de uitgever er bij de toenmalige oplagen niet tegenop zag zetfouten in de hele op-lage met de hand in rode inkt te laten verbeteren. Al deze Bijbels waren vertalingen van de Vulgaat, de offi-ciële Latijnse kerkbijbel. Aan de eventuele juistheid van de Vulgaat werd toen nog door niemand getwijfeld. Dat kwam pas later, in de 16e eeuw, ten tijde van de reformatie. Ook ontbrak in deze Bijbels nog de indeling van de hoofdstukken in verzen wat pas ontstond rond 1560. Wel waren de hoofdstukken in grotere delen ingedeeld die werden aangegeven met hoofdletters in de kantlijn: A, B, C enz.

 

 

Keulse Bijbel

 

 

.

De betekenis van de boekdrukkunst

 

De invloed van de uitvinding van de boekdrukkunst lijkt aanvankelijk niet zeer groot te zijn. Gedurende de tweede helft van de 15e eeuw is er nog geen sprake van een massale verspreiding van Bijbels. Er waren slechts enkele uit-gaven en de oplagen waren klein. Toch is de uitvinding van immense betekenis geweest, al zou deze zich pas in de volgende eeuw openbaren. Als in de 16e eeuw het volk in opstand komt tegen de gevestigde orde, is het de drukpers die het proces ondersteunt. Ideeën hoeven niet langer van mond tot mond te worden doorgegeven. Hun verspreiding is niet langer uitsluitend afhankelijk van de reissnelheid van hun predikers, die de boodschap persoonlijk moeten komen verkondigen.

Ook wordt het volk onafhankelijk van de kerkelijke en wereldse overheid. Het kan nu langs andere wegen kennis nemen van ideeën. In de vroege 16e eeuw zal dit leiden tot de reformatie, en tot tal van andere omwentelingen. Sommige overheden zagen dit reeds vroeg en trachtten het drukkersambt te binden aan een vergunningsysteem. Maar dat is nooit gelukt. En tot in onze dagen begint elke revolutionaire beweging zijn activiteiten met de verwer-ving van een kopieermachine of een drukpers. Het is door de drukpers dat in de 16e eeuw het contact tussen volk en Bijbel na duizend jaar weer hersteld wordt.

 

 

 

drukpers 16e eeuw

 

 

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wat is devotie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Met devotie wordt in het algemeen de toewijding aan

een hogere macht of waarheid bedoeld.

 

 

Meer specifiek wordt met devotie bedoeld de vormgeving van de toewijding aan God door middel van religieuze gewoonten: persoonlijke devotie of vroomheid.

 

 

devotie

 

 

vormen van devotie

 

Persoonlijke devotie of vroomheid kan allerlei vormen aannemen. De kerk reikt vormen aan in het verlengde van of verbonden met de kerkelijke vormen van eredienst, zoals de getijden.

 

 

Boek van de getijdengebeden in de abdij van Tongerlo ( 1522 )

 

 

 

overzicht van de geschiedenis van devotie

 

 

Middeleeuwen

 

In de middeleeuwen is de groepsgewijze persoonlijke devotie een zaak van de kloosterorden (Getijden en me-ditatie) en van de geestelijken geworden. Het volk beperkte zich tot de Apostolische Geloofsbelijdenis, het Onze Vader en het Ave Maria en tot het bidden van de rozenkrans.

 

 

 

rozenkrans

 

 

 

getijdenboek in de middeleeuwen

getijdenboek in de middeleeuwen

 

 

 

De Moderne Devotie

 

Aan het einde van de Middeleeuwen, in de dertiende en veertiende eeuw, ontstaan bewegingen die zich ont-trekken aan de druk van de sociale en kerkelijke hiërarchie. Een belangrijke vrouwenbeweging is die van de Be-gijnen. Daarnaast is er de beweging van de ‘Broeders van het Gemene Leven’ onder leiding van Geert Groote.

 

.

.

.

.

Tegelijkertijd treden tot de verbeelding sprekende mystici op als Catharina van Siëna, Julia van Norwich en Eck-hart. De nadruk hierbij ligt op de persoonlijke vroomheid. Veel mensen blijken gevoelig voor deze ontwikkeling.

 

 

Julia van Norwich

 

 

 

Catharina van Siëna

 

 

Geert Groote en zijn ‘broeders des gemenen levens’, waar ook zusters bij horen,  vormen een invloedrijke bewe-ging in de tijd van de opkomende steden en handel. De broeders en zusters vormden religieuze gemeenschap-pen zonder zich aan een regel te binden. Zij waren dus niet aan de geestelijkheid gebonden, maar beoogden een integratie van clerus en leken.

 

 

Geert Groote

 

 

Sterke nadruk viel op innerlijke persoonlijke vroomheid, die een protest was tegen de grote uiterlijke vroomheid van die tijd. Het bidden van de getijden nam bij de Broeders een voorname plaats in. Het getijdenboek van Geert Groote moet één van de meest gelezen Middelnederlandse boeken zijn geweest.

 

 

boek ten tijde van de moderne devotie

boek ten tijde van de moderne devotie

 

 

 

De Reformatie

 

De Reformatie is daarom niet zozeer een breukvlak als wel een voortzetten en doorzetten van bepaalde reeds be-staande tradities. Ook daar neemt het onophoudelijk bidden een centrale plaats in. Dit gebed kan voor de refor-matoren evenwel geen zaak voor een bepaalde kerkelijke stand zijn. Men bidt als leden van Gods volk en van één lichaam, en dus participeert iedereen in dat gebed. Ten aanzien van de vormgeving van het gebed is de Refor-matie niet eenduidig, maar zij is eensgezind in haar kritiek op de wijze waarop het getijdengebed zich in de Rooms-Katholieke kerk heeft ontwikkeld. Luther wil bijvoorbeeld de getijden behouden voor de gemeente, maar gezuiverd en aangepast. Het aantal diensten wordt gereduceerd, de vaste orde vervalt, de voertaal wordt Duits. Een nieuw brevier komt er niet en in de praktijk bloedt het getijdengebed langzaam dood.

In Nederland blijven de getijdengebeden, ondanks synodebesluiten die het tegendeel willen vooral in de steden, nog lang na de Reformatie gehandhaafd. Ontmoedigingsbeleid van de synode van Dordrecht (1618/1619) leidt ertoe dat bijvoorbeeld in 1627 in Amsterdam het laatste avondgebed te midden van de andere diensten sneuvelt, hoewel de avondgebeden populair waren bij het volk en goed bezocht werden. Als reden wordt genoemd dat zij afbreuk deden aan de gewone woorddienst, aan de huisgebeden die de vader in zijn gezin behoorde te doen en aan de vastendagen.

 

 

Geloofsovertuigingen ten tijde van de reformatie

Geloofsovertuigingen ten tijde van de reformatie

 

 

 

De Reformatie is eensgezind in haar verzet tegen een aantal elementen

 

  • Ten eerste oordeelt men dat de vorm van de getijden een veruiterlijking van de godsdienst in de hand werkt en ten koste van de inhoud gaat. Het volbrengen van een gebedspensum (opdracht) wekt de gedachte aan zelfrechtvaardiging.
  • Ten tweede is men van menig dat de getijden worden overwoekerd door on Bijbelse elementen, zoals de heiligenverering.
  • Ten derde is het getijdengebed door een zwaar en onbegrijpelijk pensum slechts haalbaar voor de enkelen, waardoor bidden een eindeloos gemummel wordt en de kloof tussen clerus en volk steeds groeit.

 

Deze elementen tastten de kern van het geloof aan, namelijk de onverdiende genade en de overtuiging dat Woord en sacrament de enige middelen tot heil zijn. De wijze waarop de ontaarding bestreden wordt wisselt naar omstandigheden en staat onder de  invloed van bepaalde reformatoren en de volksaard. Ten behoeve van de ‘echtheid’ geeft men later de voorkeur aan het vrije gebed boven de geformuleerde gebeden (gebeden psalmen en formuliergebeden). Alleen het vrije gebed is, naar men veronderstelde, door de heilige Geest geïnspireerd. De Reformatie ontmoedigde aldus het getijdengebed als vorm van persoonlijke vroomheid en verving het door per-soonlijk gebed en Bijbellezing in huiselijke kring. De huisvroomheid, met het gezin als dragende factor, wordt de belangrijkste traditie naast de openbare eredienst. Daarbij zij wel aangetekend dat de openbare eredienst van Woord en gebed in met name de calvinistische kerken verwantschap vertoont met bepaalde vormen van getijdengebeden.

 

 

huisgodsdienst ten tijde van de reformatie

huisgodsdienst ten tijde van de reformatie

 

 

 

De Nadere Reformatie

 

In de Nadere Reformatie verschijnen tal van boeken en traktaten die de huisvroomheid stimuleren en onder-steunen. Het gezin wordt beschouwd als kleine huisgemeente met eigen gebedsuren. Nederlandse predikanten stellen de Engelse puriteinen aan hun gemeenten ten voorbeeld. De Middelburgse predikant Willem Teellinck (1579-1629) raakte in Engeland diep onder de indruk van de family worship (de familiegodsdienst) bij de puri-teinen die zich in de gevestigde kerk niet erg thuis voelden. Teellinck schreef op grond van deze ervaringen zijn Huysboeck dat in veel gezinnen een plaats kreeg.

 

 

Willem Teellinck

 

 

Bijbellezing, bijbelstudie en catechese zijn belangrijke elementen in de huisdevotie. Duidelijke orden, zoals bij de getijden, treffen we nauwelijks meer aan, maar gebed en het zingen van enkele psalmverzen of een geestelijk lied geeft een zekere structuur. Onder verwijzing naar Psalm 55:18, Psalm 141:2 en Daniël 6,11 komt men alweer tot een morgen-, middag- en avondgebed. Teelinck en anderen bepleiten ook meditatie en methodisch beoefende vroomheid, waarbij zij teruggrijpen op schrijvers uit de kring van de Moderne Devotie.

Wilhelmus a Brakel (1635-1711) realiseert zich dat soms wel veel wordt gevraagd van de gezinnen, en dat niet ieder gezin dezelfde mogelijkheid heeft. Hij adviseert om dan maar wat korter te bidden. Voor het Onze Vader is altijd wel gelegenheid, zegt hij, en ‘daar is alles in vervat, als ’t maar wel verstaan, ende van harte tot God gebeden is’.

 

 

Wilhelmus_à_Brakel

 

 

De 19e eeuw

 

In de 19e eeuw ontstond ook in de Rooms-Katholieke kerk een nieuw, persoonlijker soort vroomheid. In de achttiende eeuw had de religieuze praktijk voornamelijk bestaan uit de collectieve uitdrukking van de vrome sentimenten van een hiërarchische maatschappij. Men nam deel aan religieuze uitingsvormen en plechtigheden samen met de maatschappelijke groep waartoe men behoorde, het dorp of het gilde. De kerk begon een belij-dende vroomheid te stimuleren. Men nam niet langer deel aan het ritueel als lid van een traditioneel sociaal li-chaam, maar als individu en beleed zo tevens een bepaalde culturele en politieke stellingname. De ontwikkeling impliceerde een individualisering van het geloof dat zich al eerder in het protestantisme had voorgedaan, zoals dat de 18e eeuwse Rooms Katholieke hervormers voor ogen had gestaan.

De kerk paste zich veel meer dan voorheen aan bij het populaire verlangen naar spectaculaire geloofsvoorvallen en een direct ingrijpen van het goddelijke in het dagelijks leven. Buitengewone verhalen over wonderbaarlijke ge-beurtenissen, die onder het ancien regime onmiddellijk tot een onderzoek door de Inquisitie zouden hebben geleid, werden nu door de kerk met graagte ontvangen en verspreid. Allerlei populaire vormen van vroomheid die de clerus sinds de zestiende eeuw afstandelijk had bejegend, zoals de verering van heiligen en van het Heilig Hart, werden nu door de geestelijkheid gestimuleerd. Al het uiterlijke en uitbundige werd benadrukt.

Zowel de kerken van de Afscheiding en Doleantie als de Rooms-Katholieke kerk leerden verder de middelen te beheersen die de liberale politici al veel langer gebruikt hadden om het volk te mobiliseren. Men ontwikkelde een professionele pers. Een stortvloed van traktaten, devotionele werken en ander propagandamateriaal werd ver-spreid. Men organiseerde volkspetities en agressieve missionaire campagnes. Het liberale streven naar een kerk die zich zou beperken tot haar spirituele en pastorale taak had gezegevierd, maar bleek een tweesnijdend zwaard toen de kerk in de stimulering van de persoonlijke vroomheid een middel vond om de leken voor haar strijd te organiseren.

 

 

bidstond prent van de 19 e eeuw

bidstond prent van de 19 e eeuw

 

 

 

De 20e eeuw

 

Veel uit de 19e eeuw gaat door, individualisering en secularisering. Er komen echter ook tegenbewegingen op gang met herbronning van de persoonlijke vroomheid in Vroege kerk en Mystiek, of in Oosterse en Westerse niet-christelijke stromingen (New Age).

 

 

new age

new age

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Vertalingen van de Bijbel in het Nederlands

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vertalingen verschillen van elkaar omdat ze in verschillende tijden zijn gemaakt, omdat de vertalers soms zijn uitgegaan van verschillende versies van de grondtekst (soms zelfs in verschillende talen) en omdat vertalers hun eigen vertaalopvattingen hebben. 

 

 

 

De bekendste Nederlandse vertalingen zijn de volgende.

 

 

Delftse Bijbel

 

Dit is de eerste gedrukte Bijbel van ons land. Het is de gedrukte versie van een middeleeuwse vertaling, die dus is gemaakt vanuit het Latijn. Deze vertaling is ontstaan in de omgeving van Brussel, en de taal is daarom Zuid-Nederlands. Hij bevat alleen het OT zonder de Psalmen. De vertaling dateert van ca. 1360 en de druk van 1477.

 

 

.

 

 

.

Keulse Bijbel

 

Dit is de eerste complete Bijbel die in ons land verscheen. Hij dateert van kort na de Delftse Bijbel (ca. 1480), maar er is een nieuwe vertaling voor gemaakt die dus ruim 100 jaar jonger is dan die van de Delftse Bijbel. De uitgang-staal was ook nu Latijn. Deze Bijbel werd gedrukt te Keulen in het Hoogduits en het Westnederduits. Dat laatste werd gesproken in het oosten van ons land.

 

.

.

.

.

.

Liesveldtbijbel

 

Luther was de eerste die de Bijbel begon te vertalen uit het Grieks en het Hebreeuws. De Liesveldtbijbel is een vernederlandsing van de Lutherbijbel. Het is daarmee de eerste Nederlandse Bijbel die niet teruggaat op de La-tijnse tekst. Van Liesveldt werkte in Antwerpen; de taal van de vertaling is Brabants. Luther vertaalde nogal vrij, en dit kenmerkt dus ook de Liesveldtbijbel. Deze Bijbel is lange tijd zeer populair geweest in ons land; het was de voornaamste Bijbel van de reformatie.

 

 

.

 

.

 

Deux Aes Bijbel

 

De Deux Aes Bijbel is ontstaan in de tweede helft van de zestiende eeuw (eerste druk 1561-62). De vertaling, een bewerking van de Liesveldtbijbel, is een reactie op die volgens Luther die men toch te vrij was gaan vinden. Dit is de voornaamste Nederlandse Bijbel geweest tijdens de tachtigjarige oorlog.

 

.

 

.

 

Biestkensbijbel

 

De Biestkensbijbel is een vertegenwoordiger van de Bijbelvertalingen in gebruik bij religieuze minderheden, in dit geval de doopsgezinden (en lange tijd ook de Luthersen). De eerste druk van ca. 1560 was de eerste Bijbel in ons land waarin de hoofdstukken in verzen waren ingedeeld.

 

 

.

 

 

 

Statenvertaling (oorspronkelijk)

 

De Statenvertaling was een bewuste poging om te komen tot een (reformatorische) standaardbijbel. Bij de verta-ling werd niet uitgegaan van één min of meer toevallig handschrift met de oorspronkelijke tekst, maar van een zo goed mogelijk gereconstrueerde grondtekst (Textus Receptus). Ook werd niet vertaald door één man maar door een groep predikanten. Omdat deze uit het hele land bijeengeroepen werden was de taal van deze vertaling voor het hele land aanvaardbaar. Men heeft zelfs wel gezegd dat de gemeenschappelijke taal er juist door de Staten-vertaling is gekomen. Het vertalen duurde van 1626 tot 1636; de eerste druk dateert van 1637.

 

.

.

 

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

Sinds de negentiende eeuw is de Statenvertaling aanmerkelijk herzien. Spelling en taal werden aanzienlijk gemo-derniseerd, zonder evenwel het wezen van de vertaling zelf aan te tasten.

 

 

.

 

 

 

Moerentorfbijbel

 

De Leuvense Bijbel was het katholieke antwoord op de steeds grotere verspreiding van protestantse Bijbels. De Moerentorf-versie stamt van 1599 en is dus ouder dan de Statenvertaling. Het was, getrouw aan het standpunt van de kerk, een vertaling uit het Latijn. Moerentorf was geheel alleen verantwoordelijk voor de vertaling. Het was uiteraard een Zuid-Nederlandse vertaling.

 

 

.

 

.

 

Petrus Canisius Vertaling

 

De vertaling door de vereniging Petrus Canisius is de eerste Nederlandse katholieke vertaling die niet meer is uitgegaan van het Latijn, maar van de oorspronkelijke talen. Het Nieuwe Testament werd uitgebracht in 1929 en het Oude in 1937. De complete Bijbel kwam na de oorlog in 1948 beschikbaar.

 

 

.

 

 

 

Willibrord Vertaling

 

De Willibrord Vertaling is de thans gangbare katholieke vertaling. Hij wordt gekenmerkt door een moderner taal-gebruik, dat echter gepaard gaat met een vrijere opvatting van vertalen (dynamisch-equivalent methode).

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Vertaling van het NBG (NBG 1951)

 

De Nieuwe Vertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap is kort na de oorlog uitgebracht als een opvolger van de Statenvertaling. Er is aan gewerkt door theologen van verschillende richtingen, om hem acceptabel te ma-ken voor mensen met uiteenlopende kerkelijke achtergrond. Om vooral het conservatieve deel van het publiek niet af te schrikken is het taalgebruik nadrukkelijk conservatief gehouden, zodat het verschil met de oude Staten-vertaling niet te groot zou worden.

 

 

 

.

 

.

 

Groot Nieuws Bijbel

 

De Groot Nieuws Bijbel is een moderne vertaling in de “omgangstaal”, die door het NBG en de KBS (katholieke Bijbelstichting) gemeenschappelijk is gemaakt en uitgebracht. Het taalgebruik is zeer hedendaags, maar de verta-ling is daardoor wel veel vrijer geworden. In 1996 is er een herziene versie uitgebracht die meer een parafrase is.

 

 

.

 

 

 

Het Boek

 

‘Het Boek’ is een voorbeeld van een zogenaamde parafrase waarbij het verhaal meer naverteld dan vertaald wordt.

 

 

.

 

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

De Nieuwe Bijbel Vertaling is een tiental jaar geleden verschenen (oktober 2004). Deze wordt beschreven als een interconfessionele vertaling. Aan deze vertaling hebben naast protestantse en katholieke kerken ook de joodse gemeenschap meegewerkt (het Oude Testament). De bedoeling was om in modern Nederlands (doeltaalgericht) zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Ook wordt meer aandacht geschonken aan de taalstijl van het origi-neel. Er is momenteel nog enige discussie over deze vertaling.

 

 

.

 

 

 

Herziene Staten Vertaling (HSV)

 

De Herziene Staten Vertaling is een poging om het oude woordgebruik van de Statenvertaling te moderniseren zonder de vertaalprincipes van de Statenvertaling los te laten. De HSV is dan ook wel geschikt als studiebijbel. Wel is het jammer dat voor het Nieuwe Testament de eis vanuit conservatieve kring is ingewilligd om uitsluitend ge-bruik te maken van de Textus Receptus, en dus geen gebruik te maken van alle andere handschriften die sinds-dien ontdekt zijn en de veel betere kennis die er tegenwoordig is. Het Oude Testament is vrij van deze tradities omdat daarvoor een dergelijke standaardtekst niet bestaat.

.

 

 

 

 

 

 

Bijbel in gewone taal (BGT)

 

Het doel van de de NBG met de Bijbel in Gewone Taal is een volledig doeltaal gerichte vertaling te zijn. Het leest daardoor wel gemakkelijk. Daarmee lijkt het enigszins op een parafrase. Het is daardoor niet geschikt als studie-bijbel, maar voor dat doel zal het ook niet aangeschaft worden. De vertalers zijn zich sterk bewust dat hun eigen visie op de betekenis van de tekst meer zichtbaar is dan bij andere vertalingen. Hun opvattingen over de beteke-nis worden dus leidend voor de vertaling. Dat heeft er, bijna vanzelfsprekend, wel toe geleid dat bepaalde kerkelijk dogma’s veel beter worden ondersteund dan in een wat meer brontaal gerichte vertaling.

Normaal zou je zeggen, als iemand onbekend is met de Bijbel: lees eerst iets eenvoudigs, en ga daarna met een studiebijbel verder. Het probleem met deze Bijbel is echter dan wel dat je blik al gekleurd is hoe je een tekst op moet vatten. En dan is het de vraag of de schrijver inderdaad bedoelde wat de vertalers er van gemaakt hebben. In sommige gevallen zal dat zeker wel zo zijn, in andere gevallen is dat veel minder waarschijnlijk. Zeker is dat je met deze vertaling minder naar weerklanken kunt luisteren.

 

 

 

.

.

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

Oorspronkelijke taal en vertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

 

Oorspronkelijke taal van de Bijbel

 

Het Oude Testament is vrijwel geheel bekend in het Hebreeuws. Een groot deel van het boek Daniël is ons alleen bekend in het Aramees; naar men aanneemt is dat een vertaling van het Hebreeuwse origineel. Ook enkele delen van Ezra/Nehemia zijn Aramees, voornamelijk daar waar wordt geciteerd uit officiële stukken van de Perzen. Ook komen er hier en daar nog wat Arameese namen en uitdrukkingen voor. Het gaat om de volgende passages:

 

.

Waar Hoe herkenbaar (in de NBG ’51)
begin aangegeven, einde niet
 begin aangegeven, einde niet
 staat tussen gedachtestreepjes

 

 

In de 3e en 2e eeuw v. Chr. is van het hele Oude Testament een Griekse vertaling ontstaan, de zgn. Septuaginta. De naam is afgeleid van zeventig, volgens de legende het aantal mensen die het vertaalden. Daarom wordt deze vertaling soms ook aangeduid met het Romeinse getal voor zeventig: LXX. Deze vertaling vormde de Schrift van de eerste eeuwse kerk, later aangevuld met het Griekse Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament is ons volledig overgeleverd in het Grieks, al vinden we enkele Aramese uitdrukkingen (drie uitspraken van Jezus, twee van Paulus en een van Lucas). Er zijn mensen die willen aantonen dat de evan-geliën, zoals wij die bezitten, vertalingen zijn van Hebreeuwse originelen, maar hun argumenten zijn niet erg overtuigend. Tussen 382 en 405 is de totale Griekse Bijbel overgezet in het Latijn. Men noemt dat de Vulgaat. Dit is tot aan de Reformatie de officiële kerkbijbel geweest.

 

 

 

Vertalingen van de Bijbel

 

De Bijbel is geschreven in drie talen. Het Oude Testament is in het Hebreeuws, met enkele stukjes in het Aramees. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. De oudste bekende vertaling is die van het Oude Testament in het Grieks. Deze staat bekend als de Septuaginta (vaak afgekort als LXX). De Septuaginta is gemaakt omstreeks de 2e eeuw voor Christus. Hij is gemaakt voor de vele Joden die op dat moment niet meer in Israël woonden en het Hebreeuws niet meer machtig waren.

Waar in het Nieuwe Testament het Oude aangehaald wordt, wordt vaak geciteerd uit de Septuaginta. Dit verklaart waarom een citaat in het Nieuwe Testament uit het Oude soms net iets anders is dan op de oorspronkelijke plaats. De combinatie van een Septuaginta Oude Testament en een Nieuwe Testament, dat direct in het Grieks geschreven was, vormde de complete Bijbel van de vroege Christelijke gemeenten.

Tegen het eind van het Romeinse rijk was het Grieks niet langer de voertaal van het Romeinse rijk. Er ontstond daarom vraag naar Bijbels in het Latijn, en er zijn wat vertalingen gemaakt. De kerk was hier aanvankelijk tegen omdat zij van mening was dat men bij de oorspronkelijke taal moest blijven. Uiteindelijk werd uit de bestaande vertalingen de Vulgaat (= volksbijbel) samengesteld. Dit werd vervolgens de standaard, en uiteindelijk door Rome zelfs aangewezen als de officiële Bijbel van de kerk. Dit is (in de Rooms Katholieke kerk) tot in onze tijd zo geble-ven.

In de Middeleeuwen zijn een aantal vertalingen in het Nederlands gemaakt. De bekendste hiervan is de zgn. Vlaamse Historiebijbel. Deze vertalingen werden vanuit het Latijn gemaakt. Toen de eerste gedrukte Nederlandse Bijbel werd uitgegeven (de Delftste Bijbel, van 1477) was dat een gedeelte van de Historiebijbel (het Oude Testament zonder de Psalmen).

In de Reformatie besloot Luther om een vertaling uit te geven die rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen, He-breeuws en Grieks, was gemaakt, ca. 1520-1534. Zijn reden hiervoor was het grote aantal fouten dat in de loop der tijden in de Latijnse vertaling was ingeslopen. De Duitse ‘Luther Bijbel’ werd door Liesveldt in het Nederlands uitgegeven, waardoor er in de eerste helft van de 16e eeuw voor het eerst een complete Bijbel in het Nederlands bestond die een rechtstreekse vertaling was uit de oorspronkelijke talen. Sindsdien zijn alle protestantse vertalingen uit de oorspronkelijke talen vertaald.

Voor katholieke vertalingen is de situatie anders. Pas met de Petrus Canisius vertaling (1929) werd vertaald vanuit het Grieks en Hebreeuws. Alle eerdere vertalingen waren uit het Latijn vertaald omdat dit de officiële Bijbel van de kerk was.

 

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Erasmus

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Desiderus Erasmus

 

 

 

 

Erasmus werd waarschijnlijk in Rotterdam geboren op 28 oktober als Geert Geerts, het kan echter ook Gouda zijn geweest. Onzeker is ook in welk jaar dit precies was, waarschijnlijk in het jaar 1466, 1467 of 1469. Zijn doopnaam was Erasmus, die hij te danken had aan Erasmus van Formiae, een populaire heilige uit de vijftiende eeuw. Zijn vader was priester in Gouda en zijn moeder diens huishoudster. Erasmus was een onwettig kind.

 

 

 

Humanisten

 

Vanaf 1473 zat Erasmus op school in Gouda, Utrecht, Deventer en ’s Hertogenbosch. Hier kreeg hij onder andere de vakken Latijn en Grieks. In 1487 deed Erasmus zijn intrede in het Klooster te Stein in Gouda. Hier las hij veel werken van auteurs uit de Klassieke Oudheid en van Italiaanse humanisten die de Oudheid deden herleven.

Ook schreef Erasmus hier zijn eerste werken. In 1492 werd hij ingewijd als priester. Dit opende voor hem een aantal mogelijkheden tot studie. Het kloosterleven benauwde Erasmus echter door de strenge regels en verplichtingen en even later verliet hij het klooster.

 

 

 

Eerste boek van Erasmus

 

In 1495 begon Erasmus een studie theologie in Parijs, waar hij veel mede humanisten leerde kennen. Vanaf dat moment reisde Erasmus als zelfstandig wetenschapper heel Europa door, waardoor hij veel nieuwe mensen ontmoette. Hij leefde van de opbrengsten van zijn geschriften. Daarnaast ontstond er een groeiende schare bewonderaars die hem steunde.

In 1500 schreef Erasmus in Parijs zijn eerste boek, de Adagia. Dit was een verzameling klassieke spreekwoorden en werd één van de eerste bestsellers na de uitvinding van de drukpers. Daarnaast schreef hij nog vele werken die de burgers moesten opvoeden tot verantwoordelijke christenen.

 

 

 

 

 

Lof der zotheid

 

Het meest bekende werk van Erasmus is de Lof der zotheid. Hij schreef het werk in 1509 en droeg het op aan zijn goede vriend en Engelse humanist Thomas More, die later het toonaangevende Utopia zou schrijven. Erasmus stelt in het werk aan de hand van de vrouw Zotheid allerlei misstanden aan de kaak.

Erasmus stak in het boek de draak met de wijze waarop iedereen zijn eigenbelang vooropstelt. Daarnaast werden kerkelijke misstanden en het gedrag van de geestelijken aan de orde gesteld. Hierdoor wordt het boek ook gezien als een werk dat de weg vrijmaakte voor de Reformatie.

 

 

 

 

 

Kritische blik van Erasmus

 

Door zijn kennis van de oude Griekse taal raakte Erasmus ervan overtuigd dat de Bijbel niet goed vertaald was. Hij vertaalde hierop het Nieuwe Testament opnieuw van het Grieks naar het Latijn. Hiermee wilde hij de verschillen met de op dat moment gebruikelijke Vulgaat aantonen. De Katholieke Kerk verweet hem dat hij hiermee aanzet had gegeven tot de Reformatie van kerkhervormer Maarten Luther.

In de polarisatie die vanaf 1517 volgde op het optreden van deze Luther koos Erasmus echter geen kant. Hij was niet bereid met de Katholieke Kerk te breken en hoopte dat de ontstane verschillen met gezond verstand te overbruggen waren. In de zomer van 1536 overleed hij, in het woonhuis van zijn drukker in Bazel.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA