Tagarchief: protestanten

Joost van den Vondel, een Nederlandse schrijver en dichter

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Joost van den Vondel (1587-1679)

 

Hij was een Nederlands schrijver en dichter. Hij werd geboren op 17 november 1587 te Keulen. Samen met zijn ouders vluchtte hij op jonge leeftijd om religieuze redenen naar Amsterdam. Vondel begon daar een kousen-winkel, maar hield zich naast zijn werk ook bezig met het schrijven van gedichten en toneelstukken. In 1637 vol-tooide Vondel zijn bekendste toneelstuk, Gijsbrecht van Aemstel, over de belegering en plundering van Amster-dam door inwoners van de omliggende dorpen.

Vier jaar later bekeerde hij zich tot het katholieke geloof en schreef hij een aantal hekeldichten over het gebrek aan tolerantie onder de Hollandse Calvinisten. Vanaf 1619 uitte Vondel in zijn werken eveneens felle kritiek op Prins Maurits, vanwege diens executie van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.  In 1658 ging Vondel op kosten van de stad Amsterdam met pensioen, nadat zijn kousenwinkel een jaar eerder failliet was gegaan. Vondel overleed uiteindelijk 5 februari 1679 op 91-jarige leeftijd.

 

 

RIJK01_M-SK-A-1954-00_X

 

 

 

 

Bekende werken

 

 

 

Het stockske

 

Vondels werken hebben veelal de politieke en religieuze spanningen die aan het begin van de 17e eeuw de repu-bliek beheersten als thema. Vondel stond daarbij aan de kant van de meer gematigde protestanten. Tot Vondels bekendste toneelwerken behoren Gijsbrecht van Aemstel (1637), een stuk dat door de predikanten aanvankelijk verboden werd omdat het Roomse sympathieën zou bevatten, en de treurspelen Lucifer (1654), Adam in balling-schap (1664) en Noah (1667). Deze laatste drie werken vormen een trilogie over de zondeval van achtereenvol-gens de engelen, de eerste mens en de eerste mensheid.

 

 

 

 

 

 

Hekeldicht

 

Zijn gedichten, met name de hekeldichten, bevatten vaak steken onder water aan het adres van de staat. Niet zel-den verandert deze kritiek in protest, regelrechte haat en woede. Een voorbeeld is Het stockske van Joan van Oldenbarnevelt. Sterke verontwaardiging klinkt ook door in het sonnet dat de inleiding vormt tot Palamedes oft Vermoorde Onnooselheijd, waarin die “vermoorde onschuld” slechts ogenschijnlijk een figuur uit de Oudheid is. In werkelijkheid staat hier de figuur Palamedes symbool voor de terechtgestelde Van Oldenbarnevelt. Deze subtekst kon de tijdgenoten onmogelijk ontgaan zijn. Vondel zelf gaf te kennen dat hij niet kon zwijgen:

 

                            maer wat op ’s harten gront leyt, dat weltme na de keel.

 

 

 

 

Religieuze poëzie

 

Daarnaast heeft hij echter ook poëzie geschreven die louter religieus was, zoals tweemaal een Kerstlied:

 

 O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Standaardvertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Standaardvertalingen

 

Was het vertalen en uitgeven van Bijbels ten tijde van de reformatie vooral een zaak van particulier initiatief, in de tweede helft van de zestiende eeuw begon de behoefte op te komen aan officiële, door de kerk geautoriseerde vertalingen. In Nederland leidde dit tot het ontstaan van de Staten-vertaling, die drie eeuwen de standaard Bijbel werd van protestants Nederland. De katholieken kregen hun Moerentorfbijbel, die zich echter nooit een verge-lijkbare status heeft verworven. De reformatie had de Bijbel hersteld als maatstaf van het geloof. Maar na verloop van tijd begon men te beseffen dat een nauwkeurige vertaling daarvoor een eerste voorwaarde was. Hoe kon men een strijdpunt beslissen, als men niet zeker kon zijn dat de Nederlandse vertaling de juiste weergave was van het origineel.

Het probleem was dat vertalingen het werk waren van één man, en vaak het resultaat van particulier initiatief. Reeds halverwege de zestiende eeuw begon de kerk te beseffen dat zij hier een eigen verantwoordelijkheid bezat. De kerk betekende Nederland de calvinistische, hervormde kerk. Maar er kwam niets van de grond. Men wilde het werk niet overlaten aan één enkele vertaler, en het lukte niet om een aantal vertalers bijeen te krijgen, die zich volledig aan deze zaak konden wijden. De zaak werd op diverse synodes besproken, maar er kwam niets gereed. Op de eerste nationale synode, te Dordrecht in 1618, kwam de zaak opnieuw ter tafel. Het feit dat een aantal jaren tevoren (1611) in Engeland een officiële vertaling was uitgekomen onder auspiciën van de koning (de zgn. King James vertaling), zal wel voor een extra stimulans hebben gezorgd.

Men besloot om ook in het Nederlandse geval de overheid om hulp te vragen. Als zij het project financieel wilde steunen, kon men een aantal predikanten vrijstellen van hun gewone dienst, zodat zij zich geheel aan deze zaak konden wijden. Het duurde tot 1625 voordat de “Hoogmogende Heeren” overstag gingen en besloten het werk financieel te steunen. De vertalers moesten zich dan wel in Leiden vestigen, om daar in de nabijheid van de unive-rsiteit gezamenlijk hun werk te doen. De vertaling van het Oude Testament begon in 1626 en die van Nieuwe Tes-tament in 1628. Aan elk der beide Testamenten werd door drie predikanten gewerkt, die regelmatig vergaderden en alles in onderling overleg deden.

Wanneer een deel gereed was, werd het in overleg met een aantal revisoren besproken en uiteindelijk goed-gekeurd. Het duurde tot 1635-36 voordat op deze manier alles doorgenomen was. Om na dit vele werk te voor-komen dat er door onzorgvuldig drukken toch weer fouten zouden insluipen in de definitieve Bijbel, werd be-paald dat de druk eveneens te Leiden diende te geschieden, onder supervisie van de vertalers. De Amsterdamse drukker van Ravensteyn verplaatste zijn drukkerij naar Leiden, en begon aan het karwei, waarvoor hij een octrooi kreeg van 15 jaar. In 1637 werd het eerste exemplaar, in fluweel gebonden, aangeboden aan de Staten- Generaal. Het was, evenals alle latere edities, voorzien van een opdracht aan de Staten-Generaal, en de vertaling is dan ook de geschiedenis ingegaan als ‘de Staten-vertaling’.

Men schat dat deze de Staten ca. 75.000 gulden (ongeveer 35.000 euro) heeft gekost. De Staten eisten dat de uitgave voor een redelijke prijs op de markt zou worden gebracht. Dit werd ca. 27,50 gulden (12,50 euro) in een tijd dat een jaarloon van een geschoold vakman ca. 300 gulden bedroeg; dus ca. een maand loon. Het vertaalwerk was zo grondig gedaan, dat de Statenvertaling 300 jaar lang de standaard-vertaling van protestants Nederland is geweest.

 

 

Moerentorfbijbel

 

 

 

Statenvertaling van van Ravensteyn, het woord YHVH is duidelijk leesbaar

 

 

 

De herziening van 1655

 

Helaas bleek al spoedig na het in gebruik nemen van de nieuwe vertaling, dat er ondanks alle zorgvuldigheid toch fouten in de tekst waren ingeslopen. Omdat van de oorspronkelijke vertalers en revisoren intussen de meesten waren overleden, leidde dit tot nieuwe heftige discussies over de juistheid van de uitgave. Een uitgebreide her-ziening leidde tenslotte tot een register van verbeteringen, dat in 1655 door van Ravensteyn werd uitgegeven. Aan de hand hiervan werd in 1657 een herziene uitgave gedrukt, die daarna als standaard werd beschouwd waaraan alle latere uitgaven dienden te worden getoetst.

Er werd bovendien een predikant aangewezen, die de drukker hierop moest controleren, en die elk exemplaar van een goedgekeurde editie van zijn handtekening moest voorzien, als een waarmerk van betrouwbaarheid. De ver-plichting hiertoe is door de nationale synode eerst in 1867 ingetrokken.

 

 

herziende Bijbeldruk 1557

 

 

 

Ongeautoriseerde uitgaven

 

Het privilege dat van Ravensteyn verkreeg om gedurende 15 jaar als enige de geautoriseerde uitgave te drukken, werd later nog eens 25 jaar verlengd. Dit zette andere drukkers langdurig buiten spel. Die hadden toch al te lijden gehad van het feit, dat de verwachte komst van een nieuwe vertaling de kopers aarzelend had gemaakt een Bijbel aan te schaffen. En nu viel er nog steeds niets te verdienen. Dit leidde er vooral in Amsterdam toe dat er talloze ongeautoriseerde uitgaven verschenen. Het feit dat deze met minder zorgvuldigheid waren gezet, en vaak talloze fouten bevatten, leidde tot heftige discussies tussen de kerk en de plaatselijke gemeentebesturen.

Het was tevens een van de redenen de officiële edities exemplaar voor exemplaar te signeren. Wel werden zulke piratenuitgaven vaak eenvoudiger uitgevoerd, en tegen een lagere prijs op de markt gebracht, wat bijdroeg aan een grotere verspreiding van de Statenvertaling. Tussen 1637 en 1900 zijn 675 uitgaven bekend, waarvan 395 complete Bijbels en 268 Nieuwe Testamenten.

 

 

Statenvertaling

 

 

 

Bijbelcompagnieën

 

Het uitgeven van een complete Bijbel was een kostbare onderneming, Het vereiste een grote investering. Er moest veel gedrukt worden voordat er kon worden uitgegeven. En als het zetsel moest worden bewaard, lag er veel kapitaal vast in loden letters. Dit bracht in betere tijden de drukkers er toe de handen ineen te slaan en het karwei gezamenlijk aan te pakken. Elk drukte dan een deel en ieder gaf het totale resultaat uit, voorzien van een eigen titelblad. Zulke samen-werkingsverbanden werden Bijbelcompagnieën genoemd. Deze constructie is tot in onze dagen blijven bestaan.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Herziening

 

De Statenvertaling is tot in onze dagen in gebruik gebleven, zij het in de loop van de tijd niet onveranderd. Vooral aan het eind van de 19e eeuw ontstond er ontevredenheid met het verouderde taalgebruik. De taal van de Sta-tenvertaling, die beslist modern was in de zeventiende eeuw, begon na 250 jaar wat sleets te worden. Dit leidde tot een aantal revisies. De spelling is enkele malen drastisch aangepast en een aantal verouderde woorden is ver-vangen door modernere varianten.

Wat het eerste betreft vergelijke men de variant van 1637:

 

Ende hy seyde, Een seker mensche hadde twee soonen: Ende de jonghste van haer seyde tot den vader, Vader geeft my het dele des goets dat my toekomt.

 

met die van de NBG-editie van 1977:

En hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt.

 

Wat het tweede betreft zijn woorden als ‘wijf’ en ‘onnozel’ vervangen door ‘vrouw’ en ‘onschuldig’, ‘bagge’ werd ‘ring’ en ‘herre’ werd ‘scharnier’.

Niet iedereen is hierin overigens even ver gegaan. De Gereformeerde Bijbelstichting streeft naar een vertaling die zo dicht mogelijk aansluit bij de Ravensteyn-editie van 1657, terwijl de laatste revisie van het NBG bijvoorbeeld weer wat verder gaat. Zo handhaaft de GBS het woord ‘geweer’ in Nehemia 4:17 terwijl de NBG- editie van 1977 hiervoor ‘wapen’ geeft, kennelijk omdat een geweer in onze taal een vuurwapen is gaan aanduiden (de NBG51 vertaling heeft hier, evenals een aantal andere vertalingen: ‘werpspies’).

Daarentegen handhaaft ook de NBG-editie van de Statenvertaling de beschrijving van de Ethiopiërs in Jesaja 18:2 als een ‘volk van dat getrokken is en geplukt’ (NBG-vertaling: ‘een rijzig en glanzend volk’); wijziging hiervan zou neerkomen op wijziging van de vertaling.

 

 

Statenvertaling – Dordtse synode 1618/1619

 

 

 

De Leuvense Bijbel

 

In 1548 verscheen te Leuven een officiële katholieke vertaling van de Vulgaat. Al snel bleek echter dat de ge-bruikte tekst verre van foutloos was. Na een grondige herziening hiervan werd een nieuwe vertaling gemaakt door Jan Moerentorf (Jan Moretus). Deze verscheen op de drempel van de nieuwe eeuw in 1599. Het is eeuwen-lang de standaardvertaling van de Nederlandse katholieken geweest. Moerentorf was de schoonzoon van de Vlaamse drukker Plantijn, en het drukkersgeslacht Plantijn-Moretus is tot laat in de negentiende eeuw in Ant-werpen actief geweest. Toch heeft deze Bijbel nooit de status kunnen evenaren die de Statenvertaling bij de protestanten had. Tussen 1599 en 1846 zijn er maar 18 edities verschenen van de volledige Bijbel, en 45 van het Nieuwe Testament.

De laatste groot-formaat complete Bijbel is uitgegeven in 1743. Daarna is er nog zes keer een Nieuw Testament uitgegeven en twee keer een Oud Testament. Tenslotte is er in 1837 nog een octavo-uitgave van de complete Bijbel geweest. Na het midden van de 19e eeuw is het stil geworden rond de Moerentorfbijbel. Katholieken werden niet geacht de Bijbel te lezen. Deze situatie bleef bestaan tot na de eerste wereldoorlog.

 

 

Leuvense Bijbel

 

 

 

 

 

Is de moslimwereld een groot uniform blok?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Vormt de moslimwereld één groot uniform blok?

 

Het beeld dat de moslimwereld één uniform blok is van een miljard moslims, wordt naar voor geschoven in islamofobe kringen die de islam willen afschilderen als een gevaar. De (verkeerde) indruk van uniforme massa van 1 miljard mensen, komt uiteraard bedreigend over.

 

.

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

.

In werkelijkheid bestaat de moslimwereld uit een grote verscheidenheid aan bewegingen en strekkingen met soms erg uiteenlopende religieuze visies. Een beetje zoals men in het christendom de getuigen van Jehovah, katholieken, protestanten, anglicanen, de aanhangers van monseigneur Lefebvre enz heeft, die elkaar soms het licht in de ogen niet gunnen.

Ook op politiek vlak is er geen eenheidspositie, maar kent men bij moslims een spreiding gaande van links tot rechts, van progressief tot conservatief. Al deze verschillende bewegingen en strekkingen leveren nogal wat kritiek op elkaar, en geleerden uit diverse bewegingen en strekkingen publiceren fatwas (opinies) tegen de fatwas (opinies) van de andere geleerden.

Net zoals er een verschil is tussen wat er in de Bijbel staat, wat de verschillende strekkingen binnen het christendom aan leerstellingen hebben en hoe christenen zich in het dagelijks leven gedragen, is er ook in de islam een onderscheid tussen wat er in de Koran staat, hoe verschillende strekkingen dat interpreteren en de dagdagelijkse werkelijkheid.

Verder zijn er ook ettelijke groeperingen die zichzelf wel als islamitisch beschouwen en die zich bedienen van eigen (afwijkende) vertalingen en interpretaties van de Koran maar die door een meerderheid van moslims als niet-islamitisch beschouwd worden.

Voor iemand die niet vertrouwd is met de islam kan het dus allemaal een beetje verwarrend zijn en bestaat het risico dat men de leerstellingen of gedragingen van een kleine splintergroep verkeerdelijk aanziet voor ‘de’ islam. Het is belangrijk dat men dergelijke publicaties kan onderscheiden van deze van de islamitische hoofdstroom.

Wat één of andere beweging verkondigt is niet noodzakelijk representatief voor wat de meerderheid van de moslims geloven en wordt soms zelfs door andere groeperingen fel gecontesteerd, getuige waarvan talrijke publicaties van islamitische groeperingen die kritiek leveren op elkaar. Wat de ene moslimgroepering verkondigt, kan door de andere moslimbeweging verworpen worden als onislamitisch of zelfs anti-islamitisch.

Er is in de (soennitische) islam geen kerkinstituut, dus ook geen paus die iemand kan excommuniceren. Over iemands geloof kan volgens de islam alleen God oordelen. Men kan uiteraard wel oordelen over iemands gedrag – en ook in de moslimlanden worden mensen die misdaden of terreurdaden plegen door rechtbanken veroordeeld. Terrorisme wordt trouwens door de islam in krachtige bewoordingen verworpen en wordt in de Koran omschreven als een misdaad tegen de samenleving , het is één van de weinige misdaden waarvoor volgens de Koran de doodstraf kan uitgesproken worden.

 

.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA