Tagarchief: job

Dinosaurussen volgens de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Dino’s, prehistorisch?

 

Dat mensen en mammoeten samen geleefd hebben zal niemand betwijfelen, maar mensen samen met een Tirannosaurus of een Triceratops? Op het plaatje hiernaast zie je hoe botten van dinosauriërs waarschijnlijk in elkaar gezeten hebben. Deze foto komt uit het Natural History Museum in Los Angeles. Ze worden niet in deze stand in de grond gevonden dus het is een zo goed mogelijke benadering.

Aangezien we deze beesten niet meer in levende lijve aantreffen, zullen we moeten proberen er een voorstelling van te maken. We kunnen het uiterlijk van dinosauriërs benaderen door ze te vergelijken met bijvoorbeeld olifanten. Daarom werden ze door kunstenaars vaak grijs afgebeeld (zie tweede plaatje).

 

 

 

 

 

 

 

Tegenwoordig zien we afbeeldingen van dinosauriërs vaak in allemaal bonte kleuren, versierd met riggeltjes en andere kleine aanhangsels, omdat wetenschappers en kunstenaars in toenemende mate beseffen dat het eigenlijk hele grote hagedissen waren. De meeste wetenschappers geloven dat dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden zijn uitgestorven en dat ze daarna niet meer voorkwamen. De vroege voorloper van de mens verscheen volgens hen pas enkele miljoenen jaren geleden op het toneel.

Dino’s en mensen zouden elkaar dus nooit gezien hebben. Stel nu dat God de dinosauriërs en de mensen ongeveer 6000 jaar geleden samen gemaakt heeft en dat mensen en dinosauriers wel samen geleefd hebben. We zouden in ieder geval verhalen moeten hebben van mensen die grote reptielen gezien hebben. Wellicht zullen we kunstobjecten met afbeeldingen van dinosauriërs vinden. Heel misschien fossiele resten van dino’s en mensen samen, maar dat is erg onwaarschijnlijk. De meeste fossielen zijn volgens ons tijdens de zondvloed ontstaan.

 

 

 

 

Als er tijdens de zondvloed mensen in de buurt van dino’s waren, zouden ze logischerwijs toch op verschillende manieren gevlucht zijn voor het wassende water, waardoor ze niet bij elkaar in het fossielenbestand terecht kwamen.  Bedenk ook dat er in verhouding veel minder mensen waren dan beesten.

Mensen zullen door hun intelligentie en mobiliteit sowieso niet snel door sediment bedekt en gefossiliseerd worden  omdat het aantal potentiële menselijke fossielen in verhouding tot de hoeveelheid fossielhoudend gesteente heel erg klein moet zijn. Stel dat er 10 miljoen mensen waren ten tijde van de zondvloed en dat al hun lichamen bewaard zouden zijn gebleven.

Er is 700 miljoen kubieke kilometers fossieldragend sediment. Dat betekent dat bij een gelijkmatige verdeling maximaal één menselijk fossiel per 70 kubieke kilometers sediment gevonden kan worden. Dat maakt het al onwaarschijnlijk om er één te vinden, laat staan een mens samen met een dinosaurus.

 

 

 

Volgens de Bijbel

 

Als de Bijbel betrouwbaar is, dan moet geen enkel wetenschappelijk feit een juiste interpretatie van de tekst van de Bijbel tegenspreken. De aarde en alles wat daarop leeft, werd volgens Gods eigen woorden (in Exodus 20:11) in zes dagen geschapen. We hebben ook al gezien dat we via verschillende geslachtsregisters kunnen bepalen hoe oud de aarde volgens de Bijbel zou moeten zijn.

Ongeveer 6000 jaar als er in de geslachtsregisters namen van onbelangrijke personen weggelaten zijn. Dat betekent dan dat Adam en Eva samen met de dinosauriërs, zo’n 6000 tot 10.000 jaar geleden geschapen moeten zijn. Deze gigantische reptielen passen op zich goed in de beschrijving van grote land- en zeedieren die in de Bijbel genoemd worden. De vloek die over de aarde kwam vanwege de keuze van Adam, bracht ziekte en dood.

Toen alles net geschapen was, noemde God het ‘zeer goed’. Alles is in dezelfde week geschapen, dus de dinosauriërs kunnen volgens het Bijbelse wereldbeeld niet ‘uitgestorven’ zijn voordat de mens ten tonele verscheen. De botten van dinosauriërs die gevonden zijn laten ons zien dat ze vaak onder gewelddadige omstandigheden om het leven gekomen zijn. Er zijn in fossielen ook sporen van ziektes gevonden. Dat kun je toch niet ‘zeer goed’ noemen.

Sommige mensen proberen de 6 dagen van de Bijbel op te rekken tot miljoenen jaren, maar dat laat de tekst niet toe, want dan zouden de planten miljoenen jaren zonder zonlicht hebben gezeten, aangezien de zon maan en sterren na de planten gemaakt werden.

Bovendien laat de Hebreeuwse tekst niet toe dat de dagen als lange perioden geïnterpreteerd moeten worden. Een ‘dag’ in die tekst is gewoon een dag zoals wij die vandaag de dag ook nog meemaken. Dus volgens de Bijbel moeten mensen en dinosauriërs ongeveer 6-10.000 jaar geleden samen geleefd hebben.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat alle dinosauriërs al voor de zondvloed verdwenen waren, dus moeten ze meegegaan zijn in de Ark van Noach . Het woord ‘dinosaurus’ is nog niet zo lang geleden bedacht. Als we in oude literatuur kijken, moeten we niet zoeken naar het woord ‘dinosaurus’, maar bijvoorbeeld ‘draak’ of ‘monster’. In Genesis 1:21 staat: “En God schiep grote zeemonsters”.

In het Hebreeuws staat Tannim. In oude vertalingen werd dit woord met ‘draak’ vertaald en een paar keer met ‘slang’. Het woord komt 23x in de Bijbel  voor. Ook in andere oude literatuur komen beschrijvingen van draken voor. Zouden dinosauriërs misschien de oorsprong van drakenverhalen kunnen zijn?

 

 

 

 

Deze varaan wordt in het Engels ‘komodo dragon’ genoemd. Als dit dier drie of vier meter hoog zou worden, dan zou je de indruk krijgen van een dinosaurus. We hebben al gezien dat veel organismen vóór de zondvloed groter werden dan nu. De gemiddelde dinosaurus  had ongeveer de grootte  van een schaap. Je had hele grote dino’s, maar ook heel veel kleintjes. De varaan zou je kunnen zien als één voorbeeld van een dinosaurus die nog niet uitgestorven is. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de leguaan en de krokodil.

 

 

 

 

De apocriefe boeken vind je in een katholieke bijbel. Daniel heeft daarin een aantal extra hoofdstukken.
Daniël 14:22-27: “En er was een grote draak in die streek en de Babyloniërs aanbaden hem. En de koning zei tegen Daniël: ‘Luister, u kunt toch niet zeggen dat dit geen levende god is? Aanbid hem dan’. En Daniël zei: ‘Ik aanbid de Here mijn God, want Hij is de levende God.

Maar dat is geen levende god. Maar als u mij toestaat, o koning, zal ik deze draak doden zonder zwaard of knuppel’. En de koning zei: ‘Ik sta het u toe’. Toen nam Daniël pek, vet en haar, kookte het mengsel, maakte er bundeltjes van en stopte ze in de bek van de draak. En de draak barstte uit elkaar. En toen zei hij: ‘Kijk nu eens naar hem die jullie aanbidden.’

Daniël was slim, hij nam pek (kleverig spul), vet (bijna alle dieren houden van vet) en haar ( verteert niet). Toen de draak dat gegeten had, kreeg hij natuurlijk een verstopping van de darmkanalen. Het beest indrukwekkend geweest zijn, anders zouden ze hem niet aanbeden en gevreesd hebben.

In Job 40:15-24 wordt “Behemoth” (beest der beesten) beschreven: “Machtige spieren in zijn lendenen en buik”, hij “beweegt zijn staart als een ceder”, “de pezen van zijn liezen zijn gevlochten”, “zijn botten als bronzen buizen, als ijzeren staven”, “hij is de voornaamste van Gods ondernemingen”, “hij ligt onder de lotusplanten, verbergt zich in moerassen”, “hij staat stevig in een sterk stromende rivier”, “niemand kan hem temmen”.

Deze beschrijving in het boek Job ,waarvan wordt aangenomen dat het uit de tijd vlak na de zondvloed stamt, zou heel goed op een dinosaurus kunnen slaan.

 

 

 

 

Ik acht het waarschijnlijk dat Job over een Brachiosaurus of Diplodocus schreef. Die staarten komen qua vorm dicht in de buurt van een boom. Ze voldeden in ieder geval uitstekend aan de titel “hoofd” of “voornaamste van Gods ondernemingen”

Job 41 beschrijft “Leviathan” (groot zeemonster): “Afschrikwekkende tanden rondom”, “sterke schilden”, “lichtschijnsel als hij niest; zijn ogen lichten op als de dageraad”, “uit zijn bek komen vlammen en vurige vonken”, “uit zijn neusgaten komt rook, zijn adem laat kolen ontbranden”, “het zwaard van zijn belager doet hem niets en hij laat de diepte borrelen als in een kookpot”, “op de aarde is niets met hem te vergelijken”, “hij kijkt overal op neer, hij is de koning van alle trotse dieren”.

Waarom zou God geen vuurspuwende hagedis- of krokodilachtige kunnen maken? Wie weet had de pliosaurus wel de mogelijkheid om vuur en rook te produceren. Het feit dat een dergelijk beest serieus beschreven wordt in een oud boek als Job, geeft aan dat wij het ook serieus kunnen nemen. Dan is hij dus nog door mensen beschreven en is hij niet ‘prehistorisch’ (van voor de geschreven geschiedenis).

 

 

 

 

Dat er grote zeemonsters in onze oceanen hebben rondgezwommen is een feit. Misschien was dat wel het beest waarop de Vikingen hun drakenkoppen hebben gebaseerd. Het is waarschijnlijk en ook logisch dat een aantal in het water levende dinosauriërs de zondvloed overleefd hebben.

Noach hoefde de waterbeesten niet mee te nemen in de ark en ondanks de gigantische omvang van de ramp moeten er plaatsen op aarde geweest zijn waar het tumult iets minder was, zodat ze konden overleven. Het overleven van die oude ‘zeemonsters’ kan vanuit een bijbels wereldbeeld makkelijk verklaard worden.

 

 

 

 

Sommige mensen zullen zeggen dat het hier om mythologische afbeeldingen gaat, maar is het niet logisch om te concluderen dat het om beesten gaat die daadwerkelijk door mensen gezien zijn?

In 326 voor Christus waren de soldaten van Alexander de Grote in wat nu India is. Ze zeiden bang te zijn voor grote draken die daar in grotten leefden. Een zekere Beowulff zou draken gedood hebben en werd uiteindelijk zelf gedood tijdens een gevecht met een gevleugelde draak (pterodactilus?).

Zouden we moeten concluderen dat er nooit zulke beesten samen met mensen bestaan hebben, alleen maar omdat we ze nu niet meer in dierentuinen kunnen bewonderen? Zouden echt al die verhalen moeten worden toegeschreven aan de bijgelovigheid of de sensatiezucht van de vertellers?

 

 

 

 

Uit de kunst van oude culturen kunnen we de conclusie trekken dat ze bekend waren met draken (dinosauriërs). We kunnen drakenkunst terugvinden in Indiaanse Petrogliefen. Rots- en kliftekeningen in Utah en Colorado tonen ruwe afbeeldingen van bepaalde dinosaurussoorten (gedateerd tussen 400 en 1300 na Christus). Kijk ook eens naar het Gilgamesh epos, Fafnir, Beowulf en andere Legenden.

Dinosaurus-achtige wezens worden voorgesteld op Babylonische markeringen, Romeinse mozaïeken, Egyptische gewaden voor begrafenissen, en vele andere kunst verspreid over de hele oudheid.
Er zijn ook heel recente verhalen van draakachtige wezens. Marco Polo schreef aan het einde van de dertiende eeuw over draken die hij zag op een van zijn reizen door China.

Hij beschreef enorme slangen van tien passen lang, met een lichaamsomtrek van tien handlengten. Aan de voortkant, dicht bij het hoofd, twee korte poten, elk met drie klauwen als van een tijger, met ogen groter dan een brood van vier denari, die je intens aanstaarden. De kaken waren breed genoeg om een man te verslinden en grote, scherpe tanden.

Overdag leefden ze in grotten en in de nacht gingen ze op zoek naar voedsel. Hij beschreef nauwkeurig hoe ze werden gejaagd, geslacht en welke delen werden gegeten. Hij wist zelfs te vertellen dat de galblaas een geneeskrachtige werking had.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Fouten in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Fouten in de Bijbel

 

 

jezus_bijbel

 

 

De Bijbel spreek voor zichzelf en dat is ook zo. God is heel goed in staat om zichzelf te verdedigen. Denk maar eens aan het bijbelboek Job, waar hij precies denkt te weten wat God met de hele situatie te maken heeft. Uiteindelijk laat God heel duidelijk horen hoe Hij erover denkt, waarna Job zich bekeert en de situatie een positieve wending krijgt.

Mensen die hun mening al hebben klaarliggen en de Bijbel al afgeschreven hebben,  zullen hun antwoord wel van God krijgen. Laat ons hopen dat het voor hen dan niet te laat is en dat ze Zijn stem zullen horen voordat het laatste oordeel aanbreekt. Volgens de Bijbel komt er een moment dat de tijd op is. Ieder mens krijgt een eerlijke kans van God.

De Bijbel spoort ons aan om nu te leven en in het hier en nu te reageren op de stem van God. (Hebr 3-7 : Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet )
Toch zijn er nog steeds veel mensen die met vragen zitten en serieus willen weten hoe het zit met bepaalde moeilijk te begrijpen Bijbelgedeelten.

  • Het eerste gedeelte in de Bijbel waar mensen vaak over vallen is de veronderstelde herhaling van het scheppingsverhaal. In hoofdstuk 1 van Genesis wordt verteld in welke volgorde God het heelal, de aarde en het leven erop maakte.
  • Dan komt hoofdstuk twee, waar het net lijkt alsof de schepping voor een tweede keer, in een andere volgorde verteld wordt. Het gaat in het tweede gedeelte echter over het land waar Adam in woont, waardoor het verhaal een andere lading krijgt. Er is een duidelijk verschil in woordgebruik: ‘de aarde’ (erets – Gen. 1:11) en ‘het land’ (sadeh – Gen. 2:4-5).

 

Genesis 2:18-20 beschrijft hoe God beesten naar Adam brengt zodat hij ze namen kan geven. Van het vee wordt niet gezegd dat God het op dat moment maakte, dus dat was er blijkbaar al. “God bracht de dieren die hij gevormd had.”

Dan is er nog het opmerkelijke verschil in de woorden die gebruikt worden om God aan te duiden. In het eerste deel wordt Elohim gebruikt en in het tweede deel Yahweh Elohim. Dit kan erop duiden dat er twee schrijvers zijn geweest. Het is mogelijk om op basis van stijl heel Genesis op te delen in 10 delen van 10 verschillende schrijvers.

Later zouden die delen door Mozes samengevoegd zijn, zonder er iets aan te veranderen, zodat de schrijfstijl behouden bleef. Het tweede scheppingsverhaal is slechts een probleem als je er vanuit gaat dat het een tweede scheppingsverhaal is. Als je het leest met de instelling dat het om werkelijke geschiedenis gaat, vallen alle puzzelstukjes in elkaar.

 

 

 

Algemene regels bij vermeende fouten in de Bijbel:

 

  1. Kijk naar de context
  2. Kijk naar de historische context. Begrijp je het gebruik of de uitspraak zoals hij toen begrepen werd.
  3. Kijk naar wie er spreekt in het gedeelte. Is het God zelf, een mens namens God, of een mens met zijn eigen wijsheid.
  4. Zoek andere plaatsen in de Bijbel waar over hetzelfde gesproken wordt. Daar zit vaak al een antwoord of een breder inzicht in.
  5. Kijk ook eens in andere vertalingen en zoek commentaren

 

 

 

De vrouw van Kaïn (Gen. 4:1-17)

 

Adam en Eva krijgen 2 zoons, Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God verbant Kaïn. Kaïn gaat wonen in Nod en trouwt! Maar met wie? Waren er dan toch al meer mensen? Dit is heel eenvoudig op te lossen door verder te lezen in Genesis 5:4,  “En Adam leefde, nadat hij Seth verwekt had, nog achthonderd jaar; en hij kreeg zonen en dochters.” Kaïn trouwde dus met een zus. Dit was geen inteelt en incest omdat er toen nog geen mutaties waren en de wet tegen incest kwam pas in de tijd van Mozes.

 

Dit is een schriftgedeelte waarbij vaak meerdere denkfouten tegelijk gemaakt worden:

1. Men gaat er vanuit dat Adam en Eva nog geen dochters hadden, en misschien terecht, want of Kaïn toen al een zus had is op dat moment in het verhaal nog niet duidelijk. Maar het is zo dat vrouwen in geslachtsregisters  niet genoemd werden. Bedenk ook dat ze toen wel 900 jaar oud werden en dat zijn toekomstige vrouw nog niet geboren hoefde te zijn.

2. Men veronderstelt dat het land Nod al bewoond was, maar dat hoeft niet het geval te zijn geweest. De naam kan zelfs later zijn bedacht en toegevoegd aan het verhaal.

3. Men denkt dat trouwen met een zus in strijd was met de wetten van Exodus. Dat Adam de eerste mens was lijkt mij duidelijk. Als eerste mens had hij dus het meest perfecte DNA, hij was net door God zelf gemaakt. Vanwege de foutjes en vermindering in rijkdom en diversiteit die het genetisch materiaal van de individuele mens in de loop der tijd opdeed, is het nu niet meer verstandig dat naaste familieleden samen kinderen krijgen. De kinderen lopen dan teveel risico om mismaakt of ziek ter wereld te komen. Het is door God pas ten tijde van Mozes verboden om seks te hebben met een familielid, omdat het eerder niet nodig was dit te verbieden.

 

 

 

Midianieten of Ismaelieten?

 

Gen. 37:36 – “En de Midianieten verkochten hem (Jozef) in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao…”
Gen. 39:1 – “Jozef werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao … kocht hem van de Ismaelieten, die hem daar naartoe gebracht hadden.”

Werd Jozef nou verkocht door de Midianieten of door de Ismaelieten?

Dit is een gevalletje ‘gelijksoortige teksten zoeken’. Zie Gen. 37:28 – “Toen de Midianietische kooplieden voorbijtrokken, haalden zij Jozef uit de put, en verkochten hem aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.” Het blijkt dat het hier om dezelfde groep mensen gaat.

Het kan zijn dat Ismaelieten optrokken met de Midianieten en samen handel bedreven, of dat deIsmaelieten een stam van de Mideanieten waren. In Richteren 8 staat ook dat Gideon de Midianieten heeft verslagen maar in vers 24 worden ze ook Ismaelieten genoemd. de Bijbel verklaart hiermee zichzelf.

 

 

 

Een herkauwende haas? (Lev. 11:6)

 

“En de haas is onrein omdat hij herkauwt, ook al heeft hij geen gespleten hoef.”

Hazen en konijnen draaien af en toe drolletjes die nog niet helemaal verteerd zijn en waar nog veel goede voedingsstoffen in zitten. Die eten ze dan weer op, herkauwen dus. Het is dus soms belangrijk dat we ook wat weten van de natuur. Denk aan de vleermuizen, die in de Bijbel onder de vogels gerekend worden, terwijl men tegenwoordig de vleermuizen onder de zoogdieren rekent. Dit heeft puur te maken met een keuze.

Noem je het een vogel omdat het vliegt, of noem je het een zoogdier omdat het zoogt? Zo zou  een dolfijn in de Bijbel waarschijnlijk een vis genoemd zijn, terwijl men dolfijnen tegenwoordig ook onder de zoogdieren rekent. We hadden ook een indeling kunnen maken op basis van het aantal poten, vinnen of de vorm van de oren.

 

 

 

Klopt het getal PI in de Bijbel niet? (2 Kron. 4:2)

 

 

 

 

 

 

 

Eenvoudig gezegd: de omtrek van een cirkel is altijd 3,14 maal de diameter. Als je de diameter van het wasvat vermenigvuldigt met 3.14 komt er 31.4 uit en geen 30, dus dat klopt niet met de tekst. 30 gedeeld door 3.14 komt schijnbaar wel beter uit, maar dan houd je jezelf een beetje voor de gek, want verhoudingsgewijs is de afwijking hetzelfde. De oplossing is eenvoudig: Met de handbreedte uit vers 5 kunnen we de berekening precies laten kloppen.

 

 

 

Problemen met aantallen?

 

Num. 25:9 – “Degenen die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.”
1 Kor. 10:8 – “En laten wij geen overspel plegen, zoals sommigen van hen deden, want toen vielen er op een dag drie en twintig duizend.”

Waren het er nou 24000 of 23000?

Goed lezen. In 1 Kor. Staat: “op één dag” dus de rest stierf later. Probleem opgelost. Sommige problemen worden zo makkelijk door de critici opgeworpen. De enige echte tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn die tussen goed en kwaad, leven en dood, geloof en ongeloof, enz. Gods woord blijft ongeschonden.

 

 

 

Gergesenen of Gaderenen? (Mattheus 8:28)

 

Jezus steekt het meer van Gennesareth over en komt in het land van de Gergesenen, waar Hij twee bezeten mannen ontmoet. Markus (5:1) zegt echter dat hij in het land van de Gaderenen komt, waar Hij één bezeten man ontmoet. Weer een schijnbare tegenstrijdigheid.

Er komen twee mannen vanaf een begraafplaats naar Hem toe. Begraafplaatsen lagen vaak een eind buiten de steden. Gadera en Gergesa waren twee steden die ongeveer 20km uit elkaar lagen. Jezus kwam aan in het gebied dat daartussen lag. Mar.(5:2) en Luk.(8:27) noemen maar één man. Ze zeggen echter niet dat er niet meer waren.

Ze richten hun aandacht gewoon op de man die het meest berucht was of wiens verhaal het meest spectaculair was. Als de evangelieschrijvers ons hadden willen misleiden hadden ze er wel voor gezorgd dat hun verhalen overeenstemden.  Lukas beschrijft de man die ‘uit de stad’ kwam en ‘tussen de graven verbleef’. De ander was niet zo bekend. In dit soort gevallen moet je dus iets weten over de geschiedenis en de plaats waar het voorval zich afspeelde.

 

 

 

Maakte God het kwaad? (Jes. 45:7)

 

“Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, Yahweh, doe al deze dingen.

Het woord kwaad is hier het Hebreeuwse woord ra, wat tegenstand, wanhoop, of het tegenovergestelde van vrede kan betekenen.

Vergelijk:

Jakobus 4:6 – “Ja, Hij geeft meer genade. Daarom staat er: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

En: Spr. 3:33,34 – “De vloek van Yahweh is in het huis van de goddelozen; maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen. Zeker, de spotters zal Hij bespotten, maar de zachtmoedigen zal Hij genade geven.”

 

God maakt geen kwaad. Het kwaad is een logische tegenhanger van vrede. God heeft mensen en engelen gemaakt met de mogelijkheid in zich om tegen Hem te kiezen, waardoor er een tegenstand ontstaat. En God zelf keert zich weer tegen de tegenstand. Zo komt er onvrede vanwege de ongehoorzaamheid van het schepsel.

Je bent niet voorbestemd om slecht te zijn. Dat laat je zelf toe en dan doet God er nog een schepje bovenop door het hart nog verder te verharden. Maar als je met je mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden. (Rom. 10:9).

 

 

Er zijn meer schijnbare tegenstrijdigheden, maar ze zijn altijd verklaarbaar door logisch denken, verder te lezen of te kijken naar de brontekst.

 

Bijvoorbeeld :

  • 1Ko.7:26 en 2Kron. 4:5:

Was de inhoud van het wasvat van Salomo 2000 of 3000 bath?
– Het was 3000, maar het was niet altijd vol

  • 1Ko. 9:28, 2Kron. 8:18:

Hoeveel goud kwam er uit Ophir, 450 of 420 talenten?
– De ene keer 450 en de andere keer 420, want ze gingen vaker

  •  Genas Jezus nou 1 of 2 blinden bij Jericho?

– Allebei. Jezus genas wel vaker blinden, het zijn gewoon 2 verschillende ontmoetingen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

APOCRIEFEN

 

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

 

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

 

 

 

 

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

 

 

 

De 14 apocriefen

 

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

 

 

 

 

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

 

 

 

 

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

 

 

 

 

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

 

 

 

 

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

 

 

 

 

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

 

 

 

 

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

 

 

 

 

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

 

 

 

 

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

 

 

 

 

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

 

 

 

 

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget